Je Navais Que Le Néant – Shoah Par Lanzmann

mk2 Films / Arte

Twaalf jaar heeft Claude Lanzmann gewerkt aan Shoah (1985), zijn epische documentaire van negen en een half uur over de Holocaust. Het tweeluik is inmiddels opgenomen in het UNESCO Memory Of The World Register.

Tegenwoordig is nauwelijks meer voor te stellen dat Shoah er voor hetzelfde geld helemaal niet was gekomen. De Franse schrijver en filmmaker Claude Lanzmann (1925-2018) werd begin jaren zeventig benaderd, was eigenlijk helemaal niet zo happig op het maken van een film over de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog en wilde er, door allerlei strubbelingen en tegenslagen, ook meerdere malen de brui aan geven.

In Je Navais Que Le Néant – Shoah Par Lanzmann (internationale titel: All I Had Was Nothingness, 95 min.) neemt hij de wording van dit monument nog eens nauwgezet door. Althans, dat doet de Franse documentairemaker Guillaume Ribot, die de beschikking kreeg over 220 (!) uur ruw materiaal en vervolgens een voice-over van Lanzmann samenstelde, die is gebaseerd op zijn memoires en persoonlijke geschriften.

Een documentaire over het maken van een documentaire dus. En dat is in het geval van Shoah niet vreemd. Sterker: het is ook niet de eerste documentaire over het maken van de belangrijkste Holocaust-documentaire aller tijden. Claude Lanzmann: Spectres Of The Shoah (2015) van Adam Benzine richt zich op de betekenis van de film en de al even kolossale man daarachter, die daarover zelf ook uitgebreid aan het woord komt.

Deze nieuwe film, veertig jaar na de oorspronkelijke release van Shoah uitgebracht, richt zich nog nadrukkelijker op het maakproces van deze ‘race tegen de dood’ en volgt dit echt vanuit het perspectief van Lanzmann en zijn Duitse assistente Corinna Coulmas. ‘We konden niet filmen wat er was gebeurd’, vertelt hij erbij, omdat het bewijsmateriaal nu eenmaal grotendeels was vernietigd. ‘Daarom moesten we het opnieuw oproepen.’

Claude Lanzmann schuwt daarbij ogenschijnlijk geen enkel middel: hij zet Abraham Bomba, een Joodse man die vrouwen knipte voordat ze naar de gaskamers gingen, aan het werk in een kapperszaak. Voor Henryk Gawkowski, conducteur op de doodstreinen naar Treblinka, regelt hij een locomotief. En Lanzmann vraagt Simon Srebnik, één van de twee overlevenden van het vernietigingskamp Chelmno, om een oud Pools liedje te zingen.

En bij daders gaan de handschoenen echt uit: hij ritselt een vals paspoort, presenteert zich als historicus van een fictief onderzoeksinstituut en maakt gebruik van een verborgen camera, de zogeheten Paluche. Zo filmt hij bijvoorbeeld stiekem het interview met de nazi Franz Suchomel, terwijl die alleen heeft ingestemd met een geluidsopname. En als Suchomels vrouw het bedrog ontdekt, liegt Lanzmann dat het gedrukt staat.

Het doel heiligt voor hem duidelijk alle middelen. Tegelijkertijd is deze tocht naar de donkerste kamers van de hel de Franse intellectueel natuurlijk ook niet in de koude kleren gaan zitten. Ribot besluit zijn geslaagde film niet voor niets met een intieme scène, als Claude Lanzmann na een geladen gesprek met Yitzhak ‘Antek’ Zuckermann, één van de leiders van de opstand in het ghetto van Warschau, even steun zoekt bij hem.

Alleen samen zijn ze bestand tegen wat zich opnieuw, wéér, voor hun ogen ontrolt.

The Last Expedition

Vinca Film

De dood of de gladiolen – of tóch een zeer vakkundig uitgevoerde ontsnapping? Als Wanda Rutkiewicz, de eerste Poolse alpinist die de Mount Everest heeft bedwongen, in mei 1992 niet terugkeert van haar beklimming van de Kangchenjunga-berg in Nepal, lijkt het evident dat ze ergens onderweg is omgekomen. Toch is er nog een ander scenario: Rutkiewicz zou zich, zoals ze eerder al bij haar moeder opperde, hebben teruggetrokken in een nonnenklooster te Tibet en daar nog altijd in stilte leven.

Ruim dertig jaar later reist klimmer Eliza Kubarska in The Last Expedition (85 min.) zelf af naar de Himalaya-top, op zoek naar het antwoord op de vraag wat er is gebeurd met de vermaarde bergbeklimster, die zich na de dood van haar derde echtgenoot Kurt Lyncekrüger had vastgebeten in een nieuw idee: met de ‘Caravan To Dreams’ wilde ze binnen één jaar nog acht van de hoogste bergtoppen ter wereld beklimmen. Dan zou ze als eerste alpinist ter wereld alle veertien ‘achtduizenders’ op haar naam hebben staan.

‘Dan ben ik voor de verandering eens niet nummer drie op het podium, achter Messner en Kukuczka’, stelt Wanda Rutkiewicz in één van de bewaard gebleven geluidsopnames die Kubarska gebruikt als geraamte voor haar film. ‘Ik zal de eerste zijn die iets nieuws heeft geprobeerd.’ Uit deze ferme ambitie spreekt meteen Rutkiewiczs verlangen om nu eindelijk eens op haar eigen merites beoordeeld te worden. Als één van ‘s werelds beste bergbeklimmers, waarbij ’t er niet toe doet dat ze tot het vrouwelijke geslacht behoort.

Altijd weer moet ze zich echter bewijzen ten opzichte van mannelijke collega’s, blijkt uit het overvloedige archiefmateriaal in The Last Expedition. Impliciet – en soms ook zeer expliciet – wordt ze geconfronteerd met vooroordelen over vrouwen. Na haar beklimming van de Annapurna-berg, in het jaar voor haar verdwijning, klinkt er zelfs openlijke twijfel of ze de top van die Himalaya-berg wel heeft bereikt. Kubarska legt zulke en andere zaken uit het leven van haar heldin ook voor aan familieleden, vrienden en collega’s.

In retrospectief wordt Wanda Rutkiewicz, één van de belangrijkste bergbeklimmers van haar tijd, toch een wat tragische figuur. Niet door wie ze was – juist niet – maar om hoe ze werd bekeken. Zo bezien is het ook heel goed voor te stellen dat ze destijds de vlucht naar voren heeft gekozen en in de kantlijn van het bestaan, losgemaakt van de dagelijkse dingen en haar eigen bewijsdrang, is gaan leven op een plek waar al dat aardse er niet toe doet – al blijft dat idee waarschijnlijk toch een kwestie van ‘wishful thinking’.

Een construct om haar leven van een passend einde te voorzien en dit boeiende postume portret extra richting te geven.

Swamp Dogg Gets His Pool Painted

Eye Film

Vorm is inhoud. Vanaf de allereerste seconde is duidelijk dat Swamp Dogg Gets His Pool Painted (97 min.) geen regulier popportret wordt van de Amerikaanse muzikant (Little) Jerry Williams alias Swamp Dogg. Deze lekker grillige film van Isaac Gale, Ryan Olson en David McMurry, opgeleukt met bijzondere performances, animaties, blaxploitation-titels en pure ongein, herbergt net zoveel gekte als de loopbaan van hun protagonist en wordt zo een ode aan losgeslagen creativiteit.

Dit begint met al met de setting: Swamp Doggs zwembad. Een belangrijk deel van de interviews met de zanger, muzikant, producer en platenbaas vindt plaats aan de rand van zijn zwembad, dat net van een broodnodige schilderbeurt wordt voorzien. Bij een tafeltje gaat Williams gewoon op zijn praatstoel zitten en ontvangt hij gasten zoals acteur/komiek Tom Kenny (SpongeBob), stuntman Johnny Knoxville (Jackass) en West Coast-deejay en hiphop-icoon Alonzo Williams.

Dat zwembad hoort bij het huis dat Swamp Dogg in de San Fernando Valley, ten zuiden van Los Angeles, met twee muzikale vrienden bewoont: zijn trouwe secondant Guitar Shorty (die vroeger een koprol en handstand kon maken tijdens het spelen) en het flamboyante multitalent Moogstar (die bij het graf van de befaamde waaghals Evil Knievel diens kostuum en ziel zou hebben gestolen). Samen hebben ze er een creatieve vrijplaats van gemaakt, een plek waar vrijwel alles mag en kan.

Met deze kleurrijke personages hinkstapspringen Gale, Olson en McMurry met veel panache en humor door de carrière van Jerry Williams Jr. Die begint halverwege de jaren vijftig, levert een jaar of tien later z’n eerste hit op (I’m The Lover Man) en verkent daarna alle uithoeken van de soul, blues, country en hiphop. Swamp Dogg leverde een bijdrage aan zo’n tweeduizend songs, werkte met honderden artiesten en zag daarnaast ook nog kans om 26 albums onder z’n eigen naam uit te brengen.

Hij werkte verder bij Atlantic Records en in de Muscle Shoals-studio, zorgde voor het muzikale hoogstandje Beatle Barkers (waarvoor Beatles-hits worden uitgevoerd door dieren) en runde de Swamp Dogg Entertainment Group. De schuur staat nog helemaal vol met dozen met onverkochte parafernalia. Een druk man, kortom. En een man die zielsveel van zijn kind houdt, als je ’t zijn dochter Jeri vraagt. Én een man die zielsveel van zijn vrouw Yvonne houdt, als je ’t hemzelf vraagt.

En ook voor een kookprogramma met Dizzy Fae draait deze Dogg zijn hand niet om. Tagline: if you can kill it, I can cook it. Op een gegeven moment had de man alles – negen auto’s bijvoorbeeld – maar toch een hondenleven, blijkt in de laatste akte van dit zeer vermakelijke portret, waarvoor Gregg Grease hand- en spandiensten verleent als verteller. Dan tillen Williams en z’n muzikale huisgenoten even het gordijn op en laten een ogenblikje zien wat daarachter schuilgaat.

En dan is ’t alweer tijd – vorm blijft tenslotte inhoud – voor Swamp Doggs tachtigste verjaardag en, jawel!, een pool party!

Endurance

Disney+

Toegegeven, het wordt misschien niet zo’n heroïsch avontuur als ruim een eeuw eerder, maar het blijft een zeer ambitieuze onderneming. In 2022 vertrekt een schip met de historicus Dan Snow, onderwateringenieur Nico Vincent en de befaamde maritieme geoloog Mensun Bound aan boord naar Antarctica. De S.A. Agalhus II van kapitein John Shears gaat proberen om, ergens op de zeebodem, het legendarische wrak van de Endurance (104 min.) te vinden. De ambitieuze onderneming wordt vastgelegd door Natalie Hewitt en vormt de basis voor deze documentaire die ze samen met Jimmy Chin en Elizabeth Chai Vasarhelyi heeft gemaakt.

Tijdens de legendarische Imperial Trans-Antarctic Expedition nam de Britse ontdekkingsreiziger Ernest Shackleton in 1914 ook al een fotograaf/cameraman mee. In de documentaire South (1919) vereeuwigde Frank Hurley Shackletons mislukte poging om de Zuidpool over te steken, een avontuur dat de geschiedenisboeken inging als de laatste grote Antarctica-expeditie. Toen de Endurance na een jaar op zee helemaal vast kwam te zitten in het pakijs en tevens water begon te maken, daalde het besef in bij de 27 bemanningsleden dat ze daar, in bijzonder barre omstandigheden op de Weddellzee, zouden moeten overwinteren.

Hurleys beelden – gerestaureerd, ingekleurd en van geluid voorzien – zijn door Hewitt, Chin en Chai Vasarhelyi aangevuld met sjiek gemaakte re-enactment-scènes. Alle foto’s en films worden bovendien ingekaderd door de scheepslui zelf. Na terugkomst zijn zij destijds uitgebreid geïnterviewd. En wat ze op schrift hebben gesteld is door de filmmakers, met behulp van Artificial Intelligence, eveneens vertaald naar gesproken woord. Zo slagen ze erin om Shackletons legendarische poolexpeditie tot leven te brengen, inclusief diens miraculeuze ontsnapping naar de bewoonde wereld, na twee jaar overleven aan het ijzige einde van de aarde.

Deze gestaalde film verbindt de twee expeditie-verhalen met elkaar. Terwijl Sir Ernest Shackleton en zijn mannen in onmogelijke omstandigheden moeten zien te overleven, beschikken zijn navolgers over technologische verworvenheden, zoals een ingenieuze onderwaterrobot. Het vinden van Shackletons scheepswrak blijkt echter bepaald geen sinecure. In 2019 heeft Mensun Bound bijvoorbeeld al eens een poging gewaagd om de Endurance te traceren. Dat werd een enorme mislukking. ‘Één van de ergste momenten van mijn leven’, aldus Bound, die nooit had kunnen bevroeden dat hij nog een tweede kans zou krijgen. Succes blijkt ook dan niet verzekerd.

Hewitt, Chin en Chai Vasarhelyi nemen de kijker dus tweemaal mee naar de rand van de aarde, waarbij ’t nog maar de vraag is of, hoe en waarmee ze weer huiswaarts kunnen keren. Endurance wordt zo automatisch een ode aan het overwinnen van de elementen – en jezelf – teneinde een zelfverkozen, hoger gelegen doel te verwezenlijken.

God Forbid: The Scandal That Brought Down A Dynasty

Disney+

Hoogmoed komt voor de val. Terwijl Jerry Falwell Jr., rector magnificus van de christelijke Liberty University, en zijn vrouw Becki zo’n beetje worden beschouwd als het koninklijke echtpaar van evangelisch Amerika, leiden ze in werkelijkheid een losbandig bestaan. In maart 2012 slaan ze in Miami een twintigjarige ‘pool boy’ aan de haak. Als Becki seks heeft met deze Giancarlo Granda kijkt haar echtgenoot Jerry verlekkerd toe. Ofwel: cuckolding. Een spel waarbij BDSM en voyeurisme elkaar ontmoeten. En deze pikante driehoeksverhouding, die door Jerry overigens wordt ontkend, houdt in totaal zo’n zeven jaar stand.

In eerste instantie richt God Forbid: The Scandal That Brought Down A Dynasty (109 min.) zich vooral op het persoonlijke relaas van Giancarlo Granda. Over hoe hij als bleue Cubaans-Amerikaanse jongeling langzaam maar zeker verstrikt raakt in het web van de christelijke drinkebroer en zijn onverzadigbare ‘cougar’. Hij was geil en naïef, concludeert Granda nu. En Jerry wilde vooral dat Becki gelukkig was, stelt Mark Ebner, de grofgebekte schrijver van het boek Off The Deep End: Jerry And Becki Falwell And The Collapse Of An Evangelical Dynasty. En dat was ze volgens hem met name ‘when Giancarlo Granda was balls deep inside of her’.

Die ferme oneliner – en Ebner schudt er nog veel meer uit zijn mouw – is exemplarisch voor de toonzetting van deze documentaire van Billy Corben, die is opgeleukt met slicke nagespeelde scènes met acteurs en volgestort met catchy deuntjes (waarbij ook orgelwonder Klaus Wunderlich soms een deuntje lijkt mee te spelen). Dit kan evenwel niet verhullen dat het ondeugende tabloidverhaaltje, dat gaandeweg ook nog uitmondt in een schimmige onroerend goeddeal, gaandeweg een veel groter maatschappelijk thema blootlegt: de toenemende invloed van evangelische Amerikanen op de koers van hun land en het grimmige geweld dat daardoor soms loskomt.

Want Falwell is de zoon van één van de bekendste en meest invloedrijke tv-predikanten die de Verenigde Staten ooit hadden. Moral Majority-leider Jerry Falwell Sr. maakte in de jaren zeventig van de strijd tegen abortus een cultuuroorlog, voerde tevens een kruistocht tegen porno en gaf later gays zowaar de schuld van de terroristische aanslagen van 11 september 2001. Als prominente vertegenwoordiger van christelijk nationalisme liet Jerry Sr. volgens historicus Matthew Sutton zien ‘dat je met politiek, demagogie en hysterie geld kon verdienen en meer invloed en macht kon krijgen. Jerry Jr. erkent dit en zet het werk van zijn vader voort.’

En daarmee maakt zowaar ook Donald Trump zijn entree in de film. Eerst als succesvolle zakenman, mediapersoonlijkheid en kennis van de Falwells, later ook als kandidaat-politicus. Als zijn ‘enforcer’ Michael Cohen stuit op ‘persoonlijke foto’s’ van het echtpaar en hun zwembadjongen, worden die rücksichtslos ingezet om christelijk rechts aan Trumps kant te krijgen. En Falwell Jr. zal zich tijdens Donald Trumps campagne en presidentschap inderdaad opwerpen als één van zijn loyaalste medestanders – ook als die zich steeds openlijker gedraagt als een despoot. Zolang hij maar trouw aan de bijbel blijft zweren – of Cohen stiekem aan die foto’s refereert.

De hypocrisie van de Falwells dient in deze smeuïge film uiteindelijk vooral als casus om de wisselwerking tussen conservatieve christenen en met name Republikeinse politici aan te kaarten. Uit principiële of puur praktische overwegingen sluiten zij de rijen. Falwell Sr. en Jr. kunnen daarbij allebei terugvallen op een speciale relatie met hun ‘eigen’ president, Ronald Reagan en Donald Trump. En daartussen zijn, zo laat Corben zien in een spannende parallelmontage, opvallende overeenkomsten. Als deze conservatieve christenen hun zin krijgen, zo toont deze documentaire eveneens, kunnen de VS wel eens uitgroeien tot een theocratie.

God verhoede ‘t, zal menigeen denken.

Een Amerikaanse Nachtmerrie

BNNVARA

Hoe zou de ideale true crimezaak eruit zien? Een maker stuit op een gerechtelijke dwaling, achterhaalt na allerlei dramatische verhaalwendingen, doodlopende onderzoekspistes en gigantische cliffhangers wat er werkelijk is gebeurd en pleit vervolgens zijn protagonist vrij, zodat die alsnog in vrijheid van de rest van zijn leven kan genieten? Zo eenvoudig en plooibaar is de werkelijkheid doorgaans echter niet, hoezeer sommige makers hem ook hun wil proberen op te leggen.

Ook Hans Pool zal misschien, toen hij zich zes jaar geleden in De Zaak Singh begon te verdiepen, héél even hebben gedacht dat hij de Nederlandse Errol Morris zou worden en dat Jaitsen Singh wellicht kon uitgroeien tot zíjn Randall Adams, de Amerikaan die door Morris werd vrijgepleit van moord in de true crime-klassieker The Thin Blue Line (1988). Pool is echter geen Amerikaanse amateurdetective die even snel en gemakkelijk wil scoren met Een Amerikaanse Nachtmerrie (internationale titel: The Singh Case, 235 min), maar een gelauwerde Nederlandse documentairemaker, met bijvoorbeeld een Emmy Award voor Bellingcat – Truth In A Post-Truth World op zak. Hij wil zich ook niet zomaar voor iemands karretje laten spannen – al is dat in deze gecompliceerde zaak bepaald geen sinecure. Hoe voorkom je bijvoorbeeld dat je aan de tunnelvisie gaat lijden die je bij de politie vermoedt? Of een instrument wordt van de aanklagers of verdediging?

De zaak leek in eerste aanleg, vanuit het verre Nederland, vast nog bedrieglijk simpel: Jaitsen Singh, een Surinaamse Nederlander die met zijn gezin ooit ‘The American Dream’ was gaan najagen, zit al sinds halverwege de jaren tachtig in een Amerikaanse cel als vermeende opdrachtgever van de moord op zijn vrouw Grace en stiefdochter Daphne. Onschuldig, welteverstaan. Singh zou erin zijn geluisd door een overijverige openbaar aanklager, die warm liep voor een politieke carrière en veel te graag wilde scoren, en een verslaafde crimineel, die in ruil voor strafvermindering bereid was om op te treden als kroongetuige. Maar is de werkelijkheid net zo simpel als het verhaal dat ervan kan worden gemaakt? Van de andere kant: het kan toch ook niet zo zijn dat Jaitsen Singh, zoals de aanklagers lijken te beweren, simpelweg een gewetenloze killer is, die een overval op zijn eigen huis heeft geënsceneerd en daarbij zijn eigen echtgenote en stiefkind heeft laten ombrengen?

Via Singhs Nederlandse advocate Rachel Imamkhan, die in de afgelopen jaren uitgebreid zijn onschuld heeft bepleit in Nederlandse media en vanaf het begin betrokken is geweest bij deze Nederlandse Making A Murderer, komt Hans Pool ook in direct contact met Jaitsen Singh zelf. Hij stelt dat zijn zaak, net als de veelbesproken dood van George Floyd, ’voor honderd procent puur op racisme gebaseerd is’. Zó eenvoudig zijn de beschuldigingen tegen hem echter zeker niet te weerleggen. Behoedzaam pelt Pool de verschillende lagen er vanaf, in de hoop zo bij de kern te komen. Hij neemt de kijker daarbij letterlijk mee in zijn onderzoek. In beeld, als de man die Singhs verleden doorwandelt en uiteindelijk zelfs voor het spreekwoordelijke true crimebord belandt. En via verbindende voice-overs, waarmee hij zijn bevindingen, gevoelens én twijfels deelt. Want waar de filmer ooit begon vanuit het idee dat zijn protagonist waarschijnlijk onschuldig vastzit, krijgt hij daarbij gaandeweg steeds meer vragen.

Een Amerikaanse Nachtmerrie blijft mede daardoor vijf afleveringen lang onverminderd boeien. Ook omdat Pool al zijn bronnen, achtergrondinformatie en ontdekkingen slim en gedoseerd uitserveert en er dus steeds een andere verhaallijn of -laag wordt blootgelegd. Elk nieuw stukje informatie plaatst wat je al denkt te weten over de twee moorden en de achtergronden daarvan in een nieuw perspectief. Een echte true crimezaak dus, die zich echter niet zomaar laat reduceren tot een hap-slik-weg misdaadverhaal. Daarvoor is De Zaak Singh te ingewikkeld en diffuus. Hans Pool wordt er bijna zichtbaar ‘sadder and wiser’ van en weerstaat tegelijkertijd de verleiding om al te gemakkelijke conclusies te trekken. Samen met productiemaatschappij Submarine is de filmmaker desondanks in een conflict verzeild geraakt over wat hij wel of niet wil, mag en kan vertellen. Via de rechter hebben Singh en zijn advocaat, vooralsnog tevergeefs, geprobeerd om uitzending van de serie te verhinderen.

Historjá: Stygn För Sápmi

NRK

Ze borduurt haar eigen wereld. In de grootse en kleurrijke werken van textielkunstenares Britta Marakatt-Labba is moeiteloos te herkennen wie zij is en waar ze vandaan komt: een vrouw die begaan is met (het voortbestaan van) de wereld, een kind van een uitgestrekt en adembenemend mooi gebied dat zich uitstrekt over meerdere Scandinavische landen en Lapland wordt genoemd en een vertegenwoordiger van de Sami, het nomadenvolk dat daar sinds jaar en dag leeft en rondtrekt met rendierkuddes.

In Historjá: Stygn För Sápmi (Engelse titel: Historjá: Stitches For Sápmi, 59 min.) laat Marakatt-Labba het verstilde, doorgaans met een laag sneeuw of ijs bedekte land van haar voorvaderen zien, dat via prachtige, weidse beelden en droneshots is vereeuwigd door regisseur Thomas Jackson. Intussen dwaalt ze met herinneringen, observaties en verhalen door de inheemse historie, mythologie en cultuur, waarvan zij zelf inmiddels een prominente vertegenwoordiger is geworden.

Haar volk zit al jaren in de verdrukking en moet voortdurend zijn eigen positie bevechten, soms letterlijk. Op grote, cinematische doeken maakt ze ook die strijd inzichtelijk. ‘Ik wil geloven dat onze cultuur zal overleven’, zegt ze over de clash, die in haar jonge jaren tot een climax kwam tijdens massale protesten tegen de komst van een fabriek bij de Alta-rivier. ‘Dat we kunnen behouden wat van ons is, de taal en het land, de dieren en het Arctische klimaat dat we altijd hebben gehad. Dat is altijd met elkaar verweven.’

Want haar wereld wordt eveneens bedreigd door klimaatverandering. De rendieren waarvan en waarmee de Sami van oudsher leven hebben het moeilijk. De natuur spreekt tot ons, zegt Marakatt-Labba ferm. Als we maar luisteren. Ook haar kunst, inmiddels doorgedrongen tot collecties en exposities in de hele wereld, spreekt in dat opzicht boekdelen. En deze film, fraai en bespiegelend, brengt haar centrale boodschap – zorg goed voor de wereld en dus ook voor ons – helder over het voetlicht.

Trappers

Robin de Puy / VPRO

Terwijl zijn mannen per fiets de stad doorkruisen om overal pakketjes af te leveren, bewaakt Stanley Winter met zijn vaste kompaan Martijn het fort van Stichting Fietskoeriers Amsterdam. Zij zorgen ervoor dat de planning klopt en ook daadwerkelijk wordt gehaald. Dat is voortdurend passen en meten. Een extra ritje hier, een extra adresje daar. Stresswerk, met grillige klanten en mannen die voortdurend – soms letterlijk – aan het werk moeten worden gehouden.

Het is tevens een boeiende arena voor een docuserie, waarbij de verschillende karakters en beslommeringen van de fietskoeriers en hun chefs voortdurend voor leven in de brouwerij zorgen. In de vijfdelige serie Trappers (223 min.) zoomen Halil Özpamuk en Eva van Pelt steeds in op een andere medewerker. Op Nanne bijvoorbeeld, een inmiddels 62-jarige rocker die er al het langst werkt en het fietsen fysiek en mentaal nauwelijks meer trekt. Hij heeft zijn hoop gevestigd op het televisieprogramma Per Seconde Wijzer. Daarmee valt misschien een aardige zakcent te verdienen.

Of voormalig rechtenstudent Rolf, die in zijn vrije tijd urenlang in het oeuvre van de Russische schrijver Dostojevski duikt, aan oude auto’s sleutelt en luistert naar klassieke muziek. Fietsen is voor hem eigenlijk geen baan met toekomst, maar een gebrek aan zelfvertrouwen weerhoudt hem ervan om echt op zoek te gaan naar iets anders. ‘Ik kan me moeilijk met mensen verhouden’, vertelt hij. ‘Ik weet nooit echt waar ik sta.’ En daarbij werkt Rolfs keurige verschijning voor zijn gevoel eerder tegen dan voor hem. ‘Ik heb de schijn van competentie over me’, constateert hij zelfkritisch.

De excentrieke Pool Maciej, die tegenwoordig vaak met zichtbare tegenzin op de fiets zit en zijn frustraties daarover bepaald niet verbergt, clasht ondertussen regelmatig met de gedreven oprichter Stan, die van zijn hart ook geen moordkuil maakt. De Surinaamse spil van Fietskoeriers is als jongen beide benen kwijtgeraakt, loopt erg moeilijk en krijgt nu nieuwe protheses aangemeten. Bovendien is Stanley, niet eens zo heel stiekem, verliefd op huisvriendin Laura. Die liefde is alleen niet onder een gelukkig gesternte geboren. Het lijkt een kwestie van tijd voordat hij de deksel op de neus krijgt.

Via Raymond Thiry als alomtegenwoordige verteller proberen Özpamuk en Van Pelt onder de huid te kruipen van hun hoofdpersonen, mannen met een krasje en een deukje die zich desondanks niet laten afschrikken door het leven. Met veel inlevingsvermogen, een vleugje humor en het nodige drama benoemen ze wat er in hen omgaat. Zeker bij Stans crush slalommen ze daarbij regelmatig tussen oprechte empathie en gemakkelijk sentiment, maar uiteindelijk komen ze er toch steeds mee weg. Zodat dit groepsportret, waarin tegenslag voor wegversperringen zorgt en lekker stuwende muziek toch de vaart erin houdt, onvermijdelijk koers zet richting het hart.

Noodweer, Ik Ben Niet Begonnen

KRO-NCRV

Vier heel uiteenlopende verhalen. Een man in het holst van de nacht in zijn eigen café. Een buitenlandse student in het huis van een vreemde kerel. Een vrouw achter het stuur van haar auto. En een politieagent tijdens de controle van een zwaarbeladen busje. Daar, op een moment dat ze het helemaal niet zagen aankomen, werden zij eerst slachtoffer en daarna dader. Door de acties van een ander en hun eigen impulsieve reactie daarop, vanuit het reptielenbrein.

Zet dat ‘dader’ overigens maar meteen tussen aanhalingstekens. Althans, zo voelen de hoofdpersonen van de verzorgde tv-docu Noodweer, Ik Ben Niet Begonnen (55 min.) het zelf. Ze konden niet anders. Gedwongen door een inbreker, verkrachter, overvaller of agressor. Regisseur Hans Pool brengt hen terug naar de ‘plaats delict’ en laat hen daar het moment herbeleven waarop zij voor eigen rechter speelden en dat hun leven voorgoed veranderde.

Ze zijn stuk voor stuk niet ongeschonden uit de strijd gekomen. Vrijgesproken of niet. Met of zonder wroeging. In stilte lijdend of publiekelijk aan de schandpaal genageld. Zoals bijvoorbeeld de onherkenbaar gefilmde Germaine C. die in 2005 een tasjesdief doelbewust zou hebben doodgereden. Terwijl voor haar slachtoffer, een negentienjarige jongen met een aanzienlijk strafblad, een stille tocht werd georganiseerd, pendelde zij uit angst voor wraak en de media jarenlang van het ene naar het andere onderduikadres.

Hoewel het gaat om heel verschillende zaken overheerst bij alle slachtoffers/daders, die hier zonder weerwoord hun verhaal kunnen doen, een diepgeworteld gevoel van onrechtvaardigheid. Dat ene fatale ogenblik blijkt bovendien een enorme impact op hun verdere leven te hebben gehad. Want zij mogen dan niet zijn begonnen, deze zaak eindigt toch echt bij hen.

Bellingcat – Truth In A Post-Truth World

Bellingcat

Als idealistische beelddetectives struinen de leden van het internationale collectief Bellingcat vrijwillig het internet af. Vanuit hun huiskamers in pak ‘m beet Leicester, Berlijn en Helsinki belanden de burgerjournalisten zo in alle uithoeken van het wereldwijde web, op zoek naar de waarheid en niets dan de waarheid. Met behulp van online foto’s, kaartjes en video’s en eigen onderzoek deduceerden ze bijvoorbeeld wat er precies is gebeurd met vlucht MH17. Daarmee lieten Bellingcat-oprichter Eliot Higgins en zijn getrouwen het officiële onderzoek, de reguliere journalistiek en ene Vladimir Poetin zijn hielen zien.

Een gemiddelde wereldburger krijgt per dag meer beelden te verwerken dan een mens in de middeleeuwen tijdens zijn hele leven. Die beelden verrijken ons leven, zorgen voor begrip van de wereld en leveren bewijsmateriaal van mogelijke misstanden, maar ze kunnen net zo gemakkelijk worden gebruikt om de waarheid te versluieren of zelfs te verminken. Dat is het speelveld van Bellingcat – Truth In A Post-Truth World (83 min.), een fascinerende film van Hans Pool over een groepje onverschrokken frontsoldaten in de voortdurende oorlog om de waarheid.

Waar leiders als Poetin, Kim Jong-Un en Trump stelselmatig het vertrouwen in de media proberen te ondermijnen, en daarmee wereldwijd democratieën verzwakken, zweren zij ouderwets bij de feiten. Daarvoor verlaten ze zich wel op nieuwerwetse middelen. Zo demonstreert de Nederlander Christiaan Triebert, die voor zijn werk al de European Press Prize won, bijvoorbeeld hoe hij ontdekte dat een verwoestende autobom in Irak, waarover nieuwsmedia in de hele wereld hadden bericht, in werkelijkheid volledig in scène was gezet. Een ontluisterende conclusie, die voor je ogen nog eens ondubbelzinnig wordt aangetoond.

Pool maakt het urgente werk van Bellingcat met indringende voorbeelden uit onder anderen Charlottesville en Raqqa uitstekend inzichtelijk en laat dit door media-onderzoeker Jay Rosen van de University Of New York, Alexa Koenig van het Center For Human Rights en Harvard-professor Claire Wardle bovendien in zijn maatschappelijke context plaatsen. Het resultaat is een belangrijke film over het politieke tijdsgewricht waarin we leven en hoe de waarheid daarin voortdurend onder druk staat en wellicht tóch kan overleven. Met mogelijk een voortrekkersrol voor Bellingcat, een organisatie die de mogelijkheden van deze tijd in elk geval ten volle benut.

Lief En Leed Op Parc Beaugarde

KRO-NCRV

De liefde heeft Hans Pool ooit naar Culemborg gebracht. Als zijn huwelijk vijftien jaar later stuk loopt, besluit de filmmaker, die even zonder woning zit, een zomer door te brengen op een recreatiepark in de directe omgeving. Daar treft hij diverse andere mannen en vrouwen aan, die na een echtscheiding de draad weer proberen op te pakken.

Die zomer heeft geresulteerd in de televisiedocumentaire Lief En Leed Op Parc Beaugarde (55 min.), waarin Pool, die zijn eigen beslommeringen verder achterwege laat, rustig en genuanceerd vijf (tijdelijke) bewoners van het recreatiepark portretteert. Camping Tranendal, noemt een van de betrokkenen het fraai gelegen park, waar ook gewone vakantiegangers en Oost-Europese gastarbeiders verblijven. Gekscherend, maar beslist ook met een kern van waarheid.

Stratenmaker Arie, nog niet zo lang geleden door zijn vrouw aan de kant gezet voor een nieuwe liefde, arriveerde bijvoorbeeld met zo’n beetje alleen een televisie in Parc Beaugarde en heeft nog altijd geen cent te makken. In korte tijd heeft hij wel een soort pseudo-familie gevonden op het park. Jan woont daarentegen al zo’n dertien jaar alleen in een van de chalets. Sinds zijn huwelijk op de klippen is gelopen, houdt hij ’t bij zijn hond en vishengel. Hij blijft in elk geval, zo zegt hij ferm, uit de buurt van vrouwen.

Parc Beaugarde is een soort eiland voor afgewezenen, constateert de Oekraïense vrouw Olga, die met haar man en drie kinderen ook op het park bivakkeert en daar – hoe symbolisch – bruidsjurken naait. Zij beziet de, veelal mannelijke, populatie van de chalets van enige afstand en voorziet hun lief en leed van nuchter commentaar. Olga ziet ook hoe Peter, een oudere bewoner die na twee gestrande huwelijken in het recreatiepark terecht is gekomen, via een datingsite een nieuwe liefde heeft gevonden.

En dan is er nog de arts Saskia, die na een ingrijpende gebeurtenis besloot dat het helemaal anders moest met haar leven. Ze heeft onlangs een chalet betrokken, dat ze voorlopig met haar toekomstige ex-man gaat delen. Allebei zorgen ze daarnaast enkele dagen per week thuis voor de kinderen. Is dit werkelijk de stap die zij nu wil zetten? En wat betekent dat dan voor hem?

Met compassie belicht Hans Pool in Lief En Leed in Parc Beagarde een wereld, waarin de aloude belofte ‘tot de dood ons scheidt’ zijn oorspronkelijke waarde heeft verloren en mensen, vaak zonder dat ze het wilden of zagen aankomen, halverwege hun leven ineens de koers moeten verleggen. Ieder gaat die uitdaging op zijn eigen manier aan.

De Jacht Op de Match

VPRO

Vanavond vertoont NPO2 een documentaire van Hans Pool over de zoektocht naar de beruchte Utrechtse serieverkrachterDe Jacht Op De Match (89 min.) wordt verteld vanuit het perspectief van de rechercheurs en officieren van justitie, met bijzondere aandacht voor de inzet van DNA bij het onderzoek.

Intussen denkt filmmaker Pool hardop na over de maatschappelijke gevolgen van DNA-onderzoek en -gebruik; wat betekenen die voor onze privacy? Die regelmatig terugkerende voice-overs, waarmee de maker een soort Tegenlichtje lijkt te willen spelen, zijn het minst sterke deel van deze intrigerende documentaire.

Ze leiden een beetje af van de verbeten zoektocht van politie en justitie naar de man die Utrecht jarenlang in zijn gewelddadige greep hield en de manier waarop ze de verdachte, die na twintig jaar in beeld komt door een fietsdiefstal, uiteindelijk schaakmat proberen te zetten.

Want dat verhaal is boeiend genoeg en wordt in deze film ook prima verteld.