Blasphemy

VPRO

‘Onthoofd alle godslasteraars’, scanderen de bezoekers van een politieke bijeenkomst van Tehreek-e-Labbaik Pakistan (TLP) in het najaar van 2018. Khadim Hussain Rizvi, leider van de religieuze partij, zet de menigte naar zijn hand. Hij heeft zijn zinnen gezet op de politieke macht in Pakistan. De man oogt als de archetypische extremistische moslim. Type Taliban of Islamitische Staat. Met het vuur in de ogen, een gal spuitende mond en nog net geen kromzwaard in de hand.

Voor de gemiddelde westerling slaat Rizvi onbegrijpelijke, angstaanjagende taal uit. ‘Een ieder die de Heilige Profeet beledigt of zijn status als de laatste Profeet betwist is volgens de sharia een godslasteraar’, zegt de scherpslijper bijvoorbeeld. ‘Zo’n ernstig vergrijp is onvergeeflijk.’ En sinds 1986 staat er inderdaad de doodstraf op godslastering in Pakistan. Getuige de documentaire Blasphemy (75 min.) zorgt dit voor een ronduit unheimische atmosfeer in het islamitische land.

Om de eer van de profeet te redden (of gewoon om een onderlinge rekening te vereffenen) kan iemand zomaar worden beschuldigd van blasfemie en wordt geweld tegen ongelovigen min of meer gelegitimeerd, met moord en doodslag op de ‘lasteraars’ of de mensen die het voor hen opnemen tot gevolg. Filmmaker Mohammed Ali Naqvi geeft beide zijden van het debat het woord: de aanklagers en geestelijken die blasfemie genadeloos willen afstraffen en de vermeende lasteraars en hun pleitbezorgers, die worden beperkt in hun vrijheid van meningsuiting en bovendien ernstig bedreigd.

Terwijl de verkiezingen van 2018 naderen, wordt de discussie steeds verder op de spits gedreven en kan nog meer geweld bijna niet uitblijven. Blasphemy registreert dit proces nauwgezet en brengt zo tevens een naargeestige, beklemmende en, voor de gemiddelde westerling, ook totaal onbegrijpelijke wereld in beeld. Waar de overtuiging van de één, desnoods met redeloos geweld, wordt opgelegd aan een ander.

De documentaire Blasphemy is hier te bekijken.

Ceres

EO

Het Zeeuwse land wordt in handen van filmmaker Janet van den Brand een geborgen wereld waar mens, dier en plant op natuurlijke wijze samenleven. Van den Brand observeert een beschutte agrarische gemeenschap tijdens het oogstseizoen. Via vier kids die op één van de afgelegen boerderijen opgroeien, met de ambitie om, als vanzelfsprekend, het familiebedrijf op termijn over te nemen.

Elke vorm van moderniteit, op een enkele boerengame en filmpjes van tractor pulling na, blijft achterwege in Ceres (54 min.). Van den Brand, zelf opgegroeid in Zeeland, kijkt mee als de kids appels en peren plukken, een vogel kortwieken of helpen als er een haan moet worden geslacht, die vervolgens gezamenlijk wordt gevild en uitgebeend. Uit alles spreekt een vanzelfsprekende relatie met het land en dit leven.

Door Van den Brands filmische benadering, het weldadige camerawerk van haar vriend Timothy Josha Wennekes (met veel close-up shots en nóg meer oog voor detail) en het levendige geluidsdecor van Tim Taeymans wordt deze film welhaast een zintuiglijke ervaring. Een ode aan de agrarische sector, zou je kunnen zeggen. Zonder een dwingende narratief, maar met een natuurlijke orde waarbinnen nieuw leven en de dood elkaar, als vanzelfsprekend, afwisselen.

Toch sijpelt zo nu en dan door dat die vanzelfsprekendheid niet meer zo vanzelfsprekend is als ooit. De volgende generatie boeren mijmert ook openlijk over de vrijheid van Australië, Canada of Nieuw-Zeeland. Want: ‘hierzo verdrink je bijna in al die regels’. En kan Ceres, de Godin van de landbouw, dus niet meer geheel onbevangen aanbeden worden.

Prison For Profit

In een ideale wereld komen gedetineerden volledig gerehabiliteerd uit de gevangenis. Klaar om aan een nieuw leven te beginnen, aan de goede kant van de wet. De praktijk van alledag is doorgaans een stuk weerbarstiger: met een beetje pech wordt iemand die eenmaal in de fout is gegaan in de gevangenis een geharde misdadiger. Het kan nóg erger: als ook de bewaarders zich gaan gedragen als doorgewinterde criminelen en stelselmatig gedetineerden maltraiteren.

Enter Mangaung Prison in Bloemfontein, de eerste geprivatiseerde gevangenis van Zuid-Afrika én de plaats van handeling voor de nieuwe documentaire van de Nederlandse zussen Ilse en Femke van Velzen. Met Prison For Profit (84 min.) toont het geëngageerde documentaireduo, dat al diverse films maakte over misstanden in Afrika, aan dat het cellencomplex bepaald niet het hypermoderne, klantvriendelijke rehabilitatiehotel is geworden, waarvoor de wereldwijd opererende onderneming Group 4 Securitas (G4S) het ooit heeft verkocht.

Shakes, een voormalige bewaarder in Mangaung, kreeg van collega’s bijvoorbeeld een eenvoudig advies: pak die gevangenen stevig aan, nét iets te stevig graag. Die houding zag hij overal om zich heen terug. Het leidde tot pijnlijke excessen; van elektroshocks en marteling tot verplichte sedatie en schandelijke mishandeling, met blijvend letsel tot gevolg. Toen Shakes zich daartegen ging verzetten, kreeg hij te horen: jij krabt waar het helemaal niet jeukt. En, uiteindelijk, toen ook dat hem niet ontmoedigde: aanpassen of sterven!

Met enkele oud-bewaarders, voormalige gedetineerden en de onderzoeksjournaliste Ruth Hopkins, die de zaak tegen G4S aan het rollen bracht, tekenen de zussen Van Velzen een atmosfeer van totale grenzeloosheid op, die wel tot serieuze problemen moest leiden. En dat allemaal ingegeven door commerciële overwegingen. Want hoe belangrijk de maatschappelijke taak van Group 4 Securitas ook was, die bleef uiteindelijk ondergeschikt aan de beoogde winst.

Een ongemakkelijke waarheid die ook elders in de wereld, en bepaald niet alleen in gevangenissen, is waar te nemen. In die zin laat deze overtuigende film zich tevens bekijken als een ferme aanklacht tegen privatisering van publieke taken.

Sidik En De Panter

IDFA

Als de Perzische panter terugkeert, meent de vastberaden Koerdische man Sidik Barzani, dan betekent dit dat ons geboorteland weer beschermd is. Dan kunnen de bergen van Noord-Irak tot nationaal park worden uitgeroepen – en zou niemand het nog in zijn hoofd halen om dit land opnieuw te bombarderen of in brand te steken.

Sidik onderneemt zijn zoektocht naar de panter dus puur uit lijfsbehoud. Gewapend met verrekijker, notitieblok en wandelstok trekt hij er nu al 25 jaar op uit, op zoek naar een mythisch dier dat al decennia niet meer is gespot in deze streek. Op zoek ook naar betere tijden voor zijn volk, dat veel te vaak in z’n voortbestaan is bedreigd.

Terwijl hij door het land trekt, landgenoten ontmoet en met hen in gesprek gaat over hun plannen voor de toekomst, herinnert de Koerd zich de ontberingen die hij, z’n familie en zijn volk hebben moeten doorstaan. De panter is voor hem een symbool geworden van hoop en wedergeboorte, van vrede en stabiliteit.

Regisseur Reber Dosky, zelf van Koerdische afkomst, legt ‘s mans weemoedige queeste in Sidik En De Panter (83 min.) sereen vast. Hij beziet het landschap van zijn jeugd bovendien uiterst liefdevol. Dosky verschijnt zelf ook nog in beeld als hij het graf bezoekt van zijn grootvader, die tijdens het bewind van de dictator Saddam Hoessein is vermoord.

Met deze ode aan zijn geboortegrond, op het IDFA gekozen tot beste vaderlandse documentaire, roept de vanuit Nederland opererende filmmaker een vergeten land op, dat desondanks nooit is of wordt vergeten. Een verstilde wereld ook, om even volledig in weg te zinken en tegelijk ongegeneerd naar te verlangen.

The Trials Of Gabriel Fernandez

Netflix

Volgens de allereerste melding bij het alarmnummer 911 is hij ‘uitgegleden in bad’. Terwijl de opgetrommelde hulpverleners de achtjarige jongen proberen te reanimeren, nemen ze ongewild de verdere schade op: blauwe plekken, striemen, breuken, wurgsporen, bijtwonden, ribfracturen en brandwonden. Gabriel Fernandez ziet er gruwelijk uit. Hij is een (dan nog) levend toonbeeld van kindermishandeling geworden.

Wat is er op die fatale 22e mei 2013 gebeurd in het huis van Gabriels moeder Pearl Fernandez en haar vriend Isauro Aguirre, tegen wie nu de doodstraf wordt geëist? En in hoeverre zijn de plaatselijke jeugdzorgmedewerkers medeschuldig aan de dood van het jongetje, die zij als professionals toch al maanden hadden kunnen/moeten zien aankomen? De zesdelige docuserie The Trials Of Gabriel Fernandez (328 min.) belicht de noodlottige kwestie van verschillende kanten.

Waarbij het de vraag is of de ramp die met de wijsheid van nu gemakkelijk lijkt te voorspellen ook daadwerkelijk zichtbaar was voor de directe omgeving van Gabriel en de agenten, schoolambtenaren en hulpverleners daaromheen. En houdt de hele kwestie nog verband met werkdruk bij maatschappelijk werkers (van wie er nu vier ettelijke jaren gevangenisstraf boven het hoofd hebben hangen) en het feit dat elementaire zorgtaken zijn uitbesteed aan bedrijven met een winstoogmerk?

De werkelijkheid ligt in elk geval een stuk genuanceerder dan de gemakkelijke waarheid van slechte ouders die hun kind, al dan niet met voorbedachte rade, hebben doodgemarteld. Dit is een systeemfout, betoogt filmmaker Brian Knappenberger, die de tijd neemt om alle lagen van de zaak af te pellen en te bekijken hoe het opsporen van mogelijke bedreigende situaties in de toekomst kan worden verbeterd.

Daarmee drijft deze lijvige miniserie soms wel erg ver af van dat ene gemaltraiteerde achtjarige jongetje, dat een tragische posterboy is geworden voor de gruwelijkste vormen van kindermishandeling.

Touching The Void

Samen gaan ze de berg op. De Siula Grande in Peru, een ongenaakbare top in het Cordillera Huayhuash-gebergte. Dat vergt blind vertrouwen. In jezelf. Én die ander. Simon Yates en Joe Simpson zijn gezworen vrienden als ze in 1985 de Andes-top besluiten te beklimmen.

Samen vertellen ze ook het verhaal van hun tocht naar de top. In Touching The Void (106 min.), een bloedstollende klimfilm van Kevin Macdonald uit 2003, vullen ze elkaar netjes aan. Tótdat hun wegen zich noodgedwongen scheiden, ze voor een onmogelijk dilemma worden gesteld en het écht ieder voor zich wordt.

Macdonald heeft de herinneringen van Yates en Simpson overtuigend verfilmd met acteurs. Zo ontstaat een spannend docudrama, waarin zitinterviews met de hoofdrolspelers, die recht in de camera hun verhaal doen, naadloos samenvloeien met beelden van de nagespeelde beklimming en afdaling en de daarbij gecomponeerde soundtrack.

Touching The Void is zowel een eerbetoon aan menselijke veerkracht en overlevingsdrang als een exposé van onze werkelijke, dierlijke, aard. Zware tijden maken nu eenmaal geen ander mens van je, ze halen je werkelijke zelf naar boven. Én, dat ook, de aalgladde muziek van Boney M. En daarmee wil natuurlijk geen mens sterven…

In de korte nabrander Touching The Void What Happened Next is te zien wat er direct na de dramatische ontknoping van de documentaire gebeurde met de twee klimmers en hun entourage.

Angels On Diamond Street

EO

Vanaf de muur kijkt Martin Luther King goedkeurend toe hoe inwoners van Noord-Philadelphia op plastic borden een maaltijd krijgen geserveerd. Al 34 jaar wordt er in de soepkeuken van The Church of the Advocate eten uitgedeeld aan buurtbewoners die het wel kunnen gebruiken. De voedselvoorziening is oorspronkelijk ontstaan als een initiatief van de Black Panther-beweging en huldigt nog altijd de idealen van de burgerrechtenbeweging.

Als de Mexicaanse vrouw Carmela Hernandez en haar vier kinderen, die al enkele jaren illegaal in het land verblijven en nu dreigen te worden uitgezet, hun toevlucht zoeken in de kerk, aarzelen pastor Renee McKenzie en haar gemeenschap geen ogenblik. Het gezin wordt met open armen ontvangen. Met dit staaltje burgerlijke ongehoorzaamheid kan ook de documentaire Angels On Diamond Street (87 min.) echt van start.

‘Dit is niet Donald Trump’, doceert vrijwilliger Barbara Easly-Cox, terwijl ze een muurtekening in de kerk, van een diabolisch ogende witte man met een vervaarlijke hond, laat zien aan haar nieuwe gasten. ‘Dit schilderij dateert van begin jaren zeventig. Hij staat voor het Jim Crow-tijdperk.’ Voor de strijdbare Easly-Cox zijn de historische parallellen echter onmiskenbaar. ‘Carmela’s verhaal is ons verhaal.’

Twee jaar lang volgt Petr Lom met zijn camera de ontwikkelingen in de activistische parochie. Tot héél enerverende ontwikkelingen leidt dit niet. Deze documentaire slaagt er vooral in om van binnenuit een hechte gemeenschap te portretteren, die een veilige haven biedt aan gewone stervelingen voor wie de veel bewierookte Amerikaanse Droom altijd buiten handbereik is gebleven.

Raymond!

NTR

‘Wat bent u?’ vraagt een jongetje als Raymond van het Groenewoud, achtervolgd door een cameraploeg, het schoolplein van de Amsterdamse Montessori school oploopt. ‘Ik zing’, antwoordt die goedgeluimd. ‘Een zanger dus. Een Belgische zanger.’ Een meisje wil weten waarom hij dan in Nederland is. ‘Omdat ik hier naar school ging toen ik zeven of acht jaar oud was’, antwoordt Van het Groenewoud vriendelijk. ‘In de Tweede Wereldoorlog?’ wil een jongen weten. ‘Nee, nee, na de Tweede Wereldoorlog’, reageert hij ad rem. ‘Vóór de volgende.’

En daarmee is de toon gezet voor dit lekker scherpe portret van de Vlaamse muzikant, die zijn wortels in Nederland heeft liggen. In Raymond! (60 min.) onderneemt Van het Groenewoud een onvervalste trip nostalgia langs de plekken die zijn leven en carrière hebben gevormd. Wat begint als een weemoedige stroom van herinneringen (versterkt met fraaie uitvoeringen van sleutelliedjes op locatie, begeleid door Golden Earring, Black Box Revelation en Triggerfinger) mondt uiteindelijk uit in een bij vlagen tamelijk schrijnend (zelf)portret, zeker als zijn zoons en ex-geliefden als de zussen Mie en Nana de Backer aan het woord komen.

Er is een voorkant, stelt zijn laatste echtgenote Sigrid Spruyt. Een prachtig, imposant en wondermooi oeuvre. ‘Maar als je omkijkt en je kijkt naar de achterkant, dan zie je natuurlijk de puinhopen die het gekost heeft om dat op te bouwen. Je zou het als een soort seriemoord op relaties kunnen zien.’ Van het Groenewoud zelf beaamt dit min of meer. Het was een keuze tussen: ‘Wil ik het juiste leven, waarbij ik pijn doe? Of wil ik geen pijn doen en daardoor scheefgetrokken leven?’ Hij heeft het antwoord geformuleerd dat veel kunstenaars geven. ‘Dan heb ik eigenlijk op den duur altijd gekozen voor: ik wil het juiste parcours doen. Ook als het vreselijk veel pijn doet of kan doen.’

Zo kenschetst filmmaker Karel van Mileghem in Raymond! trefzeker de somberaar achter de songschrijver. Van het Groenewouds composities krijgen daardoor nog eens extra lading. En ’s mans songboek bevat ook genoeg luchtige bijdragen (waaronder zijn gospelhit Liefde Voor Muziek, die hij uitvoert op het schoolplein van het atheneum, waar hij in de jaren zestig acht jaar nodig had om uit te vinden dat hij er helemaal niets te zoeken had) om ervoor te zorgen dat dit portret nooit al te zwaarmoedig wordt.

Six Dreams

Amazon Prime

Hoe een gelouterde profvoetballer uiteindelijk toch gewoon vader en voetbalfan blijkt te zijn. Nadat hij met zijn club Betis Sevilla met 5-0 is afgedroogd door FC Barcelona, neemt de Mexicaanse middenvelder Andrés Guardado zijn zoontje Máximo op de arm en gaat op weg naar de kleedkamer van de tegenstander. Messi, de beste speler van de wereld, heeft beloofd dat de peuter met hem op de foto mag. En die kans laat Guardado zich niet ontnemen.

De voormalige sterspeler van PSV is één van de hoofdpersonen van de zesdelige documentaireserie Six Dreams (358 min.) uit 2018, die tijdens het seizoen 2017-2018 worden gevolgd: Eduardo Berizzo, de nieuwe trainer van Betis’ stadgenoot en rivaal Sevilla. Middenvelder Saúl van Atletico Madrid. Iñaki Williams, spits van de zieltogende Baskische trots Athletic Bilbao. Amaia Gorostiza, de vrouwelijke voorzitter van de Baskische provincieclub Eibar. En de technisch directeur van het ambitieuze Girona, Quiquie Cárcel.

Gezamenlijk geven ze een heel aardig inkijkje in het wel en wee van de Primera Division, waar clubs die al jaren in de schaduw van Barcelona en Real Madrid opereren toch heel wat emotie losmaken. De filmmakers David Cabrera en Jordi Call zoomen zowel in op individuele thema’s (waaronder Guardado’s voortdurende strijd om fit te worden én blijven) als op zaken die de complete club aangaan (zoals de positie van de trainer, transfergeruchten en het in de kiem smoren van de onvermijdelijke crises).

Hoewel echt niet elke betrokkene steeds het achterste van zijn tong laat zien, komt Six Dreams verrassend dichtbij: bij teambesprekingen, tijdens onderhandelingen, op de tribune, bij commerciële plichtplegingen én in – het heilige der heiligen – de kleedkamer. Waar dik betaalde topvoetballers (en hun directe omgeving) dus ook maar gewone mensen blijken te zijn. Zoals Spaans international Saúl, die het echt niet droog houdt als zijn ploeggenoot en voorbeeld Fernando Torres afscheid neemt als voetballer.

Carnavalsvrouwen

IKON

Voor de zes Brabantse Carnavalsvrouwen (47 min.) uit deze documentaire van Anne Marie Borsboom uit 2007 opent zich een nieuwe wereld als hun woonplaats voor enkele dagen verandert in een plek waar ze wél mogen drinken, hossen en sjansen. Ineens is er de mogelijkheid om even uit die relatie te stappen waarin je al sinds je zeventiende zit, contact te leggen met een geheel ander segment van (het mannelijke deel van) de lokale gemeenschap of gewoon de zorgen van alledag eens helemaal van je af te laten glijden.

‘Vrouwen voelen zich met Carnaval veel vrijer dan mannen’, zegt één van de hoofdpersonen heel treffend. ‘Die voelen zich altijd vrij.’ Als de oudere vrouw Riet van der Plas noodgedwongen ziek thuis moet blijven terwijl haar zussen Annie en Thea in de plaatselijke horeca de bloemetjes buiten te zetten, voelt dat dan ook als een enorme teleurstelling. Somber zit ze in haar huiskamer, met de afstandsbediening van de televisie lusteloos in haar hand. Wachtend op betere tijden. Want elke Carnaval, zo realiseert ze zich, kan wel eens de allerlaatste zijn.

Carnavalsvrouwen wordt zo een portret van vrouwen, die dromen van een ander leven dat ze enkele dagen per jaar ook (min of meer) in de praktijk mogen brengen. Dat gevoel is treffend vervat in de stemmige versie van het lied Mensch, Durf Te Leven van Felix Stratehier (zang) en Kim Soepnel (contrabas), waarmee Borsboom de verschillende portretjes verbindt.

De documentaire Carnavalsvrouwen is hier te bekijken.

Leftover Women

VPRO

‘Als je niet trouwt, is je geluk geen echt geluk’, krijgt de 34-jarige Chinese advocate Qiu Hua Mei tijdens een familieruzie toegebeten door haar zus. Ze is één van de zogenaamde Leftover Women (83 min.): nog altijd niet getrouwd en vooralsnog ook niet van plan om te huwen en kinderen te krijgen. En dat zint haar familie helemaal niet. Ze liggen er ‘s nachts zelfs wakker van. ’Ik maak me zorgen’, zegt vader. ‘Als mensen naar je vragen, weet ik niet wat ik moet zeggen.’ Moeder vult aan: ‘Het maakt je allemaal niks uit. Je doet gewoon je eigen zin.’

De gemoederen raken behoorlijk verhit. Niet gek: er is in China flinke sociale druk op vrouwen om jong te trouwen. Ook vanuit de overheid. Als gevolg van de eenkindpolitiek heeft het land een enorm overschot aan mannen. En dus proberen ze jonge, vrijgevochten vrouwen zoals Hua Mei en de twee andere hoofdpersonen van deze fijne observerende film, de 28-jarige radiopresentatrice Xu Min en hoogleraar Gai Qi, met alle mogelijke middelen aan de man, liefst met een goede baan en eigen huis, te helpen of houden.

Huwelijksmarkten voor ouders, erg directieve relatiebemiddelaars en blind date-evenementen van de overheid, geen middel wordt onbenut gelaten om de onwillige dames in het traditionele keurslijf te proppen. De filmmakers Shosh Shlam en Hilla Medalia slaan de ongemakkelijke, grappige en soms ronduit pijnlijke taferelen van heel dichtbij gade en vangen tevens geladen gesprekjes van hun drie protagonisten met familie, vriendinnen én dates.

Via hen belichten Shlam en Medalia de benarde positie van moderne Chinese vrouwen, die gewoon door te zijn wie ze zijn (geworden), ongewild voor de troepen uit lopen en zichzelf steeds opnieuw te weer moeten stellen tegen wie ze eigenlijk hádden moeten zijn. Totdat het een kwestie wordt van buigen, barsten of…

Het Vermoorde Theater

EO

Kunst dient sociaal-realistisch te zijn, verklaart de Russische Bond van Schrijvers in 1935. En het Joodse Staatstheater Goset uit Moskou, dat zich in de eerste twintig jaar van haar bestaan onledig heeft gehouden met kolderieke, uitbundige en absurde voorstellingen, heeft zich maar aan te passen.

In Het Vermoorde Theater (57 min.) schildert regisseur Frans Weisz met veel zwier, affectie en grote gebaren de opkomst en ondergang van het Jiddische theatergezelschap in de communistische heilstaat Rusland, waarin uiteindelijk elke vorm van frivoliteit, en vrijheid, rigoureus de nek om wordt gedraaid door de almachtige leider Jozef Stalin.

Die naargeestige geschiedenis wordt door Weisz verpakt in een uiterst theatrale vorm. Met de acteur Vincent van der Valk als het fictieve personage Nathan, assistent van de kunstenaar Marc Chagall, die tot zijn vertrek uit Rusland decors ontwierp voor Goset. Vanuit de coulissen schetst, duidt en becommentarieert deze Nathan de verwikkelingen in het theater en participeert er soms zelf ook in.

De gekozen vorm is erg dominant en werkt soms op de zenuwen, maar sluit tegelijkertijd ook prima aan bij de inhoud; het dramatische relaas van theater dat systematisch van zijn ziel wordt ontdaan. Waarna het daadwerkelijk om zeep wordt geholpen. ‘Wat moet je met hoop als er geen theater meer is?’ vraagt Nathan zich, als het doek is gevallen, vertwijfeld af. ‘Wat komt er na dit verhaal?’

Het Vermoorde Theater is hier te bekijken.

DeWolff In Europa

NTR

Een cassetterecorder, een synthesizer en een drumsampler. Geen voor de hand liggend instrumentarium voor een band, die het liefst aan het eind van de jaren zeventig een strik om de toenmalige rockmuziek zou hebben gedaan, zodat die vervolgens eindeloos kon worden bewonderd. DeWolff, Limburgse geestverwant van klassieke supergroepen als Led Zeppelin en Deep Purple, wilde het ditmaal alleen eens anders doen. Niet zomaar album numero acht of negen afleveren. Ditmaal dus: géén gitaarversterker, Hammondorgel of drums.

Én schrijven en opnemen tijdens een Europese tournee. De dode uurtjes vullen. In de bus, kleedkamer of gewoon langs de kant van de weg. Met een brakke 4 sporen recorder, die voortdurend de geest dreigt te geven. Totale kosten: nog geen vijftig dollar. En heel veel bloed (nou ja!), zweet en tranen. Het resultaat, Tascam Tapes, ligt inmiddels in de winkel. DeWolff In Europa (59 min.) brengt de totstandkoming daarvan in beeld. Een tv-docu van Marcel de Vré, samengesteld uit maar liefst driehonderd uur beeldmateriaal dat de band zelf ‘on the road’ heeft geschoten.

De Vré houdt de lotgevallen van de rondreizende band en hun haperende opnameapparaat bij elkaar middels interviews met de gebroeders Pablo en Luca van der Poel en hun strijdmakker Robin Piso. Daar put hij wel wat enthousiast uit. Deze roadmovie is werkelijk dichtgeplamuurd met quotes. De opnames voor album numero acht of negen raken daarbij soms wat op de achtergrond, ten faveure van verzuchtingen van de DeWolffers, oude mannen in jonge lijven, over ‘de muziek van tegenwoordig’ en een tamelijk stereotiepe impressie van het tourleven, die uiteindelijk geen échte wanklank toelaat.

De geestdrift van de bandleden, en de drive waarmee ze ook de opnames voor die nieuwe langspeelplaat aanvliegen, vergoedt veel en geeft de hap-slik-weg tourfilm een aanstekelijk Kuifje In Europa-gevoel – en bezorgt de kijker vast zin om ze eens live te gaan zien.

In 2011 maakte Carin Goeijers ook al een film over de toen nog piepjonge retrorockband. De documentaire DeWolff werd vertoond op het IDFA en is nog altijd hier te bekijken op de website van de Limburgse regionale omroep L1.

Who Killed Garrett Phillips?

HBO

Als de twaalfjarige Garrett Phillips op 24 oktober 2011 wordt vermoord in het Amerikaanse stadje Potsdam, heeft de politie meteen een duidelijke verdachte: de ex-vriend van Garretts moeder, Oral ‘Nick’ Hillary. Heeft de voormalige voetbalspeler, die inmiddels actief is als coach bij een naburige universiteit, de jongen van het leven beroofd omdat die de relatie met zijn moeder Tandy onmogelijk heeft gemaakt? Óf wordt Hillary vooral verdacht omdat hij zwart is, in een grotendeels witte gemeenschap?

Het is op zijn minst saillant dat één van de mannen die de ex-vriend in het vizier heeft gekregen ook een voormalige geliefde van de barkeepster Tandy Cyrus is: de lelieblanke hulpsheriff John Jones, die haar dus is kwijtgeraakt aan ‘a black man’. Deze constatering vormt de start voor een typische true crime-docu volgens Making A Murder-procédé, waarbij de filmmaker zich ogenschijnlijk aan de zijde van Nick Hillary schaart en de zaak binnenstebuiten keert.

De contouren van die exercitie doen inmiddels vertrouwd aan: een tot in detail uitgewerkte tijdlijn, geïllustreerd met opnames van het audioverkeer tussen hulpverleners en politie en beelden van de verhoren van Nick. En daarna een weerslag van de navolgende rechtszaak, ondersteund door interviews met de verdachte, rechercheurs, aanklagers, advocaten, ooggetuigen en familie van verdachte en slachtoffer. Alleen moeder Tandy, toch een sleutelfiguur in de tragedie, ontbreekt. Dat is ook echt een gemis.

De filmmaker van dienst is een heuse docucrack: Liz Garbus (Bobby Fischer Against The World, What Happened, Miss Simone? en The Fourth Estate). Het tweeluik Who Killed Garrett Phillips? (187 min.) komt desondanks langzaam op stoom, ook doordat het jongetje en zijn moeder wrang genoeg nooit meer dan figuranten in dit misdrijf worden. In het afsluitende deel, als in de rechtszaal de vraag schuldig/niet schuldig moet worden beantwoord, brengt Garbus de strafzaak echter alsnog naar een enerverende climax.

Kobe Bryant’s Muse

BNNVARA

Een kleine drie kwartier eerder is hij geblesseerd geraakt. Gevolgd door cameraploegen strompelt Kobe Bryant in april 2013 op krukken de kleedkamer in. Een afgescheurde achillespees, zo lijkt het. De topbasketballer oogt verslagen. ‘Als iemand dit te boven kan komen, ben jij het’, meent een journalist niettemin. ‘Toch?’ Bryant werpt zijn hoofd tussen zijn schouders. ‘Man toch. Shit.’ Even later heeft hij zichzelf al herpakt. Op de vraag of dit de grootste uitdaging uit zijn carrière is, antwoordt hij: ‘Maar het motiveert me. Dat voel ik nu al.’

Bij aanvang van de documentaire Kobe Bryant’s Muse (79 min.) uit 2015 hangt het einde van zijn lange, rijke loopbaan echter als een zwaard van Damocles boven zijn hoofd. Is de sportlegende op leeftijd (34) in staat om een blessure te overleven, die menige collega al de kop heeft gekost? Terwijl hij zich terug probeert te knokken naar een prominente plek in de NBA, doet Bryant tegelijkertijd het relaas van zijn leven en carrière. Aan het eind komen deze twee verhaallijnen logisch samen in een dramatische slotscène.

Kobe Bryant is een charismatische persoonlijkheid en interessante spreker en toont zich zeer openhartig en kwetsbaar in het centrale interview. Zonder gêne vertelt hij over ambitie, tegenslag, twijfel, woede én relatieproblemen (die volgens hem dramatische gevolgen hebben gehad). ‘s Mans intieme terugblik wordt door regisseur Gotham Chopra geïllustreerd met meeslepende beelden van zijn prestaties bij The Los Angeles Lakers. En tussendoor werkt Bryant dus, in stijlvol zwart-wit, aan zijn comeback na die ontwrichtende achillespeesblessure.

Deze autobiografie van de man, die het uiteindelijk lukte om zich bij zijn voorbeelden Michael Jordan en Magic Johnson te scharen, heeft natuurlijk alleen nog maar aan lading gewonnen door de dramatische gebeurtenissen op zondag 26 januari 2020, toen Kobe Bryant, zijn dertienjarige dochter Gianna en zeven andere passagiers omkwamen bij een dramatische helikoptercrash. Deze film houdt hem, op de één of andere manier, toch een beetje in leven.

Once The Dust Settles

VPRO

Het slagveld of rampgebied van nu is de toeristische attractie van straks. Wat gebeurt er als het stof is neergedaald? vraagt documentairemaker John Appel zich af. (Hoe) kun je je bestaan weer oppakken nadat de storm is uitgeraasd of de laatste kogel is afgevuurd en jouw leven, blijkbaar, nog niet is beëindigd?

Appel onderzocht eerder de rol van het toeval bij calamiteiten in zijn film Wrong Time Wrong Place uit 2012, waarvoor hij mensen portretteerde die betrokken raakten bij de massamoord van Anders Breivik op het Noorse eiland Utoya. In Once The Dust Settles (87 min.) bezoekt hij drie voormalige rampplekken en onderzoekt wat de situatie en mensen daar met elkaar gemeen hebben: Amatrice (getroffen door een verwoestende aardbeving), Tsjernobyl (van de kernreactorontploffing) en Aleppo (strijdtoneel van de Syrische burgeroorlog).

Appel presenteert zijn bevindingen als losse blokken. Het zijn eigenlijk drie films in één, met elk hun eigen hoofdpersonen. Een Italiaanse pastor die zijn thuis is kwijtgeraakt, de operator van unit 4 van de beruchte Russische kernreactor die ooit een zwijgcontract moest ondertekenen van de KGB en een Syrische hoteleigenaar en reisgids die jarenlang hun werk niet konden uitoefenen en hun stiel nu weer proberen op te pakken. Terwijl ze hun weg vinden in een nieuwe werkelijkheid, proberen ze zich tevens te verzoenen met hun ervaringen uit het verleden.

Once The Dust Settles is een verzorgde, bespiegelende en soms ook wat trage documentaire geworden over menselijke veerkracht. Vanuit de gedachte dat op de puinhopen van toen nu iets nieuws kan ontstaan. Hopelijk iets beters…

Leonie: Actrice & Spionne

Zou ze Hitler werkelijk hebben ontmoet? Leonie kon smakelijk vertellen over hoe ze hem die ene keer het vuur aan de schenen had gelegd over de positie van de vrouw in het Derde Rijk. En ze was op dat moment in 1929, zo kon later worden nagegaan, inderdaad in dezelfde omgeving geweest als Der Führer. Voor hetzelfde geld had ze de hele anekdote echter uit haar duim had gezogen. Niemand die het wist of kon controleren.

De hoofdpersoon van Leonie: Actrice & Spionne (85 min.), gebaseerd op een biografie van Gerard Aalders, laveerde voortdurend tussen feit en fictie. Was ze werkelijk actrice, schrijfster, (dubbel)spion, helderziende, meesterondervraagster en kampoverlevende geweest? Of toch vooral een fantaste pur sang? Wat de waarheid ook is, Leonie Brandt (1901-1978) was zonder enige twijfel een fascinerende vrouw. De perfecte heldin voor een portret. Maar ook een vrouw die al veertig jaar dood is en van wie nauwelijks beeldmateriaal, slechts enkele foto’s, bewaard is gebleven. 

Filmmaakster Annette Apon heeft de handschoen toch opgenomen. Ze fungeert daarbij zelf als verteller en heeft Rifka Lodeizen een voice-over laten inspreken als Leonie, gebaseerd op onder anderen brieven en autobiografische teksten. Daaraan heeft Apon nog een derde stem toegevoegd: een geënsceneerd interview met Leonies oude advocaat Besier, gespeeld door de acteur Cas Enklaar, dat zich bijna twintig jaar na haar overlijden zou hebben afgespeeld. Die drie verschillende vertellers verhouden zich soms wat lastig tot elkaar.

Het levensverhaal dat ze gezamenlijk opdissen is gematcht aan scènes uit speelfilms uit het Eye-archief, waarbij talloze meer of minder bekende vrouwen de raadselachtige protagoniste moeten representeren. Dat werkt dan weer wonderwel: Leonie als vrouw met vele levens en gezichten. Voor geen gat – of door geen camera – te vangen. En met meer verhalen dan één enkel leven eigenlijk kan opleveren.

Waarvan er één in de herfst van haar leven, en het slot van deze boeiende film, nog een enorme hype zou veroorzaken: had Leonie werkelijk de omstreden Stadhoudersbrief, waarmee prins Bernhard zich in 1942 aan Adolf Hitler zou hebben aangeboden als nieuwe leider van Nederland, in haar bezit?

Royal De Luxe

Als de reus ontwaakt, begint het massaal toegestroomde publiek te juichen. Zijn nijvere lilliputters, in hun bordeauxrode kostuums, kunnen aan het werk. Hun meester zet zich in beweging. Houterig, zoals het hoort. Door een willekeurige stad, ergens in de wereld. Van Liverpool en Montreal tot Santiago en – de culturele hoofdstad van Europa in 2018 – Leeuwarden. Als tot leven gewekte varianten op Gulliver.

De gigantische marionetten zijn een geesteskind van Jean-Luc Courcoult, schrijver, regisseur en oprichter van Royal De Luxe, en vormen sinds jaar en dag het signatuurproject van de Franse straattheatergroep. Ze komen in diverse gedaanten: als een schattige kleine reuzin, met de aandoenlijke zwarte hond Xolo of als een aangespoelde Afrikaanse vluchteling met een onverzadigbare honger.

Met de geniale gek Courcoult en zijn talloze medewerkers (acteurs, ontwerpers, technici en regisseurs) toont filmmaker Jean-Michel Carré in de vermakelijke tv-docu Royal De Luxe (52 min) de achterkant van verschillende projecten: het idee, de uitwerking ervan en de bijbehorende stress. Totdat het publiek zich weer mag vergapen aan een ontwakende reus.

Shut Up & Sing

Terwijl het Amerika van president George W. Bush zich in het voorjaar van 2003 opmaakt voor een bijzonder omstreden militaire inval in Irak, geeft het populaire countrytrio The Dixie Chicks uit zijn thuisbasis Texas een optreden in Londen. ‘Wij zijn tegen deze oorlog, dit geweld’, zegt zangeres Natalie Maines daarbij. ‘En we schamen ons dat de president van de Verenigde Staten uit Texas komt.’ Ze moet er zelf om lachen. Het was geen vooropgezet plan. De woorden zijn haar per ongeluk ontsnapt.

Na afloop van het concert lijkt er geen vuiltje aan de lucht. De drie vrouwen en hun management zijn tevreden over de show. Ze hebben geen idee dat half Amerika, het patriottische deel, straks over hen heen zal vallen. Regisseur Barbara Kopple registreert vervolgens van dichtbij hoe Maines en de zussen Martie Maguire en Emily Robison reageren als de conservatieve countrywereld z’n favoriete dochters in de ban doet, hun cd’s publiekelijk worden vernietigd en de algehele sfeer rond de dames ronduit bedreigend wordt.

’Ze schaden onze mannen overzee’, zegt een gast in een praatprogramma. ‘Dit zijn de domste bimbo’s die ik ooit heb gezien’, stelt een ander. En de beruchte talkshowhost Bill O’Reilly concludeert dat iemand die meiden eigenlijk eens alle hoeken van de kamer moet laten zien. Shut Up & Sing (92 min.) documenteert hoe The Dixie Chicks in de drie jaar na Maines’ slip of the tongue de storm proberen te trotseren, hun persoonlijk leven verder gestalte geven én de weg terug naar het hart van Amerika hopen te vinden.

Het is uiteindelijk een klein en menselijk verhaal over hoe je in tijden van nationale eenheid ineens helemaal uit de gratie kunt raken en hoe moeilijk het dan is om in zo’n storm, ook al raast die slechts in een glas water, echt bij jezelf te blijven. En dan, als die oorlog in Irak maar blijft voortduren en slachtoffers blijft maken, verandert zowaar de ‘you’re either with us or with the terrorists’-attitude in het land en worden de moed en standvastigheid van The Dixie Chicks (die sinds kort overigens door het leven gaan als The Chicks) alsnog beloond.

Who Killed Malcolm X?

Netflix

‘Ik ben ten dode opgeschreven’, realiseerde Malcolm X zich in het laatste jaar van zijn leven. Hij was een ‘marked man’. Op 21 februari 1965 zou het daadwerkelijk zover komen: de Afro-Amerikaanse activist werd op 39-jarige leeftijd rücksichtslos neergemaaid. Ook zijn dood – net als die van prominente tijdgenoten als John F. Kennedy, Martin Luther King en Robert Kennedy – zou het onderwerp van eindeloze geruchten en speculaties worden.

Who Killed Malcolm X? (258 min.) is de vraag die ook het leven beheerst van Abdur-Rahman Muhammad, volgens eigen zeggen een ‘regular brother’ die de moord op X nu al zo’n dertig jaar onderzoekt. Hij fungeert als hoofdpersoon van deze zesdelige documentairereeks van Rachel Dretzin en Phil Bertelsen, waarin de dood van de ‘black muslim’ opnieuw tegen het licht wordt gehouden, een verhaal dat menigeen in de zwarte moslimgemeenschap liever zou laten rusten.

Deze boeiende serie komt daarbij onvermijdelijk uit bij de Nation Of Islam van ‘the Honorable Elijah Muhammad’, die de kruimeldief Malcolm Little onder zijn hoede nam en hem binnen korte tijd omvormde tot een leider met de gave des woords, Malcolm X. Daarmee groef die meteen zijn eigen graf: hij werd een bedreiging voor de enigmatische geestelijk leider Muhammad, die leden van Fruit Of Islam, de paramilitaire tak van zijn organisatie, vervolgens zou hebben opgedragen om de charismatische spreker te liquideren.

Dat is tenminste de centrale hypothese van Who Killed Malcolm X?. Waarbij ook de FBI van directeur/meesterintrigant J. Edgar Hoover een cruciale rol zou hebben gespeeld. De enerverende zoektocht naar de moordenaars, en hun opdrachtgevers, is echter ook een dekmantel om met direct betrokkenen, ooggetuigen, politiemedewerkers en historici de opkomst en ondergang van de controversiële figuur Malcolm X nog eens goed in de verf te zetten.

En daarbij valt op dat diens woorden ruim een halve eeuw na dato nog nauwelijks aan kracht en actualiteit hebben ingeboet. In die ferme statements leeft hij voort, als de ultieme vertolker van zwarte onvrede. Waarbij zijn slogans over de positie van ‘the negro’ in de jaren zestig ook prima blijken aan te sluiten bij actuele kwesties zoals Black Lives Matters.