Dienders

BNNVARA

De politie wil je beste vriend zijn, maar wordt tegelijkertijd door sommige Nederlanders gezien als hun ergste vijand. Binnen dat spanningsveld kan de gewone agent maar al te gemakkelijk een soort kop van Jut worden. De zesdelige documentaireserie Dienders (270 min.) volgt acht jonge politieagenten die desondanks met grote verwachtingen starten aan de Politieacademie in Rotterdam.

De filmmakers Daniël Aiss en Veerle Neger hebben hun casting voor deze serie dik op orde: de lichting nieuwelingen die ze volgen is divers samengesteld en bevat verschillende karakters, waarvan je benieuwd bent óf – en hoe dan – ze het gaan redden. Van een wat bleue jonge vrouw die uit haar comfort zone wil komen en een Turkse jongen met grote idealen en ambities tot een onvervalste Law & Order-kerel en een fanatieke Feyenoord-supporter die in het vervolg zijn vrienden zorgvuldiger moet gaan kiezen.

Aiss en Neger kijken mee als de jonge politieagenten tijdens hun opleiding gesprekstechnieken oefenen, op een buitengewoon onprettige manier kennismaken met traangas of hun dienstwapen mogen uitproberen. Ze zijn ook van de partij als de aspirant-agenten voor het eerst in hun nieuwe werkkloffie de straat op mogen in Rotterdam, dat via een continue stroom binnenkomende portofoonberichten tot een behoorlijk dreigende plek wordt gemaakt. Het is op zijn minst een werkterrein dat niet bij iedereen even goed past. En dit leidt soms weer tot onderlinge frictie.

De lotgevallen van de dienders worden doorsneden met privébeelden en zitinterviews. Een voice-over met helikopterview – de stoplap van veel docuseries – blijft daarbij achterwege. Dat is wel zo prettig. De nadruk ligt daardoor nadrukkelijk op de persoonlijke uitdagingen van de nieuwelingen. Nadat er vanuit een flat is geschoten met een kruisboog mag één van hen bijvoorbeeld mee om het ding in beslag te nemen. Als zijn collega’s, ondanks protesten van de bewoner, besluiten om de woning te betreden, begint hij steeds meer op een konijn in de koplampen te lijken.

De jongen realiseert zich dat hij nog een lange weg heeft te gaan voordat hij zich echt politieagent mag noemen. Die pet past ons nu eenmaal écht niet allemaal. Bij sommige agenten in opleiding vraag je je op basis van deze sterke serie, waarvan ik tot dusver alleen de eerste twee afleveringen heb gezien, zelfs af hoe ze zich straks op straat staande kunnen houden. Of: wat ze gaan doen als dat uiteindelijk niet helemaal vanzelf lukt.

Traffic Stop

 

De Oscar voor beste korte documentaire ging vorig weekend naar Heaven Is A Traffic Jam On The 405, een prachtig portret van de getroebleerde Amerikaanse kunstenares Mindy Alper. Traffic Stop (30 min.) moest het ‘slechts’ met een nominatie doen. Het is nochtans een aangrijpende film over een thema dat, zeker in de Verenigde Staten, nog altijd uiterst actueel is.

Het verhaal is even eenvoudig als raak: Breaion King, een Afro-Amerikaanse vrouw van 26 uit Texas, zou te hard hebben gereden op die onthutsende vijftiende juni in 2015. Verkeersagent Bryan Richter zet direct de achtervolging in. Een camera op zijn dashboard legt vast wat er vervolgens gebeurt; hoe een mogelijke bekeuring voor te hard rijden uitloopt op een bijzonder hardhandige arrestatie.

King belandt uiteindelijk op de achterbank van een politie-auto, helemaal over de zeik. In de boeien geslagen als de eerste de beste ‘black bitch’. Gedehumaniseerd, zou je kunnen zeggen. Regisseur Kate Davismaakt weer een mens van haar in deze korte documentaire: een gedreven lerares, die ermee moet leren leven dat ze op internet voortleeft als de zoveelste zwarte Amerikaan die werd ingerekend door de politie.

The Force

‘Dit land is in essentie gesticht op wantrouwen jegens de overheid’, zegt politiechef Whent tegen zijn manschappen. ‘Wij zijn het meest zichtbare uithangbord van die overheid. We rijden rond in een zwart-witte auto met knipperende lichten en dragen een uniform met een blinkende ster. We geven jullie veel gezag en een wapen. Het is redelijk dat mensen verwachten dat je uitlegt waarom je doet wat je doet.’

Herfst 2014. Sean Whent is hoofdcommissaris nummer zes van de Californische stad Oakland in tien jaar. Zijn korps, waar een ‘giftige machocultuur’ zou heersen, ligt op alle mogelijke manieren onder vuur. Vanwege corruptie, machtsmisbruik en excessief geweld. De knop moet om volgens de nieuwe leider. Hij wil geen foute agenten meer en een einde aan de ‘blue wall of silence’. Wangedrag dient voortaan direct te worden gemeld.

Whents ferme taal wordt in de navolgende periode op alle mogelijke manieren op de proef gesteld, getuige de enerverende documentaire The Force (92 min.), waarin het politiekorps van de door raciale spanningen verscheurde Amerikaanse stad twee jaar lang wordt gevolgd. Terwijl activisten van de Black Lives Matter-beweging elke misstap van het korps met mobieltjes proberen vast te leggen, wapenen de agenten zich met bodycams, die de beelden leveren waarmee hun kant van het verhaal kan worden bevestigd.

Oakland oogt in deze ‘fly on the wall’-docu van Peter Nicks als de frontlinie van een oorlog tussen staat en volk om het hart van Amerika. The Force kiest daarbij het perspectief van de politie, van de gewone diender die in deze betonnen jungle moet zien te overleven. Zonder dat de film daarmee ook automatisch partij kiest voor het blauw op straat. De schandalen die het korps ook onder het bewind van Whent blijven teisteren worden eveneens belicht in deze krachtige film, waarmee een verrassend nieuw licht wordt geworpen op – kwinkslag-alarrumm! – de klassieke slogan ‘may the force be with you’.