Centen Van Knegsel

BNNVARA

Een ouder echtpaar, netjes naast elkaar gezet(en) op een groene bank. In hun traditionele woning in het Brabantse dorp Knegsel. Het zijn de grootouders van Marieke Widlak. Ze worden ook bevraagd door hun kleindochter. Over het liefdadigheidswerk dat ze al bijna een halve eeuw verrichten: sponsorlopen, fancy fairs, kerstbomenacties en benefietdiners, zodat Indiase kinderen kunnen leren en studeren. Een missie die ze nu graag zouden overdragen aan Marieke. Maar die twijfelt.

En dat is de basis voor haar korte documentaire Centen Van Knegsel (25 min.). Want waarom maken Jo en Marijn Widlak zich nu werkelijk sterk voor het project van hun Indiase vriend Christopher Bara? En heeft dat eigenlijk wel nut? Nadat ze een spelletje kaart heeft gewonnen in de huiskamer, geeft oma Jo een eenvoudige verklaring voor haar inzet voor dat goede doel ver van huis. ‘Als je geen goede kaarten krijgt, al ben je nog zo slim, dan kom je er toch niet uit.’ En dus is het belangrijk dat je elkaar de helpende hand toesteekt.

Bij zulke scènes ligt het er soms nét iets te dik bovenop dat Marieke haar opa en oma voor de camera in een gewone, doordeweekse situatie heeft gemanoeuvreerd, om hen daar een statement of ontboezeming te ontlokken. De film eindigt zelfs met een soort Surprise Show-moment. Dat doet een beetje afbreuk aan de relevante vragen die ze wel degelijk, via haar grootouders, aan zichzelf stelt. Is zij, als vertegenwoordiger van een generatie die ’99 procent van de tijd’ aan zichzelf denkt, misschien degene waarmee eigenlijk iets mis is?

Dat zelfonderzoek, waarbij opvallend genoeg de rol van haar eigen ouders geheel onbelicht blijft, behoort tot het sterkste deel van deze film, die uiteindelijk toch een soort eerbetoon wordt aan twee wereldverbeteraars op leeftijd. Ze lijken soms misschien niet meer helemaal van deze tijd, maar bij deze ouderwetse idealisten is dat in feite een compliment. En voor Marieke zelf lijkt intussen het bijbehorende adagio ‘verbeter de wereld, begin bij jezelf’ op te gaan.

Indian Space Dreams

NTR

Waar elke ruimtevlucht van de Amerikaanse NASA op een grootse Hollywood-productie lijkt, ogen de pogingen van de Indian Space Research Organisation om een astronomische satelliet de ruimte in te krijgen eerder op een uit de hand gelopen project van professor Barabas. Het budget van de Indiërs is dan ook maar een tiende van wat NASA ter beschikking heeft. Met de Astrosat hopen ze niettemin zwarte gaten te kunnen gaan bestuderen en meer inzicht te krijgen in hoe het heelal is ontstaan.

Voor het zover is moeten er in Indian Space Dreams (51 min.), waarin Sue Sudbury enkele wetenschappers van ruimteonderzoekscentrum TIFR in Mumbai volgt, nog wel de nodige logistieke hobbels worden genomen. Variërend van vertraging van een essentieel onderdeel, doordat een vrachtwagen onderweg vaststaat met twee lekke banden, tot het jaarlijkse regenseizoen dat het vervoer van de satelliet naar de lanceerlocatie in Bangalore tot een hachelijke onderneming maakt.

En dan is er nog een onhandige actie van promovenda Vinita Navalkar, die haar harddisk, met 800 GB aan informatie, heeft geformatteerd toen ze er een backup van wilde maken. De 26-jarige wetenschapper heeft sowieso van alles aan haar hoofd. Wanneer ga je trouwen? vragen ze vanuit haar familie, die maar al te graag een huwelijk wil arrangeren. Ook de geïnteresseerde mannen willen liefst snel duidelijkheid. Bij voorkeur bij de eerste date. En anders toch zeker bij de tweede.

Intussen leven de kinderen in Mumbai’s sloppenwijk Geeta Nagar mee met de pogingen van hun dappere landgenoten om een raket te lanceren, als eerste ontwikkelingsland in de menselijke historie. Ze krijgen elke zaterdag natuurkundeles van het hoofd van TIFR’s röntgen-detector team, de aimabele professor Rao. De beoefening van wetenschap is in zijn ogen een zeer krachtig middel tegen armoede, vertelt hij in deze sympathieke film.

Zijn collega, professor Manchanda, verbaast zich er tegelijkertijd over hoeveel tijd hij, een vooraanstaande wetenschapper, moet besteden aan stom regelwerk. Dat behoort evenwel tot de realiteit van de dag in een land, waarbij de aspiraties vooralsnog de mogelijkheden lijken te ontstijgen. Creativiteit is onontbeerlijk, laat KP Singh, hoofd van het röntgen-telescoop team, zien. Met isolatiemateriaal heeft hij een willekeurige kamer laten ombouwen tot een heuse ‘clean room’.

De pogingen van de Indiërs om hun ruimteproject tot een succes te maken dwingen zowel respect als sympathie af. Na vijftien jaar komt de climax, die tot zoveel stress heeft geleid en die al diverse malen is uitgesteld, eindelijk in zicht. Kunnen ze hun eigen ambities waarmaken en een nieuwe generatie wetenschappers inspireren?

Naya – Der Wald Hat Tausend Augen

Boondocs

De afstand tussen Noord-Duitsland en het Belgische Leopoldsburg, ruim duizend kilometer, wist ze ongezien te overbruggen. Maar toen werd GW680f (kort voor: GreyWolf680female), die contact met de menselijke soort toe dan toe zorgvuldig had vermeden, op 11 september 2018 dan toch gesnapt door een camera.

De wolvin met de koosnaam Naya, in 2016 op de Technische Universiteit van Dresden voorzien van een GPS-tracker, ontwikkelde zich op stel en sprong tot een BD’er, een dier waarvan letterlijk elke stap werd nagegaan en waarover de media maar niet uitgesproken raakten. Een wilde wolf in het volledig geciviliseerde Europa, dat moest ook wel een bezienswaardigheid worden. Als ze zich liet zien, tenminste.

Een vijftigtal surveillance-camera’s werd geïnstalleerd op het Belgische militaire oefenterrein, teneinde het schuwe dier te kunnen betrappen. Dat found footage, slim voorzien van informatie over de geobserveerde objecten, vormt de basis voor de korte documentaire Naya – Der Wald Hat Tausend Augen (24 min.), waarin Sebastian Mulder de sporen van de wolf nagaat en de menselijke fascinatie voor die wolf onderzoekt.

Hij kleurt de webcambeelden verder in met gejaagde muziek en een stroom nieuwsberichten van de Vlaamse radio, waarmee alle uithoeken van de mediahype rond de verdwaalde wolf worden verkend. En als het dier, dat door de lokale bevolking al snel ‘ons Naya’ wordt gedubd, haar honger begint te stillen bij plaatselijke boerderijen, wordt de jacht daadwerkelijk geopend op de vrouwtjeswolf.

Wat tot dat moment eerder een interessant wetenschappelijk experiment dan een enerverende vertelling leek, krijgt dan alsnog vaart en spanning. Zeker als de nijvere camera’s nóg een wolf betrappen: August, een mannetje. Een al dan niet amoureuze ontmoeting tussen de twee wilde dieren lijkt onvermijdelijk.

Finding Sally

Documentairemaakster Tamara Mariam Dawit groeide op in Canada. Haar wortels liggen echter in Ethiopië. Als kind van een vooraanstaande diplomaat, die keizer Haile Selassie in het buitenland moest vertegenwoordigen, raakte ze vervreemd van haar moederland. Toen Dawit als dertiger besloot om weer in Addis Abeba, de hoofdstad van het Afrikaanse land, te gaan wonen, ontdekte ze dat ze een tante had, waarover altijd zorgvuldig was gezwegen: Selamawit. Ofwel: aunt Sally.

In de egodocu Finding Sally (75 min.) gaat de verwesterde filmster op zoek naar dat vergeten lid van haar aristocratische familie, een stralende jonge vrouw van wie alleen enkele foto’s bewaard zijn gebleven. En via haar herontdekt Dawit tevens de recente historie van Ethiopië, waar in 1974 rigoureus een einde werd gemaakt aan zowel de geest van de sixties als het regime van de hoogbejaarde Haile Selassie. Het land werd een militaire dictatuur, onder leiding van de nietsontziende militaire junta Derg.

En de goedlachse en idealistische Sally, zo vertellen haar vier zussen en enkele vriendinnen vier decennia later, werd verliefd op de communistische revolutionair Tselote en ging vervolgens ondergronds met hem. Van daaruit bevochten ze samen de nieuwe machthebbers, die een ‘red terror’ ontketenden. De sporen daarvan zijn nog altijd zichtbaar in het Afrikaanse land. En de strijd zou ook het lot van Selamawit en haar echtgenoot bezegelen.

Behalve een zoektocht naar wie haar tante was en wat haar dreef is Finding Sally voor Tamara Dawit ook een manier om haar andere tantes, de geschiedenis van haar familie en de getroebleerde historie van Ethiopië beter te leren kennen. Elk op hun eigen manier moesten ze leren te leven onder zo’n typisch militair schrikbewind. In elke uithoek van de wereld krijgen ze daarmee wel eens te maken. En dat leidt dan jaren later onvermijdelijk tot persoonlijke exploraties van het verleden, zoals deze persoonlijke en ontwapenende film.

Linda Ronstadt – The Sound Of My Voice

NTR

Ze is een geboren performer, met een geweldig stembereik. Hoewel Linda Ronstadt zelf geen liedjes schrijft, heeft de Amerikaanse zangeres een geheel eigen signatuur. Tenminste, dat zeggen mensen die het kunnen weten in Linda Ronstadt – The Sound Of My Voice (91 min.). Ze luisteren naar namen als Dolly Parton, Bonnie Raitt, Ry Cooder, Don Henley, Jackson Browne, JD Souther, Aaron Neville en Emmylou Harris en bivakkeerden stuk voor stuk naast Ronstadt terwijl die op het podium of in de studio de sterren van de hemel stond te zingen.

Deze tamelijk routinematige popbio van Rob Epstein en Jeffrey Friedman laat ook nog popprofessionals aan het woord die jarenlang een boterham aan Ronstadt hebben verdiend, zoals platenbaas David Geffen, popjournalist Robert Hilburn en producer John Boylan. Stuk voor stuk lichten ze een tipje van de sluier op van de zeer wendbare zangeres Linda Ronstadt, die met name in de jaren zeventig en tachtig immens succesvol was en tegenwoordig in de luwte leeft.

De vrouw zelf heeft slechts weinig woorden nodig en laat, in steeds wisselende gedaanten en stijlen, horen wat ze zoal in haar mars heeft – waarbij hits als You’re No Good, It’s So Easy en Don’t Know Much (met Aaron Neville) natuurlijk niet (mogen) ontbreken. Het interessantst wordt dit portret als Ronstadt op latere leeftijd echt een eigen koers begint te varen en daarbij ook onverwachte afslagen, richting operette en traditionele Mexicaanse muziek bijvoorbeeld, besluit te nemen. Zo bouwt ze niet alleen een succesvolle, maar uiteindelijk ook een eigenzinnige loopbaan op, die hier nauwgezet en met veel aandacht voor de muziek wordt doorgenomen.

Voorbij De Zee

EO

Veertig jaar na dato werd het notitieboekje gevonden. Van de reis die een jonge Sovjet-schrijfster in 1973 ondernam. Ze deed research voor haar eerste sciencefictionroman. Op de kaft van het boekje staan geografische coördinaten die in de richting van Drenthe wijzen. Naar een stad die toentertijd het toonbeeld van de maakbare samenleving was: Emmen.

‘Gisteren kwam ik aan op mijn utopische eiland’, noteerde deze Valentina B. ‘Het bestaat hier echt, in de westerse wereld.’ Haar woorden lopen als een rode draad door Voorbij De Zee (27 min.). ‘Op deze schijnbare afgelegen plek ligt een stad, geïnspireerd op socialistische waarden. Ze noemen het “Wonderstad”. Een open, groene stad met een dorps gevoel.’

In het kielzog van de schrijfster dwaalt regisseur Anastasija Pirozenko nu door de hedendaagse versie van deze stad, een plaats die tijdens de wederopbouw was voorzien als een dorpse plek met stedelijke voorzieningen. De Emmense woonerven trokken destijds internationaal de aandacht, maar wat is daarvan nu nog over? Veel bewoners sluiten zich op in hun eigen woning.

‘Of het ooit nog een keer een organisch geheel wordt, ik weet het niet’, zegt een voormalige stadsplanner, terwijl hij de toenmalige schetsen voor de gedroomde groene wijken nog eens bekijkt. ‘Is er nog voldoende animo voor al die huizen die ze hier neergeplant hebben?’ Zijn collega reageert: ‘Het is net alsof er geen cohesie meer is tussen de mensen.’

Alle bewoners die Pirozenko in deze poëtische rondgang door de Drentse droom opvoert, waaronder twee Servische vrouwen die een kleine halve eeuw geleden in de plaatselijke nylonfabriek zijn gaan werken, worden nooit meer dan passanten. Pionnen in het woorden- en beeldenspel van de filmmaakster. Zoals ze dat in wezen ook ooit waren voor de mannen achter het sociale experiment.

‘Hoe langer ik hier ben, hoe meer ik denk dat idealisme niet het toevluchtsoord is waar de huidige wereld naar zoekt’, constateert de (fictieve?) schrijfster Valentina B aan het eind van deze nederig stemmende korte documentaire dan ook mismoedig. ‘Utopia is een non-plaats.’ Ze laat een korte stilte vallen. ‘Ach, we leven allemaal in de belofte van een droom.’

Stuffed

VPRO

Taxidermisten doen het niet omdat ze iets doods zien, maar omdat ze leven zien, zegt één van de hoofdpersonen in de openingsscène van Stuffed (81 min.). En in dat kader zetten deze gedreven ambachtslieden dus gestorven dieren op. Een baan met een ronduit macaber imago. ‘Als je een meisje wilt versieren en je zegt dat je taxidermist bent dan krijg je wel rare reacties’, vertelt Jordan Hackle, een vrolijk ogende jongeman, over hoe mensen reageren op zijn beroep. ‘Ben je taxichauffeur? Wat griezelig. Of ze liegen en zeggen dat ze het niet eng vinden. Ondertussen denken ze dat ik een seriemoordenaar ben.’

Regisseur Erin Derham portretteert in deze verzorgde documentaire enkele taxidermisten, die binnen hun stiel zowel kunstenaar als naturalist proberen te zijn. Hun werk wordt geëxposeerd in een (natuurkundig) museum, ligt in de winkel of wordt beoordeeld tijdens een wedstrijd. De werkwijze van de vakidioten loopt uiteen van zuiver wetenschappelijk, een zo natuurgetrouwe replica maken van een bestaand dier, tot uitgesproken kunstzinnig. Zo spelen de Nederlanders Ferry van Tongeren en Jaap Sinke, afkomstig uit de reclamewereld, bijvoorbeeld rustig voor God en helpen, in het kader van storytelling, de natuur een handje, bijvoorbeeld door de vervaarlijke tanden van een tijger een heel klein beetje te vergroten.

Met veel oog voor detail, een expressieve soundtrack en aandacht voor de historische context belicht Derham alle facetten van een bijzonder beroep, waarbij de schoonheid en het belang van taxidermie, volgens de beoefenaars de beste manier om natuurhistorie te bewaren, voorrang krijgen op de onsmakelijke beelden die menigeen wellicht met het vak associeert. Stuffed opent zo een prachtige wereld, waarin de tijd even stilstaat en uiteindelijk, voor een film van bijna anderhalf uur, ook relatief weinig gebeurt. Dit diorama, een zorgvuldig geconstrueerd stilleven van taxidermisten in hun biotoop, dwingt z’n kijkers om even halt te houden en de pure schoonheid van (gecreëerde) natuur op zich in te laten werken.

Het Leven Is Droom

KRO-NCRV

Het heeft iets wreeds om over iemands persoonlijke verhaal te schrijven dat de thematiek – ouders die hun kind opzadelen met een onmogelijke droom – vanuit persoonlijk oogpunt weliswaar interessant is en bovendien een maatschappelijke dimensie heeft: van immigrantenfamilies die zich nergens meer echt thuis voelen.

Dat dit specifieke gezin – met een Spaanse vader en moeder die bijna een halve eeuw in Nederland hebben gesloofd om terug te kunnen keren naar hun geboortegrond en hun volwassen dochter die deze keuze kritisch bevraagt – alle ingrediënten heeft voor een indringend familieverhaal.

Dat het decor van dit egodocument van Vanesa Abajo Pérez – een Spaans huis dat volstaat met typisch Hollandse parafernalia en een verlaten woning in Rotterdam – absoluut tot de verbeelding spreekt.

Dat haar camerawerk fraai is en bovendien doordrenkt met symboliek, het geluidsdecor weer z’n eigen beelden oproept en de montage ervan een zeer precieze indruk maakt.

En desondanks te constateren dat Het Leven Is Droom (101 min.) nauwelijks raakt. Dat het construct van deze film te dominant is. De werkelijkheid niet wordt betrapt, maar in een zich traag onthullend artistiek keurslijf is gedwongen. Van slapende ouders, opgeslokt door hun eigen droom, die geen oog hebben voor hun kind.

Dat de manier waarop Vanesa haar moeder Elena en vader Ángel aanspreekt soms het karakter van een persoonlijke afrekening dreigt te krijgen. Waarbij het oudere echtpaar met alle mogelijke audiovisuele middelen wordt aangepakt en nauwelijks een kans krijgt om zich te verdedigen.

En dat gaandeweg weliswaar de volledige poëzie van de vertelling zich openbaart – in een doelbewuste vermenging van Spaans en Nederlands – en naderhand toch het gevoel blijft hangen dat we nét iets te lang naar iemands navel hebben zitten staren.

Zulke wreedheid is ons allen vergund. Zoals het anderen dan ook weer vrij staat om het daarmee hartgrondig oneens te zijn.

De Laatste Sociaal Advocaten

Jacqueline Nieuwstraten / KRO-NCRV

In hun gezamenlijke naam zit de geest van een verdwenen tijd opgesloten: Advokatenkollektief Rotterdam. Met allerlei K’s, juist. Een naam die ondubbelzinnig refereert aan de gedachte dat we voor elkaar moeten zorgen. Ook, of juist, juridisch. Als er een conflict is over de huur, uitzetting naar land van herkomst dreigt of een voormalige werkgever weigert uit te betalen, is deskundige ondersteuning onontbeerlijk.

Dat zou net zo vanzelfsprekend moeten zijn als een bezoek aan de huisarts, vinden ze bij het Kollektief. Sinds 1975 staan ze daar juist die mensen bij, die niet vanzelfsprekend de weg vinden in het doolhof dat de overheid, bedrijven en de rechtspraak rondom hen hebben opgetrokken. Bezuinigingen en privatisering maken dat werk echter alsmaar moeilijker. Totdat goede juridische hulp alleen nog is weggelegd voor de Nederlanders met een rappe tong, de juiste vrinden en hele diepe zakken.

De documentaire De Laatste Sociaal Advocaten (55 min.) kan alleen uitgelegd worden als een pleidooi voor het (voort)bestaan van de sociale advocatuur. Regisseur Ingeborg Jansen schuift aan bij het spreekuur, gaat mee op huisbezoek en neemt plaats in de rechtszaal, om van dichtbij te registreren hoe de medewerkers van het Advokatenkollektief basale juridische zorg verlenen aan hun veelal kwetsbare cliënten. Zulke vlieg op de muur-scènes vult ze aan met enigszins overbodige persoonlijke interviews met de advocaten, die onder woorden brengen wat allang duidelijk is geworden uit hun daden: dit werk doe je vanuit oprechte betrokkenheid.

Dat wordt bijvoorbeeld zonneklaar tijdens het optreden van advocaat Jacqueline Nieuwstraten in de rechtszaal. Ze staat een cliënte bij die is gekort op haar kinderopvangtoeslag door de belastingdienst. Haar buitenlandse achternaam zal daarbij vast een rol hebben gespeeld. Nieuwstraten noemt het beestje bij de naam (‘etnische profilering’) en raakt zelfs geëmotioneerd. ‘Ik heb heel veel zaken hier bij de rechtbank Rotterdam gehad over moeders die hun kinderopvangtoeslag…’, zegt ze, terwijl de woede even op haar keel slaat. ‘Ik word nu haast gewoon emotioneel ervan. Maar als daar in die zaken hetzelfde is gebeurd…’

‘Dan is er echt onrecht geweest’, constateert de dienstdoende rechter. Nieuwstraten: ‘Ik vind dat echt onrecht. Zo hoor je als overheid niet met mensen, met burgers, die het ontzettend zwaar hebben, om te gaan.’ In haar gepassioneerde houding en betoog zit het wezen van de sociale advocatuur verscholen: opkomen voor mensen die dat zelf niet kunnen, met alles wat je hebt. En vanuit dat uitgangspunt boekt het Advokatenkollektief Rotterdam zo nu en dan, ook in deze boeiende film, overwinningen die wezenlijk verschil maken in het leven van de betrokken burgers.

All In: The Fight For Democracy

Amazon Prime

Als het gemakkelijker zou worden om te stemmen, zou er nooit meer een Republikein worden gekozen in dit land. Was getekend Donald Trump. Toen de Democratische partij begin dit jaar vanwege het Coronavirus initiatieven ontplooide om stemmen per post, kiezerregistratie en stemmen vóór verkiezingsdag gemakkelijker te maken, sprak de Amerikaanse president hardop uit wat veel van zijn partijgenoten denken.

In een Amerika dat steeds kleurrijker wordt, is de heerschappij van de witte man nu eenmaal niet meer vanzelfsprekend. En dan grijpt die, betoogt All In: The Fight For Democracy (102 min.), terug op beproefde methoden van ‘voter suppression’ om het stemmen door deze groepen te ontmoedigen: stembelasting, een geletterdheidstest, sluiting van stembureaus, de verplichting om een identiteitsbewijs met foto te overleggen, het uitsluiten van (voormalige) gedetineerden en – als dat allemaal niet helpt – regelrechte intimidatie en bot geweld.

Deze documentaire van Liz Garbus en Lisa Cortés belicht vanuit die optiek de historie van het Amerikaanse democratische experiment, dat zichzelf altijd als een lichtend voorbeeld voor de rest van de wereld heeft gezien. Toen George Washington in 1789 werd gekozen tot eerste president, mocht echter slechts zes procent van de inwoners stemmen. In de navolgende eeuwen hebben allerlei bevolkingsgroepen hun toegang tot het stemrecht moeten bevechten: vrouwen, zwarten, hispanics, native Americans en armen.

Het komt allemaal samen in de centrale kwestie van deze typische ‘preaching to the choir’-film: de strijd om het gouverneurschap van de staat Georgia in 2018, tussen de Afro-Amerikaanse Democrate Stacey Abrams en haar Republikeinse opponent Brian Kemp, die als ‘secretary of state’ verantwoordelijk is voor het verloop van die verkiezing en daarbij volgens het Kamp Abrams alles uit de kast heeft gehaald om de uitslag in zijn eigen voordeel te beïnvloeden.

En daarmee gaat er van deze documentaire meteen een waarschuwing uit voor de komende presidentsverkiezingen: lange rijen voor de stembureaus in kiesdistricten met veel minderheden, hardnekkige klachten over niet te tellen of niet getelde stemmen en steeds weer opduikende verhalen over al dan niet verzonnen stemfraude. Het blijven helaas vertrouwde beelden, waardoor het opnieuw de vraag zal zijn of ‘every vote counts’.

Slay The Dragon

Slay The Dragon (104 min.) opent met een citaat: ‘Democracy never lasts long. It soon wasts, exhausts and murders itself. There never was a democracy yet that did not commit suicide.’ Hoe actueel wil je het hebben? Aan het woord is echter John Adams, een van de founding fathers van de Verenigde Staten. De tweede Amerikaanse president, na de legendarische George Washington, sprak deze onrustbarende woorden uit in 1814, toen het Amerikaanse experiment nog geen halve eeuw onderweg was.

Inmiddels zijn er ruim twee eeuwen verstreken en lijkt de democratie in de Verenigde Staten inderdaad op zijn allerlaatste benen te lopen. Republikeinen en Democraten staan elkaar bijna letterlijk naar het leven, de rechterlijke macht is volledig geīncorporeerd in het politieke spel en het grote geld lijkt werkelijk alles te domineren. Stemmen wordt bijvoorbeeld alleen aangemoedigd als het voor de eigen kandidaat of partij is. En anders hebben de politieke partijen altijd nog middelen om ervoor te zorgen dat die stemmen er helemaal niet toe doen.

En daarmee zijn we aanbeland bij het thema van deze documentaire van Barak Goodman en Chris Durrance: gerrymandering. Tijdens het zogenaamde ‘redistricting’, elke tien jaar na de volkstelling, worden de grenzen van kiesdistricten zo getrokken dat er eigenlijk maar één partij kan winnen. In de regel is dat tegenwoordig de Republikeinse partij, die het aloude middel om de zittende macht in het zadel te houden in 2010 geheel nieuwe dimensies heeft gegeven met het project Redmap.

Een gemiddeld district ziet er inmiddels uit als een platgeslagen octopus, waarbij minderheidsgroeperingen doorgaans volledig in hetzelfde gebied zijn gepropt (packing) of juist zijn verdeeld over allerlei districten waarin ze nooit een meerderheid kunnen vormen (cracking). Zodat het uitgangspunt ‘one person, one vote’ gevoeglijk in de prullenbak kan worden gegooid, je met minder stemmen dan de tegenpartij tóch de verkiezingen kunt winnen en er een politieke klasse ontstaat die aan niemand verantwoording schuldig is.

Het gaat daarbij niet om incidentele gevallen, maar om een landelijk gecoördineerde actie, betoogt David Daley. ‘Het start met het trekken van nieuwe grenzen zodat ze alle kiesdistricten kunnen winnen’, zegt de auteur van het boek Ratf**ked. ‘Het tweede deel van datzelfde proces behelst allerlei vormen van ‘voter suppression’, zodat het moeilijker wordt voor Democraten en minderheden om te stemmen.’ Die houding is ook duidelijk zichtbaar in de huidige presidentsverkiezingen, waarbij alles uit de kast wordt gehaald om andersdenkenden te ontmoedigen om gebruik te maken van hun democratische rechten.

Deze boeiende documentaire is niets minder dan een pamflet tegen zulke praktijken. Daarbij volgen Goodman en Durrance de initiatiefnemers van het burgerinitiatief Voters Not Politicians in Michigan, die een handtekeningenactie opstarten om het gerommel met kiesdistricten ongedaan te maken. Daarbij stuiten ze op de gebruikelijke politieke profi’s, die met hun giftige attitude, goedgevulde bankrekening en liefst ook nog een bijbel in de hand mensen die dromen van een eerlijke democratie proberen te dwarsbomen.

Het is moeilijk om niet cynisch te worden van Slay The Dragon. Toch biedt de film, in de vorm van allerlei gewone burgers die opkomen voor hun recht, ook een zekere vorm van hoop. Hun weg leidt in 2018, met de steun van niemand minder dan Arnold Schwarzenegger, naar het Amerikaanse hooggerechtshof, dat moet bepalen of gerrymandering in strijd is met de grondwet.

Time

Amazon Prime

De rechter had gezegd dat hij binnen twee dagen uitspraak zou doen. Die twee dagen duren nu wel erg lang. Sibil Fox Richardson, een trotse Afro-Amerikaanse vrouw met een afgeronde masteropleiding en eigen bedrijf, zit intussen maar te wachten. Ze belt met zijn secretaresse en blijft beleefd als er wéér geen uitsluitsel komt. Het is een kwestie van uitzitten.

Datzelfde geldt voor haar echtgenoot Rob. Hij zit al bijna twintig jaar vast in de Louisiana State Prison, bijgenaamd ‘Angola’. Voor een gewapende overval die ze samen pleegden, toen het even tegenzat in hun eigen hiphopkledingwinkel. Als chauffeur kwam zij er nog enigszins genadig vanaf. Hij kreeg zestig jaar gevangenisstraf. Zonder de mogelijkheid op vervroegde vrijlating. Het is maar de vraag of hij ooit vrijkomt.

In de Time (80 min.) dat hij nu achter slot en grendel zit in Angola, probeerde Sibil het gezin bijeen te houden en groeiden hun zes zoons uit tot veelbelovende jongvolwassenen. Zonder Rob. Ondanks de kartonnen replica van hem die ze in huis heeft staan, hebben de kinderen geen idee hoe het is om een man in huis te hebben. Hun vader is een schim geworden, in leven gehouden door de inspanningen van hun onvermoeibare moeder.

Documentairemaker Garrett Bradley maakt de tijd die is verstreken sinds de man verdween uit het leven van zijn vrouw en kinderen invoelbaar met homevideo’s die Sibil in deze periode opnam. Het gewone leven tekent zich daarop af. Waarin hij ontbreekt. Bradley versnijdt deze korrelige beelden met gestileerde impressies uit hun huidige bestaan. Afgewerkt in filmisch zwart-wit en gefühlvol gemonteerd op tamelijk dominante pianomuziek. Een even poëtische als persoonlijke aanklacht tegen de ‘mass incarceration’ van zwarte Amerikanen.

Sibil spreekt zich, als ervaringsdeskundige, ook regelmatig uit tegen het Amerikaanse justitiesysteem. Afro-Amerikanen worden in haar optiek wel heel zwaar straft. Dat is te beschouwen als een moderne equivalent van slavernij. Meestal draagt Sibil simpelweg haar lot – door henzelf veroorzaakt, tenslotte – maar soms nemen wanhoop en woede het even over. ‘We hebben geen haast hoor’, fulmineert ze bijvoorbeeld, nadat het zoveelste telefoontje naar het kantoor van de rechter opnieuw geen nieuws heeft opgeleverd. ‘Gewoon wat nikkers uit de gevangenis die naar huis willen.’

En dan herpakt ze zich en hervat haar pogingen om manlief thuis te krijgen.

The Way I See It

Op 20 januari 2017 veranderde zijn leven. Hij zwaaide af, samen met zijn baas. Die maakte plaats voor een ander. Pete Souza was acht jaar lang de officiële Witte Huis-fotograaf geweest tijdens het presidentschap van Barack Obama. En daarvoor, omdat hij geen politieke scherpslijper was, ook de vaste fotograaf van de Republikein Ronald Reagan (1981-1989).

Souza beschouwt zichzelf vooral als een ‘historicus met een camera’, zegt hij in The Way I See It (101 min.), een film van Dawn Porter die uitgroeit tot een soort lofzang op Barack Obama, de leider die hem vrijwel ongelimiteerd toegang gaf tot zijn leven en werk. Daarmee wordt deze doeltreffende documentaire tevens een diskwalificatie van diens opvolger Donald Trump, die zijn fotografen alleen laat opdraven voor georkestreerde momenten.

Eerst vooral impliciet: door simpelweg te laten zien hoe consciëntieus Obama zijn werk deed en hoe betrokken hij was bij zijn land en mensen, niet in het minst bij Pete zelf (die bijvoorbeeld mocht trouwen in de Rose Garden van het Witte Huis, waarbij Obama zelf als gastheer optrad). En later heel expliciet: als de fotograaf zich openlijk begint uit te spreken tegen Trump en een populair Instagram-account opent om te laten zien hoe een president zich in zijn ogen behoort te gedragen.

‘A different kind of wall’, schrijft hij bijvoorbeeld bij een foto van Obama, die een vlinder schildert op een Wall Of Hope met een afbeelding van Martin Luther King. Of: ‘Here’s how you’re supposed to deal with the Russian president’, bij een verhitte discussie tussen Poetin en Obama. @petesouza verdient er de bijnaam The King Of Shade mee. Het betekent een enorme ommezwaai voor de man, die zich daarvoor altijd achter de schermen ophield en onzichtbaar zijn werk deed.

Souza heeft nu een bundel gemaakt van die venijnige Insta-posts: Shade: A Tale Of Two Presidents. Hij hoopt oprecht dat het boek zijn waarde verliest op 20 januari 2021, als er weer een president wordt beëdigd. En dan verdwijnt Pete zelf opnieuw in de anonimiteit.

The Trump Show

VPRO

Geen dankbaarder object – of doelwit – dan Donald Trump. Ook, of juist, in documentaires. En zoals je naar zijn Russische tegenhanger Vladimir Poetin kunt kijken vanuit de invalshoek van de eeuwige spion (zoals onlangs gebeurde in de miniserie: Putin: A Russian Spy Story), zo kun je Trump natuurlijk bezien als het gematerialiseerde reality-programma: The Trump Show (164 min.).

In deze driedelige docuserie komen, behalve enkele journalisten en politieke insiders, vooral de mensen aan het woord, die op de aftiteling van Trump’s reality show staan of hebben gestaan: persoonlijk advocaat Rudy Giuliani, strateeg Steve Bannon, stafchef Mick Mulvaney, campagnemedewerker Sam Nunberg, veiligheidsadviseur John Bolton en directeur communicatie Anthony Scaramucci. Enne… pornoster Stormy ‘Trump picked the wrong person to fuck with’ Daniels, met wie hij een affaire zou hebben gehad.

Het verhaal van Trumps turbulente opkomst en eerste ambtstermijn mag inmiddels bekend worden verondersteld. Veel roddels en achterklap zijn ook al eerder uitgelekt. En toch biedt deze making of van de reality show nog nieuwe inkijkjes. Witte Huis-medewerker Omarosa Manigault Newman, die Trump nog kent van het tv-programma The Apprentice, vertelt bijvoorbeeld dat de samenstelling van zijn regering een soort casting werd: met mannen die vooral op hun uiterlijk en imago werden geselecteerd.

En niet zonder resultaat. ‘Mensen onderschatten Trump, met negatieve gevolgen voor henzelf’, meent BBC-correspondent Jon Sopel. ‘Hij begrijpt theater en entertainment. En hij snapt politiek als vorm van entertainment.’ Geef het volk dus brood en spelen. Méér dan het kan verteren. Dat lijkt vanaf dag één het parool van het kijkcijferkanon. Daarover kan zijn voormalige woordvoerder Sean Spicer meepraten. Direct na Trumps inauguratie kreeg hij de opdracht om ‘alternative facts’ over het aantal bezoekers bij de inauguratie te verdedigen. ‘De ergste dag van mijn leven’, bekent hij nu.

En de eerste van een doldwaas schouwspel, dat zich nu al vier tumultueuze jaren voor het oog van de wereld voltrekt en dat hier, opgeleukt met beurtelings vette, cheesy en kekke muziek nog eens zwierig wordt opgedist. Via Russiagate, het impeachmentproces en de Black Lives Matters-demonstratie belandt de reality-held uiteindelijk bij zijn grootste uitdaging tot dusver: het Coronavirus. Dat resulteert in een genadeloze cliffhanger als ‘the chosen one‘ wordt ontslagen uit het ziekenhuis, nadat ook hij besmet is geraakt, en op het bordes van Het Witte Huis met een dramatisch gebaar zijn mondkapje afdoet. Komt hij terug voor nóg een seizoen?

Ademloos kijkt het grote publiek ook nu weer toe. Deze documentaireserie van Rob Coldstream is daarmee tevens confronterend als het gaat om wie wij zijn (geworden): wezens die zitten vastgelijmd aan een apparaat dat continu nieuws, ongein en schandalen ophoest. En geen betrouwbaardere leverancier dan Trump. Elke dag, elk uur, elke minuut als het moet. Love it or hate it, het is een show die geen mens, hoe Trump-moe hij of zij ook zegt te zijn, uiteindelijk wil missen.

#Lockdocs

Human

Opa is overleden. Ze kunnen niet naar zijn uitvaart. Daarom hebben Lucia en haar familie, die zich vanuit Barcelona hebben teruggetrokken op het Spaanse platteland, maar zijn favoriete toetje gemaakt. Je moet tenslotte wat. Het is exemplarisch voor hoe de kinderen in de jeugddocu #Lockdocs (17 min.) de gevolgen van de (eerste) lockdown tegemoet treden.

Waar ze ook mee worden geconfronteerd – een vader die ze niet mogen zien, een moeder met Corona of een broertje dat erg kwetsbaar is – de Nederlandse jongens en meisjes (9-14 jaar) in deze sympathieke jeugdfilm van Sanne Rovers maken er het beste van. Ze hebben deze docu ook grotendeels zelf gemaakt met hun eigen smartphone en gaan via Zoom met elkaar in gesprek over hoe het gaat.

Niet dat ze geen problemen hebben door COVID-19: hoe vier je je verjaardag, hoe kun je afscheid nemen van de basisschool en – het allerbelangrijkste – hoe overleef je de periode dat je favoriete milkshakezaak dicht is? Met een optimistische ondertoon doen ze zelf, ondersteund door Nederlandse documentairemakers, verslag van hun belevenissen als de wereld voor onbepaalde tijd op slot wordt gegooid.

Vanuit Barcelona en omgeving, vanuit het epicentrum van de pandemie in Noord-Italië en gewoon vanuit allerlei plekken in Nederland. Met de onweerstaanbare open blik van een kind, waarvan wij, bewoners van de grote mensenwereld, soms nog wel eens wat kunnen leren.

Trump A.C./D.C.

Ruim dertig jaar na dato zijn in Donald Trumps escapades in Atlantic City alle karakteristieken van de huidige Amerikaanse president te herkennen. Halverwege de jaren tachtig maakte hij als blitse vastgoedman met veel bravoure zijn opwachting in het gokstadje in New Jersey.

Niet veel later was er een Trump’s Castle, een Trump Plaza en – als kroon op het pronkwerk – een Trump Taj Mahal, destijds met goudomrande letters omschreven als ‘a billion dollar dream come true’. Het zou ook een molensteen om Trumps nek worden. Dat casino moest dagelijks één miljoen dollar binnenbrengen om quitte te kunnen spelen.

In de korte docu Trump A.C./D.C. (19 min.), de voltooiing van hun Trump-trilogie (na het portret van diens dirty trickster Get Me Roger Stone en Slumlord Millionaire, een aflevering van de serie Dirty Money, over Ivanka’s echtgenoot Jared Kushner) schetsen Daniel DiMauro en Morgan Pehme ’s mans opkomst en ondergang in Atlantic City.

Daarbij stuiten ze, gebruikmakend van louter archiefmateriaal, op alle deelpersonages van The Donald die de hele wereld sindsdien heeft leren kennen: De Grote Pocher, De Ordinaire Ruziezoeker, De Serial Suer, De Schaamteloze Wanbetaler en De Comeback Kid. Want dat moest je hem toen al nageven: Trump is geen ‘quitter’. Hij geeft nooit op.

Ook als Forbes zich afvraagt: ‘How much is Donald really worth?’ Als Phil Donahue in zijn veelbekeken talkshow speculeert: ‘Is Donald Trump Broke?’ En als een krantenkop schreeuwt: ‘America is laughing at Trump’. Hij gaat door en zinspeelt dan al, meer dan dertig jaar geleden, op een uitweg uit de financiële malaise: het Amerikaanse presidentschap.

En tegenwoordig is die hele casino-episode zelfs een eclatant succes geworden. ‘Ik heb ontzettend veel geld verdiend in Atlantic City’, stelde nog zo’n bekend Donald-deelpersonage, De Aartsleugenaar, zonder enige gêne tijdens de presidentscampagne van 2016. ‘En daar ben ik heel trots op.’ Zou hij het zelf geloven?

Bruce Springsteen’s Letter To You

Apple TV+

Zonder de waarheid geweld aan te doen kun je dit een simpele ‘making of’ noemen. Van een bandje dat (weer) een nieuwe plaat opneemt. Je kent het wel: oude mannen met jonge hondenenergie, bakkeleiend over de juiste songstructuur of take en intussen gouden herinneringen ophalend.

Dit is alleen wel het bandje van Bruce Springsteen: The E Street Band. Met Stephen ‘Little Stevie’ van Zandt! Bruce’s echtgenote Patti Scialfa! En, tromgeroffel, Mighty Max Weinberg! Zonder de twee die hen ontvielen, dat wel: Danny Federici! En, niet te vergeten, Clarence ‘Big Man’ Clemons!!

Diens neef Jake en zijn saxofoon zijn overigens wél van partij als dat bandje, voor het eerst sinds – herinnert u zich deze nog-nog-nog? – Born In The USA (1984) live een nieuwe langspeler gaat opnemen: Bruce Springsteen’s Letter To You (85 min.).

Daarop is een bandje te horen dat er, als in z’n allerbeste jaren, onvervalste Bruce Springsteen & The E Street Band-songs uitperst. ‘An album that could be no more Springsteen-esque without sounding like self-parody’ stelde de Britse krant The Guardian heel treffend.

Volgens Bruce zelf, in één van de voice-overs waarmee hij de verschillende songs met elkaar verbindt, is het tevens een eerbetoon aan dat bandje zelf. Na de autobiografie Born To Run, de bijbehorende Broadway-uitvoering en de registratie daar weer van is hij opnieuw in een contemplatieve bui.

‘A rockband is a social unit based on the premise that all of us together are greater dan the sum of our individual parts’, klinkt ‘t gedragen. ‘While, in our band, the songs and individual vision are mine, the physical creation of that vision into a real-world presence belongs to all of us.’ Korte stilte: ‘We are a band.’

Vanuit een knusse studio in besneeuwd New Jersey legt Springsteens vaste huisfilmer Thom Zimny ondertussen in zwart-wit de hernieuwde bromance van Bruce en zijn mannen (en vrouw) vast, waarbij het gezelschap zich ook nog drie Springsteen-songs van bijna een halve eeuw geleden toe-eigent.

Verleden en heden, tevens vervat in archiefbeelden van The Boss en zijn koempels, vloeien zo weldadig samen in een weemoedige film over de kracht van rock & roll, oneindige vriendschap en ‘finding your better angels’.

Alsof dit de aller-aller-allerlaatste keer is. Voor Bruce en z’n bandje.

Harry Mulisch: Schepper Van Zichzelf

Harry Mulisch in zijn werkkamer naar aanleiding van een interview voor de Belgische krant De Standaard / C: Michiel Hendryckx

‘Hij is er, maar hij is er ook héél erg niet’, constateert Adriaan van Dis in de voormalige werkkamer van wijlen Harry Mulisch (1927-2010). Dat is een soort mausoleum geworden. ‘Ik geloof niet aan de dood’, beweert de bewierookte schrijver zelf in een interview. ‘Dood ben je alleen voor de omstanders. Ik zal nooit naar waarheid de zin kunnen uitspreken: ik ben dood.’

Hij is natuurlijk wel degelijk kassiewijlen, de man die jarenlang de Nobelprijs voor de Literatuur níet won. Harry Mulisch: Schepper Van Zichzelf (56 min.). Hij kijkt zogezegd nu al tien jaar op ons, doodgewone stervelingen, neer. Zoals hij ook bij leven en welzijn regelmatig deed. Met intimi probeert Coen Verbraak nog eenmaal het fenomeen Mulisch te pakken te krijgen.

‘Hij moest zich als jongetje en opgroeiend kind uitvinden.’ (biograaf Robbert Ammerlaan)

‘Altijd de juiste woorden.’ (collega Remco Campert)

‘Hij dacht dat ie precies wist hoe de wereld in elkaar zat.’ (schrijver/presentator Adriaan van Dis)

‘Een zekere mate van genialiteit.’ (beeldend kunstenaar Jeroen Henneman)

‘Hij was onbenaderbaar.’ (Jeroen Krabbé, regisseur van de film The Discovery Of Heaven)

‘Aardiger tegen honden dan tegen vele mensen.’ (schrijver Cees Nooteboom)

‘Een introvert iemand.’ (vriend Julius Roos)

‘Hij was altijd in zijn eigen bubbel.’ (dochter Anna Mulisch)

 ‘Het leek alsof hij de dood met open ogen tegemoet wilde treden.’ (echtgenote Kitty Saal)

‘Hij kon niet meer spreken, maar hij zag ons nog. Met zijn ogen ging hij ons af en nam op die manier afscheid.’ (Marcel van Dam, vriend en lid van ‘De Herenclub’)

In deze interessante tv-docu, die voor een groot deel uit gesproken woord en pratende hoofden bestaat, krijgt De Grote Mulisch beslist niet alleen lof toegezwaaid, maar in het algemeen wordt de schrijver wel met alle egards benaderd. Niet als de overcompenserende, egocentrische en wellicht ook wat contactgestoorde man, die je met enige afstand ook in hem zou kunnen zien.

En dan is er ook nog prachtig archiefmateriaal. ‘De naam is Mulisch en ik schrijf boeken’, zegt de gevierde auteur bijvoorbeeld tegen een medewerker van een taxibedrijf die maar niet op zijn naam kan komen. ‘Zo zit het in elkaar.’ Waarna de man hem enthousiast bij de chauffeur introduceert. ‘Nou, Dirk, je krijgt meneer Mulisch, de Nobelprijs-winnaar van de vrede geloof ik, mee.’

Waarmee die pompeuze schrijver even, onbedoeld, op zijn plek wordt gezet. Waarna hij in dit eerbetoon zijn zelfgebouwde troon weer mag beklimmen. Als, zeker in zijn eigen ogen, De Grootste van De Grote Drie van de Nederlandse literatuur (Hermans, Mulisch en Reve), die alleen alsmaar minder worden gelezen.

Sanctuary

VPRO

Image is everything. Als één activistische organisatie dat principe goed in z’n oren heeft geknoopt, dan is het Greenpeace. De media-afdeling van de milieuclub maakt steevast overuren als er weer zeehondjes of walvissen moeten worden gered, atoomproeven zijn aangekondigd of afval dreigt te worden gedumpt. En de boten van de helden die dan in actie komen dragen mediagenieke namen als Rainbow Warrior, Esperanza en Arctic Sunrise.

Bij een nieuwe campagne om aantasting van de Antarctische Oceaan onder de aandacht te brengen wordt dus een bekend gezicht ingezet: de Spaanse acteur Javier Bardem (Mar Adentro, No Country For Old Men en Skyfall). Samen met zijn eveneens acterende broer Carlos gaat hij aan boord bij de Arctic Sunrise, voor een expeditie naar het poolgebied. Op zoek naar kwetsbare onderwaterflora en -fauna en zijn favoriete dier, de pinguïn. En alles wordt, natuurlijk, gefilmd. Zelfs hoe Bardem zichzelf filmt.

Javier Bardem is een goedlachse gastheer, die van het aantrekken van z’n speciale thermische pak een soort slapstickscène maakt en lekker zeeziek wordt als metershoge golven ’s ochtends, als een gigantische ‘vaatwasser’, tegen de boot aan klotsen. Zodra hij de onderzeeboot ziet waarmee hij naar de bodem van de oceaan gaat afdalen, vergelijkt Bardem die met een kindersurprise-ei. ‘A small step for me’, parafraseert hij vervolgens vol zelfspot Neil Armstrong, de eerste man op de maan. ‘A giant leap for humanity.’

En dan gaat de acteur doelbewust kopje onder, op een missie naar de zeebodem die zonder enige twijfel spectaculair beeldmateriaal gaat opleveren. Na afloop heeft de Spaanse acteur direct ideeën over welke soundtrack er bij deze enerverende onderneming hoort: Mozart. En welke muziek hebben we even van tevoren te horen gekregen toen die onderwaterbeelden in al hun glorie werden getoond? Piano Concerto No. 21 – Adante. Van, inderdaad, Wolfgang Amadeus.

Bardem zorgt er zo voor dat deze Film Met Een Boodschap niet te prekerig wordt. Want helder is ook dat Sanctuary (74 min.) eerst en vooral is bedoeld om een maatschappelijke kwestie te agenderen. Je kunt je in dat verband bijvoorbeeld nauwelijks voorstellen dat de Bardems ter plaatse zouden vaststellen dat het eigenlijk wel meevalt met die Antarctische Oceaan of dat de initiatieven die Greenpeace daarbij ontplooit weinig meer zijn dan een druppel op een gloeiende plaat.

Deze documentaire van Alvaro Longoria, altijd vermakelijk en soms adembenemend mooi, voelt daardoor nét iets te vaak als een campagnefilm voor Greenpeace. Waarbij glashelder is dat image…

Phil Lynott: Songs For While I’m Away

Piece Of Magic

Achter het podiumbeest, dat moeiteloos alle aandacht naar zich toetrok, ging een verlegen joch schuil. Een half-zwart joch bovendien. Vroeger, in Dublin, scholden ze hem uit voor ‘Blackie’. Toen hij halverwege de jaren zeventig wereldberoemd werd als frontman van de rockband Thin Lizzy, had Phil Lynott echter allang alle schroom afgeworpen. Hij was een archetypische rockster geworden, met een voorliefde voor mooie vrouwen, feesten en drank en drugs. En dan laat de afloop van het verhaal zich doorgaans wel raden…

De biografie Phil Lynott: Songs For While I’m Away (113 min.) reconstrueert het turbulente leven van de charismatische Ierse zanger/bassist met een hele berg archiefmateriaal, dat door regisseur Emer Reynolds is voorzien van sjieke vormgeving en met de nodige bravoure tot een krachtige vertelling wordt gemonteerd. De bijbehorende inkijkjes en anekdotes komen van een afgewogen lijst sprekers; van de verplichte beroemde fans (zoals Metallica-zanger James Hetfield, Suzi Quatro en Adam Clayton, de bassist van U2) tot Lynotts voormalige kompanen in de verschillende incarnaties van Thin Lizzy. En ook zijn eerste vriendin, vrouw Caroline en inmiddels volwassen dochters Sarah en Cathleen ontbreken niet.

Philip Lynott (1949-1986) zelf komt zo nu en dan ook aan het woord via een persoonlijk audio-interview. Verder is het, zoals gebruikelijk in dit soort hommages aan een gevallen popheld, toch de muziek die het ‘m moet doen. Opwindende concertbeelden genoeg. En enkele songs waarmee de tijd die hijzelf nu al weg is moeiteloos kan worden overbrugd, zoals Dancing In The Moonlight, Jailbreak en – natuurlijk! – het jonge honden-anthem The Boys Are Back In Town. Sinds 2005 staat er in het centrum van Dublin al een standbeeld van de stoere rocker met de romantische inborst. Dertig jaar na zijn dood is er met dit stevige portret nu ook een ‘moving statue’ voor de enige echte Phil Lynott opgericht.