Wanted: The Escape Of Carlos Ghosn

Apple TV+

Hij – of beter: zijn verhaal – is ideaal documentaire-materiaal. Want zonder zijn smadelijke, tot de verbeelding sprekende aftocht uit Japan in het najaar van 2019 zou Carlos Gosn, de Libanees-Franse topman van de autofabrikanten Renault en Nissan, waarschijnlijk nooit de hoofdpersoon van op z’n minst twee producties zijn geworden. Een klein jaar geleden bracht Netflix de documentaire Fugitive: The Curious Case Of Carlos Ghosn uit, nu volgt op Apple Tv+ de vierdelige serie Wanted: The Escape Of Carlos Ghosn (182 min.)

Nadat die een prikkelende startvraag (‘victim or villain?’, van de hand van CNN-presentator Richard Quest) heeft gedropt, start Wanted op hetzelfde punt als de tegenhanger die ‘m de loef heeft afgestoken: bij de instrumentenkist waarmee ‘Le Cost Killer’ clandestien Japan uit wordt gesmokkeld. De navolgende vertelling is min of meer hetzelfde – al liggen sommige accenten anders. Carlos Ghosn zelf ontbreekt bijvoorbeeld bij Netflix, terwijl hij voor deze Apple-serie comfortabel voor de camera plaatsneemt en zich uitgebreid laat bevragen over de affaire die zijn leven en carrière heeft gedefinieerd. Erg moeilijk maakt regisseur James Jones ’t hem zo op het eerste gezicht alleen niet. Sommige onderwerpen, zoals het schimmige leven van Ghosns vader, worden wel aangestipt maar slechts beperkt uitgediept.

Fugitive introduceert dan weer een fictief personage, dat de getuigenissen van collega’s, medewerkers en journalisten verbindt, inkadert en verduidelijkt met informatie die ze aan anonieme assistenten en PR-adviseurs heeft ontleend. Een andere selectie van hetzelfde type deskundigen krijgt in Wanted de gelegenheid om de typische alfaman, ‘een Aziatische dictator’ volgens één van de sprekers, kritisch door te lichten. Tegelijkertijd krijgt Team Ghosn, waarin zijn tweede echtgenote Carole een prominente rol claimt, aanzienlijk meer speelruimte. Zodat al snel het beeld ontstaat dat de almachtige Franse CEO ten prooi is gevallen aan een slinks complot vanuit het hart van zijn eigen onderneming. Of is hij, zoals zijn opponenten vermoeden, simpelweg een witteboordencrimineel die het recht wil ontlopen?

Of de lotgevallen van Carlos Ghosn – los van het boek waarop deze serie is gebaseerd, enkele podcasts en talloze artikelen – werkelijk twee keer in documentaire-vorm moet worden verteld is natuurlijk ook de vraag. Één van de twee producties bekijken volstaat ook. De voorkeur gaat daarbij duidelijk uit naar deze serie. Wanted graaft een stuk dieper, maar gebruikt daarvoor natuurlijk wel dubbel zoveel tijd. Een hele aflevering bijvoorbeeld over die toch wel gedurfde vlucht uit Japan, waarvoor Ghosn de hulp inroept van de omstreden CIA-agent Michael Taylor, diens zoon Peter en zijn eigen HR-manager Greg Kelly. Zijn helpers zullen door dat huzarenstukje flink in de problemen komen, blijkt in de slotaflevering. Maar of ze dan ook op de steun van Ghosn, die zich inmiddels in Libanon heeft verschanst, mogen rekenen?

En is de man werkelijk zo onschuldig als hij doet voorkomen? Uiteindelijk diept Jones, die in tegenstelling tot zijn Fugitive-collega verder gaat nádat Carlos Ghosn is ontsnapt uit Japan, met zijn bronnen de nodige onwelgevallige informatie op. Zodat het eindoordeel toch echt in Ghosns nadeel uitvalt. Met deze krachtige miniserie lijkt zijn relaas nu echt helemaal afgekluifd – al is dat dus geen garantie dat een andere maker nog ergens een restje vlees of stukje vet denkt te hebben gevonden. Het heeft overigens ook zo zijn voordelen wanneer elke streamer zijn eigen versie van hetzelfde verhaal aanbiedt. Als Netflix, Apple, Prime, SkyShowtime en HBO Max zo daadwerkelijk elke aansprekende affaire gaan oppakken, hoeft de documentaire-veelvraat straks niet meer allerlei verschillende streamabonnementen af te sluiten.

Se Busca Millonario

HBO Max

‘Ik ben vast de enige burgemeester van Spanje die een miljonair zoekt’, zegt Carlos Negreira, de voormalige burgervader van de Galicische gemeente A Coruña, tijdens een persconferentie in 2012. ‘Niet om geld te vragen, maar om geld te geven.’

Uiteindelijk melden zich bij de Spaanse gemeente meer dan tweehonderd (!) mensen die beweren dat zij het winnende lot van de Primitiva-loterij, goed voor maar liefst 4,7 miljoen euro, zijn kwijtgeraakt. Lot 4722337 blijkt te zijn aangetroffen in een kleine loterijwinkel aan de Plaza San Augustín. Die ligt in een totaal ander deel van de stad dan de Carrefour waar het felbegeerde lot even daarvoor is gekocht. Welke weg heeft het gouden ticket sindsdien afgelegd? En wie zijn daarbij betrokken geweest?

Noemí Redondo en Susana López Raña maken van Se Busca Millonario (Engelse titel: Wanted: Millionaire, 128 min.) een kek vormgegeven whodunnit. Met een fraai opgezette en uitgelichte maquette hebben zij het Spaanse stadje nagebouwd, waarbij de reclamanten als poppetjes worden ingezet in een ondoorzichtig spel om de grote prijs. Saillant detail daarbij: als niemand kan bewijzen dat het lot van hem/haar is, gaat het geld naar de eigenaar van de winkel waar het lot is gevonden. En laat dat nu net de broer van de verkoper zijn…

De complexiteit van deze zaak, die inmiddels ruim tien (!) jaar beloopt, wordt in deze driedelige ‘true crime’-serie verbeeld met een gestileerde studio-opstelling, waarbij acht stoelen in een kring zijn gezet. Daarop nemen de verschillende eisers plaats die beweren dat zij, écht, de rechtmatige eigenaar van het felbegeerde lot zijn. Of ze daarbij te goeder trouw handelen en werkelijk overtuigd zijn van de rechtmatigheid van hun eigen claim of gewoon een slaatje proberen te slaan uit de situatie is slechts met zeer veel moeite vast te stellen.

Duidelijk is in elk geval dat zij nauwelijks meer terug kunnen. In plaats van een gelukzalig gevoel van oneindige rijkdom heeft de zaak hen echter vooral stress en slapeloosheid bezorgd. Via deze ‘winnaars’ lopen Redondo en López Raña op z’n Agatha Christies allerlei verschillende scenario’s door, die steeds nét een ander licht op de kwestie werpen. Dat proces neemt, hoewel slim opgezet en enerverend gemonteerd, nogal wat tijd in beslag en komt uiteindelijk tot een ontknoping, die nog veel zaken open laat. 

Waarbij zich meteen ook een vervolgvraag aandient: zouden al deze potentiële miljonairs überhaupt een ander als echte eigenaar van het lot kunnen accepteren? Met het opgeven van het idee dat zij dat winnende lot (zouden kunnen) hebben, verliezen ze immers ook hun signatuurverhaal.

Il Principe

Netflix

Is het een noodlottig ongeval of toch een moedwillige moord? En wie heeft de trekker overgehaald? Bij een nachtelijk meningsverschil nabij het Franse eiland Cavallo, gelegen tussen Corsica en Sardinië, worden er op 18 augustus 1978 minimaal twee schoten gelost en raakt de negentienjarige Duitse toerist Dirk Hamer ernstig gewond. Een kleine vier maanden later bezwijkt de jongen in het ziekenhuis aan zijn verwondingen.

De verdachte luistert naar de welluidende naam Vittorio Emanuele van Savoye. Hij is niemand minder dan Il Principe (130 min.), de troonpretendent van het Italiaanse koningshuis in ballingschap en zal voortaan door het leven moeten als ‘de schietende prins’. Hij vergelijkt zichzelf in deze driedelige serie met een stier in een stierengevecht. Iedereen wil het dier dood hebben. Maar, stelt Van Savoye, ‘de stier heeft hoorns.’

Hamers zus, een bekend fotomodel, ontwikkelt zich tot zijn Nemesis, ook in deze reconstructie van de verwikkelingen door Beatrice Borromeo Casiraghi. Birgit Hamer stelt alles in het werk om Vittorio te laten boeten voor de dood van haar broer, maar stuit volgens eigen zeggen steeds op de ‘ondoordringbare muur’ die rond de kroonprins is opgetrokken. Stuitende klassenjustitie of toch een tot in het absurde doorgevoerde heksenjacht?

Dat klinkt enerverender dan het wordt. Il Principe voert een flinke stoet familieleden, direct betrokkenen en ooggetuigen op, die tot in detail verklaren over wat er is gebeurd en hoe dat wel/niet is afgedekt. De afwikkeling van de zaak wordt daardoor tamelijk stroperig, terwijl de sfeertekening van het milieu van de prins, dat hem bijvoorbeeld in contact brengt met de Sjah van Perzië en de vrijmetselaarsloge P2, juist om verdieping vraagt.

In een bijzin komt ook het Dirk Hamer-syndroom nog ter sprake. Als Hamers vader Ryke na de dood van zijn zoon kanker krijgt, wijt hij dit aan zijn immense verdriet. Ryke Hamer zal zich ontwikkelen tot een omstreden propagandist van het idee dat kanker is te genezen door het behandelen van psychisch trauma. De verhaallijn over de beruchte kwakzalver, een buitenbeentje wellicht binnen de grotere vertelling, wordt echter nauwelijks uitgewerkt.

Deze miniserie sleept zich liever voort langs alle verwikkelingen in de zaak rond de kroonprins Vittorio Emanuele van Savoye, die gedurende meerdere decennia via het gerecht en de media wordt uitgevochten en uiteindelijk toch nog tot een enerverende ontknoping krijgt. Waarbij ook de Spaanse koning Juan Carlos, die ervan wordt verdacht dat hij in 1956 per ongeluk zijn broer Alfonso heeft doodgeschoten, nog een piepklein bijrolletje heeft.

Buddy Guy: The Blues Chase The Blues Away

PBS

‘Je speelt ‘m omdat je hem hebt’, doceert Buddy Guy over de blues. ‘Maar door ‘m te spelen raak je hem ook weer kwijt.’ Dat is meteen het motto van Buddy Guy: The Blues Chase The Blues Away (86 min.), een documentaire van Devin Chanda, Charles Todd en Matt Mitchener waarin het levensverhaal van de Amerikaanse zanger en bluesgitarist wordt gekoppeld aan de muziek, het levensgevoel, waaraan hij nu al een leven lang zijn hart heeft verpand.

George ‘Buddy’ Guy kan aanstekelijk vertellen over hoe hij in armoede opgroeide en katoen moest plukken in Lettsworth, Louisiana, en vervolgens in 1957 naar de bluesstad Chicago verkaste, om daar het vak te leren van cracks als Howlin’ Wolf en Muddy Waters. Pas toen hun muziek de oversteek maakte naar Europa en door Britse bands zoals The Rolling Stones, Cream en Led Zeppelin werd omarmd, kregen de Afro-Amerikaanse wegbereiders eindelijk de waardering die hen al zo lang toekwam. In hun midden en gepromoot door witte rockhelden ontwikkelde de volhouder zijn eigen uitzinnige gitaarstijl. ‘Hij zette de turbo van de blues aan’, stelt collega Carlos Santana daarover.

Deze stevig doortimmerde film – opgeluisterd met sfeervolle soloperformances, concertbeelden en fraaie schilderijen die het Afro-Amerikaanse bestaan in de (zuidelijke) Verenigde Staten verbeelden – pakt het bluesgevoel stevig bij z’n lurven. In intermezzo’s genaamd The Blues According To… krijgen (via archiefmateriaal) de pioniers Lightnin’ Hopkins, Muddy Waters en Willie Dixon en (in levende lijve) hun navolgers Eric Clapton, Carlos Santana, John Mayer, Kingfish en Gary Clark Jr. de gelegenheid om uit te drukken wat zij verstaan onder die vermaledijde blues – en hoe hun Buddy Guy die nu al een slordige zeventig jaar springlevend houdt. Als hij ooit sterft, blijft zijn gitaar huilen.

Om de man zelf, die al eens mocht optreden in het Witte Huis en toen de eerste zwarte president Barack Obama verleidde om een stukje te zingen van de evergreen Sweet Home Chicago, te parafraseren over de blues: je krijgt ‘m als Buddy speelt. Ook al heb je hem niet hebt of nooit eerder gehad. En je wilt ‘m daarna niet meer kwijt.

Real Madrid: Until The End

Apple TV+

De topspelers Cristiano Ronaldo, Sergio Ramos en Raphaël Varane zijn vertrokken. Coach Zinedine Zidane heeft de handdoek in de ring gehooid. En het befaamde stadion Santiago Benabéu staat in de steigers. Nee, slechter kan het niet gaan met Real Madrid, een voetbalclub die alleen het allerhoogste nastreeft en die na een vrijwel ongeëvenaarde succesperiode halverwege 2021 op een dood spoor lijkt te zijn aanbeland.

Een ideaal moment dus voor een ervaren coach, de kiene prijzenpakker Carlo Ancelotti, om in te stappen en het oude Madrid dood te verklaren, zodat een nieuw Real kan opstaan. Een ideale uitgangspositie ook voor een meeslepende docuserie over het seizoen 2021-2022 van de Spaanse topclub. Een beetje voetballiefhebber weet natuurlijk hoe dat gaat aflopen. Waarbij het meteen de vraag is of Real Madrid: Until The End (166 min.) er ook zou zijn gekomen als ‘De Koninklijke’ in eigen land was afgetroefd door FC Barcelona, met de staart tussen de benen vroegtijdig de Champions League had moeten verlaten en Ancelotti tijdens een hete herfst de zak zou hebben gekregen? Op z’n Sunderland ‘Til I Die’s, zogezegd.

Maar nee, na enkele smadelijke nederlagen, zowel in eigen land als in Europees verband, hervindt El Real zich natuurlijk en wordt deze driedelige serie van Jésus Marcos en Pablo Pasada een ‘himmelhoch jaugzend’ verslag van een on-ge-lo-fe-lijk succesverhaal. Waarbij de ‘comeback kids’ van Carlo Ancelotti menigmaal door het oog van de naald kruipen, zich steeds uit geslagen positie terugvechten en aan het eind dus die ‘Cup met de Grote Oren’ in de lucht mogen houden. En dat willen de topcoach, zijn spelers en voorzitter Florentino Pérez, onlangs nog in een heel andere rol te zien in de ontluisterende miniserie Super League: The War For Football, maar al te graag weten.

Deze serie staat natuurlijk bol van de enerverende wedstrijdbeelden, wordt (met een eindeloze stroom platitudes) ingekaderd door clubcoryfeeën zoals Raúl, Roberto Carlos en Mijatovic en de (blijkbaar) onvermijdelijke voetbalkenners en laat een erg uitleggerige verteller vervolgens alle nog rondslingerende verhaallijntjes aan elkaar verbinden. En dan is er ook nog gelegenheid om in te zoomen op individuele spelersverhalen: van aanvoerder Karim Benzema (die eindelijk niet meer in Ronaldo’s schaduw hoeft te staan), ‘Dreh & Angelpunkt’ Luka Modric (met prachtige beelden van hoe hij in de kleedkamer een grote overwinning viert) en de Braziliaanse vleugelspeler Vinicius Jr. (die eindelijk zijn belofte inlost).

Elke aflevering wordt ingeleid door alweer zo’n Koninklijk icoon (David Beckham), is gecentreerd rond een heroïsch Champions League-duel en lijkt uiteindelijk toch vooral bedoeld ter meerdere eer en glorie van de club, die natuurlijk – geen mens die daaraan twijfelt – véél groter is dan alle verzamelde individuen. De goede verstaander weet inmiddels meer dan genoeg: Real Madrid: Until The End is spekkie voor het bekkie, of toch écht een beetje te veel – laten we het zo maar formuleren – ‘Super League’ voor de gewone huis, tuin & keuken-supporter.

Fugitive: The Curious Case Of Carlos Ghosn

Netflix

Na een enerverend intro, waarin de kijker lekker is gemaakt met het smeuïge verhaal van een westerse topmanager die op 29 december 2019 met de staart tussen de benen – en verstopt in een instrumentenkist – Japan uit is gevlucht, wandelt een jonge vrouw het beeld in van Lucy Blakstads documentaire Fugitive: The Curious Case Of Carlos Ghosn (95 min.). Ze neemt plaats achter een bureau en voor de camera. Nadat zij de kijker in diverse talen welkom heeft geheten, stelt ze zich voor. ‘Oké, even voor de duidelijkheid: ik ben in werkelijkheid een actrice. Mijn script is gebaseerd op interviews met assistenten en pr-adviseurs van Ghosn met wie hij al jaren samenwerkt en die om verschillende redenen niet wilden meewerken aan de documentaire.’

Op gezette momenten zal deze actrice, Lyna Dubarry, in de navolgende anderhalf uur de herinneringen van collega’s, medewerkers, concurrenten, juristen, journalisten en Ghosns zus Nayla aan de voormalige CEO van Renault verbinden, inkaderen en verduidelijken. ‘s Mans carrière heeft een vlucht genomen als de Franse autofabrikant in 1999 een alliantie sluit met de Japanse concurrent Nissan. Carlos Ghosn, bijgenaamd ‘Le Cost Killer’, wordt dan gevraagd om de zaak in Japan vlot te trekken. Hij krijgt Nissan inderdaad weer aan de praat, maar dat gaat niet vanzelf: terwijl hijzelf een nationale bekendheid wordt – en de hoofdpersoon in zijn eigen mangastrips – mogen 21.000 medewerkers naar een andere baan uitzien.

Het levert Ghosn zelf ook een nieuwe betrekking op: hij wordt in 2005 benoemd tot CEO van Renault. Nissan blijft hij erbij doen. En daarna gaan, zoals wel vaker bij een leider die alleen nog gelijkgestemden of jaknikkers om zich heen verzamelt, alle remmen los: hij begint een exorbitant salaris op te strijken, gaat zich steeds meer gedragen als een zonnekoning en voert intussen de werkdruk ongenadig op. Daarmee duwt hij enkele medewerkers van Renault naar de rand van de afgrond. Een enkeling is zelfs zo wanhopig dat-ie een einde aan z’n leven maakt. ‘De pijn is wat afgenomen’, zegt de weduwe van één van hen in Fugitive. ‘Maar de woede niet.’

En dan moeten de beschuldigingen van corruptie, zelfverrijking en fraude, waarvoor Carlos Ghosn in een Japanse cel zal belanden, nog komen. De hoofdpersoon laat de mogelijkheid om zich daarvoor te verantwoorden in deze documentaire aan zich voorbij gaan. Via openbare verklaringen komt hij echter wel degelijk aan het woord in een solide film, die – behoudens de toevoeging van een gefingeerd personage – tamelijk conventioneel Ghosns carrière en werkwijze doorlicht en daarna gestaag toewerkt naar zijn miraculeuze ontsnapping uit het land dat hem ooit groot heeft gemaakt. Als de dief in de nacht waarvan hij zelf volhoudt dat hij die nooit is geweest.

Een jaar na Fugitive heeft Apple TV+ de vierdelige docuserie Wanted: The Escape Of Carlos Ghosn.

Salvar Al Rey

HBO Max

Don Alfonso de Borbón y Borbón stierf in 1956 op veertienjarige leeftijd. Ruim 65 jaar na dato kunnen enkele oudere Spaanse journalisten nog altijd nauwelijks geloven dat in de berichtgeving over prins Alfonso’s overlijden toentertijd niet de ware toedracht werd vermeld.

‘Dood door tragisch ongeluk’, schreeuwt een krantenkop. ‘Er ging een pistool af bij het schoonmaken’, stelt het bijbehorende artikel. Geen woord over wie de fatale kogel heeft afgevuurd: ‘s mans broer Juan Carlos, de latere koning van Spanje. ‘Dit is heel typisch voor de censuur van de dictatuur’, constateren de journalisten eensgezind. De almachtige generaal Franco hield zulke onwelgevallige berichten stelselmatig onder de pet.

Insiders, kenners en critici buigen zich in de scandaleuze miniserie Salvar Al Rey (Engelse titel: Saving The King, 147 min.) over het turbulente leven van de Spaanse vorst Juan Carlos I. Waarbij opvalt dat de monarch zich graag laat fêteren, nooit te beroerd is om naar een extra zakcentje te vragen en een voorliefde heeft voor mooie, jonge vrouwen. Volgens artikel 56 van de Spaanse grondwet is hij nu eenmaal onschendbaar, de enige persoon die werkelijk boven de wet staat.

Dit wil natuurlijk niet zeggen dat het gedrag van Juan Carlos onbesproken blijft. Tijdens zijn regeerperiode stapelen de schandalen zich op. Als hij de actrice Bárbara Rey tegen het bevallige lijf loopt bijvoorbeeld. Zij begint direct opnamen te maken van hun amoureuze ontmoetingen, die natuurlijk ook hun weg hebben gevonden naar deze miniserie van Santi Acosta. Het betere afperswerk dus. Tegen die tijd is er geen dictator meer die elk gerucht met het nodige machtsvertoon afdekt.

En als Bárbara uit beeld is, verschijnt een andere schone. Corinna Larsen schijnt zelfs 65 miljoen euro over te hebben gehouden aan haar contacten met Juan Carlos. Zo blijft de koning tot na zijn min of meer gedwongen aftreden in 2014 steeds onderwerp van gesprek. Want, inderdaad, zelfs mensen zoals hij komen uiteindelijk niet overal mee weg. Salvar Al Rey is desondanks – althans voor diegenen onder ons die niet in sprookjes wensen te geloven – niets minder dan een demasqué van de monarchie.

Anderen zien waarschijnlijk gewoon iemand die zich als een vorst gedraagt.

The Phantom

Netflix

Geen krachtiger argument tégen de doodstraf dan iemand die onschuldig ter dood blijkt te zijn gebracht.

Carlos DeLuna leek zo schuldig als wat. Op 4 februari 1983 was er een telefoontje binnengekomen bij de politie van de Texaanse stad Corpus Christi: de 24-jarige Wanda Lopez, medewerkster van een tankstation, belde op dat ze werd overvallen. Toen de agenten ter plaatse arriveerden, was Wanda al dood. Er werd direct een verdachte aangehouden. Die beweerde echter dat niet hij, maar een andere latino met de naam Carlos, Carlos Hernandez, de jonge caissière had neergestoken.

DeLuna had levenslang kunnen krijgen, met kans op voorwaardelijke invrijheidstelling. Hij hield echter vast aan zijn onschuld. Dat zou hem duur komen te staan. De jury veroordeelde de ontspoorde jongeling, die tijdens het proces consequent was afgeschilderd als een ‘roofdier’, tot de doodstraf. Zes jaar later werd het vonnis daadwerkelijk voltrokken. Carlos DeLuna kreeg op 7 december 1989 om middernacht een dodelijke injectie toegediend. Case closed. Toch?

Niet echt. Nog eens veertien jaar later werd de zaak opnieuw onder de loep gehouden door principiële tegenstanders van de doodstraf. Zij stuitten zowaar op Die Andere Carlos, ofwel The Phantom (80 min.). Zou het dan tóch? Documentairemaker Patrick Forbes licht de pijnlijke zaak nog eens grondig door met DeLuna’s broer en zus, z’n advocaat, de aanklager en een verslaggeefster van de lokale tv-zender, die tot twee uur vóór zijn executie contact had met de veroordeelde.

Minutieus reconstrueert Forbes bovendien met ooggetuigen de gebeurtenissen op de fatale avond, die met gedramatiseerde scènes en een dreigende soundtrack verder worden aangekleed. Gaandeweg wordt de conclusie onontkoombaar dat er sprake moet zijn geweest van een gerechtelijke dwaling. Intussen ontwikkelt deze doeltreffende film zich tot een krachtig schotschrift tegen de doodstraf.

Overcoming

Netflix

Hoe je een documentaire in de montage totaal kunt verknallen…

Je hebt een fascinerend hoofdpersonage: Bjarne Riis, ploegleider van de wielerploeg CSC en zelf oud-winnaar van de Tour de France. En altijd geassocieerd met doping, dat ook.

Sterke bijrollen: Riis’ toprenners Ivan Basso (een potentiële winnaar), Carlos Sastre (diens interne concurrent en bovendien aanstaand vader) en Kurt-Asle Arvesen (een knecht die betrokken is bij de ene na de andere valpartij).

Een ‘man you love to hate’ als superieure tegenstander: veelvuldig Tour-winnaar Lance Armstrong, die dan nog niet is ontmaskerd als Mr. Doping.

Alle mogelijke uitdagingen: blessures, familietrubbels en – natuurlijk – bergtoppen.

En, vanzelfsprekend, een onweerstaanbaar strijdtoneel: de Ronde van Frankrijk van 2004.

Na drie weken absolute topsport, met alle bijbehorende pieken en dalen, kom je – filmmaker Tómas Gislason uit Denemarken – met ronduit prachtig materiaal thuis en sla je helemaal op hol in de editruimte:

Stevig split screen-gebruik.

Zomaar zwartwit.

Dramatische slow-motion.

Onnavolgbare flashbacks.

Potsierlijke teksten in beeld.

Overdadige kleurcorrectie.

Toevallige timelapse-sequenties.

Opdringerige soundtrack.

Flashy flash forwards.

Overdramatische herhalingen.

Oh ja, dat hadden we ook nog: green screen.

Kortom: een onvervalste ADHD-montage. Waarmee in Overcoming (108 min.) al het afzien, de heroïek, dat gekonkel, de stress en het alomtegenwoordige drama van de ultieme wielerwedstrijd vakkundig de nek om wordt gedraaid.

Las Tres Muertes De Marisela Escobedo

Netflix

In eerste instantie lijkt het een traditioneel true crime-relaas te worden: jonge vrouw is uit de weg geruimd door jaloerse echtgenoot. Haar moeder Marisela Escobedo Ortiz, de protagonist van deze vertelling, probeert vervolgens recht te halen. Eerst moet alleen het stoffelijk overschot van haar zestienjarige dochter Rubí worden gevonden. En dan neemt dat ogenschijnlijk licht voorspelbare verhaal, met typische Latijns-Amerikaans melodrama opgedist, een onverwachte wending.

Die crime passionel blijkt in Las Tres Muertes De Marisela Escobedo (109 min.) de opmaat naar een groter verhaal over de samenleving waarbinnen die zich heeft afgespeeld: het Mexico waar drugskartels de dienst uitmaken en een mensenleven een soort wegwerpartikel is. Letterlijk. Zeker een vrouwenleven, getuige de feminicide in het land. Rubí is slechts één van de vele vermiste vrouwen van Ciudad Juárez. En ze zal ook niet het laatste slachtoffer in deze zaak zijn.

Het schokkende verhaal van Marisela en haar kinderen is exemplarisch voor de maalstroom van corruptie, incompetentie en geweld die het Midden-Amerikaanse land nu al jaren in zijn greep houdt en die door regisseur Carlos Pérez Osorio met direct betrokkenen uit en te na wordt gereconstrueerd. Intussen wordt Sergio Barraza Bocanegra, Rubí’s gewelddadige ex, lid van de beruchte drugsbende Los Zetas. Hij raakt zo steeds verder buiten bereik van justitie en Marisela zelf, die hem nog altijd wil (laten) inrekenen.

Sanctuary

VPRO

Image is everything. Als één activistische organisatie dat principe goed in z’n oren heeft geknoopt, dan is het Greenpeace. De media-afdeling van de milieuclub maakt steevast overuren als er weer zeehondjes of walvissen moeten worden gered, atoomproeven zijn aangekondigd of afval dreigt te worden gedumpt. En de boten van de helden die dan in actie komen dragen mediagenieke namen als Rainbow Warrior, Esperanza en Arctic Sunrise.

Bij een nieuwe campagne om aantasting van de Antarctische Oceaan onder de aandacht te brengen wordt dus een bekend gezicht ingezet: de Spaanse acteur Javier Bardem (Mar Adentro, No Country For Old Men en Skyfall). Samen met zijn eveneens acterende broer Carlos gaat hij aan boord bij de Arctic Sunrise, voor een expeditie naar het poolgebied. Op zoek naar kwetsbare onderwaterflora en -fauna en zijn favoriete dier, de pinguïn. En alles wordt, natuurlijk, gefilmd. Zelfs hoe Bardem zichzelf filmt.

Javier Bardem is een goedlachse gastheer, die van het aantrekken van z’n speciale thermische pak een soort slapstickscène maakt en lekker zeeziek wordt als metershoge golven ’s ochtends, als een gigantische ‘vaatwasser’, tegen de boot aan klotsen. Zodra hij de onderzeeboot ziet waarmee hij naar de bodem van de oceaan gaat afdalen, vergelijkt Bardem die met een kindersurprise-ei. ‘A small step for me’, parafraseert hij vervolgens vol zelfspot Neil Armstrong, de eerste man op de maan. ‘A giant leap for humanity.’

En dan gaat de acteur doelbewust kopje onder, op een missie naar de zeebodem die zonder enige twijfel spectaculair beeldmateriaal gaat opleveren. Na afloop heeft de Spaanse acteur direct ideeën over welke soundtrack er bij deze enerverende onderneming hoort: Mozart. En welke muziek hebben we even van tevoren te horen gekregen toen die onderwaterbeelden in al hun glorie werden getoond? Piano Concerto No. 21 – Adante. Van, inderdaad, Wolfgang Amadeus.

Bardem zorgt er zo voor dat deze Film Met Een Boodschap niet te prekerig wordt. Want helder is ook dat Sanctuary (74 min.) eerst en vooral is bedoeld om een maatschappelijke kwestie te agenderen. Je kunt je in dat verband bijvoorbeeld nauwelijks voorstellen dat de Bardems ter plaatse zouden vaststellen dat het eigenlijk wel meevalt met die Antarctische Oceaan of dat de initiatieven die Greenpeace daarbij ontplooit weinig meer zijn dan een druppel op een gloeiende plaat.

Deze documentaire van Alvaro Longoria, altijd vermakelijk en soms adembenemend mooi, voelt daardoor nét iets te vaak als een campagnefilm voor Greenpeace. Waarbij glashelder is dat image…

O Amor Natural

NTR

‘De vlam die overal kan oplaaien. Op de grond, op het tapijt of zelfs op de keukentafel’, leest de ene Braziliaanse vrouw lachend voor aan de ander. ‘Een lijf aan lijf gevecht van zweet, sperma en lichaamsvocht.’ De twee dames op gevorderde leeftijd, zittend op een stoel aan het strand, kunnen hun lol niet op. ‘En daarna ga je naar bed om uit te rusten.’

‘De vrouw is ons de baas, vooral op het erotische vlak’, constateren twee gniffelende Braziliaanse mannetjes op een terras. ‘Doen jullie het nog wel?’, wil Heddy Honigmann weten. ‘Ik wel’, antwoordt de jongste, 67. ‘Maar ú doet het toch niet meer?’ schakelt de Nederlandse documentairemaakster door naar de ander. De 82-jarige man laat zich niet overrompelen: ‘Hoezo niet? Ik zal u niet vragen of u met mij wilt experimenteren.’ Schaterend: ‘Maar ik ben er niet slecht in.’

’Zuigen en gezogen worden door de liefde’, leest een andere oudere man met een dikke bril even later voor uit een bundel van de befaamde Braziliaanse dichter Carlos Drummond de Andrade (1902-1987). ‘Tegelijk de mond multivalent. Het lichaam twee in één genot volledig. Dat niet mij behoort noch jou behoort. Genot van fusie diffuse transfusie. Likken, zuigen en gezogen worden in hetzelfde spasme. Alles is mond en mond. Negenzestigvoud tongenmond.’ Honigmann: ‘Vindt u het mooi?’ De man begint te glunderen: ‘Het is half seksueel. Het is een beetje seksueel.’

Het recept is bedrieglijk simpel: neem O Amor Natural (76 min.), Drummond de Andrade’s postuum verschenen erotische gedichten, en leg de bundel voor aan gewone Brazilianen op leeftijd. Ze openen zich als vanzelf over hun eigen liefdesleven. Zo simpel als het idee voor deze documentaire uit 1996 is, zo elegant is de uitvoering. Honigmann belandt al luisterend en vragend bij de kapper, in een hoedenwinkel en – natuurlijk! – op het strand. Daar ontlokt ze haar gesprekspartners warme, sensuele en grappige ontboezemingen. Dat lijkt gemakkelijk, maar vraagt in werkelijkheid hele precieze casting en een uitstekend gevoel voor toon en timing. De juiste mensen, bij wie de juiste eh… snaar wordt geraakt.

Het resultaat is ernaar: O Amor Natural bulkt van de onvergetelijke personages. Zoals de vrouw die in een commercial een magnetron aanprijst omdat er dan meer tijd overblijft voor seks en daar dan weer heel eigen ideeën over heeft. Een 85-jarige schuinsmarcheerder en zijn vergevingsgezinde dochter, waarbij ’s mans vele buitenechtelijke affaires geen enkel schaamtegevoel oproepen. En de voormalige Olympische zwemster die blozend voorleest over ‘de driehoek van het schaamhaar wit van water, sperma, liefdes loop’. Stuk voor stuk wentelen ze zich (nog eenmaal) in de vleselijke liefde en worden ze overvallen door ‘saudade‘, die onmiskenbare mengeling van gevoelens van verlies, gemis, afstand en liefde.

En dat allemaal geïnspireerd door een befaamde dichter, die zijn pikante geschriften pas na zijn dood liet publiceren. ‘Een zacht beroeren van de clitoris’, leest de 74-jarige sambazangeres Dona Neuma daarin. ‘Ik weet niet wat dat is.’ De eigenaar van de dansschool die naast haar zit heeft ook geen idee. ‘De clitoris is het plekje dat de vrouwen genot geeft’, legt Heddy Honigmann uit. ‘Hij geeft dus de kittelaar een achternaam?’, reageert de vrouw verheugd. ‘Dan begrijp ik het.’ Waarna ze verlekkerd begint terug te blikken op haar huwelijk, dat achttien kinderen heeft opgeleverd. ‘Met al dat neuken heb ik hem gedood, denk ik.’

O Amor Natural is hier te bekijken.

Clive Davis: The Soundtrack Of Our Lives

IDFA

De ondertitel van dit portret van platenhoncho Clive Davis luidt: de soundtrack van onze levens. Dat lijkt een boude bewering. Totdat je een overzicht ziet van de acts die hij voor achtereenvolgens Columbia Records, zijn eigen Arista Records, allerlei afsplitsingen daarvan en platengigant BMG vastlegde:

Janis Joplin, Chicago, Santana, Bruce Springsteen, Simon & Garfunkel, Miles Davis, Aerosmith, Earth, Wind & Fire, Billy Joel, Barry Manilow, Alan Parson’s Project, Bay City Rollers, The Grateful Dead, Patti Smith, Aretha Franklin, Kenny G, Whitney Houston, Milli Vanilli, Eurythmics, Ace Of Base, Toni Braxton, Usher, The Notorious B.I.G., Alicia Keys, Busta Rhymes, Maroon 5 en – via American Idol – Kelly Clarkson.

Probeer dan nog maar eens te beweren dat die gewiekste gladjanus géén rol heeft gespeeld in jouw leven. Of je dat nu wilt of niet. Want hoewel Davis een goed stel oren aan zijn kale kop heeft zitten, is hij altijd heel nadrukkelijk op zoek geweest naar hits. Niet zozeer naar muziek die door merg en been gaat of de tijdgeest helemaal te pakken heeft. Nee: hits! Scoren!!

Clive Davis: The Soundtrack Of Our Lives (124 min.) is precies de documentaire die past bij zo’n carrière: een ongegeneerde lofzang op de man en zijn muziek. Met allerlei andere hotshots uit de muziekbusiness en een rode loper-lange stoet celebrities: Puff Daddy, Carlos Santana, Paul Simon, Patti Smith, Aretha Franklin en Alicia Keys. Waarbij een hele platenkast omvalt en de ene hyperbool de andere opvolgt. Totdat je er pijn in je oren van krijgt.

Het dramatische persoonlijke verhaal van de man (die op zeer jonge leeftijd beide ouders kwijtraakte), zijn turbulente relationele leven en de kritische vragen die óók bij zijn imposante loopbaan zijn te stellen, verdwijnen in de volledig plastic wereld die hij om zich heeft opgetrokken en die hier nog eens van alle kanten wordt uitgelicht. Alleen de vroegtijdige dood van de door hem gelanceerde zangeres Whitney Houston zorgt voor enig drama. Dat kan en mag evenwel niet verhullen dat Clive Davis letterlijk een halve eeuw toonaangevend was.

Kaiser: The Greatest Footballer Never To Play Football

Nods and Volleys Entertainment / We Are Buzzers

Renato Gaúcho meldt zich bij de portiers van de nachtclub. Wie ben jij? willen die weten. ‘Renate Gaúcho.’ De kleerkasten aan de deur moeten lachen: die is allang binnen. Pas als de bekende voetballer van de Braziliaanse topclubs Grêmio en Flamengo en speler van de ‘seleçäo’ eist dat hij die andere Renato wil zien, mag hij alsnog naar binnen. Daar ziet hij zijn lookalike Kaiser zitten, omringd door mooie vrouwen.

Carlos Henrique ‘Kaiser’ Raposo, zo wil het verhaal in de swingende documentaire Kaiser: The Greatest Footballer Never To Play Football (93 min.), blufte zich in de jaren tachtig en negentig de internationale voetballerij in, zonder dat hij ook maar een bal kon raken. Hij stond op de loonlijst bij een aanzienlijke hoeveelheid voetbalteams; van Braziliaanse topclubs als Flamengo, Botafogo en Fluminense tot het Mexicaanse Puebla en Gazélec Ajaccio op het Franse eiland Corsica.

Voordat hij daadwerkelijk door een trainer kon worden ingezet (of ook maar in de buurt kwam van een bal), fingeerde Kaiser een blessure en ging hij op zoek naar een nieuwe werkgever. Omdat in de voetballerij nu eenmaal geen enkele technisch manager durft toe te geven dat-ie ongezien een nieuwe speler heeft gecontracteerd en vervolgens toch nog een cent hoopt te verdienen bij het verder transfereren van zo’n miskoop, kwam hij er nog mee weg ook.

Dat is tenminste de eerste verklaring die deze gelikte documentaire van de Britse filmmaker Louis Myles geeft voor het succesvolle bedrog van de langharige loverboy, die liefst in een felgele speedo over het strand van Rio de Janeiro flaneerde. Later volgt een geloofwaardigere – en pijnlijkere – uitleg. Al blijft het voor de kijker gissen wat nu oprechte herinneringen van/aan Kaiser zijn en wat sterke verhalen, leugens om bestwil en keiharde bullshit.

Gekende Braziliaanse voetbalgrootheden als Carlos Alberto, Bebeto en Junior verlenen Kaisers relaas, dat Myles met acteurs heeft proberen te verbeelden, een zekere geloofwaardigheid. Hoewel de waarheid soms inderdaad vreemder is dan fictie, blijft het moeilijk om te geloven dat deze kekke, met smakelijke muziek geserveerde cocktail van voetbal en kolder werkelijk is gebaseerd op onweerlegbare feiten. Legende of niet, Kaiser heeft wel een bijzonder vermakelijk verhaal.