Brainwashed: Sex-Camera-Power

IDFA

Natuurlijk, dat Hollywood wordt gedicteerd door ‘The Male Gaze’, een term die werd gemunt door filmwetenschapper Laura Mulvey, kan nauwelijks een verrassing zijn. Regisseur Nina Menkes gaat echter nog een stuk verder in het scherp geformuleerde video-essay Brainwashed: Sex-Camera-Power (107 min.), dat weer is gebaseerd op haar eigen lezing Sex And Power: The Visual Language Of Oppression. Volgens Menkes is er een direct verband met de achtergestelde positie van vrouwen in de filmindustrie én het feit dat seksueel misbruik, daar en in de rest van de (westerse) wereld, zoveel voorkomt. Films hebben ons, zowel mannen als vrouwen, nu eenmaal op een bepaalde manier geprogrammeerd.

Om te beginnen richt Menkes zich op het verschil tussen subject en object. Als in: de kat (subject) eet de muis (object). In Hollywood is de man volgens haar al sinds jaar en dag subject (ofwel: protagonist) en de vrouw niet meer dan een object waarmee/-van hij iets wil. Ofwel: de man ziet de vrouw. The Male Gaze dus. Neem dat gerust letterlijk. Vrijwel alle speelfilms worden verteld vanuit mannelijk perspectief en vrouwen – en niet te vergeten: hun lichaam – worden daarin stelselmatig geobjectificeerd. Met een stortvloed aan fragmenten uit speelfilmklassiekers maakt Menkes in dit beeldtaalcollege overtuigend haar punt. Geen speld tussen te krijgen, eigenlijk.

Ze krijgt bovendien rugdekking van de wetenschapper Mulvey, psychoanalyticus Sachiko Taki-Reece en vrouwelijke filmmakers zoals Catherine Hardwicke (die de spraakmakende tienerfilm Thirteen regisseerde), Rosanna Arquette (die als actrice regelmatig slechte ervaringen had) en Amy Ziering (die het giftige man-vrouwklimaat in de entertainmentindustrie aankaartte in documentaires als Allen v. Farrow en On The Record). Zij kunnen getuigen over de lastige positie van vrouwen in Hollywood, waar mannen nog altijd onverminderd de dienst uitmaken. Het is daarom niet vreemd dat Amerikaanse films doorgaans, in de woorden van de non-binaire regisseur Joey Soloway (Transparent), propaganda voor het patriarchaat bedrijven.

Met het vlijmscherpe college Brainwashed, dat alleen aan het eind wat aan kracht inboet en dus wel wat korter had gekund, demonstreert Nina Menkes in elk geval duidelijk dat er echt een maatschappelijk belang is om dit te veranderen.

American Movie

Mark Borchardt (l) en Mike Schank (r)

Zijn hele omgeving moet eraan geloven. Mark Borchardt gaat een film maken. En daarbij kan de Amerikaanse slacker iedereen gebruiken: als acteur, crewlid, figurant óf (kleine) financier. Oom Bill bijvoorbeeld. Die zit alleen nogal op zijn centen. Als iemand hem kan overtuigen om tóch een serieuze donatie te doen, dan is het echter Mark. ‘Je komt op de aftiteling te staan als producer’, zegt de wannabe-filmmaker enthousiast, nadat hij zijn oom ook al lekker heeft proberen te maken met een fles rode wijn. Volgens zijn broer Alex kan Mark praten als Brugman. Erg veel fiducie heeft hij echter niet in diens filmcarrière. ‘Hij kan het beste in een fabriek gaan werken.’

Voor hun American Movie (102 min.) uit 1999 volgen Chris Smith en Sarah Price de gedreven filmfreak gedurende enkele jaren terwijl hij zijn pièce de résistance, een no-budget horrorfilm genaamd Northwestern, van de grond probeert te krijgen. Intussen ligt er ook nog een kleinere productie, Coven, om af te ronden. Borchardt laat zich niet uit het veld slaan door alle tegenslag, het gebrek aan geld en de openlijke twijfel vanuit zijn directe omgeving die het jarenlange productieproces begeleiden. Hij richt zich op de kleine geneugten van het filmbestaan. Een begraafplaats bijvoorbeeld, en de mensen die er liggen, als perfecte setting voor een geweldige scène. ‘Eerlijk gezegd dacht ik vroeger dat hij een stalker of seriemoordenaar zou worden’, bekent zijn broer Alex.

Via hun protagonist, die er ook nog drie kleine kinderen op na blijkt te houden en de kost verdient met stofzuigen bij een uitvaartcentrum, portretteren Smith en Price een kleine morsige gemeenschap in Milwaukee, Wisconsin, waarvan de leden met gemak kunnen worden weggezet als een stelletje losers. Neem bijvoorbeeld Marks jeugdvriend Mike Schank. ‘Als je aan de loterij meedoet, win je de ene keer en verlies je de andere keer’, vertelt de enigszins wereldvreemde ‘stoner kid’, die tevens de soundtrack voor deze documentaire heeft verzorgd en door zijn bijdrage aan American Movie een soort cultstatus zal krijgen. ‘Het is echter beter dan drugs of alcohol. Zeker drugs.’ Hij lacht ontwapenend. ‘Dan verlies je altijd.’

Op hun eigen manier leven Borchardt en Schank hun eigen gemankeerde versie van de ‘American dream’. De één weigert een reguliere baan te nemen en blijft compromisloos in zijn eigen droom geloven (hoe provisorisch die ook in leven moet worden gehouden) en de ander steunt hem door dik en dun, zoals een echte vriend doet. Deze cultfilm, die er op het Sundance Film Festival van 1999 met de Grand Jury Prize vandoor ging, wordt daardoor een tragikomisch eerbetoon aan de spreekwoordelijke ‘loser’ die, waarschijnlijk zonder dat hij ‘t zelf doorheeft, subiet ieders hart steelt.

A Man And A Camera

IFFR

‘Wat is daar de bedoeling van?’ vraagt de man die net lekker met zijn hark bezig was in de tuin. ‘Hallo! Ik vraag wat de bedoeling ervan is.’ Hij is dichter bij A Man And A Camera (63 min.) komen staan, maar antwoord blijft uit. ‘Bent u doof?’ wil een andere man, eveneens werkzaam in het groen, even later weten. Ook nu blijft het stil vanachter de camera.

De man en zijn camera, vermoedelijk documentairemaker Guido Hendrikx, loopt door. Naar een nieuw ‘slachtoffer’, wiens privacy – ongevraagd en zonder commentaar – zal worden geschonden. Aan de deur, in de tuin of bij de intercom. En soms: gewoon binnen, in hun eigen huis. De reacties lopen uiteen: van verbaasd en geamuseerd tot boos en verontwaardigd.

Een beetje geheimzinnig dit. Vertel…

Is het de bedoeling dat ik wat zeg?

Ik doe de deur weer dicht hoor.

Geef die man eens even een koekje.

Ik vind ‘t allemaal prima zo.

Wilt u mee naar binnen?

Zal ik even koffiezetten voor je?

Wat is de diepere zin daarvan? 

Spoor je wel, kerel? 

Ik wil dat je nu weggaat. Anders bel ik de politie.

Je krijgt vijf tellen om te zeggen wat je komt doen. Anders sla ik dat ding in elkaar.

En dan voegt een andere man, zonder waarschuwing vooraf, de daad bij het woord.

Dat is overigens een uitzondering. De andere geportretteerden maken gewoon contact. Zoals je dat doet met een vreemde die geen woord terugzegt. Wat Hendrikx, eerder verantwoordelijk voor de bekroonde en bijzonder ongemakkelijke vluchtelingenfilm Stranger In Paradise, op die manier probeert te zeggen? Heel veel, waarschijnlijk.

Is A Man And A Camera een pleidooi om zorgvuldiger onze privacy te beschermen? Of een relativering daarvan? Een eerbetoon aan de vaderlandse volksaard? Of juist een demasqué? En wat is de kijker van zijn film dan? Een lid van de eigen parochie? Of een nietsontziende voyeur? En zou hij, als almachtige man achter die camera, werkelijk helemaal niets hebben gezegd tegen zijn subjecten? 

Wat de onuitgesproken regels van het experiment ook waren, de camera zoekt gaandeweg ieders grenzen op en maakt van alle betrokkenen bovendien acteurs in het spel dat hun eigen leven wordt. Afhankelijk van z’n gemoedstoestand ziet de nietsvermoedende kijker dat geïntrigeerd aan of zit ie dat geïrriteerd uit. En dan valt Leonard Cohens Going Home in tijdens de aftiteling.

Finding Vivian Maier

In haar opslagruimte vindt hij Vivian Maiers complete leven: jurken, rekeningen, folders, treinkaartjes, schoenen, ongecashte belastingcheques, hoeden en een kunstgebit. Én zo’n honderdduizend fotonegatieven en enkele duizenden filmrolletjes.

Daarvoor had John Maloof in 2007 bij een veiling al een doos met negatieven van de onbekende fotografe op de kop getikt. Hij moest er 380 dollar voor neertellen, herinnert hij zich. Eenmaal thuis kon de jonge historicus en handelaar zijn ogen niet geloven: deze foto’s waren zó goed. Wie was deze vrouw? En waarom had hij nog nooit van haar gehoord?

Een zoektocht op Google leverde niets op. Maloof begon de foto’s zelf maar af te drukken en plaatste ze vervolgens op een fotoblog. Al snel stroomden de enthousiaste reacties binnen. Hij besloot ook andere dozen met haar werk op te sporen en aan te kopen. En toen zocht hij nog maar eens op internet en vond een overlijdensbericht: Vivian Maier (1926-2009).

De mensen die haar bij leven en welzijn hadden gekend, hebben bij de start van Finding Vivian Maier (79 min.), de film die John Maloof over zijn zoektocht maakte met Charlie Siskel, weinig woorden nodig om haar te typeren: paradoxaal. Gedurfd. Geheimzinnig. Excentriek. Gesloten. Hoewel ze soms jaren met haar te maken hadden, bijvoorbeeld als kinderoppas, bleef ze altijd een mysterie voor hen.

Stukje bij beetje komt deze slim opgebouwde film toch dichter bij de vrouw, die zich echter nooit helemaal laat vangen. Ook niet in de zelfportretten die ze maakte. Ze was en bleef een eenzaat, met hele vreemde trekjes. Via haar imposante oeuvre, dat ze altijd voor zichzelf heeft gehouden, openbaart zich echter ook een vrouw die via haar Rolleiflex-camera met mededogen naar de wereld keek.

Deze documentaire, die in 2013 overuren maakte in de Nederlandse filmhuizen en ook hier in kunstkringen een bescheiden Vivian Maier-hype veroorzaakte, kijkt op een vergelijkbare manier naar haar: het is niet moeilijk om een heel klein beetje te gaan houden van deze vrouw die nooit ergens thuis was en daarom maar in haar foto’s ging wonen. Het is alleen de vraag wat ze er zelf van zou hebben gevonden dat daar tegenwoordig, na haar overlijden, zoveel bezoek komt.

Een goed verhaal, zoals Finding Vivian Maier, moet je misschien niet doodchecken. Toch is dat wel degelijk gedaan. Door Pamela Bannos bijvoorbeeld, in de biografie Vivian Maier: A Photographer’s Life And Afterlife. Zij nuanceert het moderne sprookje dat James Maloof heeft gemaakt van Vivian Maiers levensverhaal en de manier waarop hij en zijn concurrenten zich haar hebben toegeëigend.

Finding Vivian Maier is hier te bekijken.

Naya – Der Wald Hat Tausend Augen

Boondocs

De afstand tussen Noord-Duitsland en het Belgische Leopoldsburg, ruim duizend kilometer, wist ze ongezien te overbruggen. Maar toen werd GW680f (kort voor: GreyWolf680female), die contact met de menselijke soort toe dan toe zorgvuldig had vermeden, op 11 september 2018 dan toch gesnapt door een camera.

De wolvin met de koosnaam Naya, in 2016 op de Technische Universiteit van Dresden voorzien van een GPS-tracker, ontwikkelde zich op stel en sprong tot een BD’er, een dier waarvan letterlijk elke stap werd nagegaan en waarover de media maar niet uitgesproken raakten. Een wilde wolf in het volledig geciviliseerde Europa, dat moest ook wel een bezienswaardigheid worden. Als ze zich liet zien, tenminste.

Een vijftigtal surveillance-camera’s werd geïnstalleerd op het Belgische militaire oefenterrein, teneinde het schuwe dier te kunnen betrappen. Dat found footage, slim voorzien van informatie over de geobserveerde objecten, vormt de basis voor de korte documentaire Naya – Der Wald Hat Tausend Augen (24 min.), waarin Sebastian Mulder de sporen van de wolf nagaat en de menselijke fascinatie voor die wolf onderzoekt.

Hij kleurt de webcambeelden verder in met gejaagde muziek en een stroom nieuwsberichten van de Vlaamse radio, waarmee alle uithoeken van de mediahype rond de verdwaalde wolf worden verkend. En als het dier, dat door de lokale bevolking al snel ‘ons Naya’ wordt gedubd, haar honger begint te stillen bij plaatselijke boerderijen, wordt de jacht daadwerkelijk geopend op de vrouwtjeswolf.

Wat tot dat moment eerder een interessant wetenschappelijk experiment dan een enerverende vertelling leek, krijgt dan alsnog vaart en spanning. Zeker als de nijvere camera’s nóg een wolf betrappen: August, een mannetje. Een al dan niet amoureuze ontmoeting tussen de twee wilde dieren lijkt onvermijdelijk.

De Vrouw Met De Camera: Letizia Battaglia

VPRO

Eind 2019 overleed documentairemaker Hans Keller (1937). Hij was, volgens een In Memoriam van Willem Pekelder ‘niet alleen filmer, maar vooral chroniqueur van een tijdperk. Geboren en opgegroeid in het, in zijn ogen, benauwende Haarlem van de jaren vijftig werd hij journalist om de wereld te verkennen. Maar ook Nederland, dat hij onder de loep nam op een wijze zoals niet eerder op tv vertoond. Hij liet ons het niet al te fraaie gezicht zien achter de schone façade.’

In 2001 maakte Keller, samen met Hein Aalders, een film over een andere chroniqueur, Letizia Battaglia. Van La Cosa Nostra ditmaal. Als geen ander legde Battaglia aan het eind van de twintigste eeuw de gruwelen van de Siciliaanse maffia vast, die behalve aan gezworen ‘mannen van eer’ en de onderzoeksrechters Falcone en Borsellino ook aan talloze onschuldige burgers het leven kostte. Zwart-wit foto’s, waar het bloed vanaf druipt. Keller spreekt uitgebreid met Battaglia, haar dochter Shobha en de burgemeester van Palermo, Leoluca Orlando, over het niet al te fraaie gezicht achter de schone façade van Sicilië.

Dit jaar verscheen er na De Vrouw Met De Camera: Letizia Battaglia (59 min.) overigens nóg een documentaire over Battaglia: het aangrijpende Shooting The Mafia van Kim Longinotto. Die film moet het echter doen zónder Kellers bedachtzame voice-over, die de achtergronden van de maffia schetst, daarbij uitbundig citeert uit de roman De Tijgerkat van Giuseppe Tomasi di Lampedusa en bovendien nadrukkelijk de link legt tussen de georganiseerde misdaad en de Italiaanse politiek, gepersonifieerd door een man die decennialang een abonnement op het premierschap leek te hebben, Giulio Andreotti.

De Vrouw Met De Camera: Letizia Battagla is hier te bekijken.

Living The Light – Robby Müller

acteur Dennis Hopper (l) & Robby Müller (r) / NTR

Zijn beelden spraken altijd al voor hem. Later moesten ze dat letterlijk doen. Door ziekte kon cameraman Robby Müller (1940-2018) toen niet meer zelf praten. Claire Pijman kreeg intussen de beschikking over zijn privé-archief. Ze laat z’n hoogst persoonlijke Hi8-video’s, polaroids en foto’s in het liefdevolle portret Living The Light – Robby Müller (85 min.) samenvloeien met scènes uit de films die hij als ‘director of photography’ maakte met gerenommeerde regisseurs zoals Wim Wenders, Jim Jarmusch en Lars von Trier.

Als een moderne Hollandse meester speelt hij daarin met het licht. Een fascinatie die geen einde leek te kennen. Ook buiten de filmset was er altijd wel een camera voorhanden en een tafereel dat moest worden vastgelegd. Op hotelkamers, in een onbekende stad of gewoon thuis, in familiekring. ‘Alles werd gefilmd’, zegt zijn dochter Camilla MacGillavry-Müller. ‘Elke situatie. Tot vervelens toe. Hij deed het gewoon. Dat hoorde bij hem.’

Illustratief zijn opnames die Müller maakte van een wandeling van zijn ouders. Als het oudere echtpaar poseert op een bruggetje bij een meertje, vindt hij met zijn camera hun handen die worden weerspiegeld in het water en verliest zichzelf vervolgens helemaal in het spiegelende water. Even later spreekt hij vanuit een hotelkamer, tijdens de opnames van een film met een regisseur die een beetje ‘slapjes’ is, zijn zieke moeder toe. Op de achtergrond weerklinkt Reflections In The Water van Debussy.

Zo laat Pijman, zelf cameravrouw, beelden en verhalen vrijelijk rijmen in deze filmische ode aan Neerlands invloedrijkste cameraman, waarvoor Jim Jarmusch met zijn band Sqürl een speciale soundtrack componeerde. De beelden zijn daarbij leidend. De interviews (met regisseurs als Wim Wenders, Steve McQueen en Lars von Trier en directe collega’s van Müller) moeten volgen, in plaats van andersom. Achter elk afzonderlijk shot zit de man verscholen, die misschien ‘geen Hollywood-oog’ had, maar wel een geheel visie op de wereld creëerde.

Zoals één van de sprekers het formuleert: het is heel ingewikkeld om iets er heel eenvoudig uit te laten zien. Dat was een kunst die Robby Müller, getuige ook deze film die hem alle eer aandoet en beloond werd met een Gouden Kalf voor beste lange documentaire, volledig meester was.

Man With A Movie Camera

Ik geloofde mijn ogen niet en spoelde even terug. Had ik in die sequentie over leven en dood, te midden van een huwelijksceremonie, publieke uitvaart en het (met afgeschermd gezicht) tekenen van de scheidingspapieren, werkelijk gezien hoe een vrouw haar kind krijgt? Nee, de baby blijkt al te zijn gebaard. Alleen de navelstreng moet nog worden doorgeknipt.

Het is niettemin een erg expliciete scène. Negentig jaar na dato kun je zo als argeloze kijker nog altijd van de ene in de andere verbazing vallen bij Man With A Movie Camera (99. min.) uit 1929. De stomme film van Dziga Vertov portretteert via een alom tegenwoordige cameraman en zijn (veelal verborgen) mechanische oog het dagelijks leven in Sovjetsteden als Moskou, Kiev en Odessa. Van zonsopgang tot zonsondergang.

Behalve ‘a slice of life’ uit een verloren wereld offreert Vertov, zonder duidelijke verhaalstructuur of uitgewerkte personages, echter vooral een keur aan revolutionaire film- en montagetechnieken die in de navolgende decennia een vanzelfsprekend onderdeel zullen worden van onze beeldtaal; van slow- en fast motion tot split screen, (extreme) close-ups en de vreemdste kadreringen. En al die elementen worden met ongelooflijk veel vaart, schwung en oog voor detail uitgeserveerd.

Destijds, in de begindagen van het nieuwe medium, begrepen ze er naar verluidt weinig van. De avant-garde documentaire Man With A Movie Camera werd door critici afgeserveerd als een typisch geval van vorm boven inhoud. Pas later kwamen de erkenning en bewondering. En een vaste plek in elk zichzelf respecterend overzicht van de beste documentaires aller tijden.

Voor een cinematografisch hoogstandje dat, zeker met de meeslepende moderne soundtrack erbij die The Cinematic Orchestra in 2003 maakte, nog altijd een lust voor oog en oor blijkt. Vertovs experimentele film is niet minder dan een uitbundige viering van wat cinema is – en in die tijd: zóu kunnen zijn. Een venster naar de toekomst van film, documentaire in het bijzonder, waarin de kunstvorm naar alle windstreken zal uitwaaieren. 

Five Broken Cameras


Er lag een enorme berg beeldmateriaal. Zonder begin of einde. De Palestijnse cameraman Emad Burnat zag door de bomen allang het bos niet meer. Totdat hij toch een logische structuur vond: de vijf camera’s waarmee hij al die beelden had geschoten. Elk exemplaar vertelde zijn eigen verhaal. En met die vijf verhalen had Burnat zijn film.

En Five Broken Cameras (53 min.) is een ronduit verpletterende film geworden. Een diep menselijke aanklacht tegen Israëls nederzettingenpolitiek, verteld vanuit Palestijns perspectief. Burnat legt vast hoe zijn dorp Bil’in op de westelijke Jordaanoever, van oudsher Palestijns terrein, langzaam maar zeker wordt ingesloten door oprukkende Joodse kolonisten en het Israëlische leger dat hun komst faciliteert.

Het verhaal van Bil’in begint gaandeweg te lijken op een soort navrante variant op dat ene dorpje uit de Asterix en Obelix-strips, dat zich met de moed der wanhoop blijft verzetten tegen de grote overheerser. Een dorpje met zijn eigen heethoofden, diplomaten en martelaren. Binnen die explosieve atmosfeer probeert filmer én vader Emad Burnat, ondersteund door zijn Israëlische co-regisseur Guy Davidi, het hoofd enigszins koel, zijn camera enigszins steady en zijn gezin enigszins veilig te houden.

Behalve de voorspelbare kritiek – mag een Palestijn samenwerken met een Jood bij een film over zo’n precair onderwerp? – bezorgde hem dat ook de publieksprijs op het IDFA van 2012, de allereerste Palestijnse Emmy Award én een Oscar-nominatie. In de aanloop naar die uitreiking, waarbij Searching For Sugar Man er met de prijs vandoor ging, werd Burnat nog een tijd vastgehouden op het vliegveld van Los Angeles. Hij zou niet de juiste papieren bij zich hebben gehad. Zou hij zijn zesde camera toen thuis hebben gelaten?