No One Saw A Thing

In het centrum van Skidmore staat tegenover de plaatselijke taverne, dwars op straat, een beige-bruine pickup-truck geparkeerd. Achter het stuur zit (nee: ligt) een bebloede man. Op klaarlichte dag neergeschoten. Naast hem zit een blonde, veel jongere vrouw. Zijn echtgenote Trena. Z’n vijfde. Volgens de overlevering keken zo’n vijftig inwoners van het gehucht in Missouri toe hoe Ken Rex McElroy rücksichtslos werd geliquideerd. Maar niemand heeft iets gezien.

De met kogels doorzeefde truck fungeert als het macabere centrale decorstuk voor de zesdelige documentaireserie No One Saw A Thing (258 min.), waarin de geruchtmakende moord op McElroy op 10 juli 1981 opnieuw wordt belicht. Het zou gaan om een typisch geval van eigenrichting: de dorpsploerd die al jaren heel Skidmore (437 inwoners) terroriseerde werd publiekelijk kaltgestellt. En veel inwoners van het district Nodaway County zien daarin, bijna veertig jaar later, nog altijd weinig kwaad. ‘Het kon niet anders’, zeggen ze. Of: ‘zijn verdiende loon.’

De langharige Vietnam-veteraan en muzikant Britt Small heeft de trekker in elk geval niet overgehaald, stelt hij in deze hele aardige true crime-serie van Avi Belkin. Al zou hij echt niet hebben geaarzeld om die McElroy ‘een gaatje in zijn hoofd’ te schieten. De zonderlinge Small voedde zijn zoon, die de mensheid in deze serie voor het gemak onderverdeelt in wolven en schapen, volgens eigen zeggen op met drie leefregels: ‘Ken je vijand, laat een vijand nooit levend achter en de kerel met de meeste kogels wint.’ Hij laat een moment stilte vallen. ‘Mijn zoon is alleen een echte messpecialist geworden’, zegt Britt trots. ‘Lang voordat hij leerde schieten wist hij al hoe hij iemand met een mes moest doden.’

In zijn zoektocht naar wie de trekker heeft/hebben overgehaald vangt Belkin zo eveneens iets van de volksaard van een gemeenschap die gewend is om zijn eigen boontjes te doppen. En de ooggetuigen, hier verbeeld met Sergio Leone-achtige extreme close-ups van ogen van Zij Die Het Zagen En Lieten Gebeuren, weten dat ze hun lippen stijf op elkaar moeten houden. McElroys weduwe Trena zegt nochtans te weten wie haar man heeft afgeknald, maar met haar verklaring krijgt ze niemand veroordeeld. En van die verhalen dat er een soort dorpsvergadering is geweest, waarbij het slachtoffer vooraf zou zijn gevonnist, wil ook niemand ook niets weten. En wie kan bewijzen dat zelfs de plaatselijke sheriff bij die bijeenkomst zijn goedkeuring heeft gegeven?

Met fraai archiefmateriaal uit reportages die toentertijd zijn gemaakt (waaronder gesprekken met McElroys vrouw Trena, haar advocaat, dorpelingen en de officier van justitie) en actuele interviews met het leeuwendeel van de belangrijkste personages en enkele, inmiddels volwassen kinderen van het slachtoffer keert filmmaker Belkin de zaak binnenstebuiten. No One Saw A Thing wil echter meer zijn dan een simpele whodunnit, de serie probeert ook de gevolgen van het vigilante-incident voor Skidmore in kaart te brengen. Met het bewaren van dat veelbesproken geheim lijkt het dorp een heuse vloek over zichzelf te hebben afgeroepen.

Het resultaat oogt als een psychologisch portret van een gemeenschap. Van small town America. En van Ons Kent Ons en Ons Dekt Ons. Een wereld die in de decennia na de McElroy-moord het toneel zal worden van de verdwijning van een tiener, handel in crystal meth en een bizarre moord. En dat eerder, ook niet te vergeten, het decor vormde voor barbaarse lynchpartijen van zwarte Amerikanen. Of er werkelijk een rechtstreeks verband is tussen al die verschillende kwesties, valt te betwijfelen. Avi Belkin maakt echter aannemelijk dat de zwijgcultuur rond de executie van Ken Rex McElroy in Skidmore wel degelijk heeft bijgedragen aan een algehele sfeer van medeplichtigheid, die ook jaren na dato nog slachtoffers maakt.

The Central Park Five

Ava DuVernays vierdelige drama When They See Us, sinds kort te zien op Netflix, is zonder enige twijfel de meest geprezen televisieserie van 2019. Over hetzelfde onderwerp, de onterechte veroordeling van vijf donkere New Yorkse jongens vanwege een gewelddadige verkrachting, werd in 2012 ook al een prijswinnende documentaire gemaakt: The Central Park Five (118 min.).

Beide producties gaan terug naar die ene fatale dag in 1989, woensdag 19 april, toen een vrouwelijke jogger nagenoeg levenloos werd achtergelaten in het New Yorkse Central Park. Ze zou twaalf dagen in coma liggen. Enkele jongens, onderdeel van een grotere groep tieners die stenen naar auto’s had gegooid en een paar willekeurige parkbezoekers in elkaar had geslagen, werden gearresteerd voor de verkrachting.

Onder druk van de politie legden ze tijdens hun (gefilmde) verhoren een valse bekentenis af, die hen zou blijven achtervolgen. Ook al was er geen enkel fysiek bewijs – een situatie die herinneringen oproept aan de Puttense moordzaak. Toen in een andere zaak een erkende serieverkrachter als verdachte werd aangehouden, vond niemand het nodig om zijn DNA te testen. The Central Park Five zouden jarenlang achter de tralies zitten.

Met de vijf voormalige verdachten – één van hen wilde alleen niet in beeld – en advocaten, journalisten, burgerrechtenactivisten, psychologen en familieleden van de jongens nemen Ken BurnsDavid McMahon en Sarah Burns de zaak door, die kan worden gezien als de culminatie van raciale spanningen in het door een misdaadgolf en de crackepidemie overspoelde New York van de jaren zeventig en tachtig.

Het vergrijp speelde destijds perfect in op latent racisme. Een blanke vrouw verkracht? Daar kón alleen een zwart roofdier achter zitten. Vijf nog wel. Zelfs in 2016, toen de zaak al lang en breed was opgelost en de onschuldige verdachten allang op vrije voeten waren, bleef een zekere New Yorkse vastgoedman, die ook al eens een advertentie in de krant had geplaatst om de doodstraf te bepleiten voor de vijf, volhouden dat de jongens in wezen schuldig waren.

De uitspraken van deze Donald Trump geven dit dramatische verhaal over stuitend onrecht, dat door Burn, McMahon en Burns zonder effectbejag is opgetekend, een actuele draai. Datzelfde racisme steekt nog altijd de kop op in het hedendaagse Amerika, dat lang niet zo kleurenblind is als je zou hopen.

Bij een zaak met zulke grote maatschappelijke implicaties zou je bijna vergeten dat de gewelddadige verkrachting in eerste en laatste instantie een vrouwelijk slachtoffer had. Trisha Meili maakte zich in 2003 met een boek bekend als de Central Park-jogger, geeft zo nu en dan haar mening over de zaak rond de vijf ten onrechte veroordeelde jongens en schijnt tegenwoordig met andere slachtoffers van seksueel geweld te werken.

The Clinton Affair

Via het verleden kun je het heden begrijpen. Zo maakte de Oscar-winnende documentaireserie O.J.:Made In America enkele jaren geleden de historische context van de Black Lives Matter-beweging inzichtelijk. De zesdelige serie The Clinton Affair (300 min.), over de buitenechtelijke relatie die de Amerikaanse president Clinton halverwege de jaren negentig had met een Witte Huis-stagiaire, schildert al even overtuigend de voorgeschiedenis van het Trumpisme, #metoo en Russiagate.

Het is een klassieke scène geworden. Bill Clinton kijkt recht in de camera. ‘I did not have sexual relations with that woman’, klinkt het ferm. Hij neemt een korte pauze, alsof hij moeite moet doen om zich haar naam te herinneren, en dropt dan de naam die voor eeuwig aan hem verbonden zal blijven: ‘Miss Lewinsky’. Hij vervolgt: ‘I never told anybody to lie. Not a single time. Never! These allegations are false. And I need to go back to work for the American people.’

We weten allemaal hoe het verder zal lopen: Clinton moet toegeven dat hij er een geheel eigen definitie van een seksuele relatie op nahoudt en dat hij wel degelijk een verhouding heeft gehad met ‘that woman’. Het feit dat hij daarover heeft gelogen, en de suggestie dat hij ook Lewinsky zou hebben aangezet om te liegen, leidt tot een afzettingsprocedure. Van een impeachment van de populaire Democratische president zal het echter nooit komen.

Deze fascinerende serie van Blair Foster reconstrueert de seksuele en politieke affaire nauwgezet met enkele belangrijke spelers, zoals openbaar aanklager Ken Starr, Paula Jones (die Clinton eerder al beschuldigde van aanranding), de conservatieve literaire agent Lucianne Goldberg (die belastende telefoongesprekken van Lewinsky in de openbaarheid bracht) en – de grootste troef – Monica Lewinsky zelf. Een vrouw van halverwege veertig inmiddels, die openhartig en (zelf)kritisch terugkijkt op de kwestie die altijd aan haar zal blijven kleven.

In de aftiteling van The Clinton Affair schitteren twee namen vanzelfsprekend door afwezigheid: Bill en Hillary Clinton. Zij hebben niets te winnen bij het opnieuw oprakelen van een oud schandaal, dat volgens Hillary eerst en vooral ‘a vast right-wing conspiracy’ was. ‘Het probleem met het onderzoeken van de Clintons is dat ze zich gedragen alsof ze schuldig zijn’, stelt Solomon Wisenberg, een lid van Ken Starrs team dat het echtpaar destijds onder de loep nam. ‘Of ze nu schuldig zijn of niet.’

Ook Monica Lewinsky’s diabolische vertrouwelinge Linda Tripp ontbreekt helaas in de serie. Zij is het die Goldberg het geheim influistert van Lewinsky’s jurk, waarop een spermavlek van Clinton zou zitten. De literaire agent waarschuwt haar nog: ‘Je moet bereid zijn om haar te verliezen als vriendin.’ Tripp: ‘Dat besluit heb ik al genomen.’ Goldberg adviseert haar vervolgens om haar telefoontjes met Lewinsky op te nemen en speelt het verhaal daarna door aan een journalist van The Washington Post.

De opgenomen en uitgeschreven telefoongesprekken tussen Linda Tripp en Lucianne Goldberg getuigen van een enorm cynisme. Voor het beschadigen van ‘The Big Creep’ is alles geoorloofd, inclusief het misbruiken van het vertrouwen van Tripps naïeve vriendin Lewinsky, die vervolgens wordt blootgesteld aan slutshaming avant la lettre. Zij is de onbetwiste protagonist van deze serie. Dit is in essentie haar verhaal (en dat van haar ouders, die ook aan het woord komen), dat werd opgetekend tijdens twintig uur interview.

The Clinton Affair bevat bovendien een schat aan bijzonder archiefmateriaal, bijvoorbeeld van een bezoekje van Monica en haar vader en stiefmoeder aan Clinton in het Witte Huis, inclusief het maken van de verplichte groepsfoto. Of beelden van een jonge versie van Trump-medewerker Kellyanne Conway, die als opiniemaker van Fox News de regering Clinton ervan beschuldigt dat ze alles ontkent en criticasters belastert. Ook dat oogt onwerkelijk. Het is immers Conway die bijna twintig jaar later hoogstpersoonlijk de term ‘alternative facts’ zal munten.

Deze zesdelige televisiedocu is duidelijk meer dan een naargeestige trip nostalgia. De parallellen met het tijdperk Trump zijn talrijk. De ‘unformate encounters’ die Clinton zou hebben gehad met meerdere vrouwen doen bijvoorbeeld denken aan allerlei #metoo-kwesties, waaronder die rond de huidige president. Die wacht op zijn beurt misschien eveneens een impeachmentprocedure als het Russiagate-onderzoek tot dwingende conclusies leidt. En wie zou één van de ‘elves’ zijn geweest, die Hillary’s rechtse samenzwering in stilte juridisch heeft gefaciliteerd? Juist: een man die onlangs het middelpunt was van een gigantisch politiek moddergevecht.

De laag bij de grondse manier waarop de strijd tussen de Democratische president en zijn Republikeinse opponenten wordt uitgevochten en geëxploiteerd lijkt tegenwoordig bovendien gemeengoed te zijn in de (Amerikaanse) politiek. Op een verwrongen manier herhaalt dus ook deze geschiedenis zich.

The Vietnam War

 

Woensdag start op Canvas de epische documentaireserie The Vietnam War (990 min.) van Ken Burns en Lynn Novick, het definitieve verhaal van Amerika’s meest traumatische oorlog. Ik schreef al eerder over deze serie, maar wil hem nogmaals onder de aandacht brengen.

Ken Burns is een levende legende binnen de Amerikaanse filmwereld. Als een soort filmende evenknie van Geert Mak heeft hij de recente historie van de Verenigde Staten toegankelijk gemaakt voor een breed publiek; van grote politieke thema’s als The Civil War, de drooglegging en de Amerikaanse bijdrage aan de Tweede Wereldoorlog tot de geschiedenis van honkbal, jazz en de Amerikaanse natuurparken.

The Vietnam War is de nieuwste loot aan de boom. In tien afgewogen afleveringen van in totaal zo’n 16,5 uur (!) diepen Burns en zijn vaste partner in crime, producer/regisseur Lynn Novick, werkelijk alle aspecten van ‘Nam uit. Ze laveren daarbij duivels knap tussen het grote, geopolitieke verhaal en de ‘kleine’ menselijke verhalen van gewone Amerikanen en Vietnamezen, zowel Vietcong-strijders als handlangers van de Verenigde Staten.

Acteur Peter Coyote fungeert intussen als alwetende verteller die de kijker met zijn pregnante stem majestueus door ruim vijftien jaar dood en verderf loodst. The Vietnam War is sneller gemonteerd en moderner vormgegeven dan Burnes’ oude werk, waarbij met name de spannende soundtrack van Atticus Ross en Trent Reznor (van de industrial metalband Nine Inch Nails) echt iets toevoegt aan toch wat uitgekauwde Vietnam-evergreens als Paint It, Black, Bad Moon Rising en The “Fish” Cheer / I-Feel-Like-I’m-Fixin’-To-Die-Rag.

Het hart van The Vietnam War wordt echter als vanouds gevormd door een indrukwekkende verzameling bijzonder archiefmateriaal, gestut door krachtige, verhelderende en ontroerende getuigenissen van direct betrokkenen. Zodat die oorlog waarvan je alles wel dacht te weten toch nog onvermoede kanten blijkt te hebben.

Je kunt overigens nóg verder inzoomen op de oorlog in Vietnam. De televisiedocumentaire My Lai belicht bijvoorbeeld de oorlogsmisdaden die een groepje Amerikaanse militairen in 1969 beging bij het gelijknamige Vietnamese dorp, terwijl Last Days In Vietnam van Rory Kennedy, dat voor een Oscar werd genomineerd, zich volledig concentreert op de smadelijke aftocht van de Amerikanen en het verpletterde land dat ze achterlieten.