Elisabetta

VPRO

Een klein donker meisje met twee aandoenlijke staartjes in het haar doolt door een soort eindeloze groene gang. Zo nu en dan gaat ze een kamer binnen. Een andere keer stuit ze op een gesloten deur. In diverse symbolische sequenties representeert het kind Elisabetta (25 min.), de hoofdpersoon, naamgever en maker van deze korte documentaire.

Zij wil bestáán. Kort na haar geboorte in de Noord-Italiaanse stad Brescia, nu zo’n dertig jaar geleden, heeft Elisabetta’s moeder haar identiteit aan een ander meisje gegeven. Daardoor heeft Elisabetta Agyeiwas, die via een tante in Nederland is beland, nog altijd geen officieel bewijs van haar eigen bestaan. En sinds het overlijden van haar Nederlandse pleegmoeder, staat ze er als AMA (Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker) ook nog eens helemaal alleen voor.

In deze persoonlijke film richt Elisabetta zich tot haar biologische, van oorsprong Ghanese moeder. ‘Alle gesprekken die ik voer leiden naar jou’, zegt ze bijvoorbeeld in één van de voice-overs waarmee de vertelling wordt gestuurd. ‘Waarom heb je ervoor gekozen om mij niet op te voeden?’ Uiteindelijk besluit de jonge vrouw om bij de Nederlandse politie aangifte te doen van identiteitsfraude en hoogstpersoonlijk verhaal te gaan halen in Italië.

Elisabetta’s moeder wil haar echter niet te woord staan, haar vader is sowieso helemaal buiten beeld en de zaak zelf blijkt zo gecompliceerd dat ie in beide landen vastloopt. Ze gaat daarover in gesprek met haar tante, de voormalige adjunct-directeur van haar basisschool, een vertegenwoordiger van de Nederlandse politie en de honorair consul in Verona. Zo probeert zij klaarheid te krijgen in een zaak die voor niemand echt van levensbelang lijkt. Behalve voor haar.

Elisabetta dreigt verloren te raken op een stukje niemandsland in hartje Europa, vastgeketend aan een kwestie die ook de kijker met de nodige onbeantwoorde vragen achterlaat. Terwijl de jonge vrouw juist op dit moment, nu ze een volgende stap in haar leven gaat zetten, zo’n behoefte heeft aan vaste grond onder de voeten.

Een filmpje van/over Elisabetta van enkele jaren geleden:

Beste Meneer Bouterse

Amstelfilm

‘Een land dat zijn verleden niet onder ogen durft te komen heeft geen toekomst’, constateert de Surinaams-Nederlandse journalist Ananta Khemradj. Zij was nog niet geboren toen in 1982 de zogenaamde Decembermoorden plaatsvonden in Suriname. Deze traumatische gebeurtenis, waarbij vijftien tegenstanders van het bewind van president Desi Bouterse werden vermoord, splijt het land nog altijd in tweeën.

In de persoonlijke documentaire Beste Meneer Bouterse (63 min.) richt Khemradj rechtstreeks het woord tot de voormalige legerleider, ex-president en politiek leider van de NDP over de tweespalt in Suriname. ‘Ik snap niet dat u ervoor kiest het gezicht te worden van het land’, zegt ze bij beelden van hoe Bouterse wordt toegejuicht door zijn hondstrouwe aanhang. ‘Wetende dat u zoveel mensen pijn hebt gedaan.’

Terwijl ze door Suriname reist gaat Khemradj in gesprek met allerlei landgenoten. Van de huidige president Chan Santokhi en filmmaker Pim de la Parra, de man achter de eerste Surinaamse speelfilm Wan Pipel na de onafhankelijkheid in 1975, tot pro-Bouterse stemmen zoals oud-woordvoerder Ricardo Panka, NDP-jongere Raynel Enfield en voormalig minister Jennifer van Dijk-Silos.

De ‘Boutisten’ pleiten ervoor om de blik te richten op de toekomst, terwijl hun opponenten vinden dat die pas kan beginnen als er recht is gedaan aan het verleden. Daardoor zit het land in een patstelling en lopen veel Surinamers nog altijd op eieren wanneer ze worden bevraagd op politieke kwesties. Als Ananta Khemradj met jongeren wil praten over hoe het verder moet met Suriname stuit ze dan ook regelmatig op onwil, angst en boosheid.

Deze documentaire is bedoeld om een begin te maken met zoiets als nationale verzoening. Dat is erg hoog gegrepen voor één enkele film. En ook Khemradj’s poging om na een gesprek met Jan Pronk, de Nederlandse minister die destijds verantwoordelijk was voor Suriname’s onafhankelijkheid, toegang te krijgen tot vertrouwelijke stukken over de toedracht van de Decembermoorden, lijkt gedoemd om te mislukken.

Beste Meneer Bouterse is vooral een loffelijke poging om het maatschappelijke gesprek toch weer te openen en te bekijken hoe een nieuwe generatie Surinamers zich zou kan loswrikken van de traumatische geschiedenis, die het land nu al veertig jaar in verschillende facties verdeelt.

What’s Left? – De Puinhopen Van Links

Frenkie Media/BNNVARA

‘In tien jaar tijd is het aantal daklozen verdubbeld. We leven in de grootste wooncrisis sinds de Tweede Wereldoorlog. De GGZ, de jeugdzorg, de ouderenzorg zijn uitgekleed…’ En zo kan Johan Fretz nog wel even doorgaan. Dat doet hij trouwens ook aan het begin van dit bevlogen pleidooi voor een betere wereld – een linkse wereld dus. Want Half Nederland staat in brand. En dat is overigens óók de schuld van links.

Tenminste, die conclusie is onvermijdelijk voor de schrijver en columnist van het Parool. Of zoals sommige lezers van die krant hem volgens eigen zeggen noemen: ‘die linkse, woke deugfascist, excuusallochtoon, gutmensch, socialistische, communistische, racistische, antiracistische, vervelende rot-millennial in zijn grachtengordel-bubbel’. En dan woont hij ook nog eens ‘in een schitterend jaren dertig-koophuis’.

In het politieke pamflet What’s Left? – De Puinhopen Van Links (72 min.), gemaakt met coregisseur en sidekick Juul Op den Kamp, onderzoekt Fretz hoe en waar het mis is gegaan met de sociaaldemocratie en de voornaamste vertegenwoordiger daarvan, de Partij van de Arbeid, en hoe het neoliberalisme vervolgens de dominante ideologie heeft kunnen worden in ons land – en trouwens ook in de rest van de westerse wereld.

Over Fretz’s startpunt bij deze lekker up tempo-zoektocht kan geen misverstand ontstaan: hij komt uit een echt PvdA-nest en is nog altijd stijflinks. De idealen die boegbeeld en oud-premier Joop den Uyl namens die partij uitdroeg in de jaren zeventig en tachtig zijn volgens hem sindsdien grondig verkwanseld. En daardoor zijn de kansen die hij ooit zelf heeft gehad in het Nederland van nu allang niet meer vanzelfsprekend.

Scherp, speels en met de nodige (zelf)spot verweeft de geboren verteller zijn eigen levensloop met de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen die ons land in de afgelopen halve eeuw heeft doorgemaakt. Hij spreekt in dat kader ook met zijn eigen ouders, de ‘oude hippies’ Jan en Virginia, en legt drie voormalige PvdA-leiders/‘hoofdverdachten’ het vuur aan de schenen: Wouter Bos, Job Cohen en Diederik Samson.

In de ogen van Fretz zijn zij onderweg, terwijl ze druk bezig waren met ‘verantwoordelijkheid nemen’, de grondbeginselen van de sociaaldemocratie – de eerlijke verdeling van kennis, macht en inkomen – uit het oog verloren. En daarom leven we nu met zijn allen in een – diepe ademhaling – neoliberale hel. What’s Left wordt daarmee een demasqué van het hedendaagse Nederland, een land dat altijd nét iets te trots op zichzelf lijkt.

En dat is weer zo’n stellingname, lekker polemisch getoonzet ook, waarmee menigeen het natuurlijk grondig oneens kan zijn. Fretz’s schotschrift dwingt in elk geval tot zelfreflectie. Over wie we zijn (geworden), wie we (willen) worden en of er überhaupt wel zoiets als ‘wij’ bestaat (of moet bestaan). En welke rol links daar dan weer in moet spelen, natuurlijk.

Klimaatrebellen, Tussen Hoop & Wanhoop

KRO-NCRV

Is het een protestactie, een ‘optreden’ in de openbare ruimte of toch een gewiekste combinatie van die twee? David Schwarz, een 29-jarige theatermaker, heeft een plekje uitgezocht op een doorgaande weg, legt daar een kussentje neer en gaat vervolgens zitten. Hij draagt een bord: ‘Ik ben doodsbang dat de maatschappij instort als gevolg van de klimaatcrisis’. De zitactie oogst weliswaar lof van zijn vriendin Ayla van Summeren (24), maar wordt hem niet door iedereen in dank afgenomen.

De Nederlandse actievoerder van de klimaatprotestgroep Extinction Rebellion heeft een plekje gekozen recht voor een auto. De bestuurder begint te toeteren en stapt uit. ‘Kun je niet dáár gaan zitten?’ vraagt hij, wijzend naar de stoep, niet eens heel onvriendelijk. David is echter onvermurwbaar. ‘Hij moet werken, man’, roept een omstander nog, maar de klimaatactivist wil van geen wijken weten en wacht op de onvermijdelijke confrontatie met de politie.

In Klimaatrebellen, Tussen Hoop & Wanhoop (55 min.) portretteert Ingeborg Jansen vijf vaderlandse jongelingen die zich genoodzaakt zien om hun klimaatdepressie, waarvan zij zelf ook last heeft, om te zetten in actie. Want ze zijn inmiddels ‘de bezorgde burger voorbij’, stelt bioloog Sandra van der Nat (30). En dus gaan ze, in de woorden van mede-actievoerder, student Sebastiaan Vannisselroy (21), ‘de wet overtreden, op een vreedzame manier, om toch maar gehoord te worden’.

Ze begeven zich naar publieke plekken of omstreden bedrijven zoals Shell of Campina en lijmen of ketenen zichzelf daar vast of veroorzaken gewoon een heleboel heisa. De navolgende arrestatie, en het bijbehorende strafblad, nemen ze op de koop toe. De acties hebben vaak ook een ludiek karakter. In Utrecht brengen ze bijvoorbeeld een brief vanuit de 21e eeuw, uit Utrecht aan Zee, huis aan huis rond. Je kunt er zelfs een bootje van vouwen, met daarop de tekst: ‘Uw huis na 2100?’.

Intussen gaat hun ‘gewone’ leven ook door. Sandra en haar al even gedreven vriend Merijn van Baardewijk (30) hebben zich bijvoorbeeld ingeschreven voor een nieuwbouwproject. David en Ayla vragen zich af of ze een kind op de wereld willen zetten. Dat is voor hen niet vanzelfsprekend. Want wat voor een leven geef je zo’n kind? Het is een vraag die Sebastiaan ook voorlegt aan zijn eigen moeder. Zij maakte zich in de jaren tachtig eveneens zorgen over de wereld. Waarom heeft ze dan tóch voor een kind gekozen?

Zo wordt in deze betrokken ‘actiefilm’, waarin Jansen de jongelingen zelf het woord geeft en aansluit bij hun ontregelende activiteiten, steeds duidelijker de achterkant van hun activisme zichtbaar: het onbegrip, de twijfel en – dat ook – het verdriet. Klimaatrebellen wordt daarmee een interessante aanvulling op Rebellion, de documentaire waarin onlangs van binnenuit de ontstaansgeschiedenis van de organisatie Extinction Rebellion in Groot-Brittannië in kaart is gebracht.

Beide films laten de, veelal hoogopgeleide, voorhoede van een nieuwe generatie idealisten aan het werk zien. Zij zijn opgezadeld met een giftige erfenis die hun toekomst – en die van alle andere aardbewoners – dreigt te verzieken. Met de moed der wanhoop en, ondanks alles, een gezonde dosis levenslust proberen ze het tij te keren.

Mr. Good? Gåten Eirik Jensen

Netflix

Waar je mee omgaat, word je mee besmet. Als drugsagent begint Eirik Jensen op een gegeven moment zoveel te lijken op de Hells Angels, Bandidos en Outlaws die hij moet bestrijden dat het onderscheid tussen hen nauwelijks meer is te maken. Niet alleen voor anderen overigens. Met alle gevolgen van dien: inmiddels zit Jensen als de Noorse verpersoonlijking van een ‘dirty cop’ achter de tralies in de Kongsvinger-gevangenis, veroordeeld tot 21 jaar cel.

De opkomst en ondergang van de gelauwerde Noorse politieman hebben allebei van doen met één en dezelfde man: de gehaaide informant ‘GT’. Gjermund Cappelen, ‘de drugsbaron van Asker en Bærum’ die zelf ook een veelgebruiker blijkt te zijn, zal Jensen eerst het ene na het andere succes bezorgen en tot Noorwegens bekendste politieman maken en daarna meesleuren in zijn eigen val – óf, andere lezing, er doelbewust inluizen.

Mr. Good? Gåten Eirik Jensen (Engelse titel: Mr. Good: Cop Or Crook?, 200 min.), een vierdelige serie van Trond Kvig Andreassen en Ragne Riise, ontrafelt de geruchtmakende zaak met Jensen zelf, zijn vriendin, moeder, dochter, ex-vrouw, politieagenten, advocaten, journalisten en (voormalige) zware jongens. Alleen die andere hoofdrolspeler, Gjermund Cappelen, schittert door afwezigheid. Zijn advocaten nemen de honneurs waar.

De beschuldigingen van drugshandel en corruptie tegen Eirik Jensen worden geïllustreerd met nieuwsreportages, verborgen camerabeelden, chat- en appverkeer tussen verdachten, audio-opnamen van politieverhoren, gereconstrueerde gebeurtenissen en impressies vanuit de rechtszaal. Want daar zal de tweestrijd tussen Jensen en Cappelen tot een climax komen, tijdens een zeer gecompliceerde (en hier wel ook erg lang uitgesponnen) rechtszaak.

De serie is tegen die tijd behoorlijk vastgelopen, in een verhaal waarvan de afloop al vanaf het begin min of meer vaststaat. Zelfs een flashback naar de zogenaamde Vliegtuigdroppingszaak, over een kilo amfetamine die in 1993 door de Nordlandsmafiaen vanuit Nederland naar Noorwegen is gesmokkeld, biedt dan geen uitkomst meer. Mr. Good gaat stilaan als een nachtkaars uit – al kan niet worden uitgesloten dat deze zaak, ooit, alsnog een andere wending krijgt.

Leven In Limbo

Human

Ze leven tussen hoop en vrees, wal en schip, en kastje en muur. Omdat ze niet kunnen bewijzen wie ze zijn, vastzitten in een heilloze situatie of niet terug willen of kunnen naar waar ze ooit thuis waren. Naar schatting telt Nederland zo’n 50.000 ongedocumenteerden. Daarvan wonen er dan weer ongeveer 5.000 in Rotterdam. Zonder verblijfsvergunning, recht op werk of onderwijs en perspectief op een ‘normaal’ leven in het land waar ze soms al tientallen jaren verblijven.

De vierdelige docuserie Leven In Limbo (160 min.), waarvoor acteur Gijs Scholten van Aschat de stevig aangezette voice-over verzorgt, portretteert een aantal van deze illegalen tijdens hun dagelijks leven. Ze worden ondersteund door het Rotterdams Ongedocumenteerden Steunpunt (ROS), dat is gehuisvest in de voormalige rooms-katholieke kerk ‘De Doortocht’ in Katendrecht. Die begeleiding is vooral een kwestie van pappen en nathouden, stelt één van de oprichters Connie van den Broek. Ze beantwoorden vragen, steken de helpende hand toe en verzorgen gratis Nederlandse les. Want bij de officiële lessen zijn hun cliënten niet welkom. Die worden immers geacht om het land te verlaten.

‘Ik wil eigenlijk niet wonen in een stad waar mensen doodgaan op straat’, stelt Van den Broek. Tegelijkertijd denkt hij ook praktisch: zelfs op de zwarte arbeidsmarkt is het voor deze uitgeprocedeerden handig als ze Nederlands kunnen. Ishmail een man uit Sierra Leone, is dat stadium allang voorbij. Hij heeft zelfs een eigen dichtbundel uit: Landschap Van Mijn Ziel. De 19-jarige Emilia beheerst de taal eveneens prima. De kans dat ze hier mag blijven is echter klein. Ze is in Nederland opgegroeid, maar heeft zich na een periode in Brazilië te laat, ná haar achttiende verjaardag, weer bij haar Braziliaanse moeder in Rotterdam gevoegd. Als volwassen vrouw heeft ze nu nauwelijks kans op een verblijfsvergunning.

Soms roepen die levensverhalen ook vragen op, zoals bijvoorbeeld het treurige relaas van Amro. Hij werd volgens eigen zeggen geboren in Frankrijk, heeft een Marokkaanse vader en woont al veertig jaar in Nederland, tegenwoordig in een klein hok nabij het water waarvoor hij elke dag over een hek moet klimmen. Frankrijk kent hem niet, Marokko accepteert hem niet en Nederland wil hem niet. Het is een hopeloos stemmende situatie, zoveel is duidelijk. Maar is dat ook het complete (achtergrond)verhaal? Daar ligt echter niet de focus van Leven in Limbo. Regisseur Martijn Heijne richt zich op de kleine menselijke verhalen. Hij laat zien hoe het is om te (over)leven in de illegaliteit en geeft personen die we doorgaan alleen kennen van statistieken – of zelfs dat vaak niet eens – een gezicht.

Soms tegen beter weten in houden ze in deze empathische miniserie hoop op een (legale) toekomst in Nederland. Ook omdat, volgens de gedreven Connie van den Broek, hoop nu eenmaal het laatste is wat sterft in een mens. Mede door Nederlanders met het hart op de goede plek zoals hij, overigens. Die ook nog beschikken over een inventieve geest, zo blijkt in het laatste deel. ‘Ik realiseer me ook wel dat ik een lot uit de loterij heb gehad’, zegt Van den Broek. ‘Zoals heel veel mensen in Nederland een lot uit de loterij hebben, als je dat op mondiale schaal gaat bekijken.’ Hij laat een korte stilte vallen. ‘En dat ik met dat lot uit de loterij tegen iemand anders ga zeggen: ja, jij hebt dat lot niet. En zoek het maar uit…’

Tamar: De Waarheden Van Renate Rubinstein

Renate Rubinstein

Als je niet beter wist, zou je denken: dit wordt karaktermoord. De tweedelige documentaire Tamar: De Waarheden Van Renate Rubinstein (119 min.) is nauwelijks twee minuten onderweg of de hoofdpersoon is al ‘een narcistische gek’, ‘een hele nare, onaangename vrouw’ en ‘heel onhebbelijk, onfatsoenlijk’ genoemd. Waarna iemand doodleuk zegt: ‘Ik vind het jammer dat ze geen zelfmoord heeft gepleegd.’

Renate Rubinstein (1929-1990), die vanaf begin jaren zestig onder het pseudoniem ‘Tamar’ een column had in Vrij Nederland, spreekt ruim dertig jaar na haar overlijden nog altijd tot de verbeelding, zullen we maar zeggen. Hans Goedkoop werkt zelfs al sinds de eerste helft van de jaren negentig aan een biografie en heeft daarvan onlangs weer een voorproefje uitgebracht: Vaderskind – De Oorlog Van Renate Rubinstein. Hij beheert tevens haar archief en fungeert als postiljon d’amour in het portret dat David de Jongh van de schrijfster heeft gemaakt. Daarin krijgen ook de messcherpe geschriften van Rubinstein, die zijn ingesproken door actrices, vanzelfsprekend een prominente plek.

Centraal in de vertelling staan Rubinsteins rouw om haar Joodse vader, die werd afgevoerd naar Auschwitz, en de moeizame relatie die ze had met haar moeder (waarvan de afwikkeling overigens nauwelijks wordt belicht in de film). Van daaruit ontwikkelde zij zich tot een bijzonder uitgesproken vrouw met een stormachtig relatieleven. Daarbij ruimt De Jongh vanzelfsprekend ook een belangrijke plek in voor Rubinsteins scandaleuze onthulling, in het postuum verschenen boek Mijn Beter Ik, dat ze jarenlang een geheime relatie had met haar collega-schrijver Simon Carmiggelt.

Met haar broer en zus, andere familieleden, tweede echtgenoot Jaap van Heerden, studiegenoot Hedy d’Ancona en collega-schrijvers schetst De Jongh een gelaagd portret van een vrouw die vriend en vijand voortdurend kon blijven verbazen. Dit komt erg pregnant tot uiting in de geruchtmakende kwestie Weinreb. Friedrich Weinreb zou tijdens de Tweede Wereldoorlog tientallen Joden hebben gered. Als hij later onder vuur komt te liggen vanwege mogelijk seksueel misbruik, verdedigt Renate Rubinstein hem te vuur en te zwaard. Het is alleen de vraag of ze de zaak wel goed heeft bestudeerd.

Op zulke momenten blijkt ze geen kat om zonder handschoenen aan te pakken. Het dier, dat jarenlang als vaste gast fungeerde in haar Tamar-columns, krijgt van David de Jongh een prominente plek in dit treffende portret. Hij laat regelmatig een poes door het beeld paraderen. Als tastbare herinnering aan zijn fiere hoofdpersoon, die voor veel mensen onweerstaanbaar én onmogelijk schijnt te zijn geweest. Wanneer Rubinstein in de laatste jaren van haar leven Multiple Sclerosis krijgt, zoekt ze steun bij haar neef Maurits. Hij zal haar liefdevol begeleiden naar het, tóch, door haarzelf georkestreerde einde.

Duty Of Care

Hij vond een uitweg uit de machteloosheid die veel klimaatactivisten al tijden helemaal lamsloeg. Nadat Roger Cox Al Gore’s alarmistische documentaire An Inconvenient Truth (2006) had gezien, realiseerde de Limburgse jurist zich dat de klimaatcrisis de voornaamste uitdaging van onze tijd is en dat het recht een belangrijk instrument zou kunnen zijn om die te bezweren. Namens Urgenda daagde hij de Nederlandse staat voor het gerecht, om zo het verminderen van de uitstoot van schadelijke broeikasgassen af te dwingen, en boekte daarmee een juridische overwinning die in de hele wereld met gejuich werd begroet.

Sindsdien doet in alle windstreken het idee opgeld dat een overheid ook een zogenaamde Duty Of Care (78 min.), een zorgplicht, heeft als het gaat om de staat van de aarde. En dat idee wil de Vlaamse filmmaker Nic Balthazar, die zich al jaren zorgen maakt over het klimaat, samen met 58.000 eisers verder exploreren. Met de Nederlandse advocaat aan hun zijde brengen zij de zaak ook in België voor de rechter. Intussen heeft Roger Cox zich alweer in een nieuwe kwestie vastgebeten: namens Milieudefensie daagt hij multinational Royal Dutch Shell voor het gerecht. Saillant detail: zijn vrouw Saskia, tevens jurist, komt uit een echte Shell-familie.

Balthazar volgt de Nederlandse klimaatadvocaat in deze vlotte activistische film tijdens zijn baanbrekende werk en laat dit inkaderen en becommentariëren door internationale medestanders zoals de activiste Luisa Neubauer, klimaatjurist Farhana Yamin en eurocommissaris Frans Timmermans. Cox is inmiddels een internationale bekendheid geworden. Het invloedrijke Amerikaanse tijdschrift Time riep hem eind 2021 zelfs uit tot één van de honderd invloedrijkste mensen van de wereld. En de motivatie daarbij werd, om de cirkel rond te maken, geschreven door niemand minder dan de voormalige Amerikaanse vicepresident en klimaatactivist Al Gore.

Op een terrasje zinspeelt Roger Cox tegenover Nic Balthazar ondertussen alweer op nieuwe grensverleggende juridische stappen: kunnen de CEO’s van multinationals ook persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de milieuschade die zij veroorzaken?

Kroniek Van Een Moderne Koning

Human

Zijn koninklijk paleis staat midden in de Bijlmer. Koning Nyanin, leider van de Ghanese Ashanti-gemeenschap in Nederland, wordt alleen niet door al zijn landgenoten geaccepteerd. Er is ook nog een koningin: Ama Serwaa Nyarko. Haar vader droeg ooit de Gouden Zetel der Ashanti’s op zijn rug. En zij wordt nu gesteund door de Opperkoning in het Ghanese Manhyia-paleis.

In totaal wonen er ruim 25.000 Ghanezen in ons land. Zij raken in Kroniek Van Een Moderne Koning (50 min.) verwikkeld in een soort Afrikaanse variant op Game Of Thrones. In hartje Amsterdam proberen de twee rivalen op alle mogelijke manieren hun eigen positie te versterken. Dit gaat natuurlijk niet gepaard met moord en doodslag, maar wel met veel borstklopperij, gekonkel en uiterlijk vertoon.

Zo organiseert Nyanin bijvoorbeeld een durbar, een groots opgezet traditioneel evenement, waar ook een delegatie uit het moederland wordt verwelkomd. ‘Zij claimen de titel’, reageert de rechterhand en woordvoerder van de koningin verontwaardigd in deze boeiende film van Kees-Jan Husselman. ‘Maar wij zijn de uitverkorenen.’ Hoog tijd dus om Ama Serwaa’s connecties in Ghana aan te halen. 

Husselman tekent alle verwikkelingen van binnenuit op en zorgt als verteller op nuchtere toon voor context. Op die manier documenteert hij een bijzonder bloemrijke cultuur – waarvan de expressieve uitvaartrituelen eerder al waren te zien in Paul Sin Nam Rigters documentaire Dood In De Bijlmer – die ook in den vreemde met veel pracht en praal wordt uitgedragen.

The Mirror And The Window

Doxy

Hij laat een foto van een klein meisje zien. Als filmmaker/editor weet Danniel Danniel als geen ander dat elke film een belofte inhoudt. Hij had daarvoor eerst een pistool in gedachten. Als hij die in het begin zou laten zien, zou de kijker vast benieuwd zijn wanneer, door wie en waarom ermee zou worden geschoten. Maar hoe kom je aan een wapen in Nederland? En hoe zou hij de film daarmee dan moeten afronden? Zijn belofte wordt dus een foto van een onbekend kind. En dat moet aan het einde van de film dan terugkomen.

Danniel weet dat hij niet meer lang zal leven en heeft zijn vriend Diego Gutiérrez gevraagd om hem te filmen. Ze spreken regelmatig af in een Nederlands restaurant, waar Danniel zich op een vreemde manier thuis voelt. Juist omdat het zo’n onpersoonlijke plek is en de echte allure ervan tot het verleden behoort. Intussen is ook Gina Coppe, de moeder van Gutiérrez, aanbeland in de allerlaatste fase van haar leven. In haar woning in Mexico-Stad, waar ze persoonlijke verzorging krijgt, vertelt ze over de relatie met zijn vader en mijmert ze over de liefde van haar leven, waarmee ze hem bedroog.

In The Mirror And The Window (93 min.) portretteert de Mexicaanse filmmaker, die vanuit Nederland opereert, deze twee mensen van wie hij afscheid zal moeten nemen. Hij doorsnijdt hun verhalen met beelden van een bootreis naar Antarctica, daar waar de mens zich nauwelijks doet gelden en de natuurlijke orde der dingen ongestoord zijn gang kan gaan. Die moet ongetwijfeld hun tocht naar het einde weerspiegelen. ‘Daniel en mijn moeder, ik heb het gevoel dat ik twee brandende kaarsen film die me vragen om door te gaan met filmen’, verzucht Gutiérrez in één van de voice-overs waarmee hij de film bijeenhoudt. ‘Zelfs als de kaars uitdooft.’

Ondanks het pistool dat de hele tijd boven de vertelling hangt, in de vorm van de foto van een ‘meisje’, blijft die tamelijk taai. Voor een buitenstaander blijft het zoeken naar de betekenis van de intieme scènes en gesprekken die hem worden voorgeschoteld. Zoals de direct betrokkenen zelf, aan de vooravond van hun levenseinde, ook naarstig op zoek zijn naar zingeving. Ze editten hun leven, selecteren de scènes die in hun verhaal te pas komen en laten de rest achterwege, als ruw materiaal dat ze liever voor zichzelf houden. Intussen komt het aangekondigde einde naderbij, in een zoekende film die wil aanzetten tot bespiegeling.

Een Porseleinen Huwelijk

ICU Documentaires

Achter de traan van Maxima, waarmee op zaterdag 2 februari 2002 haar huwelijk met de Nederlandse kroonprins Willem-Alexander officieus werd bezegeld, gaat een gevoelige kwestie schuil. Dat was natuurlijk al bekend. Omdat hij jarenlang deel uitmaakte van het schrikbewind van de Argentijnse dictator Videla, mocht Maxima’s vader Jorge Zorreguieta destijds niet aanwezig zijn bij de officiële huwelijksplechtigheid. Dit had de Nederlandse topdiplomaat Max van der Stoel, in opdracht van de toenmalige premier Wim Kok, hoogstpersoonlijk uitonderhandeld.

Toch is het complete verhaal daarmee niet verteld. De vierdelige documentaireserie Een Porseleinen Huwelijk (200 min.), een nauwgezette journalistieke ‘reconstructie van een koningsdrama’, bevat nog enkele saillante onthullingen. Martin Maat en Hans Hermans hebben de hand weten te leggen op handgeschreven aantekeningen van Van der Stoel en spreken met zijn zoon Scipio, die hij destijds in vertrouwen nam over zijn bevindingen. Zo kunnen ze achter de schermen kijken bij deze gevoelige kwestie, die dreigde uit te monden in een constitutionele crisis.

Maat en Hermans hebben sowieso een imposante lijst bronnen voor de camera gekregen. Behalve Van der Stoel komen bijvoorbeeld ook toenmalig PvdA-fractievoorzitter en Kok-confidant Ad Melkert, hoogleraar Michiel Baud (die onderzoek deed naar Zorreguieta’s rol tijdens de dictatuur), de Nederlandse correspondent Jan Thielen (die meermaals met de vader van Maxima sprak), de Argentijnse grootgrondbezitter Mauricio Goyenechea (een huisvriend van de Zorreguieta’s) en Nederlandse Videla-opponenten als Frits Barend en Freek de Jonge aan het woord.

Zo wordt het schaakspel achter de coulissen zichtbaar – letterlijk verbeeld met een bord en stukken – maar wordt ook het drama daarachter invoelbaar gemaakt. De verschrikkingen van de Argentijnse dictatuur komen tot leven via interviews met de 95-jarige Delia Giavanola, één van de oprichters van De Dwaze Moeders die jarenlang op La Plaza de Mayo in Buenos Aires aandacht vroegen voor hun verdwenen kinderen, en haar kleinzoon Martín, die na de moord op zijn ouders in het geheim ter adoptie is aangeboden en pas onlangs met zijn hoogbejaarde oma werd herenigd.

Een Porseleinen Huwelijk zoomt tevens in op de juridische stappen die destijds werden gezet tegen Jorge Zorreguieta. Nadat de strafkamer van het gerechtshof Amsterdam in het najaar van 2000 had bepaald dat de Surinaamse leider Desi Bouterse in Nederland kon worden vervolgd voor de zogenaamde Decembermoorden, leek ook een rechtsgang tegen Zorreguieta hier ineens tot de mogelijkheid te behoren. De poging van enkele Nederlandse advocaten om Maxima’s vader namens slachtoffers van het Videla-regime te vervolgen, zou evenwel rigoureus worden gedwarsboomd.

Minutieus ontleden Martin Maat en Hans Hermans in deze boeiende miniserie alle aspecten van De Kwestie Zorreguieta, een zaak die twintig jaar geleden heel Nederland – en half Argentinië – in zijn greep hield. Totdat ons land echt kennismaakte met de bevallige echtgenote van de toekomstige koning en op het moment suprême, tijdens de huwelijksvoltrekking in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, die ontzettend mediagenieke traan over haar wang biggelde. Daarmee werd in zekere zin niet alleen haar huwelijk bezegeld, maar ook de affaire die daarmee verbonden dreigde te raken.

Wieder Gut

EO

Bij de Auschwitz-herdenking van 2020, 75 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, bood minister-president Mark Rutte excuses aan voor het handelen van de Nederlandse overheid tijdens de oorlog. Het Duitse staatshoofd Richard von Weizsäcker benoemde 35 jaar eerder, tijdens een veelgeprezen rede op 8 mei 1985, al nadrukkelijk de schuld van zijn land.

Hebben onze Oosterburen daarmee een voorsprong genomen als het gaat om het erkennen van hun eigen rol in de Holocaust? vragen de Nederlander Ruben Gischler en zijn Duitse buurman Tobias Müller zich af. In een rode eend trekken ze er vanuit Amsterdam samen op uit om te bekijken hoe (verschillend) de twee landen de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging herdenken en een plek geven in de educatie van een nieuwe generatie landgenoten.

Ze gaan in Wieder Gut (55 min.) bijvoorbeeld in gesprek met de Duitse kunstenaar Gunter Demnig die in heel Duitsland ‘Stolpersteine’ voor vermoorde Joden aanlegt en ontmoeten verder deelnemers aan een brievenproject van het Etty Hillesum Lyceum, waarbij Holocaust-overlevenden en jongeren, vaak met een niet-westerse achtergrond, gaan schrijven met elkaar. Ook spreken Gischler en Müller in Nederland met de vermaarde architect Daniel Libeskind.

Wat ziet hij als hij kijkt naar de Nederlandse en de Duitse aanpak? vragen ze hem. ‘Wat me opvalt is dat de Duitsers al vroeg besloten hebben dat het land niet verder kon zonder de erkenning en het bespreken van de gevolgen van genocide’, zegt de man die met het Namenmonument heel wat drempels moest nemen in Amsterdam. ‘Andere landen, zoals Oostenrijk, verstoppen het ergens in hun achterhoofd. De waarheid is de dochter van de tijd. Uiteindelijk blijft niets verborgen.’

De trip van Ruben Gischler en Tobias Müller eindigt uiteindelijk op de plek die een belangrijk symbool is geworden voor het Nederlandse aandeel in de Holocaust, Kamp Westerbork. Daar komt het bezoek van oorlogsoverlever Tswi Herschel en een groep zeer geïnteresseerde Duitse scholieren van het Max Windmüller Gymnasium, vernoemd naar een Joodse verzetsstrijder, tot een emotionele ontlading. Uit die oorlog kan en moet nog volop lering worden getrokken.

Alleman

‘We’ waren nog met twaalf miljoen, volledig verzuild en leefden een tempootje of drie langzamer. Alleman (82 min.), Bert Haanstra’s klassieke documentaire uit 1963, laat zien wie wij ooit waren. Dit is het Nederland waarnaar sommigen onder ons zo opzichtig terugverlangen: onschuldig, kneuterig en blank (herstel: wit). Een land van pak ‘m beet de kerk, wandelclubs, schaatsen, Carnaval, haring happen, marsmuziek en koningin Juliana. En regen, ook toen al.

De documentaire werd een enorm succes. Nederland keek graag naar zichzelf, ook toen al. Hoewel Alleman inmiddels bijna zestig jaar oud is, verveelt de film geen seconde. Ook een 21e eeuwse kijker kan zich verlustigen aan hoe ongelooflijk filmisch en ritmisch de documentaire is – en hoe ongelooflijk knap dat is, gezien de destijds beschikbare apparatuur – en de effectiviteit Haanstra waarmee bijvoorbeeld beeldrijm en muziek inzet.

Magnifieke scènes te over. Nieuwe schepen die met groot geweld voor het eerst te water gaan. Het borstbeeld van Adolf Hitler (‘hij durft je niet recht in de ogen te kijken’) dat te koop wordt aangeboden op de markt. De kostelijke montage van talloze amateuruitvoeringen van één en dezelfde theaterscène. Een enerverende sportsequentie op het Louis Davids-liedje De Voetbalmatch. En – natuurlijk! – dat overvolle strand waar Nederlanders ondanks elkaar ontspannen verpozen.

Schrijver Simon Carmiggelt verzorgt het speelse commentaar bij de veelal met een verborgen camera opgenomen zwartwit-beelden van gewone Nederlanders – en het Koninklijk Huis – tijdens hun dagelijkse bezigheden. Gezamenlijk vormen zij een wereld die de meeste landgenoten inmiddels alleen van horen zeggen kennen – en die ruim een halve eeuw later van een soort update werd voorzien door John Appel met de documentaire Sprekend Nederland.

Alleman, nog altijd de beste bezochte documentaire in de Nederlandse bioscoopgeschiedenis, werd destijds beloond met een Gouden Beer op het filmfestival van Berlijn en genomineerd voor een Oscar (een prijs die Bert Haanstra enkele jaren eerder al in de wacht had gesleept met zijn korte film Glas). In 2007 werd Alleman op het IDFA bovendien gekozen tot beste Nederlandse documentaire sinds 1945. Een parel uit de vaderlandse filmgeschiedenis, kortom.

Over Grenzen

Prime Video

Afgaande op de lawine van nieuwsberichten over drugsvondsten, laboratoria voor synthetische drugs en afrekeningen binnen het criminele circuit, was de conclusie eigenlijk al onvermijdelijk: Nederland en België nemen een sleutelpositie binnen de internationale drugshandel in. Toch sorteert de vierdelige documentaireserie Over Grenzen (168 min.) nog wel degelijk een schokeffect. Door de schaal van de serie (die zich afspeelt in Mexico, Brazilië, Australië en talloze plekken in de lage landen), de miljardenindustrie die daaruit naar voren komt en de geestdrift waarmee die zich echt in onze directe leefomgeving nestelt.

Deze wereldwijde business, met vertakkingen naar allerlei kleinere en grotere organisaties, gaat bijzonder inventief te werk. In de havens van Rotterdam en Antwerpen arriveren bijvoorbeeld containers die zijn ingericht als appartement. ‘Dus de uithalers, degenen die de switch moeten uitvoeren, zitten al in de container en worden stiekem ook al op de kade gezet’ vertelt de Belgische misdaadjournalist Joris van der Aa. ‘Ze verblijven soms dagen of weken aan één stuk in een container. Er is een wastafel en een toilet in gemaakt. Ze komen eruit. Ze laden de drugs over. En dan gaat die container van de kade af.’

‘Nederland is een draaischijf voor de internationale cokehandel’, stelt zijn Nederlandse collega Yelle Tieleman, één van de misdaadverslaggevers die in deze ambitieuze miniserie van Joost van der Valk, Duco Coops, Anna Maria van ‘t Hek, Sakir Khader, Minna Sedmakov en Joey Boink voor duiding zorgt. Daarnaast laten zij bestuurders, politiefunctionarissen, undercoveragenten en douanebeambten aan het woord. Ze mogen bovendien een kijkje nemen bij zowel politieacties als de illegale praktijken van (geanonimiseerde) labmedewerkers, smokkelaars, uithalers, drugsrunners en rippers, mannen die met bruut geweld dealers beroven.

Gezamenlijk schetsen zij een schemerwereld waarin morele grenzen vervagen en onder- en bovenwereld steeds meer met elkaar verweven dreigen te raken. Ex-smokkelaar Nina Lindeborg vertelt bijvoorbeeld hoe ze kinderlijk eenvoudig een havenmedewerker wist te strikken. Eerst volgde ze met haar eigen auto de bus waarin de man zat, toen hij uitstapte sprak ze hem aan. ‘Binnen dertig seconden zat hij in mijn auto’, zegt ze trots. ‘Ik heb hem een blow job gegeven en toen heb ik hem thuisgebracht. Binnen 24 uur wist ik alles van hem.’ Ze kijkt uitdagend in de camera: ‘En zo wordt het broodje altijd belegd.’

De eerste aflevering van deze met duistere beelden en dreigende muziekjes volgepompte serie ontleedt de internationale handel in cocaïne, aflevering 2 concentreert zich op synthetische drugs, crystal meth in het bijzonder. In deel drie is te zien hoe de georganiseerde misdaad zich manifesteert in het gewone leven, via witwassen, het bedreigen van bestuurders en criminele weldoeners, die zich in sociale activiteiten mengen of sportclubs beginnen te sponsoren. En de laatste aflevering belicht hoe misdaadbendes steeds nieuwe manieren zoeken, de verpletterende drug Fentanyl bijvoorbeeld, om snel geld te verdienen.

‘Als je morgen drugs legaliseert en de Bijbel verbiedt’, zegt Marc Vancoillie, het hoofd van de Centrale Drugs Cel Federale Politie van België, treffend. ‘Dan gaan die criminelen morgen de Bijbel verkopen.’ Tegen zoveel amoreel koopmanschap, dat zich bovendien bijna ongemerkt vestigt in willekeurige plaatsen als Hedel, Hechtel-Eksel of de Wouwse Plantage (waar zowaar een martelkamer met tandartsstoel en allerlei werktuigen werd aangetroffen), is nauwelijks beleid te maken. Toch blijven de autoriteiten aan beide zijden van de Nederlandse en Belgische grens alles op alles zetten. Afgaande op deze onheilszwangere miniserie, die steevast door Antoine Bodar wordt ingeleid met een bezwerende preek, zou dat wel eens een gevecht tegen de bierkaai kunnen worden.

Alsof Ík Palestina Heb Gestolen

Laat Frans ter plekke maar schuiven. Zolang wij als nijvere redactie urgente onderwerpen bedenken en daarbij de juiste mensen binnen harken, haalt hij op locatie, ergens in Nederland, het verhaal wel boven. En van het materiaal waarmee hij vervolgens thuiskomt, boetseren wij dan weer een lopende vertelling.

Zo ongeveer stel ik me voor dat er wordt gewerkt bij &Bromet, het bedrijf waarmee Frans Bromet, dik in de zeventig inmiddels, al jaren de ene na de andere tv docu de wereld instuurt. Geen onderwerp of taboe blijft daarbij onbesproken; van de Amsterdamse taxioorlog tot oorlogstrauma’s, van dementie tot Rechts Nederland en van orgaandonatie tot mannen in de knoop. Frans is bereid om met alles en iedereen in gesprek te gaan.

En nu komt antisemitisme aan de beurt in de degelijke interviewfilm Alsof Ík Palestina Heb Gestolen (57 min.). Of: kritiek op de staat Israël. Ik bedoel: opkomen voor de rechten van Palestijnen. Die dingen mag je niet door elkaar halen of verbinden – al gebeurt dat natuurlijk wel vaak. En het blijkt, steeds weer, verdomd lastig om het één van het ander te onderscheiden – en onderweg niet te worden uitgemaakt voor Israël-propagandist of antisemiet.

De kwestie Palestina-Israël is sinds jaar en dag een gigantisch mijnenveld, waar vrijwel niemand ongeschonden uit tevoorschijn komt. Frans Bromet stapt er nochtans dapper in. Eerst gaat hij op bezoek bij Joodse Nederlanders die te maken hebben gekregen met intimidatie en geweld. Daarna begeeft hij zich op de Amsterdamse Dam tussen demonstranten voor een vrij Palestina en de zelfverklaarde Vrienden van Israël. Beide partijen krijgen een podium.

Hij gaat verder in gesprek met de directeur van het CIDI en laat ook criticasters daarvan, van de organisaties Een Ander Joods Geluid en The Rights Forum, aan het woord. Waarna influencer Youness Ouaali, die ooit de woede van Joods Nederland over zich afriep met een anti-Israël statement, zijn beklag mag doen over hoe elke discussie wordt gekaapt door antisemitisme-roepers en oud-premier Dries van Agt geëmotioneerd tegen het beleid van de staat Israël pleit.

In deze serieuze, soms wat lang uitgevallen gesprekken – waarbij er (natuurlijk) ook verschil van mening is of Jodenhaat in Nederland nu toeneemt of niet en wie dat dan kan/mag bepalen – gaat Bromet op zoek naar de scheidslijn tussen kritiek op Israël en antisemitisme. Waarbij het de vraag blijft of die echt is te trekken. De vraag stellen lijkt ook in dit geval hem… juist.

En daarna, als alles is benoemd en de kwestie toch nog lang niet is uitgepraat, staat vast alweer volgende draaiklus in de agenda van Frans…

Foto-Eddy: De Negatieven Van Mijn Vader

NTR

Voor een artikel voor Vrij Nederland over de autolobby en Neerlands overvolle wegennetwerk zou hij halverwege de jaren zeventig de fotografie verzorgen. Enkele dagen voor de deadline overlegde Eddy de Jongh een enorme stapel foto’s op de redactie van het weekblad. ‘Er stonden bijna geen auto’s op’, herinnert een collega zich nog altijd verbaasd. ‘Doodstille straten’, vertelt een ander. Eddy haalde hulpeloos zijn schouders op: ‘Ja, ze waren er niet.’ Nog jaren later kreeg de schrijver van het artikel, Gerard Mulder, volgens eigen zeggen af en toe telefoontjes van de fotograaf. ‘Die zei dan met een soort grafstem: kijk op de klok. Ik zei: ja, het is vijf uur. Dan zei ie: en geen files! Ik zeg het je maar even: geen files!’

Zulke verhalen waren er in overvloed over Eddy de Jongh (1920-2002), die tevens jarenlang voor het NOS Journaal werkte. Was het onhandigheid of opzet, onderdeel van een soort zelfvernietiging? Zoon David gaat in de documentaire Foto-Eddy – Negatieven Van Mijn Vader (83 min.) uit 2013 met collega’s, andere kinderen en ex-vrouwen (vijf in getal, David is uit huwelijk vier) op onderzoek uit in het turbulente leven van zijn vader. De naam Foto-Eddy kreeg hij omdat er nog een andere Eddy in de familie was, een neef die internationale faam zou verwerven als kunsthistoricus. Ofwel: Kunst-Eddy. Ze waren de enige twee van hun familie, niet-gelovige Joden, die de Tweede Wereldoorlog overleefden.

Dat leek heel lang geen thema in het leven van Eddy de Jongh. Althans, er werd niet over gesproken. Er waren ook genoeg andere gespreksonderwerpen: drank, schulden en vrouwen bijvoorbeeld. Altijd weer vrouwen. ‘Bij elk opwaaiend zomerjurkje gingen de hormonen alweer de Bolero dansen’, zegt een vriendin. ‘Een rokkenjager eerste klas’, noemt een collega hem. ‘Verliefd zijn is een ziekte’, constateert Eddy zelf in één van de interviews, vastgelegd op ouderwetse audiocassettes, die David ooit met hem deed. ‘Maar een heerlijke ziekte.’ Nadat hij zich een delirium had gedronken en daarna even was opgenomen in een psychiatrische kliniek beschreef Eddy ’t aan Davids moeder Toos ooit als volgt: ‘Het neuken staat mij nader dan het lachen.’

Zo’n vent – een flierefluiter waar je nooit helemaal nooit vat op kreeg, een kerel die de oorlog de leukste tijd van zijn leven noemde en een man waarop je met geen mogelijkheid boos kon worden en die zijn laatste echtgenote tóch tot razernij dreef – is natuurlijk een tot de verbeelding sprekend filmpersonage. David de Jongh smeedt Eddys lotgevallen bovendien hoogstpersoonlijk aaneen met een nuchtere voice-over, onderkoelde humor en swingende jazzmuziek (die de man zelf ook wel had kunnen waarderen). Behalve een fijn postuum portret van zijn vader is Foto-Eddy ook een boeiend document geworden over de tijd dat Vrij Nederland nog de dienst uitmaakte in de door allerlei kleurrijke figuren bevolkte journalistiek.

En te langen leste bleken die autoloze wegen zowaar ook nog hun eigen verhaal te hebben…

Foto-Eddy: De Negatieven Van Mijn Vader is hier te bekijken. En op David de Jonghs YouTube-account zijn allerlei extra’s te vinden.

The Return: Life After ISIS

VPRO

‘Weet jij wat de Jihad echt inhoudt?’ zegt de ene kleuter tegen de andere. ‘De Jihad is belangrijk. Als je een Jihadi bent, kan niemand je pijn doen. Je bent je eigen baas, begrijp je?’ Intussen klauteren ze samen op een geïmproviseerd klimrek in Kamp Al-Roj. ‘En als je sterft als Jihadi, ga je rechtstreeks naar het paradijs.’

De kinderen zijn zojuist met hun moeders gearriveerd in het gevangenenkamp in het Noordoosten van Syrië en zullen daar nog een aanzienlijke tijd verblijven. De vrouwen komen oorspronkelijk uit Groot-Brittannië, Canada, de Verenigde Staten, Duitsland én Nederland. In hun geboortelanden zijn deze ‘bruiden’ van de terreurbeweging Islamitische Staat echter helemaal niet meer welkom. Maar waar moeten ze dan heen? En wat willen ze, ouder en soms wijzer, eigenlijk zelf?

The Return: Life After ISIS (90 min.) portretteert de vrouwen, waaronder Hafida Haddouch en Nawal Hammoudi uit Nederland, terwijl hun leven in de pauzestand staat en er alle gelegenheid is om te reflecteren op hun jeugd in het westen, hun bekering tot de fundamentalistische Islam en hun, veelal ellendige, tijd in het kalifaat. Regisseur Alba Sotorra Clua omkleedt deze herinneringen met beelden van de oorlog tegen Islamitische Staat en propagandavideo’s van de bruten zelf.

Is het voor te stellen dat de westerse tieners – want zo oud waren ze meestal toen ze radicaliseerden – ten prooi vielen aan de perverse IS-ideologie? Of valt het deze zusters van Laura H wel degelijk aan te rekenen dat ze afreisden naar het kalifaat en daar onderdeel werden van een regime dat zich schuldig maakte aan alle mogelijke mensenrechtenschendingen? Ook al kleeft er aan hun eigen handen, omdat ze thuis voor de kinderen moesten zorgen, dan toevallig geen bloed.

‘Ik wil naar huis en niet verplicht worden om hier te zijn’, moppert de Canadese Kimberly, die beweert dat ze zelfs nog nooit een verkeersboete heeft gehad. ‘Waarom wordt me de toegang tot mijn land en kinderen ontzegd?’ Haar begeleidster, de doorgaans vergevingsgezinde Koerdische vrouwenrechtenactiviste Sevinaz Evdike, reageert fel. ‘Jij misschien niet, maar je echtgenoot misschien wel. Hij kan mijn neef vermoord hebben. Mijn buurman. Mijn leraar. Of mijn vriend.’

In kampen zoals Roj bevinden zich zo’n 64.000 vrouwen en kinderen van Islamitische Staat. Deze indringende film ontdoet hen van hun afzichtelijke IS-tronie en geeft hen weer een menselijk gezicht, zónder dat ze daarmee automatisch ook de verantwoordelijkheid voor hun eigen keuzes mogen ontlopen. Verdient Hoda Muthana, een jonge Amerikaanse vrouw die onder de noemer @UmmJihad duizenden opruiende tweets plaatste, bijvoorbeeld ook een tweede kans?

Feit is dat vrouwen zoals zij worden uitgekotst door hun vroegere omgeving, waarnaar ze nu maar al te graag zouden terugkeren. Ze zitten daardoor gevangen in een soort niemandsland tussen de droom die een nachtmerrie werd – óók voor hen – en het andere leven dat hen – vanwege begrijpelijke overwegingen – niet wordt vergund. Dat schept getuige deze krachtige en ook belangwekkende film weliswaar een band, maar lijkt tegelijkertijd ook onhoudbaar. Al is het alleen vanwege die kinderen.

Normal Is Over

Renée Scheltema

Bijna een halve eeuw geleden waarschuwde een groep prominente wetenschappers, verzameld in de Club van Rome, al dat de aarde de oneindige behoefte aan beter, groter en meer van de mens nooit aan zou kunnen. Het rapport De Grenzen Aan De Groei fungeerde in 1972 als een wake-up call voor een complete generatie: het moest en zou anders met de wereld. Renée Scheltema was één van hen. Ze herinnert zich nog goed hoe ze tijdens de oliecrisis ging rolschaatsen op autoloze zondagen. Tegelijkertijd zag ze dat er uiteindelijk (te) weinig veranderde. Economische groei bleef leidend.

Sinds begin jaren negentig woont de Nederlandse met haar gezin in Zuid-Afrika. Gaandeweg groeide bij haar behoefte om de staat van de aarde op te maken in een persoonlijke film en te bekijken hoe de klimaatverandering, milieuverontreiniging en de massale uitroeiing van allerlei diersoorten tot staan kan worden gebracht. Want het roer moet om volgens haar en, zoals wiskundige/filosoof Charles Eisenstein het uitdrukt, Normal Is Over (102 min.). Dat uitgangspunt brengt haar gedurende enkele jaren naar alle uithoeken van de wereld, waar ze in gesprek gaat met wetenschappers, deskundigen en activisten.

De teneur van de film is beurtelings idealistisch, alarmistisch én hoopvol. Want initiatieven om de zaak ten goede te keren zijn er ook volop. Al blijft het vigerende maatschappijmodel, en de daarmee verbonden economische mores en verhoudingen, erg hardnekkig. Een enkele keer stuit Scheltema tevens op een luchtig tafereel, zoals wanneer de enorme koe van dierenactiviste Marina Rust-Evans in de keuken belandt en het halve interieur dreigt te verpletteren. Knuffelend krijgt de ‘cowgirl’ hem uiteindelijk toch weer naar buiten. 

Door zijn inhoud en toonzetting zal Normal Is Over, dat ongegeneerd ijvert voor een betere wereld, niettemin vooral aftrek vinden bij een kijkersgroep, die zich sowieso al bekommert om de toekomst van de aarde en haar bewoners. Want om de (meeste) ideeën in de documentaire te omarmen, zal ieder van ons ook zijn eigen streven naar economische groei moeten loslaten. En dat lukt vermoedelijk pas als we in ons eigen leven de absolute noodzaak daartoe zien.

Wellicht dat de Coronacrisis daarin nog als vliegwiel gaat fungeren…

Jano & Shiro, A Brother’s Journey

Prospektor

De voettocht begon in Syrië. Daarna volgden Turkije, Griekenland, Albanië, Montenegro, Bosnië en Kroatië. De broers Jano (18) en Shiro (15) leerden intussen op elkaar te vertrouwen. Ze moesten wel. ‘Ik kan mijn jeugd niet opnieuw beleven’, verzuchtte Jano onderweg, in de Kroatische sneeuw en veel te verstandig voor zijn leeftijd. Over zijn broer: ‘Hij heeft nog twee of drie jaar. Ik hoop dat hij nog zoiets als een kindertijd heeft voordat hij volwassen wordt.’

En toen ineens, bij de Sloveense grens, raakten ze elkaar kwijt. Geconfronteerd met de politie sloegen de broers op de vlucht. Allebei een andere kant op. Kwijt. Verloren ook. Jano moest op zoek naar zijn jongere broertje en probeerde intussen zijn vader, die nog gewoon ‘thuis’ verbleef, te kalmeren. ‘Nog steeds geen nieuws over Shiro?’, vroeg die ongerust. ‘Maak je niet druk’, antwoordde zijn oudste zoon, ook tegen zichzelf. ‘Die belt morgen wel.’

In Jano & Shiro, A Brother’s Journey (34 min.), de voorbode van een groter project over de reis van minderjarige vluchtelingen door Europa genaamd Shadow Game, volgen Eefje Blankevoort en Els van Driel de twee Syrische broers tijdens hun jarenlange tocht naar een nieuw en veilig thuis. Ze zullen in het kielzog van Jano en Shiro nog diverse plekken moeten aandoen. En eenmaal op de plaats van bestemming, Nederland, wacht de Syrische broers opnieuw een scheiding.

Shiro kan als minderjarige direct een start maken met zijn nieuwe leven, de (net) meerderjarige Jano is veroordeeld tot een ellenlange asielprocedure, in een andere uithoek van het land bovendien. Het is een treffend slotakkoord voor deze barre en louterende trip door een wereld die eigenlijk niet op jongens zoals zij zit te wachten. Blankevoort en Van Driel brengen hun coming of age-reis, met effectief gebruik van splitscreen en prikkelende muziek, krachtig in beeld.

Waarbij na afloop de vraag blijft hangen of de ervaringen onderweg Jano en Shiro nog parten gaan spelen in hun nieuwe bestaan.

Het Leven Is Droom

KRO-NCRV

Het heeft iets wreeds om over iemands persoonlijke verhaal te schrijven dat de thematiek – ouders die hun kind opzadelen met een onmogelijke droom – vanuit persoonlijk oogpunt weliswaar interessant is en bovendien een maatschappelijke dimensie heeft: van immigrantenfamilies die zich nergens meer echt thuis voelen.

Dat dit specifieke gezin – met een Spaanse vader en moeder die bijna een halve eeuw in Nederland hebben gesloofd om terug te kunnen keren naar hun geboortegrond en hun volwassen dochter die deze keuze kritisch bevraagt – alle ingrediënten heeft voor een indringend familieverhaal.

Dat het decor van dit egodocument van Vanesa Abajo Pérez – een Spaans huis dat volstaat met typisch Hollandse parafernalia en een verlaten woning in Rotterdam – absoluut tot de verbeelding spreekt.

Dat haar camerawerk fraai is en bovendien doordrenkt met symboliek, het geluidsdecor weer z’n eigen beelden oproept en de montage ervan een zeer precieze indruk maakt.

En desondanks te constateren dat Het Leven Is Droom (101 min.) nauwelijks raakt. Dat het construct van deze film te dominant is. De werkelijkheid niet wordt betrapt, maar in een zich traag onthullend artistiek keurslijf is gedwongen. Van slapende ouders, opgeslokt door hun eigen droom, die geen oog hebben voor hun kind.

Dat de manier waarop Vanesa haar moeder Elena en vader Ángel aanspreekt soms het karakter van een persoonlijke afrekening dreigt te krijgen. Waarbij het oudere echtpaar met alle mogelijke audiovisuele middelen wordt aangepakt en nauwelijks een kans krijgt om zich te verdedigen.

En dat gaandeweg weliswaar de volledige poëzie van de vertelling zich openbaart – in een doelbewuste vermenging van Spaans en Nederlands – en naderhand toch het gevoel blijft hangen dat we nét iets te lang naar iemands navel hebben zitten staren.

Zulke wreedheid is ons allen vergund. Zoals het anderen dan ook weer vrij staat om het daarmee hartgrondig oneens te zijn.