Love Child

Zij zou gestenigd worden, hij geëxecuteerd. En dus ontvluchten Leila en Sahand in 2012 op stel en sprong hun geboorteland Iran. Ze vluchten allebei ook uit een ongelukkig huwelijk. Met hún buitenechtelijke kind – al moet dat laatste feit via een DNA-test nog officieel worden aangetoond.

Voor dat Love Child (111 min.) is deze nieuwe werkelijkheid een hard gelag. De kleuter Mani wil de oom, die ook nog zijn vader blijkt te zijn, niet accepteren. Hij zet zich als een bezetene af tegen Sahand, die dit lijdzaam over zich heen moet laten komen. Het is een buitengewoon pijnlijke scène die deze observerende documentaire van Eva Mulvad nog verder op scherp zet.

Want de twee geliefden hebben hun onveilige zekerheid ingeruild voor veilige onzekerheid. Totdat hun asielaanvraag is afgehandeld, kunnen ze in relatieve rust leven in een appartement in Turkije. Wat de toekomst brengt, blijft echter ongewis. Leila en Sahand verversen zowat elke minuut de website van de vluchtelingenorganisatie UNHCR, om te bekijken wat de status van hun aanvraag is.

Mulvad mag daarbij ruim zes jaar ongegeneerd meekijken en is tevens welkom bij therapiesessies, waarin man en vrouw, los van elkaar, hun achtergrond en dilemma’s schetsen. Intussen lopen de spanningen in deze pijnlijk intieme film flink op als uitsluitsel over hun lot uitblijft en de belangen van Leila en Sahand uit elkaar (lijken te) gaan lopen.

Op hun donkerste dagen hebben ze vast wel eens gedacht: steniging of executie, was dat niet véél gemakkelijker geweest? Maar dan is er, gelukkig, nog altijd dat liefdeskind.

On The President’s Orders

Frontline

‘Adolf Hitler slachtte drie miljoen Joden af. Wij hebben drie miljoen verslaafden. Die zou ik met liefde en plezier afslachten.’ Was getekend: Rodrigo Duterte, president van de Filipijnen. Een man die ook niet schroomt om de daad bij het woord te voegen en van de ‘war on drugs’ daadwerkelijk een oorlog te maken.

Hoe dat gevecht tegen drugsgebruikers en -dealers er in de praktijk uitziet, wordt glashelder in de huiveringwekkende documentaire On The President’s Orders (55 min.). De business loopt als een tierelier, vertelt een plaatselijke uitvaartondernemer. Zijn houding is exemplarisch voor de totale ontmenselijking van alles en iedereen die met drugs te maken heeft. Ze worden opgejaagd door doodseskaders, die er met hun skeletmaskers uitzien als de schurken in een slechte horrorfilm.

‘Veel schietpartijen ogen heel professioneel’, constateren de filmmakers James Jones en Olivier Sarbil als ze de commandant van een gemilitariseerde politie-eenheid confronteren met de enorme hoeveelheid dodelijke slachtoffers. ‘U kunt zich vast voorstellen waarom mensen denken dat de politie erbij betrokken was?’ Ja, antwoordt Octavio Deimos, met een mitrailleur in de hand. ‘Het kan best zijn dat mensen dat denken, maar in werkelijkheid klopt dat niet.’

Even later: ‘Natuurlijk doodt de politie mensen als ze terug vecht.’ Deimos schiet er spontaan van in de lach. ‘Als de politie dat doet, is het geoorloofd. Wij zijn nu eenmaal de politie. En wij handhaven de wet.’ Waarna de man zijn flinterdunne verdedigingslinie helemaal laat vallen. ‘Drugsgebruikers of -dealers hebben hier helemaal niks te zoeken. Zij willen gewoon niet leven. Ze leven al in de hel, dus kunnen wij ze er net zo goed ook echt naar toesturen.’

Zelden zal de zondeboktheorie zo openlijk en zonder enige vorm van verontschuldiging in de praktijk zijn gebracht als tijdens Dutertes schrikbewind in de Filipijnen. Het gevolg, daadkrachtig vervat in deze onrustbarende film, is doodeng: een duistere politiestaat, waarin de absolute leider zijn domme krachten, geanonimiseerd en zwaarbewapend, rücksichtslos op de bevolking loslaat en uiteindelijk – dat valt vrij eenvoudig te voorspellen – niemand veilig zal blijken te zijn.

Citizen K

TIFF

Ruim acht jaar van zijn veelbewogen leven bracht hij door in een cel. Als symbool van het verzet tegen Vladimir Poetin. Het kwam de Russische entrepreneur Mikhail Khodorkovsky duur te staan dat hij in 2003 in het openbaar de strijd was aangegaan met de gevreesde president. Poetins tegenzet volgde snel: Citizen K (125 min.) werd gearresteerd vanwege belastingontduiking en fraude. Hij zou voor ettelijke jaren uit het publieke debat worden verwijderd.

Vanuit Londen blikt Khodorkovsky nu met documentairemaker Alex Gibney terug op zijn leven en gevangenschap. Hij heeft zich inmiddels weer in de Russische politiek gemengd. ‘Ik ben bepaald geen ideale persoon, maar ik ben wel iemand met idealen’, zei hij daarover rond zijn veroordeling. ‘En ook voor mij is het moeilijk om in een gevangenis te leven. Ik wil er ook zeker niet doodgaan. Maar als het moet, zal ik niet aarzelen. De zaken waar ik in geloof zijn het waard om voor te sterven.’

Toch is en blijft de oligarch een gemankeerde held, zo blijkt ook uit Gibneys film. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie was Mikhail Khodorkovsky één van de ‘gangsterkapitalisten’ die zich in de jaren negentig, gebruikmakend van de mazen in de wet, schaamteloos verrijkten. Alle middelen leken toentertijd geoorloofd voor deze oligarchen. Totdat Vladimir Poetin zijn bewegingsvrijheid begon in te perken, had ook Khodorkovsky waarschijnlijk zelden verder dan zijn eigen belang gekeken. 

Alex Gibney maakt het hem op dat gebied nu niet al te moeilijk. Hij lijkt vooral gericht op wat het persoonlijke relaas van de topman van de Russische oliegigant Yukos vertelt over het moderne Rusland, waar die ene onomstreden leider, die mede door Khodorkovsky aan de macht is geholpen, almachtig is geworden. Poetin heeft zelfs het alleenrecht op de waarheid verworven. Wat hij zegt, of via de staatsmedia laat uitdragen, is waar. Ook al strookt het op geen enkele manier met de feiten.

In deze gesmeerde film, waarin ook Derk Sauer, de Nederlandse oprichter van de onafhankelijke krant The Moscow Times, uitgebreid aan het woord komt, wordt het naargeestige karakter van Poetins bewind ontleed. Met als absurd hoogtepunt een loflied op de grote leider (refrein: ‘Poetin, Poetin, we willen allemaal trouwen met Poetin), dat met Meno Male Che Silvio kan wedijveren om de eretitel van meest potsierlijke campagnelied aller tijden.

Intussen is de bikkelharde zakenman Mikhail Khodorkovsky, tenminste volgens bronnen uit zijn directe omgeving, een beter mens geworden tijdens zijn gevangenschap. Een man die meer oog heeft gekregen voor anderen en tegelijkertijd vasthoudt aan zijn idealen, ook als ze zijn economische belangen schaden en hem en de zijnen in gevaar kunnen brengen. Dat verhaal wordt in deze stevige documentaire behoorlijk goed in de verf gezet.

Dienders

BNNVARA

De politie wil je beste vriend zijn, maar wordt tegelijkertijd door sommige Nederlanders gezien als hun ergste vijand. Binnen dat spanningsveld kan de gewone agent maar al te gemakkelijk een soort kop van Jut worden. De zesdelige documentaireserie Dienders (270 min.) volgt acht jonge politieagenten die desondanks met grote verwachtingen starten aan de Politieacademie in Rotterdam.

De filmmakers Daniël Aiss en Veerle Neger hebben hun casting voor deze serie dik op orde: de lichting nieuwelingen die ze volgen is divers samengesteld en bevat verschillende karakters, waarvan je benieuwd bent óf – en hoe dan – ze het gaan redden. Van een wat bleue jonge vrouw die uit haar comfort zone wil komen en een Turkse jongen met grote idealen en ambities tot een onvervalste Law & Order-kerel en een fanatieke Feyenoord-supporter die in het vervolg zijn vrienden zorgvuldiger moet gaan kiezen.

Aiss en Neger kijken mee als de jonge politieagenten tijdens hun opleiding gesprekstechnieken oefenen, op een buitengewoon onprettige manier kennismaken met traangas of hun dienstwapen mogen uitproberen. Ze zijn ook van de partij als de aspirant-agenten voor het eerst in hun nieuwe werkkloffie de straat op mogen in Rotterdam, dat via een continue stroom binnenkomende portofoonberichten tot een behoorlijk dreigende plek wordt gemaakt. Het is op zijn minst een werkterrein dat niet bij iedereen even goed past. En dit leidt soms weer tot onderlinge frictie.

De lotgevallen van de dienders worden doorsneden met privébeelden en zitinterviews. Een voice-over met helikopterview – de stoplap van veel docuseries – blijft daarbij achterwege. Dat is wel zo prettig. De nadruk ligt daardoor nadrukkelijk op de persoonlijke uitdagingen van de nieuwelingen. Nadat er vanuit een flat is geschoten met een kruisboog mag één van hen bijvoorbeeld mee om het ding in beslag te nemen. Als zijn collega’s, ondanks protesten van de bewoner, besluiten om de woning te betreden, begint hij steeds meer op een konijn in de koplampen te lijken.

De jongen realiseert zich dat hij nog een lange weg heeft te gaan voordat hij zich echt politieagent mag noemen. Die pet past ons nu eenmaal écht niet allemaal. Bij sommige agenten in opleiding vraag je je op basis van deze sterke serie, waarvan ik tot dusver alleen de eerste twee afleveringen heb gezien, zelfs af hoe ze zich straks op straat staande kunnen houden. Of: wat ze gaan doen als dat uiteindelijk niet helemaal vanzelf lukt.

A 3 Minute Hug

Netflix

Familie 1 tot en met 15 mogen naar voren komen, roept een man met een megafoon. Ze gaan in de rij staan voor A 3 Minute Hug (28 min.). Op de achtergrond prijkt een groot spandoek: #hugsnotwalls.

Het is 12 mei 2018. Tussen El Paso en Juarez. Van beide zijden van de Amerikaans-Mexicaanse grens stromen mensen toe. Ouders met kinderen. Geliefden. Opa’s en oma’s. Ze hebben hun verwanten van de andere kant van de grens vaak jarenlang niet gezien. ’Families klaar….’ En dan zijn er enkele luttele minuten om die ander aan te raken, eens goed vast te pakken en diep in de ogen te kijken.

Everardo González observeert slechts in deze korte film als immigranten die toegang hebben gekregen tot de Verenigde Staten familieleden ontmoeten van wie de asielaanvraag werd afgewezen. Woorden schieten tekort en blijven dus ook achterwege. De beelden, veelal in slow-motion, vertellen alles en krijgen extra lading door vet aangezette, indringende muziek van de Vlaamse componist Wim Mertens.

Na enkele ogenblikken ontlading volgt de doffe realiteit: ‘de tijd is om’. Het afscheid. En daarna weer een leven zonder elkaar.

Shooting The Mafia

Geen mens slaagde er overtuigender in om de gruwelen van La Cosa Nostra te vereeuwigen dan de inmiddels 84-jarige fotografe Letizia Battaglia. Met gevaar voor eigen leven maakte ze een indrukwekkende collectie zwart-wit foto’s, waar het bloed bijkans van afdruipt. Onontkoombare weerslagen van de decennia dat de Siciliaanse maffia onder leiding van illustere ‘mannen van eer’ als Luciano Liggio, Toto ‘Het Beest’ Riina en Bernardo Provenzano haar geboortegrond terroriseerde.

In Shooting The Mafia (93 min.) portretteert Kim Longinotto de vrouw achter de onverschrokken fotografe, die nog altijd getraumatiseerd is door de ellende die de plaatselijke georganiseerde misdaad over haar gemeenschap heeft uitgestort. Met als absoluut dieptepunt de moorden op de onderzoeksrechters Giovanni Falcone en Paolo Borsellino, begin jaren negentig, die elke vorm van hoop op een maffiavrij Italië de bodem insloegen. ‘Je kunt nooit meer helemaal gelukkig worden als je die horror doorstaan hebt’, zegt ze er zelf over.

Longinotto belicht daarnaast ook het turbulente persoonlijk leven van haar ferme protagoniste, die met de spreekwoordelijke filtersigaret tussen de vingers van de ene naar de andere (jongere) minnaar paradeerde. Dat rusteloze bestaan, van een iconische en uiteindelijk onbereikbare schoonheid, verbeeldt de filmmaakster met stijlvolle zwart-wit fragmenten uit Italiaanse speelfilms, die met weemoedig stemmende klassieke muziek zijn verfraaid. De optelsom is ook in dit geval meer dan de som der delen: een mooie en aangrijpende film. Over een symbool van menselijk verzet tegen een volledig onmenselijk systeem.

Searching Eva

searchingeva.com

‘Ich will dass du mich stosst’, instrueert de klant Eva. Die zin wil de man graag horen terwijl hij haar neemt in een hotelkamer. Eva probeert het, maar de woorden komen maar niet lekker uit haar mond. Het beeld wordt zwart: ‘Some sex advice, please: I love my boyfriend but I don’t feel comfortable sucking his dick.’ Gevolgd door: ‘How can I feel empowered with a massive penis in my mouth?’

Was getekend, internetpersoonlijkheid Eva Collé. De even grillige als exhibitionistische hoofdpersoon van Searching Eva (84 min.). Of zoals ze het zelf verwoordt, als één van haar social media-volgers betwijfelt of ze wel echt bestaat. ‘Eva Collé. 1992. Woonachtig in Berlijn. Sterrenbeeld: maagd. Biseksueel. Zelf gediagnosticeerd autistisch. Officiële diagnose: bipolaire stoornis. Sekswerker. Schrijver. Muzikant. Anarchist. Feminist…’

Deze debuutfilm van de Duitse regisseur Pia Hellenthal is al even onconventioneel als de hoofdpersoon ervan. Een soort visueel dagboek van een jonge vrouw, die haar complete leven deelt met de rest van de mensheid. Elke scène is zorgvuldig dan wel volledig geënsceneerd. Met straffe shots, die zo nu en dan vet worden aangezet met lekker dwarse muziek. Waarin Eva (artiestennaam) alles laat zien. Letterlijk en figuurlijk. En toch blijft ze volstrekt ongrijpbaar.

‘Are you purposely making your life sound shit to be more interesting?’ wil één van haar volgers weten als de protagoniste haar getroebleerde achtergrond schetst. Ze overstelpen Eva met impertinente vragen en opmerkingen. Die vormen, samen met haar antwoorden en persoonlijke ontboezemingen, het karkas van deze ontregelende film, die de hoofdpersoon in de meest intieme settings toont en met hinkstapsprongen steeds dichterbij haar komt.

Als Eva een volledig verzonnen personage zou blijken te zijn, dan zou dat geen verbazing mogen wekken. Het zou tegelijkertijd op geen enkele manier afbreuk doen aan Searching Eva, een provocerend portret van een jonge, onthechte vrouw, dat tevens kan worden geïnterpreteerd als het compromisloze visitekaartje van een compleet verwar(ren)de wereld.

The Devil Next Door

Netflix

Voor menige Israëliër was eind jaren tachtig een proces eigenlijk overbodig. John Demjanjuk, een voormalige medewerker van de Ford-fabriek in Cleveland, moest wel de beul zijn die in het nazi-vernietigingskamp Treblinka eigenhandig tienduizenden Joden had vermoord. Daarover kon – en mocht – geen discussie zijn. ‘Ik was er honderd procent van overtuigd dat Demjanjuk niet Iwan de Verschrikkelijke was’, zegt zijn flamboyante Israëlische advocaat Yoram Sheftel. ‘En ik was er honderd procent van overtuigd dat hij schuldig bevonden en ter dood veroordeeld zou worden.’

Sheftel is één van de blikvangers van de puike vijfdelige documentaireserie The Devil Next Door (222 min.) van Yossi Bloch en Daniel Sivan. ‘Ik heb van elke seconde genoten’, stelt de onvoorstelbaar pedante advocaat zelfs over de geruchtmakende rechtszaak tegen de vermeende oorlogsmisdadiger. En, inderdaad, het ‘showproces’ is nog niet afgerond of Sheftel heeft al een boek in de winkel liggen. Ruim dertig jaar na dato spugen zijn voormalige opponenten nog altijd op de man die duidelijk garen heeft gesponnen bij de kwestie John Demjanjuk, die in de Joodse gemeenschap zo ontzettend veel emotie losmaakte.

Vrijspraak zou een ongelooflijke klap in het gezicht zijn van de mensen die hem zeggen te herkennen als Iwan de Verschrikkelijke, de man die hele families uitmoordde en henzelf voor het leven tekende. Maar hoe betrouwbaar zijn ooggetuigen eigenlijk? Zeker als ze zwaar getraumatiseerd zijn en er sinds de gruwelijke daden bovendien meer dan veertig jaar is verstreken? Zulke godsonmogelijke dilemma’s maken van The Devil Next Door, waarin zowel Demjanjuks kleinzoon, schoonzoon en advocaten als de toenmalige aanklagers en rechters participeren, een fascinerende, aangrijpende en nog altijd actuele serie.

Where’s My Roy Cohn?

Altimeter Films

Where’s My Roy Cohn? (98 min.), schijnt Donald Trump nog wel eens te roepen als er een smerig klusje opgeknapt moet worden. Roy Cohn (1927-1986) was de spreekwoordelijke bullebak, die letterlijk over lijken ging om zijn cliënt te dienen. Een soort ‘Moszkowicz from hell’, met verdacht weinig respect voor de wet. En een man die intussen consequent aan ‘the wrong side of history’ belandde.

Bij het proces dat leidde tot de ter dood veroordeling van de Amerikaanse communisten Julius en Ethel Rosenberg, bijvoorbeeld. Of als rechterhand van senator Joe McCarthy, die een heksenjacht op vermeende communisten ontkende, het zogenaamde McCarthyisme. In een consigliererol voor de New Yorkse maffia ook. Én als een soort peetvader voor de jonge Donald Trump, die Cohns parool ‘als ze jou slaan, sla ze dan tien keer zo hard terug’ sindsdien volledig heeft verinnerlijkt.

Matt Tyrnauer portretteert het larger than life-personage Cohn met familieleden, geliefden, collega’s, journalisten en ‘dirty trickster’ Roger Stone, die de kneepjes van het vak kreeg bijgebracht door de diabolische Cohn en in de afgelopen jaren zelf als klusjesman voor Donald Trump fungeerde. Zij strooien met spraakmakende verhalen en smeuïge anekdotes, die door Tyrnauer met de nodige zwier aan fraai archiefmateriaal zijn geknoopt en met bombastische muziek worden opgediend.

Where’s My Roy Cohn? stevent uiteindelijk af op een tragische climax als de (niet al te) stiekeme homoseksueel ten prooi valt aan de meest gevreesde ziekte van zijn tijd. In dat kader zal hij na zijn dood nog worden vereeuwigd in het vermaarde theaterstuk Angels In America. Dit boeiende portret toont bovendien aan hoe invloedrijk de rücksichtslose Cohn is geweest. Ruim dertig jaar na zijn dood werpt hij nog altijd een schaduw over het hedendaagse Amerika, waar zijn voormalige protegé het zowaar tot president geschopt heeft.

Midnight Family

Het is een familiebedrijf, de ambulance van het Mexicaanse gezin Ochoa. Een bedrijf, juist. Als er geen officiële ambulance kan komen in Mexico-Stad, maakt dat de weg vrij voor commerciële hulpteams zoals de ziekenwagen van de Ochoa’s. De zeventienjarige zoon Juan, een guitig joch met een beugel, zit achter het stuur. Achter in de ambulance ligt Juans elfjarige broertje Josué, die nogal eens van school spijbelt, loom te wezen. Samen met hun vader Fernando en de kalme ambulancebroeder Manuel Hernández scheuren ze ’s nachts door de Mexicaanse metropool.

Op een bevolking van negen miljoen mensen rijden er dagelijks slechts 45 officiële ambulances in Mexico-Stad. De meeste calamiteiten worden overgelaten aan de vrije markt. Juan en zijn ambulancecowboys jagen dus op klussen en moeten de concurrentie daarbij letterlijk inhalen of van zich afschudden. Elke wagen wil nu eenmaal als eerste bij een incident of ongeval zijn, om in elk geval zijn onkosten vergoed te krijgen. Het leidt tot wild west-taferelen in het holst van de nacht, waarbij de patiënt eerst en vooral een potentiële klant is.

Als een tienermeisje, dat een gebroken neus heeft overgehouden aan een ruzie met haar vriendje, de ambulance instapt, is haar eerste vraag: ‘Wordt dit duur?’ Of ze een zorgverzekering heeft? wil het medische team weten. Nee. Nog voor de behandeling wordt opgestart, moet er daarom duidelijkheid komen over waar ze woont. ‘Bij mijn moeder, maar die heeft echt geen geld.’ Tussen alle vragen door, wil het gehavende meisje eigenlijk maar één ding: een knuffel. Terwijl ze wordt getroost en behandeld, blijft het echter de vraag wie de rekening gaat betalen. En óf die wordt betaald.

Het gebedel om geld lijkt in Midnight Family (77 min.) regelmatig te interfereren met de primaire taak van het hulpverleningsteam, dat in een financiële wurggreep lijkt te zitten. Benzine is duur en tippende politieagenten moeten tevreden worden gehouden met smeergeld. In die onmogelijke situatie stapt filmmaker Luke Lorentzen voor enkele zenuwslopende nachten in de Ochoa-auto. Hij focust zich daarbij volledig op de ambulancebroeders. De behandelde patiënten worden niet herkenbaar in beeld gebracht. Uit privacyoverwegingen, ongetwijfeld, maar ook omdat ze nooit meer worden dan bijfiguren.

Te midden van alle hectiek en geldzorgen moeten Juan Ochoa en zijn team het hoofd koel en de benzinetank gevuld zien te houden in deze machtige film, die als een losgeslagen zwarte ambulance door de donkerste spelonken van Mexico’s hoofdstad dendert en en passant het belang van goede en betaalbare gezondheidszorg onderstreept.

Colectiv

De beelden van 30 oktober 2015 gaan door merg en been: ‘Ga naar de hel met je kloterige corruptie’, zingschreeuwt Andrei Galut, de frontman van de Roemeense metalcoreband Goodbye To Gravity. ‘Die is er al sinds we ooit zijn gesticht.’ Niet veel later breekt er een kleine brand uit in de nachtclub Colectiv in Boekarest, waar de groep zijn album Mantras Of War presenteert. Het brandje ontwikkelt zich tot een hels vuur. En deugdelijke nooduitgangen ontbreken…

Van de vijf bandleden is Galut, wiens lichaam bijna voor de helft is verbrand, de enige die de ramp overleeft. Het hongerige vuur wordt in totaal 27 aanwezigen fataal. Daarnaast sterven in de navolgende maanden maar liefst 37 andere concertgangers in Roemeense ziekenhuizen. Uiteindelijk kost de brand dus 64 mensen het leven. ‘Hoe kan iemand die ontsnapte aan het vuur’, vraagt de wanhopige vader van een gestorven concertgangster zich af, ‘alsnog twaalf dagen later sterven in een ziekenhuis?’

Die vraagt staat centraal in de observerende documentaire Colectiv (109 min.), waarin regisseur Alexander Nanau eerst onderzoeksjournalist Catalin Tolontan en zijn team van de Gazeta Sporturilor-krant volgt. Zij lichten de ene na de andere tegel en leggen zo een enorm corruptieschandaal in de Roemeense gezondheidszorg bloot: politieke benoemingen, omkoping en fraude.

Hun onthullingen zorgen voor massale protesten en brengen uiteindelijk zelfs de sociaal-democratische PSD-regering ten val. In afwachting van nieuwe verkiezingen wordt een zakenkabinet benoemd met louter technocraten, bestuurders die niet verbonden zijn aan een bepaalde politieke partij. In de nieuwe minister van volksgezondheid Vlad Voiculescu vindt Nanau zijn volgende hoofdpersoon voor deze kale, maar zéér doeltreffende direct cinema-film.

Ook deze voormalige voorvechter van patiëntenrechten geeft de filmmaker ongefilterde toegang. Voiculescu begint ferm en optimistisch aan zijn nieuwe job, maar dreigt al snel vast te lopen in precies de grootschalige corruptie die hij zou moeten bestrijden. ‘s Mans uiteindelijke conclusie over zijn eigen ministerie is ontluisterend. Dat is niet alleen verouderd, de rot zit in zijn ogen veel dieper. ‘They don’t give a fuck’, klinkt het ronduit cynisch.

Tolontans drang om de waarheid boven tafel te krijgen en Voiculescu’s onmacht om die vertalen naar bestuurlijke daadkracht – zeker als de PSD volgens de peilingen weer de grootste partij lijkt te worden – worden doorsneden met scènes van Tedy Ursuleanu, een verminkte jonge vrouw die de ramp in Colectiv overleefde en met een fotosessie en hulpmiddelen haar leven weer in de hand probeert te krijgen. Zo werken land en slachtoffers in deze aangrijpende film op geheel eigen wijze aan herstel.

The Cave

Als reusachtige roofvogels cirkelen Assads en Poetins bommenwerpers boven Damascus. Hun bommen zaaien dood en verderf op de grond, waar de wijk Oost-Ghouta al ruim vijf jaar wordt belegerd. Meer dan 400.000 inwoners zitten als ratten in de val. Ze zijn gereduceerd tot bommenvoer en leven van de ene naar de andere verpletterende inslag.

Onder de stad is een netwerk van grotten aangelegd. Er wonen mensen, hele gezinnen zelfs, en er is een klein noodhospitaal. Daar zwaait de 29-jarige Amani Ballour de scepter. De jonge, idealistische vrouw stuurt in The Cave (107 min.) enkele doctoren en verpleegsters aan, die in barbaarse omstandigheden werk verrichten dat letterlijk van levensbelang is. Intussen proberen ze iets van menselijkheid te behouden.

De oudere arts Salim zweert tijdens het opereren bijvoorbeeld bij klassieke muziek, terwijl kokkin Samaher altijd in is voor een geintje. Tijdens het bereiden van de maaltijd moet ze alleen regelmatig even bij haar pannen weg om een veilig plekje op te zoeken. Amani luistert ondertussen naar voicemail-berichtjes van haar vader. Hij is trots op zijn dochter, maar wat zou haar leven eenvoudig zijn als ze een jongen was geweest! Vrouwen horen volgens veel Syrische mannen nu eenmaal thuis, achter het aanrecht.

Tegelijkertijd worden er steeds nieuwe slachtoffers binnengebracht, soms zelfs per kruiwagen. Ernstig gewonden, mensen die helemaal in de war zijn en – niet alleen Amani’s hart breekt – beschadigde kleine kinderen. De ellende is met geen mogelijkheid te bezweren, zelfs niet door Amani en haar dappere team. Angst, gevaar en pure chaos nemen het hospitaal langzaam maar zeker over. Totdat ook de artsen zelf de wanhoop nabij zijn en een beslissing moeten nemen over hun eigen lot.

Nadat hij eerder in het bijzonder aangrijpende, voor een Oscar genomineerde Last Men in Aleppo (2017) een groepje hulpverleners portretteerde, dat na gevechten en bombardementen slachtoffers vanonder het puin probeerde te halen, heeft filmmaker Feras Fayyad opnieuw een ontzettend urgente film gemaakt over een klein groepje Syriërs, dat de gekmakende oorlog in hun land – tegen beter weten in – het hoofd blijft bieden.

Het resultaat is niets minder dan een eerbetoon aan menselijke moed. Een blijk van vertrouwen in de elementaire goedheid van de mens – of, op zijn minst, van sommige mensen. En een even onontkoombare als verpletterende film. The Cave is zonder enige twijfel één van de beste documentaires van het jaar 2019.

Thunderdome Never Dies

Toen zij ‘de jeugd van tegenwoordig’ waren en nergens voor leken te willen deugen – behalve dan voor hersenloos hakken – hadden gabbers waarschijnlijk ook niet kunnen bevroeden dat ze ooit nog eens salonfähig zouden worden. Nadat hun muziek vorig jaar al een prominente plek kreeg in het drieluik 30 Jaar Dutch Dance, is er nu een groots opgezette film over het toonaangevende hardcorefeest Thunderdome.

De filmmakers Vera Holland en Ted Alkemade gebruiken het 25-jarige jubileum in 2017 als rode draad voor Thunderdome Never Dies (83 min.). Dat is tevens een prima gelegenheid om het ontstaan en de ontwikkeling van het Nederlandse feest te reconstrueren met de voornaamste spelers: de oprichters Irfan van Ewijk en Duncan Stutterheim, de deejays die de heftige dancevariant destijds op de kaart zetten en de huidige brand manager Francois Maas, een oudgediende die het Thunderdome-gevoel nog altijd perfect belichaamt.

De nadruk ligt op het pionierswerk van de jonge honden die hun eigen feesten gingen organiseren, niet zozeer op de muziek of de al zo vaak besproken excessen met drugs, geweld of nationalisme. Dit jongensboekverhaal van pure liefhebbers die zich (moeten) ontwikkelen tot ondernemers wordt natuurlijk ondersteund met een karrenvracht aan beelden van strakke, kale koppen in de onvermijdelijke aussies, die collectief helemaal uit hun plaat gaan op basale beukbeats.

Via het aanstekelijke relaas van hun voorhoede zet Thunderdome Never Dies zo de schijnwerper op misschien wel de enige unieke jeugdcultuur die Nederland ooit heeft voortgebracht – en waarbij menigeen, en dat is ook precies de bedoeling, nog altijd horen en zien vergaat.

Mevrouw Faber

Of-ie die foto wil doorgeven, vraagt een man tijdens een autorace. ‘Even een plaatje, Harm.’ Die corrigeert direct: ‘Harriette.’ De man herstelt zichzelf: ‘Harriette, sorry.’ Waarna ze samen een geintje maken en overgaan tot de orde van de dag: de plaatselijke stockcarrace die nu goed op gang komt.

Het is nog even wennen in het Friese dorp Easterlittens: hun oude makker, de uitgelaten truckchauffeur Harm, gaat tegenwoordig door het leven als vrouw. Vroeger kon daarvan natuurlijk geen sprake zijn. ‘Een famke is een famke’, vertelt de hoofdpersoon zelf. ‘En een jongen is een jongen. Ertussenin zit helemaal niks.’ Dat Harm zich graag uitdoste als vrouw – en uiteindelijk ook een vrouw wilde zijn – was een geheim dat hij jarenlang alleen deelde met zijn echtgenote Siepie.

De manier waarop vrouw en vrouw erover praten in de documentaire Mevrouw Faber (57 min.) is ontwapenend: open, nuchter en toch kwetsbaar. En ook de directe omgeving van de bonkige vijftiger, zoals de mannen waarmee ze werkt op een transportbedrijf, lijken er geen al te grote kwestie van te maken. ‘In het begin werden er grappen over gemaakt’, zegt een collega tijdens de koffiepauze. ‘En moet je luisteren, daar heb ik ook hard aan meegedaan. Maar we houden het wel altijd netjes.’ Het lijkt oprecht, meer dan alleen sociaal wenselijk gedrag.

Zelfs Harriettes inmiddels hoogbejaarde ouders lijken vrede te hebben met de keuze van hun kind. ‘Het is wat het is’, zeggen ze, met kenmerkende Friese nuchterheid. Voor de zekerheid herhalen ze het nog eens. De combinatie van Harriettes tamelijk rechtlijnig beleefde persoonlijke proces en de no-nonsense omgeving waarbinnen dit tot ontwikkeling komt geeft deze film van Job Tichelman en Hjalmar Tim Ilmer een lekker luchtige ondertoon.

Gaandeweg krijgt Harriettes vrijwel rimpelloze transitie nog een bescheiden rafelrandje, maar elementaire twijfel over wie zij is of fundamentele afwijzing van wie zij wil zijn blijft achterwege. En dus zet de goedlachse Friese doordouwer, begeleid door de camera en ‘mijn Siepie’, in deze vlotte, optimistische film de onvermijdelijke stap naar een nieuw leven.

Fire In Paradise

Netflix

De kinderen waren geëvacueerd. Ze zaten al in de bus. Hun onderwijzeres Mary Ludwig stapte ook maar in. Ze was doodsbang. Om hen heen rukte het vuur gekmakend snel op. Het Californische stadje Paradise dreigde volledig te worden verzwolgen door de vlammen. En toen kwam de bus met schoolkinderen vast te zitten in het verkeer. Voor hun ogen ging de McDonald’s in rook op. Hoe konden zij deze hel overleven?

In de korte documentaire Fire In Paradise (40 min.) van Drea Cooper en Zackary Canepari reconstrueren bewoners van Paradise, politieagenten, brandweerlieden en hulpverleners de zogenaamde Camp Fire, de dodelijkste natuurbrand ooit in Californië. die op 8 november 2018 een complete gemeenschap in lichterlaaie zette. Het concept voor de film is simpel: de hoofdpersonen kijken recht in de camera en zien nog eenmaal hun angst in de ogen.

‘We baden dat we zouden sterven door het inhaleren van rook’, bekent Mary Ludwig. Intussen moest ze zich groot houden voor ‘haar’ kinderen. Fire In Paradise legt zo de onmogelijke dilemma’s bloot, waarmee gewone mensen door de brand worden geconfronteerd. De 911-telefoniste die zich realiseert dat de vuurgrens steeds dichter bij haar eigen huis komt. Een vrouw, die alleen een deken en gebeden heeft om haar kinderen te beschermen. En de brandweercommandant die uiteindelijk voor zijn eigen veiligheid moet kiezen.

Hun beklemmende verhalen worden ondersteund door amateurfilmpjes en foto’s van de ontzaglijke natuurramp die zich voor hun ogen voltrekt. De ravage in Paradise is naderhand immens. Behalve verdriet is er ook vertwijfeling: met de huidige droogte kan er elke dag een nieuw vuur uitbreken. Die constatering geeft deze treffende film extra gewicht.

Munch In Hell

Wat moest er gebeuren met de nalatenschap van Edvard Munch? Toen de vermaarde Noorse expressionistische kunstenaar op tachtigjarige leeftijd overleed in 1944, op een moment dat zijn land nog volop verwikkeld was in de Tweede Wereldoorlog, liet hij zijn volledige collectie van ruim 20.000 prints en schetsen en meer dan duizend schilderijen na aan de gemeente Oslo. Na de oorlog ontstond er onmiddellijk een verhit debat over hoe Munch’s erfenis moest worden beheerd.

Inmiddels, 75 jaar later, is er na heel veel gesteggel eindelijk het nieuwe Munch-museum Lambda, 150 jaar nadat de kunstenaar werd geboren in een gezin dat werd geteisterd door ziekte en dood. Die achtergrond sijpelde door in zijn werk, waarmee hij volgens Munch In Hell (53 min.) mensen wilde laten zien zoals ze zijn, niet zoals ze eruit zien. Munch was op zoek naar de natuur van de menselijke soort, de relatie tussen man en vrouw in het bijzonder, en spaarde zichzelf en zijn directe omgeving daarbij niet. Het maakte hem tot een veelbesproken en omstreden kunstenaar.

Deze fraaie en stemmige film van Stig Andersen hinkstapt door de tijd voor en na Munch’s dood: tussen zijn (liefdes)leven, carrière en werk enerzijds en de eindeloze stroom incidenten en conflicten rond z’n nalatenschap anderzijds. Die parallelle vertelwijze, bijeengehouden door een prikkelende voice-over en vergezeld door een spannende synthesizersoundtrack, zorgt ervoor dat deze film meer wordt dan een chronologisch opgemaakte winst- en verliesrekening van een turbulent, ten volle geleefd leven, vol drankzucht, fatale liefdes, psychische inzinkingen en baanbrekende kunst.

9.79

9.79*, (aka 9.79), British poster art, Dennis Mitchell, Desai Williams, Ben Johnson, Calvin Smith, Linford Christie, Carl Lewis, Ray Stewart, Robson da Silva, 2012. ©ESPN Films

Één enkel shot vertelt het verhaal van deze film. Over nog geen tien seconden uit het leven van acht topatleten. De deelnemers aan de finale van de honderd meter. Op de Olympische Spelen van Seoul in 1988. De winst ging nu eens niet naar Carl Lewis. De Amerikaanse wonderboy die het sprintonderdeel jarenlang had gedomineerd. Maar naar zijn grote rivaal. De Canadese krachtpatser Ben Johnson. In een onmogelijk geachte tijd. Een nieuw wereldrecord: 9.79 (84 min.). Dat natuurlijk niet kon blijven staan.

Waarom zou ik me helemaal kapot trainen? Vroeg Johnson zich enkele jaren eerder af. Als mijn concurrenten stimulerende middelen gebruiken. Een arts met steroïden lonkte. Hij werd vervolgens zienderogen sterker. Sprintte letterlijk weg bij de concurrentie. Zelfs Lewis kwam in zicht. De all american hero. Winnaar van maar liefst vier gouden medailles. Op de Olympische Spelen van 1984. In de enige echte stad van onbegrensde dromen, Los Angeles.

Lewis’ tandpastasmile begon te betrekken. Toen hij regelmatig Johnsons hielen kreeg te zien. De ‘sportman van de twintigste eeuw’ bleek een slechte verliezer. Die Johnson moest wel een valse start hebben gemaakt. Anders had hij natuurlijk zelf gewonnen. Ze werden aartsrivalen. Kracht versus souplesse. Ongepolijst tegenover aalglad. Man van weinig woorden jegens held met een boodschap. Het werd allemaal een kwestie van beeldvorming: de valsspeler die de gedroomde kampioen zijn titel ontfutselde.

Alle deelnemers aan de legendarische race. Doen hun verhaal in deze film uit 2012. Stuk voor stuk zijn ze ooit in verband gebracht met dopinggebruik. De meesten ontkennen natuurlijk halsstarrig. Dopingexperts denken er nog steeds het hunne van. Intussen loopt de concurrentiestrijd helemaal uit de hand. Johnson en Lewis staan lijnrecht tegenover elkaar. In zo ongeveer alles. Filmmaker Daniel Gordon bouwt daar een enerverende film omheen. Één van de beste sportdocu’s aller tijden. Waarbij één vraag onbeantwoord blijft. Is er, behalve doping, ook een ander vuil spel gespeeld?

Is Ben Johnson terecht met pek en veren overgoten? Ten faveure van Gouden medaille-winnaar Carl Lewis. Van ‘the dirtiest race in history‘. Halverwege de film is er al een soort antwoord geformuleerd. Met één enkel shot van de Olympisch kampioen. De Amerikaanse wonderboy lacht zijn tanden bloot. Een indrukwekkende rij. In een mond die, zonder een woord te zeggen, alles vertelt.

The Wolfpack

Daar staan ze dan. Zes jongens. Latino’s. Broers. In pak en stropdas, met een donkere zonnebril op. Ze richten hun pistolen op de camera. The Wolfpack (89 min.). Zojuist hebben ze met zichtbaar plezier enkele scènes uit de Quentin Tarantino-speelfilm Reservoir Dogs nagespeeld. Ze blijken zeer rolvast. Opererend vanuit hun eigen appartement. In een verloederd New Yorks flatgebouw in de Lower East Side.

Crystal Moselle kwam de wereldvreemde gebroeders Angulo tegen in het park toen ze net bezig waren om de buitenwereld te leren kennen. Het was alsof ze een verdwenen gewaande indianenstam uit de Amazone ontdekte, vertelde de debuterende filmmaakster toentertijd tijdens interviews. De jongens waren jarenlang nauwelijks buiten geweest. Negenmaal in één jaar, op zijn hoogst. Soms slechts eenmaal. En in één specifiek jaar helemaal niet. Vader Oscar hield ze binnen. Wilde ze beschermen tegen het gevaarlijke New York. En moeder Susanne gaf thuis les.

Via films hielden de Angulo’s – gezegend met namen als Govinda, Jagadisa en Narayana – contact met de buitenwereld. 5000 VHS-banden en dvd’s stonden er inmiddels thuis. En menige film werd tot in detail nagespeeld. The Dark Knight, Pulp Fiction en Nightmare On Elm Street. Papa Oscar, aanhanger van Hare Krishna, vond het allemaal best. Zolang zijn kinderen maar binnen bleven. Hij maakte van hen zijn eigen sekte. Een volledig naar binnen gerichte enclave, midden in één van de drukste steden van de wereld.

Samen vormden ze tevens een tikkende tijdbom, stelt zijn zoon Mukunda. Het was volgens hem een kwestie van tijd totdat de boel ontplofte. Uiteindelijk was hij het zelf, die op vijftienjarige leeftijd de stap naar die onbekende buitenwereld waagde. Met een Michael Myers-masker op. Niet veel later volgden zijn broers. De Angulo’s ontdekten dat de echte wereld zowaar behoorlijk leek op het universum dat ze al van het witte doek kenden. En dat het thuis waar ze al die jaren hadden vertoefd met verbazing werd bekeken door de rest van de wereld.

Filmmaakster Moselle heeft zich jarenlang als een soort extra huisgenoot in het bizarre huishouden verschanst en registreerde van binnenuit hoe de keuzes van de dictatoriale vader Oscar uitpakten voor zijn vrouw en kinderen. Met haar rommelige gefilmde beelden, op een collageachtige manier gecombineerd met vreemde (familie)filmpjes, ving ze het onwerkelijke verhaal van een zonderling gezin. Het resultaat is een ronduit unheimische film, die in 2015 op het Sundance Film Festival werd bekroond met de Grand Jury Prize.

Jasperina: Op Eenzame Hoogte

pepper.com

Als werkende vrouw plaveide ze de weg voor een generatie vrouwelijke theatermakers. Tegenwoordig zit Jasperina de Jong (81) met veel plezier achter de geraniums. ‘Ik wou zo graag de schemerlamp aandoen als het donker werd’, zei ze daarover toen het langzamerhand tijd werd om afscheid te gaan nemen.

Jasperina: Op Eenzame Hoogte (88 min.) is een vakkundig gemaakt portret, waarin de kleinkunstenaar zelf, zonder inbreng van concullega’s of kenners, terugblikt op haar lange carrière. Ze leerde het vak bij Wim Kan en Wim Sonneveld, floreerde in de jaren zestig bij het satirische cabaretgezelschap Lurelei en trok uiteindelijk als eerste vrouw met een onewomanshow langs de Nederlandse theaters.

Deze documentaire van Simone de Vries is eerder een carrièreoverzicht dan een psychologisch profiel. De film is volgestouwd met alleraardigst beeldmateriaal van De Jongs voorstellingen, (televisie)optredens en musicals, maar scheert een beetje vluchtig langs de dieptepunten in haar leven, zoals bijvoorbeeld het langdurige ziekbed van haar echtgenoot Eric Herfst.

De Vries vraagt op zulke momenten niet door en lijkt daarom geen moment écht onder de waterlijn te komen bij haar verbaal begaafde hoofdpersoon die – hoe kan het ook anders? – met gevoel voor theater haar levensverhaal doet. Wat rest is een vermakelijk portret van een expressieve vrouw die een eigen plek veroverde in een wereld die tot dan toe was gedomineerd door mannen.

Little Stars Of Bethlehem

NTR

Het zijn doodgewone kinderen. Na de Dode Zee willen ze ook wel eens een echte zee zien: de Noordzee. Waarin je echt ongegeneerd lol kunt maken. Het is sowieso een opwindende tijd voor de Little Stars Of Bethlehem (48 min.). De Palestijnse kinderen zijn uitgenodigd om tijdens de Cello Biënnale van 2018 op te komen treden in het verre Amsterdam. De meesten zijn nog nooit buiten Bethlehem geweest. Laat staan in het buitenland.

De acht kleine cellisten zijn geboren en getogen in een Palestijns vluchtelingenkamp, waar de tenten inmiddels zijn vervangen door min of meer normale woningen. De meeste ouders bewaren echter nog steeds de sleutel van het huis dat ze ooit moesten achterlaten, vertelt Fabienne van Eck, de Nederlandse artistiek directeur van het plaatselijke muziekproject Sounds Of Palestine.

Zulke families hebben doorgaans wel wat anders aan hun hoofd dan muziekles voor hun kinderen. Juist daarom, betoogt Van Eck, is het zo belangrijk dat deze vaak getraumatiseerde jongens en meisjes in contact worden gebracht met muziek. Het werken met lokale kinderen is voor haar echt een soort roeping. Nadat ze was afgestudeerd aan het Nederlandse conservatorium, reisde Van Eck af naar Bethlehem om daar werk te gaan doen dat haar uiteindelijk veel belangrijker leek dan het spelen in een Nederlands orkest.

Regisseur Shariff Nasr portretteert de protegés van Fabienne van Eck eerst in hun eigen omgeving en volgt hen vervolgens tijdens hun muzikale trip naar het vrije Westen. Dat levert innemende taferelen op, van kinderen die even loskomen van hun beladen leefomgeving en weer, juist, kind mogen zijn. Het is ontroerend om te zien hoe ze bijvoorbeeld met grote ogen in de trein naar buiten zitten te kijken, zich wagen aan haring happen of, in het ouderlijk huis van Fabienne, hagelslag op hun boterham strooien.

Wat voor ons, westerlingen uit een land dat al decennia vrede kent, volstrekt normale activiteiten zijn, is voor deze oorlogskinderen een heuse belevenis. Daarmee krijgt het tweede deel van deze televisiedocu wel een hoog toeristisch gehalte. Pas zodra de Palestijnse kinderen, als onderdeel van een veel groter kinderorkest, aan het eind van deze observerende film het podium op mogen, komt ook de muziek, die hen deze trip heeft bezorgd en die hen nog altijd een kans op een ander leven zou kunnen geven, weer echt centraal te staan.