Goed Terecht Gekomen In De Schilderswijk

KRO-NCRV

Op woensdag wordt tenslotte Goed Terecht Gekomen In De Schilderswijk (43 min.) uitgezonden, een feel good-film van Reber Dosky waarin docent Eric van ’t Zelfde wil weten hoe het verder is gegaan met de HAVO-leerlingen, van veelal allochtone afkomst, die hij ruim twintig jaar geleden in de klas kreeg.

Waar sommige bevolkingsgroepen in de Schilderswijk tegenwoordig lijnrecht tegenover elkaar lijken te staan, hunkeren de leraar en de dertigers die hij ooit begeleidde naar de verbondenheid die ze voelden in een tijd waarin niemand nog van Fortuyn of Wilders had gehoord.

‘Hoe zorgen we dat we elkaar weer in de ogen kijken?’, vraagt Van ’t Zelfde zich op een gegeven moment hardop af. De zelfverklaarde oude mopperaar, die ook twijfelt aan het nut van zijn eigen leraarschap, komt uiteindelijk tot een hoopvolle slotsom: zijn oud-leerlingen hebben zich ontwikkeld tot mensen aan wie hij de wereld graag doorgeeft.

Je Mag Altijd Bij Me Komen

Viewpoint

Je Mag Altijd Bij Me Komen (52 min.) focust dinsdag op Nezhlya, één van de 42 brugfiguren van de Belgische stad Gent. De van origine Bulgaarse vrouw onderhoudt het contact tussen haar basisschool De Toverberg en ouders die kampen met armoede, alcohol of aanpassingsproblemen. Voor iedereen heeft ze een warm woord en begripvolle blik in de aanbieding.

De aandoenlijke film van Julia Roeselers laat daarbij wel de nodige vragen over Nezhlya zelf onbeantwoord: waarom is ze eigenlijk vanuit haar geboorteland naar België gekomen en hoe houdt zij zich daar nu zelf staande, met twee kinderen (en ogenschijnlijk geen partner)?

Het is intussen geen geheim dat de filmmaakster wel brood ziet in de persoonlijke benadering van Gents brugfiguren, die ook in Nederland een nuttige bijdrage zouden kunnen leveren aan het zorgen voor gelijke kansen in het onderwijs voor iedereen.

De Witte Vlucht

KRO-NCRV

In De Witte Vlucht (52 min.) van Camiel Zwart staat vanavond de Nijmeegse Basisschool Het Octaaf centraal. De school ligt midden in een veelkleurige wijk en moet met lede ogen aanzien hoe blanke ouders hun kinderen vaak naar een school in een andere wijk sturen.

Directeur Roger Visser neemt daarmee geen genoegen en gaat op pad om zijn ‘zwarte school’ aan de ouder te brengen in de wijk. Hij is van harte welkom bij een aantal stellen die hun schoolkeuze nog niet hebben bepaald en die een positieve (en wellicht ook wat sociaal wenselijke) grondhouding aannemen tegenover Het Octaaf.

Daarbij is het wel jammer – en ook erg tekenend – dat de ouders die hun kinderen al elders hebben ondergebracht niet voor Zwarts camera willen verschijnen en hem alleen kort telefonisch te woord willen staan. Bang dat ze zullen worden weggezet als elitair of zelfs racistisch. Die scherpte had De Witte Vlucht soms wel een beetje kunnen gebruiken.

Gods Of Brazil: Pele And Garrincha


Ronaldo of Messi? Wie is de allergrootste? Of toch Cruyff, Maradona of Pelé? Geen zinnig mens zal in elk geval de naam Garrincha noemen. De Braziliaanse dribbelkoning met de kromme poten is al lang en breed vergeten.

Pelé en Garrincha, de helden van deze documentaire uit 2002 van Jean -Christophe Rosé, waren ooit de sterspelers van het Braziliaanse voetbalelftal dat in twaalf jaar tijd drie keer wereldkampioen werd. In een tijd, 1958 – 1970, dat voetbal nog in zwart-wit werd gespeeld en topspelers zoals Garrincha zich nog gewoon poedelnaakt onder de douche lieten filmen.

Toen het spel in de jaren zeventig letterlijk kleur kreeg, hadden spelers inmiddels de status van superster verworven. Gods Of Brazil: Pelé And Garrincha (70 min.) portretteert twee tegenpolen, waarvan de een, het aaibare supertalent van Santos, nét iets te goed en de ander, de ongepolijste volksjongen van Botafogo uit Rio de Janeiro, helemaal niet tegen die plotselinge roem bleek opgewassen.

Toen Pelé in 1970 zijn derde wereldtitel in de wacht sleepte, was zijn voormalige strijdmakker Garrincha al ten prooi gevallen aan een uiteindelijk dodelijke combinatie van drank, vrouwen en depressies. Deze film, waarin een wel erg dominante verteller een vergeten voetbaltijdperk laat herleven, doet je denken over hoe ’t huidige helden als Ronaldo of Messi zal vergaan.

Hoe lopen ze er over twintig jaar bij? Als volledig doorgestreste toptrainers, als zelfingenomen beste stuurlui aan wal of wellicht toch als overjarige parvenu’s met een levensgroot gat in de hand, de drang om alles steeds weer op het spel te zetten en/of een nooit te stillen honger of dorst?

De tijd, die Garrincha uiteindelijk inhaalde en Pelé nooit te pakken kreeg, zal het leren.

Echt Herman Koch

Witfilm

De literatuurlijst op middelbare scholen moet onmiddellijk worden afgeschaft. Dat is niet mijn mening, maar die van Neerlands succesvolste schrijver Herman Koch. Als je iets moois de nek wilt omdraaien, zo is zijn stellige overtuiging, dan moet je het verplicht stellen op school.

In de boeiende documentaire Echt Herman Koch (52 min.) portretteert regisseur Pieter Verhoeff de eeuwige rebel, die ooit bekend werd via het satirische televisieprogramma Jiskefet en zich daarna toelegde op het schrijverschap.

Verhoeff kan daarbij putten uit prachtig beeldmateriaal (Herman Koch in een bandje, met (lang) haar en schmierend in obscure filmpjes en klassieke Jiskefet-scènes) en spreekt met (jeugd)vrienden zoals Michiel Romeyn, Frans Thomése en Griet op de Beeck.

Met hen probeert hij de enigmatische Koch te duiden. De hoofdpersoon zelf, ‘een Mexicaanse sluipschutter’ aldus Romeyn, komt voornamelijk aan het woord via voorgelezen boekfragmenten en publieke optredens in het kader van de Boekenweek. Vanaf de buitenkant probeert Verhoeff zo aan Kochs binnenkant te komen.

Solitary: Inside Red Onion Prison / Last Days Of Solitary

HBO

Achter klinische, blauwe deuren speelt zich een compleet mensenleven af. In een helverlichte cel van 2,5 bij 3 meter spenderen de gevangenen van de Red Onion State Prison 23 uur van elke dag. De luchtruimte, waar ze het resterende uur mogen doorbrengen is niet veel groter en al even hermetisch afgesloten. Een leven zonder uitzicht. Letterlijk.

Eenzame opsluiting, het moet de hel op aarde zijn. Solitary: Inside Red Onion State Prison (60 min.) van Kristi Jacobson is een treffende sfeerschets van het doodse leven in de extra beveiligde penitentiaire inrichting in Wise County, Virginia. Voor de meeste gedetineerden is hun (levenslange) celstraf een logische optelsom van de ervaringen in hun jeugd, die ook al een soort gevangenis moet zijn geweest.

Tegenover hen staan de cipiers die gewoon hun boterham proberen te verdienen in Red Onion, dat sinds de sluiting van de lokale kolenmijnen één van de belangrijke werkgevers in de directe omgeving is geworden. Een naargeestige plek, waar ze zichzelf en de mannen die ze bewaken van geweld, depressie en gekte proberen af te houden.

Over de hel van de isoleercel werd dit jaar nog een andere documentaire gemaakt, waarvan ik zelf enkele maanden geleden echt een beetje van slag was. In Last Days Of Solitary, nog steeds te zien op de website van de Amerikaanse publieke omroep PBS, worden enkele gedetineerden van de Maine State Prison tijdens en na hun gevangenschap gevolgd.

Zo brengen de filmmakers Dan Edge en Lauren Mucciolo tevens de (lange termijn) effecten van eenzame opsluiting in kaart. Het resultaat is een nachtmerrieachtige film, waarin je de gedetineerden soms letterlijk voor je ogen gek ziet worden.

Real life-horror dus, die je móet kijken (maar niet wilt zien) en die je vervolgens als een angstaanjagende koortsdroom blijft achtervolgen.

Vergeef Me Mijn Schulden

KRO-NCRV

In de beperking toont zich de meester. Vergeef Me Mijn Schulden (55 min.) bestaat voor negentig procent uit steeds weer precies dezelfde situatie: een Nederlander met een volledig uit de hand gelopen schuld meldt zich bij de rechter met de vraag of hij/zij terecht kan in de schuldsanering. Tussendoor krijgen enkele rechters de gelegenheid om hun werk toe te lichten. Dat is het.

In navolging van de veelbesproken en veelbekroonde documentaireserie Schuldig van Ester Gould en Sarah Sylbing, die nog steeds in zijn geheel online is te bekijken, duikt regisseur Ingeborg Jansen in de wereld die schuilgaat achter een flinke schuldenlast. Ze zet de camera op mensen die bereid zijn om drie jaar op het minimum te leven, om zo hun schulden kwijt te spelen.

Stilistisch doet de documentaire denken aan twee films van Suzanne Raes en Monique Lesterhuis: Sta Me Bij (een docu over de cliënten en medewerkers van de sociale dienst van Zutphen) en De Tegenprestatie (een film over de tegenprestaties die Rotterdammers moeten leveren voor een bijstandsuitkering, die werd bekroond met een Gouden Kalf).

Deze films handelen over gewone mensen die letterlijk plaatsnemen tegenover de overheid, die hen wil helpen, bijsturen of straffen. Hoewel de toonzetting van de gesprekken en zittingen varieert, van uiterst begripvol tot bijna denigrerend, is hun afhankelijke positie steeds min of meer hetzelfde; ze hebben (een deel van) de controle over hun leven uit handen moeten geven.

Vergeef Me Mijn Schulden houdt ons een spiegel voor: is onze wereld niet veel te groot en complex geworden om vat te kunnen houden op ons eigen, kleine leven? Én: zouden we ooit zelf daar kunnen belanden, overgeleverd aan het oordeel van een man of vrouw in toga?

Gaga: Five Foot Two

Netflix

Afgelopen week moest Lady Gaga vanwege (fysieke) klachten haar Europese tournee afzeggen. Het klinkt cru, maar in wezen was dat bericht een passend vervolg op de documentaire Gaga: Five Foot Two(100 min.), die enkele dagen later op Netflix zou verschijnen. Het zorgde bovendien voor een nieuwsmomentje waarmee die film nog eens extra onder de aandacht kon worden gebracht.

Gaga’s noodgedwongen pitstop levert ongetwijfeld ook ooit weer een nieuwe plaat of creatie op. Zo werkt dat in het door haar gecreëerde universum. Zoals de dood van haar 19-jarige tante Joanne, veertig jaar eerder, de basis vormde voor het album, waaraan de zangeres werkte tijdens de filmopnames voor deze intrigerende documentaire.

Die tante, waarmee Lady Gaga zich gaandeweg is gaan identificeren, levert de fly on the wall-film van Chris Moukarbel tevens een memorabele scène op als Gaga een aan haar opgedragen liedje voor het eerst laat horen aan Joannes moeder, haar eigen oma. Die wil alleen maar niet zo emotioneel worden als haar kleindochter waarschijnlijk had verwacht/gehoopt.

Als het bijbehorende album, tevens Joanne getiteld, enige tijd later uitkomt, is de naam van Gaga’s tante inmiddels uitgewerkt tot een soort logo, dat is te vinden op billboards en trainingsjacks. Het innerlijk lijkt in Lady Gaga’s wereld zo steeds volledig te worden veruiterlijkt.

De camera betrapt Gaga (de échte, welteverstaan) in de documentaire op haar kwetsbaarste momenten – en voor de liefhebbers ook topless. De echte Stefani Germanotta, een uiterst getalenteerde artieste, laat zich nochtans zelden zien in de voorstelling die Lady Gaga opvoert in Five Foot Two. Imago en identiteit zijn ogenschijnlijk helemaal door elkaar gaan lopen.

Het lijkt soms alsof ze geen idee meer heeft wie ze was, is of wil zijn. Of juist veel te goed. Als kijker zie je ’t met een gevoel van opperste vervreemding aan. Alsof je met de armen over elkaar langs de kant van de weg staat te wachten tot dat gruwelijke ongeluk gebeurt, waaraan je je vervolgens kunt verlekkeren.

Deze film, waarin Lady Gaga zelf wordt opgevoerd als producer, is uiteindelijk niets minder dan een (onbedoeld) demasqué. Niet zozeer van de persoon Stefani Germanotta, als wel van de wereld waarvan zij het gloriërende, supergedreven of juist diepbedroefde middelpunt moet zijn. Het prinsesje dat, ondersteund door haar gedienstige hofhouding en joelende onderdanen, moet zien te overleven in Gagaland.

Metallica: Some Kind Of Monster


Samen met zijn inmiddels overleden samenwerkingspartner Bruce Sinofsky heeft Joe Berlinger op zijn minst drie onvervalste documentaireklassiekers op zijn naam staan: het tragische relaas van enkele wereldvreemde broers in Brother’s Keeper, de hartverscheurende true crime-trilogie Paradise Lost en deze nietsontziende blik in het zwarte hart van ’s werelds grootste metalband.

Metallica: Some Kind Of Monster (141 min.) werd door Berlinger en Sinofsky gefilmd in de jaren 2001-2003 en was oorspronkelijk gewoon bedoeld als een verslag van de opnames van album nummer zoveel, St. Anger. Niemand kon voorzien dat de pleuris zou uitbreken bij de Amerikaanse methalheads.

Eerst ruimt bassist Jason Newsted het veld, daarna raakt zanger James Hetfield helemaal verstrikt in zichzelf en laat hij zich opnemen in een ontwenningskliniek. Na zijn terugkeer barst de echte crisis los: de frontman komt lijnrecht tegenover drummer en voormalige boezemvriend Lars Ulrich te staan. Er moet zelfs een therapeut aan te pas komen, die de boel, ondanks talloze groepssessies, maar niet gelijmd krijgt.

Terwijl de twee haantjes elkaar naar de keel vliegen blijft de camera genadeloos draaien. Intussen is er ook nog altijd geen nieuwe bassist gevonden. Het voortbestaan van de band Metallica, die eigenlijk te groot is geworden voor z’n individuele leden, hangt in deze zinnenprikkelende documentaire voortdurend aan een zijden draadje.

Angela Merkel: Die Unerwartete


Is de leider van het westen tegenwoordig in werkelijkheid een leidster? De televisiedocumentaire Angela Merkel, Die Unerwartete (52 min.) voegt daar nog een vraag aan toe: is die leider sinds haar emotionele pleidooi voor de opvang van vluchtelingen in 2015 eigenlijk nog wel de stabiele factor die we altijd in haar hebben gezien? Of is ze daarmee juist de morele leider van de vrije wereld geworden?

In de aanloop naar de Duitse Bondsdagverkiezingen van volgende week, waarbij de CDU-leider zich SPD-politicus Martin Schulz van het lijf moet zien te houden, duikt dit kritische profiel met een net iets te dominante voice-over, fraai archiefmateriaal en heel veel pratende hoofden (waaronder Frau Merkel zelf) in het turbulente leven van de vaak voor kleurloos versleten politica.

Geboren in het communistische Oost-Duitsland, opgegroeid onder de hoede van bondskanselier Helmut Kohl en na diens val uitgeroepen tot zijn opvolger, als vrouw in een door en door mannelijke wereld. Tijdens de vluchtelingencrisis heeft Merkel tenslotte kleur op de wangen gekregen; van doorgewinterd ijskonijn naar Mutter Angela.

Angela Merkel, de charismaloze leider die inmiddels vrijwel alle andere wereldleiders heeft overleefd en volgende week voor een vierde termijn als bondskanselier, en daarmee ook als internationale crisismanager, hoopt te worden herkozen. Via deze oerdegelijke film krijg je een beter beeld van de vrouw achter de optimistische leus ‘Wir schaffen das’.

Heroin(e)

Netflix

Terwijl in Nederland de gebruikers van heroïne zienderogen lijken te vergrijzen en de bijbehorende problematiek dus waarschijnlijk ook op zijn retour is, maakt de harddrug in de Verenigde Staten een heuse revival door. De zogenaamde ’Opioid Epidemic’ laat nu op het allerhoogste niveau alarmbellen afgaan.

De korte documentaire Heroin(e) (39 min.) van Elaine McMillion Sheldon brengt in beeld hoe die crisis huishoudt in Huntington, West Virginia, de overdosishoofdstad van de VS. In de arbeidersgemeenschap, waar de economische crisis flink heeft huisgehouden, sterven jaarlijks tienmaal zoveel mensen aan een overdosis als in de gemiddelde Amerikaanse stad.

Het lijkt dweilen met de kraan open voor de drie vrouwen (een hulpverlener, rechter en christelijke vrijwilliger) die in deze rechttoe rechtaan documentaire worden gevolgd. Stuk voor stuk blijven ze, in een omgeving waarin gezondheidscrises en incidenten aan de orde van de dag zijn, op zoek naar de mens in de verslaafde.

Ook als ze, zoals de christelijke vrouw die ooit met bijbelcitaten prostituees probeerde te helpen, eigenlijk niet begrijpen waarom heroïne zo machtig is. Het is ‘alsof je Jesus een kus geeft’,  heeft een verslaafde vrouw haar toevertrouwd. Toen was het kwartje gevallen. Het zijn dergelijke menselijke momenten, gepaard aan de hectiek van crisissituaties, die van Heroin(e) een treffende film maken.

Dugma: The Button


‘Dit is het verbindingskoord’, vertelt de goedlachse Abu Quaswara, terwijl hij de binnenkant van zijn gepantserde voertuig laat zien. ‘Het is verbonden met de knop binnenin. Als ik erop druk, worden de verbindingen met al deze elementen geactiveerd.’ Tot in detail, en niet zonder trots, legt hij vervolgens uit wat er daarna staat te gebeuren. ‘Als God ’t wil, stuur ik ze allemaal naar de hel.’

Quaswara is lid van Jabhat al-Nusra, de Syrische tak van al-Qaida. Als Allah ’t wil, dan zijn dit zijn laatste dagen op aarde, waarna hij als martelaar het paradijs mag betreden. Even later laat de man uit Mekka breed lachend een filmpje zien van zijn eenjarige dochter, die is achtergebleven in de heilige stad in Saudi-Arabië en die hij nog nooit in levende lijve heeft ontmoet.

De openingsscène van Dugma – The Button (57 min.) zet je meteen op scherp: is deze sympathieke huisvader werkelijk in staat én bereid om een gruwelijke terroristische aanslag te plegen? Hoe verhoudt deze man van vlees en bloed zich tot het beeld dat wij hebben van zelfmoordterroristen als bloeddorstige barbaren die het liefst ieders kop zouden afhakken?

Regisseur Paul Salahadin Refsdal zet Quaswara naast/tegenover de Brits-Amerikaanse bekeerling Abu Basir al-Britan, een ogenschijnlijk veel militantere would be-martelaar. Allebei vertoeven ze in het voorgeborchte van de hel (of de hemel, zo u wilt), wachtend op, denkend aan en uiteindelijk ook twijfelend over de grote klap die hen uit hun lijden moet verlossen.

Dugma, de naam voor de veel gevreesde (zelf)moordknop waarmee een eventuele explosie in gang kan worden gezet, geeft zo op indringende wijze het gevreesde ‘moslimterrorisme’ een menselijk gezicht, zonder dat daarmee automatisch ook de daden van de martelaren worden vergoelijkt.

Vrouw Slaat Man

BNNVARA

Een vrouw die helemaal buiten zinnen lijkt mept als een bezetene in op een man, die alleen nog ‘hou op met slaan’ kan uitroepen. Haar gekrijs gaat door merg en been. Het lijkt bijna een scène uit de film Fatal Attraction, waarin Glenn Close ooit een archetypische wraakgodin neerzette.

Het zijn beelden van een beveiligingscamera. De belaagde man zit inmiddels samen met enkele lotgenoten in een blijf van mijn lijf-huis voor mannen. Hij is er uiteindelijk vanaf gekomen met een gebroken rib. Zonder moeite kan hij nog een hele waslijst opdreunen met andere kwetsuren die hij door zijn voormalige partner heeft opgelopen.

Vrouw Slaat Man (53 min.) van filmmaakster Elena Lindemans zoomt in op een groot taboe: mannen die het slachtoffer zijn in een gewelddadige relatie. Behalve de lichamelijke en psychische klappen die ze te verwerken hebben gekregen, moet ook hun gevoel voor eigenwaarde als man nodig worden uitgedeukt.

In de ontluisterende documentaire worden twee bewoners van de mannenopvang een jaar lang gevolgd terwijl ze, gebutst en geknakt, hun leven weer proberen op te pakken. Intussen krijgen ze zo nu en dan toch weer te maken met hun ex die, zoals dat nu eenmaal lijkt te gaan in zulke verziekte afhankelijkheidsrelaties, nog altijd een gevaarlijke aantrekkingskracht op hen uitoefent.

Pumping Iron


Voordat The Terminator gouverneur van Californië werd, was hij gewoon een ambitieuze Oostenrijkse bodybuilder met een grote bek, veel panache en de onbedwingbare wil om zich te manifesteren in het land van de onbegrensde dromen.

Tijdens de opnames voor de klassieke documentaire Pumping Iron (85 min.) uit 1977 bereidde Arnold Schwarzenegger zich voor op de Mr. Olympia-verkiezing van 1975, een titel waarop hij in de voorgaande jaren een soort abonnement had gekregen. Hij waande zichzelf onverslaanbaar.

Toen diende zich ineens een geduchte challenger aan: een verlegen Italiaans-Amerikaanse jongen, genaamd Lou Ferrigno, die alles op alles zette om letterlijk groter te worden dan hij was en de bluffer Arnie naar de kroon te steken.

Trefzeker schetst Pumping Iron de masculiene subcultuur van het bodybuilding, die in de navolgende decennia alleen maar aan belang zou winnen en ook van de bedeesde Ferrigno een beroemde acteur zou maken. Binnen afzienbare tijd begon hij te pas en te onpas groen van woede uit zijn vel te springen als The Incredible Hulk.

Met de wijsheid van nu zou je deze documentaire dus ook als The Terminator versus The Hulk kunnen betitelen. En hij kijkt net zo lekker weg, zoals dat dan zo mooi heet, als de actiefilms waarin de beide helden later de hoofdrol zouden claimen.

Flogstavralet

Fateh Shams

Zijn ze ’t ooit op advies van een psychiater gaan doen? Of is het een soort naargeestig eerbetoon aan iemand die ooit rond die tijd van de flat afsprong? Niemand weet het zeker. Feit is dat de studenten van de Flogsta-campus in het Zweedse Uppsala elke avond om tien uur hun raam, balkon of dak opzoeken en vervolgens de longen uit hun lijf schreeuwen.

The Flogsta Scream, juist. Een fenomeen dat zich blijkbaar inmiddels heeft verspreid naar andere Zweedse studentensteden. In Flogstavrålet(18 min.), een korte gestileerde documentaire uit 2013 waar een collega me onlangs op tipte, zoomt regisseur Johan Palmgren in op het ‘studentenghetto’.

Hij maakt van Flogsta een duistere, ronduit unheimische plek, waar de politie wordt ingeschakeld als er eten uit de koelkast is gestolen, een onbekende man de lift ingaat met een soort Darth Vader-masker op en in de lege eetzaal een verweesde jongen luidkeels zit te zingen. En in deze flat zijn het niet de jongeren die voor geluidsoverlast zorgen, maar speelt een jazzorkest van oude van dagen zo hard dat niemand een oog dicht doet.

Zou de hele bedoening in scène zijn gezet? Dat gevoel bekroop mij heel even. Zeker toen om klokslag tien uur alle buitenbeentjes, die in Flogstavrålet met grove pennenstreken worden geportretteerd, zich inderdaad opmaakten voor een gezamenlijke oerschreeuw, die voor een gevoel van opluchting en verbondenheid moet zorgen.

En toch, of misschien wel juist daarom, blijft deze sluwe en absurdistische film je bij.

Jesse


Het is bon ton om nu te roepen dat Jesse (53 min.) tegenvalt, alle commotie niet waard was. Nadat eerst Jan en alleman een mening had over het wel of niet uitzenden van de documentaire, die is gemaakt door een filmmaker die enkele maanden werkte voor de campagne van GroenLinks (waarvan ikzelf ooit overigens – disclaimer! – een tijdje actief lid was) .

Die kritiek komt niet onverwacht. Na zoveel ophef kan de film alleen maar tegenvallen. Zoals Jesse zelf ook alleen maar van zijn voetstuk kan donderen als je je hem voorstelt als de Jessias. Nee, Joey Boink gaat er natuurlijk niet met gestrekt been in. Hij volgt en spreekt ‘zijn’ politieke leider gewoon tijdens een verkiezingscampagne die grotendeels crescendo verliep.

Jesse ontbeert dan ook de dramatische plotpoints en cliffhangers die grootse campagnefilms als The War Room, A Perfect Candidate en Weiner tot zo’n meeslepend kijkspel maken. Er is natuurlijk wel groot menselijk drama: het plotselinge overlijden van Klavers moeder, dat de politiek leider van GroenLinks verweesd achterlaat in zijn ouderlijk huis.

Joey Boinks film opent daarnaast wel degelijk de groenrode deur van de volledig rond Jesse gecentreerde campagne, waarbij politiek is verworden tot een spel om de macht en aandacht. Bij GroenLinks, maar ook bij andere partijen én de media, zoals bijvoorbeeld wordt geïllustreerd met een typisch ‘hit piece’ over Klaver in De Telegraaf, nét voor de verkiezingen.

‘Wat een kutvak heb ik toch eigenlijk’, verzucht Jesse in de kleedkamer voor het veelbesproken RTL-debat. Je weet dat hij ’t niet meent. In die zin zijn de boksjes die hij uitwisselt met zijn medewerkers na een geslaagd debat of televisie-optreden treffender; weer een overwinning behaald, zeggen ze daarmee tegen elkaar. Op naar de volgende.

Ook het contrast tussen Klavers privé- en publieke reactie op de uitslag van die verkiezingen is treffend. Zodra hij in eigen kring de eerste prognose van 16 zetels hoort, valt hem die zichtbaar tegen. Even later, als daar nog eens twee zetels vanaf zijn gegaan, opereert hij op de officiële verkiezingsbijeenkomst niettemin als voorzitter van de feestcommissie.

Politiek als zorgvuldig georkestreerd schouwspel, waarin iedereen ontzettend rolvast blijkt (al zou CDA-lijsttrekker Sybrand Buma tijdens debatten vast net zo grappig willen zijn als backstage) en waarbij het gordijn slechts zelden helemaal wordt geopend. Toch laat GroenLinks’ politieke apparaat in deze alleraardigste campagnedocumentaire, voor een deel onbedoeld, wel degelijk in zijn machinekamer kijken.

Taxibotsing


In zijn debuutfilm Roger And Me ging Amerika’s bekendste documentairemaker Michael Moore ooit een filmlang op zoek naar de CEO van General Motors, Roger Smith. Met het sluiten van de plaatselijke fabriek zou die verantwoordelijk zijn geweest voor massawerkeloosheid in Moores geboortestad Flint, Michigan.

In de documentaire Taxibotsing (55 min.) kiest good old Frans Bromet, die op 73-jarige leeftijd liefst elke dag nog gaat filmen, een vergelijkbare insteek. Hij probeert de baas van Über, de Nemesis van de gemiddelde taxichauffeur, te spreken te krijgen. En als dat op niets uitloopt, haalt Bromet alles uit de kast om een interview te regelen met de Nederlandse vertegenwoordiger van de ambitieuze Amerikaanse startup.

De uitkomst laat zich raden en is exemplarisch voor de manier waarop Über de Nederlandse vervoersmarkt probeert te penetreren; met veel slagkracht en weinig zin om zich te verantwoorden. En dus stapt Frans Bromet, die eerder dit jaar een Ere-Nipkowschijf kreeg voor zijn omvangrijke oeuvre, in de auto bij zowel reguliere taxichauffeurs als een Überrijder.

Gezamenlijk vertellen zij, vanachter het stuur natuurlijk, het verhaal van de hoofdstedelijke taxiwereld, waar het er soms stevig aan toe kan gaan. Kleine zelfstandigen stellen zich te weer tegenover een grote gezichtsloze vijand, die zelf overigens ook weer kleine zelfstandigen aan het werk zet.

Volgens NRC-journalist Wouter van Noort wil Über de Facebook- of Google van het vervoer in steden worden. Bromet vraagt zich in deze oerdegelijke film af of het bedrijf, in navolging van bijvoorbeeld Airbnb, voor illegale broodroof of gewoon gezonde concurrentie zorgt.

Whitney: Can I Be Me

Showtime

Je kunt het meisje wel uit ‘the hood’ halen, maar haal je ‘the hood’ daarmee ook uit het meisje? Whitney Houston, de zwarte zangeres die in de jaren tachtig werd verkocht als een blanke popster, kon er eigenlijk geen vrede mee hebben. Mag ik alstjeblieft mezelf zijn?, schijnt ze regelmatig te hebben gevraagd.

De aangrijpende documentaire Whitney: Can I Be Me (100 min.) van Nick Broomfield en Rudi Dolezal komt achter de facade van het wereldwijde fenomeen Whitney Houston en richt zich op het meisje met de koosnaam ‘Nippy’, dat opgroeide in een volksbuurt van Newark en daar een tragische voorliefde voor drugs opdeed.

Whitney: Can I Be Me is te vergelijken met de Oscar-winnende film over de Britse zangeres Amy Winehouse, die eveneens aan een langverwachte overdosis overleed. Eigenlijk vind ik deze documentaire zelfs beter omdat ie er ook echt in slaagt om Houstons onvermijdelijke ondergang te duiden.

Hoewel diverse familieleden en direct betrokkenen van de zangeres, onder wie haar zingende moeder Cissy Houston, aan het woord komen is Whitney een ongeautoriseerde film. Kevin MacDonald (Marley) werkt intussen aan een officiële documentaire over de zangeres, die ook binnen afzienbare tijd moet uitkomen.

Thin


Vorig jaar scoorde de Nederlandse documentairemaakster Jessica Villerius (opnieuw) bij het grote publiek met een film over Emma, een meisje met een fatale vorm van anorexia nervosa.

De ‘nooit eerder vertoonde kijk in de strijd tegen anorexia’ in Emma Wil Leven deed me sterk denken aan de cinéma vérité-klassieker Thin (102 min.) uit 2006, waarin fotografe Lauren Greenfield vier jonge vrouwen volgt, die zijn opgenomen in de Renfrew-kliniek in Florida.

Zelf blijft Greenfield, in tegenstelling tot de altijd op de voorgrond tredende Villerius, afwezig in de documentaire. Als een vlieg op de muur documenteert ze de turbulente gebeurtenissen in en rond haar hoofdpersonen (met wie ’t niet altijd even goed afliep, zoals is te lezen op de Wikipedia-pagina van de docu). Dat levert een indringende film op, die je nog wel even bijblijft.

Dancer


Als de openingsscène van een film over een balletdanser wordt begeleid door een klassieker van de metalband Black Sabbath, dan weet je dat het niet om zomaar een danser gaat. Dat klopt. Hij heet Sergei Polunin en lijkt daadwerkelijk de Iron Man van het internationale ballet.

De meeslepende documentaire Dancer (77 min.), die donderdag wordt uitgezonden door Het Uur Van De Wolf, wrikt de deur open bij de Oekraïense ‘bad boy of ballet’ en komt zo voorbij het dwarse gedrag, de opzichtige tatoeages en nonchalant geëtaleerd drugsgebruik.

Filmmaker Steven Cantor gaat op zoek naar de twintiger die zijn jeugd heeft geofferd voor zijn gave. Terwijl hij als jongetje naar een exclusieve balletschool in Kiev werd gestuurd, vertrokken zijn vader en oma naar respectievelijk Portugal en Griekenland om te werken, zodat die opleiding ook kon worden betaald. Niet veel later lag het hele gezin Polunin aan diggelen.

In Dancer stelt Sergei zich de vraag of ’t het allemaal waard was en wat dansen eigenlijk nog betekent in zijn leven. Leeft hij zijn eigen droom of die van een ander?