Connected

SkyShowtime

Als de Russische oppositieleider Aleksej Navalny begin 2021 wordt gearresteerd, kiest de man die hem al jaren openlijk steunt, Dmitry Borisovitsj Zimin, de vlucht naar voren. Hij verlaat zijn geboorteland en zal er ook nooit meer terugkeren. Binnen een jaar is ‘Dim’ er zelfs helemaal niet meer. De bijna negentigjarige oprichter van de telecomgigant VimpelCom, het eerste Russische bedrijf op de beurs van New York, heeft voor een zachte dood gekozen, op zijn eigen voorwaarden.

In de interessante documentaire Connected (105 min.) van Vera Krichevskaya vertelt zijn veel jongere vriend en compagnon Augie Fabela hun verhaal. Samen gingen ze halverwege de jaren negentig, toen de Sovjet-Unie uiteen was gevallen en de aartsvijanden van de Koude Oorlog toenadering zochten tot elkaar, met hun startup naar de beurs. De Rus Zimin en de Amerikaan Fabela, een kind van Mexicaanse en Colombiaanse immigranten, werden vrienden voor het leven.

Later kregen ze met hun bedrijf te maken met nietsontziende Russische criminelen, die uit waren op hun geld, en werden ze geconfronteerd met een nieuwe autocratische leider, Vladimir Poetin, en de corrupte clan die zich daaromheen verzamelde. Rusland begon, op een totaal andere manier, net zo’n totalitaire staat te worden als de Sovjet-Unie. Zimin trok er zijn conclusies uit. Hij verliet de business en besloot zijn aanzienlijke fortuin beschikbaar te stellen voor goede doelen.

Met deze terugblik op zijn opmerkelijke leven belicht Krichevskaya tevens de geschiedenis van de Sovjet-Unie en Rusland. In 1935 werd Zimins vader gearresteerd. Hij zou sterven in een strafkamp. Na de dood van de destijds almachtige leider Jozef Stalin in 1953, ontving zijn familie zowaar een rehabilitatieformulier. Dims moeder kreeg ook nog enkele maanden salaris van haar echtgenoot overgemaakt. ‘Ik weet niet of het tragisch was, of een farce’, herinnerde hun zoon zich later.

Het lot van zijn vader zou een enorme vastberadenheid losmaken in Dmitry Zimin. ‘We zullen nooit ergens komen’, hield de man, die ooit werd opgeleid als ingenieur en jarenlang werkzaam was in het militair-industriële complex, zijn gehoor voor tijdens een speech in 2011, ‘als we geen respect ontwikkelen voor afwijkende meningen.’ En daaraan zal hij ook het finale deel van zijn leven wijden, bezegeld met een allerlaatste reis met zijn vrouw Maya op hun zeiljacht.

En daar komt Augie, die op latere leeftijd zowaar politieagent is geworden, hem natuurlijk opzoeken. Ook bij hem kruipt het bloed waar ’t niet gaan. Als Rusland Oekraïne binnenvalt, kort na Dims dood, komt Fabela in actie – vast ook om zijn hartsvriend te eren.

De Laatste Dans

Marieke de Bra

‘Goed zo, stop maar’, zegt de voormalige dansleraar Han de Bra tegen het oudere echtpaar dat aan hem laat zien dat ze het dansen nog altijd niet is verleerd. ‘Wat kom je eigenlijk doen?’ grapt hij. ‘We hebben de schwung eigenlijk niet meer zo’, antwoordt Mies Maas opvallend serieus. ‘Het is een beetje stijvig.’

Nadat Mies als zestienjarig meisje op dansles was gekomen bij ‘meneer De Bra’, vroeg die aan haar of ze ook op woensdagmiddag wilde komen. Sommige jongens hadden namelijk nog geen danspartner. En daar ontmoette Mies, in 1959 alweer, haar echtgenoot Ben. Voor hem was het hartstikke mooi dat ie zo zomaar in aanraking kwam met ‘de andere kunne’. Sindsdien zijn de twee onafscheidelijk, ruim 56 jaar getrouwd inmiddels. ‘Mijn relatie met Ben?’ zegt Mies glunderend. ‘Vlinders in mijn buik. Ja. Dat gebeurt nog wel eens.’

In de fijne korte documentaire De Laatste Dans (15 min.) laat Marieke de Bra nog twee andere echtparen aan het woord, die elkaar hebben ontmoet in de dansschool van haar ouders in Roosendaal. Dansschool De Bra, gevestigd aan de Stationsstraat, sloot in 2019 na 83 jaar z’n deuren. In een replica van de school, nagebouwd in 2022, ontvangt Marieke nu koppels die daar, (mede) door het dansen, verliefd werden op elkaar. De aanrakingen, het samenwerken en de omgang bleken een voorportaal naar veel meer.

Ergens op die Roosendaalse dansvloer sloeg in 1969 bijvoorbeeld de vonk over tussen Andrien en Ria Schrijvenaars. Twee jaar later was het opnieuw raak bij Coby en Cees van Ginneken. Terwijl ze deze paren op die vloer nog eenmaal toevertrouwt aan de kennersblik van haar vader Han, vraagt Marieke, die eerder ook al allerlei danskoppels uit de school van De Bra fotografeerde, hen naar het geheim van een (gelukkige) relatie voor het leven. En hoe kijken ze eigenlijk aan tegen de laatste dans?

Het is een eenvoudig concept, dat echter prima werkt. Via de quickstep of cha-cha-cha tonen de stellen zichzelf en elkaar, hun verhalen doen vervolgens de rest. Samen leven is immers als een dans: elkaar goed vastpakken, hetzelfde ritme vinden, de ander een beetje ruimte geven en dan lekker op gevoel doorgaan tot de muziek stopt.

Doodstrijders

Powned

Samen met zijn dochter Tamar oefent Loek de verklaring die hij wil afleggen in de rechtbank. ‘Edelachtbaar college’, begint hij geëmotioneerd. ‘Nooit heb ik uit minachting voor de wet deze willen overtreden. Mijn actieve rol op het gebied van hulp bij zelfdoding heb ik altijd uitgevoerd om anderen te helpen dezelfde wens te vervullen die ik zelf ook had: beschikking te hebben over Middel X, om te zijner tijd, vroeger of later, de mogelijkheid te hebben zelf invulling te geven aan het levenseinde wanneer anderen daar niet toe bereid zouden zijn.’

Tegen de voormalig humanistisch geestelijk raadsman bij het Ministerie van Justitie wordt een celstraf van tweeëneenhalf jaar geëist, waarvan een jaar voorwaardelijk. Drie dagen na de laatste dag van de strafzaak komt Loek op tachtigjarige leeftijd te overlijden. Een natuurlijke dood – al willen de politie en het Openbaar Ministerie dat nog wel even zeker weten. Zijn lichaam wordt onderzocht voordat het wordt vrijgegeven. ‘En dan krijg je je vader terug met een open gezaagde schedel’, zegt z’n dochter bitter. Net als de andere Doodstrijders (61 min.) van de Coöperatie Laatste Wil is Loek door zijn idealisme hard in aanvaring gekomen met de wet en voor de rechter beland.

‘Heel eerlijk gezegd vraag ik me af hoeveel machinisten ik, door te zijn wie ik ben en te hebben gedaan wat ik gedaan heb, heb voorkomen dat zij een mens voor de trein kregen’, zegt Tineke (74), die er niet omheen draait dat ze Middel X heeft verstrekt, in deze documentaire van Christien van der Aar en Manon Hoornstra. Dat verstrekken wordt overigens pas strafbaar als er daadwerkelijk een zelfdoding volgt. In de woorden van Tineke worden zij dan ‘gestraft voor medemenselijkheid’. Overtuigde Laatste Wil-strijders zoals zij vinden dat ze recht hebben op zelfbeschikking: ‘baas over eigen sterven’. En dus zoeken ze de grenzen van de wet op, omdat die moet worden verlegd.

Tegenover zulke activisten staan in deze film enkele ervaringsverhalen. Zo is Bart (44) er bijvoorbeeld nog altijd verdrietig over dat zijn partner Kevin (32) in 2021 zelf het Middel X moest nemen en zo geheel alleen uit het leven stapte. Of Kevin daadwerkelijk de beoogde ‘zachte dood’ heeft gekregen, weet Bart dus niet. De zussen Eefje en Martine hebben geconstateerd dat Middel X bij hun 92-jarige vader Dick in elk geval niet voor een waardig einde heeft gezorgd. Het was ‘een griezelfilm’ volgens Eefje (60). Nu Martine (62) zelf ongeneeslijk ziek is, geeft het haar rust dat zij zelf in aanmerking komt voor euthanasie en niet een vergelijkbaar pijnlijk stervensproces hoeft mee te maken.

Zo brengt deze boeiende en urgente documentaire de uitdrukkelijke wil van een aantal oudere idealisten om de (euthanasie)wet te verruimen in beeld, maar schromen Van der Aar en Hoornstra ook niet om de complicaties van het gekozen middel en de strafrechtelijke gevolgen van hun acties in kaart te brengen. Jos van Wijk (75), de ex-voorzitter van de Coöperatie Laatste Wil, blijft nochtans optimistisch. ‘De geest is uit de fles en die gaat er niet meer in terug’, stelt hij. ‘Dit is nog lang geen gelopen strijd. Sterker nog: die zelfbeschikking en Middel X om een einde aan je leven te maken is geen kwestie van óf ’t gaat gebeuren maar wanneer ’t gaat gebeuren.’

De Nachtwaker

KRO-NCRV

Het is zeldzaam intiem werk. Als vrijwilliger binnen de palliatieve terminale zorg waakt Janneke van Rees, een Nederlandse vrouw van middelbare leeftijd, bij mensen die in de allerlaatste fase van hun leven zijn aanbeland. In een hospice of gewoon bij de patiënten thuis. Om hun familie even te ontlasten. Janneke zorgt, wast en gaat in gesprek. ‘Het eerste wat ik doe is dat ik peil hoe dichtbij ik bij een cliënt kan komen’, vertelt ze in De Nachtwaker (52 min.). ‘Ik ga zitten en ik luister. Soms ben ik ergens maanden en ik kan luisteren wat ik wil, maar ik hoor niets. En soms ben ik ergens één nacht en hoor ik de meest bijzondere dingen.’

Met gepaste distantie observeert regisseur Nicky Maas de waakster tijdens haar nachten bij enkele Nederlandse ouderen. Respectvol vangt ze zo ook de gesprekjes en gesprekken die zij met haar cliënten heeft. ‘Zo is het leven nu eenmaal’, vertelt een bedlegerige vrouw bijvoorbeeld. ‘Iedere dag vanaf je 25e moet je inleveren.’ Nu kan ze niet meer lopen. En dat had zij, gaandeweg weliswaar met een rollator, toch bijna 93 jaar volgehouden. Al snel praten de twee over de oorlog, die de vrouw als tiener meemaakte en ondanks alles toch niet had willen missen. Het is een vredig tafereel, twee mensen die elkaar op de valreep in het hier en nu vinden.

Na zo’n dienst rijdt Janneke in haar cabriolet terug naar het bevoorrechte bestaan dat ze samen met haar echtgenoot André leidt. Ze spoelt de zorgen van de nacht van zich af, haalt enkele uren slaap in en hervat haar reguliere bezigheden: etentjes, tuinieren én een tripje met manlief naar een jagershut. En die activiteit krijgt van Maas, al direct vanaf de openingsscène, wel héél bijzondere aandacht. Het geeft haar film sfeer, maar lijkt ook bedoeld als tegenhanger voor het vrijwilligerswerk van haar hoofdpersoon. Als een dier sterft, kruipt dat weg, zegt de waakster daarover. Bij mensen gaan we er allemaal overheen hangen. Alleen sterven vinden we blijkbaar moeilijk.

De gedachte daaraan vindt ook Janneke ‘vreselijk’. Is dat eigen aan de menselijke soort? vraagt ze zich af – en Nicky Maas met haar, zo lijkt het. En heeft elk leven dan evenveel waarde? heeft de filmmaakster er vast achteraan gedacht. Het zijn vragen die deze intrigerende film onvermijdelijk oproept, terwijl ie sereen de dood aftast, zowel het naderen ervan als het finale loslaten en -maken, en de paradoxen daarbij optekent. ‘Het is wat als je naast de dood staat’, zegt Janneke van Rees, met enige nadruk, over de positie die zij daarbij inneemt. ‘Het is wat…’

Gerlach

Docmakers / Cinema Delicatessen

Voor de boerderij staat een goudgele ‘G’, met daaronder een rood bordje met ‘Gerlach’s‘ erop. Het is een directe verwijzing naar het nabijgelegen McDonald’s-restaurant, dat hem regelmatig van zijn nachtrust berooft. Hier is Gerlach’s Aardappel Paradijs gevestigd. Hij noemt zichzelf de laatste akkerbouwer. Om hem heen, onder de rook van Schiphol, is verder nauwelijks nog een boer te vinden.

De verstedelijking rukt steeds verder op. Vliegtuigen vliegen af en aan. Er zit een bedrijventerrein in de planning. En de sneltram naar Amsterdam komt er naar verluidt ook aan. Over enkele jaren zal die er wel liggen, denkt Gerlach (75 min.), dwars over zijn eigen land. ‘s Mans boerderij, al sinds jaar en dag in de familie, dreigt zelfs onteigend te worden door de gemeente Amstelveen.

Gerlach van Beinum nam het akkerbouwbedrijf, waar bijvoorbeeld ook tarwe, graan en bieten worden verbouwd en waar hij nog altijd aardappelen en groenten aan de deur verkoopt, op zijn veertiende over van zijn zieke vader, die enkele jaren later overleed. Sindsdien runt Gerlach, die al een half leven kampt met reuma, de boerderij in zijn eentje, zo nu en dan ondersteund door familie of vrienden.

Als zijn beste vriend Rinus, die inmiddels is gestopt met zijn spruitenbedrijf, in deze hartveroverende film van Aliona van der Horst en Luuk Bouwman op bezoek komt bij Gerlach en ze samen op de akker werken, aardbeien besproeien of binnen een kommetje soep naar binnen lepelen en met heel weinig woorden toch heel veel zeggen, lijkt de zelfverklaarde laatste akkerbouwer volledig in z’n element.

Dit is zijn wereld. Waar op de één of andere manier veel minder lijkt te hoeven, toch elke dag hard wordt gewerkt en er simpelweg meer minuten in elk uur lijken te zitten. Met geduld, compassie en oog voor de schoonheid daarvan vereeuwigen Van der Horst en Bouwman in deze film, die op het IDFA werd uitgeroepen tot beste Nederlandse documentaire, dit leven en land – en de man die dat nuchter en toch liefdevol bestiert. Als een rentmeester uit vervlogen tijden.

Tegelijkertijd maken ze ook de eindigheid van Gerlachs paradijsje invoelbaar: de oprukkende bebouwing, het onophoudelijke lawaai van een 21e eeuws bestaan en de hoosbuien die in het huidige klimaat geen uitzondering meer zijn. Gerlach van Beinum probeert gewoon door te leven zoals hij dat altijd heeft gedaan en houdt zo, voor zolang als het duurt, de ‘vooruitgang’ nog even tegen.

Gaandeweg wordt de gedachte echter onvermijdelijk: die gele ‘G’ gaat wijken voor de onvermijdelijke ‘M’, de menselijke maat voor het gezichtsloze kapitalisme. Intussen groeit deze film uit tot een troostrijke ode aan de eenvoud – en de mannen en vriendschap die daarmee soms gepaard gaan.

De Laatste Kans

VPRO

De stem is er weer. Die eerder was te horen in Stuk (2019) de baanbrekende documentaireserie over de patiënten en medewerkers van revalidatiecentrum Heliomare in Wijk aan Zee.

De stem die namens hen tot ons sprak en verwoordde wat er in hen omging. Over de grote dingen des levens en de kleine dingetjes waar de menselijke geest zich soms ook aan kan vasthaken. De stem van Jurjen Blick, een Nederlandse filmmaker die risico durft te nemen. Die onze gewone mensenwereld nu opnieuw probeert te bezielen met een ‘docuroman’. In vijf delen, ditmaal. Geïnspireerd door literatuur, ingefluisterd door een redacteur, Soraya Pol, die hun hoofdpersonen het hemd van het lijf heeft gevraagd en bijgestaan door zo’n beetje de voltallige Stuk-crew.

Die stem heeft nu zijn eigen arena gecreëerd. Laat zich niet langer belemmeren door een tijd, plaats of situatie. Hij verlaat zich ditmaal op een idee dat hij had met eindredacteur Maarten Slagboom over De Laatste Kans (250 min.) die een mens krijgt om een levensdoel te verwezenlijken. Het do or die-moment waarop we ons ware gezicht tonen. Als het nu niet gebeurt, dan gebeurt het nooit meer. Als, dan. Als Brigitte bijvoorbeeld haar hoogbejaarde moeder nu niet dwingt om te vertellen wie haar vader is, desnoods met juridische middelen, dan zal ze het nooit te weten komen.

Als bokser Delano geen medaille wint, wordt hij vervangen door een jongere concurrent. Als Ebru nu niet zwanger raakt, blijft ze kinderloos. Als historica Anne-Goaitske geen Friese walvisvaarders strikt voor haar podcast, zijn ze straks allemaal overleden. Als ecoloog Janneke niet ingrijpt, raakt half Nederland overwoekerd door de watercrassula-plant. Als Charissa nu geen tekeningen maakt met haar dochtertje, kan het door de spierziekte PSMA straks niet meer. Als Johnny zijn leven niet betert, is hij thuis niet meer welkom. En als Scooby een kind aanvalt, krijgt ie vast geen nieuw baasje meer.

Als, dan… Steeds weer. De vanzelfsprekende eenheid in tijd en plaats van Stuk en de daarmee gepaard gaande dramatische setting heeft Blick losgelaten. Hij verlaat zich ogenschijnlijk nog meer op de stem in zijn hoofd. Die moet daardoor wel harder werken. Om de verhaallijnen te verbinden en de losse eindjes aan elkaar te knopen. In de rug gedekt door vertrouwde elementen: het zowel observerende als gestileerde camerawerk, de ingenieuze montage, een tot de verbeelding sprekende soundtrack en projecties op de muur, om het verleden van zijn personages weer te geven.

Die stem laat hen boven zichzelf uitstijgen. Zij worden pionnen in Blicks intrigerende spel over levensdoelen, obsessies en het accepteren dat alles eindig is. Zoals de poster van de serie zich afvraagt: ‘Wat krijg je nog voor elkaar als de tijd je op de hielen zit?’ Dat pakt nét iets minder aangrijpend uit dan in Stuk, dat de lat natuurlijk erg hoog heeft gelegd.

Deze bespreking is na elke aflevering aangevuld.

Laatste Getuigen

VPRO

Waarom hij op zoek is gegaan naar de andere jongens? De reden daarvoor is simpel, volgens de Joodse schrijver Gerhard Durlacher (1928-1996). Net als bij al zijn andere naspeuringen naar de oorlog: ‘om jezelf zekerheid te geven dat het ook allemaal waar was, die nachtmerrie’. De waarheid van de vernietigingskampen is zelfs voor de mensen die er verbleven niet te bevatten. Ook zij blijven behoefte houden aan ondersteunend bewijs. ‘Anders denk je van jezelf: ik ben gek. Dat is een nachtmerrie, dat is helemaal niet waar.’

Durlacher, vader van schrijfster Jessica Durlacher, was vijftien en één van de 89 jongens in het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau die door de beruchte kamparts Josef Mengele werden geselecteerd en níet naar ‘het gas’ hoefden. Hij schreef er het boek De Zoektocht over, dat als basis diende voor Laatste Getuigen (89 min.). In deze documentaire uit 1991 probeert Cherry Duyns met drie van hen die tocht langs de poorten van de hel te reconstrueren. Terwijl zij konden/moesten voortleven, werden hun familieleden collectief als ‘ongedierte’ verdelgd.

‘Waarom?’ vraagt Ernst Hacker, die nooit eerder over zijn oorlogsverleden sprak. ‘Dat vraag ik me nog steeds af. Elke dag zie ik hoe m’n ouders en m’n broer het crematorium binnengaan.’ Waarna hij, met de handen voor het gezicht, onbedaarlijk begint te huilen. ‘Er gaat geen dag voorbij… Ik kan er tot op heden niet bij waarom ze dat gedaan hebben. Ik zou zo graag bij ze zijn.’ En dan volgt het schuldgevoel. ‘Maar om eerlijk te zijn heb ik niet gehuild toen m’n ouders het crematorium ingingen. Ik heb nooit kunnen huilen. Pas nu kan ik huilen.’

En dat gaat ook ruim 75 jaar na afloop van die verdoemde oorlog nog altijd door merg en been. Kun je er ooit overheen komen? vraagt Duyns aan Yehuda Bacon. ‘Voor een kind was dat de enige vanzelfsprekende realiteit’, antwoordt de kunstenaar, die na de oorlog naar Israël verkaste. ‘Er was niks anders. Ik kon niet vergelijken. Ik verklaar het zo: in Theresienstadt droomde ik nog dat ik thuis was en terugging naar m’n postzegelverzameling die ik ergens had verstopt.’ In Auschwitz was z’n kindertijd echter al ‘zo oneindig ver weg, dat ik droomde dat ik in Theresienstadt was.’

Waarom juist deze jongens werden gespaard door de nazi’s – waren zij voorzien als gijzelaars, loopjongens of toch als degenen die geruststellende brieven naar huis moesten schrijven? – is nog altijd niet precies te reconstrueren. Ieder van hen heeft, zo blijkt op een reünie in een Israëlische kibboets, zijn eigen manier moeten vinden om met het verleden te dealen. Het is in elk geval duidelijk dat deze mannen nog altijd niet bevrijd zijn – of ooit kunnen worden – van de gruwelijke geschiedenis waarvan zij getuige moesten zijn.

Tot De Laatste Snik!?

NTR

Eindigt het straks in een zielloze kantoortuin? Achter de geraniums? Of toch in café Vergane Glorie te Nergenshuizen? Voor artiesten die in de herfst van hun carrière zijn aanbeland liggen er nogal wat bananenschillen om te ontwijken. Ze kunnen zomaar een ouwe lul worden, een schim van zichzelf of een tragische karikatuur. Óf, nog erger: een oud wijf.

Volgens Angela Groothuizen, één van de hoofdpersonen van Tot De Laatste Snik!? (55 min.), had je als vrouwelijke artiest tot voor kort niets meer op een podium te zoeken na je veertigste. Althans volgens anderen. Hoewel ze zelf de zestig inmiddels is gepasseerd, treedt Groothuizen nog altijd op met de meidengroep The Dolly Dots. Binnenkort houdt ze er echter mee op. ‘Ik moet steeds harder werken om die stem een beetje op gang te krijgen’, zegt ze. ‘Ik ben gewoon versleten, man!’

De andere hoofdpersonen van deze boeiende documentaire van Marcel Goedhart moeten daar (nog) niet aan denken. Golden Earring-bassist Rinus Gerritsen heeft na het einde van zijn eigen band, als gevolg van de ziekte van gitarist George Kooymans, bijvoorbeeld een nieuwe uitdaging gevonden bij Supersister, de progrockgroep rond voormalig Earring-toetsenist Robert Jan Stips. Als het aan Gerritsen ligt, stopt hij pas als het fysiek écht niet meer gaat.

Ook Michel van Dijk, zanger van de Delftse progrockband Alquin, gaat maar door – al twijfelt hij daar soms ook wel over. Het bloed kruipt alleen waar het niet gaan kan. Terwijl hij de gevaren ervan toch zo goed heeft leren kennen. Tijdens zijn carrière raakte Van Dijk ernstig verslaafd aan heroïne. Nu hij daarvan is losgekomen, treurt hij om een geestverwant als Herman Brood: wat jammer dat die ons niet wat meer jaren van zijn talent heeft gegund.

Monique en Suzanne Klemann van Loïs Lane weten eveneens van geen ophouden. Zolang ze er straks maar niet ‘als een oud wijf‘ bijstaan. Daarbij vertrouwen de zussen ook op enkele mensen uit hun directe omgeving: die moeten ‘t beslist zeggen als het tijd wordt om te stoppen. Vooralsnog worden de dames naar eigen overtuiging echter alleen maar beter in hun vak, opteren ze vol overtuiging voor sterven in het harnas en zingen intussen alsof hun leven ervan afhangt.

Dat geldt op een wrange manier ook voor Jan Rot, die volgens zijn vrouw Daan gewoon een minder leuk mens is als hij niet optreedt. De zanger/hertaler is ongeneeslijk ziek en floreert tegelijkertijd als nooit tevoren. Hij weet dat het feest waarvan hij al sinds jaar en dag het middelpunt is nu toch echt naar zijn einde loopt, maar wil door totdat het licht definitief wordt uitgedaan. Hopelijk kan hij het nog tot de zomer rekken, zegt hij nuchter. ‘En daarna zal het wel afgelopen zijn.’

Met oprechte interesse en compassie observeert Goedhart deze oude rotten voor, tijdens en na een optreden, de voornaamste reden dat ze ooit op aarde zijn gezet en daar ook nog altijd ronddolen. Hoe houd je dat geloofwaardig, zorg je ervoor dat het niet gênant wordt en tegelijkertijd ook nog een beetje leuk blijft? Het zijn dilemma’s waarvoor ze allemaal, ieder op z’n eigen manier, worden gesteld. En wat nu als zíj nog wel willen maar het publiek afhaakt? 

Het slotakkoord van deze weemoedige film is voor – hoe kan het ook anders? – Jan Rot. Met een (laatste) snik in zijn stem zingt Rot zijn eigen hertaling van de klassieker My Way. ‘I did it my way’ wordt in die uitvoering: ‘Dit was wat ik was’. Waarvan acte. Tijdens de climax van het aangrijpende lied draait hij, perfect getimed, zijn gezicht naar de camera en tovert zijn meest ontwapenende glimlach tevoorschijn. Inderdaad: artiest, tot de aller-allerlaatste snik.

Tot De Laatste Snik?! is hier te bekijken.

Het Laatste Joegoslavische Elftal

O, Chetniks
O, Chetniks
Maak een salade klaar
Want er komt vlees
We zullen de Kroaten afslachten!

Op 18 augustus 1999 nemen supporters van Klein-Joegoslavië in Belgrado alvast een voorschot op een klinkende overwinning op de grote concurrent voor deelname aan het Europees Kampioenschap voetbal van 2000 in Nederland en België. Dit wordt echter niet zomaar een spannende interland. Bij deze wedstrijd – en de return van enkele maanden later in de Kroatische hoofdstad Zagreb – wordt de burgeroorlog, die begin jaren negentig woedde in de Balkan, nog eens dunnetjes overgedaan.

De belangrijkste spelers op het veld – de Kroaten Boban, Suker en Prosinecki versus de Serviërs Mijatovic, Savicevic en Mihajlovic – speelden jarenlang voor hetzelfde team, Het Laatste Joegoslavische Elftal (82 min.). In 1987 werden ze samen zelfs wereldkampioen bij de junioren. Deze ‘Gouden Generatie’ zou echter nooit tot volledige bloei komen. Slechts drie jaar later werden ze tijdens een oefenwedstrijd tegen het Nederlands elftal door hun eigen publiek uitgejouwd.

Op 15 mei 1991 viel in Belgrado definitief het doek voor het Joegoslavische elftal, dat zijn allerlaatste wedstrijd in de sterkste opstelling met 7-0 won van de Faeröer Eilanden. Geëmotioneerd nam de laatste bondscoach Ivica Osim vervolgens afscheid van zijn job. Niet veel later vielen de eerste bommen op ‘s mans woonplaats Sarajevo en werd ‘het voormalige Joegoslavië’ uitgesloten van deelname aan het Europees Kampioenschap in Zweden, waar vervanger Denemarken de titel greep.

‘Je succes is weggevaagd, je plannen en dromen zijn wreed verstuurd’, constateert Osim somber in deze aangrijpende documentaire van Vuk Janic uit 2000. ‘Veel mensen weten niet hoe ze daarmee om moeten gaan. Ik denk dat de mensen die gedood zijn beter af zijn. Ik weet dat het verschrikkelijk is om te zeggen omdat hun verwanten nog steeds rouwen om het verlies, maar veel mensen zijn hun ziel kwijt. Ze leven nog wel, maar zijn niet in leven.’

Janic spreekt in zijn film tevens indringend met de sterspelers Boban, Mihajlovic, Savicevic, Mijatovic en Prosinecki en hun ouders en tekent de gevolgen van de oorlog op voor hun levens, carrières en het Joegoslavië waarin zij opgroeiden. Het is het relaas van een land dat naar de kloten gaat – of moedwillig wordt geholpen. En een vertelling over hoe een gezamenlijke droom door krachten van buitenaf, die ook binnen het elftal zelf resoneren, voorgoed wordt geknakt.

De film eindigt vervolgens bijna zoals hij begon: het strijdtoneel is alleen verplaatst naar Zagreb. Kroatische supporters onthalen hun tegenstander op 9 oktober 1999 bij de returnwedstrijd, die gaat bepalen of Klein-Joegoslavië of Kroatië aan het EK van 2000 mag deelnemen, op een hartstochtelijk gezongen lied, waarin de gezamenlijke historie van de beide landen op een wrange wijze doorklinkt.

O, Kroatië, lieve moeder
We zullen de Serviërs afslachten!

De Laatste Sociaal Advocaten

Jacqueline Nieuwstraten / KRO-NCRV

In hun gezamenlijke naam zit de geest van een verdwenen tijd opgesloten: Advokatenkollektief Rotterdam. Met allerlei K’s, juist. Een naam die ondubbelzinnig refereert aan de gedachte dat we voor elkaar moeten zorgen. Ook, of juist, juridisch. Als er een conflict is over de huur, uitzetting naar land van herkomst dreigt of een voormalige werkgever weigert uit te betalen, is deskundige ondersteuning onontbeerlijk.

Dat zou net zo vanzelfsprekend moeten zijn als een bezoek aan de huisarts, vinden ze bij het Kollektief. Sinds 1975 staan ze daar juist die mensen bij, die niet vanzelfsprekend de weg vinden in het doolhof dat de overheid, bedrijven en de rechtspraak rondom hen hebben opgetrokken. Bezuinigingen en privatisering maken dat werk echter alsmaar moeilijker. Totdat goede juridische hulp alleen nog is weggelegd voor de Nederlanders met een rappe tong, de juiste vrinden en hele diepe zakken.

De documentaire De Laatste Sociaal Advocaten (55 min.) kan alleen uitgelegd worden als een pleidooi voor het (voort)bestaan van de sociale advocatuur. Regisseur Ingeborg Jansen schuift aan bij het spreekuur, gaat mee op huisbezoek en neemt plaats in de rechtszaal, om van dichtbij te registreren hoe de medewerkers van het Advokatenkollektief basale juridische zorg verlenen aan hun veelal kwetsbare cliënten. Zulke vlieg op de muur-scènes vult ze aan met enigszins overbodige persoonlijke interviews met de advocaten, die onder woorden brengen wat allang duidelijk is geworden uit hun daden: dit werk doe je vanuit oprechte betrokkenheid.

Dat wordt bijvoorbeeld zonneklaar tijdens het optreden van advocaat Jacqueline Nieuwstraten in de rechtszaal. Ze staat een cliënte bij die is gekort op haar kinderopvangtoeslag door de belastingdienst. Haar buitenlandse achternaam zal daarbij vast een rol hebben gespeeld. Nieuwstraten noemt het beestje bij de naam (‘etnische profilering’) en raakt zelfs geëmotioneerd. ‘Ik heb heel veel zaken hier bij de rechtbank Rotterdam gehad over moeders die hun kinderopvangtoeslag…’, zegt ze, terwijl de woede even op haar keel slaat. ‘Ik word nu haast gewoon emotioneel ervan. Maar als daar in die zaken hetzelfde is gebeurd…’

‘Dan is er echt onrecht geweest’, constateert de dienstdoende rechter. Nieuwstraten: ‘Ik vind dat echt onrecht. Zo hoor je als overheid niet met mensen, met burgers, die het ontzettend zwaar hebben, om te gaan.’ In haar gepassioneerde houding en betoog zit het wezen van de sociale advocatuur verscholen: opkomen voor mensen die dat zelf niet kunnen, met alles wat je hebt. En vanuit dat uitgangspunt boekt het Advokatenkollektief Rotterdam zo nu en dan, ook in deze boeiende film, overwinningen die wezenlijk verschil maken in het leven van de betrokken burgers.

Leve De Vrouw Van De SRV

BNNVARA

Probeer haar maar eens níet in je hart te sluiten. Met dat (grote) hart op de tong, het eeuwige shaggie in de mond en die onmiskenbaar Tilburgse tongval. Tonny Steenis, voormalig probleemgeval. Dwars. Agressief. Tokkie. Ooit was ze zelfs dakloos. En probeerde ze naar binnen te rijden bij het politiebureau.

Met ‘Tonneke’s rijdende winkel’ heeft ze zichzelf opnieuw uitgevonden (‘ik ga nooit meer naar de soos’) en is ze zowaar een sociale functie gaan vervullen in de wijken die ze met haar wagen aandoet. Ze maakt her en der een praatje, biedt een luisterend oor en matst vaste klanten die even op zwart zaad zitten.

Tonny heeft zelf eigenlijk ook geen cent te makken. Heel veel levert die wagen niet op. Ze heeft er ook flinke schulden voor moeten maken. En vriend Kees, met wie ze oeverloos kan bekvechten, maakt haar zo nu en dan horendol. Soms komt de stoom bijna letterlijk uit haar oren en ziet zelfs deze doorgewinterde doordouwer het niet meer zitten.

Toch is Leve De Vrouw Van De SRV (originele titel: Laatste Der Mohikanen, 47 min.) op de één of andere manier een optimistische film. De documentaire, waarmee Max Ploeg afstudeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, toont een vrouw die zich niet laat ontmoedigen door de klappen die het leven aan haar heeft uitgedeeld.

Ploeg dringt via zijn cultheld in de dop tevens diep door in een volksbuurt, waar allerlei kwetsbare mensen het hoofd boven water moeten zien te houden. Hij kijkt onbevooroordeeld met Tonny mee, begeleidt haar lotgevallen met een lekker lome jazzsoundtrack – en dus niet met Nederlandstalige schlagers – en tilt de film zo moeiteloos uit boven de gemiddelde docusoap over een probleemwijk.

Tonneke blijft intussen, soms tegen beter weten in, stug rondrijden. ‘Totdat we erbij neervallen.’