Killing Grounds: The Gilgo Beach Murders

Prime Video

De conclusie is even pijnlijk als onvermijdelijk: The Long Island Serial Killer heeft alleen zo lang z’n gang kunnen gaan omdat zijn slachtoffers sekswerkers waren.

Als er rond de eeuwwisseling jonge vrouwen beginnen te verdwijnen in de regio New York, komt het onderzoek daarnaar maar niet echt op gang. De politie gaat er blijkbaar voetstoots van uit dat de sekswerkers zich zelf uit de voeten hebben gemaakt. En ook de aanname dat toch vrijwel niemand hen zal missen – wie zit er tenslotte te wachten op een vrouw die zich online aanbiedt als escort? – draagt vermoedelijk niet bij aan de urgentie van het politieonderzoek naar wat er met hen is gebeurd. Totdat er in 2010 en 2011 maar liefst tien verminkte lichamen worden aangetroffen op Gilgo Beach.

Begin april 2026 heeft de architect Rex Heuermann, de man die verantwoordelijk wordt gehouden voor deze verdwijningen, eindelijk bekend dat hij in de periode van 1993 tot en met 2010 in elk geval acht van deze vrouwen heeft vermoord. Deze beer van een vent (ook wel ‘ogre’, ofwel boeman, genoemd) uit Massapequa Park in Long Island gaat ongetwijfeld de geschiedenis in als een klassieke seriemoordenaar, van het kaliber Ted Bundy, Jeffrey Dahmer en John Wayne Gacy. Net zoals zij zal Heuermann nog tot in de lengte der jaren in true crime-boeken, -films en -documentaires worden opgevoerd.

Dat is overigens al ruim vóórdat hij in de boeien wordt geslagen begonnen. Met het boek Lost Girls (2013), later verfilmd door Liz Garbus, vestigt journalist Robert Kolker de aandacht op de dan nog onbekende killer. Sinds Heuermanns arrestatie op 13 juli 2023 volgen ook de documentaires elkaar in rap tempo op. Na producties zoals Garbus’ Gone Girls: The Long Island Serial Killer en The Gilgo Beach Killer: House Of Secrets, waarin zijn verbijsterde echtgenote en dochter aan het woord komen, is er nu de gestaalde vierdelige serie Killing Grounds: The Gilgo Beach Murders (171 min.).

Inmiddels is het nieuws dat Rex Heuermann de dader is alweer enkele jaren oud. Nu de zaak binnenkort voor de rechter komt, besteedt regisseur Emma Cooper dus beperkt tijd aan de vermissing van de vrouwen, de weerslag daarvan op hun nabestaanden en het haperende politieonderzoek. Ze schakelt halverwege door naar de man die al deze jonge levens op z’n geweten heeft. Cooper brengt dan een voormalige klasgenoot, secretaresse en enkele collega’s voor de camera en heeft zelfs een sekswerker getraceerd, die beweert dat ze op een date is geweest met The Long Island Serial Killer.

Ronduit onrustbarend wordt deze true crime-serie als Cooper inzoomt op wat er zoal in de kelder van Rex Heuermanns verwaarloosde huis, dat hij sinds jaar en dag met zijn gezin bewoont, wordt aangetroffen. Op ’s mans computer vindt de politie bijvoorbeeld het Word-document HK 2002-04, een zelf gemaakte checklist voor een seriemoordenaar. Waarop Heuermann nauwkeurig vastlegt wat hij bij zijn gruweldaden nodig heeft, hoe hij die het beste kan voorbereiden en waar hij naderhand op moet letten. Zodat er voldoende – koude rillingen over de rug – ‘play time’ overblijft.

En het einde van deze nachtmerrie lijkt voorlopig nog niet in zicht: Rex Heuermann bezit ook huizen in Las Vegas en South Carolina en heeft ook daar wellicht slachtoffers gemaakt. Wordt dus vervolgd. In nieuwe true crime-producties – of updates van al opgezette series.

Boom Box: Beats And Betrayal

HBO Max

Afhankelijk van het gekozen perspectief zie je in de Boom Box-muziekwinkel en opnamestudio in Noord-Londen een plek waar aspirant-rappers in 2009 door undercoveragenten zijn aangezet tot allerlei strafbare feiten óf een broeinest van criminaliteit, waar de Britse politie een aantal jeugdbendeleden op heterdaad heeft kunnen betrappen op de handel in drugs, gestolen spullen en wapens (de zogeheten ‘clickers’).

De vierdelige serie Boom Box: Beats And Betrayal (184 min.) start bij de lezing van de verdachten, zwarte tieners die zijn opgegroeid in de probleemwijk Edmonton. Bij Boom Box hopen ze via hiphop een uitweg te vinden uit een leven dat onvermijdelijk richting de verkeerde kant van de wet leidt. In de studio krijgen ze onder andere te maken met Fish, een larger than life-persoonlijkheid met zijn eigen agenda. Zijn lezing van wat er zich op die ‘toevallige’ ontmoetingsplek heeft afgespeeld staat doorgaans lijnrecht tegenover het verhaal van de anderen.

Om het geheugen van alle betrokkenen op te frissen heeft regisseur Toby Paton de belangrijkste gebeurtenissen, op basis van rechtbankdocumenten, verhoorverslagen en getuigenverklaringen, gereconstrueerd met acteurs. Bij deze scènes kijken en luisteren de echte personen mee. Zo nodig mogen zij de geportretteerde situatie ook corrigeren. Ter voorbereiding op en aan de hand van deze gedramatiseerde scènes gaan de hoofdpersonen bovendien in gesprek met de acteurs over wat er is gebeurd en hoe dit met de kennis van nu moet worden geduid.

Met deze ingenieuze vorm, eerder bijvoorbeeld ook al toegepast in de superieure miniserie L’Affaire D’Outreau (2023), laat Paton zien dat er niet zoiets als één waarheid bestaat. Achter de naakte feiten van Operation Peyzac – 26 ingenomen wapens, 37 arrestaties en meer dan vierhonderd jaar gevangenisstraf – gaan persoonlijke verhalen schuil. Van mensen, elk met hun eigen verhaal, die elkaar op een willekeurig punt in hun leven tegenkomen in een Londense muziekstudio. De gebeurtenissen daar zullen hun verdere levensloop bepalen.

Boom Box: Beats And Betrayal doet intussen ook denken aan de fameuze dramaserie The Wire. Die begon bij een relatief eenvoudig kat- en muisspel tussen de politie en jeugdige criminelen en zoomde daarna elk seizoen nét iets verder uit. Een relatief eenduidige kwestie werd zo ingebed in de wereld waarvan die het product was. Toby Paton maakt met deze ferme true crime-serie hetzelfde punt: we zijn stuk voor stuk een optelsom van onze genen en achtergrond. Die beperkt onze speelruimte – al blijven we zelf verantwoordelijk voor welk spel we spelen.

Tot die slotsom komen ook de Boom Boxers.

Snoepjes

Canal+

Jack ‘Den Regelaar’ heeft, zoals ze dat in Brabant zeggen, ‘unne verrekeskop’. Niet dat de man zo’n dikke kop heeft – althans, niet dat we weten. De ‘XTC Kingpin’ heeft letterlijk een varkenskop op, zodat zijn anonimiteit is gewaarborgd. Vermoedelijk weten insiders uit het Brabantse criminele milieu desondanks direct wie hij is, want hij behoort tot de (voormalige) kopstukken van de lokale drugscriminaliteit. Die opereerde overigens bepaald niet alleen in de regio. Ooit was Jack goed voor zo’n miljoen pillen per week.

Zijn vakbroeder, Aad ‘De Kluiskraker’, ook al met ‘zonne verrekeskop’ op, was lid van de beruchte West-Brabantse York-bende, draaide eerst zijn hand niet om voor een bankoverval en zette daarna echt wereldwijd pillen af. En die werden gefabriceerd op het platteland, in pak ‘m beet paardenmaneges of struisvogelbedrijven of – vandaar die kop – varkensstallen. Want er was altijd wel een boer te vinden die een centje wilde bijverdienen – of die zich gedwongen voelde om ‘an offer you can’t refuse’ te accepteren.

In de vierdelige docuserie Snoepjes (176 min.), die kan worden beschouwd als de missing link tussen Amsterdam Narcos, De IRT Affaire, De Godfather Van Oss en Over Grenzen, laat Bart van den Aardweg leden van de Brabantse maffia leeglopen over hun ervaringen in de designer drugsbusiness, waar kerels met bijnamen zoals ‘De Man Op De Berg’, ‘De Zigeunerkoning’ en ‘De Commissionaris’ de toon zetten en een sleutelrol is weggelegd voor ‘De Gekke Professor’, chemicus Robert Hollemans.

Hun herinneringen zijn door Van den Aardweg omlijst met fraaie archiefbeelden en gereconstrueerde scènes en worden verder van kleur voorzien door hardcore-DJ Dano, feestorganisator Ilja Reiman, Roxy-portier Remco Doorn en Bhagwan-volgeling en XTC-therapeut Peter den Haring. De misdaadjournalisten Hessel de Ree en Jens Olde Kater, oud-officieren van justitie Monique Klinkenbijl en Cees Spierenburg en ex-minister van Justitie Winnie Sorgdrager zorgen voor context en tegenwicht.

Die is broodnodig. Anders waren de varkenskoppen en al die andere pillenboeren wellicht overgekomen als relatief onschuldige geinponems. Deze smeuïge miniserie maakt er echter geen geheim van: de Brabantse drugscriminaliteit mocht dan provinciaals overkomen, het was wel degelijk een internationaal vertakte business, die gepaard ging met geweld, ripdeals en liquidaties. En ter plaatse, in het beruchte dorp Sint Willebrord bijvoorbeeld, werd daarover zorgvuldig gezwegen. Omerta, juist.

Snoepjes toont nog maar eens ondubbelzinnig aan: Nederland – lees Brabant – deed (en doet) dienst als een internationaal zenuwcentrum voor de productie van en handel in synthetische drugs.

The Orkney Assassin: Murder In The Isles

Videoland

Andere gasten van het Indiase restaurant Mumutaz in Kirkwall denken in eerste instantie dat hij simpelweg eten komt afhalen. Totdat ze zien dat de onbekende man een zwarte bivakmuts draagt. Vastberaden loopt hij op donderdagavond 2 juni 1994 op zijn doel af: de 26-jarige ober Shamsuddin Mahmood, afkomstig uit Bangladesh. Die schiet ie met een pistool door het hoofd. Het is de eerste moord in 25 jaar op de afgelegen Orkney Islands, die doorgaans vredig ten noorden van het Schotse vasteland liggen.

Is het een koel uitgevoerde liquidatie? Een uit de hand gelopen ruzie? Of toch een racistische moord, op één van de weinige moslims in Orkney? Het schokkende misdrijf zorgt voor onrust. Zowel bij de plaatselijke bevolking, die verdwaasd en getraumatiseerd achterblijft, als bij de Aziatische gemeenschap, die het leeuwendeel van de Indiase restaurants in Schotland runt. Kunnen zij nog veilig over straat of hun werk doen? Als er een verdachte in beeld komt, wordt de ontzetting alleen maar groter. De zaak is daarmee ook bepaald nog niet afgehandeld. Dat zal nog jaaaren kosten.

In de tweedelige documentaire The Orkney Assassin: Murder In The Isles (91 min.) laat Matt Pinder zien hoe Eddy Ross, de vuurwapenexpert van de lokale politie, een sleutelrol speelt in deze tragische kwestie, die de gemeenschap van Orkney ruim dertig jaar later nog altijd tot op het bot verdeelt. De oud-militair gaat met de 9mm-kogelhulzen die bij Mumutaz zijn gevonden op zoek naar het moordwapen en de man die de trekker heeft overgehaald. Al snel blijkt dat Ross zelf aan z’n tijd bij het Black Watch-regiment ook kogels van de Indiase munitieproducent Kirkee Arsenal heeft overgehouden.

Die ongemakkelijke constatering blijkt niet meer dan de opmaat naar een bijzonder moeizaam moordonderzoek, dat nog heel wat onverwachte wendingen zal nemen en commotie blijft veroorzaken bij de Schotse eilanders. Pinder serveert deze ontwikkelingen met diverse direct betrokkenen, waaronder Eddy Ross en zijn vrouw Moira, trefzeker en toch zonder al te veel effectbejag uit. De moord in Kirkwall, zo wordt al snel duidelijk, gaat niet alleen om de zoektocht naar de dader, maar draait net zo goed om de onmogelijke positie van familieleden, vrienden en ooggetuigen.

Door alle verwikkelingen op Orkney blijft het slachtoffer, een Bengalese man die ook maar gewoon zijn werk deed, ondertussen vrijwel buiten beeld – ook omdat hij in feite slechts een mineure rol lijkt te spelen in wat er zich heeft afgespeeld.

Trailer The Orkney Assassin: Murder In The Isles

The Truth And Tragedy Of Moriah Wilson

Netflix

Ze heeft haar leven in sneltreinvaart geleefd. Alsof ze altijd al wist dat haar tijd beperkt zou zijn… Althans, dat is het gevoel dat moeder Karen, vader Eric en broer Matt hebben overgehouden aan het veel te korte bestaan van Anna Moriah Wilson (1996-2022). Van start tot finish zijn de Amerikaanse wielrenster uiteindelijk nog geen 26 jaar vergund geweest. Het leven van de jonge Amerikaanse vrouw, die voorbestemd leek voor een topsportcarrière als gravelbiker, is op 11 mei 2022 bruut beëindigd in Austin, een stad in de zuidelijke staat Texas.

Moriah Wilson verblijft dan voor de Gravel Locos-wedstrijd bij een vriendin die ze thuis in Vermont, helemaal in het noordoosten van de Verenigde Staten, heeft leren kennen. Caitlin Cash zal haar daar ook levenloos en zwaar bebloed aantreffen. Verder kent ‘Mo’ maar één andere persoon in Austin: Colin Strickland, een succesvolle gravelbiker met wie ze al een tijdje aan het daten is. Hij is sinds enige tijd weer vrijgezel – al woont zijn ex Kaitlin Armstrong nog wel in hetzelfde huis – en zal de laatste persoon worden die haar in levende lijve heeft gezien.

In The Truth And Tragedy Of Moriah Wilson (97 min.) belicht Marina Zenovich kort Wilsons wielercarrière, waarna ze zich vooral richt op het misdrijf en de nasleep daarvan, die via interviews met direct betrokkenen en beelden van bodycams van politiemensen, verhoren en beveiligingscamera’s zorgvuldig in kaart worden gebracht. Deze docu moet ‘t niet zozeer hebben van z’n true crime-gehalte – relatief weinig spanning & sensatie! – maar focust zich op de menselijke tol en de nauwelijks te bevatten rol daarbinnen van pure pech.

Vanachter de kille moord komen bovendien enkele indringende vragen tevoorschijn: kun je altijd de gevolgen van je eigen daden overzien? Wanneer ken je iemand echt? En (hoe) kun je betekenis geven aan het verlies van het dierbaarste wat je hebt?

La Fiscal

Netflix

‘Waarom is straffeloosheid de norm?’ vraagt de zojuist benoemde hoofdofficier van justitie Femicide van Mexico-stad, de activistische advocate Sayuri Herrera Román, zich af bij aanvang van La Fiscal (internationale titel: The Prosecutor, 176 min.). In 2020 zijn er bijna 3800 vrouwen vermoord in Mexico, waaronder zo’n duizend gevallen van femicide. Op de dag dat zij aantreedt, nemen alle openbaar aanklagers echter ontslag. Ze weigeren om samen te werken met deze linkse ‘herrieschopper’.

Onrecht voor één vrouw betekent onrecht voor alle vrouwen, vindt Herrera. Overal op het kantoor van het Parket Femicide liggen gigantische stapels papieren, dossiers van allerlei openstaande cases. ‘Deze samenleving genereert geweld omdat het sociale weefsel gewelddadig is’, vertelt ze in de driedelige docuserie van Paula Mónaco Felipe en Miguel Tovar. ‘We lossen één moord op en er komen drie nieuwe bij.’ En desondanks blijft ze zich met haar team vastbijten in de lijvige onderzoeksdossiers.

Enkele van die zaken worden in La Fiscal verder uitgewerkt. Jonge vrouwen die plotseling zijn verdwenen of bruut vermoord, met doorgaans hun (ex-)partner als voornaamste verdachte. Als Sayuri Herrera en haar gedreven collega’s zich in zulke casussen verdiepen, ontdekken ze hoe weinig een vrouwenleven soms waard is in hun land en hoe moeilijk ‘t is om mannen daarvoor veroordeeld te krijgen, ook omdat die regelmatig in de rug worden gedekt door machtige vrienden of corrupte autoriteiten.

De strijd tegen femicide krijgt zo ook een politiek karakter, waarbij Herrera en haar beschermvrouwe, procureur-generaal Ernestina Godoy, zich opwerpen als pleitbezorgers van de vermoorde vrouwen en hun nabestaanden. Intussen besluit zij, als alleenstaande vrouw, ook om een kind te adopteren – een verhaallijn waarvan de achtergronden slechts beperkt wordt uitgewerkt. De keuze voor het moederschap dwingt Herrera tot zelfreflectie: is haar missie wel te combineren met het opvoeden van een kind?

Deze schrijnende miniserie toont hoe weerbarstig dat gevecht om gerechtigheid is. Hoe hard de hoofdofficier van justitie Femicide, haar medewerkers en de familieleden en vrienden van de slachtoffers ook hun best doen om de waarheid boven tafel te krijgen, veel daders blijven tot hun grote verdriet en frustratie onbestraft. Terwijl het, in de woorden van Sayuri Herrera, in wezen heel simpel is: gerechtigheid is de beste therapie. Voor de nabestaanden, Mexicaanse vrouwen en hun land in het algemeen.

Overal waar ze komt, ontmoet zij echter vrouwen – moeders, zussen, vriendinnen – die een foto omhoog houden. Van nóg een slachtoffer dat op gerechtigheid wacht.

Ultras

Story / Autlook

Wat er op het veld gebeurt lijkt bijzaak. De belangrijkste bijzaak van de wereld, dat wel. Zowel voor de Ultras (88 min.) zelf als in deze documentaire van Ragnhild Edner over hen. De Zweedse filmmaakster, zelf fanatiek supporter van IFK Göteborg, richt haar camera op de mensen voor wie voetbal een religie lijkt. Ze vormen één grote (vul de clubkleuren in:) … familie. In hun kerken, de stadions, belijden ze samen hun geloof. In zichzelf, elkaar en hun club. Verbonden voor het leven, van de wieg tot de kist. Ook in hun weerzin tegenover de eeuwige rivaal, de vijand, de staat.

De club is van hen en in elk geval véél groter dan willekeurig welke topvedette of succescoach. Zíj – en niemand anders – zíjn Boca JuniorsLech Poznan of Manchester City. En dat gevoel is in Europa of Zuid-Amerika niet wezenlijks anders dan in Afrika of Azië. Edner focust zich op het collectief en slechts beperkt op het individu daarbinnen. Geen exotische varianten dus op Jan met de pet en een Ajax-hart, de onverbeterlijke Feyenoord-hooligan of een boerse Eindhovenaar die z’n stem stuk zingt op hoe PSV eens per jaar kampioen wordt. Wel op wat mensen zoals zij van hun club krijgen.

Ultras is een portret van een – afhankelijk van je gezichtspunt – al jaren florerende subcultuur, van vooral mannen, die zich dwars door rangen, standen en klassen beweegt. Met z’n geheel eigen regels, codes en uitingsvormen. Individuele supporters doen er in wezen niet toe in deze observerende film en blijven dus volledig buiten beeld. Zij willen vaak zelf ook niet herkenbaar zijn voor rivaliserende clans, problemen met de wet vermijden én geen doelwit worden voor de autoriteiten. Want een autocratische regime kan het stadion ook zomaar gebruiken als een proeftuin voor repressie.

Ultras uit Egypte ontdekten tijdens de Arabische Lente in 2011 bijvoorbeeld welke maatschappelijke kracht ze konden ontwikkelen, de feminiene supportersgroep Ladies Curva Sud van PSS Sleman probeerde in Indonesië de positie van vrouwen te verbeteren en fans van het inclusieve Eastbourne Town maakten, met de slogan ‘this club belongs to you and me’, een vuist tegen het grootkapitaal in de Britse Premier League. Het sleutelwoord voor al deze fanatieke clubs lijkt ‘samen’. Door goede en slechte tijden. Dik en dun. Waarbij ook hier natuurlijk niemand groter is dan die vermaledijde club.

Ragnhild Edner probeert dat collectieve gevoel te vatten in grootse beelden van de supportersschare als familie, leger of meute en heeft van haar documentaire, aangestuurd met een persoonlijke voice-over over haar eigen ervaringen als voetbalfan, dus eerst en vooral een kijkfilm gemaakt. Die de ultra-cultuur met een antropologische blik beziet en toegankelijk maakt voor eenieder die zich eens wil verdiepen in deze bijzondere mensensoort.

Law And Order

Zipporah Films

Het idee is sindsdien nog eindeloos uitgemolken, totdat het z’n oorspronkelijke kracht allang is kwijtgeraakt. Als de Amerikaanse documentairemaker Frederick Wiseman (1930-2026), die net de direct cinema-klassiekers Titicut Follies (1967) en High School (1968) heeft afgeleverd, in het najaar van 1968 voor het eerst instapt bij een dienstauto van de Kansas City Police Department, moet dat echter een opwindend uitgangspunt zijn geweest. Hoeveel machtsmisbruik zal hij, onderweg en op het bureau, met zijn observerende camera kunnen registreren?

Na vierhonderd uur in het gezelschap van veelal witte agenten moet Wiseman zijn mening toch enigszins bijstellen. Behalve klassieke ‘bad cops’, die nét iets te hardhandig verdachten in de boeien slaan en continu (zwarte) mensen afbekken op straat, ontmoet hij onderweg ook plaatselijke varianten op Oom Agent, die de helpende hand bieden na een ongeluk, bemiddelen tussen een taxichauffeur en zijn passagier over de precieze ritprijs of een zoekgeraakt klein meisje meenemen naar het bureau en haar daar snoep geven, in afwachting van de ouders.

Toch is de scène van Law And Order (80 min.) die uiteindelijk het meeste indruk maakt wel degelijk een klassiek voorbeeld van politiegeweld. Nadat een agent in burger een deur heeft ingestampt, trekt hij een Afro-Amerikaanse vrouw uit haar bed en neemt haar in een verstikkende wurggreep. En hoeveel ze ook hoest of naar adem hapt, hij wil maar niet loslaten. Het unheimische tafereel lijkt verdacht veel op de fatale arrestatie van Eric ‘I can’t breathe’ Garner, die een kleine halve eeuw later tot grootschalige Black Lives Matter-demonstraties zal leiden.

Met deze typische fly on the wall-film kijkt Wiseman op microniveau naar hoe staatsmacht in de praktijk werkt, waarbij gewone burgers worden geconfronteerd met mannen in blauw. Hij schetst zo meteen een beeld van zijn land dat, getuige de manier waarop de huidige president Donald Trump de federale politiedienst ICE inzet, nog altijd zeer actueel is. En als tegen het einde van de documentaire één van Trumps voorgangers, de typische Law & Order-politicus Richard Nixon, nog even mag speechen, gebruikt die zowaar de woorden ‘make America right again’.

Met een variant op die belofte zal een kleine halve eeuw later Trump zelf tot president worden gekozen, een man die deze staatsmacht zonder scrupules aanwendt voor zijn eigen persoonlijke agenda. Bij de aanblik van hoe ICE begin 2026 huishoudt in de straten van Amerika, moet Frederick Wiseman in zijn allerlaatste levensdagen toch heel even de aanvechting hebben gevoeld om opnieuw met draaiende camera aan te sluiten, om te (laten) zien wat er van zijn land is geworden.

Dirty Window

Zeppers / Water Stokman Films

In het najaar van 2025 heeft de Amsterdamse politie het onderzoek naar de moord op de Hongaarse raamprostituee Betty Szabó, mede onder invloed van Naomi Steijgers smeuïge podcast De Zeven Levens Van Betty, weer heropend. Met een hologram vragen ze aandacht voor de 19-jarige sekswerker, kort daarvoor moeder geworden van een zoon, die in de nacht van 18 op 19 februari 2009 op gruwelijke wijze werd gedood in haar eigen peeskamer.

In haar eigen onderzoek naar de cold case die de Wallen nog altijd in z’n greep houdt, trekt Steijger op met documentairemaker Walter Stokman, die in 2012 al een film over Szabó maakte: Dirty Window (59 min.). Daarin richt hij zich niet zozeer op de zoektocht naar de dader, een true crime-insteek waaraan zijn podcast-collega later niet ontkomt, maar op het leven dat Betty naar Amsterdams rosse buurt heeft geleid en het bestaan dat sekswerkers zoals zij daar leiden.

De wortels van Bernadett ‘Betty’ Szabó liggen in de onooglijke Hongaarse stad Nyíregyháza. Daar rouwt Betty’s vader Laszlo om zijn vermoorde dochter. Hij bladert in fotoalbums met lege plekken, de ontbrekende afbeeldingen zijn ooit meegenomen door Betty. Op de dag dat zij achttien werd, stopte er een auto voor de deur. En weg was ze, met de één of andere kerel mee, vermoedelijk haar pooier János Balogh, om genoeg geld te gaan verdienen voor een beter leven.

In deze desolate Oostblok-omgeving portretteert Stokman nog enkele andere plaatselijke vrouwen, die op zoek naar inkomsten in het oudste beroep van de wereld verzeild zijn geraakt. Vanuit Amsterdam vertelt Betty’s Hongaarse collega Agnes, die ook is te horen in Naomi Steijgers podcast, ondertussen over het werken in een peeskamer. Samen met haar zus heeft zij Betty destijds levenloos aangetroffen, een ervaring die hen allebei bepaald niet in de koude kleren is gaan zitten.

Het stemmige Dirty Window wordt daarmee een uitstekende bijsluiter voor iedereen die na De Zeven Levens Van Betty de wereld achter de enigmatische jonge vrouw met de prominente drakentattoo wil exploreren. Waarin misschien niet het antwoord op de vraag wie haar heeft vermoord zit verscholen, maar wel zicht komt op hoe en waarom ze in het hoofdstedelijke red light district is beland.

KIJK HIER: Dirty Window

The Investigation Of Lucy Letby

Netflix

Afhankelijk van je gezichtspunt – koelbloedige babymoordenaar of volstrekt onschuldige verpleegkundige – vertellen de verklaringen van slachtoffers, getuigen en deskundigen, de stemmige reconstructies én de beelden van haar aanhoudingen en politieverhoren het geruchtmakende verhaal van The Investigation Of Lucy Letby (94 min.).

De 28-jarige Britse verpleegkundige is in 2018 gearresteerd vanwege een onverklaarbaar hoog aantal sterfgevallen op de neonatale afdeling van het Countess Of Chester Hospital. En zij blijkt als enige medewerker bij elk overlijden dienst te hebben gehad. Lucy Letby heeft de schijn wel vaker tegen. Waarom bewaart ze thuis bijvoorbeeld vertrouwelijke medische informatie over de gestorven kinderen?

Voor deze documentaire van Dominic Sivyer geeft de politie van Cheshire ‘unieke toegang’ tot het onderzoeksdossier. De vraag is natuurlijk welk belang ze daarbij hebben. Enkele rechercheurs participeren tevens in de film: zij kijken beelden van het onderzoek terug en reflecteren daarop. En ook de moeder van één van de overleden baby’s blikt, digitaal onherkenbaar gemaakt, terug op die traumatische periode.

In de tweede helft van deze reconstructie van de strafzaak tegen Letby wordt duidelijk wat zij hebben te winnen bij hun medewerking. De veroordeling van die kwaadaardige ‘kinderseriemoordenaar’ komt dan serieus onder vuur te liggen. Is er werkelijk sprake van een serie ernstige misdrijven? Of schiet de zorg in het Britse ziekenhuis simpelweg tekort en is er dus sprake van een ernstige gerechtelijke dwaling?

‘Onze schurken zien er vaak uit als schurken en gedragen zich ook zo’, zegt de Britse journalist Kim Pilling. ‘Dat is niet zo bij Lucy Letby. Maar dat betekent niet dat ze het niet gedaan heeft.’ En dat is precies het centrale dilemma van deze best genuanceerde productie, die de verschillende versies van wat er gebeurd is tegenover elkaar plaatst en zo laat zien hoe gecompliceerd de zoektocht naar de waarheid kan zijn.

De manier waarop The Investigation Of Lucy Letby aan de kijker wordt gebracht laat dan weer nauwelijks ruimte voor zulke twijfel. Op de promofoto voor de docu staat – geheel volgens de wetten van true crime, de seriemoordenaarsfilms in het bijzonder – géén volstrekt onschuldige verpleegkundige, maar een engel des doods. Met een kille blik kijkt ze, te midden van haar eigen diabolische geschriften, recht in de lens.

Hoe troebel de werkelijkheid ook mag zijn, dat beeld is glashelder: schuldig!

Kidnapped: Elizabeth Smart

Netflix

Als de veertienjarige Elizabeth Smart op 5 juni 2002 door een onbekende wordt ontvoerd uit haar eigen slaapkamer in de chique wijk Federal Heights in de Amerikaanse stad Salt Lake City, is er maar één getuige: haar jongere zus Mary Katherine.

‘Als je schreeuwt, schiet ik je neer’, zou de ontvoerder tegen Elizabeth hebben gezegd, volgens de verklaring van het negenjarige meisje bij de politie. ‘Anders doe ik je niets.’ Of ze de stem van de man herkende, wil de agent weten. ‘Ja’, zegt Mary Katherine bedremmeld. Daarmee richt ze, zonder dat ze het zelf doorheeft, de aandacht van de politie op haar eigen familie. En dan blijkt dat het huisalarm die avond toevallig was uitgeschakeld en dat het slaapkamerraam van de zussen helemaal geen braaksporen bevat. Rechercheurs bijten zich dus vast in Elizabeths directe familieleden.

Ruim twintig jaar later kijken Mary Katherine Smart, vader Ed, diens broers Dave en Tom én het slachtoffer zelf in de true crime-docu Kidnapped: Elizabeth Smart (91 min.) terug op wat er zich destijds heeft voltrokken in Salt Lake City, de hoofdstad van de Amerikaanse staat Utah en de Mormoonse Kerk die daar zetelt. In een tragische geschiedenis die onvermijdelijk doet denken aan de geruchtmakende zaken rond Madeleine McCann en JonBenét Ramsey. Alleen heeft het slachtoffer van deze kwestie, dat staat vanaf het begin vast, ’t er dus levend vanaf gebracht.

Bijna halverwege spoelt regisseur Benedict Sanderson zijn film terug en vertelt het verhaal van de ontvoering nóg eens, nu vanuit een ander perspectief. Zo wordt langzaam maar zeker duidelijk wat er is gebeurd met de vrome tiener, die negen maanden spoorloos is geweest en in die tijd een hel op aarde heeft leren kennen, en werkt deze degelijke docu, die nog wel wat dieper had mogen gaan, toe naar een enigszins Amerikaans einde.

Fase 8: Femicide

Posh Productions / BNNVARA

Met terugwerkende kracht zijn de voorgaande zeven fasen vaak duidelijk te herkennen. Een gewelddadig relatieverleden, fase 1. Twee: love bombing. En de derde: dwingende controle. Gaandeweg ontspoort de situatie steeds verder. Al snel zijn de incidenten niet meer op de vingers van één hand te tellen. De laatste fase, nummer acht, kondigt zich dan al min of meer aan: dodelijk geweld.

Aan de hand van vierhonderd gevallen van partnerdoding constateerde de Britse crimonoloog Jane Monckton-Smith dat femicide zich doorgaans in acht opeenvolgende fasen voltrekt. De Nederlandse slachtofferadvocaat Ine Avontuur neemt ze in de tweede aflevering van de vierdelige serie Fase 8: Femicide (170 min.) van Henk van der Aa en Jessica Villerius stapsgewijs door. Enkele geanonimiseerde vrouwen voegen daar hun eigen ervaringen aan toe, met een ex die wellicht in staat is tot vrouwenmoord.

Sinds 2014 worden er elk jaar ruim veertig vrouwen vermoord in Nederland, stelt Marieke Liem, hoogleraar Veiligheid en Interventies aan de Universiteit Leiden. Zij houdt al ruim tien jaar een femicide monitor bij. Ongeveer zestig procent van de slachtoffers, om en nabij de 25 vrouwen dus, wordt vermoord door hun huidige of ex-partner. Dat cijfer is niet onomstreden: soms lijkt het misschien alsof een vrouw zelf een einde aan haar leven heeft gemaakt, maar zijn er ook aanwijzingen dat er iets anders is gebeurd.

Layla, de zus van Laura van Zaal, is er bijvoorbeeld van overtuigd dat Laura begin 2024 is vermoord. De advocaat van de verdachte, haar ex-partner, brengt daar tijdens de rechtszaak tegenin dat dit ‘bevestigingsdenken’ is: zodra de term ‘femicide’ valt, kleurt die alle bevindingen rond een sterfgeval. Tegelijk is er die andere pijnlijke constatering: aan gevallen van femicide gaan volgens hoogleraar Marieke Liem doorgaans 33 tot 35 meldingen van huiselijk geweld vooraf. En toch is fase 8 onafwendbaar gebleken.

Voor Claudia is het bijvoorbeeld niet de vraag óf het ooit misgaat, zegt ze, maar wánneer haar ex toeslaat. Zij begint haar verhaal anoniem, maar besluit daarna om dit toch herkenbaar te doen. Wat heeft ze te verliezen? Behalve met slachtoffers en nabestaanden spreken Van der Aa en Villerius ook met rechtbankverslaggever Saskia Belleman, advocaat Richard Korver, forensisch psycholoog Madeleine Rijckmans, speciaal officier ‘femicide’ Berte van Heemst en Alfred Folkeringa, coördinator Zorg & Veiligheid bij de politie.

Ze laten ook enkele onherkenbaar gemaakte daders aan het woord. ‘Kijk, een man die z’n vrouw vermoordt, hij doet dat niet voor niks, hoor’, stelt Hannes, die is veroordeeld voor huiselijk geweld, bijvoorbeeld bijna vergoelijkend. ‘Daar zit echt iets achter.’ ‘Ruben’ zit al jaren in een TBS-kliniek. Hij heeft geen ex vermoord, maar een vrouw waarop hij zijn zinnen had gezet. ‘Dat wil ik hebben’, dacht hij toen ie haar zag. Zij wilde alleen geen relatie met hem. Terugdenkend aan zijn daad zegt Ruben letterlijk wat je met daders van vrouwenmoord associeert: als ik je niet mag hebben, dan mag niemand je hebben.

In de veelheid aan slachtofferverhalen en medewerking van enkele mannen zit ook de meerwaarde van deze interviewdocuserie, die is aangekleed met donkere shots en stemmige muziek. Femicide wordt zo in al z’n facetten behandeld, als het eindstation van een inktzwarte dynamiek. Het verhaal daarna, van hoe het leven verder gaat als je dochter, zus of moeder is vermoord, komt ook nog even aan de orde. Dit thema werd onlangs overigens ook behandeld in de indringende documentaire Blauwdruk, waarin vier vrouwen vertellen over de impact van de moord op hun moeder op hun eigen levens.

Uit deze en andere producties over dit veelbesproken onderwerp blijkt steeds weer: er is geen profielschets voor dé dader. Aan iemands uiterlijk, achtergrond of cultuur valt niet af te lezen of hij wellicht in staat is om datgene te doen wat iedereen vreest en verafschuwt. Zijn gedrag, vervat in die acht tragische fasen, zou wel voorspellende waarde kunnen hebben.

Evil Influencer: The Jodi Hildebrandt Story

Jodi Hildebrandt (l) en Ruby Franke (r) / Netflix

Het verhaal is te ‘sexy’ om niet van alle kanten te belichten. Nadat de ernstige mishandeling van de kinderen van een bekende ‘momfluencer’ in Devil In The Family: The Fall Of Ruby Franke is benaderd vanuit de ontaarde moeder, die met donderend geraas van haar zelf gecreëerde voetstuk is gevallen, komt in Evil Influencer: The Jodi Hildebrandt Story (101 min.) nu de Mormoonse therapeut/goeroe, die Franke zou hebben aangezet tot haar volledig ontspoorde opvoedingspraktijken, aan de beurt.

Het verhaal is natuurlijk ook te sexy om over te laten aan een andere streamer. Elk platform wil zijn eigen versie van pak ‘m beet het Britney Spears-verhaal, de puntjepuntpjepuntje-moorden of het Jeffrey Epstein-schandaal. Relatief goedkoop te maken content, waarmee trouwe abonnees worden bediend en wellicht zelfs nieuwe leden kan worden geworven. Aan de makers van zulke producties is het vervolgens de taak om exclusieve getuigenissen en uniek bewijsmateriaal te verzamelen.

Bij de zaak Ruby Franke/Jodi Hildebrandt heeft regisseur Skye Borgman, één van Netflix’s favoriete true crime-makers, de hand weten te leggen op bodycam-materiaal van de politie. En de betrokken agenten blijken ook best bereid om herinneringen op te halen aan de schokkende ontdekking van de kinderen en de aanhouding van Ruby en Jodi. Los van de ethiek daarvan – na de reguliere rechtsgang kan dus altijd nog ‘trial by media’ volgen – hebben zij de achtergronden daarvan natuurlijk ook alleen uit de tweede hand.

De tragische geschiedenis begint – althans, in deze versie van het verhaal – met de zogeheten ‘Porn Panic’ die na de opkomst van het internet postvat in de Mormoonse kerk, de gemeenschap waarvan zowel Ruby Franke als Jodi Hildebrandt deel uitmaken. ‘Pornografie is net zo verslavend als cocaïne of andere illegale drugs’, houdt kerkleider James E. Faust zijn achterban dan voor. Hildebrandt speelt in op dit sentiment met een eigen verslavingbehandeling en verwerft zo een invloedrijke positie als therapeut.

Met haar bedrijf ConneXions praat ze menige mannelijke Mormoon in Utah een seksverslaving aan en propageert ze ‘tough love’, die in de praktijk soms nauwelijks meer is te onderscheiden van mishandeling of zelfs marteling, in de opvoeding. Met veelal secundaire bronnen, zoals cliënten van Hildebrandt, collega-therapeuten en kenners van The Church Of Jesus Christ Of Latter-Day Saints, probeert Borgman vat te krijgen op haar ‘evil influencer’ en de volstrekt twijfelloze wereld waarvan zij een representant is.

Tegelijkertijd verliest de ervaren misdaadmaker nooit haar publiek uit het oog: dat wil best horen dat haar hoofdpersoon zelf ook haar butsen heeft opgelopen, maar vooral bewezen zien hoe slecht ze daarvan is geworden. Voor de zekerheid heeft ze daarom, zeker tegen het einde van deze adequate film, ook nog enkele typische true crime-schrikeffecten toegevoegd.

Critical Incident: Death At The Border

HBO Max

‘Hij schopte naar agenten’, vertelt een grensbewaker tijdens de civiele rechtszaak. ‘Hij spartelde en sloeg wild om zich heen als een alligator. Zoals in de show The Crocodile Hunter. Net een krokodil die zijn prooi grijpt en doodt en daarna gaat rollen en draaien.’

Het was kortom bittere noodzaak, probeert de medewerker van de Amerikaanse Border Patrol duidelijk te maken, om Anastasio Hernández Rojas keihard aan te pakken. De 42-jarige Mexicaanse immigrant verbleef al ruim 25 jaar zonder papieren in de Verenigde Staten. Samen met zijn vrouw Maria Puga en hun vijf kinderen woonde Hernández in San Diego toen de grenspolitie hem op 28 mei 2010 toch weer probeerde uit te zetten. Volgens de officiële lezing dienden agenten hem op die dag een volstrekt noodzakelijke schok met een stroomstootwapen toe omdat hij zich met hand en tand tegen zijn aanhouding verzette. Met een fatale hartaanval tot gevolg.

En bij die officiële uitleg zou ‘t wellicht zijn gebleven als onderzoeksjournalist John Carlos Frey zich niet zou hebben vastgebeten in dit Critical Incident: Death At The Border (86 min.). Hij weet de hand te leggen op een video die het beeld van Hernández’s dood volledig op z’n kop zet. Diens vrouw Maria en haar advocaat Gene Iredale hebben dan al een civiele procedure aangespannen tegen Border Patrol. Het is de vraag waar die op uitloopt, want tot dan toe is er nog nooit een agent van de grenspolitie veroordeeld vanwege dodelijk geweld tegen immigranten. Critici stellen dat zij in feite ‘volledige straffeloosheid’ hebben.

Documentairemaker Rick Rowley gebruikt de casus van Anastasio Hernández om de beladen historie van de Amerikaanse grensbewaking te onderzoeken. Hij sluit daarvoor aan bij Frey, die op zijn beurt wordt bijgestaan door de mensenrechtenadvocaat Roxanna Altholz en oud-agent Jenn Budd. Samen stuiten zij op een geheime Border Patrol-eenheid, het Critical Incident Team. Dit CIT zou al decennia worden afgestuurd op ‘kritieke incidenten’, om daar de schade te beperken, direct betrokkenen te instrueren en bewijs te verdonkeremanen.

Geen reguliere Interne Zaken-afdeling dus, maar een soort doofpotclub. Tenminste, als hun informatie klopt… Frey en co trekken jarenlang elk spoor na, om dit verhaal over een staat binnen de staat, zogezegd om diezelfde staat te beschermen, rond te krijgen. Als ze daarin slagen – het antwoord volgt in de apotheose van deze interessante zoektocht naar de waarheid en gerechtigheid – komt er wellicht ook weer beweging in de zaak rond de dubieuze dood van Anastasio Hernández Rojas, die de gemoederen ruim tien jaar later nog altijd verhit.

Één ding is dan allang duidelijk: alleen iemand die iets heeft te verbergen zou in de Hernández’s laatste seconden het gedrag van een agressieve alligator kunnen zien.

Predators

MTV

Oprah Winfrey omarmt het Candid Camera-achtige programma. Jon Stewart is eveneens enthousiast over het concept. En Jimmy Kimmel noemt de show gekscherend ‘Punk’d For Paedophiles’. To Catch A Predator is, als onderdeel van Dateline NBC, van 2004 tot en met 2007 een doorslaand succes op de Amerikaanse televisie. Zelden zal ‘trial by media’ bevredigender hebben gevoeld dan bij het te kijk zetten van deze volwassen mannen, die het hadden voorzien op onschuldige kinderen.

In elke aflevering wordt zo’n kerel met behulp van een ‘decoy’, een volwassene die dienst doet als lokaas en zich voordoet als een kind, naar een met verborgen camera’s uitgerust huis gelokt. Daar wacht presentator Chris Hansen al op hem. Hij ontmaskert het ‘roofdier’ voor het oog van de natie en probeert meteen een gesprek met hem aan te knopen. Buiten staat er dan al een arrestatieteam van de plaatselijke politie paraat, dat de pedo vervolgens met veel machtsvertoon in de boeien zal slaan.

Een kleine twintig jaar later probeert documentairemaker David Osit te vatten waarom ook hij destijds aan de buis gekluisterd zat als Hansen een perverseling op heterdaad wist te betrappen. Hij legt deze vraag ook voor aan etnograaf Mark de Rond. Die begint hardop te denken. ‘Hoe kunnen volwassenen zich zo walgelijk gedragen tegenover wat zij denken dat kinderen zijn?’ probeert hij de fascinatie te vatten in Predators (97 min.). En: ‘Waarom genieten wij er zo van dat zij op televisie worden vernederd?

‘Op dat moment stopt de tijd’, stelt De Rond. ‘Wat we in feite zien is hoe het leven van een ander eindigt.’ Via interviews met lokazen, politiemensen en officieren van justitie en met behulp van ruw materiaal van de uitzendingen en het navolgende politieverhoor neemt Osit nu een grondige kijk achter de schermen bij de ontmaskering van deze verdachten en hun confrontatie met presentator Chris Hansen. Politiewerk kwam, zo is al snel duidelijk, in dienst te staan van het maken van spraakmakende televisie.

‘Ik wil niet dat dit de rest van mijn leven ruïneert’, zegt een man bijvoorbeeld, die na zijn ontmaskering om therapie vraagt. Deze opnames hebben de montage niet overleefd, want dat was niet het doel van To Catch A Predator. Het programma wilde hem vooral portretteren als een beest, dat het best uit zijn lijden kon worden verlost. Hansens vaste gespreksopener ‘help me understand’ moest dus niet worden verstaan als een poging om de ander te begrijpen, maar als de start van een volkstribunaal. Tot het fout ging…

Daarmee eindigt de eerste akte van Osits film. In het vervolg sluit hij aan bij een verborgen camera-actie van een erfgenaam van Chris Hansen, een YouTuber die zich Skeet Hansen noemt. Dan maakt de documentairemaker zelf ook vuile handen, een bewuste keuze die nog eens wordt bestendigd met een scène waarin zijn eigen producer Jamie Gonçalves de verdachte een ‘quit claim’ probeert te laten ondertekenen, zodat hij ook in Predators herkenbaar in beeld mag. Skeet stelt die vraag helemaal niet.

In het laatste deel van deze documentaire haalt David Osit tenslotte Chris Hansen zelf voor de camera. Op z’n eigen YouTube-kanaal borduurt die nog altijd voort op zijn succesformule, met alle morele dilemma’s van dien. Osit wil die natuurlijk aankaarten, maar maakt er geen gemakkelijk volkstribunaal van – ook omdat hij als maker van true crime-achtige producties zelf evenmin brandschoon is. Bovendien heeft hij zo z’n eigen reden om juist Hansens programma te onderzoeken. En die geeft deze film extra lading.

Predators is intussen tot tweemaal toe volledig van karakter veranderd en voelt toch als een coherente vertelling, die steeds dieper in de thematiek verdwijnt en die tenslotte op een even logische als dramatische manier wordt afgewikkeld. Zonder gemakkelijke conclusies. Met oog voor zowel de slachtoffers als hun belagers. Een genuanceerde film die prikkelt, wroet en raakt. Één van de beste documentaires, kortom, van het jaar.

De Deal Met Iran

VRT

‘Wat zijn we goedgelovig’, zegt Nasimeh Naami tegen haar vriend Amir Saadouni, die in de cel naast haar zit. ‘Waarom heb ik niet in die tas gekeken?’

De Belgische politie heeft het gesprek tussen de twee geliefden uit Wilrijk, die aan het begin van deze eeuw van Iran naar Europa zijn gevlucht, stiekem afgeluisterd. Zij worden ervan verdacht dat ze in juni 2018 hebben geprobeerd om in Parijs een bomaanslag te plegen bij een bijeenkomst van de Iraanse Volksmoedjahedien (MEK), de oppositie in ballingschap. Zijn zij daadwerkelijk om de tuin geleid, zoals hun gesprek lijkt te suggereren? Of proberen de twee achteraf hun eigen straatje schoon te vegen?

In De Deal Met Iran (46 min.), een driedelige documentaireserie van Maarten en Lennart Stuyck, staat in eerste instantie de enerverende klopjacht op deze ‘sleeper cell’ van het Iraanse regime centraal. Gaandeweg wordt duidelijk dat Nasimeh en Amir onderdeel zijn van een groter netwerk. De Belgische politie arresteert vervolgens ook hun opdrachtgever, de Iraanse diplomaat Assadollah Assadi. En die zal in 2023 onderdeel worden van een zéér omstreden ‘overbrengingsverdrag’ met de schurkenstaat Iran.

Want sinds februari 2022 wordt daar de Belgische humanitair hulpverlener Olivier Vandecasteele vastgehouden in de beruchte Evin-gevangenis. Hij is veroordeeld tot veertig jaar gevangenisstraf, 74 zweepslagen en één miljoen dollar boete. Zijn familie en vrienden in België zetten alles op alles om hem weer thuis te krijgen, het thema van de slotaflevering van deze spannende miniserie, waarin de Belgische premier De Croo en minister van Buitenlandse Zaken Lahbib het diplomatieke steekspel toelichten.

Stuyck en Stuyck ontleden de hele affaire vanuit Belgisch perspectief, maar kijken ook naar hoe het huidige regime aan de macht is gekomen en hoe dit nu al ruim veertig jaar met ijzeren hand regeert. Duidelijk is ook dat Iraanse veiligheidsdiensten zich niet laten beperken door de landsgrenzen. Ze slaan hun tentakels rustig uit naar het buitenland, om daar onwelgevallige stemmen te laten verstommen. Tegelijkertijd proberen tegenstanders op alle mogelijke manieren aandacht te vragen voor zulke misstanden.

Olivier Vandecasteele participeert zelf overigens niet in deze geopolitieke thriller. De honneurs worden waargenomen door Washington Post-journalist Jason Rezaian en enkele dissidenten die de Iraanse gevangenis van binnen hebben leren kennen. Zij schetsen een huiveringwekkend beeld van een land waar elke vorm van kritiek op de staat met wortel en tak wordt uitgeroeid. Een land ook dat internationaal de confrontatie durft te zoeken – en de tegenpartij dan voor allerlei lastige ethische keuzes zet.

Kampen Om Pusher Street

HBO Max

Van de idealen waarmee de hippievrijstaat Christiania in de jaren zestig werd uitgeroepen in de Deense hoofdstad Kopenhagen, lijkt ruim een halve eeuw later weinig meer over. Criminele bendes bevechten elkaar op leven en dood, op een plek waar bloemenkinderen ooit droomden over vrede op aarde. Met als absoluut dieptepunt de moordaanslag van de Loyal To Familia-bende op een dertigjarige Hells Angels-prospect in augustus 2023, overdag en midden op straat, waarbij ook vier onschuldige omstanders worden geraakt.

De zesdelige serie Kampen Om Pusher Street (internationale titel: Gang War: Pusher Street, 256 min.) reconstrueert met dealers, agenten, deskundigen en gewone ‘Christianieten’ hoe ‘t zover heeft kunnen komen. De ellende begint in elk geval in de jaren zeventig met wiethandel in en om de coffeeshop Woodstock en de Community Kitchen. De hippiewijk ontwikkelt zich dan tot ‘de sociale vuilnisbelt van Denemarken’. Een wetteloze buurt met junks en dealers, die door de Deense politie zelfs actief naar Christiania zouden worden gestuurd.

En dan melden zich in de jaren tachtig ook nog motorbendes zoals Bullshit, Black Sheep en de Hells Angels, die de heerschappij in de internationale wiethandel, waarin Nederland dan overigens een absolute voortrekkersrol speelt, naar zich toe willen trekken. Om de ellende te beteugelen stellen bewoners in het hart van Christiana een soort vrijhandelszone in: Pusher Street. Daar zal ’t echter tot keiharde confrontaties tussen de politie en Christianieten komen, die doen denken aan de heftige Nederlandse krakersrellen in min of meer diezelfde tijd.

Als in 1993 de zogeheten ‘kerstvrede’ wordt getekend, lijkt de rust zowaar weder te keren op Pusher Street. De wiethandel begint meteen ouderwets te floreren. En dat valt ook de bikers op. Die willen een deel van de buit, goedschiks dan wel kwaadschiks. Voor de nieuwe rechtse regering van Denemarken is de maat in 2003 vol: politiecommandant Bjarne Christensen, bijgenaamd De Straatgeneraal, Bjarne Beenklem én Shit Bjarne, krijgt de opdracht om deze losgeslagen Deense variant op Ruigoord eens een toontje lager te laten zingen.

Regisseur Søren Rasmussen brengt al deze verwikkelingen met een karrenvracht aan archiefmateriaal in beeld en illustreert de sleutelmomenten in de tumultueuze Christiania-historie bovendien met poppetjes op een maquette van de wijk. Zo krijgt hij de atmosfeer in de anarchistische vrijstaat en de bijbehorende tijdgeest uitstekend te pakken – al beginnen de schermutselingen tussen de politie, bewoners en (straat)bendes al snel als een eindeloze herhaling van zetten te voelen. Dat tekent tegelijk ook het gebed zonder end dat die strijd is geworden.

De Kampen Om Pusher Street haalt het slechtste in de mens boven – van puberale provocatie en keiharde criminaliteit tot verbeten zero tolerance en een oog-om-oog-tand-om-tand mentaliteit – en ondermijnt het idee waarmee Christiania ooit is gesticht volledig. Totdat de vraag op tafel komt hoeveel toekomst deze vrijstaat, Pusher Street in het bijzonder, nog heeft.

App Me Als Je Thuis Bent

KRO-NCRV / NPO Start

Hun namen zijn synoniemen geworden voor ieders nachtmerrie: Marianne Vaatstra, Anne Faber en Lisa uit Abcoude. Één enkele ontmoeting met een onbekende man werd hen fataal. In de driedelige serie App Me Als Je Thuis Bent (105 min.) van Elly de Bont vertellen enkele andere jonge vrouwen over hún ervaringen met zo’n man die de nacht van hen en andere vrouwen afpakt.

De engste versie van seksueel geweld, kortom. Niet door een familielid, niet door een (ex-)partner en niet door een bekende – de meest voorkomende vormen – maar door een volstrekt onbekende man. Een seksueel roofdier, dat vanuit het niets toeslaat en dat dan naar hun keel grijpt, dreigt met een mes en doet wat ie niet laten wil. ‘Gaat het verder zo?’ vroeg de man die Sonja in 2003, op 8 september om precies te zijn, net had verkracht. ‘Rennen, jij!’ kreeg Jolanda op haar beurt te horen van de ‘jogger’ die zich in Nijmegen aan haar vergreep, herinnert ze zich in de eerste aflevering van deze miniserie. Hij zou zeker nog tien andere slachtoffers maken.

Zij vroeg zich later af of ze zijn smerige spel niet te veel had meegespeeld. ‘Had je jezelf niet iets minder weg kunnen geven en dan alsnog kunnen overleven?’ vertelt ze in het tweede deel, dat dealt met de gevoelens die zo’n traumatische ervaring oproept en de ‘victim blaming’ die dan ook onvermijdelijk lijkt. Hadden de Leidse studenten Willemijn en Frederique bijvoorbeeld wel zo laat alleen de straat op moeten gaan? En was het wel verstandig om zoveel te drinken? Willemijn probeerde zelf nog een tijd te ontkennen wat er was gebeurd en gedroeg zich volgens eigen zeggen een beetje ‘jongensgek’. Totdat ze toch echt onder ogen moest zien wat haar was misdaan.

Het seksuele geweld tegen deze jonge vrouwen zorgde tevens voor een algeheel gevoel van onveiligheid in de steden Nijmegen en Leiden. Dat gold al helemaal voor Utrecht, waar eind jaren negentig jarenlang een serieverkrachter actief was. Één van zijn slachtoffers, de geanonimiseerde Noa, vertelt hoe ze van de politie, die zijn sporen wilde vastleggen, in eerste instantie niet mocht douchen. Thuis kon ze zich eindelijk ontdoen van hem. ‘Het is de langste en heetste douche die ik in m’n leven ooit heb gehad.’ Schoon voelde Noa zich echter niet. En dat gevoel bleef, niet in het minst omdat die kerel heel lang uit de handen van de politie wist te blijven.

Jolanda loopt nog altijd met vragen rond. De man die haar overweldigde is nooit gepakt. Zou ‘t dan toch de Utrechtse serieverkrachter zijn? vraagt ze zich af in de slotaflevering van App Me Als Je Thuis Bent, waarin de lange termijn-gevolgen van zo’n traumatische ervaring worden onderzocht. Dan komen ook twee vriendinnen van Anne Faber, die in 2017 werd vermoord door een man die destijds al onder behandeling was van een psychiatrische instelling, aan het woord. Ze zochten destijds mee naar Anne, die bijna twee weken spoorloos was. ‘Je hoopt dat ze nog ergens wordt vastgehouden.’ Meer dan haar jas zou er in eerste instantie echter niet worden gevonden.

Hun herinneringen tarten nog altijd elke verbeelding. De Bont omkleedt alle ervaringsverhalen met stemmige reconstructies en getuigenissen van enkele politiemensen en een officier van justitie, casemanager van Slachtofferhulp en cold case-rechercheur die bij de zaken betrokken waren. Samen geven zij in deze miniserie een indringend inkijkje bij hoe ’t is om de willekeurige prooi te worden en zijn (geweest) van een seksueel roofdier.

Amsterdam Narcos

SkyShowtime

Het kon natuurlijk niet uitblijven. Na Liverpool, Ibiza en Dublin Narcos is er nu ook Amsterdam Narcos (142 min.) een driedelige serie van Tash Gaunt over hoe de hoofdstedelijke penoze, mede mogelijk gemaakt door het Nederlandse gedoogbeleid, in de jaren tachtig en negentig is uitgegroeid tot een toonaangevende speler in internationale onderwereld.

En die escalatie begint met – natuurlijk, met wie anders? – Klaas Bruinsma. ‘The Godfather of the killing fields of Amsterdam’, aldus Steve Brown, de controversiële eigenaar van de coffeeshop The Happy Family. Bruinsma, afkomstig uit een gegoed milieu, heeft zo op het eerste oog niets van een klassieke gangster. Hij opereert echter als een keiharde crimineel en verwerft al gauw z’n eigen bijnaam: De Dominee, tevens de titel van de verfilmde biografie van misdaadjournalist Bart Middelburg.

Bruinsma vormt een team met Thea Moear, de eerste vrouw in de hashhandel. De ouders van ‘The Godmother’ waren al drugssmokkelaars, vertelt ze, in het Engels, in deze vet aangezette internationale productie. Pa Moear bracht ‘t mee vanuit Indonesië. En haar voormalige echtgenoot Hugo Ferrol levert vervolgens het ‘inciting incident’ voor een heuse drugsoorlog. Nadat Ferrol de Godfather en -mother flink tegen de haren heeft gestreken, geeft Bruinsma namelijk twee bodyguards de opdracht om hem om te leggen.

Deze liquidatie wordt echter nooit uitgevoerd. Met ketchup zetten zij een executie in scène, vanuit het idee dat Ferrol dan met de noorderzon vertrekt. Bruinsma krijgt alleen al snel in de smiezen dat hij is opgelicht en laat zijn voormalige bodyguards rücksichtslos afmaken. ‘Dat wij ‘t gedaan hebben, daar is nooit wat van bewezen’, houdt Moear, in het Nederlands, staande. ‘Wat ze ook hebben gedacht. Klaar!’ Gaunt probeert ‘t toch nog even: ‘It’s a mystery.’ ‘Yes’, reageert Moear, ook in het Engels. ‘And it will stay a mystery.’

De voormalige Godmother, die zich terugtrekt als de Amsterdamse drugsoorlog verder ontspoort, speelt haar rol van grande dame van de Nederlandse onderwereld nog altijd met verve in deze miniserie. ‘If it is necessary’, zegt ze over het buitensporige geweld van haar organisatie. ‘It is necesarry.’ In dezelfde periode introduceren sannyasins van de Bhagwan-beweging ecstacy in Nederland, het thema van de tweede aflevering van deze miniserie, die met fraai archiefmateriaal en slicke reconstructies is aangekleed.

En als er geld valt te verdienen, mengen vrijbuiters zoals de voormalige kraker Ilja Reiman van de Multigroove-feesten en het stel Johan en Brenda Toet, de zelfverklaarde Nederlandse Bonnie & Clyde, zich ook al snel in de ecstacyhandel. Samen met medestanders, Britse beroepscriminelen, journalisten en politiemensen krijgen zij alle gelegenheid om herinneringen op te halen aan de periode waarin de wereld aan hun voeten lijkt te liggen, voordat ze natuurlijk toch tegen de lamp lopen – en God vinden.

De slotaflevering belicht de Delta-Groep, een internationaal opererende cocaïnebende, die met het Interregionaal Recherche Team van doen krijgt. Dit IRT begint op grote schaal drugs door te laten, in de hoop zo de verantwoordelijken in te kunnen rekenen. Delta-groep-lid Daniel Belinfante (eerder te zien in de miniserie De IRT Affaire), de aan coke verslaafde uitsmijter Wilfred K. en politieman Johan van Kastel die werd neergezet als de ‘kwaaie pier’ van het IRT, kaderen deze spraakmakende zaak in.

Met terugwerkende kracht worden zo de begindagen van Nederland als drugsnatie opgeroepen. Een misdaadgeschiedenis waarop nog altijd wordt voortgeborduurd – en dat vervolg zal ongetwijfeld z’n weg vinden naar nog veel meer documentaire(serie)s.

Mob War: Philadelphia Vs. The Mafia

Netflix

Ooit huldigde de nieuwe maffiabaas van Philadelphia, de Siciliaan John Stanfa, een eenvoudig parool: scoor geld, geen krantenkoppen. Toen hij en zijn getrouwen begin jaren negentig verzeild raakten in een strijd om de macht met de ‘young guns’ van Joey Merlino, ging echter elke vorm van rede overboord. De twee rivaliserende groepen begonnen te moorden. Op de ene brute afrekening volgde de andere. En op de andere weer…

‘Het lijkt wel The Godfather’, zegt maffioso Johnny Alite, die zelf overigens wel één van The Sopranos lijkt, als hij terugkijkt in Mob War: Philadelphia Vs. The Mafia (137 min.), een driedelige serie van regisseur Raissa Botterman en het team dat eerder vergelijkbare documentaireproducties zoals Fear City: New York Vs. The Mafia (2020) en Get Gotti (2023) afleverde. Gelikte georganiseerde misdaadseries die hun eigen rol spelen in de nog altijd voortdurende mythologisering van de maffia.

De mobsters die de bendeoorlog hebben overleefd kijken daar duidelijk met een zekere trots en zonder al te veel wroeging op terug. En ook de politieagenten, die met hen een duchtig partijtje Cops & Robbers speelden, halen graag herinneringen op aan de tijd dat ze de georganiseerde misdaad op de hielen zaten. Via afluisterapparatuur konden ze destijds bijvoorbeeld live horen hoe de mobsters in klare taal moordplannen smeedden, die daarna ook ten uitvoer werden gebracht.

Op die geluidsopnames wordt zelfs gesproken over ‘La Cosa Nostra’, terwijl de leden daarvan doorgaans bij hoog en bij laag bleven beweren dat deze illustere criminele organisatie helemaal niet bestond. Zo leverden de boeven zelf het bewijsmateriaal, waarmee ze later moesten worden veroordeeld. In die strijd kwamen in Philadelphia, de stad van ‘Brotherly Love’ ook de broers Ciancaglini tegenover elkaar te staan. De één streed voor Stanfa, de ander doodde voor Merlino.

Zulke wreedheden worden nu opgeroepen met sterke verhalen, straffe oneliners en volvette, zelfvoldane lachjes. Want niets brengt deze mannen van de wereld van hun stuk. Merlino zelf had naar verluidt een prijs op zijn hoofd staan: een half miljoen. ‘Voor een half miljoen dollar vermoord ik mezelf’, reageerde hij gevat tegenover een verslaggever. De gewetenloze killer John Veasey had ook geen scrupules. Toen ze hem polsten om Merlino uit de weg te ruimen, zei hij alleen: ‘Get me the gun.’

Intussen klinken hun verhalen ruim dertig jaar later maar al te vertrouwd. Afrekeningen in woonwijken? Moordmakelaars en huursoldaten? Of gerichte acties tegen familieleden van een kroongetuige? Ook Nederland kan er inmiddels over meepraten. En dan gaat de bravoure, waarmee patserige mobsters tamelijk onbekommerd herinneringen aan de maffiaoorlog in Philly opdissen, toch wat wringen.