Op De Tast: Tussen Verbeelding En Herinnering

EO

‘Je groeit natuurlijk mee met zo’n stad’, zegt Marianne Polderman. ‘Maar op een gegeven moment is de maat vol en denk je: het is tijd om weg te zijn hier.’ Samen met haar eveneens blinde echtgenoot Ronald woont ze al veertig jaar op tweehoog in een flat in Amsterdam-Slotervaart. De stad wordt langzamerhand echter te druk voor het oudere echtpaar, dat zich Op De Tast: Tussen Verbeelding En Herinnering (55 min.) door de wereld beweegt.

In de openingsscène van deze observerende documentaire van Thomas Doebele en Maarten Schmidt moeten ze zo ook hun nieuwe woning leren kennen. Met hun handen volgen Marianne en Ronald de contouren van de muur en proberen ze zich te oriënteren op de plek waar hun leven zich voortaan zal afspelen: Het Schild, een beschermde woonomgeving voor blinden en slechtzienden op de Veluwe.

Deze film is echter nog grotendeels gesitueerd in de wereld waarvan zij vrijwel hun hele leven deel hebben uitgemaakt: een levendige en rumoerige stad, die voortdurend onderhavig is aan veranderingen en waarin het leeftempo steeds verder wordt opgeschroefd. Totdat ’t voor het echtpaar Polderman nauwelijks meer is bij te benen. Een doodgewoon middagje boodschappen doen wordt al snel een onzekere ontdekkingstocht.

Doebele en Schmidt slaan hun hoofdpersonen van enige afstand gade en slagen er zo perfect in om dat gevoel tastbaar te maken. Als kijker zie je voortdurend potentieel gevaar waarvan de hoofdpersonen op dat moment nog geen vermoeden hebben. Dat geldt zelfs voor de nieuwe leefomgeving van het echtpaar, die weliswaar aangepast en voorspelbaar is, maar voor hen in eerste instantie net zo onoverzichtelijk en onvoorspelbaar oogt als hartje Amsterdam.

Voor Het Donker Wordt

Roos (l) en Lotte (r)

Leef elke dag alsof het de allerlaatste is – dat je hoort en ziet. Dat is het gegeven waarmee de zussen Lotte (18) en Roos (16) Klaver de rest van hun leven hebben te dealen. Ze weten sinds enkele jaren dat ze het Syndroom van Usher hebben. Hun zicht en gehoor zijn al minder geworden en zullen in de komende jaren alleen maar verder afnemen. Totdat ze – probeer het je voor te stellen – helemaal doof en blind zijn.

Kim Smeekes volgt de zussen en hun familie in Voor Het Donker Wordt (55 min.) twee jaar lang en tekent op hoe die aandoening hun leven bepaalt. ‘Ik schaam me er nog altijd voor’, bekent Roos op een kwetsbaar moment. ‘Als het dan niet goed gaat of als ik tegen iets aanloop.’ Ze heeft haar ambities als hockeyer inmiddels moeten laten varen. Lotte ondervindt ondertussen steeds meer problemen op de fotovakschool. De dagen dat de zussen nog normaal kunnen deelnemen aan het sociale leven zijn geteld.

Dat gevoel wordt heel tastbaar bij een oogtest in het ziekenhuis. In het gezichtsveld van Roos wordt een lichtje bewogen. Als ze het ziet, moet ze op een belletje drukken. ‘Nu weer goed?, wil de onderzoekster weten als Roos het lichtje even kwijt lijkt te zijn geraakt. ‘Nee, niet’, antwoordt de tiener. De vrouw helpt: ‘Vlak bij het midden.’ ‘Nee, ik zie niks.’ De onderzoekster kan het nauwelijks geloven: ‘Nee, echt niet?’ Nee,’ antwoordt Roos direct. De vrouw valt even uit haar rol: ‘Jeetje!’ Zij ziet hoe het bereik van de ogen van het meisje in korte tijd verder is verminderd.

Intussen leven de zussen Klaver natuurlijk ook met vragen over de toekomst – of met pure wanhoop bij de gedachte daarbij. Lotte heeft zelfs een concrete deadline gehangen aan het moment waarop licht en geluid worden uitgedaan: nog zo’n negen jaar geeft ze zichzelf. En wat doe je dan in de tussentijd: maak je je school af of kun je beter, nu het nog kan, meteen die wereldreis waarvan je altijd al droomde maken? Eerst gaan de zussen in elk geval samen op reis: ze willen het Noorderlicht zien.

Ik Hoor Alles – Vincent Bijlo

 

Alsof de kamer waarin je je levenlang comfortabel hebt gewoond elke dag nét een beetje kleiner wordt. Totdat je er uiteindelijk niet meer kunt staan, zitten of liggen. Zo ongeveer, weet ik veel, moet het voelen voor de blinde cabaretier Vincent Bijlo. Zijn gehoor, de levenslijn naar andere mensen én zijn liedjes, gaat zienderogen achteruit.

Ik Hoor Alles – Vincent Bijlo (51 min.) van Floris Alberse, afgelopen donderdag te zien bij Het Uur Van De Wolf, is een film in de direct cinema-traditie. De camera volgt en observeert, ogenschijnlijk zonder dat de maker ingrijpt. Met subtiele geluidseffecten probeert hij de kijker echter wel degelijk mee te nemen naar Bijlo’s belevingswereld, waarin oorsuizingen zijn communicatie met de wereld en muzikale werk beginnen te bedreigen.

Ogenschijnlijk gelaten accepteert Vincent Bijlo zijn lot. Als hij een luistertest moet ondergaan, en zijn gehoor weer blijkt te zijn verslechterd, voel je als kijker echter de onderliggende wanhoop. Even later spreekt hij die uit in een lied: ’Er zit helemaal geen klootzak in mijn oren die langzaam de volumeknop dichtdraait. Het is gewoon een stom genetisch foutje.’

Het is een van de spaarzame momenten waarop de aimabele hoofdpersoon het onzegbare uitspreekt: een wereld waarin hij niet kan zien én horen. Zover zal het hopelijk niet komen. Waarschijnlijk wacht hem een toekomst waarin zijn natuurlijk gehoor wordt vervangen door een implantaat. Met een beetje pech draait dat gehoorapparaat alleen wel elk gevoel voor melodie de nek om.

Dat vooruitzicht hangt in deze sensitieve film als een zwaard van Damocles boven Vincent Bijlo’s al even sensitieve hoofd.