Putin And The West: At War

Alamy / VPRO

Ruim twee jaar na dato is de Russische invasie van Oekraïne inmiddels op alle mogelijke manieren in beeld gebracht in documentaires. Van de gevolgen op de grond voor de Oekraïense burgerbevolking in ooggetuigenverslagen zoals Mariupol: The People’s Story20 Days In Mariupol en de Nederlandse productie Eddy’s Oorlog tot de diplomatieke schermutselingen van westerse mogendheden met Rusland voor aanvang van die oorlog in Un President, l’Europe Et La Guerre, waarin de Franse president Macron alles op alles zet om zijn Russische ambtsgenoot Vladimir Poetin van gedachten te doen veranderen, en de gezaghebbende miniserie Putin And The West, die Poetins betrokkenheid bij de oorlog in Syrië en de jarenlange aanloop naar ’s mans aanval op z’n buurland Oekraïne vanuit allerlei verschillende gezichtspunten belicht.

Het tweeluik Putin And The West: At War (118 min.), eveneens van regisseur Tim Stirzaker (Trump Takes On The World) en het gereputeerde Britse productiehuis Brook Lapping, gaat verder waar die laatste productie eindigde. Als Poetin zijn troepen op 23 februari 2022 richting de Oekraïense grens heeft gedirigeerd. De invasie wordt nota bene opgestart als de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties net bijeen is en veroorzaakt alom ontzetting: er komt dus daadwerkelijk weer oorlog in Europa. Stirzaker probeert de verwikkelingen in het navolgende jaar in kaart te brengen met een indrukwekkende rij politici en topdiplomaten, waaronder de Oekraïense president Zelensky, de regeringsleiders van Groot-Brittannië, Senegal, Indonesië, Finland en Zweden, NAVO-secretaris-generaal Stoltenberg, VN-secretaris-generaal Guterres, voorzitter Michel van de Europese Raad, de Chinese hoogleraar Xiang Lanxin en enkele topfunctionarissen uit de regering van de Amerikaanse president Biden.

Samen met een aantal ministers van Buitenlandse zaken, ministers van Defensie en VN-ambassadeurs schetsen zij de diplomatieke achterkant van de Russische inval: hoe de belangrijkste westerse landen alles in het werk stellen om de oorlog niet verder te laten escaleren en tegelijk Poetin tot de orde proberen te roepen, Oekraïne moeten beschermen en China en Afrikaanse landen niet van zich willen vervreemden. Deze veelheid aan belangen, die regelmatig met elkaar conflicteren, zorgt voor druk op de onderlinge verhoudingen, versterkt ook de behoefte om de NAVO te versterken en uit te breiden met landen als Zweden en Finland en zorgt bovendien in grote delen van de wereld voor zorgen over de voedselproductie. Zou deze oorlog tot grote tekorten elders op aarde kunnen leiden? Ook het Russische perspectief op al deze onderwerpen ontbreekt niet, met bijdragen van VN-ambassadeur Vasili Nebenzja en Andrea Kelin, de Russische ambassadeur in het Verenigd Koninkrijk.

Net als in de echte wereld leidt dit ook in deze tweedelige documentaire soms tot bijna absurde taferelen. Als president Zelensky begin april 2022 bijvoorbeeld een video van Russische oorlogsmisdaden heeft laten zien bij de VN-veiligheidsraad, zegt Valentin Rybakov, de VN-ambassadeur van Ruslands bondgenoot Wit-Rusland: ‘Je moet zeker weten dat dit geen nep is, want ik heb video’s gezien met dezelfde doden die opstaan en een sigaretje gaan roken en dan weer gaan liggen alsof ze dood zijn. In deze informatieoorlog weet je het nooit honderd procent zeker.’ Zoals de waard is, denkt een buitenstaander daarbij vrijwel automatisch, vertrouwt ie z’n gasten. Tegelijkertijd heeft elke spreker in dit tweeluik natuurlijk z’n eigen agenda, binnen een wereldwijd conflict dat nog altijd ongenadig voortwoekert en dat hier alvast met potlood is opgetekend door een aantal hoofdrolspelers en belangrijke bijfiguren.

Viva Varda!

AVROTROS

Aan het eind van een lang en vruchtbaar leven kwam dan eindelijk de algehele erkenning. De Franse filmmaakster Agnès Varda (1928-2019), die zichzelf zonder (valse) bescheidenheid ‘de grootmoeder van de nouvelle vague’ was gaan noemen, werd bedolven onder oeuvreprijzen: een Palme d’Honneur in 2015 en een ere-Oscar in 2017. Ze oogde toen inmiddels als een uitvergrote versie van zichzelf: een excentrieke oma, met twee kleuren klaar en de goesting om zich eens ongegeneerd te laten fêteren.

Viva Varda! (tv-versie: 53 min.) is een viering van de vrouw en de kunstenaar. ‘Een radicale pionier in het maken van beelden in deze tijd’, aldus collega Atom Egoyan. En een onafhankelijk, origineel, veeleisend, rebels en geestig mens, volgens de andere sprekers in deze vlotte docu van Pierre-Henri Gibert, zoals haar dochter Rosalie, zoon Mathieu, assistenten Didier Rouget en Jacques Royer, actrice Sandrine Bonnaire en de regisseurs Audrey Diwan, Marjolaine Grandjean en Patricia Mazuy.

Ze werd geboren in een welgesteld gezin als Arlette Varda, het kind van de directeur van een staalfabriek, De Antwerpse Titaan. Ze had weinig op met haar vader, maar hield uiteindelijk wel een flinke erfenis aan hem over. Daarmee financierde zij, nadat ze haar naam had veranderd in Agnès, haar eerste film La Pointe Courte (1955). Die wordt beschouwd als een voorloper van de nouvelle vague, de Franse filmstroming die cineasten als Claude Chabrol, Jean-Luc Godard en Francois Truffaut voortbracht.

Varda zou uiteindelijk te eigenzinnig blijken voor willekeurig welke kwalificatie. Steeds vond ze zichzelf opnieuw uit in films waarmee ze handig tussen fictie en non-fictie door slalomde – of de beide genres verbond in een hybride-form. ‘In mijn films verzet ik me een beetje tegen het systeem’, zei ze daar zelf over. ‘Ik zit niet in een bus of limousine. Ik ben te voet in de cinema. Misschien omdat het mijn eigen keus is en ik niet meedoe met het sterrensysteem en het spel niet wil meespelen.’

Agnès Varda brak door met een film over een zangeres die wacht op de uitslag van een kankeronderzoek (Cléo de 5 à 7), maakte in de Verenigde Staten films over hippies en Black Panthers, filmde de winkeliers in haar eigen Parijse straat in Daguerréotypes (1975), vroeg het uiterste van actrice Jane Birkin in Jane B. Par Agnès V. (1988) en ontdekte de intimiteit van een kleine digitale camera in het veel gelauwerde Les Glaneurs Et La Glaneuse (2000).

Intussen onderhield ze een moeizame relatie met de filmwereld (‘een familie waarin iedereen elkaar haat’). Agnès Varda hield er daarnaast ook een kleurrijk leven op na, getuige dit vermakelijke, voor haar doen alleen wel tamelijk conventionele portret. Met een grote liefde, regisseur Jacques Demy, die in alles een tegenpool bleek. Het leidde tot een zoon, echtscheiding en verzoening. Jacques was toen al ernstig ziek. Zijn vrouw probeerde hem te vereeuwigen door een film over hem te maken: Jacquot De Nantes (1991).

‘Zolang we filmen, leeft Jacques nog’, zou ze daarover hebben gezegd. En datzelfde uitgangspunt leek ze later ook op zichzelf toe te passen. Tot het allerlaatst bleef de lekker dwarse Française actief. Met het kostelijke Visages Villages ((2017), gemaakt met haar ruim een halve eeuw jongere zielsverwant JR, sleepte ze zelfs nog een Oscar-nominatie in de wacht. En toen het einde zich daadwerkelijk aandiende, hield Agnès Varda – hoe kan het ook anders? – zelf de regie.

Jehovah – Van God Los

Videoland

Hun imago ontlenen ze toch vooral aan de zogenaamde velddienst. Dan gaan de Jehovah’s Getuigen de huizen langs, om de leer van God aan de mens te brengen en te vertellen over het paradijs. Met de spreekwoordelijke voet tussen de deur en altijd een ‘Koninkrijksglimlach’. Want wat het weer ook is en hoe er aan de andere kant van die deur ook wordt gereageerd: altijd blijven lachen. Dat verlangt Jehovah, de almachtige God, van zijn volgelingen. En ze hebben ook reden tot lachen: als het einde der tijden komt, sneller dan menigeen misschien verwacht, behoren zij tot de weinige overlevenden.

De wereld zou overigens ook in 1975 al vergaan. Toen was het licht echter nog niet zo helder en is er waarschijnlijk een berekeningsfout gemaakt, zeggen ze daarover tegenwoordig. Maar nu is het einde dus echt nabij! Alle reden dus om snel zoveel mogelijk mensen te bekeren. Al kent deze gesloten geloofsgemeenschap – het zal niemand verbazen – ook zo z’n schaduwzijden. En daarop richt de driedelige serie Jehovah – Van God Los (109 min.), waarvoor in totaal 57 voormalige Getuigen zijn gesproken, zich natuurlijk. In de eerste aflevering concentreert regisseur Henk van der Aa zich met een vijftal oud-volgelingen vooral op de regels en grondslagen van de religieuze beweging. Zoals bekend is die heel erg op zichzelf betrokken. Een echte vriend komt bijvoorbeeld altijd vanuit de eigen gelederen. Mensen van buiten zouden immers onder invloed kunnen staan van Satan.

De tweede aflevering zoomt vervolgens in op seksueel misbruik binnen de gemeenschap en de manier waarop dit door de ‘ouderlingen’ zou zijn toegedekt. Daarbij geven enkele voormalige ouderlingen, gezamenlijk aan een tafel gezeten als een soort almachtige onderzoekscommissie, achtergrondinformatie over hoe wijdverbreid deze problematiek zou kunnen zijn binnen de Jehovah’s Getuigen. En eenieder die zich niet schikt naar de opgelegde zwijgplicht naar buitenstaanders, die immers bij Satan zouden kunnen horen, wordt rücksichtslos uitgesloten en geëxcommuniceerd. In het slotdeel vertellen enkele voormalige leden hoe ze door dat ‘shunnen’ werkelijk iedereen die ze liefhebben zijn kwijtgeraakt – los van het feit dat ze natuurlijk ook nog moeten leven met het vooruitzicht dat er straks tijdens Armageddon geen plek voor hen is in het paradijs.

Van der Aa serveert al deze verhalen met veel suspense uit. Donkere beelden, een erg dikke soundtrack, shockeffecten en verborgen camera-acties, met aan het eind nog een confrontatiescène. Subtiel is anders. Deze miniserie ontleent zijn kracht vooral aan de indringende ervaringsverhalen van de voormalige Getuigen. Zij geven echt een grondige inkijk in een gemeenschap, die zich doorgaans stelselmatig aan het oog van de wereld onttrekt.

De Tramaanslag

KRO-NCRV

‘Om kwart voor elf stond de tram stil’, vat de Utrechtse burgemeester Jan van Zanen het drama vier dagen later samen tijdens een stille tocht door de stad. Niet alleen de tram staat stil op maandag 18 maart 2019. Heel het land lijkt stil te staan nadat een man bij de halte 24 Oktoberplein een tram is binnengestapt en daarna het vuur heeft geopend op enkele passagiers en voorbijgangers. De Tramaanslag (27 min.) zorgt voor zes gewonden en kost vier Nederlanders het leven.

Vijf jaar na dato reconstrueren Tijmen Beijes en Jeanneau van Beurden in deze korte docu de gebeurtenissen op die fatale dag. Centraal staan de getuigenissen van René, de vader van de negentienjarige Roos Verschuur die op tragische wijze om het leven komt in de tram, en Michael, de zoon van Willem Hoveling, die in zijn auto wordt neergeschoten. De 74-jarige eigenaar van een tankstation en garage in Loosdrecht sterft tien dagen later als gevolg van zijn verwondingen.

Voor hun nabestaanden is die 18e maart een absolute horrordag, waarbij ze eerst urenlang in onzekerheid verkeren en uiteindelijk verpletterend nieuws krijgen. ‘Er komt op een gegeven moment verpleging richting ons lopen, een man met een politieagent’, herinnert René Verschuur zich met trillende stem. Zijn hele lijf trilt mee. Inclusief z’n rechterarm, met een tatoeage van de naam Roos en de bijbehorende bloem erop. ‘Als dat dan naar je toe komt lopen, weet je al dat het mis is eigenlijk.’

Terwijl het noodlot hen ongenadig treft, heeft datzelfde lot ‘Paul’ gespaard – al is ook hij niet zonder schade vrijgekomen. Deze man, die niet herkenbaar in beeld wordt gebracht omdat hij niet steeds aan de traumatische gebeurtenissen herinnerd wil worden, heeft de aanslag als bij een wonder overleefd. Op het moment dat ‘de dader’, die verder niet bij naam wordt genoemd, hem wil neerschieten, weigert zijn wapen en kan Paul ontsnappen. Hij heeft er wel PTSS aan overgehouden.

De getuigenissen van deze drie betrokkenen worden aangevuld met de herinneringen van Peter Huting, die als journalist van RTV Utrecht snel ter plaatse was, en Mirjam de Jong, die verantwoordelijk was voor de organisatie van een Calamiteitenhospitaal. Gezamenlijk schetsen zij een traumatische dag, inmiddels alweer vijf jaar geleden, die zonder enige moeite opnieuw is op te roepen. De dag waarop de tram in Utrecht stil stond. Rond kwart voor elf.

Bericht Van Sasha

VPRO

Klanten van een supermarkt in Sint-Petersburg treffen begin 2022 ineens wel heel opmerkelijke teksten aan op de prijskaartjes bij enkele producten:

‘Mijn overgrootvader heeft niet in de Tweede Wereldoorlog gevochten, zodat Rusland een fascistische staat kon worden en vervolgens Oekraïne zou aanvallen.’

‘Het Russische leger heeft een kunstopleiding in Marioepol gebombardeerd. Ongeveer vierhonderd mensen verschansten zich daar voor beschietingen.’

‘Poetin liegt ons al twintig jaar voor via een televisiescherm. Het gevolg van deze leugens is onze bereidheid om oorlog en zinloze doden te rechtvaardigen.’

De teksten zijn afkomstig van de Russische kunstenares Sasha Skochilenko. Op 11 april 2022 wordt ze aangehouden vanwege haar openlijke protest tegen de oorlog. Ze riskeert maar liefst tien jaar gevangenisstraf. In Bericht Van Sasha (54 min.) volgt filmmaker Anna Rudikova de Kafkaëske rechtsgang tegen de moedige jonge vrouw via haar vriendin Sonya en hun beste vriend Lyosha.

Terwijl Sasha in een soort eeuwigdurend voorarrest terecht is gekomen, met steeds weer nieuwe hoorzittingen, moet ze zien te overleven in een smerige, overvolle gevangenis, waar geen rekening wordt gehouden met het glutenvrije dieet dat ze heeft vanwege haar auto-immuun ziekte. De jonge activiste houdt zich onledig met sporten en tekenen, om haar verstand niet te verliezen.

Ook voor haar thuisfront wordt het proces een uitputtingsslag, waarbij ze de strijd aan moeten binden met de veelkoppige en gevoelloze vijand, die eerder ook al was te zien in verwante films als The New Greatness Case en The Dmitriev Affair. Een staatsapparaat dat zich niets gelegen laat liggen aan individuele burgers en rücksichtslos ingrijpt als ze denkt dat die zich niet schikken.

Zo’n nietsontziende opponent onthult tegelijkertijd ook wie echte vrienden zijn. In hun strijd voor gerechtigheid en tegen de machthebbers, die getuige deze grimmige fly on the wall-docu even vaak absurd als bedreigend wordt, steunen Sasha en de haren elkaar door dik en dun. Totdat er na anderhalf jaar eindelijk ‘recht’ wordt gesproken: invrijheidsstelling of toch enkele jaren strafkolonie?

Pathological: The Lies Of Joran van der Sloot

Videoland

Voor Nederlandse misdaadverslaggevers is Joran van der Sloot in de afgelopen twintig jaar ‘the gift that keeps on giving’ gebleken. Hij ontkende eerst in alle toonaarden dat hij schuldig was aan de verdwijning van Natalee Holloway, wilde vervolgens onder druk nog wel eens flink uit zijn slof schieten en liet zich uiteindelijk tóch in de kaarten kijken. Wat heeft een Amerikaanse true crime-docu dan nog te bieden? Behalve de verplichte journalisten, schrijvers en juristen, overspannen muziekjes en cliffhangers en een psychologe, die eerst zegt dat het natuurlijk niet de bedoeling is dat mensen zoals zij publieke figuren gaan analyseren en dan precies dat gaat doen? In elk geval, al even flauw, een andere naam voor de door haar als ‘psychopaat’ gekwalificeerde diabolische jongeling: Jorén vénder Sloet.

Pathological: The Lies Of Joran van der Sloot (94 min.) vertelt twee parallelle verhalen, waartussen exact vijf jaar zit: de verdwijning van de Amerikaanse tiener Natalee Holloway op Aruba op 30 mei 2005 en de moord op Stephany Flores in Peru op 30 mei 2010. Met direct betrokkenen zoals Natalee’s broer Matt en Stephany’s vader Ricardo, vrienden, ooggetuigen en politiemensen brengt regisseur Christopher Cassel de gebeurtenissen in de twee geruchtmakende zaken in kaart. Het duurt bijna drie kwartier voordat daarbij Peter R. de Vries, die in Nederlandse ogen toch een essentiële rol heeft gespeeld in Van der Sloots ontmaskering, voor het eerst opduikt: als hij een bekentenis van Joran heeft verkregen via een verborgen camera-actie met diens ‘vriend’ Patrick van der Eem.

Daarmee komt de verziekte relatie tussen de manipulatieve Nederlander, altijd op zoek naar geld, en de gulzige media pas echt op gang: Joran van der Sloot zorgt ervoor dat hij permanent in de aandacht blijft staan, voedt journalisten de meest bizarre verhalen en probeert daar dan een slaatje uit te slaan. Na een interview in Thailand ontvangt de bekende Fox News-journaliste Greta van Susteren bijvoorbeeld doodleuk een berichtje van hem. ‘Alles wat ik je zojuist heb verteld was een leugen. Ik deed het gewoon voor het geld.’ Het vraaggesprek wordt desondanks gewoon uitgezonden. Fox meldt er alleen bij dat ze Joran inderdaad, een journalistieke doodzonde, voor zijn bijdrage hebben betaald. En de rest van de wereld, in het bijzonder Natalee’s nabestaanden, tast verder in het duister.

Nieuwe inzichten heeft deze misdaaddocu intussen niet te bieden. Joran van der Sloots verhaal wordt wel netjes achter elkaar gezet. En dat krijgt in de gevangenis in Peru, tot afgrijzen van de familieleden van zijn slachtoffers, nog een nieuwe dimensie als hij trouwt met de plaatselijke jonge vrouw Leidy Figueroa en ook vader wordt van haar kind. Even later meldt zich overigens ook nog een vriendin die hij in de cel heeft opgedaan. ‘Ik voel een enorme liefde voor Joran’, zegt deze Eva Pacohuanaco, die beweert dat ze in eerste instantie niet op de hoogte was van zijn misdrijven. ‘Maar het zou beter zijn geweest als ik hem nooit had ontmoet.’ Want Eva zal nog flink in de problemen komen als ze wordt betrapt met cocaïne, die ze op verzoek van Joran de gevangenis in zou hebben gesmokkeld.

Hoewel psychologische duiding van mensen die hem écht goed kennen achterwege blijft, wordt Jorén vénder Sloet in Pathological neergezet als een klassieke psychopaat. Anderen lijken voor hem niet meer dan poppetjes in zijn spel. Voor deze degelijke, soms nét iets te vet aangezette docu geldt in wezen hetzelfde: Jorans slachtoffers worden nooit meer dan bijvangst bij portretteren van een levensgevaarlijke ’creep’. In 2023 wordt Van der Sloot uiteindelijk uitgeleverd aan de Verenigde Staten, waar hij een gedetailleerde bekentenis over Natalee aflegt. Haar moeder Beth accepteert zijn lezing van de feiten en is blij dat er eindelijk officieel een dader is aangewezen voor de verdwijning van haar dochter. Maar of het verhaal daarmee helemaal uit is en Joran nu werkelijk de complete waarheid heeft verteld?

Het zou bijna teleurstellend zijn als hij niet toch nog enkele kaarten in zijn mouw blijkt te hebben. Of wordt zelfs Joran mettertijd ‘the gift that stops giving’?

Staal

Human

Beter een goede buur dan een verre vriend, zegt een medewerker van Tata Steel. De relatie met de bewoners van de buurgemeenten IJmuiden en Wijk aan Zee is essentieel voor het voortbestaan van de staalfabriek. Het voormalige Hoogovens zorgt al ruim honderd jaar voor werkgelegenheid in de IJmond-regio, maar ligt de laatste jaren steeds meer onder vuur vanwege de uitstoot van enorme hoeveelheden CO2 en stikstof.

Staal (200 min.), een vierdelige serie van Pelle Asselbergs en Maaik Krijgsman, belicht het protest tegen de grafietregens en zwarte sneeuw die Tata Steel in de omgeving achterlaat. Die zorgen voor gezondheidsproblemen bij zowel mens als dier. Tegelijkertijd is er aandacht voor het bedrijf zelf, dat onder leiding van de alomtegenwoordige directeur Hans van den Berg z’n deuren opent en permanent in dialoog is met z’n (kritische) buren en de onvrede daar probeert weg te nemen.

Tata Steel is tevens een bron van trots voor de talloze medewerkers van het bedrijf, zoals het ’lastige’ ondernemingsraadlid Mendes Stengs. Zijn zoon werkt inmiddels ook alweer twee jaar bij de fabriek en vertegenwoordigt daarmee de vierde generatie van de familie in het bedrijf, dat zich tegenwoordig sterk maakt om ‘groen staal in een gezonde omgeving’ te gaan produceren. Tot het zover is, moet de huidige productie op peil blijven. Stengs is kritisch en dat wordt niet door iedereen gewaardeerd.

Behalve enkele medewerkers portretteert Staal ook enkele omwonenden die zich verzetten tegen de emissie van Tata of zelfs een tijdje naar het buitenland vertrekken om gezondheidsklachten voor te zijn. Intussen blijft journalist Bart Vuijk van het Noordhollands Dagblad kritische artikelen publiceren over de staalfabriek onder vuur en lopen de spanningen steeds verder op. Ook intern begint ’t wat te rommelen en worden enkele medewerkers, soms tot hun eigen verbazing, op een zijspoor gezet.

De verhalen van al deze personages, waarbij hier en daar nog wel wat losse eindjes blijven liggen, spelen zich af tegen het bijzonder fotogenieke decor van de IJmond, dat door Asselbergs en Krijgsman ook zeer fraai in beeld wordt gebracht. Het industriële karakter van de omgeving wordt bovendien nog eens benadrukt met een rauwe, garage-achtige soundtrack die er erg vet onder – of beter: op – is gelegd. En in de leadermuziek lijkt hart & ziel-zanger Tom Waits zowaar de titel ‘Staal’ te grommen.

Staal wordt daarmee een heel aardig portret van een arbeidersgemeenschap in transitie, waarbij de mastodont uit het industriële tijdperk die nog altijd ieders leven bepaalt zich staande moet zien te houden in de 21e eeuw.

Tegengif

BNNVARA

De cijfers schetsen een ronduit somber verhaal. Het merendeel van de mensen met alvleesklierkanker is volgens chirurg Casper van Eijck van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam binnen afzienbare tijd overleden. Na de diagnose hebben zij gemiddeld nog ongeveer een half jaar te leven. Tachtig procent van hen kan ook niet worden geopereerd en krijgt dus een chemokuur. En die werkt maar voor een hele kleine groep. Zo’n driekwart van deze patiënten ondergaat in de allerlaatste levensfase dus tevergeefs een hele zware behandeling.

‘Ik vind dat ik in ieder geval naar mijzelf toe verplicht ben om te kijken of we daar niet op een andere manier iets aan kunnen doen’, stelt Van Eijck, die ook enige bekendheid geniet als clubarts van de voetbalclub Feyenoord, in de boeiende documentaire Tegengif (57 min.), waarvoor Martijn Nijboer hem vanaf 2018 heeft gevolgd. De Rotterdamse arts vindt het onbegrijpelijk dat er zo weinig patiëntgebonden onderzoek wordt gedaan naar ‘de tweede doodsoorzaak in Nederland’. Zeker omdat er wel degelijk aanknopingspunten zijn voor een nieuwe behandeling: immunotherapie.

Casper van Eijck merkte enige tijd geleden dat enkele patiënten die zichzelf ‘behandelden’ met een pluimveevaccin opmerkelijk lang in leven bleven. Samen met een multidisciplinair team wil hij dit vaccin nu toegankelijk maken voor patiënten. Zo’n onderzoekstraject beloopt normaal gesproken zo’n twintig jaar, maar dat willen ze in Rotterdam terugbrengen tot vier jaar. Voor zulk wetenschappelijk onderzoek is alleen wel geld nodig. Met de actie ‘Support Casper’ gaat hij de boer op. En dan is het toch best praktisch dat Van Eijck de nodige bekende en gefortuneerde vrienden heeft.

Tegenover de glitter en glamour van zo’n evenement om geld in te zamelen en het onderzoek dat daarmee kan worden gefaciliteerd staan in dit persoonlijke portret Van Eijcks persoonlijke gesprekken met patiënten, voor wie hij een laatste lijn naar het leven vormt. Het is duidelijk dat daar, bij mensen die alle reden hebben om te vrezen voor hun leven, zijn hart ligt. Om de behandeling voor patiënten met pancreaskanker mogelijk te maken – wetenschappelijk verantwoord en zonder maatschappelijke nevenschade – moet er echter nog heel wat water door de Maas.

En dat vergt altijd weer meer tijd dan een gepassioneerde arts zoals Casper van Eijck eigenlijk had ingecalculeerd – of wil incalculeren.

Trailer Tegengif

Made In Ethiopia

Dogwoof

Ethiopië moet volgens zowel Chinese ondernemers als de Ethiopische overheid het nieuwe China worden. En dus exporteert het Aziatische land zijn gigantische ‘sweatshops’ naar de Hoorn van Afrika. Om aan de lopende band spijkerbroeken en schoenen te produceren – en een einde te maken aan Ethiopië’s imago van armoede en conflict. Terwijl hoofdstad Addis Abbeba zich begint te spiegelen aan Beijing, wordt in de Ethiopische stad Dukem een enorm bedrijventerrein aangelegd.

Eastern Industry Park (EIP) huisvest in 2019 meer dan honderd fabrieken, waar behalve lokale mensen ook talloze Chinezen werkzaam zijn. En als het aan de ambitieuze Chinese adjunct-directeur Motto ligt – en als ze voldoende buitenlandse investeerders weet te strikken – volgt in fase twee van EIP’s ontwikkeling nog een flinke uitbreiding. Zodat straks, net als eerder ‘Made in China’, ook Made In Ethiopia (93 min.) een wereldwijd bekend begrip wordt.

Het industrieterrein zorgt voor werkgelegenheid en economische voorspoed, maar bedreigt ook de positie van lokale boeren, die met lede ogen aanzien dat hun land, inkomsten en toekomstperspectief in het gedrang komen. Zij willen daarvoor met grond en geld gecompenseerd worden, maar dreigen letterlijk de sluitpost te worden op de begroting van het stadsbestuur, dat wel erg grootse plannen heeft en in Dukem een nieuw Singapore of Dubai wil laten verrijzen.

Intussen brengen al die Chinezen ook hun eigen gebruiken, rituelen én gemis mee naar Ethiopië en worden de lokale medewerkers van al die nieuwe bedrijvigheid met de Chinese manier van werken geconfronteerd. Het leidt onvermijdelijk tot zowel botsingen als ontmoetingen tussen de twee totaal verschillende culturen in deze gedegen film van Xinyan Yu en Max Duncan, die de toenemende invloed van China op het wereldtoneel van een treffend voorbeeld voorziet.

En dan, als de Ethiopische economie lekker op stoom lijkt te komen, bereikt de Coronacrisis ook de Hoorn van Afrika. Niet veel later breken er in het noorden van Ethiopië bovendien onlusten uit. Een burgeroorlog zou alle geboekte vooruitgang weer de nek om kunnen draaien en het Afrikaanse land terug kunnen brengen bij de duivelse twee-eenheid van armoede en conflict. Wat hebben al die grote plannen dan opgeleverd? Wie is er werkelijk beter van geworden?

De situatie zorgt er automatisch ook voor dat Motto, die inmiddels volledig vergroeid is geraakt met het Afrikaanse land en bovendien persoonlijke offers heeft gebracht om er te kunnen verblijven, zich moet beraden op haar positie. Ligt haar toekomst in Ethiopië of toch weer in China?

Als Ik Mijn Ogen Sluit

Tomtit Film / Mokum

Als gebeurtenissen niet zijn vervat in beelden, verdwijnen ze samen met de betrokken mensen uit het geheugen. In de Japanse vrouwenkampen zijn tussen 1942 en 1945 tienduizenden mensen omgekomen in Indonesië. Foto- en filmmateriaal is er nauwelijks bewaard gebleven van deze periode. En de vrouwen en kinderen die er hebben gezeten sterven langzaam maar zeker uit.

De moeder en oma van Pieter van Huystee zaten ook in zo’n jappenkamp. De vragen die hij nooit aan hen heeft voorgelegd, stelt de filmmaker in Als Ik Mijn Ogen Sluit (94 min.) nu aan enkele vrouwen die als kind enkele jaren hebben doorgebracht in zo’n met prikkeldraad en Kedek, matten van riet, afgezet interneringskamp. Het leven op plekken als Banjoebiroe, Tangerang en Tjideng, het kamp waar Van Huystee’s mammie en granny zaten, is tevens vervat in talloze tekeningen.

De vrouwen behoorden in het toenmalige Nederlands Indië veelal tot ‘de blanke bovenlaag’ en hadden tot aan de Tweede Wereldoorlog een bevoorrecht bestaan geleid. Met de komst van de Japanners veranderde hun complete leven, in een uithoek van de oorlog die in Nederland altijd onderbelicht is gebleven. Want op hun verhalen zat naderhand eigenlijk niemand te wachten. Ja, maar… de Duitsers, bezetting en Jodenvervolging… In Holland had menigeen genoeg aan zijn eigen verhaal.

‘Vind je dat we mammie alleen gelaten hebben met de oorlog?’, vraag Pieter van Huystee aan zijn zus Karen. ‘Ik vind dat we mammie helemaal nooit de ruimte hebben gegeven om te vertellen over die oorlog’, antwoordt zij. ‘Dat vind ik wel heel verdrietig.’ Via de herinneringen van inmiddels hoogbejaarde lotgenoten van hun moeder en oma krijgen broer en zus alsnog toegang tot dat beladen verleden en worden de pijn, het verdriet en de honger van de kampen in kaart gebracht.

Deze verhalen, opgehaald terwijl de voormalige kampbewoonsters hun ogen sluiten en de gebeurtenissen weer voor hun geestesoog laten passeren, worden geïllustreerd met een veelheid aan zwart-wit- en kleurentekeningen, bijvoorbeeld van kampoverlevende Miep Bakker, en animaties van Hanneke van der Linden. Dat ze de kampen hebben overleefd, danken de vrouwen volgens Willy Glorius Janssen aan de atoombom. Want het ‘order to kill’ lag al klaar. ‘We zouden afgevoerd worden naar Borneo’, stelt zij. ‘Dat was ons eindstation.’

Als Ik Mijn Ogen Sluit, verlevendigd met een zeer expressief geluidsdecor, brengt dit tamelijk veronachtzaamde stukje oorlog weer tot leven. Zodat het leed van deze vrouwen en kinderen nog eenmaal kan worden herbeleefd en voor eens en altijd is vereeuwigd hoe ‘t eraan toeging in de Japanse vrouwenkampen te Indonesië. Waar de Tweede Wereldoorlog net zo huishield als in het bezette Nederland.

In het voorjaar van 2026 bracht Pieter van Huystee De Indische Tafel: Jongens Van De Japanse Kampen uit.

Pact Met De Duivel: In De Wurggreep Van Het Passageproces

Prime Video

Gaan we een deal sluiten met een moordenaar? vragen Officier van Justitie Sander de Haas en zijn collega zich af na een geheim gesprek met Peter la Serpe? Die heeft zojuist uit de eerste hand verklaard over de liquidatie van vastgoedman Kees Houtman in 2005. Durven ze het aan om deze rasopportunist, die al zijn hele leven vuistdiep in het criminele milieu zit, in te zetten als kroongetuige? De Haas twijfelt. Als niet veel later een moord wordt gepleegd, die al min of meer is aangekondigd door La Serpe, komt de zaak alsnog in een stroomversnelling. Tegelijkertijd realiseren de medewerkers van het Ministerie van Justitie zich terdege dat ze een risico nemen. De onderwereld oordeelt vaak heel eenvoudig over lieden die uit de school klappen: zwijgen is zilver, spreken is lood.

De deal leidt tot een rechtszaak tegen enkele criminele kopstukken, die worden beschouwd als de sleutelfiguren van de liquidatiegolf in de Amsterdamse onderwereld. In de zesdelige docuserie Pact Met De Duivel: In De Wurggreep Van Het Passageproces (283 min.) reconstrueren Erica Reijmerink en Peet Gelderblom met kenners van/uit het criminele milieu, rechercheleden, strafrechtadvocaten, officieren van justitie, rechters, hoogleraren strafrecht en misdaadjournalisten het geruchtmakende proces. Zij zijn stuk voor stuk aan de tand gevoeld in een soort verhoorkamer. Hun verklaringen worden omkleed met nieuws- en achtergrondreportages uit de tijd van de liquidaties (1993-2006) en rechtsgang (2007-2017) – al blijft het geheel tamelijk praterig.

Reijmerink en Gelderblom onderbreken hun vertelling zo nu en dan voor een miniprofiel van hoofdrolspelers zoals Dino Soerel en Willem Holleeder (die zelf overigens niet terecht staat tijdens het Passageproces), vragen rechtbanktekenaar Adrien Stanziani om alle sleutelfiguren te portretteren en geven forensisch rechercheur Carina van Leeuwen haar eigen Opsporing Verzocht-momentjes, waarin ze met behulp van maquettes enkele schokkende moorden doorneemt. Zo ontstaat een zeer complete en afgewogen impressie van een rechtszaak, die heel Nederland in z’n greep heeft gehouden. Waarbij verschillende lezingen van wat er is gebeurd naast of tegenover elkaar staan en soms ook nog altijd frontaal met elkaar botsen, met name tussen het Openbaar Ministerie en enkele prominente advocaten.

Dino Soerel ontbreekt in de zeer complete bronnenlijst. Hij heeft van Justitie geen toestemming gekregen om te participeren in de serie. Terwijl het Passageproces – zeker nadat medeverdachte en ‘moordmakelaar’ Fred Ros een deal heeft gesloten als tweede kroongetuige (!) – zich gaandeweg steeds nadrukkelijker op hem begint te richten. Soerels volwassen dochter Rachel treedt in Pact Met De Duivel op als zijn plaatsvervanger. Erg moeilijk wordt het haar niet gemaakt. Ze krijgt de gelegenheid om (weer) een mens van vlees en bloed van hem te maken: een opa bijvoorbeeld die elke Kerst een aardige boodschap stuurt aan zijn kleinkinderen. In elk geval niet de man die naar voren komt uit het Passageproces-dossier, waarin een mensenleven vaak nog geen stuiver waard lijkt.

In een tamelijk lang uitgevallen epiloog zet de miniserie deze grimmige fase in de Nederlandse criminele geschiedenis tot slot nog in hedendaags perspectief. Want de generatie ‘Holleeder’ mag dan een serieus gevaar voor de samenleving hebben gevormd, de volgende lichting criminele kopstukken, kortgezegd de generatie ‘Taghi’, lijkt bereid om nóg verder te gaan, getuige de moorden op de broer van kroongetuige Nabil B., diens advocaat Derk Wiersum en misdaadjournalist Peter R. de Vries. En de opvolger van het Passageproces, het zogenaamde Marengo-proces, is al even tumultueus verlopen. Ridouan Taghi en twee medeverdachten hebben levenslang opgelegd gekregen, kroongetuige Nabil B. toch ook nog tien jaar.

De Stad Was Van Ons: Radicaal Feminisme In De Jaren ‘70

De seksuele revolutie van de jaren zestig had volgens hen vooral mannen geholpen. Voor Nederlandse vrouwen was er nog een wereld te winnen. En de hoofdpersonen van de historische documentaire De Stad Was Van Ons: Radicaal Feminisme In De Jaren ‘70 (70 min.) van Netty van Hoorn stonden begin jaren zeventig te trappelen van ongeduld om daarmee een begin te maken. Een halve eeuw later blikken deze strijdbare vrouwen terug op een formatieve periode in hun leven. Toen ons land, Amsterdam in het bijzonder, in rep en roer was door provocerende acties van ‘het zwakke geslacht’.

Het waren de jaren van actiegroep Dolle Mina, het platform Wij Vrouwen Eisen, de alternatieve vrouwenkrant Paarse September, Blijf van m’n lijf-huizen, het lesbische blad Diva en vrouwenfonds Mama Cash. Op alle mogelijke manieren probeerden feministen de maatschappelijke status quo te doorbreken. ‘Man + baan = karrière’, stond er bijvoorbeeld te lezen op een schotschrift genaamd Elementaire Sociologie. ‘Vrouw + baan = kassière’. De leuzen van die tijd, achtergelaten in de stad, spreken eveneens boekdelen: Zij komt. De heksen zijn terug. En: liever lesbies. Net als de initiatieven die uit dat sentiment voortvloeiden: vrouwenpraatgroepen, vrouwenhuizen, vrouwenfilmcollectieven, vrouwenboekwinkels en, natuurlijk, vrouwenliefde.

Feminisme schiet niet op als hetero zijn de norm blijft, constateert Maaike Meijer in deze gedegen film, waarin alleen vrouwen aan het woord komen. Heteroseksualiteit had volgens haar weinig met seks te maken. ‘Het is gewoon een systeem om macht te distribueren.’ Lesbisch worden of zijn was in die tijd dus niets minder dan een politieke daad. En dat was dan weer koren op de molen van tegenstanders, die ‘lesbo’s’ konden afdoen als mannenhaters. Mieke van Kasbergen moet lachen als Van Hoorn vraagt hoe haar ouders reageerden op haar mededeling dat ze lesbisch was. ‘Mijn moeder stopte met het nemen van belangrijke medicijnen, die zag het leven niet meer zitten. En mijn vader sprak de historische woorden: ik had je liever naar het kerkhof gedragen.’

In zulke bijna onwerkelijke herinneringen, gecombineerd met fraai archiefmateriaal van een welhaast vergeten Nederland, zit de kracht van De Stad Was Van Ons, waarin het gevecht rond elementaire onderwerpen, zoals bijvoorbeeld abortus, huiselijk geweld en LHBTIQ+-rechten, ook gepaard ging met issues die met de wijsheid van nu vooral symboolpolitiek lijken. Enkele vrouwen hebben zich bijvoorbeeld beijverd voor ‘krukrecht’, het recht om in een café aan de bar te mogen zitten. In het Nederland van een halve eeuw geleden was dat blijkbaar nog niet vanzelfsprekend.

Eddy’s Oorlog

Zeppers

‘Kijk naar die familie, man!’ zegt oorlogsfotograaf Eddy van Wessel tegen zijn fikser. Op vrijwel elke andere plek zou het een lieflijk tafereel zijn geweest: een man op een fiets, met zijn zwangere vrouw achterop en een klein jongetje op het stuur. Hun andere kind fietst zelf, voorop. En de hond dartelt lekker mee.

Ze rijden op een modderige weg, langs plassen en kapotgeschoten gebouwen. Vanuit de achtergrond klinken explosies. Van Wessel spoort zijn medewerker aan om hen aan te spreken. Hier is de ravage van de oorlog te zien. Het gezinnetje is alleen al doorgereden. Erachteraan. ‘Doe je raam open en roep naar hen!’ zegt hij dwingend. Tevergeefs. ‘Die fietsfoto kunnen we vergeten.’ Een praatje dan maar. ‘De kinderen zijn niet bang’, zegt de man. ‘Ze leven al hun hele leven in deze situatie.’

De Nederlandse fotograaf kan er met zijn verstand niet bij dat dit gezin zowat op de frontlinie blijft wonen. Waarom vertrekken ze niet? De vrouw zou wel willen, bekent ze, maar ze krijgt haar man niet mee. ‘Straks wordt het winter, dan kunnen ze niet eens meer weg’, zegt Van Wessel tegen documentairemaker Joost van der Valk, die hem voor het zeer enerverende Eddy’s Oorlog (102 min.) een jaar lang volgt naar Oekraïne. ‘Vrouw hoogzwanger. Volkomen gestoord! Sommige mensen snap je echt niet.’

Toch keert Eddy van Wessel, inmiddels vier keer winnaar van een zilveren camera, zelf ook steeds weer terug naar oorlogsgebied. Hij zoekt nog altijd naar de foto die alles zegt. Véél meer dan duizend woorden. ‘Ik werk niet’, zegt hij daarover in dit portret, dat hem vooral in actie laat zien. ‘Ik doe wat ik ben. Daarom is er ook geen manier om ermee te stoppen. Daarom is er ook geen manier om de drang te weerstaan om opnieuw af te reizen. Ik fotografeer letterlijk mijn verbazing. Iedere keer weer.’

Van der Valk (Haagse SjonnieCrips: Strapped N’ Strong & Satudarah – One Blood) verbaast zich dan weer over die verbazing. Al ruim dertig jaar staat de fotograaf met zijn poten in de modder als er ergens oorlog is. Een ander zou allang afgestompt of getraumatiseerd zijn afgehaakt. Van Wessel gaat in plaatsen als Kharkiv en Bakhmut echter nog altijd door riemen en ruiten om te vatten wat oorlog aanricht. Met gevaar voor eigen leven – en dat van de filmmaker die hem naar de frontlinie volgt.

Eddy’s Oorlog slaagt daarmee glansrijk in z’n opzet: zowel de oorlog zelf als Van Wessels betrokkenheid daarbij spatten van het scherm. Het leed, de vernietiging en het verlies, maar ook hoe binnen zulke hachelijke omstandigheden de menselijkheid op de een of andere manier tóch overleeft: hoop, onverzettelijkheid, solidariteit, moed en humor. En altijd is daar die fotograaf, die via een camera op z’n helm soms letterlijk zijn blikveld toont: om ook deze oorlog bij z’n kladden te grijpen.

Is het fotografie of pornografie? vraagt Van Wessel zich hardop af als hij op een landweg het levenloze lichaam van een Russische soldaat probeert vast te leggen. De beste foto zou hij vanuit de berm kunnen maken, maar die vertrouwt hij niet. De Nederlander is sowieso permanent bezig met veiligheid, vertelt hij. En dat zorgt weer voor stress. ‘Het maakt van de beste fotograaf een onbenullige amateur. En dat zie ik soms in mijn foto’s terug. Dat ik denk van: gast, hoe doe je dit?’

Tussen alle enerverende frontliniescènes door toont Joost van der Valk zijn hoofdpersoon ook te midden van zijn gezin, in het landelijke Zweedse huis waar hij een groot deel van het jaar woont. Het contrast is nauwelijks te bevatten – al is het ook de vraag of de film dit per sé nodig heeft. Hooguit om even af te schalen, net als de fotograaf zelf, zodat Eddy’s Oorlog daarna weer in een nieuw jaargetijde verder kan. In een moordend tempo op zoek naar Eddy van Wessels eigen idee-fixe:

Het ene beeld dat alle andere overbodig maakt.

Messi’s World Cup: The Rise Of A Legend

Apple TV+

Om te kunnen zeggen dat hij groter is dan Diego Maradona – iets wat hij zelf nooit over zijn lippen zou krijgen – zal Lionel Messi toch echt wereldkampioen moeten worden. In 2022 krijgt hij in Qatar zijn allerlaatste kans. En die grijpt hij met beide handen aan. Aan het eind van dat WK, waarin ook het Nederlands elftal nog moet worden verslagen, staat hij met de cup in handen.

In de vierdelige serie Messi’s World Cup: The Rise Of A Legend (182 min.) wordt het hele toernooi nog eens van voor tot achter doorgenomen: van de smadelijke nederlaag in de openingsmatch tegen Saudi-Arabië via die gewonnen strafschoppenserie tegen Oranje naar de finale tegen Frankrijk. En tussendoor zijn er uitstapjes naar Leo’s jeugd, zijn mislukte vorige WK’s en – natuurlijk – Maradona.

Want ook in deze gladde sportproductie, waarin geen cliché wordt geschuwd, moet ’t weer verplicht over de Argentijnse knuffelbeer ‘Diego’ gaan. ‘Ik zou mezelf nooit durven te vergelijken met hem’, antwoordt Leo braaf als de eeuwige vergelijking weer eens aan de orde wordt gesteld. Hij spreekt sowieso liever met zijn voeten. Want uit zijn mond komen doorgaans weinig voltreffers. 

En ook Messi’s coach Lionel Scaloni, zijn medespelers en deskundigen zoals Gary Lineker en Jorge Valdano komen meestal niet verder dan wat al duizenden malen eerder is gezegd over de Argentijnse supervoetballer, zijn gouden linkerbeen en hoe hij binnen het team functioneert – of ze praten hem ongegeneerd naar de mond. Zoals ze ook, sorry, bij Diego Maradona altijd hebben gedaan.

Pas als de serie in aflevering 3 aanbelandt bij ‘de meest memorabele wedstrijd van het toernooi’, krijgt Messi’s World Cup iets van glans en een rauw randje. De hoofdpersoon zelf moet direct glimlachen als hem naar de match tegen Oranje wordt gevraagd. Hij is van tevoren op scherp gezet met een – enigszins verkeerd uitgelegde – uitspraak van de Nederlandse coach Louis van Gaal.

De wedstrijd zelf mondt mede daardoor uit in een gevecht, waarbij in deze miniserie de nadruk ligt op de Nederlandse misdragingen (terwijl de Argentijnen zich ook bepaald niet onbetuigd lieten). En Messi’s provocerende gebaar richting ‘bad guy’ Van Gaal, nadat hij heeft gescoord, wordt behandeld als genoegdoening – niet als het lichtelijk gênante moment waarop een grootheid even zichzelf verliest.

‘s Mans sneer in de catacomben naar Wout Weghorst ‘¿Qué mira’ bobo?’ – wat zoveel betekent als: waar kijk je naar, idioot? – blijkt met een beat eronder zelfs viral te zijn gegaan. Het incident krijgt in deze serie van Tim Pastore, eerder verantwoordelijk voor Messi Meets America, net zoveel aandacht als de halve finale van Argentinië tegen Kroatië. Dat blijkt niet meer dan een formaliteit: 3-0.

En dan blijft voor de slotaflevering van deze promodocuserie alleen de wedstrijd tegen die andere favoriet over: het Frankrijk van steraanvaller Kylian Mbappé. Het wordt een legendarische WK-finale, door Pastore met veel bombast en drama opgediend. Want het verhaal van Messi’s carrière, constateert sportjournalist Gastón Edul treffend, is nu eenmaal geschreven door een briljante scenarioschrijver.

‘Uiteindelijk ben ik maar een joch uit Rosario’, blijft de held zelf nochtans bescheiden, ‘die ervan houdt om met een bal te spelen.’

Tinkebell. – Who Killed The Blue Bird?

Blackframe

Kunstenaars zoals zij zijn verhalenvertellers, vertelt Tinkebell bij herhaling in dit psychologische portret dat Judith de Leeuw van haar maakte. En dat is heel verantwoordelijk werk, beweert ze eveneens meerdere malen. Zij stelt dat ze daarmee de wereld wil redden, ook nét iets te vaak. Zoals iedereen zichzelf wel eens heeft horen praten en dan denkt: daar ga ik weer! Altijd dezelfde riedel. Bijna woordelijk hetzelfde als de vorige keer en de keer daarvoor. Het is een idee dat De Leeuw ten volle uitnut in deze collageachtige film over een kunstenaar die haar leven omvormt tot een verhaal.

‘Deze filmmaker en haar team hebben in de afgelopen drie jaar al het bewegende beeld dat ooit van mij is gemaakt verzameld en bekeken’, schrijft Katinka Simonse, alias Tinkebell, daarover in 2022 in een column voor het Parool. ‘Ze haalden mijn oude computers leeg, telefoons, oude video 8-tapes, televisiemateriaal en alles wat vrienden en familie van mij hebben. Ik geloof dat Judith de Leeuw daardoor inmiddels meer van mij weet dan ikzelf.’ En dat laatste heeft ze even daarvoor in Tinkebell. – Who Killed The Blue Bird? (70 min.) in min of meer dezelfde bewoordingen ook al eens beweerd.

Die film wordt daardoor nooit een routineus portret van de omstreden kunstenaar, die er voor heeft gezorgd dat ze uit duizenden herkenbaar is (met kleurrijke kleding en opvallende brillen), van zich deed spreken met een bizar kunstwerk (een handtas, gemaakt van haar eigen kat) en een sleutelrol speelde in de #metoo-kwestie rond een bekende politicus (waarover ze in een zoomcall nog stoom afblaast tegenover de filmmaakster). Al deze verhaalelementen komen wel degelijk langs in deze docu, maar niet netjes geordend. Eerder als willekeurig op tafel gedropte puzzelstukjes. Zoek ’t maar uit.

En dan is er nog het jeugdtrauma, dat alles zou kunnen hebben aangevuurd, maar voor hetzelfde geld ook gewoon een verhaal is waarmee Tinkebell de wereld wil redden – en waarmee zij, en vrijwel dezelfde woorden natuurlijk, ook op het podium belandt. Dat schuurt, irriteert en fascineert. En doet helemaal niet en toch ook weer wel denken aan De Leeuws knarsende film Ruut Weissman – De Hoofdpersoon (2020), waarin de theaterregisseur probeert te dealen met #metoo-beschuldigingen. Ook het levende kunstwerk Tinkebell is een hoofdpersonage ‘you hate to love’ (of precies andersom).

Waar Katinka Simonse continu een verhaal maakt van haar werk en leven – en daarbij steeds weer in verhaallijnen belandt, die ze zelf ook nauwelijks de baas lijkt te kunnen – zoomt Judith de Leeuw in op de persoon achter de woordenvloed. Zonder die het vuur aan de schenen te leggen of juist al te zeer mee te gaan in haar gedachtenspinsels. Een typisch voorbeeld van: show don’t tell – dat doet de hoofdpersoon zelf wel. De kijker mag en kan dan zelf bepalen wie ie wil zien: de kunstenaar, activiste, boze vrouw, verhalenverteller, hysterica, dromer of aandachtsjunk. Of allemaal tegelijk.z

Trailer Tinkebell. – Who Killed The Blue Bird?

De Wereld Van Carlijn

Amstelfilm

Waar op de ene plek het water vrij kan stromen, heerst elders droogte. Cartograaf Carlijn Kingma vind er een treffende metafoor in voor datgene waar onze wereld toch echt om draait: geld. Samen met Martijn Jeroen van der Linden, lector new finance aan de Haagse Hogeschool, en journalist Thomas Bollen van het onderzoeksplatform Follow The Money heeft ze geprobeerd om met dat beeld – geld als, ja, water – het financiële stelsel te vatten in een grote, getekende kaart: Het Waterwerk Van Ons Geld.

Documentairemaker Ariane Greep volgt de Nederlandse kunstenares, opgeleid als architect, tijdens de totstandkoming van dit ambitieuze project. Van het moment dat ze nog ongemakkelijk naar een wit canvas tuurt en tamelijk onzeker zegt: ‘Oh, ik krijg dus nu al helemaal zweethandjes. Dat eerste stuk is gewoon niet zo leuk.’ Tot het moment dat Kingma de laatste hand legt aan de immense, zeer gedetailleerde zwart-wit tekening en zowaar een foutje maakt. Dit moet in allerijl worden hersteld.

Tussendoor volgt Greep het volledige maakproces, dat in totaal zo’n anderhalf jaar onderzoek en maar liefst tweeduizend uur tekenen vergt, en zoomt ze tevens in op de achtergronden van Carlijn Kingma en haar werk. Haar moeder ziet er de tekenervaring van haar dochter op de Vrije School in terug. En Carlijn zelf legt de link met een waterwerk voor kinderen dat haar opa aan de kade van de IJssel in Zutphen heeft gebouwd. Als kleinkind heeft ze daar heel wat uurtjes doorgebracht.

Ariane Greep neemt uitgebreid de tijd om alle ontwikkelingsfasen van het minutieuze Waterwerk te documenteren, waaronder ook enkele, soms best geladen ontmoetingen met vertegenwoordigers van de financiële sector. Want Kingma’s interpretatie van die wereld is bepaald niet waardevrij. Activistisch zelfs. De huidige inrichting van ons geldsysteem vergroot volgens de ‘cartograaf van denkwerelden’ de ongelijkheid in onze samenleving en is dus een politieke zaak die ons allen aangaat.

Tussen al dat monniken- en zendingswerk door, ook op Lowlands en in musea, is er in deze ruim bemeten film, waarin Greeps voice-over in de ik-vorm een beetje een fremdkörper blijft, ook nog ruimte voor leven en liefde – al blijven die toch verbonden met waar het in De Wereld Van Carlijn (92 min.) vooral om lijkt te draaien: het in kaart brengen van het leven om haar heen, teneinde dit te kunnen begrijpen en begrijpelijk te maken.

De Erfenis Van Els Borst

Special Eye Film Productions / BNNVARA

De politieke carrière van Els Borst (1932-2014) kende feitelijk maar één grote crisis: de Bijlmervliegramp. En die vond toch echt in 1992 plaats, twee jaar vóórdat zij minister van Volksgezondheid werd. Borst kreeg gaandeweg echter steeds nadrukkelijker het verwijt dat ze gezondheidsklachten van bewoners van de Bijlmer niet serieus zou hebben genomen.

Tijdens een parlementaire enquête kwam ze daardoor recht tegenover het uitgesproken PvdA-kamerlid Rob Oudkerk te staan. ‘Els Borst was een hele geschikte minister van volksgezondheid, de beste die we gehad hebben’, stelt die nu over de vrouw, met wie hij toentertijd ongenadig hard botste. ‘Dat blijf ik zeggen. Maar dit is een enorme smet op haar blazoen.’ 

‘Ik geloof niet dat ze hem ooit vergeven heeft’, reageert Borsts dochter Andra Neefjes-Borst koeltjes glimlachend. ‘Ik weet niet of ze met hem later nog een goed gesprek daarover gevoerd heeft. Ik heb ‘t nooit gehoord in elk geval.’ Rob Oudkerk is er desondanks van overtuigd dat ze alle plooien toch weer recht hebben kunnen strijken: ‘Het kwam eigenlijk wel weer goed met ons.’

De botsing met het Kamerlid van een andere regeringspartij staat in De Erfenis Van Els Borst (61 min.) vrijwel op zichzelf. Verder is er eigenlijk niets dan lof voor de arts, hoogleraar, minister en politiek leider van D66 die op 8 februari 2014, nu alweer tien jaar geleden, op gewelddadige wijze om het leven werd gebracht door een ernstig verwarde man.

De schokkende dood van Els Borst vormt natuurlijk de tragische climax van deze tv-docu over de politica. Het was een politieke moord, zeggen mensen uit haar partij D66, zoals voormalig leider Alexander Pechtold, partijprominent Roger van Boxtel en politiek adviseur Carla Pauw. Een rechtstreeks gevolg van haar baanbrekende euthanasiewetgeving.

Die moord mag volgens haar familie alleen Borsts nalatenschap niet overschaduwen. En dus concentreren Pamela Sturhoofd en Jessica van Tijn, de makers van dit aardige portret, zich vooral op wat zij als bestuurder heeft nagelaten, zoals het beschikbaar maken van HIV-medicatie, de centralisatie van bloedbanken, het garanderen van het recht op abortus en anti-rookmaatregelen.

De Erfenis Van Els Borst belicht ook vooral haar publieke verrichtingen. Borsts privéleven komt slechts mondjesmaat aan bod. Tegelijkertijd komt uit haar werk ook wel degelijk de vrouw daarachter naar voren. Een kundig, aardig en invoelend mens. Bepaald niet de kille, berekenende politica die menigeen na de Bijlmervliegramp in haar meende te zien.

Lockerbie

SkyShowtime

Door een tragische speling van het lot wordt Jim Swire op 21 december 1988 ook voor de rest van de wereld de vader van Flora Swire. Zijn dochter is ze natuurlijk al 23 jaar. Maar nadat Flora op die fatale woensdag in Londen aan boord is gegaan van een Boeing 747, op weg naar New York om Kerst met haar vriendje te gaan vieren, raken ze ook publiekelijk voor altijd met elkaar verbonden.

Want vlucht Pan Am 103 stort neer bij het Schotse plaatsje Lockerbie (200 min.) en Jim Swire zal zich daarna ontwikkelen tot hét gezicht van de nabestaanden, een door en door fatsoenlijke man die samen met zijn vrouw Jane onvermoeibaar blijft proberen om de waarheid boven tafel te krijgen. Wie is er verantwoordelijk voor de dood van zijn oudste dochter en 269 andere passagiers en plaatselijke bewoners?

Gedwongen door de omstandigheden heeft de Britse arts zich zo bij helden tegen wil en dank zoals Paul MarchalOdd Petter Magnussen en Bauke Vaatstra gevoegd. Wanhopige vaders van dochters, die in raadselachtige omstandigheden zijn omgebracht. Zij willen de onderste steen boven krijgen. Swire mag, kan en wil dus ook niet ontbreken in deze fascinerende serie van John Dower.

Hoewel ‘Lockerbie’ alweer ruim 35 jaar geleden plaatsvond, is zijn taak nog altijd niet afgerond. Wat er precies is gebeurd blijft gehuld in nevelen. Te veel verschillende partijen lijken daarbij belang te hebben. ‘Natuurlijk was het een obsessie’, zegt Swire, die altijd zijn menselijkheid heeft behouden. ‘Ik was gewend om obsessies bij mijn patiënten te behandelen en ik wist hoe het hun levens kon verwoesten.’

Deze vierdelige serie maakt tevens duidelijk hoe selectief ons geheugen werkt. Want Lockerbie herinnert menigeen zich misschien nog wel. Maar geldt dat ook voor Iran Air Vlucht 655? Op 3 juli 1988 heeft een Amerikaanse torpedojager het Iraanse lijntoestel in de Straat van Hormuz neergeschoten, met 290 onschuldige slachtoffers tot gevolg. Kennen we de Jim Swires van die doldrieste aanval?

En zou de aanslag op Pan Am 103 misschien een vergeldingsactie voor de Amerikaanse luchtdoelraket in De Perzische Golf zijn? Of zat de Libische leider Gaddafi achter de vliegtuigbom? Hij was even daarvoor nog aangevallen door de VS. Feit is dat de Amerikaanse autoriteiten waren gewezen op het gevaar van een terroristische actie. Zat de Boeing 747, nét voor Kerstmis, daarom maar halfvol?

Met allerlei direct betrokkenen reconstrueert John Dower de zoektocht naar de daders en hun opdrachtgevers. Daarmee belandt Lockerbie in de schimmige wereld van inlichtingendiensten, waarin de waarheid een rekkelijk begrip blijkt. Ook de rechtszaak tegen twee Libische verdachten in Kamp Zeist, een ’Scottish court in The Netherlands’, brengt uiteindelijk geen klaarheid in de zaak.

Dower laat de verschillende visies op wie die bom heeft geplaatst stevig op elkaar botsen. Nabestaanden zoals Swire worden heen en weer geslingerd tussen al die versies van de waarheid. Zelfs als ze zeker denken te weten wie er verantwoordelijk is, kan er vanachter de officiële theorie zomaar een andere lezing tevoorschijn komen. En voor je ’t weet word je beschouwd als een complotdenker.

Jim Swire geeft grif toe dat hij met zijn strijd het verdriet op afstand probeerde te houden. Dat is er echter nog steeds. Als de inmiddels hoogbejaarde Brit vertelt hoe hij zijn dochter identificeerde via een pigmentvlekje op haar teen, oogt hij als een gebroken man. Bijna de helft van zijn leven brengt Swire nu door met de wetenschap dat Flora er niet meer is. Dat zij altijd in Lockerbie is gebleven.

Net als de andere nabestaanden in deze aangrijpende miniserie, die ook de lotsverbondenheid toont tussen nabestaanden en inwoners van Lockerbie, is hij met, door en voor haar een bekendheid geworden. En dat houdt voorlopig ook niet op. Zolang er essentiële vragen openstaan, blijft de immense tragedie, omgeven met raadsels, dwaalsporen en leugens, onverminderd intrigeren.

Zo werd onlangs bekend dat de befaamde acteur Colin Firth Jim Swire gaat vertolken in een nieuwe dramaserie over Lockerbie.

The Jewel Thief

Disney+

Voor sommige hedendaagse documentaires lijken ze misdaad zonder slachtoffers te hebben uitgevonden. The Jewel Thief (99 min.) is weer zo’n schelmenverhaal, waarin de held, de Canadese meesterdief Gerald Daniel Blanchard, James Bond-achtige allure wordt toegedicht en eigenlijk iedereen met een zekere bewondering naar ‘s mans criminele activiteiten kijkt. ‘Dit is een waargebeurd verhaal’, waarschuwt filmmaker Landon Van Soest nog. ‘Althans, grotendeels.’

Want Blanchard zelf maakt al zijn strapatsen soms nét iets spectaculairder dan ze al waren. Zijn bloedeigen moeder Carol Phegly relativeert die verhalen dan weer. Nee, als kind stal hij helemaal geen melk omdat ze zich dat niet konden veroorloven. Kleine Danny had ’t vooral op snoep voorzien. Een klein half uur later zal Blanchards vader Richard Fedoruk, de zelfverklaarde ‘Canadese Chuck Norris’ die pas op latere leeftijd kennismaakte met zijn zoon, zich nochtans doodleuk voorstellen als ‘de biologische vader van Gerald Blanchard, crimineel meesterbrein van de wereld’.

Op de achtergrond klinkt dan een funky deuntje, want Van Soest dient alle verwikkelingen rond zijn briljante boef graag met schwung en humor op. Na een armoedige jeugd, waarin de bank Gerald en zijn moeder meermaals uit hun huis dreigt te zetten, begint die zich als tiener te gedragen als een typische kruimeldief. Hij jat hele winkels leeg. Ook dan gaat Blanchard, volgens hemzelf en lieden die ooit met hem optrokken, al bijzonder inventief te werk. Met slinks bewerkte kassabonnetjes levert hij bijvoorbeeld gestolen spullen weer in en krijgt er dan zowaar keiharde cash voor terug.

Zulke kwajongensstreken groeien al snel uit tot het serieuze werk. Blanchard begint op bijzonder ingenieuze wijze banken, een natuurlijke vijand sinds zijn jeugdjaren, leeg te trekken. Dat levert stapels dollarbiljetten op – meer dan een normaal mens kan verbrassen – maar daarvoor schijnt ie ’t helemaal niet te doen. Hij wil simpelweg de politie te slim af zijn en daagt de agenten die op hem jagen dan ook opzichtig uit: Catch Me If You Can! ‘Hij deed ‘t voor de kick’, meent rechercheur Mitch McCormick. ‘Hij beroofde een bank van 600.000 dollar. Vlak daarna stal hij een broodrooster.’

En dan nadert deze smeuïge heistdocu, na een stief uur, de fase in Blanchards criminele carrière waaraan de luchtige crimefilm zijn titel ontleent. In Wenen wordt in 1998 op klaarlichte dag een ster van de befaamde Oostenrijkse keizerin Sissi gestolen uit het Schönbrunn Paleis. ‘Ik moet voorzichtig zijn met wat ik nu zeg, want als ik zeg dat ik het stal kan ik in Oostenrijk worden aangeklaagd voor diefstal, zegt Gerard Blanchard daarover tegen Van Soest. Hij vervolgt, niet zonder lol: ‘De kranten zeiden dat ik uit een vliegtuig was gesprongen en op het dak van het paleis was geland.’

En dat is natuurlijk weer een leugentje, een poging om het toch al enerverende kat- en muisspel, waarin hij verwikkeld is geraakt met allerlei autoriteiten, nog wat Ocean Eleven-achtige allure mee te geven. Want Blanchard geniet overduidelijk van zijn status en laat in deze docu slechts zelden het achterste van zijn tong zien. Als de informant, waardoor hij uiteindelijk achter de tralies belandt, ter sprake komt bijvoorbeeld. ‘De rechtbank van de straat zal zorgen voor gerechtigheid’, zegt hij dan met een vreemde grimas op zijn gezicht. ‘Ik denk dat hij ergens in een veld zal worden achtergelaten.’

Die kant van het verhaal wordt in kekke schelmendocu’s zoals The Jewel Thief echter met liefde en plezier onder het tapijt geveegd. Daarin hijsen ze een meesterdief liever op het schild, zodat we hem met zijn allen kunnen bewonderen. En dat zou ook wel eens precies kunnen zijn waarnaar Gerald Blanchard eigenlijk ten diepste verlangt. Zo bezien lijkt misdaad voor hem wel degelijk te lonen – ook omdat bij niemand in deze film zichtbaar wordt gemaakt wat die heeft gekost.

De Nachtwaker

KRO-NCRV

Het is zeldzaam intiem werk. Als vrijwilliger binnen de palliatieve terminale zorg waakt Janneke van Rees, een Nederlandse vrouw van middelbare leeftijd, bij mensen die in de allerlaatste fase van hun leven zijn aanbeland. In een hospice of gewoon bij de patiënten thuis. Om hun familie even te ontlasten. Janneke zorgt, wast en gaat in gesprek. ‘Het eerste wat ik doe is dat ik peil hoe dichtbij ik bij een cliënt kan komen’, vertelt ze in De Nachtwaker (52 min.). ‘Ik ga zitten en ik luister. Soms ben ik ergens maanden en ik kan luisteren wat ik wil, maar ik hoor niets. En soms ben ik ergens één nacht en hoor ik de meest bijzondere dingen.’

Met gepaste distantie observeert regisseur Nicky Maas de waakster tijdens haar nachten bij enkele Nederlandse ouderen. Respectvol vangt ze zo ook de gesprekjes en gesprekken die zij met haar cliënten heeft. ‘Zo is het leven nu eenmaal’, vertelt een bedlegerige vrouw bijvoorbeeld. ‘Iedere dag vanaf je 25e moet je inleveren.’ Nu kan ze niet meer lopen. En dat had zij, gaandeweg weliswaar met een rollator, toch bijna 93 jaar volgehouden. Al snel praten de twee over de oorlog, die de vrouw als tiener meemaakte en ondanks alles toch niet had willen missen. Het is een vredig tafereel, twee mensen die elkaar op de valreep in het hier en nu vinden.

Na zo’n dienst rijdt Janneke in haar cabriolet terug naar het bevoorrechte bestaan dat ze samen met haar echtgenoot André leidt. Ze spoelt de zorgen van de nacht van zich af, haalt enkele uren slaap in en hervat haar reguliere bezigheden: etentjes, tuinieren én een tripje met manlief naar een jagershut. En die activiteit krijgt van Maas, al direct vanaf de openingsscène, wel héél bijzondere aandacht. Het geeft haar film sfeer, maar lijkt ook bedoeld als tegenhanger voor het vrijwilligerswerk van haar hoofdpersoon. Als een dier sterft, kruipt dat weg, zegt de waakster daarover. Bij mensen gaan we er allemaal overheen hangen. Alleen sterven vinden we blijkbaar moeilijk.

De gedachte daaraan vindt ook Janneke ‘vreselijk’. Is dat eigen aan de menselijke soort? vraagt ze zich af – en Nicky Maas met haar, zo lijkt het. En heeft elk leven dan evenveel waarde? heeft de filmmaakster er vast achteraan gedacht. Het zijn vragen die deze intrigerende film onvermijdelijk oproept, terwijl ie sereen de dood aftast, zowel het naderen ervan als het finale loslaten en -maken, en de paradoxen daarbij optekent. ‘Het is wat als je naast de dood staat’, zegt Janneke van Rees, met enige nadruk, over de positie die zij daarbij inneemt. ‘Het is wat…’