The Gilgo Beach Killer: House Of Secrets

Peacock

Het nieuws is de afronding van The Gilgo Beach Killer: House Of Secrets (257 min.) al vooruitgesneld. Slechts twee weken nadat de Amerikaanse architect Rex Heuermann op 8 april 2026 officieel bekent dat hij acht vrouwen heeft vermoord, zal er een extra aflevering worden toegevoegd aan deze aanvankelijk uit drie delen bestaande true crime-serie van Jared P. Scott uit 2025. Nadat in de eerste afleveringen al Heuermanns echtgenote Asa Ellerup en dochter Victoria uitgebreid hun verhaal hebben gedaan, komt nu ook The Long Island Serial Killer zelf aan het woord. Over zijn ‘kill room rituals’.

Dat gebeurt via een omweg. De psycho- en familietherapeut Alison Winter speelt daarbij een sleutelrol. Zij begeleidt de verschillende gezinsleden bij het verwerken van wat er sinds de arrestatie van Rex op 13 juli 2023 op hen af is gekomen en heeft van hen ook toestemming gekregen om dit te delen – de vraag is wel waarom. Na de aanhouding van de man des huizes zijn Asa, Victoria en Heuermanns stiefzoon Christopher Sheridan in elk geval volledig beduusd. Ze kunnen niet geloven dat hun man/vader, die ze van haver tot gort denken te kennen, The Long Island Serial Killer is en willen dit uit zijn eigen mond horen. En daarin probeert Winter faciliterend te zijn.

Documentairemaker Jared P.  Scott is niet aanwezig bij deze sessies, maar bespreekt die wel uitgebreid na met Heuermanns gezinsleden en mag ook doorfilmen als de man zelf zich telefonisch bij hen meldt om nog het één en ander door te spreken. Dit levert ook extra informatie op over zijn misdrijven. Hij blijkt Karen Vergata bijvoorbeeld te hebben vermoord in 1996, toen de twee maanden zwangere Asa al naar Zweden was vertrokken om met hem in het huwelijk te treden. Had het één met het ander te maken? In hoeverre hield hun relatie sowieso verband met Rex Heuermanns moordlust? Of leefde de man écht twee volledig van elkaar gescheiden levens?

Het schokkende van deze miniserie zit uiteindelijk ook niet in de huiveringwekkende details van het ‘four day plan’, waarmee Rex Heuermann zijn daden vooraf tot in detail plande of de rituelen waarmee hij ze vervolgens daadwerkelijk ten uitvoer bracht, maar in de verknipte familiedynamiek rond de seriemoordenaar, die zich voor de camera ook ontwikkelt. De gevreesde ‘ogre’, boeman, lijkt vooralsnog ‘gewoon’ onderdeel van zijn gezin te blijven. ‘Ik wil die andere kant van Rex leren kennen’, vertelt zijn vrouw Asa Ellerup, die zelfs van plan is in Rex’s geheel gerenoveerde ‘kill room’ te blijven slapen, bijvoorbeeld nét iets empathisch. ‘Ik wil weten waarom hij al die vrouwen heeft gedood.’

Een buitenstaander zou wellicht denken: weg uit dat moordhuis, nooit meer een woord verspillen aan die killer. Zo gaat het echter niet in Huize Heuermann. Daar wordt na acht moorden – en de teller loopt… – nog altijd verbinding gezocht. Wat zegt dat over dit onfortuinlijke gezin of het trauma dat daarbinnen huishoudt? Feit is dat The Gilgo Beach Killer: House Of Secrets een unieke inkijk geeft in het persoonlijke leven van een beruchte seriemoordenaar, dat verder nog psychologisch wordt ingekaderd door de befaamde FBI-profiler John Douglas (Mindhunter), en de indirecte slachtoffers van z’n daden, zijn eigen vrouw en kinderen.

Als gevolg daarvan is er aan het eind van deze zeer indringende miniserie nauwelijks nog aandacht voor zijn andere slachtoffers en hun nabestaanden, die in series als Gone Girls: The Long Island Serial Killer en Killing Grounds: The Gilgo Beach Murders overigens al ruimschoots aan bod zijn gekomen. En hoewel Scott met zijn verwanten behoorlijk wat informatie over Heuermanns achtergrond opdiept, komt er ook op de waarom?-vraag – wat is de reden dat juist deze gewone en, behalve zijn grootte, tamelijk onopvallende man is gaan moorden? – uiteindelijk geen bevredigend antwoord. Als dat al bestaat…

Killing Grounds: The Gilgo Beach Murders

Prime Video

De conclusie is even pijnlijk als onvermijdelijk: The Long Island Serial Killer heeft alleen zo lang z’n gang kunnen gaan omdat zijn slachtoffers sekswerkers waren.

Als er rond de eeuwwisseling jonge vrouwen beginnen te verdwijnen in de regio New York, komt het onderzoek daarnaar maar niet echt op gang. De politie gaat er blijkbaar voetstoots van uit dat de sekswerkers zich zelf uit de voeten hebben gemaakt. En ook de aanname dat toch vrijwel niemand hen zal missen – wie zit er tenslotte te wachten op een vrouw die zich online aanbiedt als escort? – draagt vermoedelijk niet bij aan de urgentie van het politieonderzoek naar wat er met hen is gebeurd. Totdat er in 2010 en 2011 maar liefst tien verminkte lichamen worden aangetroffen op Gilgo Beach.

Begin april 2026 heeft de architect Rex Heuermann, de man die verantwoordelijk wordt gehouden voor deze verdwijningen, eindelijk bekend dat hij in de periode van 1993 tot en met 2010 in elk geval acht van deze vrouwen heeft vermoord. Deze beer van een vent (ook wel ‘ogre’, ofwel boeman, genoemd) uit Massapequa Park in Long Island gaat ongetwijfeld de geschiedenis in als een klassieke seriemoordenaar, van het kaliber Ted Bundy, Jeffrey Dahmer en John Wayne Gacy. Net zoals zij zal Heuermann nog tot in de lengte der jaren in true crime-boeken, -films en -documentaires worden opgevoerd.

Dat is overigens al ruim vóórdat hij in de boeien wordt geslagen begonnen. Met het boek Lost Girls (2013), later verfilmd door Liz Garbus, vestigt journalist Robert Kolker de aandacht op de dan nog onbekende killer. Sinds Heuermanns arrestatie op 13 juli 2023 volgen ook de documentaires elkaar in rap tempo op. Na producties zoals Garbus’ Gone Girls: The Long Island Serial Killer en The Gilgo Beach Killer: House Of Secrets, waarin zijn verbijsterde echtgenote en dochter aan het woord komen, is er nu de gestaalde vierdelige serie Killing Grounds: The Gilgo Beach Murders (171 min.).

Inmiddels is het nieuws dat Rex Heuermann de dader is alweer enkele jaren oud. Nu de zaak binnenkort voor de rechter komt, besteedt regisseur Emma Cooper dus beperkt tijd aan de vermissing van de vrouwen, de weerslag daarvan op hun nabestaanden en het haperende politieonderzoek. Ze schakelt halverwege door naar de man die al deze jonge levens op z’n geweten heeft. Cooper brengt dan een voormalige klasgenoot, secretaresse en enkele collega’s voor de camera en heeft zelfs een sekswerker getraceerd, die beweert dat ze op een date is geweest met The Long Island Serial Killer.

Ronduit onrustbarend wordt deze true crime-serie als Cooper inzoomt op wat er zoal in de kelder van Rex Heuermanns verwaarloosde huis, dat hij sinds jaar en dag met zijn gezin bewoont, wordt aangetroffen. Op ’s mans computer vindt de politie bijvoorbeeld het Word-document HK 2002-04, een zelf gemaakte checklist voor een seriemoordenaar. Waarop Heuermann nauwkeurig vastlegt wat hij bij zijn gruweldaden nodig heeft, hoe hij die het beste kan voorbereiden en waar hij naderhand op moet letten. Zodat er voldoende – koude rillingen over de rug – ‘play time’ overblijft.

En het einde van deze nachtmerrie lijkt voorlopig nog niet in zicht: Rex Heuermann bezit ook huizen in Las Vegas en South Carolina en heeft ook daar wellicht slachtoffers gemaakt. Wordt dus vervolgd. In nieuwe true crime-producties – of updates van al opgezette series.

Snoepjes

Canal+

Jack ‘Den Regelaar’ heeft, zoals ze dat in Brabant zeggen, ‘unne verrekeskop’. Niet dat de man zo’n dikke kop heeft – althans, niet dat we weten. De ‘XTC Kingpin’ heeft letterlijk een varkenskop op, zodat zijn anonimiteit is gewaarborgd. Vermoedelijk weten insiders uit het Brabantse criminele milieu desondanks direct wie hij is, want hij behoort tot de (voormalige) kopstukken van de lokale drugscriminaliteit. Die opereerde overigens bepaald niet alleen in de regio. Ooit was Jack goed voor zo’n miljoen pillen per week.

Zijn vakbroeder, Aad ‘De Kluiskraker’, ook al met ‘zonne verrekeskop’ op, was lid van de beruchte West-Brabantse York-bende, draaide eerst zijn hand niet om voor een bankoverval en zette daarna echt wereldwijd pillen af. En die werden gefabriceerd op het platteland, in pak ‘m beet paardenmaneges of struisvogelbedrijven of – vandaar die kop – varkensstallen. Want er was altijd wel een boer te vinden die een centje wilde bijverdienen – of die zich gedwongen voelde om ‘an offer you can’t refuse’ te accepteren.

In de vierdelige docuserie Snoepjes (176 min.), die kan worden beschouwd als de missing link tussen Amsterdam Narcos, De IRT Affaire, De Godfather Van Oss en Over Grenzen, laat Bart van den Aardweg leden van de Brabantse maffia leeglopen over hun ervaringen in de designer drugsbusiness, waar kerels met bijnamen zoals ‘De Man Op De Berg’, ‘De Zigeunerkoning’ en ‘De Commissionaris’ de toon zetten en een sleutelrol is weggelegd voor ‘De Gekke Professor’, chemicus Robert Hollemans.

Hun herinneringen zijn door Van den Aardweg omlijst met fraaie archiefbeelden en gereconstrueerde scènes en worden verder van kleur voorzien door hardcore-DJ Dano, feestorganisator Ilja Reiman, Roxy-portier Remco Doorn en Bhagwan-volgeling en XTC-therapeut Peter den Haring. De misdaadjournalisten Hessel de Ree en Jens Olde Kater, oud-officieren van justitie Monique Klinkenbijl en Cees Spierenburg en ex-minister van Justitie Winnie Sorgdrager zorgen voor context en tegenwicht.

Die is broodnodig. Anders waren de varkenskoppen en al die andere pillenboeren wellicht overgekomen als relatief onschuldige geinponems. Deze smeuïge miniserie maakt er echter geen geheim van: de Brabantse drugscriminaliteit mocht dan provinciaals overkomen, het was wel degelijk een internationaal vertakte business, die gepaard ging met geweld, ripdeals en liquidaties. En ter plaatse, in het beruchte dorp Sint Willebrord bijvoorbeeld, werd daarover zorgvuldig gezwegen. Omerta, juist.

Snoepjes toont nog maar eens ondubbelzinnig aan: Nederland – lees Brabant – deed (en doet) dienst als een internationaal zenuwcentrum voor de productie van en handel in synthetische drugs.

The Balloonists

Dogwoof

Hij kan zich geen nieuw fiasco veroorloven. Zijn eerste poging om met een heteluchtballon een nonstop-vlucht rond de aarde te maken is uitgelopen op een pijnlijke mislukking. Slechts zes uur na vertrek moet Bertrand Piccard de strijd staken. Afgezet tegen de prestaties van zijn grootvader en vader, die van zich deden spreken in ruimtecapsules en onderzeeërs, slaat Piccard een absoluut modderfiguur. Hij mag op geen enkele manier in de schaduw van zijn beroemde familieleden staan.

Er hangt dus nogal wat vanaf als de streberige Zwitserse avonturier in maart 1999 samen met een nieuwe partner, de bedeesde Britse vlieginstructeur Brian Jones, een nieuwe poging waagt om met de Breitling Orbiter 3-ballon de aarde te bedwingen. The Balloonists (86 min.), bijgestaan door de Belgische meteoroloog Luc Trullemans, staan niet alleen voor een enorme uitdaging. Ze moeten ook afrekenen met een concurrerende ballon, met Piccards voormalige teamgenoot Andy Elson aan boord.

Samen met enkele intimi blikken Piccard, Jones en Trullemans in deze avonturendocu van de Britse regisseur John Dower (The Mystery Of D.B. Cooper, Lockerbie en The Man Who Definitely Didn’t Steal Hollywood) terug op een hachelijke onderneming die ook zomaar verkeerd had kunnen aflopen. Het feit dat deze film er is gekomen en de voornaamste participanten het ook kunnen navertellen doet vermoeden dat het toch wel goed is gekomen. Van die spanning moet de documentaire het dus niet hebben.

Met fraaie beelden van de ballonvaart en de persoonlijke verhalen van de belangrijkste passagiers daarvan kan Dower de historische vlucht – ruim 2600 mijl in nog geen twintig dagen – overtuigend reconstrueren. Een grens is verlegd, door twee totaal verschillende mannen die een onverwacht goed team vormen – nadat talloze pogingen, waaronder die van de Britse entrepreneur Richard Branson, voortijdig zijn gestrand.

Borrowed Time: Lennon’s Last Decade

Kaleidoscope / VPRO

Voor documentairemakers zijn acts als The Beatles niets minder dan ‘the gift that keeps on giving’. Steeds is er weer nét een andere ingang, nieuwe bron of frisse invalshoek om de illustere Britse popband of het leven van (één van) ‘The Fab Four’ te belichten. Met John Lennon (1940-1980), niet in het minst door zijn tragische einde, als overduidelijke favoriet.

Borrowed Time: Lennon’s Last Decade (134 min.) probeert zijn leven ná The Beatles in kaart te brengen en kan dus doorgaan voor de zusterfilm van Paul McCartney: Man On The Run, de documentaire waarmee onlangs werd gedocumenteerd hoe Lennons muzikale bloedsbroeder zich losmaakte van de legendarische popgroep die van hen allebei iconen had gemaakt.

De film van Alan G. Parker is ook meteen een soort tegenhanger ervan. Waar McCartney en mensen uit zijn directe omgeving buiten beeld terugblikken aan de hand van bijzonder, soms nog niet eerder toegankelijk gemaakt archiefmateriaal, wordt deze Lennon-docu vooral bevolkt door bronnen uit zijn periferie en een hele stoet biografen, journalisten en andere deskundigen.

Zij spreken overigens niet met meel in de mond. Ze belichten tevens Lennons maar al te menselijke kanten, zijn (verplicht) kritisch over z’n partner Yoko Ono en strooien intussen met smeuïge anekdotes. En natuurlijk vergeten ze ook hun eigen, vanzelfsprekend héél bijzondere, ervaringen met de aanbeden Beatle niet. Samen schetsen ze zo een aardig beeld van Lennons laatste decennium.

Van hun uitgebreide verhalen moet deze praterige film ‘t ook hebben. Want hoewel Borrowed Time oude interviews bevat met John Lennon, diens tante Mimi en de andere Beatles, die bijvoorbeeld reageren op zijn gewelddadige dood, moet de documentaire ‘t wel zonder zijn muziek doen. En die had, zo is al veel vaker aangetoond, wonderen kunnen doen.

The Rise Of The Red Hot Chili Peppers: Our Brother, Hillel

Netflix

De band moet nog definitief doorbreken als het oorspronkelijke driemanschap van The Red Hot Chili Peppers al uiteenvalt in 1988.

De drie hebben elkaar eind jaren zeventig leren kennen op Fairfax High, een middelbare school in Los Angeles. Anthony Kiedis en Mike Balzary zien er het bandje Anthym optreden. Enige tijd later krijgen ze een lift van de gitarist, Hillel Slovak. De drie worden onafscheidelijk. En als de bassist van Anthym er de brui aan geeft, vraagt Hillel Mike. Die heeft nog nooit een basgitaar aangeraakt, maar hapt toch toe. ‘Hij geloofde in mij’, vertelt Mike, een jongen uit een getroebleerd gezin die zich tegenwoordig ‘Flea’ noemt. ‘Hij zag me.’ Bij de gedachte aan dat moment moet de bassist ruim veertig jaar later nog altijd zijn emoties wegslikken. ‘Dat heeft mijn leven definitief veranderd.’

Wanneer Hillel en Flea, die z’n heil een tijdje elders zoekt als Anthym niet echt van de grond komt, weer eens samen willen optreden, sluit ook die andere boezemvriend, Anthony, zich bij hen aan. Zij worden in de rug gedekt door Anthym-drummer Jack Irons. De allereerste incarnatie van The Red Hot Chilli Peppers maakt in december 1982 z’n live-debuut voor een dolenthousiast publiek. Het zal alleen nog jaren kosten voordat de band definitief vlam vat. Tegen die tijd hebben ook drugs al hun verpletterende entree gemaakt. Of zoals Hillel ’t, volgens zijn vriendin Addie Brik, zegt: het is vrijdag, waar is de tofu? Voor Anthony en hem is het alleen al snel elke dag vrijdag.

De Peppers gaan er bijna aan onderdoor en moeten afscheid nemen van Slovak, het eindstation van deze film. Hij wordt opgevolgd door John Frusciante, die later in zijn eigen drugshel zal belanden – in 1994 vereeuwigd in een geruchtmakende aflevering van het Nederlandse muziekprogramma Lola da Musica. Zover komt The Rise Of The Red Hot Chili Peppers: Our Brother, Hillel (95 min.) niet. Documentairemaker Ben Feldman concentreert zich volledig op de onstuimige beginjaren van de Amerikaanse groep en had dus even goed Becoming Peppers kunnen heten. Net als vergelijkbare portretten van muzikale helden zoals David Bowie, Led Zeppelin en Madonna.

De roem en het succes die later altijd vanzelfsprekend lijken te zijn geweest, liggen dan nog in de toekomst verscholen. De meeste Anthony Kiedissen en Fleas van deze wereld – jong, wild en klaar om de wereld te veroveren – lopen onderweg averij op of bereiken, zoals hun maat Hillel Slovak, nooit de jaren waarin het sterrendom wel degelijk komt. Zijn voormalige boezemvrienden betonen de gitarist, tevens tot leven gewekt met z’n tekeningen en persoonlijke geschriften, in deze film alle eer. Hij stond mede aan de basis van – of, zoals dat nu eenmaal gaat bij gevallen helden: hij was de onbetwiste inspiratiebron voor – wat zij uiteindelijk wél zijn geworden.

Scandalous: Phone Hacking On Trial

BBC

‘Succes is geweldig, maar privacy is onbetaalbaar’, zegt Heather Mills. Als ze haar leven over mocht doen, zou ze nooit meer bekend willen worden. Toen Mills zich in 2001 verloofde met Paul McCartney was er echter geen houden meer aan. Ze werd opgejaagd voor de Britse tabloids, die geen middel onbenut lieten om elk detail van haar relatie met de voormalige Beatle op te diepen en aan de grote klok te hangen. ‘Een normale relatie was vrijwel onmogelijk’, liet het stel optekenen, toen ze enkele jaren later alweer uit elkaar gingen. En daarna werd Mills pas echt de gebeten hond. Want McCartney zelf bleef natuurlijk onaantastbaar.

Samen met andere bekende slachtoffers van de Britse roddelkranten, zoals Sienna MillerSteve Coogan en Hugh Grant, doet Heather Mills haar verhaal in de documentaire Scandalous: Phone Hacking On Trial (91 min.) van James Newton. Die richt zich in het bijzonder op het illegaal afluisteren van telefoons en hacken van voicemails. Het duo Dan Waddell en Evan Harris verdiept zich in zulke zaken en probeert ze voor de rechter te brengen. Daarvoor maken ze gebruik van klokkenluiders van Fleet Street, tabloid-medewerkers die ooit zelf vuile handen hebben gemaakt. Newton haalt zulke spijtoptanten voor de camera, om weerwoord te halen en hen te bevragen.

Neil Wallace (The Sun/News Of The World) geeft geen krimp en is strijdbaar, Duncan Larcombe (The Sun) toont zich enigszins schuldbewust over de manier waarop hij de Britse prins Harry heeft bejegend en Dan Evans (The Sunday Mirror), die volgens eigen zeggen gedurende enkele jaren meer dan honderd mensen per dag hackte, heeft zich inmiddels opgeworpen als klokkenluider. Zelfs Glenn Mulcaire, de privédetective die voor News Of The World de voicemail van het vermoorde meisje Millie Dowler hackte en zo een enorm schandaal veroorzaakte, waarna eigenaar Rupert Murdoch de schandaalkrant maar meteen helemaal opdoekte, komt nog even aan het woord.

Het juridische gevecht met hun opdrachtgevers, die rechtszaken consequent framen als een lucratieve aanval op de journalistiek en vrijheid van meningsuiting, eindigt zelden voor de rechter, laat Newton zien in deze stevig doortimmerde docu. Vaak worden de slachtoffers van tevoren al, tandenknarsend, gedwongen tot een schikking – omdat ze anders zelf aanzienlijk financieel risico lopen. Wat bij hen rest is een gevoel van fundamentele onveiligheid en permanente argwaan: is iemand in hun vriendenkring misschien toch de figuur die in tabloids wordt opgevoerd met een variant op ‘a friend said…’? Of ging het echt ‘alleen’ om gehackte telefoons en voicemails?

The London Railway Murders

Videoland

De nacht is van ons, scanderen Londense vrouwen halverwege de jaren tachtig. De ‘Women Against Rape’ zijn de straat opgegaan om aandacht te vragen voor een serieverkrachter die nu al enkele jaren huishoudt in hun stad. Deze ‘Railway Rapist’ attaqueert zijn slachtoffers in de buurt van treinstations. Er worden inmiddels ruim twintig aanvallen aan hem toegeschreven. Al snel blijkt dezelfde man ook in verband te kunnen worden gebracht met de moorden op de jonge vrouw Alison Day en een vijftienjarig Nederlands meisje, Maartje Tamboezer.

De politie stuit op een verdachte, John Francis Duffy, die op basis van zijn kille ‘laserogen’ ook kan worden geïdentificeerd door slachtoffers. Hij wordt in 1988 daadwerkelijk veroordeeld. Tot een levenslange gevangenisstraf. Case closed, zo lijkt het. Tien jaar later wordt de Britse rechercheur Caroline Murphy echter geconfronteerd met een aantal verkrachtingszaken in Hampstead Heath, die toch wel heel erg aan Duffy doen denken. Zit hij nog steeds in de zwaarbewaakte Whitemoor-gevangenis? Of is er misschien een ‘copycat’ of handlanger actief geworden?

In de tweedelige true crime-docu The London Railway Murders (90 min.) ontleedt Naomi Pallas de twee reeksen misdrijven en bekijkt samen met de betrokken politiemensen en enkele deskundigen of die misschien gerelateerd zijn. Daarbij hebben ze in 1998 een nieuw bewijsmiddel tot hun beschikking: DNA. En Duffy zelf kan eveneens worden gebruikt als een belangrijke informatiebron. Óók in deze gedegen vertelling, die steeds op en neer springt tussen de oorspronkelijke verkrachtingen en moorden in de jaren tachtig en de heropening van het onderzoek daarnaar, ruim tien jaar later.

En dat behelst óók het opnieuw benaderen van slachtoffers van vreselijk seksueel geweld, voor wie ook de aangifte bij de politie en de argwaan waarmee ze toen zijn benaderd soms traumatiserend heeft gewerkt.

Heilig Schuim

VPRO

John Kavakure is een BBB, vertelt hij in de documentaire Heilig Schuim (59 min.). Een Black Belgian Brewer. Als jongeling werd hij in de jaren negentig door Belgische Jezuïeten in de kofferbak van een auto zijn geboorteland Burundi uitgesmokkeld, op de vlucht voor de burgeroorlog die daar was uitgebroken tussen Hutu’s en Tutsi’s. In België belandde de Burundees op het Institut Meurice, waar hij zich als enige zwarte – en soms ook onbegrepen of genegeerde – student verder kon bekwamen in het brouwen van bier.

John is opgegroeid met bier. In zijn jeugd leerde zijn grootmoeder hem al hoe hij met bananen en de graansoort sorghum eigen bier kon maken. Het gerstenat is sowieso alomtegenwoordig in Burundi. De economie van het Afrikaanse land draait er zelfs voor een groot deel op. En ook cultureel speelt bier een belangrijke rol. Bij belangrijke gelegenheden in het leven – van geboorten tot huwelijken – wordt gezamenlijk de fles geheven. ‘In Afrika drinken we geen bier’, zegt Kavakure enthousiast. ‘We delen het!’

Het lag dus voor de hand dat hij ooit terug zou keren naar zijn geboorteland, om er de missie van zijn oma voort te zetten. Met eigen bier: Soma Burundi. Dat bier drink je niet, zegt John als een volleerde marketeer. Dat próef je. Maar of de marktleider, Heineken-dochter Brarudi, ook zo blij was met een plaatselijke concurrent? De vraag stellen is hem beantwoorden. In 2013 vertrok Kavakure alweer uit Burundi. Hij voelde zich er niet meer veilig, vertelt hij in deze documentaire van Thomas Blom en Misha Wessel.

In de film reconstrueren zij Johns levensverhaal niet rechttoe rechtaan, maar laten ze de puzzelstukjes langzaam maar zeker in elkaar vallen. Pas tegen het einde is het totaalplaatje min of meer volledig zichtbaar – al blijft er ook dan nog wel wat te vragen en raden over. Feit is dat bier, de gezelschapsdrank die gewone Burundezen bij elkaar brengt, ook voor tweespalt heeft gezorgd in de voormalige Belgische kolonie, waar de oude koloniale verhoudingen nog altijd doorwerken in Burundi’s heden.

Als hij zich dan toch nog eens in zijn geboorteland meldt, om zijn moeder te bezoeken en een kijkje te gaan nemen bij de brouwerij die hij er heeft achtergelaten, laat John Kavakure, ondanks zijn openlijke trots, gulle lach en sterke ideeën over hoe Soma-bier moet worden gebrouwen, zijn waakzaamheid nooit helemaal varen. Hij weet dat in dit Afrikaanse land, dat hem zoveel heeft gegeven, soms ook zomaar alles weer kan worden afgenomen.

June

Paramount

Bij de gedachte aan June Carter Cash (1929-2003) ziet menigeen waarschijnlijk Reese Witherspoon voor zich, de actrice die haar vol verve vertolkte in de biopic van haar echtgenoot, Walk The Line. Of ze denken gewoon aan hem, de Amerikaanse countrylegende Johnny Cash. Het duurt echter ruim een half uur voordat de illustere zanger met die uit duizenden herkenbare, aardedonkere stem haar levensverhaal binnenstapt in de documentaire June (98 min.). Met, natuurlijk, de iconische woorden: ‘Hello, I’m Johnny Cash’.

Het is dan 1956 en June heeft er al een half leven opzitten: ze groeit op als lid van de befaamde folkgroep The Carter Family, wordt daarna als komisch talent ontdekt in de befaamde Grand Ole Opry in het countrymekka Nashville en is dan al aan haar tweede huwelijk bezig – en heeft als gevolg daarvan ook twee dochters, Carlene en Rosie. Na enige tijd afhouden kan ze ‘The Man in Black’ begin jaren zestig echter niet meer weerstaan – ook al is hij een onverbeterlijke junk. De real life-versie van Walk The Line staat op het punt om te beginnen.

Als hij ein-de-lijk is afgekickt, leven ze nog lang en gelukkig. Althans, in de sprookjesversie van hun leven, zoals één van de sprekers in deze documentaire van Kristen Vaurio de speelfilm met Joaquin Phoenix als Cash en Witherspoon als zijn onweerstaanbare echtgenote betitelt. Dat beeld is overigens ook al flink genuanceerd in The Gift: The Journey Of Johnny Cash (2019), tot nader order het definitieve portret van de muzikale legende Cash. June zal nog tot diep in de jaren tachtig heel wat te stellen hebben met de verslavingen van haar echtgenoot.

Intussen staat zij, de telg van een baanbrekende muzikale familie, ook volledig in zijn schaduw. Terwijl June – betogen hun kinderen, vrienden en bekende collega’s zoals Dolly Parton, Willie Nelson en Emmylou Harris – bijvoorbeeld zijn grootste hit Ring Of Fire heeft geschreven. Niet Johnny. Zij zal zich echter naar hem moeten plooien, Als een matrone blijft ze ook zijn leven bijsturen. ‘It’s hard to be Johnny Cash’, zegt June wel eens vergoelijkend over haar echtgenoot, volgens hun zoon John Carter Cash. Voor zichzelf huldigt ze een eenvoudig levensparool: Press On.

En met een soloalbum dat zo is getiteld wint ze in 1999, slechts enkele jaren voor haar dood, zowaar een Grammy Award, de kroon op een dienstbaar leven, als vrouw, moeder en artiest, dat in deze film nu eens centraal wordt gezet. Haar man, die ’t nog maar een paar maanden zal volhouden zónder haar, heeft daarin slechts een bijrol. De belangrijkste bijrol, dat wel. Daarmee wordt June een prima tegenhanger voor The Gift – en voor My Darling Vivian (2021), het portret van de eerste vrouw van Cash, Vivian Liberto.

Wrong Time Wrong Place

Cobos Films

Het plan waarmee documentairemaker John Appel al een tijd rondloopt, krijgt op 22 juli 2011 ineens zijn ‘inciting incident’. Hij wil een film maken over hoe leven zonder risico feitelijk onmogelijk is. Ons bestaan wordt bepaald door toeval – ook al leven we daar helemaal niet naar. Geheel in stijl wacht Appel geduldig op een geschikte aanleiding om zijn plan ten uitvoer te brengen. Een flinke kettingbotsing misschien?

En dan pleegt de Noorse extremist Anders Breivik op die vrijdag in juli eerst een bomaanslag in Oslo en vertrekt hij vervolgens naar het eiland Utøya, waar de jeugdafdeling van de sociaaldemocratische Arbeiderspartij een zomerkamp organiseert. Als een moordmachine houdt Breivik daar huis. Hij maakt op deze ene fatale dag in totaal 77 dodelijke slachtoffers en werpt zich zo op als de meest verafschuwde terrorist van de westerse wereld.

John Appel – zoon van een onvervalste gokker, The Player – is echter niet op zoek naar het wezen van het monster Breivik, die in zijn film nooit bij naam wordt genoemd. Te midden van alle journalisten die zich direct naar het Noorse drama spoeden wil hij zijn oorspronkelijke idee over toeval gaan uitwerken. De Nederlandse filmmaker moet uiteindelijk praten als brugman om toegang te krijgen tot overlevenden en nabestaanden van de aanslag.

In Wrong Time Wrong Place (80 min.), de openingsfilm van het International Documentary Festival Amsterdam van 2012, spreekt hij bijvoorbeeld met de ouders van de jonge Georgische vrouw Tamta, die door haar vriendin Natia is overgehaald om mee naar het Noorse zomerkamp te gaan. Natia gaat de dag voor de aanslag zwemmen en kent daardoor een plek bij het water om zich te verbergen voor de schutter, die al talloze slachtoffers heeft gemaakt.

‘Als ze had kunnen zwemmen, had ze ‘t misschien overleefd’, constateert Tamta’s moeder triest. Want haar dochter heeft altijd geweigerd om zwemles te nemen en mijdt water. Zij wordt het laatste dodelijke slachtoffer op Utøya. Tamta’s moeder gelooft niet in toeval: het moest zo zijn. ‘Zonder dit ongeluk was Tamta ergens anders aan doodgegaan’, zegt ze. Haar echtgenoot reageert fel: ‘Zonder die moordenaar had niets anders mijn dochter kunnen doden.’

Verder spreekt Appel enkele jonge mensen die zich op Utøya in een WC-hokje verstoppen. ‘We dachten dat hij door de deur zou schieten en iedereen zou doden die binnen was’, herinnert de Noorse tiener Håkon zich. Het Koerdische meisje Hajin richt zich daar tot Allah. Ze kan het gebed moeiteloos terughalen. De Oegandese vluchtelinge Ritah vertelt hen dat ze twee maanden zwanger is en een miskraam vreest. Ze noemt het kind Michaël, hij wordt haar beschermengel.

Stuk voor stuk ervaren zij hoe ’t is om een speelbal van (ogenschijnlijk) toevallige gebeurtenissen te zijn. In het geval van Harald lijkt de bliksem zelfs tweemaal op dezelfde plek te zijn ingeslagen. Eerst verliest de Noorse ambtenaar zijn zoon Yngve bij een basejump-ongeluk. Daarna overleeft hij zelf ternauwernood Breiviks bomaanslag in Oslo, omdat hij toevallig even niet op zijn plek zit op kantoor. Harald raakt wel vrijwel zijn volledige gezichtsvermogen kwijt.

Het leven is, betoogt Appel via mensen zoals hij in deze indringende en bespiegelende film, een aaneenschakeling van toevalligheden. Elke dag kan een ‘point of no return’ worden, waarop het bestaan zomaar een andere wending neemt. En wij, eenvoudige stervelingen, zijn dan als plastic zakjes die worden meegenomen door de wind – op weg naar God weet waar. Naar een goede plaats, goede tijd, hopelijk.

Becoming Katharine Graham

Prime Video

Als Katharine Graham (1917-2001) nog de lakens had uitgedeeld bij The Washington Post, dan was het ondenkbaar geweest dat de Amerikaanse krant zo z’n oren had laten hangen naar de regering van Donald Trump als de huidige eigenaar Jeff Bezos in de afgelopen tijd heeft gedaan.

Toch wees in eerste instantie niets erop dat ‘Kay’ de toonaangevende krantenuitgeefster van haar tijd zou worden. Ze was weliswaar de dochter van eigenaar Eugene Meyer, die de krant in 1933 op een publieke veiling had gekocht voor de luttele som van 825.000 dollar, en werkte in haar jonge jaren ook daadwerkelijk op de redactie, maar papa vertrouwde de leiding van de krant toch liever toe aan zijn schoonzoon, Katherine’s echtgenoot Phil. Pas toen die in 1963 een einde aan zijn leven maakte, als gevolg van een veronachtzaamde bipolaire stoornis, kwam zij als vrouw in aanmerking voor de toppositie bij The Post.

Één foto – Becoming Katharine Graham (92 min.) is nog geen twintig minuten onderweg – verraadt de situatie waarin zij toen als werkende moeder terecht kwam: aan de bestuurstafel zitten 22 witte mannen in pak en welgeteld één vrouw, in een blauw jurkje. Van ‘doormat wife’ was Graham volgens eigen zeggen ineens een ‘working woman’ geworden. Een feministe avant la lettre, dat ook. Dit liet overigens onverlet dat ook zij, als werkgever bij een bedrijf waar vrouwen nog altijd vooral ondergeschikte functies bekleedden, een doelwit werd van de vrouwenbeweging. En daarvoor was de voormalige huismoeder zeker niet ongevoelig.

Toen Graham eind jaren zestig eenmaal in haar rol was gegroeid, toont deze gedegen biografie van George en Teddy Kunhardt, was ze ook klaar voor de grote uitdaging die op The Washington Post wachtte: Watergate. Samen met hoofdredacteur Ben Bradlee gaf zij de sterverslaggevers Bob Woodward en Carl Bernstein, die allebei ook participeren in deze film, rugdekking bij een stroom journalistieke onthullingen die de zittende president Richard Nixon steeds verder in het nauw brachten en in 1974 leidden tot zijn aftreden. ‘Tricky Dick’ had haar toen, getuige de geruchtmakende Nixon-tapes, allang tot staatsvijand verklaard.

Die geluidsopnames vormen, samen met archiefinterviews met Graham, passages uit haar Pulitzer Prize-winnende memoires Personal History en de herinneringen van haar kinderen Don en Lally, Post-medewerkers en intimi zoals Gloria Steinem en Warren Buffett, het geraamte van dit postume portret. Ruim een halve eeuw na dato zijn de tapes nog altijd schokkend. ‘She’s gonna get her tit caught in a big fat wringer’, liet Nixons campagnemanager bijvoorbeeld optekenen over de vrouw die later tot haar onvrede – was ze nu weer gepasseerd door kerels? – bleek te zijn weggesneden uit de Oscar-winnende film over Watergate, All The President’s Men (1976).

Zo kan ‘t er dus aan toe gaan als er in Het Witte Huis geen enkele morele code meer geldt. En zo dapper was Katharine Graham destijds, een leider met een héél rechte rug.

Paul McCartney: Man On The Run

Piece of Magic / vanaf vrijdag 27 februari op Prime Video

Terwijl John en Yoko in 1969 voor het oog van de wereld in een Amsterdams hotelbed zijn gekropen om te pleiten voor vrede op aarde, heeft Paul zich samen met Linda teruggetrokken aan ‘the end of nowhere’. Hij verschanst zich op z’n boerderij op het Schotse platteland. Somber, te veel drinkend. The Beatles zijn uit elkaar! Alleen de wereld weet het nog niet – niet officieel in elk geval.

Want Lennon heeft nooit bekend gemaakt dat hij uit de band is gestapt. McCartney besluit uiteindelijk om niet langer te talmen en gooit de knuppel in het hoenderhok: The Beatles zijn geschiedenis! En dus wordt hij ook verantwoordelijk gehouden voor het einde van de populairste band ter wereld. Het feit dat hij in die tijd een rechtszaak aanspant om zich los te maken van de andere bandleden werkt niet in zijn voordeel.

In Paul McCartney: Man On The Run (115 min.) kijkt de Britse legende, volledig buiten beeld, terug op de jaren waarin hij vervolgens los probeert te komen van zijn verleden en een nieuwe versie van zichzelf hoopt te vinden. Zónder John, maar mét Linda. Zijn echtgenote, de Amerikaanse fotografe Linda Eastman, wordt al snel het gezicht van alles wat er volgens de buitenwacht niet deugt aan de ex-Beatle en zijn nieuwe groep, Wings.

McCartneys vrouw, hun dochters Mary en Stella, zijn broer Michael, John Lennons zoon Sean, de nog levende Wings-leden en bevriende muzikanten zoals Mick Jagger, Nick Lowe en Chrissie Hynde staan hem terzijde in deze documentaire van Morgan Neville (Keith Richards: Under The InfluenceShangri-La en 20 Feet From Stardom), die volledig uit archiefmateriaal bestaat, zowel muziekbeelden als privéfilmpjes en -foto’s.

Die schetsen een intiem beeld van de man die lang een ‘has been’ lijkt, een muzikale held die op z’n dertigste al veel meer verleden dan toekomst heeft. McCartney wil graag ‘one of the guys’ in zomaar een bandje zijn, maar blijft altijd de man achter YesterdayHey Jude en Let It Be. Eenmaal een Beatle betekent nu eenmaal altijd een Beatle. En hij zal zich dus ook moeten verhouden tot zijn voormalige bloedbroeder John Lennon.

Neville maakt dit delicate proces, waarbij zijn protagonist ook definitief een familieman wordt, van binnenuit zichtbaar. Dat gaat, vanzelfsprekend, met vallen en opstaan – en vallen en opstaan. ‘In mijn geval is er nooit iemand die zegt: wat een stom idee, je zou dat niet moeten doen’, constateert McCartney zelf, hoorbaar grinnikend. ‘Ik kan dus ook altijd een ander de schuld geven.’

I’m Chevy Chase And You’re Not

CNN

‘Ik probeer je gewoon te begrijpen’, zegt documentairemaakster Marina Zenovich tegen de protagonist van haar nieuwste film. ‘Dat meen je niet!’ reageert Chevy Chase sarcastisch. ‘Dat wordt dan niet gemakkelijk voor je.’ Zij vraagt door: ‘Waarom niet?’ Hij reageert rücksichtslos. ‘Daar ben je niet slim genoeg voor. Wat vind je daarvan?’

De documentaire I’m Chevy Chase And You’re Not (98 min.) is nauwelijks begonnen. En de Amerikaanse komiek heeft zijn reputatie van onverbeterlijke hork alweer eer aangedaan. Chase legt uit: ‘Ik ben complex en diep en kan gemakkelijk pijn worden gedaan. Op mensen die me proberen te doorgronden, reageer ik dus direct. Dan houd ik mijn schild omhoog. Ik laat me liever niet uitpluizen.’

Aan Zenovich, die eerder portretten maakte van Chase’s vakbroeders Richard Pryor en Robin Williams, de schone taak om die klus tóch te klaren. Ze gaat daarvoor te rade bij mensen die met hem werkten, zoals Martin Short, Goldie Hawn en Dan Aykroyd, maar haalt ook zijn broer Ned Chase, halfbroer John Cederquist, (derde) vrouw Jayni en dochters Cydney, Emily en Caley voor de camera.

Zij laten zijn gehele leven de revue passeren: Chase’s rol als blikvanger in de beginperiode van Saturday Night Live, het navolgende succes in Hollywood, z’n hardnekkige cocaïneverslaving, volledig mislukte talkshow, depressies, drankprobleem en rol als ‘pain in the ass’ bij de serie Community. Een man met zowel een aardedonkere als een liefdevolle kant, laverend tussen grappig en gemeen.

Tussendoor handelt Chevy Chase met z’n personal assistant/vriend Pat de wekelijkse fanmail af, koopt hij een bloemetje voor Jayni of speelt hij een potje schaak in het café. Daarbij kan hij grappig uit de hoek komen. Ook, of júist, als Marina Zenovich ’t hem even moeilijk maakt. Want dat wordt gedurende deze vermakelijke docu steeds duidelijker: humor is voor Chase ook een afweermechanisme.

Achter het lompe, klunzige en dolkomische personage, zowel op als naast het scherm, zit een beschadigde man – lees: een beschadigd kind – verscholen, die zich met allerlei fratsen uit lastige situaties probeert te redden en het leven meester wil blijven. Dat lijkt op z’n ouwe dag behoorlijk te lukken. En zoals ’t een Amerikaanse film betaamt, krijgt dit portret van een komiek op leeftijd dus een lekker Hollywood-eind.

Waarna de aftiteling begint en die ene Paul Simon-videoclip, waarin hij de absolute hoofdrol claimde, natuurlijk nog op het scherm verschijnt.

The Tony Blair Story

VPRO

Even lijkt hij de wereld, of op zijn minst Groot-Brittannië, in zijn hand te hebben. Tony Blair slaagt er in 1998 zowaar in om vrede te sluiten in Noord-Ierland, iets wat zijn conservatieve voorgangers Thatcher en Major niet wilden of konden. Tegenwoordig staat de voormalige Britse premier, die met zijn geheel vernieuwde Labour-partij een einde heeft gemaakt aan achttien jaar heerschappij van The Tories, er véél minder goed op.

Als premier ontwikkelt Blair zich destijds, aan de zijde van zijn Amerikaanse geestverwant Bill Clinton, tot een erkende wereldleider. Ook met Clintons opvolger George W. Bush ontwikkelt hij een ‘special relationship’. Na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 volgt ie Bush dus ook bij diens zeer omstreden inval in Irak in 2003. En dan begint ook Blairs ogenschijnlijk onverwoestbare imago af te bladderen.

De hoofdpersoon gaat er zelf eens goed voor zitten aan het begin van deze driedelige serie van Michael Waldman. Hij wordt in The Tony Blair Story (156 min.) in de rug gedekt door zijn echtgenote Cherie, de Amerikaanse politici Bill Clinton en Condoleezza Rice en z’n getrouwen Anji Hunter, Alastair Campbell en de onlangs door de zaak Epstein ernstig in opspraak geraakte Peter Mandelson. Daartegenover staan (zeer) kritische partijgenoten zoals Jack Straw, Clare Short en Jeremy Corbyn.

Tijdens zijn eerste campagne is Tony Blair net een bloem die tot bloei komt in de zonneschijn, stelt schrijver/journalist Robert Harris, die ziet hoe de jurist groeit in zijn rol als politicus, in deel 1 van deze miniserie. Op het toppunt van Blairs roem, wanneer hij in 1999 een sleutelrol heeft gespeeld in het bezweren van het gewapende conflict in Kosovo, bespeurt Harris ook dat de premier losgezongen begint te raken van de realiteit.

Dat neemt tragische vormen aan als hij Groot-Brittannië meesleept in een oorlog in Irak, het onderwerp van aflevering 2, om nooit aangetroffen massavernietigingswapens onschadelijk te maken. Die beslissing was volgens z’n vrouw Cherie in eerste instantie helemaal niet zo vanzelfsprekend. ‘Je moet kiezen. En als Tony eenmaal heeft gekozen, kan hij anderen ervan overtuigen dat dit altijd al de voor de hand liggende keuze was.’

Of dat een teken van te veel zelfvertrouwen is? wil Waldman weten. Daarover houdt Cherie zich op de vlakte. Duidelijk is dat de beeldvorming rond haar man dan definitief verandert: Tony Blair wordt de leugenaar Tony Bliar. De man zelf weigert intussen om zich echt in de kaarten te laten kijken. ‘Als mensen een eerlijk verhaal willen, vraag een leider dan niet om zichzelf te beoordelen. Want dan krijg je een politiek antwoord.’

Hij toont zich strijdbaar in dit breed opgezette en genuanceerde portret, overtuigd van wie hij is, wat hij heeft gedaan en welke resultaten hij heeft geboekt. Een man die door sommigen nog altijd diep wordt geminacht en bij anderen juist op een zekere herwaardering mag rekenen. Een politicus die, wat je ook van hem vindt, tot de beeldbepalende leiders van de afgelopen dertig jaar moet worden gerekend.

Trailer The Tony Blair Story

Nick Cave’s Veiled World

Sky

In zijn werk gaat Nick Cave onbevreesd de confrontatie aan met het onderbewuste. ‘Hij is op zoek naar de menselijke ziel’, stelt filmmaker Wim Wenders bij de start van Nick Cave’s Veiled World (65 min.). ‘Nick wil weten waarom hij op aarde is. Niet veel mensen willen dat weten.’ Schrijver Irvine Welsh vult aan: ‘We krijgen allemaal met pijn en verlies te maken, met vreugde en euforie. Deze elementen zijn voortdurend met ons in gevecht. En voor mij is dat de plek waar grootse dingen ontstaan.’

Het is helder: in dit associatieve portret probeert Mike Christie de Australische zanger, songschrijver, componist en auteur psychologisch te duiden. In plaats van een ‘en toen en toen en toen’-doorloop van zijn carrière neemt hij een kijkje achter de façade bij de man en kunstenaar, die in z’n oeuvre zo vaak de donkere kanten van het bestaan opzoekt. Hij vervat de ontwikkeling die Cave heeft doorgemaakt in vijf archetypen: de bandiet, de schaduw, de pelgrim, het goddelijke kind en de profeet. Nick Cave zelf komt daarover overigens slechts beperkt – en volledig buiten beeld – aan het woord.

Christie verlaat zich liever op intimi, zoals Warren Ellis, Thomas Wydler en Colin Greenwood (zijn band The Bad Seeds), producer Nick Launay (The Birthday Party), fotograaf Polly Borland, schrijver Seán O’Hagan (co-auteur van het boek Faith, Hope And Carnage), modeontwerper Bella Freud, aartsbisschop Rowan Williams en de filmmakers John Hillcoat, Isabella Eklöf en Pete Jackson (de tv-serie The Death Of Bunny Munro, gebaseerd op Caves gelijknamige roman), Andrew Dominik (One More Time With Feeling en This Much I Know To Be True) en Iain Forsyth & Jane Pollard (20.000 Days On Earth).

Deze insiders worden stuk voor stuk geïnterviewd in een spaarzaam ingerichte ruimte, waarin één of meerdere meubelstukken zijn afgedekt – als de kanten van de menselijke psyche die verborgen (willen) blijven. In Caves songs krijgen die de kans om zich alsnog in al hun lelijke schoonheid te tonen. Terwijl ze z’n teksten lezen vanaf een typemachine laten Cave-fans zoals Florence + The Machine-voorvrouw Florence Welch (The Mercy Seat) en Red Hot Chili Peppers-bassist Flea (Bright Horses) en de bevriende kunstenaar Thomas Houseago (White Elephant) zijn woorden bovendien op zich inwerken.

Samen schetsen zij een kunstenaar, die al enige tijd boven elke kritiek verheven lijkt te zijn – niet zonder reden overigens. Vraag is wel: waar houdt de man op en begint de mythevorming? Daarop geeft deze boeiende exegese van de kunstenaar Nick Cave geen eenduidig antwoord. Duidelijk is dat hij een enorme ontwikkeling – met de dood van zijn vijftienjarige zoon Arthur in 2015 als scharnierpunt – heeft doorgemaakt: van een losgeslagen podiumbeest dat zijn publiek bijna vijandig tegemoet trad naar een ‘wilde God’ die van zijn concerten zowat een plek voor geloof, hoop en liefde heeft gemaakt.

Critical Incident: Death At The Border

HBO Max

‘Hij schopte naar agenten’, vertelt een grensbewaker tijdens de civiele rechtszaak. ‘Hij spartelde en sloeg wild om zich heen als een alligator. Zoals in de show The Crocodile Hunter. Net een krokodil die zijn prooi grijpt en doodt en daarna gaat rollen en draaien.’

Het was kortom bittere noodzaak, probeert de medewerker van de Amerikaanse Border Patrol duidelijk te maken, om Anastasio Hernández Rojas keihard aan te pakken. De 42-jarige Mexicaanse immigrant verbleef al ruim 25 jaar zonder papieren in de Verenigde Staten. Samen met zijn vrouw Maria Puga en hun vijf kinderen woonde Hernández in San Diego toen de grenspolitie hem op 28 mei 2010 toch weer probeerde uit te zetten. Volgens de officiële lezing dienden agenten hem op die dag een volstrekt noodzakelijke schok met een stroomstootwapen toe omdat hij zich met hand en tand tegen zijn aanhouding verzette. Met een fatale hartaanval tot gevolg.

En bij die officiële uitleg zou ‘t wellicht zijn gebleven als onderzoeksjournalist John Carlos Frey zich niet zou hebben vastgebeten in dit Critical Incident: Death At The Border (86 min.). Hij weet de hand te leggen op een video die het beeld van Hernández’s dood volledig op z’n kop zet. Diens vrouw Maria en haar advocaat Gene Iredale hebben dan al een civiele procedure aangespannen tegen Border Patrol. Het is de vraag waar die op uitloopt, want tot dan toe is er nog nooit een agent van de grenspolitie veroordeeld vanwege dodelijk geweld tegen immigranten. Critici stellen dat zij in feite ‘volledige straffeloosheid’ hebben.

Documentairemaker Rick Rowley gebruikt de casus van Anastasio Hernández om de beladen historie van de Amerikaanse grensbewaking te onderzoeken. Hij sluit daarvoor aan bij Frey, die op zijn beurt wordt bijgestaan door de mensenrechtenadvocaat Roxanna Altholz en oud-agent Jenn Budd. Samen stuiten zij op een geheime Border Patrol-eenheid, het Critical Incident Team. Dit CIT zou al decennia worden afgestuurd op ‘kritieke incidenten’, om daar de schade te beperken, direct betrokkenen te instrueren en bewijs te verdonkeremanen.

Geen reguliere Interne Zaken-afdeling dus, maar een soort doofpotclub. Tenminste, als hun informatie klopt… Frey en co trekken jarenlang elk spoor na, om dit verhaal over een staat binnen de staat, zogezegd om diezelfde staat te beschermen, rond te krijgen. Als ze daarin slagen – het antwoord volgt in de apotheose van deze interessante zoektocht naar de waarheid en gerechtigheid – komt er wellicht ook weer beweging in de zaak rond de dubieuze dood van Anastasio Hernández Rojas, die de gemoederen ruim tien jaar later nog altijd verhit.

Één ding is dan allang duidelijk: alleen iemand die iets heeft te verbergen zou in de Hernández’s laatste seconden het gedrag van een agressieve alligator kunnen zien.

Wadd: The Life & Times Of John C. Holmes

VCA

De echte Dirk Diggler heette John Holmes. De befaamde Amerikaanse regisseur Paul Thomas Anderson (Magnolia, There Will Be Blood en One Battle After Another) baseerde een speelfilm op zijn tumultueuze leven: Boogie Nights (1997), met Mark Wahlberg in de rol van Diggler/Holmes, een opvallend groot geschapen jongen die in de jaren zeventig zijn weg zocht (en vond) in de Amerikaanse seksindustrie.

Liefhebbers leerden Holmes in een hele serie films kennen als de actieheld Johnny Wadd. ‘Als je de namen van hedendaagse pornosterren noemt, heeft de gemiddelde huisvrouw geen idee over wie je ‘t hebt’, stelt Anderson in Wadd: The Life & Times Of John C. Holmes (105 min.), de documentaire van Cass Paley die een jaar later werd uitgebracht. ‘Maar als je John Holmes zegt, weet iedereen wie je bedoelt.’

Maar wie er werkelijk schuil ging achter dit icoon van de beginjaren van de Amerikaanse ‘adult entertainment industry’? Daarover deed Holmes bewust schimmig. Ja, dat hij met 14.000 vrouwen het bed had gedeeld, vertelde hij aan Jan en alleman – al was dit volgens zijn manager Bill Amerson klinkklare onzin. Zodra het persoonlijker werd, hield ie de boot echter af. Zo probeerde hij een pijnlijke jeugd af te schermen.

In de tijd dat ‘de Elvis Presley van de seksindustrie’ actief werd, waren bekende pornoproducenten zoals Larry FlyntAl Goldstein en Bill Margold verwikkeld in een epische strijd om de vrijheid van meningsuiting. Hoewel Holmes tot de grote sterren van de industrie werd gerekend, bleef hij daarbuiten. Hij was een ‘loner’. Zelfs regisseur Bob Vosse, die toch twintig jaar films met hem maakte, kreeg nooit z’n telefoonnummer.

Als dit postume portret z’n midpoint nadert, doen drugs hun intrede in Holmes’ leven. Tot dan toe had hij er naast z’n werk een min of meer normaal privéleven op na gehouden. Zijn eerste vrouw Sharon, die geanonimiseerd haar verhaal doet in deze film, was mordicus tegen zijn besluit om te gaan werken in de seksindustrie. Ze beweert zelfs dat ze nog nooit een pornofilm heeft gezien. Van drugs moest ze al helemaal niets hebben.

Toen haar echtgenoot verslingerd raakte aan cocaïne en al snel ook begon te freebasen, was niet alleen hun huwelijk reddeloos verloren. Intimi schetsen hoe Holmes vervolgens een toonbeeld werd van alle ellende die je met de seksindustrie associeert. Hij verdiende bij in de onderwereld, zette een minderjarige aan tot prostitutie, gedroeg zich onmogelijk op de filmset en ging ook gewoon door met werken toen hij besmet raakte met HIV.

En dan was er nog dat ene incident op 1 juli 1981, een kleine zeven jaar voordat Holmes op slechts 43-jarige leeftijd het loodje zou leggen. Dat bleek ook weer goed voor een Hollywood-film. Voor Wonderland (2003) kroop Val Kilmer in de huid van John Holmes, die verdacht werd van betrokkenheid bij een viervoudige moord. Het laatste restje beschaving was er toen wel vanaf bij de grootste Amerikaanse pornoster.

Al doet Cass Paley, een pseudoniem van Wesley Emerson, ruim tien jaar na zijn overlijden in Wadd: The Life & Times Of John C. Holmes nog wel een dappere poging om sympathie voor hem op te wekken als het doek daadwerkelijk valt.

David Bowie: The Final Act

Kevin Cummins / VPRO

‘We kunnen eerst eens beginnen met alles noemen wat er mis was met Bowie in de afgelopen tien jaar: zijn pakken, zijn teint, zijn schoenen, zijn shirts, zijn nep Cockney-accent’, begint Jon Wilde voor te lezen uit zijn eigen recensie van het tweede Tin Machine-album. ‘Dit is de man die zich zijn halve leven opnieuw wist uit te vinden en nu op z’n 44e onverwacht het wereldwijde lachertje is geworden’, schrijft hij in 1991 in het Britse muziekblad Melody Maker. Wilde moet zelf even naar adem happen en vervolgt daarna. ‘De dwaas maakt zichzelf wijs dat wij op deze veredelde pubrock zitten te wachten.’ Hij eindigt zijn bespreking met een keiharde boodschap aan de ‘Starman’ zelf: you’re a f***ing disgrace.

Ook voor David Bowie (1947-2016) is het duidelijk: hij zit nu toch echt in een midlifecrisis. Zijn poging om na jaren als een internationale ster, die steeds nieuwe ruimte heeft verkend, zomaar weer één van de jongens in een band te worden, is glorieus mislukt. (Hoe) kan hij, de artiest/kunstenaar die zijn tijd altijd ver vooruit leek, zichzelf nog eenmaal opnieuw uitvinden? Voordat deze documentaire van Jonathan Stiasny daadwerkelijk toekomt aan David Bowie: The Final Act (91 min.), die tot een climax wordt gebracht op zijn allerlaatste album Blackstar, worden eerst vaste Bowie-mijlpalen zoals Space Oddity, Changes, Ziggy Stardust, Life On Mars, Young Americans en Let’s Dance aangedaan.

En partners in crime als gitarist Earl Slick, producer Tony Visconti, zangeres Dana Gillespie, de pianisten Mike Garson en Rick Wakeman, touragent John Giddings, Tin Machine-gitarist Reeves Gabrels, deejay Goldie, schrijver Hanif Kureishi en het muzikale duizenddingendoekje Moby krijgen dan alle gelegenheid om hun indrukken en herinneringen te delen. Gezamenlijk schetsen zij ook de periode waarin David Bowie doorgaat voor irrelevant – niets ergers dan dat voor een pionier zoals hij. Na een periode van hit & miss, waarin ie behalve Tin Machine ook een Pepsi-commercial met Tina Turner uitbrengt en krampachtig aansluiting zoekt bij de nieuwste dance-stromingen, hervindt hij zichzelf op het Glastonbury-festival van 2000.

Een nieuw millennium is aangebroken. Bowie’s leven en loopbaan staan nog eenmaal op een keerpunt. ‘Rocks grootste kameleon’ omarmt het verleden dat hij zo lang links heeft laten liggen en richt zich vervolgens, omdat dit nu eenmaal in zijn aard zit, op de toekomst. Óók als duidelijk wordt, in elk geval bij hemzelf, dat die zelfs bij hem eindig is. Bij de mensen met wie hij aan zijn laatste meesterzet werkt wil dat in eerste instantie nog niet doordringen, vertellen ze in dit postume portret van de man die altijd een fascinatie had voor de ruimte. Met het treffend getitelde Blackstar, uitgebracht op zijn 69e verjaardag en slechts twee dagen voor zijn dood op 10 januari 2016, claimt David Bowie zijn eigen plek in de sterrenhemel.

The Carman Family Deaths

Netflix

Tragisch ongeluk of gecalculeerde moord? Zo’n vraag stellen bij een true crimeproductie is hem doorgaans ook beantwoorden: een geraffineerde misdaad dus, liefst gepleegd door een diabolische killer.

In dit geval gaat het bovendien om een verdachte met een autismespectrumstoornis. De 22-jarige Nathan Carman raakte in 2016 tijdens een vistripje met zijn moeder Linda vermist op zee. Na zes dagen staakte de Amerikaanse kustwacht z’n onderzoek. Twee dagen later, na acht dagen op de Atlantische Oceaan, werd Nathan alsnog gevonden op een opblaasbaar reddingsvlot. Hij had op wonderbaarlijke wijze een ramp overleefd.

Wat een heroïsch verhaal leek te gaan worden, mondde echter al snel uit in een rechercheonderzoek. Want waar was zijn moeder? En wat hadden de aantekeningen die werden aangetroffen in zijn huis, waarin Nathan zich al vóór hun vertrek leek voor te bereiden op een politieverhoor, eigenlijk te betekenen? Hoe onschuldig was dit ongeluk in werkelijkheid? Regisseur Yon Motskin diept de spraakmakende zaak vaardig uit.

De titel The Carman Family Deaths (90 min.) is bovendien niet voor niets in het meervoud gesteld. In de Carman-familie was er nóg een verdacht sterfgeval. Drie jaar eerder, op vrijdag 20 december 2013, werd Nathans 87-jarige opa thuis dood aangetroffen.  John Chakalos – voor het laatste gezien door… juist – bleek in koelen bloede te zijn doodgeschoten. Hij liet een erfenis na van zo’n 42 miljoen dollar.

Motskin pelt dit verhaal niet alleen met de gebruikelijke detectives en journalisten en een autismedeskundige af, maar vraagt ook Nathans vader Clark, zijn tante Charlene Gallagher en neef Charles Lapenna om de achtergronden te schetsen van de ‘Griekse dynastie’ die Nathan Carman heeft voortgebracht en de twee tragische sterfgevallen die aan hem worden toegeschreven van enige context en nuance te voorzien.

Zo ontvouwt zich stapsgewijs, met de gebruikelijke onthullingen en onverwachte afslagen, een compleet beeld van de achtergronden van de Carman-doden, die dus inderdaad – voor het geval dat nog een vraag mocht zijn – allebei géén ongeluk lijken te zijn.