The Match

September Film

De Falkland-oorlog van 1982 werpt vier jaar later nog altijd z’n schaduw over de wedstrijd tussen Engeland en Argentinië, in de kwartfinale van het wereldkampioenschap voetbal in Mexico op 22 juni 1986. Het is de dag waarop ‘de Hand van God’ zal interveniëren in een voetbalwedstrijd – en één enkele speler boven alle gewone stervelingen zal uittorenen.

Toch is The Match (91 min.), de gestileerde documentaire van Juan Cabral en Santiago Franco, meer dan simpelweg het verhaal van Diego Maradona, aan de hand van zijn meesterstuk. Cabral en Franco plaatsen de Britse teamcaptain Gary Lineker (terzijde gestaan door de oud-internationals John Barnes en Peter Shilton) en zijn Argentijnse tegenhanger Jorge Valdano (ondersteund door z’n ploeggenoten Oscar Ruggeri, Jorge Burruchaga, Ricardo Giusti en Julio Olarticoechea) in een breed opgezette vertelling, die de context, het belang en de reikwijdte van die ene legendarische wedstrijd met veel bravoure uitdiept. Lineker en Valdano krijgen ook meteen de rol van verteller toebedeeld.

Die match begint overigens pas halverwege. De filmmakers nemen eerst de tijd om alle bouwstenen voor dat titanengevecht te schetsen. Het wegzenden van de Argentijnse speler Antonio Rattín tijdens het WK van 1966 in Engeland bijvoorbeeld, de directe aanleiding voor de wereldvoetbalbond FIFA om rode kaarten, en gele, te introduceren. Of de onverwachte entree van Diego Maradona tijdens een concert van de Britse rockband Queen in Argentinië, voor zijn eigen versie van de klassieker Another One Bites The Dust. En, natuurlijk, het plotseling opvlammende gewapende conflict tussen de twee landen rond Las Malvinas, ofwel de Falklandeilanden, voor de kust van Argentinië.

In het Azteca-stadion duurt het tot de tweede helft voordat de wedstrijd loskomt. Eerst door Maradona’s handsbal, één van de meest omstreden doelpunten uit de voetbalhistorie. Drie minuten later gevolgd door zijn allermooiste doelpunt, een weergaloze solo langs vijf verbouwereerde Engelsen. Cabral en Franco laten de fameuze goal in eerste instantie niet zien. Ze geven simpelweg de Argentijnse commentator van dienst alle ruimte en tonen ondertussen close-ups van de gebiologeerde gezichten van de oud-spelers, terwijl zij de beelden aanschouwen die hun verdere leven hebben bepaald – al is ook de zogeheten ‘Nek van God’ essentieel geweest voor de Argentijnse overwinning.

The Match wordt zo een lekker lyrische film over sport, politiek en mythologie, die het gejuich in het hier en nu of toen en daar ontstijgt. Over een wedstrijd die véél meer is geworden dan een krachtmeting tussen twee voetbalelftallen – en topsport behandelt als de hartslag van een land, tijd en wereld.

Novak Djokovic: The Wolf In Winter

Prime Video

Ook de gouden medaille op de Olympische Spelen van 2024 heeft de honger niet kunnen stillen. Begin 2025 maakt Novak Djokovic, de succesvolste tennisser aller tijden, zich op voor zijn 25e Grand Slam-titel. Stoppen wordt voor de ‘wolf’, het nationale dier van zijn land Servië, pas een optie als zijn lichaam écht niet meer wil – of als de jonkies hem structureel alle hoeken van de baan laten zien.

Echt populair is Djokovic nooit geworden. Hij werd beschouwd als een soort spelbreker, de man die zich ongevraagd begon te bemoeien met de verheven tweestrijd tussen de iconen Roger Federer en Rafael Nadal, het duo dat jarenlang de dienst uitmaakte in de tenniswereld. Een uitdager die zich bovendien niet wist te gedragen. Als een vulkaan kon de Serviër uitbarsten. Hij koelde die woede dan op z’n rackets.

Zijn schurkenimago heeft natuurlijk ook een plek gekregen in de documentaire Novak Djokovic: The Wolf In Winter (93 min.). Djokovic en zijn vrouw Jelena, ouders Srdan en Dijana en broers Marko en Djordje verbinden dit met zijn Servische inborst. Als alles tegenzit en iedereen tegen je lijkt te zijn, vallen Serviërs terug op ‘inat’, een soort innerlijke koppigheid waarmee ze hun eigen gelijk willen aantonen.

Regisseur Jason Hehir benadrukt daarbij ook de invloed van de Joegoslavische burgeroorlog. De kleine Novak, die als kind onbedaarlijk kon huilen als hij eens verloor, groeide op toen de NAVO bommen dropte op Servië. Demonstranten begonnen destijds met ‘target’ op hun borst rond te lopen. Hen konden ze misschien doden, was de boodschap, maar hun geest zouden ze er nooit onder krijgen.

Die rebelse houding kenmerkt ook Djokovic, getuige bijvoorbeeld een hoogopgelopen kwestie rond de Australian Open in 2022. Toen het Coronavirus in de hele wereld huishield, wilde de recordwinnaar ongevaccineerd deelnemen. ‘Ik kwam op voor mijn recht’, zegt hij er ruim vier jaar later over. ‘Voor de bescherming van mijn integriteit en wat ik denk dat het beste is voor mijn lichaam. Dat is alles.’

In Melbourne wil de routinier nu, als ‘een leeuw in de winter’ aldus journalist Howard Bryant, voor de elfde keer winnen en dus zijn 25e Grand Slam binnenhalen, het hart van de tweede helft van deze overtuigende sportdocu. Dit gaat, zoals waarschijnlijk bij alle grote kampioenen, gepaard met elementaire twijfel. ‘Hoe lang nog?’ vraagt Novak Djokovic zich af. ‘Waarom doe ik mezelf en mijn gezin dit steeds weer aan?’

Abandonados

Disney+

‘Kent u ze?’, leest Marisa Manera in 1984 op een prikbord van de sociale dienst van Barcelona, bij een foto van een aandoenlijk tweejarig meisje en twee schattige jongetjes. ‘We hebben informatie nodig over deze kinderen. Als u ze kent, neem dan contact op met Montse Martí, sociaal werker.’ De ongewenst kinderloze Marisa meldt zich direct bij Montse: samen met haar man, de leerkracht Lluís Moral, wil ze de kinderen wel in huis nemen. Ruim veertig jaar later is Marisa, zeker na het overlijden van haar echtgenoot, nog altijd hun steun en toeverlaat, hun moeder.

Elvira Moral Manera en haar oudere broertjes Ramón (6) en Richi (4) zijn op 22 april 1984 op het treinstation Estació de Francia spelend in een trein aangetroffen door een conducteur. De drie kinderen zeggen dat ze daar zijn achtergelaten door een Franse man genaamd Denis, die hen vanuit Parijs met een witte Mercedes naar Barcelona zou hebben gebracht. Van hun ouders weten de kinderen, die vooral Frans spreken, verder hoegenaamd niets. Zelfs hun voornaam kunnen ze niet reproduceren. Ze kennen ook hun eigen achternaam niet.

Een half leven later tasten de Abandonados (163 min.) nog altijd in het duister over hun eigen achtergrond. Als Elvira zelf moeder wordt, wil ze echter meer weten over haar oorsprong. Die beslissing zet een enerverende zoektocht in gang, die in deze vierdelige serie door regisseur Carlos Alonso Ojea op de voet wordt gevolgd. Ramón, Richi en Elvira worden daarbij terzijde gestaan door een groepje amateurdetectives en onderzoeksjournalist Carles Porta en zijn team. Stukje bij beetje ontdekken de drie waar – en bij wie – ze vandaan komen.

Daarvoor moeten ze, zoveel jaar na dato, nog steeds onwil wegnemen bij bronnen die hen wellicht verder kunnen helpen. Want al snel wordt duidelijk dat hun ouders zich vermoedelijk in criminele kringen bewogen, waar doorgaans kordaat wordt gehandeld en zorgvuldig wordt gezwegen. Wellicht ligt daar ook het antwoord op de vraag waarom pa en ma hun kinderen – samen en toch moederziel alleen – aan hun lot hebben overgelaten op een treinstation en nooit meer iets van zich hebben laten horen. Toch boeken de broers en zus wel degelijk vooruitgang.

Als dit buitengewone verhaal, dat Ojea stapsgewijs en met de nodige suspense onthult, zijn voorlopige ontknoping nadert, hebben ze kennis gemaakt met pak ‘m beet een beruchte crimineel die in de Modelo de Barcelona-gevangenis wordt geliquideerd, een Parijse speelgoedwinkel met een krokodil aan het plafond en de Gouddieven van Andalusië. Op zoek naar sporen uit het verleden zijn ze bovendien in de landen Frankrijk, België en Zwitserland beland. Tegelijk leren de drie Abandonados zichzelf ook beter kennen – als producten van zowel nurture als nature.

Aan het einde van hun aangrijpende queeste – althans aan het einde van deze overrompelende miniserie, die in de verte aan de ingenieuze real life-thriller Three Identical Strangers (2018) doet denken – zijn ze heel wat wijzer, maar blijft er ook nog het nodige te raden en te wensen over. Zoals één van de sleutelfiguren uit hun speurnetwerk, de forensisch arts Montse Del Rio, hen bij aanvang al heeft gewaarschuwd: dit wordt een lange afstandsrace. En de finish lijkt nog altijd niet in zicht. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Rafa

Netflix

Terwijl de Spaanse toptennisser Rafael Nadal in 2024 nog eenmaal terug probeert te komen aan de top, zodat hij voor de vijftiende keer kan deelnemen aan zijn favoriete toernooi Roland Garros, blikt hij in de vierdelige serie Rafa (226 min.) van Zach Heinzerling terug op een lange carrière die hem 22 Grand Slam-titels heeft bezorgd. Als einddertiger oogt hij fragieler dan ooit. Nadal lijkt nauwelijks meer op de krijger van weleer, een Samson-achtige figuur met een ‘morgen bestaat niet’-attitude. De zweetband is gebleven, maar zijn haar is tegenwoordig een stuk korter en begint uit te dunnen. En Rafa draagt ook geen shirts zonder mouwen of ‘piratenbroeken’ meer.

Hij begon ooit met een achterstand, blijkt uit de eerste aflevering. Rafael Nadal werd al jong gediagnosticeerd met de Ziekte van Müller-Weiss. Hij is de enige topsporter met deze chronische voetaandoening, die waarschijnlijk is verergerd doordat hij al op zeer jonge leeftijd intensief begon te sporten en die hem al zijn hele loopbaan parten speelt. Een orthopedische inlegzool vermindert de pijn, maar kan die nooit helemaal weghalen. Die voeten blijven zijn achilleshiel als topsporter – al lijkt ie anno 2024 van de ene in het andere kwetsuur te belanden. Kan Nadal accepteren dat zijn topsportleven er (bijna) opzit en de rest van zijn bestaan, met vrouw en kinderen, nu echt gaat beginnen?

In deel twee van Rafa kijkt hij terug op zijn rivaliteit met de Zwitser Roger Federer, die heeft geresulteerd in talloze heroïsche tweekampen, op Wimbledon in het bijzonder, en die hen allebei naar grootse hoogten heeft opgestuwd. De laatste twee afleveringen van deze miniserie belichten respectievelijk zijn periode als nummer één van de wereld die krijgt te maken met nóg een ‘tennisgod’, Novak Djokovic, en zijn remonte aan de zijde van een nieuwe coach, z’n grote voorbeeld Carlos Moya. Intussen blijft hij in zijn laatste tennisjaar verwoede pogingen doen om waardig afscheid te nemen en nog eenmaal te schitteren op Roland Garros, het graveltoernooi dat hij veertien (!) maal won.

Met impressies van zijn grootste finales, fraaie jeugdfilmpjes en kwetsbare achter de schermen-scènes van z’n comeback, ondersteund door gesprekken met de tenniscrack zelf en zijn persoonlijke en professionele entourage, toont Heinzerling de achterkant van een groot kampioen, die ook maar een gewoon mens blijkt te zijn. Met z’n eigen twijfels en angsten, zorg over het gewoeker met zijn gezondheid en een permanent ongemak rond roem. Een man van grootse daden, maar zeker niet van grote woorden. En toch behept – of daarmee opgezadeld door de bikkelharde coach die hem van jongs af aan begeleidde, zijn eigen oom Toni – met de onstuitbare drang om te (blijven) winnen.

Een man die doorgaat tot het écht niet meer gaat. Ook daarom is deze impressie van het laatste jaar van zijn tenniscarrière interessanter dan het afscheid van zijn grote rivaal (en dierbare vriend) Roger Federer, dat is vervat in de tamelijk beperkte en bleke film Federer: Twelve Final Days (2024). Die match heeft Rafael Nadal tot nader order – het definitieve Federer portret volgt vast nog – in elk geval gewonnen.

Los Asesinos De Colosio

HBO Max

Tijdens een veel te drukke campagnebijeenkomst op een plein in Tijuana heeft hij de Mexicaanse presidentskandidaat Luis Donaldo Colosio op 23 maart 1994 een pistool tegen het hoofd gezet en doodgeschoten.

Toch houdt Mario Aburto Martínez, die direct in de kraag werd gegrepen en toen helemaal onder het bloed zat, staande dat hij onschuldig is. ‘Ik heb de kandidaat nooit iets willen aandoen’, verklaarde hij tijdens het politieverhoor. ‘Niet zo ernstig. Ik wilde hem alleen licht verwonden. Ik wilde op camera kunnen vertellen dat ik dit had gedaan om een oorlog in Mexico te voorkomen.’ Volgens zijn familie, die dertig jaar na dato pleit voor zijn vrijlating, is die bekentenis simpelweg het resultaat van marteling geweest. Mario kon met geen mogelijkheid de (enige) schutter zijn.

Afgaande op de eerste aflevering van deze dik aangezette driedelige serie van José Ortiz leven er nog veel meer vragen rond Los Asesinos De Colosio (Engelse titel: Colosio: Political Assassination, 149 min.), maar is Aburto zonder twijfel het belangrijkste slachtoffer van wat er zich op die fatale maartdag in ‘94 heeft afgespeeld. In de tweede aflevering komt er pas aandacht voor de man die toen werd vermoord. Was dat een politieke afrekening, de prijs die Luis Donaldo Colosio betaalde voor zijn besluit om de PRI, de partij die al decennia aan de macht was in Mexico, grondig te hervormen?

En was dit dan een samenzwering, waarbij een andere/tweede schutter met banden met de Mexicaanse inlichtingendienst CISEN, ene José Antonio Sánchez Ortega, de trekker had overgehaald en meerdere hooggeplaatste figuren, waaronder zelfs de toenmalige president Carlos Salinas de Gortari, betrokken waren? Die werpt ruim dertig jaar later in elk geval alle beschuldigingen ver van zich in deze miniserie. En hij weigert bovendien in te gaan op de innige banden van zijn broer Raúl met Mexico’s machtige drugskartels, die hun hand niet omdraaien voor een moord meer of minder.

Zo vliegen de beschuldigingen over en weer in een tamelijk warrige vertelling, waarbij nauwelijks is vast te stellen of iemands bewering moet worden gezien als een inderdaad nog niet volledig uitgelopen onderzoekspiste of een doelbewust uitgezet dwaalspoor, om de aandacht af te leiden van de echte feiten. De nietsvermoedende kijker blijft vermoedelijk dus beduusd achter. Moe gepraat, het spoor bijster.

Sins Of My Father

HBO

Sebastian Marroquin was pas zestien toen zijn vader in december 1993 werd gedood in de stad waarin hij zo lang had geheerst, Medellin. De zoon van de beruchte Colombiaanse drugsbaron Pablo Escobar hoorde het nieuws van een verslaggeefster. ‘Hallo, wilt u ons aub niet storen?’ nam Sebastian toen de telefoon op. ‘We kijken net naar de televisie en denken dat het nieuws over mijn vader niet klopt.’

Zij hielp hem direct uit de droom, die net zo goed een nachtmerrie kon worden genoemd. ‘De politie heeft het nieuws zojuist bevestigd. Hij was in het winkelcentrum Obelisco in Medellin.’ Heel even klonk Sebastian daarna als de zoon van zijn vader. ‘Ik ga alle klootzakken die hem vermoord hebben zelf doden.’ Al snel volgde de bezinning. Samen met zijn moeder Maria Isabel Santos en zus vluchtte hij vervolgens naar Argentinië.

Daar zoekt regisseur Nicolas Entel hem vijftien jaar later op voor Sins Of My Father (88 min.). ‘Mensen kunnen ons niet verbieden om van mijn vader te houden’, zegt Sebastian dan. ‘Het heeft geen zin om te ontkennen dat we een liefdevolle relatie hadden. Een gewone familierelatie.’ Voor hem was de alom gevreesde Pablo Escobar de man die een verhaaltje voorlas. Of de zanger die, niet al te toonvast, La Donna È Mobile galmde.

Toch heeft Juan Pablo Escobar, zoals de echte naam luidt van Sebastian Marroquin, zich wel degelijk te verhouden tot het criminele verleden van zijn liefdevolle vader. Die tekende bijvoorbeeld voor twee schokkende politieke moorden, op minister van justitie Rodrigo Lara Bonilla in 1984 en op presidentskandidaat Luis Carlos Galán, vijf jaar later. Zijn zoon zoekt nu contact met hun kinderen, om hen om vergiffenis te vragen.

‘Toen mijn vader overleed, was ik acht jaar oud’, vertelt Lara Bonilla’s zoon Rodrigo. ‘Ik herinner me hoe ik muziek luisterde en dan fantaseerde over hoe ik een wapen in mijn hand had en zijn dood zou wreken.’ Ook hij moet in deze bespiegelende film over z’n eigen schaduw stappen. Want mag een zoon gestraft worden voor de zonden van zijn vader? En verdient Sebastian niet gewoon de erkenning dat ook hij een slachtoffer is?

Entel tast dit terrein, in het kielzog van zijn bedachtzame hoofdpersoon, voorzichtig af in deze bezonken film, die de schurkenmythe rond Pablo Escobar terugbrengt tot menselijke proporties en die zich vervolgens ontwikkelt tot een overtuigend pleidooi voor vergeving en verzoening.

Critical Incident: Death At The Border

HBO Max

‘Hij schopte naar agenten’, vertelt een grensbewaker tijdens de civiele rechtszaak. ‘Hij spartelde en sloeg wild om zich heen als een alligator. Zoals in de show The Crocodile Hunter. Net een krokodil die zijn prooi grijpt en doodt en daarna gaat rollen en draaien.’

Het was kortom bittere noodzaak, probeert de medewerker van de Amerikaanse Border Patrol duidelijk te maken, om Anastasio Hernández Rojas keihard aan te pakken. De 42-jarige Mexicaanse immigrant verbleef al ruim 25 jaar zonder papieren in de Verenigde Staten. Samen met zijn vrouw Maria Puga en hun vijf kinderen woonde Hernández in San Diego toen de grenspolitie hem op 28 mei 2010 toch weer probeerde uit te zetten. Volgens de officiële lezing dienden agenten hem op die dag een volstrekt noodzakelijke schok met een stroomstootwapen toe omdat hij zich met hand en tand tegen zijn aanhouding verzette. Met een fatale hartaanval tot gevolg.

En bij die officiële uitleg zou ‘t wellicht zijn gebleven als onderzoeksjournalist John Carlos Frey zich niet zou hebben vastgebeten in dit Critical Incident: Death At The Border (86 min.). Hij weet de hand te leggen op een video die het beeld van Hernández’s dood volledig op z’n kop zet. Diens vrouw Maria en haar advocaat Gene Iredale hebben dan al een civiele procedure aangespannen tegen Border Patrol. Het is de vraag waar die op uitloopt, want tot dan toe is er nog nooit een agent van de grenspolitie veroordeeld vanwege dodelijk geweld tegen immigranten. Critici stellen dat zij in feite ‘volledige straffeloosheid’ hebben.

Documentairemaker Rick Rowley gebruikt de casus van Anastasio Hernández om de beladen historie van de Amerikaanse grensbewaking te onderzoeken. Hij sluit daarvoor aan bij Frey, die op zijn beurt wordt bijgestaan door de mensenrechtenadvocaat Roxanna Altholz en oud-agent Jenn Budd. Samen stuiten zij op een geheime Border Patrol-eenheid, het Critical Incident Team. Dit CIT zou al decennia worden afgestuurd op ‘kritieke incidenten’, om daar de schade te beperken, direct betrokkenen te instrueren en bewijs te verdonkeremanen.

Geen reguliere Interne Zaken-afdeling dus, maar een soort doofpotclub. Tenminste, als hun informatie klopt… Frey en co trekken jarenlang elk spoor na, om dit verhaal over een staat binnen de staat, zogezegd om diezelfde staat te beschermen, rond te krijgen. Als ze daarin slagen – het antwoord volgt in de apotheose van deze interessante zoektocht naar de waarheid en gerechtigheid – komt er wellicht ook weer beweging in de zaak rond de dubieuze dood van Anastasio Hernández Rojas, die de gemoederen ruim tien jaar later nog altijd verhit.

Één ding is dan allang duidelijk: alleen iemand die iets heeft te verbergen zou in de Hernández’s laatste seconden het gedrag van een agressieve alligator kunnen zien.

aka Charlie Sheen

Netflix

Zijn vader, de beroemde acteur Martin Sheen, en z’n eveneens acterende broer Emilio Estevez laten verstek gaan in dit (zelf)portret van het eeuwige enfant terrible Charlie Sheen. De Amerikaanse acteur (Platoon, Wall Street en Hot Shots!), gezeten aan een tafeltje in een willekeurige ‘diner’, heeft daar wel begrip voor: niet iedereen heeft nu eenmaal zin om alle ellende uit zijn leven nog eens dunnetjes over te doen.

‘Ik was beducht om hieraan mee te werken’, zegt ook zijn collega Jon Cryer, die jarenlang met Sheen werkte in de succesvolle comedyserie Two And A Half Men. ‘Deels omdat Charlies leven een bepaalde cyclus volgt. Hij verknoeit het vreselijk. Hij gaat eraan onderdoor. En dan trekt hij de zaak weer vlot en zorgt voor positiviteit in z’n leven. Waarna hij weer begint te overdrijven… Hij kan ’t nu eenmaal niet laten om het huis in brand te steken. En ik wil geen deel zijn van die cyclus.’

In de tweedelige documentaire aka Charlie Sheen (181 min.) van Andrew Renzi loopt de brokkenpiloot samen met zijn broer Ramon Estevez, beste vriend Tony Todd, exen Denise Richards en Brooke Mueller (met wie hij zéér destructieve relaties had), kinderen Lola en Bob Sheen, Two And A Half Men-showrunner Chuck Lorre, ‘Hollywood madam’ Heidi Fleiss, dealer Marco en collega’s Sean Penn en Chris Tucker de hoogtepunten en – vooral – de dieptepunten van zijn leven langs.

Van Sheens ervaringen als kind tijdens de slopende opnames op de Filipijnen voor de filmklassieker Apocalypse Now, waarin zijn vader een hoofdrol speelde die hem bijna de kop kostte, tot de pijpbeurt die Charlie zelf kreeg tijdens zijn eerste keer crack roken. ‘Het klopte allemaal op een niveau dat ik zo graag wilde omhelzen’, zegt hij over dat dramatische omslagpunt. ‘Maar in diezelfde adem, in diezelfde ervaring, was ik doodsbang voor hoe erg dit uit de hand zou kunnen lopen.’

Sheen is een uitstekende verteller van zijn eigen verhaal. En dat lijkt soms één groot sterk verhaal, met wilde uitspattingen, diepe crises en een enkel moment van (bijna) geluk. Zeker in het eerste deel heeft dit nog wel een bepaalde jongensachtige charme. Volgens de man zelf is zijn leven echter op te delen in drie fasen: feesten, feesten met problemen en problemen. En die laatste fase krijgt duidelijk de overhand in het dramatische tweede deel van aka Charlie Sheen, waarin hij afdaalt in zijn eigen hel.

Dat veelbewogen leven, ingekleurd met familievideo’s en film- en televisiefragmenten, lijkt nu de jaren van verstand te hebben bereikt. Bij een ongeleid projectiel zoals Charlie Sheen weet je – en weet hij – ’t alleen nooit. Hij is nu een jaar of zeven clean, maar het is nog maar de vraag, zo heeft het verleden inmiddels wel uitgewezen, of dat enige garantie biedt op een zonnige toekomst. Waarom dat zo is? Daarnaar wordt in aka Charlie Sheen wel gehengeld, maar een sluitend antwoord komt er niet.

Zelf heeft hij wel vertrouwen in wat het leven nog heeft te bieden, zo lijkt ‘t. En dat is ook de slotsom van dit zeer vermakelijke portret: rustiger vaarwater lonkt. Tegelijkertijd verraadt de afwezigheid van pa Sheen en broer Emilio dat zij, door schade en schande wijs geworden, ’t écht eerst willen zien en dan pas, héél misschien, kunnen geloven.

Het Is Niet Te Geloven

ESPN

‘Het is niet te geloven, het is niet te geloven!’ Bij deze woorden, uitgesproken door voetbalcommentator Koert Westerman, ziet iedere PSV-supporter direct de bijbehorende beelden voor zich: de Braziliaanse ‘grande goleiro’ Huerelho Gomes maakt een vreugdedans op het veld en belandt in de armen van verdediger Carlos Salcido, coach Ronald Koeman neemt opgelucht felicitaties in ontvangst en de fans in het Philipsstadion gaan he-le-maal uit hun dak. Het is zondag 29 april 2007, de dag waarop de Eindhovense ploeg tegen alle verwachtingen in tóch landskampioen wordt.

Westerman baalt er eerst van dat hij op deze wedstrijd is afgestuurd, vertelt hij bij de start van de sportdocu Het Is Niet Te Geloven (45 min.), waarin de hoofdrolspelers tien jaar na dato terugblikken. ‘Het was een zonnige dag’, herinnert hij zich. ‘Maar ik had geen zonnig humeur. Het zou namelijk Ajax worden of AZ. Niet PSV. En ik werd naar PSV gestuurd, tegen Vitesse. Ja, daar zou het niet gaan gebeuren. Dat was onmogelijk.’ Want de gedoodverfde kampioen PSV is in de voorgaande maanden een enorme voorsprong kwijtgeraakt en heeft daarmee ogenschijnlijk alle kansen op de titel verspeeld.

Deze docu van Jeroen Toet over de ongelóóflijke remonte begint met een regen aan goals van Eindhovense makelij. PSV lijkt op een slof en een ouwe voetbalschoen kampioen te gaan worden. Gaandeweg dient het AZ van trainer Louis van Gaal zich echter aan als een geduchte concurrent en sluipt er gemakzucht in de Brabantse sterrenploeg, met steeds weer nieuw puntverlies. Het kwartje valt pas tijdens een 1-5 thuisnederlaag tegen het Ajax van Wesley Sneijder, Klaas-Jan Huntelaar, Jaap Stam, Johnny Heitinga en Edgar Davids: PSV zit diep in de shit. ‘Einde oefening’, moppert een oudere supporter somber.

Ronald Koeman houdt desondanks staande dat hij destijds nooit hij de grip op de ploeg is kwijtgeraakt. In de media verschijnen er niettemin allerlei verhalen over een gebrek aan chemie tussen hem en de spelersgroep, zijn eigen staf en voorzitter Frits Schuitema. Koemans positie hangt aan een zijden draadje, schrijven ze. En de voorzitter wil geen duidelijkheid geven over zijn toekomst. ‘En dat was ook zo’, bevestigt Schuitema, die nog altijd weigert om zoete broodjes te bakken. In die gespannen sfeer moeten Koeman en zijn ploeg zich voorbereiden op de allesbeslissende laatste competitieronde.

Behalve de wrijving tussen de geplaagde coach en de bestuurder die hem geen openlijke rugdekking wilde geven, blijft een kritische analyse van de kampioensploeg die bijna ten onder gaat achterwege in deze nostalgische terugblik. Er is wel alle ruimte voor de PSV-spelers Phillip Cocu, Heurelho Gomes en Ibrahim Afellay en teambegeleider Mart van den Heuvel om samen de legendarische wedstrijd nog eens terug te kijken. De focus blijft daarbij volledig op PSV. Ontwikkelingen op de andere velden komen steeds binnen via het Philipsstadion, waar het geloof in de landstitel alsmaar groter wordt.

Totdat dan eindelijk het verlossende eindsignaal klinkt, de champagne kan worden ontkurkt en aanvoerder Cocu de kampioensschaal omhoog mag houden. Zoals ook negen jaar later – na een al even krankzinnige ontknoping in 2016 – de platte kar kan worden uitgereden in Eindhoven. Net als dit seizoen, wéér negen jaar later, na een ontsnapping die ze zelfs in Hollywood niet hadden kunnen bedenken. Een beetje PSV-fan verlekkert zich nu al op 2034…

Over de bizarre ontknoping van de eredivisie in 2007 werd overigens ook een aflevering van Andere Tijden Sport gemaakt. En de uitzending van het radio 1-programma Langs De Lijn van die dag is eveneens een klassieker geworden.

Javier Bardem’s Metamorphoses

Javier Bardem en Penélope Cruz in Jambón Jambón / VPRO

Hoe kan één en dezelfde man transformeren in zoveel verschillende mensen? De angstaanjagende huurmoordenaar Anton Chigurh in No Country For Old Men van de Coen-broers. Een onverbeterlijke charmeur in Woody Allens romantische komedie Vicky Cristina Barcelona. De aan een rolstoel gekluisterde euthanasie-activist Ramon Sampedro in Mar Adentro. Een karikaturale schurk in de James Bond-film Skyfall. En de homoseksuele Cubaanse dichter Reinaldo Arenas in de film die zijn internationale doorbraak betekende, Before Night Falls (2000).

Dat Javier Bardem acteur zou worden leek heel lang zo vanzelfsprekend dat hij er serieus werk van heeft gemaakt om aan dat lot te ontsnappen. Als vijfjarig jongetje stond Bardem, telg van een bekende Spaanse acteursfamilie, voor het eerst op een filmset. Hij vluchtte huilend weg en nam zich daarna, volgens de tv-docu Javier Bardem’s Metamorphoses (53 min.) van regisseur Sergio G. Mondelo, voor om alles te worden in zijn leven, behálve acteur. Die missie is, kunnen we enkele decennia later zonder enige terughoudendheid constateren, glorieus mislukt.

Verteller Sharon Mann loodst de kijker langs de hoogtepunten en dieptepunten uit Bardems carrière en laat zich daarbij influisteren door bronnen als theaterregisseur Juan Carlos Corazza, filmhistoricus Rafael Nieto, Hollywood-correspondent Guillermo de Mulder, regisseur Fernando León De Aranoa, Bardems vriend en producer Alvaro Longoria en zijn neef, de regisseur Miguel Bardem. Javier Bardem zelf laat zich alleen zien via archiefinterviews. Net als die andere helft van het acteurskoppel waarvan hij nu al een kleine twintig jaar deel uitmaakt, Penélope Cruz.

Gaandeweg verplaatst Mondelo zijn aandacht van Javier Bardems filmcarrière naar ’s mans linkse signatuur en activisme. Zijn hoofdpersoon spreekt zich uit over de deplorabele situatie van de Sahrawi’s, de oorspronkelijke bewoners van de Westelijke Sahara die nu al decennia in vluchtelingenkampen leven. Hij ondertekent in 2014 een brief tegen genocide door Israël in Gaza (die hem bijna op een boycot komt te staan). En hij gaat vier jaar later met een boot van Greenpeace naar Antarctica, om zo aandacht te vragen voor klimaatverandering (zoals is te zien in de documentaire Sanctuary).

Wie de man met de vele gezichten achter al die films en acties is, blijft intussen ongewis in dit vaardig vertelde portret van een geboren acteur die zijn lot uiteindelijk met verve heeft aanvaard.

Citizen Ashe

Magnolia

Nog nooit had een zwarte tennisser Wimbledon gewonnen. Zelfs Arthur Ashe (1943-1993) niet, de eerste Afro-Amerikaanse topspeler. In 1975, op 31-jarige leeftijd, kwam alsnog zijn kans. Tegen zijn grote rivaal, nota bene: Jimmy Connors. Een man die Ashe waarschijnlijk bedoelde toen hij zei. ‘Winnaars zijn de mensen die op een bepaalde dag tegenstander verslaan.’ Voor zichzelf had Arthur iets anders voor ogen: ‘Maar kampioenen laten hun sport beter achter dan ze die hebben aangetroffen.’

Daar zag ’t overigens lang niet naar uit, laten Rex Miller en Sam Pollard zien in Citizen Ashe (94 min.). Terwijl de basketballer Kareem Abdul-Jabbar de Olympische Spelen van 1968 in Mexico-stad boycotte, zijn sprintende landgenoten Tommie Smith en John Carlos daar hun Black Power Salute maakten en Muhammad Ali weigerde om naar Vietnam te gaan en zo zijn eigen carrière helemaal ontregelde, hield de enige zwarte tennisser in een verder volledig wit circuit zich ogenschijnlijk geheel afzijdig bij de strijd van de Afro-Amerikaanse gemeenschap om burgerrechten.

Arthur Ass, noemde Abdul-Jabbar hem. De zwarte activist Harry Edwards vond Ashe niet meer dan een ‘Oom Tom’. En de man zelf voelde zich een lafaard. Hij was bang om de familienaam in diskrediet te brengen en zo zijn vader, bij wie hij stevig onder de plak zat, te bruuskeren. Ashe had bovendien een toernooi te winnen: de US Open van 1968, waar hij ’t in de finale opnam tegen de Nederlander Tom Okker. Ashe kon daar overigens alleen spelen doordat zijn broer Johnnie besloot om nog een extra ‘tour of duty’ in Vietnam te doen. Zodat Arthur kon tennissen en studeren.

Arthur Ashe wist dat hij in een door en door witte sport van onbesproken gedrag moest zijn. Hij mocht toernooidirecteuren geen excuus geven om hem uit te sluiten. Dat idee had hij grondig geïnternaliseerd. Ashe was opgegroeid in Richmond, Virginia, een geheel gesegregeerde wereld. Jongens zoals hij zaten achter in de bus en hielden zich koest. En anders… Net als andere zwarte Amerikanen had hij natuurlijk ook meegekregen wat er was gebeurd met Emmett Till. De 14-jarige zwarte jongen werd in 1955 bruut gelyncht nadat hij zou hebben geflirt met een wit meisje.

Op zijn eigen diplomatieke manier was Ashe zich later toch uit gaan spreken. Over Apartheid in Zuid-Afrika bijvoorbeeld. Zo won hij uiteindelijk het respect van zwarte activisten die eerder nog zo kritisch op hem waren geweest. Zij spreken in dit portret stuk voor stuk met respect over de man, die als captain van het Amerikaanse Davis Cup-team nog heel wat te stellen kreeg met het heethoofd John McEnroe. ‘Ik ergerde me dood en was tegelijkertijd jaloers op hem’, zei Ashe daarover in een tv-interview. ‘Want ik zou dat ook wel willen doen. Die luxe heb ik alleen niet.’

Want hoewel hij zou uitgroeien tot een voorbeeld voor al die Afro-Amerikaanse sporters die zich in het openbaar durven uit te spreken, zoals Colin Kaepernick, Lebron James en de tennissende zussen Williams, bleef Arthur Ashe zich er altijd van bewust dat hij een gewone zwarte jongen was in een wereld die nog altijd werd gedomineerd door witte mannen. En toen hij verzeild raakte in het laatste gevecht van zijn leven – misschien wel het meest heroïsche gevecht in dit fijne portret – toonde Arthur Ashe zich nog eenmaal een echte kampioen.

Black Power Salute

BBC

Er is weinig spontaans aan. Het iconische beeld van twee Afro-Amerikaanse atleten, nummer één en drie van de 200 meter sprint tijdens de Olympische Spelen van 1968 in Mexico-stad, die tijdens het Amerikaanse volkslied hun vuist ballen en fier in de lucht steken. De Black Power Salute (58 min.) van gouden medaillewinnaar Tommie Smith en John Carlos is het sluitstuk van een zorgvuldig geplande campagne. Eerder hebben de organisatoren, onder wie de militante professor sociologie Harry Edwards, nog een boycot van de Spelen door zwarte sporters overwogen.

Dat zien andere atleten zoals de verspringers Ralph Boston en Bob Beamon alleen helemaal niet zitten. Waarom zouden ze hoogstpersoonlijk hun eigen sportcarrière de nek omdraaien? En Avery Brundage, de omstreden voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC), moet al helemaal niets hebben van de vermenging van sport en politiek. Als boegbeeld van het Amerikaans Olympisch Comité heeft hij zich in 1936 zelfs uitgesproken tegen een boycot van de Olympische Spelen in Berlijn. Hij stelde toen alles in het werk om Hitlers naziregime vooral maar niet tegen de haren in te strijken.

Zwarte activisten zoeken dus een andere manier om een statement te maken over de achtergestelde positie van ‘negro’s’ in de Verenigde Staten: een gebalde vuist. ‘Mensen noemen het black power’, zegt Tommie Smith in deze gedegen BBC-docu van Geoff Small uit 2008. ‘Natuurlijk ben ik zwart en natuurlijk representeert dat gebaar kracht, maar voor mij was het een schreeuw om vrijheid: kijk, hier ben ik. Ik heb hulp nodig. Ik wil gerechtigheid.’ IOC-baas Brundage stuurt de levende legende Jesse Owens, de zwarte held van de besmette Spelen van 1936, om te bemiddelen. Tevergeefs.

Smith en Carlos willen niets van hem weten. Zonder gevaar is hun actie echter niet, helpt verteller Colin Salmon de kijker nog even herinneren. Slechts enkele maanden eerder, in het voorjaar van 1968, zijn eerst burgerrechtenleider Martin Luther King en daarna presidentskandidaat Robert Kennedy vermoord. Opstaan tegen onrecht en segregatie kan dus zomaar keihard worden afgestraft. En hoewel vrijwel alle betrokkenen bij de Black Power-vuisten hun verhaal kunnen navertellen in deze oerdegelijke reconstructie, zijn ze wel degelijk jarenlang achtervolgd door hun principiële actie.

De algehele waardering is pas veel later gekomen. Sinds 2005 staat er een standbeeld op Carlos en Smiths alma mater San Jose State University, als blijk van waardering voor hun moedige protestactie. In Victory Salute ontbreekt alleen een belangrijke bijrolspeler: de Australische atleet die zich op de 200 meter tussen hen in had geschaard en die op het moment suprême solidair met hen was. Ook Peter Norman, de ‘unsung hero’ van het Black Power Salute, zou duur betalen voor zijn bijdrage aan de actie, getuige de documentaire Salute (2012).

Carlos

Sony Pictures Classics

In het tijdperk van de Grote Gitaargoden – Jimi Hendrix, Eric Clapton, Jimmy Page, Pete Townshend en Angus Young, om maar eens wat te noemen – voegt hij een onmiskenbaar Latijnse inslag toe: Carlos Santana. ‘Het perfecte kind van B.B. King en Tito Puente’, aldus zijn ontdekker Bill Graham, muziekpromoter bij de concertzaal Fillmore in San Francisco. Een jongen uit La Colonia Libertad, een getto in de Mexicaanse stad Tijuana. En de zoon van een sappelende (mariachi-) violist. Als jongen verhuist Carlos met z’n ouders naar de Verenigde Staten en vindt daar z’n bestemming als muzikant.

Op het legendarische Woodstock-festival in 1969 stijgt Santana naar grote hoogte. Volgens Carlos (88 min.) zelf is hij door Graham zorgvuldig opgetraind voor die bijzondere gelegenheid. Zijn band, die dan nog altijd geen plaat uitheeft, gaat geleidelijk op steeds grotere festivals spelen, zodat hij als frontman alvast aan een grote menigte kan wennen. ‘Hij zei: je moet weten dat je na dit festival nooit meer dezelfde zult zijn’, herinnert Santana zich in dit geslaagde portret van Rudy Valdez. ‘Ga naar huis, kijk in de spiegel naar die persoon, maar na Woodstock zal die persoon er niet meer zijn.’

Het is een treffende anekdote. Over een artiest en zijn entourage die hét moment herkennen. Of het echt zo is gegaan? Met de wijsheid van nu is de conclusie gemakkelijk te trekken dat het toen, op die uitgestrekte weide ten overstaan van zo’n 400.000 hippies, moest gebeuren. En dat deed ‘t: ‘s mans vertrokken kop, met de kin en geitensik omhoog, de boventanden blootgelegd door een extatische mond en de ogen stevig dichtgeknepen, heeft zich in het collectieve muzikale geheugen geëtst. Terwijl het zweet van zijn ranke lijf gutst, laat hij zijn gitaar vlammen, swingen en janken.

Na zijn hoogtijdagen in het begin jaren van de jaren zeventig gooit Santana ‘t over een andere boeg. Hij ‘omarmt’ een ‘spiritueel pad’ en volgt samen met zijn toenmalige vrouw Deborah van 1972 tot 1982 de ‘spirituele leider’ Sri Chinmoy, op zoek naar ‘de geur van de ziel’. Tot afgrijzen van zijn moeder, zo’n typische katholieke Mexicaanse matrone. ‘Hij stelt mijn geloof soms op de proef’, klaagde ze volgens Carlos’ zus Maria, die hier met enkele familieleden het levensverhaal van haar broer bekrachtigt. Intussen neemt die ook in zijn carrière minder voor de hand liggende afslagen.

Een volgend groot succes laat dus op zich wachten tot 1999, als hij zijn samenwerking met Clive Davis, de illustere platenbaas van Arista Records, hernieuwt en een commercieel album met allerlei gasten opneemt, Supernatural. De Gitaargod, begin vijftig inmiddels en volgens eigen zeggen spiritueel gegroeid, claimt daarmee zijn rechtmatige plek tussen hedendaagse pophelden en kan beginnen aan een tweede jeugd. ‘Ik ben niet wat ik doe’, zegt hij nochtans nuchter over zijn muziek, om vervolgens over zijn gezinsleven te beginnen. ‘Dit is wat ik doe, maar dit ben ik niet.’

Geen God dus, maar gewoon een man. Een man met een gitaar, dat wel.

Hermanos Por Accident

Netflix

Jorge Bernal valt in 2014 van de ene in de andere verbazing. Nadat de 25-jarige jongeling eerst heeft ontdekt dat er elders in Colombia een carbonkopie van hemzelf rondloopt, ene William Cañas Velasco, volgt even later nóg een opzienbarende ontdekking: deze William heeft, net als hijzelf, een tweelingbroer. En Carlos en Wilber lijken ook weer als twee druppels water op elkaar!

De conclusie is onvermijdelijk: ze hebben elkaars levens geleid – en een ander heeft hún leven geleefd. Na hun geboorte in december 1988 moet er iets fundamenteel mis zijn gegaan op de couveuseafdeling van het ziekenhuis in Bogota. Of heeft er zich toch een Three Identical Strangers-scenario voltrokken – of om het dicht bij huis te houden: een Peter en Erik-je – en zijn enkele verlekkerde onderzoekers hun boekje helemaal te buiten gegaan?

De Hermanos Por Accidente (Engelse titel: The Accidental Twins, 85 min.) zouden zomaar onderdeel kunnen zijn van een soort ideaal wetenschappelijk experiment rond nature-nurture, waarbij dan wel alle denkbare ethische codes zijn geschonden. Want de twee broederparen blijken ook nog in de stad en op het platte land terecht te zijn gekomen. Domme pech is echter ook bepaald niet uitgesloten, blijkt in deze documentaire van Alessandro Angulo Brandestini.

De gevolgen zijn in elk geval aanzienlijk. Niet alle ouders zijn bijvoorbeeld nog in leven. Daar hebben alle vier de broers maar mee te dealen. En waar horen ze uiteindelijk thuis, bij hun biologische familie in hoofdstad Bogota of bij de familie waarbij ze zijn opgegroeid in Santander, dat ruim tien uur verderop ligt op het Colombiaanse platteland? Of andersom, natuurlijk. En wie is eigenlijk hun échte broer? En hoe verhouden ze zich dan tot die andere (twee)?

Het verhaal van de Colombiaanse dubbelbroers groeit al snel uit tot een enorme mediahype, die zich zelfs uitstrekt tot The New York Times. Het bizarre gegeven van die twee identieke tweelingen – die hun allereerste ontmoeting zelfs hebben vastgelegd, inclusief het zenuwachtige ongeloof dat daarmee gepaard gaat – is overigens enerverender dan deze film. Géén Three Identical Strangers zogezegd, waarin de kijker steeds via een soort valluik in een nieuwe verhaallaag belandt.

Hermanos Por Accidente is vooral een adequate weergave van vier levensverhalen, die op een onmogelijke wijze met elkaar zijn vervlochten.

Antares De La Luz: La Secta Del Fin Del Mundo

Netflix

De wereld zal vergaan op 21 december 2012. Een kleine maand daarvoor slaan Antares en zijn volgelingen nog een laatste aanval van de Duivel af. Op 23 november komt het tot een episch gevecht met het duister, dat door de Chileense sekteleider, die zich ‘de krijgershouding’ helemaal eigen heeft gemaakt, resoluut in hun voordeel wordt beslecht. Hij gooit het vleesgeworden kwaad eigenhandig in het vuur. Binnenkort is alles voorbij, zeggen ze dan tegen elkaar. Zij zullen vrij zijn!

Ruim tien jaar later kijken de sekteleden, sommigen na een gevangenisstraf, in Antares De La Luz: La Secta Del Fin Del Mundo (100 min.) ontzet terug op een periode die alle tekenen vertoont van een collectieve psychose. Ze waren volledig in de greep geraakt van Ramón Castillo Gaete, alias Antares, de incarnatie van God. ‘Ik ben vele malen geïncarneerd’, zou die tegen zijn secondant Pablo Undurraga hebben gezegd. ‘Sommige van die incarnaties dienden om te onderwijzen. Als Jezus kwam ik onderwijzen. Als Boeddha en Krishna kwam ik onderwijzen. Ditmaal ben ik niet gekomen om te onderwijzen. Ik ben deze keer gekomen om de duisternis te verslaan.’

En deze overtuiging, die vast niet helemaal los valt te zien van uitbundige meditatiesessies met de hallucinogene Ayahuasca-thee, leidt tot een stoutmoedige daad om de mensheid te redden. De mensheid zelf – niet gehinderd door een sjamanistisch amalgaam van de Maya-traditie, tegencultuur-icoon Carlos Castaneda en de godheid Viracocha – ziet er intussen iets geheel anders in: een onbestaanbare gruweldaad, een offer dat nooit gebracht had mogen worden. Zelfs als daarbij in ogenschouw wordt genomen dat Antares en zijn trippende gevolg oprecht handelen vanuit hun ‘innerlijke wezen’ en er altijd van uit zijn gegaan dat het nooit 22 december 2012 zal worden.

Als die dag toch aanbreekt – en er zullen nog talloze dagen volgen, om alle zonden te overdenken – is dat in wezen het begin van het einde. Niet van de wereld zoals wij die kennen, maar van de sekte die een eindeloze nachtmerrie is geworden voor de leden. Gezamenlijk roepen zij die nu weer op. Alleen Pablo Undurraga komt daarbij herkenbaar in beeld, de anderen kiezen ervoor om anoniem te blijven. Regisseur Santiago Correa vervat hun schokkende herinneringen in dramatisch getoonzette reconstructies, ondersteunt die met getuigenissen van direct betrokkenen, politieagenten, juristen en psychiaters en topt het geheel af met enkele ingenieuze symbolische sequenties.

Uiteindelijk spitst deze krachtige documentaire zich toe op de vraag of de sekteleden destijds toerekeningsvatbaar waren, of zodanig gehersenspoeld dat hun bijdrage aan dat ene fatale offer hen – formeel – niet kan worden aangerekend? En hoe kunnen ze zelf, inmiddels helemaal uitgetript, verder met hun leven, in de wetenschap dat de wereld weliswaar niet is vergaan, maar dat de wereld zoals zij die kennen ook nooit meer dezelfde zal zijn?

Lil Nas X: Long Live Montero

HBO

Terwijl binnen, in het Fox Theatre in Detroit, bij de Amerikaanse zanger, rapper en influencer Lil Nas X en zijn entourage de spanning oploopt voor het eerste concert van de Long Live Montero-tour, vormt zich buiten een enorme rij concertgangers. ‘Hij is zo sexy’, zegt een Afro-Amerikaanse jongen met een zwarte cowboyhoed en stralende glimlach over zijn idool. ‘Hij is de eerste mannelijke bekendheid die ik tegelijkertijd wil neuken en wil zijn.’

Sinds hij enkele jaren geleden publiekelijk uit de kast kwam, geldt Lil Nas X (echte naam: Montero Lamarr Hill) als een icoon van de Amerikaanse LHBTIQ+-gemeenschap. Zijn eerste tournee, in het najaar van 2022, wordt dan ook een groots opgezette, buitengewoon extravagante en zeer sexy viering van diversiteit. Vanzelfsprekend was dat niet, volgens de hoofdpersoon. Hij wilde zijn eigen vrouwelijke kant eigenlijk helemaal niet laten zien en ook geen andere homoseksuele mannen op het podium, zegt hij in Lil Nas X: Long Live Montero (95 min.). ‘In eerste instantie wilde ik de acceptabele homo blijven, degene die je zijn geaardheid niet door de strot duwt en het bij zichzelf houdt.’

Nu het toch totaal anders is uitgepakt – to say the least – geniet Nas er ook wel van. Hij is nu bovendien in de gelegenheid om op te trekken met andere zwarte homoseksuele mannen, zoals de dansers die hem terzijde staan in zijn show. Die zouden overigens rechtstreeks afkomstig kunnen zijn uit Madonna’s Blond Ambition Tour (en daarmee ook een hoofdrol krijgen in Madonna: Truth Or Dare en daarop dan weer in terugblikken in Strike A Pose). En wie staat er backstage te wachten op een knuffel en is dan natuurlijk ook niet te beroerd om even met Nas te poseren voor de verzamelde fotografen? Inderdaad: de inmiddels toch wel behoorlijk belegen Queen Of Pop, Madonna.

Tegelijkertijd bekent Lil Nas X – geïnterviewd terwijl hij, heel kwetsbaar, in z’n eigen bed ligt – dat hij soms ook bang is dat hij met zijn ‘coming out’ zijn eerste fan, z’n kleine neefje Chase, van zich heeft vervreemd. De rest van z’n familie is inmiddels helemaal binnenboord, maar moest in eerste instantie wel even schakelen toen hij, net doorgebroken, ervoor uitkwam dat hij gay is. Was het misschien een verleidingstruc van de Duivel? vroeg zijn vader zich bijvoorbeeld af. De suggestie dat hij met Satan in de weer is heeft Nas zelf ook aangewakkerd met de zogenaamde Satan Shoes, een diepzwarte sportschoen met bloedrode letters en een pentagram erop. Die heeft hij samen met Nike uitgebracht.

En dus kan er overal waar hij komt zomaar ineens commotie ontstaan. In Boston wordt zijn show bijvoorbeeld opgewacht door conservatieve demonstranten, die ervan overtuigd zijn dat hij Amerika’s jeugd volledig ten gronde zal richten. Deze wervelende film van Carlos López Estrada en Zac Manuel, waarvan de première op het filmfestival van Toronto vanwege een vermeende bommelding een half uur moest worden uitgesteld, schakelt voortdurend tussen zulke achter de schermen-beelden, concertimpressies en Montero’s levensverhaal en laat ondertussen ook zijn fans aan het woord, voor wie hij een inspiratiebron is. Een toonbeeld van iemand die zichzelf durft te zijn.

Intussen fantaseert Lil Nas X zelf er al weer over hoe hij, voor een nieuw album of de volgende tour, een nieuw iemand kan worden.

Higuita: El Camino Del Escorpión

Netflix

Of hij bevriend is met Pablo Escobar? wil een journalist weten. ‘Ja’, antwoordt René Higuita zonder ook maar een spoor van twijfel.

Higuita geldt als één van de spectaculairste keepers die ooit tussen – nou ja, tussen… – de palen heeft gestaan. Zijn hele loopbaan is samengebald in één enkel beeld uit 1995: met een verbluffende bicycle kick, naderhand ‘de Schorpioen‘ genaamd, voorkomt de Colombiaanse krullenbol tijdens een duel met het Engelse elftal in het Wembley-stadion een potentieel tegendoelpunt. Een andere doelman zou de bal gewoon hebben gevangen en eens rustig om zich heen kijken.

‘El Loco’ is nu eenmaal een man van het spektakel. Hij komt vaak (veel te) ver uit zijn doel, trekt rustig ten aanval op de helft van de tegenstander en scoort regelmatig uit penalty’s en vrije trappen. René Higuita is daarnaast ook topsporter in een land waar een bloedige oorlog woedt tussen concurrerende drugskartels. Die wordt tevens op het voetbalveld uitgevochten via América (van het Cali-kartel) en Higuita’s club Atletico Nacional (gesteund door Escobars Medellin-kartel)

Ergens onderweg is de flamboyante doelman bevriend geraakt met Pablo Escobar, bevestigt diens broer Roberto in Higuita: El Camino Del Escorpión (100 min.). ‘En daar was niets vreemds of aparts aan.’ Dat moge zo zijn, maar niet elke voetballer komt in de positie – of wil in de positie komen – dat hij moet bemiddelen bij de ontvoering van een jong meisje (dat nu, een kleine dertig jaar later als geanonimiseerde volwassen vrouw, haar verhaal doet in deze film van Luis Ara). Deze verhaalwending, met veel drama gereconstrueerd, brengt Higuita ernstig in de problemen.

Het is een verhaal dat exemplarisch lijkt voor de verwording van René Higuita’s land, maar dat hier vooral aanleiding is om de loftrompet te steken over de hoofdpersoon. Dat is sowieso de makke van dit portret (en dit soort sportportretten in het algemeen): wie er ook zijn zegje mag doen – Higuita’s echtgenote Magnolia en de rest van zijn familie of Colombiaanse voetbalcoryfeeën zoals Carlos Valderrama en Francisco Maturana – er valt geen kwaad woord over René.

En serieuze vragen over de verwevenheid van boven- en onderwereld blijven natuurlijk al helemaal achterwege. Deze film is bedoeld als heldenverhaal van de man achter ‘de Schorpioen’, een showkeeper die vanwege ongelooflijke heldendaden en een enkele tragische flater een eigen plek in de sportgeschiedenis heeft verworven.

Beckham

Netflix

Een vierdelige docuserie over oud-topvoetballer David Beckham, met in totaal bijna vijf uur speeltijd. Dat lijkt op voorhand, zelfs voor lieden die gek worden als ze gras ruiken, geen onverdeeld genoegen. Beckham (282 min.) valt echter alleszins mee. De hoofdpersoon speelt namelijk behoorlijk open kaart, ook over zijn donkere periodes, misstappen en conflicten. Net zoals zijn moeder Sandra, zo’n vrouw die altijd partij kiest voor haar kind, van haar hart ook geen moordkuil maakt. En vader Ted, een echte Manchester United-fan, laat zich, wellicht onbedoeld, kennen als een archetypische horror-voetbalvader. Hij schijnt in z’n privé-archiefje meer dan 1300 filmpjes van jeugdwedstrijden van zijn zoon te hebben. Documentairemaker Fisher Stevens (The Lincoln Project), als acteur bekend in de rol van Hugo Baker in Succession, kan het nauwelijks geloven. ‘Jézus!’

Een uitgesproken troef van deze serie – en ook van David Beckham, zal hij er zelf onmiddellijk bij zeggen – is mevrouw Victoria Beckham, met wie hij nu alweer meer dan 25 jaar een tandem vormt. Een wereldwijd bekend merk ook. Samen en los van elkaar. Rode loperwerk. ‘Met haar ga ik trouwen’, zou Beckham tegen teamgenoot Gary Neville hebben gezegd toen ze de girlband The Spice Girls voor het eerst op tv zagen. Hij kon zijn ogen nauwelijks geloven toen Posh Spice niet veel later een wedstrijd van United bijwoonde, waarin hij natuurlijk weer een prachtgoal maakte. ‘Toen hield ik niet van voetbal’, vertelt zij. ‘Nu ook niet, trouwens.’ Victoria wilde gewoon in contact komen met David. Ze onderbreekt haar verhaal om de hond des huizes te roepen. ‘Olive, kom even hier. Dan zie ik er aardiger uit.’ Haar echtgenoot reageert direct: ‘Dan heb je meer dan één hond nodig. Ik haal de rest.’ De twee zijn duidelijk aan het kloten, steken de draak met hun eigen imago.

Die humor is tevens een terugkerend element in deze miniserie. Ook Fisher Stevens veroorlooft zich tijdens de interviews regelmatig een lollige vraag of snedige opmerking en heeft het geheel bovendien met veel panache gemonteerd. Ook zijn bronnenkeuze is opmerkelijk. Natuurlijk, ManU-iconen als Rio Ferdinand, Roy Keane, Steve Bruce, Paul Ince, Eric Cantona, Paul Scholes, Gary en Phil Neville, Ole Gunnar Solskjaer en de legendarische manager Alex Ferguson – die Beckham als jongen al onder zijn hoede nam en hem later overigens ook rücksichtslos afdankte toen er naar zijn mening te veel afleiding kwam in Beckhams leven – ontbreken niet. Net als zijn voormalige Real Madrid-collega’s Figo, Roberto Carlos, Michel Salgado en Ronaldo en oud-trainers zoals Carlos Quieroz en Fabio Capello. Stevens spreekt hen uitgebreid, maar filmt hen ook, héél close, terwijl ze verlekkerd of met afgrijzen naar hun eigen wedstrijden kijken. Prachtmateriaal.

De filmmaker haalt echter ook enkele quotes bij modegoeroe Anna Wintour, bassist Peter Hook van de Manchester-bands Joy Division en New Order en de gebroeders Eamonn en James Clarke, de paparazzi die ‘Posh’ en ‘Becks’ voor het eerst samen op de foto zetten. Zelfs de Argentijnse ijzervreter Diego Simeone zit glimmend voor de camera. Hij ontwikkelde zich tot Beckhams ‘angstgegner’. Nadat Simeone de glamourboy een rode kaart had aangesmeerd, werd Engeland uitgeschakeld op het WK van 1998. En dat kreeg ‘Stupid Spice’ hoogstpersoonlijk in de schoenen geschoven. Hij werd de risée van Groot-Brittannië. Bij de receptioniste van Manchester United, die eerder wekelijks postzakken met liefdesbrieven voor hem in ontvangst moest nemen, kwamen nu kogelbrieven binnen. Een onverlaat hing bij een Londense pub zelfs een pop van Beckham aan een strop. De voetballer stond intussen op het punt om voor het eerst vader te worden.

Zo slalomt deze miniserie door een publiek geleefd leven waarvan de gemiddelde voetbal- of entertainmentkenner alles al denkt te weten. Ook bij David Beckham geldt echter: (schone) schijn bedriegt. Zie ‘Goldenballs’ bijvoorbeeld maar eens aan het werk in zijn eng schone keuken, bij z’n al even perfect georganiseerde klerenkast of ontspannen dansend met zijn lief op de mierzoete Kenny Rogers & Dolly Parton-klassieker Islands In The Stream. Hij blijkt ook een onvervalst na-regen-komt-zonneschijn type. Want Becks en Posh mogen dan geen héél gelaagde personen/personages zijn. Ze hebben wel levenslust, veerkracht én – meer dan vermoed, eerlijk gezegd – zelfspot. Het blijkt zo’n stel, dat tegelijkertijd groter dan groot en kleiner dan klein leeft en dat die bijna vijf uur speeltijd dus uiteindelijk toch wel waard is.

Twee jaar later, in het najaar van 2025, krijgt ook Victoria Beckham haar eigen docuserie op Netflix.

La Oscuridad De La Luz Del Mundo

Netflix

Ze moeten de apostel dienen. In alles. En alleen het beste is goed voor Hem, als directe afgezant van God. De leider wil natuurlijk ook hun kostbaarste bezit hebben. Dat neemt hij in ontvangst in de beslotenheid van de slaapkamer. Met een zakdoek vangt zijn eerste secretaresse dan het bloed op, dat vervolgens ook nog aan de apostel moet worden getoond. ‘Dat was mijn eerste keer’, vertelt één van de Jane Does, die de leider van de kerkgemeenschap La Luz Del Mundo (LLDM) nu hebben aangeklaagd wegens seksueel misbruik.

De Mexicaanse pater familias Naasón Joaquin Garcia heeft zich altijd onaantastbaar gewaand. Ook omdat hij hoogstpersoonlijk door God is uitverkoren. Net als, heel toevallig, ook zijn vader Samuel en grootvader Eusebio. Zij regeren LLDM samen al een kleine honderd jaar. Ze worden aanbeden als God zelve, baden vanzelfsprekend in weelde en kunnen ook vrijelijk over hun volgelingen beschikken. Anderen kunnen zich bijvoorbeeld nauwelijks voorstellen wat een machtig gevoel het geeft om mannen en vrouwen die elkaar nog nooit hebben ontmoet met elkaar te laten trouwen. Gewoon omdat zij dat hadden bedacht.

En die meisjes, vol leven, gedienstig, onbezoedeld, ja, die blijven een traktatie! Zij zijn bereid om hun onschuld aan God te geven, via de man die door de Heer is uitverkoren. En daarop richt ook de documentaire La Oscuridad De La Luz Del Mundo (114 min.) zich weer. Niet op zijn verdiensten als gepassioneerde redenaar. Niet op de vijf miljoen aanhangers die zich – tenminste, volgens de officiële cijfers – inmiddels laven aan Het Licht Van De Wereld. En ook niet op de imposante tempel die zij in Guadalajara hebben laten bouwen. Nee, Naasóns ruimhartigheid om zorgvuldig geselecteerde meisjes toe te laten tot zijn intieme leven moet het weer ontgelden.

Is dat verhaal nu nog niet vaak genoeg verteld? Zo’n beetje elke film over een religieuze beweging begint en eindigt met een leider die ervan wordt beschuldigd dat hij zich heeft vergrepen aan de macht, het geld en de vrouwen – en dat iedereen die zich daartegen verzet de mond is gesnoerd of direct wordt geëxcommuniceerd. Deze lijvige documentaire van Carlos Perez Osorio heeft in dat opzicht geen nieuwe inzichten te bieden – al wennen de slachtofferverhalen, bijzonder plastisch en emotioneel, echt nooit en blijft ook het feit dat een groot deel van Naasóns aanhangers hem unverfroren in de rug blijft dekken ongenadig steken.

En dan te bedenken dat er nu elders in de wereld vast alweer een nieuwe Naasón Joaquin Garcia is opgestaan, die geld afroomt bij zijn achterban, zelfbedachte Goddelijke ge- en verboden uitvaardigt en de allermooiste Jane Does opeist…

Voor een andere documentaire over het misbruikschandaal binnen LLDM, Unveiled: Surving La Luz Del Mundo, ontwikkelde ik overigens een zeer praktische invuloefening.

Juan Carlos: Downfall Of The King

SkyShowtime

Wat definieert een man? De scandaleuze miniserie Salvar Al Rey (2022), over het leven van de voormalige Spaanse vorst Juan Carlos I, neemt de dood van zijn veertienjarige broer Alfonso als uitgangspunt. Die is in 1956 gestorven bij een ongeluk. En de latere koning, dan een achttienjarige prins, zou de kogel hebben afgevuurd.

Juan Carlos: Downfall Of The King (176 min.), een andere serie over dezelfde monarch, start in 1981 als er een staatsgreep dreigt in zijn land. Juan Carlos treedt dan opvallend kordaat op en voorkomt daarmee de terugkeer van het fascisme. Het bezorgt de voormalige protégé van dictator Francisco Franco, opgezadeld met de bijnaam ‘de marionet’, het imago van onversaagde beschermer van de Spaanse democratie.

Zelfde man, andere insteek. Wat is het bepalende moment van zijn leven? Wanneer heeft hij zichzelf écht laten zien? Dat zit toch vooral in wie er naar hem kijkt. In dit geval: de Duitse filmmakers Anne von Petersdorff en Georg Tschurtschenthaler. Over één ding zijn de beide takes ‘t eens: de inmiddels 85-jarige Juan Carlos I is een ongekende rokkenjager. Koning Casanova werd hij genoemd door de Spaanse tabloids.

Dat zijn huwelijk met koningin Sofia niet meer was dan een sprookje, blijkt in Downfall met name uit het verhaal van Corinna Larsen. De ambitieuze blondine was jarenlang ‘s mans minnares. Hun relatie kwam aan het licht na een jachttrip naar Botswana, die een protserige foto met een dode olifant opleverde en funest bleek voor zijn imago. Ook Corinna’s ex-man Philip Adkins, die haar bloed inmiddels wel kan drinken, komt aan het woord.

Om aan te tonen dat hij nog altijd tot de intimi van de inmiddels 85-jarige ex-koning behoort, belt Adkins Juan Carlos gewoon even op. ‘Om de een of andere reden geloven ze niet veel van wat ik zeg. Daarom wilde ik u bellen.’ De twee kunnen er samen wel om lachen. Tegelijk verbaast de gesoigneerde Brit zich over het gebrek aan loyaliteit dat zijn koninklijke vriend ten deel valt. Van het weerspannige high society-meisje Corinna bijvoorbeeld.

Zij doet in deze vierdelige serie – volgens eigen zeggen tegen heug en meug, maar dat gelooft geen mens – een boekje open over hoe ze door de geheime dienst werd bespioneerd en dat ze zich daardoor op een gegeven moment zorgen begon te maken over haar veiligheid. In Salvar Al Rey is ‘t overigens een andere maîtresse, de actrice Bárbara Rey, die de ruimte neemt om over haar escapades met de koning te verhalen.

Hoewel de twee series zo hun eigen bronnen kiezen om Juan Carlos te vangen (in dit geval: een afgewogen combinatie van persoonlijke vrienden, medewerkers, politici, historici, koningshuiskenners, journalisten en medewerkers van de geheime dienst) komen ze uiteindelijk uit bij precies dezelfde thema’s: gerommel met vrouwen, geld en voorrechten. Precies wat van het kind van een dynastie mag worden verwacht.

Afgaande op Juan Carlos: Downfall Of The King is het cruciale moment in z’n vorstelijke bestaan toch echt de ontmoeting met Corinna Larssen. Van de liefde van zijn leven heeft zij zich ontwikkeld tot een onversaagde wraakengel, die een belangrijk deel van het, deels op dubieuze wijze verkregen, fortuin van de ooit zo populaire telg van het Huis Bourbon in bezit heeft gekregen. Intussen leeft hijzelf alweer enige tijd in ballingschap.

Deze smeuïge productie komt verder nooit écht bij de man achter de troon terecht, maar jaagt er via hem gewoon alle schandalen nog eens doorheen en bevestigt zo vooral het (veelal terechte) imago van ‘the rich and famous’. Alleen dat ene tragische ongeluk met zijn jongere broer Alfonso blijft in deze serie over de Spaanse zielsverwant van prins Bernhard vreemd genoeg helemaal onbenoemd.