Pact Met De Duivel: In De Wurggreep Van Het Passageproces

Prime Video

Gaan we een deal sluiten met een moordenaar? vragen Officier van Justitie Sander de Haas en zijn collega zich af na een geheim gesprek met Peter la Serpe? Die heeft zojuist uit de eerste hand verklaard over de liquidatie van vastgoedman Kees Houtman in 2005. Durven ze het aan om deze rasopportunist, die al zijn hele leven vuistdiep in het criminele milieu zit, in te zetten als kroongetuige? De Haas twijfelt. Als niet veel later een moord wordt gepleegd, die al min of meer is aangekondigd door La Serpe, komt de zaak alsnog in een stroomversnelling. Tegelijkertijd realiseren de medewerkers van het Ministerie van Justitie zich terdege dat ze een risico nemen. De onderwereld oordeelt vaak heel eenvoudig over lieden die uit de school klappen: zwijgen is zilver, spreken is lood.

De deal leidt tot een rechtszaak tegen enkele criminele kopstukken, die worden beschouwd als de sleutelfiguren van de liquidatiegolf in de Amsterdamse onderwereld. In de zesdelige docuserie Pact Met De Duivel: In De Wurggreep Van Het Passageproces (283 min.) reconstrueren Erica Reijmerink en Peet Gelderblom met kenners van/uit het criminele milieu, rechercheleden, strafrechtadvocaten, officieren van justitie, rechters, hoogleraren strafrecht en misdaadjournalisten het geruchtmakende proces. Zij zijn stuk voor stuk aan de tand gevoeld in een soort verhoorkamer. Hun verklaringen worden omkleed met nieuws- en achtergrondreportages uit de tijd van de liquidaties (1993-2006) en rechtsgang (2007-2017) – al blijft het geheel tamelijk praterig.

Reijmerink en Gelderblom onderbreken hun vertelling zo nu en dan voor een miniprofiel van hoofdrolspelers zoals Dino Soerel en Willem Holleeder (die zelf overigens niet terecht staat tijdens het Passageproces), vragen rechtbanktekenaar Adrien Stanziani om alle sleutelfiguren te portretteren en geven forensisch rechercheur Carina van Leeuwen haar eigen Opsporing Verzocht-momentjes, waarin ze met behulp van maquettes enkele schokkende moorden doorneemt. Zo ontstaat een zeer complete en afgewogen impressie van een rechtszaak, die heel Nederland in z’n greep heeft gehouden. Waarbij verschillende lezingen van wat er is gebeurd naast of tegenover elkaar staan en soms ook nog altijd frontaal met elkaar botsen, met name tussen het Openbaar Ministerie en enkele prominente advocaten.

Dino Soerel ontbreekt in de zeer complete bronnenlijst. Hij heeft van Justitie geen toestemming gekregen om te participeren in de serie. Terwijl het Passageproces – zeker nadat medeverdachte en ‘moordmakelaar’ Fred Ros een deal heeft gesloten als tweede kroongetuige (!) – zich gaandeweg steeds nadrukkelijker op hem begint te richten. Soerels volwassen dochter Rachel treedt in Pact Met De Duivel op als zijn plaatsvervanger. Erg moeilijk wordt het haar niet gemaakt. Ze krijgt de gelegenheid om (weer) een mens van vlees en bloed van hem te maken: een opa bijvoorbeeld die elke Kerst een aardige boodschap stuurt aan zijn kleinkinderen. In elk geval niet de man die naar voren komt uit het Passageproces-dossier, waarin een mensenleven vaak nog geen stuiver waard lijkt.

In een tamelijk lang uitgevallen epiloog zet de miniserie deze grimmige fase in de Nederlandse criminele geschiedenis tot slot nog in hedendaags perspectief. Want de generatie ‘Holleeder’ mag dan een serieus gevaar voor de samenleving hebben gevormd, de volgende lichting criminele kopstukken, kortgezegd de generatie ‘Taghi’, lijkt bereid om nóg verder te gaan, getuige de moorden op de broer van kroongetuige Nabil B., diens advocaat Derk Wiersum en misdaadjournalist Peter R. de Vries. En de opvolger van het Passageproces, het zogenaamde Marengo-proces, is al even tumultueus verlopen. Ridouan Taghi en twee medeverdachten hebben levenslang opgelegd gekregen, kroongetuige Nabil B. toch ook nog tien jaar.

Esther & De Wet, De Zaak Tegen Shell

EO

‘Het moeilijkste was…’ Victoria Bera moet op het kantoor van haar Nederlandse advocaat Channa Samkalden even haar emotie wegslikken, voordat ze verder kan met het oefenen van haar verklaring voor de rechtbank in Den Haag. ‘Het moeilijkste was dat ik mijn zoon alleen moest opvoeden’, vertelt de Nigeriaanse vrouw. ‘Elke dag als hij wakker werd, vroeg hij: Mama, waar is mijn papa? Waarom heeft iedereen een papa en ik niet? Wat is er met mijn papa gebeurd? Zeg het, mam. Heb jij hem doodgemaakt?’

Esther Kiobel, een andere weduwe van de zogenaamde Ogoni 9, schuilt intussen achter haar laptop. Ze kan Victoria’s verklaring nauwelijks aanhoren. Het verdriet kruipt zomaar opnieuw omhoog. De hoofdpersoon van Esther & De Wet, De Zaak Tegen Shell (Engelse titel: Esther And The Law, tv-versie: 53 min.) moet zelf ook aan de bak in de zaak die ze met drie andere nabestaanden heeft aangespannen tegen oliemaatschappij Shell. Hoewel hun echtgenoten alweer ruim 25 jaar geleden om het leven zijn gebracht, willen de twee vrouwen nog altijd dat er recht wordt gedaan.

Begin jaren negentig kwamen de bewoners van Ogoniland in Nigeria in opstand tegen de vervuiling die door The Shell Petroleum Development Company (SPDC) werd veroorzaakt. Onder aanvoering van de schrijver Ken Saro-Wiwa, die zich nadrukkelijk uitsprak tegen bloedvergieten, werd de protestbeweging MOSOP een factor om rekening mee te houden. Daarmee maakte het Nigeriaanse regime echter korte metten: Saro-Wiwa en acht anderen kopstukken, waaronder de echtgenoot van Esther (Dr. Barinem Kiobel), werden na ‘een schijnproces’ opgehangen.

En SPDC zou daarbij een sleutelrol hebben gespeeld. Shell had volgens Femi Falana, lid van het oorspronkelijke verdedigingsteam van de Ogoni 9, op een gegeven moment nauwelijks meer toegang tot de olie in Ogoniland en spoorde de militaire machthebbers daarom aan om in te grijpen. ‘Shell was de regering in Ogoniland’, stelt zijn collega Olisa Agbakoba zelfs. ‘Dat lijdt geen twijfel.’ En ook al zijn hun beweringen, en de verklaringen van hun cliënten en de echtgenotes daarover, wellicht aannemelijk, ze moeten in een rechtbank wel wettig en overtuigend worden bewezen.

Ruim 25 jaar later blijkt het in deze documentaire van Tatiana Scheltema, die meekijkt met de slachtoffers en hun advocatenteam, bepaald geen sinecure om aan de andere kant van de wereld keihard bewijsmateriaal, bijvoorbeeld van het omkopen van getuigen door Shell, te kunnen overleggen. Intussen stellen de verweerders natuurlijk ook alles in het werk om zichzelf vrij te pleiten. Daarmee krijgt het David & Goliath-gevecht, dat eerder in de jaren negentig tot een gewelddadige climax kwam, nu een reprise binnen een Democratische rechtsorde.

Het wordt er voor de nabestaanden van de Ogoni 9 alleen niet minder pijnlijk en verdrietig van. De wonden uit het verleden worden opnieuw opengereten. En het gevoelde onrecht blijft nauwelijks te bevatten.

No Accident

HBO Max

‘Jews will not replace us’, schreeuwt de meute die op 11 en 12 augustus 2017 door de Amerikaanse stad Charlottesville in Virginia trekt. Met brandende fakkels loopt een combinatie van neonazi’s, alt-righters en leden van de Ku Klux Klan provocerend door de straten. Het is een scharnierpunt in de recente Amerikaanse historie. Na de zogenaamde Unite The Right-rally, waarbij diverse tegendemonstranten gewond raken en één van hen, Heather Heyer, zelfs overlijdt als de extremist James Fields met zijn auto op hen inrijdt, bestaat de Amerikaanse president Donald Trump ‘t om te spreken over ‘very fine people on both sides’.

Negen tegendemonstranten, die zowel lichamelijke als emotionele schade hebben opgelopen in Charlottesville, laten ‘t er echter niet bij zitten. Namens hen starten de advocaten Roberta Kaplan en Karen Dunn in oktober 2017 een civiele rechtszaak tegen de organisatoren van de extreemrechtse rally, die uiteindelijk meer dan vijf jaar in beslag zal nemen. De verdachten zouden collectief raciaal geweld hebben uitgedragen en gepromoot. Gaandeweg blijken zij bovendien, al dan niet rechtstreeks, in contact te staan met mannen die in de navolgende jaren bloedbaden zullen aanrichten in de Tree Of Life-synagoge, de Walmart van El Paso en de Christchurch-moskee in Nieuw-Zeeland.

In No Accident (97 min.) volgt Kristi Jacobson het gedreven advocatenteam en hun cliënten. Zij willen de ‘white supremacists’ publiekelijk aan de kaak stellen en hen liefst ook nog een flinke poot uitdraaien, zodat ze voortaan niet meer de middelen hebben om haatcampagnes te financieren. Daarvoor moeten ze de dwarsverbanden onderzoeken tussen de verschillende extreemrechtse kopstukken en de communicatie tussen hen op het online-platform Discord, waar ze ongefilterd spreken over The Great Replacement (omvolking, in slecht Nederlands), het in scène zetten van gewelddadige confrontaties met Antifa en die dekselse Joden (die je overal de schuld van kan geven).

Vanwege Coronamaatregelen heeft Jacobson niet kunnen filmen tijdens de rechtszaak zelf. Ze gebruikt daarom animaties en audioreconstructies van de verschillende verklaringen. Het echte vuurwerk zit in de verhoren van de verdachten Richard Spencer (een gladjakker, die zich voordoet als het fatsoenlijke gezicht van de beweging en de term alt-right zou hebben gemunt), Christopher Cantwell (een vuilgebekte podcaster, die de Joodse advocaat Michael Bloch tijdens een verhit verhoor plotseling ‘you lying Jew piece of shit’ noemt) en de plaatselijke organisator Jason Kessler (die vooraf allerlei duistere voetsoldaten heeft opgeroepen ‘to fight this shit out’ in Charlottesville).

Het optreden van deze extremisten verraadt zelfvertrouwen. Dat ontlenen ze ongetwijfeld aan de achterban die ze inmiddels in hun eigen duistere uithoek van het internet hebben opgebouwd en de impliciete en expliciete steun die ze van populistische politici krijgen. Met de middelen die de rechtsstaat biedt proberen hun slachtoffers en ideologische tegenstanders hen nu een toontje lager te laten zingen. Deze gedegen film documenteert dat spannende proces vanuit het perspectief van de eisers, die daarbij hun eigen angsten aan de kant moeten zetten, ten faveure van het grotere ideaal. Het is alleen de vraag of ze deze diabolische geest nog terug de fles in kunnen krijgen.

Zolang hun politieke afgod Donald Trump, die zelfs door de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 nauwelijks electorale schade heeft opgelopen, populair blijft bij een aanzienlijk deel van de Amerikaanse bevolking, laten deze dubieuze kopstukken van extreemrechts zich echt niet zomaar verdrijven naar het verdomhoekje waar ze eigenlijk thuishoren.

Kim vs. Kanye – The Divorce

HBO Max

Hij mag dan de bekendste rapper ter wereld zijn. Als Kanye West via zijn relatie met Kim Kardashian tot het realitycircus Keeping Up With The Kardashians gaat behoren, heeft hij geen idee wat hem overkomt. Kanye wordt onderdeel van een familie, die zichzelf als een merk is gaan beschouwen en dat koste wat het kost wil beschermen. In eerste instantie lijken moeder en opperkloek Kris en haar verwanten maar wat blij met de extra allure die haar nieuwe schoonzoon inbrengt. Van een E-ster wordt haar dochter Kim ineens een A-ster, zegt één van de sprekers in het tweeluik Kim vs. Kanye – The Divorce (99 min.) vilein. Als de rapper echter steeds nadrukkelijker verward gedrag begint te vertonen en bovendien wordt gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis, nemen de Kardashians afstand van hem. In februari 2021 vraagt influencer Kim echtscheiding aan. Het zal haar derde worden. Één probleem: Ye wil helemaal niet scheiden.

Op de inmiddels beproefde ‘he said-she said’-manier, waarmee bijvoorbeeld ook de breuk tussen Johnny Depp en Amber Heard al (meermaals) onder handen is genomen, wordt in deze tv-docu van Marcus English de relatie tussen Kim en Kanye en de implosie daarvan tegen het licht gehouden. Eerst vanuit Kanye’s perspectief, daarna krijgt Kamp Kim alle ruimte. Waarbij één plus één drie moet worden. Al komen de hoofdrolspelers zelf natuurlijk niet aan het woord. De honneurs worden waargenomen door allerlei in- en outsiders en andere lieden die profijt van kunnen trekken van al het rumoer. De echtscheidingsadvocaten bijvoorbeeld. Zij moeten een gang naar de rechter voorkomen, maar willen de huid van hun cliënten vanzelfsprekend ook héél duur verkopen. ‘Ik vertel ze van tevoren dat dit hun grootste deal ooit kan zijn’, vertelt de New Yorkse pitbull Robert Cohen, die namens Kanye zijn ex het vel over haar oren moet trekken. Kims imago is honderden miljoenen dollars waard, zegt één van haar pleitbezorgers.

Écht aan de binnenkant van de tumultueuze verhouding tussen Kim en Kanye – achternamen overbodig – komen zulke sprekers natuurlijk niet, maar ze plaatsen de affaire, met behulp van smakelijke archiefbeelden, wel overtuigend binnen hun context. Zo vertelt Kardashians mediastrateeg Sheeraz Hasan bijvoorbeeld over hoe het ‘powerkoppel’ oorspronkelijk elkaars merk versterkte. Hassan was er al bij toen de jonge Kim nog strategisch in restaurants moest worden geplaatst, zodat ze daar zou worden opgemerkt door paparazzi. En hij is er nog steeds als het brein van haar derde echtgenoot in steeds donkerdere oorden belandt, zowel achter de schermen als en plein public, en Het Merk Kim moet worden beschermd tegen deze ‘emotionele terrorist’. Ye, eerder treffend van binnenuit geportretteerd in de intieme serie Jeen-Yuhs: A Kanye Trilogy wil op zijn beurt niet dat zijn eigen kinderen de volgende generatie ‘Kardashians’ vormen en ontspoort volledig bij zijn pogingen om dat te voorkomen.

Met vaste hand schetst English, met de middelen die hem ter beschikking staan, zowel een ontluisterend beeld van de publiek geconsumeerde relatie als van het parasitaire systeem eromheen dat zich daaraan al sinds jaar en dag voedt. ‘Ik kan me geen carrière voorstellen zonder Kim’, bekent Dax Holt van de podcast Hollywood Raw bijvoorbeeld. ‘Omdat de Kardashians als geheel, ook al klinkt dat misschien vreemd, de Koninklijke familie van de VS zijn.’ Entertainmentjournalisten zoals hij en andere ‘deskundigen’ zien er geen been in om, puur op basis van publieke uitingen, een ferm oordeel te vellen over de betrokkenen en markeren en versterken zo meteen hun eigen ‘brand’. Zo bezien is het nog maar de vraag of deze vuile (social media-)oorlog inderdaad alleen verliezers en geen winnaars kent.

De Zaak Schaap: Fraude Bij De Landsadvocaat

Sacha Grootjans / NTR

Wáárom? Die vraag hangt voortdurend boven De Zaak Schaap: Fraude Bij De Landsadvocaat (126 min.). Waarom verduisterde notaris Frank Oranje, de bestuursvoorzitter van de landsadvocaat Pels Rijcken, in de loop van twintig jaar ruim elf miljoen euro? Omdat het kon? Omdat het moest? Of gewoon omdat het goed voelde? De man zelf, die nota bene ‘Mr. Integrity’ werd genoemd, kan het niet meer vertellen. Hij maakte op 6 november 2020, toen zijn bedrog aan het licht dreigde te komen, in een vakantiehuisje een einde aan zijn leven. En de meeste mensen uit zijn directe omgeving, bij zijn werkgever of uit zijn (professionele) vriendenkring, wíllen het niet vertellen. Tenminste, niet ‘on the record’.

En dus verlaat deze vierdelige serie van Mattias Schut zich op vakbroeders die gaandeweg kregen te maken met ‘de grootste juridische fraude uit de Nederlandse geschiedenis’ (advocaat Winfried van den Muijsenbergh en Philip van Hilten, advocaat en bestuurder bestolen stichting), de hoogleraren Marcel Pheijffer (Forensische Accountancy) en Bob Hoogenboom (Forensische Bedrijfskunde) en twee onderzoeksjournalisten die de zaak onderzochten: Joris Polman (Het Financieele Dagblad) en Camil Driessen (NRC). Gezamenlijk openen zij een wereld, die de deuren graag gesloten houdt. Ook als de situatie om transparantie vraagt: grootschalige fraude bij het advocatenkantoor dat nota bene de overheid vertegenwoordigt.

De absolute hoofdrol in deze miniserie is voor acteur Jeroen Spitzenberger. Hij treedt op als alwetende verteller en scheidt het kaf van het koren in de kwestie die tegelijkertijd heel ingewikkeld (vol jargon, ondoorzichtige constructies en verhullend taalgebruik) en toch ook heel eenvoudig is (op en neer schuiven met sommen geld, totdat niemand meer doorheeft dat een aanzienlijk deel ervan in de zakken van de notaris verdwijnt). Spitzenberger stapt letterlijk door Oranje’s verleden en schroomt ook vileine humor niet, bijvoorbeeld als ‘t gaat om het authentiek ogende familiewapen dat de notaris in 2014 heeft laten ontwerpen. ‘En dan mag je natuurlijk helemaal zelf bedenken hoe ’t eruit ziet. Een beetje zoals bij een tattoo.’

De serie bevat verder een reconstructie van historische gebeurtenissen, waarin gebruik wordt gemaakt van acteurs en ook ‘fictieve elementen’ voorkomen. Die vorm werkt wonderwel, hoewel die laatste mededeling ook vragen oproept: waar eindigt het feitelijke verhaal en begint de fictie? De Zaak Schaap vaart verder wel bij het doortastende opereren van interviewer Maartje Hofhuis. Zij noemt het beestje soms gewoon bij zijn naam. ‘Hij bleek een boef!’, constateert ze bijvoorbeeld ferm als haar gesprekspartner, advocaat Van den Muijsenbergh van vereffenaar stichting Converium, maar om de hete brei heen blijft draaien. Die houdt zich echter aan zijn script. ‘De geldstroom van de escrow-rekening is niet conform de oorspronkelijke afspraken zorgvuldig afgewikkeld, ja.’

Terwijl de eerste drie afleveringen van De Zaak Schaap, vernoemd naar het FIOD-onderzoek naar Frank Oranje’s megafraude, vat proberen te krijgen op dit exquise staaltje witte boordencriminaliteit, zoomt het slotdeel van deze fijne miniserie zowel ín (op Oranje’s modale jeugd en zijn tijd bij studentenvereniging Minerva in Leiden) als úit (op de positie van Pels Rijcken, dat zichzelf vooral als slachtoffer van de situatie portretteert, en de gecompliceerde relatie van het advocatenkantoor met de Nederlandse staat). Na afloop staat die ene, nauwelijks te beantwoorden vraag desondanks nog altijd open: wáárom?

Een Amerikaanse Nachtmerrie

BNNVARA

Hoe zou de ideale true crimezaak eruit zien? Een maker stuit op een gerechtelijke dwaling, achterhaalt na allerlei dramatische verhaalwendingen, doodlopende onderzoekspistes en gigantische cliffhangers wat er werkelijk is gebeurd en pleit vervolgens zijn protagonist vrij, zodat die alsnog in vrijheid van de rest van zijn leven kan genieten? Zo eenvoudig en plooibaar is de werkelijkheid doorgaans echter niet, hoezeer sommige makers hem ook hun wil proberen op te leggen.

Ook Hans Pool zal misschien, toen hij zich zes jaar geleden in De Zaak Singh begon te verdiepen, héél even hebben gedacht dat hij de Nederlandse Errol Morris zou worden en dat Jaitsen Singh wellicht kon uitgroeien tot zíjn Randall Adams, de Amerikaan die door Morris werd vrijgepleit van moord in de true crime-klassieker The Thin Blue Line (1988). Pool is echter geen Amerikaanse amateurdetective die even snel en gemakkelijk wil scoren met Een Amerikaanse Nachtmerrie (internationale titel: The Singh Case, 235 min), maar een gelauwerde Nederlandse documentairemaker, met bijvoorbeeld een Emmy Award voor Bellingcat – Truth In A Post-Truth World op zak. Hij wil zich ook niet zomaar voor iemands karretje laten spannen – al is dat in deze gecompliceerde zaak bepaald geen sinecure. Hoe voorkom je bijvoorbeeld dat je aan de tunnelvisie gaat lijden die je bij de politie vermoedt? Of een instrument wordt van de aanklagers of verdediging?

De zaak leek in eerste aanleg, vanuit het verre Nederland, vast nog bedrieglijk simpel: Jaitsen Singh, een Surinaamse Nederlander die met zijn gezin ooit ‘The American Dream’ was gaan najagen, zit al sinds halverwege de jaren tachtig in een Amerikaanse cel als vermeende opdrachtgever van de moord op zijn vrouw Grace en stiefdochter Daphne. Onschuldig, welteverstaan. Singh zou erin zijn geluisd door een overijverige openbaar aanklager, die warm liep voor een politieke carrière en veel te graag wilde scoren, en een verslaafde crimineel, die in ruil voor strafvermindering bereid was om op te treden als kroongetuige. Maar is de werkelijkheid net zo simpel als het verhaal dat ervan kan worden gemaakt? Van de andere kant: het kan toch ook niet zo zijn dat Jaitsen Singh, zoals de aanklagers lijken te beweren, simpelweg een gewetenloze killer is, die een overval op zijn eigen huis heeft geënsceneerd en daarbij zijn eigen echtgenote en stiefkind heeft laten ombrengen?

Via Singhs Nederlandse advocate Rachel Imamkhan, die in de afgelopen jaren uitgebreid zijn onschuld heeft bepleit in Nederlandse media en vanaf het begin betrokken is geweest bij deze Nederlandse Making A Murderer, komt Hans Pool ook in direct contact met Jaitsen Singh zelf. Hij stelt dat zijn zaak, net als de veelbesproken dood van George Floyd, ’voor honderd procent puur op racisme gebaseerd is’. Zó eenvoudig zijn de beschuldigingen tegen hem echter zeker niet te weerleggen. Behoedzaam pelt Pool de verschillende lagen er vanaf, in de hoop zo bij de kern te komen. Hij neemt de kijker daarbij letterlijk mee in zijn onderzoek. In beeld, als de man die Singhs verleden doorwandelt en uiteindelijk zelfs voor het spreekwoordelijke true crimebord belandt. En via verbindende voice-overs, waarmee hij zijn bevindingen, gevoelens én twijfels deelt. Want waar de filmer ooit begon vanuit het idee dat zijn protagonist waarschijnlijk onschuldig vastzit, krijgt hij daarbij gaandeweg steeds meer vragen.

Een Amerikaanse Nachtmerrie blijft mede daardoor vijf afleveringen lang onverminderd boeien. Ook omdat Pool al zijn bronnen, achtergrondinformatie en ontdekkingen slim en gedoseerd uitserveert en er dus steeds een andere verhaallijn of -laag wordt blootgelegd. Elk nieuw stukje informatie plaatst wat je al denkt te weten over de twee moorden en de achtergronden daarvan in een nieuw perspectief. Een echte true crimezaak dus, die zich echter niet zomaar laat reduceren tot een hap-slik-weg misdaadverhaal. Daarvoor is De Zaak Singh te ingewikkeld en diffuus. Hans Pool wordt er bijna zichtbaar ‘sadder and wiser’ van en weerstaat tegelijkertijd de verleiding om al te gemakkelijke conclusies te trekken. Samen met productiemaatschappij Submarine is de filmmaker desondanks in een conflict verzeild geraakt over wat hij wel of niet wil, mag en kan vertellen. Via de rechter hebben Singh en zijn advocaat, vooralsnog tevergeefs, geprobeerd om uitzending van de serie te verhinderen.

Category: Woman

WMM

Is hij wel een vrouw? In die ene vraag zit alle twijfel – doelbewust gezaaid, volgens medestanders – over de negentienjarige Zuid-Afrikaanse atlete Caster Semenya vervat. Als zij in 2009 op de wereldkampioenschappen atletiek in Berlijn de 800 meter hardlopen heeft gewonnen, is er volgens criticasters een ‘noodzaak tot genderverificatie’. Maakt Semenya misschien te veel testosteron aan om nog vrouw genoemd te kunnen worden? Is zij, kortom, een notoire valsspeler?

Aan de hand van deze en vergelijkbare casussen exploreert regisseur Phyllis Ellis in Category: Woman (76 min.) een bijzonder pijnlijke kwestie binnen de internationale sportwereld. Alles wat afwijkt van de standaard (wit, mannelijk en hetero) moet gereguleerd worden, of het nu gaat om ras, seksuele identiteit of gender. ‘Wanneer je als man exceptioneel presteert, dan ben je een superman’, stelt Payoshni Mitra, een juriste die gefnuikte vrouwelijke atleten bijstaat, pijnlijk nauwkeurig vast. ‘Wanneer je als vrouw exceptioneel presteert, dan moet je wel een man zijn.’

Daarvoor kan deze intrigerende film al teruggrijpen op de besmette Olympische Spelen van 1936 in Berlijn, waarbij tweevoudig Gouden medaillewinnaar Helen Stephens wordt omgeven door roddels dat ze in werkelijkheid een man is. In de navolgende jaren zal de atletiekbond IAAF, in samenspraak met het Internationaal Olympisch Comité, dan ook talloze tests optuigen om bepaalde vrouwelijke atleten – en die hebben doorgaans geen witte huidskleur – te controleren op hun vrouw zijn; van medische certificaten en dopingtesten tot heuse inspecties van het lichaam. Naakt, natuurlijk.

Geruchten over met name sporters uit het Oostblok, die in werkelijkheid tot het mannelijke geslacht zouden hebben behoord, zetten de zaak nog verder op scherp. Bijzondere prestaties van vrouwelijke atleten worden daardoor nog meer met argusogen bekeken. Ellis introduceert vervolgens enkele sportsters die zijn gediagnosticeerd met hyperandrogenisme. Zij hebben van nature een hogere testosteronspiegel dan de meeste vrouwen, waardoor hun spierontwikkeling beter op gang komt. De atletiekbond heeft hen daarom de kwalificatie DSD toegekend: Differences of Sexual Development.

De Keniaanse atleten Margaret Wambui en Evangeline Makena raken daardoor hun droom en broodwinning kwijt. Hun Indiase collega Dutee Chand stapt vanwege soortgelijke issues naar de rechter en wordt zowaar in het gelijk gesteld. Daar tegenover staat echter het schokkende persoonlijke relaas van de Oegandese middellange afstandsloopster Annet Negesa. Zij is min of meer gedwongen tot een medisch niet-noodzakelijke chirurgische ingreep en daarna nooit meer de oude geworden. Ze is kapotgemaakt. Letterlijk. Geknakt doet ze haar verhaal in Category: Woman. 

De IAAF krijgt, bij monde van voorzitter en oud-atleet Sebastian Coe, slechts beperkt de gelegenheid om z’n positie toe te lichten. De bond wil vooral de ‘eerlijke en open competitie’ tussen sporters beschermen, zo luidt het verweer. Maar of daarvoor basale mensenrechten mogen worden geschonden? Het is duidelijk aan welke kant van deze discussie documentairemaker Phyllis Ellis staat. Ze agendeert de achterliggende kwestie op pregnante wijze in een film, die de vanzelfsprekendheden binnen de sport onder het vergrootglas legt en daarmee automatisch ook ter discussie stelt.

Over hetzelfde thema verscheen in 2024 de hybride van docu en drama Life Is Not A Competition, But I’m Winning.

De Verdediging Van Robert M.

Wim Anker (l) en Tjalling van der Goot (r) / Maria Mok en Meral Uslu

De boze en bedreigende voicemailberichten, e-mails en brieven die binnenkomen bij het advocatenkantoor van Wim en Hans Anker laten er geen misverstand over bestaan: het wordt de Friese tweelingbroers bepaald niet in dank afgenomen dat ze De Verdediging Van Robert M. (90 min.) op zich hebben genomen. En menige afzender kan daarbij nauwelijks onderscheid maken tussen de verdachte en zijn pleitbezorgers.

In de openingsscène van deze observerende film van Meral Uslu en Maria Mok over de grootste zedenzaak uit de Nederlandse geschiedenis heeft Wim Anker buiten bij de Penitentiaire Inrichting te Vught nog aan enkele meisjes uitgelegd hoe belangrijk het is dat zelfs de verdachten van de meest gruwelijke daden adequate juridische bijstand krijgen. Het is in Nederland bovendien de rechter, betoogt hij, die bepaalt of een verdachte ook daadwerkelijk schuldig is.

Om hun cliënt, die wordt beschuldigd van ernstig seksueel misbruik van tientallen (zeer) jonge kinderen en het verspreiden van kinderporno, optimaal te kunnen verdedigen, moeten Wim Anker en zijn collega Tjalling van der Goot zich door een enorm strafdossier werken, schokkend beeldmateriaal bekijken dat is gemaakt door Robert M. en zijn echtgenoot Richard van O. en de vernietigende publieke opinie over alles wat met pedofilie heeft te maken trotseren.

‘Een hele dag Robert M., dat trek ik niet’, stelt Van der Goot, die zich in eerste instantie wat heeft verkeken op de omvang en zwaarte van het dossier, als ze enige tijd onderweg zijn. ‘Ik ben na een halve dag in de zeden echt wel klaar.’ Tegelijkertijd is hun cliënt, die veelal in isolatie verblijft, somber en moedeloos. Als protest tegen het feit dat hij tijdens zijn detentie wordt blootgesteld aan cameratoezicht, gaat hij zelfs in honger- en dorststaking.

Anker en Van der Goot proberen hem een hart onder de riem te steken, terwijl ze de zaak zelf ook fysiek en mentaal ‘loodzwaar’ vinden. Uslu en Mok, die eerder het bijzonder boeiende tweeluik Anker & Anker (2010) maakten en later Wim Anker zouden volgen in De Zaak Gebroeders R. (2018), brengen de worsteling die schuilgaat achter hun professionele attitude sober maar uiterst doeltreffend in beeld. Daaruit spreekt pure plichtsbetrachting: ‘it’s a dirty job but somebody’s gotta do it.’

Ondanks – of juist vanwege – de volkswoede die deze zaak losmaakt, verdient Robert M. een messcherpe verdediging. ‘Met als mogelijk resultaat dus dat die man op vrije voeten komt?’ vertolkt Bløf-zanger Pascal Jakobsen het ‘gesundes Volksemphinden’ in de talkshow Pauw & Witteman. ‘U zegt eigenlijk – en u bent niet de enige die dat zegt – verdediging, doe het niet, in het belang van de samenleving’, antwoordt Tjalling van der Goot. Emotioneel kan hij de vraag wel begrijpen, maar als advocaat zet hij de knop om: oordelen is niet zijn taak.

‘Kunt u dan slapen?’ wil Jakobsen nog weten. ‘Ik kan wel slapen, ja’, antwoordt Van der Goot, wellicht ook een beetje tegen zichzelf. Via hem en zijn gedreven confrère Wim Anker toont deze nog altijd urgente documentaire uit 2013 hoe lastig het is voor advocaten om in dit soort gevoelige zaken ‘gewoon’ hun werk te doen. Zeker als bestuurders, politici en opinieleiders, zoals bij de zaak rond Robert M., ongegeneerd meesurfen op de golven van emotie die op zo’n moment door Nederland gaan.

De Pompmoord

KRO-NCRV

Er zou wel eens sprake kunnen zijn van een gerechtelijke dwaling: op basis van een twijfelachtige bekennende verklaring, te zien op de originele verhoortapes, zijn meerdere mannen jarenlang vastgezet. Paul Acda, de advocaat van één van hen, is overtuigd van hun onschuld. En ook enkele rechercheurs die destijds bij de zaak betrokken waren hebben inmiddels hun twijfels. Net als de makers van deze Nederlandse true crime-serie, die de hand hebben weten te leggen op de originele politieonderzoeken en zelf ook in de strafzaak zijn gedoken.

Nee, dit is niet seizoen 3 van Joost van Wijks De Villamoord, maar een nieuwe moordzaak, op min of meer dezelfde manier uitgeplozen. De moord op de 28-jarige pompbediende Micelle Mooij uit Zutphen. Zij werd op donderdagavond 24 oktober 1985 neergestoken bij een tankstation in het Gelderse dorp Warnsveld. Ofwel: De Pompmoord (125 min.). Dirk Mostert neemt ditmaal de regie voor zijn rekening, Joost van Wijk fungeert als coregisseur en Stefan Stasse zet de gebeurtenissen, naspeuringen en conclusies weer op een rijtje als verteller.

Pas in 2002, zeventien jaar na de moord op Micelle, rekent de politie na een anonieme tip vier verdachten in. In een dronken bui zouden ze in café Het Sluisje een overval op het nabijgelegen benzinestation hebben beraamd, die helemaal uit de hand is gelopen. Maar of dat werkelijk een geloofwaardige verklaring is voor wat er met de jonge vrouw is gebeurd? Met leden van het oorspronkelijke rechercheteam, direct betrokkenen, ooggetuigen, de dochter van de hoofdverdachte én de man die destijds een bekentenis heeft afgelegd licht Mostert het misdrijf door.

De sleutel lijkt opnieuw – net als bij De Villamoord en geruchtmakende justitiële dwalingen zoals de Puttense Moordzaak en de Schiedammer Parkmoord – te liggen bij de uiterst suggestieve en agressieve verhoren van kwetsbare verdachten. ‘Het gaat van het begin af aan fout en het blijft fout gaan’, zegt rechtspsycholoog Annelies Vredeveldt. ‘De verdachten lijken zich haast van geen kwaad bewust en proberen mee te gaan met wat de verhoorders willen.’ Totdat ze zichzelf en hun medeverdachten in een hoek van de kamer hebben geschilderd, waaruit ontsnappen onmogelijk is.

Net als De Villamoord richt dit gedegen onderzoek naar De Warnveldse Pompmoord, waaraan de bekende rechtspsycholoog Peter van Koppen eerder een boek wijdde, zich vooral op het ontmantelen van de officiële lezing van het misdrijf, niet zozeer op het portretteren van het slachtoffer of het formuleren van een hypothese over wat er dan wél is gebeurd. Dat is journalistiek gezien ook wel zo zuiver, maar kijkers die hopen op een Baantjer- of Agatha Christie-achtige ontknoping komen dus bedrogen uit. Die bewaren de makers wellicht, als er weer beweging in de zaak is gekomen, voor een eventueel vervolgseizoen.

Ghislaine Maxwell: Filthy Rich

Netflix

‘Ghislaine maakte nooit deel uit van dit gedoe’, stelt een man die het zou kunnen weten bij de start van Ghislaine Maxwell: Filthy Rich (101 min.). ‘Ze was niet betrokken bij het werven van vrouwen.’ Uitroepteken. Het is alleen de vraag of Jeffrey Epstein, via een interviewfragment uit 2009, een geloofwaardige getuige à decharge kan zijn in deze kwestie. Hij is immers de spil van het immense seksueel misbruik-schandaal. En Ghislaine Maxwell geldt als zijn rechterhand en – sinds Epsteins (zelfverkozen?) dood in 2019 – als de enige die daarvoor nog ter verantwoording kan worden geroepen.

Elke streamer/omroep heeft inmiddels zijn eigen documentaire over dit – kuch! – sexy onderwerp. Op Netflix is bijvoorbeeld al de miniserie Jeffrey Epstein: Filthy Rich van Lisa Bryant te vinden. Nu heeft Bryant met Maiken Baird deze opvolger/tegenhanger afgeleverd, die de onsmakelijke modus operandus, slachtofferprofielen en schimmige achtergronden van het malicieuze duo belicht, met ditmaal de nadruk op Epsteins facilitator Maxwell. En daarbij schuiven ook de vaste gezichten, die we inmiddels bijna Epstein-celebrities mogen noemen, weer aan: vriend (en schrijver) Christopher Mason, vriendin (en voormalig model) ‘lady’ Victoria Hervey en kennis (en biografe) Christina Oxenberg. Ook de mediagenieke advocaten van enkele slachtoffers (Sigrid McCawley, David Boies en Brad Edwards) claimen weer, soms met ogenschijnlijk speciaal voor de camera gevoerde gesprekjes, een prominente rol.

Op een verwrongen manier lijken zij een zeker genoegen te beleven aan en garen te spinnen bij het wederom opdiepen van alle schmutzige details – al zal schuldgevoel wellicht ook een rol spelen. Als gevolg van het steeds weer, met veel gevoel voor drama en suspense, opdissen van min of meer dezelfde herinneringen dreigen de slachtofferverklaringen, die vaak ook al eerder op camera zijn verteld, ondertussen aan kracht in te boeten. Alle betrokkenen worden uiteindelijk gereduceerd tot personages in dit moderne horrorverhaal, op maat gesneden voor de tabloids en een groot publiek. Behoudens een globale impressie van de rechtszaak tegen Ghislaine Maxwell en de steun die zij ontvangt van haar eigen familie, bijvoorbeeld via het optuigen van een speciale website, bevat deze verder kundig gemaakte documentaire echter nauwelijks nieuwe elementen, doorkijkjes of inzichten.

De affaire, die blijkbaar tot de diepste krochten van onze verbeelding blijft spreken, wordt alleen nóg verder uitgemolken.

Murder On A Sunday Morning

Prime

James, de echtgenoot van de 65-jarige Mary Ann Stephens en tevens de enige ooggetuige van het misdrijf, heeft hem hoogstpersoonlijk aangewezen: Brenton Butler is degene die hen op zondagochtend 7 mei 2000 bij het Ramada Inn-hotel in Jacksonville, Florida heeft overvallen. In de rechtszaal bevestigt Stephens nog maar eens dat het de vijftienjarige zwarte jongen was die Mary Ann heeft vermoord.

Brentons advocaat Pat McGuinness is niettemin overtuigd van de onschuld van zijn cliënt. Die is simpelweg het slachthuis van raciaal profileren. De politie heeft gewoon de eerste de beste Afro-Amerikaanse tiener van de straat geplukt en tot een bekentenis gedwongen, meent hij. Documentairemaker Jean-Xavier de Lestrade sluit aan bij het verdedigingsteam van McGuinness en zijn collega Ann Finnell voor wat een true crime-klassieker zal worden: Murder On A Sunday Morning (111 min.), in 2002 bekroond met de Oscar voor beste documentaire.

De Lestrade, die enkele jaren later nóg een genretopper zal afleveren met de docuserie The Staircase over een vrouw die thuis van de trap is gevallen/geduwd, volgt de rechtszaak tegen Brenton Butler op de voet en brengt tevens in beeld hoe zijn advocaten het proces voorbereiden en verder uitzoeken. Zij gaan er helemaal voor, ervan overtuigd dat hun cliënt onschuldig is en bovendien doelbewust gemaltraiteerd door scoringsbeluste politieagenten. Zeker de verbeten Pat McGuinness gaat er in de rechtszaal regelmatig met gestrekt been in.

‘Als een hond op je tapijt plast en je straft hem niet, dan blijft hij op je tapijt plassen’, zegt hij daarover tegen De Lestrade. ‘Als je een getuige die liegt niet tot de orde roept of vernedert, dan blijft ie dat doen.’ Zulke publieke tuchtigingen gaan de Ierse straatvechter goed af. En hij lijkt er ook lol in te hebben om rotte agenten – althans, in zijn ogen – genadeloos met hun eigen verklaringen om hun oren te slaan. Op die manier wil hij de zaak van openbaar aanklager Laura Starrett onschadelijk maken en de jury ervan overtuigen dat ‘Bren’ moet worden vrijgesproken.

De juryleden hebben uiteindelijk welgeteld 45 minuten nodig om tot een vonnis te komen in deze klassieke rechtbankdocu, die nauwgezet laat zien hoe het Amerikaanse justitiële systeem (niet) werkt en die tevens aantoont hoe belangrijk het is dat ook, of júist, verdachten die de schijn tegen hebben, al is het alleen door de bevolkingsgroep waartoe ze behoren, met kennis, passie en vernuft worden verdedigd.

ZOEK! De Vrouw, De Hond En De Dood

Windmill Film

Als de openingsscène van een film inderdaad een belofte inhoudt over wat er nog gaat komen, dan weet de kijker van ZOEK! De Vrouw, De Hond En De Dood (71 min.) direct dat hij het nodige kan verwachten. In een Nederlands bos lopen een vrouw en haar hond. Speurend. Al snel begint de hond te blaffen. Hij heeft iets aangetroffen. ‘Knap hoor!’ zegt zij. ‘Netjes!’ Ze belt met de politie. ‘Ja, goeiendag, Esther van Neerbos, Signi Zoekhonden’, klinkt het geroutineerd. ‘Wij hebben vandaag gezocht naar Ibrahim. We hebben hem gevonden. Dus kunnen jullie het beste hiernaartoe komen.’

En daarmee is het spoor uitgezet voor wat een enerverende, filmische en ook schokkende film zal worden. Vijf jaar lang volgt regisseur Mariëtte Faber dierenarts Esther van Neerbos, haar collega en levenspartner Janette Kruit, hun vijf speciaal getrainde honden en de ruim vijftig vrijwilligers van hun stichting. In hun vrije tijd zoeken zij naar (langdurig) vermiste mensen. Tegelijkertijd moet Signi zich echter de arbeidsinspectie van het lijf zien te houden. Net als de politie kan die maar moeilijk wennen aan het idee van burgerspeurders – en het feit dat die zich niet houden aan alle ARBO-regeltjes, zoals de afspraken rond arbeidsomstandigheden voor duikers.

Faber sluit aan bij enkele zoekacties van Signi Zoekhonden naar Nederlanders die een noodlottig ongeval hebben gehad, zijn vermoord of – in veruit de meeste gevallen – zelf een einde aan hun leven hebben gemaakt. Zo is de filmcrew erbij als Van Neerbos en haar opvallend professionele team in het Stieltjeskanaal speuren naar de auto van een 55-jarige vrouw uit het Drentse Erica. Als ze met geavanceerde apparatuur vaststellen dat er inderdaad voertuigen in het water liggen, moeten die worden ‘afgedoken’. Zodat definitief kan worden vastgesteld of de vrouw daar is overleden. Daarna rest dan nog een klus die zowel heel belangrijk als godsonmogelijk is: het informeren van de nabestaanden.

Op voorhand heeft deze documentaire al het nodige mee: een aansprekende protagonist met een duidelijke en maatschappelijk relevante missie, die bovendien opereert binnen een spannend decor en daarbij de nodige obstakels op haar pad vindt. Tegelijkertijd is ZOEK! ook ‘gewoon’ een bijzonder knap gemaakte film. De zoekacties van Signi – met hond, per boot en/of via een duikploeg – zijn sereen en met oog voor detail geregistreerd. Faber waakt ervoor om al te zeer in te zoomen op onsmakelijke details of de ideële onderneming, waarbij het inderdaad de vraag is of die tot de taken van gewone burgers behoort, af te beelden als één groot succesverhaal.

Gaandeweg komt de documentaire ook steeds dichter bij Esther en Janette. het complementaire duo dat honden van jongs af aan opvoedt met de geur van de dood (waarvan ze als pup moeten gaan houden, om later te kunnen functioneren als zoekdier). Terwijl de inspectie hun werk blijft bemoeilijken krijgen ze ook te maken met persoonlijke malheur. Dan begint deze puntgave film, mede door subtiel gebruik van muziek, steeds meer op het gevoel te werken, zonder daarbij ook maar een ogenblik uit de bocht te vliegen.

Civil: Ben Crump

Netflix

Zijn hele carrière lijkt een voorbereiding op deze ene missie. Daarin stond Ben Crump al aan de zijde van de families van prominente Black Lives Matter-slachtoffers zoals Trayvon Martin, Michael Brown en Tamir Rice. Als de nabestaanden van George Floyd de Afro-Amerikaanse advocaat benaderen om hen bij te staan, realiseert hij zich dan ook direct: ik ben geknipt voor deze zaak. Terwijl er na Floyds dood, die op 25 mei 2020 als gevolg van politiegeweld is gestorven, in de hele wereld demonstraties ontstaan, probeert Crump namens zijn verwanten de geleden schade te verhalen bij het stadsbestuur van Minneapolis.

‘De politie vermoordt al honderden jaren zwarte mensen en dat heeft nooit financiële gevolgen voor ze gehad’, zegt de advocaat in Civil: Ben Crump (101 min.), waarvoor regisseur Nadia Hallgren hem in 2020-2021 een jaar heeft gevolgd. ‘Ik wil het financieel onhoudbaar voor ze maken om zwarte mensen onterecht te blijven doden.’ Crump, die regelmatig wordt verketterd op Fox News, is daarmee een moderne variant geworden op zijn eigen held, de legendarische burgerrechtenadvocaat Thurgood Marshall die in 1967 als eerste zwarte Amerikaan werd benoemd in het hooggerechtshof.

Behalve de familie van George Floyd staat Crump ten tijde van de opnames voor deze film ook de nabestaanden van andere politieslachtoffers zoals Andre Hill en Breonna Taylor bij. En hij springt overal bij waar Afro-Amerikanen onrecht wordt aangedaan. Ten koste van zijn eigen welzijn, getuige deze film. Zijn familieleden vinden dat hij ‘t rustiger aan moet doen. En van zijn collega’s hoeft Ben Crump niet meer zo nodig burgerrechtenzaken te doen. Met ander juridisch werk is gemakkelijker geld te verdienen. Dan hebben ze echter buiten ’s mans rechtvaardigheidsgevoel gerekend.

Voor deze gedegen film, waarin ook Crumps achtergrond en gezinsleven zijdelings aan de orde komen, is Hallgren precies op het juiste moment aangehaakt bij deze gedreven strijder voor de rechten van Afro-Amerikanen. Vanuit de coulissen kan ze meekijken hoe hij in enkele beeldbepalende zaken de belangen dient van zijn cliënten en de gewonde zwarte gemeenschap waarvan die deel uitmaken. Zijn pogingen om George Floyd recht te doen fungeren daarbij als rode draad. Voor zulke zaken zijn sociaal geëngageerde juristen zoals Benjamin Crump nu eenmaal op aarde gezet.

Point Of Order!

‘Have you no sense of decency, sir?’ Die vraag van Joseph Welch aan senator Joe McCarthy zou de geschiedenisboeken ingaan. Vrij vertaald: hebt u dan geen enkel fatsoen, meneer? De klassiek geworden zinsnede van de professorale advocaat van het Amerikaanse leger aan het adres van de populistische politicus die overal communisten meende te zien, vormt ook de apotheose van deze gortdroge en toch fascinerende documentaire van Emile de Antonio uit 1964.

Point Of Order! (97 min.) volgt chronologisch – in zwart-wit, zonder interviews of toegevoegde muziek – de hoorzittingen van een senaatscommissie in de lente van 1954 rond beschuldigingen tegen McCarthy en zijn meedogenloze rechterhand Roy Cohn, een ploert die later te boek zou komen te staan als één van de gevaarlijkste advocaten van de twintigste eeuw. Zij worden ervan beticht dat ze de Amerikaanse minister van Defensie ernstig onder druk hebben gezet ten faveure van een willekeurige dienstplichtige soldaat. Deze G. David Schine zou Cohns stiekeme geliefde zijn geweest – een suggestie die tijdens het juridische steekspel overigens nooit direct onder woorden wordt gebracht.

De Kwestie Schine lijkt vooral te dienen om de raspopulist McCarthy, die in de voorgaande jaren een heksenjacht op Amerikaanse communisten heeft ontketend, kalt te stellen. De wilde beschuldigingen waarmee de Republikeinse senator uit Wisconsin complete levens ruïneert, moeten koste wat het kost worden gestopt. En dat titanengevecht mondt uit in een wirwar van verbale schermutselingen, juridische haarkloverij en talloze puntjes van orde, die uiteindelijk op maar liefst 187 uur film wordt vastgelegd. De afgewogen selectie die De Antonio daaruit heeft gemaakt werkt soepeltjes toe naar het moment waarop McCarthy, die tijdens de zittingen flink onder vuur heeft gelegen, besluit om terug te slaan.

Hij haalt een jonge kantoorgenoot van Joseph Welch, die communistische sympathieën zou hebben, door het slijk. En leidt daarmee zijn eigen ondergang in. Als Welch klaar is, rest er van de haatzaaier pur sang nog slechts een boer met kiespijn, die zijn ‘beste’ dagen inmiddels achter zich heeft liggen. Joe McCarthy zal drie jaar later op slechts 48-jarige leeftijd overlijden. Een gebroken man, die het collectieve geheugen ingaat als zijn eigen politieke vernietigingsstrategie: het McCarthyisme.

The Big Conn

Apple TV+

Zou het hartveroverende personage Saul Goodman, de lekker louche advocaat uit de gelauwerde series Breaking Bad en Better Call Saul, misschien geënt zijn op Eric C. Conn? De advocaat uit Pikeville, Oost-Kentucky, oogt net zo goedkoop, houdt er al even dubieuze methoden op na en schaamt zich ook niet voor een Goodman-achtige commercial, compleet met country- of rapsongs, koddige dansjes en bevallige dames, onder wie de bekende pornoster Raven Riley. En Conn laat rustig, dat ook, een standbeeld van Abraham Lincoln, à 400.000 dollar, bij zijn privéparkeerplaats plaatsen.

In de mijnstreek heeft ‘Mr. Social Security’, een ‘Appalachian’ kruising tussen Robin Hood en Rudy Giuliani, aan het begin van deze eeuw een uitkeringsfraude van ruim een half miljard opgezet. Bijna honderd procent van de aanvragen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering die hij indiende namens zijn cliënten, doorgaans slecht opgeleide en al enige tijd werkeloze werkemensen, werden toegewezen door één en dezelfde rechter: David Daugherty uit Huntington, West-Virginia. En daarvan kreeg de doorgewinterde – opgelet! – Connman dan weer een heel fijn percentage, dat werd geïnvesteerd in zo ongeveer een week vakantie per maand.

The Big Conn (232 min.), de vierdelige serie van James Lee Hernandez en Brian Lazarte (McMillions) over die kwestie, profiteert intussen van een heuse sterrencast: via passages uit zijn ongepubliceerde autobiografie, ingesproken door Boyd Holbrook, wordt de Conn-artiest zelf opgevoerd. Hij zal ook nog op andere manieren van zich laten horen. Daarnaast is er bijvoorbeeld Mason Tackett, een lochte hillbilly-variant op Eminem. Jennifer Griffith en Sarah Carver, klokkenluiders bij de Sociale Zekerheidsadministratie, fungeren als de tweekoppige Erin Brockovich, terwijl Damian Paletta, de Woodward & Bernstein voor hetzelfde geld van The Wall Street Journal, de zwendel uiteindelijk publiek maakt.

In de handen van Hernandez en Lazarte, die hun sappige schelmenverhaal opleuken met erg dik aangezette reconstructiescènes, losse humor en ludieke muziekjes (waaronder de kraker Little Green Bag van George Baker, dat sinds Quentin Tarantino’s Reservoir Dogs toch echt als een afgelikte boterham geldt), wordt Conn een nóg larger than larger than life-personage. Hoe vaak hij is getrouwd, daarover verschillen bijvoorbeeld de meningen. Ergens tussen de zes en veertig keer. ‘De vent heeft gewoon geen moreel kompas’, stelt Conns goedlachse advocaat Scott White. ‘Je kunt een slang niet verwijten dat ie zich als een slang gedraagt.’

Te midden van Conns kolder dreigt de achterliggende problematiek – van de gewone mensen met een haperend lichaam, die zich ook bij Kentucky’s eigen Goodman hebben gemeld – verloren te gaan. Want als de Amerikaanse overheid begint terug te slaan en toegekende uitkeringen ineens stopzet, worden zij geacht om de klappen op te vangen. Als deze kwetsbare Amerikanen in aflevering drie letterlijk in beeld komen, verandert deze miniserie even rigoureus van toon. Die plotselinge aandacht voor Conns slachtoffers blijft alleen een beetje een fremdkörper. Al snel vervolgt The Big Conn z’n weg weer als het type vermakelijke real life-misdaadkomedie, dat tegenwoordig per strekkende meter wordt afgeleverd.

Duty Of Care

Hij vond een uitweg uit de machteloosheid die veel klimaatactivisten al tijden helemaal lamsloeg. Nadat Roger Cox Al Gore’s alarmistische documentaire An Inconvenient Truth (2006) had gezien, realiseerde de Limburgse jurist zich dat de klimaatcrisis de voornaamste uitdaging van onze tijd is en dat het recht een belangrijk instrument zou kunnen zijn om die te bezweren. Namens Urgenda daagde hij de Nederlandse staat voor het gerecht, om zo het verminderen van de uitstoot van schadelijke broeikasgassen af te dwingen, en boekte daarmee een juridische overwinning die in de hele wereld met gejuich werd begroet.

Sindsdien doet in alle windstreken het idee opgeld dat een overheid ook een zogenaamde Duty Of Care (78 min.), een zorgplicht, heeft als het gaat om de staat van de aarde. En dat idee wil de Vlaamse filmmaker Nic Balthazar, die zich al jaren zorgen maakt over het klimaat, samen met 58.000 eisers verder exploreren. Met de Nederlandse advocaat aan hun zijde brengen zij de zaak ook in België voor de rechter. Intussen heeft Roger Cox zich alweer in een nieuwe kwestie vastgebeten: namens Milieudefensie daagt hij multinational Royal Dutch Shell voor het gerecht. Saillant detail: zijn vrouw Saskia, tevens jurist, komt uit een echte Shell-familie.

Balthazar volgt de Nederlandse klimaatadvocaat in deze vlotte activistische film tijdens zijn baanbrekende werk en laat dit inkaderen en becommentariëren door internationale medestanders zoals de activiste Luisa Neubauer, klimaatjurist Farhana Yamin en eurocommissaris Frans Timmermans. Cox is inmiddels een internationale bekendheid geworden. Het invloedrijke Amerikaanse tijdschrift Time riep hem eind 2021 zelfs uit tot één van de honderd invloedrijkste mensen van de wereld. En de motivatie daarbij werd, om de cirkel rond te maken, geschreven door niemand minder dan de voormalige Amerikaanse vicepresident en klimaatactivist Al Gore.

Op een terrasje zinspeelt Roger Cox tegenover Nic Balthazar ondertussen alweer op nieuwe grensverleggende juridische stappen: kunnen de CEO’s van multinationals ook persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de milieuschade die zij veroorzaken?

False Confessions

Journeyman Pictures

Bij een kwart van de veroordelingen die in de Verenigde Staten moeten worden teruggedraaid is er sprake van een valse bekentenis. Ook Nederland kent inmiddels enkele geruchtmakende gerechtelijke dwalingen die voor een groot deel waren gebaseerd op een ondeugdelijke, vaak afgedwongen verklaring, zoals de Hilversumse Showbizzmoord, de Puttense moordzaak en de Schiedammer Parkmoord. En ook de al even spraakmakende Arnhemse Villamoord, die op dit moment opnieuw tegen het licht wordt gehouden, stoelt voor een belangrijk deel op een bekentenis, waaraan inmiddels ernstig wordt getwijfeld.

In False Confessions (91 min.) volgt regisseur Katrine Philp de gedreven advocate Jane Fisher-Byrialsen. Zij staat Amerikanen bij, die mogelijk het slachtoffer zijn geworden van een onterechte veroordeling. Als Jane te gast is in de Wrongful Conviction-podcast van Jason Flom bespreekt ze enkele van deze zaken. Centraal in de film staat de casus van Renay Lynch, die al ruim twintig jaar vastzit voor de moord op haar huisbazin. Tijdens haar politieverhoor heeft Lynch een verklaring afgelegd, die volgens Fisher-Byrialsen niet kán kloppen. Met eigen onderzoek probeert ze de vrouw alsnog vrij te krijgen.

De idealistische Jane en haar echtgenoot David, eveneens advocaat, stuitten ooit op de kwalijke rol die valse bekentenissen kunnen spelen door de justitiële dwaling rond The Central Park Five. Dit groepje zwarte tieners zou eind jaren tachtig een vrouwelijke jogger hebben verkracht in het bekende New Yorkse park. Kory Wise, die uiteindelijk maar liefst dertien jaar onschuldig in de gevangenis zat, vertelt pregnant over hoe hij destijds tot zijn verzonnen verklaring kwam. De conclusie is even wrang als eenvoudig: hij zou letterlijk alles hebben gedaan, zegt hij nu, om weg te kunnen uit dat verhoor, ‘het speelterrein van de Duivel’.

Vaak is er in dit soort gevallen sprake van een diabolische drietrapsraket: de verdachten voelen zich volledig overvallen door de beschuldiging, krijgen nauwelijks of ondermaatse juridische bijstand en worden aangepakt door rechercheurs met tunnelvisie, die in de Verenigde Staten bovendien mogen liegen (!) om een bekentenis af te dwingen. Een ideaal recept voor stuitende misstanden. Dit wordt wel heel pijnlijk geïllustreerd met het gefilmde verhoor van de slechts veertienjarige Lorenzo Montoya, die op alle mogelijke manieren, inclusief het voeren van ‘daderkennis’, tot een bekentenis wordt gedwongen.

Geconfronteerd met zoveel druk en suggestie, officieel vervat in de zogenaamde Reid-ondervragingsmethodiek, kan iedereen doorslaan, daarover zijn deskundigen ’t wel eens. Zelfs een doorgewinterd ijskonijn is dan in staat om zichzelf vals te beschuldigen. En of het later nu tot vrijspraak komt of niet, de ‘daders’ zijn voor het leven getekend. Dat maakt deze stemmige documentaire uit 2018, waarin de pogingen van Fisher-Byrialsen om de naam van haar cliënten te zuiveren centraal staan en verder geen tegengeluid wordt opgezocht, echt glashelder. Zelfs buiten de gevangenis komen zij nooit meer helemaal los van de zaak waarmee ze toch echt nooit iets van doen hadden.

Gij Zult Niet Doden – Treinkaping De Punt

KRO-NCRV

Op zaterdagochtend 11 juni 1977 wordt de gekaapte trein bij De Punt eerst langdurig beschoten en daarna bestormd door mariniers. Twee passagiers komen daarbij om het leven. En zes van de negen Zuid-Molukse kapers. Zij hebben drie weken lang 56 mensen gegijzeld gehouden. Met die actie probeerden ze aandacht te vragen voor de positie van Molukkers. Die zijn in 1951, na de oorlog om het toenmalige Nederlands Indië, naar ons land gekomen. Hen was beloofd dat er een onafhankelijke Molukse staat zou komen.

Zeventig jaar zijn inmiddels verstreken. De Republik Maluku Selatan is er nog altijd niet. Intussen zijn er ook steeds meer vragen gerezen over de gewelddadige beëindiging van de treinkaping bij De Punt. Was het geweld proportioneel of zijn enkele gijzelnemers demonstratief, zonder absolute noodzaak, geëxecuteerd? Advocaat Liesbeth Zegveld heeft aanwijzingen voor het laatste en staat de nabestaanden van twee kapers, Max Papilaya en Hansina Uktolseja, bij in een emotioneel geladen rechtszaak tegen de Nederlande staat.

In Gij Zult Niet Doden – Treinkaping De Punt (73 min.) volgt Koert Davidse gedurende vijf jaar Zegvelds pogingen om vier decennia na dato recht te krijgen voor mensen die al die tijd toch vooral als dader, of als terrorist, te boek hebben gestaan. Ze noemt het ‘een gevecht op elke vierkante millimeter’, waarbij de advocate regelmatig stevig botst met de vertegenwoordiging van de Nederlandse overheid. Het is duidelijk dat er voor beide partijen heel wat op het spel staat. Als de rechters de lijn van de klagers volgt, heeft de toenmalige Nederlandse regering immers zijn geweldsmonopolie misbruikt en zijn de mariniers ingezet als een soort doodseskader.

Ondanks het feit dat Davidse is aangesloten bij Zegveld probeert hij ook de tegenargumenten van de staat een volwaardige plek te geven in z’n weergave van de rechtsgang. Zo ontstaat een afgewogen beeld van de juridische afwikkeling van een tragische gebeurtenis, die al ruim veertig jaar op allerlei plekken in de samenleving schrijnt. Tegelijkertijd wordt en passant ook het verhaal verteld van de Molukse gemeenschap van Nederland en de beruchte treinkapingen, die zich in het collectieve geheugen hebben vastgezet.

Dat Ene Woord: Feyenoord

Disney+

Hij begint het seizoen 2020-2021 als aanvoerder en vedette, scoort de eerste twee eredivisiedoelpunten voor zijn ploeg en voelt zich in het algemeen als een kind te rijk bij Feyenoord, de club waarvan hij inmiddels echt een boegbeeld is. Als Dat Ene Woord: Feyenoord (540 min.) een klein jaar later wordt uitgebracht, heeft aanvaller Steven Berghuis zich echter net laten verkopen aan aartsrivaal Ajax. Ook voor de makers van de negendelige documentaireserie moet dat een uitdaging zijn geweest: de held van hun productie geldt inmiddels als de meest gehate man van Rotterdam.

In augustus 2020, als de selectie van hoofdtrainer Dick Advocaat aan het nieuwe seizoen en deze serie begint, is er nog nauwelijks chagrijn bij de club die in het voorgaande half jaar een indrukwekkende reeks wedstrijden heeft neergezet. Materiaalman Ruud Disser durft er zelfs een goede fles wijn op te zetten dat ze kampioen worden. Maar of dat nu reëel is? Feyenoord is al jaren bezig, zeker sinds de titel van 2017, om de aansluiting met de top te verliezen. Het roer moet om, stelt voice-over Winne zelfs onomwonden, maar hoe?

De docuserie, zoals gebruikelijk dramatisch gemonteerd en volgestort met gezwollen muziek, komt in eerste instantie wat langzaam op gang: omdat er eerst enkele ‘gewone’ supporters moeten worden geïntroduceerd en vervolgens via een bombastische historische sequentie met clubiconen als Van Hanegem, Kuijt en Van Bronckhorst ook het fenomeen Feyenoord zelf nog eens goed in de verf wordt gezet. Want er mag natuurlijk geen misverstand over bestaan: ook al gaat het Feyenoord dan niet altijd voor de wind, voor de achterban is en blijft het de mooiste club van de hele wereld. Zoals FC Utrecht dat is voor Utrechters, Sunderland zelfs voor Sunderlanders en – niet doorvertellen in Rotterdam! – Ajax misschien ook wel voor Amsterdammers.

En dan, na die nét iets te lange aanloop, kan de bal dan eindelijk gaan rollen, voor een seizoen dat ondanks de hooggespannen verwachtingen heel wat strijd, frustratie en teleurstellingen zal gaan opleveren. Want binnen de club is er op allerlei plekken spanning: tussen hoofdtrainer Advocaat die zijn selectie wil versterken en technisch directeur Frank Arnesen die, zeker in tijden van Corona, echt op de centjes moet letten. Tussen coaches voor wie alleen de overwinning telt en de behoudende medische staf die zich vooral om de gezondheid van de spelers bekommert. En tussen het zwalkende eerste elftal en de jeugdopleiding waar het dreigt te gaan rommelen.

Deze pijnpunten worden in Dat Ene Woord: Feyenoord ogenschijnlijk tamelijk ongefilterd getoond (al vormen ze in werkelijkheid waarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg). Dat levert fraaie miniverhaaltjes op: frictie over de inzetbaarheid van geblesseerde spelers als Toornstra en Malacia, openlijke twijfel bij de trainersstaf over spits Nicolai Jörgensen en diens woede als hij weer eens wordt gewisseld of gepasseerd, en het via webfilmpjes ‘scouten’ van diens Argentijnse opvolger Lucas Pratto (die uiteindelijk een gigantische mislukking zal worden). En, opvallend, openlijke twijfel over de match tussen Advocaat en zijn spelersgroep. Topsport en tobsport liggen, getuige deze vermakelijke voetbalserie, verdacht dicht bij elkaar in Rotterdam, de stad waar ze volgens een trotse supporter overhemden al met de mouwen opgestroopt verkopen.

Seyran Ates: Sex, Revolution And Islam

‘Jij goddeloze hoer.’

‘Ik ga je neuken.’

‘Je moet worden doodgestoken.’

Zomaar wat reacties die Seyran Ates op social media krijgt. Zowel rechts als links kunnen haar bloed soms wel drinken. Conservatieve moslims moeten bijvoorbeeld niets hebben van de seksuele revolutie die de vrijdenker bepleit in de islam. En linksmensen en feministen hebben dan weer flinke kritiek op haar verzet tegen hoofddoekjes, die zij als een wapen van het patriarchaat ziet. De Turkse activiste en juriste, sinds haar jeugd woonachtig in Duitsland, wordt er alleen maar strijdbaarder van.

Vanwege haar baanbrekende boeken gaat ze al meer dan tien jaar met beveiliging door het leven. En, oh ja, ook vanwege de progressieve Ibn Rushd-Goethe-moskee in Berlijn, waar mannen, vrouwen en LGBT’ers van harte welkom zijn. En waar vrouwen als imam kunnen functioneren, dat ook. In dit opzicht is ze een geestverwant van Sherin Khankan, de gedreven moslimfeminist uit de documentaire The Reformist die zich in Denemarken beijvert voor een vooruitstrevende islam.

In Seyrans moskee heeft ook haar neef Tugay z’n plek gevonden. Na de dood van z’n vader dreigde hij te radicaliseren, vertelt hij in Seyran Ates: Sex, Revolution And Islam (82 min.). Zijn tante nam hem net op tijd onder haar hoede. Anders was de tiener, die al jaren met een geheim rondliep, volgens eigen zeggen beslist de geschiedenisboeken ingegaan als dader van een terroristische aanslag. De dreiging van fundamentalistisch geweld speelt sowieso een belangrijke rol in deze stevige film.

Regisseur Nefise Özkal Lorentzen begeleidt Seyrans activiteiten met een jazzy soundtrack en gestileerde sequenties en laat de activiste met haar moeder en zus bovendien met speelgoedtreintjes, blokken en huisjes haar jeugd reconstrueren. Ze volgt haar ook tijdens het zendingswerk dat ze in de hele wereld verricht. Ates bezoekt bijvoorbeeld een herdenkingsbijeenkomst voor de terroristische aanslagen in Madrid en ontmoet nabestaanden van een slachtoffer van Anders Breivik.

In haar jonge jaren blijkt ze zelf ook een traumatische ervaring te hebben opgelopen. Ontspannen liggend op een matje in het park vertelt ze over de gebeurtenis die haar heeft gemaakt tot de uitgesproken moslimvernieuwer die ze nu is. In haar eigen moskee neemt Seyran Ates vervolgens lacherig met Tugay de respons daarop door: een archiefmap met verwensingen en bedreigingen. Hoewel haar (anonieme) opponenten creatief te werk proberen te gaan, is er één constante.

‘Uiteindelijk ben ik’, constateert ze met een zekere berusting, ‘toch altijd weer een hoer.’