The Price Of Truth

Stephen Foote / VPRO

De boodschap is duidelijk: houd je stil en zorg dat je krant zich stilhoudt. Als Dmitri Moeratov, hoofdredacteur van de Russische krant Novaja Gazeta, op 7 april 2022 met de trein van Moskou naar Samara reist, om daar zijn moeder te bezoeken, giet een man rode, giftige verf over hem heen. De journalist, die enkele maanden eerder nog samen met zijn Filipijnse collega Maria Ressa de Nobelprijs voor de Vrede heeft gekregen, realiseert zich direct: de volgende keer kan ik wel eens besmeurd raken met bloed. Mijn eigen bloed.

Het zou de uiterste variant op The Price Of Truth (74 min.) zijn voor Moeratov, die zich staande moet houden in een land waar de vrijheid van meningsuiting allang dood en begraven is en ook individuele journalisten bepaald niet gevrijwaard zijn van de toorn van het Poetin-regime. Sinds Rusland in februari 2022 buurland Oekraïne is binnengevallen, is de ruimte om een afwijkend standpunt in te nemen alleen maar verder ingeperkt. Toch heeft Dmitri Moeratov zijn onafhankelijke krant altijd in leven weten te houden.

Moeratovs Britse collega Patrick Forbes, met wie hij al ruim twintig jaar bevriend is, vraagt of hij een film mag maken over het reilen en zeilen bij Novaja Gazeta. ‘Dima’ stelt slechts één voorwaarde: zet onze levens niet op het spel. Tegelijkertijd praat hij zelf bepaald niet met meel in de mond. ‘Poetin denkt dat hij de Tweede Wereldoorlog nog een keer moet winnen’, zegt hij bijvoorbeeld ferm. Of, over hoe de Coronaperiode de president wellicht heeft gedestabiliseerd: ‘Die ontmoeting van Poetin met Poetin leidde tot niets goeds.’

Zes van Moeratovs medewerkers, waaronder de befaamde journaliste Anna Politkovskaja, zijn in de afgelopen jaren vermoord vanwege hun kritische berichtgeving. Hun portretten hangen aan de muur in de vergaderruimte van Novaja Gazeta’s redactie. Het is een verantwoordelijkheid die duidelijk op de hoofdredacteur drukt. Om verder onheil te voorkomen is Dmitri Moeratov nu bereid om drastische maatregelen te nemen en bedient hij zich van slimme trucs, waarbij zijn eigen Nobelprijs-medaille nog van pas komt.

Terwijl de oorlog verder escaleert en steeds meer journalisten dreigen te worden bestempeld tot ‘buitenlands agent’, wordt ook Novaja Gazeta echter langzaam de keel dichtgeknepen. Totdat zelfs een onverschrokken pleitbezorger van het vrije woord zoals Dmitri Moeratov naar adem begint te happen en het filmen noodgedwongen stillegt. Deze documentaire brengt dat fnuikende proces, het open en bloot wurgen van de persvrijheid, indringend in beeld. De prijs van de waarheid is in Rusland stilaan naar recordhoogte gestegen.t

A Dangerous Boy

Siggi Hakkari (l) en Julian Assange (r) / c: Allen Clark

‘Is this the most dangerous man in Iceland?’ schreeuwt de cover van The Reykjavik Grapevine op 19 juli 2013. Op de bijbehorende levensgrote foto staat Sigurdur Thordarson alias Siggi The Hacker, een twintigjarige computernerd die betrokken is geraakt bij het WikiLeaks-schandaal. Als IJslandse rechterhand van Julian Assange, de oprichter van de omstreden klokkenluiderssite (en hoofdpersoon van We Steal Secrets: The Story Of WikiLeaks), was Siggi direct betrokken bij de verspreiding van de beruchte Collateral Murder-video. Hij zou daarnaast echter ook als stiekeme informant voor de FBI hebben gefungeerd en diezelfde Assange hebben overgeleverd aan de Amerikaanse veiligheidsdienst.

De documentaire A Dangerous Boy (89 min.), waarvoor filmmaker Ole Bendtzen negen jaar lang heeft gefilmd met Siggi, start in 2014 als hij in de gevangenis van Reykjavik zit. ‘Ik hoop dat ik een goede ‘bad guy’ blijk te zijn’, zegt hij dan. Thordason is veroordeeld vanwege (betaalde) seks met een minderjarige jongen. Het leeftijdsverschil tussen hen was volgens de hacker echter maar anderhalf jaar. En hij heeft hem ook niet betaald, zegt hij, maar simpelweg enkele geschenken gegeven. De vraag rijst: zijn de beschuldigingen tegen Sigurdur misschien een afrekening, omdat hij via WikiLeaks – en eerder ook al via de reguliere IJslandse media – misstanden aan het licht heeft gebracht?

Julian Assange verblijft vanwege beschuldigingen van seksueel geweld immers ook al jarenlang in de Ecuadoriaanse ambassade te Londen, het onderwerp van de documentaire Ithaka: A Fight To Free Julian Assange, om zo uitlevering naar de Verenigde Staten te voorkomen. Siggi’s moeder Ragnheidur Sigurdardóttir, bodyguard Dan Sommer en advocaat Vilhjálmur Vilhjálmsson sluiten zeker niet uit dat ook hij erin is geluisd. Duidelijk is dat de jeugdige hacker de verkeerde mensen tegen zich in het harnas heeft gejaagd. Maar of dat de aanklachten van negen afzonderlijke tienerjongens verklaart? En in hoeverre is Siggi Hakkari eigenlijk verantwoordelijk voor de suïcide van één van hen?

Zulke suggesties blijven in elk geval niet zonder gevolgen. Als Thordason de gevangenis mag verlaten, staat hij te boek als crimineel en pedofiel. Hij wordt persona non grata in zijn eigen land. Gaandeweg komt er in dit intrigerende portret, naast het slachtoffer van wel hele bijzondere omstandigheden, echter ook een andere Siggi naar voren: een geboren manipulator, die ervoor zorgt dat hij, goedschiks dan wel kwaadschiks, krijgt wat hij wil. Bendtzen weet niet meer wat hij moet geloven – ook omdat WikiLeaks eveneens duchtig twijfel zaait – maar blijft in contact met Siggi, die zijn omgeving bespeelt als The Puppet Master, de oplichter uit een Netflix-docu waaraan hij zich spiegelt.

Een gevaarlijke jongen was hij altijd al. Op de basisschool hackte Sigurdur Thordarson bijvoorbeeld een schoolcomputer om de cijfers te verlagen van klasgenoten die hij niet mocht. Inmiddels lijkt Siggi het kinderspel voorbij en is het steeds de vraag op welke borden hij schaakt, met/tegen wie en wie van hen er dan schaak(mat) wordt gezet.

The Truth Vs. Alex Jones

HBO Max

Er moet toch een speciaal plekje in de hel zijn gereserveerd voor iemand die een gruwelijke ‘school shooting’ misbruikt voor eigen gewin. Nadat een twintigjarige man op vrijdag 14 december 2012 twintig zes- of zevenjarige kinderen en zes van hun begeleiders dood heeft geschoten op de Sandy Hook-basisschool in Newtown, noemt Alex Jones het nauwelijks te bevatten drama binnen twee uur een ‘false flag’-operatie. De schietpartij zou, volgens een volledig uit de lucht gegrepen complottheorie, een voorwendsel zijn om de wapens van gewone Amerikanen af te kunnen pakken.

Als Robbie Parker, de vader van één van de slachtoffertjes, een dag later een persconferentie geeft om iets over zijn dochter Emilie te vertellen, ziet Jones zijn kans schoon in z’n programma Infowars: hij beschuldigt de rouwende vader ervan dat hij in werkelijkheid een acteur is. De hele schietpartij is volgens hem in scène gezet. Vanaf dat moment zijn Emilie’s vader en moeder en de andere Sandy Hook-ouders vogelvrij verklaard. Terwijl internettrollen hen blijven bestoken met laster en bedreigingen, maken ‘verslaggevers’ van Jones ondertussen het plaatsje Newtown zelf onveilig.

Negeren, ontkennen of bestrijden, niets lijkt te helpen. De verhalen over de ‘hoax’ Sandy Hook blijken niet onschadelijk te maken, ook omdat Jones zelf ze maar blijft aanjagen. Andere complotdenkers die in The Truth Vs. Alex Jones (118 min.) aan het woord komen, blijven ook jaren na dato nog altijd volharden in hun eigen waarheden, ten koste van de nabestaanden. Het is niet moeilijk om parallellen te zien met de Nederlandse complotten rond de moord op Marianne Vaatstra, het vermeende netwerk van pedoseksuele satanisten in Bodegraven en de Deventer Moordzaak.

De gevolgen van Jones’ leugens zijn soms nauwelijks te bevatten. Iemand schrijft bijvoorbeeld een brief aan de ouders van Daniel Barden dat hij zojuist over zijn graf heeft staan plassen. Een ander waarschuwt hen dat hij Daniels graf gaat openen, om te bewijzen dat er helemaal geen lijk in ligt. Met zulke voorbeelden laat filmmaker Dan Reed (Leaving Neverland) zien dat de leugenachtige wereld en het achterliggende verdienmodel van Alex Jones echt geen ondergrens kent. Daarna sluit hij aan bij de rechtszaak die enkele Sandy Hook-ouders tegen de lekker binnenlopende ‘bullshitter’ aanspannen.

Wat het doel daarvan is? vraagt Reed aan één van de betrokken ouders. ‘De totale destructie van Alex Jones’, antwoordt Nicole Hockley, de moeder van de zesjarige Dylan. Vooralsnog probeert de verdachte de rechtszaal echter nog te gebruiken voor zijn eigen theaterstukjes, compleet met infomercials. Tussendoor blijft hij ook in zijn eigen show leugens, laster en samenzweringstheorieën verspreiden. Als hij daar onder ede over wordt bevraagd, levert dat ongenadig vuurwerk op – en de constatering dat Jones ook dan, meineed of niet, rustig een loopje met de waarheid blijft nemen.

Tegenover hem staan ouders die door de hel zijn gegaan en daar jarenlang steeds opnieuw naar moeten terugkeren als Jones weer kwaadaardige onzin over hen of hun vermoorde kinderen de wereld in heeft geslingerd. In de rechtbank botst hun menselijkheid en waardigheid op het cynisme van een man die letterlijk over lijken gaat en ’t dan ook nog bestaat om af en toe een pathetisch kuchje te laten horen – in een opzichtige poging om zelf medelijden op te wekken. Dat kan en mag niemand koud laten. Jones belichaamt de schaduwzijde van het recht op vrijheid van meningsuiting.

The Truth Vs. Alex Jones is daarmee een essentiële film van en over deze tijd. Over hoe kwetsbaar de waarheid is – bijna een kwart van de Amerikanen denkt nog altijd dat Sandy Hook een hoax is. Over het aanwakkeren van angst, woede en complotten als verdienmodel. En over de hardste schreeuwers daarachter, voor wie er écht geen ‘bad publicity’ bestaat – alleen maar aandacht en de daarmee verbonden inkomsten. Voor hen is er waarschijnlijk inderdaad dat ene speciale plekje gereserveerd – al blijft Alex Jones vooralsnog gewoon zijn eigen, bijzonder lucratieve, informatieoorlogen uitvechten.

Alex’s War (2022) is een portret van Alex Jones, waarin Amerika’s meest beruchte complotdenker wordt gevolgd in de aanloop naar de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 en intussen zijn levensverhaal wordt verteld. Filmmaker Alex Lee Moyer laat de beelden daarbij voor zich spreken en plaatst geen kritische kanttekeningen.

Black Box Diaries

Dogwoof

Bij de persconferentie die ze belegt op 29 mei 2017 krijgt Shiori Ito de vraag waarom ze zich eigenlijk bekendmaakt. De meeste slachtoffers van verkrachting blijven liever anoniem. ‘Ik heb niets verkeerds gedaan’, antwoordt ze resoluut. ‘En als ik me nu niet uitspreek, bedacht ik me, zullen de wetten nooit veranderen. Daarom zit ik hier.’ Haar zaak moet nu eindelijk eens serieus worden genomen, vindt Shiori.

Twee jaar eerder belandde ze als jonge Japanse journaliste, na een sollicitatiegesprek in een restaurant, in dezelfde taxi als haar gerenommeerde vakbroeder Noriyuki Yamaguchi. Zij wilde afgezet worden op het station, herinnert de taxichauffeur zich. Yamaguchi stond er echter op dat ze hem zou vergezellen naar zijn hotel. Ito hield nog maar eens staande dat ze toch echt naar het station wilde.

Op beveiligingscamerabeelden van die fatale avond in het voorjaar van 2015 is te zien wat er daarna gebeurde. Hij trekt Shiori, met de nodige moeite, uit de auto en sleurt haar vervolgens mee het hotel in. Shiori Ito is daar verkracht, zegt ze. Yamaguchi ontkent echter in alle toonaarden. En wat de jonge vrouw ook probeert, de Japanse politie weigert om de beschuldiging serieus te onderzoeken.

In de egodocu Black Box Diaries (102 min.) is te zien hoe Shiori Ito de zaak aanhangig probeert te maken. Ze begint stiekem geluidsopnames te maken van haar contacten met de politie en oogst een storm van kritiek als ze naar buiten treedt met haar verhaal. Ito tekent al haar ervaringen op in het boek Black Box en zet zo uiteindelijk Japans eigen variant op de #metoo-beweging in gang.

Parlementair journalist Noriyuki Yamaguchi staat dan op het punt om een biografie over de Japanse premier Shinzo Abe uit te brengen en beschikt als bureauchef in Washington van Tokyo Broadcasting System Television sowieso over uitstekende connecties. En z’n vrinden zijn bereid om ver te gaan om de zaak af te dekken. De kwestie wordt niettemin meermaals besproken in het Japanse parlement.

Deze persoonlijke film laat ook duidelijk zien wat die aanhoudende strijd Shiori Ito heeft gekost. Via vlogs deelt zij haar meest kwetsbare momenten tijdens een jarenlang, moedeloos makend gevecht om gerechtigheid, binnen een archaïsch rechtssysteem waarin seksueel geweld heel moeilijk valt aan te tonen en elke vrouw sowieso automatisch met een fikse achterstand begint.

Binnen zulke maatschappelijke verhouden is het niet vreemd dat slechts vier procent van de verkrachtingen daadwerkelijk wordt gemeld bij de Japanse politie. En deze gevallen blijven doorgaans ook nog eens onder de radar – of worden daaronder gehouden door de daders, hun ‘old boys network’ of een systeem dat mannen sowieso uit de wind probeert te houden.

Alex’s War

Play Nice

‘Vanaf de frontlinies van de informatieoorlog, hier is Alex Jones.’ De vaste aankondiging van The Alex Jones Show op z’n eigen platform Infowars fungeert als een soort startschot voor de gastheer om de zoveelste editie van Alex’s War (131 min.) op te starten. Binnen de kortste keren heeft hij zichzelf weer verloren in een uitzinnige ‘rant’ over een grootschalige samenzwering rond pak ‘m beet Waco, de aanslagen van 11 september of de Sandy Hook-‘school shooting’.

Tegen de achtergrond van de steeds verder ontsporende protesten tegen de officiële uitslag van de presidentsverkiezingen van 2020, waarbij ‘zijn’ kandidaat Donald Trump is verslagen door Joe Biden, duikt Alex Lee Moyer in deze documentaire uit 2022 in de achtergrond van Amerika’s meest beruchte complotdenker. De filmmaakster doet dat volgens het ‘show, don’t tell’-principe. Zonder de juiste voorkennis of context, vrezen kenners, kan dat zomaar verkeerd uitpakken.

Moyer volgt Alex Jones tijdens zijn pogingen om het verzet tegen Bidens verkiezing verder op te poken en stelt daarbij geen kritische vragen. ‘We zullen nooit opgeven’, schreeuwt haar protagonist bijvoorbeeld ten overstaan van een door Trumpisten opgejutte Stop The Steal-meute. ‘Wij geven ons nooit over. En we zullen nooit buigen voor de satanische, pedofiele, globalistische nieuwe wereldorde.’ En zij legt hem daarna niet het vuur aan de schenen.

Moyer stelt ook geen kritische vragen bij al zijn strapatsen uit het verleden. In deze film wordt zijn ontwikkeling van Texaanse probleemjongere tot de belichaming van het Trump-tijdperk inzichtelijk gemaakt met een karrenvracht aan oude beelden. Waar Jones jarenlang doorging voor de gekke Henkie van de Amerikaanse talkradio, met een schier onuitputtelijk arsenaal complotten, is hij inmiddels uitgegroeid tot een invloedrijke stem in het maatschappelijk debat.

Jones beschikt ook zonder meer over de gave van het woord. Als hij eenmaal op stoom komt, is er vaak geen woord meer tussen te krijgen en gaat de ‘ik stel alleen maar vragen’-tactiek, die hij al bij Timothy McVeighs aanslag op overheidsgebouwen in Oklahoma in 1995 hanteerde, snel over in bizarre en groteske beweringen, die zijn achterban in de juiste stemming moeten brengen om de portemonnee te trekken. Want daarna volgt al snel een commerciële break.

Zulk ondernemerschap laat Alex Lee Moyer echter maar eenmaal zien in Alex’s War. Het is een treffende scène, maar die doet geen recht aan het belang van dit verdienmodel voor Jones’ imperium. Hoewel hij totaal ongecontroleerd oogt – en waarschijnlijk ook wil lijken: spontaan en authentiek – moet daarachter een berekenende man schuilgaan. Een nietsontziend aandachtsdier dat steeds weer snuffelt naar nieuwe ophef en de daaraan verbonden inkomsten.

En dus pist ‘de Dan Rather van de samenzweringstheorieën’, aldus zijn eerste cameraman Mike Hanson, ongegeneerd voor de camera tegen de zogenaamde Georgia Guidestones, stenen des aanstoots voor elke zichzelf respecterende complotdenker. Of beweert hij doodleuk dat de ringen van de Olympische Spelen door Adolf Hitler zijn ontworpen. Flagrante onzin, die met één keertje googelen is te ontkrachten – maar die door Moyer dus niet wordt weersproken.

Met de juiste bril op wordt deze film, die toewerkt naar de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 en de rol van Alex Jones op die dag belicht, daadwerkelijk een naargeestige afdaling in de verdorven geest van een handelaar in leugens, angst en woede. Puur op basis van wat hij zelf doet en zegt. Zonder kritische blik kan Alex’s War en de cynische (en fascinerende) man die erin wordt geportretteerd echter wel eens volstrekt verkeerd begrepen worden.

Six Silent Killings: Ireland’s Vanishing Triangle

SkyShowtime

Dertig jaar later zijn ze nog altijd spoorloos. Zes jonge vrouwen, in de loop van de jaren negentig verdwenen in The Wicklow Mountains bij Dublin. Zonder duidelijk reden of verdachte. Geraldine Niland, een voormalige misdaadjournalist van de Ierse krant The Sunday Independent, vraagt zich nog altijd af: waar zijn ze? En, natuurlijk, wat is er met hen gebeurd? Was er misschien een seriemoordenaar actief in de zogenaamde ‘Verdwijndriehoek’, een naam die Niland zelf muntte als journalist?

De Garda, de Ierse politie, behandelde de verdwijningen oorspronkelijk als reguliere vermissingszaken. De kans dat de jonge vrouwen, die ook wel eens niet van onbesproken gedrag konden zijn geweest, zich vanzelf wel weer zouden melden was volgens hen aanzienlijk. Hun families waren zeer gefrustreerd dat de Gardaí niet gewoon een moordonderzoek startten. Zij gingen direct uit van een misdrijf. Hun dierbaren hadden geen reden om zich zomaar uit de voeten te maken.

De Ierse politie had volgens Geraldine Niland meteen moeten zoeken naar verbanden tussen de zaken in ‘de Verdwijndriehoek’. ‘Ben je blij dat je het zo noemde?’ vraagt Colette Camden, de maker van de tweedelige truecrime-docu Six Silent Killings: Ireland’s Vanishing Triangle (97 min.) aan haar. ‘Ja, dat ben ik’, zegt de journaliste. Het ging volgens Niland beslist niet om losse gevallen. En zo’n smeuïge term zou misschien kunnen helpen om de zaken in samenhang te gaan zien.

En als de speciaal opgerichte taskforce Operation Trace eindelijk gaat zoeken naar dwarsverbanden tussen de zes zaken en bovendien hulp krijgt van profilers van de FBI, omdat één van de verdwenen vrouwen Amerikaans is, wordt een vrouw uit Carlow bruut aangevallen. Zo komt er in 2000 zowaar een verdachte in beeld. ‘Hij is een jager’, stelt Niland. ‘Hij jaagt niet alleen op dieren, maar ook op vrouwen.’ De man krijgt een tot de (ergste) verbeelding sprekende bijnaam: The Beast Of Baltinglass.

Dit gedegen tweeluik, dat zich nauwelijks schuldig maakt aan effectbejag, zaait echter meteen ook weer twijfel: is deze voor zichzelf werkende timmerman, ogenschijnlijk een brave huisvader, verantwoordelijk voor alle verdwijningen? Zo ja, (hoe) kan dat dan worden bewezen? En, natuurlijk, de vraag der vragen die Geraldine Niland, de misdaadjournalist die zich al een half leven lang heeft vastgebeten in de zaak, al bij aanvang op tafel legde: wáár zijn ze?

Larry Flynt For President

WW Entertainment

De felste kritiek op de Republikeinse president Ronald Reagan komt in 1983 niet van zijn Democratische tegenstanders, maar van de flamboyante uitgever van het seksblad Hustler, Larry Flynt. Hij stelt zich zelfs kandidaat voor het presidentschap. Flynts campagne wordt zowel een satire op als rebellie tegen Reagans conservatieve visie op Amerika en doet heel wat stof opwaaien. Totdat de boel ook weer publiekelijk implodeert. Het beeldmateriaal dat in deze periode is gemaakt bleef jaren op de plank liggen, maar vormt nu de basis voor Larry Flynt For President (89 min.).

Flynt heeft bij de start van de campagne enkele jaren van complete inertie achter de rug. In 1978 is de vuil gebekte pleitbezorger van het vrije woord, die al menige controverse heeft veroorzaakt in puriteins Amerika, verlamd geraakt bij een moordaanslag. In de navolgende jaren lijdt hij onder helse pijnen, die alleen met zware medicatie zijn te onderdrukken en die hem volledig lam slaan. Terwijl zijn vrouw Althea Leasure wegzinkt in een ernstige drugsverslaving, weet Flynt de pijn echter langzamerhand de baas te worden. Daardoor kan hij zich weer gaan richten op wat hij het allerliefste lijkt te doen: het ontregelen van alles en iedereen, Brave Hendriken in het bijzonder.

‘Het leven moet één groot orgasme zijn’, declameert hij dus als presidentskandidaat, die zegt ‘onwetendheid en geslachtsziekten’ te willen uitbannen. En daarvoor moeten ze volgens hem ook de ‘massieve en repressieve hand van de regering weghalen uit het kruis van de Amerikaanse bevolking’. Flynts T-shirts vormen intussen een verhaal op zich. ‘Fuck The Olympics’, schreeuwt er eentje over de Olympische Spelen die een jaar later in Los Angeles moeten worden gehouden. Of, als de rechters hem niet goed gezind blijken: ‘Fuck this court’. En, erg gewaagd: ‘Give Hinckley a second chance’, een onverhulde verwijzing naar John Hinckley, de man die in 1981 een aanslag op Ronald Reagan pleegde.

Regisseur Nadia Szold gebruikt Flynts campagne, die wordt ingekaderd door allerlei lieden die er toentertijd op de één of andere manier bij betrokken waren of raakten, om zijn complete leven en missie over het voetlicht te brengen. Met de wijsheid van nu lijkt Larry Flynt een soort Donald Trump avant la lettre. Hij veroorzaakte net zo vaak en gemakkelijk ophef en liet zich eveneens in met dubieuze figuren en complottheorieën. Waar Trump echter de rechterkant van het politieke spectrum opzoekt en een kongsi is aangegaan met christelijk Amerika, zette de ongelovige Larry zich daar juist met zichtbaar plezier tegen af. Virtuoos en lomp, zoals alles waarmee hij zich bezighield.

Deze smakelijke film is een prima introductie in het tumultueuze leven van de geboren provocateur, over wie ook eerder ook al de heerlijke speelfilm The People Vs. Larry Flynt (1996) is gemaakt. Als geen ander slaagde Flynt erin om steeds weer, met veel lef en humor, de grenzen van de goede/slechte smaak op te rekken en zo The Right To Be Left Alone, tevens de titel van een andere documentaire over hem, op de kaart te zetten. Want voor Larry Flynt was vrijheid uiteindelijk het allerbelangrijkste. Om altijd en overal te kunnen zijn wie je wilde. Ook al was dat een eenvoudige pornoboer.

The Hungarian Playbook

Film Five

Een onafhankelijk opererende pers is alleen maar lastig als je als politicus of politieke partij de volledige macht wilt hebben. En dus hebben de Hongaarse premier Viktor Orbán en zijn Fidesz-partij, die alweer sinds 2010 aan de macht zijn in het Oost-Europese land, zich flink ingespannen om de journalistiek aan banden te leggen. Met een mediawet, het opzetten van faciliteren van een eigen mediaconglomeraat én het knechten van de publieke omroep.

Hoe The Hungarian Playbook (45 min.) er in de praktijk uitziet? Een concreet voorbeeld: ‘In 2015, toen er veel vluchtelingen en migranten naar Hongarije kwamen, kregen we de opdracht om geen kinderen te laten zien’, vertelt András, die destijds nog als journalist werkzaam was bij de Hongaarse publieke omroep. ‘Kinderen zouden voor empathie kunnen zorgen. En dat was duidelijk niet de bedoeling. Er kwamen alleen jonge mannen, die Europa wilden binnenvallen.’

‘Ik moest op zoek gaan naar migrantenverhalen’, vult zijn collega Krisztina aan. Zij behoort tot de Roma-minderheid in het land en heeft haar heil inmiddels buiten de journalistiek gezocht. ‘Ik moest beweren dat zij onbekende ziektes meebrachten en moest daarbij een dokter zoeken die dat voor me kon bevestigen. In Boedapest kon ik zo iemand niet vinden. Toen hebben collega’s van buiten de stad een arts gevonden die woord voor woord zei wat onze eindredacteur wilde horen.’

Zo gaat dat in een autoritair geleide staat. En uit deze journalistieke docu van Bence Máté en Áron Szenpéteri zijn nog wel meer regels te destilleren voor hoe media zich in zo’n omgeving dienen te gedragen. Aan de oppositie besteed je bijvoorbeeld geen of alleen negatieve aandacht. Kritisch berichten over de regering en bondgenoten (zoals de Russische leider Vladimir Poetin) is natuurlijk niet de bedoeling. En zulke regels schenden betekent automatisch de toorn van de staat over jezelf afroepen.

Inmiddels is zo’n tachtig procent van de Hongaarse media of min of meer in handen van Orbán, die zijn verhaal zo dus goed kwijt kan aan het land, tamelijk eenvoudig verkiezingen naar z’n hand zet en weinig last heeft van waakhonden die beginnen te blaffen bij belangenverstrengeling of corruptie. Dus slecht voor de portemonnee is het uiteindelijk ook niet, zo’n gedienstige pers. Alleen de lieden die waarde hechten aan democratie krabben zich misschien even achter de oren.

In dat opzicht zou deze degelijke docu toch ook als waarschuwing kunnen dienen voor bezorgde Nederlanders – ook al lijkt ons land zo op het eerste oog totaal anders dan Hongarije.

Larry Flynt: The Right To Be Left Alone

Midtown Films

Toen Larry Flynt (1942-2021) halverwege de jaren zestig een toplessclub opende in Dayton, Ohio, had niemand, ook hijzelf niet, kunnen vermoeden dat hij mede daardoor zou uitgroeien tot één van de belangrijkste strijders voor de vrijheid van meningsuiting in de Verenigde Staten. Want die club kreeg al gauw een eigen clubblad, Hustler. En dat blaadje groeide al even snel uit tot een ranzige concurrent voor de toonaangevende naaktbladen Playboy en Penthouse, met tegen porno aanschurkende blootrepotages en bijtende satire. Daarmee zou Flynt geregeld en heftig in aanvaring komen met Conservatief Amerika.

‘s Mans tumultueuze bestaan vormde al de basis voor Milos Formans messcherpe en dolkomische speelfilm The People Vs. Larry Flynt (1996), waarin acteur Woody Harrelson een onweerstaanbare Larry Flynt neerzette en zangeres/actrice Courtney Love een tamelijk ordinaire versie van diens vrouw Althea Leasure. In de documentaire Larry Flynt: The Right To Be Left Alone (74 min.) uit 2007 doet regisseur Joan Brooker-Marks dat nog eens dunnetjes over. Ze behandelt natuurlijk de schietpartij waardoor Larry Flynt in een rolstoel belandde, schetst de teloorgang van de aan drugs verslaafde Althea en loopt ook netjes alle controverses af waarbij Flynt gedurende de jaren betrokken raakte. En vergeleken met Forman heeft ze de beschikking over nóg eens elf doldwaze jaren met de man die door de één wordt beschouwd als een martelaar van het vrije woord en door een ander, feministe Gloria Steinem bijvoorbeeld, als een seksuele fascist.

De film is op zijn sterkst als die man, boerenslim en niet zonder zelfspot, op z’n praatstoel gaat zitten en al z’n streken nog eens de revue laat passeren. Over zijn epische clashes met televisiedominees zoals Jerry Falwell en Jimmy Swaggart bijvoorbeeld. ‘Het bevredigendste moment dat ik van al die evangelisten heb gekregen’, begint Flynt bijvoorbeeld, terwijl er een kenmerkende ondeugende glimlach op zijn gezicht verschijnt, ‘was toen Swaggart, net op het moment dat Swaggart Ministries op z’n hoogtepunt was, op een motelkamer in Baton Rouge werd betrapt met een hoer. Op die kamer bleek ook een Hustler te liggen.’

Ook zijn methoden als waarheidszoeker komen natuurlijk aan de orde. Die zijn, to say the least, bepaald niet onomstreden. Als de Democratische president Bill Clinton dreigt te worden afgezet vanwege een buitenechtelijke affaire, looft Larry Flynt bijvoorbeeld een miljoen dollar uit voor iedereen die bewijs kan leveren van seksuele escapades van Clintons criticasters. Niet veel later moeten enkele prominente Republikeinen de eer aan zichzelf houden. En als Flynt zelf voor de rechter moet verschijnen, doet hij dat rustig met een helm op, in een luier of met een ‘Fuck This Court’ T-shirt aan. Hij neemt ook dan bepaald geen blad voor de mond en blijft consequent voor zijn disciplines staan.

‘Ik zou niemand aanraden om zich in de rechtbank te gedragen zoals ik deed’, zegt hij daar zelf over in deze, ondanks die prikkelende hoofdpersoon, tamelijk degelijke docu. ‘Maar je moet goed begrijpen: ze dachten dat ik iemand was die je tot onderdanigheid kunt dwingen. En ze bleven maar terugkomen voor nóg een stukje van mij. En ik wilde heel duidelijk maken dat ze dat niet zouden krijgen. Fuck you! Gooi me maar in de cel!’

In 2021, het jaar van zijn dood, is overigens Larry Flynt For President verschenen, een archieffilm over zijn spraakmakende – en natuurlijk tot mislukken gedoemde – presidentscampagne van 1983. Daarmee verzette Flynt zich hevig tegen het Amerika van president Ronald Reagan. Zoals hij zich in de jaren voor zijn dood ook tegen één van diens Republikeinse opvolgers Donald Trump zou keren. Hij loofde tien miljoen dollar uit voor de tip die tot Trumps afzetting zou leiden. Dat geld heeft hij uiteindelijk op zak kunnen houden.

Niemand Die Het Ziet

BNNVARA

Iedereen in beeld heeft daarbij een belang. Dat moet de conclusie zijn van de vierdelige docuserie Niemand Die Het Ziet (200 min.). Want waarom zou je anders, voor iedereen herkenbaar of juist geanonimiseerd met een masker en stemvervorming, een bijdrage leveren aan een geopolitieke thriller over hybride oorlogsvoering? Dat is tenslotte niet zonder gevaar. Al kan ‘t voor hetzelfde geld ook weer riskant zijn om jouw versie van de waarheid juist níet met de wereld te delen.

Het belang van Volkskrant-journalist Huib Modderkolk lijkt helder: de waarheid over Stuxnet boven tafel krijgen. Met dit computervirus zouden de inlichtingendiensten van Israël en de Verenigde Staten in 2007 Irans kernwapenprogramma in Natanz onschadelijk hebben gemaakt. En de Nederlandse geheime dienst AIVD lijkt daarbij zowaar een sleutelrol te hebben gespeeld: een monteur zou met malware een succesvolle cyberaanval in gang hebben gezet. Maar wat is er daarna dan met deze ‘Agent X’ gebeurd?

Modderkolk spreekt op allerlei plekken in de wereld af met goed ingevoerde bronnen. Zo ontmoet hij bijvoorbeeld het voormalige hoofd van Israëls militaire geheime dienst, de enige man ter wereld die drie nucleaire faciliteiten heeft vernietigd. Toch? Tweeënhalf, reageert de Israëliër direct. Want de cyberaanval die hij liet uitvoeren op Iran was toch niet helemaal geslaagd. Heeft hij nu zojuist toegegeven dat hij betrokken was bij Stuxnet? vraagt de Nederlandse journalist zich naderhand af tijdens het joggen.

Europarlementariër Bart Groothuis (VVD), één van de andere hoofdpersonen van deze enerverende miniserie van Mea Dols de Jong, Chris Westendorp, Reijer Zwaan en Ester Gould, maakt zich zorgen over de wereldorde, die continu wordt bedreigd door landen als Rusland, China en Iran. Van propaganda en desinformatie tot sabotage en hackaanvallen. ‘Er is geen onderscheid meer tussen oorlog en vrede’, zegt Groothuis. Met gevoel voor drama vergelijkt hij de situatie met Tolkiens The Lord Of The Rings. ‘Het oog van Sauron kijkt altijd mee.’

In Kyiv krijgt Sevgil Musaieva, hoofdredacteur van de krant Ukrainska Pravda, gedurig te maken met cyberaanvallen. De Russen proberen op alle mogelijke manieren de Oekraïense samenleving ontwrichten. ‘Onzichtbare aanvallen vormden de opmaat naar een maar al te zichtbare invasie’, stelt Renée Fokker, die als de mysterieuze verteller fungeert voor deze miniserie. ‘In de wereld van verborgenheden bestaat geen toeval’, beweert ze elders. En, al even cryptisch: ‘Sommige informatie is ook na jaren nog met raadsels omgeven.’

Soepel schakelt deze ambitieuze productie ook naar een Oekraïens flatgebouw, waar een jonge strijdster aan een geheime frontlinie al negen maanden digitaal flirt met een Russische soldaat. ‘Hij stuurt graag vieze sms’jes waarin hij omschrijft hoe we seks zouden hebben’, vertelt ze over haar ‘ork’ Pavel. ‘En daarna stuurt hij dan foto’s van dode Oekraïense soldaten.’ Haar collega begint te glimlachen. ‘Heb je op zo’n moment geen zin om terug te schrijven?’ vraagt hij. ‘Gast, je bent de lul. Dit is de Oekraïense geheime dienst.’

Digitale oorlogsvoering en oorlog ‘in real life’ raken voortdurend met elkaar vermengd, met de waarheid als vanzelfsprekende eerste slachtoffer. Wie zit er bijvoorbeeld achter de aanslagen op de Nordstream-gasleidingen? En is er ooit met zekerheid antwoord te krijgen op die vraag? Iedereen ontkent. Natuurlijk. Zoals China ’t ook nooit zal toegeven als/dat ze onderzeese kabels onklaar heeft gemaakt, waardoor het internet in Taiwan werd platgelegd. Mensenrechtenactivist Puma Shen vreest intussen een Chinese invasie.

Niemand Die Het Ziet springt steeds slim op en neer tussen de verschillende verhaallijnen, ondertussen voortdurend de dreiging, het belang en de urgentie daarvan accentuerend. Het is een schemerwereld, benadrukt Fokker nog maar eens, waarin geheimen vanzelfsprekend zijn – en waarin iedereen dus ook een verborgen agenda kan hebben. Medewerkers van inlichtingendiensten doen zich immers vaak voor als journalist, politicus of bron. Wie is kortom wie in deze serie met internationale allure? En, onlosmakelijk daarmee verbonden: waarom?

Intussen lijkt Huib Modderkolk brisant nieuws op het spoor…

American Symphony

Netflix

Op de dag dat bekend wordt dat hij voor zijn album We Are maar liefst elf Grammy-nominaties in de wacht heeft gesleept, start zij met een nieuwe Chemokuur. Na tien jaar in remissie is de kanker in het voorjaar van 2022 teruggekeerd in het leven van de Amerikaanse schrijfster Suleika Jaouad, die een populaire column (Life, Interrupted) heeft in The New York Times. Haar geliefde, muzikant Jon Batiste, is intussen populairder dan ooit. Hij werkt aan zijn eigen American Symphony (103 min.), die moet worden uitgevoerd in de befaamde Carnegie Hall te New York.

Die uitvoering is ook het logische eindstation van deze intieme film van Matthew Heineman, die het publieke en privéleven van Batiste, de multi-instrumentalist die alleen uit de muzikale smeltkroes New Orleans kan komen, steeds tegenover elkaar zet. Terwijl hij ergens op een podium de sterren van de hemel speelt, zijn kunstje doet als leider van de huisband van Stephen Colberts Late Show of voorbereidingen treft voor zijn ambitieuze muziekstuk, ondergaat Suleika een beenmergtransplantatie die haar leukemie tot staan moet brengen.

Heineman, die eerder in The Boy From Medellin (2021) de Colombiaanse reggaeton-ster José Alvaro Osorio Balvin portretteerde, zit zijn hoofdpersoon zeer dicht op de huid en vangt zo de mens achter de showman én de momenten waarop die twee elkaar ontmoeten. In een geweldige scène draagt Jon Batiste tijdens een concert bijvoorbeeld eerst een nummer op aan Suleika en laat dan een lange, oorverdovende stilte vallen, alvorens met alles wat hij heeft toch op z’n piano aan te vallen. Alsof haar leven – en daarmee ook het zijne – van afhangt.

Vreugde en verdriet zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden in dit dubbelportret. Zoals ook Jon en Suleika in het echt met elkaar zijn verbonden – en zich in de echt, tijdens een delicate ceremonie, laten verbinden. Op weg naar de uitreiking van de Grammy Awards in Las Vegas belt zij nog wat advies door. ‘Blijf geconcentreerd’, zegt ze met een stralende glimlach en kaalgeschoren hoofd. ‘Mediteer, bid, focus.’ Vanuit huis ziet Suleika vervolgens hoe haar echtgenoot een ontzettend gelikte performance geeft en het Awards-spel vol verve meespeelt.

Thuis, op een sleetje in de sneeuw én in het ziekenhuis zijn ze één, in al hun twijfel, kwetsbaarheid en genegenheid. En Matthew Heineman heeft dit gloedvol vereeuwigd, verbonden met Batiste’s muzikale verrichtingen en zo een overrompelend eerbetoon gemaakt aan twee bijzondere mensen en hun liefde. ‘Je moet de wrede feiten van de realiteit onder ogen zien dat het misschien niet lukt’, zegt Batiste onderweg over zijn zelfgeschreven symfonie (maar hij zou ’t net zo goed over Suleika kunnen hebben). ‘Tegelijkertijd heb ik onwankelbaar vertrouwen.’

Bad Surgeon: Love Under The Knife

Netflix

‘Was hij een superheld, een superchirurg en de liefde van mijn leven?’ besluit een onbekende vrouwenstem de eerste twee minuten van deze driedelige docuserie, waarin alles wat nog volgt alvast wordt aangekeild. ‘Of was hij een gevaarlijke oplichter en een moordenaar?’ Het beeld, een close-up van een mysterieus kijkende man met een spannend muziekje erbij, laat er geen misverstand over bestaan wat het antwoord op die vraag is. En anders maakt de titel van deze serie van Ben Steele wel een einde aan alle twijfel: Bad Surgeon: Love Under The Knife (159 min.).

Dan is het alleen nog even wachten op de dame in kwestie. Die maakt nog geen minuut later, tot in de puntjes gestyled, haar opwachting voor het centrale interview van deze gelikte productie: de Amerikaanse televisiejournaliste Benita Alexander. Zij bezingt eerst uitgebreid de zegeningen van journalistieke onafhankelijkheid, integriteit en distantie en beschrijft vrijwel direct daarna haar eerste professionele ontmoeting met Paolo Macchiarini, de kwaaie chirurg, in woorden die zo uit een Bouquetreeks-romannetje kunnen komen: ‘Ik keek op en hij kwam binnen. Hij keek me recht aan. We bleven elkaar aankijken. Hij glimlachte naar me en meteen voelde ik me net een dwaas schoolmeisje.’

Wat niet eens zover bezijden de waarheid zou kunnen liggen, maar dat terzijde. Er sprong, kortom, een fikse vonk over tussen de twee. En de rest laat zich voorspellen: good woman loves bad surgeon. Die gepassioneerde relatie, geïllustreerd met allerlei verliefde videoberichtjes van hem naar haar en scènes waarin de journaliste naspeelt hoe ze die berichtjes ontvangt, gaat natuurlijk gepaard met romantische etentjes, droomreizen en grote gebaren, liefst met ringen en rozenblaadjes. Tegelijkertijd is er, natuurlijk, iets vreemds aan Paolo. Waarom heeft hij bijvoorbeeld zoveel telefoons? En is hij werkelijk de arts van de Clintons, de Japanse keizer Akihito en de paus?

Haar liefdesaffaire weerhoudt Alexander er niet van om ook nog gewoon te werken aan een tv-special over Macchiarini, A Leap Of Faith (waarover de Amerikaanse omroep NBC zich naderhand enigszins ongemakkelijk achter de oren krabt). Dat verhaal wordt hier gematcht aan de indringende persoonlijke getuigenissen van patiënten, familieleden en nabestaanden die rechtstreeks te maken hadden met de chirurg. Hij staat te boek als een pionier in de regeneratieve geneeskunde en draait zijn hand bijvoorbeeld niet om voor een risicovolle operatie met een plastic luchtpijp, soms met de dood tot gevolg. En dat begint collega-artsen, wetenschappers en onderzoeksjournalisten toch wel op te vallen…

Die kant van de Italiaanse wonderdokter is ronduit ontluisterend en verdient natuurlijk alle aandacht, maar moet zo nodig in het vaste stramien van Netflix-producties over karikaturale foute mannen, zoals The Tinder Swindler, Bad Vegan en The Puppet Master, worden gepropt. Hoewel vakbroeders en slachtoffers uiteindelijk Macchiarini’s ondergang inleiden, krijgt ook die ene – nou ja, ene – geliefde de sleutelrol toebedeeld die al de hele miniserie op haar ligt te wachten: als de good woman die de bad surgeon en plein public ontmaskert. Zo wordt (vermeend) ernstig medisch wangedrag in wezen ondergeschikt gemaakt aan ‘s mans strapatsen als gevaarlijk aantrekkelijke loverboy.

En zulke charlatans laten nu eenmaal – it’s beyond their control – een spoor van slachtoffers achter.

Citizen Sleuth

IDFA

‘Ik las het onderzoeksdossier: moord, doofpot, what the hell?’ vertelt Emily Nestor, een jonge vrouw uit de Amerikaanse staat West Virginia, die inmiddels wel weet hoe je in oneliners moet spreken. ‘Dat moet focking onderzocht worden. En waarom dan niet door mij?’ Ze besluit om de tragische dood van Jaleajay Davis, op 19 november 2011 op Interstate 77 in Ohio, nader onder de loep te nemen en wordt daarbij gesteund door Jaleajay’s moeder Kim, die al jaren ijvert voor een nieuw onderzoek naar het fatale verkeersongeluk, en haar opa Roger Nolan, die zelfs al een wapen bij de hand houdt.

Nestors inspanningen als amateurdetective monden in 2018 uit in de podcast Mile Marker 181 – vernoemd naar de kilometerpaal waar Jaleajay is aangetroffen – waarmee ze meteen een trouwe schare volgelingen opbouwt. Emily trekt tevens de aandacht van filmmaker Chris Kasick, een protegé van de oervader van het true crime-genre Errol Morris (The Thin Blue Line). Hij besluit om haar te gaan volgen voor een documentaire: Citizen Sleuth (81 min.). Een true crime-docu dus over een true crime-podcast, waarin de hoofdpersoon een true crime-tattoo (hartje ‘true crime’) neemt, de true crime-conventie Crimecon bezoekt en contact legt met kopstukken van andere true crime-producties (Injustice With Nancy Grace en I’ll Be Gone In The Dark). Dat moet wel een metablik op het populaire en omstreden genre opleveren.

En daar lijkt Kasick inderdaad op uit. Hij kijkt mee terwijl Emily, volgens eigen zeggen in opdracht van het slachtoffer, (anonieme) getuigen aan het woord laat, speculeert over de mogelijke motieven van Jaleajay’s vrienden, de fatale autorit nog maar eens reconstrueert en kijkt wat er gebeurt met de scherven als je een autoruit aan diggelen slaat. Voor volgers van het true crime-genre zijn het welbekende taferelen. Mensen worden gereduceerd tot personages, gebeurtenissen krijgen hun eigen plek binnen een narratief en de uitkomst daarvan moet eigenlijk wel een combinatie van crime en cover-up zijn. Anders is er namelijk geen verhaal en lijkt zo’n podcast ten dode opgeschreven. Emily Nestor is echter zeker van haar zaak: negentig procent van haar informatie wijst op moord. Maar is de fulltime podcaster eigenlijk wel gekwalificeerd om zulke ferme conclusies te trekken?

Ze werkte bij een hondenopvang en als serveerster. Emily is vooral een gestaalde crimefanaat. Ze zweert bij de serie Mindhunter, heeft tattoos van seriemoordenaar Richard Ramirez (alias The Night Stalker) en Dexter en wil eigenlijk al haar hele leven Clarice Starling zijn, de FBI-agente uit The Silence Of The Lambs. Want die komt ook uit West Virginia, achtergebleven Hillbilly-gebied waar armoede, werkeloosheid en verslaving al sinds jaar en dag wild om zich heen grijpen. Er zijn hier echt mensen te vinden met tanden in hun mond, stelt Emily’s trotse moeder Jamie Metz. Terwijl haar dochter lezingen geeft, stickers uitdeelt en merchandise aan de man probeert te brengen, ontstaat er echter ook twijfel: was Jaleajay Davis’ dood werkelijk een misdrijf? Kasick begint zich dat af te vragen – en ook waar hij zelf dan mee bezig is. Zelfs voor Emily Nestor wordt die kwestie onontkoombaar.

Intussen werpt de filmmaker ook grotere kwesties op: krijgen true crime-fans in gebieden zoals West Virginia misschien meer ruimte omdat de serieuze journalistiek er nauwelijks meer een rol speelt? En wat betekent het voor de waarheidsvinding als goed (of kwaad)willende amateurs, niet gehinderd door vakkennis en beroepsethiek, zich dan op willekeurige ‘misdaden’ richten? Zij hebben in wezen maar één doel: entertainen. Anders is het publiek snel weg, op zoek naar een nieuwe seks- of moordzaak. Deze juicy film, waarbij de maker ook zichzelf niet spaart, laat tegelijkertijd zien hoe dat nu in de praktijk werkt: true crime, het ideale tijdverdrijf voor brave borsten die ook wel eens iets spannends willen beleven.

De driedelige docuserie Cybersleuths: The Idaho Murders belicht, aan de hand van een viervoudige moord, eveneens de true crime-industrie.

20 Days In Mariupol

Dogwoof

In eerste instantie worden zij, als medewerkers van de pers, opzichtig gemeden. Lijkenpikkers zijn ze, ‘prostituees’ zelfs volgens een briesende man op straat. Later, als de ernst van de situatie is ingedaald, willen de inwoners van Marioepol vaak maar al te graag worden gefilmd door de Oekraïense Associated Press-journalist Mstyslav Chernov en zijn team. Zodat familieleden misschien kunnen zien dat ze nog in leven zijn. Om plunderaars te ontmoedigen. En – vooral – om de wereld deelgenoot te maken van wat Rusland sinds 24 februari 2022 aanricht in hun leven.

Chernov verblijft 20 Days In Mariupol (94 min.). Twintig verpletterende dagen, waarin hij zich met zijn camera midden in het strijdgewoel bevindt. Beter: tussen gewone mensen die worden aangevallen, in een stad die volledig kapot wordt geschoten. Zoals eerder gebeurde met de Syrische steden Aleppo en Damascus, vereeuwigd in de onvergetelijke documentaires For Sama en The Cave, waaraan deze bijzonder indringende film regelmatig doet denken. Over een barbaarse oorlog die wordt uitgevochten over de rug van gewone burgers – kinderen in het bijzonder.

‘Blijf filmen!’ roept een arts woedend, terwijl achter hem een kleuter van vier wordt gereanimeerd. ‘Poetin moet de ogen van dit kind zien.’ Mstyslav Chernov kijkt enkele dagen mee in een ziekenhuis, waar het optimisme dat nodig is om iemand van de dood te redden gepaard gaat met een gevoel van opperste wanhoop. Naar licht is het vaak tevergeefs zoeken. Een zojuist bevallen vrouw verliest bijvoorbeeld haar voet. Behoudt ze wel haar leven en kind? Met de moed der wanhoop proberen medewerkers van de kraamafdeling leven in het pasgeboren baby’tje te krijgen.

‘Oorlog is net een röntgenfoto’, heeft een arts tegen de filmmaker gezegd. ‘Het laat het binnenste van een mens zien. Goede mensen worden beter, slechte slechter.’ Chernov deelt zijn eigen ervaringen via een ingetogen voice-over, waarmee hij woorden geeft aan zijn eigen emoties en de dramatische gebeurtenissen in de stad tevens in hun context plaatst. Het kost hem intussen steeds meer moeite om zijn beelden naar de redactie te krijgen. Want de Russen doen er alles aan om communicatie met de buitenwereld onmogelijk te maken.

Als Mstyslav Chernov Marioepol weer verlaat, na de nauwelijks drie weken die deze onontkoombare oorlogsdocu behelst, is de stad verworden tot een gigantische ruïne, die niet zou misstaan in een dystopische actiefilm. In de rauwe realiteit van de 21e eeuw, vastgelegd met imposante droneshots, is er alleen geen onverschrokken Hollywood-held die met vanzelfsprekend machtsvertoon de opmars van een schurk en zijn trawanten tot staan brengt. Zodat het goede kan overwinnen. De camera van de AP-journalist vindt vooral paniek, verdriet en opperste verslagenheid.

Als Marioepol na 26 dagen onder de Russische druk bezwijkt, zijn er zeker 25.000 doden te betreuren en kijkt de wereld, ondanks het moedige werk van journalisten zoals Mstyslav Chernov, nog altijd weerloos toe.

Son Of The Mullah

IDFA

Als Son Of The Mullah (100 min.) kent Ruhollah Zam het Iraanse regime natuurlijk van binnenuit. Zijn vader Mohammed bekleedde jarenlang een belangrijke positie binnen de Islamitische republiek. Als onderdeel van diens entourage leerde Ruhollah diverse kopstukken en hun verwanten kennen. Hij kon al snel niet meer aanzien hoe zij hun positie misbruikten, stiekem baadden in weelde en zich dan ook niets van de strenge religieuze regels aantrokken.

Als de Iraanse filmmaakster Nahid Persson, die vanuit haar huidige thuisland Zweden een gestage stroom kritische films heeft afgeleverd, hem eind 2018 opzoekt in zijn afgeschermde en beveiligde woning in Parijs, geldt Zam inmiddels als één van de bekendste criticasters van het Iraanse bewind. Met zijn eigen Amad News heeft hij een voortrekkersrol gehad bij de grootschalige protesten van 2017/2018 en stelt hij onvermoeibaar misstanden en corruptie in zijn geboorteland aan de kaak.

De Ruhollah Zam die Persson ontmoet maakt desondanks een montere en vrolijke indruk. Hij hangt wel permanent aan de lijn met één van zijn anonieme bronnen. Zij spelen hem onthullende informatie of clandestiene beelden toe. Samen met zijn Mahsa en twee dochters moet hij zich intussen de handlangers van het regime van het lijf zien te houden. Elke nieuwe persoon die aanklopt met saillante nieuwtjes kan een informant of geheimagent zijn, die hem in de val probeert te lokken.

Nahid Persson, die net als in haar vorige film over de Iraanse journaliste en mensenrechtenactiviste Masih Alinejad (Be My Voice, 2021) zelf ook wel erg graag een rol in beeld wil spelen, weet soms niet wat ze ervan moet denken. Hoe zorgvuldig en betrouwbaar is Ruhollah Zam zelf eigenlijk? Is zijn steun en toeverlaat Shirin wel volledig te vertrouwen? En hoe moet de miljonair die zich plotseling heeft gemeld met plannen voor een nieuw televisiestation worden ingeschat?

Ze gaat te rade bij Zams collega Ali Javanmardi, die zich afvraagt of de Zoon van de Mullah nog wel voorzichtig genoeg is. Niemand is immers voor de volle honderd procent te vertrouwen. Zo stevent deze eikenhouten film, die van binnenuit een nog altijd actuele en urgente kwestie behandelt, af op een dramatische apotheose, waarin de arm van het Iraanse bewind toch weer langer blijkt dan al gevreesd – en Ruhollah Zam de zoveelste martelaar voor het vrije woord in zijn land wordt.

Breaking Social

Cinema Delicatessen

‘Verandering begint aan de rand en trekt dan naar binnen’, stelt de Nederlandse schrijver/historicus Rutger Bregman, die in Breaking Social (92 min.) als één van de centrale sprekers wordt opgevoerd. ‘Dat is heel tegenstrijdig. Hoeveel George Floyds zijn er geweest vóór George Floyd, die geen massaal protest hebben veroorzaakt?’

De wereld kan ten positieve worden veranderd, is de stellige overtuiging van Bregman, bekend van zijn bevlogen stukken op de Correspondent. ‘Mensen die met nieuwe ideeën komen worden in eerste instantie altijd onredelijk en irritant gevonden’, stelt de opiniemaker, terwijl hij door zijn woonplaats Houten wandelt of fietst. ‘Maar als de utopie werkelijkheid wordt, wordt het iets vanzelfsprekends. “Ja, natuurlijk is de slavernij afgeschaft.” “We hebben een welvaartstaat.” “We hebben een democratie.” Dat zijn mijlpalen van beschaving.’

Dat de mens kan bijdragen aan een betere wereld lijkt uiteindelijk ook de boodschap van deze breed uitwaaierende documentaire van Fredrik Gertten (Push): in alle uithoeken van de aarde komen mensen in opstand tegen onrecht en proberen zij hun wereld bij te sturen, al is het dan maar een klein beetje. Chileense vrouwen verzetten zich bijvoorbeeld met zang en dans tegen het patriarchaat, Amerikaanse leerkrachten trekken samen op voor betere arbeidsomstandigheden en medewerkers van Amazon voeren actie tegen de manier waarop ze worden uitgebuit.

Er is ook alle reden om te protesteren, betoogt Gertten die zijn vertelling erg ruim heeft opgezet. Om zijn betoog te stutten verlaat hij zich, behalve op Rutger Bregman, ook op de Amerikaanse schrijfster Sarah Chayes. Zij spreekt over corrupte elites, die zich niet verbonden voelen met een land of de bewoners daarvan. Volgens haar staat het principe van ‘één burger, één stem’ daardoor onder druk. ‘We leven in een situatie van: één dollar of euro, één stem’, stelt Chayes. ‘En dat geeft rijke, invloedrijke CEO’s een disproportioneel grote invloed op de politiek.’

‘Als je niet boos bent, heb je gewoon niet opgelet,’ stelt Peter S. Goodman van The New York Times zelfs. Hoe kan het bijvoorbeeld dat een miljardair minder belasting betaalt dan degene die zijn wc schoonmaakt? Via een keur aan sprekers stipt Fredrik Gertten nog veel meer voorbeelden van misstanden aan – en initiatieven om die weer te corrigeren. Tot een dwingend narratief leiden al die mensen met hun eigen belangen, strijd en idealen niet. Zoals hij ook geen aangrijpend persoonlijk verhaal in het hart van deze documentaire heeft gepositioneerd.

Zonder zulke houvast – een schrijnend geval van onrecht bijvoorbeeld, waartegen iemand in het geweer komt – wordt Breaking Social vooral een interessante filosofische exercitie over de wereld waarin wij leven. Een Tegenlicht de luxe, zogezegd. Aan de hand van enkele treffende casussen – de moord op de Maltese journaliste Daphne Caruana Galizia, Cambridge Analytica en het ruimtereisje van Jeff Bezos bijvoorbeeld – worden de hedendaagse mores tegen het licht gehouden en van context voorzien. Maar om nu te zeggen dat ’t daarmee ook een héél enerverende film is geworden…

Bad Press

https://badpress.film/

Aan documentaires over ernstige inperkingen van de persvrijheid is er in de laatste jaren helaas geen gebrek. Zonder al te veel fantasie zijn de bijbehorende landen erbij te bedenken: Rusland (F@ck This Job), Brazilië (Amigo Secreto), India (While We Watched), de Filipijnen (A Thousand Cuts) en Afghanistan (The Etilaat Roz). Hier is er weer één: Bad Press (98 min.), gesitueerd in de Muscogee Creek Nation. En die soevereine staat, waarmee een indianenreservaat in Oklahoma wordt bestuurd, ligt toch echt in de Verenigde Staten.

Van de 574 Amerikaanse stammen hebben er maar vijf de persvrijheid gegarandeerd. Herstel: slechts vier. Want op 8 november 2018 schrapt de National Council van Muscogee met een meerderheid van zeven tegen zes stemmen de onderliggende wet. De beslissende stem komt van Speaker Lucian Tiger III, die niet lang daarvoor in opspraak is geraakt door in de pers breed uitgemeten beschuldigingen van seksueel geweld. Hij wordt in de rug gedekt door de Principal Chief van de natie, James Floyd. Tiger lijkt zijn beoogde opvolger, als machtigste man op het reservaat.

Verslaggever Angel Ellis en de andere journalisten van de onafhankelijke nieuwsorganisatie Mvskoke Media moeten voortaan verantwoordelijkheid afleggen aan Eli McIntosh, Secretary of the Nation And Commerce. Hij stelt onmiddellijk een nieuwe hoofdredacteur aan: Rita Courtwright. Zij heeft drie hele weken ervaring op een nieuwsredactie en moet het met een gedecimeerd medewerkersbestand gaan doen. Want tien van de zestien werknemers hebben hun ontslag genomen. En Secretary McIntosh schroomt ook niet om zo nu en dan inhoudelijke suggesties te doen.

Terwijl de overgebleven medewerkers van Mvskoke Media hun redactionele vrijheid proberen terug te krijgen, komen in deze documentaire van Rebecca Landsberry-Baker (zelf Muscogee Creek) en Joe Peeler tevens de verkiezingen voor een nieuwe Principal Chief op gang. Daarbij wordt uiteindelijk zelfs de hulp van The Carter Center ingeroepen, dat regelmatig in het buitenland als neutrale observator optreedt bij kwetsbare verkiezingen. Op de officiële lijst van de non-profit van oud-president Jimmy Carter staat Muscogee Nation tussen Mozambique en Myanmar.

De vraag of het land van deze ‘Native Americans’ – één van de minst zichtbare bevolkingsgroepen in de Verenigde Staten en dus wel gebaat bij een stevige pers, zou je zeggen – onder de dictaturen moet worden geschaard of toch mag worden gerekend tot de democratieën, wordt echter pas enkele jaren later bepaald. Als de inwoners van Muscogee in 2021 zelf mogen stemmen over een amendement bij de grondwet, waarmee de persvrijheid alsnog wordt gegarandeerd. Dat is het logische – en voor de betrokkenen zenuwslopende – eindstation van deze ferme film.

F For Fake

Janus Films

Deze film wordt opgeleverd met een disclaimer: ‘Everything in this film is strictly based on the available facts’. En daarvan is geen woord gelogen – of elk woord. In deze klassieke hybride van docu en drama uit 1973 exploreert Orson Welles de schijn van het zijn. Of het zijn van de schijn, dat kan ook. Fakery, zoals de filmlegende ’t zelf noemt. Een hoax. Alles in deze film is spel. Fake. Ofwel: F For Fake (88 min.)

Centraal in deze film staat de Hongaarse meestervervalser Elmyr de Hory. Een schilder die zo goed anderen kan kopiëren dat zelfs de schilders zelf beginnen te twijfelen. Het leidde, volgens Orson Welles, tot een geinige situatie met de Nederlandse kunstenaar Kees van Dongen. ‘Van Dongen bestudeerde het schilderij nauwkeurig,’ aldus Welles. ‘En bezwoer toen dat hij ’t zelf had geschilderd.’

‘Als je ze in een museum hangt, in een collectie met andere geweldige schilderijen, en ze hangen er maar lang genoeg, dan worden ze vanzelf echt’, stelt De Hory. Volgens zijn biograaf Clifford Irving kan de man zelf desondanks feilloos zijn eigen schilderijen onderscheiden van de echte kunstwerken – als er al zoiets als een verschil bestaat. Alleen kun je Irving niet op zijn woord geloven. Tenminste, volgens Welles.

Trots laat Irving in een catalogus een verkochte Modigliani zien. Gemaakt door De Hory, natuurlijk. Die reageert met een omtrekkende beweging. ‘Hij werkte vrij weinig, hij stierf op jonge leeftijd’, zegt hij over de Italiaanse schilder. ‘Dus als er een paar schilderijen of tekeningen worden toegevoegd, verknalt dat zijn oeuvre heus niet.’ En, voegt er dan aan toe: ‘Ik vind ’t niet vervelend voor Modigliani, het is vooral fijn voor mij.’

En als Elmyr de Hory daarmee wegkomt, wie houdt dan eigenlijk wie voor de gek? De vervalser of de kunstkenner die zich in de luren laat leggen? Zo speelt deze film voortdurend met wat waar/niet waar is en speelt Orson Welles intussen met, welja, Orson Welles. Met veel bombast, theater en tongue-in-cheek humor laat de geboren verhalenverteller eenieder via een lachspiegel naar de (kunst)wereld kijken.

Dit was trouwens ook in 1973 al geen nieuwe documentaire over De Hory en zijn – had ik dat al verteld? – gevallen biograaf. Toen Clifford Irving vanwege een gefingeerde biografie van de verknipte biljonair Howard Hughes in opspraak raakte, nam Welles het beeldmateriaal van de kunstenaar en zijn biograaf, dat hij eerder samen met François Reichenbach had gemaakt, nog eens grondig onder handen voor deze docu.

Binnen zo’n vertelling – noem het gerust een filmessay – passen ook Welles’ eigen omzwervingen rond de waarheid. Hoe hij zichzelf de kunst- en filmwereld inloog, bijvoorbeeld. En ook het hoorspel The War Of The Worlds, waarmee hij Amerika de stuipen op het lijf jaagde, en de speelfilmklassieker Citizen Kane – over een gefictionaliseerde versie van, jawel, Howard Hughes – dealen natuurlijk met bedrog.

En dan brengt Welles met een verborgen camera ook de ‘buitensport meisjekijken’ nog in beeld en schudt hij en passant tevens een smakelijk verhaal over Pablo Picasso uit zijn mouw in deze joyeuze, virtuoos gemonteerde verhandeling die langs tegenstellingen als nep en echt, kunst en kopie en de waarheid en een leugen slalomt.

En, jawel mensen, toeschouwers (o)verbluft achterlaat.

La Memoria Infinita

Periscoop Film

‘Laten we het samen doen’, zegt Augusto lachend tegen zijn vrouw, tijdens een lunch in een restaurant. ‘Want als ik ‘t alleen ga proberen met mijn Alzheimer, maak ik er een rotzooi van. Ik herinner me helemaal niets meer en zet mezelf voor schut.’ Pauli kijkt hem liefdevol aan. ‘We zijn drie jaar geleden getrouwd, maar het mooie is dat we elkaar al 23 jaar kennen. Dus we zijn pas getrouwd toen we elkaar al twintig jaar kenden.’

Ontspannen proberen ze vervolgens samen hun allereerste date te reconstrueren. Gaandeweg ontwaakt daarbij Augusto’s geheugen en kan hij meteen verwoorden wat zij voor hem betekent. Pauli krijgt zo wat ze wil. Zij is in deze hartverwarmende film van regisseur Maite Alberdi voortdurend in de weer om Augusto’s brein, verleden en hun late liefde levend te houden.

En dat gebeurt in La Memoria Infinita (Engelse titel: The Eternal Memory, 85 min.) in een ontspannen setting die doet denken aan Alberdi’s eerdere films The Grown-Ups (2016) en The Mole Agent (2020). Het leven zoals de Chileense filmmaakster ‘t presenteert in haar films is zeker niet vrij van pijn of verdriet, maar behoudt wel te allen tijde een optimistische grondtoon.

In zijn vorige leven, dat koste wat het kost behouden moet blijven, was Augusto Gongóra televisiejournalist. Hij maakte ’t tot zijn persoonlijke missie om de misdaden tegen de menselijkheid van het regime van dictator Augusto Pinochet te documenteren, zodat die in het collectieve geheugen konden worden opgeslagen. Pauli Urrutia was ooit minister van cultuur in Chili en is nog altijd actrice.

Terwijl ze zorgt voor haar man – en dat zeer intiem vastlegt met een camera – speelt Pauli ook nog gewoon in voorstellingen. In een fraaie scène laat Alberdi zien hoe ze met haar gezelschap een groots opgezette dansscène repeteert. Augusto doet gewoon lekker mee. Zo gemakkelijk, idyllisch bijna, laat de dementie zich echter niet vangen. Die krijgt haar echtgenoot steeds meer in z’n greep.

‘Het is belangrijk dat je me niet vergeet’, houdt Pauli hem, op een wanhopig ogenblik later in de film, huilend voor. ‘Want ik ben altijd bij je.’ En met al wie hij nog is probeert haar echtgenoot, die soms nauwelijks meer weet wie die vrouw in zijn huis is, haar te troosten. Hij voert ook hele gesprekken met zijn beste vriend: de oudere heer die hem vanuit de spiegel bekijkt.

Met impressies van zijn werk als journalist en televisiemaker en familievideo’s van hun gezamenlijke verleden roept Maite Alberdi tevens de man op die hij ooit was en het stel dat ze nog steeds proberen te zijn. Dat is pijnlijk, maar werkt ook vertroostend. Hoewel hij tegenwoordig een schim is van de charmante en onverschrokken journalist in beeld, heeft hun liefde ogenschijnlijk weinig aan kracht ingeboet.

Dat is tenminste de boodschap van deze ontroerende, met lekker weemoedige muziek aangeklede film, die zowel qua toon als inhoud aansluit bij persoonlijke dementiefilms zoals Liefsteling, Dick Johnson Is Dead en Wei. Intussen houdt Maite Alberdi de totale ontluistering nadrukkelijk buiten de deur.

Who Killed Jill Dando?

Netflix

‘Maakt u zich wel eens zorgen over wat u ziet op Crimewatch?’ vraagt een jonge televisiekijkster aan Jill Dando. ‘Ja, maar de misdaden die we laten zien zijn zeer zeldzaam’, antwoordt de presentatrice van de Britse versie van Opsporing Verzocht. ‘Het is niet dat je op straat loopt en denkt dat jou hetzelfde zal gebeuren.’

Het fragment zit niet voor niets in de openingsscène van deze driedelige documentaireserie: op 26 april 1999 wordt Jill Dando zelf op klaarlichte dag doodgeschoten bij haar woning in Londen. Jennie Bond, haar directe collega bij de BBC, moet het nieuws brengen. Veel is er dan nog onduidelijk. En dat blijft zo: was het een criminele afrekening, een crime passionel, een oorlogsdaad of toch het werk van een gestoorde eenling? Uiteindelijk zet de politie een even vanzelfsprekende als pijnlijke stap: een oproep in het televisieprogramma Crimewatch.

In Who Killed Jill Dando? (138 min.) reconstrueert documentairemaker Marcus Plowright met familieleden, collega-journalisten, politiemensen en advocaten het rechercheonderzoek. Dat doorloopt de ene na de andere piste en streept die vervolgens ook stuk voor stuk weer weg. Totdat er, aan het einde van deel twee, eindelijk een serieuze verdachte in beeld komt en de zaak rond de vermoorde ‘girl next door’ in een stroomversnelling lijkt te komen. In de slotaflevering worden deze verdenkingen vervolgens helemaal uitgebeend en blijkt de werkelijkheid toch nét iets gecompliceerder dan het true crime-verhaal dat er vaak van wordt gemaakt.

Net als de dood van Lady Diana, twee jaar eerder, blijft de moord op ‘the golden girl of British television’ daardoor voortleven in het Britse collectieve geheugen. Deze slim geconstrueerde miniserie, aangekleed met de verplichte gedramatiseerde scènes en cliffhangers, slaagt erin om De Zaak Jill Dando in zijn volle omvang op te roepen, maar laat tevens zien dat een politieonderzoek lang niet zo eenvoudig is als een willekeurige aflevering van Derrick, Baantjer of CSI, waarin een koene rechercheur de dader uiteindelijk in zijn kraag grijpt, dwingt tot een bekentenis en daarna de celdeur achter hem dichtgooit.

Jill Dando wist dat natuurlijk allang. Ook toen ze dat meisje probeerde gerust te stellen, met woorden die haar ook na de dood zouden achtervolgen.