Ik Rouw Van Jou

BNNVARA

Heb je haar weer met d’r dooie moeder, dacht ze soms over zichzelf. Het is inmiddels al vijf jaar geleden. En toch voelt het als de dag van gisteren. Eerst belandt Spuiten & Slikken-presentatrice Nellie Benner in Ik Rouw Van Jou (48 min.), de documentaire die ze samen met Leon Veenendaal maakte, bij een rouwtherapeut, bij wie ze een luisterend oor vindt. Daarna gaat de Nederlandse twintiger in gesprek met haar vader Gerrit-Jan. Zij vond zijn verdriet om het overlijden van haar moeder destijds bijna ondraaglijk, hij durfde intussen niet te vragen hoe het met haar ging.

Vader weet inmiddels wel beter: ‘Verdriet kun je niet ontvluchten.’ En zijn dochter besluit de daad bij het woord te voegen en het verdriet inderdaad op te gaan zoeken. Eerst bij andere jongeren, die eveneens een ouder verloren. Stuk voor stuk vonden ze een uitlaatklep voor hun rouw: schrijven, schilderen of dansen. En ook voetballen, fotograferen of zelfs kickboksen. Imad Hadar vertelt bijvoorbeeld dat hij een andere vechter is geworden door het overlijden van zijn moeder. Hij heeft er een ‘zachter hart’ van gekregen.

Daarnaast richt Nellie ook nadrukkelijk de blik naar binnen. Ze zoekt bijvoorbeeld haar toevlucht tot physical coach Markus Schnizer – ‘geen therapeut, psycholoog of healer’ – met wie ze door het verdriet heen wil gaan en brengt een bezoek aan een voormalige buurvrouw, die al meermaals contact zou hebben gehad met Benners overleden moeder. Het openen van een briefje met een persoonlijke boodschap van gene zijde resulteert vervolgens in een ietwat ongemakkelijke emotionele scène.

Op zulke momenten dreigt deze persoonlijke zoektocht, doorsneden met fraaie gestileerde sequenties en intieme gedachtestromen van de maakster over rouw en verlies, even naar de verkeerde kant over te hellen, naar nét iets te nadrukkelijk gezocht drama. In het algemeen houdt Nellie Benner in deze aansprekende film evenwel prima koers bij het bewandelen van het pad van rouw naar acceptatie en het opzoeken daarbij van haar eigen en andermans emotie.

Bruce

KRO-NCRV

Met een zonnebril op en een bloemetje in de hand loopt hij in de openingsscène over een begraafplaats: een man met een verleden. Beter: een jongen met een verleden. Nog geen dertig en toch al een heel leven achter de rug. Dat begon al direct verkeerd: de ouders van Bruce (48 min.) hadden meer oog voor drugs dan voor hem. Op zijn zesde werd hij naar een internaat gestuurd. Daar ging het van kwaad tot erger. Op een gegeven moment deed de jongen zelfs dienst als leverancier voor zijn ouders.

En toen besloot hij ook nog om een overval te ‘zetten’. Daarbij kwam een man om het leven. Bruce’s vader gaf hem hoogstpersoonlijk aan. ‘Als hij niks had gezegd, was er niks gebeurd, man’, zegt zijn zoon, nog altijd verontwaardigd. ‘Al zou de politie me pakken, ik heb geen DNA daar achtergelaten. Geen vingerafdrukken, niks. Geen getuiges, snap je? Niemand heeft mij gezien. Ik heb acht jaar gehad voor die grap.’

Al te veel zelfreflectie spreekt er niet uit die reactie. Bruce, ruim een jaar uit de gevangenis, heeft moeite om los te komen van wie hij was. Hij wordt daarbij ondersteund door zijn coach Lamyn Belgaroui, die zich als een oudere broer over de ontheemde jongen heeft ontfermd. Ze gaan samen – natuurlijk, zou je bijna zeggen – kickboksen en rappen. En praten over het leven. Gesprekken die zijn gelardeerd met straattermen als parra (gek), osso (huis) en djonko (wiet) en die moeten leiden tot zelfinzicht.

‘Als je de basis niet hebt, geen fundering, kun je niet bouwen, man’, zegt Bruce. ‘Ik denk dat ik daar ook van flip gewoon. Dat ik die basis niet heb, snap je?’ Hij is tevens boos op allerlei instanties, dat ze niks voor hem geregeld krijgen. Lamyn vindt dat Bruce zich beter kan richten op wat hij wél in de hand heeft: ‘Wat kan ik doen om mijn doelen te bereiken? Steek daar energie in, in plaats van dat je energie steekt in shit die allemaal nog niet is geregeld, weet je wel. En van daaruit ga je groeien.’

Dat proces, met horten en stoten, twee stappen vooruit en dan weer één terug, wordt door regisseur Daniel Krikke met compassie gadegeslagen. Het kutventje, dat ‘weinig liefde’ heeft gehad en eigenlijk ‘behandelmoe’ is, probeert zijn (jeugd)zonden weg te wassen. Het is een ontwikkeling die gaandeweg van zijn gezicht is af te lezen. Dat trekt langzaam maar zeker open. De man die hij zou kunnen worden begint erdoorheen te schijnen. En dat is mooi om te zien.

Famke Next

Videoland

Met haar desastreuze optreden bij de talkshow Jinek, waarin ze onbeholpen de anti-Corona actie #ikdoenietmeermee probeerde te verdedigen, gaf de Nederlandse zangeres en YouTube-ster Famke Louise half Nederland, waaronder haar vaste haters, de kans om ongegeneerd de strontkar over haar uit te rijden. Kort daarna volgde een openbare boetedoening. Een maand later is er alweer de driedelige docuserie Famke Next (95 min.), het vervolg op Famke Louise, De Documentaire uit 2018. Het is de vraag of die gunstig uitpakt voor ‘the babe you love to hate’ – hoewel ze oprecht haar best doet om zich daarin te presenteren als een heel gewoon meisje van begin twintig: Famke Meijer.

Een meisje met allerlei problemen, dat wel: met haar moeder Marja, met haar nicht/huisgenoot Yvonne en met zo ongeveer haar complete professionele entourage, waaronder de rappers Bizzey en Ali B. Documentairemaakster June te Spenke stond er in het afgelopen jaar bovenop en legde alle twijfels, frustraties en ruzies van akelig dichtbij vast met haar camera. ‘Soms voel ik mezelf niet mezelf’, verzucht Famke op een gegeven moment. Of: ‘Zelfs mijn eigen moeder onderschat mij.’ En, tijdens een ruzie met diezelfde ouder: ‘Ik heb hier ook gewoon geen zin in, als-je-blieft, en ik wil ook niet dat dit in de docu komt.’

Het fragment zit natuurlijk wél in Famke Next, een even exhibitionistische als onevenwichtige miniserie. Want niets lijkt daarvoor te privé of ongemakkelijk. De geregistreerde gebeurtenissen roepen regelmatig de vraag op of er nu echt niemand in Famkes directe omgeving is die zegt: zet dat ding eens uit. Of beter: leg hem gewoon weg. Als ze op bezoek gaat bij de oud-buurman van haar vader, acteur Hugo Metsers, om meer zicht te krijgen op de ware toedracht van diens (zelfverkozen?) dood, wordt bijvoorbeeld ook dat heel kwetsbare moment rücksichtslos opgetekend. Inclusief het verdriet en de verwarring naderhand.

Uiteindelijk lijkt alles, ook voor de hoofdpersoon zelf, gewoon materiaal. Of het nu ruw, intiem of pijnlijk is. Het echte leven zogezegd, of op zijn minst de (social) media-versie daarvan. Een ontzettend schrijnende selfie. Associatief gemonteerd en verbonden met gestileerde sequenties van het ongenaakbare jeugdidool Famke Louise. En daarachter schuilt dus een gewoon – en gewond – meisje dat wil communiceren wat haar echt, écht, beweegt. Waarbij zo langzamerhand toch ook de vraag op tafel komt of ze, om Britney Spears-achtige taferelen te voorkomen, in bescherming moet worden genomen tegen zichzelf.

Maar wie heeft daar belang bij in tijden van Corona, als de entertainmentsector alle zeilen bij moet zetten om te overleven? Zou Famkes debuutalbum Next, een jaar geleden al aangekondigd, nu misschien dan toch echt in aantocht zijn? Jawel hoor. Het lijken perverse prikkels voor nóg meer openbaar uitgevent drama – en, wie weet, serieuze brokken.

When You Hear The Divine Call

VPRO

‘De mens lijkt op de aarde’, zegt een nette Nederlandse vrouwenstem in de openingsscène bij beelden van het Afrikaanse platteland. ‘En keert uiteindelijk ook terug naar diezelfde aarde.’ De titel van de film verschijnt in beeld: When You Hear The Divine Call (20 min.). Donkere mannen trommelen bij een vuur. ‘We komen via hetzelfde proces op deze wereld’, constateert een Afrikaanse stem. Bliksem. Hij vervolgt: ‘Ik hoop dat je de goddelijke roeping hoort. Alle creaties in dit universum zijn gelijk voor de schepper.’

Één van die schepselen zit in het volgende shot, gewoon in Nederland overigens, met een tutje in zijn mond in een stoeltje. Het is Genson, het pasgeboren neefje van documentairemaker Festus Toll. Hij luistert naar een wiegenliedje. <Rewind> Naar beelden van Tolls oom Mike, die in 1993 aan het strand in Kenia een blowtje rookt. Hij vertrok op zijn 22e naar Europa en besloot onlangs terug te keren naar Afrika. Neef Festus reist hem nu achterna, op zoek naar wat hen als drie verschillende generaties Afrikaanse Europeanen bindt en bepaalt.

Fundamentele vragen over identiteit spelen daarbij op: wie ben ik? Waar kom ik vandaan? En (hoe) bepaalt dit waar ik naartoe ga? Dat klinkt concreter dan het in When You Hear The Divine Call wordt. Deze korte documentaire, thematisch een logisch vervolg op Tolls debuutfilm We Will Maintain, weigert ten enen male om een lineair opgebouwde zoektocht naar zoiets elementairs als ‘thuis’ te worden, maar overkomt de nietsvermoedende kijker eerder als een desoriënterende koortsdroom. Waarbij de filmmaker zijn publiek slechts beperkt houvast geeft en zelf de mogelijke antwoorden laat construeren.

I Am Greta

Piece Of Magic

Ze is zonder enige twijfel één van de opmerkelijkste opinieleiders van onze tijd: de Zweedse tiener Greta Thunberg. Als vijftienjarige veegde ze al ongegeneerd wereldleiders de mantel uit vanwege hun totale onvermogen om de klimaatverandering tot staan te brengen. Het voormalige probleemkind, dat is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis en dat enkele jaren in een diepe depressie zat, ontwikkelde zich zo tot een toonaangevende klimaatactivist.

In I Am Greta (98 min.) volgt documentairemaker Nathan Grossman Thunberg vanaf het moment dat ze in 2018 in schoolstaking gaat en op vrijdagen als eenzame demonstrant bij het Zweedse parlement begint te posten. Het duurt niet lang of ze wordt gespot door de media. En daarna volgen al snel uitnodigingen voor allerlei bijeenkomsten, ontmoetingen en congressen met politici, diplomaten en activisten, die maar al te graag goede sier maken met de messcherpe en welbespraakte Greta en de kijker zo menigmaal een gevoel van plaatsvervangende schaamte bezorgen.

Grossman richt zich ook op de werkelijkheid achter Het Klimaattheater: een tienermeisje met een fikse gebruiksaanwijzing, dat met haar vader Svante de wereld rondreist en gedurig worstelt met de aandacht die haar ten deel valt, haar eetpatroon en de bikkelharde, soms bijna kwaadaardige kritiek van alles en iedereen die niet op haar boodschap zit te wachten. Ze wordt zelfs het doelwit van dreigementen. En dan komt er een uitnodiging vanuit de Verenigde Naties in New York, de start van een hachelijke onderneming. Want omdat Greta weigert om te vliegen, moet ze per zeilboot de Atlantische Oceaan oversteken. Een tocht van maar liefst twee weken volgt, die veel van haar en haar vader zal vragen.

Onderweg, als de boot een speelbal van de golven is geworden, heeft de jeugdige milieuactivist het soms zwaar te halen. ‘Ik wil dit helemaal niet doen’, bekent ze huilend in de apotheose van deze krachtige documentaire, die uiteindelijk meer wordt dan een rondgang langs ’s werelds praatpaleizen. ‘Het is te veel voor me.’ De verantwoordelijkheid drukt even te zwaar op haar. Maar eenmaal in New York, waar ze wordt opgewacht door een enthousiaste mensenmenigte, pakt Greta de handschoen toch weer op en houdt een ziedende speech zoals alleen zij dat kan.

‘Dit is helemaal verkeerd’, houdt ze de braaf knikkende wereldleiders voor op de klimaattop van september 2019. ‘Ik zou hier niet moeten staan. Ik zou gewoon op school moeten zitten, aan de andere kant van de oceaan. En toch kijken jullie voor hoop naar ons, jonge mensen. Hoe durven jullie?’ Haar boodschap, uitgesproken terwijl de meeslepende soundtrack weer aanzwelt, kan worden opgevat als een onvervalste call to action voor een nieuwe generatie die de wereld wél op waarde weet te schatten: ‘Er komt verandering. Of jullie dat nu willen of niet.’

De Boontjes

Copper View

Het is een personage dat we al uit talloze films en documentaires kennen: de oude rot, ooit zelf op het slechte pad, die zich nu bekommert om verweesde jongeren die ook de verkeerde afslag dreigen te nemen. Met een aai over de bol, grofgebekte reprimandes en oprechte betrokkenheid probeert hij ze de juiste kant op te sturen en te behoeden voor de fouten die hij zelf ooit maakte. Lukt dat niet goedschiks, dan moet het maar kwaadschiks.

We kennen het type van verschillende situaties: de boksschool, het jongerenwerk en de verslavingskliniek. En nu ook van de Rotterdamse koffiezaak Heilige Boontjes. Daar zwaait Rodney van den Hengel de scepter: doorleefde kop, gemillimeterd haar en ringen in beide oren. Een man die weet wat er te koop is in de wereld. Een man ook met zijn eigen verhaal. ‘Ik denk niet dat mijn vader me ooit heeft gevraagd: jongen, hoe voel je je?’ vertelt hij bijvoorbeeld, zonder ook maar een ogenblik sentimenteel te worden.

In De Boontjes (25 min.) richt documentairemaker Anne van Helvoort zich op Rodneys omgang met de 23-jarige Mitchel, die bij de koffiezaak een frisse start probeert te maken. Terwijl we zien hoe deze ‘goeie jongen’ zich moet zien te handhaven in dat nieuwe (werk)leven, vertelt zijn begeleider over zijn eigen achtergrond. De implicatie is duidelijk: Mitchel is een soort jongere versie van Rodney. Goeie jongens in wezen, maar nogal lomp op de wereld gesmeten. Zonder al te veel bagage. Bij een kruispunt namen ze daarna al snel de verkeerde afslag.

Deze korte documentaire brengt hun levens mooi samen. De meester en zijn gezel. Waarbij het de vraag is of Mitchel uiteindelijk voor Heilige Boontjes kiest, of toch voor de straat. Dat zorgt voor zowel frictie als verbroedering. ‘Doe rustig aan, neem je tijd en eet ook wat’, zegt Rodney bijvoorbeeld vaderlijk als zijn pupil zich niet lekker voelt. Om er meteen aan toe te voegen: ‘Je stinkt uit je muil als een rotte kip, geloof me.’ In zulke directe interactie tussen man en jongen, soms ook gewoon in de vorm van een enkele blik of ‘bear hug’, zit de kracht van dit dubbelportret, dat verder netjes binnen de lijntjes van het genre kleurt.

Drama Girl

Halal

In haar fictieve ouderlijk huis ontmoet de jonge danseres Leyla de Muynck de acteurs, Elsie de Brauw en Pierre Bokma, die zo meteen haar ouders moeten vertolken. De kennismaking is wat onwennig. Ze gaan dadelijk samen sleutelscènes uit haar leven naspelen. En geen van drieën weten ze wat dat gaat brengen.

De hele exercitie begon als een idee van regisseur Vincent Boy Kars, een Nederlandse filmmaker met een geheel eigen signatuur. Hij voerde urenlange gesprekken met Leyla (en zag in haar verhaal parallellen met zijn eigen leven), verwerkte die informatie in een script en vroeg haar vervolgens om de hoofdrol te spelen in de verfilming daarvan.

En Drama Girl (95 min.) is dan weer de documentaire die verslag doet van dat proces. Dat klinkt een stuk ingewikkelder dan het is. Kars laat De Muynck acteren in scènes die hij uit haar leven heeft geplukt en bekijkt wat er vervolgens gebeurt: lukt het haar om de toenmalige ervaring op te roepen? Wat brengt die haar? En in hoeverre heeft dat dan weer effect op de acteurs met wie ze werkt?

In zekere zin is de film, die zich op het snijvlak van fictie en non-fictie begeeft en de grenzen van beide genres aftast, een logisch vervolg op de vorige productie van Vincent Boy Kars. In Independent Boy nam hij voor een maand het leven van een goede vriend over en registreerde wat er toen gebeurde.

Ook nu stuurt de jonge regisseur als een soort filmend opperwezen de gebeurtenissen in het (nagespeelde) leven van zijn hoofdpersoon. Voor en na de opnames gaan Kars en De Muynck daar dan weer over in gesprek met elkaar en komen wezenlijke vragen uit de leef- en denkwereld van hedendaagse adolescenten, millennials, aan de orde.

Het gestileerde Drama Girl, aangekleed met fraaie danssequenties en synthesizermuziek, krijgt daardoor soms bijna de vorm van een therapiesessie, waarbij herbeleving voor een nieuw begrip van een gebeurtenis kan zorgen, maar ook navelstaarderij en psychologie van de koude grond op de loer liggen.

Een zeer eigenzinnige film dus, waarvan je gaat houden. Of niet.

Boys State

Apple TV

Zet duizend zeventienjarige jongens een week bij elkaar in hun eigen Boys State (109 min.), verdeel ze volstrekt willekeurig over twee politieke partijen en verzin vervolgens een aantal functies waarvoor ze zich verkiesbaar kunnen stellen. Binnen de kortste keren zijn ze verwikkeld in een soort carbonkopie van de hedendaagse Amerikaanse politiek, waarin iedereen een rol krijgt toebedeeld: lijsttrekker, partijbons, spin doctor, persmuskiet of gewoon klapvee.

Sinds 1935 nodigt de American Legion, een veteranenorganisatie die burgerschap wil bevorderen, jaarlijks een groep geselecteerde jongeren uit om hen een stoomcursus democratie te geven. De documentairemakers Jesse Moss en Amanda McBaine sloten aan bij de editie van 2018 in Texas en volgden enkele jongens die in de voetsporen traden van vroegere Boys Nation-deelnemers als Bill Clinton, Samuel Alito, Dick Cheney, Cory Booker en Rush Limbaugh.

Of ze zo echt leren wat democratie inhoudt? Mwah, tot een diepgaande uitwisseling van ideeën en besluitvorming daarover komt het nauwelijks. Ook in deze onstuimige laboratoriumsetting draait het vooral om politiek met kleine p. Kandidaten presenteren geen coherente set ideeën, maar zijn vooral bezig met iedereen naar de mond praten, bedelen om steun en uiteindelijk de prijs binnenhalen: een politieke functie die er écht alleen voor de eer is.

Tussendoor wordt er heel wat gewheeld en gedeald, ontstaan er ongemakkelijke coalities en wordt de tegenpartij ongegeneerd zwartgemaakt. ‘Het is nu eenmaal politiek’, zegt Ben Feinstein, de partijvoorzitter van The Federalists die zich zonder scrupules bedient van slinkse trucs. ‘Je speelt om te winnen.’ Zijn tegenpool, René Otero van The Nationalists, vindt Feinstein een fantastische politicus. ‘Maar het lijkt me geen compliment om een fantastische politicus te worden genoemd.’

Wat natuurlijk eveneens een slimme manier is om de opponent te framen, als een doortrapte machtspoliticus van nog geen achttien. Ook Otero weet immers hoe het werkt als je iets wilt bereiken in die veel bewierookte democratie. Moss en McBaine leggen intussen feilloos vast hoe Amerika’s future leaders – jongens nog, aangejaagd door nét te veel testosteron en bewijsdrang – in dat kader zonder enige terughoudendheid worden bevestigd in hun ‘winners takes all’-mentaliteit.

Kritische vragen stellen de filmmakers niet. Het is overigens ook maar de vraag of veel Amerikanen überhaupt kanttekeningen plaatsen bij het competitieve karakter van deze introductie in de democratie. Boys State is opgebouwd als een typische wedstrijdfilm, die toewerkt naar het moment waarop bekend wordt gemaakt wie de belangrijkste politieke positie (governor) heeft bemachtigd. Daarna mogen alle strebertjes van deze fijne jeukdocu weer huiswaarts. Gepokt en gemazeld, maar vooralsnog als gewone ambteloze zeventienjarigen.

In het voorjaar van 2024 verscheen de zusterfilm van Boys State: Girls State.

Sons Of Honour

Witfilm

Kun je de zonen van ‘mannen van eer’ zodanig herprogrammeren dat ze niet in de voetsporen van hun vaders treden? De Italiaanse jeugdrechter Roberto di Bella probeert de nieuwste generatie van de ‘Ndrangheta, de beruchte maffia van Calabrië, met een alternatieve straf te laten zien dat een leven buiten de georganiseerde misdaad wel degelijk mogelijk is.

Sophia Luvarà, die zelf in de Italiaanse regio opgroeide, volgt enkele Sons Of Honour (86 min.) tijdens hun tijd in het jeugdtehuis, dat soms bijna oogt als een willekeurige studentenflat. Bevolkt door louter stoere jongens, dat wel, die door de filmmaakster worden bevraagd over hun jeugd, familie en achtergrond. Hoe en wanneer daalden ze af in de onderwereld? En hebben ze überhaupt ooit een andere wereld gekend?

Luvarà doorsnijdt de scènes met de (nu nog?) kleine crimineeltjes met getuigenissen en brieven die Di Bella gedurende zijn loopbaan heeft ontvangen. Daarmee wordt de volle omvang van de ‘Ndrangheta-problematiek duidelijk. De rechter wordt bijvoorbeeld regelmatig benaderd door moeders die hem letterlijk smeken om hun kinderen weg te halen uit de maalstroom van geweld die hun familie nu al generaties in z’n greep heeft.

Dat blijkt ook in deze broeierige film, die nooit helemaal lijkt te ontvlammen, weer gemakkelijker gezegd dan gedaan. Hoewel de jongeren op zich misschien wel schoon schip willen maken, is het de vraag of ze dat nog kunnen. Je kunt de jongen weliswaar uit de ‘Ndrangheta proberen te halen, maar krijg je de ‘Ndrangheta daarmee ooit echt uit de man?

Rauw / Rauwer

NCRV

‘Heb je wel eens pannenkoeken gegeten?’ wil een jongetje weten van zijn vriendje, dat naast hem op de trampoline ligt.

‘Nee, nog nooit’, antwoordt de tienjarige Tom.

‘Erwtjes?’ vraagt zijn kameraadje door.

‘Nee, ook niet.’

‘En, pizza, heb je dat ooit gegeten?’

‘Nee.’ Tom moet ook bekennen dat frietjes en tosti’s onbekend terrein zijn voor hem. Hij eet namelijk Rauw (25 min.), in elk geval geen voedsel dat is gekookt of gebakken. Daarmee schijnt Tom het enige kind in Nederland te zijn. Hij leeft alleen op groente, fruit en noten. Zijn moeder Francis is van mening dat dit beter voor hem is. Dat aten ze in de prehistorie immers ook.

‘Wat denk jij als je die stukken vlees in de koekenpan ziet liggen?’, vraagt ze in de keuken aan haar zoon terwijl haar eigen moeder ‘normaal’ staat te koken voor het kerstdiner. ‘Denk je: daar ligt eten? Of denk je: daar ligt een stuk dood beest?’ Haar zoon antwoordt nuchter: ‘Nee, dan denk ik: daar ligt vlees.’ Francis Kenter vraagt nog even door: ‘En als je dat bloed eruit ziet lopen, wat denk je dan?’

En met die vraag is moeder nog lang niet klaar. Het is één van de ongemakkelijkste scènes uit de spraakmakende jeugddocu van Anneloek Sollart, die het portret van Tom en de gedreven Francis garneert met beelden van allerlei lekkernijen: pizza’s, snoepgoed en snacks. De film veroorzaakte in 2008 heel wat deining. Zou deze freak, die zichzelf als een pionier beschouwt, niet uit de ouderlijke macht moeten worden gezet?

Die commotie vormde tevens de basis voor het schurende vervolg Rauwer (55 min.) uit 2012, waarin Toms moeder zich moet verweren tegen beschuldigingen van kindermishandeling omdat de lichaamsgroei van haar zoon achterblijft. In deze film is zij ook echt de hoofdpersoon. Voor een belangrijke zitting bij de rechtbank besluit ze zelfs om te gaan vasten. Ze maakt daarbij zelf de vergelijking met Jezus en Boeddha, die zich zo ook zouden hebben voorbereid op hun taak.

Tom is dan al gereduceerd tot een bijfiguur: zowel in Sollarts vertelling als in de strijd van zijn moeder, die hem ook nog eens van school wil halen. Wat op zich een valide kwestie is – wie bepaalt hoe een kind moet worden opgevoed en welke grenzen kunnen daaraan worden gesteld? – dreigt een prestigestrijd te worden, die eigenlijk alleen ten koste van de opgroeiende puber kan gaan.

Rauwer is hier te bekijken.

Showbiz Kids

Evan Rachel Wood, Cameron Boyce, Henry Thomas & Wil Wheaton / HBO

Van Drew Barrymore en River Phoenix tot Britney Spears en Lindsay Lohan. Er zijn legio voorbeelden van kindersterren die op latere leeftijd in de problemen komen. Ze kunnen de weelde van het succes niet dragen, worden als jongvolwassene al beschouwd als oud nieuws of raken verstrikt in dat eeuwige dilemma: vinden al die mensen míj leuk of kicken ze gewoon op mijn bekendheid? Toch zijn er altijd weer kinderen – en niet te vergeten: hun ouders – die naar Hollywood verkassen om daar, voor eventjes dan, eeuwige roem te verwerven.

Marc Slater en zijn moeder Melanie zijn bijvoorbeeld vanuit Orlando in Florida gekomen om te auditeren voor een rol in de pilot van een serie. De ouders van het guitige joch hebben al hun spaargeld moeten aanspreken om de reis te betalen en een acteercoach in te huren. Zonder enige garantie op succes. Demi Singleton heeft al een voet tussen de deur gekregen in de entertainmentindustrie. Ze speelde maandenlang in de musicals School Of Rock en The Lion King. Maar kan ze het zich nu ook permitteren om een zomer vrijaf te nemen? vragen Demi en haar moeder zich af.

Regisseur Alex Winter, die zelf als jongeling actief was op Broadway, paart de lotgevallen van de twee aspirant-publieksfavorieten in de interessante documentaire Showbiz Kids (94 min.) aan de ervaringen van gewezen kindersterren zoals Evan Rachel Wood (Thirteen), Henry Thomas (E.T.), Mila Jovovich (Return To The Blue Lagoon), Wil Wheaton (Stand By Me), Todd Bridges (Diff’rent Strokes), Mara Wilson (Mrs. Doubtfire) en de onlangs op twintigjarige leeftijd aan een epilepsie-aanval overleden Cameron Boyce (Jesse). Hun verhalen over plotselinge roem en de keerzijde daarvan worden geïllustreerd met fragmenten uit de films en televisieprogramma’s waarin ze ooit schitterden.

Een aardige trouvaille is ook één van de allereerste kindersterren, Baby Peggy. Diana Serra Cary is de grens van honderd jaar inmiddels gepasseerd en kan vanuit eigen ervaring bevestigen dat de kansen en uitdagingen van hedendaagse sterretjes eigenlijk al zo oud zijn als pak ‘m beet Shirley Temple. Waarbij alle actoren rondom de Hollywood-ster in spe – de ouders, managers, filmbonzen, fans én kritische recensenten – wel eens uit het oog verliezen dat ze toch echt met een tere kinderziel hebben te maken.

Spelling The Dream

Netflix

In het Amerikaanse woordenboek staan ongeveer 475.000 woorden, zegt de vader van Shourav Dasari. Hij heeft er een database van aangemaakt. ‘We kunnen die lijst inkorten tot zo’n 125.000 door de uitbreidingen weg te laten.’ En daarvan heeft hun zoon, die door vriendjes ‘de Michael Jordan van het spellen’ wordt genoemd, volgens eigen zeggen nu zo’n 98 tot 99 procent in zijn hoofd zitten. ‘Als iemand deze database kent’, zegt zijn vader, ‘is de kans zeer groot dat hij elk dictee kan winnen, inclusief het Scripps Dictee.’

En daar draait het allemaal om in Spelling The Dream (83 min.). Een jeugdwedstrijd waarvoor de bollebozen jarenlang trainen. ‘Je redt het echt niet met een uurtje studeren per dag’, stelt Tejas Muthusamy, een andere tiener die zijn zinnen heeft gezet op het winnen van dit prestigieuze dictee, waarvan de finale live op televisie worden uitgezonden. Deelnemen daaraan kan vanaf zeer jonge leeftijd: Akash Vukoti is pas zes, maar het jongetje spelt als de allerbesten. Er is wel een andere overeenkomst tussen de deelnemers die worden geportretteerd in deze documentaire: ze zijn allemaal van Indiase afkomst.

Aanleg speelt daarbij zeker een rol. En het feit dat Indiërs vaak meertalig opgroeien. Maar dictees zijn ook bon ton in de Indiaas-Amerikaanse gemeenschap. Sinds de klassieke documentaire Spellbound (2002), waarin het Scripps Nationaal Dictee werd gewonnen door de veertienjarige Nupur Lala, lijkt spellen volkssport nummer één binnen de gemeenschap. Bij de kinderen zelf, maar zeker ook bij hun ouders. ‘Als Akash in de toekomst net zo graag blijft spellen als hij nu doet, verwachten we dat hij het Nationaal Dictee over drie of vier jaar wint’, zegt de vader van het zesjarige jongetje. ‘Dan is hij gezegend en wij ook.’

Regisseur Sam Rega richt zich op het belang van dictees binnen de Indiaas-Amerikaanse gemeenschap, maar volgt verder trouw het vaste stramien van dit soort typisch Amerikaanse wedstrijddocu’s, waarbij enkele deelnemers en hun eveneens erg competitieve entourage worden gevolgd naar de finale, de vanzelfsprekende apotheose van de film. Dat maakt Spelling The Dream zowel best vermakelijk als zeer I-N-W-I-S-S-E-L-B-A-A-R.

Voorspel

VPRO

Nergens klinkt de bel zo indringend als in de gangen van een middelbare school. Uit met de pret, terug naar de les! Dit wordt wel een bijzondere bijeenkomst. Niet zozeer saai, als wel gênant. Of spannend. Informatief, misschien.

De pubers kijken elkaar veelbetekenend aan. Ze kunnen een lach niet onderdrukken. ‘Nou, hier zie je dus eigenlijk het vrouwelijk geslachtsorgaan’, zegt de lerares, met een plastic replica van een vagina in haar handen. ‘Heb je een ander woord daarvoor?’ De grappigste jongen van de klas reageert direct: ‘Kut’.

‘Dat is een woord wat we dus niet gebruiken’, laat de juf zich niet uit het veld slaan in de openingsscène van de ontwapenende jeugddocu Voorspel (15 min.). ‘Dit plekje daar is de clitoris. Als je dat van binnen zou voelen, dat kan net als bij de eikel van een jongen een prettig gevoel geven.’

In een ander lokaal kondigt de mannelijke leerkracht een les Basisstof 1: ‘primaire en secundaire geslachtskenmerken’ aan. Daarna volgen Basisstof 2 ‘voortplantingsstelsel man’, 3 ‘voortplantingsstelsel vrouw’, 4 ‘menstruatie’ en 5 ‘seksualiteit’. De klas zit in een kring, met de leraar midden in de groep.

En de camera van Anne van Campenhout observeert hoe de pubers de les aanhoren, in zich opnemen of gewoon uitzitten. En hoe ze een condoom over een houten penis proberen te rollen, dat ook. In de pauze bevraagt ze de jongens en meiden over seksualiteit, porno en de gevaren daarvan.

Zo maakt Van Campenhout tastbaar hoe tieners, nét voordat het kwartje echt is gevallen, worden voorbereid op hun relationele bestaan. Met timmermansoog legt de filmmaakster vast hoe de spelregels en -techniek van de seksualiteit worden uitgelegd, die ze vervolgens met dikke esoterische muziek naar een hoger plan tilt.

En dan kan elk moment de bel weer gaan…

Voorspel is hier te bekijken.

Ons Eiland

KRO-NCRV

‘Mirte is eigenlijk mijn grote zus’, zegt Shanna (10). ‘Maar het voelt soms als mijn kleinere zus.’ De dertienjarige Mirte heeft het syndroom van Down. En dat begint steeds beter voelbaar te worden. Waar de twee zussen tot dusver grotendeels gelijk opgingen, begint er nu afstand te ontstaan. Shanna denkt soms aan haar toekomst, Mirte leeft volledig in het hier en nu.

Op Ons Eiland (15 min.), een idyllische plek waar ze vakantie vieren, kunnen de twee meiden nog volledig zichzelf zijn. Ze stoeien, vangen vlinders en maken een kampvuur. Filmmaakster Lennah Koster slaat de twee van dichtbij gade. De fraaie omgeving dient intussen als verbeelding van wat een onbekommerde jeugd lijkt te zijn geweest. Totdat Shanna Mirte letterlijk achter zich laat en een moment voor zichzelf wil hebben…

De interactie tussen de twee zussen vormt het hart van deze kleine coming of age-docu, die verder geen interviews of andere personages bevat. Twee meisjes, nu nog samen. Waarbij Shanna, offscreen, hardop nadenkt over wat het leven voor hen in petto heeft. Zo slaagt Koster erin om echt door te dringen tot de belevingswereld van de zussen, die met dromerige muziek bovendien van een nostalgisch tintje wordt voorzien.

Van een jeugd die nooit voorbij gaat – en straks toch voorbij zal blijken te zijn.

Gewoon Boef

Videoland

Waar houdt Boef op en begint Sofiane Boussaadia? Waren die veelbesproken treitervlogs bijvoorbeeld het werk van een artiest die zich zo nodig moest manifesteren of van een allochtone jongen die zijn oprechte frustraties over de politie uitte? En hoe zat het met die al even omstreden uitspraak over ‘kechs‘, vrouwen die zich als hoeren gedroegen? Doelbewuste provocatie van een slim enfant terrible, verkeerd uitgelegde rant of toch een verbaal slippertje van een oerconservatieve jongen, die per ongeluk het achterste van zijn doorgaans zo vaardige tong liet zien?

In de driedelige serie Gewoon Boef (86 min.) trekt Olivier Garcia ruim een half jaar op met het omhoog gevallen ettertje/de buitengewoon getalenteerde rapper en zoomt daarbij tevens in op de achtergrond van dit vat vol tegenstrijdigheden, zijn stormachtige opkomst en de daaruit voortgevloeide controverses. Net als de docuserie die Videoland eerder uitbracht over generatiegenoot Famke Louise is het geheel snel en puur op inhoud gesneden. De drie afleveringen springen voortdurend in de tijd en wisselend gedurig van locatie; van een optreden in Turkije, Thaise relaxvakantie en rootsreis naar Parijs tot de plek waar Boefs/Sofianes leven zich sinds kort afspeelt: een ontzettend protserige villa.

Zelf ziet hij die als bevestiging van het feit dat hij het inmiddels heeft gemaakt. Al weet ook deze Boef dat geld bepaald niet altijd gelukkig maakt. Dat materialisme zou bovendien wel eens een uitingsvorm van verlatingsangst kunnen zijn, concluderen zowel maker als subject van deze serie in een privésessie psychologie van de koude grond. ‘Iemand die van je houdt kan de volgende dag niet meer van je houden. Dat is gewoon het leven’, stelt de beschadigde jongen/rapper met dollartekens in de ogen. ‘Maar geld… Als je honderd euro naast je bed legt en je wordt wakker, dan ligt er nog steeds honderd euro naast je bed.’

Noem dat gerust plat of cynisch. Hij heeft met die attitude wél de belofte waargemaakt die de tiener Sofiane, ook toen al een Boef overigens, ooit deed aan zijn adoptiemoeder. ‘Please make something of your life’, zei zij op haar sterfbed tegen de jongen, die speciaal voor de gelegenheid enkele dagen uit de gevangenis mocht. ‘Dat is me bijgebleven’, zegt hij nu. ‘Ik dacht: ik moet het maken, begrijp je? En drie jaar later blies ik op.’ Ondanks dat succes is de behoefte aan een thuis gebleven, zo blijkt uit persoonlijke gesprekken met de hoofdpersoon zelf, enkele jeugdvrienden en de bijna onvermijdelijke Ali B. Die krijgen in dit schurende portret bovendien extra reliëf via de omgang met zijn Habiba Selma en ontmoetingen met zowel zijn biologische als zijn stiefvader.

Gewoon Boef schetst zo trefzeker het fenomeen Boef/de (probleem)jongere Soef. Held van de jeugd van tegenwoordig. En tevens de verpersoonlijking van wat je ‘de jeugd van tegenwoordig’ zou kunnen noemen.

Wolkenzusje

Human

Het ogenschijnlijk alledaagse tafereel vormt een hartverscheurend openingsbeeld: twee meisjes, kleuters nog, die lol hebben op de schommel. ‘Bo hield altijd van aardbeien op wafels en slagroom’, vertelt haar zus Kess, inmiddels een ontluikende puber. Er volgen nog meer familiefilmpjes van de kinderen: de eerste stapjes, samen op de glijbaan en lekker wandelend. Bo’s favoriete liedje was De Drie Biggetjes van K3, zegt Kess nog.

Heb je broers of zussen? gaan ze haar straks, na de zomervakantie, ongetwijfeld vragen op de middelbare. ‘En dan weet ik niet goed wat ik dan moet zeggen.’ Want Bo is een Wolkenzusje (16 min.) geworden. Ze overleed toen Kess nog geen vijf jaar oud was. ‘Soms ben ik bang dat ik vergeet hoe ze lachte en praatte’, zegt ze in deze prachtige jeugddocu van Sara Kolster (die zelf op jonge leeftijd een zus verloor).

Alle elementen vallen op hun plek in dit kostbare kleinood: de fraaie inktanimaties van Kolster en Tonke Koppelaar, het weldadige camerawerk van Rogier Timmermans en de sfeervolle muziek van Roald van Oosten en singer-songwriter Liztophe Verhoeven. Ze creëren een vruchtbare bedding voor de gedachtestroom van Kess. Over hoe het leven kan ophouden en toch weer moet doorgaan.

Wolkenzusje is een perfecte weerslag van hoe het Limburgse tienermeisje behalve van de basisschool ook voor de tweede keer afscheid moet nemen van haar zus. Een poëtische korte film, die gedurig de hartspier beroert. Zonder ook maar een moment sentimenteel te worden.

Wolkenzusje is hier te bekijken.

Thunder Soul

Vrijwel alle Amerikaanse high school stage bands, die in de jaren zeventig aan muziekwedstrijden deelnamen, waren blank. En zo klonken ze ook: zo wit als maar zijn kon. Gladgestreken Duke Ellington- en Count Basie-evergreens. Gespeeld door ideale schoonzonen en –dochters. Bleekscheten met bloempotkapsels, in kreukvrije schoolkostuums. De Kashmere Stage Band was anders: zwart, om te beginnen. Uitbundige Afro-zwart, zeg maar. En dat hoorde je: funky as hell. Übercool. Zij speelden niets minder dan Thunder Soul (83 min.).

Dertig jaar later keren ze terug naar de repetitieruimte van de Kashmere-middelbare school in Houston voor een reünieconcert. Sommige van hen hebben in de tussentijd geen instrument meer aangeraakt. Ze zijn echter van heinde en verre gekomen om eer te betonen aan hun grote inspirator, muziekleraar Conrad O. ‘Prof’ Johnson. Maar dan moet er eerst nog flink geoefend worden, want de eerste sessie klinkt nergens naar. Bepaald nog niet als een ‘soultrain’ die genadeloos over je heen dendert en tóch zijn slicke beweginkjes en danspasjes op orde heeft.

Deze swingende documentaire van Mark Landsman uit 2010 documenteert hoe de mannen en vrouwen van middelbare leeftijd samen weer die geoliede machine van weleer proberen te vormen en terugkijken op de tijd die hen muzikaal vormde, maar komt ook voorbij die muziek: via repetities kregen de zwarte jongeren, kinderen van gesegregeerd Amerika, toentertijd lessen voor het leven mee. De vaderfiguur Johnson gaf hen zelfvertrouwen, structuur en een toekomstperspectief.

Diezelfde ‘Prof’ is inmiddels hoogbejaard en kampt met een zeer broze gezondheid. Voordat het te laat is, willen zijn voormalige leerlingen hem nog één keer laten zien wat ze hebben geleerd. Die hartroerende geste wordt in deze gesmeerde film met een lekker Hollywood-sausje uitgeserveerd. Dat werkt wel: deze feelgood-docu activeert zowel de hartslag als de traanklieren.

Koplopers X Stefania

William Rutten / VPRO

Ze zong al bij De Voice Kids, was lid van Kinderen Voor Kinderen en mocht met de meidengroep Kisses in 2016 deelnemen aan het Junior Eurovisiesongfestival in Malta (waar het slim samengestelde trio een verdienstelijke achtste plek veroverde).

Het zal aan veel volwassenen voorbij zijn gegaan. Tenzij ze jonge kinderen hebben. Want daarvoor is Stefania al enkele jaren een gedroomde BFF. Een tienersterretje, dat dagelijks is te bewonderen via YouTube, TikTok of Zapp. Ze speelde natuurlijk ook in allerlei speelfilms en tv-series.

Dit jaar zou Stefania de oversteek naar een volwassen publiek gaan maken. Ze bleek van achteren namelijk Liberakakis te heten. Grieks, juist. En dat land zocht nog een deelnemer voor het Eurovisie Songfestival, dat dit jaar niet geheel toevallig in Nederland zou plaatsvinden.

Enter de jeugddocu Koplopers X Stefania (15 min.), waarin de Utrechtse zangeres wordt gevolgd tijdens haar voorbereidingen op de performance die haar (inter)nationale doorbraak kan betekenen. Iedereen weet inmiddels hoe dat zal aflopen. Althans voorlopig.

Filmmaakster Cassandra Offenberg legt de weg die de zangeres moet afleggen naar Rotterdam van dichtbij vast: de besprekingen met haar management, oefensessies met ‘de beste choreograaf van Griekenland’ en contacten met vriendje Jannes (die zelf in de boyband Fource zit).

Al te veel diepgang krijgt dat niet. Deze korte docu is vlot en aanstekelijk gemonteerd en smaakvol aangekleed, maar komt slechts beperkt onder de waterlijn bij de jeugdige ster. Het onderscheid met de filmpjes die de Stefania’s van deze wereld zelf al rondsturen is daardoor niet héél evident.

Ook als, in de tweede helft van het portretje, de actualiteit Stefania’s plannen begint in te halen (‘ik haat het dat ‘t in mijn documentaire komt, dat woord Corona’) blijft het tienermeisje Stefania een beetje verborgen achter de gelijknamige artieste.

Jay

EO

Kun je meer puber zijn dan Jay (14 min.)? Brutaal kijkt ze in de camera. Dwars. Ongeïnteresseerd. En toch kwetsbaar. Die haarlok waarachter ze probeert te schuilen. De vlijmscherpe ogen. Het ontwapenende beugeltje. Hangend Op bed. Chips etend. Of liggend op de vloer van de woonkamer.

Jay woont, niet uit vrije wil natuurlijk, op ‘een groep’. Daar is weinig leuks aan. Niks eigenlijk. Ze wil bij haar vader en moeder wonen. Maar waarom dat niet meer het geval is? ‘Dat ga ik niet zeggen.’ Die vraag wordt dan ook nooit letterlijk beantwoord in dit messcherpe portretje.

Toch valt er uit de korte jeugddocu van Eef Hilgers wel degelijk een antwoord te destilleren, in het bijzonder uit de uitzinnige TikTok-filmpjes waarin Jay zich echt helemaal uitleeft. Die gebruikt de filmmaakster als contrast voor de stroeve gesprekjes die ze met de puber probeert te voeren.

Hoe gaan we jouw leven begrijpen? wil Hilgers weten. Wat is het leukste om hier op de groep te doen? Jay: ‘Niet de hele tijd die stomme vragen over mijn fucking leven.’ Om er vanaf te zijn, vat ze het even bondig samen: ‘Het is een kutleven. Sommigen hebben dat, oké?’

Alles Wat We Wilden

All we ever wanted is everything, kalkte de Amerikaanse filmer, schrijver en graphic designer Mike Mills ooit op een poster. De slogan doet dienst als leidmotief voor deze persoonlijke film van Sarah Domogala en vat tevens heel aardig de levenshouding samen van veel millennials. In Alles Wat We Wilden (49 min.) uit 2010 portretteert de filmmaakster enkele jongvolwassenen uit de creatieve sector.

Die zijn stuk voor stuk jong, mooi en gelukkig. Ze hebben een creatief beroep: vormgever, fotograaf, modeontwerper, illustrator of scenarioschrijver. En ze zijn internationaal georiënteerd en wonen rustig in het ene land terwijl ze er in het andere een werkplek op nahouden. Aan hun helblauwe lucht is werkelijk geen vuiltje te ontdekken, zo lijkt het.

Totdat je nog eens goed kijkt. Achter de façade van een jaloersmakend succesvol bestaan, door Domagala zorgvuldig geënsceneerd in een gestileerde film, gaat heel gewone menselijke kwetsbaarheid schuil: twijfel, onzekerheid en angst. Gevoelens die nog eens worden versterkt door het leven dat zij leiden in het publieke domein, waar werkelijk iedereen jong, mooi en gelukkig is.

Domogala agendeerde dit thema, dat heden ten dage alomtegenwoordig lijkt in het leven van opgroeiende jongeren, dus al tien jaar geleden en geeft tevens voorbeelden van de problematiek die daaruit kan voortvloeien, zoals burnout, faalangst, paniekaanvallen en depressie. In die zin voelt deze egodocu als een aanklacht tegen de schijn van het zijn.

Ze verpakt die boodschap met fraaie figuratieve beelden en een kekke soundtrack, waaronder dEUS, CocoRosie en Beirut, en schuwt ook kritische vragen niet. Is dit niet gewoon gezeur? houdt ze haar ogenschijnlijk geprivilegieerde gesprekspartners voor. Of luxeproblematiek? En zouden mensen in Afrika ook last hebben van dit soort problemen?

Die vraag stellen is hem tevens beantwoorden. Maar wat heb je daaraan als talentvolle en ambitieuze Nederlandse adolescent, die zijn eigen leefomgeving natuurlijk ook niet zelf heeft uitgekozen?