Raygun: Breaking Badly

Netflix

Of ze ooit hadden voorzien dat hun dochter een Olympische sporter zou worden? ‘Nooit!’ reageert moeder Beverly. Vader Russell barst spontaan in lachen uit. ‘Niet helemaal de juiste reactie’, zegt hij als ie zich heeft herpakt.

De reactie van de ouders van Rachael ‘Raygun’ Gunn is veelzeggend. Hun dochter is altijd voorbestemd geweest voor de academische wereld. In de aanloop naar de Olympische Spelen van Parijs in 2024 werkt ze als universitair docent Media en Cultuur in Sydney. Breakdancen is nooit meer dan een hobby geweest. Ze promoveert er in 2009 overigens wel op, met het nogal ambitieus getitelde proefschrift Deterritorializing Gender In Sydney’s Breakdancing Scene: A B-girl’s Experience of B-boying.

Als de kunstvorm ‘breaking’ in 2020 wordt uitgeroepen tot Olympische sport, krijgt Raygun, die wordt gecoacht door haar eigen echtgenoot Samuel ‘Sammy Sex’ Free, echter de kans om deel te nemen aan het belangrijkste sportevenement ter wereld. Ze schrijft zich in voor het kwalificatietoernooi voor Oceanië – niet iedereen zet die stap, haar rivale Tinylocks bespaart zich bijvoorbeeld de moeite – en verslaat daar al haar concurrenten. De academica moet dan ineens topsporter worden.

Het vervolg is bekend: in Parijs wordt Raygun het lachertje van de Spelen. De hele wereld gaat los op haar eigenzinnige act, een ode aan haar land Australië, waarin ze zwemslagen maakt, springt als een kangoeroe en een sprinkler imiteert. En dat is natuurlijk ook het onderwerp van de vlotte docu Raygun: Breaking Badly (72 min.), een aflevering uit de Untold-sportserie waarin de moeizame weg naar die gedenkwaardige performance en de nare nasleep daarvan wordt opgeroepen.

De filmende broers Chapman Way en Maclain Way graven niet al te diep, maar laten wel overtuigend zien hoe ’t is om ineens ieders favoriete meme te worden. You’re a disgrace to all women, voegt een vrouw Raygun zelfs toe. En die heeft wel even tijd nodig om al die drek op zich in te laten werken. Behalve een portret van een inherent optimistische vrouw wordt deze docu daarmee eerst en vooral een sprekend exposé over de leedvermaakbusiness, die tegenwoordig in de media en online welig mag tieren.

Novak Djokovic: The Wolf In Winter

Prime Video

Ook de gouden medaille op de Olympische Spelen van 2024 heeft de honger niet kunnen stillen. Begin 2025 maakt Novak Djokovic, de succesvolste tennisser aller tijden, zich op voor zijn 25e Grand Slam-titel. Stoppen wordt voor de ‘wolf’, het nationale dier van zijn land Servië, pas een optie als zijn lichaam écht niet meer wil – of als de jonkies hem structureel alle hoeken van de baan laten zien.

Echt populair is Djokovic nooit geworden. Hij werd beschouwd als een soort spelbreker, de man die zich ongevraagd begon te bemoeien met de verheven tweestrijd tussen de iconen Roger Federer en Rafael Nadal, het duo dat jarenlang de dienst uitmaakte in de tenniswereld. Een uitdager die zich bovendien niet wist te gedragen. Als een vulkaan kon de Serviër uitbarsten. Hij koelde die woede dan op z’n rackets.

Zijn schurkenimago heeft natuurlijk ook een plek gekregen in de documentaire Novak Djokovic: The Wolf In Winter (93 min.). Djokovic en zijn vrouw Jelena, ouders Srdan en Dijana en broers Marko en Djordje verbinden dit met zijn Servische inborst. Als alles tegenzit en iedereen tegen je lijkt te zijn, vallen Serviërs terug op ‘inat’, een soort innerlijke koppigheid waarmee ze hun eigen gelijk willen aantonen.

Regisseur Jason Hehir benadrukt daarbij ook de invloed van de Joegoslavische burgeroorlog. De kleine Novak, die als kind onbedaarlijk kon huilen als hij eens verloor, groeide op toen de NAVO bommen dropte op Servië. Demonstranten begonnen destijds met ‘target’ op hun borst rond te lopen. Hen konden ze misschien doden, was de boodschap, maar hun geest zouden ze er nooit onder krijgen.

Die rebelse houding kenmerkt ook Djokovic, getuige bijvoorbeeld een hoogopgelopen kwestie rond de Australian Open in 2022. Toen het Coronavirus in de hele wereld huishield, wilde de recordwinnaar ongevaccineerd deelnemen. ‘Ik kwam op voor mijn recht’, zegt hij er ruim vier jaar later over. ‘Voor de bescherming van mijn integriteit en wat ik denk dat het beste is voor mijn lichaam. Dat is alles.’

In Melbourne wil de routinier nu, als ‘een leeuw in de winter’ aldus journalist Howard Bryant, voor de elfde keer winnen en dus zijn 25e Grand Slam binnenhalen, het hart van de tweede helft van deze overtuigende sportdocu. Dit gaat, zoals waarschijnlijk bij alle grote kampioenen, gepaard met elementaire twijfel. ‘Hoe lang nog?’ vraagt Novak Djokovic zich af. ‘Waarom doe ik mezelf en mijn gezin dit steeds weer aan?’

Clash Of The Superpowers: America Vs China

BBC

Als Donald Trump, met z’n echtgenote Melania aan zijn zijde, op 8 november 2017 in Beijing arriveert voor wat de Chinezen een ‘staatsbezoek plus’ dubben, hangt er nog altijd een conflict over Amerikaanse importheffingen boven de markt. De Chinese leider Xi Jinping besluit eens goed uit te pakken. ‘Xi wilde het natuurlijk zo spectaculair mogelijk maken’, vertelt hoogleraar internationale betrekkingen Xiang Lanxin in Clash Of The Superpowers: America Vs China (119 min.). ‘Iedereen weet dat Trump van spektakel houdt. Hij houdt er misschien wel van om als een koning behandeld te worden.’

‘We hadden het met Trump over de beelden die Xi Jinping wilde oproepen’, vult Trumps toenmalige nationale veiligheidsadviseur H.R. McMaster aan. ‘Het moest lijken alsof de leider van de vrije wereld, president Trump, naar Beijing kwam om te knielen voor de keizer, Xi Jinping.’ Samen inspecteren de twee wereldleiders vervolgens een militaire parade, genieten van spectaculaire dansvoorstellingen en dineren in de zogeheten Verboden Stad. De Chinezen stellen alles in het werk om Trump te paaien en proberen hem intussen los te weken van zijn meest geïnformeerde adviseurs.

Tegelijk blijft het altijd weer afwachten of zo’n charmeoffensief daadwerkelijk vat krijgt op deze onberekenbare Amerikaanse president. Een handelsoorlog hangt permanent boven de markt, toont dit interessante tweeluik over de betrekkingen tussen de twee supermachten van Tim Stirzaker en Barry Ronan, die onder de hoede van de gezaghebbende Britse producer Norma Percy en het productiehuis Brook Lapping, weer de mannen aan de knoppen – en een enkele vrouw – van de internationale politiek en diplomatie aan het woord laten in dit stevig doortimmerde tweeluik.

In de eerste aflevering staat de gespannen relatie tussen de VS en China tijdens Trumps eerste ambtstermijn centraal, die in deel twee onder zijn opvolger Joe Biden verder onder druk komt te staan door Taiwan en COVID-19. Het is een intrigerend machtsspel, dat in Clash Of The Superpowers opnieuw wordt opgeroepen – en van nieuwe context wordt voorzien. Want alle insiders – of ‘t nu gaat om Trumps veiligheidsadviseur John Bolton, congresleider Nancy Pelosi of oud-prime minister Boris Johnson – proberen met hun bijdrage aan dit soort producties de beeldvorming te beïnvloeden.

De autocratische leiders van China begrijpen dat Trump te werk gaat als een beroepsworstelaar, stelt de Chinese hoogleraar Xiang Lanxin bijvoorbeeld. ‘In het begin komt hij woest en angstaanjagend uit de hoek’, zegt hij olijk lachend over de man die al aan zijn tweede termijn als president is begonnen. ‘Als je terugdeinst, gaat hij nog harder duwen. Als je weet dat je in staat bent om overeind te blijven, gaat hij neer.’

The Welcome Table

HBO Max

Aan een welkomsttafel op een dijk bij New Orleans, genaamd Bywater Levee, ontvangt documentairemaker Josh Fox (Gasland) de hoofdpersonen van zijn nieuwe film The Welcome Table (131 min.). Ze komen van heinde en verre, op de vlucht geslagen voor de gevolgen van klimaatverandering. ‘Hoe zijn we hier beland?’ vraagt hij zich halverwege af, in zijn deel van een duo voice-over met de Amerikaanse jazzzanger John Boutté, waarmee deze alarmistische documentaire wordt aangestuurd. ‘Kunnen we hier nog weg? En hoeveel erger gaat het nog worden?’

Fox verwelkomt zijn gasten aan die tafel met muziek, toepasselijke liederen gespeeld door een keur aan muzikanten, en dompelt zich vervolgens onder in de verhalen van deze klimaatvluchtelingen. Hij begint in eigen land bij Ali en haar jonge gezin. Zij woonden in Paradise, California, en zijn in 2018 gevlucht voor een verwoestende natuurbrand. De beelden staan op haar netvlies gebrand: terwijl er een propaantank ontploft, klinkt op de radio een bekende hit van The Bee Gees: stayin’ alive, stayin’ alive ah, ha, ha, ha, stayin’ alive. Terwijl ze hun auto vervolgens door het vuur sturen, kan Ali maar aan één ding denken: ‘Zo wil ik niet doodgaan.’

Daarna begeeft Fox zich naar Brazilië, waar hoosbuien in 2023 een modderstroom op gang hebben gebracht die een hele favela met de grond gelijk maakte en de bewoners, als ze al overleefden, dakloos achterliet. In de Mexicaanse stad Juárez treft Fox een jonge Colombiaanse vrouw, die op de vlucht is voor overstromingen in haar land. Ze is twee jongere zussen kwijtgeraakt bij de grens. Die zijn weggevoerd door de Amerikaanse autoriteiten. En in Italië ontmoet hij de Nigeriaanse bootvluchteling Chris Obehi, die de barre tocht over de Middellandse Zee heeft overleefd en nu carrière maakt als zanger. Non Siamo Pesce, zingt hij. We zijn geen vissen.

Josh Fox reist de halve wereld over. Naar de Maagdeneilanden, om de schade van orkanen op te nemen. Naar het kurkdroge Kenia, waar een heel dorp inmiddels afhankelijk is van één enkele waterput. Naar Peru, om te zien hoe oliewinning het Amazonegebied ernstig verontreinigt. En naar Australië, waar Aboriginals het slachtoffer worden van ‘klimaatgentrificatie’. Heel herkenbaar: in New Orleans, bij die dijk, gebeurde in 2015, na de Orkaan Katrina, precies hetzelfde. Die conclusie trekt de filmmaker steeds weer in deze erg ruim uitgevallen film: de mensen die het minst kunnen doen aan de klimaatverandering, worden er het hardst door geraakt.

Niet in het minst doordat de machthebbers steeds weer nieuwe blokkades voor hen opwerpen. Letterlijk. Met als duidelijkste voorbeeld de spreekwoordelijke muur van de Amerikaanse president Trump en de manier waarop hij ICE loslaat op migranten. Josh Fox schroomt daarbij niet om de vergelijking te trekken met Hitler en Mussolini. Hij probeert sowieso dwarsverbanden te leggen, met grote thema’s zoals migratie, kolonialisme en mensenrechten. En aan het eind dropt Fox nog een klein bommetje: al zijn hoofdpersonen zijn weliswaar uitgenodigd aan zijn tafel op die dijk, maar lang niet iedereen heeft daadwerkelijk een visum voor de Verenigde Staten gekregen.

Emily: I Am Kam

Greg Weight

Kunst als bevrijding. Van armoede, vooroordelen en gebrek aan zelfrespect. Via hun kleurrijke, gebatikte doeken vragen Emily Kam Kngwarray en de andere aboriginal-kunstenaressen van het Utopia Women’s Batik-programma vanaf eind jaren zeventig aandacht voor de achtergestelde positie van hun volk, Australië’s oorspronkelijke bewoners, en maken ze meteen een voorzichtig begin met het verbeteren daarvan.

De ontzagwekkende schilderwerken van de matriarch Emily Kam Kngwarray (1910-1996) mogen zich al snel in bijzondere aandacht verheugen. Dertig jaar na haar dood geldt zij als één van de beeldbepalende kunstenaars van Australië en als een onbetwist boegbeeld van de inheemse bevolking. In de boeiende documentaire Emily: I Am Kam (58 min.) laat Danielle MacLean zien dat dit bepaald niet vanzelf is gegaan. Tijdens de permanente strijd om hun land met de ‘whitefeller’ hebben Emily en de andere vrouwen van de inheemse gemeenschap in het woestijnachtige Alhalker Country in Centraal Australië niets voor niets gekregen.

Met trotse aboriginal-vrouwen, die destijds nog met hun beroemde voorvrouw hebben gewerkt of die later door haar zijn geïnspireerd, en witte kunstkenners en conservatoren van de National Gallery of Australia in Canberra, waar een overzichtstentoonstelling van Emily’s werk wordt georganiseerd, tekent MacLean de vrouw, de kunstenaar en de leider op. Zij komt verder tot leven met fraaie archiefbeelden, uit de tijd waarin Kam Kngwarray de kunst in zichzelf ontdekt en anderen de kunstenares in haar ontdekken, en hedendaagse beelden van de gemeenschap die met en zonder haar doorleeft, vervat in grondig doorleefde zang- en dansceremonies.

Emily Kam Kngwarray leeft voort als een vrouw die op latere leeftijd weliswaar nog moest leren hoe ze haar eigen naam kon schrijven en die tegelijk als geen ander kon schilderen wie zij was en is en wie zij, haar volk, waren en nog altijd zijn.

Kylie

Netflix

‘Ik weet niet waar we heen gaan’, zegt Kylie Minogue bij de start van deze driedelige serie tegen documentairemaker Michael Harte. ‘Maar je zal veel gaan onthullen. Je kan niet wachten, hè? Je wil alle sappige details. Maar ik wil niet alles zien wat ik verberg. Want ik verberg het niet voor jou maar voor mezelf.’ Uitroepteken.

En voor de kijker die dan nog niet voldoende is geteasd om stante pede te beginnen aan dat (zelf)portret, voegt Minogue eraan toe: ‘Het was goed, geweldig, verschrikkelijk, maar ik blijf proberen weer op het podium te komen. Het leven heeft voor mij zin op het podium.’ Korte stilte. ‘En mensen weten niet waarom.’ Uitroepteken 2.

Welkom bij Kylie (181 min.), van het team dat u eerder vergelijkbare producties zoals Beckham en Wham! bracht. Met een zekere mate van diepgang en openheid – zolang die het uit te dragen ‘brand’ versterkt en niet in de weg zit. In dit geval: een Australische vrouw die al haar hele bestaan een publiek leven leidt – en soms ook lijdt.

Met Kylie zelf, haar beroemde zus Dannii, producer Pete Waterman, mede-soapie en ex-geliefde Jason Donovan en zanger/songschrijver Nick Cave gaat Harte terug naar het ideale buurmeisje uit de soap Neighbours, dat onder de hoede van het producersteam Stock, Aitken & Waterman uitgroeit tot de, ahum, ‘grootste vrouwelijke artiest’.

En dat daarna aan de zijde van Michael Hutchence, de frontman van de populaire Australische rockband INXS, en Nick Cave, als zijn slachtoffer in de onweerstaanbare moordballade Where The Wild Roses Grow, van bimbo naar diva transformeert. Om tenslotte van sekssymbool via een ernstige aandoening een ‘wise old woman’ te worden.

Minogue’s gecompliceerde relatie met de roddelpers loopt als een rode draad door al die ontwikkelingen heen. Omhoog geschreven naar de top van de hitlijsten, afgeschreven als ‘de zingende parkiet’. Opgejaagd ook als helft van een onweerstaanbaar sterrenkoppel en nét iets te hartelijk verwelkomd als bekende vrouw met borstkanker.

Die ziekte, waarover ze open spreekt in de slotaflevering, en het leed daaruit voortkomt geven deze amusante miniserie een geladen laatste akte, waarna de hoofdpersoon op herkansing mag bij het Glastonbury-festival, dat ze eerder noodgedwongen heeft moeten afzeggen, en en nog een allerlaatste intieme onthulling in petto heeft.

We Have To Survive

Taskovski Films

Mick Farkas gelooft niet in klimaatverandering. De verzengende hitte in Coober Pedy, in het zuiden van Australië, is volgens hem simpelweg het gevolg van de evolutie. Ooit stond deze plek toch ook onder water, was het een tropisch gebied en of moest het een ijstijd verduren?

Met al dat geëmmer over de opwarming van de aarde proberen ze gewoon elektrische auto’s en andere producten aan de man te brengen, is zijn stellige overtuiging. Intussen is Farkas zelf, die voor de zekerheid toch maar een fikse watervoorraad heeft aangelegd, druk met het bouwen van ondergrondse woningen. Zelf woont hij met zijn vrouw Irene al twintig jaar in zo’n grot. Het is volgens hem dé manier om aangenaam te kunnen blijven wonen als de temperaturen in zijn deel van de wereld nog verder oplopen.

Elders, in We Have To Survive (101 min.) en de wereld, moeten andere aardbewoners ook dealen met de gevolgen van klimaatverandering – ook al zien ze soms weinig in dat idee en de manier waarop het wordt gepolitiseerd. In Groenland is het ijs inmiddels vaak te dun voor de Inuit om er met sledehonden overheen te rijden, terwijl de Amerikaanse kustplaats Rodanthe steeds meer last krijgt van de stijgende zeespiegel. Woeste golven dreigen strandhuizen te verzwelgen – en soms voegen ze ook de daad bij het woord.

In de Gobi-woestijn te Mongolië heeft Baraaduuz Demchig de strijd aangebonden met de aanhoudende droogte. Hij plant bomen, irrigeert de grond en probeert zo een nieuwe groene oase te creëren – en de toekomst van zijn nageslacht veilig te stellen. Het is een opmerkelijk staaltje omdenken. Vanuit die gedachte belicht de Slowaakse filmmaker Tomás Krupa in deze documentaire ook de gevolgen van klimaatverandering: hoe kunnen we dealen – of ons voordeel doen – met de nieuwe aardse verhoudingen?

Dat vereist wel inventiviteit en aanpassingsvermogen, want een paar kuub zand helpen niet tegen de woeste golven van de Atlantische oceaan, zoals is te zien in spectaculaire beelden van een strandhuis in Rodanthe dat door zijn hoeven zakt. Want op de – ondanks alles: soms nog altijd verblindend mooie – aarde die door Krupa in imposante shots is vervat, blijft de mens niet meer dan een eenvoudige onderknuppel. Zoals één van de hoofdpersonen ‘t uitdrukt: de natuur gaat zich echt niet aan ons aanpassen.

Silenced

Stranger Than Fiction Films

In The Six Billion Dollar Man, de definitieve film over WikiLeaks-voorman Julian Assange, claimt ze al één van de belangrijkste bijrollen als verteller en Assanges steun en toeverlaat in zijn jarenlange juridische gevecht. Nu is de Australische mensenrechtenadvocate Jennifer Robinson onbetwist de centrale figuur van de documentaire, Silenced (97 min.). Ook ditmaal blijft ze echter dienstbaar aan een groter thema: seksueel geweld tegen vrouwen – en dan in het bijzonder hoe vrouwen door (misbruik van) het rechtssysteem het zwijgen wordt opgelegd.

Filmmaker Selina Miles volgt Robinson als ze de Amerikaanse actrice Amber Heard bijstaat. Zij is in een geruchtmakende rechtszaak over (vermeend) huiselijk geweld verwikkeld geraakt met haar ex Johnny Depp. De bijbehorende mediastorm wordt gekenmerkt door een enorme Amber-haat, bijvoorbeeld vervat in wijd verspreide billboards met de tekst ‘Ditch the witch’. En die zou wel eens het gevolg kunnen zijn van een gerichte online-campagne om haar zwart te maken. Een schoolvoorbeeld van ‘victim blaming’, aldus Robinson en Heard zelf.

Vanuit deze aansprekende casus maakt Miles uitstapjes naar andere zaken, waarbij vrouwen juridisch in het nauw worden gedreven door mannen die ze hebben beschuldigd. In Mexico wordt journaliste Catalina Ruiz-Navarro van het online-magazine Volcánicas bijvoorbeeld aangeklaagd, omdat ze heeft gepubliceerd over #metoo-klachten tegen de Colombiaanse filmmaker Ciro Guerra. Ook politiek medewerker Brittany Higgins moet in Australië voor de rechter verschijnen nadat ze haar collega Bruce Lehrmann heeft beschuldigd van verkrachting.

Vrouwen zoals zij worden intussen publiekelijk met pek en veren overgoten. Pure misogynie. En bepaald geen toeval, aldus onderzoeksjournalist Alexi Mostrous van The Observer, maker van de podcast Who Trolled Amber?. Vijftig procent van de negatieve tweets over Heard is bijvoorbeeld afkomstig van verdachte bronnen. Een vuile oorlog die zich vervolgens heeft herhaald in de zaak waarin Blake Lively haar tegenspeler Justin Baldoni, bijgestaan door dezelfde public relations-deskundige als Johnny Depp, beschuldigde van wangedrag op de filmset van It Ends With Us.

Jennifer Robinson, die het thema van geweld tegen vrouwen ook kent vanuit haar eigen familie, brengt Amber Heard, Catalina Ruiz-Navarro en Brittany Higgins samen in deze film. Selina Miles maakt zo meteen de stand van zaken op in het dossier #metoo, een kleine tien jaar nadat dit werd opgestart met beschuldigingen aan het adres van filmproducent Harvey Weinstein. Alles overziend, met ook de geruchtmakende zaken rond de gebroeders Tate en het Franse misbruikslachtoffer Gisèle Pelicot in het achterhoofd, is het de vraag of er in die tijd werkelijk vooruitgang is geboekt.

Deze bewogen film, gebaseerd op het boek How Many More Women? dat Robinson schreeft met Keina Yoshida, schetst in elk geval geen rooskleurig beeld.

The Six Billion Dollar Man

Charlotte Street Films

Regisseur Eugene Jarecki hamert ‘t er bij de start van The Six Billion Dollar Man (129 min.) nog even in: vóórdat Julian Assange een hacker, een verkrachter en een spion werd (genoemd), was hij de man die in 2010 met WikiLeaks de beruchte Collateral Murder-video publiceerde. Schokkend beeldmateriaal waarmee ondubbelzinnig werd aangetoond dat Amerikaanse militairen zich in Irak schuldig maakten aan oorlogsmisdaden.

Want daar ligt de oorsprong van al wat Assange daarna overkwam: een beschuldiging van seksueel misbruik in Zweden, een jarenlang verblijf als verstekeling op de Ecuadoriaanse ambassade te Londen en daarna nog een tragische periode van eenzame opsluiting in de Engelse gevangenis Belmarsh. Een rechtsgang – lees: martelgang – die in totaal toch al gauw veertien jaar in beslag heeft genomen.

Dat proces is natuurlijk al op diverse momenten en vanuit verschillende gezichtspunten opgetekend in gewaardeerde documentaires zoals We Steal Secrets: The Story Of WikiLeaks (2013), Ithaka: A Fight To Free Julian Assange (2021) en A Dangerous Boy (2024). Niet eerder werd dit verhaal echter zo compleet, goed gedocumenteerd en meeslepend gepresenteerd als in deze essentiële film van Eugene Jarecki.

Jarecki (The Trials Of Henry Kissinger, The House I Live In en The King) moest zijn film volgens eigen zeggen in Duitsland maken, omdat in het huidige Amerika niemand z’n vingers eraan wilde én wil branden. Niet vreemd: Julian Assange wordt, zéér overtuigend, geportretteerd als het slachtoffer van een buitengewoon geraffineerde Amerikaanse lastercampagne, die in feite neerkomt op ‘een slow-motion publieke executie’.

De documentairemaker kan daarvoor terugvallen op een ware sterrencast, met Edward Snowden, Sigurdur ‘Siggi The Hacker’ Thordarson, Naomi Klein, Yanis Varoufakis en Chelsea Manning. Zelfs Vivienne Westwood en, jawel, Pamela Anderson, die Assange opzochten tijdens zijn ballingschap, sluiten nog even aan. Alleen de man zelf ontbreekt. Hij wordt vertegenwoordigd door zijn vrouw Stella Moris en advocate Jennifer Robinson.

De onkreukbare Robinson, Assanges trouwste metgezel in een episch juridisch gevecht, fungeert tevens als verteller. Zij scheidt, vanuit het perspectief van haar cliënt, het kaf van het koren in een tragische zaak die uiteindelijk uitmondt in koehandel tussen de leiders van Ecuador en de Verenigde Staten, Moreno en Trump. Voor een slordige zes miljard dollar wordt de banneling van de hand gedaan – en in een Britse cel gesmeten.

The Six Billion Dollar Man belicht de zaak in z’n volle omvang. Rond een man die – of je nu sympathie voor hem hebt of niet; alsof dat er eigenlijk toe doet – stelselmatig kapot is gemaakt. Een kwaadaardig geval van ‘kill the messenger’, waarvan iedereen die belang hecht aan het vrije woord ernstige buikpijn zou moeten krijgen. Julian Assange bekent uiteindelijk wel schuld: ‘I plead guilty to journalism’, zegt de Man van Zes Biljoen cynisch.

Ellis Park

Pink Moon

Als je ziet hoe hij zijn instrument nog altijd te lijf gaat, uitwringt als een vaatdoek of juist laat wenen als een troosteloze weduwe, is het niet vreemd dat Warren Ellis ooit ‘de Jimi Hendrix van de viool’ werd genoemd. De Australische multi-instrumentalist heeft met zijn favoriete instrument nooit de klassieke concertzalen opgezocht, maar is in de rock & roll beland, in rokerige zalen en op bruisende festivals.

Daar is ie in Ellis Park (105 min.), de documentaire die zijn landgenoot Justin Kurzel over hem maakte, dan overigens weer nauwelijks te zien. De Australische filmmaker heeft geen regulier popportret van Warren Ellis gemaakt, waarbij eerst diens opkomst als boegbeeld van de invloedrijke instrumentale rockband The Dirty Three uitgebreid wordt behandeld en daarna zijn entree bij Nick Cave & The Bad Seeds, waarin hij zich van één van de bandleden heeft ontwikkeld tot volwaardige partner in crime van de begenadigde frontman, nog eens goed aan de orde komt.

In de kantlijn passeren die twee groepen wel even de revue. Zoals onderweg tevens wordt vernoemd dat Warren Ellis, al dan niet met Cave, naam heeft gemaakt als maker van soundtracks. Daar blijft ’t dan ook bij. Geen obligate quotes van zijn muzikale bloedsbroeder of concullega-muzikanten dus en ook slechts een te verwaarlozen hoeveelheid concertfragmenten. Alleen een man en zijn viool (of synthesizer), op plekken waar hij zich kan overgeven aan zijn muziek. In een Parijse studio, alleen op het podium van een theaterzaal of in een lege kerk.

Musiceren als een vorm van meditatie. ‘De wereld stopt’, zegt de hoofdpersoon. ‘En je bent gewoon op die ene plek. Dat zou ik in het echte leven nooit kunnen doen.’ Kurzel volgt hem tevens naar zijn ouderlijk huis in de Australische stad, waar zijn inmiddels hoogbejaarde vader ‘Screaming Johnny’ Ellis nog altijd graag zijn liefde voor muziek met hem deelt en zijn fragiele moeder Diane inmiddels in niets meer lijkt op de labiele en onberekenbare vrouw die Warren ooit zo’n lastige jeugd bezorgde. Stukje bij beetje kleuren zulke scènes de hoofdpersoon verder in.

Het hart van deze film wordt echter gevormd door zijn verbondenheid met het Sumatra Wildlife Center, waar Femke den Haas en haar medewerkers illegaal verhandelde en mishandelde dieren oplappen. In Warren Ellis heeft de Nederlandse dierenredster een bondgenoot gevonden. Hij is alleen nog nooit op bezoek geweest bij de opvang. Als Ellis zich daar meldt, nederig en in een fleurige nieuwe blouse, sluit Justin Kurzel aan om hun eerste ontmoeting te vereeuwigen. De muzikant heeft een geschenk meegebracht: zijn persoonlijke talisman. De kauwgom van Nina Simone.

Ellis Park wordt ondertussen niet het definitieve portret van de begenadigde muzikant Warren Ellis – op dat vlak blijft er best nog het nodige te wensen over – maar een sfeervolle reis door het huidige leven van een gevoelsmens, dat zich steeds weer laat raken en ook nog steeds anderen weet te raken.

The Golden Spurtle

Bantam Film

Elk jaar staat Carrbridge, een dorp in de Schotse hooglanden, geheel in het teken van Porridge Day. Op ‘Papdag’ krijgen dertig deelnemers een half uur de tijd om hun beste havermoutpap te maken. Die wordt daarna blind beoordeeld. De zes beste papmakers strijden vervolgens in de finale om de wereldtitel, The Golden Spurtle (75 min.).

In zijn eigen werkplaats maakt hoofdorganisator Charlie Miller ‘spurtles’, de traditionele ronde roerstaven waarmee de pap wordt klaargemaakt. Als ‘The Chieftan of The Golden Spurtle’ gaat hij in 2023 z’n laatste jaar in. De koddige, welbespraakte Schot, die van het wereldkampioenschap zijn levenstaak heeft gemaakt, moet een tandje terugschakelen.

Daarmee is de uitgangspositie helder voor Constantine Costi’s kostelijke portret van een Schotse dorpsgemeenschap, het evenement waarmee die toeristen hoopt te trekken en de deelnemers daaraan, die vanuit Australië, Canada, Cyprus, Zimbabwe én Nederland zijn overgekomen voor een folkloristisch wedstrijdje pap maken.

Costi beziet de voorbereidingen in Carrbridge met een licht ironische blik, begeleidt die met Heel Holland Bakt!-achtige muziek en geeft intussen alle betrokken dorpelingen even hun momentje in de zon. Met deze Schotten creëert hij een onweerstaanbare feel good-docu, waarin ruimte is voor ieders mening, eigenaardigheden en lolletjes.

Tombolakoningin Jane Weston neemt de lootjes waarmee ze elk jaar leurt ooit mee haar graf in, stelt ze bijvoorbeeld lachend. Volgens hoofd afwas Barbara Kuwall lukt ’t best om al die aangekoekte pannen schoon te krijgen. En oud-wereldkampioen Neil Robertson heeft zijn zege op z’n rechterarm laten tatoeëren: ‘world porridge champion 10.10.10.’

De deelnemers worden in Costi’s handen al even onweerstaanbaar. Voor de Engelse titelhouder Lisa Williams is meedoen door haar broze gezondheid belangrijker dan winnen. Terwijl de streberige Londenaar Nick Barnard na tien deelnames tot z’n eigen verbazing nog nooit heeft gewonnen. Daar moet nu maar eens verandering in komen.

Zij gaan het allebei afleggen tegen oud-wereldkampioen Ian Bishop, die na jaren afwezigheid zijn rentree maakt tijdens deze editie van Heel Schotland Papt! Hij is de gedoodverfde favoriet. Althans: volgens zichzelf. Samen maken zij, ondanks de verplichte Schotse regen, van The Golden Spurle in elk geval een ontzéttend leuke film. 

En daar lusten we wel… gaat ie ‘m maken? nee toch? jawel hoor!…. pap van. Porridge, om precies te zijn.

Operation Dark Phone: Murder By Text

Channel 4 / Videoland

Het is alsof ze ‘de sleutels van het koninkrijk’ ontvingen, herinnert één van de betrokken Britse agenten zich. Terwijl de Coronacrisis op gang komt, krijgen specialisten van de National Crime Agency (NCA) begin 2020 plotseling toegang tot EncroChat, het systeem waarmee de georganiseerde misdaad via versleutelde mobiele telefoons communiceert. Ineens wordt een soort Pandora’s doos geopend, bomvol verwijzingen naar drugshandel, wapensmokkel en liquidaties. Maar wie gaan er schuil achter gebruikersnamen als Live-long, Tyrion Lannister en Ace Prospect?

Operation Dark Phone: Murder By Text (190 min.) combineert nagespeelde scènes van de zware criminelen met de chats en foto’s die zij gedurende 74 dagen, tijdens het begin van de pandemie, met elkaar delen. Ongefilterd, in de veronderstelling dat zij onder elkaar zijn. Intussen kan de politie, samen met collega’s uit andere Europese landen, meelezen en -kijken op deze ‘Linkedin van de georganiseerde misdaad’ en proberen te deduceren wie er verantwoordelijk zijn voor de miljoenen zeer expliciete, van geweld en illegale zaken doortrokken, berichten die zij onderling uitwisselen.

Nauwgezet reconstrueren de Britse rechercheurs in deze vierdelige serie van Luned Tonerai en Sophie Oliver  de grootschalige, internationaal gecoördineerde operatie. Het duurt niet lang of ook de Nederlandse onderwereld komt daarbij nadrukkelijk in beeld. Vanaf aflevering 2 zoomt politiechef Andy Kraag, ondersteund door de Nederlandse misdaadjournalisten Jan Meeus en Wouter Laumans, in op de groepering rond de Rotterdamse crimineel Piet Costa, die in het Brabantse dorp Wouwse Plantage een onderwereldgevangenis met martelkamer in aanbouw heeft.

Één van de direct betrokkenen, sportschoolhouder Robin van O., verschijnt zelfs voor de camera, om alle beschuldigingen ver van zich te werpen. En ook Costa’s advocaat Jan-Hein Kuijpers krijgt nog even de gelegenheid om diens straatje schoon te vegen. Intussen vorderen de pogingen van diverse politiekorpsen om criminele netwerken in kaart te brengen – fraai en overzichtelijk gevisualiseerd – gestaag. Alle betrokkenen zijn zich ervan bewust dat het niet lang kan duren voordat de gangsters in kwestie doorkrijgen dat hun volstrekt onkraakbare telefoons tóch gekraakt zijn.

Deze boeiende miniserie maakt inzichtelijk hoe zowel de politie als de criminelen, die hun tentakels hebben uitgeslagen naar landen als Frankrijk, Dubai, Spanje, Ierland en Australië, inmiddels over de landsgrenzen heen denken en zeer creatief te werk kunnen gaan. En als de internationale klopjacht via Encrochat naar z’n einde loopt – omdat de politie via het meelezen uiteindelijk ook zichzelf in de kaarten laat kijken – verplaatst die zich automatisch maar een ander terrein, waar de criminelen zich opnieuw onbespied wanen. Totdat de jagers daar weer een ingang vinden naar hun prooi.

Welcome To Babel

Mayfan / AVROTROS

Vanuit zijn huidige domicilie, Bundeena in Australië, heeft de Chinese kunstenaar Jiawei Shen ruim tien jaar gewerkt aan een kunstwerk dat zijn pièce de résistance moet worden: de Toren van Babel, een episch vierluik van zo’n 130 vierkante meter, dat is geïnspireerd door zowel de Bijbel als kunstwerken van Bruegel en Tatlin. Het gigantische schilderij bestaat uit vier enorme panelen (Utopia, Internationale, Saturnus en Gulag) en beslaat zijn hele werkruimte. Het kunstwerk belicht het communisme in al z’n facetten.

In Welcome To Babel (99 min.) volgt regisseur James Bradley de ontstaansgeschiedenis van dit ambitieuze werk, waarin Jiawei Shen de geschiedenis van de ideologie van pak ‘m beet Marx, Lenin, Stalin, Mao en Deng Xiaoping probeert te vatten. Hij is zelf ook een kind van dat gedachtengoed. De kunstenaar werd in 1948 geboren in Shanghai en kreeg een communistische opvoeding. Volgens eigen zeggen groeide hij op tot een modelburger, met het beeld van de mensheid als één grote familie.

Zulke herinneringen staan op gespannen voet met de manier waarop zijn vrouw Lan Wang terugdenkt aan haar jeugd. Haar ‘rechtse’ vader werd tot vijand van het volk gebombardeerd. En zij was, zo bezien, dus een kind van de vijand. Als Lan Wang haar man begin jaren zeventig zou hebben gekend, had ze waarschijnlijk ook niets met hem te maken willen hebben. In de hoogtijdagen van Mao’s Culturele Revolutie maakte die immers het ultieme patriottische schilderij ‘Standing Guard For Our Great Motherland’.

Pas toen de Chinese regime in 1989 een demonstratie op het Plein van de Hemelse Vrede hardhandig neersloeg, besloot Jiawei, die toevallig in Australië verbleef, dat het genoeg was. Zijn echtgenote bevond zich toen nog in Beijing en slaagde er pas twee jaar later om ook ‘down under’ te komen. Daar bouwden ze samen een nieuw leven op, als gezin en als individuele kunstenaars. Jiawei Shen ontwikkelde zich in die periode tot een veelgevraagd portretschilder en begon vervolgens te dromen van zijn levenswerk.

Deze fraaie film toont dat kunstwerk in al z’n glorie. Het is beslist groter dan één enkele man. De Chinese schilder heeft er bijvoorbeeld werken van talloze communistische kunstenaars uit de twintigste eeuw en beeltenissen van toonaangevende intellectuelen van linkse snit in verwerkt. Jiawei heeft het schilderij kunnen maken omdat hij zelf niet is blootgesteld aan het lijden, meent zijn vrouw. ‘Daardoor is hij in staat om deze historische tragedie opnieuw op te roepen. Ik kan de gedachte daaraan niet verdragen.’

Intussen beschouwt Jiawei Shen, blijkens dit portret dat hem en zijn monnikenwerk recht doet, zichzelf nog steeds als een communist. Maar niet zoals dat in zijn geboorteland in de praktijk wordt gebracht – en zoals dat op zijn eigen magnum opus, in oktober 2023 aan de wereld toevertrouwd, in al z’n glorie, wreedheid en tragiek is geopenbaard.

Blood + Thunder: The Sound Of Alberts

Australia Broadcasting Corporation

In een directievergadering van de firma J. Albert & Son in 1963 bracht het nieuwste directielid, de 25-jarige Ted Albert, een onorthodox idee te berde: zullen we zelf platen gaan produceren en zo een eigen Australische sound creëren?

Ongeveer tegelijkertijd arriveerde er een Schotse arbeidersfamilie in Sydney, met drie geniale gitaristen en songschrijvers in de gelederen: George, Malcolm en Angus Young.

Getuige de tweedelige documentaire Blood + Thunder: The Sound Of Alberts (115 min.) uit 2015 was ‘t onvermijdelijk dat de wegen van Ted Albert en de Youngs elkaar zouden kruisen. Dat gebeurde via The Easybeats, het bandje dat George Young startte met de Nederlander Harry van den Berg, die hij al snel Harry Vanda begon te noemen. Met hits zoals Friday On My MindHello, How Are You en Good Times groeiden zij uit tot een soort Australische Beatles.

Intussen was het oog van de ogenschijnlijk zo nette zakenman Ted Albert ook gevallen op George’s jongere broertjes Malcolm en Angus. Onder de hoede van hun oudere broer en diens maatje Vanda startten zij met AC/DC de Australische rockmachine nog eens goed op. Samen ontwikkelden zij de poepruige pubrock-sound, waarmee de rockwereld een halve eeuw later nog altijd niet klaar is. Australische bands als The Angels en Rose Tattoo, eveneens onder contract bij Alberts, volgden in hun slipstream.

Deze gesmeerd lopende rockdocu van Paul Clarke, met verve aan elkaar gepraat door de Australische acteur David Field, schetst soepel wat de combi Albert-Youngs te weeg heeft gebracht met prachtig archiefmateriaal, enigszins misplaatste reconstructiescènes en terugblikinterviews met insiders en Alberts-artiesten zoals Harry Vanda, Gordon ‘Snowy’ Fleet (The Easybeats), Angus Young (AC/DC), Angry Anderson (Rose Tattoo), Stevie Wright en John Brewster (The Angels).

Het Australische label bleek overigens niet voor één gat te vangen en had bijvoorbeeld ook pop- en discohits met John Paul Young (Love Is In The Air) en Flash & The Pan (Midnight Man), een project dat de succesproducers Vanda en Young voor zichzelf uit de grond stampten. Zo bleven de Alberts-acts de successen aaneenrijgen. Toen Ted Albert in 1990, op slechts 53-jarige leeftijd, plotseling overleed, had hij Malcolm Young net per brief gecomplimenteerd voor het nieuwe AC/DC-album The Razors Edge.

Het is meteen een passend slotakkoord voor een fijne film die een welhaast vergeten rock & roll-akker nog eens lekker afploegt.

Inmiddels zijn overigens, behalve Ted Albert, ook George en Malcolm Young overleden.

#SeAcabó: Diario De Las Campeonas

Netflix

Achteraf bezien was de wereldtitel die het Spaanse vrouwenvoetbalteam in 2023 won geen logische conclusie van de voorgaande periode. De kus die bondsvoorzitter Luis Rubiales tijdens de medaille-uitreiking gaf aan speelster Jenni Hermoso was dat in feite wel. Daarmee zette Rubiales zijn eigen aftocht in gang en legde hij meteen de conflicten bloot die de kersverse wereldkampioen al jarenlang parten speelden.

#SeAcabó: Diario De Las Campeonas (95 min.) reconstrueert de hele affaire nog eens met vrijwel alle betrokken voetbalsters. Die begint enkele jaren eerder met algehele onvrede over bondscoach Jorge Vilda. Hij weet zich echter permanent gesteund door zijn vriend Rubiales. En dat noopt vijftien speelsters uiteindelijk tot het besluit om zich publiekelijk terug te trekken uit de nationale ploeg. Met het wereldkampioenschap in Australië en Nieuw-Zeeland keert een aantal van hen later echter terug op z’n schreden en stelt zich toch weer beschikbaar.

Het geheel gereviseerde voetbalteam wint vervolgens in de zomer van 2023 dus de wereldcup, maar daarmee is de interne onrust nog niet de kop ingedrukt. Er blijft frustratie over hoe de Spaanse voetbalbond is omgegaan met de klachten, niet in het minst bij de speelsters die het wereldkampioenschap noodgedwongen thuis vanaf de bank hebben moeten volgen. En de waardering voor ‘succescoach’ Vilda houdt ook nog altijd nog niet over. Het gevoel overheerst dat ze eerder ondanks dan dankzij hem kampioen zijn geworden.

‘De kus’ doet de emmer simpelweg overlopen – en wordt misschien ook wel gebruikt als stok om te slaan. Al heeft Luis Rubiales die ongetwijfeld meermaals zelf aangereikt. In deze gladde docu van Joanna Pardos zit bijvoorbeeld een potsierlijke peptalk, die hij voor de WK-kwartfinale tegen Zweden geeft. ‘Alèxia, wie is sterker?’ vraagt hij aan middenveldster Alèxia Putellas. ‘Wij.’ ‘Harder.’ ‘WIJ.’ ‘Aitana, wie is slimmer, wij of zij?’ Na enig aandringen antwoordt FC Barcelona-speelster Aitana Bonmatí: ‘WIJ.’ ‘En wie’, balt Rubiales zijn vuisten, ‘heeft er grotere eierstokken?’

En dan is er ook nog het fragment waarop hij uit pure vreugde bijna demonstratief in z’n kruis grijpt. Kus mijn kloten, lijkt hij te willen zeggen. Het zou interessant zijn geweest om te horen hoe Rubiales hier – en naar alle andere gebeurtenissen voor en na ‘de kus’, inclusief de navolgende mediacampagne – zelf naar kijkt. Zover komt ‘t niet. Dit lijkt ook niet in Pardos’ opzet te passen. Zij wil duidelijk het verhaal van de vrouwen vertellen. Luis Rubiales en Jorge Vilda hebben daarbinnen geen plek. Net als de verdeeldheid die er soms ook was tussen de speelsters.

#SeAcabó: Diario De Las Campeonas wordt daarmee een ondubbelzinnig pamflet tegen het machismo binnen de Spaanse voetbalwereld, dat weinig ruimte laat voor nuance.

Deep Water: The Golden Globe Race

The Weinstein Company

Aan het begin van 1968 is het nog niet meer dan een stoutmoedig plan: een zeilrace rond de hele wereld. Vanuit Zuid-Engeland via Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika langs Australië en Nieuw-Zeeland, richting Kaap Hoorn te Chili en van daaruit weer, ten oosten van Zuid-Amerika, naar huis. Geen mens heeft dit al eens gedaan. Kan de boot ’t wel aan? En is een mens überhaupt in staat om zeker tien maanden helemaal alleen te zijn?

Bij echte durfals hebben zulke elementaire vragen geen enkele afschrikwekkende werking. Don Crowhurst, een 36-jarige Britse ingenieur met vier jonge kinderen, wil de uitdaging bijvoorbeeld graag aangaan. Hij weet een sponsor, de zakenman Stanley Best, te strikken en zet zijn eigen huis in als onderpand. Als hij voor de start van de Sunday Times Round The World Race alsnog afhaakt, dan is het gezin Crowhurst dus alles kwijt.

De voortekenen zijn vanaf het begin slecht: zijn boot vertoont nogal wat mankementen. De feestelijk bedoelde champagnefles om die te dopen bij de tewaterlating wil maar niet kapot. En Crowhurst is eigenlijk ook helemaal niet zo’n ervaren zeiler. Op de allerlaatste startdag, eind oktober 1968, zet hij alsnog koers richting Kaap de Goede Hoop. Daarmee kan ook de documentaire Deep Water: The Golden Globe Race (93 min.) definitief van start.

Deze film van Louise Osmond en Jerry Rothwell uit 2006 reconstrueert met Donald Crowhursts vrouw, zoon en beste vriend, concurrent Robin Knox-Johnston en enkele journalisten die destijds verslag deden hoe de race daarna verloopt. Na een typische ‘slow start’ begint Crowhursts boot recordsnelheden te ontwikkelen. Hij wordt ineens beschouwd als een potentiële winnaar van de 5000 pond die beschikbaar zijn gesteld voor de snelste boot.

In werkelijkheid ligt de situatie totaal anders. De Brit wordt aan boord vergezeld door een 16 mm-camera en taperecorder. Als die draaien speelt Don Crowhurst vol overtuiging de vaardige lange afstandszeiler. Uit zijn persoonlijke logboek, voor deze film ingelezen door de acteur Simon Russell-Beale, komt echter een heel ander beeld: van een man in nood, die geen reddingsboei meer ziet. Aan het eind wacht de dood of een totaal bankroet.

Tijdens de race haken een aantal van de negen deelnemers snel af. Uiteindelijk zijn er nog maar een handvol over voor de prijzen: de Britse zeilers Nigel Tetley en Robin Knox-Johnston, de Fransman Bernard Moitessier (die een zeildagboek bijhoudt, waaruit Osmond en Rothwell ook regelmatig putten) én Don Crowhurst. Zelf weet hij wel beter. De desperate zeiler beseft dat hij zich in te Deep Water heeft begeven. Er is geen weg meer terug.

Deze meermaals bekroonde documentaire, waarin de Britse actrice Tilda Swinton als verteller fungeert, maakt de tocht die hij is aangegaan, zowel fysiek als mentaal, invoelbaar. Wat begint als een onbezonnen onderneming groeit door een leugentje om bestwil uit tot een menselijk drama. Niet alleen voor de eenzame zeiler Donald Crowhurst.

Lost Soul: The Doomed Journey Of Richard Stanley’s Island Of Dr. Moreau

Severin Films

Het verhaal moet nu eindelijk maar eens recht gedaan worden. De jonge ambitieuze regisseur Richard Stanley, die alleen de low budget-films Hardware (1990) en Dust Devil (1992) op zijn naam heeft staan, wil H.G. Wells’ klassieke roman The Island Of Doctor Moreau verfilmen. Het boek uit 1896 is al meermaals naar het witte doek gebracht, maar in zijn ogen nog nooit op de juiste manier. Stanley heeft een soort arty sciencefictionfilm voor ogen.

New Line Cinema, dat eerder David Fincher en Paul Thomas Anderson al de kans heeft gegeven, besluit toe te happen. Alleen de suggestie om Marlon Brando, die sinds het thematisch verwante Apocalypse Now te boek staat als een ongelooflijke lastpak, te casten als dokter Moreau valt niet in goede aarde. Stanley dreigt vervangen te worden door Roman Polanski. Daarom zet hij een opmerkelijke stap: hij neemt zijn toevlucht tot hekserij.

Dit lijkt zowaar effect te hebben: Stanley mag blijven als regisseur, Brando wordt vastgelegd en ook Bruce Willis en James Woods tonen serieuze interesse. En daarna gaat alles mis wat er mis kan gaan, niet in het minst door Richard Stanley zelf. Als Willis toch afhaakt, omdat hij na zijn scheiding van Demi Moore, niet maandenlang in een afgelegen stuk Australië wil zitten, maakt de filmmaker volgens eigen zeggen ‘een strategische fout’: ik ontmoette Val Kilmer.

De Amerikaanse acteur is op dat moment, na het succes van The Doors, Batman Forever en Heat, op het hoogtepunt van zijn roem en begint zich al snel als een arrogante klootzak te gedragen. Vanzelfsprekend ontbreekt hij ook in de documentaire Lost Soul: The Doomed Journey Of Richard Stanley’s Island Of Dr. Moreau (99 min.) uit 2014, waarin Stanley en andere medewerkers aan de film terugblikken op een ronduit rampzalig productieproces.

Daarmee past deze blik achter de schermen van David Gregory in een fijne traditie van docu’s over onmogelijke filmshoots: Hearts Of Darkness: A Filmmaker’s Apocalypse (over Francis Ford Coppola’s Apocalypse Now), Burden Of Dreams (over Werner Herzogs Fitzcarraldo) en Lost In La Mancha (over Terry Gilliams The Killing Of Don Quixote). Botsende ego’s, gecombineerd met pure gekte. Constant praktische en logistieke problemen. En seks, drugs & rock n’ roll.

De sfeer op locatie in Cairns, Australië is vanzelfsprekend om te snijden. Illustratief is het citaat uit de film dat de filmcrew op z’n T-shirts laat afdrukken: ‘You don’t have to obey these bastards’, staat er te lezen. ‘They’re not Gods!’ Het eindresultaat, The Island Of Dr. Moreau (1996), kan alleen maar ondermaats zijn en wordt natuurlijk ook een gigantische flop, maar blijkt wel de ideale voedingsbodem voor een zeer vermakelijke filmdocu.

We Steal Secrets: The Story Of WikiLeaks

Universal Pictures

De slogan is even provocerend als zelfvoldaan: ‘WikiLeaks: giving us the truth when everyone else refuses to.’ Op het levensgrote billboard, langs een Amerikaanse weg, staat tevens een ‘holier than thou’- achtige foto van voorman Julian Assange. Die neemt tijdens interviews ook geen blad voor de mond en noemt WikiLeaks zonder terughoudendheid ‘de machtigste inlichtingendienst op aarde, een inlichtingendienst van het volk’.

Als Alex Gibney in 2013 de documentaire We Steal Secrets: The Story Of WikiLeaks (129 min.) oplevert, is Assange alomtegenwoordig in de media. Zijn klokkenluiderswebsite WikiLeaks heeft in 2010 de spraakmakende Collateral Murder-video, waarin is te zien hoe een Amerikaanse gevechtshelikopter in Irak gewone burgers en journalisten neermaait, de wereld in gestuurd. En hijzelf geldt als een belangrijke voorvechter van de vrijheid van meningsuiting, die structureel de gevestigde orde tegen de haren in blijft strijken – en zo ook het noodlot tart.

Inmiddels zit Assange alweer zo’n twaalf jaar vast in Groot-Brittannië, waar hij vecht tegen uitlevering aan de Verenigde Staten (vervat in de documentaire Ithaka: A Fight To Free Julian Assange). Ook zijn reputatie ligt aan gruzelementen: WikiLeaks zou tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 hebben samengespannen met Rusland, om Donald Trump aan de winst te helpen. Hij is een banneling geworden. Een dubieuze figuur, waarvoor alleen verstokte strijders voor de persvrijheid zich nog sterk maken. Van de Robin Hood-achtige status die Assange ooit genoot, is niets meer over.

Gibney verdiept zich in het verleden van zijn enigmatische hoofdpersoon. Als de hacker Mendax, alias Nobele Leugenaar, is hij in zijn geboorteland Australië betrokken geweest bij diverse ontregelende acties. Hij ontleedt verder alle controverses waarin Assange verzeild raakt en laat tegelijk zien hoe hij overduidelijk geniet van alle aandacht die hem ten deel valt. In de slipstream van de permanente commotie rond Julian Assange voltrekt zich ondertussen het drama rond de klokkenluider Bradley Manning, die vanuit Bagdad ultrageheime informatie naar WikiLeaks heeft doorgespeeld.

‘I just… couldn’t let these things stay inside of the system and inside of my head’, schrijft deze bradass87 in vertrouwelijke berichten aan de Amerikaanse hacker Adrian Lamo. ‘I’m just weird, I guess. I… care?’ Informatieanalist Manning, die later in transitie zal gaan en zich dan Chelsea begint te noemen (zoals is te zien in de documentaire XY Chelsea), wordt er vervolgens ingeluisd door Lamo, een man die, getuige bijvoorbeeld een scène waarin hij opzichtig met een ‘snitch’-pet poseert, in zijn eigen spionagefilm lijkt te leven. Hij zorgt ervoor dat Manning wordt gearresteerd.

Intussen komt Julian Assange ook steeds meer onder vuur te liggen vanwege vermeend seksueel geweld tegen twee Zweedse vrouwen, de basis voor de penibele situatie waarin hij ruim tien jaar later nog altijd zit. Alex Gibney spaart de onverbeterlijke ‘selfkicker’, die als kat in het nauw rare sprongen begint te maken, niet in deze intrigerende, spannende en fraai vormgegeven film. Tegelijkertijd kraakt hij ook harde noten over de manier waarop Assange door zijn tegenstanders wordt aangepakt, waarbij de vraag boven de markt hangt of ook hij erin is geluisd.

Voor Chelsea Manning, die een zware periode beleeft in detentie, heeft Gibney duidelijk meer compassie. Zij is uiteindelijk de ware held van We Steal Secrets.

ABBA: Against The Odds

Rogan / Alamy

Een popgroep zoals ABBA leent zich natuurlijk uitstekend voor het gemakkelijke soort muziekdocu: kluts wat tv-optredens, videoclips en archiefinterviews met de bandleden bij elkaar, laat die mix becommentariëren door een slim samengestelde groep van collega’s, oud-medewerkers en allround-deskundigen en laat een alwetende verteller de boel met allerlei clichés en superlatieven aan elkaar praten. Het verhaal van ABBA staat dan pijlsnel in de steigers: van de winst bij het Eurovisie Songfestival van 1974 met Waterloo tot het dramatische afscheid in de vorm van Thank You For The Music, een kleine veertig jaar later gevolgd door een onverwachte virtuele wederopstanding.

Het kan ook anders: ABBA: Against The Odds (90 min.). En dat is vanaf de allereerste seconde duidelijk. Regisseur James Rogan (Freddie Mercury: The Last Act) is écht in de archieven gedoken en heeft daar niet alleen de welbekende hitjes uitgeplukt. Zo wordt niet alleen de muzikale ontwikkeling van het Zweedse viertal inzichtelijk gemaakt, maar ook de tijd, muziekbusiness en entertainmentwereld waarin dat zich moet manifesteren. De onwil in eigen land om de ‘commerciële hitmachine’ serieus te nemen bijvoorbeeld en tegelijkertijd het gemak waarmee Australië daarvoor overstag gaat. Met talloze inzichtelijke, gênante en soms ook pijnlijke backstagemomenten, interviews en media-optredens, aan elkaar gepraat door allerlei figuren die zichzelf héél grappig of gevat vinden.

‘Ik las ergens dat je de trotse bezitter bent van een prijs’, zegt een grapjas bijvoorbeeld tijdens een persconferentie tegen Agnetha Fältskog, de blonde zangeres die samen met Anni-Frid Lyngstad geldt als blikvanger van de groep. ‘Voor de meest sexy kont.’ Zij maakt zich er maar vanaf met een grapje: ‘Ik heb ‘m zelf nooit gezien.’ En lachen maar… Zoals de vier ABBA-leden de meeste tv-shows sowieso doorkomen met schaapachtig glimlachen en beleefde antwoorden op de meest stupide vragen. Intussen eist hun grootschalige succes, en de voortdurende aandacht die daarmee gepaard gaat, wel degelijk z’n tol van de band, die oorspronkelijk uit twee koppels bestaat. Deze relaties gaan er, zoals vervat in de echtscheidingsklassieker The Winner Takes It All, allebei aan. Alleen de band tussen de twee mannen, de songschrijvers Björn Ulvaeus en Benny Andersson, zal uiteindelijk stand houden.

Bij het optekenen van dat verhaal betaalt ook een andere keuze in ABBA: Against The Odds zich uit: Rogan laat alleen bronnen die ertoe doen aan het woord: de groepsleden zelf, mensen uit hun directe entourage en relevante vertegenwoordigers van de popbusiness. Géén duiders dus met zouteloze platitudes, snappy soundbites en alleen van-horen-zeggen kennis. En al die sprekers worden bovendien volledig buiten beeld gehouden. Hun quotes dienen slechts om het beeldverhaal van de opkomst en ondergang van de Zweedse supergroep te verstevigen, in te kaderen of extra kleur te geven. Het gevolg is een documentaire die zowaar aan de binnenkant van de hitfabriek komt en ABBA écht recht doet.

Mutiny In Heaven: The Birthday Party

Pink Moon

De man zit al zichtbaar in de jongen verscholen. In de jeugdige wildebras Nick Cave van eind jaren zeventig – donker, woest en onstuimig – is al moeiteloos de gearriveerde performer van ruim veertig jaar later te herkennen, een man die met een enkel gebaar volgepakte zalen muisstil krijgt. Voordat het zover is, moet de Australische zanger alleen nog wel een heel hellehol aan Duivels uitdrijven.

Mutiny In Heaven: The Birthday Party (99 min.), een typische bandjesdocu van Ian White over Cave’s eerste groep en de voorloper daarvan, The Boys Next Door, reconstrueert ‘s mans jonge honden-jaren, als hij een gevaar lijkt voor elk publiek, de andere leden van The Birthday Party en zichzelf. Zijn (artistieke) ontwikkeling zal pas later tot volle wasdom komen in zijn eigen outfit, Nick Cave & The Bad Seeds, en dan ook voor een in alle opzichten gracieuze volwassenwording zorgen.

De tumultueuze carrière van The Birthday Party krijgt in 1980 z’n eerste grote zwieper als de ontaarde Aussies besluiten om hun geluk te beproeven aan de andere kant van de wereld. In Londen, één van de bastions van de internationale punk- en new wave-scene, moet het gaan gebeuren voor de bezeten frontman en zijn mannen. Niet veel later zijn ze volledig platzak, ernstig ondervoed en verslaafd aan heroïne, speed en andere geestverruimende of -beperkende middelen.

Met veel krachtig concertmateriaal, zwart-witte animaties en (oude) interviews met de bandleden, die verder doorgaans netjes buiten beeld worden gehouden, schetst White de ontwikkeling die zowat elk bandje dat ooit een band is geworden doormaakt: na magere beginjaren volgt de onvermijdelijke doorbraak, waarna de weelde van het succes (en zet dat hier gerust tussen aanhalingstekens: ‘succes’) toch niet blijkt te dragen en de al even onvermijdelijke implosie in gang wordt gezet.

In z’n korte bestaan (1977-1983) is The Birthday Party altijd een cultband gebleven. Te obscuur en destructief om de oversteek naar het grote publiek te maken – ook omdat Cave en de zijnen meteen een stok tussen hun eigen spaken staken als de machine even écht op gang dreigde te komen. Met hun ziedende postpunk, waarmee elk podium letterlijk dan wel figuurlijk werd afgebroken, bleven ze dus veroordeeld tot de fijnproevers – al gingen ze dus bepaald niet fijnzinnig te werk. 

Mutiny In Heaven is zeker vermakelijk, maar heeft in wezen weinig toe te voegen aan het al duizenden malen vertelde verhaal over stoute jongens die met hun schreeuw om aandacht, knetterende gitaren en ongegeneerde bewijsdrang wel eens even de wereld gaan veroveren en ergens onderweg zichzelf tegenkomen of tegen de lamp lopen. Het blijft toch vooral ‘gewoon‘ een bandjesdocu – al is het dan het bandje van Nick Cave, één van de onomstreden helden van de hedendaagse serieuze popmuziek.