The Rise Of Jordan Peterson

Hij verzet zich tegen radicaal-links en is zo het gezicht van radicaal-rechts geworden. Waar de omstreden Canadese klinisch psycholoog Jordan Peterson komt, komt commotie. Voor zijn supportersschare van veelal witte mannen is hij een metershoge held die eindelijk eens de vinger op de zere plek legt, opponenten zien in hem een man die onverdraagzaamheid uitdraagt en dus monddood moet worden gemaakt.

In de genuanceerde documentaire The Rise Of Jordan Peterson (90 min.) worden die beide reacties gepersonifieerd via fans die maar al te graag een selfie willen maken met de rockster van rechts en linkse activisten die keihard lawaai aanzetten zodra hij begint te speechen. ‘Dit is hoe ik er echt uitzie’, zegt hij tegen regisseur Patricia Marcoccia en zet vervolgens een eng masker op. ‘En dit is hoe ik eruit zie volgens mensen die een hekel aan me hebben.’

‘Welke van de twee klopt?’ wil Marcoccia weten. Misschien wel allebei, antwoordt Peterson, die in deze film wordt geportretteerd met zowel zijn gezin, ouders, vrienden en medestanders als ideologische tegenstanders. Daarbij is een speciale rol weggelegd voor zijn (voormalige) vriend Bernard Schiff, bij wie hij ooit zelfs vijf maanden inwoonde. Die schreef in 2018 een spraakmakend opiniestuk: ‘I was Jordan Peterson’s strongest supporter. Now I think he’s dangerous.’

‘Er is de Jordan Peterson die ik ken, de Jordan Peterson die ik zie op Twitter en dan is er de mythe van Jordan Peterson die ook zijn eigen ideeën heeft’, zegt zijn vriend Wil Cunningham, zelf professor in de psychologie, met lichte verbazing. ‘En die houden soms nauwelijks verband met wat hij echt vindt.’ Cunningham vindt tegelijkertijd dat zijn kameraad in het openbaar soms stuitende dingen zegt en zo al die ophef ook over zichzelf afroept.

Waarna de filmmaakster enkele van die provocerende beweringen laat zien. ‘Weigeren feministen om de islam te bekritiseren omdat ze eigenlijk onbewust hunkeren naar mannelijke dominantie?’ tweette de (anti)held van alt-right bijvoorbeeld in het najaar van 2017. Of, in een televisie-interview over maatregelen tegen seksuele intimidatie op het werk zei hij: ‘Hoe zou het zijn zonder make-up op het werk? Of zonder hoge hakken?’

Via the man you love to hate (of hate to love) Peterson agendeert deze afgewogen film tevens het thema vrijheid van meningsuiting en of die, zolang er geen discriminatie of geweld aan te pas komt, eigenlijk mag worden begrensd.

Lamentations Of Judas

Witfilm

‘Wanneer hoorde je voor de eerste keer het woord ‘Apartheid’?’ wil de interviewer weten van Domingos Carlos. ‘Toen ik dat woord voor het eerst hoorde, was ik geschokt’, antwoordt het voormalige lid van Bataljon 32, een eenheid van zwarte huurlingen die in de jaren zeventig door Zuid-Afrika werd ingezet om de prille communistische volksrepubliek Angola te destabiliseren. ‘Dat was niet goed.’

‘Had je niet het gevoel dat je zelf het witte Apartheidsregime hielp tegen de zwarte bevolking?’ vraagt de interviewer door. ‘Dat gevoel had ik wel’, bekent Domingos tijdens het gesprek, dat plaatsvindt terwijl hij participeert in een re-enactment van het lijdensverhaal van Jezus Christus.  ‘Maar ik was aan het werk. Ik probeerde mijn kost te verdienen.’

Volgende vraag dan maar: ‘Toen we daarnet Jezus filmden, was jij één van zijn Apostelen. Wat ging er toen door je heen?’ De man gaat eens verzitten. ‘Ik dacht dat we iets goeds deden.’ De interviewer duwt door: ‘Waar dacht je aan toen die Romeinse soldaten Jezus arresteerden?’ Domingos: ‘Ik vond het vervelend voor Jezus, want hij kwam om goede dingen te doen voor de mensen. De bewakers die hem pakten waren bezeten door de Duivel.’

‘Welke straf zouden ze die bewakers moeten geven?’ probeert de interviewer het nog eens. Het kwartje wil echter niet vallen bij Domingos. Of waarschijnlijker: hij wil het niet laten vallen. Wat zijn gesprekspartner ook doet, hij weigert het verband te leggen tussen het verraad van Judas Iskariot en zijn rol bij Bataljon 32, bijgenaamd ‘The Terrible Ones’. Verder dan zijn eigen variant op ‘Befehl ist Befehl’ komt hij niet.

Het ongemakkelijke gesprek raakt aan het hart van Lamentations Of Judas (98 min.), waarin filmmaker Boris Gerrets de strijders die zijn achtergebleven in het Zuid-Afrikaanse woestijndorp Pomfret in de juiste geestestoestand probeert te brengen om écht te reflecteren op hun dubieuze rol in Angola: in hoeverre hebben zij zich destijds als verraders gedragen? En hebben ze daarover nu schuldgevoelens?

Deze gestileerde documentaire, waarin Gerrets alterneert tussen een sfeervolle verfilming van het lijdensverhaal van Jezus en indringende zitinterviews met figuranten daaruit, vraagt even tijd en investering, maar kruipt stilaan onder de huid als enkele mannen hun schild laten zakken en de confrontatie met het verleden aangaan.

Stop Filming Us

Doxy

Is het een goed idee om een koekje te geven aan plaatselijke kinderen? vraagt de Nederlandse regisseur Joris Postema aan de plaatselijke medewerkers van de filmcrew met wie hij filmt in de Congolese stad Goma. Maakt hij zich daarmee misschien schuldig aan koloniaal gedrag? Postema kijkt een beetje beteuterd als de mannen hem inderdaad uitgebreid de les lezen. Die zag hij toch niet helemaal aankomen.

In Stop Filming Us (95 min.) probeert Joris Postema voorbij het beeld te komen dat buitenstaanders doorgaans hebben van de situatie in de Democratische Republiek Congo en dat door westerse filmmakers driftig wordt bevestigd: een desolaat land waar sinds jaar en dag oorlog wordt gevoerd. Alles wordt geframed vanuit dat uitgangspunt, ook door de talloze hulporganisaties die actief zijn in het gebied (en waarvoor Postema  tien jaar geleden een film maakte over ‘de ergste plek op aarde’).

Maar hoe kijkt de lokale bevolking naar diezelfde leefomgeving? En kun je als westerse filmmaker ooit los komen van je eigen rol en positie en daar enigszins vat op krijgen? Postema probeert dit andere perspectief te vangen via enkele plaatselijke filmers en fotografen. Hij doet via hen ook aan zelfonderzoek, maar krijgt daarbij regelmatig te horen dat hij beter kan inpakken en zijn geld aan een lokale regisseur kan geven. Maar zou die het leven in Goma dan wél eerlijk (kunnen) laten zien?

In het intrigerende Stop Filming Us gaat Postema, vanuit zijn eigen bevoorrechte en bevooroordeelde positie, zo op zoek naar ongemakkelijke waarheden. De film wordt gekenmerkt door een meta-benadering, waarbij de maker inzichtelijk maakt hoe de documentaire wordt geproduceerd, welke dilemma’s hij daarbij tegenkomt en – vooral – welke vragen hij daarbij stelt (of welke vragen er aan hem worden gesteld).

En voor wie is de film nu eigenlijk een eye opener: voor de westerse kijker, die nodig een ander perspectief voorgeschoteld dient te krijgen? Of toch voor de lokale bevolking die al even nodig gedekoloniseerd moet worden?

Everybody’s Everything

Netflix

‘Lieve kleinzoon, mijn profeet, mijn getatoeëerde poëet, de lieverd’, schrijft Jack ‘Pack Ack’ Womack aan zijn kleinzoon Gustav Elijah Åhr, alias rapper Lil Peep. ‘De wonden die je vader je gaf, genas God niet, maar hij sloot ze, mogelijk als littekens, zodat je de kracht kreeg tegen hem op te komen voor jezelf. Om als een jongen je onafhankelijkheid te verklaren en om te zorgen dat je jezelf kon worden.’ De brieven van opa aan ‘Gus’ fungeren als structurerend element voor deze hartroerende film over het Amerikaanse megatalent, dat op 15 november 2017, twee weken na zijn 21e verjaardag, bezweek aan een overdosis.

Everybody’s Everything (115 min.) is een gelaagd portret van Lil Peep, met een uitgebreide sprekerslijst: van zijn moeder, grootouders en (ex-)vriendinnen tot samenwerkingspartners, collega’s en deskundigen. Iedereen, behalve zijn vader. Gezamenlijk proberen ze de vinger te leggen op het woelige bestaan van die expressieve jongen met de opvallende (gezichts)tatoeages (waaronder een net iets te groot uitgevallen ‘crybaby’ boven zijn rechteroog), die volgens zijn oma vooral waren bedoeld om een outsider van hem te maken. Uit een vreemd soort zelfbescherming. Om te voorkomen dat hij ooit voor een reguliere baan in aanmerking zou komen. Tegelijkertijd hield hij er ook nog opmerkelijke doelen op na als ‘het kapitalisme uit de muziekbusiness halen’.

Deze meeslepende film van Sebastian Jones en Ramez Silyan put uit een kortstondig, maar met kinderfilmpjes, backstage-video’s en vlogs uitbundig gedocumenteerd leven en is daarmee in zekere zin een logisch vervolg op de dramatische biopics van jeugdhelden van eerdere generaties, zoals Kurt Cobain, Amy Winehouse en Avicii: jonge, buitengewoon getalenteerde en zeer getroebleerde mensen die de uitersten van het bestaan blijven opzoeken en zichzelf zo onherroepelijk naar de gallemiezen helpen. Lil Peep lijkt iemand die zichzelf niet wilde zijn. Die zichzelf niet kón zijn. En die dus, en plein publique, helemaal kapot ging. Via zelfverdoving en zelfverminking naar – te langen leste – zelfdestructie.

Je zou tegen deze documentaire kunnen inbrengen dat de persoon Gus Åhr een beetje wordt geïdealiseerd en dat de film een erg lange aanloop neemt naar het drama dat zich uiteindelijk ontvouwt, maar die opzet zorgt er wel voor dat je echt iets krijgt met de jongen achter Lil Peep, zijn openhartige ‘emo-hiphop‘ en de bijbehorende subcultuur, gepersonifieerd door de onvermijdelijke entourage van (pseudo-)vrienden, uitzuigers én klaplopers. Jones en Silyan krijgen er weliswaar niet helemaal de vinger achter wat Gus precies dwarszat en de kop heeft gekost, maar blijven tegelijkertijd ook behoorlijk uit de buurt van de speculaties die openbare, turbulente en vroegtijdig in de knop gebroken levens zoals dat van Lil Peep nu eenmaal altijd omgeven.

Everybody’s Everything, over een jongen die in slechts 21 jaar meer pieken en dalen kende dan een gemiddelde honderdjarige en die daarna met donderend geraas definitief tot stilstand kwam, stemt niet per definitie vrolijk. ‘Ik denk dat het alleen zal helen op een manier dat de pijn nooit zal weggaan’, zegt opa tot besluit. De oorspronkelijke schok zwakt volgens hem af, maar ineens kan iets kleins ervoor zorgen dat hij kleine Gus weer springlevend voor zich ziet. Pack Ack zucht hardop en neemt een ogenblik adempauze. ‘Het grijpt je aan.’ En daarmee vat hij ook deze prachtfilm treffend samen.

Verstoten Vaders

BNNVARA

Met een verrekijker staat een man van middelbare leeftijd in het schemerdonker vanuit de bosjes naar een hockeytraining te kijken. Daar, ergens in de verte, schijnt zijn tienerzoon te spelen. Gerard heeft hem al enkele jaren niet gezien. ‘Ik vraag me af wat je aan het doen bent, wat je voelt en waar je bent’, schrijft hij in een open brief aan zijn kind. ‘Nieuwe dingen die je vandaag geleerd hebt op school en hoe je hebt geslapen. Ik zie je al zo lang niet meer.’

De zoon van Gerard behoort tot de 16.000 kinderen die jaarlijks na een (v)echtscheiding het contact met één van hun ouders verliezen. In de tv-documentaire Verstoten Vaders (51 min.) portretteert Elena Lindemans nog twee mannen, zelf overigens ook opgegroeid zonder vader, die het contact met hun kroost hebben moeten staken. Die kinderen, onderwerp van evenveel verhalen als conflicten, blijven buiten beeld. Op de onvermijdelijke foto’s met hun vaders zijn ze onherkenbaar gemaakt.

De huizen van de mannen herbergen nog talloze sporen van het bestaan dat ze ooit met hun kinderen leidden of zouden willen leiden: verweesd speelgoed of juist nieuw aangeschafte spullen, teneinde straks weer in de smaak te vallen. Intussen zijn er verwijten gekomen en beschuldigingen, waarbij je als man vaak schuldig lijkt totdat het tegendeel is bewezen. En dan meldt zich natuurlijk een arbiter, jeugdzorg, die onvermijdelijk ook partij wordt in de schermutselingen.

Met lange, indringende shots brengt Lindemans het speelveld In kaart van deze ‘dwaze vaders’, die verder zonder weerwoord hun kant van het verhaal mogen doen. De lezing van hun voormalige partners laat ze voor een andere gelegenheid. Het is nochtans een somber beeld dat spreekt uit deze stemmige film: van mensen die ooit geliefden waren en daarna het vermogen zijn kwijtgeraakt om op een normale manier met elkaar te communiceren. Met hun bloedeigen zoons en dochters als kind van de rekening.

Babies

Netflix

In de documentaire Babies uit 2010 volgde de Franse documentairemaker Thomas Balmès vier pasgeborenen en hun verwanten gedurende hun eerste levensjaar. De kinderen waren afkomstig uit zeer uiteenlopende landen en culturen (Verenigde Staten, Mongolië, Namibië en Japan) en schetsten gezamenlijk een veelkleurig beeld van de rituelen en gebruiken waarmee nieuwe wereldbewoners worden verwelkomd.

De gelijknamige documentaireserie Babies (301 min.) borduurt tien jaar later voort op hetzelfde thema en voorziet de verhalen van vijftien gezinnen uit alle windstreken van een wetenschappelijke context. Vragen als: Wat zit er nu werkelijk in moedermelk en wat betekent dit voor de ontwikkeling van een kind? Hoe leren baby’s communiceren met hun omgeving of konden ze dat altijd al? En hoe belangrijk is goede nachtrust voor de ontwikkeling van het kinderbrein?

De zes afleveringen zijn thematisch gegroepeerd en bieden stuk voor stuk interessante inzichten, die voor lichte verbazing of juist een Aha-erlebnis zullen zorgen bij (jonge) ouders. Babies moet het daarbij niet hebben van spectaculaire ontwikkelingen of tranentrekkende persoonlijke verhalen, maar biedt een populair-wetenschappelijk overzicht van actuele opvattingen over geboorte en ontwikkeling van jonge kinderen, dat tegelijkertijd demonstreert hoeveel er nog valt te leren over de aard van het mens-zijn.

When Are You Coming Back, Kees?

Movies That Matter

Terug naar ‘het geroofde land’. In 1987 maakte Kees Schaap als filmstudent De Kinderen Van Mevrouw Al Areidy, een documentaire over enkele Palestijnen die zich verzetten tegen de Israëlische bezetting van hun geboortegrond. Die film is echter nooit uitgezonden en heeft dus geen enkel verschil gemaakt. Schaap voelt zich er nog altijd schuldig over. Terwijl zijn eigen carrière daarna goed op gang kwam, raakten zijn Palestijnse vrienden alleen maar verder in de verdrukking. Joodse kolonisten pikten stelselmatig hun land in.

Samen met zijn zoon Mark besluit de Nederlandse filmmaker zijn toenmalige hoofdpersonen te gaan opzoeken. Schaap heeft de voormalige strijder Adnan Al Areidy, diens moeder Oem Mohammed en zijn eigen vertaler Hisham Sharabati 31 jaar niet gezien. When Are You Coming Back, Kees? (54 min.) is de weerslag van die trip nostalgia naar de Westelijke Jordaanoever, waarbij Kees herinneringen ophaalt en de balans opmaakt met zijn oude kameraden en zijn zoon met hun kinderen in gesprek gaat.

Kees en Mark Schaap doorsnijden hun lotgevallen met passages uit de dertig jaar oude documentaire. Uiteindelijk moet het ook tot een vertoning van die film komen, zodat pa Schaap eindelijk, en dat voelt wat gekunsteld, zijn excuses kan aanbieden aan de familie Al Areidy. Ook zijn film heeft hun land niet kunnen redden. Intussen kan die nieuwe documentaire, constateert zoon Mark nuchter, misschien bewerkstelligen dat diezelfde familie voor het eerst in tijden weer eens als eenheid opereert.

Alles Wat We Wilden

All we ever wanted is everything, kalkte de Amerikaanse filmer, schrijver en graphic designer Mike Mills ooit op een poster. De slogan doet dienst als leidmotief voor deze persoonlijke film van Sarah Domogala en vat tevens heel aardig de levenshouding samen van veel millennials. In Alles Wat We Wilden (49 min.) uit 2010 portretteert de filmmaakster enkele jongvolwassenen uit de creatieve sector.

Die zijn stuk voor stuk jong, mooi en gelukkig. Ze hebben een creatief beroep: vormgever, fotograaf, modeontwerper, illustrator of scenarioschrijver. En ze zijn internationaal georiënteerd en wonen rustig in het ene land terwijl ze er in het andere een werkplek op nahouden. Aan hun helblauwe lucht is werkelijk geen vuiltje te ontdekken, zo lijkt het.

Totdat je nog eens goed kijkt. Achter de façade van een jaloersmakend succesvol bestaan, door Domagala zorgvuldig geënsceneerd in een gestileerde film, gaat heel gewone menselijke kwetsbaarheid schuil: twijfel, onzekerheid en angst. Gevoelens die nog eens worden versterkt door het leven dat zij leiden in het publieke domein, waar werkelijk iedereen jong, mooi en gelukkig is.

Domogala agendeerde dit thema, dat heden ten dage alomtegenwoordig lijkt in het leven van opgroeiende jongeren, dus al tien jaar geleden en geeft tevens voorbeelden van de problematiek die daaruit kan voortvloeien, zoals burnout, faalangst, paniekaanvallen en depressie. In die zin voelt deze egodocu als een aanklacht tegen de schijn van het zijn.

Ze verpakt die boodschap met fraaie figuratieve beelden en een kekke soundtrack, waaronder dEUS, CocoRosie en Beirut, en schuwt ook kritische vragen niet. Is dit niet gewoon gezeur? houdt ze haar ogenschijnlijk geprivilegieerde gesprekspartners voor. Of luxeproblematiek? En zouden mensen in Afrika ook last hebben van dit soort problemen?

Die vraag stellen is hem tevens beantwoorden. Maar wat heb je daaraan als talentvolle en ambitieuze Nederlandse adolescent, die zijn eigen leefomgeving natuurlijk ook niet zelf heeft uitgekozen?

De Slag Om Het Vrouwenhart

VPRO

Waarom worden hartklachten bij vrouwen consequent gemist? Heeft de beperkte aandacht daarvoor te maken met het feit dat de cardiologie nog echt een mannenbolwerk is? En in hoeverre heeft actie daartegen dan in wezen een feministisch karakter?

Hella de Jonge, die al een boek schreef over haar eigen ‘hartschade’, spreekt in de tv-docu De Slag Om Het Vrouwenhart (58 min.) met lotgenoten, belangenbehartigers en (vrouwelijke) artsen over de oorzaken van de onderschatting van vrouwelijk hartfalen en wat daaraan kan worden gedaan.

Volgens De Jonge is een mentaliteitsverandering nodig, de ‘protocollencultuur’ (waarbij mannen en het mannenlichaam nog altijd als uitgangspunt gelden) volstaat niet meer. Er is behoefte aan serieuze aandacht voor de lichamelijke klachten van vrouwen, die aan het hart in het bijzonder.

De Jonge vindt daarmee aansluiting bij actuele bevindingen van met name vrouwelijke cardiologen, die zelfs in het theater aandacht vragen voor deze problematiek. Hun gezamenlijke strijdbare boodschap domineert deze film, die vooral een aaneenschakeling van gesprekjes lijkt.

De thematiek wordt zo wel uitgebreid geagendeerd, maar dit levert niet per definitie ook een meeslepende film op.

Woman

Cherry Pickers

Hoe is het om vrouw te zijn aan het begin van de 21e eeuw? Er zijn minder ambitieuze uitgangspunten voor een film. Toch is dat precies wat Woman (108 min.) beoogt: een totaalbeeld geven van het vrouw zijn, met vertegenwoordigers van alle leeftijden, uit alle windstreken en van alle mogelijke gezindten.

Liefst tweeduizend vrouwen zouden er zijn geïnterviewd voor deze epische productie. Uit meer dan vijftig landen bovendien. Hun persoonlijke ontboezemingen, recht in de camera, worden doorsneden met gestileerde thematische sequenties rond de verschillende rollen die vrouwen in hun leven (moeten) aannemen,

Kleine, particuliere ervaringen worden in handen van de filmmakers Anastasia Mikova en Yann Arthus-Bertrand onderdeel van het universele verhaal van het ‘zwakke’ geslacht. Waarbij mannen slechts een bijrol spelen: als echtgenoot, concurrent en – helaas maar al te vaak – agressor.

Woman duikt door de gekozen opzet, waarbij elke vrouw maar eenmaal en slechts kort aan het woord komt, nergens echt de diepte in, maar laat door zijn grootse karakter wel de enorme verscheidenheid aan vrouwen zien, die met elkaar verbonden zijn door thema’s die hen allemaal raken.

Allen Tegen Allen

Cinema Delicatessen

Vanuit een ontwenningskliniek bedankte hij uiteindelijk voor de eer. Namens de Rapaille Partij was de zwerver Had-Je-Me-Maar zojuist gekozen voor de Amsterdamse gemeenteraad. In het partijprogramma voor de verkiezingen van 1921 stond eigenlijk maar één belangrijk punt: gratis jenever voor iedereen.

Achter de Rapaille Partij, één van de eerste Nederlandse fascistische partijen, ging de mislukte kunstenaar/dichter Erich Wichman schuil. Hij had een afkeer van democratie. Van de mensen was volgens hem zestig procent gek, stelt kenner en verzamelaar Joep Haffmans. Dus als een meerderheid van de bevolking mocht kiezen, zou het land gegarandeerd door gekken geregeerd worden. Wichman zwoer bij een sterke leider.

De Rapaille Partij is maar één van de vele vergeten splinterpartijen, die gezamenlijk de historie van het vaderlandse fascisme vormen. In Allen Tegen Allen (104 min.) akkert Luuk Bouwman de complete stamboom van Bruin Nederland door. Uiteindelijk zou maar één partij de geschiedenisboeken halen: de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) van Anton Mussert, die van 1942-1945 de door nazi-Duitsland gesanctioneerde leider van het Nederlandse volk werd.

Al die vergeten would be-führers, Raspoetins en trouwe volgelingen van partijen als De Bezem, Nederlandse Oranje Nationalisten en Zwart Front, die na de oorlog ogenschijnlijk zonder al te veel wroeging weer zouden opgaan in het gewone Nederland, worden onder het stof vandaan gehaald door enkele bevlogen historici, auteurs en verzamelaars.

Bouwman illustreert hun gloedvolle verhalen met brieven, attributen, officiële documenten, curiosa en een overvloed aan beeld- en geluidsmateriaal en raakt duidelijk ook gefascineerd door hun fascinatie voor het fascisme. Hij omkleedt dit geheel vervolgens met grootse shots van het hedendaagse Nederland en kadert de verwrongen familie-opstelling in met een bespiegelende voice-over over de psychologie van het fascisme.

Zo ontstaat een uitputtend overzicht van een verborgen geschiedenis, die allerlei relevante en actuele lessen oplevert.

De Vlucht Van Ronnie

VPRO

‘Elke ochtend word ik wakker met tien aanvragen voor hulp..’, verzuchtte de Nederlandse rapper/producer Ronnie Flex eerder deze week op Twitter. ‘Mijn docu komt volgende week uit.. ga het checken dan ga je zien dat ik jouw hulp nodig heb.’

Die hulpvraag heeft zonder twijfel te maken met het vaderschap. Hoe moet Flex het jonge hondenbestaan dat hij altijd heeft geleid combineren met de behoeften van een kind, dochter Nori Dua? Die afstemming kost Ronell Plasschaert de nodige moeite. ‘Ga je roken?’ vraagt zijn ex-vriendin bijvoorbeeld als hij er tijdens een bezoekje aan het tweetal even tussenuit piept. ‘In welk jaartal ga je stoppen?’

Even later babbelen vader en moeder ogenschijnlijk ontspannen over dat hun dochter toch echt worteltjes moet eten, niet de favoriete bezigheid van de nederhopper. ‘Aan tafel moet ik sowieso groenten gaan doorslikken voor haar ogen, ook al wil ik het niet’, zegt Ronnie, vooral tegen zichzelf. ‘Maar ja, op een gegeven moment, als zij oud genoeg is, moet zij ook wel begrijpen: Papa wil dat niet, maar ik moet het wel.’

Flex lacht er wat bedremmeld bij. Als de jongen die hij ook nog gewoon is, getuige De Vlucht Van Ronnie (51 min.) van regisseur Sacha Vermeulen, die de rapper in 2017 al eens portretteerde in de documentaire Ronnie Flex: Alleen Met Iedereen. Een jongen met een enorme voorliefde voor ‘jonko’ bovendien: zonder pretsigaret komt er nauwelijks iets uit zijn handen.

Dat begint hij zelf ook wel als problematisch te zien, maar stoppen is gemakkelijker gezegd dan gedaan – ook al komt de peptalk in dit geval van Ali B. De vlucht van Ronnie ontwikkelt zich zo tot een klassiek coming of age-drama over een jongen die móet opgroeien. Of hij dat nu wil of niet. En, omdat hij nu eenmaal een Bekende Nederlander is, ook nog eens in het openbaar.

Vermeulen maakt zich intussen heel klein en legt Plasschaerts persoonlijke proces, met vallen en opstaan, gedurende een jaar van héél dichtbij vast. Zo vangt ze ook de somberte en existentiële eenzaamheid van de rapper, die misschien wel meer hulp nodig heeft dan hij zelf door heeft, om definitief een begin te kunnen maken met het andere leven dat hij zegt te willen.

De Vlucht Van Ronnie is hier te bekijken.

Blasphemy

VPRO

‘Onthoofd alle godslasteraars’, scanderen de bezoekers van een politieke bijeenkomst van Tehreek-e-Labbaik Pakistan (TLP) in het najaar van 2018. Khadim Hussain Rizvi, leider van de religieuze partij, zet de menigte naar zijn hand. Hij heeft zijn zinnen gezet op de politieke macht in Pakistan. De man oogt als de archetypische extremistische moslim. Type Taliban of Islamitische Staat. Met het vuur in de ogen, een gal spuitende mond en nog net geen kromzwaard in de hand.

Voor de gemiddelde westerling slaat Rizvi onbegrijpelijke, angstaanjagende taal uit. ‘Een ieder die de Heilige Profeet beledigt of zijn status als de laatste Profeet betwist is volgens de sharia een godslasteraar’, zegt de scherpslijper bijvoorbeeld. ‘Zo’n ernstig vergrijp is onvergeeflijk.’ En sinds 1986 staat er inderdaad de doodstraf op godslastering in Pakistan. Getuige de documentaire Blasphemy (75 min.) zorgt dit voor een ronduit unheimische atmosfeer in het islamitische land.

Om de eer van de profeet te redden (of gewoon om een onderlinge rekening te vereffenen) kan iemand zomaar worden beschuldigd van blasfemie en wordt geweld tegen ongelovigen min of meer gelegitimeerd, met moord en doodslag op de ‘lasteraars’ of de mensen die het voor hen opnemen tot gevolg. Filmmaker Mohammed Ali Naqvi geeft beide zijden van het debat het woord: de aanklagers en geestelijken die blasfemie genadeloos willen afstraffen en de vermeende lasteraars en hun pleitbezorgers, die worden beperkt in hun vrijheid van meningsuiting en bovendien ernstig bedreigd.

Terwijl de verkiezingen van 2018 naderen, wordt de discussie steeds verder op de spits gedreven en kan nog meer geweld bijna niet uitblijven. Blasphemy registreert dit proces nauwgezet en brengt zo tevens een naargeestige, beklemmende en, voor de gemiddelde westerling, ook totaal onbegrijpelijke wereld in beeld. Waar de overtuiging van de één, desnoods met redeloos geweld, wordt opgelegd aan een ander.

De documentaire Blasphemy is hier te bekijken.

Ceres

EO

Het Zeeuwse land wordt in handen van filmmaker Janet van den Brand een geborgen wereld waar mens, dier en plant op natuurlijke wijze samenleven. Van den Brand observeert een beschutte agrarische gemeenschap tijdens het oogstseizoen. Via vier kids die op één van de afgelegen boerderijen opgroeien, met de ambitie om, als vanzelfsprekend, het familiebedrijf op termijn over te nemen.

Elke vorm van moderniteit, op een enkele boerengame en filmpjes van tractor pulling na, blijft achterwege in Ceres (54 min.). Van den Brand, zelf opgegroeid in Zeeland, kijkt mee als de kids appels en peren plukken, een vogel kortwieken of helpen als er een haan moet worden geslacht, die vervolgens gezamenlijk wordt gevild en uitgebeend. Uit alles spreekt een vanzelfsprekende relatie met het land en dit leven.

Door Van den Brands filmische benadering, het weldadige camerawerk van haar vriend Timothy Josha Wennekes (met veel close-up shots en nóg meer oog voor detail) en het levendige geluidsdecor van Tim Taeymans wordt deze film welhaast een zintuiglijke ervaring. Een ode aan de agrarische sector, zou je kunnen zeggen. Zonder een dwingende narratief, maar met een natuurlijke orde waarbinnen nieuw leven en de dood elkaar, als vanzelfsprekend, afwisselen.

Toch sijpelt zo nu en dan door dat die vanzelfsprekendheid niet meer zo vanzelfsprekend is als ooit. De volgende generatie boeren mijmert ook openlijk over de vrijheid van Australië, Canada of Nieuw-Zeeland. Want: ‘hierzo verdrink je bijna in al die regels’. En kan Ceres, de Godin van de landbouw, dus niet meer geheel onbevangen aanbeden worden.

Prison For Profit

Cinema Delicatessen

In een ideale wereld komen gedetineerden volledig gerehabiliteerd uit de gevangenis. Klaar om aan een nieuw leven te beginnen, aan de goede kant van de wet. De praktijk van alledag is doorgaans een stuk weerbarstiger: met een beetje pech wordt iemand die eenmaal in de fout is gegaan in de gevangenis een geharde misdadiger. Het kan nóg erger: als ook de bewaarders zich gaan gedragen als doorgewinterde criminelen en stelselmatig gedetineerden maltraiteren.

Enter Mangaung Prison in Bloemfontein, de eerste geprivatiseerde gevangenis van Zuid-Afrika én de plaats van handeling voor de nieuwe documentaire van de Nederlandse zussen Ilse en Femke van Velzen. Met Prison For Profit (84 min.) toont het geëngageerde documentaireduo, dat al diverse films maakte over misstanden in Afrika, aan dat het cellencomplex bepaald niet het hypermoderne, klantvriendelijke rehabilitatiehotel is geworden, waarvoor de wereldwijd opererende onderneming Group 4 Securitas (G4S) het ooit heeft verkocht.

Shakes, een voormalige bewaarder in Mangaung, kreeg van collega’s bijvoorbeeld een eenvoudig advies: pak die gevangenen stevig aan, nét iets te stevig graag. Die houding zag hij overal om zich heen terug. Het leidde tot pijnlijke excessen; van elektroshocks en marteling tot verplichte sedatie en schandelijke mishandeling, met blijvend letsel tot gevolg. Toen Shakes zich daartegen ging verzetten, kreeg hij te horen: jij krabt waar het helemaal niet jeukt. En, uiteindelijk, toen ook dat hem niet ontmoedigde: aanpassen of sterven!

Met enkele oud-bewaarders, voormalige gedetineerden en de onderzoeksjournaliste Ruth Hopkins, die de zaak tegen G4S aan het rollen bracht, tekenen de zussen Van Velzen een atmosfeer van totale grenzeloosheid op, die wel tot serieuze problemen moest leiden. En dat allemaal ingegeven door commerciële overwegingen. Want hoe belangrijk de maatschappelijke taak van Group 4 Securitas ook was, die bleef uiteindelijk ondergeschikt aan de beoogde winst.

Een ongemakkelijke waarheid die ook elders in de wereld, en bepaald niet alleen in gevangenissen, is waar te nemen. In die zin laat deze overtuigende film zich tevens bekijken als een ferme aanklacht tegen privatisering van publieke taken.

Sidik En De Panter

IDFA

Als de Perzische panter terugkeert, meent de vastberaden Koerdische man Sidik Barzani, dan betekent dit dat ons geboorteland weer beschermd is. Dan kunnen de bergen van Noord-Irak tot nationaal park worden uitgeroepen – en zou niemand het nog in zijn hoofd halen om dit land opnieuw te bombarderen of in brand te steken.

Sidik onderneemt zijn zoektocht naar de panter dus puur uit lijfsbehoud. Gewapend met verrekijker, notitieblok en wandelstok trekt hij er nu al 25 jaar op uit, op zoek naar een mythisch dier dat al decennia niet meer is gespot in deze streek. Op zoek ook naar betere tijden voor zijn volk, dat veel te vaak in z’n voortbestaan is bedreigd.

Terwijl hij door het land trekt, landgenoten ontmoet en met hen in gesprek gaat over hun plannen voor de toekomst, herinnert de Koerd zich de ontberingen die hij, z’n familie en zijn volk hebben moeten doorstaan. De panter is voor hem een symbool geworden van hoop en wedergeboorte, van vrede en stabiliteit.

Regisseur Reber Dosky, zelf van Koerdische afkomst, legt ‘s mans weemoedige queeste in Sidik En De Panter (83 min.) sereen vast. Hij beziet het landschap van zijn jeugd bovendien uiterst liefdevol. Dosky verschijnt zelf ook nog in beeld als hij het graf bezoekt van zijn grootvader, die tijdens het bewind van de dictator Saddam Hoessein is vermoord.

Met deze ode aan zijn geboortegrond, op het IDFA gekozen tot beste vaderlandse documentaire, roept de vanuit Nederland opererende filmmaker een vergeten land op, dat desondanks nooit is of wordt vergeten. Een verstilde wereld ook, om even volledig in weg te zinken en tegelijk ongegeneerd naar te verlangen.

The Trials Of Gabriel Fernandez

Netflix

Volgens de allereerste melding bij het alarmnummer 911 is hij ‘uitgegleden in bad’. Terwijl de opgetrommelde hulpverleners de achtjarige jongen proberen te reanimeren, nemen ze ongewild de verdere schade op: blauwe plekken, striemen, breuken, wurgsporen, bijtwonden, ribfracturen en brandwonden. Gabriel Fernandez ziet er gruwelijk uit. Hij is een (dan nog) levend toonbeeld van kindermishandeling geworden.

Wat is er op die fatale 22e mei 2013 gebeurd in het huis van Gabriels moeder Pearl Fernandez en haar vriend Isauro Aguirre, tegen wie nu de doodstraf wordt geëist? En in hoeverre zijn de plaatselijke jeugdzorgmedewerkers medeschuldig aan de dood van het jongetje, die zij als professionals toch al maanden hadden kunnen/moeten zien aankomen? De zesdelige docuserie The Trials Of Gabriel Fernandez (328 min.) belicht de noodlottige kwestie van verschillende kanten.

Waarbij het de vraag is of de ramp die met de wijsheid van nu gemakkelijk lijkt te voorspellen ook daadwerkelijk zichtbaar was voor de directe omgeving van Gabriel en de agenten, schoolambtenaren en hulpverleners daaromheen. En houdt de hele kwestie nog verband met werkdruk bij maatschappelijk werkers (van wie er nu vier ettelijke jaren gevangenisstraf boven het hoofd hebben hangen) en het feit dat elementaire zorgtaken zijn uitbesteed aan bedrijven met een winstoogmerk?

De werkelijkheid ligt in elk geval een stuk genuanceerder dan de gemakkelijke waarheid van slechte ouders die hun kind, al dan niet met voorbedachte rade, hebben doodgemarteld. Dit is een systeemfout, betoogt filmmaker Brian Knappenberger, die de tijd neemt om alle lagen van de zaak af te pellen en te bekijken hoe het opsporen van mogelijke bedreigende situaties in de toekomst kan worden verbeterd.

Daarmee drijft deze lijvige miniserie soms wel erg ver af van dat ene gemaltraiteerde achtjarige jongetje, dat een tragische posterboy is geworden voor de gruwelijkste vormen van kindermishandeling.

Touching The Void

Samen gaan ze de berg op. De Siula Grande in Peru, een ongenaakbare top in het Cordillera Huayhuash-gebergte. Dat vergt blind vertrouwen. In jezelf. Én die ander. Simon Yates en Joe Simpson zijn gezworen vrienden als ze in 1985 de Andes-top besluiten te beklimmen.

Samen vertellen ze ook het verhaal van hun tocht naar de top. In Touching The Void (106 min.), een bloedstollende klimfilm van Kevin Macdonald uit 2003, vullen ze elkaar netjes aan. Tótdat hun wegen zich noodgedwongen scheiden, ze voor een onmogelijk dilemma worden gesteld en het écht ieder voor zich wordt.

Macdonald heeft de herinneringen van Yates en Simpson overtuigend verfilmd met acteurs. Zo ontstaat een spannend docudrama, waarin zitinterviews met de hoofdrolspelers, die recht in de camera hun verhaal doen, naadloos samenvloeien met beelden van de nagespeelde beklimming en afdaling en de daarbij gecomponeerde soundtrack.

Touching The Void is zowel een eerbetoon aan menselijke veerkracht en overlevingsdrang als een exposé van onze werkelijke, dierlijke, aard. Zware tijden maken nu eenmaal geen ander mens van je, ze halen je werkelijke zelf naar boven. Én, dat ook, de aalgladde muziek van Boney M. En daarmee wil natuurlijk geen mens sterven…

In de korte nabrander Touching The Void What Happened Next is te zien wat er direct na de dramatische ontknoping van de documentaire gebeurde met de twee klimmers en hun entourage.

Angels On Diamond Street

Vanaf de muur kijkt Martin Luther King goedkeurend toe hoe inwoners van Noord-Philadelphia op plastic borden een maaltijd krijgen geserveerd. Al 34 jaar wordt er in de soepkeuken van The Church of the Advocate eten uitgedeeld aan buurtbewoners die het wel kunnen gebruiken. De voedselvoorziening is oorspronkelijk ontstaan als een initiatief van de Black Panther-beweging en huldigt nog altijd de idealen van de burgerrechtenbeweging.

Als de Mexicaanse vrouw Carmela Hernandez en haar vier kinderen, die al enkele jaren illegaal in het land verblijven en nu dreigen te worden uitgezet, hun toevlucht zoeken in de kerk, aarzelen pastor Renee McKenzie en haar gemeenschap geen ogenblik. Het gezin wordt met open armen ontvangen. Met dit staaltje burgerlijke ongehoorzaamheid kan ook de documentaire Angels On Diamond Street (87 min.) echt van start.

‘Dit is niet Donald Trump’, doceert vrijwilliger Barbara Easly-Cox, terwijl ze een muurtekening in de kerk, van een diabolisch ogende witte man met een vervaarlijke hond, laat zien aan haar nieuwe gasten. ‘Dit schilderij dateert van begin jaren zeventig. Hij staat voor het Jim Crow-tijdperk.’ Voor de strijdbare Easly-Cox zijn de historische parallellen echter onmiskenbaar. ‘Carmela’s verhaal is ons verhaal.’

Twee jaar lang volgt Petr Lom met zijn camera de ontwikkelingen in de activistische parochie. Tot héél enerverende ontwikkelingen leidt dit niet. Deze documentaire slaagt er vooral in om van binnenuit een hechte gemeenschap te portretteren, die een veilige haven biedt aan gewone stervelingen voor wie de veel bewierookte Amerikaanse Droom altijd buiten handbereik is gebleven.

Raymond!

NTR

‘Wat bent u?’ vraagt een jongetje als Raymond van het Groenewoud, achtervolgd door een cameraploeg, het schoolplein van de Amsterdamse Montessori school oploopt. ‘Ik zing’, antwoordt die goedgeluimd. ‘Een zanger dus. Een Belgische zanger.’ Een meisje wil weten waarom hij dan in Nederland is. ‘Omdat ik hier naar school ging toen ik zeven of acht jaar oud was’, antwoordt Van het Groenewoud vriendelijk. ‘In de Tweede Wereldoorlog?’ wil een jongen weten. ‘Nee, nee, na de Tweede Wereldoorlog’, reageert hij ad rem. ‘Vóór de volgende.’

En daarmee is de toon gezet voor dit lekker scherpe portret van de Vlaamse muzikant, die zijn wortels in Nederland heeft liggen. In Raymond! (60 min.) onderneemt Van het Groenewoud een onvervalste trip nostalgia langs de plekken die zijn leven en carrière hebben gevormd. Wat begint als een weemoedige stroom van herinneringen (versterkt met fraaie uitvoeringen van sleutelliedjes op locatie, begeleid door Golden Earring, Black Box Revelation en Triggerfinger) mondt uiteindelijk uit in een bij vlagen tamelijk schrijnend (zelf)portret, zeker als zijn zoons en ex-geliefden als de zussen Mie en Nana de Backer aan het woord komen.

Er is een voorkant, stelt zijn laatste echtgenote Sigrid Spruyt. Een prachtig, imposant en wondermooi oeuvre. ‘Maar als je omkijkt en je kijkt naar de achterkant, dan zie je natuurlijk de puinhopen die het gekost heeft om dat op te bouwen. Je zou het als een soort seriemoord op relaties kunnen zien.’ Van het Groenewoud zelf beaamt dit min of meer. Het was een keuze tussen: ‘Wil ik het juiste leven, waarbij ik pijn doe? Of wil ik geen pijn doen en daardoor scheefgetrokken leven?’ Hij heeft het antwoord geformuleerd dat veel kunstenaars geven. ‘Dan heb ik eigenlijk op den duur altijd gekozen voor: ik wil het juiste parcours doen. Ook als het vreselijk veel pijn doet of kan doen.’

Zo kenschetst filmmaker Karel van Mileghem in Raymond! trefzeker de somberaar achter de songschrijver. Van het Groenewouds composities krijgen daardoor nog eens extra lading. En ’s mans songboek bevat ook genoeg luchtige bijdragen (waaronder zijn gospelhit Liefde Voor Muziek, die hij uitvoert op het schoolplein van het atheneum, waar hij in de jaren zestig acht jaar nodig had om uit te vinden dat hij er helemaal niets te zoeken had) om ervoor te zorgen dat dit portret nooit al te zwaarmoedig wordt.