La Caída De El Mayo

Netflix

Tijdens een operatie in 2001 slaat het Mexicaanse leger een belangrijke slag in de strijd tegen het Sinaloa-kartel. In een loods vinden ze zowaar een foto van één van de leiders, Ismael ‘El Mayo’ Zambada García. Tot dan toe hadden ze er geen idee van hoe hij eruit zag. Terwijl Zambada, samen met de veel bekendere Joaquin ‘El Chapo’ Gúzman Loera, het beruchte drugskartel al sinds eind jaren tachtig bestiert. Die foto was cruciaal om hem uiteindelijk te kunnen arresteren, vertelt generaal in ruste Roberto Aquilera in La Caída De El Mayo (internationale titel: The Fall Of El Majo, 84 min.). De Amerikaanse Drugs Enforcement Agency hangt meteen de halve grensstreek vol met Wanted-posters.

Het zal desondanks nog een kleine 25 jaar duren voordat El Mayo, die in tegenstelling tot zijn kompaan het liefst volledig onder de radar blijft, daadwerkelijk kan worden ingerekend. Als het criminele kopstuk op 25 juli 2024 dan eindelijk wordt gearresteerd, het startpunt van deze driedelige serie van Darren Foster en Miguel Fernández Flores, zit El Chapo overigens al zes jaar vast. De twee hebben ondertussen allebei, bij verschillende vrouwen, een hele zwik kinderen op de wereld gezet. Die vormen samen een malicieuze samengestelde familie en vertegenwoordigen tevens de volgende generatie van het kartel. En deze erfgenamen vormen ook de zwakke plek van de Godfathers Guzmán en Zambada, die zich lang onaantastbaar lijken te wanen.

Na de aanhouding van zijn partner in crime in 2018 ontstaan er problemen tussen El Mayo en El Chapo’s kinderen, Los Chapitos, die met de handel in de pijnstiller Fentanyl mede aan de basis staan van de zogeheten ‘Opioid Crisis’ in de VS. Zij lijken nóg gewelddadiger dan hun vader. In 2019 gaan ze bijvoorbeeld over tot uitzinnig geweld tijdens een confrontatie met het Mexicaanse leger in Culiacán, die de boeken ingaat als Culiacanazo. Mayo Zambada ziet het met lede ogen aan. Een confrontatie lijkt onafwendbaar. Totdat hij in 2024, samen met El Chapo’s zoon Joaquín, naar de VS wordt gevlogen en daar wordt gearresteerd. Of heeft hij toch een deal gesloten met de Amerikanen en zichzelf overgegeven? De Mexicaanse autoriteiten tasten in het duister.

Foster en Flores ontleden de jacht op de drugsbaron met vertegenwoordigers van de Mexicaanse en Amerikaanse politie, justitie en politiek, enkele misdaadjournalisten en een paar geanonimiseerde insiders, die tegenwoordig als informant werken. Zo tekenen ze op hoe Mexico, onder invloed van de kartels, volledig gecorrumpeerd is geraakt. Een narcostaat pur sang, waar het bloed rijkelijk vloeit. De drugsoorlog heeft volgens schattingen al bijna een half miljoen levens opgeëist. In Mexico is het tegenwoordig al een privilege, stelt een journaliste cynisch, als nabestaanden een lichaam hebben om uitgeleide te doen. Van menig slachtoffer wordt simpelweg nooit meer iets vernomen.

De val van El Mayo, in het kielzog van El Chapo, betekent in dat verband eigenlijk weinig, toont deze grimmige miniserie. Hun erfgenamen zetten, na de verplichte bloedige strijd om de macht, hun werk gewoon voort. En de situatie in Mexico, zo laten Foster en Flores aan het eind zien, is nog net zo hopeloos als vóór de arrestatie van de tweekoppige leiding van het Sinaloa-kartel.

White Tiger Column

Lightwood Green

Sinds de militaire staatsgreep in Myanmar in februari 2021, waarbij de democratische regering is afgezet, wordt elke vorm van protest of verzet tegen het regime bruut de kop ingedrukt in het Aziatische land.

De revolutie moet ook ditmaal dus buiten het zicht van de machthebbers worden opgestart. Een Canadese filmploeg, onder leiding van Robert Mentov, Dwight Jantzi en Bryan Dickie, sluit voor White Tiger Column (95 min.) diep in de jungle aan bij een kamp, waar vrijwilligers van het People’s Defence Force zich melden voor een militaire training van 45 dagen. Zij worden daarbij niet alleen lichamelijk gedrild, maar ook mentaal gehard.

Het gaat om een nieuwe generatie strijders: jongens en meisjes met hun eigen idealen, trauma’s én liefdes. Voor games, popliedjes en hun telefoon, die om acht uur ‘s avonds overigens moet worden ingeleverd. En voor elkaar, natuurlijk. Als er een verliefd stelletje tussenuit is geknepen, spreekt een instructeur de anderen vermanend toe. ‘Wil je onderdeel van de revolutie zijn?’ vraagt hij hen indringend. ‘Of ben je op zoek naar de liefde?’

Anderen lijken in dit verborgen junglekamp, waar een enkele keer ook de harde realiteit doordringt van het brute regime dat op hen wacht, op zoek naar genoegdoening en wraak. ‘Ik wil alleen maar vechten’, zegt één van de rekruten. De dictatuur vernietigen die hemzelf bruut heeft gemarteld, zijn broer harteloos heeft vermoord en nu ook zijn moeder heeft gearresteerd. Hij heeft geen idee hoe het met haar is, vertelt hij geëmotioneerd.

In anderhalve maand worden de Davids van de eenheid White Tiger P-29909, voor de registrerende camera van het Canadese drietal, klaargestoomd voor het gevecht met een nietsontziende Goliath, waarin de underdog ditmaal vermoedelijk geen schijn van kans heeft. Ze lijken voorbestemd om kanonnenvoer te worden – of slachtoffer van droneaanvallen, folteraars of scherpschutters. En het zou zomaar kunnen dat hun eigen telefoon dat dan vastlegt.

Deze ontwapenende film wordt daardoor een wrange momentopname, de weerslag van die ene anderhalve maand, een periode die nooit meer terugkomt, waarin deze Gen Z-jongens en meisjes mannen en vrouwen moeten worden. Verzetsstrijders, martelaren wellicht, vechtend voor een vooralsnog onbereikbaar ideaal. Tot hun vertrek kunnen ze, tussen het prepareren van hun wapens en maken van explosieven door, nog even ongegeneerd jong zijn.

Effondrement

JHR Films

Als de Israëlische filmmaakster Anat Even op 24 oktober 2023 terugkeert in de kibboets Nir Oz, treft ze het huis van haar vriendin Carol leeg en ontzield aan. Ze wil er wel en juist niet naar binnen. Carol is ruim twee weken eerder vermoord. Net als haar jongste zoon Yonathan en diens gezin. Op de gevel van de Israëlische woning is een plakkaat geplakt. ‘Netanyahu, je hebt het bloed van mijn familie aan je handen’, staat erop.

In een gezamenlijke ruimte, doodstil, hangt een uitnodiging voor een demonstratie tegen Israëls bezetting van de Palestijnse gebieden. Die zou plaatsvinden op 7 oktober, de zaterdag waarop Hamas aanviel. Even verderop maakt een muur met brievenbussen eveneens een desolate indruk. Op een aantal bussen zit een zwarte sticker (ontvoerd), op enkele andere is een rode sticker (‘vermoord’) geplakt. Sommige adressen bevatten meerdere stickers.

Ooit was dit een vertrouwde omgeving voor Anat Even. In de indringende openingsscène van haar film Effondrement (internationale titel: Collapse, 78 min.) tekent ze de tragedie op die zich daar net heeft voltrokken. Met een persoonlijke voice-over ordent zij haar eigen gedachten en gevoelens. In de navolgende jaren blijft Even de ontwikkelingen volgen met haar camera. Ze rapporteert erover in een briefwisseling met haar oude vriend Ariel Cypel in Parijs.

Hun gesprek op afstand zet de filmmaakster, die altijd principieel tegen oorlog was, verder op scherp. Vanuit Parijs ziet Ariel soms meer dan zij. ‘Ik heb geen twijfels over jouw eerlijkheid, maar ik vrees dat je camera noodgedwongen aan één kant van de grens moet blijven’, schrijft hij haar. ‘De gruwelen die elk kind kan zien op YouTube of TikTok kunnen daardoor op afstand blijven, als de echo van een raket waarvan de impact onbekend blijft.’

Tot zulke afstandelijke beelden is Even inderdaad veroordeeld bij de acties van het Israëlische leger in Gaza, niet eens zo heel ver van haar verwijderd – al kan ze de gepantserde bulldozers, wanneer die herstellen van gedane arbeid, nog wel van dichtbij aanschouwen. Ze voelt zich een direct betrokkene, die veroordeeld is tot toekijken. Zoals zovelen. Ook als hardliners oproepen tot het uitroeien van de Palestijnen en anderen zich daartegen verzetten.

In de correspondentie met haar Parijse vriend geeft Even woorden aan haar ongemak met ‘de oneindige oorlog’ en de behoefte aan vergelding om haar heen en worstelt ze ook met haar eigen rol daarbij. ‘De soundtrack van de wraak overstemt de soundtrack van het rouwen’, concludeert zij uiteindelijk in deze delicate film, een pleidooi vóór het blijven zien van de mens in de ander en tégen de volstrekte onverschilligheid tegenover diens lijden. 

Niet veel later verstoort het geluid van neervallende bommen daadwerkelijk een bezoek aan de kibboets Nir Oz.

Planina

Cherry Pickers / vanaf 14 januari in de bioscoop

Ze koestert haar moederrol. Mileca ‘Gara’ Jovanović kan het niet laten om haar tienerdochter Nada Staniśić steeds weer te vertellen hoeveel mama van haar houdt. Samen leven ze op de Sinjajevina-berg in het noorden van Montenegro. In hun eenvoudige woning, op tweeduizend meter hoogte, slapen ze zelfs in één en hetzelfde bed. Een basaal en vruchtbaar leven, met hun koeien, schapen en katten. Afgezet tegen een weldadig decor van besneeuwde bergtoppen en oneindig grasland.

Dat vredige bestaan wordt in Planina (internationale titel: To Hold A Mountain,105 min.) echter niet alleen bedreigd door wolven en een enkele beer. Het leger wil ook een militair oefen- en schietterrein maken van de hoogvlakte, die door de UNESCO tot werelderfgoed is uitgeroepen. En dan is er nog Nada’s vader, die zich weer, al even onuitgenodigd, in hun leven zou kunnen melden. Die gedachte boezemt Gara angst in. Hij kan alles wat ze in de afgelopen twaalf jaar heeft opgebouwd met haar dochter verwoesten.

Deze observerende documentaire van Biljana Tutorov en Petar Glomazić speelt zich volledig af op die bergweide. Behalve één scène, halverwege de film. ‘Luister, vriend, kom naar mijn huis en eet mijn kaas’, bijt Gara dan een vertegenwoordiger van het leger toe, in een praatprogramma van TV Vijesti. ‘Iedereen is welkom, maar niet zolang die oefeningen plaatsvinden. Want dat gaat niet gebeuren. Die gaan alleen door nadat jullie ons, als herders, hebben afgeschoten. En begin dan maar met mij.’

Deze onverzettelijke activiste, die vlijmscherp uit de hoek kan komen om haar wereld te verdedigen, toont zich in de rest van de film vooral een liefdevolle herder, warme vriendin en beschermende moeder – en een personage om direct in de armen te sluiten. Gara is één met haar land en koestert haar mensen. Te midden van het overweldigende natuurschoon van één van Europa’s grootste bergweiden leiden zij een eenvoudig leven dat in de afgelopen eeuw nauwelijks lijkt te zijn veranderd. 

Tutorov en Glomazić vangen dat bestaan in al z’n grootsheid, maar tonen ook hun timmermansoog als het gaat om de kleine dingen des levens. Als Gara en Nada bijvoorbeeld met een kruiwagen en een dekentje de berg op gaan, op zoek naar een vermiste koe die vermoedelijk heeft gekalfd, resulteert dit in een even fraaie als ontroerende scène, die bovendien appelleert aan hun eigen familiegeschiedenis – waarover de filmmakers heel gedoceerd informatie prijsgeven.

Als dubbelportret van een moeder en dochter, twee sterke vrouwen die door het lot nóg sterker met elkaar verbonden zijn geraakt, komt To Hold A Mountain keihard binnen. Tegelijk blijft er ook genoeg ruimte voor de verbeelding, in de wonderschone wereld rond de Sinjajevina-berg.

Naza

Cherry Pickers

Het gebeurt niet vaak dat documentaires zelf nieuws worden. Het overkwam Errol Morris toen hij met The Thin Blue Line (1988), misschien wel de allereerste true crime-docu, aantoonde dat Randall Adams, die al jaren zat te verpieteren in een dodencel, de moord op politieagent Robert Wood in 1976 niet gepleegd kón hebben. En Andrew Jarecki met The Jinx: The Life And Deaths Of Robert Durst (2018), een misdaadserie waarin zijn hoofdpersoon juist per ongeluk enkele moorden bekende. Ook klassiekers zoals Titicut Follies, Gimme Shelter en General Idi Amin Dada: A Self-Portrait deden bijvoorbeeld, vanwege uiteenlopende redenen, het nodige stof opwaaien.

Dat Naza (80 min.) wereldwijd zowel een storm van kritiek als een waaier aan loftuitingen zou oogsten, was wel enigszins te voorspellen. Het gevolg ook: de film van Yuval Abraham en Rachel Szor, die in de Oscar-winnende documentaire No Other Land (2024) de benarde positie van een Palestijnse gemeenschap optekenden, trekt overal volle zalen. De zakelijke toon waarop 24 digitaal geanonimiseerde medewerkers van de Israëlische inlichtingendiensten, in het donker geïnterviewd op het dak van een flatgebouw in Tel Aviv, spreken over de militaire operaties die de Israel Defense Forces opstartten in Gaza na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023, raakt een gevoelige snaar.

Naza betekent nevenschade. Ofwel: het vermoede aantal burgerslachtoffers bij een actie. Zo’n twintig Naza per doelwit schijnt intern als acceptabel te worden beschouwd, maar soms hanteren ze ook heel andere aantallen. Een Israëlische militair spreekt bijvoorbeeld over het uitzonderlijke geval van ‘500 Naza voor één menselijk doel’. Die doelwitten worden bepaald door het computersysteem Lavender. Dat doet niet aan ethiek. Kunstmatige intelligentie is rationeler dan iemand die net een dierbare heeft verloren, stelt één van Abraham en Szors subjecten. ‘Ik word niet geacht om een morele of principiële positie in te nemen’, beweert een ander. ‘Ik heb een technische rol.’

De filmmakers vragen door, maar hengelen niet opzichtig naar emoties. De toon is functioneel, de setting afstandelijk. Ze wisselen hun gesprekken op het dak van de stad af met nachtelijke beelden van flatwoningen. De bewoners daarvan worden met behulp van de raamkozijnen, als ware het barricades, geanonimiseerd. Het nieuws over Gaza komt binnen via televisietoestellen. Het leven gaat er, kortom, ’gewoon’ door. Het is een treffende verbeelding van het dehumaniserende effect van deze oorlogsmachine, die niet alleen de slachtoffers ontmenselijkt maar ook de daders en hun acties, die veelal klinisch vanachter een beeldscherm kunnen worden opgezet en afgehandeld.

Daarbij maken ze geen onderscheid tussen kinderen en volwassenen. (Vermeende) Hamas-kopstukken moeten koste wat het kost uitgeschakeld worden. Waarbij de zinsnede ‘Waar is papa?’ naar verluidt geldt als signaal dat het doelwit thuis is gekomen en nu, samen met zijn gezin, kan worden uitgeschakeld. Het leidt tot enorme aantallen slachtoffers en verwoesting alom. Genocide? vragen de filmmakers. Absoluut, zegt één van de militairen. Een ander moet terugdenken aan de reis die hij ooit maakte naar de concentratiekampen. Naderhand zag hij de Duitsers als verpersoonlijking van het kwaad. ‘Ik zie die nazi’s nog steeds als slecht’, zegt hij. ‘Maar wie ben ik dan?’

Terrorisme kan worden gedefinieerd als ‘the systematic and deliberate attack, the murder, maiming and menacing attack of innocents, of civilians, for political goals’. Dat zijn niet de woorden van Yuval Abraham en Rachel Szor of hun klokkenluiders, maar van een politicus, die in 1986 in een Amerikaanse talkshow kwam vertellen over een boek dat hij zojuist had uitgebracht over terrorisme. Veertig jaar later stelt diezelfde Benjamin Netanyahu als premier dat Israëls optreden in Gaza een gerechtvaardigd onderdeel is van de strijd van goed tegen kwaad. Zijn eigen mannen, de voetsoldaten die de drones bedienen, spreken intussen over ‘zuiveren’ en verwoesting als strategisch doel.

De huiveringwekkende details die zij in deze verpletterende aanklacht oplepelen over hun werk zijn in dat verband niet meer dan logisch. De uiterste consequentie van hoe de huidige Israëlische regering, in elk geval sinds de aanslagen van 7 oktober 2023, naar Gaza en z’n bewoners kijkt. En daarvan slaat de wereld, héél terecht, even steil achterover.

Kanehsatake: 270 Years Of Resistance

National Film Board Of Canada

Als de situatie helemaal uit de hand is gelopen, zou je bijna vergeten waarmee het ooit begon: de bouw van luxe woningen en de uitbreiding van een golfbaan. Met het besluit om daarvoor toestemming te verlenen zetten de Canadese autoriteiten in 1990 de zogeheten Oka-crisis in gang. De plannen moeten namelijk gerealiseerd worden op het reservaat van de Mohawks, niet ver van Montreal. En hun heilige begraafplaatsen dienen ervoor te wijken.

Strijders van het inheemse volk, dat al eeuwen door de Canadese overheid wordt vergast op list en bedrog, barricaderen de snelweg bij hun nederzetting Kanehsatake en blokkeren een belangrijke verkeersader, de Mercier-brug. Tot grote woede van enkele gewone Canadese burgers, die vast komen te zitten in het verkeer. ‘Wilden!’ scanderen zij. Al snel wordt de hulp van de politie en het leger ingeroepen en escaleert het conflict verder. 

In de veelvuldig bekroonde documentaire Kanehsatake: 270 Years Of Resistance (120 min.) uit 1993 brengt Alanis Obomsawin deze ‘stare down’ tussen de autoriteiten en haar volk in beeld. De Mohawks erkennen de federale overheid niet als hun officiële gezag. Na een ‘lang spoor van gebroken beloften’, dat al eeuwen teruggaat, zetten de inheemse krijgers hun hakken in het zand en trotseren de Canadese soldaten, die geweld bepaald niet schuwen.

De blokkade zal uiteindelijk 78 dagen duren en vormt, niet in het minst door deze doorleefde weerslag ervan, een keerpunt in hoe Canada naar haar inheemse bevolking kijkt. Obomsawin belicht de verwikkelingen in Kanehsatake vanuit het perspectief van de Mohawks, plaatst de gebeurtenissen als verteller in hun historische en maatschappelijke kader en toont zo het onrecht dat de oorspronkelijke bewoners van het land stelselmatig is aangedaan.

‘Ze zouden jou op een reservaat moeten zetten’, bijt een inheemse vrouw enkele agenten toe. ‘En jullie land moeten afpakken.’ Die diepgevoelde verontwaardiging, over de beknotting van hun volk en de verwording van het bijbehorende land, zal in later jaren ook nog z’n weg vinden naar thematisch verwante documentaires zoals Yintah, Sugarcane en There’s Something In The Water. De camera helpt inheemse volken zo om hun recht te halen.

Red Kite

VRT

Bij het 25-jarige ‘jubileum’ van 9/11 is er onlangs in talloze documentaires teruggeblikt op de impact van de aanslagen van 11 september 2001. In de nasleep van die terreuraanval zijn de Verenigde Staten Afghanistan binnengevallen om Osama bin Laden en zijn terreurorganisatie Al-Qaeda onschadelijk te maken. Zij worden beschermd door de Taliban, die dan aan de macht zijn in Kaboel. Die moeten dus ook wijken.

Twintig jaar later, in augustus 2021, grijpen de moslimfundamentalisten opnieuw de macht in Afghanistan, nadat de Verenigde Staten daar hun troepen hebben teruggetrokken. De beelden van de machtsovername door de Taliban en de navolgende chaos op het vliegveld, waar talloze mensen in paniek het land proberen te ontvluchten, staan nog altijd op menig netvlies gebrand. Deze schokkende gebeurtenis is inmiddels ook alweer vijf jaar geleden en vormt dus eveneens de basis voor een aantal terugblikdocu’s, waarin de val van Kaboel vanuit verschillende perspectieven wordt belicht.

In Red Kite (134 min.) wordt bijvoorbeeld de gelijknamige geheime operatie van de Belgische regering gereconstrueerd, om landgenoten en hun plaatselijke medewerkers naar Europa te halen. De driedelige serie wordt daarmee een tegenhanger van de Nederlandse docu/drama-hybride Holland Gate – De Vlucht Uit Kabul (2026) – al lijkt de Belgische evacuatie nooit tot een politiek schandaal te hebben geleid. Het idee om de mensen die geëvacueerd moeten worden op de luchthaven te identificeren via een ‘smiley’ op de palm van hun linkerhand wordt nochtans een mislukking.

Operatie Red Kite lijkt in het begin sowieso uit te lopen op een totaal fiasco. Volgens piloot Koen Matton zorgt dit ook voor veel sarcastische grapjes: ze hebben meer mensen naar ginder gebracht dan dat ze er weggevlogen hebben, zeggen ze tegen elkaar. Met gevoel voor understatement: ‘Die eerste dag was geen gloriedag.’. Oud-eerste minister Alexander de Croo bekent dat ze gevloekt hebben omdat de beoogde repatrianten het vliegveld helemaal niet bereiken. In de navolgende dagen heeft de evacuatiemissie echter meer succes en slagen de Belgen erin om diverse mensen Afghanistan uit te krijgen.

Met direct betrokkenen – van geëvacueerden en hun familieleden en collega’s tot (geanonimiseerde) special forces en andere functionarissen die een sleutelrol hebben gespeeld in de reddingsactie – brengt Red Kite tien hachelijke dagen in Kaboel in kaart. Als de Belgische operatie wordt stopgezet, vanwege onder andere de dreiging van een bomaanslag, kan niet iedereen zich daarin vinden. Ze laten mensen achter! Piloot Matton is er bijvoorbeeld woest over. ‘Ik heb me een paar keer heel kwaad gemaakt’, vertelt ie. Hij laat zich echter kalmeren ‘door mensen met meer gezond verstand’.

En daarna wordt de klok in Afghanistan weer teruggedraaid, naar de tijd dat 9/11 nog in de toekomst verscholen ligt, slechts een enkeling zich druk maakt over wat Osama bin Laden in zijn schild voert en de Taliban-ideologie met harde hand aan heel het land, de vrouwen in het bijzonder, wordt opgelegd.

Eyes Of Gaza

AJ360 / Prime Video

‘Press’ staat er, voor alles en iedereen zichtbaar, op hun scherfvest. Toch staat daarmee bepaald niet vast dat Mohammed Ahmed en de broers Abdulqader en Mahmoud Sabbah daadwerkelijk buiten schot blijven tijdens hun werk. Als Palestijnse journalisten opereren ze op zo’n beetje het gevaarlijkste werkterrein ter wereld. In barre omstandigheden proberen ze daar als de Eyes Of Gaza (49 min.) te fungeren.

De drie worden nu zelf door een lokale cameraman gevolgd voor deze film van de Syrische documentairemaker Mahmoud Atassi uit 2024. Vanuit een spaarzaam ingericht gezamenlijke appartement in Beit Lahia in het Noorden van Gaza, ver van hun eigen familie, oefenen ze met gevaar voor eigen leven hun vak uit. Ze gaan op pad om de schade van Israëlische luchtaanvallen op te tekenen en interviewen getroffen bewoners.

Zo arriveren ze in een volledig verwoeste wijk, waar een orkaan of aardbeving lijkt te hebben huisgehouden. ‘Dit is mijn levenswerk’, begint een oudere man direct te schreeuwen. ‘Voor wie ben ik dit kwijtgeraakt?’ ‘Dat God je moge helpen, oom’, probeert Abdulqader hem te kalmeren. Die is echter wanhopig en woest tegelijk. ‘Wat hebben jullie me gebracht?’ roept hij tegen de journalisten – en de wereld in het algemeen.

Een andere man bedankt hen dan weer omstandig. ‘Dit is een wapen’, houdt hij Abdulqader voor. ‘Journalistiek is een wapen van verzet. De vierde macht. Jij laat de tragiek van ons leven zien.’ De man heeft ook oog voor hun beroepsgroep. ‘Van sommigen van jullie is ook een martelaar gemaakt. En jullie hebben net zulke verwondingen opgelopen als wij. Moge God jullie beschermen en helpen om het goede te blijven doen.’

Daarvoor is dan wel een adequate telefoonverbinding nodig. En dat Mohammed, Abdulqader en Mahmoud mens en in leven blijven. Tussendoor voetballen ze in deze sombere impressie van hun werk en leven met kinderen, spreken getroffen inwoners moed in en bezoeken in het ziekenhuis een ernstig gewonde collega. Want het Israëlische leger spaart journalisten bepaald niet – of kiest hen zelfs gericht als doelwit.

Ondanks – of misschien dus wel juist vanwege – dat prominente ‘press’ op hun kogelvrije vest. Zij fungeren immers als de ogen en oren van slachtoffers, die hun verhaal met de moed der wanhoop willen delen met de wereld.

The Orkney Assassin: Murder In The Isles

Videoland

Andere gasten van het Indiase restaurant Mumutaz in Kirkwall denken in eerste instantie dat hij simpelweg eten komt afhalen. Totdat ze zien dat de onbekende man een zwarte bivakmuts draagt. Vastberaden loopt hij op donderdagavond 2 juni 1994 op zijn doel af: de 26-jarige ober Shamsuddin Mahmood, afkomstig uit Bangladesh. Die schiet ie met een pistool door het hoofd. Het is de eerste moord in 25 jaar op de afgelegen Orkney Islands, die doorgaans vredig ten noorden van het Schotse vasteland liggen.

Is het een koel uitgevoerde liquidatie? Een uit de hand gelopen ruzie? Of toch een racistische moord, op één van de weinige moslims in Orkney? Het schokkende misdrijf zorgt voor onrust. Zowel bij de plaatselijke bevolking, die verdwaasd en getraumatiseerd achterblijft, als bij de Aziatische gemeenschap, die het leeuwendeel van de Indiase restaurants in Schotland runt. Kunnen zij nog veilig over straat of hun werk doen? Als er een verdachte in beeld komt, wordt de ontzetting alleen maar groter. De zaak is daarmee ook bepaald nog niet afgehandeld. Dat zal nog jaaaren kosten.

In de tweedelige documentaire The Orkney Assassin: Murder In The Isles (91 min.) laat Matt Pinder zien hoe Eddy Ross, de vuurwapenexpert van de lokale politie, een sleutelrol speelt in deze tragische kwestie, die de gemeenschap van Orkney ruim dertig jaar later nog altijd tot op het bot verdeelt. De oud-militair gaat met de 9mm-kogelhulzen die bij Mumutaz zijn gevonden op zoek naar het moordwapen en de man die de trekker heeft overgehaald. Al snel blijkt dat Ross zelf aan z’n tijd bij het Black Watch-regiment ook kogels van de Indiase munitieproducent Kirkee Arsenal heeft overgehouden.

Die ongemakkelijke constatering blijkt niet meer dan de opmaat naar een bijzonder moeizaam moordonderzoek, dat nog heel wat onverwachte wendingen zal nemen en commotie blijft veroorzaken bij de Schotse eilanders. Pinder serveert deze ontwikkelingen met diverse direct betrokkenen, waaronder Eddy Ross en zijn vrouw Moira, trefzeker en toch zonder al te veel effectbejag uit. De moord in Kirkwall, zo wordt al snel duidelijk, gaat niet alleen om de zoektocht naar de dader, maar draait net zo goed om de onmogelijke positie van familieleden, vrienden en ooggetuigen.

Door alle verwikkelingen op Orkney blijft het slachtoffer, een Bengalese man die ook maar gewoon zijn werk deed, ondertussen vrijwel buiten beeld – ook omdat hij in feite slechts een mineure rol lijkt te spelen in wat er zich heeft afgespeeld.

Trailer The Orkney Assassin: Murder In The Isles

Foute Erfenis

Pink Moon

Zijn opa werd begin jaren dertig al ontslagen bij Vroom & Dreesmann vanwege zijn steun voor het gedachtegoed van de NSB. De grootouders van Xander Beks hebben ook nooit afstand gedaan van hun dubieuze sympathieën – al zouden ze op latere leeftijd nog wel spijt hebben betuigd. ‘In alle eerlijkheid’, zegt hun kleinzoon, ‘in de processen-verbaal staat van mijn oma ook dat ze verklaard heeft dat ze baalt dat de Duitsers de oorlog hadden verloren. Wij hebben verder niks feitelijk kunnen ontdekken dat ze enige gruweldaad hebben gepleegd.’

Xander Beks, Nederlands militair en mede-initiatiefnemer van deze documentaire, vertelt ogenschijnlijk gemakkelijk over de Foute Erfenis (50 min.), die de kinderen en kleinkinderen hebben gekregen van opa en oma. Over hoe hun oudste zoons als kind bijvoorbeeld actief waren binnen de Jeugdstorm en later ook nog hebben gediend in de SS. Ook andere afstammelingen van ‘foute’ Nederlanders delen hun persoonlijke relaas in deze interviewfilm van Klaas van Eijkeren, die hun verhalen aankleedt met nieuwsbeelden, persoonlijke foto’s en stemmige animaties.

Zulke herinneringen zijn al eerder opgetekend – ook uit de eerste hand, zoals in de bekroonde documentaire Zwarte Soldaten (2011) van Joost Seelen. Deze docu voegt daar vooral een aantal ervaringsverhalen aan toe, verteld vanuit het perspectief van de derde en vierde generatie. Over hoe er keihard werd afgerekend met de Nederlanders die de verkeerde kant kozen. En over de gevolgen daarvan voor hun kinderen, die in tehuizen en heropvoedingskampen belandden en die samen met hun eigen kinderen moesten dealen met hardnekkige gevoelens van schuld en schaamte.

Het interessantst wordt Van Eijkerens film als de erfgenamen vertellen hoe het verleden ook hun eigen persoonlijkheid heeft gevormd. Ze schetsen zichzelf als mensen die willen pleasen, conflicten vermijden en moeite hebben om grenzen te stellen. Als mensen, kortom, die zeker niet in oude fouten willen vervallen. Slechte keuzes maken zit helemaal niet in je DNA, relativeert Isa Drion dan weer. Haar overgrootvader heeft dan misschien slechte keuzes gemaakt. Dat betekent niet dat haar opa, haar moeder of zijzelf datzelfde zouden doen. Het is, kortom, niet hun schuld.

De Stichting Werkgroep Herkenning zorgt voor nazorg en ondersteuning.

Traces

2Brave Productions / Stranger Films

Met elk individueel ervaringsverhaal wordt het collectieve verdriet verder ingekleurd. Iedere Oekraïense vrouw in de stemmige documentaire Traces (84 min.) heeft haar eigen beelden, geluiden en geuren vastgehouden, van de dag dat Russische soldaten hun leven binnendrongen. Ze kon nog net tegen haar echtgenoot en zoon zeggen hoeveel ze van hen hield. Ze voelde de loop van een geweer in haar mond. Ze was volgens de mannen ‘een ster van het internet’ geworden. Ze kreeg elektroshocks toegediend. Of ze hoorde tot haar grote ontzetting naderhand dat de soldaten onderling Oekraïens spraken.

In deze film van ervaringsdeskundige Alisa Kovalenko, geregisseerd met Marysia Nikitiuk, doen Oekraïense slachtoffers van seksueel geweld hun verhaal. Buitene beeld. Alleen. In hun eigen omgeving. Die duidelijk ook betere tijden heeft gekend. Later proberen ze daaraan hun eigen hoofdstuk toe te voegen. Onder aanvoering van de onverzettelijke Irina Dovhan, die de organisatie SEMA Oekraine heeft opgericht, beginnen ze getuigenissen over seksueel geweld op te tekenen, te beginnen met die van henzelf, in de hoop dat ze deze oorlogsmisdaden kunnen inbrengen bij het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Met een klein team vertrekt Tania bijvoorbeeld naar een volledig kapotgeschoten huis op het platteland, om de slachtofferverklaring van Nina op te halen. ‘Ik zei: wat wil je van me?’ begint de duidelijk getraumatiseerde vrouw, die wakker werd gemaakt door een soldaat die met een schijnwerper in haar gezicht scheen, te vertellen. ‘Je had mijn zoon kunnen zijn. Wat zou je ervan vinden als iemand dit bij jouw moeder zou doen? Toen sloeg hij me met de kolf van zijn geweer. Ik heb er nog een litteken van. Hij sloeg me. Mijn lip raakte opgezwollen, ik bloedde. Het was zo beangstigend dat ik me ervoor schaam om het te vertellen…’

Terwijl ze zulke tragische herinneringen verzamelen, de schade van het systematische seksuele geweld tijdens de oorlog inventariseren en zo stukje bij beetje ook hun eigen machteloosheid overwinnen, ontstaat er een zusterschap tussen de vrouwen. Hun strijdbaarheid is het levende bewijs dat de vijand uiteindelijk niet heeft gewonnen. En deze film doet dienst als een indringend pamflet om, ondanks de pijn en de schaamte, vooral niet te zwijgen over wat vrouwen – al zo lang als er oorlog is, in Oekraïne dus al vanaf 2014 – wordt aangedaan: Do Not Stay Silent.

Soldier’s Bones

Zeppers

De Vietnamoorlog die iedereen allang spuugzat was, kon volgens de Amerikaanse generaal Julian Ewell wel degelijk nog gewonnen worden. Hij initieerde eind 1968 in het zuidwesten van Vietnam de omstreden operatie Speedy Express, die hemzelf de bijnaam ‘The Butcher Of The Delta’ opleverde. De militaire campagne van het Amerikaanse leger in de zogeheten Mekongdelta, die tot halverwege 1969 duurde, kostte naar verluidt bijna 11.000 Vietcong-strijders het leven. Toch werden er in totaal nog geen 750 wapens ingenomen.

Waren dit echt vijandelijke strijders? vroeg de 27-jarige Newsweek-journalist Alec Demitri Shimkin zich dus begin jaren zeventig af. Of had de Negende Infanterie Divisie van het Amerikaanse leger Ewells parool ‘kill anything that moves’ letterlijk genomen en gewone Vietnamezen vermoord? Shimkin beet zich vast in de zaak en verdween daarna van de aardbodem. Sinds 1972 werd er niets meer van hem vernomen. In de documentaire Soldier’s Bones (90 min.) neemt de Nederlandse documentairemaker Kasper Verkaik ruim vijftig jaar later het stokje van hem over.

Aan de hand van ingelezen brieven die Alec Shimkin tijdens zijn speurwerk naar het thuisfront stuurde reconstrueert hij diens diepgravende onderzoek. Verkaik weet ook getuigen op te sporen die nader licht werpen op Operation Speedy Express. Met Shimkins zus Eleanor, verloofde Mary Ann, nicht Barbara, beste vriend Bill en enkele collega’s in Vietnam probeert hij bovendien vat te krijgen op de idealistische Amerikaanse journalist, die eerst actief was in de burgerrechtenbeweging en later besloot om de omstreden oorlog in Zuidoost-Azië te gaan verslaan.

Deze kalme en sfeervolle reis door het hedendaagse Vietnam is aangekleed met huiveringwekkende beelden uit dat zwarte verleden en wordt zo meteen een hypnotische tocht naar het ‘heart of darkness’ van de oorlog – en het hart van een jonge man die weigerde om zich neer te leggen bij oorlogsmisdaden en die ervan overtuigd raakte dat hij een belangrijk verhaal op het spoor was gekomen. ‘Death is our business’, stond er volgens Shimkin op één van de Amerikaanse helikopters, die dood en verderf zaaiden in de Mekongdelta. ‘And business is good.’

In de Verenigde Staten zat, na de commotie rond het bloedbad in het dorpje My Lai in 1968, echter niemand te wachten op nóg een voorbeeld dat de oorlog in Vietnam niet deugde. Met Alec Shimkin verdween dus ook het verhaal van Operation Speedy Express in een nooit meer te openen bureaulade, die Kasper Verkaik nu vol overtuiging openrukt.

American Doctor

Tiny Boxer Films

Hij dwingt de filmmaakster om voor haar eigen camera kleur te bekennen. De Joods-Amerikaanse orthopedisch chirurg Mark Perlmutter toont Poh Si Teng in de openingsscène van American Doctor (93 min.) beelden van zijn werk in Gaza. En hij wil dat zij die ook voorschotelt aan de kijkers van haar documentaire.

‘Deze eerste foto laat de kinderen zien die we in feite direct elimineren’, zegt hij geëmotioneerd, bij de aanblik van Palestijnse kinderen die niet meer waren te redden. ‘Dit ga ik blurren of toch niet gebruiken’, reageert Teng afwijzend. Ze wil de waardigheid van de kinderen niet beschadigen. ‘Nee, ik heb de toestemming van hun nabestaanden om deze foto’s te laten zien’, corrigeert Perlmutter. ‘Hun lichamen vertellen het verhaal van dit trauma, van deze genocide. Je bewijst hen geen dienst door die niet te laten zien.’

Tengs documentaire is nog geen drie minuten onderweg en de gewraakte foto verschijnt vol in beeld: zes lichaampjes van Palestijnse kinderen, die het geweld in Gaza niet hebben overleefd. Het is niet om aan te zien, maar moet naar de stellige overtuiging van Mark Perlmutter – en in zijn kielzog dus ook Poh Si Teng – wél worden gezien. Daarmee is ook de missie van deze film helder – en van de protagonisten ervan. Drie Amerikaanse artsen die aandacht vragen – nee: eisen! – voor oorlogsmisdaden in Gaza.

De Pakistaans-Amerikaanse trauma-arts Feroze Sidhwa werkt samen met Perlmutter in het Nasser-ziekenhuis in Khan Younis, in het zuiden van Gaza. Samen met hun collega’s stellen zij in gevaarlijke omstandigheden alles in het werk om gewonde Palestijnse burgers zo goed mogelijk te behandelen. ‘Als deze man het overleeft, dan komt dat door God’, zegt Sidhwa bijvoorbeeld tegen hen na een spoedoperatie, waarbij ze gevoelsmatig met één arm op hun rug moesten werken. ‘Niet door wat wij hebben gedaan.’

Zijn collega Thaer Ahmad, een Palestijns-Amerikaanse spoedarts, zou niets liever doen dan ook zijn bijdrage leveren in Gaza. Hij wordt bij de grens echter steeds tegengehouden door de Israëli’s. In eigen land probeert hij dus aandacht te genereren voor de situatie van de Palestijnen, in het bijzonder voor zijn overtuiging dat het Israëlische leger gericht schiet op journalisten, medisch personeel én kinderen. Artsen zoals zij zien vrijwel dagelijks jonge slachtoffers, beaamt zijn collega Feroze Sidhwa.

In Gaza sterven er volgens hem zelfs zeshonderd keer zoveel kinderen door geweld als in Oekraïne. De gezamenlijke aanklacht van Perlmutter, Ahmad en Sidhwa, die allemaal met hun poten in de modder (en het bloed) hebben gestaan, tegen Israëls optreden in Gaza is nauwelijks te negeren, maar lijkt vooralsnog wel aan dovenmansoren gericht. Met American Doctor zet Poh Si Teng hun wanhopig woedende boodschap nog eens kracht bij: in deze oorlog wordt elk recht geschonden. Wie roept Israël een halt toe?

Als in maart 2025 een staakt-het-vuren wordt beëindigd, volgt er bijvoorbeeld binnen enkele dagen een luchtaanval op een ‘terrorist’ die in het Nasser-ziekenhuis zou verblijven. ‘Dit is de eerste keer dat ik een patiënt die was opgeblazen heb geopereerd die vervolgens werd opgeblazen in zijn ziekenhuisbed’, blikt Feroze Sidhwa, nog altijd strijdbaar, terug. ‘Met zulke situaties krijg je als arts niet vaak te maken.’ Zelf is ie ook door het oog van de naald gekropen. Voor hetzelfde geld was hij bij z’n patiënt geweest.

Deze film wordt daarmee een indringend eerbetoon aan zorgverleners zoals hij, die steeds weer de moed vinden om in een hopeloze omgeving hun essentiële vak te blijven uitoefenen.

Mariinka

Savage Film

‘Je zult nog versteld staan als we Donetsk terugveroveren’, zegt Mark over de telefoon tegen zijn broer Ruslan. ‘We gaan jullie helemaal kapot maken.’ Ruslan reageert fel. ‘Doe het dan. Ik ben die bedreigingen van jou inmiddels strontzat.’

De broers Zolotko staan recht tegenover elkaar: Mark vecht voor Oekraïne, Ruslan zit in het Russische leger. Ze hebben nog twee broers: Maksim is ernstig gewond geraakt en zit al enige tijd in een rolstoel. En Daniil is, toen ze met z’n vieren nog in een weeshuis in het Oekraïense grensstadje Mariinka (94 min.) zaten, geadopteerd door een christelijke Amerikaanse familie en gaat tegenwoordig door het leven als Samuel Scruggs.

Sam probeert de verwikkelingen in Mariinka, vijf kilometer ten zuidwesten van Donetsk, vanaf de andere kant van de wereld te volgen. Daar wordt de jonge verpleegkundige Natalia Borodynia permanent geconfronteerd met de gevolgen van de oorlog, die in dit gebied al sinds 2014 woekert. Als er weer doden of gewonden zijn gevallen, probeert zij samen met collega’s, vaak tevergeefs overigens, te redden wie er te redden valt.

Nog niet zo lang geleden was Natalia een gewone tiener, die op de middelbare school genoot van dansvoorstellingen en die op weg naar bokstraining de Zolotko-broers leerde kennen. Haar beschadigde jeugdvriendin Angela Pisareva pendelt in deze film van Pieter-Jan De Pue (The Land of The Enlightened), in de loop van tien jaar gefilmd, ondertussen met allerlei smokkelwaar op en neer naar de frontlinie. Zo kan ze overleven.

Via deze jonge Oekraïners, die elk op hun eigen manier overleven, toont de Belgische filmmaker de ontmanteling van hun land, waar alles van waarde daadwerkelijk weerloos is geworden. In een aangrijpende scène treft Natalia in haar verwoeste ouderlijk huis bijvoorbeeld de brokstukken van haar vroegere leven aan: zwartgeblakerde boksmedailles, een feeërieke dansjurk en de foto van haar overleden moeder.

Behalve de grauwe werkelijkheid van opgroeien in oorlogstijd toont Mariinka in wrange poëtische sequenties, begeleid door sacrale muziek, ook wat ooit was, onderweg verloren ging en in de toekomst wellicht weer zou kunnen zijn. In een kapotgeschoten zaal danst Natalia met een medesoldaat bijvoorbeeld nog eens op haar examenbal. De werkelijkheid heeft hen ingehaald, maar het verlangen naar een normaal bestaan blijft.

Deze fraaie en aangrijpende film, geschoten op 16 mm, springt zo voortdurend op en neer in de tijd, door de formatieve jaren van jonge mensen waarmee het leven lelijke trucs heeft uitgehaald, en toont zo op diverse niveaus de totale ontwrichting die oorlog teweeg brengt.

Checkpoint

Yoav Shamir Films

‘Als de Palestijnen komen’, zegt een Israëlische soldaat bij de start van Checkpoint (80 min.), ‘dan voeren we onze show op.’ Die voorstelling, het checken van burgers die van en naar Gaza of de Westelijke Jordaanoever willen, wordt in deze observerende documentaire uit 2003 zonder commentaar gadegeslagen door de Israëlische filmmaker Yoav Shamir.

Zijn film speelt zich volledig af bij grensposten, waar Palestijnse burgers zich melden om op bezoek te gaan bij een rouwend familielid, met een ziek kind naar de dokter willen of de laatste voorbereidingen proberen te treffen voor een huwelijk. Zij moeten daarvoor toestemming krijgen van Israëlische soldaten, puberale jongens soms nog, die verantwoordelijk zijn gemaakt voor de veiligheid van hun land.

Bij het checkpunt ontstaat vervolgens een Babylonische spraakverwarring, fel twistgesprek of Kafkaëske crisis. Iemand die van de ene soldaat probleemloos de grens mag passeren, kan een uur later op de terugweg zomaar worden tegengehouden door een ander – en belandt dan in een soort niemandsland tussen hier en daar, met een voor alle betrokkenen frustrerende woordenwisseling als gevolg.

De menselijke maat raakt intussen volledig zoek. Een passagier van een ambulance moet bijvoorbeeld voor elke inzittende uitleggen waarom die zo nodig een behandeling in het ziekenhuis van Nablus moet krijgen en niet gewoon in het nabijgelegen Jenin kan worden geholpen. In spanning wachten de passagiers vervolgens af als de dienstdoende Israëlische soldaat hun identiteitsbewijzen controleert.

Zulke routines worden zowel in de brandende zon als stromende regen uitgevoerd. Gewone burgers zijn volledig overgeleverd aan de procedures – en grillen – van de poortwachters van dienst. Zo nu en dan doorbreekt iemand de patstelling of strijkt een soldaat over zijn hart, maar het dagelijkse ritueel – dat ook het karakter kan krijgen van treiteren, intimidatie of vernedering – blijft natuurlijk gewoon bestaan.

In het klein ontstaan er bij die grensposten, gefilmd in de periode van 2001 tot 2003, steeds weer nieuwe varianten op het conflict dat de wereld een kleine 25 jaar later nog in z’n greep houdt en alleen maar verder is ontspoord.

Dogs Of War

BBC

Hoewel internationale wetten het inzetten van huurlingen bij gewapende conflicten verbieden, zijn er wereldwijd naar schatting zo’n 100.000 buitenlandse beroepssoldaten actief. ‘Oorlog is verslavend’, vertelt de Britse huursoldaat David Tomkins, die zo’n veertig jaar (mee)vocht en voor wapens zorgde in landen als Somalië, Koeweit, Afghanistan, Sierra Leone en Colombia in Dogs Of War (87 min.). ‘Chaos is verslavend. Het is net een drug. En ik vond het geweldig!’

Zijn carrière als huurling kreeg halverwege de jaren zeventig een pikstart in Angola. Toen er een burgeroorlog uitbrak in het Afrikaanse land, bleek er behoefte aan een explosievenexpert. En Dave had net naam gemaakt in Londen als bankrover. Met zelfgemaakte nitroglycerine bracht hij kluizen tot ontploffing. Zo’n man konden ze goed gebruiken. ‘Ik schaam me diep voor een aantal dingen die in Angola zijn gebeurd’, stelt David een halve eeuw later. ‘Die zouden nooit mogen gebeuren, in welke oorlog dan ook.’

Angola mocht dan een voorbeeld zijn van hoe ’t niet moest. Tomkins had de smaak wel degelijk te pakken gekregen. Volgende missie: het omleggen van president Étienne Eyadéma van Togo. Rationalisatie: de man had zelf zijn voorganger laten liquideren. Oog om oog, tand om tand. Opblazen, die kerel! Zover zou ’t echter nooit komen. Uiteindelijk ging Dave zelfs nog op bezoek bij Eyadéma, vertelt hij in deze boeiende film van David Whitney, waarin ie het verhaal van zijn loopbaan in de oorlogs- en wapenbusiness doet.

Van de revenuen daarvan kon hij zijn gezin prima onderhouden, stelt Tomkins. Er stond zowaar een Rolls Royce in de garage. Intussen viel en valt hij zichzelf niet lastig met ethische vragen. ‘I can’t be sorry for everybody in the world’, legt hij uit. ‘The world is what it is.’ Hij was nu eenmaal ‘proud to be a criminal’. Zo doet de gepensioneerde huurling elke kwestie af met een straffe oneliner. Over de jaren negentig, toen de halve wereld in brand stond, zegt ie bijvoorbeeld: ‘A bad time for the world, but good for me.’

David Whitney verbeeldt ‘s mans herinneringen met enigszins kluchtige reconstructies en kadert ze verder in met quotes van direct betrokkenen, deskundigen en de huurlingen Alex Lennox, Dean Shelley en Peter McAleese (die samen met Tomkins ook al was te zien in Killing Escobar, Whitneys reconstructie van hun mislukte moordaanslag op de Colombiaanse drugscrimineel). Samen schetsen zij letterlijk een gewetenloze business, waarin het eigen gewin voorop staat en de rest een zorg is voor anderen of voor later.

Als ík ‘t niet zou doen, zegt David Tomkins bijna letterlijk, dan zou een ander ’t doen. En wanneer David Whitney maar blijft doorvragen naar zijn gevoelens over z’n roemruchte verleden, schiet dat bij hem in het verkeerde keelgat. Hij heeft helemaal geen berouw. ‘I wouldn’t swap one day of my fucking life for you or anybody else’, bijt hij de filmmaker toe. ‘I live for me and my family only. That’s the end of the story… Done!’

Natchez

VPRO

‘Hou je aan het script’, kreeg de Afro-Amerikaanse huiseigenaar Debbie Cosey te horen toen ze tijdens haar huizentour in Natchez (85 min.) halt hield bij een slavenverblijf en een verhaal vertelde over de tot slaaf gemaakte Dicey. Zulke verhalen zijn tegen het zere been van sommige andere eigenaren van plantagehuizen, die mensen rondleiden in het stadje in Mississippi. Natchez groeide in de 19e eeuw, met dank aan de talloze plantages, uit tot één van de welvarendste centra van het ‘Cotton Kingdom’.

Een deel van de huidige bewoners houdt graag vast aan ‘Zuidelijke sprookjes’, zoals bijvoorbeeld de folklore rond het zogeheten Pelgrimage-koningspaar: elk jaar worden daarvoor twee plaatselijke jongeren gekozen. Zij draagt dan als traditionele ‘southern belle’ een hoepelrok. Hij hijst zich in een uniform van het Geconfedereerde leger, dat in de Amerikaanse burgeroorlog streed tegen de afschaffing van de slavernij.

Toerisme is een belangrijke inkomstenbron voor Natchez. De revenuen daarvan lopen alleen zienderogen terug. De zwarte pastor Tracy ‘Rev’ Collins, die z’n eigen Rev’s Country Tours organiseert, weet wel hoe dit komt. Millennials zitten helemaal niet te wachten op die ‘Gone With The Wind’-verhalen. Daar maakt hij dus korte metten mee. De kolossale huizen die ze om zich heen zien, vertelt Rev bijvoorbeeld aan de passagiers in zijn busje, zijn gebouwd door slaven. Tijdens z’n tour laat hij de katoenstad van zijn lelijkste kant zien.

Voor een slavenmarktmuseum gaan natuurlijk niet bij elke bewoner van Natchez de handen op elkaar, blijkt in deze documentaire van Suzannah Herbert. ‘Dat vind ik niks’, zegt buurman Gene Williams die al een bod heeft afgewezen om zijn grond te verkopen. ‘Ik was er niet bij. Niemand van ons. En anders had ik het niet gedaan.’ Einde verhaal, wil hij maar zeggen. Net als het neerhalen van al die standbeelden van geconfedereerde generaals, een ander actueel thema in het zuiden van de Verenigde Staten.

Als de geschiedenis wordt herschreven, is het nu eenmaal onvermijdelijk dat de (voormalige) winnaars vasthouden aan hun eigen rozige versie van dat verleden of in het verzet komen – zeker als ze ook in hun portemonnee worden geraakt. Via enkele zorgvuldig gekozen hoofdpersonen toont Herbert die barsten in de gemeenschap: waar de één erkenning wil voor historische misstanden en een ander zich daarvoor best wil openstellen, houden sommige inwoners van Natchez stug vast aan hoe het ooit was.

En als die zich onder elkaar wanen in één van die statige herenhuizen, zo wordt pijnlijk duidelijk in de apotheose van deze scherpe zedenschets van de ‘Deep South’, kan zelfs die ene, allang in onbruik geraakte term, onder het mom van een grapje natuurlijk, als de façade even niet hoeft te worden opgehouden, zomaar weer van stal worden gehaald: ni**er. Dat went gelukkig nooit meer.

The Secret Life Of Uri Geller: Psychic Spy?

Springer Films

Hij zegt ’t met een stalen gezicht. ‘Ik kan je dit alleen vertellen omdat het programma inmiddels is vrijgegeven’, vertelt de Amerikaanse wetenschapper Russell Targ van het gerenommeerde Stanford Research Institute over de pogingen van de Amerikaanse veiligheidsdienst CIA om, midden in de Koude Oorlog, een gecrasht Sovjet-vliegtuig in Zaïre te traceren. Om er vervolgens bloedserieus aan toe te voegen: ‘Anders had ik jullie, nadat ik had verteld wie dit programma had gefinancierd, moeten doden.’

Welkom in een levensechte James Bond-film. Met zowaar een absolute hoofdrol voor ’s werelds beroemdste paragnost, Uri Geller. De Israëlische lepeltjesbuiger, helderziende en gedachtelezer zou jarenlang in het geheim voor enkele veiligheidsdiensten hebben gewerkt. Eerst voor de Mossad, daarna dus ook voor de CIA. De man wil – nee: kán – er zelf niets over kwijt in de documentaire The Secret Life Of Uri Geller: Psychic Spy? (91 min.) uit 2013, maar zegt steeds nét genoeg om de aandacht toch vast te houden.

Geller zou met zijn bijzondere gaven bijvoorbeeld een essentiële rol hebben gespeeld bij de Israëlische aanval op het Oegandese vliegveld van Entebbe in 1976, waarbij de Joodse passagiers van een gekaapt vliegtuig konden worden bevrijd. Daarover zegt hij dan: ‘Wat ik lees en hoor is dat ik radarsystemen tot aan Entebbe heb uitgeschakeld tijdens de bestorming, waarbij de broer van Benjamin Netanyahu is omgekomen. Zo zouden de Israëlische vliegtuigen veilig hebben kunnen landen in Entebbe.’

Maar dat heb je dus niet van hem. Filmmaker Vikram Jayanti moet de bevestiging van dit soort sterke verhalen dus elders halen. Bij wetenschappers van de prestigieuze Stanford University, zoals Russell Targ en zijn collega-natuurkundige Hal Puthoff, astronaut Edgar Mitchell, enkele oud-CIA-medewerkers en legerofficieren én de Israëlische premier Benjamin Netanyahu. Zij ondersteunen, direct dan wel indirect, Gellers suggesties. Want hij mag dan de schijn tegen hebben, wellicht heeft wel de waarheid aan zijn zijde.

Jayanti lardeert zijn zoektocht door de wereld van psyops met een wirwar aan ludieke muziekjes: van het Peter Gunn Theme en de soundtrack van The X Files tot het Mission Impossible-deuntje en – natuurlijk – dat uit duizenden herkenbare James Bond-thema. Daarmee relativeert hij zijn eigen bevindingen, die hem ook nog brengt bij de Hollywood-komedie The Men Who Stare At Goats (2009), waarin een Amerikaanse legereenheid wordt opgevoerd die gebruik maakt van paranormale tactieken en zo geiten doodt.

Dat kolderieke idee blijkt zowaar een snipper van een flinter van een kern van waarheid te bevatten: tijdens een wetenschappelijk experiment zou een helderziende in staat zijn geweest om de hartslag van een rat zo te vertragen dat die eraan overleed. En als dat inderdaad echt is gebeurd, zouden zo dan ook politieke rivalen om zeep kunnen worden geholpen? Naar het antwoord op die vraag blijft het gissen. Omdat a) het nooit is gebeurd. b) dit helemaal niet kan. Of c) dat zo geheim is dat niemand ‘t ooit zal toegeven.

En dus blijft ook ná het bekijken van deze vermakelijke film in nevelen gehuld of Uri Geller daadwerkelijk een paranormaal begaafde superspion is – of toch een charlatan, die weer een nieuwe manier heeft gevonden om zichzelf in het middelpunt van de belangstelling te plaatsen.

Steal This Story, Please!

Elsewhere Films

Als onverschrokken journalist is Amy Goodman zonder enige twijfel een product van haar familie. Thuis, in huize Goodman te New York, hadden ze vroeger bijvoorbeeld een familiekrant, Dave’s Press. Die was opgericht door haar achtjarige broer Dave. En kleine Amy zorgde ervoor dat alle familieleden netjes hun penny abonnementsgeld betaalden. Op een dag schreef Dave in de krant dat zijn moeder hem een tik had gegeven. Dit was ma Goodman toch te gortig. En dat vond Dave dan weer censuur.

Via ingezonden brieven bestookten de Goodmans elkaar met meningen over actuele thema’s, zoals de oorlog in Vietnam. ‘Dat hoorde ook bij mijn Joodse opvoeding’, vertelt Amy Goodman, inmiddels al zo’n dertig jaar het boegbeeld van het onafhankelijke Amerikaanse platform Democracy Now!. ‘Je stelt vragen en neemt niets voor vanzelfsprekend aan. Je benadert de wereld vanuit een intense nieuwsgierigheid en bent nooit bang om voor je principes te gaan staan.’ Die attitude heeft ze, kunnen we zo’n zestig jaar later wel vaststellen, sindsdien met verve in de praktijk gebracht.

Steal This Story, Please! (100 min.) is zowel een eerbetoon aan Amy Goodmans journalistieke loopbaan als aan onafhankelijke journalistiek in het algemeen. Want of ‘t nu in Nigeria, Irak of Gaza is, Goodman gaat met haar poten in de modder staan en stelt de vragen die gesteld moeten worden. Zij wil tevens een podium bieden aan mensen die anders niet aan het woord komen. Ook die attitude heeft ze van thuis meegekregen. Haar grootouders konden in Oost-Europa ternauwernood aan de Jodenvervolging ontkomen. Zij gaven het belang van het vrije woord door aan volgende generaties van de familie.

De journalist in Amy Goodman beleefde haar vuurdoop in Oost-Timor. Daar was ze er in 1991 getuige van hoe het Indonesische leger een bloedbad aanrichtte onder demonstranten. Sindsdien laat ze niet meer los. In dat opzicht zet de openingsscène van deze urgente documentaire van Carl Deal en Tia Lessin meteen de toon: nadat de Amerikaanse president Donald Trump in 2018 heeft verklaard dat klimaatverandering niets meer is dan een hoax, zet Goodman op de navolgende klimaattop in Katowice de achtervolging in op zijn vertegenwoordiger. De man rent voor zijn politieke leven.

Goodmans vasthoudendheid pakt in Steal This Story, Please! – een oproep aan andere media om er vooral ook met haar verhalen vandoor te gaan – wel vaker grappig uit. Als de Amerikaanse president Bill Clinton op de dag van de verkiezingen van 2000 bijvoorbeeld even inbelt om burgers op te roepen om vooral te gaan stemmen, onderwerpt ze hem aan een waar vragenvuur. Een half uur later is Clinton kribbig en krijgt Amy Goodman een ferme reprimande van zijn persvoorlichter. Daarover haalt ze haar schouders op: hij is de leider van de vrije wereld, die kan toch gewoon de hoorn erop gooien?

Hoewel haar achtergrond in dit bewonderende portret regelmatig wordt verbonden aan haar werk, blijft Goodmans privéleven volledig buiten beeld. Behalve d at haar hondje Zazu heet – nee, niet vernoemd naar het gelijknamige personage uit de Disney-klassieker The Lion King, maar naar een antifascistische jeugdbeweging in Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog – worden we over de vrouw achter de journalist nauwelijks iets wijzer. Zelfs niet of het haar soms zwaar te moede is, met een man zoals Donald Trump, die zijn achterwerk afveegt aan de persvrijheid, aan de macht.

Duidelijk is dan al wel: Amy Goodman laat zich niet de mond snoeren. Nooit.

Gaza’s Twins, Come Back To Me

Alef / Een van de jongens/ BNNVARA

Via de foto’s en video’s die haar zus Isreen met haar telefoon doorstuurt, proberen de Palestijnse vrouw Rania Deifallah en haar echtgenoot Akram hun pasgeboren tweeling te leren kennen. Hamoud en Jowan hadden oorspronkelijk ook nog een zusje. Dat is in november 2023 echter overleden in het Kamal Adwan-ziekenhuis te Beit Lahia, in het noorden van Gaza. Door complicaties bij de bevalling of de continue bombardementen van het Israëlische leger, wie zal het zeggen?

Na hun geboorte moesten de twee andere baby’s aansterken in de couveuse. Toen het ziekenhuis vervolgens werd geëvacueerd, zijn zij, na een periode waarin onduidelijk was ’t of ze ’t überhaupt overleefd hadden, in zuid-Gaza terechtgekomen. Daar worden ze opgevangen door hun tante Isreen en de rest van de familie, die daar al eerder was beland. Een reisverbod houdt hun moeder Rania vast in Beit Hanoun, in het uiterste noorden van de Gazastrook. Daar wacht zij op de tweeling.

Intussen probeert de jonge vrouw met haar man en hun andere kinderen in barre omstandigheden te overleven. De rest van de familie lijdt al evenzeer door de oorlog en moet steeds verkassen naar een nieuw, min of meer veilig, onderkomen. In de indringende documentaire Gaza’s Twins, Come Back To Me (96 min.) volgt regisseur Mohammed Sawwaf, zelf woonachtig in Gaza, gedurende zestien maanden of het hen lukt om de ouders en hun kinderen te herenigen.

Terwijl de beide takken van de familie de dood te slim af proberen te zijn – effectief tegenover elkaar weggesneden door de filmmaker, die dicht op het verhaal zit – beginnen de kinderen zich ook te hechten aan hun liefdevolle tantes en grootouders. En moeder Rania moet van een afstandje toekijken. Óók als blijkt dat Hamoud achterloopt bij zijn zusje ‘Juju’. Hij is niet volledig ongeschonden uit de bevalling gekomen en heeft behoefte aan extra zorg, die niemand hem in deze helse situatie kan bieden.

Het kwetsbare jongetje zal gewoon moeten overleven, in de hoop dat er ooit betere tijden komen. Net als de rest van zijn familie. Aan woede of wanhoop worden verder verrassend weinig woorden gewijd. ‘We wachten allemaal gewoon op de dood’, laat Rania zich weliswaar een keer ontglippen, maar al snel herpakt ze zichzelf en is het parool weer: moedig voorwaarts. Samen. In desolate omstandigheden die mensen dwingen om te laten zien uit welk hout ze gesneden zijn.

Daarmee wordt deze film over de twee Palestijnse baby’s een lofzang op familie, het sociale netwerk en de gemeenschap. Het geheel blijkt weer eens meer dan de som der delen, aangetoond in bijzonder tragische omstandigheden. Samen zijn ze moediger, vindingrijker en liefdevoller dan ze zelf waarschijnlijk ooit zouden hadden kunnen bedenken.