In Between These Mountains

Mint Film Office / Cinema Delicatessen

‘Ik wil niet opgroeien en net zoals jullie worden’, verzucht ‘Ollie’ tijdens de wandeltocht die hij met zijn vader Tony en z’n inmiddels in de Verenigde Staten woonachtige halfbroer Erik, maakt door een Californisch berglandschap. Vader kan z’n lach niet inhouden. ‘Verdomme, je bent een volwassen man. Het is aan jou. Het is jouw keuze.’

Het contact tussen de jonge Nederlandse filmmaker Olivier S. Garcia (TorsoGewoon Boef en Een Gat In Mijn Hart) en zijn vader en twintig jaar oudere broer, mannen bij wie hij al z’n hele leven lang aansluiting zoekt, verloopt lang niet altijd soepel. En tussen de andere twee zit er heel wat oud zeer. ‘Ik vertrouw je niet’, voegt Erik zijn vader bijvoorbeeld boos toe, als ze met z’n drieën in de auto zitten, voor hun gezamenlijke roadtrip. De door Olivier geïnstalleerde camera registreert de confrontatie van zeer dichtbij. ‘Je bent een vreemde voor me die wat sperma heeft gedoneerd.’

Tony Garcia stamt uit een Mexicaanse familie, is opgegroeid in het Los Angeles van de jaren vijftig en op latere leeftijd verhuisd naar Nederland, waar hij films ging maken en Erik soms ook een rolletje gaf. Vader worden was ooit een ongelukje, bekent Tony in deze persoonlijke docu. Hij was pas negentien en zat in de gevangenis toen Erik werd geboren. Zijn zoon, zelf inmiddels vijftig, is later ook in de cel beland. Sterker: bij de start van In Between These Mountains (80 min.) is Erik nog gedetineerd in Texas. Tony en Olivier, die zijn broer vijf jaar niet heeft gezien, gaan hem daar ophalen.

Ze lopen de zogenaamde John Muir Trail, een langeafstandspad van Yosemite Valley naar Mount Whitney, en willen elkaar onderweg beter leren kennen én begrijpen. Het is onvermijdelijk dat daarbij ook de pijnpunten tussen hen naar boven komen. Niet alleen Erik botst met zijn vader. Ook Olivier heeft z’n issues met Tony, die hun gezin verliet toen hij nog maar een jongetje van zes was. ‘Was het mijn schuld dat hij vertrok?’ vraagt hij zich nu fluisterend af, in een ‘random thought’, één van de voice-overs waarmee hij zijn film richting geeft. ‘Hoe zou ik ooit zelf vader kunnen worden?’

Met een kleine camera documenteert Ollie het moeizame pad dat ze samen afleggen. De reis door hun eigen wildernis, waarin ze verbinding zoeken en elkaar ook niet sparen. Erik noemt het gekscherend hun ‘werkvakantie over mannelijkheid’. Schmierend: ‘Zie je de compassiespier aan het werk?’ Met zijn scherpe tong houdt hij de andere twee regelmatig op afstand. En op een gegeven moment is Erik ook helemaal klaar met die vader die maar geen krimp geeft en dat jongere broertje dat zo nodig alles moet filmen. ‘Dit is weer een Garcia-filmproject waar ik geen zin in heb.’

Zoals ’t een ware roadmovie betaamt, is de reis net zo belangrijk als de eindbestemming en speelt die zich net zo goed af in de mensen als op hun tocht. Met deze delicate en associatief gemonteerde documentaire exploreren Olivier en de andere mannelijke Garcia’s elkaar en hun bloedband. Tijdens dat intieme proces komt ook de filmer niet weg met een comfortabele plek achter de camera. Zowel Tony als Erik hebben vragen voor hem en dwingen hem om na te denken over zichzelf.

Kind Van De Tijd

Rinkel Film

Met de korte documentaire Echo bracht Huibert van Wijk in 2019 de gecompliceerde verhoudingen binnen zijn eigen familie in kaart. Door scheidingen, adoptie en tweede huwelijken had geen van de vier kinderen in hun samengestelde gezin dezelfde twee (biologische) ouders. In gesprek met de anderen probeerde hij de vraag te beantwoorden wat in hun ogen het begrip familie inhoudt en hoe ’t is om familie van elkaar te zijn.

In Kind Van De Tijd (55 min.) zoomt Van Wijk in op zijn adoptiebroer Tim. Die heeft tegenwoordig nauwelijks nog contact met hun vader Lex. Tim werd geadopteerd in 1975. Adoptie van buitenlandse kinderen die ’t moeilijk hadden leek toen louter een goede zaak.  ‘Als je plek hebt in je huis en in je hart, kan het kind toch beter overkomen en door jou opgevoed worden?’ verwoordt Lex zijn gedachtegang in die tijd. Adoptie was voor hem een daad van liefde.

Als Tim ’t voor het zeggen had gehad, zegt hij afgemeten tegen Huibert, was hij liever in Indonesië gebleven. Zijn gezichtsuitdrukking vertelt dat hij ’t ook echt meent. Tim vindt dat hij zich te veel moet aanpassen in Nederland en voelt zich vaak niet begrepen, in het bijzonder door zijn opvoeders. Ze hadden hem moeten behandelen als een kind uit een andere cultuur. Vergelijk ‘t met een ijsbeer in een dierentuin in Sevilla, legt hij uit. ‘Die heeft echt geen tof leven.’

In gesprek met zijn vader en broer ontrafelt Huibert van Wijk hun pijnlijke geschiedenis, die een spoor van verdriet door hun leven heeft getrokken en hen ook uit elkaar heeft gedreven. Het is een aangrijpend relaas, vol goede bedoelingen en wederzijds onbegrip, dat al die 40.000 kinderen, uit meer dan tachtig verschillende landen, representeert die door de jaren heen uit hun natuurlijke omgeving zijn gehaald voor een nieuw leven bij een nieuwe familie in Nederland.

Bij Tim heeft die gebeurtenis een gapende wond geslagen. En die laat zich, hoeveel goede wil z’n adoptievader ook toont, niet zomaar dichten. Het leidt in deze dappere film, waarin zowel Lex als zijn geadopteerde zoon zich echt in hun ziel laten kijken, tot aangrijpende taferelen. Als Tim in Indonesië bijvoorbeeld wordt geconfronteerd met de gevolgen van de keuze om hem als baby daar weg te halen, laat het immense verdriet achter zijn woede zich zien.

Huibert fungeert ondertussen niet als scherprechter, maar houdt oog en gevoel voor hen allebei. Tijdens het maken van een familieopstelling komt Kind Van De Tijd tenslotte tot een climax, waarbij begrip, verbinding en familiegevoel hun plaats naast afwijzing, woede en verdriet krijgen. Omdat die in hun levens, voorgoed veranderd door die adoptie, nu eenmaal bij elkaar horen. Zoals zij, tóch, op de één of andere manier, omdat het nu eenmaal zo is, bij elkaar horen.

The Brainwashing Of My Dad

Gravitas Ventures

Frank Senko’s vrouw snijdt in zijn bijzijn geen gevoelige onderwerpen meer aan. En zijn volwassen dochter Jen ervaart hem als kwaad en onbereikbaar. Van een politiek geëngageerde ‘Kennedy-Democraat’ is haar lieve en grappige vader, onder invloed van een mediadieet van rechtse talk radio en de conservatieve nieuwszender Fox News, veranderd in een klassieke boze witte man.

Jen Senko, die zelf duidelijk een links profiel heeft, besluit de radicalisering van haar vader te onderzoeken voor The Brainwashing Of My Dad (90 min.). Want Frank is bepaald niet de enige die zich door ‘this vast right-wing conspiracy’, zoals Hillary Clinton dit conglomeraat van uitgesproken rechtse Amerikaanse media eens noemde, in een permanente staat van woede heeft laten manoeuvreren. In deze egodocu uit 2015, waarvoor acteur Matthew Modine als medeverteller fungeert, onderzoekt de filmmaakster wat er is gebeurd met insiders zoals de spijtoptant David Brock, mediacriticus Noam Chomsky, , Republikeinse communicatiestrateeg Frank Luntz, historicus Rick Perlstein en Jeff Cohen, een progressieve opiniemaker die een tijd actief was voor Fox News.

Met hen keert Senko terug naar de jaren zestig, als de benaming ‘conservatief’ bijna wordt beschouwd als een scheldwoord. ‘Liberals’ zetten de toon. De rechtse televisiemaker Roger Ailes zint op een tegenzet. Hij begint de Republikeinse politicus Richard Nixon te adviseren. Met eenvoudige boodschappen lukt ’t hen om gewone Amerikanen – in Nixons woorden: de zwijgende meerderheid – aan hun kant te krijgen. In 1968 wordt Nixon gekozen tot president van de Verenigde Staten. Dit blijkt het startschot voor een conservatieve comeback, met rechtse denktanks, ideologisch gedreven media en een christelijke cowboy als president, Ronald Reagan (1981-1989). Halverwege de jaren negentig krijgt Ailes bovendien de kans om z’n eigen nieuwszender te gaan runnen: Fox News.

De slogan van Ailes’ geesteskind, gefinancierd door de oerconservatieve mediamagnaat Rupert Murdoch, is slim gekozen: ‘fair and balanced’. Die kan echter niet verhullen dat de zender een onmiskenbaar rechtse koers vaart en niet altijd even secuur is met de feiten. Van de verschillende onderzoeksresultaten die Jen Senko in deze aardige film presenteert valt één conclusie meteen op: Fox-kijkers zijn aanmerkelijk minder goed geïnformeerd dan anderen. En vermoedelijk zijn zij – net als adepten van rechtse talk shows – ook bozer dan gemiddeld. Want als de gastheren van al die praatprogramma’s één ding goed hebben begrepen dan is ’t dat woede een geweldige motivator is. Om te blijven kijken en luisteren – en hopelijk ook nog eens de portemonnee te trekken.

Senko’s bevindingen zijn een kleine tien jaar later nog altijd zeer relevant. De cultuuroorlogen die tot zo’n jaar of vijftien geleden nog vooral werden aangejaagd door invloedrijke talk show-hosts zoals Rush Limbaugh en Bill O’Reilly, worden tegenwoordig, zowel vanuit links als rechts, opgestart vanuit social media en zetten zo de toon voor het maatschappelijke debat. Senko exploreert tevens waarom het menselijke brein zo gevoelig is voor emoties zoals angst en woede. Is er misschien sprake van een soort hersenspoeling? En kunnen die hersenen dan ook weer gedeprogrammeerd worden? Van dat laatste blijkt Frank Senko overigens een bijna verdacht goed voorbeeld. Als zijn radio ’t begeeft, grijpt zijn echtgenote in en zet hem op dieet. Met verbazingwekkend resultaat.

Mijn Nieuwe Vrienden Van Afdeling Drie

KRO-NCRV

Daar loopt hij dan, door zo’n typische ziekenhuisgang. Frans Bromet, de inmiddels tachtigjarige nestor van de Nederlandse camerajournalistiek. Voor de verandering nu eens niet achter zijn camera, maar ervoor. Als onderwerp van zijn eigen film. Dat is ie natuurlijk wel eens vaker geweest, maar nu is ’t per ongeluk gebeurd: hij kreeg een hersenbloeding en belandde in de Amsterdamse revalidatiekliniek Reade.

Daar begint het bloed toch al gauw weer te kruipen waar het eigenlijk niet gaan kan. Als het na enige tijd wat beter met hem gaat, pakt Bromet zijn camera erbij, de lens waardoor hij al zeker een halve eeuw naar de wereld kijkt. Die helpt hem om het leven te begrijpen en accepteren. En dat is nu niet anders. Via die onafscheidelijke kameraad op zijn rechterschouder ontmoet hij nu Mijn Nieuwe Vrienden Van Afdeling Drie (55 min.) en het nieuwe leven en de parallelle wereld waarin zijn medepatiënten (en hijzelf) terecht zijn gekomen.

Bromets persoonlijke betrokkenheid vormt echt een meerwaarde tijdens de intieme gesprekken die hij voert met mannen die te maken hebben gekregen met pak ‘m beet een hersentumor, auto-immuunziekte, psychose, gebroken heup of amputatie. Ieder voor zich heeft zijn eigen malheur een plek moeten geven. En daarbij speelden die anderen, in datzelfde schuitje, een essentiële rol. Frans Bromet heeft ‘t zelf aan den lijve ondervonden, die betrokkenheid en kameraadschap. Ze hebben ook hem erdoorheen getrokken.

Daarmee is dit een wat zachtere film geworden dan de producties die Bromet doorgaans, ondanks zijn hoge leeftijd, nog altijd per strekkende meter aflevert. Natuurlijk, zodra blijkt dat revalidatiecentra zoals Reade moeten bezuinigen en ‘t daardoor nog maar de vraag is of ze de zorg, die hij zelf gedurende zo’n drie weken tot volle tevredenheid heeft ontvangen, wel overeind kunnen houden, schiet de oude rot direct in z’n sceptische stand en bevraagt hij enkele leidinggevenden over wat dit zou en heeft te betekenen.

Moeten ze niet veel meer de barricaden op? vraagt hij als alle bespiegelingen over ‘afschalen’, ‘FTE’s’ en ‘slimmer werken’ hem even zwaar te moede worden. Dan klinkt hij gewoon weer als de onverslijtbare Frans Bromet die zich al tientallen jaren vanachter de camera manifesteert. In Mijn Nieuwe Vrienden Van Afdeling Drie blijft de nadruk echter altijd liggen op zijn lotgenoten, mensen die van een ingrijpende levensgebeurtenis ‘een positieve belevenis’ proberen te maken. Zoals hij ook zelf doet met deze intieme interviewfilm.

Jij Ziet, Jij Ziet Wat Ik Niet Zie

NTR

‘Sodeju!’, roept Robbert Welles uit als zijn jongere broer Martijn, die op het punt staat om te gaan afstuderen als filmmaker, voorstelt om samen de wereld die ze als kind creëerden te verfilmen. ‘Natuurlijk!’ kan Robbert zijn enthousiasme nauwelijks beteugelen. ‘Natuurlijk, Martijn!’ Robbert ziet ’t al helemaal voor zich: Tales Of Neverland, met ‘Robbert Welles-Posthumus Burke’ in de rol van kapitein en Martijn als zijn beschermer, The Valor.

Enthousiast gaan ze in de korte documentaire Jij Ziet, Jij Ziet Wat Ik Niet Zie (25 min.) samen aan de slag, de aspirant-filmmaker en zijn oudere broer met een beperking. De fantasiewereld van hun jeugd komt nu daadwerkelijk tot leven. Met animaties kan Martijn die al heel aardig visualiseren (en brengt hij tevens, op creatieve wijze, hun hechte band als broers in beeld). En als ze daadwerkelijk met een cast en crew op locatie beginnen te filmen, worden de verhalen die ze al jaren voor hun gezamenlijke geestesoog zien gewoon werkelijkheid.

In zijn enthousiasme belt Robbert zelfs naar de NOS. ‘Hiermee willen we eigenlijk laten zien dat we niet alleen een goed verhaal kunnen vertellen’, zegt hij tegen de telefoniste. ‘Maar dat mensen met een beperking ook kunnen acteren.’ Robberts enthousiasme gaat soms nu eenmaal met hem aan de haal. Dan moet Martijn Welles hem even terug op aarde zetten. Robbert is bijvoorbeeld in de veronderstelling dat ze een heuse speelfilm maken, terwijl zijn jongere broer mikt op een shortfilm van 5 a 7 minuten. Tegelijkertijd wil hij hun gezamenlijke droom in ere houden.

Zo ontspint zich een liefdevolle vertelling over het verwezenlijken van een gezamenlijke droom en intussen het vasthouden aan elkaar en jezelf. Waarbij die film zowel een bestendiging van hun relatie als een afscheid van hun jeugd lijkt te representeren. Want terwijl Robbert ongetwijfeld tot in de eeuwigheid Robbert Welles-Posthumus Burke wil zijn, kan Martijn niet altijd zijn ‘Valor’ blijven – al draait ook hij zijn hand niet om voor een episch zwaardvecht, desnoods in de stromende regen. In de apotheose van deze docu hernieuwen ze zo hun broederschap.

Cameraperson

Janus Films

Ook wanneer je als Cameraperson (102 min.) opereert als de spreekwoordelijke ‘fly on the wall’ en de werkelijkheid alleen maar lijkt te registreren, ben jij degene die bepaalt wat de wereld krijgt te zien. Als cameraman, cinematograaf of pak ‘m beet ‘director of photography’ (DOP) kies je immers de plek, het frame, de achtergrond, het perspectief en de belichting van wat de beurtelings onthullende, meedogenloze of juist verliefde camera vastlegt.

Na 25 jaar ‘schouderen’ of staan achter een statief, waarin ze werkte voor klassieke documentaires zoals Citizenfour (Laura Poitras), Fahrenheit 9/11 (Michael Moore) en This Film Is Not Yet Rated (Kirby Dick), maakt Kirsten Johnson in deze persoonlijke film uit 2016 de balans op. Het zijn de memoires van een cameravrouw die veel van de wereld heeft gezien en laten zien: Nigeria, Jemen, Darfur, Oeganda, Afghanistan, Liberia én Bosnië, waarnaar ze in deze documentaire steeds weer terugkeert. Naar een oorlog, die van geen ophouden wil weten. Johnson laat ook zien hoe ze werkt. Het zoeken naar een shot. Het scherpstellen. En de opmerkingen vanachter de lens, de gesprekjes die daar soms worden gevoerd en de aanwijzingen richting de mensen voor de camera.

Samen met filmmakers, producers, fixers en tolken bezoekt ze plekken des onheils. Het motel waar Servische soldaten zich schuldig maakten aan massaverkrachting. De pickup truck van drie witte racisten, waarachter de zwarte Amerikaan James Byrd Jr. in 1998 met een ketting werd gehangen. Wounded Knee, waar in 1890 honderden Sioux-indianen werden afgeslacht en ook navolgende generaties ‘native Americans’ gewond raakten. Het Tahrir-plein in Cairo waar de Arabische Lente werd neergeslagen. En de Rwandese Nyamata-kerk waar Hutu’s tienduizend leden van de Tutsi-stam om zeep hielpen. En natuurlijk ontbreekt ook het World Trade Center in Johnsons eigen thuisbasis New York niet, het toneel van de terroristische aanslagen van 9/11.

Kirsten Johnson zet haar camera tevens op persoonlijke subjecten: haar kleine kinderen Viva en Felix bijvoorbeeld (terwijl die de dop weer op de lens proberen te krijgen). Haar moeder Catherine Joy Johnson, enkele jaren nadat zij is gediagnosticeerd met Alzheimer. En haar vader Dick, die ze in 2020 nog zal vereeuwigen in de geweldige documentaire Dick Johnson Is Dead. Cameraperson wordt zo tegelijkertijd een intieme terugblik op een enerverend (werk)leven en een boeiende bespiegeling op beeld: wat het is, hoe het wordt verkregen en wat het te weeg kan brengen. Waarbij de camera – dat mag echter geen verrassing heten – nooit liegt.

Samen Alleen

KRO-NCRV

Hij loopt voor z’n gevoel als een dronken man. Filmproducent Kees Rijninks moet continu op zijn evenwicht letten. Anders kan hij zomaar ineens vallen. Dat is ook een permanente angst. Dan verstijft hij. Letterlijk. Freeze. Sinds enkele maanden heeft Kees het gevoel dat hij de strijd met de ziekte van Parkinson, die hij nu al negen jaar onder de leden heeft, aan het verliezen is. Lichamelijk levert hij steeds meer in, terwijl hij ook als persoon lijkt te veranderen. De evenwichtige man van weleer is een onrustige piekeraar geworden, die zo’n beetje permanent in een zwart gat kijkt.

‘Ik denk dat het slecht afloopt’, sombert ook zijn vrouw, regisseur Carmen Cobos, elders in deze persoonlijke film over hoe de ziekte hun leven in een wurggreep houdt. ‘Zoals bij elke Parkinson-patiënt. Er is geen uitweg.’ Daarmee is de toonzetting van Samen Alleen (75 min.) wezenlijk anders dan van Samen (2020), de documentaire die ze eerder maakten over hun leven met Parkinson. Daarin spraken Cobos en Rijninks ook met andere patiënten en hun verwanten, mensen die ieder voor zich en toch samen het beste probeerden te maken van het lot dat het leven hen had toebedeeld.

De positieve grondtoon waarmee ze Parkinson toen nog leken te verduren, mede gevoed door het maken van een film erover, heeft zeker bij Kees plaats gemaakt voor wanhoop. ‘Ik voel me verraden door m’n lichaam en m’n geest’, constateert hij bedrukt, tussen allerlei afspraken met artsen, neurowetenschappers en psychiaters in. Het leidt tot een ‘verlies van mezelf’ én afstand tot zijn vrouw, die naarmate de film vordert steeds duidelijker zichtbaar wordt. Het moet een crime zijn geweest om dat te laten zien voor de camera en om het vervolgens ook nog te delen met de buitenwereld.

Het optimistische idee dat Kees Rijninks en Carmen Cobos koesterden ten tijde van zijn diagnose – over tien jaar is er een medicijn tegen Parkinson – lijkt in elk geval vervlogen en heeft plaatsgemaakt voor onmogelijke keuzes: leven met of zonder een medicijnpomp, een ingrijpende hersenoperatie wellicht om de klok enkele jaren terug te zetten (waarna ie overigens weer gewoon begint te tikken) of zelfs het overwegen van euthanasie. Godsonmogelijke dilemma’s waarvoor ze zich samen gesteld zien, maar die ze ook ieder voor zich, vanuit hun eigen rol en positie, van een antwoord moeten voorzien.

Deze pijnlijk intieme film, waarin het lot van twee felgroene vogeltjes die Kees en Carmen vanuit hun raam kunnen observeren symbool lijk te staan voor hun eigen wel en wee, maakt treffend invoelbaar hoe een ziekte als Parkinson niet alleen het lichaam van een patiënt sloopt, maar ook in diens psyche en sociale leven kruipt en daar onmetelijke schade toebrengt.

Confessions Of A Good Samaritan

Sandbox Films

Natuurlijk hebben ze ‘t haar gevraagd: doe je dit voor de film? ‘En wat dan nog, als dat zo was?’ vraagt Penny Lane. ‘Het blijft nog steeds een goed ding om te doen.’ Tegelijkertijd voelt het niet goed, zo’n vraag. Zelf voor de camera verschijnen, vindt de Amerikaanse documentairemaakster (Our NixonHail Satan? en Listening To Kenny G) sowieso verschrikkelijk. Een kennis heeft haar ervan moeten overtuigen dat een film levens kan redden omdat ie anderen aanspoort om ook een orgaan te doneren.

Één week voordat ze in augustus 2019 de operatie moet ondergaan, om een nier te doneren aan een vreemde, krijgt Lane de kriebels. ‘Het voelt nu alsof ik een verschrikkelijke fout heb gemaakt’, zegt ze bij het begin van Confessions Of A Good Samaritan (103 min.). De alleenstaande filmmaakster heeft zich nochtans drie jaar voorbereid op de ingreep, een proces dat ze heeft gedocumenteerd met dagboekfragmenten. Zowel haar persoonlijke overwegingen en dilemma’s als de professionele kant ervan: het maken van deze egodocu.

En daarin stelt ze ook allerlei vragen die haar eigen positie overstijgen. Waarom zijn mensen bijvoorbeeld altruïstisch? Wat gebeurt er dan in hun hersenen? En hoe verhoudt dit zich bijvoorbeeld tot (het gebrek aan) empathie bij psychopaten? ‘Dertien mensen sterven vandaag omdat ze geen werkende nier hebben’, vertelt Michael Lollo, één van de andere ‘altruïstische donoren’ die ze spreekt in deze intelligente, gelaagde en vermakelijke film, over waarom hij zijn nier beschikbaar stelt. ‘Dat was dus een appeltje-eitje voor mij.’

Intussen duikt Lane in de historie van orgaantransplantatie. Van ongewenst is dat door de jaren heen, via diverse stadia van onmogelijk, uiteindelijk onvermijdelijk geworden. Dat het kan en mag betekent alleen nog niet dat het ook gebeurt. Er is een permanent tekort aan donoren. Terwijl transplantatie voor mensen die bijvoorbeeld zijn overgeleverd aan nierdialyse echt een kwestie van leven en dood is. De meeste donoren komen uit de directe omgeving van de patiënt, die bij hoogopgeleiden, wrang genoeg, veel vaker een geschikte nier oplevert.

Tegelijkertijd schrijdt de techniek voort. Zijn er op termijn eigenlijk nog wel menselijke donoren met een ‘spare part’ nodig? Het roept ongemakkelijke beelden op: kan een varken op termijn misschien ook een nier leveren, bijvoorbeeld vlak nadat Lane zelf haar orgaan heeft gedoneerd? ‘Dan is Penny Lane niet langer een Beatles-song’, grapt bio-ethicus en psychiater Jacob Appel, die zich heeft gespecialiseerd in de ethische dilemma’s rond ingrijpende medische keuzes. ‘Maar de naam van de laatste persoon die een orgaan heeft gedoneerd.’

Naarmate Confessions Of A Good Samaritan, fraai vormgegeven als een soort zoektocht door Lanes computer en voorzien van een bloemrijke soundtrack, vordert, komt het persoonlijke verhaal van de documentairemaakster langzaam maar zeker meer naar de voorgrond en toont Penny Lane zich van haar kwetsbaarste kant. Het is de vanzelfsprekende climax van een persoonlijke film, die het particuliere desondanks gemakkelijk ontstijgt en aanzet tot nadenken, invoelen en afwegen.

Patrick And The Whale

Cinema Delicatessen

Komt de liefde werkelijk van twee kanten? Als je ‘t aan Patrick vraagt – en die krijgt uitgebreid het woord in deze film – kan daarover geen twijfel bestaan. Zou Dolores dezelfde mening zijn toegedaan? Ze laat hem in elk geval toe, maakt duidelijk contact en spiegelt zelfs zijn gedrag, maar is dat liefde – of zelfs maar vriendschap? Kan dat überhaupt tussen mens en dier?

Als er al betekenisvolle communicatie kan bestaan tussen een man en een potvis, hoe duurzaam is die dan? Is de ontmoeting tussen Patrick Dykstra en de bevallige Dolores nabij de kust van het Caribische eiland Dominica meer dan een kortstondige flirt? En hoe verhoudt die zich dan tot zijn jarenlange omgang met de oudere dame Can Opener? De liefde van Patrick Dykstra voor walvissen – ook orka’s, blauwe vinvissen en bultruggen behoren tot zijn doelgroep – staat in elk geval buiten kijf.

Patrick & The Whale (73 min.) is de weerslag van ‘s mans oneindige fascinatie voor walvissen en doet inderdaad denken aan My Octopus Teacher (2020), waarin de Zuid-Afrikaanse filmer Craig Foster een onderwaterrelatie aanging met, jawel, een octopus. Dat leverde de makers Pippa Ehrlich en James Redd toen zowaar een Oscar op. Deze lekker gestroomlijnde documentaire van Mark Fletcher, een liefdesverhaal tussen mens en potvis, zou ook zomaar een publieksfavoriet kunnen worden.

Dykstra wil de objecten van zijn liefde beter leren begrijpen. Dat begint met kijken – en voor ons als zijn argeloze publiek: meekijken. Waarom spoelen ze als groep aan op het strand van Yorkshire, een aangrijpend beeld, om daar collectief te sterven? En wat spoken ze eigenlijk uit in de donkerste diepten van de oceaan, daar waar nooit een mens komt? Hoe vangt een potvis bijvoorbeeld de inktvissen, waarvan de resten nog aan zijn tanden kleven als hij zich boven water laat zien?

Teneinde ook daar beeld bij te krijgen – en aan prachtige plaatjes sowieso geen gebrek in deze oogstrelende documentaire – wil de natuurfilmer een kleine camera met zuignappen op de kin van één zijn geliefden plakken. Zo hoopt Patrick Dykstra het perspectief op de (onderwater)wereld van potvissen te kunnen vereeuwigen. Als de dames net zoveel van hem houden als hij van hen – nu draaf ik, in lijn overigens met de film, even lekker door – moeten ze daarmee wel akkoord gaan.

De kijker van Patrick & The Whale dient zulke gedachtekronkels sowieso maar voor lief te nemen. Om er een aansprekende vertelling van te maken lijkt Fletcher de waarheid soms wat te hebben vereenvoudigd. Patrick is dus niet het gezicht van een team dat walvisachtigen bestudeert, maar een solitaire man met een grote liefde. En de potvissen in beeld zijn behalve overweldigende dieren in hun natuurlijke habitat ook individuen met hun eigen eigenaardigheden en vriendschappen.

Het komt allemaal prachtig samen in een ronduit romantische slotscène, een pas de deux van mens en potvis. En ook die lijkt bijna te mooi om waar te zijn.

Not A Pretty Picture

Janus Films

‘Deze film is gebaseerd op enkele incidenten in het leven van de regisseur’, meldt een tekst bij de start van deze klassieke hybride van docu en drama van Martha Coolidge uit 1976. ‘De actrice die Martha speelt is zelf ook verkracht op de middelbare school. Namen en plaatsen zijn veranderd.’ In Not A Pretty Picture (82 min.) zoekt de Amerikaanse filmmaakster doelbewust de pijn op die ze begin jaren zestig als tiener heeft ervaren. Minutieus reconstrueert Coolidge met enkele acteurs de verkrachting die er waarschijnlijk voor heeft gezorgd dat ze nog altijd niet is toegekomen aan een bestendige relatie met een man.

‘Dit komt zo dicht bij wat er is gebeurd dat ik niet meer echt acteer’, bekent Michele Manenti, die de zestienjarige versie van de hoofdrolspeelster vertolkt. Tijdens lang uitgesponnen reconstructiescènes zoeken ze samen doelbewust de grenzen tussen fictie en non-fictie op. Als Michele/Martha opeens vanuit het diepste van haar ziel ‘stop’ roept, is het de vraag wie we horen: de jonge Martha of toch Michele zelf. Haar tegenspeler Jim Carrington zet ondertussen een (bijna té) overtuigende ‘Curly’ neer, de patser die destijds tijdens een dronken avondje uit rücksichtslos over Coolidge’s grenzen is heengegaan.

Als regisseur kijkt Martha Coolidge, gebiologeerd en ontzet, toe hoe enkele meters verderop haar eigen traumatische ervaringen worden gereconstrueerd. Soms stuurt ze die bij. Je moet iets minder aandacht besteden aan de anderen, zegt ze bijvoorbeeld tegen Carrington. ‘En meer aan Martha.’ En zo nu en dan ontstaat er een ongemakkelijk gesprek. Als haar mannelijke acteur bijvoorbeeld, ogenschijnlijk zonder gêne, vertelt dat op zijn middelbare school onaantrekkelijke meisjes die bereid waren om met iemand naar bed te gaan ‘varkens’ werden genoemd. ‘Let’s go down to college and pick up some pigs.’

‘Ik ken veel voorbeelden uit mijn middelbare schooltijd waarbij een vrouw technisch gesproken is verkracht’, zegt Carrington elders. ‘Want ze had zichzelf niet vrijwillig gegeven. Het moet nu eenmaal een gezamenlijk ding zijn. Maar dat betekende niet noodzakelijkerwijs ook kwade opzet bij de man. Dit was simpelweg wat hij wilde hebben op dat moment en alles wat hij daarvoor dan moest doen was oké. Zulke gevallen van verkrachting komen best vaak voor. Begrijp je wat ik bedoel?’ Hij klinkt als een man die de tijdgeest niet aanvoelt en zich weinig gelegen laat liggen aan wat er in vrouwen omgaat. En Manenti en Coolidge vinden daar natuurlijk iets van. 

Intussen kampen zij, net als veel van hun lotgenoten, ook nog met dat ene stemmetje in hun achterhoofd: heb ik er misschien zelf om gevraagd? En daarna volgt vaak eerst de angst voor een mogelijke zwangerschap en vervolgens ook nog de vrees voor de reacties vanuit hun omgeving.

God Save Texas

HBO Max

Zestien jaar en 265 executies later keert de Amerikaanse filmmaker Richard Linklater (Boyhood en de trilogie Before Sunrise/Sunset/Midnight) terug naar zijn geboortegrond, waar hij in 2003 het protest tegen de executie van Delma Banks Jr. bij de gevangenis van Huntsville bijwoonde. Er zijn tegenwoordig maar liefst zeven gevangenissen in dit deel van Texas. Gedetineerden zijn de drijvende kracht achter de plaatselijke economie geworden. In Hometown Prison (87 min.), onderzoekt Linklater de impact van het gevangenissysteem en de doodstraf op Texas, dat inmiddels meer dan honderd penitentiaire inrichtingen telt.

Het eerste deel van het drieluik God Save Texas, dat is geïnspireerd op het gelijknamige boek van Lawrence Wright (die overigens in elke aflevering als klankbord voor de filmmaker van dienst fungeert), verbindt de speelfilms die Linklater heeft gemaakt, zijn eigen levensverhaal en gesprekken met de mensen die hij in zijn Texaanse jaren heeft leren kennen. Stuk voor stuk hebben ze te maken gekregen met het justitiële systeem in de Lone Star State: als gedetineerde, bewaarder, advocaat of lid van het executieteam. Het levert een genuanceerde film op – de blikvanger van de drie – waarmee de bekende regisseur uiteindelijk toch duidelijk stelling neemt tegen de gevangenisindustrie in Texas.

Linklaters collega Alex Stapleton probeert in deel 2, The Price Of Oil (55 min.), het zwarte verhaal van Zwart Texas te vertellen – en de rol van de olie-industrie daarin. Ook zij gebruikt daarvoor haar eigen achtergrond en familie. In dat kader keert ze terug naar de periode van de slavernij. Ook toen die officieel werd afgeschaft, bleef de positie van Afro-Amerikanen in Texas penibel. Zo werden zij, in het midden van de twintigste eeuw, door de racistische Jim Crow-wetten bijvoorbeeld nog altijd buiten reguliere woonprojecten voor Amerikanen met een middeninkomen gehouden. Pas toen in 1948 initiatieven zoals Pleasantville ontstonden, leken de kansen voor zwarte Amerikanen te keren.

Juist deze wijken zouden echter met vervuiling door de fossiele industrie te maken krijgen. In haar eigen familie zijn er mensen ernstig ziek geworden, constateert de filmmaakster. Socioloog Robert Bullard van de Texas Southern University noemt het een typisch geval van ‘environmental racism’ door Big Oil. En dat staat volgens Stapleton dan weer niet op zichzelf. ‘Heb je je ooit afgevraagd waarom je nog nooit een zwarte JR Ewing hebt gezien?’ stelt ze, met een verwijzing naar de schurk uit de populaire tv-serie Dallas, in deze degelijke docu een retorische vraag, waarop het antwoord voor de hand ligt. ‘Dat komt omdat alle grote Amerikaanse oliebedrijven een witte CEO hebben.’

In La Frontera (54 min.), het afsluitende deel van deze Texas-trilogie, belicht Iliana Sosa de problematiek in haar geboorteplek El Paso, waar de grens van oudsher een enorme aantrekkingskracht heeft op immigranten uit Midden-Amerika. Sosa’s ouders zijn ook ooit vanuit Mexico overgekomen en hebben daar twee kinderen op de wereld gezet, die zich eerder Amerikaans dan Mexicaans voelen. Prikkeldraad en een heuse muur moeten tegenwoordig voorkomen dat ‘gelukszoekers’ zoals haar ouders de Verenigde Staten bereiken. Het is de weerslag van een tamelijk vijandige houding tegenover immigranten, die in 2019 ook z’n weerslag heeft gekregen in een ‘mass shooting’, waarbij een witte racist ruim twintig mensen doodde in een Walmart in El Paso.

Gezamenlijk schetsen deze drie televisiedocu’s, vanuit het persoonlijke perspectief van drie plaatselijke en toch gerenommeerde filmmakers, een aardig portret van het moderne Texas, dat zich maar moeilijk los kan maken van zijn beladen historie en ook in het heden nog z’n pregnante issues heeft.

Black Box Diaries

Dogwoof

Bij de persconferentie die ze belegt op 29 mei 2017 krijgt Shiori Ito de vraag waarom ze zich eigenlijk bekendmaakt. De meeste slachtoffers van verkrachting blijven liever anoniem. ‘Ik heb niets verkeerds gedaan’, antwoordt ze resoluut. ‘En als ik me nu niet uitspreek, bedacht ik me, zullen de wetten nooit veranderen. Daarom zit ik hier.’ Haar zaak moet nu eindelijk eens serieus worden genomen, vindt Shiori.

Twee jaar eerder belandde ze als jonge Japanse journaliste, na een sollicitatiegesprek in een restaurant, in dezelfde taxi als haar gerenommeerde vakbroeder Noriyuki Yamaguchi. Zij wilde afgezet worden op het station, herinnert de taxichauffeur zich. Yamaguchi stond er echter op dat ze hem zou vergezellen naar zijn hotel. Ito hield nog maar eens staande dat ze toch echt naar het station wilde.

Op beveiligingscamerabeelden van die fatale avond in het voorjaar van 2015 is te zien wat er daarna gebeurde. Hij trekt Shiori, met de nodige moeite, uit de auto en sleurt haar vervolgens mee het hotel in. Shiori Ito is daar verkracht, zegt ze. Yamaguchi ontkent echter in alle toonaarden. En wat de jonge vrouw ook probeert, de Japanse politie weigert om de beschuldiging serieus te onderzoeken.

In de egodocu Black Box Diaries (102 min.) is te zien hoe Shiori Ito de zaak aanhangig probeert te maken. Ze begint stiekem geluidsopnames te maken van haar contacten met de politie en oogst een storm van kritiek als ze naar buiten treedt met haar verhaal. Ito tekent al haar ervaringen op in het boek Black Box en zet zo uiteindelijk Japans eigen variant op de #metoo-beweging in gang.

Parlementair journalist Noriyuki Yamaguchi staat dan op het punt om een biografie over de Japanse premier Shinzo Abe uit te brengen en beschikt als bureauchef in Washington van Tokyo Broadcasting System Television sowieso over uitstekende connecties. En z’n vrinden zijn bereid om ver te gaan om de zaak af te dekken. De kwestie wordt niettemin meermaals besproken in het Japanse parlement.

Deze persoonlijke film laat ook duidelijk zien wat die aanhoudende strijd Shiori Ito heeft gekost. Via vlogs deelt zij haar meest kwetsbare momenten tijdens een jarenlang, moedeloos makend gevecht om gerechtigheid, binnen een archaïsch rechtssysteem waarin seksueel geweld heel moeilijk valt aan te tonen en elke vrouw sowieso automatisch met een fikse achterstand begint.

Binnen zulke maatschappelijke verhouden is het niet vreemd dat slechts vier procent van de verkrachtingen daadwerkelijk wordt gemeld bij de Japanse politie. En deze gevallen blijven doorgaans ook nog eens onder de radar – of worden daaronder gehouden door de daders, hun ‘old boys network’ of een systeem dat mannen sowieso uit de wind probeert te houden.

Aut There

Omroep Zwart

Loubna El Yandouzi wil met Aut There (51 min.) aantonen dat autisme géén gezicht heeft. Althans, niet het gezicht dat daarmee automatisch wordt geassocieerd. Van Rain Man bijvoorbeeld. Of Kees Momma. Een ander gezicht dus. Een gezicht dat overigens niet direct van andere gezichten is te onderscheiden. Het gezicht van een vrouw wellicht. Of zelfs van een biculturele vrouw.

Want autismespectrumstoornissen (ASS) worden vooral vastgesteld bij mannen. Bij vrouwen blijft autisme nogal eens ongediagnosticeerd. Voor de Marokkaans-Nederlandse vrouw Loubna, die zich vaak verdrietig, eenzaam en onbegrepen voelde, betekende het predicaat ASS eindelijk een antwoord op de vraag waarom ze zich altijd anders voelde dan anderen. Waarom lag zij bijvoorbeeld de hele nacht wakker van/voor een dagje school?

In deze verzorgde tv-docu, die ze samen met Abdelkarim El-Fassi regisseerde, onderneemt Loubna El Yandouzi een roadtrip met haar moeder. Ze spreken, op een kleedje in de natuur, over allerlei onderwerpen uit het leven van mensen met autisme, zoals het belang van vriendschap. ‘De behoefte om connecties te maken’, wil moeder weten. ‘Hoe geef je daar invulling aan?’ Loubna’s antwoordt onomwonden: ‘Ja, misschien heb ik die behoefte dus niet.’

Dochter wil vooral vriendschap omdat ze die bij anderen ziet. ‘Serieus, meen je dat?’ vraagt haar moeder. ‘Ik zie dat mensen gelukkig zijn als ze met elkaar zijn’, neemt Loubna de tijd voor haar antwoord. ‘Ze maken grapjes en vinden elkaars gezelschap fijn. En dan zie ik het zo voor me gebeuren en denk ik: Ja, misschien is dat wel fijn, ja. Maar heb ik intrinsiek die behoefte om mensen om me heen te hebben? Ik denk ’t niet.’

Verder spreekt Loubna met haar, jawel, beste vriendin Radwa, een mentor van haar middelbare school (die ze voortijdig verliet) en enkele collega’s van Zouka, die betrokken waren bij de productie van deze film. Die ziet er verzorgd uit, maar bestaat wel voornamelijk uit dialoog – hoewel El Yandouzi wel degelijk een serieuze poging onderneemt om te verbeelden hoe prikkels vanuit de buitenwereld haar kunnen overweldigen.

De meerwaarde van Aut There zit ‘m echter met name in het verbreden en verdiepen van het beeld van ASS. Zoals er talloze verschillende neurotypische mensen bestaan, geldt dat natuurlijk ook voor mensen met een autismespectrumstoornis. Op hun eigen manier moeten zij, net als iedereen, met de uitdagingen des levens zien om te gaan. Een beetje begrip helpt dan.

The Mother Of All Lies

Vedette Film

Een verleden dat nooit is vastgelegd of waarvan de beelden zijn vernietigd – en dat dus moet voortleven in het geheugen – laat zich veertig jaar na dato niet zomaar weer op te roepen. Met The Mother Of All Lies (97 min.), dat op het filmfestival van Cannes twee prijzen in de wacht sleepte, slaagt Asmae El Moudir erin om een trauma van de buurt in Casablanca, waar ze zelf is opgegroeid, te verbeelden. Omdat er maar één foto van bestaat, zorgt ze zelf voor het ‘archiefmateriaal’.

In deze bijzonder inventieve film, waaraan ze jarenlang heeft gewerkt, neemt El Moudir enkele sleutelfiguren uit haar jeugd mee naar een atelier, waar ze samen met haar vader Mohamed een decor op Madurodam-formaat heeft ontworpen van de wijk Sebata. Die komt met zelfgemaakte straten, huizen, straatverlichting, huisraad, allerhande objecten én kleipoppetjes van de hoofdrolspelers, gecombineerd met een levendige audiotrack, weer helemaal tot bloei.

De Marokkaanse filmmaakster kijkt er rond met Mohamed, haar moeder Ouarda, de buurmannen Abdallah en Said én haar grootmoeder Zahra, een bitse vrouw die door kleindochter wordt omschreven als ‘een dictator die haar gehele omgeving onderdrukt’. Als Zahra zich bijvoorbeeld niet kan vinden in het portret dat een kunstenaar van haar heeft getekend op een glasplaat, slaat de bejaarde vrouw die rücksichtslos aan gruzelementen met haar wandelstok.

Een beetje zoals de door haar bewonderde Marokkaanse koning Hassan II in 1981 een demonstratie tegen zijn bewind, het zogenaamde ‘Broodoproer’, met bruut geweld liet neerslaan – en zoals Zahra zelf ook alle foto’s van het verleden heeft verbrand. Daarmee kan de geschiedenis natuurlijk niet worden uitgewist. Op zaterdag 20 juni 1981, een dag waarover doorgaans angstvallig wordt gezwegen, zijn in totaal zo’n zeshonderd doden gevallen, óók in hun eigen wijk.

‘Ik heb er niets van gezien’, beweert oma Zarah niettemin stellig, als haar kleindochter daar expliciet naar vraagt. ‘En ook als ik wél iets had gezien…’ Een dag later worden er allerlei deuren ingetrapt en buurtbewoners gearresteerd, waaronder de twee nu aanwezige buurmannen. In een koortsachtige scène bij een miniatuurcel reconstrueert Abdallah deze traumatische ervaring, waarbij hij ernstig is mishandeld en vervolgens in een overvolle gevangenis wordt gesmeten.

De beulen bekleden nu belangrijke posities terwijl de slachtoffers in een massagraf liggen, schreeuwt een spandoek tijdens een demonstratie om aandacht te vragen voor de slachtoffers, waarbij ook Said is te ontwaren. Deze ingenieuze film, op spaarzame momenten ingekaderd door El Moudirs bijna gefluisterde voice-over, toont op microniveau hoe de gebeurtenissen van toen nog altijd doorwerken in het leven van nu. In een kleine wereld krijgen grote emoties alle ruimte.

The Mother Of All Lies zet zo een nauwelijks gedocumenteerde misdaad tegen de menselijkheid alsnog, op onvergetelijke wijze, op ieders netvlies.

51 Birch Street

Copacetic Pictures

Als Mina, de moeder van filmmaker Doug Block, plotseling overlijdt, komt zijn 83-jarige vader Mike er na ruim vijftig jaar huwelijk ineens alleen voor te staan. Doug zoekt de man, met wie hij nooit een hechte band heeft gekregen, op voor wat tamelijk ongemakkelijke ontmoetingen zullen worden. Pas na het nodige aftasten komen ze, heel voorzichtig, wat dichter bij elkaar.

En dan, slechts drie maanden na de dood van zijn vrouw, schokt Mike de hele familie. Hij zoekt zijn voormalige secretaresse Kitty, die hij ruim dertig jaar niet heeft gezien, weer op en is binnen de kortste keren getrouwd met haar. Als de twee op de bruiloft verliefd dansen op ‘hun’ nummer Only You – die titel alleen al! – moeten zijn drie volwassen kinderen het nodige ongemak wegslikken.

En wat doet een filmmaker in zo’n geval? Hij laat zijn camera draaien. Wat ooit, ruim vóór het overlijden van Mina, is gestart als het voor privédoeleinden vereeuwigen van zijn vader en moeder, wordt in 2005 een serieuze documentaire: 51 Birch Street (88 min.), een persoonlijke film over het leven van zijn ouders, twee mensen die jong verliefd werd en daarna veroordeeld bleven tot elkaar.

Als Mike besluit om bij Kitty in Florida in te trekken, moet Blocks ouderlijk huis in Port Washington, New York, ontmanteld worden. Een prima gelegenheid voor Doug om samen met zijn vader en zussen Ellen en Karen de balans van dat huwelijk op te maken. Al is Mike in eerste instantie een onwillige gesprekspartner. Spreek alleen goeds over het verleden en de doden, houdt hij zijn zoon voor.

Op Dougs video-opnamen is zijn echtgenote, die in Mike’s ogen vastzat in ‘fantasieliefde’, intussen een stuk uitgesprokener. ‘Als een vrouw van mijn generatie niet trouwde’, zegt Mina, ‘dan was ze in feite dood.’ Mike zit naast haar, luistert mee en denkt er duidelijk het zijne van. Haar echtgenoot is in elk geval, stelt Mina even later, ‘a hell of a lot better than most men of my generation that I know’.

En met dat ‘compliment’ heeft hij ‘t moeten doen, constateert Mike, inmiddels getrouwd met Kitty, nu berustend. Meer zat er niet in. ‘Ze hield zoveel van mij als ze van iemand kon houden.’ En die constatering doet Doug Block ook over zijn eigen huwelijk nadenken – en over zijn bijbaan als bruiloftsfotograaf. Wat doen relaties met mensen? Hoe houd je ze gezond? En wat als dat niet lukt?

In de zoektocht naar zijn ouders wordt Block intussen met een serieus dilemma geconfronteerd. Tijdens het opruimen van z’n ouderlijk huis treft hij persoonlijke dagboeken van zijn moeder aan. Mag hij die als zoon inzien en dan ook nog gebruiken als filmmaker? Hij legt de vraag voor aan een vriendin van Mina. Wat zou zij gewild hebben? En: wil je als kind werkelijk alles weten van je eigen ouders?

Met alles wat hem ter beschikking staat construeert Doug Block zo z’n film: een aangrijpend portret van zijn ouders, die net als de meeste mannen en vrouwen van hun generatie vastzaten in hun rol. En een prikkelende exegese van het huwelijk en relaties in het algemeen. En zoals dat gaat bij egodocu’s, maakt de hoofdpersoon zelf ook nog een ontwikkeling door: Doug bouwt een band op met z’n vader.

The Truth About Jim

HBO Max

‘Ik denk dat ik er klaar voor ben om het konijnenhol van Jim in te duiken’, zegt Sierra Barter aan de telefoon tegen haar moeder, terwijl ze in de auto onderweg is naar haar halftante Jaime. ‘Ik weet alleen nauwelijks waar ik moet beginnen en ik wil ook niet zomaar allerlei trauma’s en emoties oprakelen en mensen boos maken.’

De jonge actrice heeft zich echter voorgenomen om nu voor eens en altijd – en voor de camera – alle geruchten rond haar grootvader te onderzoeken. The Truth About Jim (188 min.), juist. Stiefgrootvader, welteverstaan. En die nuance zegt in wezen alles. De man wordt bij de start van deze vierdelige docuserie direct geassocieerd met de seriemoordenaarsgolf, die ruim een halve eeuw geleden door Californië trok en toen talloze slachtoffers maakte. Was de Amerikaanse middelbare schoolleraar Jim Mordecai (1941-2008), thuis een bullebak van een vent, misschien één van hen?

Sierra kan in elk geval niet uit haar eigen geheugen putten. Daar is ze simpelweg veel te jong voor. Jim was de tweede echtgenoot van haar oma Judy Williams, die op haar beurt weer zijn derde vrouw was. Mordecai had in totaal vier biologische kinderen en drie stiefkinderen, waaronder Sierra’s moeder Shannon Barter. Om de ingewikkelde familieverbanden inzichtelijk maken heeft Sierra alvast een typisch true crime-bord gemaakt, zodat te allen tijde duidelijk is wie wat van wie is. Doodsbang voor Jim waren ze overigens allemaal. Want hij kon natuurlijk ook zijn handen niet thuishouden.

True crime-veelpleger Skye Borgman (Girl In The PictureI Just Killed My Dad en Sins Of Our Mother) draait haar hand niet om voor zo’n schmutzige familiegeschiedenis, die met opvallend veel privéfilmpjes – alsof ze wisten dat die ooit nog van pas zouden komen – kan worden verteld. De documentaire doet enigszins denken aan een andere recente film, Great Photo, Lovely Life, waarin Amanda Mustard het problematische verleden van haar opa verkent. Ook hij zou zich stelselmatig hebben vergrepen aan minderjarige meisjes en moet (en kan) daar nu rekenschap over afleggen.

Dan voelt de queeste van Sierra Barter, die tevens persoonlijke motieven heeft om zich te weer te stellen tegen seksueel geweld, toch wel erg gekunsteld. Óók omdat Jim Mordecai zich natuurlijk al ruim vijftien jaar niet meer kan verdedigen. Dat wordt des te pregnanter als zijn stiefkleindochter hem concreet in verband begint te brengen met de zogenaamde Santa Rosa Hitchhiker Murders van begin jaren zeventig. Nog geen aflevering later komen zelfs de geruchtmakende Zodiac-moorden in beeld. Barter is overigens bepaald niet de eerste die The Most Dangerous Animal Of All wil claimen.

Ze legt bij nieuwe ‘ontdekkingen’ ook niet gewoon contact met de politie, maar neemt haar toevlucht tot een liftersmoorden-kenner, huurt een privédetective en gepensioneerde profiler in, laat opa’s DNA onderzoeken en legt haar bevindingen voor aan een Zodiac-deskundige (die zowaar nog wat koud water over heeft). Zoals bij de meeste true crime-producties wordt er onderweg heel wat stof opgeworpen, maar als dat is neergedaald blijft er verdacht weinig over om mee te werken. Als dat kleine beetje aan de politie is overhandigd, lijken Sierra en haar familie ineens te vinden dat hun taak erop zit.

Het proces heeft hen samen naar verluidt veel goeds gebracht, maar of de waarheid over (stief)opa Jim ook dichterbij is gekomen?

Future Me

Gusto Entertainment

‘Eigenlijk is documentaire ook gewoon veel meer fictie dan je denkt, hè?’, zegt Vincent Boy Kars tegen zijn vriendin Eva. ‘No offense naar docu verder, maar het is eigenlijk gewoon een fucking manipulatief medium. Je zit gewoon naar een gemanipuleerde werkelijkheid te kijken. Hoe echt is dat? Of hoor deze dan: fictie is de leugen waarmee de waarheid wordt verteld. Sicke quote, toch?’ De twee lopen, in zwart-wit, over een grasveld en komen dan bij een glijbaan. ‘Attentie voor opname’, roept hij voordat zij ervan mag afglijden. ‘Drie-twee-een. Actie!’

Het is duidelijk: Vincent tast in zijn nieuwe film Future Me (98 min.) opnieuw de grenzen tussen de realiteit en de film af. Alhoewel, Vincent? De glijbaanscène wordt gespeeld door Martijn Lakemeier, een acteur die hij zichzelf als rol heeft toebedeeld. En de actrice Damaris de Jong vertolkt zijn vriendin Eva. Ook met dat concept speelt Kars echter weer. In een romantische scène over de ontmoeting met zijn vriendin Eva (die hem complimenteert met Drama Girl (2020), de tweede film van zijn coming of age-trilogie) speelt Vincent wel degelijk zichzelf. Met Damaris, dat wel. En naderhand gaat hij daar dan weer over in gesprek met de echte Eva, die er een beetje verontwaardigd over is.

Dat laveren tussen fictie en non-fictie – eerder ook al te zien in de eerste film van zijn trilogie, Independent Boy (2017) – is inmiddels het handelsmerk geworden van Vincent Boy Kars. Dit slotstuk van het drieluik heeft niet voor niets als ondertitel: in fiction I dare to be real. Daarbij moet hij ook nog, als de één of andere acteur, accepteren dat een andere regisseur, Peter de Baan van De Vloer Op, hem weer aanstuurt als hij zichzelf acteert in situaties die zijn gebeurd – of hadden kunnen gebeuren.  De film wordt daardoor één grote mindfuck, waarmee hij de waarheid probeert te liegen. Voortdurend schakelend tussen zwart-wit en kleur en flink aangezet met een dikke synth-soundtrack.

Future Me, dat ook nog is doorsneden met scènes van Kars met een therapeut, is zonder twijfel zijn meest persoonlijke productie. Een egofilm en daar weer een commentaar op, een meta-egofilm – of zoiets. Over zijn overleden vader, gespeeld door acteur Leopold Witte, en zijn relatie met Eva, meestal gespeeld door Damaris de Jong, en altijd bezig zijn met een film. Over Vincent, dat vooral. Doelbewust zoekt hij als maker/subject het niemandsland op tussen zelfreflectie en zelfbevlekking, tussen kritisch kijken en navelstaren en tussen dodelijke ernst en al even dodelijke scherts. Een typische Millennial-film, zou je kunnen zeggen. Intrigerend en cringe tegelijk.

Deal With It

De Haaien

Sinds ze in 2014 debuteerde met Deal With It (57 min.) is Shamira Raphaëla uitgegroeid tot één van de meest aansprekende Nederlandse documentairemakers. Ze maakte twee bekroonde jeugddocu’s (Lenno En De Maanvis en Shabu), sleepte een Gouden Kalf in de wacht met een onheilszwangere film over de vader van journaliste Clarice Gargard die onderdeel was van het regime van de Liberiaanse dictator Charles Taylor (De Waarheid Over Mijn Vader) en hield Nederland een ongenadige, inmiddels weer bijzonder actuele spiegel voor via een persoonlijk portret van het extreemrechtse kopstuk Constant Kusters (Ons Moederland).

Maar eerst moest er dus een heel persoonlijk familieverhaal uit. Dat begint, althans in deze persoonlijke film, als Raphaëla ergens in de jungle met een cameraploeg op pad is voor het televisieprogramma Expeditie Robinson. Ze krijgt een telefoontje van haar vader, Pempy. ‘Shamira, kun je een paar schoenen voor me kopen?’ vraagt hij ‘Al mijn schoenen zijn vermist.’ Even later belt haar broer Andy. ‘Ik ben opgepakt, zus’, zegt die. Of ze iets voor hem kan betekenen? De filmmaakster begint te lachen: ‘Je weet dat ik je niet kan weigeren… Dat is zo irritant aan jou.’ Andy: Ik betaal je terug wanneer ik vrijkom. Maak je geen zorgen.’

Dat is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan. Shamira Raphaëla heeft heel wat te stellen met haar vader en broer. Als Pempy na enkele maanden in de gevangenis vanwege drugshandel weer thuis komt, moet hij eerst nog een ruitje ingooien om binnen te kunnen komen. Vader zegt dat ie nu misschien wel voor een baas gaat werken. Hij moet er zelf om lachen. Zoek een baan, houdt Raphaëla even later haar broer voor, die in de cel heeft gezeten vanwege afpersing. ‘Ik zoek ook, maar ik vind niets’, reageert die. ‘Fuck ze, ik ben een boef.’ Andy, die een vrouw en kinderen moet onderhouden, heeft zo zijn eigen manieren om aan geld te komen.

En daarmee staan de spelers op het bord en liggen de regels voor het spel ook min of meer vast: Raphaëla’s vader en broer zullen gewoon hun leven vervolgen en zij heeft zich daar maar toe te verhouden. Leent ze bijvoorbeeld geld aan haar vader voor drugs, laat ze zich meetronen naar de illegale activiteiten van haar broer en waar blijft ze intussen zelf, de telg van een Antilliaanse familie die zich eigenlijk lijkt te hebben ontworsteld aan deze wereld? Het ene moment zit ze bij tv-producent Eyeworks in een montageset, het andere staat ze met haar broer te ginnegappen op een wietzolder. Het contrast lijkt eigenlijk te groot voor één enkel mensenleven.

Raphaëla heeft er maar mee te ‘dealen’ in deze persoonlijke film, waarin ze het leven met haar vader en broer in al z’n hoekigheid toont. Daarbij geeft ze nauwelijks achtergronden (hun verleden komt slechts zijdelings aan de orde) of context (wat er zich nu weer heeft afgespeeld, waardoor Pempy of Andy in de penarie terecht is gekomen). De film, zonder voice-over en interviews ook, schetst vooral de emotionele achtbaan waarin zij zich staande moet houden. Van een feestje bij haar vader snijdt ze keihard door naar één van zijn bedelbelletjes om geld. Van een scène waarin Pempy harddrugs rookt naar hoe hij wezenloos in een ziekenhuis ligt. Waarbij het even de vraag is of hij ooit nog wakker wordt.

Uiteindelijk werkt Shamira Raphaëla toe naar het moment waarop ze samen met haar vader de balans opmaakt en de omgedraaide rollen tussen ouder en de kind weer even worden teruggedraaid. Kunnen ze ooit, al is het maar voor even, weer gewoon vader en dochter zijn? En valt er te ontkomen aan het voorbeeld dat hij zijn kinderen ooit heeft gegeven?

Shamira Raphaëla is overigens jarenlang bezig geweest met een vervolg op Deal With It. In Downfall Of A Superwoman wilde ze laten zien hoe het verder ging met haar familie. Uiteindelijk heeft ze echter besloten om de documentaire niet te maken, vertelt ze in dit interview met De Filmkrant, omdat ze bij eerdere films heeft gemerkt dat mensen soms vogelvrij lijken te worden nadat ze hun leven met de wereld hebben gedeeld. ‘Ik neem mijn hoofdpersonen in bescherming maar doe ze daarmee tegelijkertijd tekort want hun verhaal blijft hierdoor ongezien en ongehoord.’

Berichten Voor Zara

EO

De Coronacrisis drukt Hans Fels met z’n neus op de feiten. Heeft hij, als oudere vader met een jong kind, zijn eigen verleden wel veiliggesteld? Want, zoals hij het zelf zegt: ieder mens is niet alleen zichzelf, maar ook z’n voorouders. En wat weet zijn jongste dochter, voor wie hij deze persoonlijke film maakt, eigenlijk van het oorlogsverleden van haar Joodse familie? Sterker: wat weet hij daar zelf eigenlijk van?

In Berichten Voor Zara (57 min.) tekent de ervaren filmmaker Fels – met zwart-wit foto’s en filmpjes, persoonlijke geschriften, krantenknipsels, herinneringen, ontmoetingen met intimi én een doos kleurpotloden – zijn eigen familiegeschiedenis uit. Totdat er een kleurrijk tafereel is ontstaan, vol tastbare details uit heden en verleden, voor een nieuwe generatie van de familie.

Hoewel hij enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog werd geboren, is Fels wel degelijk een product van die traumatische periode. Zijn ouders kregen na de oorlog een relatie. Zijn vader had toen drie jaar lang in allerlei kampen achter de rug, zijn moeder overleefde Auschwitz-Birkenau. Hans zelf werd vernoemd naar haar eerste echtgenoot Hans Polak, die het eind van de oorlog niet haalde.

Over dat verleden werd nauwelijks gesproken. Stukje bij beetje vindt Fels nu snippers informatie over bijvoorbeeld de vooroorlogse commune De Gemeenschap, het dagelijks leven in het concentratiekamp Dachau en de ontmoeting van zijn moeder, jaren later, met vrouwen die ze in het kamp heeft leren kennen. Aan de nummers op hun arm is af te lezen wie er het eerst terecht kwam.

Zelf koestert hij, als een soort talisman, een fotorolletje, waarop een wandeling van zijn vader en moeder in het Amsterdamse bos zou staan. Zo gemakkelijk laat het verleden zich echter niet vastpakken. ‘Een geheugen, mijn geheugen, is een construct’, constateert Hans Fels zelf. ‘De optelsom van beelden, gerangschikt naarmate ze bij me passen of niet. Ook mijn geheugen doet de werkelijkheid geweld aan.’

Dat lijkt het thema van deze persoonlijke zoektocht, waarin Fels stem letterlijk en figuurlijk wel erg nadrukkelijk aanwezig is, naar de mensen die hem hebben getekend, zodat hij hen kan meegeven aan zijn eigen nageslacht.

Berichten Voor Zara is hier te bekijken.

Moja Siostra

IDFA

‘Op een gegeven moment zal je haar misschien moeten loslaten’, zegt Mariusz Rusinski vanachter de camera. ‘Ze wordt binnenkort achttien.’ Zijn moeder Natasza reageert fel: ‘Nou en. Ze blijft altijd ons schatje. Jij ben ook al bijna 23 en ik maak me nog steeds zorgen over jou. Het is gekkenwerk. Soms ben ik jaloers op mensen die geen kinderen hebben. Zij kunnen tenminste rustig slapen.’

Het gesprek volgt in de korte egodocu Moja Siostra (Engelse titel: Sister Of Mine, 30 min.) op een indringende scène, waarin Mariusz’s creatieve zus Zuzanna is opgehaald met een ambulance. Even later barst moeder in huilen uit. Het drugsgebruik van haar dochter, dat Natasza noopt om in huiselijke kring urinecontroles uit te voeren, ontwricht het gehele gezin. ‘Zuzia’ moet naar een afkickkliniek, een indringende ervaring die ze vervat in een gedicht.

Ook daarna blijft ze het gezin echter uit elkaar spelen. Zuzanna daagt de anderen uit om zich ook eens bloot te geven en zet de onderlinge verhoudingen in deze observerende film zodanig op scherp, dat ook haar broer zich niet meer aan de confrontaties voor zijn camera kan onttrekken. De pijnlijke gesprekken binnen het Poolse gezin dienen te leiden tot verzoening, maar daarvoor moet er nog heel wat water door de Wisla in dit schrijnende familieportret.