The Mystery Of Marilyn Monroe: The Unheard Tapes

Netflix

De vraag wordt vrijwel direct opgeworpen: was de dood van Marilyn Monroe op 4 augustus 1962 een onfortuinlijk ongeluk, zelfdoding of toch moord? Voordat regisseur Emma Cooper in The Mystery Of Marilyn Monroe: The Unheard Tapes (102 min.) op zoek gaat naar een antwoord, probeert ze eerst achter de schermen te kijken bij ‘het grootste sekssymbool van de twintigste eeuw’, in werkelijkheid een kwetsbare vrouw die haar hele leven op zoekt lijkt te zijn geweest naar (zelf)liefde en geborgenheid.

De Ierse onderzoeksjournalist Anthony Summers fungeert daarbij als bruggenhoofd. Voor de biografie Goddess: The Secret Lives Of Marilyn Monroe (1985) sprak hij met talloze bronnen uit de directe omgeving van de Amerikaanse actrice, die in werkelijkheid Norma Jeane Mortenson heette. De tapes daarvan, 650 in getal, zijn voor het eerst te horen in deze documentaire. Zo komen onder anderen regisseur John Huston (The Asphalt Jungle), actrice Jane Russell, Hollywood-agent Al Rosen, Monroe’s huishoudster Eunice Murray en regisseur Billy Wilder (Some Like It Hot) aan het woord, waarbij acteurs lipsynchroon – een enigszins onwerkelijke ervaring – voor de bijbehorende beelden zorgen.

Via Marilyn Monroe’s verhoudingen met beroemde mannen – zoals honkbalheld Joe DiMaggio, toneelschrijver Arthur Miller en de gebroeders Kennedy, president John en zijn minister van justitie Robert – koersen Cooper en Summers af op die fatale zaterdag in 1962, als hun protagonist op 36-jarige leeftijd overlijdt, als gevolg van een overdosis slaappillen. Daarbij zoomt de film nog eens nadrukkelijk in op Monroe’s relatie met de Kennedys en laat Anthony Summers primaire bronnen horen zoals hun zwager Peter Lawford, Robert Kennedy’s secretaresse Angie Novello, privédetective Fred Otash en diens medewerker John Danoff (die Monroe en de gebroeders Kennedy afluisterde in de slaapkamer).

Summers’ grootste troef vormen de vrouw en kinderen van Ralph Greenson, ‘de psychiater van de sterren’, bij wie Marilyn Monroe de laatste jaren van haar leven in behandeling was. Omdat zij regelmatig bij hen thuis kwam en een vriendschap met hen opbouwde, kunnen zij uit de eerste hand vertellen hoe de grote ster, opgegroeid in pleeggezinnen en weeshuizen, privé worstelde met wie ze voor menigeen was: ‘een stuk vlees’. Ze probeerde haar disbalans vervolgens onschadelijk te maken met pillen. Dat zijn geen nieuwe inzichten, zoals ook de exploitatie van vrouwen in het oude Hollywood geen verrassing mag zijn, maar deze stevige film slaagt er met iconische beelden en obscuur archiefmateriaal in om de levensloop van de bekoorlijke blondine treffend te verbeelden.

En over de tragische afloop daarvan – naakt op haar eigen bed, met een telefoonhoorn in de hand, in haar huis te Brentwoord, Californië – heeft The Mystery Of Marilyn Monroe bovendien een geloofwaardige hypothese – ook al is die bepaald niet nieuw. Summers en Cooper blijven daarmee uit de buurt van al te buitenissige complottheorieën.

Conversations With A Killer: The John Wayne Gacy Tapes

Netflix

Van november 1979 tot april 1980 voerde John Wayne Gacy, in afwachting van een rechtszaak vanwege moord, gesprekken met een medewerkers van zijn eigen verdedigingsteam, iemand waarvan de identiteit nog altijd onbekend moet blijven van z’n familie. De opnamen, zestig uur in totaal, zijn voor het eerst te horen in de driedelige documentaireserie Conversations With A Killer: The John Wayne Gacy Tapes (185 min.) van true crime-crack Joe Berlinger, die in 2019 al een serie afleverde over een andere beruchte seriemoordenaar: Conversations With A Killer: The Ted Bundy Tapes.

In de kruipruimte onder het huis van Gacy in Des Plaines, een stadje ten noordwesten van Chicago, heeft de politie eind 1978 de lijken van bijna dertig jonge mannen aangetroffen. Dat griezelverhaal is al talloze malen verteld – niet zo lang geleden in de sterke docuserie John Wayne Gacy: Devil In Disguise, opgebouwd rond gesprekken die de killer had met de befaamde FBI-profiler Robert Ressler – maar blijft onverminderd tot de verbeelding spreken. Niet vreemd: Gacy was een lokaal bekende ondernemer, deed dienst als voorzitter van de plaatselijke afdeling van de Democratische Partij en stond zelfs op de foto met Rosalynn Carter, de vrouw van de toenmalige Amerikaanse president.

De joviale baas van aannemersbedrijf Painting Decorating Maintenance, die in zijn vrije tijd graag op kinderfeestjes kwam opdraven als Pogo The Clown en nog altijd voortleeft als de personificatie van de horrorclown, had al eens eerder in de gevangenis gezeten. Vanwege sodomie. Dat had hem ook zijn huwelijk gekost. Toen hij begin jaren zeventig opnieuw trouwde besloot hij volgens eigen zeggen om eerlijk te zijn naar zijn tweede echtgenote. ‘Ik wilde vertellen dat ik biseksueel was en me inliet met andere dingen, maar dat ik geen homo was of zo’, legt hij, volgens een geheel eigen logica, uit op de nieuwe audio-opnames. ‘Daar hoefde ze niet bang voor te zijn. Ik was tegen ze. Ze waren ziek en zwak.’

John Gacy – zou die tweede naam, Wayne, overigens ooit zijn toegevoegd om van hem de absolute tegenpool te maken van de ‘all American hero’ John Wayne? – ging zijn geperverteerde lusten en (zelf)woede genadeloos botvieren op de jongens die hij naar zijn huis wist te lokken. De agenten die hem destijds inrekenden kunnen de geur van hun rottende vlees en de bijbehorende beelden van ontbindende lichamen ruim veertig jaar later nog altijd moeiteloos oproepen. Hoe vaak zouden die sindsdien al hebben verteld over die macabere zoektocht door Gacy’s woning en hun ervaringen met de heer des huizes? En, zo bezien, delen zij nu werkelijk hun herinneringen of het logische verhaal dat ze daarvan ooit hebben gemaakt?

Berlinger laat hen in elk geval gewoon weer hun verhaal doen en ruimt tevens plek in voor een oude celmaat van John Wayne Gacy, zijn advocaten, een overlevende, de openbaar aanklagers, een voormalige medewerker en nabestaanden van enkele slachtoffers. Hun herinneringen worden gestut met nieuwsbeelden, naargeestige collageachtige sequenties en een onheilszwangere soundtrack. Zo wordt de huiveringwekkende geschiedenis van de sadistische moordenaar weer opgedist. Adequaat en kundig, met enkele eigen accenten, zoals de nadruk op de homoseksualiteit van veel slachtoffers. Daardoor kwam de politie waarschijnlijk later dan gebruikelijk in actie en kon Gacy dus langer ongestoord zijn gang gaan.

Uiteindelijk is het echter lastig om nog iets wezenlijks toe te voegen aan een levensverhaal dat al zo vaak, in al z’n gore details, is verteld. Ondanks hun schokkende karakter zijn de daden van John Wayne Gacy bijna vertrouwd gaan voelen. Tegelijkertijd blijft het schokkend om de man zelf bijvoorbeeld te horen vertellen dat hij heeft genoten van de rechtszaak. ‘Ik sta graag in het middelpunt’, zegt hij op de opnametapes. ‘Maar ik heb het ook verdiend. Niemand anders is weggekomen met wat ik heb gedaan.’

Ethel

HBO Max

Robert Kennedy is een symbool geworden: de rechterhand van president John F. Kennedy, hoop van een nieuwe generatie én slachtoffer in een golf moordaanslagen die de jaren zestig danig zouden verpesten en ook Martin Luther King, Malcolm X en zijn oudere broer John het leven hebben gekost. Voor filmmaakster Rory Kennedy was hij echter gewoon haar vader.

En voor Ethel (93 min.) was hij Bobby, de echtgenoot met wie ze maar liefst elf kinderen op de wereld zou zetten. De man die ze op 6 juni 1968 moest afgeven. Sirhan Sirhan maakte na een campagnebijeenkomst in Californië en plein public een einde aan zijn leven – al is er bij menigeen, zoals dat gaat bij dit soort ontwrichtende gebeurtenissen, ook twijfel of hij wel de (enige) dader was.

Deze persoonlijke film uit 2012 richt zich op Robert F. Kennedy (1925-1968), de vader, het voorbeeld, de familieman. Herstel: deze persoonlijke film richt zich op Ethel Skakel Kennedy (1928-), de moeder, het voorbeeld, de familievrouw. De mater familias, die in haar eentje al die Kennedy-kinderen richting volwassenheid moest begeleiden. Ze leeft nu al meer dan een halve eeuw zónder Bobby.

Rory, die nog niet geboren was toen haar vader stierf, realiseert zich overigens direct waar de belangrijkste wegversperring naar het wezen van haar moeder zit: recht tegenover haar, vriendelijk glimlachend. Al haar broers en zussen zijn maar al te bereid om haar te woord te staan. Maar de hoofdpersoon zelf… ‘Al deze introspectie,’ verzucht haar moeder op een gegeven moment. ‘Ik haat het!’

Uiteindelijk wordt de soep niet zo heet gegeten als ie is opgediend en blijft geen onderwerp onbesproken: Bobby’s omstreden klus voor senator Joe McCarthy die een kwaadaardige heksenjacht op communisten ontketende, het vliegtuigongeluk dat Ethels ouders het leven kostte, haar aanvaringen met de wet, de rouw na de moorden op John en haar echtgenoot en het (lange) leven ná Bobby.

Samen met haar moeder, broers en zussen – en in de rug gedekt door werkelijk prachtige familiefilmpjes en treffende nieuwsreportages – boetseert Rory Kennedy een hartveroverende vertelling uit dat veelbewogen leven in de kantlijn van grote gebeurtenissen. Daarvan was Ethel overigens zo’n 99 maanden zwanger, misschien wel haar grootste prestatie en in elk geval haar meest tastbare erfenis.

Ethel wordt daarmee zowel een modern sprookje als een messcherp portret van de Verenigde Staten in de tweede helft van de twintigste eeuw, via de familie die als geen ander de Amerikaanse Droom – en de ontmanteling daarvan – belichaamde. En natuurlijk gaat deze egodocu net zoveel over de vader die Rory Kennedy nooit heeft gekend als over de moeder naar wie ze de film heeft vernoemd.

Ennio

Periscoop

Voor een man die zoveel succes heeft gehad, die tot de absolute top binnen zijn métier behoort, oogt hij opvallend nederig in Ennio (156 min.). De Italiaanse componist Ennio Morricone (1928-2020) was dan ook van eenvoudige komaf. Volgens medestudenten ging hij op het conservatorium zelfs gebukt onder een minderwaardigheidscomplex, dat hij maar moeilijk van zich kon afschudden. Nadat Morricone begin jaren zestig muziek had geschreven voor enkele westerns werd hij gevraagd door regisseur Sergio Leone. Ze bleken bij elkaar in de klas te hebben gezeten op de lagere school. Samen zouden de oude schoolmakkers filmgeschiedenis schrijven en met de zogenaamde Dollars-trilogie de spaghettiwestern uitvinden, niet in het minst door Morricone’s geweldige opera-achtige muziek.

Zijn vroegere leermeester op het conservatorium, Goffredo Petrassi, en Morricone’s traditionelere oud-studiegenoten zagen er alleen weinig in. Daar begon je toch niet aan als componist, zo’n ‘anti-artistieke’ samenwerking met een filmmaker? Voor een academisch geschoolde musicus was dat zo ongeveer vergelijkbaar met prostitutie. ‘Schuldig’, bekent de componist in kwestie. ‘In het begin voelde ik me ook schuldig, maar langzamerhand werd dat minder. Ik wilde met het schrijven wraak nemen.’ De stem en lippen van de oude meester beginnen te trillen. Zoals wel vaker tijdens het centrale interview voor deze definitieve biografie raakt hij overmand door emoties. ‘Ik wilde het overwinnen, dit schuldgevoel.’

Met de man zelf, allerlei Italiaanse componisten en musici, zijn vakbroeders John Williams en Hans Zimmer en kopstukken uit de film- en muziekwereld zoals Bernardo Bertolucci, Quincy Jones, Wong Kar-Wai, Bruce Springsteen, Clint Eastwood, Joan Baez, Barry Levinson, Pat Metheny, Oliver Stone en James Hetfield loopt Giuseppe Tornatore Morricone’s bijna 75-jarige carrière door. In die periode werkte hij met toonaangevende regisseurs zoals Terrence Malick, Brian De Palma en Quentin Tarantino. Alleen voor Stanley Kubrick moest hij passen. Die had hem gebeld voor A Clockwork Orange. Sergio Leone overtuigde zijn collega er echter van dat Ennio te druk was met zíjn film. Morricone heeft er nog altijd hartzeer van.

Intussen liet de waardering vanuit de serieuze Italiaanse musici nog altijd op zich wachten. Zij hadden volgens componist Nicola Piovani moeite om het talent van Ennio Morricone te (h)erkennen. Het duurde enkele decennia voordat ze eindelijk ‘wilden buigen voor zijn genialiteit.’ ‘s Mans laatste samenwerking met Leone, voor de klassieker Once Upon A Time In America (1984), bracht uiteindelijk de ommekeer. ‘Die muziek kan alleen maar geschreven zijn door een musicus in hart en nieren’, stelt zijn oud-studiegenoot Boris Porena in dit epische portret. Hij schreef, als een soort publieke boetedoening, zelfs een excuusbrief aan zijn vakbroeder.

En daarna resteert in Ennio, dat natuurlijk prachtige filmscènes en werkelijk majestueuze muziek bevat, alleen nog de jacht op een Oscar. Want verder heeft Morricone echt alles bereikt wat hij in zijn stoutste dromen had kunnen bedenken.

JFK: Destiny Betrayed

Hij heeft de schijn enigszins tegen. In de speelfilm JFK uit 1991 tuigde Oliver Stone met veel bravoure een enorm complot op rond de moord op de Amerikaanse president John F. Kennedy op 22 november 1963. Lee Harvey Oswald, die in het officiële onderzoek van The Warren Commission werd aangemerkt als de ‘lone gunman’, zou in werkelijkheid slechts een zondebok zijn geweest. JFK was in Stone’s vertelling uit de weg geruimd door een samenzwering van de CIA, maffia en anti-Castro activisten.

Oliver Stone’s paranoïde real life-thriller, waarin fictie en non-fictie virtuoos werden vervlochten, veroorzaakte heel wat commotie en dwong de Amerikaanse overheid in de navolgende jaren om allerlei officiële documenten rond de moord vrij te geven. Voor Stone is dat aanleiding om de zaak opnieuw onder de loep te nemen in de vierdelige docuserie JFK: Destiny Betrayed (236 min.). Bewandelt hij daarin het welbekende pad? Geeft hij ongelimiteerd een podium aan gestaalde complotdenkers? Of durft de befaamde regisseur ook zijn oorspronkelijke aannames kritisch te bevragen (en is hij zelfs bereid om zo nodig op zijn schreden terug te keren?)

De gebeurtenissen voor en na de moord op Kennedy, waarbij de actrice Whoopi Goldberg als verteller fungeert, roepen nog altijd veel vragen op. En die worden ook allemaal weer gesteld: over Oswalds vermeende wapen, zijn alibi, ’s mans avonturen in de Sovjet-Unie, de zogenaamde Zapruder-film van de moord, Kennedy’s autopsie, de liquidatie van Oswald zelf, diens connectie met extreemrechtse figuren en de zeer omstreden ‘magic bullet theory’ (de basis voor de officiële conclusie dat de president door één enkele schutter zou zijn gedood). Ondanks wat nieuw bewijsmateriaal verkoopt Stone hier toch vooral oude wijn in nieuwe zakken, verteld bovendien door usual suspects en een nieuwkomer zoals de zoon van John Kennedy’s eveneens vermoorde broer en minister van justitie Bobby Kennedy. Deze Robert Kennedy Jr. heeft in de afgelopen jaren overigens een geduchte reputatie als complotdenker opgebouwd.

Een update van Stone’s eigen speelfilm dus, waarvan hij soms ook gewoon een ronkende scene gebruikt. Definitieve antwoorden blijven uit. Natuurlijk. In de Kennedy-moordzaak, de moeder aller complottheorieën, is er inmiddels zóveel rook dat het vrijwel onmogelijk is om vast te stellen waar het vuur is – áls er al ooit vuur is geweest (behalve een schokkende politieke aanslag). Het interessantst wordt deze miniserie als Oliver Stone zich richt op Kennedy’s buitenlandbeleid, waarbij Donald Sutherland (Mr. X uit JFK) de voice-over verzorgt. De jonge politicus kwam al vóór zijn presidentschap in botsing met hardliners binnen de Amerikaanse overheid, die een veel agressievere politiek voorstonden. En de CIA, de buitenlandse inlichtingendienst, speelde daarin weer een sleutelrol.

Daar vindt Stone, die Kennedy overigens wel erg veel idealisme toedicht, ook nog altijd het motief voor de moord. Dat klinkt ronduit grotesk: een overheidsdienst die zijn eigen ‘commander in chief’ uit de weg ruimt. Tegelijkertijd hield de CIA zich in diezelfde periode zonder twijfel bezig met vuile zaakjes. De pogingen om Fidel Castro, de communistische leider van Cuba, koud te maken zijn inmiddels uitgebreid gedocumenteerd. En de buitenlandse veiligheidsdienst zou ook betrokken (kunnen) zijn geweest bij de moord op de Congolese president Patrice Lumumba, het fatale vliegtuigongeluk van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties Dag Hammarskjöld en – later – het afzetten van de Chileense president Salvador Allende. De CIA was zeker – daarover kan geen misverstand bestaan – in staat om tegenstanders uit de weg te ruimen.

Of de moord op John F. Kennedy een ingenieus complot was of toch het werk van een doorgedraaide eenling? Voor een buitenstaander is dat nauwelijks vast te stellen. Duidelijk is dat Oliver Stone nog altijd op hetzelfde spoor zit als ruim twintig jaar geleden, vooral nieuw bewijs heeft gezocht voor zijn eigen theorieën (bijvoorbeeld een schaduwkiller, Thomas Arthur Vallee, met min of meer hetzelfde profiel als Oswald) en geen serieuze poging heeft gedaan om de kritiek daarop ook te incorporeren.

Gustav Mahler – Zanger Voor De Aarde

AVROTROS

‘Die Erde atmet voll von Ruh und Schlaf’, klinkt ‘t in Der Abschied, het slot van Das Lied von der Erde. ‘Alle Sehnsucht will nun träumen.’ Met de symfonische liederencyclus wilde componist Gustav Mahler (1860-1911) harmonie met de wereld uitdrukken. Hij baseerde zich daarbij op Chinese poëzie uit de Tangdynastie, in dit geval Der Abschied Des Freundes van Wang Wei. ‘Die müden Menschen gehn heimwärts’, vervolgt het muziekstuk. ‘Im Schlaf vergeßnes Glück. Und Jugend neu zu lernen!’

De jonge Britse dirigent John Warner (27) voelt een verwantschap met Mahler. Ze delen een passie voor muziek en natuur. De Oostenrijkse componist is volgens hem zelfs een milieuactivist avant la lettre. Met zijn Orchestra For The Earth wil Warner diens muziek nu ten gehore brengen, liefst buiten een stedelijke omgeving. Op een plek ook, die bereikbaar is met het openbaar vervoer. Want de idealistische musici zijn het natuurlijk aan zichzelf verplicht om klimaatneutraal te reizen.

In de sfeervolle roadmovie Gustav Mahler – Zanger Voor De Aarde (52 min.) volgt de Nederlandse documentairemaker Frank Scheffer het kamerensemble naar Oostenrijk, waar het ook Mahlers huis aandoet. Daar zou hij, zo wil in elk het verhaal, elke ochtend vanaf het balkon van zijn villa in het meertje zijn gesprongen. Het duurt natuurlijk niet lang of ook de jonge muzikanten liggen er in het water, in één van de scènes die het ‘bloedserieuze’ karakter van de onderneming doorbreekt.

In gedragen sequenties laat Scheffer verder Mahlers majestueuze muziek en al even machtige natuurbeelden samenvloeien. Alsof ze onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Das Lied von der Erde is volgens John Warner ook echt een muziekstuk voor onze tijd. ‘Een symfonie die duidelijk maakt dat je alleen in harmonie komt met de wereld als je de koers van de natuur volgt.’

The Puppet Master: Hunting The Ultimate Conman

Netflix

Hij dringt hun leven binnen, maakt zich onmisbaar en isoleert hen vervolgens van de rest van de wereld. Sophie en Jake Clifton hebben bijvoorbeeld al jaren geen contact meer met hun moeder Sarah. Eind 2011 ontmoette zij een nieuwe geliefde, ene ‘David’. Die nam het gezin gaandeweg helemaal over en werkte vervolgens de kinderen het huis uit. En daarna verdwenen de twee tortelduifjes zelf met de noorderzon. Sindsdien is Sarah buiten het bereik van haar kinderen geraakt – en blijkt haar spaarrekening geplunderd.

Een al even vreemde kwestie deed zich twintig jaar eerder voor: op verzoek van barman ‘Rob’, die tevens actief was als spion, knapte de student John Atkinson begin jaren negentig enkele klusjes op voor de Britse geheime dienst MI5. Toen er op zijn opleiding een cel van IRA werd ontdekt, sloeg hij samen met zijn medestudenten Sarah en Maria en diezelfde barman op de vlucht. Ze zouden uiteindelijk zo’n tien jaar (!) onderweg zijn, ver weg van alles wat hen lief was. En één man bepaalde alles: serieoplichter Robert Hendy-Freegard.

In The Puppet Master: Hunting The Ultimate Conman (127 min.) deconstrueren Sam Benstead en Gareth Johnson de modus operandi van deze menselijke wurgslang die zijn prooien eerst uiterst behoedzaam benadert en hen daarna bijna ongemerkt de keel dichtknijpt. Ze kleden de herinneringen van Freegards slachtoffers, hun familieleden en de FBI- en Scotland Yard-agenten die op hem jagen bovendien aan met archiefbeelden, geluidsopnamen, spannende muziekjes en gedramatiseerde scènes met acteurs.

Vaardig ontleedt deze driedelige true crime-serie zo de ronduit bizarre geschiedenis van een gewetenloze parasiet en z’n slachtoffers, die hij doelbewust helemaal uitwoont. The Puppet Master begeeft zich daarmee op hetzelfde terrein als Love Fraud, een overrompelende miniserie over een enigmatische Amerikaanse ‘bad guy’ met eveneens een eindeloze stroom slachtoffers, en laat een vergelijkbaar gevoel van diepe verwondering achter: hoe krijgt deze man dit voor elkaar en – vooral – wat drijft hem in godsnaam?

Biography: The Nine Lives Of Ozzy Osbourne

De aanloop was ronduit moeizaam: armoedige jeugd, dyslexie en gevangenisstraf. Het middenstuk heftig en opwindend: frontman van de (allereerste) heavy metalband Black Sabbath en een lange en onverwacht succesvolle solocarrière. En de afwikkeling niets minder dan een surprise: een hoofdrol in de komische reallifesoap The Osbournes.

Nu was John ‘Ozzy’ Osbourne, een larger than life-stuiterbal uit de Britse industriestad Birmingham, altijd al een clown. Of zoals hij het zelf formuleert in Biography: The Nine Lives Of Ozzy Osbourne (88 min.): ‘Ik maak jou aan het lachen, zodat ik me veilig bij je kan voelen.’ Veelvuldig gebruik van drank, drugs en vrouwen hielp ook. Hierbij, tenminste. Ook bij het afbijten van het hoofd van een duif of vleermuis, trouwens. Een ‘normaal’ leven als John Osbourne met vrouw en kinderen werd alleen wel wat lastiger. Om niet te zeggen: onmogelijk.

Een verblijf in de beruchte Betty Ford Clinic bleek onvermijdelijk. Hoe lang hij daarna nuchter bleef? Zijn echtgenote Sharon, die door de docusoap zelf ook een bekendheid is geworden, laat nét genoeg pauze vallen. ‘Ongeveer drie kwartier.’ Zo speelt de gehele familie Osbourne zijn eigen rol in deze film over de hogepriester van de metalmuziek, waarvoor regisseur Greg Johnston netjes diens leven en loopbaan doorakkert met verwanten, bandleden en collega-artiesten zoals Rick Rubin, Marilyn Manson, Jonathan Davis, Billy Idol en Ice-T.

Hij zet de ‘onweerstaanbare mafketel’ (dochter Kelly) bovendien in een bioscoopzaaltje en confronteert hem op het witte doek met zichzelf. Dat is geen onverdeeld genoegen voor de man die over de hoogste toppen en door de diepste dalen ging. De aandacht ligt in dit zeer vermakelijke portret sowieso wel erg op Osbournes uitspattingen. Zijn baanbrekende werk met Black Sabbath komt er bijvoorbeeld wat bekaaid vanaf. Of is hijzelf, ‘Ozzy’, uiteindelijk toch zijn voornaamste kunstwerk? Een metershoog personage, dat entertainment voor de gehele familie verzorgt.

Brian Wilson: Long Promised Road

Hij was de ultieme Beach Boy, maar te verlegen om een meisje aan te spreken. Hij schreef allerlei wereldhits over surfen, maar stond zelf nooit op een plank. En hij werd door de hele wereld, zeker na de elpee Pet Sounds (1966), binnengehaald als een muzikaal genie, maar liep ondertussen helemaal vast in zichzelf.

De verhalen over Brian Wilson, de nucleus van The Beach Boys, zijn dan misschien overbekend, ze spreken nog altijd tot de verbeelding. Zeker als de man zelf, in gesprek met muziekjournalist/vriend Jason Fine, echt een kijkje in zijn binnenste geeft. Interviews geven vindt de getroebleerde muzikant, gediagnosticeerd met een schizoaffectieve stoornis, nog steeds spannend. Daarom gaat hij in Brian Wilson: Long Promised Road (93 min.), een titel die zowaar is ontleend aan een liedje dat werd geschreven door zijn broer Carl, regelmatig gewoon een stukje rijden met Fine.

Samen doen de twee de plekken van zijn verleden aan, luisteren naar muziek en eten een broodje. Tussendoor kletsen ze over zijn grillige carrière, de tijdloze muziek die hij heeft gemaakt en zijn persoonlijk leven, waarin hij door diepe, diepe dalen moest. Wilson vertelt bijvoorbeeld over zijn persoonlijke behandelaar Eugene Landy, die hem eerst tegelijkertijd liet afkicken van sigaretten, drank en cocaïne en vervolgens negen jaar in een therapeutische wurggreep hield. Op een gegeven moment moest Wilson volgens eigen zeggen zelfs van de vloer eten. Geen idee waarom.

De ontspannen setting met Fine als bestuurder/gespreksleider en Wilson als zijn passagier geeft deze film een intiem karakter. Documentairemaker Brent Wilson laat daarnaast Elton John, Bruce Springsteen en andere collega’s de gebruikelijke superlatieven over de begenadigde songschrijver en arrangeur verzorgen. Sterproducer Don Was (Bob Dylan, The Rolling Stones en John Mayer) kan zijn oren bijvoorbeeld nog altijd niet geloven als hij de verschillende geluidssporen van de klassieke song God Only Knows krijgt te horen. ‘Ik maak al veertig jaar platen’, zegt hij bewonderend. ‘En ik heb geen idee hoe je dit zou moeten doen.’

Zet Wilson achter zijn piano of in een studio en er hangt nog altijd magie in de lucht. Zeker als hij heel precies aangeeft bij zijn bandleden hoe hij een bepaald instrument wil horen. Het is alsof dan even zichtbaar wordt wat er in zijn hoofd omgaat. Alsof hij, waar wij in eerste instantie alleen het geheel horen, direct alle afzonderlijke elementen kan waarnemen. En als hij, als bijrijder van Fine, muziek luistert of praat over mensen die hem dierbaar zijn, zijn overleden broers Dennis en Carl bijvoorbeeld, is het alsof hij, via die trekkende mond en sprekende ogen, even recht in zijn ziel laat kijken.

En daar zit echt niet alleen een geniale gek, een droogsurfer of een would-be strandwacht. Als deze fijne film één element toevoegt aan de canon over Brian Wilson, dan is het ‘s mans overduidelijke affectie voor zijn naasten. In dat opzicht is ook de titel van de documentaire, Long Promised Road, een logische keuze. Die krijgt bovendien extra cachet met een fraaie slotscène, waarin Brian zijn broer Carl eer betoont.

Freddie Mercury: The Final Act

NTR

‘Er gaat het gerucht dat we uit elkaar gaan’, roept Freddie Mercury tijdens een concert van Queen in het Wembley-stadion in 1986. ‘Wat denken jullie?’ Hij wijst demonstratief naar zijn achterste. ‘Ze praten vanuit híer!’ Mercury neemt nog even de tijd om zijn punt te maken: ‘Vergeet al die geruchten: wij blijven bij elkaar tot onze dood!’ Het zullen, helaas, profetische woorden blijken te zijn.

Op dat moment had de Britse zanger al aangegeven bij zijn medebandleden dat hij niet meer wilde toeren. Het HIV-virus zat hem op de hielen. Zonder dat zij het wisten overigens. Officieel dan. Mercury was een ‘dead man walking’, maar over dat onderwerp werd niet gesproken. Hij wilde dat ook niet. De zanger zou uiteindelijk op 24 november 1991 overlijden, op slechts 45-jarige leeftijd.

Via het tragische einde van de Queen-frontman belicht documentairemaker James Rogan in Freddie Mercury: The Final Act (90 min.) de AIDS-epidemie, die de sfeer van onverdraagzaamheid die er in het Groot-Brittannië van Margaret Thatcher sowieso al was ten opzichte van homoseksuelen nog eens versterkte. Was dit misschien de straf die zij kregen – van God natuurlijk – voor hun tegennatuurlijke gedrag?

Do I look like i’m dying of AIDS? fumes Freddie, kopte de Britse tabloid The Sun in die jaren bijvoorbeeld uiterst speculatief. ‘Dat zorgde destijds voor een enorme haat bij mij voor de journalistieke benadering van de Murdoch-kranten’, vertelt Queen-drummer Roger Taylor, die samen met gitarist Brian May uitgebreid terugblikt op dit dramatische hoofdstuk uit de bandhistorie.

Verder komen in deze boeiende documentaire ook Mercury’s zus Kashmira Bulsara, vriendin Anita Dobson en z’n personal assistant Peter Freestone, die zijn ziekteproces van dichtbij meemaakte, aan het woord. Hun herinneringen worden gepaard aan de getuigenissen van enkele homoseksuele mannen die tijdens de AIDS-crisis opgroeiden en zagen wat die aanrichtte.

Intussen is er altijd de muziek van Queen, die binnen deze context helemaal tot zijn recht komt en extra diepte krijgt. Alsof ineens duidelijk wordt wat Freddie Mercury eigenlijk probeerde te zeggen. En in die muziek ligt natuurlijk ook de sleutel naar de verwerking van het verdriet na zijn overlijden en de afronding van deze film: het befaamde Freddie Mercury Tribute Concert For AIDS Awareness.

Op 20 april 1992 verzamelden zich talloze popgrootheden, in Wembley natuurlijk, om eer te bewijzen aan de man en zijn songs. Dan dreigt deze film even een standaard-popdocu te worden, waarin collega’s als Roger Daltrey, Lisa Stansfield en Paul Young ruimte krijgen om uit te spreken hoe bijzonder Freddie Mercury wel niet was. Ook de derde akte levert echter bijzondere verhalen op.

Over het duet bijvoorbeeld dat Elton John, zelf homoseksueel en bovendien een intieme vriend van de Queen-zanger, moest zingen met Guns N’ Roses-zanger Axl Rose, die destijds werd beschuldigd van homofobie. Uiteindelijk reikten ze elkaar tijdens Bohemian Rhapsody letterlijk de hand. En dan is er nog het drama rond George Michael die niet voor niets boven zichzelf uitsteeg in Somebody To Love.

Zulke indringende episodes tillen deze film uit boven het individuele verhaal van Freddie Mercury. Hoewel dat op zichzelf natuurlijk ook al meer dan genoeg tot de verbeelding spreekt.

Listening To Kenny G

IDFA

Hij kan doorgaan voor de Dinand Woesthoff van de Amerikaanse jazz. Net als de zanger van de Nederlandse rockband Kane weet saxofonist Kenny G als geen ander het grote publiek te behagen én alle critici en ‘serieuze liefhebbers’ serieus tegen de haren in te strijken. Waar Woesthoff en zijn groep voortdurend met weerstand hadden te maken – men neme bijvoorbeeld de Facebook-groep Bij Een Miljoen Likes Stopt Kane – is in de Verenigde Staten het ridiculiseren van de toeterende krullenbol uitgegroeid tot een soort volkssport.

De verzamelde jazzkenners aan het begin van Listening To Kenny G (96 min.) bijten dan ook op hun lip om niet al te laatdunkend over de man en zijn instrumentale muziek te spreken. ‘Hij maakt “leuke” muziek voor “leuke” mensen’, zegt criticus Will Layman van Popmatters bijvoorbeeld. ‘Ik maak mezelf alleen wijs dat ik beter ben dan dat.’ Wat jazz interessant maakt is de dialoog tussen verschillende muzikanten, stelt hij even later. ‘En wat je in Kenny G’s muziek hoort is totaal geen gesprek. Dat is een soloproject. Dit is geen seks, dit is masturbatie.’

Toch zijn er hele volksstammen bereid om ook buiten de wachtkamer, lift of slaapkamer naar Kenny Gorelick te luisteren. En zelf snapt hij dat wel. Hij heeft nu eenmaal een geweldig oor voor melodieën. Logisch. ‘s Mans ontwapenende eerlijkheid is een belangrijke troef van deze film. Net als de speelse manier waarop regisseur en interviewer Penny Lane hem tegemoet treedt. De twee hebben duidelijk chemie. En dat maakt deze documentaire – ook al verafschuw je Kenny G’s smooth jazz – tot een hartstikke aardige traktatie.

Behalve de muziek van die ene omstreden saxofonist – en vader, golfer, piloot en investeerder – behandelt Lane ook de vraag wat nu eigenlijk goede kunst is en wie dat dan bepaalt. Kenny wil zich intussen buigen over/vergrijpen aan het oeuvre van erkende jazzhelden zoals John Coltrane en Stan Getz. Net als Dinand weet hij dat de strontkar sowieso over hem wordt uitgereden. Hij maakt zich echter allang niet meer zo druk om de jazzpolitie. Zegt ie. En als Kenny G dat met een ontspannen glimlach beweert, is het lastig om dat niet te geloven.

Legale Wiet

&Bromet

Het duurt niet lang, nooit eigenlijk, voordat Frans Bromet heeft gevonden waar het schuurt in de plannen van de overheid om een experiment met legale wietteelt op te zetten. John en Ines Weijers zijn bijvoorbeeld al jarenlang actief als wietkweker. Volgens eigen zeggen is de politie daarvan altijd op de hoogte gesteld en hebben ze ook netjes belasting betaald. Toch is het tot een veroordeling gekomen. Eerst louter symbolisch, zonder daadwerkelijk straf. Later heeft het stel van de Hoge Raad echter één maand voorwaardelijke gevangenisstraf aan zijn broek gekregen.

John en Ines moeten ook een aanzienlijke boete betalen, waardoor ze zelfs, wederom volgens eigen zeggen, hun huis hebben moeten verkopen. Vanzelfsprekend staan ze nu te trappelen om onderdeel te worden van het aangekondigde wietexperiment, zodat ze financieel weer een beetje Boven Jan kunnen komen. Één probleem: dat experiment is alleen toegankelijk voor telers zónder strafblad. Het is het Nederlandse gedoogbeleid in een notendop: gebruik en verkoop zijn al enige tijd legaal, maar de aanlevering bij coffeeshops, via de zogenaamde achterdeur, is officieel altijd illegaal gebleven. Met nu mogelijk heel vervelende gevolgen voor traditionele toeleveranciers zoals het echtpaar Weijers.

In Legale Wiet (55 min.) melden zich ook nieuwe spelers op de cannabismarkt, zoals Project C. Dit samenwerkingsverband van een kassenbouwer, voormalig statenlid van de SP, huisarts en advocaat (Peter Schouten, die de laatste tijd regelmatig in het nieuws is als advocaat van kroongetuige Nabil B. en vriend van Peter R. De Vries) wil het groot aanpakken en overweegt zelfs om aandelen uit te geven. Veel bewoners van de gemeente die ze op het oog hebben, het Brabantse Etten-Leur, zitten echter helemaal niet te wachten op zo’n ‘wietfabriek’ in de omgeving. Ze beginnen zich daartegen te verzetten.

Geïnteresseerd en toch kritisch gaat Frans Bromet het gesprek aan met al deze actoren, waarbij ook één van de initiatiefnemers van het experiment, huidig Tweede Kamer-voorzitter Vera Bergkamp (D66), de burgemeesters van de beoogde experimentgemeenten Tilburg en Etten-Leur en enkele coffeeshophouders een duit in het zakje mogen doen. Intussen dreigt het experiment, dat zich nu al jaren voortsleept en in die tijd ook Bromet licht moedeloos lijkt te maken, vast te lopen in een bureaucratisch moeras. In dat opzicht is deze gespreksfilm tevens een treffend portret van het Nederlandse softdrugsbeleid. Jarenlang liepen we voor de muziek uit, tegenwoordig vooral achter de feiten aan.

The Beatles: Get Back

Disney+

‘Zonder de docu gezien te hebben: nee’, tweette Kirsten Verdel deze week. De opiniemaakster reageerde op een Twitter-vraag van het radio 1-programma De Nieuws BV. ‘De Beatles-documentaireserie Get Back is vanaf vandaag te zien. Regisseur Peter Jackson dook in de archieven en maakte er een film van 8 uur van. Is dat niet te lang?’

Dat is eigenlijk de attitude waarmee elke nieuwe release van/rond The Beatles – of Bob Dylan of David Bowie of (zelfs) Queen – wordt ontvangen. Daar kan geen serieuze beschouwing tegenop. Als elke scheet van John, Paul, George en Ringo interessant is – en daar lijkt het op, ik heb me daar hier al eens over uitgelaten – dan doet het er niet meer toe hoe die feitelijk ruikt.

Ik waag toch een poging. Even vooraf: ik ben geen Beatles-fan (en was dit, om dat onderwerp ook maar meteen te tackelen, ooit wél van The Stones), maar heb zowel de rode als de blauwe verzamelaar in huis staan en wil op geen enkele manier het belang van The Beatles voor de popgeschiedenis ondermijnen. Ik wil alleen wel frank en vrij over deze serie oordelen.

De voorgaande alinea’s schreef ik zonder dat ik ook maar een seconde van Get Back (468 min.) had gezien. En daarna ben ik gaan kijken, gewoon zoals ik altijd doe: het bestand openen, linksonder op dat driehoekje klikken en dan maar zien wat er gebeurt. Als het goed is, schuif ik ongemerkt naar het puntje van mijn stoel. En anders zak ik langzaam maar zeker onderuit.

Terzake: Peter Jackson start met een disclaimer. Hij wil ‘een accuraat portret van de gebeurtenissen en personen’ schetsen. Het lijkt een verwijzing naar de tv-special Let It Be die regisseur Michael Lindsay-Hogg in 1970 maakte van de live-opnamen voor de laatste Beatles-elpee. De band was daarover zo ontevreden dat het materiaal voor een halve eeuw in een kluis verdween.

Het beeld dat met die zestig uur beeldmateriaal en honderdvijftig uur audio-opnamen was gecreëerd – van een band die tijdens zijn allerlaatste verrichtingen al volop in ontbinding is, met Paul McCartney als verlichte despoot en John Lennons geliefde Yoko Ono als een soort vleesgeworden splijtzwam – zou zich echter vastzetten in het collectieve geheugen.

Aan Beatles-fan Jackson, een filmmaker die zowel de gigantische speelfilmtrilogie The Lord Of The Rings als de indrukwekkende WOI-docu They Shall Not Grow Old op zijn naam heeft staan, valt nu de eer ten deel om dat beeld te corrigeren. Hij neemt eerst in vogelvlucht de bandcarrière door en stoomt daarna door naar de sessies in de Londense Twickenham Studio’s.

Zijn die interessant? Tis maar hoe je het bekijkt: als je vindt dat elk woord dat de vier met elkaar wisselen, elke riedel die ze samen spelen en elke fase van hun songschrijfproces het documenteren, bewaren en aanzien waard is, dan zeker. Dan is Get Back niets minder dan essentiële geschiedschrijving. Klinkt goed, ziet er geweldig uit en laat ook nog de mensen achter de iconen zien.

Neem bijvoorbeeld het moment waarop George Harrison, met de gemompelde zin ‘I’m leaving the band’, bijna ongemerkt uit The Beatles vertrekt. ‘Als hij dinsdag nog niet terug is, regelen we Clapton’, zegt John Lennon, wanneer ze de dag erop zonder hem repeteren. De navolgende verzoeningspoging, die diverse dagen in beslag neemt, is al even fascinerend.

Ook fraai: de komst van keyboardspeler Billy Preston, als de band inmiddels is verkast naar hun knussere kantoor in Londen. Hij geeft het haperende creatieve proces nieuw elan. De serie bevat alleen ook véél ruis: kleine gesprekjes, groepsoverleg en veel grappen en grollen. Op zich aardig als sfeertekening, maar Jackson had hier echt scherper moeten selecteren.

Zonder het ontzag waarmee ook het koningshuis vaak wordt benaderd – en zijn The Beatles niet gewoon de koninklijke familie van de popmuziek? – is de conclusie zelfs onvermijdelijk: interessante inkijkjes in de groepsdynamiek, geniale muzikale oprispingen en scharnierpunten uit de bandhistorie, maar echt véél te lang. Verteltijd en vertelde tijd lijken bijna één op één te lopen.

Get Back wordt een beetje de docu-variant op wat in de popwereld gemeengoed is geworden. Van belangwekkende artistieke prestaties wordt ook het restmateriaal aan de wereld toevertrouwd: B-kantjes, covers en gesneuvelde tracks. Waarbij de oorspronkelijke magie, afhankelijk van je gezichtspunt, wordt gesmoord in overdaad of juist in context gezet.

Tijdens het bekijken van dit epische werk bekroop mij gaandeweg het gevoel dat ik, in de woorden van muziekjournalist Atze de Vrieze op Twitter, ‘in een boomerfuik gezwommen ben’. Waarin anderen dus het liefst hun halve leven zouden ronddrijven. Zelf zak ik echter langzaam maar zeker onderuit in mijn stoel, terwijl de verwikkelingen rond The Beatles behang dreigen te worden…

En dan gaat het viertal dat dak op voor wat een legendarisch laatste concert zal worden, dat hier voor het eerst integraal, met veel gebruik van split screen (zodat er veel is te kijken) en reacties van omstanders (die het optreden over het algemeen wel kunnen waarderen, al krijgt de politie ook klachten over geluidsoverlast) wordt vertoond.

Hallelujah: Leonard Cohen, A Journey, A Song

IDFA

John CaleJeff Buckley en zelfs Shrek moesten eraan te pas komen, maar toen werd Leonard Cohens Hallelujah dan toch echt een absolute evergreen, die via televisieprogramma’s als The VoiceX Factor en – pak ‘m beet – Matthijs Gaat Door definitief zijn weg naar het grote publiek zou vinden. Het zorgde voor ‘een mild gevoel van wraak’ bij de Canadese zanger-songschrijver. Zijn eigen platenmaatschappij Columbia Records had de bijbehorende langspeler Various Positions, kant en klaar en dus allang betaald, in 1984 niet willen uitbrengen. Columbia’s baas Walter Yetnikoff vond het een waardeloze plaat en wilde er geen cent meer aan uitgeven.

Via een glorieuze omweg zou de wereld Hallejujah dus alsnog ontdekken. Het betekende ook eerherstel voor producer/arranger John Lissauer. Zijn bemoeienis met Various Positions leek enige tijd de nekslag voor zijn florerende opnamecarrière. Hij is één van de ‘helden’ van Hallelujah: Leonard Cohen, A Journey, A Song (125 min.) – in zoverre een documentaire over zo’n uitgesproken persoonlijkheid als Cohen nog andere helden toelaat. Als dat zo is, dan verdient natuurlijk ook Jeff Buckley een eervolle vermelding. De begenadigde zanger, zoon van singer-songwriter Tim Buckley, leek de ideale vertolker van het Hallelujah-gevoel. Totdat hij in 1997 op slechts dertigjarige leeftijd een fatale duik in de Mississippi-rivier nam.

Deze film van Dan Geller en Dayna Goldfein start bij Cohens laatste uitvoering van Hallelujah op 21 december 2013, reconstrueert daarna met insiders als journalist Larry ‘Ratso’ Sloman, zangeres Judy Collins, ’s mans rabbi Mordecai Finley, samenwerkingspartner Sharon Robinson en ex-vriendin Dominique Isserman de loopbaan van de zwaarmoedige bard en werkt zo toe naar de conceptie en wedergeboorte van het lied, waaraan hij jaaaaaren werkte, dat wel 180 verschillende coupletten zou hebben gehad en waarvan sommige zinnen maar liefst 250 keer zouden zijn herschreven. Maar dan, zo wil de mythe, heb je ook wat.

Al heeft Bob Dylan zijn vrind Leonard naar verluidt wel eens ingewreven dat hij zijn eigen songs soms binnen een kwartier schrijft, gewoon achter in een taxi. Grootspraak meent de Ierse zanger Glen Hansard, die samen met vakbroeders zoals Brandi CarlileEric Church en Rufus Wainwright enthousiast de zegeningen van Cohens songschrijverschap telt in deze krachtige documentaire. Die vindt een slimme middenweg tussen een portret van de zanger/poëet en het verhaal van zijn signatuursong, waarin ‘s mans ‘holiness’ en ‘horniness’ perfect samenkomen. Één van de beste muziekfilms van het jaar.

In de documentaire Judges Under Pressure zit, voor de liefhebber, ook nog een heerlijke versie van Hallelujah. De woorden Andrzej en Duda, die samen de naam van de Poolse president vormen, blijken perfect in de melodie van Hallelujah te passen. En dan is er snel een zangeres gevonden…

Tiger King 2

Netflix

Aan larger than life-personages was er al bepaald geen tekort in het eerste seizoen van de trashy bingehit Tiger King. Allereerst was er natuurlijk Joe Exotic zelf, de flamboyante, homoseksuele, country zingende, licht ontvlambare en altijd aandacht zoekende eigenaar van een privédierentuin in Oklahoma. Tussen het knuffelen met tijgers en leeuwen door zou hij een complot hebben gesmeed om Carole Baskin te laten vermoorden. Deze betweterige dierenrechtenactiviste, ook te zien in The Conservation Game, zou zelf dan weer een schimmige rol hebben gespeeld in de verdwijning van haar echtgenoot Don Lewis in 1997.

Rond dit tweetal had zich een bizarre verzameling typetjes verzameld: de kille Allen Glover werd ingehuurd als huurmoordenaar, maar bleek uiteindelijk toch niet op zijn taak berekend. James Garretson, een corpulente entrepreneur met niet al te veel smaak of ethiek, lapte Joe Exotic erbij en zorgde ervoor dat hij achter slot en grendel belandde. En would be-Hells Angel Jeff Lowe en zijn wulpse vriendin Lauren zouden hem dan weer op lafhartige wijze zijn dierentuin afhandig hebben gemaakt.

In Tiger King 2 (212 min.) wordt er nog een hele stoet andere profiteurs, lowlifes en wannabes aan deze dubieuze sterrencast toegevoegd. Terwijl Carole Baskin deelneemt aan Dancing With The Stars krijgt Joe Exotic bijvoorbeeld plotseling steun van ene Eric Love, een aalgladde cowboy die hij nog nooit heeft ontmoet. Met zijn ‘Team Tiger’ begint Love desondanks druk voor gratie te lobbyen bij president Trump. Hij reist op 6 januari 2021, de dag van de bestorming van het Capitool, zelfs in een speciaal vliegtuig, de ‘Exotic 1’, naar Washington om een handtekening onder Exotics gratieverzoek te krijgen.

Intussen krijgen de drie dochters van Don Lewis in hun zoektocht naar wat er bijna 25 jaar geleden is gebeurd met hun vader spontaan ‘hulp’ van privédetective Jerry Mitchell, internetspeurder Ripper Jack en ‘helderziende detective’ Troy Griffin. Schimmige figuren die vooral een plek in deze ranzige docusoap lijken te willen bemachtigen en die daarin ook alle ruimte krijgen van de makers Eric Goode en Rebecca Chaiklin. John Phillips, de advocaat die de nabestaanden van Lewis bijstaat, is de erven Lewis uiteindelijk toch te mediageil. Nadat hij voor zijn diensten is bedankt, gaat hij dus Joe zelf maar bijstaan – en blijft zijn bijrol in Tiger King verzekerd.

Joe Exotic, die alleen via de gevangenistelefoon kan participeren in de serie, krijgt in dit tweede seizoen zelf overigens serieuze concurrentie: zijn dwarse collega Tim Stark, die zich vreemd genoeg volledig vereenzelvigt met Johnny Cash’s A Boy Named Sue, blijkt al net zo’n meester in het veroorzaken van het soort commotie dat Goode en Chaiklin nodig hebben om weer vijf nieuwe afleveringen te vullen. Waarbij steeds nadrukkelijker de vraag opspeelt of Tiger King de weerslag is van wat er sowieso zou zijn gebeurd in de louche wereld van de grote katachtigen of dat al die spannend bedoelde verwikkelingen, al dan niet met medeweten van de makers, speciaal voor de serie in scène worden gezet.

Toneelstukjes of niet, elke vorm van entertainment, spanning en humor, die van dat eerste Tiger King-seizoen nog een ‘guilty pleasure’ maakte, is uit dit bloedeloze vervolg verdwenen. De bekende verhaallijnen voelen uitgekauwd, het nogmaals afspeuren van doodgelopen sporen levert nauwelijks iets op en de nieuwe intriges willen maar niet beklijven. Dan resteert plat kijkvermaak dat niet eens vermaakt.

De Tiger King-franchise heeft inmiddels ook een echte spin off, die zich volledig concentreert op een kwestieus bijpersonage uit de oorspronkelijke serie, de flamboyante eigenaar van Myrthle Beach Safari en het grote voorbeeld van Joe Exotic: Tiger King: The Doc Mantle Story.

Jomanda: Lady Of The Light

Discovery+

Bekentenis: Bij ons thuis stonden er letterlijk flessen water voor de boxen van de stereotoren als Jomanda op de radio was. Terwijl ze ademloos luisterde, liet mijn moeder die instralen door het orakel uit Tiel.

Ze wilde eigenlijk danseres of zangeres worden, maar ontwikkelde zich tot een landelijk bekend medium, de grootste attractie die Tiel ooit had. Elke zondag trokken er in de jaren negentig duizenden hoopvolle Nederlanders naar een evenementenhal in ‘het Lourdes van de Betuwe’, voor een healing van Jomanda: Lady Of The Light (184 min.). Zij legde vervolgens contact met gene zijde en zou zo hun aandoening kunnen genezen, hun verdriet doen verdwijnen of hun gehandicapte kind proberen te helen.

Was Joke Damman uit Deventer werkelijk ‘een reïncarnatie van de Maagd Maria’, zoals haar discipelen menen? Of toch een bijzonder slinks opererende charlatan, die miljonair werd met haar ‘gave’? Deze miniserie geeft aan beide kampen de ruimte. Aan overtuigde Jomanda-aanhangers, waaronder bijvoorbeeld presentatrice Tineke de Nooij. Zij maakte met haar televisieprogramma Tineke En De Paranormale Wereld ooit een landelijk fenomeen van Jomanda. Daar tegenover staan criticasters zoals presentator Jack Spijkerman en Nieuwe Revu-journalist Bert Voskuil die gehakt maken van de gebedsgenezeres.

De kwestie die altijd aan Jomanda zal blijven kleven is natuurlijk de dood van actrice Sylvia Millecam, die borstkanker kreeg en door het medium dringend zou zijn geadviseerd om geen gebruik te maken van de reguliere gezondheidszorg. Met fatale gevolgen. Millecams voormalige echtgenoot Haye van der Heyden en haar Ook Dat Nog-collega Sjoerd Pleijsier hebben er twintig jaar na dato nog altijd geen goed woord voor over. Jomanda heeft de actrice volgens hen wijsgemaakt dat ze géén kanker had en zich daarvoor nooit verontschuldigd. Zo heeft het medium uit Tiel door de jaren wel meer ontevreden ‘klanten’ achtergelaten. Intussen is ze zelf al enkele jaren spoorloos verdwenen.

En dat treft: particulier rechercheur John Warrink wil voor deze vierdelige serie op zoek naar het omstreden ‘genezend medium’. Hij spoort haar op in Canada. En dan is Tineke natuurlijk best bereid om haar ‘hartsvriendin’ te gaan opzoeken. Zoals ook niemand minder dan Johan Vlemmix voor een andere docuserie (Jomanda – Het Echte Verhaal, Videoland) te porren blijkt te zijn om het vliegtuig naar Canada te nemen. En om het verhaal helemaal compleet te maken heeft, of all people, Emile Ratelband nog geprobeerd om hen daarvan te weerhouden, getuige dit smeuïge Privé-verhaal uit De Telegraaf. Tevergeefs, natuurlijk.

Die zoektocht naar het verdwenen medium in Canada, nogal goedkoop en bovendien erg lang uitgesmeerd, ontsiert deze serie een beetje. Jomanda: Lady Of The Light graaft weliswaar niet héél diep, maar is verder best geslaagd als terugblik op hoe het fenomeen Jomanda zich aan het eind van de twintigste eeuw duchtig begon te manifesteren als een uit de klei getrokken variant op de Heilige Maagd Maria, zo een enorme mediahype werd en daarna met steeds ongeloofwaardigere acties haar eigen graf groef.

The Rescue

vanaf 31-12 op Disney+

De held van hun Oscar-winnende vorige film Free Solo spot opzichtig met de dood: zonder enige vorm van zekering en met gevaar voor eigen leven beklimt Alex Honnold gevaarlijke bergwanden. Ook de protagonisten van de nieuwe documentaire van het echtpaar Elizabeth Chai Vasarhelyi en Jimmy Chin zoeken het gevaar op. John Volanthen en Rick Stanton, de twee Britse duikers die zich bij een immense grot in Thailand melden, doen dat echter niet (alleen) om zichzelf te bewijzen. Ze zijn er in eerste en laatste instantie voor The Rescue (107 min.).

Ergens in de kilometerslange Tham Luang-grot, die door moessonregens plotseling onder water is gelopen, bevindt zich namelijk een compleet jeugdvoetbalteam. De twaalf jongens en hun coach zitten als ratten in de val, verrast door het snel stijgende water. Rick en John zullen eerst de groep moeten traceren. Als dat lukt, ligt er nog andere grote uitdagingen. De jongens zijn verzwakt doordat ze al een hele tijd niet normaal hebben gegeten, in de grot dreigt een zuurstoftekort en het water blijft maar stijgen. Hoe krijgen ze de groep in godsnaam heelhuids naar buiten?

De zaak van het Thaise voetbalelftal dat ruim twee weken lang vastzat in een grot was natuurlijk wereldnieuws in 2018. De afloop van de onwaarschijnlijke reddingsoperatie die Rick, John en talloze andere betrokkenen uit binnen- en buitenland in gang zetten mag dus bekend worden verondersteld. Toch doet dat nauwelijks iets af aan de kijkervaring van The Rescue. Chai Vasarhelyi en Chin hebben vrijwel alle betrokken reddingswerkers gesproken en weten met hen echt tot het hart van hun levensgevaarlijke klus door te dringen – en de volstrekt onconventionele keuzes die daarbij zijn gemaakt.

Het beeldmateriaal dat de mannen zelf in de grot hebben gemaakt, door de filmmakers naadloos verbonden met nieuwe reconstructiebeelden, is bovendien onbetaalbaar. De hachelijke situatie van de voetballertjes en het eigenlijk onmogelijke karakter van de reddingsoperatie, in een ronduit claustrofobische omgeving, worden er echt tastbaar van. Paniek in de grot, zeggen de duikers niet voor niets, betekent onvermijdelijk de dood. Vanaf de allereerste seconde is dus duidelijk wat er op het spel staat en dat het ook hen als professionals – en helden van deze vertelling – de kop kan kosten.

Het resultaat is een verduiveld knappe film, die erin slaagt om van een wedstrijd waarvan de uitslag allang vaststaat tóch een enerverende en aangrijpende samenvatting te maken. Een overrompelend verhaal over moed en medemenselijkheid. 

Fauci

Disney+

Hij kwam in zijn lange loopbaan tweemaal in de frontlinie van een enorme gezondheidscrisis te staan. Tijdens de AIDS-epidemie van begin jaren tachtig, toen het HIV-virus huishield in de homoseksuele gemeenschap van de Verenigde Staten, werd wetenschapper Anthony Fauci het gezicht van de falende respons van de Regering Reagan. Gay America voelde zich op geen enkele manier serieus genomen en was woedend. AIDS-activist Larry Kramer vergeleek hem zelfs met een moordenaar. Fauci (104 min.) moest zijn benadering echt fundamenteel bijstellen om het tij te kunnen keren. Tegenwoordig wordt de gedreven immunoloog beschouwd als een sleutelfiguur in de bestrijding van AIDS.

Een kleine veertig jaar later zou Anthony Fauci voor nog veel hetere vuren komen te staan en zowaar uitgroeien tot een Bekende Amerikaan. In de loop van 2020 werd hij tijdens de Coronacrisis een haatobject voor elke zichzelf respecterende Trump-supporter. Fire Fauci, scandeerde het publiek tijdens politieke toespraken van de Republikeinse president. Er werd zelfs een wetsvoorstel ingediend om dat daadwerkelijk te regelen. Rechtse talkshowhosts spraken geringschattend over ‘Dr. Doom’ en haalden hem zo’n beetje dagelijks door het slijk. En Donald Trump zelf liet geen gelegenheid onbenut om de bekendste gezondheidsfunctionaris van het land van onder uit de zak te geven.

Anthony Fauci had ‘t er natuurlijk zelf naar gemaakt: hij sprak de Amerikaanse president geregeld tegen als het ging over het Coronavirus en baseerde zich daarbij nog op wetenschappelijk onderzoek ook! Het kwam hem en zijn vrouw en kinderen op serieuze bedreigingen te staan (en maakte van de tachtigjarige Fauci tevens een soort superheld voor Links Amerika). Die pijnlijke episode – nog geen jaar geleden en toch al ver weggezakt in het collectieve geheugen – vormt het centrale verhaal van dit boeiende portret, dat parallel daaraan ook de AIDS-crisis belicht en nog een uitstapje maakt naar de bestrijding van Ebola.

De documentairemakers John Hoffman en Janet Tobias laten behalve Anthony Fauci zelf, zijn echtgenote Christine en hun dochter Jenny ook collega’s, homo-activisten en oud-president George W. Bush en U2-zanger Bono, met wie hij tegen de verspreiding van AIDS in Afrika streed, aan het woord. Uit die gesprekken komt een beeld van Fauci als een onkreukbare overheidsfunctionaris, die zich onvermoeibaar, desnoods ten koste van zijn eigen gezin, inzet voor de goede zaak en daardoor zowel aan het begin (AIDS) als aan het eind (COVID-19) van zijn carrière echt heeft kunnen floreren. Dit portret krijgt daarmee het karakter van een eerbetoon. En dat lijkt niet eens onterecht…

The Velvet Underground

Apple TV+

Het zou ongepast zijn geweest als Todd Haynes van The Velvet Underground (120 min.) zo’n typische joyeuze popdocu, waarin nostalgie de boventoon voert, had gemaakt. Hoewel de documentaire in wezen het vaste stramien van zulke films volgt – ontstaan, opkomst, bloei, implosie en herwaardering – is de toonzetting aanmerkelijk donkerder en wekt ook het veelvuldige gebruik van splitscreen licht vervreemdend. De film lijkt daarmee in eerste instantie al net zo weinig aaibaar als de experimentele rockband rond zanger/songschrijver Lou Reed en multi-instrumentalist John Cale.

Zij creëerden samen met gitarist Sterling Morrison en drummer Maureen Tucker, en onder de hoede van popartheld Andy Warhol, in de tweede helft van de jaren zestig een geheel eigen universum. Met als voornaamste wapenfeit dat klassieke debuutalbum uit 1967, met tijdloze Reed-songs over drugsgebruik en sadomasochisme zoals Venus In Furs, Heroin en I’m Waiting For The Man, vocale bijdragen van de Duitse actrice/zangeres Nico (Femme Fatale, All Tomorrow’s Parties en I’ll Be Your Mirror) en natuurlijk Warhols klassieke bananenhoes.

Haynes neemt de tijd om toe te werken naar het ontstaan van The Velvet Underground. Eerst schetst hij de achtergrond van de twee belangrijkste groepsleden, de getormenteerde Reed en zijn Welshe tegenpool Cale, en hoe zij elkaar vonden in de avant-garde scene van New York. Daarna zoomt hij in op de illustere band zelf en z’n natuurlijke omgeving, Warhols Factory. Hij spreekt met de twee nog levende bandleden, John Cale en Maureen Tucker, laat Lou Reeds zus Merrill en vertegenwoordigers van de toenmalige scene aan het woord en vult dat aan met archiefinterviews met Reed, Morrison en Nico.

Met een arty montage van concertbeelden, foto’s, kunstwerken, posters, performances en tijdsbeelden weet Todd Haynes vervolgens de geest van de band goed te pakken te krijgen. The Velvet Underground is daardoor precies de bandfilm – conventioneel met een rafelrandje – geworden die de goegemeente verwacht. En dat is in dit geval niet eens een diskwalificatie.

Hemel, Hel & Regenboog

EO

Hij valt even helemaal stil en moet echt een ogenblik nemen om zijn emoties weg te slikken. In de openingsscène van de tv-docu Hemel, Hel & Regenboog (50 min.) kijkt John Lapré op zijn laptop naar een preek van een prominent lid van de evangelische gemeente, waarvan hij ooit zelf deel uitmaakte. De man spreekt over homoseksualiteit als ‘een gruwel voor Gods aangezicht.’ John werd als jongeling ooit uit het plaatselijke broederhuis gezet toen bleek dat hij op mannen valt.

‘Het gaat om de leer’, zegt hij nu bitter. ‘Daar moet alles voor wijken. En als dat mensenlevens kost…. So be it. De Waarheid boven alles.’ En dan stelt documentairemaker Noud Holtman, die eerder de documentaire De Kast, De Kerk & Het Koninkrijk maakte, de vraag waardoor zijn gesprekspartner even pas op de plaats moet maken: ‘Hoe bedoel je, mensenlevens?’ John: ‘Ik geloof dat ze in staat zijn om, als ik het leven was gestapt, te zeggen: maar het ligt niet aan ons. Wij hebben geen schuld.’

John Lapré, in het dagelijks leven marineofficier, is een man met een missie. Hij wil reformatorische kerken en scholen inclusiever maken, zodat ze een veilige omgeving worden voor LHBTI’ers. In dat kader spreekt Lapré met vertegenwoordigers van zijn oude middelbare school, de Pieter Zandt Scholengemeenschap in Kampen. Ook ontmoet hij Gert-Jan Segers, de fractievoorzitter van de ChristenUnie, een partij die in de Tweede Kamer tegen een verbod op de zogenaamde conversietherapie stemde.

Die ontmoetingen vinden duidelijk speciaal voor de film plaats. Het bezoek aan zijn geboorteplaats Genemuiden, waarbij John wordt vergezeld door zijn partner Lionel en een man die vroeger als vrouw door het leven ging, oogt een stuk minder opgeprikt. Worden ze bijvoorbeeld écht niet herkend door hun voormalige stadsgenoten of wíllen die hen niet kennen? Tijdens een interview op straat voelen John en zijn gezelschap zich in elk geval zichtbaar ongemakkelijk. Alsof iedereen staat mee te luisteren.

In zulke scènes wordt dat gevoel van er niet bij horen, je niet geaccepteerd voelen door wie je bent, ineens heel tastbaar. De dagen dat niemand van Johns homoseksualiteit wist herleven. Net als de jaren waarin iedereen ervan wist en hij ook thuis een tijdje niet welkom was. En de therapie waarmee hij vervolgens van alles af probeerde te komen, van de geaardheid zelf en het bijbehorende stigma. Dan blijken de Hemel, Hel & Regenboog niet alleen bespreekbaar, maar worden ze ook echt zichtbaar.