The Biggest Little Farm

Het klinkt als de premisse voor een doldwaze aflevering van Ik Vertrek: stadskoppel uit Los Angeles zoekt vanwege hun dwangmatig blaffende hond een nieuwe woonplek en begint op een afgelegen stuk dode grond in Californië een ouderwetse boerderij, volledig in harmonie met de natuur. Filmmaker John Chester en zijn vrouw Molly, kok en culinair blogger, laten zich daarbij adviseren door een deskundige op het gebied van biodiversiteit, ene Alan York, die het koppel zo authentiek mogelijk wil laten boeren

Deze goeroe houdt het echtpaar voor om zich vooral niet te laten ontmoedigen. Zodra je de natuur zijn gang laat gaan, heeft die de ene na de andere uitdaging in petto. Van een ziek varken en vogels die al het fruit kapot vreten tot hevige regenval en kippen verslindende coyotes. Die ‘plagen’ worden door Chester, die zelf de voice-over verzorgt voor The Biggest Little Farm (93 min.), echter héél slim uitgeserveerd, zodat er levenslessen uit zijn trekken en het verhaal helemaal klopt. Of het dat in werkelijkheid nu deed of niet.

Op Apricot Lane Farms, een boerderij zoals we die kennen van vergeelde plaatjes, wordt gedurende acht intensieve jaren de natuurlijke orde der dingen hersteld. Met nieuw leven. En de dood, die ook. Prachtig vastgelegd. Als in de beste natuurfilms. Het dorre land komt tot leven in deze idyllische ode aan de voedselketen, die enkele vragen onbeantwoord laat (waar betalen de Chesters bijvoorbeeld al die dieren, planten en mensen van?), soms té zoetsappig dreigt te worden en tóch over de hele linie blijft boeien.

Hail Satan?

Hij zou de torso van Iggy Pop krijgen. Vleugels. Hoorns, natuurlijk. En twee kinderen die bewonderend naar hem zouden opkijken. Baphomet. Ofwel: de Duivel zelf. Een gedegenereerde bok, comfortabel op zijn troon. Met op zijn schoot voldoende ruimte voor bezoekers om even te gaan zitten. Te poseren voor de onvermijdelijke foto. Vreemd genoeg zaten ze er in Oklahoma niet op te wachten. De hel brak los rond het monument dat The Satanic Temple wilde laten plaatsen op officieel overheidsterrein, direct naast een christelijk monument met de tien geboden.

Puberale pesterij? Of toch een serieus politiek statement? Hail Satan? (94 min.) onthult stapsgewijs de motieven van het verantwoordelijke gezelschap, dat in eerste instantie zo lijkt te zijn weggelopen uit een goedkope horrorfilm. Hun ludieke en provocerende acties werken aanvankelijk vooral op de lachspieren (en resulteren in krantenkoppen als: ‘Mississippi police want to arrest the Satanists who turn dead people gay’), maar worden in deze heerlijke film van Penny Lane gaandeweg van een serieuze onderlaag voorzien.

Als woordvoerder van de inmiddels wijdvertakte satanische organisatie opereert een enigmatische jongeling die zich Lucien Greaves noemt. Hij heeft een onderkoeld soort humor en bovendien een beschadigd oog dat je gemakkelijk voor een ‘evil eye’ zou kunnen verslijten (over ‘evil’ gesproken: draai het om, zeggen de satanisten, en er staat ‘live’). Greaves opereert als een soort satanische variant op The Yes Men, overtuigde antiglobaliseringsactivisten die wereldwijd hun punt maken met hilarische en messcherpe pranks en daarmee inmiddels drie documentaires hebben gevuld.

Zelf zal hij zeggen: Satan staat simpelweg voor ‘de tegenstander’. Een nuttige dwarsligger. In hedendaagse termen: een troll. En die rol speelt Lucien Greaves, ondersteund door een kleurrijk gezelschap van overtuigde en in deze film soms geanonimiseerde tempeliers, met plezier en verve. Vanuit één centrale overtuiging: de Verenigde Staten zijn in wezen een seculier land, dat zich aan het christelijke juk moet zien te ontworstelen. En dat resulteert in provocerende acties die Conservatief Amerika steeds weer op de kast krijgen.

Filmmaker Lane plaatst de activiteiten van The Satanic Temple, een club die duidelijk is geworteld in de alternatieve jongerencultuur, in hun historische context: de ‘satanische paniek’ van de jaren tachtig en negentig, toen allerlei rituele moorden en verkrachtingen aan satanisten werden toegeschreven (denk aan de Paradise Lost-trilogie) en metalmuziek en het gezelschapsspel Dungeons & Dragons in de ban dreigden te worden gedaan. Die associatie roepen de satanisten nog steeds op bij brave burgers – en dat vinden deze geboren outsiders stiekem helemaal niet erg.

En soms boeken ze zelfs concreet resultaat: die Baphomet in Oklahoma zou bijvoorbeeld een flinke staart krijgen. Nog voordat het blasfemische beeld kon worden geplaatst, besliste het hooggerechtshof van de staat Oklahoma dat het monument met de tien geboden moest worden verwijderd. Het bleek toch in strijd met de scheiding tussen kerk en staat. En toen hoefde Baphomet er ook niet meer te komen voor Lucien en zijn tempelgenoten. Althans, in Oklahoma…