Blind Ambition

Paradiso Entertainment

‘Het is alsof Egypte meedoet met skiën tijdens de Olympische Winterspelen’, stelt wijnschrijver Tamlyn Currin over het speciaal samengestelde Team Zimbabwe dat aan de wereldkampioenschappen wijnproeven wil meedoen. De vier Zimbabwanen, die los van elkaar en soms met gevaar voor eigen leven hun land zijn ontvlucht, werken nu stuk voor stuk als sommelier in hun nieuwe thuisbasis Zuid-Afrika.

In Château de Gilly in de Bourgogne gaan Joseph Dhafana, Tinashe Nyamudoka, Pardon Taguzu en Marlvin Gwese de strijd aanbinden met 23 andere nationale teams, om de officieuze wereldtitel te bemachtigen. Ze moeten daarvoor blind twaalf wijnen proeven en dan vaststellen uit welke streek die afkomstig zijn, wat de druifsoort is, wie de wijnmaker is geweest en wat het jaar van oorsprong zou kunnen zijn. Team Zimbabwe moet van tevoren met een crowdfundingsactie alleen nog wel 6500 pond ophalen om überhaupt naar Frankrijk te kunnen afreizen.

Die wedstrijd fungeert in deze aardige film van Warwick Ross en Rob Coe in eerste instantie vooral als aansprekend decor voor de persoonlijke verhalen van de vier gevluchte Zimbabwanen. ‘Iedereen moet zich bewust worden van het feit dat migranten geen kakkerlakken zijn die moeten worden vernietigd omdat ze een invasie zijn van onze heilige ruimte’, stelt de Zuid-Afrikaanse dominee Paul Verryn, die Joseph Dhafana na z’n vlucht opving in zijn kerk. ‘Sommige van de meest diepgaand ontwikkelde en ongelooflijk prachtige geesten passen niet op de plek waar wij denken dat ze horen.’

Datzelfde lijkt in Blind Ambition (96 min.) ook een beetje op te gaan voor Joseph en de drie andere zwarte Afrikanen, wanneer zij onder de noemer Team Zimbabwe participeren in een bezigheid voor voornamelijk welgestelde witte mensen. Gelukkig hebben ze een gerenommeerde coach gevonden: Denis Garret. ‘Denis is een spectaculaire man. Heel bizar. Je mag ‘m of je hebt een hekel aan hem.’ Aan het woord is de excentrieke Franse wijnexpert zelf, die deze documentaire een zekere joie de vivre en smakelijke afdronk geeft én de aandacht ook weer richting de wedstrijd stuurt.

Daar – boven een wijnglas, naast een coach waarvan ze vooral last blijken te hebben en in een Frans chateau – worden de vier Afrikanen geconfronteerd met wie ze zijn, waren én willen worden. En dat is, om te beginnen, in elk geval niet allerlaatste.

Much Ado About Dying

Soilsiú Films

Terwijl de Britse filmmaker Simon Chambers voor een documentaire over het volledig vastgelopen verkeer in Delhi (werktitel: Carmageddon) is beland, begint hij dagelijks telefoontjes te krijgen vanuit Londen. Zijn 83-jarige oom David doet een dringend beroep op hem. ‘I think I may be dying.’

Zoals ‘t een ‘obstinate oude man’ betaamt wil David Newlyn Gale echter zowat alles, behalve naar een verzorgingshuis. Als Simon eenmaal in Davids onvervalste hoardershuis is aanbeland, schreeuwt die ’t zelfs uit van de pijn. Vanuit zijn bed begint de voormalige acteur, met een van pijn vertrokken gezicht en beide handen getormenteerd op het hoofd, aan een getergde monoloog. ‘Jullie zijn mannen van steen. Had ik jullie tongen en ogen maar…’

Simon legt het tafereel vast met zijn camera. Ze zijn samen bezig met een filmopname van de slotscène van Shakespeare’s King Lear, als de koning helemaal doordraait. Tijdens het filmen voor Much Ado About Dying (83 min ), dat zo’n vier jaar in beslag zal nemen, begint Simon zich steeds vaker te voelen als Lears vermaarde dwaas. ‘Wordt die niet geacht om de koning te steunen en begeleiden’, vraagt David hem ostentatief. ‘Terwijl die gekker en gekker wordt?’

Zijn oom, een bijzonder theatrale persoonlijkheid die hele gesprekken met zichzelf voert en complete performances geeft, is al jaren niet meer buiten geweest. Hij leeft op blikken soep, plast in jampotten en krijgt regelmatig kortsluiting. ‘En dan waren er nog de muizen’, vertelt Simon die de situatie en gebeurtenissen met een slimme voice-over inkadert. ‘David hoorde dat muizen niet van pepermunt houden. Daarom had hij rond alle stopcontacten tandpasta gesmeerd.’

David Newlyn Gale is er een meester in om Jan en alleman voor zijn karretje te spannen en ondertussen hun leven grondig te ontregelen. Althans, zo ervaart zijn volwassen neef dit, terwijl hij steeds verder het bestaan van dit wonderlijke familielid wordt ingezogen. Tragikomische en dramatische gebeurtenissen wisselen elkaar daarin voortdurend af. Chambers zet de tering uiteindelijk naar de nering en creëert zo een ingenieuze vertelling die net zo goed over hemzelf gaat als over die eigenzinnige oom.

Die stuurt hij vervolgens met vaste hand aan op de te verwachten en desondanks indrukwekkende climax van deze delicieuze film. Als deze King Lear, hoe gek hij soms misschien ook lijkt, weer gewoon mens onder de mensen wordt.

White Balls On Walls

Zeppers

‘We hebben nog steeds een hele mannelijke witte dominantie in de collectie’, constateert directeur Rein Wolfs van het Stedelijk Museum Amsterdam. Slechts vier procent van de collectie is gemaakt door vrouwen. En: ‘Er hangen op dit moment geen werken van makers van kleur’, bekent Wolfs. ‘Op dit moment helemaal niet.’ Het ‘hagelwitte’ museum wil en moet daarin stappen gaan maken.

Touria Meliani, de wethouder kunst en cultuur van Amsterdam, heeft een Actieplan diversiteit en inclusie Kunstenplan 2021-2024 opgesteld, dat met gezwinde spoed in de praktijk moet worden gebracht. Terwijl het Rijksmuseum de tentoonstelling ‘Slavernij‘ aankondigt, is in het Stedelijk bijvoorbeeld ‘Surinaamse School: schilderkunst van Paramaribo tot Amsterdam‘ te zien. Dat zorgt meteen ook voor kritiek: staat de kunst nog wel voorop? Of is de ‘ideologische agenda’ leidend geworden?

Ook intern zorgen de pogingen van het museum voor moderne en hedendaagse kunst en design om diverser en inclusiever te worden voor een zeker ongemak. Zowel bij medewerkers die kanttekeningen hebben bij de ingezetteveranderingen als bij degenen die dat proces juist in gang proberen te zetten of zelfs belichamen. En regisseur Sarah Vos, een maker die wel vaker de vinger op de zere plek legt, zoomt in White Balls On Walls (90 min.) in op waar het schuurt.

Scheppen quota voor werk van vrouwelijke kunstenaars of kunstenaars van kleur bijvoorbeeld ruimte of werken ze eerder beperkend? Hoe kan worden voorkomen dat zulke kunstenaars de indruk krijgen dat ze vooral vanwege hun achtergrond of profiel zijn gekozen, om dat gezegende/vervloekte quotum te halen? En betekent meer ruimte voor andere invalshoeken dan automatisch ook het inperken van de ruimte voor traditioneel witte kunst?

Op kousenvoeten doorkruisen alle betrokkenen, stuk voor stuk met de beste bedoelingen, het mijnenveld tussen een inclusief en een politiek correct museum, op weg naar een plek, organisatie en collectie die in de tegenwoordige tijd en nabije toekomst passen, met bovendien voldoende oog voor het verleden en de keerzijden daarvan. Vos krijgt die zoektocht en het bijbehorende lopen op eieren in White Balls On Walls heel aardig te pakken.

Brainwashed: Sex-Camera-Power

IDFA

Natuurlijk, dat Hollywood wordt gedicteerd door ‘The Male Gaze’, een term die werd gemunt door filmwetenschapper Laura Mulvey, kan nauwelijks een verrassing zijn. Regisseur Nina Menkes gaat echter nog een stuk verder in het scherp geformuleerde video-essay Brainwashed: Sex-Camera-Power (107 min.), dat weer is gebaseerd op haar eigen lezing Sex And Power: The Visual Language Of Oppression. Volgens Menkes is er een direct verband met de achtergestelde positie van vrouwen in de filmindustrie én het feit dat seksueel misbruik, daar en in de rest van de (westerse) wereld, zoveel voorkomt. Films hebben ons, zowel mannen als vrouwen, nu eenmaal op een bepaalde manier geprogrammeerd.

Om te beginnen richt Menkes zich op het verschil tussen subject en object. Als in: de kat (subject) eet de muis (object). In Hollywood is de man volgens haar al sinds jaar en dag subject (ofwel: protagonist) en de vrouw niet meer dan een object waarmee/-van hij iets wil. Ofwel: de man ziet de vrouw. The Male Gaze dus. Neem dat gerust letterlijk. Vrijwel alle speelfilms worden verteld vanuit mannelijk perspectief en vrouwen – en niet te vergeten: hun lichaam – worden daarin stelselmatig geobjectificeerd. Met een stortvloed aan fragmenten uit speelfilmklassiekers maakt Menkes in dit beeldtaalcollege overtuigend haar punt. Geen speld tussen te krijgen, eigenlijk.

Ze krijgt bovendien rugdekking van de wetenschapper Mulvey, psychoanalyticus Sachiko Taki-Reece en vrouwelijke filmmakers zoals Catherine Hardwicke (die de spraakmakende tienerfilm Thirteen regisseerde), Rosanna Arquette (die als actrice regelmatig slechte ervaringen had) en Amy Ziering (die het giftige man-vrouwklimaat in de entertainmentindustrie aankaartte in documentaires als Allen v. Farrow en On The Record). Zij kunnen getuigen over de lastige positie van vrouwen in Hollywood, waar mannen nog altijd onverminderd de dienst uitmaken. Het is daarom niet vreemd dat Amerikaanse films doorgaans, in de woorden van de non-binaire regisseur Joey Soloway (Transparent), propaganda voor het patriarchaat bedrijven.

Met het vlijmscherpe college Brainwashed, dat alleen aan het eind wat aan kracht inboet en dus wel wat korter had gekund, demonstreert Nina Menkes in elk geval duidelijk dat er echt een maatschappelijk belang is om dit te veranderen.

I Am Vanessa Guillen

Netflix

Al snel valt het niet meer te ontkennen: de vermissing van Vanessa Guillen is geen losstaand incident, maar een logisch gevolg van de toxische cultuur binnen het Amerikaanse leger. Als de twintigjarige soldaat op 22 april 2020 van de legerbasis Fort Hood in Killeen, Texas verdwijnt, komt er een keten van gebeurtenissen op gang: eerst is er de zoektocht naar Vanessa zelf, daarna volgt de hashtag #IAmVanessaGuillen waarmee andere vrouwelijke militairen zich uitspreken tegen seksueel misbruik in het leger en tenslotte worden er pogingen ondernomen om een speciale Vanessa Guillen-wet te laten aannemen in Washington.

In I Am Vanessa Guillen (96 min.) blikt documentairemaker Christy Wegener met Vanessa’s moeder, zussen, verloofde, collega’s en Natalie Khawam, de mediagenieke advocaat van haar familie, terug op de dramatische vermissingszaak. Uit hun verhalen rijst een beeld van de zuidelijke legerbasis als een authentieke ‘good ol’ boys club’, waarbinnen vrouwen zich alleen met kunst- en vliegwerk – of, al dan niet vrijwillige, seksuele dienstverlening – staande kunnen houden. En als een vrouwelijke soldaat, zoals Vanessa Guillen blijkt te hebben gedaan, melding maakt van seksueel misbruik, houden ze zo’n klacht het liefst stevig onder de pet.

Dat is een maatschappelijk relevante kwestie, de film erover is alleen nogal glad, lang en voorspelbaar. De tweede helft van I Am Vanessa Guillen speelt zich voornamelijk af in Washington, waar haar familieleden, ondersteund door Democratische congresleden en senatoren, lobbyen voor een nieuwe wet. Zodat klachten over seksueel geweld niet meer binnen het militaire strafrechtsysteem worden afgehandeld – waar de commandostructuur nog altijd heilig is en een overste zomaar kan beslissen om de gebeurtenissen toe te dekken – maar via een normale gang naar de rechter. Dit gaat echter bepaald niet vanzelf.

‘Het leger was één schandaal verwijderd van echte hervorming’, zegt kolonel Don Christensen, voorzitter van de belangenorganisatie Protect Our Defenders, die van het Amerikaanse leger weer een veilige omgeving wil maken. ‘Vanessa was helaas dat schandaal.’

Free Money

IDFA

Moet ik dan mijn eerstgeboren kind offeren? wil een dorpeling weten. Net als de andere bewoners van het Keniase dorp Kogutu kan hij zijn oren niet geloven. Dit klinkt echt te mooi om waar te zijn. Gratis geld!

Het Keniaanse dorp is onderdeel van een groots opgezet experiment. De Amerikaanse nonprofit-organisatie GiveDirectly gaat de bewoners twaalf jaar lang van een basisinkomen voorzien, om te bekijken wat dit doet met de plaatselijke gemeenschap en de individuele leden ervan. Toen oprichter Michael Faye, een op Harvard opgeleide econoom, het basisidee enige tijd eerder presenteerde op het hoofdkantoor van Google, vroeg één van de aanwezigen nog of hij misschien crack rookte. Toch kwamen ze uiteindelijk over de brug met maar liefst twee miljoen dollar.

In Free Money (77 min.) maken Lauren DeFilippo en Sam Soko halverwege het project, dat nog tot 2031 loopt, de balans op. De documentairemakers waren er al bij toen de deelnemers werden geselecteerd en geïnstrueerd en legden ook vast hoe ze, nog altijd ongelovig, bij hun telefoon zaten te wachten of het eerste geldbedrag daadwerkelijk zou arriveren. Zouden ze het gaan verbrassen of juist strategisch inzetten? Hun film heeft dan nog een onmiskenbaar optimistisch karakter en bevat bovendien enkele grappige scènes.

Gaandeweg komen er ook complicaties van het ideële project in zicht. Is het niet paternalistisch, vraagt de Keniaanse journalist Larry Madowo zich bijvoorbeeld af, om als westerlingen, van bovenaf bovendien, de armoede in Afrika op te gaan lossen? En kun je het eigenlijk wel maken om de buurdorpen van Kogutu níet te voorzien van dat gratis geld? Wat doet dat met een samenleving? Toch verliest deze fijne documentaire nooit zijn hoopvolle karakter. Dat is ook een logisch gevolg van de ideeën achter GiveDirectly, dat een oprechte poging doet om een succesvolle vorm van ontwikkelings(zelf)hulp te ontwikkelen.

Of dat gaat lukken? Daarover Free Money Too, over een jaar of negen, wellicht definitief uitsluitsel geven.

In Her Hands

Netflix

‘Mevrouw Zarifa Ghafari, asalaam alaikoem’, leest de jongste burgemeester van Afghanistan zelf voor. ‘U blijft heidens werk doen ondanks onze waarschuwingen. In naam van de democratie verspreidt u verdorvenheid in onze samenleving. Voor de laatste keer: we bevelen u om Maidan Wardak binnen een week te verlaten. Als u weigert, wordt u vermoord.’ 

Zarifa Ghafari, slechts 26 jaar oud, laat zich niet intimideren door de dreigbrief van de Taliban. Ook al hebben zij de omgeving van de hoofdstad van de Afghaanse provincie Wardak, zo’n veertig kilometer van Kabul, inmiddels stevig in hun greep. ‘Mannen hebben hier de afgelopen 40 of 50 jaar hun kans gehad’, zegt ze strijdlustig. ‘Wat hebben ze bereikt? Niks.’

In januari 2020, negentien maanden voor de dramatische val van Kabul in augustus 2021, zijn de documentairemakers Tamana Ayazi en Marcel Mettelsiefen bij de moedige politica en haar entourage aangesloten voor de aangrijpende film In Her Hands (93 min.). De Taliban, waarvan ook enkele strijders worden geportretteerd in de documentaire, krijgen dan steeds grotere delen van het verscheurde land in hun macht.

Terwijl Zarifa in de Verenigde Staten een Women of Courage-award krijgt uitgereikt en de Afghaanse president Ashraf Ghani haar vervolgens in het parlement ‘een dappere vrouw’ noemt, neemt het gevaar voor haar en de haren zienderogen toe. Intussen worstelt ze in kleine kring tevens met de verwachtingen van haar conservatieve vader, commandant van de aanvalstroepen bij het ministerie van defensie in Kabul.

Die twee verhaallijnen komen op een dramatische manier samen. Tegelijkertijd raakt Zarifa Ghafari vervreemd van haar steun en toeverlaat: chauffeur en bodyguard Massoud, een man die haar altijd met één hand op z’n pistool rondrijdt en zijn leven voor haar zou geven. Als hun wegen zich scheiden, zullen ze allebei hun weg moeten vinden in een ronduit vijandige omgeving. Massoud simpelweg doordat hij wordt geassocieerd met een ideologische tegenstander van de Taliban. Zarifa is daarnaast ook nog eens vrouw.

Via deze twee jonge Afghanen schilderen Ayazi en Mettelsiefen een land dat permanent in staat van oorlog verkeert en nu weer, in elk geval bezien vanuit het perspectief van de vrouwen, in ‘the dark ages’ terecht dreigt te komen. De vertelling eindigt uiteindelijk in 2022, een jaar na de val van Kabul, wanneer de ogen van de wereld alweer enige tijd op Oekraïne zijn gericht, de Taliban ongestoord Afghanistan naar hun hand kunnen zetten en politieke tegenstanders hun leven daar niet meer zeker zijn.

Murder On A Sunday Morning

Prime

James, de echtgenoot van de 65-jarige Mary Ann Stephens en tevens de enige ooggetuige van het misdrijf, heeft hem hoogstpersoonlijk aangewezen: Brenton Butler is degene die hen op zondagochtend 7 mei 2000 bij het Ramada Inn-hotel in Jacksonville, Florida heeft overvallen. In de rechtszaal bevestigt Stephens nog maar eens dat het de vijftienjarige zwarte jongen was die Mary Ann heeft vermoord.

Brentons advocaat Pat McGuinness is niettemin overtuigd van de onschuld van zijn cliënt. Die is simpelweg het slachthuis van raciaal profileren. De politie heeft gewoon de eerste de beste Afro-Amerikaanse tiener van de straat geplukt en tot een bekentenis gedwongen, meent hij. Documentairemaker Jean-Xavier de Lestrade sluit aan bij het verdedigingsteam van McGuinness en zijn collega Ann Finnell voor wat een true crime-klassieker zal worden: Murder On A Sunday Morning (111 min.), in 2002 bekroond met de Oscar voor beste documentaire.

De Lestrade, die enkele jaren later nóg een genretopper zal afleveren met de docuserie The Staircase over een vrouw die thuis van de trap is gevallen/geduwd, volgt de rechtszaak tegen Brenton Butler op de voet en brengt tevens in beeld hoe zijn advocaten het proces voorbereiden en verder uitzoeken. Zij gaan er helemaal voor, ervan overtuigd dat hun cliënt onschuldig is en bovendien doelbewust gemaltraiteerd door scoringsbeluste politieagenten. Zeker de verbeten Pat McGuinness gaat er in de rechtszaal regelmatig met gestrekt been in.

‘Als een hond op je tapijt plast en je straft hem niet, dan blijft hij op je tapijt plassen’, zegt hij daarover tegen De Lestrade. ‘Als je een getuige die liegt niet tot de orde roept of vernedert, dan blijft ie dat doen.’ Zulke publieke tuchtigingen gaan de Ierse straatvechter goed af. En hij lijkt er ook lol in te hebben om rotte agenten – althans, in zijn ogen – genadeloos met hun eigen verklaringen om hun oren te slaan. Op die manier wil hij de zaak van openbaar aanklager Laura Starrett onschadelijk maken en de jury ervan overtuigen dat ‘Bren’ moet worden vrijgesproken.laura,st

De juryleden hebben uiteindelijk welgeteld 45 minuten nodig om tot een vonnis te komen in deze klassieke rechtbankdocu, die nauwgezet laat zien hoe het Amerikaanse justitiële systeem (niet) werkt en die tevens aantoont hoe belangrijk het is dat ook, of júist, verdachten die de schijn tegen hebben, al is het alleen door de bevolkingsgroep waartoe ze behoren, met kennis, passie en vernuft worden verdedigd.

Manifesto

IDFA

Manifesto begint ogenschijnlijk luchtig, met de ochtendrituelen van een nieuwe Russische generatie. Via YouTube-filmpjes en TikToks laten ze de wereld meekijken met hoe zij aan een nieuwe dag beginnen. Zo onschuldig als deze found footage-film begint, zo naargeestig zal ie eindigen, met het voortvluchtige vijftienjarige stel Denis Muravyov  en Katya Vlasova dat, als de politie arriveert om hen in te rekenen, overweegt om er dan maar zelf een einde aan te maken.

Tussendoor heeft regisseur Angie Vinchito – en dat is ongetwijfeld een schuilnaam – een huiveringwekkend beeld geschetst van de wereld waarin Russische jongeren opgroeien. Zeker op school heerst een klimaat van tucht en intimidatie, tonen ze zelf feilloos aan met stiekem gemaakte filmpjes. Leerkrachten schreeuwen, kleineren en delen zo nodig zelfs een klap uit. Intussen wordt een ‘traditioneel’ gedachtegoed uitgedragen. ‘Een vrouw moet klaar zijn voor seks als haar echtgenoot daar zin in heeft’, zegt een oudere docente bijvoorbeeld. ‘Niet, beste dames, als wij het willen, maar als onze mannen ’t willen.’

Gaandeweg wordt Manifesto (69 min.) steeds grimmiger. Bij sommige evacuaties, waarbij het alarm de naargeestige soundtrack verzorgt, hebben scholieren geen idee of het een oefening betreft of, gewoon, echt is. Niet veel later kan daarover geen misverstand bestaan: een schutter trekt moordend door het schoolgebouw. Hij blijkt niet de enige: op het politiebureau licht menige (potentiële) dader van een ‘school shooting’, vaak vergezeld van zijn ouders, rustig de motieven voor zijn daad toe.

Ook politiek is nooit ver weg. Een meisje met uitgelopen mascara vertelt huilend hoe een docent haar, vanwege onwelgevallige politieke ideeën, wil gaan rapporteren bij de autoriteiten. Andere tieners vertellen hoe ze zijn gearresteerd na deelname aan een bijeenkomst voor oppositieleider Aleksej Navalny, die zelf ook alweer enige tijd achter slot en grendel zit, of offreren deemoedig hun excuses aan de autocratische Tsjetsjeense leider Ramzan Kadyrov, die ze blijkbaar hebben gegriefd.

Met een zorgvuldig geconstrueerd labyrint van ik-beelden bouwt ‘Vinchito’ zo een onrustbarend narratief over een natie die nieuwe generaties verminkt het leven instuurt. Met als verpersoonlijking daarvan de middelbare scholieren Denis en Katia, die bekendheid verwerven als een live streamende variant op Bonnie en Clyde en de film, in afwachting van een Quick Reaction Force van de Russische overheid, een leverstoot van een einde bezorgen.

Polish Prayers

IDFA

Trots houden vier jonge mannen een spandoek omhoog. ‘Vandaag homoseksualiteit, morgen pedofilie’, staat erop. Met een tegendemonstratie proberen deze katholieke activisten de Poolse Pride in Warschau te verstoren. ‘Homoseksuele extremisten in Europa willen pedofilie legaliseren’, beweert een spreker die hun protest vocaal ondersteunt. ‘Homoseksuelen willen onbeperkte toegang tot kinderen. Daarom promoten ze seksuele voorlichting.’ Antek, de protagonist van Polish Prayers (83 min.), luistert goedkeurend toe. Hij heeft geen idee wat de toekomst nog in petto heeft voor hem.

De Poolse jongeling stamt uit een traditioneel katholiek milieu en is lid van een heus Broederschap van conservatieve mannen. Daar regeren ook nationalisme en homohaat. En dan ontdekt Antek in deze observerende film van Hana Nobis, gefilmd in de loop van ruim vier jaar, gaandeweg de liefde en begint de vrome christen aan alles te twijfelen waarvan hij voorheen altijd volledig overtuigd was. Is het bijvoorbeeld werkelijk nodig dat hij met seks wacht tot ná het huwelijk en dat er dan ook direct resultaat moet worden geboekt, in de vorm van een snel groeiende stoet nakomelingen?

Langzaam raakt Antek losgezongen van zijn mede-Broeders, die zulke waarden en normen blijven koesteren. Anteks opvallende metamorfose is door Nobis van zeer nabij geregistreerd en vervat in sfeervolle scènes. Aan de hand van zijn veranderende muzieksmaak wordt die ontwikkeling bovendien nog eens treffend geaccentueerd: van traditionele Poolse liederen, over soldaten van Maria en vuurspuwende draken die hen geen angst kunnen inboezemen bijvoorbeeld, via het kronkelige pad van pop en rap naar de brute metal van Celtic Frost en Slipknot.

Terwijl ze Anteks ontworteling inzichtelijk maakt via een chronologische aaneenschakeling van trefzekere, elementaire getitelde hoofdstukken, vangt Nobis tevens het (oer)conservatieve milieu waarvan hij al van jongs af aan deel uitmaakt en de vreemde wereld waarnaar hij zich, aan de hand van de liefde, begint te bewegen. Deze delicate film demonstreert intussen nog maar eens ten overvloede: wanneer er aan een cruciaal draadje wordt getrokken, kan zomaar het complete breiwerk van iemands overtuigingen loskomen.

Is That Black Enough For You?!?

Netflix

Waarom zijn we eigenlijk gestopt met het maken van de zwarte speelfilms die in de jaren zeventig zo succesvol waren? vraagt regisseur Elvis Mitchell zich af bij de start van het video-essay Is That Black Enough For You?!? (135 min.), waarin hij de zwarte Amerikaanse filmhistorie doorlicht.

Aan de hand van een enorme verzameling filmfragmenten laat Mitchell eerst zien hoe (wit) Hollywood door de jaren heen Afro-Amerikanen heeft geportretteerd en vervolgens hoe er in jaren zestig, op de golven van de burgerrechtenbeweging, een zelfbewuste en diverse generatie zwarte filmmakers opstaat, die ruimte vindt voor de authentieke verhalen en personages uit hun eigen wereld.

Met als meest uitgesproken uitingsvorm: de Blaxploitation-films van de jaren zeventig, die kaskrakers als Shaft, Super Fly en Foxy Brown heeft voortgebracht. De benadering van zwarte regisseurs en scenarioschrijvers, de serieuze rollen die daaruit voortvloeien voor iconische acteurs en actrices én de muziek waarmee die verhalen worden aangekeild en begeleid, sijpelen vervolgens ook door naar het werk van witte regisseurs zoals Sergio Leone, Francis Ford Coppola en Quentin Tarantino.

Elvis Mitchell onderbreekt zijn persoonlijk ingestoken en met veel feitjes en weetjes gestutte betoog zo nu en dan voor herinneringen, observaties en constateringen van de prominente Afro-Amerikaanse acteurs en regisseurs Margaret Avery, Harry Belafonte, Samuel L. Jackson, Whoopi Goldberg, Laurence Fishburne, Sheila Frazier, Billy Dee Williams, Suzanne De Passe, Charles Burnett, Glynn Turman, Mario von Peebles Jr. en Zendaya.

In tegenstelling tot de stilistisch verwante essays Disclosure (transcultuur), Body Parts (vrouwbeelden) en Brainwashed: Sex-Camera-Power (het vrouwelijk lichaam) voelt Is That Black Enough For You?!?, mede door Mitchells overcomplete voice-over en het ondanks de aanzienlijke speelduur toch behoorlijk hoge verteltempo, alleen eerder als een op cinefielen gerichte verhandeling over een essentieel stuk filmgeschiedenis dan als een breed toegankelijke beschouwing op de representatie van zwart Amerikanen in film en de maatschappelijke gevolgen daarvan.

Payboys

Videoland

Op bepaalde, vaak wat oudere homoseksuele mannen oefenen ze een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit: de zogenaamde Payboys (44 min.), héél jonge, soms nog minderjarige jongens die online zijn in te huren voor een sexdate. Hoe jonger de jongen, hoe meer klanten blijkbaar bereid zijn om ervoor te betalen.

Vier van zulke voormalige sekswerkers, waarvan twee nagespeeld door acteurs, doen in deze unheimische documentaire van Willem Timmers hun verhaal. Over hoe en waarom ze zijn gestart in de jongensprostitutie (meestal een variant op de behoefte aan snel geld), de tamelijk naïeve ideeën waarmee ze ooit begonnen (payboy Tristan: niet ouder dan mijn opa en oma) en hoe ’t er in de praktijk aan toeging (Maxi-cosi’s en tissues in de auto bijvoorbeeld).

Het blijkt werk waardoor ze over zo’n beetje elke persoonlijke grens zijn gegaan. Maar ben je ook slachtoffer als je er zelf in het begin voor hebt gekozen? vraagt oud-sekswerker Giovanni zich af. Toch maakt ook zijn verhaal duidelijk dat eigenlijk niemand zonder reden deze schmutzige wereld instapt. En eenmaal binnen, dan is de weg terug, bijvoorbeeld door drugsgebruik en schaamte, vaak verdomd moeilijk te vinden. Want hiervan komen ze nooit meer helemaal los.

Timmers omlijst de ontboezemingen van de vier jonge mannen met suggestieve, soms bijna barokke gedramatiseerde scènes, waardoor zelfs een buitenstaander zich een gedegenereerde voyeur begint te voelen. Die sequenties sluiten tegelijkertijd wel uitstekend aan bij de ervaringsverhalen van zijn hoofdpersonen, van wie er enkele betrokken zijn geraakt bij het escortbedrijf van Hans A. en Nico L., die inmiddels zijn veroordeeld vanwege mensenhandel.

Vol overtuiging schetst Payboys het bestaan van jeugdige jongensprostituees dat zich letterlijk in het duister afspeelt. Daar zijn het in werkelijkheid niet de klanten maar de jongens die, met hun lijf en geest, betalen voor de twijfelachtige keuzes die zij ooit op jonge leeftijd, vaak gedwongen door de omstandigheden, hebben gemaakt.

Een trailer van Payboys is hier te bekijken.

FIFA Uncovered

Netflix

Aan de vooravond van het omstreden wereldkampioenschap voetbal in Qatar, alwéér een schandvlek voor de FIFA, stoft Daniel Gordon de scandaleuze historie van de wereldvoetbalbond af. De Britse filmmaker (9.79The Fall en The Life And Times Of Oscar Pistorius) heeft in sport al vaker een aansprekende arena gevonden voor het vertellen van een maatschappelijk relevant verhaal. FIFA Uncovered (221 min.) vormt daarop geen uitzondering.

De vierdelige docuserie start in 1974 als de Braziliaanse oud-sporter João Havelange voorzitter wordt van de voetbalbond en daarna met hulp van Horst Dassler, oprichter van het sportmerk Adidas, een ordinaire geldmachine maakt van de FIFA. Gaandeweg begint Havelange’s rechterhand echter te azen op diens positie. In 1998 is het zover: de Zwitser Joseph ‘Sepp’ Blatter heeft zijn baas op slinkse wijze naar de uitgang gedirigeerd en wordt vervolgens – na een zeer omstreden campagne, waarbij Afrikaanse officials zouden zijn omgekocht – gekozen tot voorzitter van de voetbalbond.

Daarmee verwordt de FIFA definitief tot een corrupte organisatie, waarbinnen machtsspelletjes, handjeklap en schaamteloze corruptie gemeengoed worden. Gordon spreekt in dat kader met insiders/klokkenluiders zoals Mohamed Bin Hammam, Jérôme Valcke en Guido Tognoni, goed ingevoerde journalisten vanuit allerlei verschillende landen en enkele opsporingsambtenaren die bij het Amerikaanse justitiële onderzoek naar de sportbond zijn betrokken. En ook voetbals eigen Machiavelli, Sepp Blatter, krijgt de gelegenheid om zichzelf opnieuw van elke blaam te zuiveren en de schuld, direct of indirect, bij iemand uit zijn professionele entourage neer te leggen.

FIFA Uncovered richt zich niet zozeer op het lichten van nieuwe tegels als wel op het inkaderen en illustreren van al bekende misstanden. De gênante ‘bromance’ met anti-Apartheidsicoon Nelson Mandela bijvoorbeeld, die het WK naar Zuid-Afrika probeert te halen. Het moddergevecht tussen de sjoemelende sportbobo Jack Warner uit Trinidad & Tobago en de overmoedige beroepsofficial Chuck Blazer, die in de greep raakt van de Amerikaanse justitie. En de besmette keuzes voor Rusland en Qatar als organiserende landen voor de wereldkampioenschappen van 2018 en 2022, in een soort reprise van de roemruchte ‘sportswashing’-evenementen van Berlijn in 1936 en Argentinië in 1978.

In de afgelopen halve eeuw heeft de FIFA zich ontwikkeld tot zo’n beetje het ultieme ’old boys network’, een broederschap van mannen die samen de (voetbal)wereld runnen, daarbij verdacht goed voor elkaar en zichzelf zorgen en de ander consequent de hand boven het hoofd houden. Tenminste, totdat hun eigen positie in gevaar dreigt te komen. En dat allemaal geheel indachtig die tamelijk protserige FIFA-slogan: For The Game, For The World.

A Way To B

Doxy

Even voor de helderheid, stelt Xavi Duacastilla, één van de leden van het Catalaanse danscollectief Liant la Troca: ‘We zijn niet uit op medelijden, we maken kunst. Als je moet huilen door de kunst, huil dan vooral. Maar als je huilt omdat je iemand in een rolstoel ziet dansen, dan: fuck off!’

Want Liant la Troca mag dan voor een belangrijk deel bestaan uit dansers met een lichamelijke beperking, hun performances doen qua kracht, intensiteit en emotionele zeggingskracht voor geen gezelschap onder. Jos de Putter en Clara van Gool geven de creaties van choreograaf Jordi Cortès Molina, vaak uitgevoerd in de openbare ruimte van Barcelona, dan ook een prominente plek in de film A Way To B (98 min.), een vlammende hybride van dans en documentaire.

Achter de imposante dansers gaan aangrijpende verhalen schuil, van mensen die op hun levenspad echt meer drempels moeten nemen dan veel anderen. Neem bijvoorbeeld Jaume Girbau, een man zonder onderlijf. Jaren na zijn geboorte vertelde zijn moeder dat de artsen hem in eerste instantie niet aan haar wilden laten zien. ‘Hij is geboren met een bepaalde handicap, vertelden ze haar. “Het is maar beter dan u hem nog niet ziet.” Alsof ik één of ander verschrikkelijk monster was.’

Of Dessi Cascales, die in de openingsscène van deze film een moeilijk te vatten en desondanks zeer indringende monoloog afsteekt. Deze vrouw met cerebrale parese kan zich bijna alleen met behulp van haar man Philip Heinrich verstaanbaar maken en wordt mede daardoor regelmatig veel te laag ingeschat. Philip heeft echter een degeneratieve ziekte, waardoor Dessi bang is dat hij straks alleen nog zijn moedertaal Duits kan spreken. Daarom besluit ze om zelf op taalles te gaan. 

Via fraai gestileerde, gepassioneerd uitgevoerde en gloedvol geregistreerde performances, collectief te scharen onder de noemer ‘Danza Integrada’, leggen de leden van Liant la Troca hun ziel bloot. Kwetsbaar en krachtig tegelijk. Gewone mensen die, ondanks/dankzij hun imperfecte lichaam, komen tot volwaardige kunst. A Way To B wordt daarmee automatisch een hartveroverend pleidooi voor inclusiviteit, zonder dat die boodschap er verder opzichtig in hoeft te worden gehamerd.

Scènes Met Mijn Vader

IDFA

In een fraai uitgelichte, oude fabriekshal nemen Vinko en zijn volwassen dochter Biserka, nadat ze de stoelen nog even hebben schoongepoetst, naast elkaar plaats voor een persoonlijk gesprek. Filmmaakster Biserka Suran heeft allerlei vragen voor Vinko over zijn verleden in het voormalige Joegoslavië en hoe hij daar haar Nederlandse moeder ontmoette en met haar een gezin begon. Ze ontdekt ook meer over hun liefdesverhaal in een briefwisseling die de twee er op nahielden.

Toen de Joegoslavische leider Tito overleed, die bijna dertig jaar aan de macht was geweest in het communistische land, viel de door hem bijeen gehouden natie – hier tot leven gewekt met fraaie archiefbeelden – langzaam uit elkaar. Biserka’s familie besloot om naar Nederland te vluchten. Het land dat ze toen halsoverkop moesten verlaten bestaat inmiddels niet meer en is uiteengereten in verschillende naties, waaronder het land dat ze nu als moederland beschouwen: Kroatië.

Biserka en Vinko maken in de gestileerde documentaire Scènes Met Mijn Vader (46 min.), via enkele verschillende decors, een symbolische reis door het verleden, waarbij hun conversatie zich vooral richt op hoe ze hun land van oorsprong hebben moeten verlaten en wat ze vervolgens onderweg hebben opgepikt of zijn kwijtgeraakt. Dat is een persoonlijk gesprek over identiteit, land en familie, dat zo nu en dan wordt aangevuld door andere familieleden.

De zorgvuldige enscenering vergemakkelijkt de uitwisseling van gedachten en gevoelens en maakt de toegang naar herinneringen ook eenvoudiger, maar geeft de dialoog tevens een wat opgeprikt karakter. En wat er zoal te berde wordt gebracht voelt al bekend en is eerder een smaakvol opgediende reprise van dan een wezenlijke toevoeging aan het universele vluchtverhaal, dat inmiddels in alle mogelijke bewoordingen, talen en beelden is uitgedrukt.

Indisch Zwijgen

Amstelfilm

‘Denk dan maar eeeven. Het kan niet altijd goed gaan in het leeeven’ zingt Wil Richards, een oudere Indische Nederlander, voor zijn achternicht, de beeldend kunstenaar Mei Oele. Hij vervolgt: ‘Zorg bij tegenslaagen dat je die ook kunt verdraagen.’ Wil weet waar hij over zingt. Hij zat vroeger in een interneringskamp. Terwijl zijn broer, Mei’s opa, net als veel lotgenoten die in Indië klem kwamen te zitten tussen de kolonisator en de gekoloniseerden, altijd bleven zwijgen over hun traumatische verleden, zette Wil zijn ervaringen juist op papier.

Tussen 1945 en 1968 kwamen er zo’n 300.000 Indische Nederlanders naar Nederland. Zij volharden meestal nog altijd in een Indisch Zwijgen (32 min.) over wat ze hebben meegemaakt, tot frustratie van hun nazaten. Hoewel Wil destijds het gevoel had dat hij werd beschouwd als een indringer is hij volgens eigen zeggen tegenwoordig ‘helemaal volledig ingeburgerd’ in Nederland. ‘Maar misschien ook vanwege de asielzoekers die dus binnenkomen’, zegt hij er besmuikt lachend bij. ‘Die hebben eigenlijk mijn plaats overgenomen van niet welkom zijn.’

Inmiddels wonen er zo’n anderhalf tot twee miljoen mensen met Indische wortels in Nederland. Filmmaakster Juliette Dominicus wil als vertegenwoordiger van de derde generatie het zwijgen over hun gezamenlijke verleden doorbreken. Tijdens een familie-opstelling bij een lichaamsgerichte therapeut ervaart ze de afstand binnen haar eigen familie echt aan den lijve. Tijd om het gesprek aan te gaan met haar vader. Amara van der Elst, spoken word-artiest, constateert intussen met haar moeder dat praten over het verleden soms ook gewoon pijn doet.

Samen hebben de drie jongen vrouwen ondertussen een kunstwerk gemaakt, waarmee ze het gesprek over dat gedeelde verleden proberen te openen. In dit appèl aan hun gemeenschap komen alle verschillende elementen – theater, video en beeldende kunst – mooi samen en wordt deze film die, met een héél uitgebreide begintekst, enigszins stroef van start is gegaan alsnog tot een fraaie climax gebracht.

En De Naam Is: Heeresma

Oogland Filmproducties

‘Kijk, mijn vader heeft een brandscherm voor zijn leven neergetrokken’, zegt Heere Heeresma’s zoon Heere Jr. bij het graf van zijn vader, niet zonder humor, tegen diens biograaf Anton de Goede. ‘En ik ben er niet om dat brandscherm omhoog te halen. Maar wat ik je wel kan zeggen is dat hier eigenlijk alleen zijn uniform begraven ligt.’

En daar kan, of moet, De Goede ’t maar mee doen. In de laatste, niet afgemaakte brief van Heere Heeresma (1932-2011) heeft hij nochtans wel degelijk een aansporing gevonden. ‘Het wordt tijd dat een biograaf zich in mijn bestaan gaat verdiepen.’ Daarmee kan de journalist, en deze schrijnende film van John Albert Jansen over zijn zoektocht naar de Nederlandse dichter/schrijver, wel even vooruit. ‘Vind ik de sleutel van de doorgang in dat brandscherm om Heeresma’s privébestaan?’

De beide kinderen van de zelfverklaarde eigenheimer, zoon Heere Jr. en dochter Marijne, zijn hem daarbij op geheel eigen wijze van dienst. Terwijl Marijne spreekt van ‘s mans kwaadaardigheid, oeverloze gezuip en verschrikkelijke agressie en pas na zijn dood iets van waardering voor hem heeft gevonden, lijkt Junior al zijn hele leven met diezelfde vader te dwepen. Hij wentelt zich maar al te graag in het ‘spel van schijn en werkelijkheid’ dat Senior als geen ander kon spelen.

‘Ik heb hier heel mooie herinneringen aan, hoor, Anton’, vertelt hij bijvoorbeeld tegen De Goede als ze in de stromende regen (‘heerlijk Heeresma-weer’) door De Bijlmer lopen, waar het gezin een tijdje op de allerhoogste etage van een flat woonde. ‘Daar sprong nog iemand van het balkon af’, herinnert hij zich. ‘En ook daar is iemand van het balkon gesprongen.’ Zijn vader beschreef in een verhaal hoe dat klonk op het grindpad: als een volle zak nat wasgoed. ‘Dat is schrijven, hè?’ zegt zijn zoon. ‘Dat is schrijven.’

‘Doordat ik zelf een gigantisch ego heb, is de weg van de nederigheid begaan voor mij extra zwaar’, zegt de grote schrijver zelf, elders in En De Naam Is: Heeresma (85 min.). ‘Begrijpt u dat?’ Om de man, met al zijn (on)hebbelijkheden, werkelijk te kunnen vatten, moet deze film echter voorbij zijn woorden gaan, die blijkbaar broodnodige distantie proberen te scheppen, en de beladen familiehistorie opzoeken, die hem als klein jongetje, en de (tweede) generatie na hem, moet hebben getekend.

Dat er iets scheef zat in het leven van Heere Heeresma en de manier waarop hij omging met de werkelijkheid wordt door Jansen benadrukt met, letterlijk, scheve shots en het op gezette tijden kantelen van de wereld waarvan hij deel uitmaakte. Terwijl Heere Jr., als het evenbeeld van zijn geliefde vader, intussen bijna tot het eind de draak blijft steken met alles wat er via archiefbeelden en verfilmingen van Heeresma’s boeken bovenkomt, houdt zijn zus genoeg afstand om te komen tot (zelf)reflectie.

Gezamenlijk – maar niet samen – schetsen ze met Anton de Goede, die jarenlang correspondeerde met hun vader, een intrigerend portret van de man die met een ‘Atlantikwal’ (Heere) zijn privéleven afschermde en waarbij al die jolijt ‘een ‘berg met verdriet’ (Marijne) verborg.

The Children In The Pictures

BNNVARA

Het is een gruwelijke lakmoesproef. Nadat de undercoveragenten van de taskforce Argos de online identiteit van een kindermisbruiker hebben aangenomen en zijn geïnfiltreerd in hun internationaal opererende netwerk, volgt onvermijdelijk de vraag: kun je eens wat delen? Niet reageren is geen optie. Dan worden de banden onmiddellijk doorgesneden. En dus verlagen ze zich noodgedwongen tot zo’n beetje het walgelijkste waartoe een mens in staat is en klikken vervolgens op verzenden, met een luchtig berichtje erbij: Geniet ervan.

Met zulke omstreden infiltraties proberen rechercheur Jon Rouse, het Australische hoofd van de toonaangevende taskforce, en zijn Britse collega Paul Griffiths wereldwijd netwerken op te rollen en kinderen te redden van misselijkmakend misbruik. Daarmee is de kous dan overigens nog niet af. Jaren nadat ze zijn bevrijd kunnen er nog steeds foto’s of filmpjes van hen rondgaan op het dark web. ‘De seksuele uitbuiting van die kinderen gaat door lang nadat ze gered zijn’, vertelt Warren Bulmer, een Canadees lid van de taskforce Argos. ‘En zij moeten daar hun hele leven mee omgaan.’

In de schokkende documentaire The Children In The Pictures (80 min.) van Akhim Dev en Simon Nasht leggen de gedreven rechercheurs tot in detail uit hoe ze aan het begin van deze eeuw, tijdens een onderzoek genaamd Operation Achilles, infiltreren bij het netwerk ‘The Group’. Onder de schuilnaam ‘Red_Rocket’ jagen ze daar bijvoorbeeld twee jaar lang op een specifieke ‘producent’. Hij levert al jaren achter elkaar afzichtelijk beeldmateriaal van één enkel meisje, ‘Girl One’ gedubd, dat letterlijk voor de camera opgroeit. Het geweld in de filmpjes lijkt bovendien ernstig te escaleren.

Terwijl ze de identiteit weten vast te stellen van verschillende deelnemers aan het netwerk, waaronder een Nederlander met de bijnaam ‘Thunderbird’, en zo langzamerhand willen overgaan tot arrestaties, lukt het Rouse en zijn vakbroeders maar niet om de identiteit van Girl One en haar kwelgeest vast te stellen. Daardoor komen ze voor een duivels dilemma te staan: ze hebben nu de kans om een aantal notoire kindermisbruikers uit te schakelen, maar als ze dat doen raken Girl One en de man die haar misbruikt waarschijnlijk weer buiten beeld.

Van zulke keuzes liggen de gespecialiseerde rechercheurs, die dagelijks verschrikkelijke dingen (moeten) zien, nachten wakker. Behalve een afdaling in een bijzonder naargeestige schaduwwereld is deze unheimische film tevens een portret van hen, gedreven politiemensen die werkelijk door riemen en ruiten gaan voor de kinderen. Daarbij worden de omstandigheden steeds lastiger. De techniek staat, letterlijk, voor niets en faciliteert steeds grotere en geavanceerdere netwerken. Namen als The Love Zone, Child’s Play en Baby Corner laten weinig aan de verbeelding over.

En hoewel hun werk soms dweilen met de kraan vol open lijkt, sociale netwerken zoals TikTok (die kinderen stimuleren om selfies, ofwel: user generated content, te maken) alweer voor nieuwe uitdagingen zorgen en seksuele uitbuiting van kinderen sowieso het snelst groeiende zware misdrijf in de wereld is, blijven Rouse en zijn team op de één of andere manier optimistisch. ‘Zonder hoop zou ik niet naar m’n werk gaan’, zegt hij ferm, vast ook tegen zichzelf, in deze documentaire die niemand wil maar iedereen moet zien. Zolang de taskforce Argos maar één kind kan redden…

Spector

Showtime

‘Het was een foutje’, zegt de heer des huizes als politieagenten in zijn privékasteel in het Californische Alhambra een dode vrouw aantreffen. ‘Ik begrijp niet wat er in godsnaam mis is met jullie. De revolver ging per ongeluk af. Oh, God!’ Het is 3 februari 2003, de dag waarop het leven van Phil Spector (1939-2021) definitief een dramatische wending zal nemen. De legendarische producer van The Righteous Brothers, Ike & Tina Turner, The Beatles/John Lennon, Leonard Cohen en The Ramones wordt ingerekend en zal de rest van zijn leven in de gevangenis doorbrengen.

Vijf weken voor de dood van Lana Clarkson gaf de excentrieke kluizenaar Spector (207 min.) nog een onthullend interview aan journalist/biograaf Mick Brown. De tapes daarvan, en Brown zelf, fungeren nu als ruggengraat voor deze vierdelige docuserie van Sheena M. Joyce en Don Argott, waarin ook (voor hem ogenschijnlijk inwisselbare) performers die ooit mochten excelleren op zijn imposante Wall Of Sound, zoals Carol Connors (The Teddy Bears), La La Brooks (The Crystals), Nedra Talley-Ross (The Ronettes) en Darlene Love (The Blossoms), een bijdrage leveren.

Behalve mensen uit Spectors directe (werk)omgeving, waaronder ook zijn dochter Nicole, zoomt deze miniserie met haar moeder Donna en allerlei vrienden tevens in op de vrouw die door hem de dood vindt. Van een zielloos slachtoffer, consequent weggezet als ‘B-film actrice’, wordt Lana Clarkson weer een mens van vlees en bloed. Hetzelfde geldt eigenlijk voor Phil Spector zelf, een man die doorgaans wordt geportretteerd als een geniale en gevaarlijke gek. Joyce en Argott vinden in hem een kwetsbaar en labiel mens, dat al op heel jonge leeftijd ernstig werd beschadigd.

De titel To Know Him Is To Love Him, zijn allereerste hit met de groep The Teddy Bears, blijkt bijvoorbeeld gebaseerd op het grafschrift van zijn vader, die een einde aan zijn leven maakte toen Phil negen was. Net als zijn zus Shirley zou hij zelf de rest van zijn leven kampen met serieuze psychische problemen, zoals paranoia en manische en depressieve perioden, en afhankelijk raken van medicatie. Wanneer hij daarbij begint te drinken, zoals in de periode waarin hij Lana Clarkson min of meer dwong om nog even een drankje bij hem te doen, kan het zomaar he-le-maal fout gaan.

Spector richt zich met name op de moord en de navolgende rechtszaak, waarbij er nog een bijzondere rol is weggelegd voor filmmaker Vikram Jayanti die in deze periode de hele fijne documentaire The Agony And Ecstacy Of Phil Spector (2009) maakte. ‘Ik kan me herinneren dat hij zei dat de rechter niet wilde dat hij muziek zou laten horen of zou praten over zijn muziekcarrière tijdens de rechtszaak, omdat dit niets te maken had met die nacht’, vertelt Jayanti over Phil Spector. ‘Tijdens de rechtszaak dacht hij: als deze mensen mijn muziek maar konden horen, dan zou ik hier niet zitten.’

Het is typisch zo’n verhaal geworden dat louter verliezers kent. ‘Zij wordt nog altijd enorm gemist’, zegt één van Clarksons vrienden geëmotioneerd. Tegelijkertijd vraagt Mick Brown zich in deze genuanceerde, afgewogen en uiteindelijk ook aangrijpende miniserie af: ‘Wordt hij herinnerd vanwege You’ve Lost That Lovin’ Feeling en Be My Baby of voor het vermoorden van Lana Clarkson?’ Volgens Spectors dochter Nicole kunnen we gewoon plezier aan zijn oeuvre blijven beleven. ‘Hij bracht muziek vanuit de hemel in onze wereld’, zegt zij. En: ‘Ik kan alleen zeggen is: to know him is to love him.’

Breaking Up With The Joneses

Ursula Macfarlane

Negen jaar waren ze getrouwd. En nu zijn Lynne en Stephen Jones uit elkaar. Als filmmaakster Ursula Macfarlane in 2005 begint te filmen voor Breaking Up With The Joneses (75 min.), leven ze al zes maanden apart. Hij in het Zuid-Engelse Kent en zij met hun twee zoons Oliver (4) en Harvey (6) aan de andere kant van het Verenigd Koninkrijk, in haar geboortestad Edinburgh te Schotland. Lynne en Stephen hebben zich voorgenomen om er geen vechtscheiding van te maken.

Een hoog opgelopen, al dan niet door alcohol ingegeven, conflict van Lynne en haar moeder zet alle goede bedoelingen echter al snel bij het grofvuil. En daarmee verdwijnt ook zo’n beetje het enige waar ze het nog over eens zijn – dat ze hun kinderen koste wat het kost buiten hun conflict willen houden – naar de achtergrond. ‘Waarom kunnen deze mensen niet meer praten met elkaar?’ vraagt Macfarlane zich af, terwijl ze acht maanden lang aan beide zijden van de loopgravenoorlog meekijkt en probeert om geen partij te kiezen. Intussen hoopt ze ook te ontdekken waar het fout is gegaan tussen Lynne en Stephen, die ooit van elkaar moeten hebben gehouden.

Breaking Up With The Joneses (2006) legt akelig precies vast hoe en waar de ouders van Oliver en Harvey botsen met de gekwetste geliefden Lynne en Stephen. Ursula Macfarlane, die zelf pijnlijke herinneringen heeft aan hoe haar ouders van elkaar scheidden, schrikt er zelfs van hoe een ogenschijnlijk normaal ex-koppel, dat van plan was om in goede harmonie uit elkaar te gaan, gaandeweg verzeild raakt in niets minder dan ‘psychologische oorlogsvoering’. Wat ooit liefde moet zijn geweest is dan allang een schrijnende vorm van haat geworden, waarbij alle betrokkenen, de kinderen natuurlijk voorop, uiteindelijk verliezen.