The Clearing

Near/By Film / Cinema Delicatessen / vanaf donderdag 4 maart in de bioscoop

De stem die The Clearing (88 min.) opent, klinkt alsof ie uit een andere wereld komt. ‘We hebben het zwijgen van de rubberplantages gehoord te midden van de stilletjes wenende bomen’, beweert die in Láadan, een kunsttaal die door Suzette Haden Elgin vanuit een vrouwelijk perspectief werd ontwikkeld. De stem wordt begeleid door unheimische zwartwit-beelden en geluiden van wat een geestenwereld zou kunnen zijn.

Een centrale vertelster neemt het daarna over, bij filmbeelden van jonge Indische meisjes die poseren met rubberproducten. ‘Net als de bomen werden we van elders hiernaartoe gebracht’, begint die aan haar persoonlijke relaas, dat de hele film zal omspannen. ‘Thuis in Java benaderde één van hun mannen elk meisje dat hongerig genoeg was en te jong om het echt te begrijpen. Hij vroeg: ben je op zoek naar werk?’

Deze meisjes ondertekenen hun arbeidscontract  bij de Deli Maatschappij met een vingerafdruk. Een schuld krijgen ze er gratis bij. Op Sumatra worden ze opgewacht door mannen in witte pakken. Nederlanders. Deze koloniale planters zetten hen, getuige de filmbeelden die Groenewegen dan laat zien, aan het werk op het land. Intussen kijkt de filmmaakster zelf, in een montageset, nog eens kritisch naar datzelfde archiefmateriaal.

Zijn er beelden tussenuit geknipt? Waarom? En door wie? Het blijkt te gaan om scènes uit de Nederlandse speelfilm Rubber (1936), gebaseerd op een boek van Madelon Székely-Lulofs. Zij is kritisch op ‘de witte pakken’ en hoe die plaatselijke vrouwen behandelen. Ze nemen hen in dienst als huishoudster of gebruiken hen zelfs als ‘njai’, concubine. Totdat er alsnog een witte Nederlandse dame wordt overgevaren om mee te trouwen.

Juist die huishoudster is uit de film verwijderd. En de bijbehorende actrice Amsy Moina zal na deze rol ook nooit meer in een film spelen. Sabine Groenewegen gaat op zoek naar wat er is gebeurd en verbindt dit ook weer aan de zoektocht naar haar eigen overgrootmoeder Helena. Zo legt ze een systeem van verborgen vrouwen bloot, dat ongemerkt Neerlands positie als kolonisator van Nederlands Indië heeft gefaciliteerd.

In een vergadering van ‘de afdeeling Medan van den Indischen Bond’ heeft ene J. van den Brand zich in 1903 al uitgesproken tegen de door de Nederlanders verdedigde ‘koelie ordonnantie’. Ferm maakt hij Groenewegens punt over mensensmokkel en (seksuele) slavernij. ‘Deli is zeer welvarend’, schrijft Van den Brand in zijn verslag aan Nederland. ‘En achter de pracht en praal zit zedeloosheid, verdorvenheid en onrecht.’

Via dit intrigerende forensisch onderzoek, verrijkt met fictieve elementen en prikkelend aangekleed door geluidskunstenaar Malu Peeters, komt intussen stukje bij beetje de werkelijkheid achter de officiële woorden en beelden tevoorschijn, het verwrongen hart van een koloniale wereld.

How To Build A Library

Autlook / Omroep Zwart

In de bibliotheek, die ooit alleen voor witte bezoekers was bedoeld, wordt nu een beladen film over Kenia’s koloniale verleden vertoond. De emoties lopen hoog op bij de veelal zwarte aanwezigen in de McMillan Memorial Library te Nairobi. De bijeenkomst past in het initiatief van twee Nigeriaanse vrouwen, Shiro Koinange en Angela Wachuka, om de bibliotheek te revitaliseren en aan te laten sluiten bij hedendaagse ideeën.

De McMillan-bibliotheek werd in 1931 opgericht, strikt voor wit gebruik. Pas vanaf 1958 waren ook zwarte bezoekers welkom. Sindsdien is het gebouw in verval geraakt en de collectie zwaar verouderd. Aan Koinange en Wachuka de taak om de zaak vlot te trekken. Hebben deze dames wel door waarmee ze zichzelf hebben ingelaten? vraagt hoofdbibliothecaris Jacob Ananda zich af, als de twee in 2017 aan hun monsterklus beginnen. Hij is, als zelfbewuste professional, ronduit sceptisch.

En die houding zal de twee initiatiefnemers in de navolgende jaren blijven achtervolgen. Er is steeds weerstand om te overwinnen. Als ze bijvoorbeeld het classificatiesysteem van de ongeveer 400.000 boeken en objecten ter discussie stellen, zetten de bibliothecarissen hun hakken in het zand. ‘We kunnen toch niet alles dekoloniseren en dan wel zonder aanpassing het systeem van de kolonisator handhaven?’ werpt Shiro op. En zo krijgt ze de zaak alsnog in beweging. Een beetje, teminste.

In de observerende film How To Build A Library (85 min.) documenteren Maia Lekow en Christopher King dit moeizame proces, dat jaaaren in beslag neemt. Ze larderen dat met zwartwit-beelden en -foto’s van het beladen verleden van het Afrikaanse land, toen witte mannen de dienst uitmaakten en de zwarte bevolking zich daar maar naar had te schikken. Tegenwoordig hebben de ‘dames’ nog altijd te maken met mannen en mannetjes – doorgaans overigens met een zwarte huidskleur.

Shiro Koinange en Angela Wachuka werpen afwisselend hun daadkracht en charme in de strijd en moeten soms ook compromissen sluiten met zichzelf. Het doel, een plek waar iedereen welkom is en ook de stemmen van zwarte Afrikanen worden gehoord, heiligt nu eenmaal de middelen.

Bagasi – Wat We Meedragen 

Emma Lesuis / Docmakers / Human

Enkele jaren geleden heeft Opa Hans een koffer gegeven aan zijn schoondochter Emma Lesuis. Die vormt nu het startpunt van haar film Bagasi – Wat We Meedragen (55 min.). In de koffer zitten spullen van de grootvader van Hans, die ruim dertig jaar hoge functies bekleedde in de voormalige Nederlandse kolonie Suriname. En daarvan wil theatermaakster Emma, die zelf wortels heeft in Suriname en die inmiddels ook zwanger is van een kleinkind van Hans, nu eindelijk wel eens meer weten.

Opa geeft haar nog wel mee om alles wat ze ontdekt goed te checken en in z’n context en tijdgeest te plaatsen. Intussen waarschuwt de bevriende kunstenaar Raul Emma juist om vooral geen ‘zijden handschoentjes’ aan te trekken. Ze hoeft volgens hem geen leuke multicultifilm te maken. ‘Het is 2025 en je hebt de kans om een film te maken en kolonialisme anders te framen, in al z’n geweld – ook al is het de voorvader van je man.’ Hij laat een korte stilte vallen. ‘Be honest.’

Met deze adviezen in de achterzak gaat Lesuis op pad, om via de betovergrootvader van haar ongeboren kind Suriname’s koloniale verleden te ontrafelen. Maarten de Niet was als rechterhand van de beruchte Nederlandse gouverneur Kielstra bijvoorbeeld betrokken bij de aanhoudingen van de Surinaamse schrijver en verzetsstrijder Anton de Kom en vakbondsleider Louis Doedel. Volgens de overlevering was hij een ‘maka’, een doorn. Als hij je te pakken had, liet hij niet meer los.

De Surinaamse historica Mildred Caprino noemt De Niet zelfs ‘een neerhaler in het kwadraat’. Zulke kwalificaties zou ze destijds overigens nooit hebben durven uitspreken. ‘Ik zou het zeggen en hard wegrennen.’ Praten over het koloniale verleden is nog altijd ellende, stelt de taxichauffeur Rasta, die Emma Lesuis en enkele van haar familieleden, zowel van de Nederlandse als van de Surinaamse tak, rondrijdt door het land dat hen nog altijd met zoveel lastige vragen opzadelt.

Was Suriname voor Nederland inderdaad niet meer dan een schatkist om te plunderen? Is het land door de kolonisator ook nog beroofd van een generatie leiders? En hebben Surinamers in Nederland hun eigen cultuur verloochend? Bagasi – Wat We Meedragen gaat geen vraag uit de weg, maar zoekt ook geen gemakkelijke antwoorden. Een genuanceerde film, met enkele fraaie theatrale toevoegingen, over een verleden dat nog altijd tot het heden behoort.

Anak Indië

Scarabee Films / vanaf donderdag 26 juni in de bioscoop

Hij was een Indo, zei de vader van Adriaan van Dis. In Nederland Door Omstandigheden. INDO. Even daarvoor heeft Van Dis in Anak Indië (122 min.), als de verteller van een weelderig vormgegeven explainer waarmee deze documentaire wordt opgestart, al de historische achtergronden daarvan geschetst: hoe Nederland ooit terecht kwam in een eilandengroep in Azië, die bijna anderhalve eeuw als kolonisator bestierde onder de noemer Nederlands Indië en vervolgens na de Tweede Wereldoorlog ook weer vertrok uit het land dat zich Indonesië zou gaan noemen.

In de jaren vijftig kwam er vervolgens een breed samengestelde groep Indische Nederlanders naar Nederland, waaronder Peranakan-Chinezen, Molukse KNIL-militairen en Indo-Europeanen. En daar weten we eigenlijk véél te weinig van, heeft documentairemaakster Hetty Naaijkens-Retel Helmrich dan al betoogd in de openingsscène van deze film: een persiflage op het populaire televisieprogramma De Slimste Mens met presentator Philip Freriks, waarin de drie kandidaten werkelijk geen enkel goed antwoord weten te produceren op de vraag ‘wat weet u van Indo’s?’

Die vraag gaat Naaijkens, die eerder al onder andere Buitenkampers en Klanken Van Oorsprong maakte, nu dus beantwoorden met andere Indische Nederlanders, zoals actrice/zangeres Wieteke van Dort, schrijfster Yvonne Keuls, tekenaar Thé Tjong Khing, componist/pianist Mariëtte Hehakaya, theatermaker Jaro Wolff, Indië-veteraan Loek Middel, fotograaf Claude Vanheye, tekenaar Peter van Dongen, muzikant Steffen de Wolff, vliegeraar Rubens Agaatsz, dichter Robin Block, kris-deskundige David Gallas en de hoofdredacteur van het Indische tijdschrift Moesson, Vivian Boon.

In tegenstelling tot een andere recente documentaire over de erfenis van de voormalige Nederlandse kolonie, Tussen Wal En Schip – Geruisloos Indisch van Juliette Dominicus en Sven Peetoom, zoekt Naaijkens-Retel Helmrich in eerste instantie niet de pijn daarvan op – of het Indisch zwijgen daarover – maar belicht ze juist hoe Indische Nederlanders ons land hebben verrijkt. Met badminton, de vierdaagse en natuurlijk de Indische rijsttafel. En, dat ook, met spiritualiteit en bijgeloof. En later in de film volgen ook de geesten van het verleden die hen en hun families ‘s nachts bezoeken.

Vlot fladdert Naaijkens langs al die herinneringen, beelden en gevoelens, die elk ook hun eigen uitingsvorm hebben gekregen. In Wieteke van Dorts typetje Tante Lien bijvoorbeeld, de muziek van The New Diamonds (een voortzetting van het bekende duo The Blue Diamonds), KNIL-re-enactments of de cabaretvoorstellingen van Ricky Risolles. De filmmaakster gebruikt bovendien opnames uit haar eigen familiearchief, zet historisch beeldmateriaal van Indië en Indische Nederlanders in en heeft Stefan Venbroek gevraagd om het geheel van fraaie bloemrijke animaties te voorzien.

Anak Indië wordt zo een ongegeneerde, ietwat vluchtige viering van het Indische culturele erfgoed, waarin elke Indische Nederlander wel iets van zichzelf – en alle andere Nederlanders wel iets in hun eigen leven – zullen herkennen.

Mobutu’s Game

VRT

Op 30 juni 1966 verklaart de Congolese president Joseph-Désiré Mobutu zijn illustere voorganger Patrice Lumumba officieel tot nationale held. Hij was een ‘grote Afrikaan, de eerste martelaar van onze economische onafhankelijkheid’.

Mobutu vertelt er niet bij dat hij zes jaar eerder actief betrokken is geweest bij de moord op Lumumba. Als diens vertrouweling heeft legerleider Mobutu stiekem samengespannen met de voormalige kolonisator België en de Verenigde Staten om de eerste leider van het zojuist onafhankelijk geworden Afrikaanse land vrijwel direct weer van het toneel te laten verdwijnen. ‘Toen Lumumba terugkeerde naar Kinshasa, keek Mobutu toe hoe zijn soldaten hem als een gewone crimineel afvoerden’, vertelt de Congolese politicoloog Georges Nzongola Ntalaja. ‘Hij keek ernaar, met zijn armen over elkaar. Dat beeld zegt alles: hij gedroeg zich als Judas Iskariot bij Jezus Christus.’

In de gezaghebbende vierdelige serie Mobutu’s Game (222 min.) reconstrueren Guillaume Graux, Joost Vandensande en Wendy Bashi met een afgewogen mixture van direct betrokkenen, ‘mobutisten’, politieke tegenstanders, diplomaten en historici het 32-jarige bewind van Mobutu, die in 1965 met steun van de Amerikanen en Belgen aan de macht komt via een coup. Hij lijkt de man om de aanzienlijke westerse belangen in Congo te beschermen, maar begint zich al snel te manifesteren als een klassieke dictator, die opzichtig antikoloniale sentimenten voedt, de Afrikaanse identiteit van z’n land benadrukt en zijn eigen naam verandert naar Mobutu Sese Seko.

Congo noemt hij voortaan Zaïre, een land dat volledig in het teken komt te staan van de megalomane grote leider. De vrouwen, en meisjes, in het bijzonder. Dansen zullen ze. En gewillig zijn. Voor de natie en voor Mobutu zelf, die als een godheid aanbeden wil worden. Dat beeld bevalt hem zelfs zo goed dat hij letterlijk een spot laat maken waarin hij zelf als een opperwezen vanuit de hemelsblauwe lucht neerkijkt op de uitverkoren Afrikaanse natie. ‘Dit betekende het einde van zijn opkomst en het begin van zijn neergang’, concludeert politicoloog Jean Omasombo, aan het einde van de tweede aflevering van deze miniserie. ‘Mobutu zal gek, paranoïde en decadent worden.’

‘Ik zeg: nee tegen democratie’, stelt Léon Engulu, die destijds minister was over Mobutu’s regime. ‘We hebben een sterke autoriteit nodig om vooruit te gaan. Democratie werkt nu eenmaal niet bij armoede.’ Die vereist volgens Engulu een bepaalde welvaart en ontwikkeling. ‘Arme mensen verkopen zichzelf. Die hebben niet de trots om te zeggen: ik verkoop mezelf niet.’ Dan breekt interviewer Joost Vandensande toch even in: heeft Engulu, in wiens villa met zwembad ze nu vertoeven, zichzelf dan niet verrijkt tijdens Mobutu’s bewind? Na de nodige omwegen komt de oud-politicus tot een opmerkelijk antwoord. ‘Ik ben gevormd door de witten. Daarom imiteer ik ze ook.’

Gedetailleerd brengt Mobutu’s Game zo de interne machinerie van een corrupt bewind in kaart. Politieke tegenstanders worden intussen keihard aangepakt. ‘Ik hoop dat u aan het opnemen bent?’ zegt politicus François Lusanga geëmotioneerd tegen de filmcrew. Hij wil vertellen over hoe hij publiekelijk, in aanwezigheid van zijn gezin, werd afgestraft omdat hij ‘t waagde om openlijk kritiek te uiten op de president. Hij werd ‘gebroken en naakt achtergelaten, in aanwezigheid van mijn vrouw en kinderen. Het hele dorp zag ‘t.’ Daarna moest Lusanga nog mee naar het bureau, waar andere agenten klaarstonden om hem verder te martelen. Hij is er nog altijd ontdaan over. ‘Het was walgelijk!’

In de slotaflevering van wat zich laat aanzien als het definitieve portret van Joseph-Désiré Mobutu volgt dan het demasqué van het politieke dier dat ruim drie decennia partijen in binnen- en buitenland tegen elkaar heeft uitgespeeld, om zelf aan de macht te kunnen blijven. Terwijl in de jaren negentig in buurland Rwanda een genocide plaatsvindt die de hele regio destabiliseert, wordt hij alsmaar zwakker en langzaam naar de uitgang gedirigeerd. ‘Ik heb God om vergeving gevraagd namens alle inwoners van Zaïre’, vertelt zijn vrouw Bobi Ladawa, die haar man net als zijn zoon Nzanga en dochters Ndagbia en Yango nog altijd op handen draagt. ‘Want hij was de vader van de natie.’

Indië Verloren… Selling A Colonial War

Periscoop Film

Onze jongens gingen de lokale bevolking helpen. Zo probeerde de Nederlandse regering de oorlog in Indonesië, dat zich na de Tweede Wereldoorlog los wilde maken van de westerse kolonisator, tenminste jarenlang te framen. En gevechtshandelingen door Nederlandse troepen werden, in een opzichtige poging om de geschiedenis te falsificeren, verkocht als een binnenlandse aangelegenheid: ‘politionele acties’.

In Indië Verloren… Selling A Colonial War (131 min.), onlangs bekroond met de Beeld & Geluid IDFA ReFrame Award, onderzoekt In-Soo Radstake de pijnlijke geschiedenis van Nederlands Indïe, die in de jaren 1947-1949 tot een climax komt tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Het Nederlandse leger, waaronder veel dienstplichtigen, heeft zich daarbij schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden. Ruim een halve eeuw later komen daarvan echter pas de eerste beelden naar buiten. Decennialang heeft niemand, een enkele klokkenluider daargelaten, zijn vingers eraan durven te branden.

Met een bulk aan onthullend, inzichtelijk en ontluisterend beeld- en geluidsmateriaal, van commentaar voorzien door onafhankelijkheidsstrijders en Nederlandse en Indonesische veteranen en ingekaderd met behulp van Indonesische, Amerikaanse, Australische en Nederlandse historici en onderzoekers, waadt Radstake behoedzaam door het stinkende moeras dat is ontstaan rondom een ogenschijnlijk best eenvoudig conflict tussen een westerse kolonisator en een kolonie die zich na eeuwenlange overheersing eindelijk los wil maken.

De situatie wordt echter ernstig bemoeilijkt door de weerspannigheid van de Nederlandse overheid (niet gehinderd door de slaafse pers), politieke strubbelingen binnen Indonesië zelf en de gespannen internationale verhoudingen. Na de Tweede Wereldoorlog, waarin de Aziatische eilandstaat bezet is geweest door Japan, breekt vrijwel direct de Koude Oorlog uit en begint bij de Verenigde Staten en andere westerse mogendheden de zogenaamde Dominotheorie opgeld te doen. Indonesië mag dus in geen geval in communistische handen vallen.

Indië Verloren… lijkt soms bewust ruw gemonteerd en laat zien dat de deskundigen ook niet altijd alle kennis direct paraat hebben, soms even de tijd moeten nemen om iets op te zoeken of door de filmmaker nadrukkelijk worden geïnstrueerd of ingefluisterd. De functie daarvan is niet helemaal helder – of het moet bedoeld zijn als bewijs dat het hier om een gecompliceerde geschiedenis gaat, die alle betrokkenen noopt om de verschillende gebeurtenissen, denkbeelden en ontwikkelingen op kousenvoeten te doorlopen.

Ruim 75 jaar na dato blijkt de term ‘oorlogsmisdaden’, ondanks excuses van de Nederlandse regering, bijvoorbeeld nog altijd zeer gevoelig te liggen. En ook in Indonesië verkiest menigeen een eenvoudig heldenverhaal boven de diffuse en soms ook gewoon ongemakkelijke waarheid, die in deze breed opgezette, stevig doortimmerde en ook nog steeds urgente film wél de ruimte krijgt. Want wie het verleden niet kent (of wil kennen), is gedoemd om dat te herhalen.

Indisch Zwijgen

Amstelfilm

‘Denk dan maar eeeven. Het kan niet altijd goed gaan in het leeeven’ zingt Wil Richards, een oudere Indische Nederlander, voor zijn achternicht, de beeldend kunstenaar Mei Oele. Hij vervolgt: ‘Zorg bij tegenslaagen dat je die ook kunt verdraagen.’ Wil weet waar hij over zingt. Hij zat vroeger in een interneringskamp. Terwijl zijn broer, Mei’s opa, net als veel lotgenoten die in Indië klem kwamen te zitten tussen de kolonisator en de gekoloniseerden, altijd bleven zwijgen over hun traumatische verleden, zette Wil zijn ervaringen juist op papier.

Tussen 1945 en 1968 kwamen er zo’n 300.000 Indische Nederlanders naar Nederland. Zij volharden meestal nog altijd in een Indisch Zwijgen (32 min.) over wat ze hebben meegemaakt, tot frustratie van hun nazaten. Hoewel Wil destijds het gevoel had dat hij werd beschouwd als een indringer is hij volgens eigen zeggen tegenwoordig ‘helemaal volledig ingeburgerd’ in Nederland. ‘Maar misschien ook vanwege de asielzoekers die dus binnenkomen’, zegt hij er besmuikt lachend bij. ‘Die hebben eigenlijk mijn plaats overgenomen van niet welkom zijn.’

Inmiddels wonen er zo’n anderhalf tot twee miljoen mensen met Indische wortels in Nederland. Filmmaakster Juliette Dominicus wil als vertegenwoordiger van de derde generatie het zwijgen over hun gezamenlijke verleden doorbreken. Tijdens een familie-opstelling bij een lichaamsgerichte therapeut ervaart ze de afstand binnen haar eigen familie echt aan den lijve. Tijd om het gesprek aan te gaan met haar vader. Amara van der Elst, spoken word-artiest, constateert intussen met haar moeder dat praten over het verleden soms ook gewoon pijn doet.

Samen hebben de drie jongen vrouwen ondertussen een kunstwerk gemaakt, waarmee ze het gesprek over dat gedeelde verleden proberen te openen. In dit appèl aan hun gemeenschap komen alle verschillende elementen – theater, video en beeldende kunst – mooi samen en wordt deze film die, met een héél uitgebreide begintekst, enigszins stroef van start is gegaan alsnog tot een fraaie climax gebracht.