Under Pressure: The U.S. Women’s World Cup Team

Netflix

‘Het is moeilijk om er één te winnen’, dreunt één van de onvermijdelijke deskundigen aan het begin van Under Pressure: The U.S. Women’s World Cup Team (174 min.) de vaste riedel op. ‘Twee keer op rij winnen is ongelooflijk. En drie keer winnen is nog nooit gebeurd.’ Uitroepteken. Het is duidelijk wat er op het spel staat voor de Amerikaanse vrouwen tijdens het wereldkampioenschap voetbal in 2023 – en dus ook wat het uitgangspunt is voor deze vierdelige docuserie. En, zoals elke voetballiefhebber inmiddels weet, gaat die missie glorieus mislukken.

Filmmaakster Rebecca Gitlitz wist op voorhand dus al ze moest toewerken naar een unieke prestatie of een enorme deceptie. Ze neemt daarbij haar tijd. Eerst concentreert ze zich op uitleg over het Amerikaanse vrouwenvoetbal, de samenstelling van de selectie, enkele hoofdrolspeelsters en de keuze over wie er wel en niet mee mag naar het WK in Australië en Nieuw-Zeeland. De spanning daarover bij enkele speelsters, die niet tot de kern maar tot de zogenaamde ‘bubbel’ daaromheen behoren, wordt zelfs over twee afleveringen uitgesmeerd.

Sinds het vorige wereldkampioenschap voetbal is er van alles veranderd bij de Amerikaanse vrouwen: een nieuwe coach, geblesseerde en gestopte voetballers en vijf speelsters die een kind hebben gekregen. Hoewel de uiteindelijke ploeg bekende cracks zoals Megan Rapinoe en Alex Morgan bevat, heeft Team USA ook veel onervaren krachten in de gelederen. En bondscoach Vlatko Andonovski moet ook nog maar bewijzen dat hij uit de schaduw kan treden van zijn immens succesvolle voorganger Jill Ellis, die de wereldtitel pakte in 2015 en 2019.

En dan wacht in aflevering drie, na een zuinige overwinning op Vietnam, al snel een tegenstander van formaat: de Oranje Leeuwinnen. Gitlitz maakt er een episch gevecht van: overspannen wedstrijdcommentaar, slow motion spelmomenten, bekvechtende speelsters, dramatische muziek en intens meelevende supporters. Het blijkt de eerste van een serie do-or-die wedstrijden voor de Amerikanen, die in eigen land ernstig onder vuur komen te liggen. Oud-International Carli Lloyd geeft haar voormalige teamgenoten bijvoorbeeld van onder uit de zak.

Dat WK komt voortijdig tot een eind tijdens een dramatische penaltyreeks, maar dat is niet de apotheose van deze degelijke sportserie. Die brengt nog in beeld wat er altijd gebeurt als de resultaten van een elftal tegenvallen en laat natuurlijk ook de spraakmakende afwikkeling van het wereldkampioenschap zelf, exemplarisch voor hoe vrouwen wereldwijd nog altijd topsport moeten bedrijven in een mannenwereld, niet links liggen. En dan is ook alweer de volgende stip op de horizon gezet voor Team USA: de Olympische Spelen van Parijs in 2024.

(Ook) daar móeten de Amerikaanse voetbalvrouwen vanzelfsprekend winnen.

Cody Gakpo – Psalm 20:4

Viaplay

Wie heeft welk belang? Wat is de motivatie van PSV om deze driedelige docuserie via Viaplay met de wereld te delen? En waarom wil Cody Gakpo dat die productie er komt? In eerste instantie moet het idee zijn geweest dat de aanvaller in de zomer van 2022 zijn laatste wedstrijden voor de Eindhovense voetbalclub zou spelen – in het ideale scenario bekroond met een kampioenschap – en dat hij daarna een transfer zou maken naar Engeland, vermoedelijk naar het Manchester United van landgenoot Erik ten Hag. Dan was Cody Gakpo – Psalm 20:4 (110 min.) simpelweg een mooie afsluiting van ruim vijftien jaar bij de club van zijn jeugd, stad en dromen geweest.

Hoewel hij zich destijds in het openbaar op de vlakte hield, stuurde Gakpo zelf nadrukkelijk aan op een transfer in de zomer en ging hij er ook vanuit dat die rond zou komen, zo blijkt in deze miniserie van Lennart Timmerman. Hij verhuurde zijn appartement bijvoorbeeld al door, naar de nieuwe assistent-trainer Fred Rutten. Alleen die overgang liet maar op zich wachten. Intussen verkeerde de ranke aanvaller bepaald niet in topvorm. Op de valreep, op de allerlaatste dag voor de sluiting van de transfermarkt, kon hij echter alsnog uit drie clubs kiezen. En daaruit maakte Cody Gakpo, vertelt hij op de avond zelf, op geheel eigen wijze een keuze, waarbij het advies van zijn God een doorslaggevende rol speelde.

Timmerman en zijn cameraman Ties Gooren, allebei in dienst van PSV, hebben een heel aardig inkijkje gekregen bij hoe Gakpo en zijn team, broer Sidney en zaakwaarnemer Kees Ploegsma Jr., de situatie probeerden te managen en na het wereldkampioenschap in Qatar, waar de speler onder de hoede van de eveneens in deze miniserie aanwezige coach Louis van Gaal floreerde, alsnog een transfer tot stand wilden brengen. Manchester United was toen opnieuw in markt, maar haakte wederom af. Dat liet Team Gakpo alleen niet weten aan Liverpool, dat inmiddels ook serieuze interesse had getoond in de zeer populaire ‘Eindhovenaar’. Die club kreeg simpelweg te horen dat Cody Gakpo de keuze op hen had laten vallen. Een aardig staaltje onderhandelen, waarmee ook PSV uiteindelijk was gediend.

Of dat het hele verhaal van de transfer is? Het is in elk geval de lezing van Gakpo en PSV, die voor deze serie nog altijd samen optrekken. Ook algemeen directeur Marcel Brands en ex-trainer Ruud van Nistelrooy verschijnen voor Goorens camera en staan Timmerman te woord. Die transferperikelen vormen ook het meest interessante deel van deze miniserie die – de titel verraadt het al – verder, enigszins oppervlakkig, aandacht besteedt aan zijn geloof en de directe omgeving van de sporter aan het woord laat, zijn moeder Ank en vriendin Noa. Dat levert weinig nieuwe inzichten op over de Nederlandse topaanvaller, die inmiddels alweer bijna een jaar actief is in de Britse Premier League.

Cody Gakpo – Psalm 20:4 is alsnog geworden wat PSV en de speler destijds waarschijnlijk voor ogen hadden: een viering van het afscheid van een clubicoon, dat nu de wijde wereld opzoekt, om later als een gearriveerde ster, zo lijkt althans de intentie, weer terug te keren in de moederschoot. De meerwaarde van deze promodocu zit met name in die gecompliceerde transferperiode en de toegang die de makers daarbij hebben gekregen tot de hoofdpersoon en zijn directe entourage. Waarbij we als buitenstaanders – het zij nog maar eens gezegd – dus niet weten wat we niet krijgen te zien en een beetje moeten gissen naar wie welk belang heeft.

Dearest Fiona

Bantam

Bij elke creatieve uiting moet de som uiteindelijk meer zijn dan de delen. 1 + 1 = 3, zogezegd. Wat te maken dan van Dearest Fiona (100 min.)?

Verhaallijn A van deze archieffilm behelst beelden van het dagelijks leven in Nederland van pak ‘m 1890 tot 1920. De gelauwerde audiovisueel kunstenaar Fiona Tan, geboren in Indonesië, diepte ze op in het archief van Eye Filmmuseum. Meisjes in klederdracht. Mannen aan het werk op het land of in het water. Een molen, natuurlijk. Impressies van een land waar keihard moet worden gewerkt, zoveel is duidelijk. Ook – of juist – als de industrialisatie inzet. Het is een allang verdwenen wereld. In grofkorrelig zwart-wit. Groen-wit. Bruin-wit. Of overduidelijk ingekleurd. Stom, dat zeker. Zonder geluid. Of beter: pas later van geluid, foley, voorzien door de filmmaakster.

De B-lijn bestaat uit een serie brieven die Tan, als student aan de Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam, in de periode 1988 – 1990 heeft ontvangen van haar vader uit Australië, het land waar ze zelf ook is opgegroeid. Ze hebben dertig jaar in de kast gelegen en zijn nu ingesproken door acteur Ian Henderson. ‘Liefste Fiona’, begint haar vader, die in 2016 is overleden, elke brief en meandert vervolgens losjes door wat hem zoal bezighoudt: wederwaardigheden van thuis, de huisdieren Heidi en Bunting, verwikkelingen op het werk en alles wat hem opvalt in de (inter)nationale politiek. Hij eindigt meestal met zoiets als ‘Keep well and tot ziens. Kisses from pop.’

En dan volgt alweer de volgende ingesproken brief van Fiona Tans vader. Ze zijn geschreven in een turbulente fase van de wereldgeschiedenis, toen de Koude Oorlog bijvoorbeeld naar z’n einde liep, en nu ogenschijnlijk lukraak geplaatst bij scènes van rietstekers, glasblazers, harmonieleden, veehouders of mannen en vrouwen aan de lopende band. Argeloze kijkers zoeken vast naar de meerwaarde van deze combinaties van beeld en tekst en tasten dan in het duister. Is er überhaupt een link? Of moet je de klik vooral in je hoofd maken bij deze vermenging van grote en kleine geschiedenis, van een wereld die voortdurend in beweging is en Tans familie, waar ook altijd wel wat gebeurt?

Soms lijken micro- en macroniveau daadwerkelijk samen te komen. Als Fiona blijkbaar een ansichtkaart met daarop de Amsterdamse gracht waar ze woont naar huis heeft gestuurd, reageert ‘pop’ direct: ‘De grachten zijn uiteraard innig verbonden met de Nederlandse geschiedenis en in grote mate ook met Indonesië’, schrijft de man, die als schooljongetje in Nederlands Indië over de kolonisator in het verre Europa moest leren. ‘Vanuit veel van deze handelshuizen werden de schepen naar Indonesië gestuurd, naar specerijeilanden om specerijen te kopen die in Europa met veel winst werden verkocht.’ Zo’n observatie krijgt echter nauwelijks een vervolg.

Fiona Tan legt de druk met deze stream of consciousness-achtige film nadrukkelijk bij haar publiek: dat zal er – de allereerste vertedering, fascinatie of nieuwsgierigheid voorbij – zelf betekenis aan moeten geven. Anders blijft 1 + 1 gewoon 2.

Alledaagse Waardigheid

NTR

‘Ontzettend dankbaar dat je mij daar waardig voor vond’, zegt de Nederlandse prinses Irene tegen Philomena Essed, hoogleraar Critical Race, Gender and Leadership Studies. Lachend: ‘Klinkt een beetje onderdanig…’ Essed vindt ‘t in de documentaire Alledaagse Waardigheid (75 min.) van Ida Does (Nieuw Licht: Het Rijksmuseum En De Slavernij) ook te veel eer. ‘Kom op…’

Het was in 1984 echter een gedurfde keuze geweest van de wetenschapper en haar uitgeefster Anja Meulenbelt om juist een lid van het Koningshuis te vragen om het eerste exemplaar in ontvangst te nemen van Alledaags Racisme, het allereerste boek over racisme in Nederland. In eigen kring werd er door sommigen zelfs schande van gesproken dat een vertegenwoordiger van het kolonialisme zoals prinses Irene zo’n prominente rol had gekregen. Philomena Essed wilde van de boekpresentatie echter nadrukkelijk ‘geen onderonsje met zwarte vrouwen’ van maken.

Haar boek, inmiddels bijna veertig jaar oud, legt de vinger op de zere plek: ook in Nederland, dat zichzelf graag op de borst klopt als een progressief land, is racisme aan de orde van de dag. Elke zwarte Nederlander herkent dat, constateert Essed. Al spreken ze er meestal niet of alleen in besloten kring over. De Surinaams-Nederlandse wetenschapster benoemt in haar baanbrekende boek ook het institutioneel racisme, dat onlangs nog pijnlijk zichtbaar is geworden in het Toeslagenschandaal. Ze maakt er bepaald niet alleen vrienden mee.

Met Philomena Essed zelf, Anja Meulenbelt, emeritus hoogleraar Gender en Etniciteit Gloria Wekker, de sociologe Hellen Felter, schrijfster/regisseur Marion Bloem én prinses Irene van Lippe-Biesterfeld maakt Ida Does de balans op: wat heeft Esseds boek in binnen- en buitenland teweeg gebracht en in hoeverre is dat alledaagse racisme nog steeds herkenbaar in het moderne Nederland, dat zo langzamerhand toch wel van zijn witte onschuld is ontdaan en inmiddels bijvoorbeeld ook afstand heeft genomen van de controversiële figuur Zwarte Piet?

Does spreekt tevens met erfgenamen van Essed, zoals Jessica de Abreu (The Black Archives) en de initiatiefnemers van Zetje In, die na de Black Lives Matter-demonstraties van 2020 hebben bewerkstelligd dat racisme verplicht moet worden behandeld op school. Intussen kijkt ze ook mee hoe Philomena Essed haar eigen familiegeschiedenis onderzoekt. Ze blijkt af te stammen van een Surinaamse vrouw, die in 1800 in vrijheid werd gesteld door haar slavenhouder. Hij heette A. Dessé en gaf haar zijn eigen achternaam mee – al moest die dan wel worden omgedraaid.

Het is een treffend voorbeeld van hoe het verleden nog altijd zijn schaduw werpt over het heden. Zo onderstreept deze actuele en urgente film meteen het belang van grondig wetenschappelijk onderzoek naar het vroegere en huidige Nederland.

Bilal Wahib: Altijd, Altijd

Prime Video

Zonder ‘het incident’ zou deze film nooit worden gemaakt, stelt zij. Maar de film mag niet alleen daarover gaan, vindt hij. Zo begint die film: Bilal Wahib: Altijd, Altijd (70 min.). Met een gesprek op metaniveau tussen de hoofdpersoon en regisseur, Anne de Clercq (Snelle: Zonder Jas Naar Buiten). Over de film waarnaar we nu zitten te kijken – en de olifant in de kamer waarover intussen continu wordt gesproken: zeventienduizend euro heeft Bilal tijdens een livestream op Instagram geboden aan een minderjarige jongen, om zijn piemel te laten zien. Maar piemels kunnen natuurlijk helemaal niet kijken.

Flauw grapje, totaal verkeerd gevallen. Heel Nederland sprak er in 2021 schande van. Het pedo-woord viel. En dan zijn de rapen gaar. Iedereen die zakelijke banden had met de jonge Marokkaans-Nederlandse acteur, zanger en presentator wist niet hoe snel ie die weer moest verbreken. Gecanceld. Daarom wordt er nu, ruim twee jaar later, een documentaire uitgebracht over Bilal Wahib, nadat hij eerder al eens een soort openbare boetedoening heeft gedaan bij de talkshow Op1. Want wat er ook gebeurt in het leven van een BN’er, het is en blijft allemaal materiaal. Bilal lijkt trouwens ook alweer een tijdje weg uit het verdomhoekje.

De Clercq vraagt haar protagonist niet alleen om terug te blikken op deze traumatische periode uit zijn leven en carrière. Ze wil ook dat hij samen met zijn moeder Fatima, vriendin Sophie en enkele vrienden in een studiosetting enkele cruciale scènes uit zijn eigen leven naspeelt, waarbij zij dan regieaanwijzingen geeft. De release van zijn grote hit Tigers bijvoorbeeld, ‘het incident’ natuurlijk en z’n tijd in een politiecel. Het is de bedoeling dat hij daardoor teruggebracht wordt naar zo’n moment, maar werkt uiteindelijk eerder als het fictionaliseren van die werkelijkheid. Wat een authentieke ervaring moet zijn geweest – spijt, verdriet of angst – krijgt daardoor het karakter van tamelijk goedkoop drama.

Intussen wil Wahib zijn ervaring ook verwerken in een performance, waarmee hij alsnog hoopt af te studeren aan de Toneelschool Amsterdam. Zijn eindpresentatie, over of je als bekende Nederlander een fout mag/kan maken, vormt tevens het logische eindstation van dit portret. Tussendoor worden overigens ook nog, niet al te diepgaand, zijn ADHD, de echtscheiding van zijn ouders en zijn snelle opkomst behandeld. Zodat het zowaar even lijkt alsof dit niet alleen een film over ‘het incident’ is, een poging om definitief te ontcancelen, maar een compleet portret van een jonge artiest die z’n overmoed achter zich heeft gelaten en nu gelouterd zijn loopbaan vervolgt.

Mag Ik Je Aanraken?

Witfilm / NTR

Kijken ze alleen? Of spelen ze ook een beetje? Om wat ze zien, en wat wij als kijkers alleen krijgen te horen, onschadelijk te maken? Als de camera zich op hun gezicht vastzet, terwijl ze kijken naar een seksscène die ze ooit hebben gespeeld, doorlopen enkele bekende Nederlandse acteurs in deze documentaire van Tamar van den Dop elk zo hun eigen gevoelens: gêne, tevredenheid, ontroering, lol óf verdriet.

‘Ik snap gewoon niet zo goed waarom dit zo lang in beeld moet’, zegt Nora El Koussour bijvoorbeeld ontdaan als ze een scène van zichzelf terugziet in Mag Ik Je Aanraken? (73 min.). Ze vindt het tafereel confronterend, vernederend zelfs. ‘Het is door gaan sijpelen in mijn eigen leven. Daarna is gewoon het respect weg voor mij.’ Na de opname kreeg zij een bos bloemen, haar tegenspeler bleef met lege handen achter.

Het blijft sowieso fascinerend: dat kijken naar kijken – en ondertussen niet zien wat zij zien. De jonge acteurs Joes Brauers en Lina Heijmans lezen bijvoorbeeld eerst hardop het script van wat ‘een onstuimige vrijpartij’ moet worden voor en aanschouwen daarna los van elkaar de daaruit voortgevloeide scène. Het is een intiem kijkspel, ook voor degene die er niet direct bij betrokken is, het zelfs niet eens zelf kan waarnemen.

Van den Dop, zelf ook actief als actrice, regisseuse en scenarioschrijfster, bevraagt in deze interviewfilm verder collega’s zoals Monic Hendrickx, Gijs Naber, Hannah Hoekstra, Jeroen Spitzenberger en Georgina Verbaan, terwijl ze op de filmset een zendermicrofoon krijgen opgespeld of worden gepoederd. Over de do’s en don’ts van seksscènes – en daarmee ook de verander(en)de seksuele moraal.

‘Doe maar (gewoon)’, kregen ze regelmatig van filmregisseurs te horen. En ook: ‘kan het wat geiler?’ Ze mochten – en wilden/durfden/konden – meestal vooral niet te moeilijk doen. En Van den Dop vraagt door: is het ook wel eens gewoon fijn? Raak je soms opgewonden? Hoe vertel je familie dat je een homorol gaat spelen? Mogen je kinderen deze scène zien? En: sta je eigenlijk op pornosites? En wat vind je daar dan van?

Als het gaat om seks zijn de tijden, zeker sinds #metoo, flink veranderd. ‘Ik ben wel kritischer gaan kijken: is het wel nodig?’ vertelt Rifka Lodeizen, die regelmatig functioneel naakt was te zien, bijvoorbeeld tegen haar visagiste, die van Waldemar Torenstra al te horen heeft gekregen dat hij soms in contracten laat vastleggen dat ie zijn kleren niet meer uittrekt. Een beetje film heeft tegenwoordig ook een intimiteitscoördinator.

Als kinderen van de vrijheid blijheid van de jaren zestig en zeventig moeten de routiniers Peter Faber en Jeroen Krabbé weinig hebben van zulke ontwikkelingen, die je onder de noemer ‘nieuwe preutsheid’ kunt categoriseren. ‘Het is alsof Queen Victoria weer terug is’, verzucht Krabbé. Tegelijkertijd blijkt, na enig doorvragen, dat hij vroeger zelf ook de nodige slechte ervaringen heeft opgedaan tijdens filmopnamen.

Van de andere kant: zorgt de huidige terughoudendheid er misschien ook voor dat seksualiteit nu wordt overgelaten aan reclame en porno? En wat betekent dat dan weer? Zo waadt Mag Ik Je Aanraken? dapper en delicaat, zonder ook maar een ogenblik navelstaarderig te worden, door het moeras rond seksualiteit op het scherm. En als de schijn niet bedriegt, wordt dat voorlopig niet meer zo vanzelfsprekend als in het verleden.

Hoe ’t dan wel moet of mag, blijft een kwestie van interpretatie en gevoel. Net als in het echt.

Mooi Meegenomen

KRO-NCRV

Wat is er in die twee dagen gebeurd? Als tweejarig kind werd Elif Kan, nadat haar ouders waren gescheiden, opgehaald door haar Koerdische vader. Daarna was ze enige tijd spoorloos. Zou het meisje door hem zijn meegenomen naar Turkije? vroeg moeder Jose, levend tussen hoop en vrees, zich toen af. Uiteindelijk werd Elif door iemand anders toch weer terug naar haar huis gebracht.

Sindsdien leeft Elif met de angst van haar moeder: de vrees dat ze haar dochter definitief zou kunnen verliezen. Het werd een onderwerp dat tussen hen in kwam te staan: pijnlijk, dreigend en onbespreekbaar. Bovendien raakte Elifs relatie met haar vader, die ze nog enige tijd in de weekends bleef zien, behoorlijk verstoord en begon zij te worstelen met haar eigen biculturaliteit.

Deze twee dagen, die elementaire thema’s in haar leven representeren, spelen nog altijd op bij de twintiger Elif Kan, die inmiddels presentator/redacteur is bij het crossmediale platform Spot On. Achteraf bezien is ze door het oog van de naald gekropen. Voor hetzelfde geld was Elif één van de honderden kinderen geworden, die jaarlijks worden ontvreemd door één van hun ouders.

Ze spreekt in de korte egodocu Mooi Meegenomen (30 min.) met twee van hen. Zij kwamen er allebei pas veel later achter dat ze leefden bij een vader die hen had ontvoerd – en dat ze daardoor hun moeder helemaal niet kenden. Dit had ingrijpende gevolgen voor zowel hun eigen leven als dat van verwanten. En het vergiftigde, natuurlijk, de relatie met de ouder die ze wél bij zich hadden.

Deze vaders komen helaas niet aan het woord in deze tv-film, die zich duidelijk richt op een jong publiek. Dat perspectief zou de vertelling beslist hebben verrijkt. Want waarom doet iemand zoiets? Het is een vraag die Elif nu aan zichzelf stelt. En waarom neemt hij daarvoor geen verantwoordelijkheid? Tegelijkertijd was een confrontatie voor de camera misschien ook wat te (on)gemakkelijk geweest.

Elifs vader herkent zich in elk geval niet in haar lezing van de feiten, laat hij aan het eind van de film nog wel weten via een verklaring. Daarmee komt Mooi Meegenomen wat abrupt aan z’n einde. Elif Kans zoektocht lijkt eigenlijk nog nauwelijks te zijn begonnen en heeft vooralsnog ook meer vragen dan antwoorden opgeleverd.

Mooi Meegenomen is hier te bekijken.

Tanja – Dagboek Van Een Guerrillera 

Cinema Delicatessen

Of ze zichzelf als een terrorist ziet? ‘Natuurlijk niet’, stelt Tanja Nijmeijer ferm.

De wereld leerde haar ruim vijftien jaar geleden kennen onder de naam ‘Eileen’, een jonge Nederlandse vrouw die actief was geworden binnen de Colombiaanse revolutionaire beweging FARC. Tegen haar wil werden dagboeken van de knappe ‘guerrillera’ toen gepubliceerd door de krant El Tiempo. De Overijsselse studente werd daarmee een westers gezicht bij de strijd tegen het ‘staatsterrorisme’ van de regering in Colombia. Dat sprak tot de verbeelding. Tanja kreeg een welhaast mythische status: een vrouwelijke variant op Che Guevara, uit Denekamp nog wel.

Ten tijde van Leo de Boers documentaire Dichter Bij Tanja (2010) was Nijmeijer al zo’n twee jaar vermist. Het gerucht ging dat ze tegen haar wil werd vastgehouden door de FARC of zelfs al zou zijn overleden. Dertien jaar later, als Tanja – Dagboek Van Een Guerrillera (86 min.) wordt uitgebracht, zijn de grootste raadselen rond de radicale Nederlandse strijdster allang opgelost. Ze was betrokken bij het vredesakkoord dat in 2016 met de Colombiaanse regering werd gesloten, trad veelvuldig op in de media en bracht een boek uit: Van Guerrilla Naar Vredesproces (2021).

Wat heeft deze film van de gelauwerde Duitse maker Marcel Mettelsiefen (Watani – My HomelandAfghanistan: The Wounded Land en In Her Hands) daaraan toe te voegen? Behalve de hoofdpersoon zelf die – beurtelings in het Engels, Spaans en Nederlands – terugblikt op haar betrokkenheid bij de FARC. Bijzonder beeldmateriaal bijvoorbeeld. Vanuit het hart van de beweging, die destijds ook met cocaïnehandel en ontvoeringen in verband werd gebracht. Daarop is te zien hoe Nijmeijer tolkt bij drie ontvoerde Amerikanen, die ruim vijf jaar werden vastgehouden.

‘Ik weet niet hoor Jans, waar dit project naartoe gaat’, schreef Tanja toentertijd aan haar vriendin Janneke Stuulen, met wie ze al die jaren bleef corresponderen. ‘Hoe zal het dan zijn als we de macht hebben? De vrouwen van de commandanten in een Ferrari Testarossa, met siliconentieten en kaviaar?’ Marcel Mettelsiefen gebruikt de briefwisseling tussen de twee vrouwen als structurerend element voor zijn film, waarin aan de hand van de lotgevallen van die ene Nederlandse strijdster tevens het grotere verhaal van de bloedige burgeroorlog in Colombia wordt verteld.

Via gesprekken met Nijmeijers hartsvriendin Janneke, voormalige FARC-commandanten en de Colombiaanse journaliste Jineth Bedoya (die Tanja’s dagboeken destijds naar buiten bracht) en fragmenten uit die veelbesproken persoonlijke geschriften krijgt Mettelsiefen stilaan echt vat op de revolutionair Tanja en de persoon daarachter. Al maakt hij ’t haar in interviews ook niet al te moeilijk. Hele kritische vragen lijken achterwege te zijn gebleven. De documentairemaker biedt kijkers zo de ruimte om hun eigen conclusies te trekken over de keuzes van zijn protagonist.

Intussen vangt deze intrigerende, zwaar doorwrochte film zowel de praktijk als de psychologie van een revolutionaire beweging. Het moet prettig hebben gevoeld om onderdeel te zijn van een gedeeld groter ideaal – ook al heeft dat verzet tegen het Colombiaanse regime uiteindelijk bitter weinig opgeleverd. ‘Het wapens opnemen werkt niet’, constateert Tanja Nijmeijer met de wijsheid van nu. ‘Heeft niet gewerkt. Dat is nu inmiddels wel een keer bewezen.’ Ze moet haar betrokkenheid bij die strijd alleen nog altijd bekopen met een plek op Interpols lijst van gezochte personen.

Terrorist of niet.

Extra Handen

Omroep Max

Extra Handen (53 min.) zijn er nodig in de ouderenzorg. De helft van het nieuwe personeel valt binnen twee jaar weer uit, stelt Loes Luca, de verteller van deze fijne tv-film. In Rotterdam is daarom een project gestart om mensen, die al een tijdje in een uitkering zitten en in hun persoonlijk leven ervaring hebben met het zorgen voor een ander, klaar te stomen voor een baan in de zorg. Zes maanden lang krijgen ze één dag per week les en gaan ze twee dagen stage lopen.

Documentairemaker Joost van der Wiel volgt vier van deze aspirant-verzorgenden terwijl ze hun weg zoeken binnen de ouderenzorg en dat werk proberen te combineren met hun privéleven. Ieder heeft daarbij zijn eigen uitdagingen. De Marokkaans-Nederlandse Iman Tahtah (43), moeder van twee dochters, voelt zich bijvoorbeeld als een vis in het water tijdens het contact met de cliënten, maar heeft soms moeite met hoe collega’s invulling geven aan dat werk.

Bibiche Lompole (38), een uit Congo afkomstige moeder van drie kinderen, heeft vooral stress voor en na de werkdag. Hoe zorgt ze er bijvoorbeeld voor dat haar pubers op tijd op school zijn en zij op haar stage? Ilidia ‘Linda’ Tavares (53) is betrokken geraakt bij het Toeslagenschandaal en verloor door Corona bovendien haar baan in de horeca, waarvoor ze soms meerdere diensten op een dag draaide. Haar voornaamste uitdaging in de zorg is nu het bewaken van haar eigen grenzen.

Alleenstaande Marco Hogenboom (56) tenslotte heeft zich jarenlang om zijn vader bekommerd en zorgt nu samen met andere familieleden voor zijn moeder. Hij is een man van twaalf ambachten en dertien ongelukken. Houdt Marco ‘t in de zorg wél vol? Via deze vier personages, die worden geobserveerd tijdens hun werk- en studieactiviteiten, volgt Van der Wiel het dagelijks leven in een ouderenzorginstelling en het project dat een nieuwe impuls aan de bemensing daarvan moet geven.

Of dat daadwerkelijk kan bijdragen aan het op peil brengen en houden van het aantal handen aan het bed valt op basis van Extra Handen niet vast te stellen. Duidelijk is wel dat het mensen met het hart op de goede plek een tweede kans kan bieden op een functie binnen de zorg – al blijkt die ook weer niet voor iedereen weggelegd.

Superleeuwen: Het Marokkaanse Voetbalsprookje

BNNVARA/Signal.Stream / vanaf maandag 26 juni op NPO

Het was zeker mooi, maar had ook iets wrangs. Nog nooit waren ze zo van ‘ons’ en toch duidelijk van ‘hen’, als toen de Nederlandse ‘Atlas Leeuwen’ voor hun andere vaderland, Marokko, grote successen vierden in Qatar. Nadat het Nederlands elftal al was uitgeschakeld, drong het nationale team van Marokko, als eerste Afrikaanse land in de geschiedenis, door tot de halve finale van het wereldkampioenschap voetbal in Qatar. In dat elftal speelden vier spelers die in Nederland zijn opgegroeid een sleutelrol: Sofyan Amrabat, Hakim Ziyech, Noussair Mazraoui en Zakaria Aboukhlal.

Khalid Alterch, alias rapper ICE en ‘Tonnano’ uit de misdaadserie Mocro Maffia, heeft de vier Marokkaanse topvoetballers weten te strikken voor Superleeuwen: Het Marokkaanse Voetbalsprookje (135 min). In deze vierdelige serie blikken ze samen met andere Marokkaanse Nederlanders zoals straatvoetballer Soufiane Touzani, schrijver Abdelkader Benali, ontwerper Aberrahmane Trabsini (modemerk Daily Paper), komiek Khalid Akouzdame (Borrelnootjez), oud-voetbalprof Ali Boussaboun, acteur Iliass Ojja, cabaretier Jawad Es Soufi (Sloegie), en Dania Boussatta, speelster van het Marokkaanse vrouwenteam, terug op het toernooi waarmee hun land zich wereldwijd in de kijker speelde – en zelfs in Nederland, waar ze zich allemaal wel eens onwelkom hebben gevoeld, de handen op elkaar kregen.

Met de wedstrijden van het WK voetbal als anker, waarvoor hij zelf met vrienden ook naar Qatar is afgereisd, gaat ICE ook met hen in gesprek over hoe ’t is om Marokkaan in Nederland te zijn. Een Marokkaanse jongen in Nederland, om precies te zijn, zo’n beetje het meest omstreden smaldeel van de vaderlandse populatie. Het is een verhaal van (gekrenkte) trots, familiegevoel en (geknakt dan wel hervonden) zelfvertrouwen. En van de herwaardering van Marokko als thuisland, ook als voetballer. Waar voor talenten het Nederlands elftal jarenlang het beoogde eindstation was, ook uit puur opportunistische overwegingen, lonken sinds het WK de Lions de l’Atlas nadrukkelijker dan ooit. Dat zien ook traditionele Nederlandse voetbalkenners als Willem van Hanegem, Andy van der Meijde en Joep Schreuder, die overigens niet al te veel toevoegen aan de reeks.

In deze miniserie wordt vooral het collectieve gevoel van Marokkaanse Nederlanders uitgedrukt. Niet zozeer via een treffend groepsportret of een helder opgebouwde thematische vertelling, maar meer in de vorm van een associatieve grabbelton van meningen, gevoelens en bespiegelingen. Tezamen schetsen die een aardig beeld van wat er leeft in de gemeenschap – en welke rol voetbal daarin speelt.

The Thief Collector

HBO

Routineus beginnen ze aan het leegruimen van de woning in het kleine Amerikaanse plaatsje Cliff. It’s all in a day’s job voor Dave Van Auker en zijn collega’s van Manzanita Ridge Antiques in Silver City, New Mexico. Ditmaal is alles echter anders. Op een augustusdag in 2017 treffen ze op de slaapkamer van het huis een schilderij aan, dat verdacht veel lijkt op Woman-Ochre, een belangwekkend werk van de befaamde Nederlands-Amerikaanse schilder Willem de Kooning.

Het schilderij is al ruim dertig jaar spoorloos. Op 29 november 1985, de dag na Thanksgiving, werd het door een man en een vrouw gestolen uit het University Of Arizona Museum of Art in Tucson. Toen was het ‘slechts’ drie á vier ton waard. Inmiddels wordt het op een slordige 160 miljoen dollar ingeschat. Ter plaatse, in Nowhereville, USA , hebben ze desondanks weinig op met het schilderij. Dat kan hun kleine broertje ook – of een bonobo, heb je die wel eens zien schilderen?

In de woning van de pensionado’s Jerry en Rita Alter worden tevens manuscripten aangetroffen van de man des huizes. In het korte verhaal The Thrill Seekers beschrijft Jerry bijvoorbeeld hoe de adrenalinejunkies ‘Georges’ en ‘Suzie’ een schilderij stelen. Ze beschouwen zichzelf als ‘masters of victimless crimes’. Moet dit worden opgevat als een bekentenis? Regisseur Allison Otto heeft hun lotgevallen in elk geval met acteurs en een vette knipoog verfilmd voor The Thief Collector (96 min.). 

Er zijn drie soorten kunstdieven volgens Bob Cauthorn, voormalig kunstmedewerker van The Arizona Daily Star. De types die simpelweg de gelegenheid aangrijpen, zij die er dik geld mee willen verdienen en lieden die puur en alleen voor zichzelf stelen. Die laatsten zijn volgens hem het gevaarlijkst. Zij verbergen het ontvreemde werk angstvallig voor de wereld. Behoren de Alters tot die categorie? Of hadden ze misschien een appeltje met De Kooning te schillen? En hebben ze wellicht nog meer op hun kerfstok?

Met familieleden, kennissen, medewerkers van de plaatselijke kringloopwinkel, vertegenwoordigers van het museum, kunstkenners en een agent van het FBI Art Crime Team ontleedt Otto in deze vermakelijke kunstcrime-docu het dubbelleven van Jerry en Rita Alter. Hebben ze al die tijd iedereen in het ootje genomen? Of doelbewust een mythe rond hun eigen levensverhaal gecreëerd? Maar als dat laatste waar is: hoe komen ze dan in Godsnaam aan Woman-Ochre?

Verhoeven Versus Verhoeven

BNNVARA

Paul Verhoeven is zo’n begaafde regisseur. Je voelt je veilig bij hem.’ (Michael Douglas, acteur Basic Instinct)

‘We maakten ruzie, schreeuwden en lachten. Er zat een geweldige, maffe hartstocht in onze communicatie, die heel inspirerend was.’ (Sharon Stone, actrice Basic Instinct)

‘Hij wordt altijd een beetje verliefd op zijn hoofdrolspeelster, maar dat levert vaak wel een fantastische rol op. Omdat hij heel gepassioneerd regisseert.’ (Derek de Lint, acteur Soldaat Van Oranje en Zwartboek)

‘Ik heb z’n fijngevoeligheid leren kennen. Dat lijkt misschien verbazingwekkend, gezien de films die hij maakt.’ (Isabelle Huppert, actrice Elle)

 ‘Paul is geïnteresseerd in grijstinten, in dubbelzinnigheid en in hoe mensen werkelijk zijn.’ (Joe Eszterhas, scenarist Basic Instinct en Showgirls)

‘Er is een gek iets met Pauls films,: er zit heel vaak een vertraging in. Het duurt even voordat het allemaal op waarde wordt geschat. Dat geldt voor Spetters, dat geldt voor Showgirls en dat geldt voor Starship Troopers. Hij loopt dus voor de muziek uit.’ (biograaf Rob van Scheers)

‘Paul Verhoeven is een cineast die een groot publiek kan boeien en verleiden’, vat verteller Antoinette Beijen-van den Steenhoven ’t aan het eind, met de eloquentie van de betere filmcriticus, nog eens samen in het gedegen portret Verhoeven Versus Verhoeven (54 min.). ‘Maar bijna al zijn films leiden tot een schandaal. Hij neemt risico’s bij elk nieuw verhaal dat hij verfilmt. Hij aarzelt niet om aanstoot te geven of te choqueren en doet dat met een explosief mengsel van vernietigende ironie en aanstekelijke energie.’ Waarvan akte.

Deze documentaire van Elisabeth van Zijll Langhout uit 2016, uitgebracht rond de release van zijn speelfilm Elle, vat de carrière van Neerlands belangrijkste filmmaker samen in een straf uurtje. Hij kan ’t zelf overigens in grofweg twee zinnen. ‘Toen ik films maakte in Nederland noemden de critici m’n films decadent, pervers en vunzig’, zei hij bij de uitreiking van een Razzie Award, voor slechtste film van het jaar, voor Showgirls (1995) in het hart van de Amerikaanse filmindustrie. ‘Inmiddels worden m’n films in dit land bekritiseerd als zijnde pervers, decadent en vunzig.’

Verhoeven maakt nu eenmaal subversieve publieksfilms. Over de belangrijkste thema’s van het/zijn leven: seks, geweld en religie. En deze docu, waarin de man zelf ook uitgebreid aan het woord komt en fragmenten uit producties zoals Floris, Turks Fruit, Flesh+Blood, Robocop en Total Recall natuurlijk ook niet ontbreken, slaagt er heel aardig in om de essentie te vangen van de mens en filmmaker Paul Verhoeven, wiens thematiek in de afgelopen jaren overigens nader is uitgewerkt in aparte documentaires over Basic Instinct (Basic Instinct: Sex, Death & Stone) en Showgirls (You Don’t Nomi).

Kleinkinderen Van De Oost

The Searchers

Als ratten tijdens een wetenschappelijk experiment kersenbloesem ruiken en vervolgens stroomstoten krijgen toegediend, dan blijkt dat zowaar ook z’n weerslag te hebben op hun nakomelingen. ‘Alleen al bij de geur van kersenbloesem piepten zij het uit.’

Het is een krachtige metafoor, vervat in de openingsscène van deze documentaire, voor Nederlands koloniale geschiedenis. Die mag dan officieel al enige tijd achter ons liggen, dat verleden werpt nog altijd zijn schaduw over het heden. Het is in elk geval alomtegenwoordig in Kleinkinderen Van De Oost (73 min.), een geladen roadmovie van Daan van Citters, met Joenoes Polnaija. De twee raakten bevriend tijdens de opnames van Jim Taihuttu’s speelfilm De Oost, waarbij ze werden geconfronteerd met hun eigen familiehistorie. Hun opa’s, van respectievelijk Nederlandse en Molukse origine, dienden allebei in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL).

‘Het is een geschiedenis waar de generaties voor mij over zwegen’, vertelt ‘jonkheer’ Van Citters. Zijn familie speelde een prominente rol bij de omstreden Verenigde Oost-Indische Compagnie en tijdens de zogenaamde Gouden Eeuw. ‘En waarover de generaties voor mij het zwijgen is opgelegd’, vult Polnaija aan. Zijn volk droomt, bijna 75 jaar na de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog, nog altijd van een Molukse staat, de Republik Maluku Selatan. Die werd hen destijds beloofd, maar is er nooit gekomen. Samen gaan de twee nu op reis naar Indonesië, naar de plekken waar hun opa’s verzeild raakten in die oorlog en betrokken waren bij de beruchte politionele acties.

Vanuit hun eigen perspectief belichten ze die beladen historie en de rol van hun voorouders daarin. ‘Mijn opa deed wat hem werd opgedragen’, constateert Daan van Citters. ‘En oorlog is zwart-wit. Het is jij of ik. Maar met de kennis van nu voel ik schaamte. Schaamte wat Nederlanders hier gedaan hebben.’ Bij Joenoes Polnaija is er tevens bitterheid over dat verleden. Over hoe de eerste generatie Molukkers, die zich had ingezet voor ‘de koloniale onderdrukker’, in Nederland werd behandeld. Ze hadden niet eens al hun kinderen mogen meenemen. Die kinderen, de generatie van zijn ouders, vonden daarna hun eigen middelen om aandacht te vragen voor de Molukse zaak.

Tijdens deze weldadig vastgelegde, met archiefbeelden gelardeerde reis langs de gebeurtenissen die hun grootvaders en de nazaten daarvan op tragische wijze hebben verbonden, blijven de twee vrienden de dialoog met elkaar aangaan. Via bespiegelende voice-overs en persoonlijke gesprekken. Een heel enkele keer geïrriteerd, als ze even overvallen worden door de kijk van de ander, maar meestal invoelend en respectvol. Zij representeren allebei een derde generatie, die behalve met het daderschap ook met slachtofferschap binnen hun familie in het reine moet zien te komen en vinden elkaar in dat intieme proces. Alsof ze samen kersenbloesem leren ruiken.

Amira

Videoland

Ze is negen jaar oud, weegt achtentwintig kilo en grossiert inmiddels in Europese en wereldtitels. Niet in turnen, ballet of stijldansen, maar als kickbokser. Tegelijkertijd is Amira Rahri een heel gewoon Marokkaans-Nederlands meisje dat naar de basisschool gaat, geniet van de kermis en zich houdt aan de Ramadan. Daarnaast staat haar jonge leven in het teken van de sport. En daarbij staat vader Younes constant aan haar zijde.

Tijdens een wedstrijd in Frankrijk wordt hij er tijdens de eerste ronde bijvoorbeeld mee geconfronteerd dat de tegenstandster van Amira (55 min.) ook op haar hoofd mikt. In Nederland mag dit helemaal niet. Younes ziet het vanuit de zaal met lede ogen aan, maar laat zijn dochter toch maar terugslaan. En die trekt de beladen tweekamp, haar opponent razendsnel stoten en schoppen toebrengend, gewoon naar zich toe.

In Marokko wordt Amira niet voor niets ‘The Wonder Girl’ genoemd. Als ze in deze (jeugd)documentaire van Elza Jo Tratlehner uit 2019 in het land van haar ouders arriveert, wordt ze op het vliegveld opgewacht door een enthousiaste menigte fans. ‘Papa, ik durf dit niet’, zegt ze tegen haar vader. Later moet ze ook nog allerlei journalisten te woord staan. In het Nederlands, want een andere taal spreekt ze niet.

Net als Tratlehners eerdere portretten van Jolene en Famke Louise is Amira, waarmee ze op het Cinekid-festival de prijs voor beste Nederlandse jeugdfilm won, over het algemeen erg ruw gefilmd en puur op de inhoud gemonteerd. Trefzeker werkt de film –  via een laatste rustmoment, de verplichte staredown met haar tegenstandster en de finale weging – toe naar een gevecht in Antwerpen, waar de jonge heldin opnieuw zal moeten zegevieren.

Indisch Zwijgen

Amstelfilm

‘Denk dan maar eeeven. Het kan niet altijd goed gaan in het leeeven’ zingt Wil Richards, een oudere Indische Nederlander, voor zijn achternicht, de beeldend kunstenaar Mei Oele. Hij vervolgt: ‘Zorg bij tegenslaagen dat je die ook kunt verdraagen.’ Wil weet waar hij over zingt. Hij zat vroeger in een interneringskamp. Terwijl zijn broer, Mei’s opa, net als veel lotgenoten die in Indië klem kwamen te zitten tussen de kolonisator en de gekoloniseerden, altijd bleven zwijgen over hun traumatische verleden, zette Wil zijn ervaringen juist op papier.

Tussen 1945 en 1968 kwamen er zo’n 300.000 Indische Nederlanders naar Nederland. Zij volharden meestal nog altijd in een Indisch Zwijgen (32 min.) over wat ze hebben meegemaakt, tot frustratie van hun nazaten. Hoewel Wil destijds het gevoel had dat hij werd beschouwd als een indringer is hij volgens eigen zeggen tegenwoordig ‘helemaal volledig ingeburgerd’ in Nederland. ‘Maar misschien ook vanwege de asielzoekers die dus binnenkomen’, zegt hij er besmuikt lachend bij. ‘Die hebben eigenlijk mijn plaats overgenomen van niet welkom zijn.’

Inmiddels wonen er zo’n anderhalf tot twee miljoen mensen met Indische wortels in Nederland. Filmmaakster Juliette Dominicus wil als vertegenwoordiger van de derde generatie het zwijgen over hun gezamenlijke verleden doorbreken. Tijdens een familie-opstelling bij een lichaamsgerichte therapeut ervaart ze de afstand binnen haar eigen familie echt aan den lijve. Tijd om het gesprek aan te gaan met haar vader. Amara van der Elst, spoken word-artiest, constateert intussen met haar moeder dat praten over het verleden soms ook gewoon pijn doet.

Samen hebben de drie jongen vrouwen ondertussen een kunstwerk gemaakt, waarmee ze het gesprek over dat gedeelde verleden proberen te openen. In dit appèl aan hun gemeenschap komen alle verschillende elementen – theater, video en beeldende kunst – mooi samen en wordt deze film die, met een héél uitgebreide begintekst, enigszins stroef van start is gegaan alsnog tot een fraaie climax gebracht.

Daley Blind: Nooit Meer Stilstaan

Videoland

Voor een voetballer met zijn staat van dienst blijft het opvallend hoeveel twijfel en weerstand Daley Blind nog altijd oproept. Zeker als daarbij in ogenschouw wordt genomen hoeveel drempels hij heeft moeten nemen in zijn carrière. ‘Het is gewoon soms een hele harde wereld, waarin er heel veel mensen zijn die een mening over je hebben’, zegt hij zelf over de voetballerij. ‘En soms maakt dat je heel klein.’

Daley Blind: Nooit Meer Stilstaan (73 min.) start natuurlijk bij het moment waarop zijn loopbaan als voetballer aan een zijden draadje hing. Nadat Blind eind 2019 tijdens een wedstrijd van Ajax tegen Valencia duizelig naar de grond was gegaan, volgden er allerlei onderzoeken in het Amsterdam UMC. Daar stelde cardioloog Harald Jorstad serieuze hartproblemen vast. Na het plaatsen van enkele ICD’s, signaleringskastjes in zijn lijf, kon Blind zijn voetbalcarrière echter tóch vervolgen.

In deze tweedelige tv-documentaire van Pamela Sturhoofd zijn de voetballer, z’n vader Danny, moeder Yvon, vrouw Candy-Rae en zijn zussen Zola en Frenkie opmerkelijk open over de medische uitdagingen, die hem op de achtergrond nog altijd parten spelen. ‘Dit is heel bijzonder’, zegt zijn arts Jorstad niet zonder trots. ‘Dit is letterlijk de grenzen van veilig sporten opzoeken. Op zo’n wereldniveau voetballen, na zo’n hartziekte, daar zijn heel weinig verhalen van bekend.’

Daarnaast zoomt Sturhoofd natuurlijk in op Blinds sportloopbaan, die worden geïllustreerd met fraaie (privé)voetbalbeelden en becommentarieerd door zijn oud-trainers Erik ten Hag, Louis van Gaal, Frank de Boer en Martin Jol. Ook dan toont de hoofdpersoon zijn kwetsbare kant. Als het gaat over de periode waarin zijn vader Danny bondscoach was en hijzelf heel slecht speelde, schiet hij zelfs vol. ‘Dat heb ik mezelf heel erg kwalijk genomen.’ Omdat Daley hem in de steek liet, zou Danny zijn ontslagen.

Het zijn echter niet zijn grote successen of decepties die de voetballer Daley Blind tekenen of de toon zetten in deze tv-docu, die tegen het einde echt een beetje wegloopt en in clichés vervalt. Dat is en blijft toch – hoe navrant dat ook klinkt – dat hart. Dit speelde opnieuw op toen zijn Deense oud-medespeler Christian Eriksen in 2021 een hartaanval kreeg tijdens het EK voetbal. Sindsdien zijn ze lotgenoten en delen de twee regelmatig – óók, enigszins gekunsteld, in deze docu – met elkaar hoe het gaat.

Blind, die zich tegenwoordig als ambassadeur inzet voor de Hartstichting, zou intussen wel wat meer waardering mogen krijgen voor zijn kwaliteiten en doorzettingsvermogen. Wellicht kan dit tweeluik een bescheiden bijdrage leveren aan het verder humaniseren van de speler die gerust een sieraad voor zijn sport mag worden genoemd. Dat zou overigens ook wel eens de bedoeling kunnen zijn geweest.

Al Wat Je Ziet

VPRO

Het begint vaak met: Waar kom jij vandaan? Hoe lang woon je al in Nederland? Spreek je Nederlands?

En, als het ijs eenmaal is gebroken en het allereerste contact gelegd, kunnen er volgens de Rotterdamse verpleegkundige Khadija Sabriye, die oorspronkelijk uit Somalië komt, nog veel meer vragen volgen: ben je besneden? Mag je seks hebben? Ben je uitgehuwelijkt? En daarna volgen, als vanzelf, de meningen: wat kun jij goed fietsen! Wat een mooie naam! Je bent zeker dankbaar dat je hier bent. Je bent zo exotisch.

Welkom in Nederland, een nieuwe wereld. Een wereld waarin buitenstaanders, of ze het nu willen of niet, een nieuwe versie van zichzelf moeten worden. Of zoals zij ‘t in Al Wat Je Ziet (72 min) zelf uitdrukken: niemand kan zien wie ik was. De van origine Iraanse filmmaakster Niki Padidar woont vanaf haar zevende in Nederland en weet dus uit eigen ervaring hoe dat voelt. Ze vergelijkt het met een ‘eeuwig durende auditie’.

Padidar onderzoekt in deze film hoe ‘t is om wakker te worden in zo’n vreemde wereld en daar onderworpen te worden aan de blikken van vreemden, die vooral jou als een vreemde ervaren. Vanuit dat perspectief kijkt ze, met vier meisjes/vrouwen die haar eigen ervaringen lijken te weerspiegelen, naar ‘ons’ Nederland, een aangeharkt land dat er voor iemand van buitenaf zomaar steriel, onnozel en levenloos kan uitzien.

De documentairemaakster vervat die ervaring tevens in theatrale beelden. Ze plaatst haar hoofdpersonen bijvoorbeeld in een vervreemdend decor: ieder z’n eigen kale, grijze kamer – naast elkaar op een podium – die ze zich met wat persoonlijke bezittingen eigen proberen te maken. Deze uitgesproken vormkeuze werkt als een spiegel voor de buitenstaanders, die ook ‘gewone’ Nederlanders gaandeweg worden in Al Wat Je Ziet.

Zodat de boodschap van deze prikkelende en geraffineerde film, onlosmakelijk verbonden met het persoonlijke levensverhaal van de maakster, uiteindelijk kan worden gecondenseerd tot één kernachtige vraag: wat als je van de ene op de andere dag niet meer wordt gezien, maar wel  wordt bekeken? Gevolgd door gedachten als: wie ben je dan (nog)? Wat zie je? Kun je erdoorheen breken? En: zou het ergens anders werkelijk anders zijn?

Held Op Papier

&Bromet

Op zijn werk, als receptionist in een verzorgingstehuis, is er doorgaans weinig behoefte aan iemand die sneller kan schieten dan zijn eigen schaduw. Sterker: sommige collega’s weten niet eens dat Rutger Gret dat in zich heeft. Hoewel hij eigenlijk helemaal geen type is voor een kantoorbaan, werkt hij er toch al zo’n 26 jaar. Geef hem echter een paar cowboylaarzen, een Colt-revolver en – natuurlijk! – een witte hoed en Rutger transformeert zomaar in de enige echte Lucky Luke, compleet met strootje in de mond. De officiële Nederlandse Lucky Luke, welteverstaan, in te huren voor feestelijke gelegenheden.

Allemaal goed en aardig, maar hij moet natuurlijk niet naast zijn laarzen gaan lopen, vindt zijn moeder Thea. Zij zou haar 41-jarige zoon best graag aan een vrouw willen helpen. Hij heeft daarbij alleen één prangende vraag: ‘Vallen ze nu op Lucky Luke of op Rutger Gret?’ Een duivels dilemma. Uiteindelijk komt de held van deze tragikomische film, die niet eens zo héél stiekem droomt van een bestaan als striptekenaar, oog in oog met zichzelf te staan. Bij wie ligt zijn toekomst, bij de onverstoorbare Luke of toch bij dat andere stripfiguur, ene Rutger Gret?

In de korte documentaire Held Op Papier (28 min.) legt Max Ploeg eerst, met strak geregisseerde en geënsceneerde scènes, vast hoe zijn protagonist het klassieke superheldenbestaan leeft: overdag een onopvallende figuur, in zijn vrije tijd de man die een aanzienlijk deel van de mensheid redt – of er anders, meestal eigenlijk, mee op de foto gaat. En daarna volgt, halverwege de film, een onverwachte plotwending: hoe diezelfde ‘poor lonesome cowboy’, door een vreemde speling van het lot, toch weer probeert te ontsnappen aan zijn imago van Lucky Luke-lookalike.

Een soort omgekeerd escapisme dus. Waarbij de mens, met zijn eigen dromen en aspiraties, vanachter het zorgvuldig gecultiveerde personage tevoorschijn komt. Een cartoonachtige vertelling, waarin vorm en inhoud echt samen opgaan, wordt daarmee een volwaardig portret. En Rutger, als de gewone mensenversie van een stripheld, blijkt zijn alter ego dus tóch de baas te zijn. Als hij een paard had gehad – Jolly Jumper ontbreekt echter in deze kolderieke nederwestern – zou hij nu vast Luke achter zich laten, met de noorderzon vertrekken en een onbestemde toekomst tegemoet rijden.

Een trailer van Held Op Papier is hier te bekijken.

Natasja Kensmil – You Want It Darker

Interakt

Met ferme penseelstreken verft Natasja Kensmil een groot deel van haar eigen schilderij weg. ‘Ik ben er effe klaar mee’, zegt ze gefrustreerd. ‘Ik heb niet gewonnen.’

‘Van jezelf?’ wil filmmaakster Lisa Boerstra weten.

‘Nou, van het schilderij’, glimlacht de Surinaams-Nederlandse kunstenares ontevreden. ‘Of wij hebben samen niet gewonnen, laat ik het zo zeggen.’

Kensmil worstelt soms niet alleen met haar ambacht, maar ook met de subjecten daarvan: personen en artefacten uit de tijd dat Nederland een onvervalste VOC-mentaliteit had, de zeven zeeën bevoer én overal slaven maakte. Met haar werk brengt ze de achterkant van ons koloniale verleden, zoals dit doorgaans in musea werd/wordt gepresenteerd, in beeld. Daarmee is ze inmiddels doorgedrongen tot het hart van exposities in het Amsterdam Museum en Stedelijk Museum. Natasja Kensmil heeft in 2021 bovendien de prestigieuze Johannes Vermeer Prijs ontvangen.

Het intieme en geladen portret Natasja Kensmil – You Want It Darker (52 min.) komt heel dichtbij de gevierde kunstenares. In haar atelier, dat fungeert als een burcht waarmee ze de gevaren van de wereld buiten de deur kan houden, observeert Boerstra hoe Kensmil werkt aan haar eigen, zwart omrande en skeletachtige variaties op traditionele regenten- en schuttersstukken. Werk dat, gezien haar eigen geschiedenis, een zeer persoonlijke lading heeft. Hetzelfde geldt ook voor de Sleeping Beauty-serie, een reeks schilderijen van opgebaarde kinderen.

Toen haar eigen zoontje ernstig ziek werd, raakte Kensmil gegrepen door de post mortem-fotografie van de Victoriaanse tijd en begon zelf ook te experimenteren met ‘wat de dood doet met kleur’. Ze legt uit: ‘Dat is een heel proces. En dat is ook wat ik bij mijn zoontje zag toen hij een hartstilstand kreeg en werd gereanimeerd. Het eerste wat je ziet is een bewusteloos lichaam, maar je ziet ook meteen de kleur veranderen.’ Het resultaat is een indringende serie kunstwerken, waarmee ze de dood gelukkig op afstand heeft weten te houden.

Tegelijkertijd belicht Lisa Boerstra in deze persoonlijke documentaire, gezegend met sfeervol camerawerk en een expressieve soundtrack, met Kensmils moeder en haar zus Iris (tevens beeldend kunstenaar) de getroebleerde jeugd van haar protagonist. Die nam als kind al haar toevlucht tot de kunst en zou, pas na enkele verplichte tussenstappen, op de Rietveld Academie belanden. Haar moeder heeft volgens eigen zeggen ‘gehuild als een klein kind bij de diploma-uitreiking’ en fungeert ook tijdens de uitreiking van de Vermeer Prijs als stralend middelpunt.

Daarmee wordt You Want It Darker zowel een boeiend inkijkje bij een toonaangevende kunstenaar, die steevast op het scherp van de snede opereert, als een portret van een hechte familie-eenheid, waarbij dat succes bepaald niet is komen aanwaaien.

Requiem For Auschwitz

Pink Moon

Ruim twintig jaar heeft componist Roger Moreno-Rathgeb gewerkt aan zijn Requiem For Auschwitz (64 min.). Binnen drie weken had hij de eerste zes delen, bijna drie kwartier muziek, min of meer klaar. En toen stokte zijn dadendrang, vertelt hij in Bob Entrops documentaire Een Stukje Blauw In De Lucht uit 2008. Hij voelde zich helemaal leeg en besloot om zelf een kijkje te gaan nemen bij het vernietigingskamp, waar meer dan een half miljoen leden van zijn gemeenschap, de Sinti en Roma, werden vermoord. ‘En toen was het helemaal voorbij met de inspiratie.’

Uiteindelijk heeft Moreno-Rathgeb de draad toch weer opgepakt, zo blijkt uit deze vervolgfilm van Bob Entrop, de Bredase filmmaker die zich in de afgelopen jaren heeft opgeworpen als chroniqueur van de Nederlandse zigeunergemeenschap. Entrop heeft op die manier een belangrijke rol gespeeld bij zowel de emancipatie van de Nederlandse Sinti en Roma als de erkenning dat ook zij tot de belangrijkste slachtoffers van het verderfelijke naziregime behoren. Ook al wilden – of konden – ze daar in eerste instantie vaak nauwelijks over praten.

In deze documentaire mag natuurlijk ook dat ene hartverscheurende beeld van Settela Steinbach, het meisje dat na de oorlog was uitgegroeid tot hét symbool van de vervolging van Nederlandse Joden, niet ontbreken. Vanuit een treinwagon op Kamp Westerbork kijkt de tiener, die op weg moet naar Auschwitz, desolaat de wereld in. Pas in 1994, vijftig jaar na dato, ontdekte de journalist Aad Wagenaar dat het in werkelijkheid om een Limburgs Sinti-meisje ging. Settela werd opnieuw een symbool: voor de afgevoerde Nederlandse zigeuners en hoe weinig aandacht daarvoor tot dan toe was geweest.

Die tragedie – het verwoesten van een complete gemeenschap en het zwijgen daarover – komt in deze film indringend tot uiting in scènes waarin jonge Sinti en Roma worden geconfronteerd met de herinneringen van vertegenwoordigers van een eerdere generatie zigeuners die de vernietigingskampen overleefden. Intussen is het muziekstuk van Roger Moreno-Rathgeb dan toch klaar om uitgevoerd te worden. Ter voorbereiding daarop brengt de componist met leden van het Nederlands Begeleidingsorkest een bezoek aan Auschwitz-Birkenau. Zodat ze weten en voelen wat ze gaan musiceren.

De beelden van overlevenden die afdalen in het diepste van hun zwartgeblakerde ziel en anderen die zich bij de plekken des onheils en bijbehorende monumenten proberen in te leven hoe het geweest moet zijn om volledig overgeleverd te raken aan een moorddadig regime, mogen dan inmiddels overbekend zijn, echt wennen doen ze nooit. Deze documentaire benadrukt nog maar eens het belang van dat herinneren en herdenken en voegt daar de helende kracht die muziek, hopelijk, kan hebben aan toe. Als balsem voor de gebutste ziel.