Love+War

National Geographic / Disney+

Er is vrijwel geen brandhaard die ze niet heeft bezocht. Irak, Libië, Somalië, Soedan en Afghanistan. Het is dus niet meer dan logisch dat de Amerikaanse fotojournaliste Lynsey Addario enkele dagen vóór de Russische aanval al in Oekraïne verblijft, om de gevolgen van een scharnierpunt in de moderne geschiedenis vast te leggen.

Op 7 maart 2022 publiceert ze een foto op de voorpagina van The New York Times die wereldnieuws wordt omdat ie bewijst dat Russische troepen zich schuldig maken aan oorlogsmisdaden: Addario heeft enkele dodelijke slachtoffers gefotografeerd van een gerichte aanvalsactie op de evacuatie van gewone Oekraïense burgers. Drie dagen later meldt Serhiy Perebyinis zich. Hij heeft zijn vrouw en twee kinderen op de foto ontdekt. ‘De wereld moet weten wat hier gebeurt.’

In de volgende scène, aan het begin van Love+War (95 min.), reist Addario via Polen naar huis in Engeland. Ze heeft haast: haar tienjarige zoon Lukas heeft ‘s avonds een muziekuitvoering. Thuis wordt ze begroet door haar Britse echtgenoot Paul de Bendern, zelf oud-journalist, en is er nog net gelegenheid om even te douchen. En om de enerverende dag af te sluiten mag ze na de uitvoering een verhaaltje voor het slapengaan voorlezen aan haar driejarige zoontje Alfred.

‘Wil je dit blijven doen?’ vroeg een televisie-interviewer al toen haar jongste pas tien weken oud was. Lynsey Addario reageerde quasi-geïrriteerd. ‘Stel je die vraag ook aan mannen?’ Toch is dat ook de centrale vraag van deze gedegen film van Elizabeth Chai Vasarhelyi en Jimmy Chin: hoe houdt een vrouw, met kinderen nota bene, zich staande in de oorlogsjournalistiek, van oudsher echt een mannenberoep? Het eenvoudige antwoord luidt: Paul. Hij houdt de boel thuis bij elkaar.

Zodat zij de wereld in al z’n lelijkheid kan laten zien, in de hoop daarmee impact te maken. ‘Mensen hebben de neiging om verder te gaan’, zegt ze, over de beperkte aandachtspanne van het grote publiek, dat vaak snel door wil naar het volgende verhaal. ‘Het is mijn taak om ervoor te zorgen dat ze hun aandacht erbij houden.’ Vrouwenrechten hebben daarbij haar speciale aandacht, Afghanistan in het bijzonder. Sinds de terugkeer van de Taliban is de situatie daar weer penibel.

Vasarhelyi en Chin schakelen in deze film voortdurend tussen een regulier carrièreoverzicht van de prijswinnende fotografe Addario en haar pogingen om zowel verslag te doen van de oorlog in Oekraïne als ook recht te doen aan haar gezin. In die balanceeract zit ook de toegevoegde waarde van deze nieuwste toevoeging aan wat inmiddels een genre op zich is: de oorlogsfotografendocu.

Alles Komt Goed

Prospektor / Human

Twee meisjes spelend in het bos en de duinen. Twee zussen. Muqat van tien, Samrawit van nog nét zeventien. De jongste rennend, klimmend en schuilend in de Nederlandse natuur, de ander voortdurend coachend. Want ze spelen haar herinneringen na. Harder rennen dus. Ze wordt achterna gezeten door apen. Een gorilla zelfs.

Dat kan in Eritrea. Op z’n minst in de belevingswereld van een achtjarig meisje. Zo oud was Samrawit toen ze haar land ontvluchtte. Samen met twee leeftijdsgenoten, maar zonder familie. Zelf dacht ze er destijds weinig over na. ‘In mijn gedachten had ik niet zo: ik ben nog maar acht’, herinnert ze zich. ‘Ik dacht bij mezelf: ik kan alles.’

En nu zit Samrawit, een tiener inmiddels, gewoon op school in Almelo en blijkt de Nederlandse taal een harde dobber. Ze wil ook graag meer contact met Nederlanders, niet alleen met jongeren uit een ander land zoals zij zelf. Ze wil vooruit, weg van wat ze heeft achtergelaten en op naar wat ze wil worden. Achttien, om te beginnen.

Volwassen. Een eigen leven. Dat gaat niet vanzelf. Een liedje van Jaap Reesema biedt dan houvast in deze jeugddocu van Eefje Blankevoort en Lara Aerts. ‘Als het voelt of je alleen bent, kom ik rennen naar je toe’, zingt Samrawit, ook tegen zichzelf. ‘Leg je hoofd maar op mijn schouders. Alles komt, alles komt, Alles Komt Goed (Engelse titel: Everything Will Be Allright, 32 min.).’

Tussendoor schetst ze met ruwe pennenstreken het vluchtverhaal van haar familie. Ze zijn in Ethiopië, Soedan, Libië en Italië geweest en uiteindelijk in Nederland beland. Terwijl ze terugblikt, zinspeelt Samrawit op gebeurtenissen die niet concreet – en misschien is dat ook maar beter zo – worden benoemd. Ze kijkt liever naar de toekomst, in Nederland.

En die begint op het ROC Twente en hopelijk binnenkort ook met een eigen huis. Dan komt alles, zo lijkt haar stellige overtuiging in dit warme portret dat op het International Documentary Festival Amsterdam werd uitgeroepen tot beste jeugddocu, vast wel goed. Het is de hoop die doet leven. Zonder kan het bestaan niet bestaan.

Lockerbie

SkyShowtime

Door een tragische speling van het lot wordt Jim Swire op 21 december 1988 ook voor de rest van de wereld de vader van Flora Swire. Zijn dochter is ze natuurlijk al 23 jaar. Maar nadat Flora op die fatale woensdag in Londen aan boord is gegaan van een Boeing 747, op weg naar New York om Kerst met haar vriendje te gaan vieren, raken ze ook publiekelijk voor altijd met elkaar verbonden.

Want vlucht Pan Am 103 stort neer bij het Schotse plaatsje Lockerbie (200 min.) en Jim Swire zal zich daarna ontwikkelen tot hét gezicht van de nabestaanden, een door en door fatsoenlijke man die samen met zijn vrouw Jane onvermoeibaar blijft proberen om de waarheid boven tafel te krijgen. Wie is er verantwoordelijk voor de dood van zijn oudste dochter en 269 andere passagiers en plaatselijke bewoners?

Gedwongen door de omstandigheden heeft de Britse arts zich zo bij helden tegen wil en dank zoals Paul MarchalOdd Petter Magnussen en Bauke Vaatstra gevoegd. Wanhopige vaders van dochters, die in raadselachtige omstandigheden zijn omgebracht. Zij willen de onderste steen boven krijgen. Swire mag, kan en wil dus ook niet ontbreken in deze fascinerende serie van John Dower.

Hoewel ‘Lockerbie’ alweer ruim 35 jaar geleden plaatsvond, is zijn taak nog altijd niet afgerond. Wat er precies is gebeurd blijft gehuld in nevelen. Te veel verschillende partijen lijken daarbij belang te hebben. ‘Natuurlijk was het een obsessie’, zegt Swire, die altijd zijn menselijkheid heeft behouden. ‘Ik was gewend om obsessies bij mijn patiënten te behandelen en ik wist hoe het hun levens kon verwoesten.’

Deze vierdelige serie maakt tevens duidelijk hoe selectief ons geheugen werkt. Want Lockerbie herinnert menigeen zich misschien nog wel. Maar geldt dat ook voor Iran Air Vlucht 655? Op 3 juli 1988 heeft een Amerikaanse torpedojager het Iraanse lijntoestel in de Straat van Hormuz neergeschoten, met 290 onschuldige slachtoffers tot gevolg. Kennen we de Jim Swires van die doldrieste aanval?

En zou de aanslag op Pan Am 103 misschien een vergeldingsactie voor de Amerikaanse luchtdoelraket in De Perzische Golf zijn? Of zat de Libische leider Gaddafi achter de vliegtuigbom? Hij was even daarvoor nog aangevallen door de VS. Feit is dat de Amerikaanse autoriteiten waren gewezen op het gevaar van een terroristische actie. Zat de Boeing 747, nét voor Kerstmis, daarom maar halfvol?

Met allerlei direct betrokkenen reconstrueert John Dower de zoektocht naar de daders en hun opdrachtgevers. Daarmee belandt Lockerbie in de schimmige wereld van inlichtingendiensten, waarin de waarheid een rekkelijk begrip blijkt. Ook de rechtszaak tegen twee Libische verdachten in Kamp Zeist, een ’Scottish court in The Netherlands’, brengt uiteindelijk geen klaarheid in de zaak.

Dower laat de verschillende visies op wie die bom heeft geplaatst stevig op elkaar botsen. Nabestaanden zoals Swire worden heen en weer geslingerd tussen al die versies van de waarheid. Zelfs als ze zeker denken te weten wie er verantwoordelijk is, kan er vanachter de officiële theorie zomaar een andere lezing tevoorschijn komen. En voor je ’t weet word je beschouwd als een complotdenker.

Jim Swire geeft grif toe dat hij met zijn strijd het verdriet op afstand probeerde te houden. Dat is er echter nog steeds. Als de inmiddels hoogbejaarde Brit vertelt hoe hij zijn dochter identificeerde via een pigmentvlekje op haar teen, oogt hij als een gebroken man. Bijna de helft van zijn leven brengt Swire nu door met de wetenschap dat Flora er niet meer is. Dat zij altijd in Lockerbie is gebleven.

Net als de andere nabestaanden in deze aangrijpende miniserie, die ook de lotsverbondenheid toont tussen nabestaanden en inwoners van Lockerbie, is hij met, door en voor haar een bekendheid geworden. En dat houdt voorlopig ook niet op. Zolang er essentiële vragen openstaan, blijft de immense tragedie, omgeven met raadsels, dwaalsporen en leugens, onverminderd intrigeren.

Zo werd onlangs bekend dat de befaamde acteur Colin Firth Jim Swire gaat vertolken in een nieuwe dramaserie over Lockerbie.

Four Daughters

Cinéart

Toen president Ben Ali, na bijna 25 jaar aan de macht, in 2011 werd afgezet als leider, leek Tunesië zich te gaan ontwikkelen tot een reguliere democratie. De Arabische Lente beloofde vrede en vrijheid. Rond diezelfde tijd ging Olfa Hamrouni met haar Four Daughters (originele titel: Les Filles d’Olfa, 108 min.) weg bij haar echtgenoot die hen weinig liefde had gegeven. Die dacht ze te vinden bij Wissem, een man die tijdens de revolutie uit de gevangenis was ontsnapt. Ze was smoorverliefd. ‘Had ik hem iemand zien vermoorden’, vertelt de struise vrouw in deze inmiddels meermaals bekroonde film van Kaouter Ben Hania. ‘Dan had ik hem geholpen om het lijk te begraven.’

Terwijl de omwenteling in hun land een golf van moslimfundamentalisme veroorzaakte, zou ook Wissem Olfa en haar kinderen het geluk bepaald niet brengen. Van haar dochters Ghofrane, Rahma, Eya en Tayssir Chikhaoui zijn de eerste twee inmiddels buiten beeld. Wat er precies met hen is gebeurd, blijft lang ongewis. Hun positie wordt is deze overtuigende hybride van docu en drama waargenomen door twee actrices, die met de andere familieleden cruciale gebeurtenissen uit hun gezamenlijke verleden reconstrueren. Ook aan Olfa zelf is een actrice gekoppeld. Voor het geval dat er scènes moeten worden gespeeld die te pijnlijk of confronterend zijn. Zij fungeert meteen als spiegel voor de geharde moeder, die ook haar eigen acties onder ogen moet zien.

Olfa’s vrijgevochten oudste dochters, die zich zowaar ‘gothic’ zijn gaan kleden, worden intussen geconfronteerd met de conservatieve wind die in hun land waait: vrouwen zoals zij worden geacht om een nikab of hidjab te dragen. Het is een boodschap die Ghofrane en Rahma al snel verinnerlijken en die tot radicale ideeën, gedragingen en levenskeuzes zal leiden. En hun zussen Eya en Tayssir en moeder moeten zich daartoe verhouden. Die ontwikkeling schetst Ben Hania in Four Daughters niet lineair, maar via (groeps)interviews, gezamenlijk gespeelde scènes en (twist)gesprekken daar weer over met de actrices. Over vrouw zijn en worden – en de verwachtingen, plichten en beperkingen die daar volgens hen, de hunnen en hun wereld bij horen.

Het leven als Tunesische vrouw blijkt in deze gelaagde en schrijnende vertelling een Gordiaanse knoop die niet zomaar is te ontwarren. Elke volgende generatie staat voor min of meer dezelfde uitdaging. Olfa is in dat verband ook bang voor de toekomst, vertelt ze aan het eind van haar moedige poging om in het reine te komen met het leven dat ze heeft geleid. ‘Wat me bang maakt is dat ik alles heb herhaald wat mijn moeder ook heeft gedaan.’ Haar uitgesproken dochter Eya vult aan: ‘Ze heeft ons laten ondergaan wat ze zelf moest ondergaan. Niet omdat zij een slecht mens is, maar zo gaat nu eenmaal.’ En zo dreigt de geschiedenis zich, steeds weer, te herhalen en groeien meisjes uit tot een milde dan wel extreme variant op hun moeder.

My Maysoon

EO

Batoul Karbijha laat haar Italiaanse vriendin Alessia de vraag een paar keer opnieuw stellen aan rechercheur Angelo Milazzi: waarom hebben ze niet geprobeerd om de mensen onder de gekapseisde boot vandaan te halen? Ze kan er met haar hoofd niet bij. Naderhand is ook niemand gaan duiken om de lichamen te vinden. Wat Milazzi ook zegt – niet genoeg reddingsvesten, tijd en geld en bovendien niet de verantwoordelijkheid van de Italiaanse overheid – Batoul kan het niet accepteren.

Bij die schipbreuk nabij de Italiaanse kust op 24 augustus 2014, waarbij waarschijnlijk zo’n tweehonderd vluchtelingen vermist raakten, verdween haar zus. My Maysoon (55 min.) is Batoul Karbijha’s poging om haar terug te vinden. Niet letterlijk, dat weet ze ook wel, maar gevoelsmatig. Want over Maysoon wordt nauwelijks meer gesproken binnen het inmiddels in Nederland woonachtige Syrische gezin. Te pijnlijk, niet te bevatten. Hun levens bestaan uit twee periodes: vóór en ná die fatale boottocht.

Tegelijkertijd kan Batoul helemaal niet accepteren dat haar zus, een jonge veelbelovende vrouw, er niet meer is. Ze gaat ook nog in het grensgebied van Tunesië en Libië naar haar op zoek. ‘Als de film een succes wordt zonder dat je Maysoon vindt, voel je je dan schuldig?’ wil haar reisgenoot weten. ‘Ja, want ik maak de film om Maysoon te vinden, maar ook om haar verhaal te vertellen’, antwoordt zij ferm. ‘Ik wil niet stoppen voordat ik een antwoord heb of kan zeggen dat ik alles heb geprobeerd om haar te vinden.’

Deze delicate film – ondertitel: omdat dierbaren ons nooit verlaten – documenteert niet alleen Batouls zoektocht naar Maysoon, maar ook hoe ondertussen binnen de familie het gesprek over haar zus, en daarmee ook de vlucht uit hun door oorlog verscheurde moederland, op gang wordt gebracht. Ben je over het schuldgevoel heen? wil Batoul bijvoorbeeld weten van haar broer Mohammed, die erbij was toen de boot omsloeg en hun zus vermist raakte. ‘Nee. Maar ik denk niet dat Maysoon boos op me is.’

Zo moet elk familielid zich op zijn eigen manier verhouden tot het lot van hun dierbare dochter/zus en de gevoelens van verdriet, spijt en schuld die zich daaraan onvermijdelijk hebben vastgehecht. Kunnen en willen ze daarvan loskomen? Mag dat überhaupt? En hoe ziet het leven daarna er dan uit? Zonder en toch altijd met Maysoon.

HyperNormalisation

BBC

In plaats van het richting geven aan een alsmaar gecompliceerdere wereld verkiezen leiders aan het einde van de twintigste eeuw steeds vaker een aansprekend verhaal. Tijdens het bewind van de Amerikaanse president Ronald Reagan (1981-1989) dubben zijn medewerkers dit stiefbroertje van ouderwetse propaganda ‘perception management’. Met sterke verhalen beginnen ze actief de collectieve beleving van de werkelijkheid te sturen, zodat gewone Amerikanen zich voortaan met het verhaal over de werkelijkheid bezighouden, in plaats van met de werkelijkheid zelf die veler bevattingsvermogen sowieso te boven gaat.

Het is slechts één van de voorbeelden van HyperNormalisation (166 min.) die de Britse essayist Adam Curtis (The Century of The Self en Can’t Get You Out Of My Head) in deze epische film uit 2016 inzet om zijn betoog te stutten. Daarin weerklinkt opnieuw zijn geheel eigen stem. Letterlijk: die typisch Britse woordkeus en lekker pedante dictie. En figuurlijk: die volstrekt eigenzinnige visie, dwarsverbanden en interpretatie van welbekende en de meest buitenissige archiefbeelden. Waarmee geopolitieke ontwikkelingen op onnavolgbare wijze worden gekoppeld aan ideeën van denkers, kunstenaars en wetenschappers. Zo krijgen Tarkovsky’s sciencefictionfilm Stalker, de workout-video’s van Jane Fonda en wat we nu TikTok-filmpjes zouden noemen een min of meer logische plek binnen een doolhof over de schijn van het zijn, waarvan alleen Adam Curtis de uitgang kan vinden.

De term hypernormalisatie ontleent hij aan een karakterisering van de Sovjet-Unie als een samenleving waarin iedereen weet dat de leiders onzin verkopen. Met eigen ogen kunnen gewone Russen immers vaststellen dat de economie bezig is om te imploderen. Tegelijkertijd moeten ze het spel dat alles geweldig is gewoon meespelen. Want wat is het alternatief? Later schetst Curtis hoe Vladislav Surkov, als rechterhand van de Russische president Poetin, doelbewust begint te morrelen aan het concept waarheid, zodat diezelfde gewone Russen nooit zeker kunnen weten wat waar is en wat niet. Een strategie die vervolgens in de Verenigde Staten wordt toegepast door presidentskandidaat Donald Trump, die eerder in deze film al is opgevoerd als een gemankeerde ondernemer die als geen ander de façade van succes weet op te houden. De politicus Trump verslaat zo de journalistiek, stelt Curtis, want hij maakt de waarheid waarnaar zij zoeken volstrekt irrelevant.

Het is de slotsom van een nauwelijks te reproduceren narratief waarin op de één of andere miraculeuze manier ook Prozac, zelfmoordaanslagen, de voormalige Syrische dictator Hafiz al-Assad, cyberspace, de therapeutische computer ELIZA en het steeds weer, al naar gelang de behoefte van het westen, rebranden van de Libische leider Muammar Gaddafi tot vrijheidsstrijder of superschurk nog zijn geïncorporeerd. Met de grandeur van een ziener die de wijsheid al een leven lang in pracht heeft – en die trouwens ook wel van een lekker tegendraads muziekje houdt – toont Adam Curtis zijn toehoorders en -schouwers hier de wereld op een manier waarop ze die vast nooit eerder hebben gezien en zonder hem ook nooit meer zullen zien.

After A Revolution

IDFA

Tijdens de Libische revolutie van 2011 staan broer en zus tegenover elkaar. Haroun vecht aan de zijde van de omstreden leider Muammar Gaddafi, die het land ruim veertig jaar in een ijzeren greep hield. ‘Dokter’ Myriam heeft zich aan de zijde van de rebellen geschaard. Later, bij de strijd om hun geboortestad Babi Walid, zullen de twee elkaar toch weer vinden in hun verlangen naar een vrij en democratisch land.

In de navolgende jaren volgt Giovanni Buccomino broer en zus als Libië After A Revolution (122 min.) alle wrevel achter zich moet zien te laten. Haroun en Myriam, bijgenaamd Doshka (naar het wapen dat ze droeg tijdens de strijd), doen in die periode danig van zich spreken. Hij restaureert een omstreden heiligdom, zij manifesteert zich als politica. Behalve lof levert hen dit ook jaloezie, woede en vijandschap op. En in het machtsvacuüm dat is ontstaan na Gaddafi’s schijnbaar oneindige regime krijgen ze ook te maken met partijen als de Moslimbroederschap en Islamitische Staat.

Via zijn twee protagonisten en hun dierbaren brengt Buccomino op indringende wijze de nasleep van de Libische burgeroorlog in beeld – of gewoon de voortzetting ervan, met min of meer democratische middelen. Ook die slaat wonden in het lijf en de ziel van de gepassioneerde broer en zus, die hun vertrouwen in de toekomst van hun land dreigen te verliezen. Libië is nog altijd tot op het bot verdeeld en herbergt zoveel strijdige meningen, partijen en belangen dat er weinig nodig is om het land weer te laten afdalen in de donkerste krochten van de hel.

The Hunt For Gaddafi’s Billions

VPRO

Na een uur krijgt hij telefoon en moet plotseling weg. George Darmanovic laat zijn gesprekspartners Misha Wessel en Thomas Blom met allerlei vragen achter. De Zuid-Afrikaanse geheimagent weet alles over de weggesluisde miljarden van de Libische leider Muammar Gaddafi, maar heeft het achterste van zijn tong nog niet laten zien.

Darmanovic vertrekt met de belofte dat hij bij een volgend interview foto’s en ander bewijsmateriaal zal laten zien. Wessel en Blom zullen hem echter nooit meer ontmoeten. Zes weken later wordt zijn ontzielde lichaam gevonden in de Servische hoofdstad Belgrado. Hij is geliquideerd. Later volgen ook de twee huurmoordenaars die Darmanovic zouden hebben neergeschoten.

Deze kille afrekeningen lijken aan te tonen dat er echt wat op het spel staat in The Hunt For Gaddafi’s Billions (91 min.). Ettelijke miljarden dollars, zoals het zich laat aanzien. Toen de grond hem te heet onder de voeten werd, ten tijde van de Arabische Lente van 2011, besloot de Libische leider Gaddafi een groot deel van zijn vermogen, geschat op zeker 150 miljard dollar, clandestien naar het buitenland te verplaatsen. Als een enorme oorlogskas of voor – wie zal het zeggen? – een riant bestaan als pensionado.

Wat is er met dat geld gebeurd? En wie heeft er zich over ontfermd? Het spoor in deze groots opgezette internationale productie leidt naar Zuid-Afrika, waar een deel van de verdwenen cash werd vrijgemaakt voor een wapendeal en daarna spoorloos is verdwenen. Twee concurrerende groeperingen – bestaande uit dubieuze diplomaten, privédetectives, geheimagenten, wapenhandelaren, premiejagers en huurlingen – zetten de jacht in op de verdonkeremaande schat. Voor de goede zaak, hun land of – zo gaat dat in deze schimmige wereld – het op te strijken vindersloon.

Hun jarenlange speurtocht naar waar Gaddafi’s erfenis terecht is gekomen leidt Wessel en Blom naar de donkerste spelonken van de internationale diplomatie, waar ze stuiten op enkele politieke kopstukken die zich ogenschijnlijk in duistere zaakjes hebben begeven. Onderweg hebben de Nederlandse onderzoeksjournalisten zowaar ook een ontmoeting met een Deep Throat-achtige anonieme bron. In een parkeergarage, natuurlijk.

Stukje bij beetje komen ze in deze enerverende jacht op Gaddafi’s geld en de bijbehorende goudzoekers zo steeds dichter bij wat er met die miljarden gebeurd zou kunnen zijn.

The Hunt For Gaddafi’s Billions is hier te bekijken.

#387

Een rib, handgewricht en vingerkootje. Enkele haren. Meer resteert er niet van #387 (54 min.). En een riem, een beige hoodie en een portemonnee, met daarin enkele vochtige foto’s en een brief die bijna is vergaan. ‘I love you’, staat erin.

Nummer #387 is één van de ongeveer achthonderd mensen, die op 18 april 2015 stierven bij een scheepsramp op de Middellandse zee. Het kunnen er ook een paar honderd meer zijn. Niemand die precies weet hoeveel mensen er in Libië aan boord zijn gegaan. Of wie ze waren en waar ze vandaan kwam. Uit landen als Mali, Senegal en Mauritanië, waarschijnlijk. Of de Hoorn van Afrika. Met nauwelijks iets op zak, behalve de droom van een nieuw leven.

Een plek in een zeemansmassagraf viel hen te deel. Slechts 28 opvarenden overleefden de ramp. Twee ervan zitten in de cel: de kapitein en zijn plaatsvervanger. Op last van de Italiaanse regering wordt het gekapseisde schip in juni 2016 uit het water gehaald en gaat een forensisch team op Sicilië proberen om de identiteit van de verdronken passagiers vast te stellen. Ze worden op de voet gevolgd door de cameraploeg van regisseur Madeleine Leroyer.

Het onderzoeksteam heeft 528 intacte lichamen om te identificeren. Daarnaast zijn er ook nog losse lichaamsdelen uit het ‘ghost ship’, die een idee kunnen geven over hoeveel mensen er precies op het vaartuig zaten. Hun taak brengt de onderzoekers naar anonieme graven op plaatselijke kerkhoven en naar andere delen van de wereld, waar getraumatiseerde overlevenden en ontzette familieleden van slachtoffers hen wellicht verder kunnen helpen.

Het uitgangspunt van deze observerende documentaire doet denken aan het non-fictie boek Het Been In De IJssel, waarin Joris van Casteren op zoek gaat naar de herkomst van een menselijk onderbeen dat is aangetroffen in een Nederlandse zijtak van de Rijn. Deze film is breder van opzet en voelt daardoor soms ook wat ongericht. Tis uiteindelijk een speurtocht naar menselijke waardigheid. Waarbij #387 zo nu en dan een beetje uit beeld verdwijnt en uiteindelijk ook nooit écht in beeld komt.

Maar, zoals de Peruviaanse mensenrechtenactivist Jose Pablo Baraybar, die namens het internationale Rode Kruis participeert in het onderzoek, het verwoordt: ‘Ik denk dat we elkaar in eerste instantie tijdens het leven respect verschuldigd zijn. En daarna pas ná de dood. In die volgorde.’