Vergeten

Henny en Ruud Foppen

‘Er is iets in mijn hoofd dat niet goed is’, zegt de oudere Amsterdammer Ruud Foppen tijdens het ontbijt. ‘En ik laat er ook niets aan doen, aan dat hoofd. Ik kijk wel uit!’ Zijn vrouw Henny is de wanhoop inmiddels nabij: ‘Ze moeten er zo twee opnemen, in plaats van één.’ Haar echtgenoot is thuis eigenlijk niet meer te handhaven, maar je kan zo’n man toch ook niet zomaar het huis uitzetten?

Uiteindelijk wordt opname voor meneer Foppen toch onvermijdelijk. In het verpleeghuis gaat hij zienderogen achteruit. Totdat hij zijn vrouw nauwelijks meer herkent en bovendien waar zij bij is begint aan te pappen met een mevrouw die hij in het tehuis heeft leren kennen. ‘Hou je nog van me, lieverd?’ vraagt Henny tevergeefs. Afscheid nemen doet zo wel heel erg veel pijn. ‘Maar ja, die man kan er ook niks aan doen.’

Het echtpaar Foppen wordt vier jaar lang gevolgd in de klassieke dementiedocumentaire Vergeten (116 min.), waarvoor regisseur Ireen van Ditshuyzen in 1995 een Zilveren Nipkowschijf ontving. Net als de andere hoofdpersonen maken Ruud en Henny Foppen deel uit van het zogenaamde Amstel Project, een onderzoek onder 4000 Nederlandse bejaarden. Neuroloog Cees Jonker en zijn collega’s hopen via hen te kunnen ontdekken wie Alzheimer krijgt en wie niet.

Nick Hobbelman wil z’n steentje bijdragen aan dat onderzoek naar ‘vergeetachtigheid’. Hoewel zelfs het bedienen van de nieuwe televisie zo langzamerhand een onoverkomelijk probleem begint te worden, krijgt de nette heer het woord dementie nog altijd niet over de lippen. Chris Schülein was volgens zijn vrouw Riek altijd het middelpunt van de belangstelling. ‘En nu staat-ie overal naast’, zegt ze. ‘En dat weet-ie zelf zo goed. Dat is zo verdrietig.’

Corrie Sproet, de laatste hoofdpersoon van deze indrukwekkende film over een ziekte die ons allen kan treffen, zit nog in de ontkenningsfase. Ze krijgt geheugentraining in het ‘Douwes Dekkershuis’. Ook haar partner, de goedmoedige Henk Glasius, zal in de navolgende jaren voor godsonmogelijke keuzes komen te staan, met een vrouw die weigert te accepteren dat ze niet meer is wie is en die zeker niet wil horen dat ze thuis eigenlijk niet meer is te handhaven.

Van Ditshuyzen legt het proces dat patiënt en partner, samen en los van elkaar, moeten doormaken van heel dichtbij en toch respectvol vast. Doordat ze hen jarenlang volgt, kan de filmmaakster bovendien echt de ontwikkeling van dementie, een aandoening die uiteindelijk het gehele leven ontwricht, in beeld brengen. Daarmee heeft ze een wezenlijke bijdrage geleverd aan het (h)erkennen van een ziekte waarmee we allemaal op de één of andere manier te maken krijgen.

Vergeten is hier te bekijken.

Het Geheim Van De Hema

VPRO

Was acht jaar geleden al zichtbaar dat de toekomst van de HEMA nu aan een zijden draadje zou hangen? Met de recente onheilsberichten over de Nederlandse winkelketen in het achterhoofd wordt Het Geheim Van De HEMA (72 min.), een fijne documentaire van Yan Ting Yuen uit 2012, in elk geval een geheel andere kijkervaring.

Dan krijgen de pogingen van HEMA om in het buitenland voet aan de grond te krijgen, het bijbehorende zelfvertrouwen van CEO Ronald van Zetten en zijn directe medewerkers en hun pogingen om ‘Echt HEMA’ te blijven en tóch te vernieuwen ineens een geheel andere lading.

Ze zijn onderdeel van een uniek en onverwoestbaar concept, zo is de vaste overtuiging. En tegelijkertijd is er het besef dat HEMA niet anders kan dan in het voetspoor treden van retailers als Ikea, H&M en Zara, die hun eigen thuismarkt zijn ontgroeid. Anders prijs je jezelf uit de markt. Maar zitten ze in Parijs te wachten op Nederlandse mode? En hoe krijg je ze daar aan die befaamde HEMA-worst?

Documentairemaker Yan Ting Yuen, die zelf ook de verbindende voice-over verzorgt, beschikt voor deze boeiende bedrijfsfilm over opvallend veel toegang tot Van Zetten en zijn entourage en krijgt zo de gelegenheid om echt de temperatuur op te nemen binnen het warenhuis. Ze is alleen niet welkom als hij gaat overleggen met de eigenaar van het merk, het Britse private equity-fonds Lion Capital.

Duidelijk is dat HEMA een bedrijf in (permanente) transitie is, dat mee wil in de steeds sneller draaiende markt en daarbij moet oppassen, in de woorden van de kritische directeur marketing René Repko, voor middelmatigheid. We schaatsen best lekker, waarschuwt hij, maar wel op dun ijs.

Met de wetenschap van nu zou je een onderneming met een identiteitscrisis kunnen zien, die de weg aan het kwijtraken is en zich nauwelijks staande kan houden in een zeer competitieve wereld. Zodat nu, enkele jaren later, de vraag op tafel ligt of die typisch Nederlandse HEMA zijn eerste eeuw nog wel gaat volmaken in 2026.

Het Geheim Van De Hema is hier te bekijken.

Wonderful Losers: A Different World

VPRO

Alleen de benaming al: knecht. Grigario, in het Italiaans. In die term zit de totale ondergeschiktheid van hun rol opgesloten. Zij zijn er voor het vuile werk. De volledige dienstbaarheid aan hun kopman: de klassementsrenner, klimgeit of klassiekerkoning. Die natuurlijk geen trap te veel zet. Zodat-ie aan het eind van de rit misschien als allereerste zijn wiel over de finishlijn kan duwen.

Tijdens wielerkoersen zijn zij ‘t die het eten halen, zo nodig een wiel afstaan en – vooral – zich helemaal het apezuur rijden. Voor de overwinning van een ander, die hen misschien een héél klein beetje laat meedelen in het succes. Als dat er komt, tenminste. De kans daarop is immers klein. Dan hebben ze alles helemaal voor niets gedaan. En morgen, en overmorgen en de dag dáárna, moeten ze gewoon wéér.

Regisseur Arunas Matelis richt zich in Wonderful Losers: A Different World (73 min.) volledig op deze naamloze helden van het wielerpeloton. Mannen van stavast als Svein Tuft, Paolo Tiralongo en de Nederlander Jos van Emden (die zijn vriendin halverwege de werkdag, een tijdrit in de Giro d’Italia, nog even ten huwelijk vraagt). Hij toont ze zwoegend of juist rustig pedalerend tijdens de koers, plassend lang de kant van de weg, ontspannend op de massagetafel of kermend van de pijn op het asfalt en laat hen daarnaast leeglopen over hun vak.

Met zijn camera observeert Matelis tevens de entourage van de renners en neemt plaats in de ploegleidersauto, van waaruit artsen de mannen tijdens de koers met veel pappen en nathouden bijstaan. Een eenduidig verhaal bevat deze ode aan de werkemannen van de topsport verder niet. En nieuwe inzichten levert Wonderful Losers ook niet op. De documentaire is vooral een heel geslaagde sfeertekening, met een eenmalige hoofdrol voor kerels die doorgaans in stilte hun beulswerk verrichten en aan de meet nooit de rondemiss mogen kussen.

Of …voor deze ene keer… toch wel?

The Most Dangerous Animal Of All

FX

Zou Gary Stewart meer van zichzelf begrijpen als hij wist wie zijn ouders waren? De vraag stellen is hem beantwoorden. Zijn biologische moeder Jude had de ambitieuze Amerikaanse ondernemer, die in een adoptiegezin opgroeide en zelf inmiddels aan zijn vijfde huwelijk bezig is, snel gevonden.

Of hem dat enige gemoedsrust gaf? Nee, haar antwoorden riepen alleen maar meer vraagtekens op. Iets met een ‘Ice Cream Romance’. Over een 27-jarige man die zij als veertienjarige scholier in 1962 ontmoette bij de bushalte. De ‘pedofiele’ relatie die vervolgens tussen hen ontstond. En de manier waarop zij zich vervolgens ontdeden van hem, hun ongewenste kind.

Die kerel, Earl van Best Jr., zou hij nog in leven zijn? En, helemaal onvoorstelbaar, zou die onbekende vader misschien The Most Dangerous Animal Of All (175 min.) kunnen zijn? Een man met meerdere levens op zijn geweten. Een héél beruchte seriemoordenaar, ook omdat hij zelf nadrukkelijk de media opzocht en zo zijn naam, een ingenieuze nom de plume vervat in een symbool, probeerde te vestigen.

Is Gary’s vader, kortom, het antwoord op een vraag die al een halve eeuw openstaat? In deze gestileerde en vet aangezette serie van Ross M. Dinerstein en Kief Davidson gaat hij zelf op onderzoek uit, vergezeld door de wat morsige true crime-auteur Susan Mustafa. Samen schreven ze in 2014 het boek, dat het startpunt vormde voor deze vierdelige docu.

Als de twee dieper in de kwestie duiken, lijkt elk antwoord in dezelfde richting te wijzen: ‘Van’ moet de man zijn die een kleine halve eeuw geleden San Francisco onveilig maakte en heel Amerika in zijn greep kreeg. Maar welke rol speelde Gary’s moeder Jude, die naderhand getrouwd blijkt te zijn met de leider van het bijbehorende politie-onderzoek, dan in deze legendarische cold case?

Conspiracy theory, cover-up of een ander woord met een C? Of tóch een aannemelijke hypothese? Gary Stewart twijfelt niet over het antwoord. Als buitenstaander blijft het lastig oordelen: leiden alle sporen inderdaad naar de man die hem op de wereld dumpte? Of heeft Gary selectief in het bewijsmateriaal gewinkeld, teneinde zijn eigen queeste zin en drama te geven? In de onverwacht enerverende ontknoping volgt het verrassende antwoord.

‘This is not the …… speaking.’

Hemelbestormers

Geertjan Lassche

Bij het beklimmen van een hooggebergte klimt de dood mee, zegt expeditie-organisator René de Bos in de documentaire Hemelbestormers (90 min.) uit 2014. Hij weet waar hij over praat: in 2009 stierf zijn beste vriend Dennis Verhoeve bij de Cho Oyu, de zusterberg van de Mount Everest. Als er toch gewoon weer een expeditie naar de bergtop wordt georganiseerd, sluit ook filmmaker Geertjan Lassche, altijd op zoek naar de grenzen van zijn personages en zichzelf, zich aan bij de groep van expeditieleider Wilco van Rooijen.

Van Rooijen en De Bos organiseren commerciële beklimmingen. ‘13.000 euro, exclusief uitrusting’, volgens Lassche in dit artikel over de helletocht naar de bergtop op zo’n 8000 meter hoogte, op de grens tussen Tibet en Nepal. Hij wil een klimfilm maken, die nu eens niet is gefinancierd door Red Bull of de outdoor-industrie, ‘waarbij de personages vaak als “helden” eindigen’. Samen met cameraman Frank Moll gaat de Nederlandse filmmaker de uitdaging aan. In het besef dat de berg de regie heeft en je zelf altijd, letterlijk, achter de feiten aanloopt.

Óók doordat de man met ervaring, de illustere Wilco van Rooijen, als puntje bij paaltje komt altijd voor zichzelf kiest. Terwijl de onervaren deelnemer Hugo alleen is achtergebleven, gaat hij bijvoorbeeld gewoon een poging ondernemen om de top te halen. ‘Wilco zal en moet als eerste op die top staan’, constateert een andere deelnemer, Bart, verontwaardigd. ‘Dit is geen eigenschap van een expeditieleider.’ Op eenzame hoogte is het echter ieder voor zich – en mag je als deelnemer aan een gevaarlijke expeditie, blijkbaar, niet rekenen op de begeleider die je zelf betaalt.

‘Ja, sorry, we zijn hier niet aan het spelen in de Alpen’, reageert die later laconiek. ‘Dit is gewoon de Himalaya. Je mag er toch van uitgaan dat iemand voor zichzelf kan zorgen? Ook een jongen van 24. En als je dan een keer een pak op je donder krijg, is dat hartstikke goed. Daar leer je van en die fout maak je nooit meer.’ Zijn klimkompaan Cas van de Gevel maakt zich er nóg minder druk om: ‘Het is ook nooit levensbedreigend geweest. Die gozer heb gewoon een kutnacht gehad. Dat is het gewoon. Volgende dag weer verder. Niks aan de hand.’

Het egoïsme ligt er duimendik bovenop, maar dat is wellicht ook noodzakelijk om de top te bereiken, niet alleen van de berg. Het is een constatering, die tevens doorklinkt in Lassches indringende vragen aan de expeditieleiders. Hemelbestormers is dan ook niet zozeer een klimfilm – al zijn de nietsontziende berg en z’n gevaren en ontberingen natuurlijk alom tegenwoordig in deze krachtige documentaire – maar een zoektocht naar wat dit soort gepassioneerde mensen werkelijk drijft en wat zij, en anderen, daarvoor moeten laten.

Voor Lassche, die in films als De Uitverkorenen, Niemand Kent Mij (over wielrenner Thomas Dekker) en De Mooiste Marathon al vaker het wezen van extreme winnaars probeerde te doorgronden, zou het ook wel eens een verkapt zelfportret kunnen zijn.

Hemelbestormers is hier te bekijken.

Voorspel

VPRO

Nergens klinkt de bel zo indringend als in de gangen van een middelbare school. Uit met de pret, terug naar de les! Dit wordt wel een bijzondere bijeenkomst. Niet zozeer saai, als wel gênant. Of spannend. Informatief, misschien.

De pubers kijken elkaar veelbetekenend aan. Ze kunnen een lach niet onderdrukken. ‘Nou, hier zie je dus eigenlijk het vrouwelijk geslachtsorgaan’, zegt de lerares, met een plastic replica van een vagina in haar handen. ‘Heb je een ander woord daarvoor?’ De grappigste jongen van de klas reageert direct: ‘Kut’.

‘Dat is een woord wat we dus niet gebruiken’, laat de juf zich niet uit het veld slaan in de openingsscène van de ontwapenende jeugddocu Voorspel (15 min.). ‘Dit plekje daar is de clitoris. Als je dat van binnen zou voelen, dat kan net als bij de eikel van een jongen een prettig gevoel geven.’

In een ander lokaal kondigt de mannelijke leerkracht een les Basisstof 1: ‘primaire en secundaire geslachtskenmerken’ aan. Daarna volgen Basisstof 2 ‘voortplantingsstelsel man’, 3 ‘voortplantingsstelsel vrouw’, 4 ‘menstruatie’ en 5 ‘seksualiteit’. De klas zit in een kring, met de leraar midden in de groep.

En de camera van Anne van Campenhout observeert hoe de pubers de les aanhoren, in zich opnemen of gewoon uitzitten. En hoe ze een condoom over een houten penis proberen te rollen, dat ook. In de pauze bevraagt ze de jongens en meiden over seksualiteit, porno en de gevaren daarvan.

Zo maakt Van Campenhout tastbaar hoe tieners, nét voordat het kwartje echt is gevallen, worden voorbereid op hun relationele bestaan. Met timmermansoog legt de filmmaakster vast hoe de spelregels en -techniek van de seksualiteit worden uitgelegd, die ze vervolgens met dikke esoterische muziek naar een hoger plan tilt.

En dan kan elk moment de bel weer gaan…

Voorspel is hier te bekijken.

Ons Eiland

KRO-NCRV

‘Mirte is eigenlijk mijn grote zus’, zegt Shanna (10). ‘Maar het voelt soms als mijn kleinere zus.’ De dertienjarige Mirte heeft het syndroom van Down. En dat begint steeds beter voelbaar te worden. Waar de twee zussen tot dusver grotendeels gelijk opgingen, begint er nu afstand te ontstaan. Shanna denkt soms aan haar toekomst, Mirte leeft volledig in het hier en nu.

Op Ons Eiland (15 min.), een idyllische plek waar ze vakantie vieren, kunnen de twee meiden nog volledig zichzelf zijn. Ze stoeien, vangen vlinders en maken een kampvuur. Filmmaakster Lennah Koster slaat de twee van dichtbij gade. De fraaie omgeving dient intussen als verbeelding van wat een onbekommerde jeugd lijkt te zijn geweest. Totdat Shanna Mirte letterlijk achter zich laat en een moment voor zichzelf wil hebben…

De interactie tussen de twee zussen vormt het hart van deze kleine coming of age-docu, die verder geen interviews of andere personages bevat. Twee meisjes, nu nog samen. Waarbij Shanna, offscreen, hardop nadenkt over wat het leven voor hen in petto heeft. Zo slaagt Koster erin om echt door te dringen tot de belevingswereld van de zussen, die met dromerige muziek bovendien van een nostalgisch tintje wordt voorzien.

Van een jeugd die nooit voorbij gaat – en straks toch voorbij zal blijken te zijn.

Door De Ogen Van Arna: Architect Van Verbinding

BNNVARA

Vanuit de architectuur wil Arna Mackic de sociale cohesie bevorderen. In dat opzicht kan haar huidige thuisbasis Amsterdam, volgens haar een gesegregeerde gemeenschap, nog wel wat leren van de stad waar ze werd geboren: Mostar in Bosnië-Herzegovina. Mackic was vier toen er in 1992 oorlog uitbrak in het voormalig Joegoslavië. Een jaar later moest ze vluchten. Ze zou uiteindelijk in Zoetermeer terecht komen.

Intussen werd in haar geboorteland het idee van een inclusieve stad aan flarden geschoten: de oude brug, van waar stadsbewoners vroeger de Neretva-rivier indoken. Het was niets minder dan ‘een aanval op de multi-etniciteit van de stad’, aldus Mackic. De ziel moest kapot. In het huidige Mostar heeft ze nu plannen voor een duikmonument, waarmee het oude ritueel nieuw leven kan worden ingeblazen. ‘De meest logische manier om mensen weer met elkaar in contact te brengen.’

Nu is er juist op die plek echter een Kroatisch nationaal theater verrezen, een symbool van alles wat ze wil bestrijden. En dus zal Arna vooral in Nederland bruggen moeten bouwen. Letterlijk. In Groningen bijvoorbeeld, waar ze meedingt naar een prestigieuze opdracht. Deze documentaire van Frederick Mansell en Laurens Samsom kijkt mee Door De Ogen Van Arna: Architect Van Verbinding (55 min.) en laat zien wat zij (voor haar geestesoog) ziet.

Dan worden de tralies van de allang gesloten Bijlmerbajes in Amsterdam, waar de ambitieuze architecte kantoor houdt, bijvoorbeeld ineens veel meer dan een geprononceerd stukje stadsgeschiedenis. Zeker als je bedenkt dat de voormalige gevangeniscellen duidelijk zichtbaar zijn voor de bewoners van een nabijgelegen asielzoekerscentrum. Welke boodschap geef je nieuwkomers in Nederland op deze manier mee?

Mansell en Samsom volgen Mackic terwijl ze stedenbouwkundige plannen ontwikkelt, steden in Nederland en Bosnië bezoekt en op allerlei plekken lezingen geeft. Dat levert zeker interessante observaties op, maar maakt de film ook wel wat praterig. Waarbij het aansprekende persoonlijke verhaal van hun protagoniste bovendien tamelijk rationeel wordt afgehandeld. Haar persoonlijk leven blijft sowieso grotendeels buiten beeld. Door De Ogen Van Arna wordt daardoor een portret, dat vooral aan het hoofd appelleert en slechts een enkele keer het hart beroert.

Vieren Wat Kapot Is

AVROTROS

‘Van wie is dit werk hier?’ vraagt kunstenaar Bas van Wieringen aan een suppoost van het Stedelijk Museum in Amsterdam. ‘Nee, dat is gewoon stuk eigenlijk’, antwoordt de man. Toch staan er mensen te kijken bij de plek waar het parket is opengebroken en die officieel lijkt te zijn afgezet. ‘Ik vind het eigenlijk wel mooi’, zegt Van Wieringen. ‘Sommige mensen denken dat het een kunstwerk is’, reageert de suppoost met een brede glimlach.

De kunstenaar besluit bezoekers ermee te confronteren: is dit nu kunst of niet? De meesten denken dat het een gat in de grond is, maar helemaal zeker weten ze het ook niet. Waarmee het thema van de documentaire Vieren Wat Kapot Is (50 min.) meteen goed in de verf is gezet. Want Van Wieringens eigen kunst wordt ook niet altijd als zodanig herkend. In 2017 is een klein minimalistisch schilderij per ongeluk door een medewerker van het Frans Hals Museum overgeschilderd met latex. Dat veroorzaakte nogal wat commotie.

Het voorval was voor Denise Janzée aanleiding om een film te maken over ‘beschadigde kunst’, waarin ze de conceptuele kunstenaar aan het werk laat zien. Met een lamp die kapot wordt geslagen tegen de muur, een klok die op een vaste tijd wordt vastgespijkerd en een brandblusser die vuur en vlam vat, bijvoorbeeld. Intussen speelt op de achtergrond nog altijd de vraag wat er moet gebeuren met het overgeschilderde schilderijtje? Is dat een beschadigd kunstwerk of juist een nieuw werk geworden? Heeft het zijn waarde behouden? En kan er wellicht zelfs nog waarde aan worden toegevoegd?

Zo wordt deze documentaire behalve een aaneenschakeling van vermakelijke experimenten en projecten tevens een interessante gedachte-exercitie over wat nu eigenlijk kunst is of wordt. Én, als aardige uitsmijter, hoe je dat dan exposeert.

Oorlogskinderen

WNL

Een vingerhoedje spuug zet hen hopelijk op het spoor naar hun oorsprong. Want wie hun vader was – een Duitse soldaat of toch een bevrijder uit de Verenigde Staten, Frankrijk of Canada – dat is altijd ongewis gebleven. Adri, Marcel, Ans en Trudy zijn de zeventig inmiddels ruimschoots gepasseerd, maar zijn toch altijd Oorlogskinderen (53 min.) gebleven.

Gedefinieerd door de Tweede Wereldoorlog of het einde daarvan, de uitbundig gevierde Bevrijding. Al was dat niet altijd direct duidelijk. Voor henzelf, tenminste. Soms leek iedereen er al vanaf te weten. Iedereen, behalve zij, het product van dat ene moment van geluk of opwinding, nu alweer zo lang geleden. En dus geven ze hun erfelijk materiaal aan een heuse DNA-detective, Els Leijs uit Bussum. Via stamboomonderzoek probeert zij hun familieleden te achterhalen – en de man die hen op de wereld zette en er, soms ongewild, ook weer achterliet.

De filmmakers Eric van den Berg en Bram Endedijk doorsnijden de pogingen van de oorlogskinderen om klaarheid te krijgen over hun wortels met ingesproken getuigenissen van buitenlandse militairen, Duitse soldaten en vaderlandse meisjes over hun ervaringen tijdens de oorlog. Zo wordt het bezette Nederland, het zwart-witte decor van hun conceptie, overtuigend tot leven gewekt. De nadruk ligt echter op de persoonlijke verhalen en zoektocht van de verweesde volwassenen, die stuk voor stuk tot de verbeelding spreken.

In het geval van Adri Goedegebuure uit Middelburg, verwekt rond de Bevrijding van Walcheren, leidt het spoor bijvoorbeeld naar Frankrijk, waar directe familie wacht. Andere participanten zijn minder fortuinlijk. Hun verhalen komen mede daardoor ook wat minder uit de verf. Wat al die lotgevallen van Oorlogskinderen, stijlvol verfilmd en begeleid door gedragen vioolmuziek, echter nog eens heel duidelijk onderstrepen, is hoe belangrijk bloedbanden zijn, ook als je ‘een kind van die rotmoffen’ bent. Want familie, juist omdat je die niet zelf kunt uitkiezen, definieert toch wie je bent.

De Kinderen Van Truus

In de Tweede Wereldoorlog steeg ze boven zichzelf uit. Geertruida Wijsmuller – Meijer (1896-1978). Alias Truus, de Nederlandse Oskar Schindler. Met haar Kindertransporten bracht ze voor en tijdens de oorlog meer dan 10.000 Joodse kinderen in veiligheid. Ze had in 1938 hoogstpersoonlijk met Hitlers rechterhand Adolf Eichmann geritseld dat ze hen mocht evacueren.

‘Ik ben iemand die als er nood was direct voor iedereen klaar stond’, zegt ze zelf, in een audio-interview uit 1967, dat als anker fungeert voor De Kinderen Van Truus (61 min.). Deze documentaire van Pamela Sturhoofd en Jessica van Tijn start met een fraaie animatie waarmee de heldenprestatie van de kordate Truus Wijsmuller, een vrouw die zelf nooit kinderen kreeg, wordt gevisualiseerd. Daarna komen ook haar ‘kinderen’, inmiddels zelf hoogbejaard, aan het woord. Ze werden gered van de nazi’s, maar moesten ook afscheid nemen van hun ouders. De meesten zagen hen nooit meer terug,

Mirjam Baitalmi – Szpiro was één van die kinderen. Ze heeft zich haar hele leven doorzichtig gevoeld, zegt ze. Alsof ze door niemand echt gezien werd. ‘Dat noemen ze het verlaten kind-syndroom, zei mijn psycholoog.’ Ze herinnert het zich nog als de dag van gisteren dat ze besefte dat ze er alleen voor stond. Nadat alle andere kinderen door hun ouders waren opgehaald uit het ziekenhuis van Manchester, dacht ze: ‘Dat is het: er is niemand die mij komt ophalen. En dat klopt. Niemand heeft dat ooit gedaan.’

Tegelijkertijd herinnert Baitalmi – Szpiro zich ook de krachtige knuffel die ze kreeg van Truus, een vrouw die door de andere sprekers in deze stevige film wordt geportretteerd als een vrouw met een missie, die wist wat ze wilde en ervoor zorgde dat ze dat ook kreeg. Met haar daad- en wilskracht streek ze in haar veelbewogen leven regelmatig mensen tegen de haren. Die leverde echter ook een ontzaglijke erfenis op, in de vorm van talloze, ten volle geleefde levens. Mannen en vrouwen die ruim veertig jaar na haar dood getuigen over hun dramatische vlucht en de heldenrol die de vrijwel vergeten Truus Wijsmuller daarin speelde.

Schijnbewegingen: Over Voetbal En Dans

Rudi van Dantzig & Johan Cruijff / NOS Collectie Rudi van Dantzig

Hij oogt als een vis in het water: Johan Cruijff in een balletzaal. Geconcentreerd kijkt de beste Nederlandse voetballer aller tijden toe hoe choreograaf Rudi van Dantzig aan het werk is met Clint Farha, de topdanser van het Nationaal Ballet. Hij herkent de hand van de meester. Van Dantzig geeft het ritme aan en laat zijn protegé zweten. Er wordt urenlang gerepeteerd.

‘En iemand wie keihard traint’, stelt Cruijff op geheel eigen wijze in Schijnbewegingen: Over Voetbal En Dans (59 min.) uit 1988. ‘Dat is bloed, zweet en tranen.’ De toenmalige trainer/coach van Ajax, in die tijd vrijwel altijd met een sigaret in de hand, heeft tegenover Van Dantzig plaatsgenomen voor een tweegesprek onder leiding van Frits Barend, waarin de overeenkomsten tussen voetbal en ballet worden onderzocht. Van Dantzig stelt op zijn beurt dat hij zich regelmatig heeft laten inspireren door het Ajax van Cruijff en Michels.

Voor hedendaagse begrippen zou het dubbelinterview met de twee grootheden soms wel een zetje of wat meer tempo kunnen gebruiken. Het wordt in deze tv-docu, geregisseerd door Piet Erkelens en Pim Marks, echter omlijst door fraaie sequenties van een indrukwekkende solo van Farha (op Bachs Air On G String) en hoogstandjes van topspits Marco van Basten (opgeleukt met lekker campy jaren tachtig-muziek).

Schijnbewegingen wordt bovendien tot een fraaie climax gebracht met een meeslepende parallelmontage van een voorstelling van de excellerende Farha en het Nationaal Ballet en een Europa Cup 2-wedstrijd waarin het Ajax van Van Basten, Menzo en Rijkaard het in de eigen Meer opneemt tegen het Zweedse Malmö FF. Sport en kunst verworden in die apotheose voor heel even tot elkaars evenbeeld.

Naderhand geeft Van Dantzig zijn protegé in de coulissen een welgemeend schouderklopje en wordt in de Ajax-kleedkamer luidkeels ‘Johan Cruijff, Johan Cruijff, Johan Cruijff, Johan Cruijff, Johan Cruijff, Johan Cruuuiiijjjff’ gezongen.

Ons Bier

KRO-NCRV

‘Ik bepaal hier wat er gebeurt’, zegt Johan Nijhof tegen de medewerkers van het reclamebureau AlienTrick dat hij heeft ingehuurd om het imago van Huttenkloas, ‘een misdadig lekker biertje’, een ferme oppepper te geven. ‘Daar ben ik heel duidelijk in.’ Dus of hij zijn compagnon Ruud van der Gevel meeneemt naar de volgende afspraak, kan de Twentse brouwer nog niet zeggen…

De documentaire Ons Bier (55 min.) is nauwelijks een kwartier onderweg en de oplettende kijker weet genoeg: dit kon wel eens gedoe worden. Het twistpunt ligt dan ook al vast: welke plek krijgt de stoel waarop de oorspronkelijke Huttenkloas, een Twentse rover en moordenaar uit de achttiende eeuw, volgens de overlevering is geradbraakt en ter dood is gebracht in het nieuwe logo? Past die stoel überhaupt nog wel bij het tintelfrisse imago van de brouwer?

Huttenkloas, zoveel is duidelijk, moet worden klaargestoomd voor de 21e eeuw, met nieuwe apparatuur en een moderne attitude. ‘Facebooken, dat moeten we ook gaan doen’, constateren Johan en Ruud, die er toch bij is, onderweg naar het kantoor van AlienTrick, waar ze het merk Huttenkloas opnieuw gaan ‘positioneren binnen het bierlandschap’. Dit gaat gepaard met een bijdetijds logo, waarin de veelbesproken stoel een minder prominente plek heeft gekregen.

Het oubollige, ongetwijfeld smakelijke biertje krijgt zo een hipster-imago aangemeten. Documentairemaker Michiel van Erp zou er enkele jaren geleden wel raad mee hebben geweten en van de Huttenkloasen stoethaspels in een kneuterige komedie hebben gemaakt. En Frans Bromet had het meningsverschil ongetwijfeld echt op de spits gedreven. Oliver van der Zee, de maker van deze aandoenlijke tv-film, zoekt echter een, overigens heel vermakelijke, redelijke middenweg.

Waarbij na afloop wel een beetje het gevoel blijft hangen dat het verhaal nog niet is afgerond. Vaart Huttenkloas uiteindelijk wel bij al die vernieuwingsdrift? Een iets langere adem had Ons Bier wellicht goed gedaan.

Samen

Nederland, Amsterdam, 22 november 2019. Carmen Cobos en haar man Kees Rijninks. Foto: Jorgen Caris

Misschien beleven ze ook deze fase in hun bestaan te veel samen. ‘Anderen zeggen dat ik meer mijn eigen leven moet leiden’, zegt Carmen Cobos over haar echtgenoot Kees Rijninks, die sinds enige tijd de ziekte van Parkinson heeft. ‘Maar ik wil me geen weduwe voelen voor ik dat ben.’ Het koppel maakt een film over hoe ze Samen (77 min.) met zijn aandoening omgaan – en hoe dat in de toekomst moet.

In deze persoonlijke film ontmoeten ze ook andere stellen die de verduivelde ziekte in hun leven hebben gekregen. Gezamenlijk representeren zij de verschillende stadia van Parkinson: van een jong koppel dat samen bloembollen teelt tot een ouder echtpaar, waarvan de vrouw eigenlijk niet meer thuis kan wonen. En dan is er nog de alleenstaande man, die enkele jaren geleden plotseling zijn vrouw verloor en alleen is achtergebleven met Parkinson.

Cobos en Rijninks tekenen hun verhalen met veel begrip en nog meer blikken van herkenning op en verweven die met hun eigen stappen op het pad dat de ziekte voor hen uitlegt. Wat de toekomst brengt is voor allen glashelder: de aandoening is ongeneeslijk. Maar hoe en wanneer je dat eindstadium bereikt, ligt in de toekomst verscholen. ‘Die Parkinson kruipt stiekem naar binnen en je weet niet waar en wat er gebeurt’, stelt Ans, die de diagnose alweer zeven jaar geleden kreeg.

Te midden van deze onzekerheid, alle praktische problemen die de aandoening met zich meebrengt en de angst dat hun denk- of communicatievermogen raakt aangetast, proberen deze gewone mensen te bewaren wie ze zijn en waar ze van houden. Samen met hun partner, die natuurlijk ook met zijn eigen angsten en onzekerheden moet zien te dealen. Want Parkinson hebben ze inmiddels echt met zijn twee, zo laat deze fijngevoelige film zien.

Samen brengt al die verhalen liefdevol samen. Van mensen die, ieder voor zich en toch samen, het beste proberen te maken van het lot dat het leven hen heeft toebedeeld.

This Is Me

EO

This Is Me (15 min.), met die woorden wordt Allen Tumusiime in de slotscène het podium opgestuurd in deze gestileerde korte documentaire van Els van Driel en Imke Renee Slump. Een gestileerde film over een meisje uit Oeganda, dat het gevoel had dat ze daar zichzelf niet kon zijn en dat zich bovendien voortdurend beperkt, en seksueel geïntimideerd, voelde als ontluikende jonge vrouw.

‘Als je alleen loopt kan een man je meenemen en misbruiken’, vertelt ze. ‘Dat overkomt veel meisjes in Oeganda.‘ Allen begon zich daarom te verbergen, te vermommen als jongetje. In Nederland, waar ze inmiddels twee jaar woont met haar moeder, probeert ze nu een nieuw leven op te bouwen en haar gevoelens over heden en verleden uit te drukken in dans.

Of zoals haar coach het treffend uitdrukt: haar innerlijke strijd te verbeelden op het podium en aan anderen te laten zien. Zónder daarbij de controle te verliezen. Dat gevoel van de baas zijn in je eigen leven drukt Allen in dit fraaie miniatuurtje uit in enkele krachtige danssequenties, waarvoor ze zelf de choreografie heeft verzorgd.

Missie NS

KRO-NCRV

‘De reiziger staat op 1, 2 en 3.’ De NS wil voor ‘een 9+ ervaring’ zorgen bij de klant. Zodat de conducteur, ook wel ‘gastheer’ of ‘host’ genaamd, te maken krijgt met louter ‘blije reizigers’. Want de NS gaat voor ‘totale reisbeleving’. Dat is ‘the narrative’. Met een slogan met de onmiskenbare wilde frisheid van limoenen: ‘Proef de vrijheid’.

Elke stiel heeft zijn eigen jargon – al begint die van grote organisaties wel steeds meer op elkaar te lijken. De Nederlandse Spoorwegen laten bijvoorbeeld allang niet meer (alleen) treinen op tijd rijden. Ook op het spoor gaat het tegenwoordig om beleving, waarbij de voormalige reiziger (blijkbaar) iets van zichzelf moet zien te verwerkelijken. Terwijl hij wacht op een trein die niet komt, zich propt in iets wat het meest weg heeft van een veewagon of – in het leeuwendeel van de gevallen – gewoon netjes op tijd op de plaats van bestemming wordt afgeleverd.

Missie NS (82 min.) brengt het totale bedrijf in beeld; van de top in het hoofdkantoor en de omroepers op het operationeel controle centrum tot de mensen die met hun poten door de coupés en balkons banjeren: de conducteurs, machinisten en schoonmakers. Regisseur Catherine van Campen hanteert daarbij een procedé dat inmiddels vertrouwd voelt: ze kiest niet voor duidelijke hoofdpersonen, maar observeert in alle hoeken en gaten van het bedrijf, waarbij de kijker wel enkele vaste gezichten krijgt voorgeschoteld.

De film bestaat uiteindelijk uit een vloeiend gemonteerde collectie snapshots die gezamenlijk een narratief vormen, wellicht zelfs ‘the narrative’ die NS zelf wil uitdragen. In die zin doet de documentaire denken aan vergelijkbare films over de snelweg (Snelweg NL), bouwsector (Jongens Van De Bouw) en aandachtsindustrie (Nu Verandert Er Langzaam Iets). Ook Missie NS, dat wel wat drama ontbeert, registreert hoe gewone mensen onderdeel zijn van een dienst, onderneming of beroepsgroep en legt zo en passant iets van onze volksaard bloot.

Van Campen is er duidelijk niet op uit om iets of iemand te ontmaskeren. Ze houdt ons simpelweg een spiegel voor: dit is de wereld waarin wij leven, van gezichtsloze instituties die wel degelijk door gewone mensen worden bevolkt. Zo bezien zijn er ook nog wel wat spannende organisaties te bedenken, waar de Nederlandse subsidieverstrekkers eens een filmploeg naartoe kunnen sturen: de Belastingdienst, Shell of de NAM. Die kunnen vast ook nog wel aan hun ‘beleving’ werken.

De Dijk – Hou Me Vast

NTR

De knuppel gaat in het hoenderhok. Huub van der Lubbe vraagt zich af of ze het bijltje er niet bij neer moeten gooien. Dertig jaar lang was spelen met De Dijk het allerleukste wat hij deed. Op dit moment kan de zanger echter nog wel een paar andere dingen bedenken, die hij ooit eens wil doen. De rest kan z’n oren nauwelijks geloven: ‘die eikel’ gaat hun band toch niet opblazen?

Deze heikele kwestie vormt het startpunt voor de documentaire De Dijk – Hou Me Vast (83 min.) uit 2011, waarvoor Suzanne Raes de nederpopgroep, aan de vooravond van het dertigjarige jubileum, een veelbewogen jaar lang volgde. In de steeds terugkerende beelden vanuit het spreekwoordelijke tourbusje, waarmee ze het land blijven doorkruisen, ogen de mannen nog steeds als een echt bandje.

Jongens onder elkaar. Van dik in de vijftig. Jongetjes nog, stiekem. Als ze door soullegende Solomon Burke worden benaderd om samen een plaat op te nemen, bijvoorbeeld. Die invitatie leidt onder anderen tot een prachtige scène als de bandleden, los van elkaar, de eerste gezamenlijke opname Hold On Tight terugluisteren. Zo trots als een hond met zeven lullen.

En dan wil de held ook nog met hen gaan optreden. Aan de einder gloort een Amerikaanse tournee. Dat zou een wedergeboorte zijn voor de band, die al zeker zeven levens had. De ogen van de oude rotten beginnen ervan te glinsteren. En dan slaat het noodlot toe en moeten de eeuwige jongens opnieuw schakelen.

‘Je kan de blues wel willen verlaten’, zingen ze zelf in een nummer waaraan tijdens de filmopnames druk wordt gesleuteld. ‘Maar de blues verlaat jou nooit.’ Raes krijgt de interne machinerie van de groep intussen stevig te pakken – de onderlinge concurrentie bijvoorbeeld, die tot de beste liedjes leidt – en kijkt zeer goed om zich heen in de oefenruimte, kleedkamer en studio.

Met die gedegen aanpak legt ze het grote, bloedende en nog altijd wild kloppende hart van De Dijk moeiteloos bloot.

De Dijk – Hou Me Vast is hier te bekijken.

Hart Van De Democratie

NTR

‘Iedereen doet hetzelfde. Want als je iets anders doet, dan mis je iets’, stelt politiek commentator Kees Boonman over zowel de Haagse politiek als de journalistiek die daar bedreven wordt. Hij heeft zich zojuist losgemaakt uit een kluwen verslaggevers, fotografen en cameramensen die een halve cirkel vormden rond de bewindspersoon, die op dat moment ’Het Nieuws’ vertegenwoordigde. ‘Iedereen wil het anders doen’, constateert Boonman. ‘En het wordt steeds moeilijker om iets anders te doen.’

De routinier leidt de kijker als een ervaren gids rond door het Hart Van De Democratie (87 min.). Als tegenpool voeren de filmmakers Suzanne Raes en Liesbeth Witteman de jonge journaliste Charlotte Nijs op, de eerste politieke verslaggever van het SBS6-programma Hart Van Nederland. Via hen gaan ze op zoek naar het antwoord op de vraag of de Nederlandse parlementaire democratie, net als het Tweede Kamergebouw zelf, aan een grondige renovatie toe is.

Boonman spreekt in dat kader prominente politici als Johan Remkes, Khadija Arib en Alexander Pechtold over het veranderde ambt van parlementariër en neemt met hen de staat van ons bestel op. Volgens Pechtold is er bijvoorbeeld geen reden voor ernstige ongerustheid. De democratie heeft gewoon een stevige griep. Maar aan een verwaarloosde griep kun je dood gaan, werpt Boonman tegen. In het volgende shot zit niet geheel toevallig Thierry Baudet piano te spelen in een reportage van Nijs. ‘Weet je wat het is, Charlotte?’ vraagt hij vanachter de vleugel. ‘Een Schuman-kamerconcert ga ik spelen.’ De verslaggeefster kijkt het fragment terug op een montagecomputer. ‘Nou, één soundbiteje lijkt me voldoende’, zegt ze lachend tegen haar editor.

De film telt talloze van zulke lekkere doorkijkjes naar de wisselwerking tussen pers en politiek. Zo is er bijvoorbeeld een prachtige scène waarbij Boonman zuchtend achterblijft nadat hij enkele aalgladde quotes te verduren heeft gekregen van de zojuist gepresenteerde nieuwe fractievoorzitter van D66, Rob Jetten. Daarna werkt hij in zijn eentje een stukje van de bijbehorende feesttaart weg. Even later duidt voormalig kamerlid Gerard Schouw zijn voormalige stagiair Jetten: die jongen is gewoon in en in keurig. ‘Alleen of hij slecht genoeg is… Je moet ook wel een beetje een slecht mens zijn, hè?’ Boonman beaamt. Schouw moet er smakelijk om lachen.

Deze kostelijke documentaire kijkt zo met een antropologische bril naar de Tweede Kamer, waarbij reacties op Twitter de botte, grappige of juist onverschillige respons daarop vanuit de samenleving vertegenwoordigen. Die buitenwereld meldt zich ook letterlijk in het huis van de democratie middels demonstranten, rondleidingen en een reünie van kabinet Den Uyl. De mores en omgangsvormen mogen dan veranderen, het Hart Van De Democratie blijft onverminderd kloppen: soms wild, dan weer lui of onregelmatig.

Hart Van De Democratie is hier te bekijken.

Anne Vliegt

KRO-NCRV

Zelden zal een popsong zo op zijn plek zijn gevallen in een documentaire als Friend Of Ours van Elbow in Anne Vliegt (21 min.). Het gedragen nummer van de Britse groep krijgt een compleet nieuwe lading: van de totale bevrijding van alle zorgen.

Terug naar het begin van deze bijzonder fijne jeugdfilm van Catherine van Campen uit 2010: we maken kennis met de elfjarige Anne, een op het eerste gezicht knap en weinig opvallend meisje. Toch lijkt ze soms helemaal niet lekker in haar vel te zitten.

Anne heeft Gilles de la Tourette, een neurologische aandoening die wordt gekenmerkt door onbedwingbare motorische en vocale tics. ‘Ik heb een stoornis in mijn hersenen’, vertelt ze zelf. ‘En daardoor heb ik dwangen en tics. En dat houd ik mijn hele leven.’

Zo móet Anne bijvoorbeeld rondjes draaien. Altijd naar dezelfde kant. Naar rechts. En daar blijft het niet bij: knipperen met de ogen. Draaien met de ogen. En, sinds kort, een liktic. ‘Mama had laatst geteld en toen had ik in tien minuten 23 keer ergens aan gelikt.’

Met bijzondere empathie observeert Van Campen het getroebleerde meisje op school, bij haar vriendinnen en tijdens therapie. Anne maakt daarbij soms een eenzame indruk. Alsof ze er toch niet helemaal bij hoort. Niet bij dúrft te horen. Bang dat ze wordt buitengesloten of gepest.

Daarom wil Anne vliegen, zegt ze. Zodat anderen haar tics niet kunnen zien. Eenmaal in de lucht, klauterend in palen of op containers, kan ze haar dwangmatige rituelen loslaten. Zichzelf loslaten. Vrijlaten.

En dan valt Elbows majestueuze Friend Of Ours, nadat het diverse keren op subtiele wijze is aangekondigd, met nietsontziende kracht definitief in tijdens een sowieso wonderschone glijbaanscène met Anne en haar vriendje Delano.

Het tafereel fungeert als vliegwiel naar een nieuwe Anne, die de schaamte even achter zich lijkt te hebben gelaten en vrede sluit met zichzelf. Hetgeen, als weldadig slotakkoord, wordt bezegeld met nóg een heel fijn liedje: Kite Strings van Kele Goodwin.

Klanken Van Oorsprong

Toen Nederland in de jaren na de Tweede Wereldoorlog het onafhankelijk geworden Indonesië met de staart tussen de benen verliet, nadat we daar eeuwenlang de kolonisator hadden uitgehangen, nam het de revolutie mee naar een huis. Een muzikale revolutie, welteverstaan. Op schepen zoals de Oranje en Willem Ruys bivakkeerde een nieuwe generatie Indische Nederlanders, die rock & roll en hun eigen variant daarop, indorock, introduceerde in het kneuterige Holland.

Daarmee zouden ze niet alleen in eigen land furore maken. In Duitsland werd de ‘Exoten aus Tulpenland’ volgens gitarist Eddy Chatelin van The Crazy Rockers zo opgehemeld dat ze terstond van hun minderwaardigheidscomplex waren verlost. Met indorock viel in heel Europa een goede boterham te verdienen. En die Indische showpikkies zetten echt de toon, getuige de altijd weer opduikende anekdote over The Beatles. Tijdens hun jonge jaren in Hamburg zouden die de kneepjes van het vak hebben geleerd van Nederlandse indobands (*).

De gouden jaren van de indorock, waarbij The Tielman Brothers uitgroeiden tot de absolute vaandeldragers van het genre, zijn eerder opgeroepen in de documentaire Rockin’ Ramona van Hans Heijnen uit 1991. Regisseur Hetty Naaijkens – Retel Helmrich plaatst datzelfde verhaal in Klanken Van Oorsprong (112 min.) uit 2018 binnen een breder perspectief. Als bastaardzoon van de Indische krontjongmuziek en ruige broertje van de zogenaamde indopop, waarmee The Blue Diamonds, Anneke Grönloh en Sandra Reemer (internationaal) succes boekten.

Én als lekker escapistisch vervolg op een ronduit traumatische periode, waarbij Indische Nederlanders, net als eerst de Japanners en daarna de Hollanders, uit Indonesië werden verdreven om aan het andere eind van de wereld een nieuw leven op te bouwen. Ook artiesten zoals Liesbeth List, Boudewijn de Groot en Ernst Jansz grepen in hun oeuvre regelmatig terug op die ervaringen. De Indische invloed vond via de gebroeders Eddie en Alex van Halen zelfs zijn weg naar Amerikaanse hardrock.

Klanken Van Oorsprong neemt de tijd en graaft toch niet héél diep, maar brengt al die verschillende stromingen wel netjes bij elkaar. Zo ontstaat een liefdevol totaalbeeld van het stempel dat Indische Nederlanders in de afgelopen halve eeuw op de vaderlandse muziekhistorie hebben gezet.

(*) En wie staan daar op de foto bij een optreden van The Tielman Brothers? Juist, Paul en John.