Heilig Boontje

KRO-NCRV

‘Papa, weet je hoe de hostie wordt gezegend?’ vraagt de achtjarige Merle. Het Limburgse meisje geeft zelf antwoord: ‘Met een wc-borstel.’

‘O, zo’, zegt vader als hij de hele uitleg van zijn dochter heeft aangehoord. ‘Ja, dat is wijwater.’

‘Wat is wijwater?’

‘Dat is heilig water.’

‘Wat is heilig water?’

‘Dat is ook gezegend.’

‘En wat is gezegend?’

Voor dat antwoord heeft papa wel wat meer woorden nodig. Iets met een tekst, schoonspoelen en magische woorden.

Die verhandeling roept echter weer zijn eigen vragen op bij zijn dochter. Het is duidelijk: Merle neemt die aanstaande Heilige Communie bloedserieus. En Eva Nijsten heeft daarover een hartstikke leuke jeugddocu gemaakt: Heilig Boontje (15 min.).

Haar hoofdpersoon leeft op een lekker ongecompliceerde manier toe naar dat bijzondere moment, dat haar ouders als kind heel intens hebben beleefd. En als je een communiefeest geeft, krijg je veel cadeautjes. Dat weet Merle natuurlijk ook best. Net als haar vriendjes. Of ze nu gelovig zijn of niet.

Nijsten laat Merle zelf haar vader, opa, klasgenootjes en vriendjes interviewen. Dat is een bescheiden meesterzet. Het levert ontwapenende gesprekjes op over het geloof en de eerste communie, waaraan in bepaalde Roomse dorpen blijkbaar nog heel veel tijd en aandacht wordt besteed.

Vieren Wat Kapot Is

AVROTROS

‘Van wie is dit werk hier?’ vraagt kunstenaar Bas van Wieringen aan een suppoost van het Stedelijk Museum in Amsterdam. ‘Nee, dat is gewoon stuk eigenlijk’, antwoordt de man. Toch staan er mensen te kijken bij de plek waar het parket is opengebroken en die officieel lijkt te zijn afgezet. ‘Ik vind het eigenlijk wel mooi’, zegt Van Wieringen. ‘Sommige mensen denken dat het een kunstwerk is’, reageert de suppoost met een brede glimlach.

De kunstenaar besluit bezoekers ermee te confronteren: is dit nu kunst of niet? De meesten denken dat het een gat in de grond is, maar helemaal zeker weten ze het ook niet. Waarmee het thema van de documentaire Vieren Wat Kapot Is (50 min.) meteen goed in de verf is gezet. Want Van Wieringens eigen kunst wordt ook niet altijd als zodanig herkend. In 2017 is een klein minimalistisch schilderij per ongeluk door een medewerker van het Frans Hals Museum overgeschilderd met latex. Dat veroorzaakte nogal wat commotie.

Het voorval was voor Denise Janzée aanleiding om een film te maken over ‘beschadigde kunst’, waarin ze de conceptuele kunstenaar aan het werk laat zien. Met een lamp die kapot wordt geslagen tegen de muur, een klok die op een vaste tijd wordt vastgespijkerd en een brandblusser die vuur en vlam vat, bijvoorbeeld. Intussen speelt op de achtergrond nog altijd de vraag wat er moet gebeuren met het overgeschilderde schilderijtje? Is dat een beschadigd kunstwerk of juist een nieuw werk geworden? Heeft het zijn waarde behouden? En kan er wellicht zelfs nog waarde aan worden toegevoegd?

Zo wordt deze documentaire behalve een aaneenschakeling van vermakelijke experimenten en projecten tevens een interessante gedachte-exercitie over wat nu eigenlijk kunst is of wordt. Én, als aardige uitsmijter, hoe je dat dan exposeert.

The Road To Fame

VPRO

Hele generaties zijn ermee opgegroeid: Fame. Eerst was er de film, toen een serie en tenslotte de musical. Het is de ultieme voorstelling over theatertalent dat klaar staat om het he-le-maal te gaan maken. Beter: vóór theatertalent dat klaar staat om het he-le-maal te gaan maken. Een ideale springplank naar een leven op het podium.

Ditmaal komen de aspirant-beroemdheden uit China. Ze studeren aan de Centrale Theateracademie in Beijing. Daar kom je natuurlijk niet zomaar binnen. Alleen de allerbesten worden toegelaten. En die zijn nu klaar om af te studeren, met de eerste voorstelling die wordt gemaakt in samenwerking met Broadway. The Road To Fame (57 min.) dus, vervat in een vermakelijke film van Hao Wu uit 2013.

Standaardverhaal zou je daarover in eerste instantie zeggen. De één haalt het wel, een ander niet. En tussen (het kleine) begin en (verplicht grootse) eind zit heel wat drama. Het pad dat moet eindigen met een staande ovatie begint alleen wel in een land dat jaren een strikte éénkindpolitiek heeft gevoerd. Met succes, zou je kunnen zeggen. Deze jongvolwassen behoren tot de eerste naoorlogse generatie die in relatieve welvaart is opgegroeid.

Én zonder broertjes of zusjes, dat ook. ‘Ze zijn allemaal enig kind’, constateert hoofd musicalopleiding Liu Hongmei. ‘Ouders en vier grootouders. Zes paar ogen op één enkel kind. Dus ze zijn heel erg verwend.’ Je zou ook kunnen zeggen: zij alleen moeten de onvervulde dromen van hun familie verwerkelijken. Of, bij de minder gefortuneerde gezinnen, zorgen voor een stabiel inkomen. En dat is bepaald geen sinecure in een land dat gebukt gaat onder jeugdwerkeloosheid.

Wie van hen een wereldster wordt? En wie voorbestemd is om zijn levensdagen te slijten als slecht betaalde zanger in het barcircuit? Vooralsnog gaat het om een plek in de zogenaamde A-selectie, met talenten die daadwerkelijk in de voorstelling mogen gaan spelen. De ingevlogen Amerikaanse regisseur is alleen niet enthousiast. ‘Puur verstand, geen gevoel’, constateert hij onderkoeld. Zijn collega beaamt: ‘Ja, dat leren ze hier niet.’

Er is dus daadwerkelijk nog een wereld te winnen voor deze ambitieuze jongelingen, die in deze gelaagde documentaire model staan voor een nieuwe generatie opgroeiende Chinezen.

The Road To Fame is hier te bekijken.

Atlanta’s Missing And Murdered: The Lost Children

Er is nauwelijks een fenomeen te bedenken dat zo tot de verbeelding van een groot publiek spreekt als seriemoordenaars. Geen fijnere antiheld dan een Norman Bates of Hannibal Lecter. En het Amerika van de jaren zeventig en tachtig heeft een ongelofelijke hoeveelheid van zulke bizarre ‘larger than life’-personages opgeleverd. Een kleine halve eeuw later zijn ze nog altijd goed voor nieuwe boeken, speelfilms én documentaires. Na recente series over Ted Bundy (Conversations With A Killer: The Ted Bundy Tapes) en Henry Lee Lucas (The Confession Killer) is het nu bijvoorbeeld de beurt aan één van de weinige zwarte voorbeelden, Wayne Williams.

Hij grijpt in Atlanta’s Missing And Murdered: The Lost Children (285 min.), over de moord op bijna dertig (!) jongens in de hoofdstad van de Amerikaanse staat Georgia, opnieuw de gelegenheid aan om zijn eigen onschuld te bepleiten – en, ook niet onbelangrijk, om weer eens in de spotlights te staan. Die gedachte dringt zich tenminste op als de man doodgemoedereerd vanuit de cel inbelt bij een bijeenkomst waarin de moorden nog eens worden besproken met nabestaanden en betrokkenen. Williams is echter niet de enige die weigert om de officiële lezing van wat er is gebeurd te accepteren. Camille Bell, de bijzonder uitgesproken moeder van de vermoorde Yusef en woordvoerster van de lokale Dwaze Moeders, noemt hem zelfs ‘het dertigste slachtoffer van de Atlanta-moordpartij’.

Die uitspraak kan niet los worden gezien van de getroebleerde historie van de stad, waarin racisme aan de orde van de dag was en de Ku Klux Klan een dubieuze hoofdrol speelde, óók in het plaatselijke politiekorps. Hoewel dat ten tijde van de moorden toch echt werd geleid door een zwarte commissaris. Zoals Atlanta toentertijd ook werd bestuurd door een Afro-Amerikaanse burgemeester. De bewoners van de zwarte achterbuurten hadden desondanks weinig vertrouwen in de lokale autoriteiten en hechtten nog minder geloof aan hun verklaring voor de kindermoorden (die onlangs ook al centraal stonden in het tweede seizoen van de puike dramaserie Mindhunter, over FBI-agenten die seriemoordenaars profileren).

En getuige deze vijfdelige documentaireserie van Sam Pollard, Maro Chermayeff, Jeff Dupre en Joshua Bennett hadden ze daar ook alle reden toe. Keisha Lance Bottoms, de huidige burgemeester van Atlanta, heeft zich zelfs genoodzaakt gezien om de zaak te heropenen, om te bekijken of Wayne Williams inderdaad de afschrikwekkende moordenaar is die zonder al te veel moeite van hem kon worden gemaakt. De man is ook slechts veroordeeld voor zegge en schrijve twee moorden. Hoe zit het dan met de ruim 25 andere slachtoffers? Heeft hij ook hen van het leven beroofd of zijn die zaken hem simpelweg in de schoenen geschoven, zodat ze nu als opgelost te boek staan (of een nóg ongemakkelijkere waarheid kunnen verhullen)? Kortom: staat er ergens in Atlanta een gigantische doofpot?

De intrigerende miniserie Atlanta’s Missing And Murdered werpt zulke indringende vragen op, zonder daarbij een duidelijke kant te kiezen of te gaan voor goedkoop effectbejag. De filmmakers laten zowel aanklagers en politieagenten als het verdedigingsteam van Williams aan het woord, waarbij de kijker grotendeels zelf zijn weg zal moeten vinden door het doolhof van tegenstrijdige ‘feiten’ en meningen dat zo ontstaat. Het drama wordt bovendien nadrukkelijk geplaatst binnen de ongemakkelijke raciale historie van de stad, waarbij de zwarte inwoners eraan gewend zijn geraakt dat ze niet worden gezien of gehoord. Zelfs als hun kinderen stelselmatig worden vermoord…

Er is overigens alweer een nieuwe docuserie aangekondigd rond een beruchte seventies-seriemoordenaar (en – verkrachter), The Golden State Killer, gebaseerd op het superspannende boek I’ll Be Gone In The Dark van Michelle McNamara.

Marathon Boy

VPRO

Op zijn derde liep hij zijn zesde halve marathon. Een jaar later heeft hij er al diverse hele marathons opzitten. Het Indiase jongetje Budhia Singh is een fenomeen in eigen land. Hij moet de beste marathonloper van de wereld worden. Dat lijkt overigens vooral de droom van zijn streberige coach en adoptievader Biranchi Das, die samen met zijn vrouw Gita een weeshuis en judoschool runt.

Dat lopen is ooit begonnen als boetedoening. Nadat Budhia, een kind van de volksbuurt, weer eens grof in de mond was geweest, liet Biranchi hem voor straf rondjes lopen. Toen hij vervolgens zelf wegging, dacht-ie dat het druistige jongetje vanzelf wel zou stoppen. Die bleef echter maar rennen. En de rest is geschiedenis – of moet dat, als het aan de gewiekste (zelf)promoter Biranchi ligt, beslist worden.

De plaatselijke autoriteiten dreigen Budhia echter een loopverbod op te leggen. Volgens hen wordt de Marathon Boy (98 min.), met alle gezondheidsrisico’s van dien, geëxploiteerd door zijn mentor, die vooral op eigen naam en faam uit zou zijn. Waarom leeft het ‘wonderkind’ überhaupt niet meer bij zijn biologische moeder Sulanti in de straatarme sloppenwijk Bhubaneswar? Heeft zij hem daadwerkelijk verkocht?

Zo ontstaat in deze documentaire van Gemma Atwal uit 2010 rond de hoofdpersoon – een klein kind dat niet alleen veel te winnen heeft, maar alles ook weer kan verliezen – een politiek steekspel dat het hele land in zijn greep krijgt. De beurtelings spannende, potsierlijke en dramatische ontwikkelingen volgen elkaar in rap tempo op in deze lekker vette Bollywood-docu, die met korte geanimeerde intermezzo’s een tijdspanne van vijf jaar overbrugt.

Totdat de kwestie echt helemaal uit de hand loopt en het verhaal van Budhia en zijn surrogaatvader Biranchi Das een onverwachte dramatische wending neemt…

Budhia Singh is inmiddels achttien en heeft nog altijd een droom. ‘Ik wil voor India de gouden medaille op de marathon tijdens de Olympische Spelen van 2024’, zei hij in 2018 tegen persbureau Reuters.

A Secret Love

Netflix

Voor Diana Bolan was tante Terry als een moeder. ‘Ze was erbij toen ik gedoopt werd, bij mijn diploma-uitreiking’, vertelt de Canadese vrouw van middelbare leeftijd. ‘Door haar kon ik studeren. Zij luisterde toen ik zei dat ik docent wilde worden. Zonder haar had ik nooit gehad wat ik nu heb. Ik heb alles te danken aan haar. Alleen aan haar.’

Toch ontdekte Diana pas enkele jaren geleden dat tante Terry iets voor haar verborg. ‘Ik leefde als het waren in een leugen’, zegt die nu. ‘Ik zei tegen Pat: als Diana weer komt, vertel ik het haar.’ Dat bleek echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. ‘Na een gezellig etentje had ik het nog steeds niet verteld. Ik werd steeds zenuwachtiger. Ik wilde haar liefde niet kwijt.’ En toen uiteindelijk, te langen leste, bekende ze kleur: ‘We zijn lesbisch.’

Terry en Pat waren op dat moment al ruim zestig jaar bij elkaar, maar open over hun geaardheid waren ze nooit geweest. Met recht A Secret Love (82 min.) dus. Dat was overigens niet zo vreemd: Terry’s broer Tom, de vader van Diana, zei volgens zijn dochter altijd dat tante eens geneukt zou moeten worden door een grote zwarte neger. Dat zou haar wel op het rechte pad brengen. ‘Dat zei hij heel vaak’, herinnert Diana zich. ‘Nuchter, niet dronken.’

Via Pat Henschel en Terry Donahue, die allebei op hoog niveau honkbal speelden en met hun collega’s de inspiratie vormden voor de speelfilm A League Of Their Own, belicht regisseur (en Diana’s zoon) Chris Bolan de emancipatiestrijd van Amerikaanse homo’s en lesbiennes sinds de Tweede Wereldoorlog en de façade die mensen zoals zij in al die jaren moesten ophouden. Nee, ze waren geen geliefden, hoor. Gewoon beste vrienden, collega’s of – leugentje om bestwil – elkaars nicht.

En nu zijn Terry en Pat hoogbejaard en worden ze gedwongen om na te denken over hoe en waar ze hun laatste jaren willen spenderen. Gaat het bijvoorbeeld nog tot een huwelijk komen? Hoe zit het met de homo-acceptatie in woonvoorzieningen voor ouderen? En zijn ze samen überhaupt nog in staat om hele ingrijpende stappen te zetten?

Het aangrijpende A Secret Love legt op pijnlijk intieme wijze vast hoe de twee vrouwen, ondersteund door en soms in conflict met nicht Diana, de allerlaatste fase inrichten van het leven dat ze voor een groot deel in de kast hebben doorgebracht. Zodat ze elkaar eindelijk openlijk kunnen liefhebben.

Once Were Brothers: Robbie Robertson & The Band

Elliot Landy

Ze gingen dwars tegen de tijdgeest in. Terwijl hun generatiegenoten opzichtig rebelleerden tegen alles wat ook maar riekte naar de wereld van hun ouders, gingen de vijf leden van The Band voor hun debuutalbum Music From Big Pink pontificaal op de foto met hun families.

Het bleek de ideale illustratie van hun muzikale attitude: in de hoogtijdagen van de psychedelische pop ging de Canadese groep in 1968 ongegeneerd terug naar de basis. Met zwaar dooraderde muziek, die we sindsdien ‘americana’ zijn gaan noemen. Gemaakt op het tijdloze kruispunt van folk, country, rock, blues en pop.

Ruim een halve eeuw later zijn er nog maar twee leden in leven: toetsenist Garth Hudson én gitarist/songschrijver Robbie Robertson. En die doet in Once Were Brothers: Robbie Robertson & The Band (101 min.) zijn muzikale levensverhaal, dat uiteindelijk tot een climax komt in de veelgeroemde supergroep (die tevens fungeerde als band voor Bob Dylan).

Robertson toont zich een geanimeerde verteller. Hij wordt bovendien in de rug gedekt door zijn vrouw Dominique en diverse medewerkers van zijn band, waarbij dat andere nog levende Band-lid, Hudson, helaas ontbreekt. Ze zijn ook allang geen broeders meer, zingt Robertson in het titelnummer van de film, Once Were Brothers.

Regisseur Daniel Roher geeft deze gedegen popdocu echter extra ‘star quality’ met mannen bij wie alleen de achternaam al volstaat: Clapton, Springsteen en Scorsese. Die laatste documenteerde in 1978 ook het afscheid van The Band, die toen al ten prooi was gevallen aan de verleidingen waarmee elke groep van statuur wordt geconfronteerd.

The Last Waltz vormt ook de vanzelfsprekende apotheose van deze film, die de band recht doet. Zonder tot enorme hoogte te stijgen.

Oorlogskinderen

WNL

Een vingerhoedje spuug zet hen hopelijk op het spoor naar hun oorsprong. Want wie hun vader was – een Duitse soldaat of toch een bevrijder uit de Verenigde Staten, Frankrijk of Canada – dat is altijd ongewis gebleven. Adri, Marcel, Ans en Trudy zijn de zeventig inmiddels ruimschoots gepasseerd, maar zijn toch altijd Oorlogskinderen (53 min.) gebleven.

Gedefinieerd door de Tweede Wereldoorlog of het einde daarvan, de uitbundig gevierde Bevrijding. Al was dat niet altijd direct duidelijk. Voor henzelf, tenminste. Soms leek iedereen er al vanaf te weten. Iedereen, behalve zij, het product van dat ene moment van geluk of opwinding, nu alweer zo lang geleden. En dus geven ze hun erfelijk materiaal aan een heuse DNA-detective, Els Leijs uit Bussum. Via stamboomonderzoek probeert zij hun familieleden te achterhalen – en de man die hen op de wereld zette en er, soms ongewild, ook weer achterliet.

De filmmakers Eric van den Berg en Bram Endedijk doorsnijden de pogingen van de oorlogskinderen om klaarheid te krijgen over hun wortels met ingesproken getuigenissen van buitenlandse militairen, Duitse soldaten en vaderlandse meisjes over hun ervaringen tijdens de oorlog. Zo wordt het bezette Nederland, het zwart-witte decor van hun conceptie, overtuigend tot leven gewekt. De nadruk ligt echter op de persoonlijke verhalen en zoektocht van de verweesde volwassenen, die stuk voor stuk tot de verbeelding spreken.

In het geval van Adri Goedegebuure uit Middelburg, verwekt rond de Bevrijding van Walcheren, leidt het spoor bijvoorbeeld naar Frankrijk, waar directe familie wacht. Andere participanten zijn minder fortuinlijk. Hun verhalen komen mede daardoor ook wat minder uit de verf. Wat al die lotgevallen van Oorlogskinderen, stijlvol verfilmd en begeleid door gedragen vioolmuziek, echter nog eens heel duidelijk onderstrepen, is hoe belangrijk bloedbanden zijn, ook als je ‘een kind van die rotmoffen’ bent. Want familie, juist omdat je die niet zelf kunt uitkiezen, definieert toch wie je bent.

Wolkenzusje

Human

Het ogenschijnlijk alledaagse tafereel vormt een hartverscheurend openingsbeeld: twee meisjes, kleuters nog, die lol hebben op de schommel. ‘Bo hield altijd van aardbeien op wafels en slagroom’, vertelt haar zus Kess, inmiddels een ontluikende puber. Er volgen nog meer familiefilmpjes van de kinderen: de eerste stapjes, samen op de glijbaan en lekker wandelend. Bo’s favoriete liedje was De Drie Biggetjes van K3, zegt Kess nog.

Heb je broers of zussen? gaan ze haar straks, na de zomervakantie, ongetwijfeld vragen op de middelbare. ‘En dan weet ik niet goed wat ik dan moet zeggen.’ Want Bo is een Wolkenzusje (16 min.) geworden. Ze overleed toen Kess nog geen vijf jaar oud was. ‘Soms ben ik bang dat ik vergeet hoe ze lachte en praatte’, zegt ze in deze prachtige jeugddocu van Sara Kolster (die zelf op jonge leeftijd een zus verloor).

Alle elementen vallen op hun plek in dit kostbare kleinood: de fraaie inktanimaties van Kolster en Tonke Koppelaar, het weldadige camerawerk van Rogier Timmermans en de sfeervolle muziek van Roald van Oosten en singer-songwriter Liztophe Verhoeven. Ze creëren een vruchtbare bedding voor de gedachtestroom van Kess. Over hoe het leven kan ophouden en toch weer moet doorgaan.

Wolkenzusje is een perfecte weerslag van hoe het Limburgse tienermeisje behalve van de basisschool ook voor de tweede keer afscheid moet nemen van haar zus. Een poëtische korte film, die gedurig de hartspier beroert. Zonder ook maar een moment sentimenteel te worden.

Wolkenzusje is hier te bekijken.

Mother

EO

Geen overwintering op de Costa Brava voor de bejaarde vrouw Elisabeth Röhner. ‘Mammie’ is permanent op vakantie in Thailand. Althans, dat vertelt de verzorgende Pomm haar. Elisabeth is één van de veertien Europese Alzheimer-patiënten, die 24-uurszorg ontvangen in het zorgcentrum Baan Kamlangchai te Chiang Mai. Drie lokale vrouwen staan permanent tot hun beschikking. Dat betekent voor de alleenstaande moeder Pomm bijvoorbeeld dat ze haar eigen kinderen nauwelijks ziet. Het verdriet daarover kan ze delen met ‘Mammie’. Die is het immers toch weer snel vergeten.

In die eenvoudige anekdote zit de dubbelheid van deze fijne documentaire verpakt. Liefdevol legt de Thaise verzorgende de oudere vrouw in de watten, met een rust, aandacht en oprechte betrokkenheid die haar veel te drukke westerse collega’s nauwelijks meer is vergund. Tegelijkertijd zorgt diezelfde baan ervoor dat Pomms kinderen grotendeels zonder haar opgroeien, ettelijke uren reizen verderop bij haar eigen moeder. Een Mother (82 min.) van professie, die in haar eigen leven dus niet in de gelegenheid is om diezelfde ouderrol naar behoren in te vullen.

Intussen maken de echtgenoot en kinderen van de Zwitserse vrouw Maya Gloor, die al op jonge leeftijd is gaan dementeren, zich op om met hun moeder naar Thailand te vertrekken. Regisseur Kristof Bilsen observeert hoe het gezin Maya begeleidt naar een plek waar er uitstekend voor haar zal worden gezorgd. Een plek aan de andere kant van de wereld, dat wel. Als het afscheid nadert, tijdens het kerstfeest van Baan Kamlangchai, heeft Maya geen idee wat er staat te gebeuren. Ze blijft ogenschijnlijk onaangedaan achter.

Bilsen slaat dat pijnlijke proces van dichtbij gade, zonder er nadrukkelijk over te oordelen. Zijn film zet wel aan tot denken. Over de verhoudingen tussen mensen, tussen arm en rijk. ‘Elke dag, wanneer ik patiënten met deze aandoening zie, denk ik bij mezelf: ze hebben toch geluk’, zegt Pomme bijvoorbeeld, als ze even aan het shoppen is met Maya. Haar patiënten hebben geld genoeg om voor deze persoonlijke zorgverlening te betalen. ‘En dan denk ik: wat ga ik doen als ik ooit zo word?’

High On Crack Street: Lost Lives In Lowell

Afgetrokken gezichten, verwilderde ogen en rotte tanden. In één oogopslag verraden de hoofdpersonen van de documentaire High On Crack Street: Lost Lives In Lowell (59 min.) hun voornaamste bezigheid: het scoren en gebruiken van crack, de goedkope straatvariant van cocaïne. Aan het einde van de twintigste eeuw behoorden dit soort menselijke ruïnes tot het vaste straatbeeld in grote Amerikaanse steden en tegenwoordig lijken ze, als gevolg van de zogenaamde Opioid Crisis, daarin weer terug te keren.

Deze observerende documentaire uit 1995 is gesitueerd in Lowell, Massachusetts, waar de crackepidemie wild om zich heen grijpt. ‘Ik ben een druggie, maar ik ben tegelijkertijd ook geen druggie’, zegt een blonde vrouw treffend, terwijl haar huisgenoten high worden. ‘Ik wil beter worden, maar ik wil ook niet beter worden. Ik heb hulp nodig, maar sla die hulp ook af.’ Ze pauzeert even: ‘Ik wil het zelf doen. Dat kan ik ook.’ Enkele ogenblikken later heeft ze zich alweer overgegeven aan het roken van crack. Alsof alles wat ze zojuist heeft gezegd voorgoed is vervlogen.

Die eeuwige cyclus van goede voornemens, opzichtige terugvallen en pogingen om weer boven Jan te komen vormen het hart van deze ruwe en ruige film, waarin de filmmakers Jon Alpert, MaryAnn De Leo en Richard Farrell zich concentreren op drie hoofdpersonen: Brenda (die zwanger is geraakt op straat, maar van wie?), haar (ex-)vriend Boo Boo (een licht ontvlambare rouwdouwer met, ergens, ook wel een goede inborst) en voormalig profbokser Dicky Ecklund (die ooit nog met Sugar Ray Leonard in de ring heeft gestaan, maar nu vooral tegen zichzelf vecht).

Ze zijn nog slechts schimmen van de mensen die ze ooit geweest moeten zijn. Tegenwoordig houden de drie zich, tussen het spuiten en basen door, vooral onledig met vechtpartijen, winkeldiefstal en straatprostitutie. Elke vorm van schaamte, ook voor de camera, is daarbij verdwenen. In de achttien maanden dat deze documentaire werd geschoten maken ze de ene na de andere crisis door en offreren zo een compromisloos beeld van het leven aan de zelfkant. Een troosteloze wereld, die je je ergste vijand nog niet toewenst.

Deze desolate documentaire vormde de basis voor de speelfilm The Fighter, waarin Christian Bale een bokser met een hardnekkige verslaving vertolkt.

Het Raadsel Van Femma: Prooi Van Een Mensenredder

EO

Háár verhaal over De Oorlog, de Tweede natuurlijk, ontbrak nog. Femma Fleijsman-Swaalep, ze is inmiddels 92 en bijt al zo’n 75 jaar op haar lip. In Het Raadsel Van Femma: Prooi Van Een Mensenredder (55 min.) doet de Amsterdamse vrouw tóch nog haar verhaal. Een verhaal dat ze eigenlijk zo snel mogelijk wilde vergeten en dat ze de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen die er toch nog zijn gekomen altijd probeerde te besparen.

Toch is de toon die Fleijsman als verteller aanslaat in deze film van Alfred Edelstein, via een voice-overtekst die is ingesproken door Karin Bloemen, opvallend luchtig. Alsof dat verleden, vereeuwigd op het lijf van haar zoon Ron met het Auschwitz-nummer 83018, vooral niet te zwaar mag worden aangezet. ’Bij mijn aankomst in Auschwitz hoefde ik niet te douchen’, vertelt Bloemen bijvoorbeeld. ‘Als je begrijpt wat ik bedoel.’

In het centrale interview van deze boeiende documentaire laat de hoofdpersoon die laconieke ondertoon al snel varen. Als ze vertelt over hoe ze na de hel van het kamp geheel onverwacht thuiskwam en zag hoe haar moeder daarbij bijna bewusteloos raakte bijvoorbeeld. ‘De dokter moest voor haar komen’, vertelt ze, overmand door emoties. ‘Ze kon het maar niet geloven: jij bent toch wel Femma?’

De manier waarop ze aan een gruwelijk lot is ontsnapt is nog altijd gemakkelijk invoelbaar, maar de manier waarop ze überhaupt ‘op transport’ werd gezet is minstens zo opmerkelijk. Daarbij komt de gelauwerde Duitse ‘jodenredder’ Hans Calmeyer in beeld. Op hem leek altijd het parool ‘Wie één leven redt, redt de hele wereld’ van toepassing. Maar zou ‘Wie één leven vernietigt, vernietigt de hele wereld’ eigenlijk niet treffender zijn geweest?

Het Raadsel Van Femma: Prooi Van Een Mensenredder is hier te bekijken.

Murder To Mercy: The Cyntoia Brown Story

Netflix

‘De baarmoeder van mijn moeder had op haar zestiende verwijderd moeten worden’, zegt Joan Warren, het type morsige Amerikaanse vrouw, voor wie het predicaat ‘white trash’ lijkt te zijn uitgevonden. Als ze het allemaal had geweten, was ze zelf ook nooit aan kinderen begonnen, zegt Joan ferm. Haar dochter Georgina Mitchell zit ernaast en moet er, enigszins gegeneerd, om lachen. Zij was verslaafd aan alcohol en crack, zat een tijd in de gevangenis en kreeg op haar zestiende een dochter: Cyntoia Brown.

En ook die zit vast, levenslang zelfs. Op haar zestiende zou ze, weggelopen bij haar adoptiegezin en zichzelf prostituerend, in koelen bloede een klant hebben vermoord. Dat Cyntoia de trekker heeft overgehaald staat buiten kijf, maar zou het ook noodweer kunnen zijn? En mag je zo’n jong meisje, met een bijzonder getroebleerde achtergrond bovendien, zomaar als een volwassene berechten? Dat zijn de centrale vragen van Murder To Mercy: The Cyntoia Brown Story (97 min.)

Regisseur Daniel H. Birman volgt de zaak al sinds 6 augustus 2004, de dag waarop de ontspoorde tiener een fatale black-out had, en maakte er in 2011 ook al een film over: Me Facing Life: Cyntoia’s Story. Dit vervolg laat zien hoe de kwestie vervolgens jarenlang aansleept en uiteindelijk een zwieper krijgt als celebrities zoals Rihanna, Lana del Rey en Kim Kardashian op Instagram (via de hashtag #FreeCyntoiaBrown) aandacht beginnen te vragen voor het lot van de jonge vrouw die heeft moeten opgroeien in de gevangenis.

Hoewel het gaat om een schrijnende kwestie – was Cyntoia achteraf bezien eigenlijk wel een prostituee, of toch eerder een minderjarig slachtoffer van vrouwenhandel? – wordt Murder To Mercy nooit écht enerverend of aangrijpend. Daarvoor is de documentaire te traag en voorspelbaar. Bovendien wordt het familieverhaal, dat toch als basis dient voor de zoveelste beroepszaak, slechts beperkt uitgewerkt. Daar had Birman de diepte in gekund – en gemoeten.

Nu wordt de zaak rond Cyntoia Brown, hoe tragisch ook, nooit meer dan een dertien-in-een-dozijn true crime-verhaal, waarin de pleitbezorgers van een gedetineerde voor diens (vroegtijdige) vrijlating ijveren.

Ramses: Où Est Mon Prince

Selfmade Films

Met een hoed op en een nonchalant pak aan arriveert hij op het Amsterdamse stadhuis. Voor het oog van de camera gaat Ramses Shaffy (1933-2009) er op 10 februari 1977 zijn Nederlandse paspoort ophalen. De zanger oogt gespannen. Hij haalt een balpen uit zijn jaszak. Kapot. Een ander exemplaar dan maar. Die handtekening moet tenslotte echt worden gezet. Even opmeten daarna. Zonder hoed natuurlijk. 1 meter 85. Intussen laat Ramses het persoonsbewijs zien waarmee hij het tot dusver moest doen: een ‘paspoort voor vreemdelingen’.

Even later, als hij het felbegeerde kleinood in handen heeft, richt hij zich tot de aanwezige ambtenaren, luid en met overslaande stem: ‘Mag ik jullie ontzettend bedanken voor de medewerking? Ik heb er lang over gedaan, maar ik ben Nederlander! Fantastisch! En we zullen doorgaan. Ik begin vast, begrijp je wel?’ Het is Ramses Shaffy ten voeten uit. Zoals we hem hebben leren kennen: als een onvervalste levenskunstenaar voor wie het bestaan nooit meeslepend genoeg kon zijn. Met een onweerstaanbare charme ook. ‘Ik hoor erbij’, zegt hij nog, met een duidelijke snik in zijn stem. ‘Ik hoor erbij. Belachelijk, hè?’

Grote emoties, publiek beleefd. Van een Egyptisch-Pools jongetje dat op zesjarige leeftijd door zijn moeder in Parijs op de trein werd gezet en in een Nederlands pleeggezin moest opgroeien. Onder de gefingeerde echte mensennaam Didi Snellen. Die ingrijpende gebeurtenis ligt ook onder de met een Gouden Kalf bekroonde documentaire Ramses: Où Est Mon Prince (70 min.) uit 2002, waarin regisseur (en Shaffy’s voormalige overbuurjongen) Pieter Fleury eerst met prachtig archiefmateriaal en persoonlijke interviews met ex-vriend Joop Admiraal (‘heel Amsterdam was verliefd op Rames’), zangeres Liesbeth List (‘hij leefde boven de wet en was daarom zo bijzonder’) en pianist Louis van Dijk (‘een goeroe van de vrijheid’) leven en carrière van het flamboyante podiumbeest doorlicht.

Daarna introduceert hij Ramses zelf, een breekbare oude man inmiddels, die nauwelijks meer voor zichzelf kan zorgen. Nog altijd even uitgesproken, theatraal en drankzuchtig, dat wel. En op elk moment van de dag in staat om de knop om te zetten en zijn muzikale zelf aan. Zet hem achter een piano en zijn vingers vinden automatisch de juiste toetsen. En plots is daar ook, als vanzelf, die gedragen zangstem. ‘Ik kijk naar de wolken die over drijven’, zingt hij bijvoorbeeld, naar boven kijkend (naar zijn moeder?). ‘En ben dan zo bang dat die eenzaamheid zal blijven.’ Een traan biggelt inmiddels over zijn wang.

En zo wordt hij in deze hartveroverende filmklassieker opnieuw de man die genadeloos over je heen walst, waaraan je je kapot ergert en die je toch alleen – er is echt geen andere keus – in je hart kunt sluiten.

In Heb Me Lief, het portret van een kwetsbare Liesbeth List, is Ramses Shaffy natuurlijk ook prominent aanwezig.

The Last Dance

Netflix

Het moet The Last Dance (500 min.) worden voor The Chicago Bulls. Het basketbalteam rond de Amerikaanse superster Michael Jordan wil in het seizoen 1997/1998 zijn allerlaatste kunstje flikken: de zesde landstitel in nog geen tien jaar. De clubleiding is eigenlijk van mening dat de ploeg over z’n top is en grondig moet worden vernieuwd, maar daar heeft Jordan hoogstpersoonlijk een stokje gestoken. En ook succescoach Phil Jackson, die Bulls-directeur Jerry Krause eigenlijk wilde laten vervangen, heeft er op verzoek/bevel van zijn protegé nog één allerlaatste jaartje bijgekregen.

Alles en iedereen staat, kortom, in de ‘do or die’-stand voor een nieuw NBA-seizoen. Om de zaak nog eens extra op scherp te zetten hebben The Chicago Bulls bovendien een cameraploeg ongekende toegang gegeven. De queeste naar een nieuw, felbegeerd kampioenschap, terwijl het rommelt in zowel de club als het team zelf, vormt het wild kloppende hart van deze geweldige tiendelige serie, die van daaruit uitwaaiert naar de meeslepende loopbaan van Michael ‘Air’ Jordan, de grootste basketballer aller tijden. Niet alleen het fenomeen zelf komt daarbij aan het woord, maar ook zijn moeder en broer en iedereen die verder een rol van betekenis heeft gespeeld in zijn leven.

Vanzelfsprekend ontbreken ook Jordans secondanten bij The Bulls, zijn nummer twee Scottie Pippen (die ernstig werd onderbetaald en dat als een enorm gebrek aan respect opvatte), en de controversiële verdediger Dennis Rodman (een losbol die elk moment vol-le-dig kon ontsporen) niet in deze epische serie. Filmmaker Jason Hehir spreekt verder met andere spelers, NBA-legendes, coaches, clubofficials, bobo’s en allerlei kenners, waaronder de oud-presidenten Barack Obama en Bill Clinton, en heeft daarnaast de beschikking gekregen over bijzonder enerverend, niet eerder vertoond archiefmateriaal.

Hehir alterneert soepel tussen de dramatische ontwikkelingen in het seizoen ’97/’98 en de geschiedenis en achtergronden van The Chicago Bulls, één van de succesvolste teams uit de basketbalhistorie. Hij brengt het geheel met een dramatische montage en enerverende, urgente soundtrack bovendien geregeld helemaal aan de kook. The Last Dance wordt zo tegelijkertijd een ultiem eerbetoon aan Michael Jordan, een fabuleuze speler en een ongelofelijke streber, en een fascinerend inkijkje in de nietsontziende wereld van de topsport, waar rancune de ultieme motivator lijkt en alles, werkelijk alles, moet wijken voor de overwinning. Véél opwindender zal een sportdocu niet snel worden.

De Kinderen Van Truus

In de Tweede Wereldoorlog steeg ze boven zichzelf uit. Geertruida Wijsmuller – Meijer (1896-1978). Alias Truus, de Nederlandse Oskar Schindler. Met haar Kindertransporten bracht ze voor en tijdens de oorlog meer dan 10.000 Joodse kinderen in veiligheid. Ze had in 1938 hoogstpersoonlijk met Hitlers rechterhand Adolf Eichmann geritseld dat ze hen mocht evacueren.

‘Ik ben iemand die als er nood was direct voor iedereen klaar stond’, zegt ze zelf, in een audio-interview uit 1967, dat als anker fungeert voor De Kinderen Van Truus (61 min.). Deze documentaire van Pamela Sturhoofd en Jessica van Tijn start met een fraaie animatie waarmee de heldenprestatie van de kordate Truus Wijsmuller, een vrouw die zelf nooit kinderen kreeg, wordt gevisualiseerd. Daarna komen ook haar ‘kinderen’, inmiddels zelf hoogbejaard, aan het woord. Ze werden gered van de nazi’s, maar moesten ook afscheid nemen van hun ouders. De meesten zagen hen nooit meer terug,

Mirjam Baitalmi – Szpiro was één van die kinderen. Ze heeft zich haar hele leven doorzichtig gevoeld, zegt ze. Alsof ze door niemand echt gezien werd. ‘Dat noemen ze het verlaten kind-syndroom, zei mijn psycholoog.’ Ze herinnert het zich nog als de dag van gisteren dat ze besefte dat ze er alleen voor stond. Nadat alle andere kinderen door hun ouders waren opgehaald uit het ziekenhuis van Manchester, dacht ze: ‘Dat is het: er is niemand die mij komt ophalen. En dat klopt. Niemand heeft dat ooit gedaan.’

Tegelijkertijd herinnert Baitalmi – Szpiro zich ook de krachtige knuffel die ze kreeg van Truus, een vrouw die door de andere sprekers in deze stevige film wordt geportretteerd als een vrouw met een missie, die wist wat ze wilde en ervoor zorgde dat ze dat ook kreeg. Met haar daad- en wilskracht streek ze in haar veelbewogen leven regelmatig mensen tegen de haren. Die leverde echter ook een ontzaglijke erfenis op, in de vorm van talloze, ten volle geleefde levens. Mannen en vrouwen die ruim veertig jaar na haar dood getuigen over hun dramatische vlucht en de heldenrol die de vrijwel vergeten Truus Wijsmuller daarin speelde.

Displaced Pieces – A Spy Story

NTR

De stukken lijken ogenschijnlijk lukraak neergezet. En de nietsvermoedende kijker moet zelf een soort ordening zien te vinden. Zo ongeveer doet Displaced Pieces: A Spy Story (54 min.) zich in eerste instantie voor. Als stukjes waarvan op voorhand zelfs niet zeker is of ze tot dezelfde puzzel behoren. En wellicht – maar daarover tast ikzelf net zo goed in het duister – is de film ook zo bedoeld.

Interessante elementen te over, daar niet van: Bedoeïenen. Het dorp Tell Halaf. Op de grens van Turkije en Syrië. Onderdeel van het Ottomaanse rijk. Aan het eind van negentiende eeuw. Een heuvel die een tempel verbergt. Blootgelegd door de Duitse baron Max von Oppenheim. Drijvende kracht achter het latere Tell Halaf Museum in Berlijn. Grotendeels vernietigd tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Een eloquente jongeman (ene Rayyane Tabet) opereert intussen als verteller. Zijn overgrootvader Fayek heeft in 1929 bij Tell Halaf een slang gevangen, zegt hij. Een zwart-wit foto levert het bewijs. Tabet wordt gecoacht door een vrouwenstem (regisseur Catherine van Campen?). Of hij de camera als zijn publiek wil gebruiken. Zit de spreker trouwens in een modern museum? En zijn dat dan kunstobjecten die hij heeft gecreëerd?

Teksten in beeld vervolgens, bij associatieve beelden: ‘God. Vervloekt. Oorlog. Wanneer gaan we ons huis achterlaten?’ Tabets ouders reppen even later over hun woning die werd verwoest. Rayyane wil alleen geen slachtoffer zijn, stelt hij. Of een voorbeeldkind van willekeurig welk conflict. Want verwoesting is eigenlijk reconstructie. Een voorbeeld: de conservatoren van het Nationaal Museum in Aleppo stapelen zandzakken rondom de replica van een beschadigde gevel. Oud wordt zo nieuw.

Iets met bomen en bos nu, eerlijk gezegd. Even googelen dan maar: Rayyane Tabet, kunstenaar opererend vanuit Beiroet. Maker van moderne replica’s van Tell Halaf-artefacten. Expositie Bruchstücke / Fragments. ‘Ons concept van hedendaags en moderniteit is zo kortzichtig’, zegt hij in de film (en de vrouwenstem beaamt dat). ‘Het neemt niet echt de grotere verhaallijnen in overweging waarin uiteindelijk alle objecten zullen worden verwoest en hersteld. Keer op keer.’

Dan vallen zowaar, ergens, op een onbewaakt ogenblik, alle stukken tóch op hun plek. Displaced Pieces heeft van tevoren alleen wel héél nadrukkelijk een beroep gedaan op het doorzettingsvermogen van de eerder nog nietsvermoedende kijker. Terwijl een enkeling te langen leste met een bevredigd gevoel het allerlaatste puzzelstukje legt, hebben anderen de tafel wellicht allang leeg geveegd.

Isabelle Huppert: Message Personnel

AVROTROS / Ina1

De camera houdt van haar, maar hoeveel houdt zij eigenlijk van de camera? Nadat ze iets heeft gedaan in een film, bijvoorbeeld het spelen van een vrouw die achter haar eigen verkrachter aangaat in Paul Verhoevens scandaleuze speelfilm Elle (2016), vraagt Isabelle Huppert zich altijd af hoe ze dat toch heeft kunnen doen. Het zou haar nu in elk geval nooit meer lukken, stelt de Franse actrice bij aanvang van dit (zelf)portret.

Regisseur William Karel heeft Isabelle Huppert: Message Personnel (51 min.) volledig opgebouwd uit archiefbeelden; van kindervideo’s, filmklassiekers die haar hebben beïnvloed en (oude) interviews tot fragmenten uit haar omvangrijke oeuvre, dat speelfilms als Heaven’s Gate, La Pianiste en 8 Femmes omvat. Met bestaand materiaal vindt hij een eigen verhaallijn, die door Huppert zelf, buiten beeld, van commentaar wordt voorzien.

‘In La Dentellière werd ik naar de rand van een klif gebracht met m’n ogen dicht’, vertelt ze bijvoorbeeld om haar afhankelijkheid van anderen te illustreren. ‘Dat is de perfecte metafoor voor het acteren. De acteur begeeft zich blind naar de rand van de afgrond. Dat heet vertrouwen.’ In de bijbehorende filmscène begeeft een jonge versie van Huppert zich inderdaad verdacht dicht naar het einde van een rotspartij. ‘Ben je bang?’, vraagt haar tegenspeler. ‘Loop maar.’

En zo blijft ze nu al bijna al een halve eeuw in beweging, voortgedreven door grote regisseurs als Claude Chabrol, Jean-Luc Godard en Michael Haneke. In een carrière, hier netjes op een rijtje gezet en van context voorzien, waarin ze zichzelf voortdurend heeft herontdekt – en waarin ze zich door die gewillige camera steeds opnieuw laat ontdekken. Zonder overigens héél veel van zichzelf of haar privéleven prijs te geven.

Of, zoals ze het zelf formuleert: ‘Uiteindelijk vraagt de actrice in elke film: Wie ben ik? Ze vindt het antwoord niet. Daarom blijft ze films maken.’

Planet Of The Humans

Hoe weten we wanneer het tijd is om te gaan? vraagt Jeff Gibbs zich bij aanvang van Planet Of The Humans (100 min.) hardop af. Als zelfverklaarde ‘tree hugger’ sloot hij zich ooit enthousiast aan bij de Green Energy Movement, maar inmiddels heeft hij toch zijn twijfels gekregen: multinationals als Tesla, Apple, Google staan zich voor op hun klimaatvriendelijke benadering, maar kunnen in werkelijkheid nog altijd niet ‘off the grid’.

Groene energie levert verdacht weinig op en kan helemaal niet zonder fossiele energie, constateert Gibbs. Hij kan daar talloze voorbeelden van geven en doet dat dan ook. Waarbij overdaad op een gegeven moment echt begint te schaden. De enige echte oplossing voor de klimaatproblematiek ligt volgens hem op een ander gebied, waar we liever niet over praten: het terugbrengen van het aantal mensen op aarde.

Dat punt zet Gibbs best overtuigend neer in deze dwarse film, die publiekelijk is omarmd door de bekendste Amerikaanse documentairemaker, de linkse stokebrand Michael Moore. Hoewel de strekking van deze docu netjes aansluit bij het gedachtegoed dat uit diens oeuvre spreekt, staat Gibbs’ aanpak soms bijna haaks op de popi-jopi benadering van Michael Moore, die de waarheid nooit in de weg laat staan van een goed verhaal.

Natuurlijk, Gibbs verluchtigt zijn boodschap zo nu en dan ook met een grap of snedige montage, maar hij blijft verder vooral bewijsmateriaal aandragen voor zijn stelling dat groene energie slechts een marketingtruc is, van beroepsactivisten en bedrijven die daar bepaald niet slechter van worden. Een non non-believer zou dat op een gegeven moment kunnen gaan ervaren als drammerig.

Opa Blitz En De Zilveren Theelepeltjes

EO

‘Opa is tijdens de Tweede Wereldoorlog opgepakt met Oranje-propaganda. Samen met een compagnon. En die compagnon, die was de volgende dag weer thuis, maar opa is nooit meer teruggekomen.’ Veel meer had sportpsycholoog/auteur Peter Blitz, die in 2015 overleed, niet over zijn vader Simon te vertellen. Peters zoon David wil echter véél meer weten over de grootvader die hij nooit heeft gekend en gaat op zoek naar het verhaal achter Opa Blitz En De Zilveren Theelepeltjes (52 min.).

‘Het begint me duidelijk te worden dat er een vuil spelletje met je is gespeeld’, constateert David halverwege zijn reis door het verleden, waarvoor hij in een blitze auto langs de plekken rijdt die zijn grootvader op weg naar zijn dramatische einde heeft aangedaan. ‘Dat kan haast niet anders. Ik hoor allerlei verschillende toonaarden van hetzelfde liedje, dat eigenlijk niet verteld had mogen worden. Er is verraad in het spel, dat op de één of andere manier binnen de kringen van de familie een eigen leven is gaan leiden.’

Niemand wil eigenlijk weten wat er precies gebeurd is, concludeert David Blitz. Niemand, behalve hij. En dus gaat de filmmaker in deze traditionele egodocu het gesprek aan met z’n eigen broer, zijn neven en nichten en de tweede vrouw van zijn vader. Hij wil weten wat zij van dat familieverleden hebben meegekregen en confronteert hen met wat hij in de archieven heeft ontdekt over de lepeltjes van zijn opa, gemaakt van zilveren muntjes met een afbeelding van koningin Wilhelmina erop, en hoe die Simon Blitz uiteindelijk op 37-jarige leeftijd in Auschwitz fataal zijn geworden.

Dat klinkt als een redelijk stereotype oorlogsverhaal, waarin de protagonist het verleden van een familielid uitpluist en dan tot schokkende ontdekkingen komt. Zoals er elk jaar rond Bevrijdingsdag wel een paar van zulke verhalen (opnieuw) worden verteld. Toch is de toonzetting ditmaal anders: Davids centrale voice-over, met Amsterdamse tongval, is lekker los en bevat veel humor. Hij ondersteunt zijn relaas bovendien met bezigheden in het hier en nu, zoals mediteren en wielrennen. En het geheel wordt lekker tegendraads aangekleed met edgy songs van Massive Attack, Stiff Little Fingers, Herman Brood, Nina Hagen en Iggy & The Stooges, die Blitz’s verleden in allerlei (punk)bandjes verraden.

Een frisse interpretatie van een inmiddels vertrouwd thema, kortom, die actueel aanvoelt, geen moment topzwaar wordt en – als het tragische levensverhaal van Simon Blitz naar z’n onvermijdelijke climax gaat en zijn kleinzoon even alle reserve laat varen – toch verduiveld hard binnenkomt. En dan is er nog dat ene theelepeltje…