De Roze Supporters

KRO-NCRV

Terwijl er op het veld (officieel) nog altijd geen homoseksuele speler rondloopt, vullen de tribunes bij het Nederlandse betaald voetbal zich heel voorzichtig met LHBTIQ+-supporters. In Den Haag zorgt de supportersvereniging De Roze Règâhs al een jaar of acht voor een tolerantere atmosfeer in het stadion. Volgens voorzitter (en oud-hooligan) Maron Pots worden er bij ADO tegenwoordig een stuk minder homo-onvriendelijke slogans gescandeerd.

Ook enkele Feyenoord-supporters zijn van zins om een speciale fanclub op te richten. Zodat er voortaan een bijgewerkte versie van het befaamde clublied van de tribunes schalt: ‘Hand in hand, tegen homofobie’. Zover is het echter nog lang niet. De officiële oprichting van Roze Kameraden komt voorzitter Paul van Dorst op ernstige bedreigingen te staan. Zelfs zijn sportschool wordt doelwit van homofobe hooligans. En de club Feyenoord laat intussen nauwelijks van zich horen.

De vierdelige serie De Roze Supporters (172 min.) belicht deze en andere pogingen van LHBTIQ+-supporters in de rest van het land om, zoals de voormalige Haagse wethouder Rabin Baldewsingh het treffend uitdrukt, gewoon ‘erbij te horen’. In Duitsland is dat volstrekt normaal, toont deze fijne docuserie van Marieke Slinkert, waarvoor Klaas van Kruistum de voice-over verzorgt. Elke zichzelf respecterende Bundesliga-club heeft een roze supportersgroep. En in stadions hangt een inclusieve sfeer.

Elders in Europa hebben homoseksuelen – niet alleen de voetbalsupporters – het soms zwaar. Zo vertrekken de rivalen uit Den Haag en Rotterdam in de zomer van 2021 bijvoorbeeld gezamenlijk naar Boedapest om daar tijdens het Europees Kampioenschap het Nederlands elftal te ondersteunen. Hongarije heeft dan net anti-homowetgeving aangenomen en zit dus bepaald niet te wachten op Oranje-fans met ‘Gay is oké’-shirts of regenboogkleding. Maar die willen toch echt het stadion in…

De Roze Supporters brengt zo van binnenuit de emancipatie van LGBTIQ+-supporters in beeld. Hoewel de situatie, met name bij Feyenoord, soms echt een grimmig karakter krijgt, blijft de grondtoon van deze empowerment-serie positief: die inclusieve voetbalwereld gaat er komen. Hoe dan ook. Of, zoals opper-Roze Règâh Maron Pots het kort en bondig samenvat: ‘Heel Nederland zal moeten toegeven dat het betaalde voetbal gezelliger is met LHBT-mensen op de tribune.’

En dan, zou je zeggen, volgen de homoseksuele spelers vanzelf. Zodat ‘ons voetbal’, indachtig de officiële KNVB-slogan, gaandeweg écht van iedereen wordt.

De Roze Supporters is hier te bekijken.

Hold Your Breath: The Ice Dive

Netflix

Haar oudere zus Elina vindt dat ze het moet proberen – al is ze er bepaald niet gerust op. Johanna Nordblad zelf ziet twee grote uitdagingen: ‘Kan ik lang genoeg m’n adem inhouden en kan ik ontspannen blijven in het ijskoude water?’ De Finse ijsduikster wil in maart 2020 haar eigen wereldrecord aanscherpen. Dat staat voor vrouwen op vijftig meter. Mannen wisten al tachtig meter te overbruggen. En op die afstand heeft Johanna nu haar zinnen gezet.

Na een warme winter zal de recordpoging noodgedwongen moeten plaatsvinden op vreemd terrein, een veel noordelijkere locatie in de kop van Finland. In het Öllöri-meer te Hossa hoopt ze onder het ijs, in een rechte lijn, van het ene naar het andere gat te zwemmen. Totdat ze de grens van het menselijk kunnen heeft verlegd. Het wordt een ontzagwekkende onderneming, die Johanna ook zomaar met de dood kan bekopen. Zeker nu ze ‘een vreemd hoestje’ heeft opgelopen.

Documentairemaker Ian Derry sluit in Hold Your Breath: The Ice Dive (41 min.) aan bij de onverschrokken sportvrouw, maakt via majestueuze (drone)shots optimaal gebruik van de zeer fotogenieke locaties en zorgt intussen met gevaarlijk krakend ijs en de onguur jagende wind voor de juiste ambiance. Hij stuurt zijn cameramensen natuurlijk ook mee onder water, om van daaruit met adembenemende beelden de ambitieuze ijsduik te vereeuwigen.

Daarmee wordt deze gelikte korte documentaire precies wat ie lijkt te willen zijn: een ongegeneerde viering van het streven naar een onmogelijk einddoel. Zonder dat Derry verder echt probeert te begrijpen wat Nordblad daartoe drijft.

Transkids

‘Je weet helemaal niet wat trans is als je klein bent’, zegt Liron tegen zijn moeder, bij de start van zijn hormoonbehandeling. ‘Je voelt gewoon dat je niet jezelf bent, dat je lichaam niet klopt. Je bent van binnen anders dan van buiten, maar je moet je gedragen zoals je eruit ziet. Want dat is wat anderen zien. Die zien niet hoe je je werkelijk voelt. Het is onzichtbaar. Dus als jij je zorgen maakt over het feit dat ik nu stoppels krijg, moet je je realiseren dat dat alleen om de buitenkant gaat. Aan de binnenkant had ik altijd al stoppels.’

In Transkids (103 min.) portretteert Hilla Medalia vier Israëlische jongeren in transitie. Terwijl ze proberen te worden wie ze altijd al waren of eindelijk kunnen zijn wie ze willen, worden ze voortdurend geconfronteerd met verwachtingen of eisen vanuit hun (directe) omgeving. Zo krijgt Liron, midden in de transitie van meisje naar jongen, bijvoorbeeld een oproep voor de dienstplicht, vraagt de oma van Ofri zich af of hij ooit een echte man kan worden en moet Romy, die een carrière als fotomodel ambieert, zich verantwoorden tegenover andere deelnemers aan een missverkiezing.

Als we dit hadden geweten bij de eerste zwangerschapstest, zegt Noams zeer religieuze vader zelfs tijdens een openhartig familiegesprek, dan was je nooit geboren. De man bedoelt het helemaal niet verkeerd, maar de boodschap is desondanks glashelder: dit had hij zijn kind, en zichzelf, graag willen besparen. Tegelijkertijd staat Noam voor zijn gevoel nu dichter bij God dan toen hij nog een meisje was. Het is alleen de vraag of zijn geloofsgemeenschap hem, net als zijn directe familie, ook kan accepteren zoals hij is.

Trefzeker plaatst Transkids een actueel thema, dat inmiddels op alle mogelijke manieren in de media is behandeld, binnen een uitdagende omgeving, waardoor de persoonlijke, sociale en maatschappelijke dilemma’s van tieners die niet vanzelfsprekend kunnen zijn wie ze willen zijn nog eens extra lading krijgen. ‘Ik ben een man, een mens en heet Liron’, concludeert Liron, die tevreden lijkt te zijn met z’n eigen ontwikkeling, tot besluit. ‘En pas daarna ben ik een transgenderpersoon.’

Petites

Rayuela Productions

Ruim 25 jaar zijn alweer verstreken sinds België en de rest van de wereld in de greep raakten van Marc Dutroux. Zijn arrestatie in 1996 zette een collectieve martelgang in gang. Eerst werden de vermiste meisjes Sabine en Laetitia aangetroffen in zijn huis in het Waalse Marcinelle, onder de rook van Charlois. Later bleek dat hij, samen met zijn vrouw Michelle Martin en handlanger Michel Lelièvre, ook verantwoordelijk was voor de geruchtmakende verdwijningen van andere jonge meisjes, waarnaar al een hele tijd werd gezocht: Julie en Melissa. En An en Eefje.

Over Marc Dutroux, de gewetenloze kinderontvoerder en -verkrachter, de spil van een internationaal (?) pedofielennetwerk en de volksvijand die enkele jaren later zowaar nog uit de gevangenis wist te ontsnappen ook is sindsdien veel gezegd en geschreven. Over het complete falen van de Belgische rechtsstaat, waardoor hij véél te lang ongestoord zijn gang kon gaan, eveneens. En over de massale volkswoede als gevolg daarvan, die op 20 oktober 1996 culmineerde in de zogenaamde Witte Mars te Brussel, een massale betoging zonder spandoeken of politieke slogans, natuurlijk ook.

De Zaak Dutroux behoort tot de grootste trauma’s van het moderne België. Dat is ook de insteek die regisseur Pauline Beugnies kiest in de documentaire Petites (Engelse titel: The End Of Innocence, 93 min.). Ze belicht de tragische geschiedenis vanuit het perspectief van kinderen die met ‘Dutroux’ opgroeiden, op zijn jachtterrein bovendien. Gedetailleerd schetsen dertig volwassen Belgen, off screen, hoe ze de gebeurtenissen als kind hebben beleefd en welke gevolgen die hadden voor hun ontwikkeling. De één verzamelde krantenknipsels, een ander maakte speciale radio-uitzendingen over de kwestie.

Hun herinneringen – van ongeloof, angst en verdriet – worden ondersteund door nieuwsreportages en interviews uit de periode dat de nachtmerrie aan het licht kwam en ogenschijnlijk willekeurige familievideo’s uit dezelfde tijd – VHS-beelden die zomaar uit onze eigen kindertijd of gezinnen afkomstig hadden kunnen zijn. Op die manier vloeien de waan van die donkere dagen en de dagelijkse dingen uit het leven van een opgroeiend kind samen tot een persoonlijke impressie van de kwestie die onder de huid van een complete generatie is gekropen en daar springlevend lijkt te zijn gebleven.

‘Voor mij kan elke volwassene een gevaar zijn’, illustreert één van de geanonimiseerde hoofdpersonen bijvoorbeeld treffend hoe seksualiteit voor haar al op heel jonge leeftijd bezoedeld is geraakt. ‘Maar ik wil m’n kinderen die verdrongen gevoelens ook niet inprenten. Daar mogen zij niet het slachtoffer van worden.’ Even daarvoor heeft iemand ook al geconstateerd dat de volwassenen destijds hun catharsis hebben gehad met het politieke debat. ‘Daarmee hebben ze al hun emoties kunnen uiten’, klinkt het spijtig. ‘Al die opstandigheid, wrevel en haat. En de kinderen, tsja…’ 

Het is een wrange conclusie voor een krachtige film, over Dutroux’ directe en indirecte slachtoffers en het land waarin zij nu al 25 jaar leven.

Meltdown: Three Mile Island

Netflix

De speelfilm The China Syndrome, waarin Jane Fonda en Michael Douglas als respectievelijk verslaggever en cameraman misstanden op het spoor komen bij een Amerikaanse kerncentrale, is twaalf dagen eerder in première gegaan. En nu lijkt de werkelijkheid Hollywood zowaar in te halen: bij Three Mile Island ontstaat in maart 1979 een ernstig probleem. Tsjernobyl, de grootste nucleaire ramp uit de wereldgeschiedenis, ligt nog zeven jaar in de toekomst verscholen – en daarna zal het nog eens 25 jaar duren voordat de aarde wordt opgeschrikt door Fukushima.

Het ongeluk in Middletown, Pennsylvania, waardoor iedereen die niet ziende blind wilde zijn wel overtuigd moest raken van de risico’s aan kernenergie, is daardoor enigszins in de vergetelheid geraakt. In de vierdelige serie Meltdown: Three Mile Island (176 min.) reconstrueert Kief Davidson met direct betrokkenen, ooggetuigen, omwonenden, journalisten en deskundigen het ernstigste nucleaire ongeval op Amerikaans grondgebied. Als het allereerste gevaar lijkt te zijn afgewend, volgen de zorgen over de volksgezondheid en dreigt er zich nóg een ramp te voltrekken.

Davidson wil van die ontwikkelingen vooral een spannend heldenverhaal maken, niet zozeer een serieuze verhandeling over de gevaren van kernenergie. De gebruikelijke respons op een ongeval – paniek, ontkenning, zorg – maakt gaandeweg plaats voor thrillerachtige elementen: kwade opzet, intimidatie en samenzwering. Daarbij wordt ook al snel het verband gelegd met een andere Hollywood-hit: Silkwood, een waargebeurd verhaal waarin Meryl Streep een klokkenluider in een Amerikaanse plutoniumfabriek vertolkt, die uiteindelijk zal omkomen bij een mysterieus auto-ongeluk.

De Karen Silkwood van Meltdown luistert naar de naam Rick Parks. Als medewerker luidt hij de noodklok over de kerncentrale. ‘Alleen met een camera op hun beide mondhoeken’, zegt hij met gevoel voor drama over de bedrijfsleiding, ‘zou je kunnen ontdekken uit welke ze logen.’ Waarna hij, om zijn woorden nog eens kracht bij te zetten, even met priemende ogen richting de camera kijkt. Punt. Parks’ ‘tone of voice’ sluit naadloos aan bij de met acteurs nagespeelde scènes die Meltdown soms eerder het karakter van een Hollywoodthriller geven dan van een historische reconstructie.

De drang om een bingehit te scoren, waarbij de behoefte om te amuseren de noodzaak om te informeren regelmatig overvleugelt, ondermijnt zo nu en dan de authenticiteit van deze miniserie, die een nog altijd relevant maatschappelijk thema behandelt.

Hitler En De Macht Van Het Beeld

Heinrich Hoffmann / NOS

Al lang voordat hij een machtige leider was, werd Adolf Hitler al als zodanig geportretteerd. Dat was een weloverwogen keuze: als het beeld maar krachtig genoeg is, volgt de werkelijkheid vanzelf. Centraal in die bepalende beeldvorming was Heinrich Hoffmann, de fotograaf van de NSDAP, betoogt Hitler En De Macht Van Het Beeld (135 min.).

Hoffmann zorgde er bijvoorbeeld voor dat Hitler op foto’s altijd centraal in beeld stond, dan streng in de camera tuurde en zo overkwam als een sterke leider. Een echte staatsman, die achter de schermen stiekem op grote gebaren oefende. Beelden waarop de aanstaande Führer als een gewoon kwetsbaar mens was te zien werden natuurlijk zorgvuldig weggehouden van gewone Duitsers. Tegelijkertijd moest hij als een echte man van het volk worden geportretteerd.

Die delicate balanceeract vormt de kern van de eerste aflevering van dit interessante journalistieke drieluik, waarin de beeldonderzoekers Erik Somers en René Kok van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), die onlangs het boek Adolf Hitler, De Beeldbiografie uitbrachten, worden gevolgd bij hun pogingen om Hitlers beeldvoering te reconstrueren. Daarbij komen ook diverse historici, direct betrokkenen en overlevenden aan het woord.

Deel 2 van de miniserie van Mélinde Kassens en Arjan Nieuwenhuizen belicht de periode dat Hitler, na de door propagandaminister Joseph Goebbels gedirigeerde verkiezingscampagne Hitler Über Deutschland, aan de macht komt: de slinkse campagnes om de jeugd aan deze vader des vaderlands te binden, Richard Wagners bombastische muziek, het massamedium radio, de duivels knappe propagandafilms van Leni Riefenstahl en het ultieme witwasevenement, de Olympische Spelen van Berlijn.

In het slot buigt Hitler En De Macht Van Het Beeld zich over de oorlogsjaren, als Adolf Hitler steeds meer een geïsoleerde leider wordt. Op de beelden van die tijd blijft hij echter het onbetwiste ‘Dreh- und Angelpunkt’ van de Duitse oorlogsmachine. Intussen is het onafwendbare verlies van nazi’s nooit te zien. Zulke beelden zijn pas achteraf, toen Hitlers nederlaag al was bezegeld, beschikbaar gekomen. En toen zou er nog veel meer bewijsmateriaal tegen de nazi’s boven tafel komen…

Als Der Führer zijn land, miljoenen mensen en zichzelf in de afgrond heeft gestort, krijgt zijn beeltenis ook zijn definitieve karakter: als verpersoonlijking van het kwaad. Deze miniserie drukt eenieder echter nog eens goed met de neus op de feiten: een leider die de media van zijn tijd beheerst, zowel letterlijk als figuurlijk, kan tot ongekende hoogten stijgen – of voorgaan in een afdaling richting de hel.

The Big Conn

Apple TV+

Zou het hartveroverende personage Saul Goodman, de lekker louche advocaat uit de gelauwerde series Breaking Bad en Better Call Saul, misschien geënt zijn op Eric C. Conn? De advocaat uit Pikeville, Oost-Kentucky, oogt net zo goedkoop, houdt er al even dubieuze methoden op na en schaamt zich ook niet voor een Goodman-achtige commercial, compleet met country- of rapsongs, koddige dansjes en bevallige dames, onder wie de bekende pornoster Raven Riley. En Conn laat rustig, dat ook, een standbeeld van Abraham Lincoln, à 400.000 dollar, bij zijn privéparkeerplaats plaatsen.

In de mijnstreek heeft ‘Mr. Social Security’, een ‘Appalachian’ kruising tussen Robin Hood en Rudy Giuliani, aan het begin van deze eeuw een uitkeringsfraude van ruim een half miljard opgezet. Bijna honderd procent van de aanvragen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering die hij indiende namens zijn cliënten, doorgaans slecht opgeleide en al enige tijd werkeloze werkemensen, werden toegewezen door één en dezelfde rechter: David Daugherty uit Huntington, West-Virginia. En daarvan kreeg de doorgewinterde – opgelet! – Connman dan weer een heel fijn percentage, dat werd geïnvesteerd in zo ongeveer een week vakantie per maand.

The Big Conn (232 min.), de vierdelige serie van James Lee Hernandez en Brian Lazarte (McMillions) over die kwestie, profiteert intussen van een heuse sterrencast: via passages uit zijn ongepubliceerde autobiografie, ingesproken door Boyd Holbrook, wordt de Conn-artiest zelf opgevoerd. Hij zal ook nog op andere manieren van zich laten horen. Daarnaast is er bijvoorbeeld Mason Tackett, een lochte hillbilly-variant op Eminem. Jennifer Griffith en Sarah Carver, klokkenluiders bij de Sociale Zekerheidsadministratie, fungeren als de tweekoppige Erin Brockovich, terwijl Damian Paletta, de Woodward & Bernstein voor hetzelfde geld van The Wall Street Journal, de zwendel uiteindelijk publiek maakt.

In de handen van Hernandez en Lazarte, die hun sappige schelmenverhaal opleuken met erg dik aangezette reconstructiescènes, losse humor en ludieke muziekjes (waaronder de kraker Little Green Bag van George Baker, dat sinds Quentin Tarantino’s Reservoir Dogs toch echt als een afgelikte boterham geldt), wordt Conn een nóg larger than larger than life-personage. Hoe vaak hij is getrouwd, daarover verschillen bijvoorbeeld de meningen. Ergens tussen de zes en veertig keer. ‘De vent heeft gewoon geen moreel kompas’, stelt Conns goedlachse advocaat Scott White. ‘Je kunt een slang niet verwijten dat ie zich als een slang gedraagt.’

Te midden van Conns kolder dreigt de achterliggende problematiek – van de gewone mensen met een haperend lichaam, die zich ook bij Kentucky’s eigen Goodman hebben gemeld – verloren te gaan. Want als de Amerikaanse overheid begint terug te slaan en toegekende uitkeringen ineens stopzet, worden zij geacht om de klappen op te vangen. Als deze kwetsbare Amerikanen in aflevering drie letterlijk in beeld komen, verandert deze miniserie even rigoureus van toon. Die plotselinge aandacht voor Conns slachtoffers blijft alleen een beetje een fremdkörper. Al snel vervolgt The Big Conn z’n weg weer als het type vermakelijke real life-misdaadkomedie, dat tegenwoordig per strekkende meter wordt afgeleverd.

Skin + Soul: The Life And Images Of Perry Ogden

Ciara Nic Chormaic

De kracht van dit portret van fotograaf Perry Ogden zit in zijn werk: commerciële klussen voor Vogue, Ralph Lauren en Kent & Curwen of persoonlijke projecten over de zogenaamde Smithfield Pony Kids, het verweesde atelier van schilder Francis Bacon of de opgroeiende Ierse jongens Paddy & Liam (die hij al jaren portretteert). In dat imposante oeuvre komt de man tot leven: in de kleuren, enscenering en – vooral – gezichten van zijn personages.

‘Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in het idee van schoonheid en wat mooi is’, vertelt de Britse fotograaf in Skin + Soul: The Life And Images Of Perry Ogden (53 min.), een fraai ogende film van de Ierse filmmaakster Ciara Nic Chormaic. ‘Daarvoor heb ik niet per sé een topmodel nodig. Ik probeer mensen te vinden die ik mooi vind en die diepte hebben. Als je in hun ogen kijkt, moet je het gevoel hebben dat er nog iets achter zit.’ En via hen kijken we waarschijnlijk naar hem, de man achter de camera.

Ogden is alleen geen heel enerverende verteller. Tamelijk droog vertelt hij over zijn werk, dat zich op het grensvlak van mode, kunst en documentaire afspeelt. En waarvoor hij, als het enigszins kan, buiten de studio aan het werk gaat. In het echte leven, dat hij dan wel naar zijn hand zet. Dit uitgangspunt wordt door Chormaic optimaal uitgebuit. Deze documentaire bevat prachtige plaatjes van een man in zijn element, op idyllische locaties.

Ze volgt Ogden bij enkele projecten en laat haar hoofdpersoon tussendoor vertellen over zijn carrière. Die heeft hem van het Engelse platteland via (punky) Londen en New York naar Dublin gebracht. De focus ligt in deze documentaire ook bij zijn werk. Pas in de slotscène, als hij zich voor een fotoshoot omringt met directe familie, toont Ogden een tedere glimlach die de hele verdere film verscholen is gebleven achter serieuze bespiegelingen over zijn vak.

Ed van Thijn: Een Oorlog Die Nooit Overging

BNNVARA

Hij deelde zijn persoonlijke verhaal met heel Nederland, maar kon, of wilde, het niet met zijn eigen kinderen bespreken. Ed van Thijn bleef zijn hele leven dat tienjarige jongetje dat níet stierf in de Tweede Wereldoorlog. ‘Wie ben ik dat ik het heb overleefd?’ vraagt hij zich af tijdens een interview uit 2010. ‘Je ziet ook kinderen voor je die het niet hebben overleefd. Ik denk dan: hoeveel burgemeesters van Amsterdam zouden daaronder hebben gezeten? En wie ben ik dan dat ik dit heb mogen worden?’

Oppervlakkig beschouwd heeft Ed van Thijn (1934-2021) een prachtig leven gehad. Hij was fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid in de Tweede Kamer, bekleedde enkele jaren het ambt van minister van Binnenlandse Zaken en werd vervolgens de langstzittende burgemeester van Amsterdam ná die vervloekte oorlog (1983-1994). Daarachter, naast en tussen waren er echter altijd dat schuldgevoel, de angst om daar ‘dik’ over te doen en het verdriet over wat verloren ging, ook in de jaren ná 1945.

In het postume portret Ed van Thijn: Een Oorlog Die Nooit Overging (47 min.) onderzoekt Nathalie Toisuta met de hoofdpersoon zelf (in zijn laatste interview uit 2020), zijn vrouw Odette, dochters Marion en Carla, kleindochter Lisa, vriend Frits Barend, biograaf Willem van Bennekom, historicus Geert Mak, partijgenoot Lodewijk Asscher en Bert Jan Flim, kind van een verzetsstrijder, de tragiek van Van Thijns leven en hoe iedereen in zijn directe omgeving in de schaduw daarvan moest leven. ‘Alles herinnert aan de oorlog’, vertelt zijn vrouw. ‘Alles!’

Hoe bevrijdt een man, die de vanzelfsprekendheid van vrijheid niet kent, zich van de oorlog? Dat lijkt de sleutelvraag van dit waardige eerbetoon aan de ouderwetse burgervader Ed van Thijn, een politicus uit en van een andere tijd: getekend door de oorlog en daardoor, elke dag weer, geïnspireerd om het goede te doen.

Notes From Brussels

In Context Productions

‘Het gevoel dat je onderdeel bent van een groter verhaal, is dat het waard om al je andere behoeften en verlangens te onderdrukken?’ vraagt Nadine van Loon zich halverwege Notes From Brussels (79 min.) af. Ze werkte ooit zelf als politiek medewerker van een Europarlementariër en haakte toen af met een burn-out. Voor haar debuutdocu heeft ze gedurende enkele jaren drie vrouwen gevolgd, die nog altijd werkzaam zijn in Brussel en Straatsburg. En dan begint het toch weer te kriebelen. Had ze niet gewoon wat harder moeten zijn voor zichzelf?

Die persoonlijke insteek voelt soms wat gezocht in deze film over het werk aan de basis van de Europese Droom. De verhalen van de drie geportretteerde vrouwen spreken voor zichzelf. De carrière van de Duitse topambtenaar Beate Gminder heeft een normaal gezinsleven bijvoorbeeld vrijwel onmogelijk gemaakt en de hoeveelheid stress zorgt ook voor gezondheidsproblemen. De Poolse journaliste Joanna Sopinska vraagt zich ondertussen af wanneer ze met haar gezin wil terugkeren naar haar eigen land, dat in de voorgaande jaren steeds verder is geradicaliseerd.

En de jonge Française Anne-Cécile Gault, medewerker van Europarlementariër Nathalie Griesbeck, vraagt zich af of ze nog steeds een lange Europese carrière ambieert. ‘Hoe ik mezelf over tien jaar zie?’ zegt ze in gesprek met twee jonge collega’s. ‘Ik heb werkelijk geen idee.’ Gault hoopt dat ze tegen die tijd kinderen heeft en kan zich niet voorstellen dat ze nog in Brussel werkt. ‘Zou jij geen Europarlementariër willen zijn?’ vraagt ze aan één van de anderen. ‘Nee’, antwoordt die gedecideerd. ‘Nooit!’ vult de derde jonge vrouw aan. ‘Nooit. Nooit.’

Via drie levens die voortdurend van beleidsnota naar vergadering snellen, waarbij er nauwelijks meer ruimte is voor een privéleven, geeft deze film een aardige inkijk in hoe de Europese politiek en bureaucratie direct betrokkenen helemaal kan slopen. Voor hun idealen en/of carrière moeten ze zien te overleven in de Europese arena, waarbinnen het nog verdomd lastig is om een succesje te scoren ook. Of de kosten opwegen tegen de baten? Nadine van Loons antwoord op de vraag die ze halverwege de film opwierp laat zich wel voorspellen.

20.000 Days On Earth

Madman

20.000 Days On Earth (93 min.) heeft hij volgens zijn eigen berekeningen inmiddels achter de rug – althans, dat is de premisse van deze weldadige docu/mockumentary over Nick Cave uit 2014 – en dan lijkt dag 20.001 een ideale gelegenheid om de balans op te maken. Een fictieve dag, dat wel, waarop de Australische zanger en (song)schrijver plaatsneemt op een stoel bij de psychiater en vertelt over zijn eerste seksuele ervaring, relatie met z’n vader en verhouding tot het geloof. 

Een dag ook waarop hij zijn eigen archief bezoekt en kijkt naar De Jonge Cave. Waarop hij achter het stuur van zijn auto kruipt en het gesprek aangaat met bijrijders zoals acteur Ray Winstone, oud-bandlid Blixa Bargeld en zangeres Kylie Minogue. En waarop hij voor een copieuze maaltijd aanschuift bij bloedsbroeder Warren Ellis. En daarbij komt het gesprek dan op een angstaanjagend optreden van Nina Simone. Ellis hield daaraan een kauwgom over. Die inspireerde hem onlangs tot het boek Nina Simone’s Gum. Althans, zo wil het verhaal dat de twee graag delen.

Aan de hand van de levensgeschiedenis van hun illustere protagonist belanden de Britse filmmakers (en kunstenaars) Iain Forsyth en Jane Pollard zo bij een soort gefictionaliseerde werkelijkheid over Cave, ergens in de Bermudadriehoek tussen herinnering, mythe en broodje Aap. Daar waar de waarheid zich wel eens schuil zou kunnen houden. En waar Nick Cave zelf in songs, anekdotes en verbindende teksten hoog kan draven, vrijelijk mag schmieren en zijn zwartgeblakerde ziel wil blootleggen.

‘Mijn grootste angst is dat ik mijn geheugen verlies’, zegt hij bijvoorbeeld in deze zinnenprikkelende ode aan de kracht van verbeelding, die door Forsyth en Pollard wordt doorsneden met opnames voor zijn album Push The Sky Away (2013) en performances van die songs. Want uiteindelijk bestaan wij als mensen volgens Cave vooral uit onze herinneringen. ‘Daar gaat het mij om bij het schrijven van liedjes: het hervertellen van die verhalen en het mythologiseren ervan. Zo bezien is het verliezen van het geheugen een enorm trauma.’

In de navolgende jaren zal Nick Cave daar stug mee doorgaan, ook met het verwerken van de trauma’s die hij nog op zijn weg zal vinden – en die een plek zullen krijgen in de concertfilms One More Time With Feeling en This Much I Know To Be True.

The Mystery Of Marilyn Monroe: The Unheard Tapes

Netflix

De vraag wordt vrijwel direct opgeworpen: was de dood van Marilyn Monroe op 4 augustus 1962 een onfortuinlijk ongeluk, zelfdoding of toch moord? Voordat regisseur Emma Cooper in The Mystery Of Marilyn Monroe: The Unheard Tapes (102 min.) op zoek gaat naar een antwoord, probeert ze eerst achter de schermen te kijken bij ‘het grootste sekssymbool van de twintigste eeuw’, in werkelijkheid een kwetsbare vrouw die haar hele leven op zoekt lijkt te zijn geweest naar (zelf)liefde en geborgenheid.

De Ierse onderzoeksjournalist Anthony Summers fungeert daarbij als bruggenhoofd. Voor de biografie Goddess: The Secret Lives Of Marilyn Monroe (1985) sprak hij met talloze bronnen uit de directe omgeving van de Amerikaanse actrice, die in werkelijkheid Norma Jeane Mortenson heette. De tapes daarvan, 650 in getal, zijn voor het eerst te horen in deze documentaire. Zo komen onder anderen regisseur John Huston (The Asphalt Jungle), actrice Jane Russell, Hollywood-agent Al Rosen, Monroe’s huishoudster Eunice Murray en regisseur Billy Wilder (Some Like It Hot) aan het woord, waarbij acteurs lipsynchroon – een enigszins onwerkelijke ervaring – voor de bijbehorende beelden zorgen.

Via Marilyn Monroe’s verhoudingen met beroemde mannen – zoals honkbalheld Joe DiMaggio, toneelschrijver Arthur Miller en de gebroeders Kennedy, president John en zijn minister van justitie Robert – koersen Cooper en Summers af op die fatale zaterdag in 1962, als hun protagonist op 36-jarige leeftijd overlijdt, als gevolg van een overdosis slaappillen. Daarbij zoomt de film nog eens nadrukkelijk in op Monroe’s relatie met de Kennedys en laat Anthony Summers primaire bronnen horen zoals hun zwager Peter Lawford, Robert Kennedy’s secretaresse Angie Novello, privédetective Fred Otash en diens medewerker John Danoff (die Monroe en de gebroeders Kennedy afluisterde in de slaapkamer).

Summers’ grootste troef vormen de vrouw en kinderen van Ralph Greenson, ‘de psychiater van de sterren’, bij wie Marilyn Monroe de laatste jaren van haar leven in behandeling was. Omdat zij regelmatig bij hen thuis kwam en een vriendschap met hen opbouwde, kunnen zij uit de eerste hand vertellen hoe de grote ster, opgegroeid in pleeggezinnen en weeshuizen, privé worstelde met wie ze voor menigeen was: ‘een stuk vlees’. Ze probeerde haar disbalans vervolgens onschadelijk te maken met pillen. Dat zijn geen nieuwe inzichten, zoals ook de exploitatie van vrouwen in het oude Hollywood geen verrassing mag zijn, maar deze stevige film slaagt er met iconische beelden en obscuur archiefmateriaal in om de levensloop van de bekoorlijke blondine treffend te verbeelden.

En over de tragische afloop daarvan – naakt op haar eigen bed, met een telefoonhoorn in de hand, in haar huis te Brentwoord, Californië – heeft The Mystery Of Marilyn Monroe bovendien een geloofwaardige hypothese – ook al is die bepaald niet nieuw. Summers en Cooper blijven daarmee uit de buurt van al te buitenissige complottheorieën.

Anna: Status

Prime Video

Als je imago niet alleen voor de buitenwereld bepaalt wie je bent, moet het verdomd lastig zijn om de controle daarover af te geven aan een willekeurige filmmaker. In Anna: Status (170 min.), waarvan ik tot dusver drie afleveringen heb gezien, twijfelt Anna Nooshin voortdurend over wie of wat ze wil laten zien. Net als Ali B. dat eerder deed in de vergelijkbare productie Ali Bouali. Die conversatie over wat er wel en niet wordt gedeeld voor de camera heeft ongetwijfeld ook tot doel om het belang van dit portret te benadrukken. In de trant van: in deze vierdelige serie laat de befaamde Iraans-Nederlandse influencer Anna Nooshin méér, zo niet álles, zien van zichzelf.

Het is natuurlijk wel de vraag hoeveel ruimte de hoofdpersoon van showrunner Niki Padidar heeft gekregen om te bepalen wat de serie op welke manier mag halen. Wie heeft bijvoorbeeld bedacht om Anna’s eerste sessie met psychiater Glenn Helberg, waarbij ze van binnenuit wordt opgewacht met de camera, te filmen? Wie heeft het initiatief genomen om een soort familiegesprek te organiseren met haar moeder en zus, over hun vluchtverleden en haar gewelddadige vader? En wie heeft het onzalige idee opgevat om acteur Derek de Lint te vragen om een bij vlagen ironische voice-over in te spreken, die de plank af en toe helemaal misslaat?

Anna: Status is over het algemeen tamelijk ruw gefilmd en gemonteerd, zodat de serie een ‘reality’-feel krijgt. Tegelijkertijd oogt ie ook zorgvuldig gestyled. Neem het centrale interview waarin Nooshin het achterste van haar tong lijkt te laten zien. Als ze vertelt over haar kwetsbaarheid, gebrek aan zelfliefde en onvermogen om gelukkig te zijn, zit ze op de grond, tegen een betegelde muur in een soort fabriekssetting. Ze is nauwelijks opgemaakt, draagt onopvallende kleding en kistjes en wordt een beetje van bovenaf gefilmd. Zo, willen de filmmakers/Anna zelf ons duidelijk maken, ziet iemand eruit die zich kwetsbaar opstelt.

In het verleden, in haar geboorteland Iran en de eindeloze tocht langs AZC’s in Nederland, lijkt de sleutel te liggen naar het begrijpen van de persoon Anna Nooshin. Daartegenover staan scènes met het fenomeen Anna Nooshin in de buitenwereld: tijdens fotosessies, bijkletsend met YouTuber Robbert Rodenburg en in een kunstgalerie, waar ze (samen met oud-wielrenner Thomas Dekker) een kunstwerk probeert aan te kopen. Het is duidelijk: in Nooshins leven lijken de binnenkant en de buitenkant soms volledig langs elkaar heen te leven. Duidelijk is ook dat Nooshin een kwetsbaar rolmodel is. Geen slachtoffer overigens, volgens haarzelf, maar een overlever.

In dat opzicht doet deze erg grillige productie enigszins denken aan de twee documentaireseries over een ander omstreden boegbeeld van millennials, Famke Louise De Documentaire en Famke Next. Allebei leven ze een leven waarin het persoonlijke, publieke en zakelijke volledig verknoopt zijn geraakt met elkaar. En waarbij geluk en succes bepaald niet vanzelfsprekend samengaan en soms zelfs op ramkoers met elkaar kunnen liggen.

Social Media Murders: The Murder Of Molly McLaren / The Murder Of Grace Millane

ITV

Ze leefden het social media-bestaan. Zij had overduidelijk lol in haar leven, was het middelpunt van elk feest. En hij deed daar nauwelijks voor onder, met zijn coole looks en stralende glimlach. Toen Molly McLaren en Joshua Stimpson elkaar tegenkwamen op een datingsite, was er duidelijk sprake van een match. En toen begon het echte leven…

Molly had een angststoornis en kampte met boulimia, Josh leverde strijd met mentale problemen. Volgens eigen zeggen was hij bipolair – en ontoerekeningsvatbaar toen het echt helemaal misging tussen hen. Op 29 juni 2017 doodde hij Molly met ruim vijftig messteken, twaalf dagen nadat zij de relatie beëindigde die in totaal zeven maanden had geduurd. Josh wachtte daarna op de politie.

In het eerste deel van het Britse tweeluik Social Media Murders (92 min.), geregisseerd door respectievelijk Angus Cameron en Natasha Cox, reconstrueren Molly’s ouders, vriendinnen en allerlei deskundigen de toxische relatie tussen de twee geliefden. Die wordt verder inzichtelijk gemaakt met hun online-conversatie, die uiteindelijk uitmondt in laster, chantage en stalking.

Deel twee van de true crime-serie concentreert zich op de gewelddadige dood van de Engelse backpacker Grace Millane in Nieuw-Zeeland. Als zij tijdens haar wereldreis in Auckland arriveert, komt ze via social media in contact met ene Jesse Shane. Een dag later, op 2 december 2018 viert Grace haar 22e verjaardag. Op de felicitaties die binnenkomen reageert ze echter helemaal niet. Grace is vermist.

Met behulp van chatberichten, telefoongegevens en beveiligingscamera’s weet de politie te deduceren hoe het Britse meisje de laatste uren voor haar verdwijning heeft doorgebracht, wat er in die periode met haar kan zijn gebeurd en hoe het daarna verder is gegaan. Was het een koelbloedige moord? Of toch een Fifty Shades Of Grey-achtige fantasie die helemaal uit de hand is gelopen?

Deze twee tragische kwesties vestigen de aandacht op de gevaren van de online-wereld: dat iemand die je ontmoet niet hoeft te zijn wie hij zegt dat hij is en dat we allemaal steeds beter zicht- en vindbaar zijn, ook voor de politie, door de sporen die we achterlaten op het web. Intussen voelt de kijker van deze twee crimedocs zich ook een beetje een voyeur. Van levens die op hun kwetsbaarst vanuit allerlei hoeken en gaten zijn vastgelegd. Ter leering ende vermaeck.

The Long Game: Bigger Than Basketball

Apple TV+

Na de gewelddadige dood van George Floyd en de navolgende Black Lives Matters-demonstraties zet het basketbaltalent Makur Maker in de zomer van 2020 een bijzondere stap: hij kiest niet voor een school met een erkend topteam, maar besluit om te verkassen naar Howard University in Washington, D.C., een zwarte school waar ook kopstukken als Kamala Harris, Thurgood Marshall en Toni Morrison ooit studeerden.

Daar wordt hij geconfronteerd met een zieltogende basketbalploeg. En dat heeft meteen gevolgen voor zijn eigen marktwaarde. Over driehonderd dagen vindt echter de volgende NBA-draft plaats, het richtpunt van deze vijfdelige docuserie van Seth Gordon (The King Of Kong). Dan hoopt de gedreven jongeling te worden geselecteerd door een gerenommeerd profteam. Hij zal dus ongenadig aan de bak moeten, binnen lastige omstandigheden.

Makur Maker is overigens niet zomaar een Afro-Amerikaanse jongen die droomt van een lucratieve topsportcarrière. Hij werd geboren in het door oorlog verscheurde Afrikaanse land Zuid-Soedan, groeide op in Australië en volgde van daaruit zijn eveneens basketballende neef Thon Maker naar de Verenigde Staten, om daar zijn grote droom na te jagen. Makurs ouders zijn ‘down under’ achtergebleven.

De Afrikaanse jongen wordt opgevangen in het gastgezin Smith, dat hem naar een carrière als professional hoopt te begeleiden. Want Makur Maker wil duidelijk The Long Game: Bigger Than Basketball (256 min.) spelen. Howard University’s hoekige coach Kenny Blakeney moet hem, midden in de Coronacrisis, veilig naar zijn volgende tussenstation begeleiden. Voor hem is de boomlange speler alleen écht niet groter dan het team.

Zo ontspint zich een typisch Amerikaanse sportdocu, in de traditie van de basketbalklassieker Hoop Dreams, waarin Makur op alle mogelijke manieren wordt uitgedaagd om boven zichzelf uit te stijgen. Intussen dreigt de carrière van zijn oudere neef Thon voortijdig te stranden. En dat is een flink probleem want Edward Smith, de omstreden Amerikaanse gastvader van de Makers, heeft flink geleend om de carrière van de jongens op gang te helpen.

The Long Game bevat allerlei interessante verhaalelementen voor een meeslepende vertelling over winnen en verliezen in de sport – en daarmee het leven – maar neemt wel flink de tijd om die uit te serveren. Sommige zijlijntjes zouden best kunnen worden gekortwiekt of helemaal weggesneden. En dat roept dan meteen de vraag op of deze docuserie als één enkele documentaire niet beter tot zijn recht zou zijn gekomen.

This Much I Know To Be True

Piece Of Magic

De één gold een kleine veertig jaar geleden met de post-punkband The Birthday Party als de wildeman van de Australische muziek, de ander werd begin jaren negentig als voorman van het instrumentale trio The Dirty Three ‘de Hendrix van de viool’ genoemd. Toen Nick Cave in 1993 een violist nodig had voor een opname met zijn nieuwe band The Bad Seeds benaderde hij natuurlijk Warren Ellis. Die bleek een blijvertje.

‘Hij schikte zich in eerste instantie in een ondergeschikte rol en verfraaide gewoon wat we toch al deden’, vertelt Cave, ooit de ster van zijn eigen mockumentary 20.000 Days On Earth, in de (privé)concertfilm This Much I Know To Be True (105 min.) van Andrew Dominik. ‘En vervolgens heeft hij gewoon één voor één de leden van The Bad Seeds eruit gewerkt. Ik ben de volgende op zijn lijst. Hij begint tegenwoordig ook steeds meer te zingen.’

Van zulke meligheid is uiteindelijk geen woord gelogen: Warren Ellis speelt allang geen tweede viool meer. Hij speelt sowieso lang niet altijd viool. De twee zijn volwaardige samenwerkingspartners geworden: in The Bad Seeds en het zijproject Grinderman. Als filmcomponisten voor producties zoals The Proposition, Andrew Dominiks The Assassination Of Jesse James By The Coward Robert Ford en de prachtdocu The Velvet Queen.

En onder de noemer Nick Cave & Warren Ellis. In die laatste hoedanigheid zijn ze ook te zien in deze film van Dominik, die Cave in One More Time With Feeling (2016) al eens portretteerde toen die rouwde om zijn overleden zoon Arthur. Deze docu is geen logisch vervolg – er zit overigens ook een film tussen: Cave’s stemmige solo-performance Idiot Prayer – en heeft ook niet zo’n topzware lading, maar voelt toch wel vergelijkbaar.

This Much I Know To Be True bestaat voor het leeuwendeel uit een privé-optreden, opgenomen in het voorjaar van 2021, waarin het illustere duo op gezette tijden wordt bijgestaan door een strijkkwartet, drummer en achtergrondkoor. De locatie, in Brighton en Londen, is uiterst sfeervol. Net als de ‘in your face’-registratie. Dynamisch, fraai uitgelicht en héél intiem. Alsof de twee alleen voor jou, en mij, optreden.

Dominik lardeert dit bezwerende geheel, ogenschijnlijk lukraak, met enkele scènes (de entree en spoken word-performance van een inmiddels erg broze Marianne Faithfull bijvoorbeeld) en losse interviewfragmenten (waarin Cave bijvoorbeeld vertelt over The Red Hand Files, een website waarop hij uitgebreid en zeer persoonlijk ingaat op vragen van fans). Die zijn soms best aardig, maar het is toch echt de muziek die ’t moet doen.

Met een uitgelezen selectie songs van het Bad Seeds-album Ghosteen (2019) en de Cave/Ellis-collaboratie Carnage (2021) creëren Nick Cave en Warren Ellis een soort sacrale atmosfeer, de perfecte manier om in tijden van quarantaine en lockdowns – of als je niet zo nodig onderdeel wilt zijn van een mensenmassa – tóch onderdeel te worden van een concert.

They Call Me Magic

Apple TV+

Het is in 1979 letterlijk een kwestie van kop of munt: krijgen The Chicago Bulls of The Los Angeles Lakers de kans om het toptalent Earvin ‘Magic’ Johnson in te lijven? Het wordt uiteindelijk Californië voor de topper in spé uit Lansing, Michigan. Naast een bewezen crack als Kareem Abdul-Jabbar kan de mediagenieke Afro-Amerikaan met de kamerbrede glimlach er uitgroeien tot één van de succesvolste Amerikaanse basketballers aller tijden en zo een remonte van de zwalkende National Basketball Association (NBA) inluiden.

Dat is het startpunt voor de gelikte vierdelige docuserie They Call Me Magic (240 min.), waarin Johnsons carrière netjes wordt doorgelopen, gebruikmakend van een mixture van wedstrijdbeelden, nieuwsreportages en interviews. Magic zelf komt natuurlijk aan het woord. Familie, vrienden en kennissen. Collega’s zoals Michael Jordan, Isiah Thomas en Larry Bird. De onvermijdelijke sportjournalisten, basketbalofficials en deskundigen. En ook het verplichte blik Bekende Amerikanen wordt opengetrokken. Daarin blijken ditmaal Barack Obama, Snoop Dogg, Bill Clinton, Samuel L. Jackson, Spike Lee, Rob Lowe, Paula Abdul, LL Cool J, Jimmy Kimmel en Arsenio Hall te zitten.

Met al die verschillende sprekers maakt regisseur Rick Famuyiwa er een typisch Amerikaanse sportdocumentaire van: een vertelling die continu van drama via cliffhanger naar overwinning snelt – en weer terug. Van Johnsons komeetachtige opkomst via de (opgeklopte) zwart-wit rivaliteit met de blanke held Larry Bird van de grote concurrent The Boston Celtics en de entree van de nieuwe superster Michael Jordan tot zijn schokkende mededeling dat hij besmet is geraakt met het HIV-virus. Een vet aangezette basketbalsaga, die natuurlijk is gelardeerd met onnoemelijk veel superlatieven, dramatiek en clichés. Dichtgesmeerd bovendien met een vlotte collectie soul-, pop- en discohits.

Al dat spektakel kan echter niet verhullen dat They Call Me Magic slechts zelden écht de diepte ingaat. Zoals het ook slechts zelden écht lijkt te schuren in het leven van de goedlachse Magic. Zelfs het feit dat hij de relatie met zijn echtgenote Cookie tot driemaal toe heeft afgebroken voordat het kwam tot een huwelijk heeft achteraf bezien ook wel zijn charme. Pas als Johnson krijgt te horen dat hij HIV heeft en vervolgens een spreekbuis wordt voor besmette Amerikanen krijgt de serie werkelijk scherpte en diepgang. Dan gaan de toch wat gladde praatjes aan de kant en toont de man achter Magic, Earvin Johnson, alsnog publiekelijk zijn ziel.

In de laatste aflevering van de serie roept alleen de plicht weer (deelname met het zogenaamde Dream Team aan de Olympische Spelen, terugkeer in de NBA, de start van een eigen zakenimperium en ondertussen ook nog het bij elkaar houden van zijn gezin) en verdwijnt de urgentie net zo snel als ie is gekomen, ten faveure van wat toch wel héél dicht bij een hagiografie komt.

JC

Nationaal Archief / Anefo / Jac de Nijs

Terwijl het Nederlands elftal op het wereldkampioenschap voetbal van 1974 ten onder gaat tegen West-Duitsland, in slowmotion en begeleid door stemmige muziek, filosofeert de belangrijkste speler op het veld, Johan Cruijff, hardop over het bestaan van een hogere macht en of zoiets als geluk en ongeluk eigenlijk wel bestaat.

In het vliegtuig op weg naar huis, als de ster van het Nederlands elftal even alleen is met zijn vrouw Danny, wordt hij vervolgens aangesproken door een verslaggever. ‘Johan, als ik even mag storen: kun jij tegen je verlies?’ De professional in Cruijff geeft beleefd antwoord en gaat daarna in op hoe hij zich nu voelt. Hij dankt God op zijn blote knieën dat het toernooi afgelopen is, zegt hij. ‘Want het was onmenselijk zwaar.’

De fraaie archieffilm JC (63 min.), die wordt uitgebracht ter gelegenheid van Johan Cruijffs 75e verjaardag, is dan halverwege. Met prachtig archiefmateriaal, begeleid door een audiocollage van interviewfragmenten, portretteert regisseur David Kleijwegt de beste voetballer die Nederland ooit heeft voortgebracht. Diens eerste periode bij Ajax is dan achter de rug, hij kan aan zijn tweede grote liefde FC Barcelona beginnen.

Kleijwegt heeft van deze film nochtans geen regulier carrièreoverzicht gemaakt. Hij zwerft eerder intuïtief door het publieke leven van het Nederlandse icoon en vindt in allerlei situaties – de kleedkamer, het trainingsveld, tussen supporters, het strand, in reclames, de biljarttafel, thuis met Danny en allerlei televisieprogramma’s – de Cruijff die we al van haver tot gort kennen en die tóch nog nieuwe kanten van zichzelf prijsgeeft.

Behalve de lefgozer, topspits, sierlijkheid zelve, aanvoerder, leider, betweter, kapsoneslijder, denker, coach en woordkunstenaar Johan Cruijff vangt Kleijwegt, die eerder een soortgelijke film over Willem van Hanegem maakte, ook de tijd waarin de amateursport voetbal in de ban raakte van het grote geld, de televisie ineens kleur kreeg, Mies Bouman dienst deed als een soort moeder des vaderlands, gewone stervelingen Bekende Nederlander werden en ‘Cruijffie’ uitgroeide tot ‘Johan’.

Afgelopen week liet Studio Sport in de documentaire Johan Cruijff: The Unknown overigens met prachtige beelden al zien hoe goed de Nederlandse speler ooit was.

Conversations With A Killer: The John Wayne Gacy Tapes

Netflix

Van november 1979 tot april 1980 voerde John Wayne Gacy, in afwachting van een rechtszaak vanwege moord, gesprekken met een medewerkers van zijn eigen verdedigingsteam, iemand waarvan de identiteit nog altijd onbekend moet blijven van z’n familie. De opnamen, zestig uur in totaal, zijn voor het eerst te horen in de driedelige documentaireserie Conversations With A Killer: The John Wayne Gacy Tapes (185 min.) van true crime-crack Joe Berlinger, die in 2019 al een serie afleverde over een andere beruchte seriemoordenaar: Conversations With A Killer: The Ted Bundy Tapes.

In de kruipruimte onder het huis van Gacy in Des Plaines, een stadje ten noordwesten van Chicago, heeft de politie eind 1978 de lijken van bijna dertig jonge mannen aangetroffen. Dat griezelverhaal is al talloze malen verteld – niet zo lang geleden in de sterke docuserie John Wayne Gacy: Devil In Disguise, opgebouwd rond gesprekken die de killer had met de befaamde FBI-profiler Robert Ressler – maar blijft onverminderd tot de verbeelding spreken. Niet vreemd: Gacy was een lokaal bekende ondernemer, deed dienst als voorzitter van de plaatselijke afdeling van de Democratische Partij en stond zelfs op de foto met Rosalynn Carter, de vrouw van de toenmalige Amerikaanse president.

De joviale baas van aannemersbedrijf Painting Decorating Maintenance, die in zijn vrije tijd graag op kinderfeestjes kwam opdraven als Pogo The Clown en nog altijd voortleeft als de personificatie van de horrorclown, had al eens eerder in de gevangenis gezeten. Vanwege sodomie. Dat had hem ook zijn huwelijk gekost. Toen hij begin jaren zeventig opnieuw trouwde besloot hij volgens eigen zeggen om eerlijk te zijn naar zijn tweede echtgenote. ‘Ik wilde vertellen dat ik biseksueel was en me inliet met andere dingen, maar dat ik geen homo was of zo’, legt hij, volgens een geheel eigen logica, uit op de nieuwe audio-opnames. ‘Daar hoefde ze niet bang voor te zijn. Ik was tegen ze. Ze waren ziek en zwak.’

John Gacy – zou die tweede naam, Wayne, overigens ooit zijn toegevoegd om van hem de absolute tegenpool te maken van de ‘all American hero’ John Wayne? – ging zijn geperverteerde lusten en (zelf)woede genadeloos botvieren op de jongens die hij naar zijn huis wist te lokken. De agenten die hem destijds inrekenden kunnen de geur van hun rottende vlees en de bijbehorende beelden van ontbindende lichamen ruim veertig jaar later nog altijd moeiteloos oproepen. Hoe vaak zouden die sindsdien al hebben verteld over die macabere zoektocht door Gacy’s woning en hun ervaringen met de heer des huizes? En, zo bezien, delen zij nu werkelijk hun herinneringen of het logische verhaal dat ze daarvan ooit hebben gemaakt?

Berlinger laat hen in elk geval gewoon weer hun verhaal doen en ruimt tevens plek in voor een oude celmaat van John Wayne Gacy, zijn advocaten, een overlevende, de openbaar aanklagers, een voormalige medewerker en nabestaanden van enkele slachtoffers. Hun herinneringen worden gestut met nieuwsbeelden, naargeestige collageachtige sequenties en een onheilszwangere soundtrack. Zo wordt de huiveringwekkende geschiedenis van de sadistische moordenaar weer opgedist. Adequaat en kundig, met enkele eigen accenten, zoals de nadruk op de homoseksualiteit van veel slachtoffers. Daardoor kwam de politie waarschijnlijk later dan gebruikelijk in actie en kon Gacy dus langer ongestoord zijn gang gaan.

Uiteindelijk is het echter lastig om nog iets wezenlijks toe te voegen aan een levensverhaal dat al zo vaak, in al z’n gore details, is verteld. Ondanks hun schokkende karakter zijn de daden van John Wayne Gacy bijna vertrouwd gaan voelen. Tegelijkertijd blijft het schokkend om de man zelf bijvoorbeeld te horen vertellen dat hij heeft genoten van de rechtszaak. ‘Ik sta graag in het middelpunt’, zegt hij op de opnametapes. ‘Maar ik heb het ook verdiend. Niemand anders is weggekomen met wat ik heb gedaan.’

Laatste Getuigen

VPRO

Waarom hij op zoek is gegaan naar de andere jongens? De reden daarvoor is simpel, volgens de Joodse schrijver Gerhard Durlacher (1928-1996). Net als bij al zijn andere naspeuringen naar de oorlog: ‘om jezelf zekerheid te geven dat het ook allemaal waar was, die nachtmerrie’. De waarheid van de vernietigingskampen is zelfs voor de mensen die er verbleven niet te bevatten. Ook zij blijven behoefte houden aan ondersteunend bewijs. ‘Anders denk je van jezelf: ik ben gek. Dat is een nachtmerrie, dat is helemaal niet waar.’

Durlacher, vader van schrijfster Jessica Durlacher, was vijftien en één van de 89 jongens in het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau die door de beruchte kamparts Josef Mengele werden geselecteerd en níet naar ‘het gas’ hoefden. Hij schreef er het boek De Zoektocht over, dat als basis diende voor Laatste Getuigen (89 min.). In deze documentaire uit 1991 probeert Cherry Duyns met drie van hen die tocht langs de poorten van de hel te reconstrueren. Terwijl zij konden/moesten voortleven, werden hun familieleden collectief als ‘ongedierte’ verdelgd.

‘Waarom?’ vraagt Ernst Hacker, die nooit eerder over zijn oorlogsverleden sprak. ‘Dat vraag ik me nog steeds af. Elke dag zie ik hoe m’n ouders en m’n broer het crematorium binnengaan.’ Waarna hij, met de handen voor het gezicht, onbedaarlijk begint te huilen. ‘Er gaat geen dag voorbij… Ik kan er tot op heden niet bij waarom ze dat gedaan hebben. Ik zou zo graag bij ze zijn.’ En dan volgt het schuldgevoel. ‘Maar om eerlijk te zijn heb ik niet gehuild toen m’n ouders het crematorium ingingen. Ik heb nooit kunnen huilen. Pas nu kan ik huilen.’

En dat gaat ook ruim 75 jaar na afloop van die verdoemde oorlog nog altijd door merg en been. Kun je er ooit overheen komen? vraagt Duyns aan Yehuda Bacon. ‘Voor een kind was dat de enige vanzelfsprekende realiteit’, antwoordt de kunstenaar, die na de oorlog naar Israël verkaste. ‘Er was niks anders. Ik kon niet vergelijken. Ik verklaar het zo: in Theresienstadt droomde ik nog dat ik thuis was en terugging naar m’n postzegelverzameling die ik ergens had verstopt.’ In Auschwitz was z’n kindertijd echter al ‘zo oneindig ver weg, dat ik droomde dat ik in Theresienstadt was.’

Waarom juist deze jongens werden gespaard door de nazi’s – waren zij voorzien als gijzelaars, loopjongens of toch als degenen die geruststellende brieven naar huis moesten schrijven? – is nog altijd niet precies te reconstrueren. Ieder van hen heeft, zo blijkt op een reünie in een Israëlische kibboets, zijn eigen manier moeten vinden om met het verleden te dealen. Het is in elk geval duidelijk dat deze mannen nog altijd niet bevrijd zijn – of ooit kunnen worden – van de gruwelijke geschiedenis waarvan zij getuige moesten zijn.