Westwood: Punk, Icon, Activist

Ah nee, moet ik echt over Amerika vertellen? The Sex Pistols? Niet weer! Dat kun je toch wel uit de archieven halen? Ex-echtgenoot Malcolm McLaren? Daarvan raakte ik ‘intellectueel verveeld’. Met zichtbare tegenzin laat Vivienne Westwood zich door regisseur Lorna Tucker door haar eigen leven en werk leiden. Voor de Britse modeontwerpster, inmiddels dik in de zeventig, blijft het adagium ‘the best is yet to come’. Steeds weer.

Westwood: Punk, Icon, Activist (80 min.) is een snedig portret van een vrouw met allerlei weerhaakjes. Gepassioneerd, eigenzinnig en compromisloos. Kritisch op anderen én zichzelf. Als ze kort voor de officiële presentatie ervan haar nieuwe collectie inspecteert, maakt ze van haar hart bepaald geen moordkuil. ‘Nee, dat vind ik dus helemaal niet mooi’, zegt ze bits tegen een model. ‘Doe maar uit.’ Even later: ‘Het is rotzooi. Ik vind het helemaal niks. Ik weet eigenlijk niet of ik iets van deze troep wil laten zien.’

Deze film kijkt mee terwijl Westwood samen met haar veel jongere geliefde Andreas Kronthaler, met wie ze een symbiotische (werk)relatie onderhoudt, toewerkt naar de presentatie van haar nieuwe collectie. Intussen vertelt ze, afwisselend gedreven en snibbig, over haar inmiddels zo’n vijftig jaar omspannende loopbaan, die haar vanuit de rafelranden naar het epicentrum van de modewereld heeft gebracht. En daar blijft ze zich, geheel indachtig haar punkroots, als een overjarige rebel gedragen.

The Long Season

Cinema Delicatessen

‘Dit is de auto’, legt één van de jongetjes uit. ‘Hier zijn de soldaten. Dit is een tank. Dit is een raket.’ Hij kijkt nog even naar zijn tekening en raakt geëmotioneerd. ‘Dat was het.’ In de pas geopende school van kamp Khiara in Libanon, een tentenkamp nabij de Syrische grens, hebben de gevluchte kinderen de tekenopdracht op geheel eigen wijze ingevuld. Geen rudimentaire auto’s, uitbundige bloemenpracht of een tevreden zonnetje, maar dood en verderf. Net als thuis.

‘De hel hier is beter dan daar’, stelt Zahra, de nieuwe vrouw van Abu Hussein, in wat de sleutelzin van The Long Season (89 min.) mag worden genoemd. Ze ligt voortdurend overhoop met Abu Husseins zwangere eerste echtgenote Yisra. ‘Noem jij dit vlees schoon?’, vraagt die bijvoorbeeld uitdagend als ze samen koken. Zahra riposteert direct: ‘Wat ik ook zeg of doe. Jij mag me toch niet.’ Zo kibbelen de vrouw de hele film door. Het gezinshoofd onttrekt zich zoveel mogelijk aan het gekrakeel. Volgens de profeet zou hij nog twee vrouwen meer mogen hebben.

Ondanks alles is Zahra toch blij dat ze van huis is weggegaan en elders is getrouwd. ‘Het is een hel in Raqqa’, vertelt ze over de Syrische stad die als voornaamste uitvalsbasis voor Islamitische Staat fungeert. ‘De stad wordt voortdurend gebombardeerd. Er heerst armoede en honger. Ik moet helemaal in het zwart bedekt zijn. Als ze mijn hand zien, hakken ze ‘m eraf. Als mijn gezicht onbedekt is, ga ik de gevangenis in en krijg veertig zweepslagen.’ Alsof ze wil zeggen: dan valt dat kijvende wijf van Abu Hussein nog alleszins mee.

Zo neemt het gewone leven, ondanks alle ontberingen aan de andere kant van de grens, toch weer zijn gewone loop in het geïmproviseerde tentenkamp. Van oude blikjes wordt een speelgoedvrachtauto gemaakt, met behulp van wasknijpers en garen een soort flipperkast. Er wordt op het land van een barse boer gewerkt, jongeren raken verliefd op elkaar en vrouwen zoeken elkaars toekomst in koffiekopjes. Net als thuis. Bijna dan.

Gedurende een jaar bivakkeerde de Nederlandse filmmaker Leonard Retel Helmrich met de door hem getrainde Syrische cameravrouw Ramia Suleiman regelmatig te midden van de bewoners. Met zijn typische single shot-cameravoering, waarbij hij vloeiend de activiteiten voor zijn lens probeert te volgen, komt hij heel dicht bij hen en verstoort hij (blijkbaar) toch niet de situatie die hij filmt. Het resultaat is een intieme kijk binnen een gemeenschap van ontheemden, die nog altijd, wellicht tegen beter weten in, blijft hopen op een terugkeer naar huis.

Als Abu Husseins getroebleerde zoon Maher bijvoorbeeld bij de vader van het meisje Batoul om haar hand komt vragen, wijst hij dat in eerste instantie resoluut af. ‘Vergeet haar.’ Als de jongen echter blijft aandringen, geeft de man toch wat toe. ‘Geen woord erover voordat we terug zijn in Syrië.’

Tijdens de montage van The Long Season kreeh regisseur Leonard Retel Helmrich een hartstilstand. Daarna heeft hij wekenlang in coma gelegen. De film, die vorig jaar de award voor beste Nederlandse documentaire won op het IDFA, is afgerond door Ramia Suleiman en producent Pieter van Huystee.

Enkele maanden geleden is Retel Helmrich, die allerlei internationale prijzen won voor zijn Indonesische documentairetrilogie De Stand Van De Zon, Maan en Sterren, benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Hij is nog altijd aan het revalideren.

Scotty And The Secret History Of Hollywood

Als hij uitkijkt over de skyline van Hollywood en een prachtige regenboog ontwaart, claimt de inmiddels hoogbejaarde Scotty Bowers dat hij daar hoogstpersoonlijk voor heeft gezorgd. Dat is geen grootspraak, maar beeldspraak. Bij het benzinestation dat hij jarenlang runde op 5777 Hollywood Boulevard vonden heel wat celebrities in het geheim de spreekwoordelijke pot goud: (betaalde) sex met iemand van dezelfde sekse. Twintig dollar, veel meer rekende Scotty doorgaans niet.

Na de tweede wereldoorlog zette de voormalige marinier een florerende escortservice op voor Hollywood-sterren die hun hele leven en carrière lang in de kast zouden blijven. In 2012 besloot de souteneur van de celebrities zijn levensverhaal op papier te zetten in het boek Full Service: My Adventures In Hollywood And The Secret Sex Lives Of The Stars. Daarin outte hij zonder scrupules beroemdheden als acteur Cary Grant, FBI-directeur J. Edgar Hoover en actrice Katherine Hepburn.

Zelf ziet hij daarin nog altijd weinig kwaad, getuige Scotty AndThe Secret History Of Hollywood (97 min.). Deze sterren flonkeren immers alleen nog op de Hollywood Walk Of Fame. Bovendien was hun seksuele geaardheid een publiek geheim in de stad van de sterren. En een hedendaagse homoseksuele acteur zoals Stephen Fry kan er ook wel mee leven, zegt hij in deze documentaire. Het maakt die onaanraakbare sterren weer mens en laat ze zien voor wie ze waren: kwetsbare zielen, gevangen in hun eigen imago.

Regisseur Matt Tyrnauer portretteert Bowers, die tegenwoordig is getrouwd met een vrouw die geen weet had van zijn achtergrond en die ook nog altijd weigert om zijn boek te lezen, als een seksuele vrijbuiter. Volgens eigen zeggen heeft hij werkelijk met Jan en alleman het bed gedeeld, waaronder een triootje met Ava Gardner en Lana Turner. Hij zou bovendien een prominente rol hebben gespeeld in de aantekeningen van dokter Kinsey, die puriteins Amerika shockeerde met zijn wetenschappelijke onderzoek naar menselijke seksualiteit.

Seks lijkt bijna negentig jaar lang Scotty Bowers’ voornaamste raison d’être te zijn geweest. En dat komt, zo blijkt later in dit vermakelijke portret van zowel de flamboyante man zelf als de achterkant van zijn natuurlijke biotoop, niet helemaal uit de lucht vallen en zorgt later, indirect, ook nog voor één van de grootste drama’s van zijn enerverende bestaan. Net als in de film, zogezegd. En perfect in lijn met Scottys onvervalste Hollywood-leven.

Free Solo

National Geographic

Ben of word je medeplichtig als je iemand filmt die doelbewust zijn leven in de waagschaal stelt? Dat vraagt filmmaker Jimmy Chin zich af tijdens het portretteren van Alex Honnold. De Amerikaan doet aan ‘free solo’, vrij klimmen. Hij beklimt indrukwekkende bergwanden, zonder enige beveiliging. Één klein foutje is direct fataal. Of zoals Honnold het zelf stelt: ‘De kans dat ik naar beneden val is vrij klein, maar de consequenties zijn dan extreem groot.’

Juist klauterend tegen zo’n steile wand, zonder vangnet op eenzame hoogte, voelt hij zich echter werkelijk vrij. ‘Volgens mij is iedereen die van ‘free soloing’ een belangrijk onderdeel van zijn leven maakte nu dood’, werpt medeklimmer Tommy Caldwell droog tegen. Honnolds nieuwe vriendin Sanny McCandless kan in de enerverende documentaire Free Solo (99 min.) ook maar niet begrijpen waarom hij zulke risico’s wil nemen. Zelf blijft de klimmer er stoïcijns onder. Wat heeft hij ook te verliezen?

Volgens eigen zeggen haalt Alex Honnold inspiratie uit zijn ‘bodemloze put van zelfhaat’. Hij refereert daarbij aan zijn ‘liefde’-loze jeugd. Thuis werd dat woord in elk geval nooit gebezigd. Moeder Dierdre, lerares Frans, zei op zijn best ‘je t’aime’. Ze sprak immers consequent Frans tegen haar kinderen. En Honnolds jong overleden vader sprak al helemaal nergens over. Achteraf bezien had hij volgens moeder waarschijnlijk een autismespectrumstoornis.

Hun volwassen kind Alex, dat zichzelf op latere leeftijd moest leren knuffelen, heeft zich nu in zijn hoofd gehaald dat hij als eerste free solo El Capitan, een negenhonderd meter hoge bergwand in het Yosemite National Park, moet beklimmen. Daarbij zal hij worden gevolgd door Chins cameraploeg van ervaren klimmers (die overigens wél goed zijn gezekerd). Verhoogt hun aanwezigheid de druk op Honnold? En in hoeverre heeft zijn nieuwe vriendin hem week gemaakt? Met andere woorden: staat er nu ineens wél wat op het spel voor hem?

Moeten Jimmy Chin en zijn co-regisseur Elizabeth Chai Vasarhelyi Alex Honnold tegen zichzelf in bescherming nemen en hem zijn snode plan uit het hoofd proberen te praten? Of mogen ze die beslissing bij hemzelf laten en ‘gewoon’ het hele proces – de loodzware trainingen, het al dan niet definitieve afscheid van Sanny en de adembenemende soloklim zelf – vastleggen? Deze zenuwslopende film vormt het uiteindelijk vanzelfsprekende antwoord.

Back To The Taj Mahal Hotel

Carina Molier

‘Ik ga níet dood in een hotel’, zegt de man, die zichzelf even daarvoor een ‘professionele paranoïde’ heeft genoemd, heel stellig. Voor twijfel is geen ruimte. Hij werkt zelf in de beveiliging en denkt volgens eigen zeggen altijd na over wat er fout kan gaan, maar nu zit hij vast in het Taj Mahal Palace in Mumbai, dat in november 2008 plotseling wordt overmeesterd door terroristen. De gasten zitten als ratten in de val, in een Indiaas vijfsterrenhotel.

‘Wat zou MacGyver doen?’ vraagt een andere hotelgast zich af. ‘Wat zou The A-team doen?’ Zo gaat ieder op zijn eigen manier om met de angst en onzekerheid die het uitzinnige geweld te weeg brengt. De een is doodsbang als er geweerschoten of knallen door de gangen van het luxueuze hotel galmen, een ander wordt volstrekt apathisch bij de gedachte aan wat er kan gebeuren.

Regisseur, en theatermaker, Carina Molier neemt vijf overlevenden van de geruchtmakende terroristische aanslag, die ruim 150 mensen het leven kostte, letterlijk Back To The Taj Mahal Hotel (70 min.). Voor de camera herbeleven ze de traumatische gebeurtenis, die een scharnierpunt in hun leven is geworden. Want hoe geef je de lichamelijke en psychische littekens een plek in je verdere bestaan? Wie heeft überhaupt bepaald dat jij wél verder mocht leven?

Het gevoel dat er iets staat te gebeuren wat groter is dan een mens eigenlijk kan dragen, drijft deze stemmige documentaire, die is opgebouwd rond de getuigenissen van vijf totaal verschillende mensen die sindsdien een herinnering delen. Met indringende beeld- en geluidsopnames van beveiligingscamera’s en zelf geschoten scènes in het hotel transporteert Molier de kijker naar de andere kant van de wereld en bijna tien jaar terug in de tijd, naar een nacht die ook tien jaar na dato nog steeds eindeloos lijkt te duren.

Svyato

IDFA

Je kunt best ethische vragen stellen bij deze persoonlijke documentaire van IDFA-held Victor Kossakovsky: in hoeverre rechtvaardigt een film een toch wel behoorlijke ingreep in de ontwikkeling van je eigen kind?

Aan Kossakovskys korte documentaire Svyato (33 min.) uit 2005 ging een heuse levenskeuze vooraf: de Russische filmmaker besloot zijn zoon vanaf diens geboorte uit de buurt te houden van spiegels. Toen Svyatoslav op tweejarige leeftijd eindelijk werd geconfronteerd met spiegels in huis en dus voor het eerst zichzelf zag, legde zijn vader dat met drie camera’s vast. Hoe zou zijn inmiddels puberende zoon daar nu op terugkijken?

De film opent met een citaat uit een oude legende: alles veranderde toen de mens voor het eerst zijn reflectie zag. En dat zie je letterlijk voor je ogen gebeuren. Het vrolijk rond dribbelende peutertje waant zich onbespied en onderneemt een adembenemende ontdekkingstocht via de spiegel. Op zoek naar niets minder dan – hij heeft daar zelf natuurlijk nog geen idee van – zichzelf. En in en via de spiegel slaan wij hem gade.

Hoe leuk is het om met een veger op die spiegel te slaan? Wat zie en hoor je dan? Ben jij het echt die dat kan en mag doen? Al snel raakt Svyatoslav verveeld en keert hij terug naar zijn vaste speeltjes. Het tweejarige jongetje lijkt die hele spiegel alweer vergeten. Totdat hij hem toch weer opzoekt en geheel nieuwe mogelijkheden ontdekt in de wereld achter dat ding aan de muur, waarvan hij zelf stilaan deel is gaan uitmaken. Gaandeweg ontwikkelt hij zoiets als zelfbewustzijn.

’Dat ben ik’, zegt hij aan het eind van de film trots tegen zijn vader en geeft zijn eigen spiegelbeeld een kusje.

The Distant Barking Of Dogs

IDFA

Samen met zijn oma loopt de tienjarige Oleg Afanasyev aan het begin van The Distant Barking Of Dogs (56 min.) door de sneeuw in Hnutove, een dorpje in de Donetsk-regio van Oost-Oekraïne. Sinds 2014 wordt er in deze omgeving gevochten tussen regeringstroepen en pro-Russische separatisten. Op de achtergrond klinken vrijwel permanent explosies en geweervuur. De kleine Oleg kijkt er niet meer van op.

‘Het lijkt alsof onze levens bevroren zijn’, zegt zijn oma in één van de regelmatig terugkerende bespiegelende voice-overs, die als structurerend element fungeren voor deze observerende film. ‘We schuilen als dieren voor de winter en wachten tot de kou voorbij is.’ Het tweetal arriveert bij het kleine kerkhofje, waar Olegs moeder Natasja begraven ligt. Oma huilt, Oleg niet. Het jongetje was zo klein toen ze stierf dat hij er volgens zijn grootmoeder nooit om heeft gehuild.

Regisseur Simon Lereng Wilmont volgt Oleg gedurende een jaar, een periode waarin hij uitleg krijgt over de verschillende soorten mijnen, meedoet aan een oefening in een schuilkelder en een kikker leert doodschieten met een pistool. Surrealistische scènes voor iedereen die niet in oorlogsgebied opgroeit. Zoals ook de gespreksstof van de kinderen soms vreemd aandoet. ’Weet je nog dat ze gisteren schoten?’, vraagt Oleg bijvoorbeeld aan zijn jongere neefje Yarik als ze samen het veld intrekken ‘Hier is die bom gevallen.’ Yarik antwoordt direct: ‘En die heeft mensen gedood.’ Nee, meent Oleg. ‘Geen mensen. Soldaten.’

Zou Olegs vader ook zijn omgekomen in de oorlog? Of is hij allang niet meer in beeld of nooit in beeld geweest? Daarop geeft deze asgrauwe film, die op het IDFA 2017 werd beloond met de Award voor Best First Appearance, geen antwoord. Ook zijn opa is in geen velden of wegen te bekennen. Het is oma die de jonge Oleg in haar eentje probeert te behoeden voor de valkuilen van de oorlog en ondertussen iets van zijn kindzijn moet zien te bewaren.

The Other Side Of Everything

IDFA

Bij de volkstelling van 1991 werd het universitair docent Srbijanka Turajlic ineens duidelijk: haar land was ten dode opgeschreven. Waar ze haar hele leven had gedacht dat Joegoslavië altijd onder communistisch bewind zou blijven en leider Tito nooit kon sterven, daagde het haar ineens toen ze haar nationaliteit op een formulier moest invullen. De optie ‘Joegoslavisch’ was verwijderd. De natie waarin ze altijd had geleefd, en daarmee ook het idee waarin ze altijd had geloofd, leek dood.

Via een portret van haar ‘Servische’ moeder, een politiek activiste die zich vanaf het allereerste begin openlijk heeft uitgesproken tegen de onvermijdelijkheid van de Joegoslavische burgeroorlog, schetst regisseur Mila Turajlic de recente geschiedenis van haar land, dat ruim 25 jaar na de oorlog, die toch onvermijdelijk bleek, nog altijd haar wonden likt. De egodocu The Other Side Of Everything (103 min.) maakt de balans op vanuit haar moeders appartement in Belgrado, dat al sinds mensenheugenis in de familie is, maar dat vanaf 1947 op last van het regime verplicht moet worden gedeeld met een communistisch gezin.

De meningen zijn zeventig jaar later nog altijd hopeloos verdeeld, de onderlinge verbanden uiterst broos. Als Srbijanka opnieuw haar nationaliteit en religie moet doorgeven bij een volkstelling, zorgt dat bijvoorbeeld nog steeds voor ongemak. ‘De Kroaten vormen een eenheid’, stelt één van de gasten tijdens het traditionele eier-tikken op Srbijanka’s paasfeest. ‘De Sloven vormen een eenheid. En de Albanezen vormen een eenheid. Maar per twee Serviërs heb je drie meningen.’ Intussen steekt ook het onversneden Servische nationalisme, waarmee Slobodan Milosevic het voormalig Joegoslavië begin jaren negentig uiteen scheurde, weer zijn lelijke kop op.

In hoeverre wil en kan een dappere oudere vrouw zoals Srbijanka Turajlic nog eenmaal de handschoen oppakken? Of is die taak weggelegd voor de volgende generatie, in de persoon van dochter Mila? Deze indringende film, die zich voor een groot deel afspeelt in het verdeelde appartement, werd tijdens het IDFA van 2017 uitgeroepen tot Best Feature Length Documentary en demonstreert welke krachten er vrij komen als de nationalistische geest eenmaal uit de fles is. En die laat zich niet zomaar met woorden en ideeën bezweren. Dat kun je met een gerust hart een waarschuwing noemen. Aan het adres van iedereen die bijvoorbeeld denkt dat westerse democratieën onverwoestbaar zijn.

De teloorgang van Joegoslavië werd in 2000 al prachtig in beeld gebracht door Vuk Janic. In zijn film Het Laatste Joegoslavische Elftal portretteert hij de zogenaamde gouden generatie voetballers die door de burgeroorlog in verschillende landenteams terecht is gekomen. Spelers als Boban, Suker, Savicevic, Mihajlovic en Prosinecki zagen zo hun droom vervliegen om samen wereldkampioen te worden.
 

 

Famke Louise, De Documentaire

Videoland

De succesvolste Nederlandse rapper Ronnie Flex wordt vader, maar wil niet zeggen wie de moeder van het kind is. De afgelopen tijd stonden de roddelbladen er vol mee. Enkele weken eerder werden diezelfde pagina’s gevuld met het verhaal dat Flex en YouTube-ster Famke Louise een setje zouden zijn. Zij is echter niet zwanger.

Vanuit marketingtechnisch oogpunt zou je zulke reuring de ideale opmaat kunnen noemen voor deze vierdelige documentaireserie over Famke Louise, het negentienjarige meisje uit Hoogezand dat ineens wereldberoemd werd. En supergehaat, dat ook. Met een fanatisme dat in Nederland, voor zover ik het kan overzien, tot dusver was voorbehouden aan Dinand Woesthoff, de voormalige zanger van Kane.

Met een geheel eigen mengeling van verbazing, lol en ingehouden vrees leest de hoofdpersoon in de eerste aflevering van Famke Louise, De Documentaire (97 min.) voor waar ze online zoal voor wordt uitgemaakt. Het leeuwendeel is het herhalen echt niet waard. Veel ziektes, scheldwoorden en slechtbedoelde adviezen. En tijdens optredens is er altijd wel iemand die ‘hoer’ roept, zijn middelvinger opsteekt of een lading bier over haar heen probeert te kieperen. Het is, blijkbaar, de tol van de roem.

Famke Louise speelt zelf opzichtig met haar imago van ‘the babe you love to hate’ en maakt van haar hart bepaald geen moordkuil. ‘Neem die oorbellen mee van die slet’, sneert ze in de hitsingle Zonder Jou naar haar (foute?) ex-vriend Tim van Teunenbroek, alias vlogger Gameking, met wie ze een in het openbaar geconsumeerde en beëindigde relatie had. ‘Ik hoef die shit niet meer te vinden in mijn bed.’

Bij een zo publiek geleefd bestaan is het natuurlijk de vraag wat een documentaire nog kan toevoegen. Deze vierdelige serie van Elza Jo Tratlehner levert in elk geval extra achterkant bij het fenomeen Famke Louise: clipopnames, een schrijverskamp om liedjes te fabriceren en de bezichtiging van een nieuwe woning. En daarnaast – verplicht, want haar management heeft grootse plannen – zangles, dansles, mediatraining en een mental coach. Die laatste helpt haar met losgaan bij optredens, want dat wil nog niet helemaal lukken.

Stilistisch sluit deze ‘allereerste documentaireserie over de veelbesproken Famke Louise’ (aldus Videoland, dat blijkbaar nog meer series voorziet) perfect aan bij de vlogcultuur. Het camerawerk en de montage zijn erg hoekig. Bovendien zijn de afleveringen zeer rudimentair gestructureerd; ze schakelen tussen het gebruikelijke achter de schermen-werk en Famke Louises getroebleerde achtergrond, die met name in wisselwerking met haar moeder Marja reliëf krijgt.

Zij dwingt haar dochter met zachte hand om echt de luiken te openen en zo nu en dan de kwetsbare negentienjarige te laten zien die nog altijd schuilgaat achter de ongenaakbare Famke Louise, waarvan we alles allang dachten te hebben gezien.

Schone Schijn

schone-schijn-auto

 

Als hij een mogelijke investeerder uit Canada ontvangt, trekt Serge Janssen Daalen zijn enige maatpak aan en leent hij een representatieve auto. Het water staat de ondernemer al jaren aan de lippen, maar dat mogen potentiële zakenpartners natuurlijk niet weten. Hij dient succes uit te stralen. Anders is succes uitgesloten.

Intussen let zijn vrouw Merel noodgedwongen op de kleintjes in de supermarkt. Bij de kassa moet ze zelfs boodschappen terugleggen. Ziedaar de vicieuze cirkel waarin Janssen Daalen, de hoofdpersoon van Schone Schijn (55 min.), verzeild is geraakt. Sinds de crisis van 2008 gaat hij, net als enkele honderdduizenden concullega’s, gebukt onder een enorme schuld. Hij moet continu het ene gat met het andere dichten en probeert schuldeisers van zich af te houden. Intussen ontplooit de geboren plannenmaker nieuwe initiatieven, waarmee hij zich hoopt te verzekeren van inkomen.

Thuis begint de financiële malaise steeds nadrukkelijker zijn tol te eisen, getuige deze schrijnende documentaire van camerajournalist Fleur Amesz, die de zelfstandig ondernemer enkele jaren op de huid zat. Het huis dreigt per executie te worden verkocht, vrouwlief moet de was soms in de badkuip doen en het hele gezin is al twee jaar niet naar de tandarts geweest omdat er nog een flinke rekening openstaat. Bij zijn eerste behandeling in tijden meldt Janssen Daalen zijn tandarts dat hij niet verdoofd hoeft te worden. ‘Dat scheelt weer dertig euro.’

Een kat in het nauw maakt rare sprongen. De licht kakkineuze ondernemer geeft ronduit toe dat hij heeft gefantaseerd over foute dingen: drugshandel of fraude. Zover is het volgens eigen zeggen nooit gekomen, maar het geeft aan hoever Janssen Daalen bereid is te gaan om te voorkomen dat hij de ultieme nederlaag moet slikken: een baan in loondienst. Het is echter maar de vraag of hij dat onheil definitief weet af te wenden. Als hij via de schuldsanering van die loden bal aan zijn been af wil, dan zal Janssen Daalen toch echt moeten stoppen als ondernemer…

The Raft

Enkele jaren na het beruchte Stanford Prison Experiment en lang voordat het Big Brother-huis de televisiewereld op zijn kop zou zetten, stapten tien vrijwilligers op een vlot dat vanuit de Canarische eilanden koers zette richting open zee. 11 mei 1973, een dag die hen hun hele leven bij zal blijven. Ze kenden elkaar niet, kwamen vanuit alle windstreken en verschilden als dag en nacht. Drie maanden zouden ze letterlijk met elkaar opgescheept zitten. Zes vrouwen en vier mannen. Stuk voor stuk aantrekkelijk. Zouden ze gaan samenwerken om te overleven? Of maakten de spartaanse omstandigheden het beest in hen wakker?

De Mexicaanse antropoloog Santiago Genovés, die het sociale experiment opzette en zelf als elfde participant het ruime sop koos, had daar wel ideeën over. Tegen de achtergrond van de Vietnam-oorlog, die op dat moment de halve wereld verscheurde, vroeg hij zich af waarom mensen zich agressief gedragen. Hij wilde onderzoeken wanneer en waarom ze overgaan tot geweld. En in hoeverre spelen seksuele aantrekkingskracht en -competitie daarin een rol? Om dat te onderzoeken had Genovés, die in zichzelf misschien wel een Lord Of The Flies zag, zijn eigen Animal Farm nodig: het vlot, dat in de media al snel ‘the sex raft’ werd gedubd.

Ruim veertig jaar later reflecteren de zeven deelnemers die nog in leven zijn in de uitstekende documentaire The Raft (98 min.) op hun gezamenlijke trip die hen – dat wist de onderzoeker vrijwel zeker – naar de rand van de afgrond zou brengen. De Zweedse filmmaker Marcus Lindeen heeft daarvoor een replica op ware grootte van het houtvlot Acali (‘het huis op water’) laten maken. Aan boord, hoewel niet midden op zee, is vluchten opnieuw onmogelijk. Samen herbeleven de deelnemers, zes vrouwen en één enkele man, de gebeurtenissen en laten hun herinneringen met elkaar botsen.

Ook de onderzoeker zelf is nadrukkelijk aanwezig in de film. Als verteller, ingesproken door de acteur Daniel Giménez Cacho, reconstrueert Genovés het experiment, waarin hij zelf gaandeweg een steeds prominentere plek ging innemen. Vanaf het begin viel hij de anderen al wekelijks lastig met lijsten vol impertinente vragen over henzelf en de anderen, maar op een gegeven moment begon hij de antwoorden daarop ook nog openlijk te delen op dat slechts zeven meter lange vlot. In de trant van: jij vindt hem misschien onweerstaanbaar, maar hij vindt dat jij véél te veel praat.

Van afstandelijke observator ontwikkelt hij zo zich tot provocateur, would be-dictator en regisseur van levens. De regisseur van deze film, Marcus Lindeen, schakelt intussen soepel tussen de acht uur 16mm-film die aan boord is geschoten en actuele scènes met de hoofdrolspelers, die hij voorziet van enkele gave visuele vondsten. The Raft voelt daardoor geen moment als een historische documentaire, maar als een actuele en urgente film over het wezen van de mens. Waarbij het de vraag is wie nu eigenlijk het interessantste onderzoeksobject is: de passagiers van het vlot of toch Genovés zelf?

Jij Bent Mijn Vriend

KRO-NCRV

‘We kijken allemaal naar dezelfde maan’, doceert Juf Kiet. ‘Of je nu in Syrië bent of in Australië of in Amerika. Als je naar de maan kijkt, is dat dezelfde maan voor iedereen.’ De hoofdpersoon van de vorige documentaire van Peter en Petra Lataster, publieksfavoriet en Gouden Kalf-winnaar De Kinderen Van Juf Kiet, is wederom prominent aanwezig in opvolger Jij Bent Van Mijn Vriend (77 min.). De absolute hoofdrol is echter voorbehouden aan een klein Macedonisch jongetje: Branche.

De maan is nog goed zichtbaar als hij wordt gewekt door zijn ouders. De zesjarige Branche wil niet naar school. Je moet, zeggen zij. Nederlands leren en vrienden maken. Hij komt terecht in de migrantenklas van Juf Kiet, op een basisschool in het Brabantse Hapert. Het huilende jongetje heeft tijd nodig om er zijn plek te vinden. Naast een aaibaar kereltje uit Syrië, dat natuurlijk zijn eigen geschiedenis met zich meebrengt.

De Latasters observeren hoe Branche via zijn nieuwe vriendje en onder de hoede van zijn attente juf aardt binnen de klas (en het vreemde land waar hij, door het werk van zijn ouders, terecht is gekomen). De camera blijft net als bij De Kinderen Van Juf Kiet, waarvan deze film een spinoff is, op ooghoogte van de kinderen en kijkt hen liefst recht in het gezicht. Want dit is hun verhaal. De volwassenen – juf Kiet en later meester Wout – zijn niet meer dan figuranten.

Het verhaal van Branche en zijn wisselende vriendjes wordt sober en met oog voor detail verteld. Zonder interviews en met spaarzaam, maar bijzonder effectief gebruik van muziek. De kinderen moeten het werk doen – en doen dat ook. Via hen wordt zichtbaar dat vriendschap, en zoiets elementair menselijks als empathie, kan én moet worden geleerd. In die zin fungeert deze hartverwarmende film tevens als tegengif tegen de hedendaagse tijd, waarin ongebreideld egoïsme en navrant narcisme regelmatig de toon lijken te zetten.

But Now Is Perfect

EO


In Riace kun je betalen met Charlie Chaplin-biljetten, Che Guevara-geld of Martin Luther King-flappen. Tenminste als je een immigrant bent en al een tijd zit te wachten op geld van de Italiaanse overheid. Het is een idee van burgemeester Domenico Lucano, die ervoor zorgde dat de nieuwkomers in zijn dorp in elk geval in hun eerste levensbehoeften konden voorzien. Zonder de gastvrijheid van Lucano, eerder al te zien in de documentaire It Will Be Chaos en een aflevering van Tegenlicht, hadden we nog nooit gehoord van het dorp in de Zuid-Italiaanse regio Calabrië.

Riace is tevens het toneel van But Now Is Perfect (55 min.), de nieuwe film van Carin Goeijers die op het IDFA in première gaat en in competitie is voor de prijs voor beste middellange Nederlandse documentaire. Het Italiaanse dorp, dat een reputatie verwierf als veilige thuishaven voor vluchtelingen en zo de vergrijzing en krimp van het eigen dorp een halt toeriep, ligt alweer enige tijd onder vuur. Net als de burgervader zelf, die ervan wordt beschuldigd dat hij niet zorgvuldig is omgegaan met overheidsgeld. De Italiaanse regering probeert ondertussen Lucano’s droomproject te ontmantelen.

Deze documentaire tekent de menselijke gevolgen daarvan op in de kleine dorpsgemeenschap, waarbinnen oude en nieuwe Italianen samen proberen te leven. Goeijers richt haar aandacht in het bijzonder op de Nigeriaanse vrouw Becky Moses. Ze woont al enkele jaren in Riace en lijkt behoorlijk ingeburgerd, maar moet verplicht vertrekken naar een opvangkamp, elders in de regio. Daar loopt het niet goed met haar af, een dramatische gebeurtenis die de filmmaakster inleidt met een symbolische zwarte kat die door de straten van het dorp zwerft.

Moses laat een flinke schoenencollectie en nog wat andere spullen achter. In de openingsscène van deze documentaire, die wat mij betreft soms wat dichter bij het tragische levensverhaal van de hoofdpersoon had mogen blijven, toont een bevriende dorpsgenoot ze mismoedig aan de camera. Het zijn de restanten van een in de knop gebroken leven – en daarmee ook van een idealistisch experiment, dat rigoureus de nek dreigt te worden omgedraaid.

Trapped In The City Of A Thousand Mountains

Human

‘China is niet vrij’, roept een groepje opgeschoten jongeren stoer naar de camera. ‘Maar hiphop kan dat veranderen.’ Heel even denk je dat ze het zelf geloven. Als de Chinese rappers in de korte documentaire Trapped In The City Of A Thousand Mountains (23 min.) wat serieuzer worden bevraagd, schetsen ze echter een subtieler beeld: ’In China weet je nooit precies wat er verboden is. Dat is een hele slimme tactiek; het maakt iedereen nog voorzichtiger.’

De onlangs aangescherpte regels van de Chinese autoriteiten, die netjes in openbare gelegenheden worden omgeroepen, laten aan duidelijkheid evenwel niets te wensen over. Als je je hebt afgekeerd van de partij mag je niet meer in het openbaar spreken, klinkt het dreigend. Net als figuren met een dubieuze reputatie. Smakeloze of vulgaire optreden mogen ook niet meer. Improvisatie is niet toegestaan. En de subcultuur van hiphop en tatoeages wordt op geen enkele manier meer gepromoot.

Zo probeert de overheid een ontluikende jeugdcultuur de kop in te drukken. Met die Chinese hiphop moest het maar eens afgelopen zijn, hebben de partijbonzen binnenskamers, ongetwijfeld opvallend eensgezind, besloten. De betrokken jongeren, met inderdaad kekke tattoos, proberen intussen hun weg te vinden binnen het labyrint van do’s en don’t dat rondom hen wordt opgetrokken. Ze laten zich vooralsnog in elk geval niet de mond snoeren.

David Verbeek volgt hen in nachtelijk Chongqing dat in deze gestileerde film, die is genomineerd voor de IDFA Award voor beste korte documentaire, oogt als een futuristische metropool. Het zinnenprikkelende geluidsdecor dat de regisseur daaraan toevoegt versterkt de vervreemdende kijkervaring nog eens. Chongqing, gelegen aan de rivier de Yangtze, wordt een overweldigende stad, waarin staatstoezicht aan de orde van de dag is. Het ideale toneel voor een vitale muziekscene, die zich vanuit de underground naar boven probeert te worstelen.

Foute Vrienden

NTR

’s Nachts schrik ik nog wel eens wakker van een schokkende scène uit Meiden Van De Keileweg , de deprimerende documentaireserie die Roy Dames eind jaren negentig maakte over enkele prostituees die tippelen in de Rotterdamse rosse buurt. Een zwaar verslaafde vrouw helpt daarin een klant in diens auto aan zijn gerief. Een onthutsend tafereel, hondsrauw vastgelegd vanaf de achterbank, dat zich nog wel eens ongevraagd aandient voor mijn geestesoog.

Zijn fascinatie voor het leven aan de zelfkant drijft de Nederlandse filmmaker al jaren voort. In zijn bekendste documentaire Foute Vrienden (87 min.) uit 2010 portretteert hij enkele leden van de hoofdstedelijke penoze. Illustere bijnamen hebben deze bloedgabbers: Verbrande Herman, Rooie Jos, Jantje van Amsterdam en Dikke Bob. Roy Dames heeft ze vanaf 1994 gevolgd en zo een wereld leren kennen waarin geldtekort, gevangenisstraf en ‘de ziekte van Gorkasjov’ aan de orde van de dag lijken.

’Door het filmen kom ik steeds dichter bij ze’, bekent Dames in één van de voice-overs waarmee hij van alle losse verhaalelementen een krachtige vertelling heeft geconstrueerd. ‘Wat eerst vooral een fascinatie was, voelt steeds meer als een vriendschap.’ Toch blijft Dames als filmer altijd een buitenstaander, zo beseft hij zelf maar al te goed. ‘Ik kon nooit echt één van hun worden’, klinkt het spijtig. ‘Want ik was het niet.’

Vanuit oprechte interesse legt hij vast hoe de mannen zich schuldig maken aan oplichting, een auto jatten of op de vlucht slaan. Als een soort filmende gluurder, die zo nu en dan ook de helpende hand toesteekt als zijn bijna-vrienden weer eens in de problemen zijn geraakt. Deze documentaire heeft een tamelijk fragmentarisch karakter. Gezien de tijdspanne die Dames in de film moet overbruggen, en het feit dat hij de mannen soms hele perioden uit het oog verliest, is dat onvermijdelijk.

Als zedenschets van de onderkant van het criminele milieu, waar kleine krabbelaars met alle mogelijke middelen het hoofd boven water proberen te houden, is Foute Vrienden echter bijzonder geslaagd. Niet voor niets werd de documentaire een onvervalste kijkhit. Intussen filmt Dames overigens gewoon door met de mannen voor een volgende episode over de stilaan met hun leeftijd en gezondheid kampende vrienden.

Roy Dames kwam de Amsterdamse gabbers in 1994 op het spoor. Toen filmde hij hen vijf maanden lang voor de documentaire Ik Ben Jantje, zes jaar later volgde Vrienden Voor Het Leven (2000). Beide films zijn op YouTube te vinden. De slimme kijker kijkt de trilogie dus in chronologische volgorde.

In 2015 blikte Dames met Jantje en Jos terug op de derde documentaire Foute Vrienden, die toen al een behoorlijke cultstatus had verworven. Dit interview is nog altijd op de 2doc-website te bekijken.

Lees hier meer over 25 Jaar Foute Vrienden.

Tricky Dick And The Man In Black

Netflix

Wie had de Amerikaanse president Richard Nixon eigenlijk uitgenodigd in het Witte Huis? Johnny Cash, de rebel van Folsom Prison Blues, die zich identificeerde met bajesklanten en Amerikaanse indianen? Of de godvrezende man met dezelfde naam, die in 1970 op het punt stond om opnieuw vader te worden en die zich afficheerde met de befaamde televisiedominee Billy Graham?

Tricky Dick dacht in elk geval een typische zoon van het zuiden te hebben binnengehaald, een authentieke country & western-zanger die hem wel even de electorale steun van de zogenaamde ‘silent majority’ kon bezorgen. De Republikeinse president had Cash zelfs gevraagd om de patriottische redneck-song Okie From Muskogee, een aanklacht tegen zo’n beetje alles wat met de toenmalige Tegencultuur had te maken, en het vileine Welfare Cadillac, over een man die zijn uitkering ophaalt in een patserbak, te zingen.

Nixon, die later nog met een pijnlijk protest (‘Stop the killing’) kreeg te maken tijdens een optreden van The Ray Conniff Singers in het Witte Huis, had eigenlijk beter moeten weten. Johnny Cash leek de gevraagde verzoeknummers inderdaad te gaan zingen, maar besloot uiteindelijk toch anders. Zijn optreden, voor een ongemakkelijke president en zijn eerste rij van getrouwen, vormt de apotheose van Tricky Dick And The Man In Black (58 min.), een boeiende documentaire van Barbara Kopple en Sara Dosa.

Dit tweede deel van Netflix’s nieuwe serie ReMastered, een reeks historische muziekdocumentaires, zoomt net als zijn voorganger over Bob Marley in op een voetnoot uit de popgeschiedenis, waarmee een groter maatschappelijk verhaal kan worden verteld. Ditmaal over muziek als politiek verleidings- dan wel drukmiddel. Aan het woord komen een broer, zus en zoon van Cash, terwijl Nixons communicatiemedewerker Pat Buchanan en medewerker Alexander Butterfield de kant van de omstreden president voor hun rekening nemen.

Tricky Dick And Johnny Cash zet twee mastodonten tegenover elkaar, die elk vanuit hun eigen invalshoek het Amerika van na de Tweede Wereldoorlog kleur hebben gegeven. Zwart, om precies te zijn. In zekere zin leken ze ook op elkaar. Nixon en Cash groeiden allebei op in diepe armoe en verloren op jonge leeftijd een broer, een ervaring die hen voor het leven zou tekenen en voor even, heel even, in Washington zou samenbrengen op een broeierige dag in april 1970.

Ook het bezoek van Elvis Presley aan de omstreden Richard Nixon, de enige Amerikaanse president die ooit is afgetreden, spreekt overigens tot de verbeelding. Er is zelfs al een speelfilm aan gewijd.

Married To A Paedophile


Ze loopt naar de brievenbus in de voortuin. ‘Die daar met het busje is een schat’, wijst de blonde vrouw naar één van haar buren. ‘De man in die bungalow vond het lastig om met me te praten, maar zei dat ik niet bang hoefde te zijn.’ Ze kijkt naar enkele andere huizen en duidt: ‘vijand… vijand…’ De echtgenoot van de vrouw is zes weken eerder gearresteerd omdat hij kinderporno in zijn bezit had. Sindsdien voelt ook zij zich uitgekotst door de buurt. Even later laat ze thuis haar bruiloftsjurk zien. ‘Kun je hem vergeven?’, wil de interviewster weten. Resoluut: ‘Nee.’

Deze vrouw is niet wie ze lijkt. Hetzelfde geldt voor de andere vrouwen en hun echtgenoten die worden geportretteerd in deze Britse documentaire. Married To A Paedophile (69 min.), die woensdagavond wordt vertoond op NPO2 onder de noemer De Vrouw Van Een Pedofiel, is van oorsprong een audiodocumentaire. Regisseur Colette Camdenheeft later acteurs gevraagd om de interviews en bijbehorende scènes te playbacken. Het moet een enorme tour de force zijn geweest om de hele film lip-sync te krijgen.

Tegelijkertijd is het ook een drempel. Als kijker realiseer je je steeds opnieuw dat je naar acteurs kijkt en intussen de echte mensen hoort. Een tekst in beeld herinnert je daar, voor de zekerheid, ook regelmatig aan. In Groot-Brittannië hadden veel kijkers er toch moeite mee. Zeker bij zo’n beladen onderwerp kunnen sommige mensen nu eenmaal maar moeilijk de neiging onderdrukken om de hoofdpersonen de huid stijf te schelden. Nu moesten zij hun woede koelen op acteurs. Dat laat onverlet dat beeld en geluid in Married To A Paedophile razendknap zijn gecombineerd.

Wat je er ook van vindt, het is ook moedig te noemen dat deze film überhaupt is gemaakt – dapper van de direct betrokkenen én de acteurs. Ga er maar aanstaan. Neem de ongemakkelijke scène, waarin de door zijn perverse kijkgedrag aan lager wal geraakte docent Alex die de verjaardag van één van zijn dochters viert. Hij geeft haar een compliment voor een schilderij dat ze de voorgaande dag heeft gemaakt. ‘Doe iets met je kunstzinnigheid.’ ‘Ik denk veel na over welke kanten ik zou kunnen opgaan’, reageert zij ongedwongen. Hij lacht ongemakkelijk: ‘Ik ook.’

(Hoe) kun je verder met je leven met zo’n olifant in de kamer? Belet die je om te zijn wie je was, bent en wilt zijn? Of valt er op de één of andere manier omheen te leven? Deze televisiedocumentaire, die zonder ondertiteling ook op YouTube is te bekijken, maakt zulke elementaire kwesties bespreekbaar. Colette Camden schuwt ook de ongemakkelijke onderwerpen niet: fantaseerden de mannen bijvoorbeeld over hun eigen (klein)kinderen? Het zijn vragen waarop eigenlijk niemand het antwoord wil horen. Zoals je ook liever je ogen zou sluiten voor het feit dat sommige mensen, in de beslotenheid van hun eigen computer, op deze manier kunnen ontsporen en het bovendien nog maar de vraag is of ze ooit helemaal voor zichzelf kunnen instaan.

They’ll Love Me When I’m Dead

Netflix

Ruim dertig jaar na zijn dood staat Orson Welles weer vol in de schijnwerpers, die hem niet altijd even goed gezind zijn geweest. Tijdens het komende International Documentary Festival Amsterdam beleeft The Eyes Of Orson Welles, een essayistische filmbrief aan Welles van Mark Cousins, zijn Nederlandse première. En nu presenteert Netflix een documentaire over de laatste speelfilm die de mastodont maakte – een film die hij nooit kon afronden.

The Other Side Of The Wind zou nooit het uitroepteken achter het veelbewogen publieke leven worden dat Welles eigenlijk verdiende. Een leven dat begon met het hoorspel War Of The Worlds, dat in 1938 met een aanval van buitenaardse wezens blinde paniek veroorzaakte, en daarna (veel te vroeg) piekte met wat ook wel de beste film aller tijden wordt genoemd. Gedurende de rest van zijn bestaan zou die klassieker de regisseur/acteur lastig blijven vallen. Of zoals regisseur Peter Bogdanovich het in deze documentaire formuleert: ‘Telkens als je zijn naam noemt, vraagt men: “Wat deed hij na Citizen Kane?”’

De titel They’ll Love Me When I’m Dead (98 min.) refereert aan een beroemde uitspraak van Orson Welles. Al is het de vraag of die zin daadwerkelijk over zijn lippen is gekomen. Diverse betrokkenen in deze documentaire van Morgan Neville ontkennen dat in elk geval. En daarmee hebben we meteen één van de centrale thema’s te pakken van deze speelse film: wat is waar en wat is mythe? ‘Bijna elk verhaal is vrijwel zeker een soort leugen’, aldus Welles zelf. Óók deze virtuoze weerslag van zijn tot mislukken gedoemde poging om nog één meesterwerk uit zijn grootse leven te persen.

Want wilde hij die film eigenlijk wel afronden? Daarover verschillen de meningen. Orson dacht dat hij zou sterven als The Other Side Of The Wind klaar was, volgens de één. Onzin!, meent een ander. Hij deed er álles aan om dit levenswerk – was het stiekem een zelfportret of toch een afrekening met het Hollywood dat hem had verstoten? – tot een goed einde te brengen. Feit is dat Welles, of een groteske karikatuur van de man die hij ooit was, zou sterven vóórdat de apotheose van zijn indrukwekkende carrière eindelijk het licht zou zien.

Deze zwierig gefilmde en gemonteerde documentaire, die tevens dient als karakterschets van het ‘larger than life’-fenomeen Welles en een ode inhoudt aan zijn films, gaat op Netflix namelijk vergezeld van …tromgeroffel, klaroengeschal, doodse stilte… The Other Side Of The Wind. Uit bijna honderd uur beeldmateriaal is postuum alsnog ‘de grootste film die nooit is uitgebracht’ samengesteld. Uitroepteken.

Bellingcat – Truth In A Post-Truth World

Bellingcat

Als idealistische beelddetectives struinen de leden van het internationale collectief Bellingcat vrijwillig het internet af. Vanuit hun huiskamers in pak ‘m beet Leicester, Berlijn en Helsinki belanden de burgerjournalisten zo in alle uithoeken van het wereldwijde web, op zoek naar de waarheid en niets dan de waarheid. Met behulp van online foto’s, kaartjes en video’s en eigen onderzoek deduceerden ze bijvoorbeeld wat er precies is gebeurd met vlucht MH17. Daarmee lieten Bellingcat-oprichter Eliot Higgins en zijn getrouwen het officiële onderzoek, de reguliere journalistiek en ene Vladimir Poetin zijn hielen zien.

Een gemiddelde wereldburger krijgt per dag meer beelden te verwerken dan een mens in de middeleeuwen tijdens zijn hele leven. Die beelden verrijken ons leven, zorgen voor begrip van de wereld en leveren bewijsmateriaal van mogelijke misstanden, maar ze kunnen net zo gemakkelijk worden gebruikt om de waarheid te versluieren of zelfs te verminken. Dat is het speelveld van Bellingcat – Truth In A Post-Truth World (83 min.), een fascinerende film van Hans Pool over een groepje onverschrokken frontsoldaten in de voortdurende oorlog om de waarheid.

Waar leiders als Poetin, Kim Jong-Un en Trump stelselmatig het vertrouwen in de media proberen te ondermijnen, en daarmee wereldwijd democratieën verzwakken, zweren zij ouderwets bij de feiten. Daarvoor verlaten ze zich wel op nieuwerwetse middelen. Zo demonstreert de Nederlander Christiaan Triebert, die voor zijn werk al de European Press Prize won, bijvoorbeeld hoe hij ontdekte dat een verwoestende autobom in Irak, waarover nieuwsmedia in de hele wereld hadden bericht, in werkelijkheid volledig in scène was gezet. Een ontluisterende conclusie, die voor je ogen nog eens ondubbelzinnig wordt aangetoond.

Pool maakt het urgente werk van Bellingcat met indringende voorbeelden uit onder anderen Charlottesville en Raqqa uitstekend inzichtelijk en laat dit door media-onderzoeker Jay Rosen van de University Of New York, Alexa Koenig van het Center For Human Rights en Harvard-professor Claire Wardle bovendien in zijn maatschappelijke context plaatsen. Het resultaat is een belangrijke film over het politieke tijdsgewricht waarin we leven en hoe de waarheid daarin voortdurend onder druk staat en wellicht tóch kan overleven. Met mogelijk een voortrekkersrol voor Bellingcat, een organisatie die de mogelijkheden van deze tijd in elk geval ten volle benut.

Sylvana, Demon Of Diva

Sylvana-hoofdfoto

 
Als je van nature sympathie voelt voor de underdog, dan schaar je je tijdens de documentaire Sylvana, Demon Of Diva (90 min.) vrijwel automatisch aan de zijde van de hoofdpersoon, die regelmatig de lelijkste kant van Nederland krijgt te zien. Niet dat Sylvana Simons als persoon ook maar iets van een underdog heeft. Haar jarenlange ervaring in de media heeft haar bepaald geen windeieren gelegd. In interviews, debatten en confrontaties met tegenstanders zorgt ze er wel voor dat ze haar zegje kan doen en houdt ze zich ogenschijnlijk moeiteloos staande.

Ook als er keihard op de vrouw wordt gespeeld. Als de één of andere mentale holbewoner haar op straat bijvoorbeeld ‘daar ga je toch niet op stemmen, op die aap?’ naroept, verblikt of verbloost Simons nauwelijks. In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van eerder dit jaar, waaraan ze met haar partij Amsterdam BIJ1 deelnam, lijkt ze als een vis in het water. Geboren om de degens te kruisen in de publieke arena, ook al gaat haar dat, getuige deze boeiende campagnedocumentaire van Ingeborg Jansen, soms niet in de koude kleren zitten.

Naarmate de verkiezingsdag dichterbij komt, beginnen campagnestress en vermoeidheid toch vat te krijgen op de ongenaakbare aspirant-politica. Wanneer ze in discussie gaat met een ogenschijnlijk toch best redelijk lid van D66, dat haar aanspreekt op haar ‘tone of voice’, lijkt ze elk ogenblik haar geduld te kunnen verliezen. En in de allerlaatste campagnedagen attaqueert Simons eerst een journalist van de plaatselijke omroep AT5, die het waagde om haar te onderbreken tijdens een interview, en roept ze later hardhandig een jongen tot de orde, die haar agressief zou hebben aangekeken. Als dat al zo was, krijgt hij in elk geval een ongenadig koekje van eigen deeg.

Het zijn de spaarzame momenten in deze documentaire waarop Sylvana Simons, die volgens eigen zeggen slechts zelden het achterste van haar tong laat zien, zichzelf heel even verliest. Hoewel we meekijken bij persoonlijke sessies met haar coach, als ze haar verjaardag viert en tijdens een behandeling bij de tandarts, lijkt ze de regie nooit helemaal uit handen te geven. De filmmaker laat dat zo. Jansen registreert en kiest ervoor om de confrontatie niet aan te gaan. Sylvana in de vechtstand kennen we natuurlijk ook al. Maar wat beweegt de vrouw daarachter?

Sylvana’s idealen krijgen ruim baan in deze campagnefilm, die slechts mondjesmaat toekomt aan de persoon achter de publieke figuur. Ook omdat Simons, vanwege begrijpelijke redenen (denk bijvoorbeeld aan de drie kwaadaardige zwarte Pieten met camera die bij haar voor de deur stonden), de filmcrew niet onbeperkt toegang lijkt te hebben gegeven tot haar privéleven. Haar kinderen hadden bijvoorbeeld een mooi inkijkje kunnen geven bij de vrouw en moeder achter het omstreden fenomeen, maar die blijven helaas buiten beeld. Het feit dat haar naasten ontbreken versterkt overigens het beeld van de eenzame strijder Sylvana, een vrouw met een missie.

Want ondanks al die politieke medestanders draait die hele gemeenteraadscampagne uiteindelijk maar om één enkele persoon. Hoewel Sylvana, Demon Of Diva dus geen nieuw licht werpt op de hoofdpersoon en haar diepste drijfveren als mens, brengt de film wel helder in kaart binnen welke maatschappelijke mijnenveld de politica Sylvana zich voortdurend beweegt en wat zij allemaal krijgt te verduren terwijl ze opkomt voor haar idealen.