Stax: Soulsville U.S.A.

HBO Max

Het platenlabel dat in de jaren zestig en zeventig vanuit Memphis een geheel eigen, typisch zwart soulgeluid ontwikkelt, wordt in 1957 opgericht door twee witte Amerikanen: Jim Stewart en zijn zus Estelle Axton. Met de eerste twee letters van hun achternamen vormen ze de naam Stax Records. Ze willen countrymuziek gaan uitbrengen. En dan stappen in 1960 Rufus Thomas en zijn dochter Carla binnen met een liedje: Cause I Love You. Broer en zus zijn enthousiast en vragen twee plaatselijke tieners om mee te spelen tijdens het opnemen ervan: David Porter, een joch dat vaak in hun platenzaak Satellite Records Store rondhangt en z’n veertienjarige vriend, de multi-instrumentalist Booker T. Jones. Jim Stewart: ‘Dat was het einde van country voor mij.’

Het duurt niet lang of Stax heeft een absolute soulheld op de kop getikt: Otis Redding, een zwarte zanger die ook witte harten weet te raken, zo wordt duidelijk tijdens de eerste Britse tournee van enkele artiesten. Het Amerikaanse label begint daarna ook in eigen land te floreren. En dan slaat het noodlot toe in Stax: Soulsville U.S.A. (211 min.): de 26-jarige Redding en zijn begeleidingsband The Bar-Kays komen eind 1967 om het leven bij een dramatisch vliegtuigongeluk. Stax-muzikant en -producer Steve Cropper krijgt nog dezelfde dag de opdracht om Reddings laatste nummer (Sittin’ On) The Dock Of The Bay af te mixen. Het wordt zijn grootste hit. Voor Cropper is het niettemin een traumatische ervaring. ‘Ik ben nooit over de dood van Otis heen gekomen.’

Enkele maanden later, op 4 april 1968, volgt een tweede drama: de zwarte burgerrechtenleider Martin Luther King wordt vermoord in Memphis, de thuishaven van het soullabel. Die tragische gebeurtenis zorgt ervoor dat de raciale spanningen die de Verenigde Staten dan al enige tijd in hun greep houden ook doorsijpelen naar Stax Records, waar de interraciale band die alle hits inspeelt tot dan toe tamelijk probleemloos heeft samengewerkt. Zwart en wit, hoewel ze elkaar op muzikaal vlak blindelings vinden, dreigen uit elkaar te worden gespeeld. Ongeveer tegelijkertijd wordt het platenlabel uit Tennessee opgevreten door de New Yorkse gigant Atlantic Records. En dat neemt ook meteen maar alle bekende hits mee. Stax is een lege huls geworden.

Deze vierdelige serie van Jamila Wignot, opgeleukt met talloze smakelijke muziekfragmenten en herinneringen van insiders, is dan precies halverwege. Stax moet weer van de grond af aan worden opgebouwd en zal onder de bezielende leiding van hoofd promotie Al Bell, een voormalige deejay die maar wat graag vertelt over zijn jaren bij het toonaangevende soullabel, een tweede glorieperiode ingaan, met de Oscar voor Isaac Hayes’ Shaft-soundtrack en het festival Wattstax (1972), een soort zwart Woodstock, als absolute hoogtepunten. Stax: Soulsville U.S.A. roept die gouden souljaren, waarbij het woord ‘Motown’ overigens verdacht weinig valt, overtuigend op en blaast meteen het stof van bijna vergeten hits van Booker T & The M.G.’sJohnny Taylor en The Staple Singers.

Want hoewel de signatuursongs van Stax Records inmiddels zeker een halve eeuw oud zijn, hebben ze aan kracht en vitaliteit helemaal niets ingeboet.

Cocksucker Blues

Robert Frank

Het moest een soort All Access Areas-pas worden. Een ongefilterde blik achter de schermen bij de Amerikaanse tournee van The Rolling Stones in 1972, waarbij de Britse rockband z’n nieuwe dubbelalbum Exile On Main Street ging promoten. Het eindresultaat bleek echter zo 18+ dat Mick Jagger en consorten het toch maar niet met de wereld wilden delen.

En dat was weer tegen het zere been van Robert Frank, de maker van Cocksucker Blues (95 min.). De Zwitsers-Amerikaanse fotograaf, die eerder het artwork voor de veel geprezen dubbelaar had gemaakt, verzette zich met hand en tand. The Stones hadden hem zelf gevraagd. En hij had precies geleverd wat er was afgesproken: een ruige direct cinema-film over het leven ‘on the road’. Een soort ‘flies on the wall’-docu, afwisselend in zwartwit en kleur, waarvoor Mick en alleman een camera ter hand mocht nemen, om ‘slices of tour life’ te vangen.

Enkele jaren eerder waren The Stones ook al het onderwerp geweest van een observerende documentaire, Gimme Shelter (1970). Dat was de band uiteindelijk niet al te best bekomen. In deze klassieke popdocu van de gebroeders Maysles en Charlotte Zwerin was te zien hoe Hells Angels een concertganger om het leven brachten tijdens het Stones-concert op het Altamont-festival – en hoe Mick Jagger dat huiveringwekkende tafereel voor het eerst terugzag in de montageruimte. ‘Altamont’ werd een dramatisch uitroepteken achter de jaren zestig. 

Toch was dat voor de band blijkbaar geen beletsel om opnieuw een cameraploeg – behalve Frank was ook z’n protegé Daniel Seymour van de partij – toe te laten bij hun terugkeer naar de Verenigde Staten. Voor wat een typische tourfilm over ‘the greatest rock & roll band on earth, voor het eerst voorzien van dat overbekende tonglogo, zou worden. Live-uitvoeringen van Brown Sugar, Midnight Rambler, Street Fighting Man en een mash-up van Uptight en (I Can’t Get No) Satisfaction met Stevie Wonder, vermengd met alle mogelijke ongein.

Met hedendaagse ogen zie je dan – op z’n best – jochies, kwajongens, doerakken, die zich te buiten gaan aan alles wat God verboden heeft – en de Duivel hen blijkbaar heeft opgedragen. Een neukpartij in het tourvliegtuig. De televisie die gitarist Keith Richards met saxofonist Bobby Keys uit een hotelraam kiepert. Een jonge groupie die een heroïnespuit zet. De verplichte spelletjes biljart en kaart onderweg. Vluchtige ontmoetingen met kunstenaar Andy Warhol, schrijver Truman Capote en zangeres Tina Turner. En Jagger die een mespuntje coke snuift. 

Het is de leegte van het rock & roll-bestaan, in al z’n decadentie, lamlendigheid en hedonisme vereeuwigd voor het nageslacht. Rommelig, ranzig en op z’n eigen manier ook weer saai en routinematig. On the road to nowhere, zoiets. Door Robert Frank tamelijk chaotisch vastgelegd en voorzien van een collageachtige geluidstrack. Waarbij de focus net zo goed ligt op de entourage van The Rolling Stones als op de bandleden zelf, die alle actie meestal eerder bezien – of van een soundtrack voorzien – dan er voluit in participeren.

Mick Jagger en de zijnen zaten nochtans niet te wachten op zo’n ruige registratie van hun tournee en schakelden de rechter in. Na een rechtsgang van ruim vier jaar werd in 1977 bepaald dat Cocksucker Blues voortaan slechts enkele malen per jaar mocht worden vertoond, in het kader van een soort retrospectief van Robert Frank en liefst ook in zijn aanwezigheid. Intussen groeide de morsige documentaire in de beleving van veel rockfans uit tot een cultfilm, een ultieme uiting van – maakt uit duizenden herkenbaar handgebaar – rock & roll.

H2 – The Occupation Lab

Imad Abu Shamsiya / VPRO

In Hebron, de grootste stad op de Westelijke Jordaanoever, wonen zo’n 250.000 Palestijnen. In hun midden bevinden zich achthonderd Joodse kolonisten. Zij leven in een afgeschermd gedeelte van het oude stadscentrum, dat permanent wordt bewaakt door het Israëlische leger. In dit stadsdeel, dat H2 wordt genoemd, ligt ook de Grot van de Patriarchen, een heilige plek voor zowel Joden als moslims. Daar ligt hun gemeenschappelijke voorvader Abraham/Ibrahim begraven.

Van vreedzame co-existentie is evenwel nauwelijks sprake. Op z’n best is er in Hebron sprake van gewapende vrede, waarbij de spanningen regelmatig uitmonden in geweldsuitbarstingen. In H2 – The Occupation Lab (94 min.), een titel die verwijst naar het imago van de Joodse enclave als een testlocatie voor Israëls nieuwste veiligheidsmaatregelen, belichten Noam Sheizaf en Idit Avrahami de woelige historie van Hebron, dat tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 in Israëlische handen is gekomen.

Vrijwel direct melden zich dan weer Joodse kolonisten in de stad, die voor hen zowel van historisch als religieus belang is. Na het zogenaamde Bloedbad van Hebron in 1929, een scharnierpunt in de strijd om de stad, leken zij daar van het toneel te zijn verdwenen. Met indringend archiefmateriaal en direct betrokkenen van Palestijnse en Israëlische zijde, zowel gestaalde militairen als mensenrechtenactivisten, reconstrueren Sheizaf en Avrahami hoe het leven in en om H2 zich vervolgens heeft ontwikkeld.

Het is een tamelijk moedeloos makend relaas.  Als er zoiets als vreedzame co-existentie lijkt te (kunnen) ontstaan, melden zich altijd weer hardliners die de situatie destabiliseren. In dat opzicht staat Hebron symbool voor de tragische situatie waarin de Israëliërs en Palestijnen samen verzeild zijn geraakt. Met H2 als een onvervalste trial & error-plek, die in deze stevige film uiteindelijk vooral foutmeldingen afgeeft.

Power

Netflix

Wie is er machtiger? vraagt Yance Ford zich af in de openingsscène van Power (88 min.). Het volk of de politie? Het is de opmaat naar een zeer kritische beschouwing van de Amerikaanse politie, die door hem wordt beschouwd als een staat binnen de staat. En die heeft ‘t in het bijzonder gemunt op minderheden, zwarte Amerikanen in het bijzonder.

De ‘paramilitaire organisatie’ is onder andere voortgekomen uit de slavenpatrouilles. Politiemensen spreken volgens de Afro-Amerikaanse agent Charlie Adams niet voor niets over ‘patrouilleren’. Historicus en socioloog Nikhil Pal Singh verwijst daarnaast naar hoe de politie, halverwege de negentiende eeuw, witte kolonisten steunde bij het overnemen van land van indianenstammen. Of de gemeentepolitie die toen in de steden de arbeidersklasse in het gareel moest houden. De politiemacht wordt nu eenmaal ingezet door de bezittende klasse, betogen diverse deskundigen, om de status quo in stand te houden en uitdagers daarvan klein te houden.

Volgens hen gaat het daarbij in het bijzonder om immigranten – en dus om racisme en xenofobie. Filosoof George Yancy geeft het voorbeeld van de arts Samuel Cartwright. Hij constateerde in de negentiende eeuw dat slaven die de plantages wilden ontvluchten aan de psychische aandoening ‘drapetomanie’ leden. Want zulke inferieure mensen konden natuurlijk met geen mogelijkheid de oprechte behoefte hebben om vrij te zijn. Ze waren immers geboren om slaaf te zijn. Alle reden dus ook om elke vorm van oproer direct de kop in te drukken en onruststokers, zoals burgerrechtenactivist Stokely Carmichael en Black Panther-leider Huey P. Newton, keihard aan te pakken.

Wat in 1838 begon met het allereerste hedendaagse politiekorps in Boston, is een kleine tweehonderd jaar later uitgegroeid tot 18.000 korpsen met ruim een miljoen agenten. Een miljardenbusiness, laat Yance Ford zien in dit polemische beeldessay, dat thematisch verwantschap vertoont met recente films als Riotsville, U.S.A. en Stamped From The Beginning. In een ontluisterende sequentie vragen alle Amerikaanse presidenten van de afgelopen halve eeuw – van Lyndon Johnson tot Joe Biden, met uitzondering van Jimmy Carter – bijvoorbeeld om meer geld voor Law & Order. In 2023 ging het inmiddels om niet minder dan 192 miljard dollar.

Intussen kunnen de politieorganisatie of individuele agenten nauwelijks aansprakelijk worden gesteld als ze hun boekje te buiten gaan, stelt Ford. En daarvan zijn in dit prikkelende pamflet talloze voorbeelden te zien, uit vroeger tijden en van recenter datum, zoals bijvoorbeeld de pijnlijke ‘I can’t breathe’-video van Eric Garner of het filmpje van de 75-jarige demonstrant die rücksichtslos omver wordt geduwd door een politieman, op zijn achterhoofd valt en bloedend wordt achtergelaten. Met al die verschillende voorbeelden wordt een repressief systeem geschetst, dat de bovenklasse beschermt en de rest van het volk, desnoods met bruut geweld, probeert te knechten.

Koyaanisqatsi

Criterion

Het beeld was er ongetwijfeld eerst. Eenmaal ondergedompeld in Koyaanisqatsi (82 min.) is de gedachte echter bijna onvermijdelijk: die majestueuze shots van cameraman Ron Fricke zijn speciaal voor de beeldende muziek van Philip Glass gemaakt en er vervolgens netjes op gelegd. Beeld en muziek vormen in elk geval een onmiskenbare eenheid in deze zinnenprikkelende trip langs het leven op aard.

De mens is alomtegenwoordig in de debuutfilm van Godfrey Reggio – via voorbij flitsend verkeer in een nachtelijke metropool, de vernietigingskracht van oorlogsmachines of ineen zijgende flatgebouwen bijvoorbeeld – maar wordt an sich als individu nooit meer dan een onbeduidend rekwisiet. Gesproken wordt er bijvoorbeeld helemaal niet. En als de mens, precies halverwege de film, voor het eerst centraal wordt gezet, letterlijk, kijkt die recht in de camera – en wij, als kijkers die achter de lens schuilgaan, al even recht in diens collectieve ziel.

De mensch als volstrekt inwisselbaar wezentje in een gigantische mierenhoop, een organisme dat bruist van het leven en tegelijkertijd lijkt te zijn ontdaan van de spontaniteit ervan. Aan de lopende band, op de roltrap of in de file. Komend van het één, gaand naar het ander. Soms vertraagd, een andere keer weer aanzienlijk versneld. Met behulp van de barokke, sacrale of ronduit bombastische muziek van Glass toewerkend naar een ongenadige climax of juist even een moment van stilte inlassend. Steeds weer opnieuw. Laden en ontladen.

Daar tegenover staat de onverzettelijkheid van moeder aarde: wolkenpartijen, rotsformaties, watervallen. Die er al lang voor de komst van de mens waren en er na diens verscheiden waarschijnlijk ook nog wel zullen zijn. De beeldsymfonie Koyaanisqatsi, een woord dat Hopi-indianen gebruiken voor een leven dat uit balans is geraakt of in moeilijkheden verkeert, werd gemaakt tussen 1975 en 1982 en is bedoeld als ‘een apocalyptisch beeld van de botsing tussen twee verschillende werelden: het stedelijke leven en technologie versus de aarde’.

De documentaire is onderdeel van Reggio’s zogenaamde Qatsi-trilogie, die verder uit Powaqqatsi (1988) en Naqoyqatsi (2002) bestaat, en geldt als een echte cultfilm, die je gezien – nee: ondergaan – moet hebben. Als een beeldenstorm die over je heen komt en een nauwelijks te bevatten wirwar van indrukken op de innerlijke printplaat achterlaat.

Thuisfront

BNNVARA

Twee volwassenen, vijf kinderen, twee chihuahua’s en een miljoen problemen. Het zou de titel van een nieuwe realityserie op een willekeurige commerciële zender kunnen zijn. Over een bont gezelschap uit het Westen van Oekraïne dat elders, in een afgelegen dorp bij de Poolse grens, een nieuw bestaan wil opbouwen. Dat begint letterlijk met bouwen: een eigen huis. En de filmende Anna’s, Ilchenko en Yutchenko, zijn er als de kippen bij om dat proces van het werken aan een nieuw thuis, vanaf het begin vast te leggen. Er gaat alleen iets mis. ‘Onze hoofdpersonen verdwenen van de ene op de andere dag’, legt één van de twee Anna’s uit. ‘Dus wij gingen op zoek.’

Voordat de queeste van Thuisfront (46 min.) kan beginnen, moeten die nieuwelingen zich natuurlijk nog wel melden in het dorp Mshanets, zo’n zeven maanden eerder. Daar, bij de berg Hora Mahura die uitzicht biedt op het beloofde land Europa, wonen behalve een trouwlustige priester, geheime verslaggeefster en drankzuchtige zanger ook twee documentairemakers. Juist: de Anna’s. Zij beginnen de veelkoppige familie Lymar te filmen. Helaas hebben die hun herdershond, papegaai, vissen en grootouders duizenden kilometers verderop achter moeten laten in de stad Soemy, toen de Russen daar begin 2022 het leven onmogelijk begonnen te maken.

En net als de Lymars een vertrouwd gezicht zijn geworden in Mshanets, verdwijnen ze dus van de aardbodem en zien Anna Ilchenko en Yutchenko zich genoodzaakt om hun spoor te volgen. Zo ontvouwt zich een opmerkelijk luchtig verteld vluchtelingenverhaal. Over een gezin dat er ook in den vreemde maar het beste van maakt. Terwijl andere familieleden naar het buitenland zijn vertrokken en hun grootouders zijn achtergebleven in Soemy, renoveren zij een huis dat ze uiteindelijk nooit zullen bewonen en genieten de kinderen intussen naar hartenlust van de idyllische omgeving. Ook hier kruipt de oorlog echter steeds dichterbij.

‘Iedereen heeft z’n eigen oorlogservaring’, constateren de Anna’s als ze richting het einde van hun zoektocht gaan. ‘We denken dat buitenlanders ons niet goed kunnen begrijpen. Ze weten niet wat het is om een vriend te begraven, een raket je huis te zien vernietigen en te weten dat jij misschien wel de volgende bent.’ En daarmee krijgt deze ogenschijnlijk onbekommerde film over twee volwassenen, vijf kinderen, twee chihuahua’s, een miljoen problemen en twee documentairemakers op de valreep toch nog een serieuze ondertoon – al wordt die nooit overheersend.

Citizenfour

Dogwoof

‘Het is jouw beslissing of en hoe je mijn betrokkenheid met de wereld wilt delen’, schrijft de anonieme bron aan documentairemaakster Laura Poitras. ‘Het heeft mijn voorkeur dat je gewoon man en paard noemt. Niemand, zelfs de mensen die het dichtst bij me staan, is op de hoogte van mijn plannen. Het zou niet fair zijn als zij er desondanks de gevolgen van moeten dragen. Jij kunt dat als enige voorkomen. Nagel mij onmiddellijk aan het kruis, in plaats van me als bron te beschermen.’

Poitras en de onbekende persoon die haar in januari 2013 heeft benaderd, onderhouden dan al enkele maanden contact met elkaar en hebben onlangs een afspraak gemaakt voor een ontmoeting in Hongkong. Op 3 juni sluit op verzoek van Citizenfour (113 min.) ook journalist Glenn Greenwald aan, voor wat een serie ontmoetingen op een hotelkamer zal worden, die in totaal acht dagen in beslag neemt. Voor de camera heeft een bedachtzame 29-jarige man plaatsgenomen, die de wereld zal leren kennen als de klokkenluider Edward Snowden.

Als contractant voor de CIA en NSA is hij er getuige van geweest hoe Amerikaanse inlichtingendiensten illegaal informatie verzamelen over mensen en organisaties in binnen- en buitenland. Sinds de aanslagen van 11 september 2001 zijn hun bevoegdheden steeds verder opgerekt. Inmiddels reikt de lange arm van Uncle Sam verder dan wie dan ook goed lijkt. Telefoons worden afgeluisterd, e-mails gelezen en zoekopdrachten op Google nagetrokken. Snowden kan niet langer leven met deze gigantische inbreuk op de privacy.

Om te illustreren dat hij echt overal rekening mee houdt, gooit hij een rode doek over zich heen voordat hij een wachtwoord invoert bij zijn laptop. ‘Ik denk dat we inmiddels op het punt zijn aanbeland waarop niets ons nog verrast’, reageert Glenn Greenwald grappend. Alle aanwezigen in die hotelkamer, waar ook Ewen MacAskill van The Guardian is aangesloten, lijken inmiddels gestoken door het ‘paranoia-beestje’. En dan gaat het brandalarm af. Het is een onwerkelijk tafereel. Wat nu? Is het een oefening? Of toch een slinkse poging om de geheime meeting te hacken of ontregelen?

Als zijn onthullingen even later naar buiten beginnen te komen, valt de spanning voor Edward Snowden enigszins weg: hij weet dat zijn tijd nu beperkt is. Vroeger of later zal hij worden ingerekend. De klokkenluider wil echter laten zien dat hij niet bang is en zich ook nergens voor schaamt. ‘Ik wil me niet verbergen of op de vlucht gaan’, zegt hij tegen Greenwald, die zich afvraagt hoe hij in zijn publicaties moet omgaan met de identiteit van zijn bron. ‘Dat zou ook niet nodig moeten zijn’, stelt Snowden, waarschijnlijk tegen beter weten in.

Poitras is er ondertussen getuige van hoe in die hotelkamer geschiedenis wordt geschreven en legt dat sober, een beetje droog en traag zelfs, vast voor de eeuwigheid. De focus moet in Citizenfour, waarmee ze de Oscar voor beste documentaire van 2014 won, te allen tijde blijven liggen op de inhoud van Snowdens boodschap en de implicaties daarvan – en op de gevolgen voor hemzelf, de man die tot nader order de rol van Amerika’s staatsvijand krijgt toebedeeld.

Ashley Madison: Sex, Lies & Scandal

Netflix

‘Life is short’, houdt de datingsite Ashley Madison potentiële klanten voor. ‘Have an affair.’ Al snel pronkt de site voor getrouwde mensen die wel eens een avontuurtje willen met niet minder dan 37 miljoen subscribers. CEO Noel Biderman manifesteert zich intussen nadrukkelijk in de media. ‘De perfecte affaire is niet alleen iemand ontmoeten, maar er ook nog mee wegkomen’, zegt hij, soms ook met zijn eigen vrouw Amanda aan z’n zijde. ‘Een affaire op je werk, onze grootste concurrent, wordt ontdekt.’

Het verdienmodel van Ashley Simpson is eenvoudig volgens voormalig vice president of sales, de guitige Evan Back: pay to play: klanten kopen credits om berichten te kunnen versturen aan potentiële ‘sex interests’. Het is dus zaak om ze, op alle mogelijke manieren, te stimuleren om zoveel mogelijk credits te blijven kopen. Zodat de kassa blijft rinkelen. En dan staat er ineens een melding in het interne systeem: ‘Wij zijn het Impact Team. We hebben alle systemen in uw kantoor- en productieomgeving overgenomen. Ashley Madison moet meteen en voorgoed stoppen.’ Kortom: de boel is gehackt. Met één druk op de knop kan gevoelige informatie van miljoenen vreemdgangers – persoonlijke gegevens, creditcardinformatie én seksuele fantasieën – op straat belanden. Hoeveel huwelijken gaan er dan omvallen?

Dat smeuïge verhaal is al eens eerder verteld, bijvoorbeeld in de erg gelikte miniserie The Ashley Madison Affair, maar wordt door Toby Paton in deze driedelige serie nog eens grondig en smakelijk opgediend. Hij kan daarvoor een beroep doen op enkele medewerkers van het bedrijf, waarbij de flamboyante Back, die volgens eigen zeggen ook al bijna 25 jaar een monogame relatie heeft, als centrale figuur is gepositioneerd. Daarnaast heeft Paton ook enkele stellen gestrikt die tot de klantenkring van Ashley Madison behoren. Soms zonder dat ze het weten of willen, maar zo nu en dan ook met instemming van de ander. In de regel – en daar zit natuurlijk ook het verdienmodel – faciliteert de datingsite echter buitenechtelijke escapades die het daglicht niet kunnen verdragen. En is er dus ook een bedrogen partner…

Men neme in Ashley Madison: Sex, Lies & Scandal (155 min.) bijvoorbeeld Sam en Nia, twee Amerikaanse ‘gezinsvloggers’ die samen met hun kinderen regelmatig een inkijkje geven in ‘hoe je kunt leven voor de Heer’. Als ze in de auto eens enthousiast playbacken bij het Frozen-liedje Love Is An Open Door, gaat het stel viral en lijkt hun kostje als christelijke influencers gekocht. Zeker als Sam later ook nog eens stiekem Nia’s urine test en haar fantastisch nieuws brengt in de video Husband Shocks Wife With Pregnancy Announcement. Wanneer het Impact Team start met datadumps van de Ashley Madison-hack, vestigt manlief echter ook nog op een heel andere manier de aandacht op zich. Sam blijkt een account op de overspelsite te hebben gehad. Tot daadwerkelijke ontmoetingen met andere vrouwen is het natuurlijk niet gekomen.

Terwijl dit persoonlijke verhaal zich ontvouwt, zoomt de serie steeds verder in op de hack van de overspelsite, de zoektocht naar de mogelijke dader(s), de lozingen van privéinformatie van miljoenen klanten en de schade – persoonlijk, sociaal en maatschappelijk – die daarmee worden veroorzaakt. Want onderweg blijkt dat Ashley Madison bepaald niet zo discreet te werk gaat als het z’n klanten altijd heeft voorgehouden en vallen er nog veel meer lijken uit de kast in deze slim opgebouwde miniserie over een tot de verbeelding sprekend schandaal – al hadden de voormalige medewerkers van de ondeugende datingsite, zoals die koddige vice president of sales, wel wat steviger aan de tand gevoeld mogen worden.

De Godfather Van Oss

Videoland

De Godfather? Van Oss? Antoon, de broer van Martien R., lacht schamper: ‘We noemen hem altijd gewoon bij zijn voornaam.’ Martiens rechterhand Arnold M., onherkenbaar in beeld gebracht, typeert hem zelfs als ‘de goedheid zelve.’

Zo staat de Ossenaar niet bekend bij de recherche van Oost-Brabant. Martien R. en ‘zijn criminele familienetwerk’ worden door justitie verdacht van een hele waaier aan strafbare feiten: brandstichting, wapenhandel, zware mishandeling, afpersing, handel in ecstacy, cocaïne en methamfetamine en enkele gewelddadige moorden.

De tweedelige true crime-docu De Godfather Van Oss (72 min.) reconstrueert het kat- en muisspel dat in de afgelopen jaren is ontstaan tussen de politie en R.’s familie en laat daarbij zowel vertegenwoordigers van de politie als leden van de Osse clan en advocaat Jan-Hein Kuipers aan het woord. Hij kenschetst de hoofdverdachte als ‘een rustige vent’.

Uit geheime audio- en video-opnamen, die de Brabantse politie anderhalf jaar lang heeft gemaakt op het kantoor van R’s familie, komt een ander beeld naar voren. Martien trekt stevig van leer als iets of iemand hem niet zint. En met zijn familieleden lijkt hij zich structureel met zaken bezig te houden die het daglicht niet kunnen verdragen.

Misdaadjournalisten zoals Mick van Wely (De Telegraaf), Willem-Jan Joachems (Omroep Brabant) en Joris van der Aa (Gazet van Antwerpen) zorgen voor verdere duiding bij de strafzaak tegen deze ‘Boss from Oss’, die zijn wortels heeft op Vorstengrafdonk, het grote woonwagenkamp in de Brabantse stad dat in de jaren negentig is gesloten. 

Dit tweeluik stipt die historie kort aan, met bijdragen van oud-lerares Riek Kuijper en voormalig maatschappelijk werker Rob Spit, maar had daar nog wel wat verder op in mogen gaan, om zo de achtergronden van de familie R., de bijbehorende woonwagencultuur en het mogelijke verband met hun huidige activiteiten te exploreren.

Nu blijft De Godfather Van Oss veelal op true crime-niveau steken: bij de spraakmakende misdrijven die worden toegeschreven aan de familie R. Vanuit een klein subkamp aan de Osse Hoogheuvelstraat zou die de lakens uitdelen in de Brabantse onderwereld. Waarbij het wel fascinerend is dat enkele leden zelf ook hun zegje mogen/willen doen.

Hoewel Martiens broer Antoon R., rechterhand Arnold M. en schoonzus Bea T. alle beschuldigingen tamelijk achteloos verwerpen, geven ze toch een interessant inkijkje in hun gedachtegang, activiteiten en milieu. En dat doet toch eerder denken aan The Sopranos dan aan The Godfather.

Wat Is Het Waard?

Mave Media / BNNVARA

Aan de hand van drie concrete casussen belichten Max Vessies en Gonzalo Ochoa in de korte docu Wat Is Het Waard? (25 min.) het toenemende geweld tegen Nederlandse journalisten. In 2023 werden bij Persveilig, een organisatie die zich ten doel heeft gesteld om ‘de positie van journalisten te versterken tegen geweld en agressie op straat, op social media en tegen juridische claims’, maar liefst 218 incidenten met journalisten gemeld.

In Göteborg, waar hij samen met zijn Zweedse vriendin woont, vertelt podcasthost, columnist en programmamaker Sander Schimmelpenninck bijvoorbeeld over hoe hij vanuit extreemrechtse hoek aanhoudend wordt bestookt met bedreigingen, laster en stalking. Tot handgeschreven brieven aan zijn Zweedse schoonfamilie aan toe. Schimmelpenninck vindt het daarom wel zo prettig om buiten Nederland te wonen. In Zweden voelt hij zich veiliger, vertelt hij tijdens het uitlaten van de hond.

De Rotterdamse journaliste Tara Lewis werd in 2022 ernstig bedreigd na een column in NRC over de Roze Kameraden, de LHBTIQ+-supportersvereniging van de voetbalclub Feyenoord. Op een gegeven moment adviseerde de politie haar zelfs om tijdelijk haar woning te verlaten, omdat er vanuit de harde kern van de club concrete plannen zouden zijn om dat in brand te steken. Intussen wilde Lewis zelf gewoon wedstrijden van Feyenoord kunnen blijven bezoeken in stadion De Kuip.

Misdaadjournalist Paul Vugts tenslotte kreeg in de nazomer van 2017 concrete aanwijzingen dat er voor hem een moordopdracht was afgegeven. Uit zijn publicaties in het Parool hadden criminelen opgemaakt dat Vugts nog veel meer moest weten dan hij al had opgeschreven en op basis daarvan geconcludeerd dat hij daarom maar beter uit de weg kon worden geruimd. Vugts leefde vervolgens een aanzienlijke periode in een safehouse en mocht alleen met beveiliging de straat op.

De ervaringen van Schimmelpenninck, Lewis en Vugts maken tastbaar hoe kwetsbaar kritische journalisten kunnen worden in de huidige maatschappelijke verhoudingen en hoeveel moed en doorzettingsvermogen het dan van hen en hun directe omgeving vraagt om dat werk gewoon te vervolgen. De opzet en lengte van deze film laten echter niet toe dat zij verder gaan dan het simpelweg delen van wat hen is overkomen en welke rol dat nu nog speelt in hun leven.

Dat volstaat weliswaar om de problematiek (nogmaals) te agenderen, maar laat ook nog het nodige te wensen over.

Kunstroof

Periscoop Film

Als er op 16 oktober 2012 wordt ingebroken bij de Kunsthal in Rotterdam, is de Nederlandse kunstwereld in rep en roer. De dieven hebben zeven schilderijen en tekeningen gestolen van de Triton Collectie van de Rotterdamse havenbaron Willem Cordia (1940-2011), die onder de noemer ‘Avant-gardes’ werden geëxposeerd. Er zijn werken van onder anderen Picasso, Matisse, Gauguin en Monet gestolen. Waar moeten de inbrekers worden gezocht? In de Balkan? Of toch in Ierland?

Uiteindelijk komt een groep jonge Roemeense kruimeldieven uit het dorpje Carcaliu in beeld. Zij lijken aan het einde van de zomer van 2012 tamelijk willekeurig op rooftocht te zijn gegaan in Nederland. Zoveel belang als de conservatoren en kunstkenners aan de gestolen werken hechten, zo weinig betekenis hebben die voor de dieven. Zij zijn vooral afgegaan op de bekendheid van de desbetreffende kunstenaar en hoeveel geld het schilderij dan kan opleveren.

‘Een beroemde crimineel die ik redelijk goed ken heeft ’t nog steeds over Andy Warholt’, legt kunstdetective Arthur Brand uit in Kunstroof (102 min.). ‘Anderen hebben ’t over Picasso. En dan zie ik gewoon dat het geen Picasso is, maar een Dali.’ Wat hij maar wil zeggen: de dieven hebben geen idee wat ze stelen, alleen dat het veel waard is. ‘Als jij naar een museum gaat en je ziet zo’n werk hangen, dan zie je een mooi portret of wat dan ook. Zij zien een tien miljoen dollar-biljet.’

Octave ‘Okkie’ Durham is misschien wel Neerlands bekendste kunstdief. Hij wilde in 2002 Van Goghs De Aardappeleters – die hij volgens Brand consequent ‘de Aardappeltelers’ noemt – gaan stelen. Dat schilderij bleek echter te groot om mee te nemen. Daarom nam hij maar twee andere Van Goghs mee. Okkie heeft geen hoge pet op van de beveiliging van veel Nederlandse musea, zegt hij in deze film van Jorien van Nes. ‘Een kledingwinkel in de stad’ is volgens hem nog beter beveiligd.

Met direct betrokkenen zoals conservator Peter van Beveren, hoofdinspecteur Raymond Kolsteren en de Roemeense officier van justitie Raluca Bottea duikt Van Nes in de roof en het belang van de gestolen werken. Parallel daaraan reconstrueert ze met acteurs de handel en wandel van de dieven uit Carcaliu en hun politieverhoren. Deze hybride werkt ten dele. De twee verhaalvormen komen eerst niet helemaal samen. De gedramatiseerde scènes blijven veelal voelen als, ja, drama.

Later nemen de gebeurtenissen bijna kluchtige vormen aan – als de dieven de gestolen waar maar niet van de hand kunnen doen en vervolgens op allerlei plekken verbergen – en werken die reconstructiescènes beter en versmelten ze ook gemakkelijker met de interviews, die eveneens een steeds onwerkelijker karakter krijgen. Kunstroof slalomt dan comfortabel tussen ‘based on a true story’ en ‘truth is stranger than fiction’ door.

Daughter Of Genghis

Elk Film / VPRO

Van Chinezen moet ze niets hebben. Gerel Byamba zweert bij haar Mongoolse identiteit. ‘We zijn afstammelingen van Genghis Khan’, zegt de alleenstaande moeder tegen haar zoontje Temuulen. Zij groeide op in de buurt van de Chinese grens en vreest de bijna vijftig miljoen alleenstaande mannen aan de andere kant daarvan. Die vormen een bedreiging voor de zuiverheid van het Mongoolse volk.

En daarvoor maakt deze Daughter Of Genghis (80 min.) zich sterk. Eerst als lid van een groep extreemrechtse skinheads, daarna als boegbeeld van een volledig uit vrouwen bestaande ultranationalistische club, Gerel Khas. Beide organisaties gebruiken het hakenkruis als symbool. Want voor Byamba blijft de Swastika gewoon een zonnewiel, dat helaas ooit is gekaapt door de nazi’s.

Christian Als, Kristoffer Juel Poulsen en Knud Brix hebben de verbitterde dertiger voor deze film zeven jaar lang gevolgd. Ze begint als een verwrongen soort feministe, die met enkele getrouwen binnenvalt bij als massagesalon vermomde bordelen en de vrouwen daar vernedert. Intussen moet ze zelf alle zeilen bijzetten om de kost te verdienen en een goede ouder te zijn voor haar zoon.

Wordt het niet eens tijd dat je stopt? vraagt een vriendin haar. ‘Als jij doodgaat, wat gebeurt er dan met je kind? Wordt hij net als jij? Een eenzame strijder die bereid is om te sterven voor nationale veiligheid en de zuiverheid van ons bloed?’ De opmerkingen leiden tot een pittige confrontatie tussen de twee vrouwen, die Gerel Byamba uiteindelijk toch aan het denken zet. Of ze nu wil of niet.

Ze moet de confrontatie aan met zichzelf en met wat haar gemaakt heeft tot wie ze nu is. Byamba’s moeder overleed toen ze pas zes jaar oud was, haar vader was daarna nauwelijks in staat om voor haar te zorgen. En toen ze de liefde van haar leven ontmoette en zwanger van hem werd, sloeg het noodlot opnieuw toe. Haar persoonlijke verdriet zette ze daarna om in woede op de wereld.

Geduldig kijken de filmmakers mee als hun protagonist haar blik gaandeweg naar binnen richt. Dat proces wordt nog eens versterkt doordat ze eieren voor haar geld moet kiezen en een baan in de Gobi-woestijn accepteert, waar een spoorlijn naar China wordt aangelegd en ze aan het werk gaat met Chinese collega’s. Haar zoon Temuulen blijft achter in Ulaanbataar, de hoofdstad van Mongolië.

Los van elkaar proberen moeder en zoon hun onderlinge band te versterken en groeien ze, vastgelegd in even fraaie als intieme scènes, naar elkaar toe. De zenuwtic rond Gerels ogen maakt gaandeweg plaats voor een voorzichtige glimlach. Het is de kroon op haar persoonlijke ontwikkeling, die in deze subtiele observerende film overtuigend zichtbaar wordt gemaakt.

My Name Is Alfred Hitchcock

Dogwoof

’Oh, ik weet zelf ook wel dat ik al veertig jaar dood ben’, zegt Alfred Hitchcock (1899-1980) aan het begin van deze absolute tour de force van Mark Cousins. ‘En er is zoveel veranderd in die jaren. Toch? Zijn jullie met die 5G-telefoons werkelijk zoveel meer verfijnd dan de onschuldige mensen die gilden bij Janet Leighs onfortuinlijke ondergang, alleen in een klinische doucheruimte, in dat verschrikkelijke motel, in Psycho?’

Hoewel het verstand ‘nee’ zegt, is het toch verdomd lastig om niet mee te gaan met de premisse voor Cousins film My Name Is Alfred Hitchcock (120 min.): dat het daadwerkelijk de grote regisseur is die tot je spreekt en niet acteur Alistair McGowan die ‘the master of suspense’ griezelig goed nadoet. Dat de gedachten die door deze uit duizenden herkenbare stem (toch?) uit het grote brein van Hitchcock komen en niet uit het vast niet veel minder grote brein van Mark Cousins.

Laten we de basisgedachte maar accepteren. Weerstand is zinloos – en ook lang niet zo prikkelend, inspirerend en leuk. Op onnavolgbare wijze duikt ‘Hitch’ dus in zijn eigen oeuvre, dat meesterwerken zoals The BirdsNorth By NorthwestVertigoMarnie en Strangers On A Train omvat en van pak ‘m beet Cary Grant, James Stewart en Gregory Peck en de actrices Ingrid Bergman, Grace Kelly en Tippi Hedren onvergetelijke iconen van de twintigste eeuw heeft gemaakt.

Cinefiel Cousins, die al diverse films over film maakte en eerder ook al een andere legende binnenstebuiten keerde in The Eyes Of Orson Welles (2018), laat Hitchcock aan de hand van de thema’s ontsnapping, verlangen, eenzaamheid, tijd, vervulling en hoogte en talloze daaraan verbonden speelfilmfragmenten een psychologisch portret van ‘zichzelf’ schetsen. Intussen geeft hij een masterclass film, met elementaire lessen als: vertraag als je personage haast heeft.

Een speelduur van twee uur is voor 21e eeuwse ogen misschien wat erg overdadig, maar deze duivels knap gemaakte film over hoe Hitchcock de beeldtaal naar zijn hand heeft gezet, zichzelf daarmee kon verwerkelijken en ons allen aan het witte doek of televisiescherm gekluisterd heeft/houdt, zorgt zowel voor leering als vermaack. Waarbij de oude meester op typisch Britse en lekker pedante wijze scènes duidt, in een bredere context plaatst en verbindt met zijn eigen bestaan.

Alfred Hitchcock is na z’n overlijden ook zijn kenmerkende gevoel voor humor niet kwijtgeraakt. Als Tippi Hedren een sigaret opsteekt in The Birds neemt die film even een korte adempauze. ‘Dit noemen jullie tegenwoordig ‘mindfulness’, of niet?’

El Rey Del Cachopo

Netflix

‘Ik ben misschien een echte klootzak, maar dat maakt me nog niet schuldig’, zegt sterkok César Román, bijgenaamd de Cachopo-koning. De man die in 2016 een Bekende Spanjaard werd toen hij met het Asturische gerecht een belangrijke prijs won, belt in vanuit de gevangenis.

Dat zit zo: op 13 augustus 2018 wordt in een pakhuis te Madrid een gruwelijke vondst gedaan. In het trappenhuis ontdekt een brandweercommandant, na een melding over een brandje, een opengeritste koffer met de romp van een mens, zonder hoofd en ledematen. Het is bedekt met een compacte witachtige substantie. Het slachtoffer heeft bovendien twee wonden op de borst, alsof er borsten zijn afgesneden. Het lichaam blijkt later daadwerkelijk aan een vrouw toe te behoren: Heydi Paz Bulnes, de veel jongere ex-vriendin van, inderdaad, César Román.

Als documentairemaker Román Parrado een casting organiseert voor een acteur die in de reconstructiescènes van deze driedelige serie de gevallen BS’er kan vertolken, hebben de wannabe-Césars hun handen vol mee met zijn turbulente levenswandel: geboren in Venezuela, Galicische ouders, vakbondslid, eigenaar van meerdere kranten, oprichter van enkele politieke partijen, soldaat in Bosnië, spion van de ETA, rokkenjager, interviewer en – last but not least – in de culinaire wereld dus bekend als El Rey Del Cachopo (146 min.). Maar is hij ook ‘De Slager van Usera’?

César Román houdt staande dat de zaak totaal anders in elkaar steekt. Dat lichaam is helemaal niet van Heydi. Zijn ex, oorspronkelijk afkomstig uit Honduras, is er waarschijnlijk met de buit van een ripdeal vandoor gegaan en leeft volgens hem nu ergens in Zuid-Amerika het goeie leven. ‘Het probleem is dat als Roodkapje het verhaal vertelt’, zegt hij cryptisch, ‘de wolf de boef is.’ En daarmee is het eerste rookgordijn opgetrokken, door een man die van twijfel zaaien zijn levensmissie heeft gemaakt. Een geboren acteur en rasechte BS’er. Bullshitter, welteverstaan.

En deze kekke miniserie, waarvan de laatste aflevering volledig in het teken staat van de rechtszaak tegen de restauranthouder, geeft hem alle gelegenheid om weer in het middelpunt van de belangstelling te staan en opnieuw een circus te maken van een zeer serieus misdrijf. Dat is ook precies wat tegen true crime-docu’s zoals (Engelse titel:) Cooking Up Murder: Uncovering The Story Of César Román is in te brengen: ze vormen een soms nauwelijks te bevatten werkelijkheid om tot een smakelijk verhaal, over een moordlustige ‘Cachopo-koning’, dat vooral dient om te amuseren.

Call Me Country: Beyoncé & Nashville’s Renaissance

HBO Max

 ‘Om je radiopubliek te maximaliseren, mogen vrouwen niet meer dan de tomaten in een salade van mannelijke artiesten zijn’, liet radioconsultant Keith Hill zich in 2015 tijdens een uitzending ontvallen. ‘Nooit achter elkaar laten horen en nooit meer dan twintig procent van het totaal.’ ‘s Mans uitspraak werd een heuse kwestie in de countrywereld: Tomato-gate. ‘Plotseling was ik die vent die ervoor pleitte om vrouwen van de radio te halen’, zegt Hill in Call Me Country: Beyoncé & Nashville’s Renaissance (42 min.). Het was geen principiële kwestie voor hem. ‘Wij proberen gewoon ons brood te verdienen.’

En iedereen in de Amerikaanse countrybusiness weet: het echte geld zit bij witte mannen. Niet bij vrouwen. En al helemaal niet bij zwarte vrouwen. Enter Beyoncé, topzangeres, wereldster en, inderdaad, zwarte vrouw. Haar nieuwe album Cowboy Carter, gelanceerd tijdens de Super Bowl, mikt desondanks op die markt. Bewust. De Afro-Amerikaanse artieste wil een punt maken: de conservatieve countrymarkt moet maar eens ruimte maken voor zwarte en vrouwelijke sterren. Dat is tevens de boodschap van deze gelikte korte docu, waarin Beyoncé zelf overigens niet aan het woord komt.

Daarin wordt een lans gebroken voor zwarte countryartiesten, zoals Aaron Vance, Rissi Palmer, Rhiannon Giddens en Denitia (die ook nog queer is; getuige bijvoorbeeld de controverse rond de Lil Nas X-hit Old Town Road al helemaal een gotspe in het conservatieve zuiden van de Verenigde Staten). Zij schetsen de historie van zwarte countrymuzikanten (want die waren er altijd al), zingen en spelen een liedje en spreken zich uit over Beyoncé. Want die dwingt weliswaar aandacht af voor Afro-Amerikaanse artiesten in het countrywalhalla Nashville, maar soupeert tegelijkertijd zelf vrijwel alles op.

Intussen is de countrywereld wel degelijk aan het veranderen, betogen sprekers als podcasthost Touré, Rolling Stone-schrijver Larisha Paul en countrykenner Kyle Coroneos. Neem T.J. Osborne van Brothers Osborne. Toen hij uit de kast kwam, was daarover nauwelijks een wanklank te horen. Uitroepteken. En zo belandt deze praatje-plaatje film automatisch bij het optreden van Luke Combs en Tracy Chapman bij de uitreiking van de Grammy Awards in februari van dit jaar. De witte mannelijke countryster haalde toen zijn zwarte en gay collega het podium op, om samen haar signatuursong Fast Car te zingen.

Of het een hoopvol signaal is voor de afslag die Nashville gaat nemen, of toch een eenmalige oprisping van een wereld die nu eenmaal leeft van hypes, zal de tijd uitwijzen. Tomaten genoeg, zou je zeggen, om de salade mee te vullen of zelfs over te nemen.

El Guardián De Las Monarcas 

Netflix

Dat natuurbeschermers een sta in de weg kunnen worden voor mensen met politieke, sociale of economische belangen is natuurlijk geen verrassing. Dat zij ook in het vizier van de georganiseerde misdaad komen lijkt misschien minder vanzelfsprekend. In Mexico zijn in de afgelopen tien jaar echter al ruim 1700 milieuactivisten gedood.

Homero Gómez heeft zijn hart verpand aan de monarchvlinder. El Guardián De Las Monarcas (91 min.) geldt in de Mexicaanse regio Michoacán als de beschermheer van de vlinder, die jaarlijks van de Verenigde Staten en Canada naar Mexico migreert – bijzonder fraai in beeld gebracht in deze documentaire van Emiliano Ruprah De Fin – om daar in de bergen de winter door te brengen.

Het vlinderreservaat El Rosario is Michoacán is echter ook het werkterrein van illegale houtkappers, avocadotelers én veertien drugskartels. En die onderhouden warme banden met politici in de staat, die naar verluidt in de zak zitten van de georganiseerde criminaliteit. Als het monarchvlinderreservaat wordt bedreigd, schroomt Homero Gómez niet om zich daartegen uit te spreken en te verzetten.

En dan is de onversaagde milieuactivist op 13 januari 2020, na een paardenrace in Ocampo, ineens spoorloos verdwenen… Zoals het al eerder slecht afliep met mensen zoals hij in Mexico. Gómez had er zelf ook voor gewaarschuwd. De volgende stap van de georganiseerde misdaad, hield hij medestanders voor, is dat ze de natuurlijke hulpbronnen overnemen: het water, de bossen…

Ruprah De Fina maakt in deze treffende film eerst de liefde van de natuurbeschermer voor de vlinder en diens omgeving invoelbaar, plaatst dit daarna in z’n maatschappelijke kader (de narcostaat Mexico) en zoomt dan in op het onderzoek naar de verdwenen activist, dat ernstig wordt belemmerd door incapabele/onwillige politieagenten, ‘opzettelijke apathie’ bij de autoriteiten en dreiging vanuit de kartels.

Intussen maakt ook de monarchvlinder – door houtkap, het gebruik van pesticiden en klimaatverandering – moeilijke tijden door. Zonder een moedige beschermer zoals Homero Gómez zijn de vlinder en z’n directe leefomgeving vogelvrij verklaard.

S10 – Dat Het Goed Blijft Gaan Met Mij

EO

Rond het Eurovisie Songfestival van 2022 in Turijn, komt het verhaal tot een climax. De Nederlandse deelneemster S10 lijkt daar hoge ogen te gaan gooien met het gevoelige lied De Diepte. En haar persoonlijke verhaal, waar de verzamelde entertainmentjournalisten maar geen genoeg van krijgen, sluit daar perfect bij aan. Als tiener kampte zangeres Stien den Hollander met ernstige mentale problemen. Op haar eenentwintigste heeft ze die overwonnen en is ze uitgegroeid tot een gelouterde jonge vrouw, die zich nu ieders hart in gaat zingen. Alleen, dat is precies wat het is: een verhaal.

Een afgeronde vertelling, met een kop en een staart. Over een uitdaging die is aangegaan en overwonnen. In de trant van: Stien was ziek en nu is ze beter. ‘En ze leefde nog lang en gelukkig’, zegt haar manager en steun en toeverlaat Froukje Bouma erachteraan. De werkelijkheid is alleen veel minder eendimensionaal dan het verhaal dat ervan wordt gemaakt. Als dat Songfestival erop zit – deze documentaire van Linda Hakeboom en Rolf Hartogensis is dan een kleine twintig minuten onderweg – stapt de jonge zangeres uit Hoorn dus weer in de mallemolen van haar gewone bestaan.

Terwijl ze in televisieprogramma’s blijft beweren dat het ‘heel goed’ gaat, kampt ze ‘gewoon’ met de twijfels die nu eenmaal bij haar leven horen. S10 – Dat Het Goed Blijft Gaan Met Mij (69 min.) documenteert dit proces en maakt er, zo je wilt, ook weer een verhaal van. Geen Disney-productie weliswaar, maar een geladen en gestileerd portret. Waarin S10 op weg gaat naar een uitverkocht concert in de AFAS Live te Amsterdam en Hakeboom, die eerder een vergelijkbare documentaire maakte over Jett Rebel, ondertussen met Stien in haar getormenteerde verleden duikt.

In dat kader is zij als meisje te zien in een aflevering van het jeugdprogramma Taarten van Abel (2015), bezoekt ze beladen plekken uit haar jaren als ontwortelde tiener en ontmoet ze jeugdwerker Ewald Brouwer, die haar vroeger thuis bezocht. Het is een donkere ‘trip down memory lane’, die Stien duidelijk kruim kost en die ze zo nu en dan ook onderbreekt, om even op adem te komen. Intussen wordt haar getroebleerde jeugd weliswaar niet tot in detail opgelepeld, maar valt wel degelijk op te maken welk type wonden, butsen en schrammen zij probeert te helen met haar muziek.

Haar persoonlijke, breekbare en geladen werk biedt Stien geen ultieme verlossing, maar lijkt voor haar wel degelijk te fungeren als een proeftuin of uitlaadklep. Voor een jonge vrouw, die nog altijd zomaar in een afgrond lijkt te kunnen tuimelen, maar de wil en moed heeft om er, steeds weer, uit te klimmen. En dat lijkt voor de verandering – in de entertainmentbusiness wordt zo’n verhaal nu eenmaal vaak met de wereld gedeeld om een nieuw product of evenement te ondersteunen – nu eens niet te leiden naar een nieuw album of groot concert. Al staat S10 deze zomer natuurlijk wel op Pinkpop.

Ukraine’s War: The Other Side

Otherside Press / VPRO

Collega’s hebben ‘t hem afgeraden. Ze zijn er zeker van dat hij toch de waarheid niet zal kunnen vertellen. De Britse oorlogsjournalist Sean Langan laat zich daardoor echter niet weerhouden. In oktober 2022, acht maanden na de Russische inval in Oekraïne, vertrekt hij naar Rusland en het door de Russen bezette deel van Oekraïne, de Donbas-regio, voor Ukraine’s War: The Other Side (88 min.).

Op dat moment lijkt Oekraïne aan de winnende hand, in een oorlog die zeker in de Donbas al sinds 2014 woedt. De Russische president Poetin heeft dan net een gedeeltelijke militaire mobilisatie afgekondigd, in de hoop het tij te kunnen keren. Langan, die als jonge buitenlandcorrespondent verslag deed van het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, heeft van de Russische autoriteiten een persvisum gekregen om zelf poolshoogte te gaan nemen. Hij wordt begeleid door een lokale fixer. De Brit vraagt zich alleen af of deze Sasha voor hem werkt of in werkelijkheid is ingehuurd om over hem te rapporteren.

De ervaren Britse journalist heeft eerder met dit bijltje gehakt. In de documentaire The Hostage Takers (2023) moest hij bijvoorbeeld twee leden van ‘The Beatles’ van Islamitische Staat te vriend houden, om hen informatie over gegijzelde westerlingen te kunnen ontfutselen. Sean Langan blijft in zulke situaties lang vriendelijk en beleefd, maar stelt wel de vragen die gesteld moeten worden, bijvoorbeeld als de Russische militaire blogger Timofey Yermakov begint te oreren over de naziregering in Kyiv. En met zijn voice-over kadert Langan z’n belevenissen in en deelt de gedachten en bedenkingen die hij daarbij heeft.

Tijdens zijn reizen, onderbroken door tripjes naar huis en het opnieuw aanvragen van een visum, spreekt de oorlogsjournalist met allerlei Russische militairen: jonkies, oude rotten en hardliners. Onderweg, in de loopgraven of aan het front. Een man die van 2001 tot 2011 in de Oekraïense marine diende en nu zowaar aan Russische zijde vecht, vertelt dat hij zelf ook niet helemaal begrijpt hoe het zover heeft kunnen komen. Hij beschouwt Oekraïne tegenwoordig echter als onderdeel van Rusland, zegt hij. Mannen zoals hij papegaaien nogal eens ongegeneerd de alomtegenwoordige Russische propaganda na.

In Donetsk ontmoet Langan gewone burgers die proberen te overleven terwijl de stad onder vuur wordt genomen, zoals Nina en haar kleindochter Yulia. De tiener kan zich nog herinneren hoe Rihanna en Beyoncé bij hen kwamen optreden. Nu leeft ze met haar oma in de wetenschap dat elke dag de laatste kan zijn. Dat gevoel, van burgers en voetsoldaten die vaak door een wrede speling van het lot in deze oorlog terecht zijn gekomen, overheerst in deze boeiende film die een ander – en toch ook een min of meer vergelijkbaar – perspectief toont op de oorlog die nu al ruim twee jaar voortwoekert.

The Final: Attack On Wembley

Netflix

Football’s coming home. Op zondag 11 juli 2021 mag Engeland voor het eerst sinds het gewonnen wereldkampioenschap van 1966 in eigen land weer aantreden in de finale van een belangrijk voetbaltoernooi. Ook nu speelt het Engelse elftal een thuiswedstrijd. Tegen het altijd gevaarlijke Italië. En tegen zichzelf. Beter: tegen z’n eigen aanhang.

Deze film begint twaalf uur vóór die finale, op de dag dat het voetbal, vrij naar de slogan van het toernooi, eindelijk thuis moet komen. In The Final: Attack On Wembley (82 min.) reconstrueren Rob Miller en Kwabena Oppong met Engelse supporters, een in Groot-Brittannië woonachtige Italiaanse fan en allerlei professionals (de stadiondirecteur, een steward, enkele sportjournalisten, een vertegenwoordiger van de voetbalbond en een paar lokale wetshandhavers) wat er daarna gebeurt.

In de uren voor het beginsignaal van de wedstrijd loopt de feestvreugde in de directe omgeving van het stadion al snel uit op baldadigheid, roekeloos gedrag en vandalisme. Beveiligingscamera’s, filmcrews en mobiele telefoons leggen genadeloos vast hoe de Engelse fans zich steeds opzichtiger beginnen te misdragen. Wat begint met zuipen, snuiven en feesten mondt onvermijdelijk uit in rellen. En dan lopen er op dat chaotische slagveld ook nog allerlei fans zonder toegangskaartje rond.

De jonge stoere Engeland-aanhanger Dan heeft bijvoorbeeld ook geen ticket, maar het is voor hem onbestaanbaar dat hij de finale aan zich voorbij moet laten gaan. ‘Ik dacht alleen maar: deze wedstrijd ga ik niet missen!’ Vanwege Coronamaatregelen mogen niet alle plaatsen in het stadion bezet zijn. Dat is bijna een uitnodiging voor fans zonder kaartje. ‘Doorbraak!’ klinkt het even later in de controlekamer van het stadion, als een menigte door de toegangspoorten breekt.

Ook Dan loopt daarna, volgens eigen zeggen bewust nonchalant, het stadion binnen. Waarna de wedstrijd gewoon begint – niet alleen de Tour wacht op niemand – en Engeland op jacht gaat naar zijn eerste internationale titel in 55 jaar. Intussen oogt Wembley’s omgeving als de frontlinie in een totaal zinloze oorlog waarbij, wonder boven wonder, slechts negentien agenten gewond zijn geraakt en ook maar 86 ‘supporters’ blijken te zijn gearresteerd. De ravage die zij achterlaten is echter immens.

Deze nauwgezette reconstructie, die enigszins doet denken aan Fatboy Slim – Right Here, Right Now over een gratis strandconcert van de Britse deejay, maakt glashelder dat het veel slechter had kunnen aflopen toen het voetbal – hooligan-style! – thuiskwam.

The Beatles: Let It Be

Disney+

Hij is zijn eigen film, Let It Be (84 min.), gaan beschouwen als de vader van Get Back, de driedelige docuserie van in totaal acht uur die Peter Jackson in 2021 op basis van zijn ruwe materiaal heeft gemaakt, zegt regisseur Michael Lindsay-Hogg in een gesprek met Jackson. De conversatie tussen de twee filmmakers, uit april 2023, gaat vooraf aan Lindsay Hoggs eigen documentaire over The Beatles, die na een ‘bumpy ride’ van ruim vijftig jaar opnieuw wordt uitgebracht.

Het zou eigenlijk een concertfilm worden, vertelt hij nog. ‘Ik had een idee: het concert start om vijf uur ’s ochtends en eindigt om middernacht met tweeduizend mensen in een amfitheater.’ De band had in 1969 immers al enkele jaren niet meer opgetreden. ‘Dit zou het evenement zijn dat je echt wilde, het nieuwe Beatles-concert.’ Alleen dreigde George Harrison ermee te kappen tijdens de opnames en werden vervolgens ook die plannen voor een optreden in de ijskast gezet.

Michael Lindsay-Hogg kon in januari 1969 hooguit vermoeden wat de gebeurtenissen voor zijn camera – en de klassieke liedjes voor het laatste Beatles-album Let It Be die daar en plein public werden geboren – zouden gaan betekenen. ‘Één reden dat ik blij ben dat de film weer uitkomt – en ik ben niet iemand die overloopt van zelfmedelijden – is dat de film de eerste keer gewoon geen eerlijke kans heeft gehad’, zegt hij tegen Jackson, die hem met alle egards benadert.

Want toen die film uitkwam waren The Beatles al uit elkaar. Een zuur einde waarmee Lindsay Hoggs docu direct werd geassocieerd. En dan begint de gerestaureerde versie van die film, oorspronkelijk uit 1970, waarvoor de Britse filmer en zijn crew als een vlieg op de muur meekeken bij het inspelen, jammen en repeteren van The Beatles in de Londense Twickenham Studio’s en Apple Studio, het onderlinge ongemak vastlegde en daarna met de band het dak opgingen voor een legendarisch laatste performance.

Voor Beatles-kenners is dit gesneden koek. Dat Let It Be nu officieel toegankelijk wordt gemaakt voor het grote publiek – los van de illegale versies die al jaren rondslingerden in de parkeergarages van het internet – dient dan ook vooral een opvoedkundig belang. Een nieuwe generatie potentiële Beatles-fans, die nog niet de ausdauer heeft om de acht uur van Get Back vol te maken, kan nu kennismaken met de laatste dagen van de bekendste popgroep die de wereld ooit heeft gekend.