Who I Am Not

VPRO

‘Volgens de Bijbel maakt God geen fouten’, stelt Sharon-Rose Lehlohonolo Khumalo, een knappe verschijning die al eens tot de finale van Miss Zuid-Afrika doordrong, wandelend door een lege kerk. ‘Ik vraag me af of ik geen fout ben. Ik worstel met mannelijke chromosomen in een vrouwenlichaam.’

Terwijl Sharon-Rose plaatsneemt op een kerkbankje, klinkt de galmende stem van een prediker. Hij is begonnen aan dat overbekende verhaal. Over hoe God een man en een vrouw schiep. Dat is ook het uitgangspunt waarmee de wereld naar haar kijkt. Die moet niets hebben van ‘genetische afwijkingen’. Binnen zo’n onveilig klimaat is het vrijwel onmogelijk om er openlijk voor uit te komen dat je met beide geslachtskenmerken geboren bent en dus geen man en ook geen vrouw bent.

Sharon-Rose vindt in de documentaire Who I Am Not (99 min.) van Tünde Skovrán steun bij een andere intersekse-persoon. ‘Mijn ouders zijn vrienden en familie kwijtgeraakt’, vertelt activist Dimakatso Amanda Sebidi. ‘M’n hele bestaan was een probleem.’ Als kind werd Dimakatso, om aan alle onduidelijkheid een einde te maken, diverse malen geopereerd. Daarmee zijn er ingrijpende keuzes gemaakt voor de toekomst, waartoe Dimakatso zich als volwassene maar heeft te verhouden.

Intersekse personen zoals Dimakatso en Sharon-Rose leven nu eenmaal in een wereld die vrijwel volledig is ingericht op mannen en vrouwen. Dit dubbelportret, gemaakt in nauwe samenwerking met de hoofdpersonen, belicht de uitdagingen waarvoor zij worden gesteld. Dit resulteert in bijzonder ongemakkelijke scènes van onder andere een date, sollicitatiegesprek en babyshower, waarbij Sharon-Rose en Dimakatso, veelal onbedoeld en ongewild, in een hele pijnlijke positie worden gemanoeuvreerd.

Zij kunnen niet zijn wat de ander verwacht en mogen ook niet zijn zoals ze zich zelf voelen. Sharon-Rose wil bijvoorbeeld graag een volwaardige vrouw zijn, maar wordt er voortdurend mee geconfronteerd dat ze geen kinderen kan krijgen. Potentiële partners haken doorgaans direct af. En Dimakatso identificeert zich vooral als man, maar wordt in de gemeenschap nauwelijks als zodanig erkend. De twee gelden als een anomalie, een afwijking van de norm die in wezen niet mag bestaan.

Dat gevoel van vervreemding en afwijzing – dat zich niet alleen vanuit de buitenwereld aandient, maar zich ook diep in henzelf heeft genesteld – is door Skovrán vervat in poëtische sequenties, maar komt vooral tot uiting in intieme ontboezemingen van haar protagonisten, ontmoetingen met hun dierbaren en bezoeken aan een gespecialiseerde arts, die zowaar nog verrassingen voor hen in petto heeft. Het resultaat is een dappere en aangrijpende film over de zoektocht naar (zelf)acceptatie.

Murder In Boston: Roots, Rampage & Reckoning

HBO Max

Het is de lont in het kruitvat. Op 23 oktober 1989 belt Chuck Stuart in bij het noodnummer van de politie in Boston. Samen met zijn hoogzwangere vrouw Carol is hij overvallen door een Afro-Amerikaanse man. Haar baby kan met een keizersnee nog worden gered, maar zij sterft enkele uren later. In de buurt weten ze wat het betekent als een zwarte man ervan wordt verdacht dat hij een witte vrouw heeft vermoord. ‘Het jachtseizoen op zwarte mensen was geopend’, stelt Ron Bell, inwoner van de achterstandswijk Mission Hill. ‘Het was echt een klopjacht.’

Één van de politiemannen die bij het onderzoek naar de moord betrokken raakt is de inmiddels gepensioneerde agent Bill Dunn. De witte agent is berucht in Mission Hill, de wijk waarnaar de overvaller na de schietpartij zou zijn gevlucht. ‘Ik hielp graag goede mensen en was graag gemeen tegen de schurken’, vertelt Dunn, het type rouwdouwer, niet zonder trots. Hij legt uit: ‘Je hebt erg veel macht. Je kunt iemand z’n vrijheid ontnemen.’ Als Dereck Jackson, die als tiener betrokken raakt bij de zaak, de beelden van het interview ziet, zegt hij: ‘Ja, dat deden ze.’

Jackson kijkt sceptisch naar Dunn, die inmiddels goed in z’n verhaal zit en nog altijd nauwelijks twijfel kent. ‘Doe gewoon wat de politie zegt’, stelt hij. ‘Niet dat we pestkoppen zijn, maar dat maakt het makkelijker voor iedereen. Dan blijven we allebei ongedeerd. Houd je gewoon aan de regels. Handen op je rug. Het is niet moeilijk.’ Jackson: ‘Hij was een tiran. Meer dan een pestkop. Een pestkop kan ik aan. Maar een agent, een witte agent die erom bekend staat dat hij mensen erin luist en mensen mishandelt… Hij was een gevaarlijke agent.’

Met de twee interviews, slim tegen elkaar weggesneden, zijn grofweg de twee uitersten van het conflict in de verscheurde stad vertegenwoordigd in de driedelige serie Murder In Boston: Roots, Rampage & Reckoning (155 min.): Dunn, die vrijwel direct een tamelijk willekeurige zwarte man inrekent, en Jackson, als vertegenwoordiger van een gemeenschap die in de hoek zit waar de klappen vallen. Uiteindelijk zullen ze samen in een verhoorkamer belanden, met desastreuze gevolgen. Voor Dereck Jackson, de zwarte gemeenschap van Boston én de waarheid.

Met direct betrokkenen, juristen en vertegenwoordigers van de zwarte gemeenschap analyseert regisseur Jason Hehir de moord op Carol Stuart, het navolgende politieonderzoek en de tendentieuze berichtgeving in de lokale media. En dan neemt de zaak ineens een andere wending, die het misdrijf en het daardoor blootgelegde racisme in een nóg schriller licht plaatsen. Murder In Boston laat zich ook dan niet reduceren tot een reguliere true crime-productie, maar blijft gericht op het grotere maatschappelijke verhaal: over hoe vooroordelen tot een pijnlijke vorm van kokerzicht leiden.

Kerwin

NTR / NPO Start

Black is beautiful, staat er op zijn graf. Voor een bepaalde generatie Nederlanders is zijn naam een begrip geworden: Kerwin (100 min.). Op 21 augustus 1983 wordt hij, een vijftienjarige jongen met Antilliaanse wortels, het slachtoffer van een haatmoord. ‘Een zestienjarige zogenaamde skinhead was van mening dat een vieze nikker vies naar hem had aangekeken, stak Kerwin in koelen bloede neer en betreurt nu alleen dat hij voor zo’n neger in de bak zit’, constateert presentator Jaap van Meekren met ingehouden woede in het tv-programma Televizier Magazine. En de populaire Frank Boeijen Groep wijdt er het nummer Zwart Wit aan, dat zal uitgroeien tot een nederpopklassieker.

Hij wordt bekend als Kerwin Duinmeijer, met de achternaam van het pleeggezin waarbij hij al een tijdje kind aan huis is en in de laatste periode van zijn leven ook daadwerkelijk in huis woont. In werkelijkheid heet hij Kerwin Lucas (1968-1983). Veertig jaar na zijn geruchtmakende dood reconstrueert zijn jongere broer Purly Lucas met hun vader Erwin, vrienden, vriendinnen, boksmaatjes, taxichauffeurs, politiemensen en hulpverleners het leven van Kerwin. Dat begint op Curaçao. Als hun ouders besluiten te scheiden, neemt hun moeder de kinderen mee naar Nederland. In Amsterdam raken de broers bevriend met een jongen uit de straat, Eric Duinmeijer.

En Kerwins leven – pril, vrolijk en onstuimig, getuige fraaie privébeelden van de guitige tiener in het zwembad, rolschaatsend op straat en in de boksring – eindigt op de Dam. Hij wordt een symbool, als Kerwin Duinmeijer. Tot groot verdriet van zijn eigenlijke familie, blijkt in deze driedelige serie van Sacha Vermeulen. In de Nederlandse media wordt Kerwin consequent weggezet als een zwarte jongen uit een wit gezin en krijgen de Duinmeijers de positie van directe familie toebedeeld. Het drijft een wig tussen de twee getroffen families, die elk rouwen om hun eigen Kerwin. Uiteindelijk komt het, een half leven later, tot een ontmoeting tussen Purly Lucas en Nicoline Duinmeijer.

Aan Nico Bodemeijer, de zestienjarige jongen die met een messteek Kerwins leven heeft beëindigd, besteedt de serie verder nauwelijks aandacht. Hij wordt vooral geportretteerd als de losgeslagen representant van een onverdraagzaam klimaat, dat in de jaren tachtig vleugels krijgt door de opkomst van de extreemrechtse Centrumpartij/Centrumdemocraten. In een uitzending van het televisieprogramma Profiel uit 2008 ontkent de voormalige skinhead overigens dat hij Kerwin heeft neergestoken vanwege zijn huidskleur. Het lot van Bodemeijer, wiens vader tijdens de Tweede Wereldoorlog nota bene in de kampen heeft gezeten, zal later nog op een tragische manier verbonden raken met Kerwins vriend Eric Duinmeijer.

Intussen maakt deze gedegen docuserie van het symbool Kerwin Duinmeijer weer een jongen van vlees en bloed: Kerwin Lucas.

Stamped From The Beginning

Netflix

Het is een ongelijke strijd. Zwarte Amerikanen zijn Stamped From The Beginning (91 min.), volgens schrijver en historicus Ibram X. Kendi in zijn gelijknamige bestseller, die nu door de toonaangevende Afro-Amerikaanse documentairemaker Roger Ross Williams op virtuoze wijze is verfilmd. Ze zijn vanaf hun aankomst in de Verenigde Staten, op één van die vermaledijde slavenschepen op de Transatlantische route, geframed als nauwelijks te onderscheiden van beesten.

In die periode is volgens Kendi sowieso het concept ‘zwart’ ontstaan. Van tevoren beschouwden de tot slaaf gemaakten zichzelf nog gewoon als lid van een bepaalde Afrikaanse stam. Zij voelden zich helemaal geen onderdeel van één en hetzelfde ras. Hun slavenhouder kon zijn handel, naar zichzelf en de rest van de wereld, echter alleen verantwoorden als hij aannemelijk kon maken dat het om een minderwaardige mensensoort ging. Zwart dus. Als roet, de nacht en al wat sowieso het daglicht niet kan velen. En al die verschillende mensen hadden zich maar naar dat idee te voegen.

Het concept ‘wit’, zo betogen Kendi en de andere zwarte denkers die Williams in zijn puntige filmessay aan het woord laat, stamt zelfs van nog later datum. Toen ze zich wilden onderscheiden van arbeiders met een kleurtje konden Polen, Italianen en Ieren lekker schuilen onder wat activiste Brittany Packett Cunningham ‘een paraplu van witheid’ noemt. De twee bevolkingsgroepen zaten allebei onder de knoet bij een kleine, natuurlijk witte, elite en werden daardoor lekker tegen elkaar uitgespeeld. Drie keer raden welke groep zich uiteindelijk van dit juk wist te bevrijden.

Zulke inzichten hadden gemakkelijk tot een dor en tamelijk breedsprakig vertoog kunnen leiden waarin de witmens met allerlei, nauwelijks te betwisten, feiten om de oren wordt geslagen en intussen ook de ‘Black is beautiful’-gedachte wordt uitgedragen. Roger Ross Williams richt zich echter vooral op het wild kloppende hart uit Kendi’s boek en dient dit nu op met een caleidoscopische mixture van speelfilmfragmenten, animatie, nieuwsreportages, literatuur en kunst, waarbij een stuwende soundtrack er wel voor zorgt dat het tempo en de schwung erin blijven.

Te midden van Afro-Amerikaanse iconen zoals Frederick Douglass, Maya Angelou en Barack Obama houdt Williams echt even halt bij de baanbrekende vrouwen Harriet Jacobs (die als eerste haar eigen slavenverhaal op papier zette), Ida B. Wells (een burgerrechtenactiviste die het aantal lynchpartijen in kaart bracht) en Phillis Wheatley (de eerste zwarte vrouw met een dichtbundel). Na de publicatie van Wheatleys boek werd er overigens een commissie van wijze mannen – herstel: witte mannen – ingesteld. Want zulke poëzie kon toch niet zijn geschreven door ‘slechts een zwarte vrouw’? 

Zwierig slalomt Roger Ross Williams, aan de hand van het onderzoek van Dr. Ibram X. Kendi, zo door de historie van Zwart Amerika. Met prominente vertegenwoordigers als schrijfster Angela Davis, influencer Lynae Vanee en congreslid Cori Bush, langs de pijnlijke symbolen Willie Horton, Rodney King en King Kong (!), via zwarte hyperseksualiteit en -criminaliteit, dwars door witte iconen zoals Thomas Jefferson, Jefferson Davis en ‘white savior’ Abraham Lincoln, op weg naar George Floyd. Want Black Lives Matter blijkbaar nog altijd niet evenveel als die van witte Amerikanen.

Er is niets mis met zwarte mensen, concludeert Kendi. Maar alles met hoe we naar zwarte mensen kijken.

De Presidentsdochter En De Rijkste Vrijgeboren Vrouw

Human Nature Films

‘Een volk dat geen toegang heeft tot de bronnen van zijn geschiedenis krijgt een zelfbeeld dat gebaseerd is op mythen en stereotypen’, citeert Cynthia McLeod-Ferrier aan het begin van De Presidentsdochter En De Rijkste Vrijgeboren Vrouw (85 min.) uit het proefschrift van een Amerikaanse historica dat ze als student las. ‘En dit is precies wat er bij ons gebeurd is.’

De Surinaamse schrijfster en historica heeft er een missie van gemaakt om dat te veranderen, stelt ze in deze verzorgde documentaire van Mildred Roethof. Een belangrijk speerpunt daarbij is het zogenaamde Elisabeth Samson Huis in Paramaribo. Elisabeth Samson, over wie McLeod-Ferrier het boek De Vrije Negerin Elisabeth schreef, geldt als de eerste vrijgeboren Surinaamse vrouw. Ze ging in 1764 naar de rechter om te kunnen trouwen met een witte man, in een tijd waarin het voor kolonisten nog verboden was ‘om vleselijke conversatie te plegen’ met zwarte vrouwen.

Samsons voormalige woning moet nu een plek worden waar de historie van het land in al z’n complexiteit wordt gevierd en ook de slavernij een prominente plek krijgt. Het blijkt alleen een project met de nodige voetangels en klemmen, waarvoor eerst flink wat geld moet worden opgehaald en dat daarna zomaar kan vastlopen in de plaatselijke bureaucratie. En dan moet Cynthia McLeod-Ferrier, dochter van Suriname’s eerste president Johan Ferrier (1975-1980), al haar kennis, contacten en overtuigingskracht aanspreken om het project alsnog vlot te trekken.

McLeod-Ferrier beweegt zich soepeltjes in diplomatieke kringen. Ze bezoekt de koninklijke tentoonstelling De Eeuw Van Juliana in Amsterdam en praat ontspannen met de Nederlandse oud-minister Roger van Boxtel, die vindt dat over de Surinaamse kant van de losmaking van Nederland nog altijd te weinig bekend is. Tijdens een ontmoeting met de huidige Surinaamse president Chan Santokhi informeert ze zogenaamd terloops naar de excuses die Nederland naar verluidt zal gaan aanbieden voor het slavernijverleden, een buitengewoon gevoelig thema in Suriname.

Roethof omkleedt het nog altijd drukke bestaan van de éminence grise met een blik in dat beladen verleden. ‘Het is een boeiend en kleurrijk schouwspel als de Surinaamse vrouwen in hun bonte klederdracht onze prinses toejuichen’, stelt een Nederlandse journalist bijvoorbeeld in zijn houterige verslag van een bezoek van de Koninklijke Familie aan de kolonie. ‘Opperhoofden van de bosnegers in antieke galauniformen zijn trots over het feit dat prinses Juliana hen allen persoonlijk de hand gedrukt heeft en zich door middel van een tolk met hen heeft onderhouden.’

Sinds de tijd dat Suriname een Nederlandse kolonie was en de bewoners ervan zo paternalistisch werden behandeld is er weliswaar het nodige veranderd, maar ook nog genoeg te wensen overgebleven. Cynthia McLeod-Ferrier spreekt in het Torentje bijvoorbeeld met premier Mark Rutte over de Nederlandse excuses voor het slavernijverleden. Hij was er lang geen voorstander van. En ze is er, natuurlijk, getuige van hoe koning Willem-Alexander op 1 juli 2023 tijdens een historische toespraak zegt: ‘Den keti koti, fu tru! De ketenen zijn verbroken, echt waar!’

Het is een kroon op het werk van deze onvermoeibare ambassadrice van Suriname en haar aanhoudende vraag om te erkennen dat vier eeuwen slavernij nog altijd doorwerken in het heden. Met dit geslaagde portret, dat zich vooral concentreert op McLeods publieke leven, doet Mildred Roethof zowel de vrouw als haar missie recht.

Kitten Of Vluchteling?

Prospektor

Hoe werkt empathie? vraagt Tina Farifteh zich af in de prikkelende korte documentaire Kitten Of Vluchteling? (27 min.). Waarom trekken we ons het lot van de één aan en laat dat van een ander ons koud? Hoe kan het bijvoorbeeld dat een willekeurige baby, of zelfs een schattig poesje, ons meer raakt dan iemand op de vlucht? ‘Empathie is heel bevooroordeeld’, zegt bioloog Frans de Waal. ‘Het is geëvolueerd om je naaste verwanten en degenen waarmee je normaal samenwerkt te bevoordelen en daarop te letten – en niet zozeer daarbuiten.’

Bestaat er zoiets als een empathieladder? wil Farifteh, die zelf op haar dertiende van Iran naar Nederland kwam, dan weten. Ze tuigt een klein experiment op, waarbij ze enkele proefpersonen in een studiosetting steeds twee verschillende mensen voorschotelt: een blonde jonge vrouw en een oudere moslima, diezelfde blondine en een donkere jongen, een schattig joch met een afrokapsel en een jongetje met blond haar bijvoorbeeld. Met steeds dezelfde vraag erbij: wie van de twee zou je redden? Mediawetenschapper Marloes Geboers heeft er zo haar twijfels bij. ‘Nee, dat kun je echt niet gebruiken, Tina’, constateert ze naderhand, als de test al is uitgevoerd.

Voor hondentrimmer Bape Nentjes, die thuis een Oekraïens gezin met vijf kinderen en vijfentwintig honden opving, zijn alle mensen gelijk. De praktijk wijst regelmatig anders uit. Zwarte Oekraïners lijken bijvoorbeeld minder welkom te zijn in Europa dan hun witte landgenoten. ‘Het laat zien dat racisme nooit pauze neemt’, meent activist Jerry Afriyie. ‘Zelfs in tijden van oorlog, tijd van nood, hebben mensen nog steeds tijd om racistisch te zijn.’ Hij ziet soms ook een totaal gebrek aan empathie als hij zelf participeert in demonstraties: ‘Mensen zeiden letterlijk tegen mij: ik heb geen zwart kind. Dus ik weet niet hoe je kinderen zich voelen als ze gepest worden.’

Tegelijkertijd onderzoekt Tina Farifteh in deze film, kek vormgegeven en voorzien van een lekker vette soundtrack, ook de andere kant van empathie: hulporganisaties die kwetsbare kinderen met grote ogen gebruiken als een soort ’empathieporno’. Is dat niet (bijna) net zo kwalijk? ‘Ik ben er nogal voorstander van om arbitrariteit te vermijden en dus rechtvaardige systemen op te zetten, zodanig dat iedereen minstens op een gelijkwaardige manier behandeld wordt’, stelt de Vlaamse filosoof Ignaas Devisch. ‘En dat het niet afhangt van die ene donateur of die ene persoon die je toevallig tegen het lijf loopt die mij helpt en een ander dan weer niet.’

Zo onderzoekt deze film alle aspecten van empathie: de willekeur ervan, het soms volledig ontbreken en ook de angst die elk medemenselijk gevoel kan onderdrukken of zelfs doen verstommen. Hulpverlener Roos Ykema (MiGreat) waakt voor gelatenheid. ‘Het enige wat sowieso niet helpt is niks te doen of niks te proberen’, zegt ze. Intussen bestookt Tina Farifteh zowel haar bronnen als haar publiek gedurig met beelden, uit een geënsceneerde werkelijkheid en de actualiteit. Het begint met kijken, zegt ze daarbij. ‘Zijn we bereid om elkaar te zien? Niet als anders, maar als ons?’

Donyale Luna: Supermodel

HBO Max

Haar gezicht kon dromen verkopen, stelt de bevriende kunstenaar David Croland over Donyale Luna (1945-1979), de mooiste vrouw die hij ooit heeft ontmoet. Zij behoorde destijds, halverwege de jaren zestig, tot de vaste entourage van Andy Warhols Factory. Niet veel later stond Luna op de cover van Harper’s Bazaar, als eerste zwarte vrouw. Getekend, dat wel. Niet veel later zou ze, helemaal zelf, ook het eerste Afro-Amerikaanse covermodel worden van de Britse Vogue. De Amerikaanse editie durfde ‘t pas in 1974 aan met een zwart model, Beverly Johnson.

Voor de representatie van zwarte vrouwen is Donyale Luna essentieel geweest. Volgens Beverly Johnson moet zij worden beschouwd als ‘het kroonjuweel’ onder de zwarte modellen. Luna is echter allang in de vergetelheid geraakt, weggepoetst uit de modehistorie. Zijzelf had eerder al afstand gedaan van Peggy Ann Freeman, de naam waarmee ze in Detroit was geboren, in een getroebleerd gezin dat ze liever vergat. Zij ging liever in haar eigen fantasiewereld leven, de exotische schoonheid met een zelfverzonnen alter ego. Zo groeide Luna ook in Swingin’ Londen uit tot een kleine sensatie, waar ze zich in de slipstream van The Beatles en Rolling Stones bewoog, omging met het acterende enfant terrible Klaus Kinski en werd vereeuwigd door de fotograaf David Bailey.

In eigen land werd ze echter consequent achtervolgd door haar identiteit als zwarte vrouw. De modewereld was daarvoor toch nog niet klaar. En dat deed pijn. ‘Ik voel me zo alleen’, leest dochter Dream Cazzaniga voor uit persoonlijke geschriften van haar moeder. ‘Waar kan ik me thuis voelen? En waar word ik gezien zoals ik ben en wordt er van me wordt gehouden om wie ik ben?’ Zulke vragen lopen als een rode draad door haar leven en door Donyale Luna: Supermodel (93 min.), waarin filmmaker Nailah Jefferson de iconische vrouwfiguur oproept met een krachtige montage van het prachtige portfolio dat ze heeft nagelaten. Met haar ranke gestalte, meterslange benen en sprekende, amandelvormige ogen beschikte Donyale over een ongrijpbare schoonheid.

Haar echtgenoot, zussen, vrienden, fotografen en modellen zorgen in deze stevige biografie ondertussen voor de inkleuring van de persoon daarachter, een zoekende vrouw die geregeld met zichzelf en het bestaan worstelde. Totdat ze op 33-jarige leeftijd het tijdelijke voor het eeuwige verwisselde. Sindsdien leeft ze alleen nog in beeld voort.

The Secrets Of Hillsong

Disney+

Hij lijkt in niets op zo’n archetypische Amerikaanse kerkleider. Carl Lentz oogt niet vroegoud, heeft geen gebeeldhouwde grijswitte haarhelm en zwaait ook niet voortdurend met een vertoornde vinger. Zijn glimlach is zelfs eerder ondeugend dan vaderlijk. Lentz paart een vlotte babbel, traditionele waarden en een optimistisch verhaal aan een gespierd lichaam, coole tattoos, skinny jeans en leren jacks van Yves Saint Laurent. Als leider van Hillsong New York ontwikkelt hij zich zo tot ‘pastor van de sterren’. Justin Bieber, Selena Gomez, Kylie Jenner en Tyson Chandler scharen zich graag aan zijn zijde.

Elk weekend wordt de megakerk Hillsong in dertig landen door zo’n 150.000 mensen bezocht. Ze staan in de rij voor diensten, die een christelijke mixture van een one man show en rockconcert lijken. Deze bijeenkomsten, en de bijbehorende muziek, lifestyle en merchandise, genereren enorme inkomsten voor de pinkstergemeente. Sterpastor Lentz is echter niet meer dan Hillsongs ‘poster boy’, die via de (sociale) media ook de jeugd weet te bereiken. En dan is het, volgens De Wet Van Religieuze Leiders, niet meer de vraag óf maar wanneer deze man van God, netjes getrouwd natuurlijk, publiekelijk van zijn sokkel dondert – en of/hoe hij de complete kerkgemeenschap met zich meetrekt.

The Secrets Of Hillsong (250 min.), focust zich in eerste instantie grotendeels op de zondeval van Carl Lentz, maar krijgt een andere wending als de voormalige pastor en zijn vrouw Laura, vergezeld door zo’n beetje hun hele familie, voor de camera verschijnen. Zij zullen in deze vierdelige docuserie van Stacey Lee hun hart luchten, schoon schip maken over misstanden binnen de kerk en menig (krokodillen?)traantje wegpinken. Hun statements, ondersteund door diverse andere insiders, klokkenluiders en enkele journalisten die zich in de historie van Hillsong hebben verdiept, worden begeleid door dramatische sequenties die het duistere karakter van deze onverkwikkelijke geschiedenis moeten benadrukken.

Gaandeweg komt zo steeds nadrukkelijker de échte kwade genius van dit verhaal in beeld: Hillsongs Australische oprichter Brian Houston. En hij is dan weer een waardige erfgenaam van zijn vader Frank Houston (1922-2004). Die is als kerkleider meermaals beschuldigd van kindermisbruik. En zijn zoon zou dat jarenlang hebben verdoezeld. Zo’n beetje elke Hillsong-medewerker heeft een geheimhoudingsverklaring moeten tekenen. Zodat de ‘bedrijfsgeheimen’ binnenskamers blijven. Uiteindelijk komen Hillsongs lijken toch úit de kast en ín deze wel erg lijvige documentaireserie, waaraan Brian Houston vanzelfsprekend geen medewerking heeft verleend.

De aard daarvan mag, gezien een andere Wet Van Religieuze Leiders, geen verbazing wekken: iets met seks, macht en geld. Het blijft tegelijkertijd verbazingwekkend dat die Leiders er steeds mee weg (denken te) komen. Intussen heeft Carl Lentz – althans de geheel gereviseerde versie daarvan, die door zijn vrouw en gezin weer in genade is aangenomen – blijkens het zoete outro van The Secrets Of Hillsong na z’n breed uitgemeten ‘pastorale burnout’ toch nog zijn ware roeping gevonden.

Girls Girls Girls

NTR

Als negentienjarige zag Soulaima El Khaldi de documentaireserie Girls Girls Girls (1998) van Ireen van Ditshuyzen en Walther Grotenhuis, die vier jaar later werd gevolgd door Voorheen Girls. Ze herkende zich in de biculturele vrouwen die aan het woord kwamen over hun ambities en kijk op Nederland. ‘Door deze serie wist ik: ik ben niet gek’, stelt ze. ‘Deze thema’s spelen echt.’ Vijfentwintig jaar later heeft El Khaldi vier vrouwen uit de serie opgezocht voor zes nieuwe afleveringen van Girls Girls Girls (240 min.). Via hen wil ze opnieuw de vraag beantwoorden: hoe is Nederland als je afwijkt van de norm?

Zo stelt oud-PvdA politica Amma Asante, inmiddels voorzitter van het Commissariaat voor de Media, bijvoorbeeld dat niemand vrij is van institutioneel racisme. ‘Het kan iedereen overkomen. Ook mij.’ Of je als niet-witte vrouw ooit goed genoeg bent? wil El Khaldi van haar weten. ‘Het is pas genoeg als ik wit word’, zegt Asante opvallend bitter. Toch blijft ze zich – net als bijvoorbeeld Sylvana Simons, met wie ze zich verwant voelt en ook in gesprek gaat – inzetten voor een inclusievere samenleving. Voormalig advocaat Gülsen Alkan, tegenwoordig dansleraar en festivalorganisator, noemt Nederland een schijndemocratie en overweegt of ze zich verkiesbaar wil stellen voor de politieke partij Denk. Ze heeft nog altijd weinig nodig om boos te worden, constateert ze zelf.

Theatermaakster Marjorie Boston meent dat witte Nederlanders anno 2023 nog altijd anders naar zwarte mensen kijken. En dat heeft directe gevolgen voor mensen zoals zij: ‘We moeten weten wat onze plek is.’ Intussen studeert haar dochter Joni rechten. Zij is in een studentenhuis beland met allerlei typische rechtenmeisjes, die ook wel heel veel op elkaar lijken. Inge Verton tenslotte was politieagent in Rotterdam. Na een dienstverband van bijna twintig jaar had ze het gevoel dat die pet haar toch echt niet meer paste. Inmiddels werkt ze als masseuse en begeleidt chi kung-sessies. Zeker sinds de Coronacrisis is Verton het vertrouwen in grotere verbanden en organisaties helemaal kwijtgeraakt en staat ze een alternatieve manier van leven voor.

Na deze vier portretten (waarbij de omstreden columniste Ebru Umar, die in de eerdere series nog wel een prominente rol speelt en ook in het daarvan gebruikte archiefmateriaal regelmatig aan het woord komt, dus ontbreekt) volgt een aflevering waarin de hoofdpersonen samen terugkijken naar (verhitte) groepsgesprekken uit de oorspronkelijke reeks en met elkaar in dialoog gaan over thema’s als uitsluiting en racisme, de positie van vrouwen in Nederland en het fundamentele gebrek aan vertrouwen bij sommigen van hen in het huidige politieke systeem en bestuur (dat soms verdacht dicht tegen complottheorieën aanschuurt). Die gesprekken zijn wederom scherp en gepassioneerd, maar waaieren ook wel erg breed uit.

In het slotdeel komt vervolgens een nieuwe generatie biculturele vrouwen aan het woord: multidisciplinair kunstenaar Yén-Nhi Lê, onderzoeker en docent Oumaima Hajri en rechtenstudent Patrisha Hassell (die een lichamelijke beperking heeft). Hoewel zij zich vrij voelen om zichzelf te zijn en zich uit te spreken, zijn ze ook van mening dat de positie van jonge vrouwen zoals zij nog altijd te wensen overlaat. Dat geldt eerlijk gezegd ook een beetje voor deze serie. Die snijdt weliswaar prikkelende thema’s aan die nog altijd actueel en urgent zijn, maar zou ook wel hebben gevaren bij enige kritische distantie bij de maakster en scherpe eindredactie van iemand die wat minder dicht op de materie zit. Zodat het kaf nét iets meer van het koren was gescheiden.

Girls Girls Girls is hier te zien.

The Murder Of Fred Hampton

MGA

‘Je kunt een revolutionair opsluiten, maar je kunt de revolutie zelf niet opsluiten’, houdt Fred Hampton zijn gehoor voor tijdens een speech. Even later gevolgd door een variant op die strijdleus: ‘Je kunt een vrijheidsstrijder doden, maar je kunt de vrijheidsstrijd zelf niet doden.’

Daarvan is hij zelf een schrijnend voorbeeld geworden. Hampton, leider van het Illinois Chapter van The Black Panther Party, werd in december 1969 op 21-jarige leeftijd, naar verluidt in zijn slaap, tijdens een inval van de politie van Chicago gedood. Net als andere prominente Afro-Amerikaanse stemmen van zijn tijd, zoals Malcolm X, Medgar Evers en Martin Luther King, moest hij zijn bijdrage aan de strijd om burgerrechten op jeugdige leeftijd met de dood bekopen. Hij zou daardoor bijvoorbeeld nooit meemaken hoe een zwarte man ruim dertig jaar later president van zijn land werd. Hampton en zijn strijdmakkers van The Black Panthers hadden dat waarschijnlijk voor onmogelijk gehouden.

Deze observerende zwart-wit film van Howard Alk begint als een collageachtige impressie van ‘s mans strijd, maar wordt gaandeweg een exploratie van The Murder Of Fred Hampton (89 min.). Die heeft als zoveelste scharnierpunt gefunctioneerd in een tijd waarin het Afro-Amerikaanse verzet steeds militanter en openlijk socialistisch wordt, mannen als Bobby Rush, Huey P. Newton en Bobby Seale de harten van Jong Zwart Amerika veroveren en de regering Nixon en het lokale gezag hen maar al te graag een kopje kleiner maken. In het geval van Fred Hampton, een charismatische leider met de gave des woords, gebeurt dit eerst met min of meer legale middelen, in de rechtbank via The Ice Cream Trial, en worden later, in de woorden van de Panthers, talloze ‘pigs’ ingezet om hem definitief het woord te ontnemen.

Intussen nemen zij zelf ook de wapens op en beginnen zich met hand en tand te verdedigen. Moet de dood van Fred Hampton in dat verband worden gezien als – de officiële lezing van de autoriteiten, verwoord door Cook’s County’s officier van justitie Edward Hanrahan – het logische gevolg van een schietpartij tussen zwaarbewapende Black Panthers en de politie van Chicago? Of toch – de haaks daarop staande visie van Hamptons medestanders – als een door het gezag, J. Edgar Hoovers FBI in het bijzonder, slinks georkestreerde moordpartij van een man die de strijd aanbond met de hegemonie van de witte man? Regisseur Alk laat er geen misverstand over bestaan welke mening hij is toegedaan – en het kost een buitenstaander weinig moeite om hem daarin te volgen.

It’s Raining Women

Amstelfilm

Ben jij Rebecca Burke, de wraakzuchtige ex-medewerker die een slaatje uit de situatie probeert te slaan? vraagt advocaat Sam Walker aan haar cliënt, die een rechtszaak tegen haar voormalige werkgever TalkTalk heeft aangespannen. ‘Of ben jij arme Rebecca Burke die onterecht is ontslagen, beroerd werd behandeld en hetzelfde betaald had moeten worden als al die kerels?’ Walker probeert Burke, die bijna de helft minder salaris kreeg dan mannen in een vergelijkbare functie, te waarschuwen: de rechtszaak wordt een theaterstuk en binnen het uur beslissen de rechters en jury op basis van hoe je overkomt, en welke kleding je draagt, welke rol jij daarin speelt.

Terwijl ze Rebecca Burkes pogingen om haar recht te halen documenteert buigt de Finse filmmaakster Mari Soppela zich in It’s Raining Women (86 min.) over de positie van vrouwen in de westerse wereld. Is er nog steeds sprake van een glazen plafond? Weten mensen op straat überhaupt wat er met die term wordt bedoeld? En hebben de Amerikaanse burgerrechtenactiviste Charlayne Hunter-Gault, de eerste vrouwelijke president van Finland Tarja Halonen en de Franse architecte Françoise N’Thépé er bijvoorbeeld mee te maken gekregen? Op de zogenaamde Glass Ceiling-index, die The Economist sinds 2013 publiceert op Internationale Vrouwendag, zijn het in elk geval steevast de Scandinavische landen die goed scoren als het gaat om gelijke kansen voor vrouwen. Nederland bungelt doorgaans ergens onderaan de lijst. 

Soppela, sinds begin jaren negentig woonachtig in ons land, heeft zelf ervaren hoe landen als Nederland en Duitsland achterlopen. Ze introduceert in dat kader haar landgenote Mervi Lampinen. Zij wordt als leidinggevende ook regelmatig aangezien voor secretaresse of schoonmaakster. Als hoofd IT van een internationaal bedrijf moet ze nog altijd vaak uitleggen dat ze het werk echt zelf doet en niet voortdurend hoeft te worden geholpen door mannen. ‘Deze opmerkingen kwamen van zowel mannen als vrouwen’, vertelt ze. ‘Dit is geen mannenprobleem, maar een sociaal probleem.’ Hoe hardnekkig dat is – en met welke middelen de status quo wordt verdedigd – wordt intussen pijnlijk duidelijk in de zaak tussen Rebecca Burke en TalkTalk, waarbij het hard tegen hard gaat.

Die scherpte heeft It’s Raining Women als film soms ook nodig. Want Soppela’s betoog voor gelijke rechten en beloning is weliswaar goed onderbouwd en inhoudelijk ook overtuigend, maar kan zo nu en dan wel wat pit gebruiken. De Zaak Burke geeft een gezicht – een lelijk gezicht, dat van de gezichtsloze vertegenwoordigers van het bedrijf, mannen?, die weigerden om haar op niveau te betalen – aan de strijd die vrouwen ook in ontwikkelde landen nog hebben te voeren. Niet zozeer als het gaat om regels en wetten, maar op het gebied van beeldvorming en attitude. 

Bill Russell: Legend

Netflix

Zeven maanden voor zijn dood laat de hoogbejaarde basketballegende Bill Russell (1934-2022) zijn verzameling memorabilia veilen: kampioensringen, Most Valuable Player-trofeeën en de shirts die hij in zijn hoogtijdagen in de jaren vijftig en zestig bij The Boston Celtics droeg. Een belangrijk deel van de opbrengst gaat naar zijn eigen goede doel MENTOR, waarmee hij de kansen voor jonge (zwarte) Amerikanen wil vergroten. En latere topspelers zoals Charles Barkley, Shaquille O’Neal en Stephen Curry staan in de rij om iets van hun gading te bemachtigen en de man en zijn imposante nalatenschap te eren.

Sinds 2013 staat er in het centrum van Boston, de stad die hem groot maakte en die hij groot maakte, een standbeeld van de topsporter en burgerrechtenactivist. Deze tweedelige film van Sam Pollard, Bill Russell: Legend (199 min.), is eveneens bedoeld als een eerbetoon. Teamgenoten, concurrenten en navolgers steken de loftrompet over de man die een basketbalwedstrijd kon lezen als geen ander en zo het moderne verdedigen heeft uitgevonden. Dat heeft hem en zijn teamgenoten bepaald geen windeieren gelegd, getuige een schier eindeloze stroom landstitels met The Celtics. Achter de gevierde sporter gaat echter gewoon een zwarte man in een witte wereld schuil.

In de lente van 1963 besluiten notabelen in zijn woonplaats Reading bijvoorbeeld om een officiële Bill Russell-dag uit te roepen. De hoofdpersoon reageert vereerd en geëmotioneerd. Als hij enkele maanden later naar een woning in een betere buurt wil verhuizen, krijgt Russell echter een andere kant van de gemeenschap te zien. ‘Mijn vrouw Rose kwam huilend thuis toen bewoners een petitie tegen de verkoop hadden getekend’, schrijft hij in zijn memoires, voor dit portret ingelezen door acteur Jeffrey Wright. ‘We moeten dat huis vergeten, zei Rose. Ze willen ons hier niet.’ Russell is echter onvermurwbaar: ‘Niemand vertelt mij waar ik ga wonen.’

Gaandeweg laat hij zich steeds meer gelden in de burgerrechtenstrijd. Als bokser Muhammad Ali ernstig onder vuur komt te liggen omdat hij zich tegen de oorlog in Vietnam keert, weet hij Russell bijvoorbeeld aan zijn zijde. ‘s Mans maatschappelijke betrokkenheid is ook het interessantste onderdeel van deze verder wel erg ronkende sportbiografie, waarin allerlei prominenten hem de ene na de andere veer in z’n reet steken. Meer nog dan de speler die The Boston Celtics in dertien jaar maar liefst elf landskampioenschappen heeft bezorgd gaat Bill Russell immers de geschiedenisboeken in als de man die het basketbal heeft geopend voor Afro-Amerikanen, eerst als speler en later als coach.

Metissen Van België

Hugo (l) en Jaak (r) in Congo / De Chinezen / VRT

Wat een hand kan zeggen. Als hij liefdevol op die van een ander wordt gelegd. Geruststellend, troostend. Ik hoor je, zie je, voel je. 

Of als hij om een schouder wordt geslagen. Vaderlijk, begripvol. Maar ook: steun zoekend. 

En als hij, trillend, contact probeert te leggen. De afstand die onderweg is ontstaan wil overbruggen.

Metissen Van België (136 min.) had een veredelde versie van de televisieprogramma’s Spoorloos en Verborgen Verleden kunnen worden, waarin (verweesde) volwassenen voor de camera op zoek gaan naar hun oorsprong. Uiteindelijk is deze productie van Steven Crombez tot zoveel meer uitgegroeid: een collectieve zoektocht naar identiteit, verbinding en (zelf)respect, tegen de achtergrond van het kolonialisme.

Met deze driedelige serie belicht Crombez een zwarte bladzijde uit de koloniale geschiedenis van België. Daarvoor start hij in het Rwandese dorp Save, waar in de jaren veertig en vijftig een internaat voor ‘mulattenkinderen’ was gevestigd. Deze kinderen uit Congo, Rwanda of Burundi, het product van de relatie tussen een Belgische witte man en een lokale zwarte vrouw, namen daar, vaak zonder dat ze het zelf door hadden, definitief afscheid van hun ouders. 

‘Wij waren mulâtres’, stelt Georges. ‘Dat is de kruising tussen een paard en een ezel.’ Germaine vult aan: ‘Kinderen van de zonde. En onze moeders waren hoeren. Onze vaders trof geen schuld.’ Toen in de jaren vijftig de Congolese onafhankelijkheidsstrijd losbarstte, werden honderden van deze kinderen overgebracht naar België. ‘God heeft de blanke en de zwarte geschapen’, zei de latere Belgische premier Joseph Pholien ooit. ‘De duivel heeft de metis geschapen.’

Deze kinderen kwamen terecht bij pleeggezinnen of in weeshuizen. Hun koloniale dossiers zijn pas onlangs vrijgegeven, zestig jaar na de onafhankelijkheid. Sindsdien kunnen zij – als ze dat willen – op zoek gaan naar waar ze vandaan komen. ‘Ik heb hier ontdekt dat mijn geschiedenis die mij aangeleerd was, voor een groot deel gelogen was’, stelt Jacqueline tijdens een bezoek aan haar geboorteland Rwanda. ‘Blijkt dat ik niet ben wie ik dacht te zijn.’

Jacqueline, die als tweejarig meisje afscheid moest nemen van haar complete familie, is één van de drie metissen die Steven Crombez volgt naar hun geboorteland. Voormalig politierechercheur Jaak gaat met zijn volwassen zoon Hugo, die hij bepaald geen gemakkelijke jeugd heeft bezorgd. En Paul probeert het contact met zijn moeder in Rwanda te herstellen. Zij schreef hem jarenlang wanhopige brieven, die hij vaker dan hem nu lief is onbeantwoord liet.

Deze aangrijpende persoonlijke verhalen, sereen gefilmd in een zeer fotogenieke omgeving, worden verdiept en verbreed door lotgenoten. Hun herinneringen zijn niet minder indringend. ‘Zelfs nu nog denk ik bij mezelf dat het misschien beter is dat ik geen kinderen heb gekregen’, bekent Eveline bijvoorbeeld. ‘Ik zou niet gewild hebben dat ik geen goede moeder had kunnen zijn, dat ik ze niet had kunnen bieden wat een kind nodig heeft.’

‘Ik heb geprobeerd Belg te zijn’, zegt Georges. ‘Ik heb geprobeerd Vlaming te zijn. Maar uiteindelijk, het racisme brengt je terug tot de werkelijkheid.’ Op een bepaald moment ging hij zich afvragen: ‘wie ben ik dan? En dan moet je jezelf een antwoord geven en zeggen: ik ben wie ik ben. Ik ben metis. Ik ben tussenin. Daar is niks mis mee.’ Het is een even vanzelfsprekende als pijnlijke constatering, waarmee hij zichzelf eindelijk de hand reikt.

Om vrede te vinden met wie hij is, net als al die anderen: een metis van België.

Trailer Metissen Van België

Murder On A Sunday Morning

Prime

James, de echtgenoot van de 65-jarige Mary Ann Stephens en tevens de enige ooggetuige van het misdrijf, heeft hem hoogstpersoonlijk aangewezen: Brenton Butler is degene die hen op zondagochtend 7 mei 2000 bij het Ramada Inn-hotel in Jacksonville, Florida heeft overvallen. In de rechtszaal bevestigt Stephens nog maar eens dat het de vijftienjarige zwarte jongen was die Mary Ann heeft vermoord.

Brentons advocaat Pat McGuinness is niettemin overtuigd van de onschuld van zijn cliënt. Die is simpelweg het slachthuis van raciaal profileren. De politie heeft gewoon de eerste de beste Afro-Amerikaanse tiener van de straat geplukt en tot een bekentenis gedwongen, meent hij. Documentairemaker Jean-Xavier de Lestrade sluit aan bij het verdedigingsteam van McGuinness en zijn collega Ann Finnell voor wat een true crime-klassieker zal worden: Murder On A Sunday Morning (111 min.), in 2002 bekroond met de Oscar voor beste documentaire.

De Lestrade, die enkele jaren later nóg een genretopper zal afleveren met de docuserie The Staircase over een vrouw die thuis van de trap is gevallen/geduwd, volgt de rechtszaak tegen Brenton Butler op de voet en brengt tevens in beeld hoe zijn advocaten het proces voorbereiden en verder uitzoeken. Zij gaan er helemaal voor, ervan overtuigd dat hun cliënt onschuldig is en bovendien doelbewust gemaltraiteerd door scoringsbeluste politieagenten. Zeker de verbeten Pat McGuinness gaat er in de rechtszaal regelmatig met gestrekt been in.

‘Als een hond op je tapijt plast en je straft hem niet, dan blijft hij op je tapijt plassen’, zegt hij daarover tegen De Lestrade. ‘Als je een getuige die liegt niet tot de orde roept of vernedert, dan blijft ie dat doen.’ Zulke publieke tuchtigingen gaan de Ierse straatvechter goed af. En hij lijkt er ook lol in te hebben om rotte agenten – althans, in zijn ogen – genadeloos met hun eigen verklaringen om hun oren te slaan. Op die manier wil hij de zaak van openbaar aanklager Laura Starrett onschadelijk maken en de jury ervan overtuigen dat ‘Bren’ moet worden vrijgesproken.

De juryleden hebben uiteindelijk welgeteld 45 minuten nodig om tot een vonnis te komen in deze klassieke rechtbankdocu, die nauwgezet laat zien hoe het Amerikaanse justitiële systeem (niet) werkt en die tevens aantoont hoe belangrijk het is dat ook, of júist, verdachten die de schijn tegen hebben, al is het alleen door de bevolkingsgroep waartoe ze behoren, met kennis, passie en vernuft worden verdedigd.

Free Chol Soo Lee

Dáár, die Chinees heeft ‘t gedaan!, zegt de ene na de andere getuige. Op basis van hun verklaringen verdwijnt Chol Soo Lee in 1973 voor de rest van zijn leven achter de tralies – ook al is hij toch echt een Koreaan en kan iedereen die ook maar iets van Aziaten weet dus direct zien dat hij niet uit China komt. De 21-jarige immigrant, een jongen van de straat, wordt beschuldigd van de brute liquidatie van bendeleider Yip Yee Tak in Chinatown, San Francisco, en zal de rest van zijn leven moeten doorbrengen in een gevangenis, de Deuel Vocational Institute in Tracy, die ook wel bekend staat als ‘Gladiator School’.

En daar, in een penitentiaire inrichting die wordt gedomineerd door allerlei bendes, zal Chol Soo Lee al snel een lid van de Aryan Brotherhood doden. Hij krijgt weer een moord op zijn naam, hoewel hij volgens eigen zeggen niet eens wist dat de man met wie hij had gevochten was gestorven. Dat nieuwe incident is meteen ook een klap in het gezicht voor medestanders zoals advocaat Ranko Yamada en onderzoeksjournalist Kyung Won Lee, die overtuigd zijn geraakt van zijn oorspronkelijke onschuld. Nu worden ook zij geconfronteerd met een nieuwe situatie: de jongeling kan de doodstraf krijgen.

Julie Ha en Eugene Yi tekenen in Free Chol Soo Lee (85 min.) op hoe de onfortuinlijke Koreaan een symbool wordt van onrecht, van ernstige vooroordelen tegen hemzelf en Aziatische Amerikanen in het algemeen. Actiecomités eisen dat hij wordt vrijgesproken van de huurmoord in Chinatown en een nieuw en eerlijk proces krijgt voor het sterfgeval in de gevangenis. Chol Soo is dankbaar voor alle steun, maar strijdt in stilte tegen donkere gedachten. Die worsteling kunnen de filmmakers inzichtelijk maken met persoonlijke teksten van hun protagonist, ingesproken door Sebastian Yoon.

Die vormen een welkome aanvulling op de herinneringen van alle mensen die toentertijd voor Chol Soo Lee in de bres sprongen en die zich gaandeweg, in de slotakte van deze aangrijpende film, beginnen af te vragen of hij wel is te redden. Dan wordt ook pas echt duidelijk hoeveel klappen het leven aan Chol Soo heeft uitgedeeld. Dat ene fatale ogenblik, waarop het vooroordeel dat alle ‘Chinezen’ nu eenmaal allemaal op elkaar lijken werd gericht op hem, is niet meer dan een scharnierpunt geweest in een ronduit tragisch bestaan.

Larry Kramer In Love & Anger

HBO Max

Staand bij het katheder lijkt hij even in gedachten verzonken. En dan ineens begint Larry Kramer (1935-2020) aan zo’n kenmerkende tirade over het HIV-virus, dat in de voorgaande jaren een ravage heeft veroorzaakt in zijn gemeenschap. ‘De pest’, roept hij. ‘De pest is hier uitgebroken.’ Het is september 1991. Kramer kijkt woest de zaal in en herhaalt nog maar eens. ‘De pest. Veertig miljoen besmette mensen. Het is een plaag en niemand durft het toe te geven.’ De Amerikaanse schrijver en AIDS-activist sluit zijn speech uiteindelijk in stilte af. En met een hele diepe zucht.

In Larry Kramer In Love & Anger (81 min.) gaat regisseur Jean Carlomusto terug naar de oorsprong van de woede van haar hoofdpersoon. Ze belandt bij diens onverdraagzame vader en komt via een ongelukkige studietijd en korte, heftige periode als scenarioschrijver in Hollywood uit bij Kramers controversiële debuutroman Faggots (1978). Daarin stelt hij de preoccupatie met seks in de gaywereld aan de kaak. ‘Ik ben boos op mezelf en m’n vrienden, maar uiteindelijk mag je doen wat je wilt’, zegt hij daarover tijdens een televisie-interview met homoactivist Vito Russo. ‘Ga daarna alleen niet klagen dat alles tegenvalt.’ Hij specificeert: ‘Het leven is geen makkie en een relatie ook niet, maar er wacht je een mooie beloning als je iets verder kijkt dan het orgasme.’

En dan wordt de wereld, die hij van binnenuit keihard heeft aangepakt, begin jaren tachtig ineens overvallen door een ziekte die ‘homokanker’ wordt genoemd. In eerste instantie is er in de Verenigde Staten weinig aandacht voor het HIV-virus en de verpletterende gevolgen daarvan. Niet gek volgens Larry Kramer, die zoals gebruikelijk van zijn hart nooit een moordkuil maakt. ‘De patiënten zijn flikkers, nikkers, latino’s, junkies en hoeren. Daarom!’ Toch geeft AIDS hem ook de gelegenheid om ‘hate to say I told you so’ te zeggen. Kramer houdt staande dat iemands geaardheid méér is dan zijn of haar geslachtsdeel. Die boodschap wordt alleen zeer wisselend ontvangen binnen de homowereld: als een broodnodige wake-up call of juist als een pijnlijke expressie van zelfhaat.

Die tweespalt is exemplarisch voor Larry Kramers positie in zijn eigen gemeenschap, zo laat dit portret uit 2015 treffend zien. Met zijn eloquentie en drift wint hij harten, maar veroorzaakt hij ook deining en ongemak. Befaamd zijn z’n aanvallen op Ed Koch, de burgemeester van New York waarover wordt gefluisterd dat hij zelf homoseksueel was, en zijn aanvaringen met immunoloog Anthony Fauci, de overheidsfunctionaris die later ook het gezicht zou worden van Amerika’s respons op het Coronavirus. De gayactivist spoorde hem op alle mogelijke manieren aan om in actie te komen. Ruim dertig later kijkt Fauci niettemin met waardering terug op Kramers rol. En die is op zijn beurt ook mild over de man die uiteindelijk een succesvol AIDS-beleid ontwikkelde.

Toen deze documentaire werd gefilmd, was Larry Kramer inmiddels een broze, oude man geworden. Hij lag in het ziekenhuis om te herstellen van een levertransplantatie en was nauwelijks nog te herkennen als de militante activist die zowel mede- als tegenstanders de stuipen op het lijf kon jagen. Larry Kramer In Love & Anger is desondanks een passend eerbetoon aan een man die zijn eigen strijd werd en zo, met het nodige kunst- en vliegwerk, de wereld een heel klein beetje beter maakte.

De Blauwe Familie

KRO-NCRV

Terwijl een kamer van het Corendon Hotel bij Schiphol in gereedheid wordt gebracht voor de gesprekken, weerklinken de stemmen van politiemedewerkers die hebben besloten om níet te komen. Zij willen uiteindelijk toch niet meewerken aan deze interviewfilm van Maria Mok en Meral Uslu over misstanden bij de Nederlandse politie. Zes anderen, veelal van niet-Nederlandse afkomst, zijn wél bereid om zich uit te spreken.

‘Ik heb dan liever PTSS van iets wat er echt toe doet, iets ergs wat buiten is gebeurd’, stelt Dwight van van de Vijver, die bijvoorbeeld te maken had met een, in zijn ogen, racistische chef. ‘Niet van iemand die mij het leven zuur wil maken omdat ik in zijn ogen anders ben of minderwaardig ben.’ Van van de Vijver was wijkagent, hulpofficier van justitie en communicatieadviseur bij de korpsleiding en heeft de handdoek inmiddels in de ring gegooid. Hij zoekt zijn heil elders.

‘Ik werk dus bij een organisatie die absoluut geen pestprotocol of bejegeningsprotocol heeft’, stelt Yvel Blokland over gedrag dat hij in zijn werkomgeving heeft waargenomen, waaronder het versturen van racistische appjes. ‘Wat zijn nou de omgangsregels met elkaar?’ vraagt hij zich samen met zijn collega Péris Conrad af. ‘Wat is gewenst gedrag en wat is ongewenst gedrag?’ Conrad heeft z’n conclusie inmiddels getrokken: die pet past hem niet meer. Ook hij trekt de deur achter zich dicht.

Voor klokkenluiders geldt doorgaans: ‘Wie praat, die gaat.’ Süleyman Ortaç, informantenrunner bij het Team Criminele Inlichtingen is nog niet zover – al staat ook hij inmiddels echt op de drempel. Sinds hij kritiek uitte op het werk van zijn eenheid, waardoor enkele informanten zouden zijn geliquideerd, wordt Ortaç volgens eigen zeggen naar buiten geduwd. ‘Het gevoel van onveiligheid binnen De Blauwe Familie (50 min.) wat ik nu heb is onbeschrijfelijk’, zegt hij geëmotioneerd. ‘Ik heb er eigenlijk geen woorden voor. Dat giert gewoon door je hele lichaam.’

Behalve enkele, veelal tot op het bot beschadigde, dienders komen ook advocaat Richard Korver en voorzitter Jan Struijs van de Nederlandse Politiebond aan het woord in deze schurende film, die een vervolg lijkt op Verdacht (2018), een documentaire over etnisch profilering door de politie waarvoor Controle Alt Delete, ‘een onafhankelijke organisatie die zich inzet voor eerlijke en effectieve rechtshandhaving’, eveneens een faciliterende rol speelde.

Met indringende persoonlijke getuigenissen vanuit het hart van de politie agenderen Mok en Uslu nu nadrukkelijk de thema’s racisme en discriminatie binnen de organisatie zelf. Ze bieden de korpsleiding verder geen gelegenheid om te reageren. Daardoor is voor een buitenstaander moeilijk vast te stellen of het om afzonderlijke voorvallen óf toch – en daarvoor zijn serieuze aanwijzingen – om ernstige systeemproblemen bij (een deel van) de Nederlandse politie gaat.

Een inhoudelijke reactie van ‘De Blauwe Familie’ kan en mag dus niet uitblijven.

George Wallace: Settin’ The Woods On Fire

PBS

‘Segregation now, segregation tomorrow, segregation forever!’ Met die controversiële slogan, uitgesproken tijdens zijn inauguratiespeech in 1963, nestelde gouverneur George Wallace (1919-1998) zich in Amerikaanse geschiedenisboeken. Op een zwartgerande bladzijde, dat wel. Als de verpersoonlijking van giftige ‘southern pride’.

Die malicieuze woorden waren echter niet zozeer de uiting van een diepgewortelde overtuiging als wel van een politieke keuze van de gouverneur van Alabama, één van de frontlinies in de strijd om burgerrechten voor zwarte Amerikanen. Wallace, die zijn publieke carrière was begonnen als een progressieve politicus, had een pact met de Duivel gesloten. Nadat hij ten onder was gegaan tijdens zijn eerste campagne om het gouverneurschap van de oerconservatieve zuidelijke staat, wist de rasopportunist één ding zeker: hij zou nooit meer ‘outniggered’ worden.

Alleen als spreekbuis van ‘Apartheid’ had Wallace politieke toekomst in Alabama. En daarmee zou hij in de jaren zestig zelfs een landelijke bekende politicus worden, een geduchte outsider bij presidentsverkiezingen. Totdat de loner Arthur Bremer tijdens een campagnebijeenkomst in 1972, voor het oog van de camera, vijf kogels in zijn lijf joeg. George Wallace raakte verlamd en was de rest van zijn leven veroordeeld tot een rolstoel. Hij zou er uiteindelijk een ander mens door worden. Een man die publiekelijk boete wilde doen voor zijn zonden.

Die persoonlijke ontwikkeling – van een positie als spreekbuis van de gewone werkeman via een langgerekte periode als Amerika’s opper-redneck tot een onverwachte remonte als bekeerling – wordt uitputtend, goed gedocumenteerd en afgewogen geboekstaafd in de biografie George Wallace: Settin’ The Woods On Fire (160 min.). Acteur Randy Quaid fungeert als de nuchtere verteller van Wallace’s tumultueuze levensverhaal. Zijn tweede vrouw, zoon George Jr., medewerkers en politieke mede- en tegenstanders zorgen voor de bijbehorende herinneringen. En Hank Williams levert het treffende titelnummer.

George Wallace oogt in deze gelauwerde postume biografie van Daniel McCabe en Paul Stekler uit 2000 toch eerst en vooral als een tragische figuur: een ontzettend begaafde politicus die ten prooi valt aan ongebreidelde machtshonger en daardoor zijn eigen idealen verkwanselt. Hij neemt zijn toevlucht tot de volksmennerspraktijken, die ook moeiteloos zijn te herkennen bij hedendaagse populisten. In wezen heeft elk volk, elk land, elk tijdsgewricht zijn eigen George Wallaces, mannen die feilloos herkennen waar het wringt en dat vervolgens, soms zelfs ondanks henzelf, zonder scrupules exploiteren.

Race: Bubba Wallace

Netflix

Hij was dan misschien de enige zwarte man in de NASCAR-autoraces, maar had zich altijd afzijdig gehouden van politiek. Totdat de zwarte Amerikaan George Floyd, tevergeefs ‘I can’t breathe’ kreunend, in 2020 stierf door bruut politieoptreden.

Toen Darrell ‘Bubba’ Wallace Jr. vervolgens bij een race een Black Lives Matter-shirt aantrok, werd hem dat bepaald niet door iedereen in dank afgenomen. En toen hij daarna ook nog eens pleitte voor een verbod op de omstreden confederatievlag, een populair symbool bij de zeker in zuidelijke staten geliefde stockcarraces, werd hij een ideaal haatobject voor Onverdraagzaam Amerika en waren zelfs doodsbedreigingen niet van de lucht. Met als dieptepunt een strop, hét symbool voor lynching van Afro-Amerikanen, die werd aangetroffen in zijn garage. Waarna ook president Trump zich met de zaak meende te moeten bemoeien.

Deze actuele maatschappelijke kwestie loopt als een rode draad door de zesdelige docuserie Race: Bubba Wallace (283 min.), die ook de historische context van Wallace’s situatie – de benarde positie van zwarte coureurs binnen NASCAR en zwarte sporters in de Verenigden Staten in het algemeen – aan de orde stelt. Die boeiende insteek vormt soms alleen lastig een logische eenheid met de rest van de serie, waarin met allerlei insiders tamelijk stereotiep Wallace’s carrière en huidige verrichtingen voor het 23XI-raceteam van basketballegende Michael Jordan, inclusief uitgebreide wedstrijdimpressies, worden doorgenomen.

Op zulke momenten is de serie van Erik Parker toch vooral interessant voor liefhebbers van deze specifieke vorm van autosport en dreigt het grotere verhaal, dat vanzelfsprekend een zware wissel heeft getrokken op deze held tegen wil en dank, te verzuipen in een typisch Amerikaanse verzameling clichés over enórme uitdagingen, tegenslagen én overwinningen. Want in de apotheose van Race: Bubba Wallace moet de protagonist, zoals het in een echte sportdocu betaamt, natuurlijk nog een belangrijke overwinning proberen te boeken.

Drijfvermogen: Over Flotatie, Ras En Andere Drijfveren

NTR

‘Ik ga stoppen.’

‘Waarom? Met acteren?’

‘Ja.’

‘Waar heb je dit in één keer vandaan gehaald? Ik bel je eigenlijk omdat ik een nieuwe klus voor je binnen heb. En het is een heel lekkere ook.’

‘Ja maar, ik heb…’

‘Een voice-over klus voor een nieuwe commercial van een tropisch drankje. En zij zochten iemand die sportief en exotisch overkomt. Ook met een Antilliaans accent. Dus ik dacht eigenlijk direct aan jou. En het is 8000 euro. Één dagje werk.’

Acteur Tarikh Janssen wordt overvallen door het telefoontje van zijn agent Barbara Rasker. Hij had net besloten om te stoppen met acteren – moe van de discriminatie en typecasting binnen de Nederlandse filmwereld – en was vastbesloten om zijn ooit zo veelbelovende zwemcarrière weer op te pakken. Dat Antilliaanse accent kunnen ze krijgen, hoor. ‘In mijn focking reet!’

‘Haat jij witte mensen?’ wil Ivan Barbosa, de maker van de korte documentaire Drijfvermogen: Over Flotatie, Ras En Andere Drijfveren (30 min.), vervolgens weten van zijn hoofdpersoon. ‘Wat zeg je?’ reageert Tarikh verrast. Voordat hij daadwerkelijk antwoord kan geven, heeft Barbosa alweer doorgesneden naar beelden van Carnaval. In kleur. Waarna maker en subject – in zwart-wit, zoals vrijwel de gehele film – in een twistgesprek verzeild raken over de docu zelf. ‘Heeft de NTR jou dit gegeven omdat die Black Lives Matter ineens opkwam?’ bijt Janssen zijn gesprekspartner toe.

Bekvechtend en soms ook gewoon ruziënd gaan de filmer en acteur samen op zoek naar waar het wringt, knarst en woelt tussen zwart en wit, tussen vrienden en tussen geliefden. En binnen in jezelf, natuurlijk. Waarbij de grens tussen fictie, non-fictie en ook satire nergens écht scherp wordt getrokken. Is Tarikh Janssen werkelijk een stereotiepe ‘angry black man’ of speelt hij hem gewoon heel overtuigend? Hij noemt Barbosa in elk rustig een ‘excuusneger’, kibbelt ongegeneerd met zijn blonde vriendin Lonneke Bakker en zoekt zijn heil ook nog bij psychiater Glenn Helberg.

Heeft hij een echte identiteitscrisis of, zoals zijn beste maat Yannick Jozefzoon vermoedt, gewoon de acteurscrisis die er nu eenmaal bij hoort rond je dertigste? Behalve een doelbewuste poging om zowel wit als zwart te ontregelen en provoceren – een intentie die overigens al in de openingssequentie wordt uitgesproken – is Drijfvermogen duidelijk ook een film die aanzet tot (zelf)reflectie.

Een trailer van Drijfvermogen is hier te bekijken.