Fly So Far

IDFA

Dertig jaar gevangenisstraf. Na de moord op je eigen kind. Wij zouden ‘t een miskraam noemen. Een afschuwelijk ongeluk. Of een doodgeboren kind. In het zwaar katholieke El Salvador, waar een onvoltooide zwangerschap direct verdacht is, kan dat de moeder evenwel op een verblijf in de gevangenis komen te staan. Teodora del Carmen Vásquez, de hoofdpersoon van Fly So Far (89 min.) werd bijvoorbeeld beroofd in de bus. Daarna viel ze, hoogzwanger, op haar buik. Op 13 juli 2007 ging het mis.

Vásquez zit inmiddels meer dan tien jaar vast. Ze dacht in eerste instantie dat ze de enige was in de Ilopango-vrouwengevangenis die voor dit ‘vergrijp’ achter slot en grendel was gezet. Tegenwoordig weet ze wel beter. De 34-jarige vrouw heeft zich opgeworpen als woordvoerster van Mujeres Libres, een groep van ruim twintig moeders die het dragen van het verdriet om een verloren kind moeten combineren met de ontberingen van het gevangenisleven. En dat is in Latijns-Amerika bepaald geen sinecure.

Tegenover deze strijdbare vrouwen, die gaandeweg Amnesty International aan hun zijde krijgen, staat een krachtige pro-life beweging – mannen natuurlijk – die zich sterk maakt om abortus koste wat het kost strafbaar te houden in El Salvador en die ook nauwelijks genade kent als er onverhoopt iets misgaat tijdens een zwangerschap. Dit resulteert onvermijdelijk in een publieke confrontatie, waarna het uiteindelijk toch weer mannen zijn die over het lot van de vrouwelijke gedetineerden mogen beslissen.

Regisseur Celina Escher schaart zich achter Vásquez en haar vrouwen en verbeeldt met stemmige animaties ook enkele van hun persoonlijke verhalen. De tragiek ligt er duimendik bovenop: terwijl ze worden geconfronteerd met één van de grootste drama’s van hun leven, rukt justitie hen ruw weg uit hun gewone leven, waarbij er bovendien vaak nauwelijks gelegenheid is om afscheid te nemen van eventuele andere kinderen. Dat drama drijft deze geïnspireerde en inspirerende film, die aan het eind alleen wel erg veel tijd neemt voor de uitlopers van de triestige kwestie.

Seahorse: The Dad Who Gave Birth

Mark Bushnell / KRO-NCRV

‘Ik vond het geweldig om zwanger te zijn’, zegt Freddy’s moeder. ‘Iedereen zou moeten weten hoe dat voelt. Zeker mannen.’ En dat treft: haar zoon is net bezig om een kind te krijgen. Zelf. Freddy McConnell is een dertigjarige transman, die is gestopt met het nemen van testosteron en nu zwanger probeert te worden.

Als meisje was Freddy gek op acteur Mel Gibson. Maar was dat nu een tienerliefde of juist een voorbeeld van wie Freddy zelf wilde zijn? Of allebei? Want ze wilde destijds een man worden en viel tegelijkertijd ook op mannen. Nu, na de transitie, is ze een homoseksuele man die een relatie heeft met een andere man, CJ. Die zelf in een vorig leven ook vrouw was.

Duidelijk is dat Freddy en CJ op geen enkele manier in het traditionele beeld van een relatie passen. En nu gaan ze dus op zoek naar een spermadonor. In Seahorse: The Dad Who Gave Birth (86 min.) volgt de Britse filmmaakster Jeanie Finlay Freddy’s pogingen om een kind op de wereld te zetten. Intussen maakt hij noodgedwongen weer een soort transitie door: van man naar vrouw.

Dat is een gecompliceerd en verwarrend proces. Niet alleen voor de hoofdpersoon zelf, die al z’n verworvenheden als man weer (tijdelijk) kwijt dreigt te raken om zo z’n diepste hartenwens te kunnen vervullen. Ook voor de argeloze kijker, bij wie stereotypen over wat mannen en vrouwen nu precies zijn stelselmatig worden ontmanteld.

Finlay blijft dicht bij haar protagonist en benadert die uiterst empathisch. Kritische vragen blijven achterwege. Ze doorsnijdt het persoonlijke traject dat Freddy heeft ingeslagen met beelden van hoe hij was als kind, als klein meisje dat naar de goedkeuring van haar vader zocht. In dat opzicht is er weinig veranderd: de relatie tussen vader en zoon McConnell is nog altijd heel precair.

Want een menselijk ‘zeepaardje‘, een diersoort waarbij het de mannetjes zijn die de zwangerschap voor hun rekening nemen, roept nu eenmaal elementaire vragen op over de moderne mens en de maakbaarheid van diens wereld: kunnen (en mogen) we tegenwoordig alles zijn en worden wat we willen? En wie bepaalt of er grenzen zijn en waar die dan liggen?

Tegelijkertijd is Seahorse vooral ook een klein en menselijk verhaal: over een doodgewone sterveling die een diep verlangen heeft om de oerrol van het menszijn, het ouderschap, op zich te nemen.

Niña Maná

IDFA

Ze waren, zijn en/of worden zwanger. Het zijn nochtans slechts tieners. Argentijnse meisjes, vervat in grijswitte beelden. Moeders dus. Die een publiek ziekenhuis bezoeken. Om te bevallen, zorg te krijgen voor hun kind of – en dat is voor de meesten in het katholieke Argentinië eigenlijk geen optie – de zwangerschap te laten afbreken.

Regisseur Andrea Testa registreert de gesprekken die de jonge vrouwen voeren met gynaecologen, verpleegkundigen en andere hulpverleners. Ze concentreert zich in Niña Mamá (66 min.) volledig op hun verhalen. De behandelaars die hen welwillend ontvangen, geïnteresseerd bevragen en zonder waardeoordelen adviseren blijven buiten beeld.

Deze sobere aanpak – de camera beweegt nauwelijks en vangt de soms onwerkelijke werkelijkheid in lange shots – zorgt ervoor dat de nadruk volledig bij de ervaringen van de vrouwen komt te liggen. Zo meldt zich bijvoorbeeld een dertienjarig meisje, dat op een verjaardagsfeestje een jongen leerde kennen. Zes maanden later kregen ze samen ‘de zegen’, zoals ze het zelf zegt. Het meisje lacht er besmuikt bij. De ‘zegen’ stond helaas niet op zichzelf.

Intussen is er in de hele film geen jongen of man te zien. De jonge vrouwen staan er, in elk geval tijdens hun bezoek aan het ziekenhuis, helemaal alleen voor. Hun kerels werden, zijn en/of worden gewoon vader – en gaan vervolgens door met hun leven.