Hold Your Breath

Zeppers Film / Cinema Delicatessen

‘Wie heeft er zichzelf opgeschreven?’ vraagt de psychologe aan een groepje Oekraïense soldaten. Zij heeft hen, mannen die in een oud sanatorium enkele weken pauze krijgen van de oorlog met Rusland, gevraagd om de namen op te schrijven van de mensen waar ze om geven. Niemand heeft zijn eigen naam genoteerd. ‘Luister, als je niet voor jezelf zorgt, kun je ook niet zorgen voor alle mensen die je op je lijstje hebt gezet’, legt ze nog maar eens uit. ‘Alles begint met zelfzorg.’

We begrijpen echt wel wat je bedoelt, reageert één van de militairen scherp, maar dat is niet mogelijk in onze realiteit. ‘Sinds de invasie leven wij in de hel.’ Nadat ze een periode hebben kunnen rusten en bijkomen, keren soldaten zoals hij doorgaans weer terug naar het front. Een enkeling gaat naar huis. Vincent Sparreboom vangt hen voor Hold Your Breath (73 min.) in die tussenwereld, op een plek waar ze even los moeten/mogen komen van die vervloekte oorlog en adem kunnen halen.

Daar proberen ze de beelden kwijt te spelen die zich aan hen opdringen. Van kameraden die voor hun ogen sneuvelden of ernstig gewond raakten, maar ook van de dingen die ze zelf in het heetst van de strijd hebben gedaan. Sparreboom zet al die gebutste mannen naast elkaar. Zo goed en zo kwaad als dat gaat worden ze opgelapt. Niet eens zozeer om ze geestelijk weer helemaal gezond te krijgen, maar om ze klaar te maken voor het vervolgen van de strijd. Oekraïne is en blijft tenslotte in oorlog.

Je hebt helemaal geen therapeut nodig na een gevecht’, zegt soldaat Viktor, terwijl hij over een meertje met zwemmende en spelende kinderen uitkijkt. Door hen weet hij waarvoor ie vecht. ‘Voor het gelach van die kinderen, voor hun vrede.’ Zijn collega Maksym lijkt na een ernstige verwonding, juist alle geloof in die oorlog kwijt te zijn geraakt. ‘Ik heb een been verloren’, zegt hij bozig. ‘Maar waarvoor eigenlijk?’ Niemand zit meer op hem te wachten. Zelfs God niet.

Zijn openlijke wanhoop weerspiegelt ongetwijfeld het gemoed van een deel van zijn land, dat nu alweer bijna vijf jaar voor z’n bestaansrecht vecht. Zoals anderen, in deze kalme en bespiegelende film, er juist onverminderd de moed inhouden en weer helemaal klaar lijken voor de strijd.

Hoelang Nog

Een van de jongens / Cinema Delicatessen

De één heeft zijn vrouw meegenomen, de ander haar echtgenoot. De ene man noteert alle informatie met een pen en blocnote, terwijl de andere zijn hele gezin bij zich heeft om mee te luisteren. Ze hebben stuk voor stuk heel veel vragen. Die laten zich allemaal samenvatten in één enkele vraag, de vraag der vragen: Hoelang Nog (internationale titel: How Much Longer, 85 min.). Hoeveel tijd is mij, ons, nog vergund?

Eric Geijteman, de internist-oncoloog van het Erasmus MC in Rotterdam, aan de andere kant van de camera, kan geen eensluidend antwoord geven. Hij heeft geen keiharde prognoses, maar baseert zich op gemiddelden en de uitslagen van de laatste onderzoeken. Samen met zijn patiënten probeert hij er het beste van te maken in die spreekkamer en deze aangrijpende documentaire van Niels van Koevorden.

Die kiest een heel basale aanpak: zijn camera fungeert als ogen en oren van de arts, die zelf alleen bij de begroeting en het vaarwel zeggen even in beeld komt. Door deze benadering, die ook in recente gespreksfilms zoals Mijn Woord Tegen Het Mijne en De Manager wordt toegepast, komt de aandacht te liggen waar die hoort: bij de mensen die een onheilstijding hebben gekregen. Kanker, met al wat daarbij hoort.

‘Magere Hein heeft aan mij een hele kwaaie’, zegt de één strijdbaar. ‘Nu gaan we de bloemetjes buitenzetten’, een ander, met de moed der wanhoop. ‘Als ik het dan goed begrijp’, probeert een dochter de situatie van haar vader te vatten, ‘kan het dus eigenlijk heel snel gaan?’ ‘Ik had eigenlijk wel de hoop dat het stil zou staan’, zegt de vrouw die eerder een paar keer goed nieuws kreeg. ‘Maar dat doet het duidelijk niet.’

Geijteman houdt echt oog voor de mensen tegenover zich, maar heeft ook met de feiten van doen: die onderzoeken geven misschien geen definitief uitsluitsel, maar ze liegen niet. Behoedzaam, met veel empathie en soms ook wat humor probeert hij ieders verwachtingen te managen. Seks, mag en kan dat nog? Op vakantie, is dit het juiste moment? En terug naar Hong Kong, om familie te zien – en in te lichten?

Van Koevorden beperkt zich verder tot registreren. Hij bouwt alleen zo nu en dan een realisatiemoment in – met stillevens van die spreekkamer, begeleid door serene synthmuziek – om te kunnen bevatten wat er zojuist in de gesprekken is gepasseerd. Met die volledig uitgebeende vorm maakt hij het ziekte- en acceptatieproces zichtbaar en inzichtelijk. Voor zolang als hen vergund is.

De Burgemeester – Halsema En De Hoofdstad

c: Maarten Kramer / Witfilm / NTR

Te midden van een wirwar aan lopende, wachtende, fietsende, trammende en demonstrerende Amsterdammers introduceert Mijke de Jong in de openingsscène van deze documentaire haar hoofdpersoon simpelweg als een vrouw die de hond uitlaat. Even later zit diezelfde Femke Halsema alweer in haar dienstauto, als burgemeester van de hoofdstad, op weg naar de volgende afspraak – en de volgende en de volgende.

In die hoedanigheid is ze ook vooral te zien in De Burgemeester – Halsema En De Hoofdstad (internationale titel: The Mayor – Halsema & Amsterdam, 78 min.). De Jong toont haar in actie. Ze leidt, speecht en lauwert. Bezoekt, luistert en overlegt met de driehoek. Verdedigt zich, wordt uitgejoeld en kijkt mee met beveiligingscamera’s. Grapt, lacht en citeert Nick Cave. Knuffelt, schiet vol en gaat op de foto – en werkt tegen de klok.

Halsema wordt geheel 2025 gevolgd, een jaar dat begint met de afwikkeling van de rellen rond de wedstrijd van Ajax tegen Maccabi Tel Aviv en dat tot een dramatische climax komt met de brand in de Vondelkerk. Tussendoor heeft ze heel wat te stellen met kritische bewoners, ambtenaren, politiemensen, journalisten, relschoppers, Den Haag en deelnemers aan de 3323 (!) demonstraties die er dat jaar plaatsvinden in haar stad.

Een bestuurder die volledig opgaat in haar rol, waarbinnen ook nauwelijks ruimte lijkt te zijn voor een ander leven. Deze film is eerst en vooral een functieportret. Van een burgemeester in vredestijd – al voelt dat lang niet altijd zo. Van een vrouw ook, die voor sommigen een burgermoeder is geworden en voor anderen altijd een steen des aanstoots blijft. Ze kan wel tegen een stootje, maar oogt soms ook even aangeslagen.

Mijke de Jong snijdt al die verschillende activiteiten, ontmoetingen en verplichtingen kriskras door elkaar en vangt zo de hectiek van het burgemeestersbestaan. Met deze fragmenten, tot hun essentie teruggebracht, vormt ze een emotionele verhaallijn, die verder wordt ingekaderd met citaten van Femke Halsema in de media en tijdens een ogenschijnlijk ontspannen interview met de bestuurder in haar eigen woonkamer.

Ze is wel somberder geworden, bekent Halsema aan het einde van de film, als De Jong haar nét voor het uitlaten van die hond nog overvalt met een vraag. Het gevoel dat zij deel uitmaakt van een meerderheid van de westerse bevolking, die meer democratie en meer mensenrechten wil, is verdwenen, stelt ze staand in de hal. Tijdens het wandelen met haar hond komt ze daar nog even op terug: ‘Ik word er ook best strijdlustig van.’

Waarna de burgemeester, te midden van gewone Amsterdammers en begeleid door Celeste’s Hear My Voice, de aftiteling inloopt.

We Had A Plan

Docmakers

Tien jaar lang hebben ze toegewerkt naar dit moment. Tien jaar van poetsen en sparen, tien jaar zonder familie. En nu is het dan eindelijk zover voor Paul en Daniel: ze keren terug naar de Filipijnen. Ze hebben een flatje geregeld in de hoofdstad Manilla, waar ze een Airbnb beginnen. Daarnaast hebben ze nog een klein huisje voor zichzelf. Zo hebben de twee het zich altijd voorgesteld. Na jaren van harde arbeid in Nederland, zeven dagen per week en ongedocumenteerd, wacht nu het goede leven voor het Filipijnse koppel, te midden van de mensen die van hen houden. Ze kunnen hun geluk niet op.

We Had A Plan (96 min.) – and we love it when a plan comes together, zoiets. Daniel laat het zich lekker aanleunen, Paul raakt om de haverklap overmand door emoties. Bevangen door het geluk dat op hun pad komt. Dat ze overigens zelf hebben afgedwongen, met al die jaren noeste arbeid in de schaduw, en dat hij, de plannenmaker van de twee, al zo vaak heeft gevisualiseerd. Paul wil bovendien gaan ondernemen, terwijl Daniel terugkeert naar zijn oude baan in het ziekenhuis. Kortom: de zon schijnt. Het leven wordt zelfs begeleid door vrolijke muziekjes. Al is dat laatste vooral de keuze van regisseur Suzanne Raes. Alsof ze nu al, nu het Paul en Dan zo voor de wind gaat, wil zeggen: geniet ervan zolang het kan, want dit kan zo niet duren.

Als alles inderdaad niet geheel volgens plan verloopt, blijkt Paul – anders zou hij Paul natuurlijk niet zijn – ook nog een Plan B te hebben. Essentieel is dat Daniel zijn vaardigheden als verpleegkundige weer op peil weet te krijgen in het plaatselijke ziekenhuis, waar hij voor een hongerloon ellenlange diensten moet draaien. Maar: life is what happens to you, while you’re busy making other plans. Het dreigt hen zelfs uit elkaar te spelen. Hun liefdessprookje, zo fraai opgezet door henzelf en Raes en haar Filipijnse coregisseur Venice de Castro Atienza, lijkt te ontsporen in het echte leven, waarin zij onderdeel zijn van grote maatschappelijke thema’s zoals armoede, LHBTIQ+-acceptatie, arbeidsmigratie en de uitdagingen binnen de gezondheidszorg.

We Had A Plan – and we hate it when the plan seems to fall apart – keert echter altijd terug naar de kern: de relatie tussen deze mannen, die voor elkaar lijken te zijn gemaakt. Als twee figuren die inmiddels volledig in elkaar overlopen, net als de knuffelende beeldjes die in hun huis staan. Raes vangt de wisselwerking tussen de twee sowieso met veel oog voor sfeer en detail. Als de één, wanneer het lot hen toch uit elkaar lijkt te drijven, een nachtelijk tochtje maakt door de Amsterdamse grachten, blijkt de ander ineens te roken. De nette sweater die eerst nog liefdevol rond een kussen is geplooid, zodat ie in model blijft, hangt later verweesd aan een hangertje. Intussen nestelen die dekselse Paul en Daniel, geheel volgens het plan van de filmmaker(s), zich in het hart.

Ze hebben alleen nog wel het één en ander te overwinnen. Voordat alles toch nog volgens plan kan worden afgerond.

No Man’s Air

Serious Film

Op 19 jul 1974 vliegt Adamos Marneros vanuit Londen terug naar Nicosia, met welgeteld zeven passagiers aan boord: een Grieks-Cypriotische familie met in totaal vier gezinsleden en een Turks-Cypriotische gezin van drie. ‘Je moet wel gek zijn’, houdt een Britse verslaggever de piloot van Cyprus Airlines nog voor. ‘Teruggaan naar oorlogsgebied.’

Een dag eerder is hij met een vliegtuig bomvol toeristen, met ook zijn eigen vrouw en dochter aan boord, vertrokken van Nicosia Airport. Het vliegveld was net weer opengesteld nadat de Cypriotische president Makarios bij een coup was afgezet. De vraag die toen al in de lucht hing is nog altijd niet beantwoord: volgt er nu een Turkse invasie?

De Cypriotische gezagvoerder fungeert, buiten beeld, als verteller in de ‘digitale opgraving’ No Man’s Air (42 min.) van Peter Delpeut en Gerco de Ruijter. Zij hebben zíjn herinneringen van de naargeestige terugvlucht, die hij tijdens een tussenstop in Rome nog stiekem probeerde te cancelen, ingenieus geïllustreerd met beeldmateriaal van het vliegveld.

Die beelden hebben ze overigens online gescoord, want de verlaten en vervallen luchthaven is al ongeveer een halve eeuw verboden terrein. Delpeut en De Ruijter halen dus al hun verhaaltechnieken voor de dag en trekken hun hele montagetrukendoos leeg, om met dit ‘found footage die beladen laatste vliegreis naar Nicosia Airport op te roepen.

Een in onbruik geraakt vliegtuig gaat daarvoor virtueel de lucht in. Onderweg realiseert Marneros zich dat het scenario voor de toekomst van Cyprus allang is geschreven. Hij en zijn passagiers – op papier wellicht vijanden, maar in de praktijk toch vooral leden van dezelfde gemeenschap in Groot-Brittannië – hebben zich maar aan hun voorgeschreven rol te houden.

De Cypriotische gezagvoerder is niet meer dan een pion. Ook in deze creatieve opgraving, van een vergeten conflict.

Sucia

Feelsales

Enkele jaren later besluit Bàrbara Mestanza alsnog actie te ondernemen. In 2015 is de Catalaanse actrice en theatermaakster in een massagesalon te Madrid onzedelijk betast. De masseur vroeg de jonge vrouw om zich helemaal uit te kleden en raakte haar daarna op een ongepaste manier en ongepaste plekken aan. Bàrbara zei er weinig van. Ze merkte dat zij en haar lichaam verkrampten.

Waarom ben je niet gewoon opgestaan en vertrokken? vraagt Mestanza zich sindsdien af. Ze wijdde er een theatervoorstelling aan, Sucia, die in 2021 in première ging in het Teatro de la Abadía te Madrid, en schreef daarover weer een boek. En in de egodocu Sucia (internationale titel: Filthy, 82 min.), geregisseerd samen met Marc Pujolar, documenteert ze haar proces na het seksueel misbruik.

Mestanza besluit om actie te ondernemen. Ze spreekt af met voormalige huisgenoten en probeert de masseur zelf te bellen. Op het nummer dat ze eerder heeft geblokkeerd, omdat hij haar maar appjes bleef sturen. Tevergeefs. Nadat ze de eigenaresse van de inmiddels verdwenen salon heeft opgespoord, vindt ze hem alsnog op Facebook. Hij presenteert zich daar als fotograaf. Hoe clichématig!

Dit hele proces speelt zich af voor de camera. Ook het initiële gesprek met de juriste die haar strafrechtadvocaat zal worden, Carla Vall. Hun contact leidt uiteindelijk tot een rechtsgang. Dat is op een erg wrange manier een win-win situatie, als we Vall mogen geloven. ‘Zelfs vrijspraak zou beteken dat jouw pijn wordt beschouwd als onderdeel van een misdrijf. Er is dan alleen niet voldoende bewijs.’

De Spaanse media weten Bàrbara Mestanza intussen goed te vinden. Ze doet overal haar verhaal. ‘Je gaat door een zeer publiek proces en jouw pijn bereikt en helpt heel veel mensen’, constateert de psychologe Anna Planadevall, die gespecialiseerd is in seksueel misbruik, over het idee om zelf de confrontatie met de masseur aan te gaan. ‘Zou je het doen voor de documentaire of voor jezelf?’

Die vraag lijkt gerechtvaardigd. In ‘the court of public opinion’ vormt deze film, die is doorsneden met fragmenten uit Mestanza’s theatervoorstelling, vermoedelijk doorslaggevend bewijs, maar tijdens een rechtsgang zijn kwesties van seksueel geweld heel lastig aan te tonen. Het kost de filmmaakster uiteindelijk tien jaar (!) en ruim 9.000 euro, becijfert ze zelf, voordat ze haar zaak voor de rechter mag bepleiten.

Dit pamflet tegen seksueel misbruik, waarin Bàrbara Mestanza haar eigen casus inzet voor de publieke zaak, is duidelijk een levenswerk geworden en dient uiteindelijk ook een persoonlijk doel. ‘Ik kan deze man niet vergeven’, stelt ze als actrice in de theaterversie van haar eigen leven, die soms nauwelijks van het echte bestaan is te onderscheiden. ‘Maar het is me gelukt om mezelf te vergeven.’

Chun Ri Huan You

Cinema Delicatessen / vanaf donderdag 26 november in de bioscoop

Je bent nu misschien helemaal volwassen, zeggen haar beste vriendinnen Atnyop en Mengying, maar zo zie je er nog helemaal niet uit. Ze pakken een spiegel erbij en beginnen Qihuo’s haar te kammen. Als zij nu ook nog een andere rok aantrekt, geven de ouders van het veertienjarige Chinese meisje, dat behoort tot het Yi-volk, haar vast toestemming om ook te starten met daten. Een huwelijk is dan nog slechts een kwestie van tijd. Want, constateren haar vriendinnen bloedserieus: Qihuo is een ongelooflijke babe. ‘Zo mooi als een bloem’.

Samen met haar hartsvriendinnen verkent de puber uit het afgelegen berggebied in Zuid-China, die onlangs voor het eerst ongesteld is geworden, in Chun Ri Huan You (internationale titel: Whispers In May, 95 min.) de weg naar volwassenheid. Ze gaan letterlijk op pad, vergezeld door Mengyings zusje Itsi, om in Buxte een traditionele rok voor de officiële volwassenwording van Qihuo te bemachtigen. Dat is toch zeker een dag of vier lopen en klimmen. Een waarzegger voorspelt hen alvast een mooie toekomst, met geluk, voorspoed en echtgenoten die elkaars beste vrienden zullen worden.

Tegelijkertijd probeert Qihuo haar moeder, als arbeidsmigrant werkzaam in de stad, van het lijf te houden. Zij belt in deze klassieke coming of age-docu, die zich ontwikkelt tot een mythische roadmovie, regelmatig om de dwarse tiener ferm de les te lezen of uitgebreid de mantel uit te vegen. Het meisje stapt ondertussen dapper door met haar vriendinnen, over de imposante bergen. Onderweg wisselen ze spannende verhalen uit en hebben ze, al dan niet gearrangeerde, ontmoetingen met oudere landgenoten die hen, letterlijk of figuurlijk, de weg wijzen.

Regisseur Dongnam Chen begeleidt hun tocht bovendien met fraaie animaties, de verbeelding van traditionele Yi-fabels over het zware levenslot van vrouwen. Zolang de aandoenlijke meisjes onderweg zijn, kunnen ze nog kind blijven. Wanneer ze de drempel naar volwassenheid nemen, die wacht aan het einde van hun idyllische voetreis en deze ontwapenende en in co-creatie tot stand gekomen film, zullen ze het echte leven moeten binnenstappen. En waar hen rijkdom en geluk zijn voorspeld, kan dan ook wel eens gewoon het leven in een fabriek wachten.

The Year Of The Ghost

Pieter van Huystee Film / Mokum

Voor iedereen die Louis Hothothots debuutfilm Four Journeys (2021) heeft gezien, voelt de openingsscène van de opvolger The Year Of The Ghost (96 min.) direct vertrouwd. Het gekibbel tussen zijn Chinese ouders in hun woning in Beijing. De permanente wrevel van zijn oudere zus, die zo’n in China betreurde ‘leftover woman’ dreigt te worden en van ruzie zoeken een sport lijkt te hebben gemaakt. En de gefluisterde voice-over waarmee de sinds 2012 in Nederland woonachtige documentairemaker alle gevoelige thema’s inkadert.

Als hij in 2022 het bericht krijgt dat zijn vader ernstig ziek is, vliegt Louis Hothothot onmiddellijk naar China. Daar moet hij 28 dagen in quarantaine. Hij mist daardoor zowel het overlijden als de uitvaart van de man die hem, in weerwil van de gewraakte Chinese eenkindpolitiek, op de wereld heeft gezet. Als Louis eindelijk mag afreizen naar het dorp waar zijn vader begraven ligt, lijkt zijn moeder daar zowaar te willen blijven. Tot frustratie van z’n zus, die terug wil naar Beijing om alsnog, nu ze nog kinderen kan krijgen, een echtgenoot te vinden.

Haar zoon verdiept zich intussen in het leven van de beste vriendin van zijn moeder. Deze ‘tante’ werd op haar zeventiende, zonder dat ze het zelf doorhad, uitgehuwelijkt aan een plaatselijke man. Voor 100 yuan, zo’n vijftien euro. Samen kregen zij, ondanks die eenkindpolitiek, twee zoons en adopteerden ze een dochter. Bijna een halve eeuw later lijken ze het best goed te hebben met elkaar – al moet zijn tante wel toegeven dat oom haar nog wel eens aanpakt. ‘Maar hij slaat me nooit echt hard’, voegt de oude vrouw er snel aan toe.

Via vrouwen zoals deze tante, zijn eigen moeder en z’n zus verdiept Hothothot zich in deze persoonlijke film in de achtergrond, positie en uitdagingen van Chinese vrouwen. Zijn eigen familie fungeert daarbij opnieuw als pijnlijke spiegel. Hij zet het mes ongenadig in eigen vlees en blijft filmen in ongemakkelijke situaties. Als zijn zus uitvaart tegen hun moeder en bekent dat ze hun overleden vader nog steeds haat, bijvoorbeeld. En wanneer zijn moeder bijna in een hoestbui blijft, wordt de camera draaiend weggezet, voordat zoonlief te hulp schiet.

Van zéér dichtbij – ergens op het slappe koord tussen intiem en voyeuristisch – documenteert Louis Hothothot ook de ontwikkelingen rond zijn moeders gezondheid en het relationele leven van zijn zus. Intussen maakt hij, via krachtige animaties, tevens uitstapjes naar hun gezamenlijke verleden. Zo ontstaat een gecompliceerd portret van zijn eigen familie, als weerslag van een verstikkende cultuur waarin vrouwen vooral onderdanig en loyaal behoren te zijn. Als zoon, broer, man én maker heeft hij zich daar maar toe te verhouden.

My Undesirable Friends: Part II – Exile

Julia Loktev / Marminchilla LLC

Welgeteld twee dagen zitten er tussen My Undesirable Friends: Part I – Last Air In Moscow (2025), de vijfdelige serie waarin de Russisch-Amerikaanse filmmaakster Julia Loktev enkele jonge vrouwelijke journalisten volgt die door het Russische regime zijn bestempeld tot ‘buitenlandse agent’, en deze opvolger, My Undesirable Friends: Part II – Exile (354 min.), waarin Loktev de draad met hen oppakt. Na de Russische aanval op Oekraïne op 24 februari 2022 hebben ze binnen enkele uren hun spullen gepakt en zijn vervolgens halsoverkop het land uit gevlucht. Om in den vreemde direct hun werk weer op te pakken.

Behalve hun thuis zijn de ‘ongewenste vriendinnen’ Anna Nemzer, Olga Churakova, Alesya Marokhovskaya, Irina Dolinina, Sonya Groysman en Ksenia Mironova op die tragische 24e februari in eerste instantie ook hun identiteit kwijt, als de gezichten van het onafhankelijke Russische tv-station Dozhd (TV Rain) en andere kritische Russische media. Ze dwalen, los van elkaar, rond in landen als Turkije, Israël, Tsjechië, Georgië, Polen en Oekraïne. Ontheemd, met nauwelijks geld, geen (vaste) plek om te slapen en heimwee naar het land waarin ze zijn opgegroeid – en dat twintig jaar lang toekeek hoe er in hun midden een monster groeide.

‘Ik kan zo’n geweldig land toch niet overlaten aan Poetin? zegt Elena Kostyuchenko, die net van haar bronnen heeft vernomen dat het regime haar wil laten verdwijnen en die daarom afziet van een bezoek als oorlogsverslaggever aan de Oekraïense stad Marioepol. Ze is desondanks vast van plan om terug te keren naar huis. ‘Zeker omdat ik beslist meer van Rusland hou dan hij.’ Eerst wil de dappere jonge journaliste van de gelauwerde Russische krant Novaya Gazeta nog een boek (I Love Russia) over de verwording van haar moederland schrijven. Waarna dan wel eens een Russische gevangeniscel zou kunnen wachten.

Julia Loktev kiest intussen ook in deze tweede reeks voor een zo authentiek mogelijke weergave van de werkelijkheid. Fly on the wall, zonder reguliere interviews, toegevoegde muziek of een ingenieuze montage. Alleen enkele verduidelijkende teksten, feitelijke informatie in sobere witte letters op een zwarte achtergrond. Ze neemt ook de tijd voor haar scènes, die behalve inzicht in de politieke ontwikkelingen en journalistieke werkzaamheden van haar protagonisten ook de impact op hun gemoed, relaties, familie en vriendschappen blootleggen. Het feit dat Poetin hen tot ‘de vijfde colonne’ rekent, beïnvloedt elk aspect van hun leven.

De filmmaakster belicht in deze vijfdelige vervolgserie ook hoe het verder gaat met Ksenia’s vriend Ivan Safronov, een journalist die meer dan twintig jaar gevangenisstraf dreigt te krijgen, en enkele nieuwe hoofdpersonen. De Russische podcaster Peter Ruzavin en zijn Oekraïense echtgenote Nataliya Gumenyuk bijvoorbeeld. Elena Kostyuchenko’s geliefde Yana Kuchina, die aan den lijve heeft ondervonden hoezeer je met een lichamelijke beperking wordt gediscrimineerd in Rusland. En Valeria Ratnikova, één van Dozhds vaste presentatoren wanneer de zender in augustus 2022 weer wordt opgestart in Riga, de hoofdstad van Letland.

Als haar collega Alexey Korostolev zich onhandig uitdrukt in een live-uitzending, leidt dit tot consternatie op de redactie. Hij wordt direct uit zijn functie ontheven, zijn collega Ekaterina Kotrikadze en haar echtgenoot Tikhon Dzyadko mogen dit nieuws aan de buitenwereld uitleggen. Terwijl de discussie wordt voortgezet op de Dozhd-burelen, mengt eigenaresse Natasha Sindeeva zich via een emotionele video in het openbare debat. Het resulteert in een fascinerende kijk achter de schermen bij een journalistieke organisatie onder hoogspanning. Want tegelijkertijd werkt Valeria Ratnikova aan verhalen over oorlogsmisdaden in Boetsja en Poetins ‘useful idiots’ in Europa.

Alle commotie leidt tot een bijna absurd conflict met de Letse autoriteiten en opnieuw een overhaast vertrek voor Dozhd, naar Amsterdam ditmaal. De andere ‘buitenlandse agenten’ zijn tegen die tijd ook al over de westerse wereld verspreid geraakt. Nergens zijn ze echter veilig voor Poetins lange arm en het wapen dat hij sinds jaar en dag inzet: gif. Geduldig documenteert Julia Loktev hoe zijn regime zo huishoudt in haar vriendenkring, moedige jonge vrouwen die zich hebben geposteerd in de frontlinie van het vrije woord en die consequent weigeren om zich de mond te laten snoeren – ook al kunnen ze nergens blijven of zich écht thuis voelen.

Deze inmiddels tiendelige serie heeft zich ondertussen ontwikkeld tot een essentieel ooggetuigenverslag van wat het kost om vast te houden aan je onafhankelijkheid en op te staan tegen een autocratisch regime. Een verslag dat een verder vervolg verdient.

A Modern Roma Fairytale

Witfilm

De tienjarige Nicoleta, de verteller van dit verhaal, mag nog nét kind zijn. Nicoleta’s moeder Anca, die veertien was toen ze haar kreeg, leeft voor haar man en kinderen. En Regina, Nicoleta’s jeugdige tante, wordt klaargestoomd voor het huwelijk en de bijbehorende kinderen. Zij is slechts enkele jaren ouder dan Nicoleta, maar al van school gehaald en verloofd met Cosmin.

Drie Roma-vrouwen, verbonden aan de zigeunerkoning van het Roemeense dorp Ciurea. Ze lijken daar het goede leven te leven. Binnen de eigen, naar binnen gerichte gemeenschap. In een kolossaal, smakeloos ingericht huis. Als vrouwen zitten ze er ook vast. Veroordeeld tot de kinderen en het huishouden. Voor Regina en Cosmin wordt inmiddels ook zo’n kast van een huis gebouwd. Zij krijgt een bruidsschat van enkele honderden jurken mee.

Via haar smartphone ziet de tiener hoe elders jongeren van haar leeftijd de wereld ontdekken. Intussen maakt zij zich in A Modern Roma Fairytale (82  min.) op voor de mooiste dag van haar leven – dat dan meteen wel over zijn hoogtepunt lijkt. Want daarna zit Regina vast aan die vent. Cosmin, nu nog een beminnelijke en tamelijke schuchtere jongen, wordt namelijk de baas des huizes. En daarover mag geen enkel misverstand be- of ontstaan.

Nicoleta’s vader Dragoş geeft hem in deze observerende film van Raluca Lupaşcu alvast het ‘goede’ voorbeeld. Voor zijn werk is hij soms maanden van huis. Het zou best kunnen dat hij Anca dan ook bedriegt. En als de twee ruzie hebben, laat hij zonder gêne zijn handen spreken. Zij is volgens hem alleen goed voor de keuken. ‘Als wij samen de stad ingaan, jij en ik’, zegt Dragoş dus tegen Cosmin, ‘dan blijven de vrouwen lekker thuis. Dat is hun taak.’

Van Dragoş hoeft Nicoleta eigenlijk ook niet meer naar school. Misschien kan ze nog wat Engels of Frans leren. ‘Voor als we op vakantie gaan.’ Zijn dochter wil alleen nog van alles leren – goed lezen, bijvoorbeeld, in het Roemeens – maar dat zit er vermoedelijk niet meer in. Ook zij is voorbestemd om echtgenote, moeder en huissloof te worden. Met haar poppen speelt het meisje alvast het huwelijkse leven van haar tante Regina en Cosmin uit.

Het is een triest tafereel: de vanzelfsprekendheid waarmee ook zij, als Roma-vrouw, zich straks zal moeten schikken naar de verwachtingen ligt erin opgesloten. Ook een krachtig beeld: hoe Nicoleta in een traditionele jurk naar zichzelf kijkt in de spiegel en daarna, met ook de haren netjes ingevlochten, rondjes om haar eigen as draait. Met zulke trefzekere scènes, aangekleed met weemoedige liederen, tekent Lupaşcu het lot van deze Roma-vrouwen op.

Hun leven is al volledig voor hen uitgetekend.

White Tiger Column

Lightwood Green

Sinds de militaire staatsgreep in Myanmar in februari 2021, waarbij de democratische regering is afgezet, wordt elke vorm van protest of verzet tegen het regime bruut de kop ingedrukt in het Aziatische land.

De revolutie moet ook ditmaal dus buiten het zicht van de machthebbers worden opgestart. Een Canadese filmploeg, onder leiding van Robert Mentov, Dwight Jantzi en Bryan Dickie, sluit voor White Tiger Column (95 min.) diep in de jungle aan bij een kamp, waar vrijwilligers van het People’s Defence Force zich melden voor een militaire training van 45 dagen. Zij worden daarbij niet alleen lichamelijk gedrild, maar ook mentaal gehard.

Het gaat om een nieuwe generatie strijders: jongens en meisjes met hun eigen idealen, trauma’s én liefdes. Voor games, popliedjes en hun telefoon, die om acht uur ‘s avonds overigens moet worden ingeleverd. En voor elkaar, natuurlijk. Als er een verliefd stelletje tussenuit is geknepen, spreekt een instructeur de anderen vermanend toe. ‘Wil je onderdeel van de revolutie zijn?’ vraagt hij hen indringend. ‘Of ben je op zoek naar de liefde?’

Anderen lijken in dit verborgen junglekamp, waar een enkele keer ook de harde realiteit doordringt van het brute regime dat op hen wacht, op zoek naar genoegdoening en wraak. ‘Ik wil alleen maar vechten’, zegt één van de rekruten. De dictatuur vernietigen die hemzelf bruut heeft gemarteld, zijn broer harteloos heeft vermoord en nu ook zijn moeder heeft gearresteerd. Hij heeft geen idee hoe het met haar is, vertelt hij geëmotioneerd.

In anderhalve maand worden de Davids van de eenheid White Tiger P-29909, voor de registrerende camera van het Canadese drietal, klaargestoomd voor het gevecht met een nietsontziende Goliath, waarin de underdog ditmaal vermoedelijk geen schijn van kans heeft. Ze lijken voorbestemd om kanonnenvoer te worden – of slachtoffer van droneaanvallen, folteraars of scherpschutters. En het zou zomaar kunnen dat hun eigen telefoon dat dan vastlegt.

Deze ontwapenende film wordt daardoor een wrange momentopname, de weerslag van die ene anderhalve maand, een periode die nooit meer terugkomt, waarin deze Gen Z-jongens en meisjes mannen en vrouwen moeten worden. Verzetsstrijders, martelaren wellicht, vechtend voor een vooralsnog onbereikbaar ideaal. Tot hun vertrek kunnen ze, tussen het prepareren van hun wapens en maken van explosieven door, nog even ongegeneerd jong zijn.

Effondrement

JHR Films

Als de Israëlische filmmaakster Anat Even op 24 oktober 2023 terugkeert in de kibboets Nir Oz, treft ze het huis van haar vriendin Carol leeg en ontzield aan. Ze wil er wel en juist niet naar binnen. Carol is ruim twee weken eerder vermoord. Net als haar jongste zoon Yonathan en diens gezin. Op de gevel van de Israëlische woning is een plakkaat geplakt. ‘Netanyahu, je hebt het bloed van mijn familie aan je handen’, staat erop.

In een gezamenlijke ruimte, doodstil, hangt een uitnodiging voor een demonstratie tegen Israëls bezetting van de Palestijnse gebieden. Die zou plaatsvinden op 7 oktober, de zaterdag waarop Hamas aanviel. Even verderop maakt een muur met brievenbussen eveneens een desolate indruk. Op een aantal bussen zit een zwarte sticker (ontvoerd), op enkele andere is een rode sticker (‘vermoord’) geplakt. Sommige adressen bevatten meerdere stickers.

Ooit was dit een vertrouwde omgeving voor Anat Even. In de indringende openingsscène van haar film Effondrement (internationale titel: Collapse, 78 min.) tekent ze de tragedie op die zich daar net heeft voltrokken. Met een persoonlijke voice-over ordent zij haar eigen gedachten en gevoelens. In de navolgende jaren blijft Even de ontwikkelingen volgen met haar camera. Ze rapporteert erover in een briefwisseling met haar oude vriend Ariel Cypel in Parijs.

Hun gesprek op afstand zet de filmmaakster, die altijd principieel tegen oorlog was, verder op scherp. Vanuit Parijs ziet Ariel soms meer dan zij. ‘Ik heb geen twijfels over jouw eerlijkheid, maar ik vrees dat je camera noodgedwongen aan één kant van de grens moet blijven’, schrijft hij haar. ‘De gruwelen die elk kind kan zien op YouTube of TikTok kunnen daardoor op afstand blijven, als de echo van een raket waarvan de impact onbekend blijft.’

Tot zulke afstandelijke beelden is Even inderdaad veroordeeld bij de acties van het Israëlische leger in Gaza, niet eens zo heel ver van haar verwijderd – al kan ze de gepantserde bulldozers, wanneer die herstellen van gedane arbeid, nog wel van dichtbij aanschouwen. Ze voelt zich een direct betrokkene, die veroordeeld is tot toekijken. Zoals zovelen. Ook als hardliners oproepen tot het uitroeien van de Palestijnen en anderen zich daartegen verzetten.

In de correspondentie met haar Parijse vriend geeft Even woorden aan haar ongemak met ‘de oneindige oorlog’ en de behoefte aan vergelding om haar heen en worstelt ze ook met haar eigen rol daarbij. ‘De soundtrack van de wraak overstemt de soundtrack van het rouwen’, concludeert zij uiteindelijk in deze delicate film, een pleidooi vóór het blijven zien van de mens in de ander en tégen de volstrekte onverschilligheid tegenover diens lijden. 

Niet veel later verstoort het geluid van neervallende bommen daadwerkelijk een bezoek aan de kibboets Nir Oz.

Planina

Cherry Pickers / vanaf 14 januari in de bioscoop

Ze koestert haar moederrol. Mileca ‘Gara’ Jovanović kan het niet laten om haar tienerdochter Nada Staniśić steeds weer te vertellen hoeveel mama van haar houdt. Samen leven ze op de Sinjajevina-berg in het noorden van Montenegro. In hun eenvoudige woning, op tweeduizend meter hoogte, slapen ze zelfs in één en hetzelfde bed. Een basaal en vruchtbaar leven, met hun koeien, schapen en katten. Afgezet tegen een weldadig decor van besneeuwde bergtoppen en oneindig grasland.

Dat vredige bestaan wordt in Planina (internationale titel: To Hold A Mountain,105 min.) echter niet alleen bedreigd door wolven en een enkele beer. Het leger wil ook een militair oefen- en schietterrein maken van de hoogvlakte, die door de UNESCO tot werelderfgoed is uitgeroepen. En dan is er nog Nada’s vader, die zich weer, al even onuitgenodigd, in hun leven zou kunnen melden. Die gedachte boezemt Gara angst in. Hij kan alles wat ze in de afgelopen twaalf jaar heeft opgebouwd met haar dochter verwoesten.

Deze observerende documentaire van Biljana Tutorov en Petar Glomazić speelt zich volledig af op die bergweide. Behalve één scène, halverwege de film. ‘Luister, vriend, kom naar mijn huis en eet mijn kaas’, bijt Gara dan een vertegenwoordiger van het leger toe, in een praatprogramma van TV Vijesti. ‘Iedereen is welkom, maar niet zolang die oefeningen plaatsvinden. Want dat gaat niet gebeuren. Die gaan alleen door nadat jullie ons, als herders, hebben afgeschoten. En begin dan maar met mij.’

Deze onverzettelijke activiste, die vlijmscherp uit de hoek kan komen om haar wereld te verdedigen, toont zich in de rest van de film vooral een liefdevolle herder, warme vriendin en beschermende moeder – en een personage om direct in de armen te sluiten. Gara is één met haar land en koestert haar mensen. Te midden van het overweldigende natuurschoon van één van Europa’s grootste bergweiden leiden zij een eenvoudig leven dat in de afgelopen eeuw nauwelijks lijkt te zijn veranderd. 

Tutorov en Glomazić vangen dat bestaan in al z’n grootsheid, maar tonen ook hun timmermansoog als het gaat om de kleine dingen des levens. Als Gara en Nada bijvoorbeeld met een kruiwagen en een dekentje de berg op gaan, op zoek naar een vermiste koe die vermoedelijk heeft gekalfd, resulteert dit in een even fraaie als ontroerende scène, die bovendien appelleert aan hun eigen familiegeschiedenis – waarover de filmmakers heel gedoceerd informatie prijsgeven.

Als dubbelportret van een moeder en dochter, twee sterke vrouwen die door het lot nóg sterker met elkaar verbonden zijn geraakt, komt To Hold A Mountain keihard binnen. Tegelijk blijft er ook genoeg ruimte voor de verbeelding, in de wonderschone wereld rond de Sinjajevina-berg.

Bez Końca

Autlook / Madman Films

In het water van de Poolse Vistula-rivier ligt een levenloos lichaam. Daniel Dymiński gaat zelf niet kijken, maar laat zijn collega poolshoogte nemen. Intussen houdt ie z’n blik afgewend. Hij durft niet te kijken, maar het blijkt loos alarm. Het is Krysztof niet. Zijn zestienjarige zoon is al een jaar vermist. Hij werd voor het laatst gezien op de nabijgelegen brug in Warschau. Twintig minuten stond hij daar. Nadat de beveiligingscamera even van hem weggedraaid was geweest, bleek Krysztof ineens verdwenen.

Sindsdien is Daniel op zoek naar hem. Zelfdoding was niets voor zijn zoon – hij heeft ook geen afscheidsbrief achtergelaten – maar wat zou er anders gebeurd kunnen zijn? Is hij er misschien tussenuit geknepen? Krysztof Dymiński wordt regelmatig gesignaleerd, maar hoe betrouwbaar en geloofwaardig zijn de mensen die zich bij zijn familie melden of de media te woord staan? Onvermoeibaar, dag en nacht, blijft Krysztofs vader met een boot speuren op die rivier. Hij gelooft nog altijd dat hij zijn zoon zal vinden.

De desperate missie van deze getormenteerde man om bij die rivier zijn kind te vinden domineert de observerende documentaire Bez Końca (internationale titel: Closure, 106 min.) van de Poolse regisseur Michal Marczak. Daniels eigen vader gelooft er niet meer in en ook zijn vrouw Agnieszka, de moeder van Krysztof, ziet zijn desperate pogingen ogenschijnlijk gelaten aan. Nu dreigt ook haar echtgenoot te verdrinken in de Vistula-rivier, in het troebele water dat zich meester heeft gemaakt van zijn aspiraties als vader.

Marczak maakt van de tot mislukken gedoemde queeste van zijn protagonist een grauwgroene koortsdroom, waaruit de kleur grotendeels lijkt te zijn verdwenen. Hij begeleidt zijn eigen sensitieve camerawerk bovendien met een immens dreigende soundtrack. Elk ogenblik kan Daniels zoektocht succes hebben – waar in feite niemand naar verlangt. Ook als hij wordt ingeschakeld door andere ouders, die net als hij tussen hoop en vrees leven, is er altijd de dreiging dat ze daadwerkelijk iemand vinden.

Al die twijfel, angst en schuldgevoelens ballen zich samen in een werkelijk hartverscheurende scène, die nog lang nazindert en Daniel Dymiński dwingt om ook zelf de realiteit onder ogen te zien. In een zeer indringende film, die min of meer hetzelfde terrein verkent als Mariëtte Fabers film ZOEK! De Vrouw, De Hond En De Dood (2022), maar daarbij een persoonlijkere insteek kiest. Speurt Daniel werkelijk nog naar zijn zoon? Of heeft hij zich, uit puur lijfsbehoud, vastgeklampt aan een strohalm?

Time And Water

Andri Snær Magnason / Bantam Film / vanaf donderdag 19 november in de bioscoop

Na Fire Of Love (2022), haar overweldigende ode aan de liefde van Maurice en Katia Kraftt voor elkaar en actieve vulkanen, richt Sara Dosa zich nu in Time And Water (93 min.) op gletsjers. En net als in haar vorige, veelgeprezen film, waarin kunstenaar, schrijver en filmmaker Miranda July als verteller fungeerde, laat ze de vertelling weer inkaderen met een voice-over. De IJslandse schrijver Andri Snær Magnason verbindt de verhouding van zijn land tot gletsjers met zijn eigen familiegeschiedenis. ‘Mijn grootouders dachten dat er altijd gletsjers zouden zijn’, legt hij uit. ‘Dat dacht ik ook.’

Tenminste, tot het jaar 2014. Toen bracht het IJslandse televisienieuws het onvoorstelbare bericht dat de Ok-gletsjer, de kleinste gletsjer van het eiland, was opgedroogd. Overleden, zogezegd. Er volgde een officiële begrafenis. En Magnason mocht daarvoor een gedenktekst schrijven. Zoals hij eerder ook een in memoriam neerpende voor zijn opa Arni, die de eerste expedities van de gletsjervereniging leidde en tijdens zo’n reis eens drie dagen vastzat in een tweepersoonstent met z’n grote liefde, oma Hulda. Die plek wordt sindsdien ‘De Bruidspiek’ genoemd in de familie.

Das war einmal. De schrijver vergelijkt deze film met een tijdcapsule, een videobrief die is gericht aan toekomstige generaties. Van een wereld en de bijbehorende mensen, die aan het veranderen is – misschien wel aan het verdwijnen. Dosa omkleedt zijn relaas met prachtige beelden die haar hoofdpersoon en zijn voorouders hebben gemaakt van de IJslandse natuur, die door klimaatverandering zichtbaar is verschraald, en belicht intussen ook IJslands geschiedenis met mythische verhalen en oude rijmgezangen. Een wereld die voor hem vanzelfsprekend is, wordt zo een traktatie voor de rest van de wereld.

Hoe neem je afscheid van iets wat je nooit dacht te kunnen verliezen? vat Magnason de boodschap van deze contemplatieve film, die is gebaseerd op zijn boek On Time And Water (2019) en slechts nét iets minder magisch uitpakt dan zijn gelauwerde voorganger Fire Of Love, nog eens kernachtig samen. Waarna als vanzelfsprekend een oproep volgt: hoe gaan we dit proces tot staan brengen of zelfs terugdraaien? En dan is het alleen nog de vraag of Sara Dosa, na vuur en water, ook nog films gaat wijden aan de elementen aarde en lucht.

Kanehsatake: 270 Years Of Resistance

National Film Board Of Canada

Als de situatie helemaal uit de hand is gelopen, zou je bijna vergeten waarmee het ooit begon: de bouw van luxe woningen en de uitbreiding van een golfbaan. Met het besluit om daarvoor toestemming te verlenen zetten de Canadese autoriteiten in 1990 de zogeheten Oka-crisis in gang. De plannen moeten namelijk gerealiseerd worden op het reservaat van de Mohawks, niet ver van Montreal. En hun heilige begraafplaatsen dienen ervoor te wijken.

Strijders van het inheemse volk, dat al eeuwen door de Canadese overheid wordt vergast op list en bedrog, barricaderen de snelweg bij hun nederzetting Kanehsatake en blokkeren een belangrijke verkeersader, de Mercier-brug. Tot grote woede van enkele gewone Canadese burgers, die vast komen te zitten in het verkeer. ‘Wilden!’ scanderen zij. Al snel wordt de hulp van de politie en het leger ingeroepen en escaleert het conflict verder. 

In de veelvuldig bekroonde documentaire Kanehsatake: 270 Years Of Resistance (120 min.) uit 1993 brengt Alanis Obomsawin deze ‘stare down’ tussen de autoriteiten en haar volk in beeld. De Mohawks erkennen de federale overheid niet als hun officiële gezag. Na een ‘lang spoor van gebroken beloften’, dat al eeuwen teruggaat, zetten de inheemse krijgers hun hakken in het zand en trotseren de Canadese soldaten, die geweld bepaald niet schuwen.

De blokkade zal uiteindelijk 78 dagen duren en vormt, niet in het minst door deze doorleefde weerslag ervan, een keerpunt in hoe Canada naar haar inheemse bevolking kijkt. Obomsawin belicht de verwikkelingen in Kanehsatake vanuit het perspectief van de Mohawks, plaatst de gebeurtenissen als verteller in hun historische en maatschappelijke kader en toont zo het onrecht dat de oorspronkelijke bewoners van het land stelselmatig is aangedaan.

‘Ze zouden jou op een reservaat moeten zetten’, bijt een inheemse vrouw enkele agenten toe. ‘En jullie land moeten afpakken.’ Die diepgevoelde verontwaardiging, over de beknotting van hun volk en de verwording van het bijbehorende land, zal in later jaren ook nog z’n weg vinden naar thematisch verwante documentaires zoals Yintah, Sugarcane en There’s Something In The Water. De camera helpt inheemse volken zo om hun recht te halen.

Everybody To Kenmure Street

Conic

’Let them go!’ scanderen de demonstranten. ‘These are our neighbours.’ Wat begint als spontaan verzet tegen de poging van de Immigration Enforcement van het Schotse Home Office om twee Indiase buurtgenoten aan te houden, mondt binnen de kortste keren uit in een grootschalige sit-in, die acht uur lang live kan worden gevolgd via televisie, internet en social media. 

De multiculturele wijk Polokshields in Glasgow wordt op 13 mei 2021 het strijdtoneel voor een felle confrontatie tussen ‘gewone’ burgers en de Schotse autoriteiten. Nadat de twee mannen in een busje zijn geplaatst, zodat ze het land kunnen worden uitgezet, duikt er een demonstrant onder het voertuig. Zolang deze ‘van man’ daar ligt, kan dat busje niet vertrekken. Al snel wordt de halve wijk opgetrommeld en verschijnt ook de politie ten tonele. ‘Refugees are welcome here!’ roepen de demonstranten dan, terwijl agenten de orde proberen te handhaven. Zodat die uitzetting toch kan doorgaan. De situatie ontwikkelt zich tot een spannende ‘stare down’ tussen overheid en burgers. 

Interculturele spanningen die al lang onder de oppervlakte leven komen nu tot uiting. ‘Je kunt hier tweehonderd jaar wonen, maar in de ogen van de machthebbers word je nooit Brits’, vertelt Mohammad Asif, één van de leiders van het spontane protest in Everybody To Kenmure Street (98 min). Als hij bijvoorbeeld terugkeert vanuit het buitenland, wordt ie er op het vliegveld altijd tussenuit gepikt door de douane. ‘In 2005 werd me gevraagd of ik wist waar Bin Laden was. Meen je dat serieus? vroeg ik. Als ik wist waar Bin Laden was, dan zou ik nu niet naar Glasgow komen. Dan zou ik naar Downing Street gaan, Tony Blair vertellen waar Bin Laden was en de beloning van vijf miljoen incasseren.’

Samen met andere lokale leiders, demonstranten en bewoners van de kleurrijke wijk blikt Asif in deze reconstructie terug op het moment dat Polokshields een vuist maakt tegen hoe de staat met burgers van kleur zoals hij omgaat. Regisseur Felipe Bustos Sierra ondersteunt hun herinneringen met beelden van deze enerverende dag en vult die aan met enkele bronnen, die alleen anoniem hun verhaal willen delen. Acteurs, geplaatst in een replica van de situatie, vertellen wat er toen door hen heen ging. De ‘van man’ wordt opmerkelijk genoeg gespeeld door een vrouw, de bekende actrice Emma Thompson. Vanonder de bus belicht zij de patstelling waarin de twee partijen elkaar gevangen hebben gehouden.

Terwijl Kenmure Street lijkt af te stevenen op een harde confrontatie, plaatst Bustos Sierra de spanningen op straat met een archiefsequentie, een Fremdkörper halverwege de film, tevens binnen de geschiedenis van Glasgow. De Schotse stad, waar activisme en protest van oudsher welig kunnen tieren, heeft vanwege z’n betrokkenheid bij zowel de slavenhandel als de strijd tegen Apartheid ook een beladen historie. De situatie op 13 mei, tevens de dag dat moslims Eid Mubarak vieren, doet ook denken aan het ijskoude ingrijpen van ICE in de Verenigde Staten en de navolgende protesten – en aan de volledig ontsporende betogingen in Nederland bij plekken waar een asielzoekerscentrum komt.

Om zulke onlusten te voorkomen, roepen de leiders van het protest in Glasgow hun achterban op om zich te onthouden van geweld. ‘The world is watching us.’ Met die gedachte in het achterhoofd koerst Everybody To Kenmure Street af op z’n ontknoping.

Nuisance Bear

Documist

Als ijsbeer heeft ie ‘t er maar druk mee. Steeds weer poseren voor de fototoestellen van toeristen – al gaat dat inmiddels in één moeite door met gewoon leven. Als er weer zo’n toeristenbus van Lazy Bear Expeditions langskomt, kijkt hij daar niet meer van op. ‘It’s all in a day’s work for polar bear’ in Churchill, de zelfverklaarde ‘ijsbeerhoofdstad van de wereld’, die is gelegen aan de Hudsonbaai. De dagjesmensen lijken in de veronderstelling te zijn dat hij met uitsterven wordt bedreigd.

De Inuit, de inheemse bewoners van het noordelijke deel van de Canadese provincie Manitoba, noemen hem Avinnaarjuk. Ofwel: Nuisance Bear (91 min.). Voor hen is hij op z’n best een lastpak, die overal inbreekt, voedsel steelt en spullen vernielt. In het slechtste geval, als de winter uitblijft en hij niet de oversteek naar het noorden kan maken, is ie levensgevaarlijk. ‘Hoe langer ze op het land blijven’, constateert de Inuit-verteller Mike Tunalaaq Gibbons, ‘hoe gevaarlijker ze worden.’

In tegenstelling tot officiële rapporten van wetenschappers dat ijsberen zoals hij aan het uitsterven zijn, lijken de Inuit ervan overtuigd dat de berenpopulatie juist groeit. In hun dorp Arviat beschouwen ze hem inmiddels als een ongenode gast, die ze het liefst direct naar de andere wereld helpen. Jagen mag alleen niet meer, zo heeft de witte man bepaald. Die heeft sowieso hun hele leven op z’n kop gezet. Van een traditioneel nomadenbestaan kan bijvoorbeeld ook al geen sprake meer zijn.

Zo woelt hij als ijsbeer, op zoek naar eten in de wereld die de mens zich heeft toegeëigend, heel wat los in deze oogstrelende film van Gabriela Osio Vanden en Jack Weisman en wordt hij tegelijk een symbool van al wat er is veranderd in de biotoop van de Inuit, die zijn losgerukt uit het leven dat hun voorouders leidden. Hij heeft er overigens ook geen bezwaar tegen om zo geportretteerd te worden. Als roofdier is hij misschien niet helemaal in zijn element, maar hij doet overtuigend alsof.

Met het verhaal van zijn volk, dat uitmondt in een persoonlijk drama, tilt verteller Gibbons de lotgevallen van deze ‘ergernisbeer’ naar een metaforisch niveau. Zo groeit de ‘natuurfilm’ Nuisance Bear, die werd voorafgegaan door een shortfilm over hetzelfde thema en op het Sundance Film Festival onlangs de Grand Jury Prize won, uit tot een ontzaglijk mooie weerslag van het veranderen van de loop der dingen. Bij de Inuit, hun leefomgeving en andere bewoners daarvan. Zoals hij, die ene onverstoorbare ijsbeer.

American Dream

Cabin Creek Films

In 1984 maakt Hormel Foods bijna dertig miljoen dollar winst. Datzelfde jaar verlaagt de Amerikaanse vleeswarenfabrikant de lonen in Austin, Minnesota van 10,69 naar 8,25 per uur. Het bedrijf wil volgens eigen zeggen competitief blijven. Dat is tegen het zere been van de vakbond Local P-9, die onder aanvoering van ‘labor consultant’ Ray Rogers een felle mediacampagne start. Zo hopen ze alle medewerkers op één lijn en de bedrijfsleiding op de knieën te krijgen.

Voor het eerst in ruim een halve eeuw dreigt Hormels fabriek in Austin dicht te gaan vanwege een staking. En daarmee belandt American Dream (95 min.), waarmee Barbara Kopple in 1991 een Oscar won, op hetzelfde terrein als de documentaire waarvoor zij vijftien jaar eerder een Academy Award kreeg: Harlan County USA. De noeste werkers tegenover de arrogante bazen. Which side are you on? Wie buigt er en wie breekt z’n nek?

Zo simpel is de situatie in het hart van het Amerikaanse midwesten alleen niet. Want de militante acties van Rogers en co. worden ook veroordeeld vanuit eigen kring. Vakbondsbestuurder Lewie Anderson vertegenwoordigt vanuit Washington 100.000 vleeswerkers van 95 verschillende bedrijven. Hij ziet niks in de wilde acties bij de Hormel-fabriek in Austin, die in zijn ogen de looneisen van de complete sector en de onderliggende solidariteit ondergraven.

Local P-9 houdt alleen stug vast aan z’n oorspronkelijke uitgangspunt. ‘We made a promise’, herhaalt vakbondsleider Jim Guyette zijn vaste citaat uit een populair Bruce Springsteen-nummer nog maar eens tegenover de achterban. ‘We swore we’d always remember. No retreat. No surrender.’ Guyette voelt tegelijkertijd aan zijn water dat de onderlinge solidariteit broos is. Sommige mannen willen niets liever dan gewoon aan het werk. Voor hun gezin.

Vanuit verschillende kanten laat Kopple zien hoe de spanning in Minnesota steeds verder oploopt. Broeders komen tegenover elkaar te staan. De één bemant de ‘picket line’ waar de ander, als stakingsbreker tegen wil en dank, langs moet. Zodat hij de kost kan gaan verdienen. Het conflict raakt zo mensen die altijd familie voor elkaar zijn geweest – en de bazen op z’n best als een noodzakelijk kwaad, maar vaker als de vijand beschouwden.

Het zijn pijnlijke taferelen: mannen verliezen het vertrouwen in elkaar en zichzelf. Ook de wereld waarvan zij al sinds hun jeugd deel uitmaken – bijzonder trefzeker opgetekend door Kopple – dreigt te verdwijnen. De vakbond is zijn positie sowieso aan het verspelen en laat z’n traditionele achterban ondertussen verweesd achter. Als de verliezers van de moderne samenleving die later, wie weet, aansluiting zullen vinden bij de politieke beweging van Donald Trump.

Wanneer de verschillende partijen in Austin, Minnesota, er maar niet uitkomen, verschijnt Bill Wynn, de president van de United Food & Commercial Workers Union, ten tonele. ‘Iedereen kan mensen de straat op krijgen’, zegt hij als zo’n typische vakbondsbaas die geen tegenspraak duldt. ‘Maar er is een echte vent nodig om ze weer aan het werk te krijgen.’ Het is duidelijk wie hij als die echte vent beschouwt en hoe die de boel nu weer vlot gaat trekken.

Het is de tamelijk sombere conclusie van een typische arbeidersfilm, waarin gewone werkemannen worden geconfronteerd met de Reaganomics van hun tijd.