I, Sniper

Vice

‘Je hebt het gevoel dat je de families in de steek hebt gelaten.’ Steve Bailey veegt zijn tranen weg. De Amerikaanse agent heeft destijds de auto van het tweetal, met de spotter achter het stuur en zijn scherpschutter in de achterbak, staande gehouden, maar had niet door wie hij voor zich had. Uiteindelijk liet hij ze toch weer verder rijden. ‘We hadden ze’, constateert Bailey geëmotioneerd. ‘Mijn fout.’

De volstrekte willekeur van de moorden maakte het een stuk lastiger om hen in de kraag te grijpen. Natuurlijk, ze hadden een motief. Vooral hij, de 41-jarige Golfoorlog-veteraan John Muhammad. Lee Malvo, de Jamaicaanse tiener die daadwerkelijk de trekker overhaalde, was niet meer dan een werktuig. De dodelijke slachtoffers die ze samen maakten hadden feitelijk maar één ding gemeen: ze waren op het verkeerde moment op de verkeerde plek.

In het najaar van 2002, ruim een jaar na de aanslagen van 11 september 2001 en enkele maanden voor de Amerikaanse inval in Irak, begon het duivelse duo aan zijn beulswerk. Ze zouden uiteindelijk een hele serie dodelijke slachtoffers maken in de omgeving van Washington. Gewone, volstrekt onschuldige mensen. Op laffe wijze afgemaakt. Tankend bij het benzinestation. Zittend voor hun eigen huis. Of rustig het gras maaiend. Vermoord omdat Muhammad zijn woede op de wereld moest koelen en de outcast Malvo als was in diens handen was.

Vanuit de Red Onion State Prison te Virginia doet die laatste nu, via gesprekken met de gevangenistelefoon van maximaal een kwartier, zijn relaas in I, Sniper (308 min.). Daartegenover staan de huiveringwekkende verhalen van overlevenden, nabestaanden en politiemensen die jacht op hen maakten. De filmmakers, onder leiding van regisseur Ursula MacFarlane, hebben zich bovendien toegang verschaft tot ex-geliefden, familieleden en vrienden van het moordduo. Zij kunnen van binnenuit hun totale ontsporing duiden.

Deze achtdelige documentaireserie schetst hoe de terreurcampagne van Muhammad en Malvo huishoudt in de betrokken gemeenschap. Er ontstaat bijvoorbeeld een massale klopjacht op een man uit het Midden-Oosten en een kleine witte truck, terwijl de verdachten in werkelijkheid zwart waren en rondreden in een donkere Chevrolet Caprice. Schietend, welteverstaan. Alsof ze op een militaire missie waren. Maar tegen wie of wat? En hoe zijn ze gekomen tot hun ogenschijnlijk willekeurige wraakactie? Is er een levenspad denkbaar dat op een logische manier naar dit soort blinde woede leidt?

I, Sniper is groots aangepakt, dramatisch getoonzet en meeslepend gemonteerd. Een tragische geschiedenis die zich stap voor stap ontvouwt, steeds spannender wordt en onderweg ook aan diepte en betekenis wint. Totdat het drama in zijn volledige omvang zichtbaar is geworden. Geen gemakzuchtige trashy true crime dus, maar een gelaagd psychologisch portret van een jeugdige scherpschutter, diens getormenteerde leermeester en de wereld die zij ongenadig opschudden, met talloze verwoeste levens tot gevolg. Een vrijwel vergeten schokgolf die een kleine twintig jaar later hier en daar nog altijd nadreunt.

Sophie: A Murder In West Cork

Netflix

Bij de ruïne van een kasteel op Three Castle Head had ze een geestverschijning. Op die idyllische plek zou een mythisch personage rondwaren dat ooit bij het nabijgelegen meer had gewoond, ‘de witte dame’. De aanblik daarvan maakte Sophie Toscan du Plantier doodsbang. Ze kende de lokale legende die erbij hoorde: als je deze vrouw hebt gezien, zal je binnen een paar uur sterven.

‘Ze werd bevangen door een diepgevoelde, onverklaarbare paniek, slechts enkele uren voordat ze op brute wijze zou worden gedood’, schreef de plaatselijke journalist Ian Bailey later in een artikel over de moord op de Française, op 23 december 1996 in het dorp Schull aan de afgelegen zuidwestkust van Ierland. Sophie werd verminkt langs een weg achtergelaten, ver weg van haar zoon en echtgenoot, de vermaarde filmproducent Daniel Toscan du Plantier, in Frankrijk.

Het onderzoek naar die spraakmakende moord staat vanzelfsprekend centraal in de driedelige true crime-serie Sophie: A Murder In West Cork (164 min.), waarin regisseur John Dower de gebeurtenissen reconstrueert met nabestaanden, de lokale bevolking en vertegenwoordigers van politie en justitie. Gaandeweg komt er ook een verdachte in beeld, die ruim 25 jaar na dato nog altijd stug vasthoudt aan zijn onschuld en zich toch goedgeluimd laat filmen en interviewen.

Deze man – een even intrigerend als complex personage – is één van de troeven van deze slim opgebouwde miniserie: is hij wie hij zegt te zijn? Of toch degene die anderen in hem zien? Hij krijgt in elk geval fijn tegenspel van de toenmalige hoofdcommissaris van de Ierse Garda, Dermot Dwyer, die ‘s mans verhalen ogenschijnlijk geamuseerd probeert te weerleggen. Ook Sophie’s familie en de inwoners van Schull blijven ervan overtuigd: deze vent is zo schuldig als wat.

Dat is een intrigerend uitgangspunt voor een boeiende vertelling, die zich bovendien afspeelt binnen een aansprekend decor: het Ierse platteland, dat zich had ontwikkeld tot een thuishaven voor ‘inwaaiers’, die er stilte, veiligheid of een ander leven hoopten te vinden. Totdat het schokkende misdrijf elk gevoel van (gemoeds)rust rigoureus verstoorde, ook bij de plaatselijke bevolking. Die moet nu al een kwart eeuw met een onopgeloste moord zien te leven. En met een man die daarvan verdacht wordt.

‘Sophie’s ingewikkelde liefdesleven’, kopte journalist Ian Bailey, die vanaf het begin bij de zaak betrokken was, twee dagen na haar dood in The Star. Ze zou volgens hem zijn gedood met een stomp voorwerp en niet seksueel zijn misbruikt.

Audrie & Daisy

Netflix

‘John R., waarom heb je dit laten gebeuren?’, vraagt de Amerikaanse tiener Audrie Pott in een Facebook-bericht aan een kennis. ‘Weet je hoe mensen nu naar me kijken?’

Ze vervolgt: ‘Ik heb het verkloot en kan er niks meer aan doen om het te repareren.’

‘We gaan allemaal wel eens de fout in’, reageert hij. ‘Iedereen is dit alweer vergeten voordat de week voorbij is.’

Audrie weet wel beter: ‘Jij hebt echt geen idee hoe ‘t is om een meisje te zijn.’

De Facebook-chat tussen Audrie en John R. verwijst naar een feestje van de avond ervoor. Zij is daarbij stomdronken geworden en is enkele uren helemaal kwijt. De middelbare scholier uit Californië heeft wel een idee van wat er in die tijd is gebeurd: haar hele lichaam is beschreven met merkstift. Sommige delen van haar lijf worden opgeëist door bepaalde jongens, bij haar vagina en anus staan pijlen: ‘Harder.’ En iedereen die Audrie kent, lijkt de foto’s ervan te hebben gezien. Die gedachte komt keihard bij haar binnen, met desastreuze gevolgen.

Deze onverkwikkelijke geschiedenis krijgt in Audrie & Daisy (98 min.) gezelschap van nóg een traumatische affaire: de nacht die Daisy Coleman beleefde met enkele footballspelers. Ze was nog maar veertien en zo onder invloed dat ze bijna in comateuze toestand belandde. Voor hen was dat geen beletsel. En naderhand scheen er zelfs een video te zijn rondgegaan in haar woonplaats Maryville, Missouri. Die was echter alweer verdwenen toen de jongens, waarvan er één tot een prominente plaatselijke familie behoorde, ter verantwoording werden geroepen.

Voor de lokale gemeenschap was intussen allerminst bewezen dat Daisy daadwerkelijk was overweldigd door de sporthelden. Schaamde ze zich misschien voor wat er was gebeurd en had ze de jongens er toen maar bijgelapt? Via social media werd Daisy uitgemaakt voor ‘domme slet’ en ‘hoer’. Ze reageerde fel: ‘Sommige mensen kunnen wel een ‘high five’ gebruiken. Tegen het gezicht. En met een stoel.’ De situatie liep vervolgens volledig uit de hand. Daisy en haar gezin, sowieso al getroffen door persoonlijk drama, werden outcasts in hun eigen leefomgeving en besloten om te verhuizen.

In deze documentaire uit 2016 positioneren de filmmakers Bonni Cohen en Jon Shenk zich zonder voorbehoud aan de zijde van de slachtoffers: twee meisjes die elkaar helemaal niet kennen, maar die wel soortgelijke ervaringen hebben. Via hun verhalen wordt duidelijk hoe lastig het is om (vermeende) daders van dit soort seksueel geweld veroordeeld te krijgen. Omdat aanvullend bewijs meestal ontbreekt of tegenstrijdig is, komt het vaak neer op een kwestie van ‘he said/she said’. En daarbij trekt ‘zij’, die dan ook al publiekelijk door het slijk is gehaald, nogal eens aan het kortste eind.

Deze erg Amerikaanse film zet die thematiek helder op de kaart – al komen de twee verhalen wat lastig samen – en probeert tegelijkertijd een emancipatoire boodschap uit te dragen: hoe uit al die ellende, zolang je er maar over praat, toch een soort zelfrespect en empowerment kan voortkomen. De getroebleerde Daisy, die aansluiting vindt bij een groepje lotgenoten, moet daarvan het gezicht zijn. Een jonge vrouw die zich door al die malheur niet kapot laat maken.

In 2020 hebben bijzonder droevige gebeurtenissen er echter voor gezorgd dat de positieve draai die wordt gegeven aan Daisy’s traumatische ervaring inmiddels in een totaal ander daglicht is komen te staan.

The Mystery Of D.B. Cooper

HBO

Al 31 jaar loopt hij door de heuvels en bossen rond Seattle. Op zoek naar de parachute van D.B. Cooper. Want voormalig beroepsmilitair Jerry Thomas is ervan overtuigd dat de man zelf de val onmogelijk kan hebben overleefd. Cooper sprong op 24 november 1971 uit een Boeing 727, nadat hij die met een bom had gekaapt. De ‘skywalker’ vertrok met 200.000 dollar losgeld en werd nooit meer gezien.

Bijna een halve eeuw later is The Mystery Of D.B. Cooper (85 min.) nog altijd onopgelost. Verdachten genoeg. Volgens Jo Weber, en haar souffleur Tim Collins, heeft haar echtgenoot op zijn sterfbed bekend dat hij Dan Cooper was. National Guard-lid Ben Anjewierden is er dan weer van overtuigd dat zijn collega Richard Floyd McCoy, die vijf maanden later een ander vliegtuig kaapte, de dader moet zijn. Of was het toch Barbara Dayton, een vrouw die vroeger als man door het leven ging en haar geslachtsoperatie zou hebben bekostigd met de buit?

En zo lopen er nog veel meer Amerikanen met hun eigen D.B. Cooper-theorie rond, stuk voor stuk overtuigd van hun eigen gelijk. De Britse documentairemaker John Dower baant zich met veel bravoure en humor een weg door alle scenario’s en portretteert tegelijkertijd de bijbehorende getuigen, amateurdetectives en schrijvers. Met gedramatiseerde scènes illustreert hij bovendien hun ‘herinneringen’ en Coopers kamikazemisdrijf dat via interviews met een stewardess, copiloot en passagier van de roemruchte vlucht en een FBI-agent die de zaak onderzocht nog eens zorgvuldig wordt gereconstrueerd.

Al blijft het de vraag of het er in deze kostelijke true/fake crime docu uiteindelijk toe doet wie werkelijk de waarheid vertelt en wie er een Ape Sandwich probeert te verkopen.

1971: The Year That Music Changed Everything

Apple TV+

Voor wie vijftig jaar na dato nog altijd niet elke bocht, zijweg en afslag van ‘the trip down memory lane’ richting Boomerland kent, is 1971: The Year That Music Changed Everything (363 min.) zonder enige twijfel een traktatie. De achtdelige reeks van Asif Kapadia (Senna, Amy en Diego Maradona) buigt zich diepgaand over het muziekjaar 1971.

Alle oude favorieten komen weer langs: John Lennon, The Rolling Stones, Alice Cooper, The Doors, T. Rex, The Who, Joni Mitchell, Elton John, Bob Marley, Kraftwerk en Lou Reed. Ze worden gepresenteerd onder een motto dat is ontleend aan David Bowie: ‘We begonnen met de 21e eeuw in 1971.’ Daarbinnen is er ook opvallend veel aandacht voor de zwarte inbreng, middels korte portretten van Marvin Gaye, Sly & The Family Stone, Aretha Franklin, Curtis Mayfield, Ike & Tina Turner, James Brown, The Staple Singers en Bill Withers.

Deze momentopnames van belangwekkende artiesten worden afgezet tegen belangrijke ontwikkelingen in diezelfde periode; van de oorlog in Vietnam en burgerrechtenbeweging tot de seksuele revolutie en opkomst van heroïne en cocaïne. Waarbij ook beeldbepalende figuren zoals Muhammad Ali, Hunter S. Thompson, Charlie Manson, Angela Davis en James Baldwin, die stuk voor stuk al veel vaker in beeld zijn gebracht, natuurlijk niet ontbreken.

De muziek wordt intussen een belangrijke maatschappelijke rol toegedicht – of op zijn minst beschouwd als een wezenlijke weerslag van wat er destijds, met name in de Verenigde Staten, gaande was. Deze reeks is verder vanzelfsprekend gelardeerd met fraaie concertfragmenten, waarbij de songteksten in beeld worden vertoond. Talloze insiders, met quotes die uit de archieven zijn gehaald en nu off screen worden gepresenteerd, voorzien het geheel van commentaar.

Het terrein dat 1971 probeert te bestrijken is natuurlijk al lang en breed afgegraasd. Sterker: de meeste verhalen zijn, ook in documentaires, al eerder en diepgaander verteld. Deze serie – zonder enige twijfel knap gemaakt, maar ook zonder enige urgentie – is daardoor vooral interessant voor muziekliefhebbers die zich nog nooit in dit tijdsgewricht hebben verdiept. Of er altijd in willen blijven hangen.

Zouden die zich volgend jaar in 1972 mogen verlustigen?

In The Face Of Terror

Dimitri Bontinck vertrekt in 2013 hoogstpersoonlijk naar Syrië. De Belg wil zijn zoon Jejoen ophalen. Die is in de voorgaande jaren geradicaliseerd en onder de invloed gekomen van Sharia4Belgium. Dimitri wil hem ter plaatse uit de klauwen van Islamitische Staat (IS) rukken. Hij haalt echter bakzeil. Als gevolg van zijn bevrijdingspoging wordt zijn zoon alleen beschouwd als een mogelijke spion en vastgezet. Jejoen slaat op de vlucht. Eenmaal thuis beweert de jongen dat hij in een cel heeft gezeten met de gegijzelde fotografen John Cantlie en Jim Foley.

Bontinck besluit contact op te nemen met Foleys ouders. Het Amerikaanse echtpaar wacht al een hele tijd op nieuws over hun oudste zoon. Zoals de Schot Michael Haines in onzekerheid verkeert over het lot van zijn broer David. En Carl en Marsha Mueller zich afvragen of hun enige kind, hulpverleenster Kayla, nog in leven is. Zij worden in deze driedelige documentaireserie gedwongen om In The Face Of Terror (175 min.) te staan. Diane en John Foley krijgen op 19 augustus 2014 zelfs de ergst denkbare klap te verwerken, in de vorm van een ijzingwekkende IS-video, waarin hun zoon voor het oog van de wereld een gruwelijke dood sterft.

Nog enkele andere gegijzelden zullen publiekelijk worden terechtgesteld. Drie IS-terroristen van Britse origine lijken verantwoordelijk. Van hun gevangenen hebben ze de bijnaam ‘The Beatles’ gekregen. Één van hen, de 26-jarige computerprogrammeur Mohammed Emwazi (bijgenaamd Jihadi John) uit West-Londen, zal zelf omkomen bij een Amerikaanse luchtaanval, maar zijn twee trawanten blijken nog in leven. Op initiatief van de nabestaanden van hun slachtoffers wordt in de eerste twee afleveringen van deze serie de jacht geopend op de Britse terroristen, die het kalifaat inmiddels zijn ontvlucht. En Kayla Muellers ouders vinden aanknopingspunten in de zaak van hun dochter, die nu al enkele jaren vermist is.

De derde aflevering van deze kwaliteitsserie van Tim Lawton, waarvoor acteur David Morrissey als voice-over fungeert, staat vreemd genoeg helemaal los van de eerste twee. Hierin wordt een andere vorm van terrorisme belicht: de extreemrechtse aanval op twee moskeeën in het Nieuw-Zeelandse Christchurch, die in maart 2019 meer dan vijftig moslims het leven kostte en ‘live’ werd gestreamd voor een enthousiaste achterban. Met het manifest van de dader in de hand, genaamd The Great Replacement, gaan onderzoekers en voormalige neo-Nazi’s op zoek naar diens banden met de Europese Identitaire Beweging en ultranationalisten in de Verenigde Staten.

Tegelijkertijd proberen de overlevenden en nabestaanden van deze fundamentalisten, aan beide zijden van een vuile oorlog, zin te geven aan het onuitputtelijke verdriet dat hen is toegebracht. Zij zijn uiteindelijk de helden van In The Face Of Terror, dat ondanks alles een soort eerbetoon wordt aan menselijke moed, compassie en veerkracht.

John Wayne Gacy: Devil In Disguise

‘Ik zie niet in hoe ik antisociaal kan zijn als ik toch zoveel contacten met andere mensen onderhoud’, zegt de man aan de andere kant van de tafel licht verontwaardigd. ‘En hoe zit het dan met die meervoudige persoonlijkheidsproblematiek?’ wil zijn gesprekspartner weten, tijdens een interview dat nooit eerder was te zien. Oh, dat? Dat was vooral een probleem van enkele gekke doktoren. Toen ze langskwamen, had hij zich nog netjes voorgesteld: ik ben John Wayne Gacy, de politicus, de clown, de familieman en de zakenman. ‘De volgende dag stond er in de krant dat ik een meervoudige persoonlijkheid had!’

De gesprekken die Gacy in 1992 met de legendarische FBI-profiler Robert Ressler had – niet vanwege zijn veelzijdige bestaan, maar vanwege de bijna dertig lijken die in de kruipruimte van zijn huis werden aangetroffen – vormen het hart van deze zesdelige docuserie over één van de beruchtste seriemoordenaars aller tijden. Hier is, zoveel is duidelijk, een monster aan het woord. Of op zijn minst een zeer beschadigde man. Hij oogt niettemin als een joviale buurman, die meteen bijspringt als er een klusje moet worden gedaan. Als aannemer had hij in de regio Chicago zo ook een uitgebreid netwerk opgedaan, waarin zich tevens talloze jonge mannen bevonden. Jongens eigenlijk nog. Voor altijd. Door hem.

Drieëndertig moorden zouden er uiteindelijk officieel worden toegeschreven aan de man, die in 1978 werd gearresteerd en die, ondanks het feit dat hij in 1994 toch echt ter dood is gebracht, nog altijd voortleeft als de ultieme killerclown, Pogo. John Wayne Gacy: Devil In Disguise (310 min.) kan worden beschouwd als het definitieve verhaal van deze volledig verknipte figuur. Daarbij heeft regisseur Rod Blackhurst niet gekozen voor een dramatische, nét iets te dik aangezette true crime-‘tone of voice’ gekozen, maar eerder voor een tamelijk nuchtere toonzetting. Ingetogen bijna. Waarbij niet alleen het bizarre personage Gacy en diens gruweldaden worden uitgediept, maar waarbij er ook aandacht is voor z’n slachtoffers en zijn eigen familie, Johns zus Karen Kuzma in het bijzonder.

Behalve agenten, aanklagers en journalisten die destijds bij het onderzoek betrokken waren, komen ook Gacy’s oude celmaat, voormalige medewerkers en – via een audio-interview – zijn tweede vrouw Carole (die zich regelmatig beklaagde over de stank in huis) aan het woord. Hun herinneringen zijn aangekleed met een uitputtende collectie archiefmateriaal. Daarbij springen met name beelden uit 1969 van Gacy in een gevangenis te Iowa in het oog. Hij zat toen, lang vóórdat hij zijn moordzucht zou gaan botvieren, al een straf uit voor ‘sodomie’. Tijdens activiteiten in de keuken en in gesprekken met het bezoek is een modelgevangene te zien, een man die zijn leven heeft gebeterd en die na achttien maanden vervroegd in vrijheid zal worden gesteld. Het monster, dat zich dus al schuldig had gemaakt aan verkrachting, moest zijn ware gezicht nog tonen.

In de slotafleveringen buigt Blackhurst zich over de vragen die onbeantwoord zijn gebleven na Gacy’s executie: van extra slachtoffers tot grootse complottheorieën. Omdat overtuigende antwoorden opnieuw uitblijven, gaat de serie een beetje als een nachtkaars uit. Al heeft John Wayne Gacy: Devil In Disguise ook dan nog altijd één uitgesproken troef: de grijze, ietwat morsige man, die een ordner heeft aangelegd met gedetailleerde informatie over alle 33 slachtoffers en die intussen tegenover Ressler stellig blijft beweren dat hij daar toch echt niets mee te maken heeft. Iemand die niet beter weet zou hem inderdaad voor een sociale vent kunnen verslijten.

Finding Vivian Maier

In haar opslagruimte vindt hij Vivian Maiers complete leven: jurken, rekeningen, folders, treinkaartjes, schoenen, ongecashte belastingcheques, hoeden en een kunstgebit. Én zo’n honderdduizend fotonegatieven en enkele duizenden filmrolletjes.

Daarvoor had John Maloof in 2007 bij een veiling al een doos met negatieven van de onbekende fotografe op de kop getikt. Hij moest er 380 dollar voor neertellen, herinnert hij zich. Eenmaal thuis kon de jonge historicus en handelaar zijn ogen niet geloven: deze foto’s waren zó goed. Wie was deze vrouw? En waarom had hij nog nooit van haar gehoord?

Een zoektocht op Google leverde niets op. Maloof begon de foto’s zelf maar af te drukken en plaatste ze vervolgens op een fotoblog. Al snel stroomden de enthousiaste reacties binnen. Hij besloot ook andere dozen met haar werk op te sporen en aan te kopen. En toen zocht hij nog maar eens op internet en vond een overlijdensbericht: Vivian Maier (1926-2009).

De mensen die haar bij leven en welzijn hadden gekend, hebben bij de start van Finding Vivian Maier (79 min.), de film die John Maloof over zijn zoektocht maakte met Charlie Siskel, weinig woorden nodig om haar te typeren: paradoxaal. Gedurfd. Geheimzinnig. Excentriek. Gesloten. Hoewel ze soms jaren met haar te maken hadden, bijvoorbeeld als kinderoppas, bleef ze altijd een mysterie voor hen.

Stukje bij beetje komt deze slim opgebouwde film toch dichter bij de vrouw, die zich echter nooit helemaal laat vangen. Ook niet in de zelfportretten die ze maakte. Ze was en bleef een eenzaat, met hele vreemde trekjes. Via haar imposante oeuvre, dat ze altijd voor zichzelf heeft gehouden, openbaart zich echter ook een vrouw die via haar Rolleiflex-camera met mededogen naar de wereld keek.

Deze documentaire, die in 2013 overuren maakte in de Nederlandse filmhuizen en ook hier in kunstkringen een bescheiden Vivian Maier-hype veroorzaakte, kijkt op een vergelijkbare manier naar haar: het is niet moeilijk om een heel klein beetje te gaan houden van deze vrouw die nooit ergens thuis was en daarom maar in haar foto’s ging wonen. Het is alleen de vraag wat ze er zelf van zou hebben gevonden dat daar tegenwoordig, na haar overlijden, zoveel bezoek komt.

Een goed verhaal, zoals Finding Vivian Maier, moet je misschien niet doodchecken. Toch is dat wel degelijk gedaan. Door Pamela Bannos bijvoorbeeld, in de biografie Vivian Maier: A Photographer’s Life And Afterlife. Zij nuanceert het moderne sprookje dat James Maloof heeft gemaakt van Vivian Maiers levensverhaal en de manier waarop hij en zijn concurrenten zich haar hebben toegeëigend.

Finding Vivian Maier is hier te bekijken.

Last Chance U: Basketball

Netflix

‘Van basketbal krijg je karakter?’ vraagt John Mosley, de theatraal aangelegde hoofdcoach van East Los Angeles College, demonstratief bij de start van dit nieuwe seizoen van de befaamde Last Chance U-serie. ‘Niet persé. Basketbal onthult. Hoe zie je eruit in het heetst van de strijd?’ Intussen is Joe Hampton, een boomlange forward die voor zijn allerlaatste kans vecht, nadrukkelijk in beeld. Hij is net helemaal over de rooie gegaan tijdens een wedstrijd en heeft dat daarna nog eens lekker overgedaan in de kleedkamer.

Welkom in de wereld van Last Chance U, de Amerikaanse docuserie van showrunner Greg Whiteley over talentvolle sporters die via een junior collegeteam de stap naar een topsportcarrière proberen te zetten. Na vijf seizoenen bij American footballteams is het veelgeprezen concept nu neergestreken in die andere typisch Amerikaanse sport: basketbal. Hoewel het decor is veranderd, is de thematiek gelijk gebleven: binnen een zeer competitieve atmosfeer krijgen jonge mensen lessen voor het leven bijgebracht. Dat gaat, natuurlijk, gepaard met vallen en opstaan. En heel veel theater en psychologie van de koude grond. Waarbij de impliciete boodschap steeds weer is: hard work beats talent. Alleen heeft het talent dat nog niet altijd door.

Voor enfant terrible Joe Hampton is dit bijvoorbeeld een terugkerend thema. Hij maakt in Last Chance U: Basketball (453 min.) structureel overtredingen, implodeert met de regelmaat van de klok of komt gewoon helemaal niet opdagen. Hoe lang duurt het voordat hij zijn talent definitief heeft verkwanseld? Bij aanvoerder Deshaun Highler is discipline dan weer helemaal geen punt. Wat hij mist aan lengte, maakt hij meer dan goed met inzet. Sinds het overlijden van zijn moeder staat hij er wel alleen voor. Hij worstelt bovendien soms met zijn vorm. En de noeste werker KJ Allen, die excelleert tijdens wedstrijden van de ‘Huskies’, moet echt alle zeilen bijzetten om zijn schoolwerk tot een goed einde te brengen.

Hun verhalen zijn bijna vooraf uit te tekenen. Zoals ook de manier waarop de bloedfanatieke, religieuze en zeer betrokken Mosley hen probeert te raken, gebruikmakend van alle denkbare sportclichés, erg vertrouwd oogt. En toch blijft dat op de één of andere manier werken. Illustratief is een prachtige scène waarin Joe Hampton woedend naar de kleedkamer beent en daar demonstratief zijn tenue uittrekt en spullen begint in te pakken. Hij wordt gevolgd door assistent-coach Kenneth Hunter. Die had zelf ook ooit aspiraties als basketballer, maar belandde na een ongeluk in een rolstoel. Kalm weet hij de jonge wildebras tot rede te brengen. Joe Hampton zal daarna alsnog uitgroeien tot één van de steunpilaren van het team.

Misschien is het de verwachting die uit dit type verhalen spreekt: welke klappen het leven ook heeft uitgedeeld, een glorieuze toekomst behoort nog altijd tot de mogelijkheden. Hoe klein de kans daarop in werkelijkheid ook is. En die hoop zorgt er tevens voor dat Last Chance U: Basketball, een serie die overigens wat ruim bemeten is met ‘do or die’-wedstrijden van de Huskies tegen volstrekt onbekende tegenstanders, tot het einde toe gemakkelijk de aandacht vasthoudt en uiteindelijk ook ontroert: als een wonderlijk succesvol seizoen met een enorme sof dreigt te eindigen.

Oscar Benton – I’m Back

KRO-NCRV

Zo gaat dat. Hoe hip of cool je ook ooit was. Hoeveel kracht er ook in je stem zat. En hoe geweldig je je instrument, de bluesgitaar, ook beheerste. Ooit valt het doek. Plotsklaps of in slow-motion. Oscar Benton viel zelf. Van de trap, in 2009. Met hersenletsel tot gevolg. Sindsdien is hij simpelweg een oudere man, die is aangewezen op mantelzorg. Van voormalige leden van zijn eigen band, dat wel. En van zijn ex-vrouw Anne de Boer en goede vriendin Ria Klomp.

De jaren na dat ongeluk brengt de Nederlandse bluesheld, die in november 2020 op 71-jarige leeftijd is overleden, noodgedwongen door in verzorgingshuis Velserduin te IJmuiden. Daar zingt hij soms een schlager, maakt hier en daar een praatje en sloft rond met zijn rollator. En daar ook probeert gitarist John Rijken (artiestennaam Johnny Laporte) zijn voormalige bandleider uit te dagen om nog eenmaal samen opnames te maken.

Natuurlijk komen allerlei ouwe getrouwen daarvoor weer opdraven in Oscar Benton – I’m Back (80 min.), een aandoenlijke film van Roel en Mees van Dalen waarin Benton (echte naam: Ferdinand van Eis) en zijn entourage gedurende enkele jaren worden gevolgd. Samen willen ze een allerlaatste plaat maken, het uitroepteken achter een fijne carrière. Optreden zit er voor hun fragiele frontman immers niet meer in. En dan blijkt Oscar, die de trofeeën van zijn carrière al heeft overgedragen aan het museum RockArt in Hoek van Holland, toch nog veel meer leven in zich te hebben dan gedacht…

Want, om met De Dijk te spreken: je kunt de blues wel willen verlaten, maar de blues verlaat jou niet. Zeker de Bensonhurst Blues niet, ‘s mans grootste hit uit 1973. De Oscar Benton Blues Band wordt voor het oog van de camera gereanimeerd en maakt vervolgens een begeesterde trip nostalgia langs het bluescircuit, waar hij al een halve eeuw op handen wordt gedragen. Niet alleen in eigen land. Ook in Rusland en Roemenië staan fans nog altijd voor hem in de rij.

En met de muziek melden ook zijn oude duivels, drank en vrouwen, zich weer in Oscar Bentons leven. Tot verdriet van sommige dames die hem in de voorgaande jaren lekker hebben vertroeteld. Zo gaat dat nu eenmaal als je ooit hip en cool was. En nu weer even bent.

Billie

‘Ik wil weten waarom alle zangeressen op een gegeven moment kapotgaan’, zegt de befaamde crooner Tony Bennett tegen Billie Holiday’s biograaf Linda Lipnack Kuehl. ‘Zodra ze de top bereiken, gebeurt er iets tragisch. Ik wil weten hoe dat komt.’ Voordat ze haar allesomvattende boek kon uitbrengen over de Amerikaanse jazzlegende, die in 1959 op slechts 44-jarige leeftijd overleed, was de journaliste zelf dood. Lipnack Kuehl, een vertegenwoordiger van de witte middenklasse die ogenschijnlijk niets gemeen had met haar protagonist, stierf op 38-jarige leeftijd in 1978.

De audiocassettes van de gesprekken die de biografe over Holiday voerde met mensen als John Hammond, Bennie Goodman en Count Basie en delen van haar onuitgebrachte manuscript, vormen nu het fundament onder Billie (98 min.) van regisseur James Erskine. Een gloedvol portret van de getormenteerde ‘zwarte zangeres’, die carrière moest zien te maken in een volledig gesegregeerde Verenigde Staten. Soms mocht Holiday niet eens gebruik maken van het toilet in de tent die ze dezelfde avond helemaal in vervoering zou zingen. En terwijl haar witte bandleden na een drukke dag uit mochten rusten in een hotelkamer, probeerde zij de slaap te vatten in de groepsbus of een geparkeerde auto.

Billie Holiday (echte naam: Eleonara Fagan) zou haar grootste hit, de wrange protestsong Strange Fruit, wijden aan dat continue onrecht. Daarmee werd ze een icoon van haar tijd én een geliefd doelwit voor gezagsdragers, die een zwarte vrouw zoals zij maar al te graag een toontje lager lieten zingen. Nu gaf ze die lieden ook wel alle gelegenheid om haar te attaqueren met ongebreideld drugsgebruik, een voorliefde voor foute mannen en promiscuïteit. Holiday zong zoals ze was, zou de enigszins gemakzuchtige conclusie kunnen luiden. Maar waarom wás ze dan zo? Erskine slaagt in dit ge(s)laagde portret, via de interviews die Linda Lipnack Kuehl afnam en slim gebruik van fraaie archiefbeelden, om een geloofwaardig antwoord te formuleren. En tussen de bedrijven door wordt ook die gestorven biograaf niet over het hoofd gezien.

‘Waarom lijkt het alsof zoveel jazzgrootheden al op jonge leeftijd overlijden?’ wilde een interviewer eens weten van Billie Holiday. Die antwoordde: ‘Ik kan die vraag alleen beantwoorden met: we proberen honderd dagen in één dag te leven.’ Zo bezien is ze toch nog behoorlijk oud geworden.

The Agony And Ecstacy Of Phil Spector

Over dat hele proces maak ik me geen seconde druk, zet de hoofdpersoon aan het begin van The Agony And Ecstacy of Phil Spector (100 min.) een geheel eigen redenering op. ‘Alleen het vonnis boezemt me angst in.’ De legendarische producer staat in het voorjaar van 2007 terecht voor de moord op de actrice Lana Clarkson. Phil Spector zou haar dood hebben geschoten in zijn eigen huis in Los Angeles.

Nou had Spector, om het mild uit te drukken, al een reputatie. Zo zou hij, volgens hardnekkige verhalen, de punkband The Ramones tijdens de opnames van hun album End Of The Century onder schot hebben gehouden met een pistool uit zijn uitbundige wapenverzameling. Waar Phil Spector was, zoveel werd steeds weer duidelijk, kwam gedoe. Altijd en overal. En geweldige muziek, dat ook. Altijd en overal.

Zijn geheel eigen stijl kreeg zelfs een aparte naam: de Wall Of Sound. Tegen de achtergrond van de rechtszaak gaat het megalomane enfant terrible in deze hele fijne film van Vikram Jayanti uit 2009 openhartig, lekker dwars en met ontzettend veel humor in op zijn eigen leven en carrière, die hem in de studio en achter de mixtafel bracht bij een ongelooflijke rij hitartiesten: The Crystals, The Righteous Brothers, The Ronettes, Leonard Cohen, Ike & Tine Turner en, jawel, The Beatles.

Spectors signatuursongs, in z’n geheel in de film opgenomen en bovendien voorzien van hele fijne citaten uit de biografie Tearing Down The Wall Of Sound van Mick Brown, gaan een bijzonder fijn huwelijk aan met de verwikkelingen tijdens het proces tegen de omstreden dwingeland. Op een gegeven moment meen je zelfs in de gesuikerdste pophits de psychopaat Spector te kunnen ontwaren. Een geduchte prestatie. En op een vreemde manier ook een perfect eerbetoon aan één van de gekste en geniaalste geesten uit de pophistorie.

Bernard Haitink: The Enigmatic Maestro

Crux Productions

Op 6 september 2019 kwam er een einde aan Bernard Haitinks carrière van maar liefst 65 jaar. In die tijd werd de Nederlandse dirigent wereldwijd een begrip. De Britse documentairemaker John Bridcut benadert de inmiddels 91-jarige grootheid in Bernard Haitink: The Enigmatic Maestro (90 min.) dan ook met alle egards en laat klinkende namen uit zijn métier, zoals operazanger Thomas Allen, mezzosopraan Sarah Connolly en klassiek pianist Emanuel Ax, uitgebreid de loftrompet over hem schallen. Deze klassiek gemaakte film, met een erg aanwezige voice-over van de maker, bevat natuurlijk ook fraaie beelden van de maestro aan het werk, als dirigent en als coach van nieuw talent. Een man die duidelijk helemaal in zijn element is.

Als hij met heel zijn hebben en houwen een orkest dirigeert, oogt Haitink imposant en ook wat streng. Eenmaal thuis, gezeten op een stoel naast zijn vrouw Patricia, lijkt de dirigent eerder verlegen. Dat is hij volgens eigen zeggen ook. Nog steeds. En tamelijk zwaarmoedig. In dit persoonlijke portret, waarin ook zijn kinderen Willem en Ingrid aan het woord komen, wordt dat verbonden aan zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog. En de Bevrijding, niet te vergeten. Die vond hij verschrikkelijk. Ineens had letterlijk iedereen bij het verzet gezeten. En de manier waarop er bijvoorbeeld wraak werd genomen op moffenmeiden stuitte hem ook ernstig tegen de borst.

Als kleine jongen werd Bernard Haitink tijdens een radioconcert volledig gegrepen door de achtste symfonie van de componist Anton Bruckner. ‘Het was niet normaal’, zegt hij zelf in deze film, die hem terechte eer betoont. ‘En ik ben bang dat ik ook geen normaal jongetje was. Want toen ik het op school vertelde, werd ik uitgelachen en voor de gek gehouden.’ Toen, in 1938 alweer, zou echter een levenslange liefde ontstaan, die hem na een korte periode op tweede viool vol in de schijnwerpers zou zetten als de leider van allerlei gerenommeerde orkesten. Hij ontdekte het geheim van dirigeren en musiceren in het algemeen. ‘Dat je het omhelst, zonder het te verstikken. En ja, dat heb ik mijn hele leven proberen te bereiken.’

Belushi

Showtime

De achternaam volstaat: Belushi (108 min.). Bijna veertig jaar na zijn dood, op slechts 33-jarige leeftijd, spreekt die nog altijd tot de verbeelding. John Belushi werd beroemd als gezicht van het populaire comedyprogramma Saturday Night Live, stal de show in de bioscoophit National Lampoon’s Animal House en vormde met zijn vaste kompaan Dan Aykroyd het onvergetelijke duo The Blues Brothers.

Intussen bouwde hij wel een heftige cocaïneverslaving op, die zijn toch al ontregel(en)de gedrag verder versterkte. Die tragiek – van een man die zichzelf gaandeweg helemaal kwijtraakt – vormt vanzelfsprekend ook de ruggengraat van deze gedegen biografie van R.J. Cutler, al krijgt ook hij zijn vinger er niet helemaal achter waarom Belushi steeds de rand van de afgrond opzocht.

‘Honey’, schrijft hij in een brief aan zijn vrouw en muze Judy. ‘Ik ben serieus verslaafd. Ik krijg mijn emoties niet onder controle als ik gebruik, maar het lukt me niet om daarmee te stoppen.’ Uit alle verhalen die in deze film – waarvoor Cutler gebruik kon maken van audio-interviews die Belushi’s biograaf Tanner Colby een jaar of tien geleden deed met intimi en collega’s zoals Dan Aykroyd, Chevy Chase en Carrie Fisher – rijst het beeld van een man die en plein publique een kuil graaft en er dan, inderdaad, zelf invalt.

Belushi werd, zoals ze dat zo treurig zeggen, ‘an accident waiting to happen’. Toen hij botste met zijn eigen sterfelijkheid – de boosdoener was naar verluidt heroïne – ging een beeldbepalende komiek verloren, waarop in deze documentaire met traditioneel archiefmateriaal en enkele geanimeerde sequenties nog eens ouderwets de schijnwerper wordt gezet. Zoals eerder gebeurde in thematisch verwante films over komieken als Robin Williams, Garry Shandling en Bill Hicks. Belushi dus.

Trial 4

Netflix

21 jaar, 7 maanden en 29 dagen. Het is niet de leeftijd van zijn oudste kind, de periode dat hij al bij dezelfde werkgever in dienst is of de tijd dat hij nu is gestopt met roken. Zo lang, bijna 22 jaar, zat de 44-jarige zwarte Amerikaan Sean Ellis vast. Voor een moord die hij niet zegt te hebben gepleegd. Drie keer stond hij al voor de rechter. En nu staat Trial 4 (440 min.) op het punt van beginnen.

Als hij daadwerkelijk heeft gedaan waar ie van wordt beschuldigd, dan is Ellis zo ongeveer het ergste wat je in Amerika kunt zijn: een ‘cop killer’. Op 26 september 1993 zou hij John Mulligan hebben omgelegd. Die werd dood aangetroffen in zijn auto, bij een betaalde beveiligingsklus bij een Walgreens-apotheek in Boston. Een executie leek het. Vijf kogels. In zijn gezicht geschoten ook. Alsof er een signaal moest worden afgegeven.

Dat is nogal wat voor een negentienjarige jongen zonder strafblad. En wat zou zijn motief dan zijn geweest? Het dienstwapen van de agent? Werkelijk? Bovendien heeft het er alle schijn van dat Mulligan een ‘dirty cop’ was. Moet de dader dan niet in een heel andere hoek worden gezocht? Mulligans collega’s bij de Boston Police Department kennen echter geen twijfel: Sean Ellis is, net als zijn vriend Terry Patterson (die ontbreekt in de serie en vreemd genoeg ook slechts beperkt ter sprake komt), schuldig en hoort achter de tralies.

Regisseur Remy Burkel keert de strafzaak tegen Ellis helemaal binnenstebuiten in deze achtdelige serie, heeft in dat kader ook kerngebeurtenissen uit het verleden laten animeren en diept daarnaast de context van de politiemoord tot in detail uit: Ellis’ achtergrond en familiesituatie, corruptie in het politiekorps van Boston, vergelijkbare stinkende zaken, het persoonlijke verhaal van advocaat Rosemary Scapicchio en de politieke situatie in de hoofdstad van Massachusetts, om maar eens wat te noemen. Het voordeel daarvan is dat Trial 4 geen eendimensionale crimetrash is geworden, het nadeel is dat al die zijpaden elke vorm van vaart uit de serie halen.

Iets anders wat je tegen deze docuserie, geproduceerd door Jean-Xavier de Lestrade (die de true crime-klassieker The Staircase regisseerde), kunt inbrengen is dat er wel heel veel kernfiguren ontbreken. Diverse mensen die een zwarte Piet krijgen toebedeeld hebben ervoor gekozen om daarop niet te reageren. Hoewel Burkels betoog, dat grotendeels stoelt op het betoog van Ellis’ strijdbare advocaat Scapicchio, in grote lijnen zeker plausibel lijkt, is voor buitenstaanders nauwelijks vast te stellen of er nog een andere kant zit aan dit verhaal.

De veroordeling van Sean Ellis verdient het zeker om onder het vergrootglas te worden gelegd in een serieuze documentaire, maar Trial 4 is echt te lang, eenzijdig en ongericht om de aandacht over de hele linie vast te houden.

Slay The Dragon

Slay The Dragon (104 min.) opent met een citaat: ‘Democracy never lasts long. It soon wasts, exhausts and murders itself. There never was a democracy yet that did not commit suicide.’ Hoe actueel wil je het hebben? Aan het woord is echter John Adams, een van de founding fathers van de Verenigde Staten. De tweede Amerikaanse president, na de legendarische George Washington, sprak deze onrustbarende woorden uit in 1814, toen het Amerikaanse experiment nog geen halve eeuw onderweg was.

Inmiddels zijn er ruim twee eeuwen verstreken en lijkt de democratie in de Verenigde Staten inderdaad op zijn allerlaatste benen te lopen. Republikeinen en Democraten staan elkaar bijna letterlijk naar het leven, de rechterlijke macht is volledig geīncorporeerd in het politieke spel en het grote geld lijkt werkelijk alles te domineren. Stemmen wordt bijvoorbeeld alleen aangemoedigd als het voor de eigen kandidaat of partij is. En anders hebben de politieke partijen altijd nog middelen om ervoor te zorgen dat die stemmen er helemaal niet toe doen.

En daarmee zijn we aanbeland bij het thema van deze documentaire van Barak Goodman en Chris Durrance: gerrymandering. Tijdens het zogenaamde ‘redistricting’, elke tien jaar na de volkstelling, worden de grenzen van kiesdistricten zo getrokken dat er eigenlijk maar één partij kan winnen. In de regel is dat tegenwoordig de Republikeinse partij, die het aloude middel om de zittende macht in het zadel te houden in 2010 geheel nieuwe dimensies heeft gegeven met het project Redmap.

Een gemiddeld district ziet er inmiddels uit als een platgeslagen octopus, waarbij minderheidsgroeperingen doorgaans volledig in hetzelfde gebied zijn gepropt (packing) of juist zijn verdeeld over allerlei districten waarin ze nooit een meerderheid kunnen vormen (cracking). Zodat het uitgangspunt ‘one person, one vote’ gevoeglijk in de prullenbak kan worden gegooid, je met minder stemmen dan de tegenpartij tóch de verkiezingen kunt winnen en er een politieke klasse ontstaat die aan niemand verantwoording schuldig is.

Het gaat daarbij niet om incidentele gevallen, maar om een landelijk gecoördineerde actie, betoogt David Daley. ‘Het start met het trekken van nieuwe grenzen zodat ze alle kiesdistricten kunnen winnen’, zegt de auteur van het boek Ratf**ked. ‘Het tweede deel van datzelfde proces behelst allerlei vormen van ‘voter suppression’, zodat het moeilijker wordt voor Democraten en minderheden om te stemmen.’ Die houding is ook duidelijk zichtbaar in de huidige presidentsverkiezingen, waarbij alles uit de kast wordt gehaald om andersdenkenden te ontmoedigen om gebruik te maken van hun democratische rechten.

Deze boeiende documentaire is niets minder dan een pamflet tegen zulke praktijken. Daarbij volgen Goodman en Durrance de initiatiefnemers van het burgerinitiatief Voters Not Politicians in Michigan, die een handtekeningenactie opstarten om het gerommel met kiesdistricten ongedaan te maken. Daarbij stuiten ze op de gebruikelijke politieke profi’s, die met hun giftige attitude, goedgevulde bankrekening en liefst ook nog een bijbel in de hand mensen die dromen van een eerlijke democratie proberen te dwarsbomen.

Het is moeilijk om niet cynisch te worden van Slay The Dragon. Toch biedt de film, in de vorm van allerlei gewone burgers die opkomen voor hun recht, ook een zekere vorm van hoop. Hun weg leidt in 2018, met de steun van niemand minder dan Arnold Schwarzenegger, naar het Amerikaanse hooggerechtshof, dat moet bepalen of gerrymandering in strijd is met de grondwet.

The Trump Show

VPRO

Geen dankbaarder object – of doelwit – dan Donald Trump. Ook, of juist, in documentaires. En zoals je naar zijn Russische tegenhanger Vladimir Poetin kunt kijken vanuit de invalshoek van de eeuwige spion (zoals onlangs gebeurde in de miniserie: Putin: A Russian Spy Story), zo kun je Trump natuurlijk bezien als het gematerialiseerde reality-programma: The Trump Show (164 min.).

In deze driedelige docuserie komen, behalve enkele journalisten en politieke insiders, vooral de mensen aan het woord, die op de aftiteling van Trump’s reality show staan of hebben gestaan: persoonlijk advocaat Rudy Giuliani, strateeg Steve Bannon, stafchef Mick Mulvaney, campagnemedewerker Sam Nunberg, veiligheidsadviseur John Bolton en directeur communicatie Anthony Scaramucci. Enne… pornoster Stormy ‘Trump picked the wrong person to fuck with’ Daniels, met wie hij een affaire zou hebben gehad.

Het verhaal van Trumps turbulente opkomst en eerste ambtstermijn mag inmiddels bekend worden verondersteld. Veel roddels en achterklap zijn ook al eerder uitgelekt. En toch biedt deze making of van de reality show nog nieuwe inkijkjes. Witte Huis-medewerker Omarosa Manigault Newman, die Trump nog kent van het tv-programma The Apprentice, vertelt bijvoorbeeld dat de samenstelling van zijn regering een soort casting werd: met mannen die vooral op hun uiterlijk en imago werden geselecteerd.

En niet zonder resultaat. ‘Mensen onderschatten Trump, met negatieve gevolgen voor henzelf’, meent BBC-correspondent Jon Sopel. ‘Hij begrijpt theater en entertainment. En hij snapt politiek als vorm van entertainment.’ Geef het volk dus brood en spelen. Méér dan het kan verteren. Dat lijkt vanaf dag één het parool van het kijkcijferkanon. Daarover kan zijn voormalige woordvoerder Sean Spicer meepraten. Direct na Trumps inauguratie kreeg hij de opdracht om ‘alternative facts’ over het aantal bezoekers bij de inauguratie te verdedigen. ‘De ergste dag van mijn leven’, bekent hij nu.

En de eerste van een doldwaas schouwspel, dat zich nu al vier tumultueuze jaren voor het oog van de wereld voltrekt en dat hier, opgeleukt met beurtelings vette, cheesy en kekke muziek nog eens zwierig wordt opgedist. Via Russiagate, het impeachmentproces en de Black Lives Matters-demonstratie belandt de reality-held uiteindelijk bij zijn grootste uitdaging tot dusver: het Coronavirus. Dat resulteert in een genadeloze cliffhanger als ‘the chosen one‘ wordt ontslagen uit het ziekenhuis, nadat ook hij besmet is geraakt, en op het bordes van Het Witte Huis met een dramatisch gebaar zijn mondkapje afdoet. Komt hij terug voor nóg een seizoen?

Ademloos kijkt het grote publiek ook nu weer toe. Deze documentaireserie van Rob Coldstream is daarmee tevens confronterend als het gaat om wie wij zijn (geworden): wezens die zitten vastgelijmd aan een apparaat dat continu nieuws, ongein en schandalen ophoest. En geen betrouwbaardere leverancier dan Trump. Elke dag, elk uur, elke minuut als het moet. Love it or hate it, het is een show die geen mens, hoe Trump-moe hij of zij ook zegt te zijn, uiteindelijk wil missen.

Scandalous: The Untold Story Of The National Enquirer

Netflix

Generoso Pope Jr., de zoon van een maffiabaas en oprichter van The National Enquirer, had volgens de overlevering halverwege de jaren vijftig een openbaring toen hij de opstopping zag die werd veroorzaakt door een auto-ongeluk. Door het publiek dat zich stond te vergapen aan de ravage en ellende, om precies te zijn. Blijkbaar was dat wat mensen wilden zien. Zijn geesteskind, Amerika’s toonaangevende schandaalblad, zou de equivalent daarvan worden. Te beginnen met foto’s van die gruwelijke ongevallen. Later volgden (seks)schandalen, UFO’s en – natuurlijk – celebrities.

In de even vermakelijke als ongemakkelijke documentaire Scandalous: The Untold Story Of The National Enquirer (96 min.) van Mark Landsman vertellen oud-medewerkers openhartig over hun werk voor het sensatieblaadje. Over foto’s van Elvis in zijn lijkkist, de buitenechtelijke affaire van presidentskandidaat Gary Hart en de ware toedracht van het overlijden van komiek John Belushi. In elk verhaal zat altijd een kern van waarheid, bezweren ze. Een kerntje in elk geval. En soms lichtten ze zowaar echt belangrijke tegels, zoals bij de moordzaak tegen O.J. Simpson.

Zelfs gerespecteerde journalisten Carl Bernstein, Ken Auletta, Maggie Haberman kunnen daar niet omheen. Het blad had alleen geen héél goede reputatie, om het mild uit te drukken. ‘Ik dacht soms: zou het niet gemakkelijker zijn om te zeggen dat ik in de gevangenis of het gekkenhuis had gezeten?’ stelt redacteur Shelley Ross. ‘Maar de werkelijkheid was anders: ze beloofden me een driedubbel salaris en wereldreisjes. Maar ik moest wel een heel klein beetje roekeloos te werk gaan.’ 

Zonder gêne verhalen de ervaren ‘smut peddlers’ over de genadeloze onderlinge concurrentie bij The Enquirer, betaalde tipgevers uit de directe omgeving van beroemdheden én chantage van sterren die uit de bocht waren gevlogen. Zulke Catch and Kill-politiek – een ongewenste primeur wordt binnenkamers gehouden in ruil voor exclusieve verhalen – werd eerst uitgeprobeerd met schuinsmarcheerders zoals Bob Hope, Bill Cosby en Arnold Schwarzenegger en zou later, onder de nieuwe hoofdredacteur David Pecker, geperfectioneerd worden met Donald Trump.

In eerste instantie was er gewoon sprake van ruilhandel: The Donald voorzag het roddelblad van een constante stroom nieuwtjes en werd intussen zelf goed in het nieuws gehouden. Toen ‘s mans politieke carrière op stoom kwam, kreeg de deal evenwel een serieuzer karakter: schadelijke getuigenissen werden voor grof geld opgekocht en vervolgens voorgoed weggeborgen. Men neme bijvoorbeeld de getuigenissen van playmate Karen McDougal of pornoster Stormy Daniels. Dubieuze verhalen over Trumps concurrenten belandden vervolgens wél prominent op de voorpagina.

En daarmee vormt een blad als The National Enquirer een regelrechte bedreiging voor de Amerikaanse democratie. Want hoe onschuldig al dat roddelwerk van deze schmutzige variant op de Story, Privé en Weekend in eerste instantie meestal lijkt, het is en blijft de weerslag van een onvervalste dog eat dog-visie op het leven, waarbij alles en iedereen ondergeschikt wordt gemaakt en twijfelachtige congsies worden gesloten om de eigen doelen en ambities te verwezenlijken.

Agents Of Chaos

HBO

‘Maakt het wat uit wie er heeft gehackt?’ glimlacht Vladimir Poetin vilein als hem wordt gevraagd of Rusland achter de gestolen e-mails van Hillary Clinton zit. ‘Het gaat om de inhoud van wat er is gehackt.’ In de wereld van een autocratische leider kan dat bijna doorgaan voor een bekentenis. Duidelijk is dat de publicatie van Clintons mails, naar verluidt ontvreemd door de Russische hackersgroep Fancy Bear, in 2016 ernstige schade heeft toegebracht aan de door Poetin zo gehate presidentskandidaat. En dat speelde de uiteindelijke winnaar van die verkiezingen, Donald Trump, natuurlijk in de kaart.

Met Agents Of Chaos (237 min.) begeeft de Amerikaanse documentairemaker Alex Gibney zich op bekend terrein. In We Steal Secrets: The Story Of Wikileaks (toevallig ook de club die de Clinton-mails de wereld in hielp) en Zero Days drong hij al door tot de diepste krochten van het internet, waar duistere (informatie)oorlogen worden uitgevochten. Aan de hand van de in onmin geraakte Russische oligarch Mikhail Khodorkovsky exploreerde Gibney in Citizen K bovendien de duistere uithoeken van Poetins regime. En Trump werd onder handen genomen in The Confidence Man, een episode van Gibneys reeks Dirty Money, en komt binnenkort ongetwijfeld weer aan de beurt in Totally Under Control, een nog voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen te verschijnen film over de respons van zijn regering op het Coronavirus.

Nee, goed voor het vertrouwen in de mens zijn de films van Alex Gibney niet. En daarin brengt dit tweeluik over Ruslands clandestiene buitenlandpolitiek geen verandering. Deel 1 richt zich op de Russische desinformatiecampagne via sociale media, waarbij de insteek vooral lijkt om in het westen tweespalt te creëren of bestaande tegenstellingen te vergroten. Vanuit trollenfabrieken in Sint-Petersburg worden dus zowel Black Lives Matter- als Blue Lives Matters-accounts beheerd, die in Amerikaanse steden demonstraties en de bijbehorende tegendemonstraties organiseren. De implicaties daarvan zijn lastig te kwantificeren. In hoeverre hebben webcampagnes zoals ‘I won’t vote, WILL YOU?’, speciaal gericht op de zwarte gemeenschap, bijvoorbeeld daadwerkelijk de opkomst bij de verkiezingen van 2016 beïnvloed? In Detroit gingen 75.000 mensen die vier jaar eerder nog op Obama hadden gestemd niet naar de stembus. Clinton verloor de staat Michigan uiteindelijk met slechts 10.000 stemmen verschil. Overwinning voor Trump, maar ook voor Poetin?

Het tweede deel richt zich volledig op Russiagate en de inmenging van het Kremlin in de Amerikaanse verkiezingen. Gibney reconstrueert deze kwestie minutieus met belangrijke spelers en deskundigen, zoals Andrew Weissmann (hoofdonderzoeker Müller-onderzoek), Andrew McCabe (adjunct-directeur FBI), Timothy Snyder (historicus en Rusland-deskundige), John Brennan (directeur CIA) en John Podesta (Clinton-campagneleider). Over het feit dat Poetin zijn Agents Of Chaos opdracht heeft gegeven om de Amerikaanse verkiezingsstrijd te beïnvloeden, bestaat nauwelijks verschil van mening. Of dat ook tot de conclusie leidt dat Team Trump daarin actief heeft geparticipeerd en zich dus, in de woorden van Rusland-deskundige Celeste Wallander (National Security Council), schuldig heeft gemaakt aan hoogverraad, blijft een kwestie van interpretatie. Feit is dat Amerika z’n eigen Agent Of Chaos in het Witte Huis heeft gekregen, met de steun en goedkeuring van zijn vrind Vladimir.

Alex Gibney, die deel twee heeft geregisseerd samen met Javier Alberto Botero, presenteert zijn bevindingen op karakteristieke wijze: met een sturende voice-over, Hollywood-vormgeving en een hele stoet aan schimmige personages, waaronder ook nog Trumps omstreden zakenpartner Felix Sater (met wie hij tot diep in de presidentscampagne een Trump Tower in Moskou probeerde te realiseren), zijn dubieuze buitenlandadviseur Carter Page, een medewerker met gewetensbezwaren van de Russische trollenfabriek The Internet Research Agency en de eindredacteur van Poetins propagandazender Russia Today, Margarita Simonyan. Vanuit hun eigen invalshoek belichten zij de slimme/slinkse wijze waarop Rusland zijn grote tegenstrever Amerika bespeelt. Donald Trump lijkt daarbij eerder een min of meer toevallige passant in Poetins machtsspel dan een doortrapte samenzweerder die zelf aan de touwtjes trekt. Deze boeiende afdaling naar het riool van de wereldpolitiek fungeert zo als een ferme waarschuwing voor ongetwijfeld weer een turbulent verkiezingsjaar.

Unfit: The Psychology Of Donald Trump

Quizvraag: aan welke Amerikaanse politicus moet u denken bij de volgende termen: narcisme, paranoia, antisociale persoonlijkheid en sadisme? Vast niet aan Joe Biden. Al is er volgens psychiater John Gartner een dikke kans dat de Democratische presidentskandidaat in elk geval een narcist is. Dat geldt immers voor de meeste politici. Niet alleen de Amerikaanse overigens.

Nee, hij heeft het natuurlijk over – tromgeroffel, doodse stilte, paukengeschal – Donald J. Trump. En diens narcisme is bepaald niet het grootste probleem. Die andere drie kwalificaties maken hem in de ogen van Gartner pas echt gevaarlijk. Ga maar na: ’s mans complottheorieën, zijn slachtofferschap, het kleineren en demoniseren van anderen, zijn leugenachtigheid, het schenden van andermans rechten, zijn totale gebrek aan elke vorm van spijt en het overtreden van alle mogelijke normen en regels. Samengevat: kwaadaardig narcisme.

En natuurlijk, er bestaat zoiets als The Goldwater Rule, vernoemd naar de Republikeinse presidentskandidaat Barry Goldwater die in 1964 publiekelijk allerlei psychische stoornissen kreeg aangepraat door psychiaters. Sindsdien geldt het uitgangspunt: als psychiater houd je in het openbaar je mond over de mentale gesteldheid van een politicus. Maar dan treedt volgens Gartner en zijn collega’s de Tarasoff-regel in werking: het is de plicht van een therapeut om anderen te waarschuwen als ‘de patiënt’, volgens Commander In Cheat-schrijver Rick Reilly ook een notoire valsspeler op de golfbaan, een gevaar voor hen vormt.

Zie daar het centrale dilemma van de intrigerende documentaire Unfit: The Psychology Of Donald Trump (85 min.) van Dan Partland, waarin psychologen, historici en critici vanuit eigen kring zoals George Conway (de echtgenoot van Trumps adviseur Kellyanne), zijn voormalige perschef voor een dag of tien, Anthony Scaramucci, en conservatief boegbeeld Bill Kristol de man en het fenomeen Trump proberen te duiden. Daarbij komen en passant ook thema’s als de psychologie van het hedendaagse Amerika en moderne wetenschappelijke inzichten over leiderschap en groepsvorming aan de orde.

Waarbij de psychologische bevindingen en politieke ideeën van de sprekers over de Amerikaanse president natuurlijk volledig verknoopt raken, bijvoorbeeld als die omstreden parallel tussen Trump en autoritaire leiders als Mussolini en Hitler aan de orde komt. Die wordt overigens behoorlijk aannemelijk gemaakt, zonder dat The Donald meteen wordt gelijkgeschakeld aan Il Duce of Der Führer. Dat de vergelijking überhaupt wordt gemaakt zal voor critici echter al voldoende reden zijn om het lekker vlot gemonteerde en met animaties opgeleukte Unfit zonder omhaal van woorden af te doen als ‘hopeloze Trump-bashing’.

Als we Gartner en consorten mogen geloven wordt er tijdens de verkiezingen van dinsdag 3 november hoe dan ook een narcist tot president gekozen. Het is vooral de vraag of die regelmatig een hole-in-one slaat.