Children Of The Cult

Dartmouth Films

Twintig jaar geleden exploreerde Maroesja Perizonius in de persoonlijke documentaire Communekind (2004) haar verleden als kind binnen de Bhagwan-beweging. Met een duim op haar voorhoofd werd ze als zesjarig Nederlands meisje hoogstpersoonlijk door de grote leider Bhagwan Sri Rajneesh geïnitieerd. Samen met haar moeder Lietje zou ze in totaal zeven jaar lang deel uitmaken van diens beweging.

In de film confronteerde Maroesja Perizonius, toen in de dertig, haar moeder met de hachelijke situaties waarin zij als kind, omgedoopt tot Chandra, begin jaren tachtig terecht kwam. Ze voelde zich daarbij niet gesteund en beschermd door haar als ouder. Lietje probeerde de verwijten veelal af te weren. ‘Ik ben benieuwd naar over twintig jaar als jij misschien een koter hebt van dertien of zo’, zei ze. ‘En jij denkt daar het beste mee te doen en dat die dan daar natuurlijk ook de nadelen van meemaakt.’

Welnu, die jaren zijn inmiddels verstreken. In de tussenliggende periode leek met de serie Wild Wild Country (2018) het definitieve Bhagwan-document wel te zijn gemaakt. Anno 2024 pakt Perizonius de draad echter weer op met Children Of The Cult (75 min.). In de openingsscène leest ze direct enkele briefjes voor die zij als dertienjarig meisje ontving van volwassen ‘sannyasins’. ‘Lieve Chandra, je bent zo’n schatje en je hebt zo’n mooi lichaam’, schrijft de één. ‘Ik vind ’t geweldig om met je te slapen’, een ander.

Perizonius ontmoet in deze nieuwe film andere kinderen die zijn opgegroeid binnen de Bhagwan-beweging. Stuk voor stuk schetsen ze een leefomgeving waarin alles wordt geseksualiseerd, inclusief zijzelf. Als er in het Britse Suffolk een speciale kostschool wordt opgericht, zodat de ouders zich volledig kunnen richten op hun eigen spirituele ontwikkeling, loopt de situatie helemaal uit de hand. Jonge meisjes en jongens blijken in ‘Medina’, zonder vader of moeder in de buurt, een wel heel gemakkelijke prooi.

Ook Bhagwan zelf laat zich niet onbetuigd. Als de grote leider z’n sannyasins in 1981 richting de Verenigde Staten dirigeert, om daar een eigen stad te stichten, krijgt het misbruik een grootschaliger karakter. Rajneeshpuram wordt een plek, die menigeen voor het leven tekent. Maroesja Perizonius probeert ook in contact te komen met mannen die zich daar opdrongen aan minderjarige meisjes. Ze belt bijvoorbeeld met een sektelid, stiekem opgenomen, dat ronduit toegeeft dat hij destijds over de schreef is gegaan.

Een ander oud-lid verhaalt schuldbewust over de seksuele relatie die hij had met een tiener, maar verbaast zich erover hoe uitdagend de Bhagwan-kinderen zich toentertijd gedroegen. Als hij begint over hoe zij al op heel jonge leeftijd voorbehoedsmiddelen gebruikten, wordt het de verder daadkrachtig opererende Perizonius even te veel. Dat kent zij uit eigen ervaring. Toen ze naar Medina werd gestuurd, moest haar moeder een verklaring ondertekenen waarmee de contraceptie van haar dochter werd geregeld.

En daar zit ook de crux: de jongens en meisjes moesten zich binnen de sekte wel ontremd gedragen. Anders vielen ze uit de toon. Het seksueel misbruik dat daarop volgde heeft tientallen jaren later echter nog altijd gevolgen voor hun zelfbeeld, relaties en seksuele leven, zo toont deze ontluisterende film, die Perizonius regisseerde met Alice McShane. Zij schromen de confrontatie niet. Een notoire schuinsmarcheerder, nog altijd actief binnen de Bhagwan beweging, wordt met draaiende camera overvallen.

Maroesja Perizonius’ queeste mondt uit in een confrontatie met Bhagwans toenmalige rechterhand Ma Anand Sheela, die er wel van geweten móet hebben. Op voorhand is al duidelijk dat het bepaald niet zeker is dat zij ook haar verantwoordelijkheid zal nemen voor het verleden (dat hier nog eens in al z’n buitenissigheid wordt getoond met toch weer schokkende beelden). Voormalige leiders zoals Sheela beperken zich doorgaans tot (geveinsd?) begrip en routineuze antwoorden. Waarvan niemand wijzer wordt.

Trailer Children Of The Cult

Yorkshire Ripper: The Secret Murders

ITV

De Britse truckchauffeur Peter Sutcliffe (1946-2020) is in 1981 tot levenslang veroordeeld voor dertien moorden, voornamelijk op prostituees. Hij zou daarnaast ook zeven andere vrouwen hebben belaagd. De tweedelige true crime-docu Yorkshire Ripper: The Secret Murders (92 min.) betoogt echter dat hij nog veel meer huiveringwekkende daden op zijn geweten heeft.

Ruim twintig andere, nog altijd onopgeloste moorden, eveneens in de periode 1968-1981, lijken perfect in Sutcliffes modus operandi te passen. De slachtoffers zijn echter nooit als zodanig erkend, tot groot verdriet van hun nabestaanden. En de beruchte seriemoordenaar kan hen niet meer uit de nachtmerrie helpen. Peter Sutcliffe overleed in het najaar van 2020 aan de gevolgen van het Coronavirus en nam al z’n geheimen mee het graf in.

Als filmmaker Adam Luria met direct betrokkenen, deskundigen en enkele journalisten die zich in de casussen hebben verdiept, alle feiten op een rijtje zet in deze documentaire, is het nauwelijks voor te stellen dat de Britse politie The Ripper niet eerder in de kraag heeft gegrepen – en dat het verband met die andere openstaande moordzaken nooit is gelegd. Los van het feit dat daarvoor ook volstrekt onschuldige Britten jarenlang hebben vastgezeten.

De Britse politie werd in die tijd vrijwel volledig bevolkt door mannen. Een deel daarvan leek ook van mening dat vrouwen die actief waren als sekswerker ’t er zelf naar hadden gemaakt. De verschillende politiekorpsen werkten in die tijd bovendien volledig langs elkaar heen. Ze beschikten niet over adequate middelen om theorieën, dossiers of bewijsmateriaal uit te wisselen. En dus kon een gestoorde killer jarenlang ongestoord zijn gang gaan.

In het DNA-tijdperk zou een veelpleger zoals Peter Sutcliffe ongetwijfeld snel tegen de lamp zijn gelopen. Hij liet op diverse plaatsen delict sporen achter, die scherpe speurders direct naar hem hadden kunnen leiden. Net als zijn beruchte Amerikaanse ‘vakbroeders’ die in dezelfde periode actief waren en ook konden blijven. Hoewel de kranten volstonden over zijn wandaden, slaagde The Yorkse Ripper er dus in om onder de radar te opereren.

Deze docu zet deze tragische geschiedenis, met een eindeloze rij verminkte vrouwen, stemmig en duister weg, maar blikt verder tamelijk nuchter en ingetogen terug op ’s mans inktzwarte moordlust. Geen galmende voice-over of overspannen horrormuziek dus, maar een grondige ontleding van de feiten en oog voor de verpletterende gevolgen daarvan voor allerlei betrokkenen: overlevenden, nabestaanden en vals beschuldigden.

De schade die – zo laat het zich toch echt aanzien – door één enkele gestoorde man is veroorzaakt, blijkt enkele decennia later nog altijd nauwelijks te overzien.

Blur: To The End

Altitude / Piece Of Magic

Halverwege de jaren negentig, in de hoogtijdagen van Britpop, worden Engelse muziekliefhebbers voor een eenvoudige keuze gesteld: Blur of Oasis? Het is een even opzichtige als succesvolle poging om de rivaliteit tussen The Beatles en The Stones, die dertig jaar eerder ook al zo werd opgeklopt, te laten herleven. En net als in de sixties lijkt de tweestrijd een duidelijke winnaar te krijgen: in navolging van de ‘fab four’ beslist nu Oasis het pleit in z’n voordeel.

Net als The Rolling Stones blijkt Blur echter over een lange adem te beschikken. Damon Albarn (zang), Graham Coxon (gitaar), Alex James (bas) en Dave Rowntree (drums) zijn inmiddels toch echt op middelbare leeftijd aanbeland, maar maken zich opnieuw op voor een nieuw album, het eerste in acht jaar. The Ballad Of Darren wordt opgenomen bij de frontman thuis, op het Britse platteland waar ze inmiddels alle vier zijn neergestreken. Albarn woont tegenwoordig overigens alleen, bekent hij terloops. Een man zonder kader, op zoek naar een nieuwe missie, zo lijkt het.

En dus gaat de frontman, voor wie (zelf)spot een tweede natuur lijkt, ook weer touren met z’n ouwe maatjes. Met als climax een show in het Wembley-stadion, die tevens dienst doet als eindstation voor de documentaire Blur: To The End (104 min.). Want deze magische plek in Londen ontbrak nog op de Blur-erelijst. Eerder waren ze simpelweg niet populair genoeg, bekent drummer Dave Rowntree grinnikend. ‘Hoe minder we doen, hoe groter we worden.’ Net als enkele van zijn kameraden krijgt hij onderweg naar Londen met lichamelijke ongemakken te maken.

Documentairemaker Toby L. sluit aan als de jeugdvrienden de plaatsen en steden van hun beginperiode aandoen, onderweg oude vrienden ontmoeten en dan – natuurlijk – bekende hits zoals Popscene, Song 2 en Parklife spelen. Het resulteert in enkele aardige scènes, bijvoorbeeld als de uitgesproken zanger/songschrijver Damon Albarn en zijn vaste partner in crime, de nerdy gitarist Graham Coxon, de plek bezoeken waar het ooit begon voor hen: The Stanway School in Colchester. Tegenwoordig is daar een heus Albarn & Coxon-lokaal ingericht.

Intussen blikken de vier bandleden terug op hun carrière en zoomen ze in op de onderlinge verhoudingen en hoe die onder druk kwamen te staan door overmatig drank- en drugsgebruik. Want, zo weten ze inmiddels: ‘Succes bezorgt je veel meer problemen dan mislukking.’ In een band zitten en vrienden blijven is in elk geval bepaald geen sinecure – al lijkt hen dat tegenwoordig beter af te gaan dan vroeger. Dat verleden wordt verder niet uitgebreid behandeld, maar meldt zich zo nu en dan via vluchtige flashbacks, al dan niet opgeroepen door een gebeurtenis in het heden.

To The End, documentaire 4 over Blur, is daarmee geen definitief carrièreoverzicht geworden, maar een in het hier en nu gesitueerde trip nostalgia – soms intiem en grappig, dan weer tamelijk gratuit en landerig – voor zowel de band zelf als hun fanschare. Waarin de naam Oasis overigens geen enkele keer valt.

Inmiddels heeft de band van de ruziënde broers Gallagher trouwens ook een reünietournee aangekondigd.

Kate Winslet – A Quest For Authenticity

Arte

Ze heeft Titanic niet lang als een molensteen om haar nek laten hangen. Kate Winslet weigert om zich te laten reduceren tot het eerste de beste tieneridool. Ze zou ook wel een opmerkelijke keuze zijn geweest. Als tiener werd de Britse actrice, op een particuliere acteeropleiding, nog gepest vanwege haar gewicht. En die kwestie zou gedurende haar carrière nog vaak opspelen.

Als Winslet zich opwerpt als de strijdbare Rose, de geliefde van Leonardo DiCaprio in James Camerons epische film over ‘die boot’, heeft ze al imposante rollen in Heavenly Creatures en ‘corsetfilms’ zoals Sense And Sensibility op haar conto staan. Voor zo’n beetje elke rol heeft ze, getuige Kate Winslet – A Quest For Authenticity (52 min.), moeten strijden. Winslet moest bijna steevast bedelen om een screentest en blies de verantwoordelijke regisseur dan helemaal omver, zoals in deze tv-docu van Claire Duguet bijvoorbeeld is te zien in haar test voor Titanic.

In de navolgende jaren manifesteert Winslet zich met eigenzinnige filmkeuzes – van Hideous Kinky, Holy Smoke en Eternal Sunshine Of The Spotless Mind tot Little Children, Revolutionary Road en The Reader – en blijft ook de discussie over haar figuur tot vervelens toe opspelen.  Hoe zij zich als vrouw verhoudt tot de zogeheten ‘male gaze’ is tevens het centrale thema van dit portret, waarin een alwetende verteller, aan de hand van talloze filmfragmenten en archiefinterviews, waarin Winslet overigens ook steeds een rol lijkt te spelen, door haar carrière beent.

De nadruk in dit makkelijk gemaakte acteursportret – geen eigen bronnen bijvoorbeeld – ligt nadrukkelijk op haar werk. Winslets privéleven wordt met enkele zinnen afgedaan. Daarnaast focust Duguet zich op haar publieke strijd om respect voor het vrouwenlichaam. Zoals dat is, was en wordt. Ook, of juist, bij haar. Gaandeweg incorporeert Kate Winslet, één van de beeldbepalende actrices van de afgelopen dertig jaar, dit ook nadrukkelijk in haar werk, als ze op zoek gaat naar vrouwelijke authenticiteit en ruimte probeert te scheppen voor ‘the female gaze’.

The Final: Attack On Wembley

Netflix

Football’s coming home. Op zondag 11 juli 2021 mag Engeland voor het eerst sinds het gewonnen wereldkampioenschap van 1966 in eigen land weer aantreden in de finale van een belangrijk voetbaltoernooi. Ook nu speelt het Engelse elftal een thuiswedstrijd. Tegen het altijd gevaarlijke Italië. En tegen zichzelf. Beter: tegen z’n eigen aanhang.

Deze film begint twaalf uur vóór die finale, op de dag dat het voetbal, vrij naar de slogan van het toernooi, eindelijk thuis moet komen. In The Final: Attack On Wembley (82 min.) reconstrueren Rob Miller en Kwabena Oppong met Engelse supporters, een in Groot-Brittannië woonachtige Italiaanse fan en allerlei professionals (de stadiondirecteur, een steward, enkele sportjournalisten, een vertegenwoordiger van de voetbalbond en een paar lokale wetshandhavers) wat er daarna gebeurt.

In de uren voor het beginsignaal van de wedstrijd loopt de feestvreugde in de directe omgeving van het stadion al snel uit op baldadigheid, roekeloos gedrag en vandalisme. Beveiligingscamera’s, filmcrews en mobiele telefoons leggen genadeloos vast hoe de Engelse fans zich steeds opzichtiger beginnen te misdragen. Wat begint met zuipen, snuiven en feesten mondt onvermijdelijk uit in rellen. En dan lopen er op dat chaotische slagveld ook nog allerlei fans zonder toegangskaartje rond.

De jonge stoere Engeland-aanhanger Dan heeft bijvoorbeeld ook geen ticket, maar het is voor hem onbestaanbaar dat hij de finale aan zich voorbij moet laten gaan. ‘Ik dacht alleen maar: deze wedstrijd ga ik niet missen!’ Vanwege Coronamaatregelen mogen niet alle plaatsen in het stadion bezet zijn. Dat is bijna een uitnodiging voor fans zonder kaartje. ‘Doorbraak!’ klinkt het even later in de controlekamer van het stadion, als een menigte door de toegangspoorten breekt.

Ook Dan loopt daarna, volgens eigen zeggen bewust nonchalant, het stadion binnen. Waarna de wedstrijd gewoon begint – niet alleen de Tour wacht op niemand – en Engeland op jacht gaat naar zijn eerste internationale titel in 55 jaar. Intussen oogt Wembley’s omgeving als de frontlinie in een totaal zinloze oorlog waarbij, wonder boven wonder, slechts negentien agenten gewond zijn geraakt en ook maar 86 ‘supporters’ blijken te zijn gearresteerd. De ravage die zij achterlaten is echter immens.

Deze nauwgezette reconstructie, die enigszins doet denken aan Fatboy Slim – Right Here, Right Now over een gratis strandconcert van de Britse deejay, maakt glashelder dat het veel slechter had kunnen aflopen toen het voetbal – hooligan-style! – thuiskwam.

Madu

Disney+

‘Bedankt dat je me trots maakt’, zegt Ifeoma tegen haar elfjarige zoon Anthony Mmesoma Madu, als die op het punt staat om naar Engeland te vertrekken. En: ‘vergeet niet waar je vandaan komt.’ De Nigeriaanse jongen, die viral ging met een balletsessie in de regen, krijgt aan de andere kant van de wereld een professionele dansopleiding, die in totaal zo’n zeven jaar in beslag zal nemen. ‘De belofte die ik mijn moeder en mijn familie maak’, zegt hij bij vertrek plechtig, ‘is dat ik hen nooit zal teleurstellen.’

En dan kan het avontuur – en deze film daarover, Madu (100 min.) – echt beginnen. Terwijl Anthony nog aan het acclimatiseren is op de Elmhurst Ballet School in Birmingham, wordt de Afrikaanse tiener in deze gestileerde documentaire van Matthew Ogens en Joel ‘Kachi Benson geconfronteerd met een fysieke beperking die zijn danscarrière in gevaar zou kunnen brengen. Anthony heeft die altijd goed verborgen weten te houden.

De docu volgt de jongen tijdens zijn eerste schooljaar als hij z’n positie zoekt te midden van de Britse danstalenten, voor het eerst verliefd wordt en onderzoeken krijgt om te ontdekken wat er precies met hem aan de hand is. Ogens en Benson brengen alle verwikkelingen met zeer fraaie shots in beeld, geven ze een emotionele onderlaag met een erg sturende soundtrack en verlevendigen het geheel nog met enkele magisch-realistische danssequenties.

Het resultaat is een oogstrelende, gemakkelijk behapbare en tamelijk gladde film. Een typische – ga ik het zeggen? – Disney-docu.

My Garden Of A Thousand Bees

NTR

‘Open your eyes’, zingt een ijle vrouwenstem, terwijl de dronecamera langs Martin Dohrn en over zijn beeldige stadstuin in Bristol vliegt. ‘Look around you. Feel the breeze on your face. And breathe in.’ In de documentaire My Garden Of A Thousand Bees (52 min.) van David Allen, die soms enigszins doet denken aan Reis Door Onze Wereld van Peter en Petra Lataster, blijft de Brit zich verbazen over de wonderen in zijn eigen natuur.

Terwijl het land in lockdown moet vanwege het Coronavirus, gaat Dohrn met speciale camera’s in de weer om de meer dan zestig soorten wilde bijen in zijn tuin te bespieden. Het wordt in eerste instantie een frustrerende klus. Aan ervaring met minuscule diertjes geen gebrek bij de natuurfilmer, die hiervoor nog een film over mieren heeft gemaakt met David Attenborough. Alleen die bijen… Ze stoppen onmiddellijk met wat ze doen als ze merken dat hij hen filmt – of ze vliegen gewoon weg.

Toch lukt het hem steeds beter om deze Bristolse variant op ‘Bee City’, waarin ook spinnen en vliegen een essentiële rol spelen, in beeld te brengen, met veel gebruik van extreme close-ups en slow-motion. Sommige bijen krijgen daardoor het karakter van een soort ideale kruisbestuiving tussen een marsmannetje en een helikopter. Ze vormen samen bovendien een geheel eigen samenleving, met vaste activiteiten, codes en personages. En Dohrn is zo’n beetje de ideale figuur om die in kaart te brengen.

Geestdriftig leidt hij – als een onverdroten geestverwant van Attenborough, met lekker droge humor bovendien – de mens rond in de wondere wereld van het insect, dat een essentiële schakel vormt in onze voedselvoorziening. Dohrn bouwt zelfs een band op met één specifieke behangersbij en geeft de film zo meteen een extra personage, waarmee ook een willekeurig exemplaar van de homo sapiens zich een beetje kan identificeren. Hij noemt haar Nicky – al is het wel de vraag of zij ook weet dat hij Martin heet.

En als hij afscheid van haar moet nemen, doet dat toch even pijn. Niet alleen bij hem overigens. Ook al is het eigenlijk, zoals ze dat zo mooi zeggen, wel goed zo. Want zo is de natuur. En dat is meteen het mooie van geopende ogen: ze zullen nooit meer niet zien.

Can I Tell You A Secret?

Netflix

‘Niet bang zijn, oké?’ zegt de sinistere mannenstem, terwijl dat natuurlijk precies de bedoeling is. De stalker benadert zijn slachtoffers via social media. Can I Tell You A Secret? (101 min.), vraagt hij hen en probeert dan slinks hun geheimen te ontfutselen. De onbekende man – al kan het natuurlijk net zo goed een vrouw zijn – dringt via een hele waaier aan nepaccounts alle aspecten van hun leven binnen en maakt dat al snel volstrekt onmogelijk.

De slachtoffers van de cyberstalker lijken wel wat op elkaar: ze zijn jong, vrouwelijk en zeer Brits, genieten van het leven en delen dat maar al te graag met de rest van de wereld. Als would be-influencers zijn ze gemakkelijke slachtoffers voor iemand die hen online benadert. Als snel begint hij via hen z’n gram te halen. ‘A lot of people pissed me off’, geeft de stalker later in dit tweeluik van Liza Williams, dat is opgebouwd en vormgegeven als een real life-thriller, als mogelijke verklaring. Een bevredigend antwoord is dat natuurlijk niet. Waarom zij en waarom op deze manier?

Tot die tijd ontwikkelt zich een spannend kat- en muisspel. Eerst, in aflevering 1, als de snoodaard met zijn behoorlijk naïeve slachtoffers speelt. En vervolgens, in het tweede deel, wanneer politieagent Kevin Anderson begint te jagen op de persoon die al deze ellende te weeg heeft gebracht. Het is een welbekend recept: met de regelmaat van de klok brengt met name Netflix hap-slik-weg producties uit, waarin jonge aantrekkelijke vrouwen in de greep raken van een menselijk roofdier, waarop vervolgens met alle mogelijke middelen de (online-)jacht wordt geopend.

Totdat het net rond de mysterieuze dader zich heeft gesloten en de volgende ‘bad man’ is verwijderd uit de wereld vol verleidingen waar bevallige dames zich maar staande hebben te houden. Ditmaal gaat dit zowaar met iets meer interesse voor de achtergronden van de stalker gepaard. Wat zou de persoon in kwestie, die in het echte leven natuurlijk helemaal niet met zo’n doodenge vervormde stem spreekt als het monster in deze vakkundig gemaakte miniserie, hebben bewogen? En hoe is ie toch in godsnaam in deze donkere hoek van het internet verzeild geraakt?

A New Kind Of Wilderness

Cinema Delicatessen

De dood is onverbiddelijk. Als Maria Gros Vatne, de vrouw van Nik Payne, in 2019 op 41-jarige leeftijd overlijdt, wordt hij gedwongen om ook het leven dat zij samen hebben geleid op te geven. Het Brits-Noorse stel is met Ronja, haar dochter uit een eerdere relatie, en hun drie gezamenlijke kinderen Freja, Falk en Ulv ‘off the grid’ gaan leven in een Noors bos.

Daar leven ze een klein leven, aan de uiterwaarden van de maatschappij. Ze houden er dieren, verbouwen hun eigen groenten en geven hun kinderen thuisonderwijs. En Maria documenteert dat idyllische bestaan via haar eigen blog en Instagram-account. Het leven lacht hen opzichtig toe. Totdat de dood rücksichtslos ingrijpt. Maria krijgt kanker.

Als zij na een slopend ziekbed sterft, valt ook haar inkomen als fotograaf weg en zijn Nik en de kinderen genoodzaakt om hun heil elders te zoeken. Ze moeten zich voorbereiden op A New Kind Of Wilderness (84 min.). ‘Hoi, ik ben Nik’, begroet de kersverse weduwnaar mensen die hun boerderij komen bezichtigen. ‘Degene die moet verkopen.’

En met dat vertrek wordt Nik ook gedwongen om de keuzes die hij ooit met Maria maakte voor hun gezin te heroverwegen. Wil hij de kids nog steeds zelf scholen? Kan hij dat als Brit überhaupt in het Noors? En wat heeft hij zonder Maria sowieso in Scandinavië te zoeken? Ronja is dan al vertrokken. Snel na het overlijden van haar moeder gaat zij bij haar vader wonen.

Ieder voor zich zullen de verschillende gezinsleden hun leven opnieuw moeten vormgeven. Samen of los van elkaar – en zonder de vrouw die zo bepalend was in hun leven en nu een gevoel van rouw heeft achtergelaten. Silje Evensmo Jacobsen observeert dit delicate proces. Daarbij is ze niet zozeer gericht op de grote emoties als wel op hoe het leven wordt vervolgd.

De verschillende individuen hebben daarin elk hun eigen rol en zoeken, in onderlinge verbondenheid en zonder hun verdriet te verloochenen, wat de toekomst hen kan brengen. Het resultaat is een hele mooie en ingetogen film, die zich afspeelt binnen een weldadig decor en sereen de verschillende fasen van afsluiten, bewaren en doorgaan aftast.

Evensmo Jacobson laat Maria in deze documentaire met hen meeleven, via de foto’s en video’s die ze van hen en hun wereld heeft gemaakt en de gedachten die ze daarbij heeft uitgesproken. Met haar in hun achterhoofd worden ze weer vertrouwd met de wildernis die het leven was geworden.

The Enfield Poltergeist

Apple TV+

Het is duidelijk wie de hoofdrolspelers zijn, in dat behekste huis in de Londense deelgemeente Enfield: Janet Hodgson, een meisje van elf met heel veel verbeeldingskracht. En haar moeder Margaret ‘Peggy’ Hodgson, een gescheiden Britse vrouw van 47 met vier kinderen. Omdat een klopgeest regelmatig hun huis bezoekt, worden zij vanaf 1977 twee jaar lang intensief geobserveerd door zakenman en uitvinder Maurice Grosse, die paranormale zaken ‘op een wetenschappelijke manier’ wil onderzoeken, en zijn assistent, geestenexpert Guy Playfair. De twee maken uiteindelijk meer dan tweehonderd uur audio-opnamen in ‘the haunted house’ aan 284 Green Street.

En die vormen nu het fundament onder The Enfield Poltergeist (234 Min.). Want op basis van die tapes heeft regisseur Jerry Rothwell, die enkele jaren geleden de immersieve autismefilm The Reason I Jump maakte, belangrijke gebeurtenissen gereconstrueerd. Acteurs spelen in een ingenieus decor lip sync mee met het oorspronkelijke geluid. Deze vierdelige serie bestaat dus voor een belangrijk deel uit gedramatiseerde scènes, het audio daarbij is echter authentiek en rechtstreeks afkomstig van de geluidsbanden van Grosse en Playfair. Dat is even wennen – in de Nederlandse documentaire Moeders deed Nirit Peled ’t overigens ook al – maar werkt wonderwel.

Rothwell spreekt daarnaast met (directe familie van) de Hodgsons, de woordvoerder van de zogenaamde Society For Psychical Research, medewerkers van The Daily Mirror, de BBC-verslaggever die er destijds op af werd gestuurd en diverse psychologen en (neuro)wetenschappers, die een kijkje gingen nemen bij de Hodgsons of met de wijsheid van nu naar de bizarre gebeurtenissen aldaar kijken. Ook Maurice Grosse’s aanvankelijk erg sceptische zoon Richard komt uitgebreid aan het woord. Hij liet zich gaandeweg verleiden om toch een bezoek te brengen aan het huis. Richard sprak daar toen – hij kan zich er nog altijd nauwelijks toe zetten om het te zeggen – met een geest.

Dat is maar één van de vele vreemde zaken in Enfield: er klinken allerlei sinistere geluiden, objecten vallen om of belandden op een andere plek en er wordt, natuurlijk, volop geklopt. En alles speelt zich af in, om of door de tiener Janet, die als medium lijkt te fungeren voor iets wat zich tussen hemel en aarde beweegt, een overledene wellicht die verleden heeft in dat vervloekte huis. Vanzelfsprekend ontmoet Maurice Grosse ook scepsis als hij verhaalt over zijn bevindingen. De psychologe Anita Gregory komt bijvoorbeeld eens kijken in Enfield en zet daarna in het rapport Problems In Investigating Psychokinesis grote vraagtekens bij de authenticiteit van wat zich daar afspeelt.

En die Enfield Poltergeist is, vanaf enige afstand bekeken, natuurlijk ook ‘too bad to be true’. Soms lijkt ie te citeren uit The Exorcist, een horrorfilm die halverwege de jaren zeventig immens populair is. Op andere momenten is het dan weer alsof de dan wereldberoemde ‘lepeltjesbuiger’ Uri Geller als z’n inspiratiebron heeft gefungeerd. De gebeurtenissen in de Londense deelgemeente trekken in elk geval zoveel aandacht dat zelfs de beruchte Amerikaanse spokenjagers Ed en Lorraine Warren, onlangs nog te zien in de documentaire The Devil on Trial, even poolshoogte komen nemen. En er is ook een Nederlandse connectie: het medium Dono Gmelig-Meyling meldt zich. 

Rothwell neemt dit spraakmakende verhaal krachtig bij de hand en blijft zoveel mogelijk uit de buurt van effectbejag, maar speelt alle ontwikkelingen wel bijzonder slim uit, waarbij hij bijvoorbeeld zeer gedoseerd informatie deelt. Zo valt zijn publiek eerst van de ene verrassing in de andere en wordt daarna ook nog geraakt door personages zoals Janet, Margaret en Maurice, die elk hun eigen issues meebrengen naar dat veelbesproken huis in Enfield. Het resultaat is een absolute tour de force, een bijzonder inventieve, enerverende en toch ook heel menselijke serie die het midden houdt tussen een documentaire- en een ‘based on a true story’-productie en die na bijna vier uur speeltijd nog een flinke tijd nazindert.

Who Killed Jill Dando?

Netflix

‘Maakt u zich wel eens zorgen over wat u ziet op Crimewatch?’ vraagt een jonge televisiekijkster aan Jill Dando. ‘Ja, maar de misdaden die we laten zien zijn zeer zeldzaam’, antwoordt de presentatrice van de Britse versie van Opsporing Verzocht. ‘Het is niet dat je op straat loopt en denkt dat jou hetzelfde zal gebeuren.’

Het fragment zit niet voor niets in de openingsscène van deze driedelige documentaireserie: op 26 april 1999 wordt Jill Dando zelf op klaarlichte dag doodgeschoten bij haar woning in Londen. Jennie Bond, haar directe collega bij de BBC, moet het nieuws brengen. Veel is er dan nog onduidelijk. En dat blijft zo: was het een criminele afrekening, een crime passionel, een oorlogsdaad of toch het werk van een gestoorde eenling? Uiteindelijk zet de politie een even vanzelfsprekende als pijnlijke stap: een oproep in het televisieprogramma Crimewatch.

In Who Killed Jill Dando? (138 min.) reconstrueert documentairemaker Marcus Plowright met familieleden, collega-journalisten, politiemensen en advocaten het rechercheonderzoek. Dat doorloopt de ene na de andere piste en streept die vervolgens ook stuk voor stuk weer weg. Totdat er, aan het einde van deel twee, eindelijk een serieuze verdachte in beeld komt en de zaak rond de vermoorde ‘girl next door’ in een stroomversnelling lijkt te komen. In de slotaflevering worden deze verdenkingen vervolgens helemaal uitgebeend en blijkt de werkelijkheid toch nét iets gecompliceerder dan het true crime-verhaal dat er vaak van wordt gemaakt.

Net als de dood van Lady Diana, twee jaar eerder, blijft de moord op ‘the golden girl of British television’ daardoor voortleven in het Britse collectieve geheugen. Deze slim geconstrueerde miniserie, aangekleed met de verplichte gedramatiseerde scènes en cliffhangers, slaagt erin om De Zaak Jill Dando in zijn volle omvang op te roepen, maar laat tevens zien dat een politieonderzoek lang niet zo eenvoudig is als een willekeurige aflevering van Derrick, Baantjer of CSI, waarin een koene rechercheur de dader uiteindelijk in zijn kraag grijpt, dwingt tot een bekentenis en daarna de celdeur achter hem dichtgooit.

Jill Dando wist dat natuurlijk allang. Ook toen ze dat meisje probeerde gerust te stellen, met woorden die haar ook na de dood zouden achtervolgen.

Warnow – Reis Naar Het Noorderlicht

Periscoop Film

Het is zo’n onbezonnen avontuur dat wel tot sterke verhalen moet leiden. Of het ook leuke verhalen zijn, valt alleen nog te bezien. Net zoals op voorhand ook niet zeker is dat iedereen ervan terugkeert. Want hoewel ze niet al te veel zeilervaring hebben, besluit een bont gezelschap van acht muzikale vrijbuiters in 2013 om met hun boot de Warnow naar het Noorderlicht te gaan zeilen. De tocht begint thuis in Schiedam en moet via Engeland en Schotland naar Noorwegen leiden. 

Het plan is om er meteen ook een documentaire van te maken en die dan voor grof geld te verkopen. Zodat ze daar later weer een reis naar Mexico of de Caribische eilanden van kunnen betalen. De realiteit blijkt echter weerbarstiger – en stormachtiger – dan het romantische idee dat de Nederlandse alto’s er van tevoren van hadden. Ten noorden van het Britse kustplaatsje Whitby dreigen ze met hun boot eerst opgeslokt te worden door het woelige water en later te pletter te slaan op de rotsen.

En dan is Warnow – Reis Naar Het Noorderlicht (98 min.), de enerverende documentaire die Wim van der Aar heeft gemaakt van het door henzelf gefilmde beeldmateriaal, de audioquotes die hij uit interviews met enkele opvarenden van de Warnow heeft gehaald en de getuigenissen van mensen die ze op hun dollemanstocht tegenkwamen, nog niet eens halverwege. Tegen die tijd ligt allang de vraag op tafel of de Warnow überhaupt dat beoogde Noorderlicht zal bereiken.

Want hoewel de avonturiers zich maanden hebben voorbereid op de trip, worden ze onderweg toch overvallen door de verraderlijke Noordzee en het leven aan boord. Enkele opvarenden zien al snel scheel van de zeeziekte. En hun boot blijkt toch echt aan de kleine kant voor acht mensen en een hond. De groep dreigt daardoor uit elkaar te vallen en weet slechts met enkele onstuimige concerten op hun pleisterplaatsen de eenheid te bewaren. Voor zolang als het duurt.

Er is duidelijk onheil op komst. Het lijkt alleen de vraag of die zich aandient in de vorm van fatale frictie aan boord of een ongeluk op zee, al dan niet vergezeld van Lord Of The Flies-achtige taferelen. Want uit wie er aan het woord komen in deze documentaire volgt automatisch ook wie er niet aan het woord komen – en de vraag wat er met hen is gebeurd. Van der Aar werkt gestaag toe naar het moment waarop de kaarten worden verdeeld en tekent daarna op wat die voor eenieder in petto hebben.

Zijn film groeit desondanks uit tot een ongegeneerde ode aan het avontuur en zij die, zonder er verder al te diep over na te denken, bereid en in staat zijn om daarvoor alles achter zich te laten. Zonder de garantie dat ze het nog ooit terugzien – of dat zij nog ooit worden teruggezien. Op weg naar een stip op de horizon, die misschien altijd buiten bereik blijft. Omdat de reis nu eenmaal belangrijker is dan de bestemming.

Ed Sheeran: The Sum Of It All

Disney+

Waarom Ed Sheeran en zijn echtgenote Cherry zoveel van zichzelf en hun privéleven laten zien voor de camera? Daarvoor hebben ze volgens eigen zeggen een goede reden, die tegen het einde van de eerste aflevering van de vierdelige serie Ed Sheeran: The Sum Of It All (129 min.) wordt onthuld. ‘Anders zou ik hiermee nooit akkoord zijn gegaan’, benadrukt Cherry nog maar eens. Die reden zou inderdaad een goede motivatie kunnen zijn om alles te vast te leggen, maar of ‘t dan ook meteen logisch is om dit met de hele wereld te delen? En zouden Ed en Cherry zónder de camera ook zijn gaan actionpainten, de activiteit die het verhaal achter deze reden lijkt los te wrikken?

Waar Sheeran ook gaat, er is een camera, zo lijkt het. En dat resulteert in allerlei leuke scènes. Als de Britse singer-songwriter tijdens de Oktoberfesten in Frankfurt bijvoorbeeld spontaan aanbiedt om zelf, met een ondeugende glimlach en natuurlijk in Lederhosen, ook een liedje te spelen. Als de gearriveerde ster ouderwets op straat gaat spelen in Ipswich en naderhand een willekeurig tienjarig jongetje uit het publiek zijn gitaar en versterker in de handen drukt (zodat hij, net als de Ed van elf ooit, zichzelf kan leren spelen). En als hij, toch nog dat rossige joch, met zijn jeugdheld Eminem mag optreden tijdens de introductie van de rapper in de Rock & Roll Hall Of Fame.

Regisseur David Soutar toont verder allerlei geinige filmpjes uit Sheerans (muzikale) verleden en puike concertimpressies, geeft Ed en Cherry vrijelijk het woord en is er natuurlijk ook bij als er nieuwe songs worden geschreven, opgenomen en uitgevoerd, waarvoor dan ook nog videoclips moeten worden geschoten. Intussen sluipt er drama in het leven van de populaire zanger, dat zo lang op rolletjes leek te lopen. Begin 2022 overlijdt plotseling zijn vriend Jamal Edwards, de man die mede aan de basis stond van Sheerans doorbraak. En deze tragische gebeurtenis vindt natuurlijk ook weer z’n weg naar diens muziek, de nieuwe langspeler Subtract om precies te zijn.

Dat album wordt zowat tegelijkertijd uitgebracht met deze miniserie, die daardoor toch weer het karakter krijgt van een bijsluiter. Zodat Eds (potentiële) publiek zijn nieuwe muziek op waarde weet te schatten. Daarbij blijft het dan wel de vraag of hier een geretoucheerde versie van Sheerans werkelijkheid wordt gepresenteerd. Zou hij bijvoorbeeld echt alleen verdrietig zijn geweest om Edwards’ dood? Of misschien ook een héél klein beetje kwaad? Geen spoor daarvan in The Sum Of It All. Dat zou de emotionele boodschap van wat hij wil zeggen alleen maar vertroebelen. Zoals de afwikkeling van de kwestie die alle ‘openheid’ veroorzaakte zich ook wel laat voorspellen.

Het past allemaal in de manier waarop Ed Sheeran ‘leeft’ voor de kunst – en zich niet schaamt voor het vermarkten daarvan.

A Bunch Of Amateurs

MetFilm

Sinds 1932 komen ze elke maandagavond bij elkaar. A Bunch Of Amateurs (93 min.), een klein gezelschap van gedreven cinefielen uit Bradford in Noord Engeland. Andere clubs van amateur-filmmakers zijn allang ter ziele, maar zij houden het hoofd nog steeds boven water. Al is het met moeite. De huur van het krakkemikkige pand, waarin ze sinds jaar en dag samen naar hun eigen en andermans producties kijken, is nauwelijks op te brengen. En ook de Bradford Movie Makers worden langzaam maar zeker met uitsterven bedreigd.

Colin Egglestone, een gepensioneerde timmerman, is tegenwoordig bijvoorbeeld slecht ter been en kan nauwelijks de trap meer op naar hun eigen filmzaaltje. Zijn vrouw Shirley heeft bovendien dementie en zit in een verpleeghuis. Mary, al zo’n zestig jaar de vrouw van Harry Nicholls, ligt op haar beurt al tijden apathisch voor zich uit te staren in bed. De lekker amateuristische filmclub geeft hun mannen een doel en een thuis. Dat clubgevoel, met zijn verplichte lach en traan, sijpelt ook moeiteloos door naar deze aandoenlijke, typisch Britse film van Kim Hopkins.

Harry heeft het daarin in zijn hoofd gehaald dat hij een remake wil maken van de openingsscène van de musical Oklahoma, waarin een cowboy te paard het onvergetelijke Oh, What A Beautiful Morning zingt. Het was de eerste film die hij ooit samen met Mary heeft gezien. De nieuwe versie, waarin hij zelf ook de hoofdrol voor zijn rekening neemt, moet een soort eerbetoon worden aan hun liefde. Een ervaren ruiter is de geblokte Harry echter niet. En ook met acteren voor een ‘green screen’ – en op een denkbeeldig paard – heeft hij nauwelijks ervaring.

Tijdens de opnames komt Harry Nicholls regelmatig in botsing met het enige jongere clublid, Phil Wainman, die behalve manusje van alles bij zo’n beetje elke filmopname ook mantelzorger is voor zijn gehandicapte broer. Phil kan vaak niet mét Harry, maar zeker ook niet zónder hem. Hun gesteggel kleurt de familiaire sfeer in de club, die allerlei initiatieven onderneemt om weer wat leven in de brouwerij te krijgen – en geld in het laatje, dat ook. Hun pogingen zijn sympathiek – een dansmiddag in The Old Cock (!) bijvoorbeeld – maar lijken vaak gedoemd om te mislukken.

Als het Coronavirus zich ook in Bradford meldt, heeft dit groepsportret zich dan ook allang in de hartstreek genesteld. Zoals overal zorgt de pandemie voor consternatie: als de club nu een pauze inlast, houdt ze dan definitief op te bestaan? Vreemd genoeg blijkt het virus, via een kleine omweg, echter een zegen voor de amateurfilmers, die zich misschien toch nog mogen opmaken voor dat honderdjarige jubileum in 2032. Tot die tijd vertoont hun projector ongetwijfeld nog talloze films van twijfelachtige kwaliteit en blijven zij met elkaar verbonden. Tot de dood erop volgt.

Paved Paradise

Amstelfilm

Nadat hij in de openingsscène van Paved Paradise (92 min.) enthousiast is begonnen om de pracht en praal van de natuur te bezingen, schakelt bioloog Hidde Boersma al snel, en ogenschijnlijk automatisch, door naar een alarmerend betoog over de zesde extinctiegolf. Want daar zitten we blijkbaar middenin. Driekwart van de dieren en planten zou daarbij wel eens kunnen uitsterven. ‘En de oorzaak?’ doceert Boersma. ‘Dat zijn wij. Dat is de mens…’

‘Hee, droeftoeter’, onderbreekt regisseur Karsten de Vreugd zijn vriend die net lekker op stoom begint te komen. ‘Gaan we nou weer een depressieve film maken, waarmee we mensen een kutgevoel geven?’ Nee, daarvan zijn er al genoeg, concluderen ze gezamenlijk. Tegelijkertijd blijft Hidde van mening dat ze het moeten hebben over de voornaamste oorzaak voor die extinctiegolf. ‘En nee, dat is dus niet klimaatverandering.’ Dat is namelijk ons voedselsysteem.

En daarover gaan ze het dus hebben in deze film, die is opgetrokken rond de permanente dialoog tussen Boersma en De Vreugd en de gesprekken die ze tussendoor voeren met deskundigen zoals schrijver/zoöloog George Monbiot, hoogleraar landgebruiksplanning Martha Bakker en GroenLinks-Europarlementariër Bas Eickhout. Met hen wil het Nederlandse tweetal onderzoeken hoe (en of) biodiversiteit en voedselproductie met elkaar kunnen worden gecombineerd.

Is de biologische landbouw, die wordt gepropageerd vanuit Europa, wel de oplossing voor de huidige problematiek? Zulke ‘land sharing’ heeft voor dezelfde opbrengst immers meer grond nodig. En juist daaraan is een tekort. Samen komen ze tot een in eerste instantie contra-intuïtieve conclusie: de biodiversiteit is juist gebaat bij intensivering, meer voedsel produceren op minder land. Daarnaast moet er meer ruimte komen voor landschapsbeheer. Ofwel, met een Engelse vakterm: ‘land sparing’.

Met veel tongue-in-cheek humor, straffe muziekjes en montagegrapjes baant het druk pratende duo zich vlot een weg langs allerlei mensen en initiatieven. In eigen land, maar ook in Engeland, Portugal én Costa Rica, het enige land ter wereld dat, in de jaren tachtig, van ‘land sparing’ officieel beleid heeft gemaakt. Door de toenmalige minister van milieu Alvaro Umana laten Boersma en De Vreugd zich nu bijpraten over dit revolutionaire beleid dat een succesverhaal lijkt te zijn geworden.

Intussen waken de twee Nederlanders er wel voor dat ze geen depressieve film maken – al dreigt Paved Paradise daardoor soms wel een beetje De Hidde & Karsten Show te worden. Al met al heeft deze documentaire ook voor de stoïcijnse en sceptische kijker echter genoeg te vertellen, een boodschap te verkondigen zelfs, om het denken over de toekomst van de Nederlandse landbouw verder op gang te brengen en wellicht zelfs een beetje te kantelen.

Daarvoor moeten alle landbouwministers van Europa dan wel eerst op vakantie naar Costa Rica.

Travelin’ Band: Creedence Clearwater Revival At The Royal Albert Hall

CCR

‘Historici zullen deze gebeurtenis wellicht ooit duiden als een cruciaal punt in de ineenstorting van het Britse rijk’, stelt een verslaggever op 10 april 1970 met gevoel voor drama. ‘The Beatles gaan uit elkaar!’ Aan Creedence Clearwater Revival nu de opdracht, stelt verteller Jeff Bridges, om het predicaat van ‘grootste band ter wereld’ over te nemen. En dat treft: toevallig maakt de Amerikaanse rockgroep rond zanger/gitarist John Fogerty vier dagen later zijn debuut op Engelse bodem.

Dat cruciale concert is nooit eerder in z’n geheel uitgebracht en vormt nu het wild kloppende hart van Travelin’ Band: Creedence Clearwater At The Royal Albert Hall (82 min.). Zonder enige vorm van opsmuk zwoegen Fogerty (in toepasselijk houthakkershemd), zijn oudere broer Tom (gitaar), Stu Cook (bas) en Doug Clifford (drums) zich door een puike dwarsdoorsnede van hun eerste albums. Werkemansrock zoals het ooit was bedoeld: geen hoogdravende gedachtegangen, moeilijkdoenerij of valse pretenties, gewoon handen uit de mouwen en bloed, zweet en tranen geven.

Van tevoren belicht deze aangeklede concertfilm van Bob Smeaton de kennismaking van het viertal uit El Cerrito in Californië met de Europese steden Kopenhagen, Stockholm, Berlijn, Parijs en Rotterdam, waar ze als archetypische Amerikaanse toeristen rond lijken te banjeren. Daarna schetst hij hun jarenlange pogingen om door te breken, als achtereenvolgens The Blue Velvets, Tommy Fogerty and The Blue Velvets en The Golliwogs. Pas als The Beatles vanuit Engeland een beatrevolutie ontketenen vindt de band zijn uiteindelijke vorm als Creedence Clearwater Revival.

Met John Fogerty, en diens schuurpapieren stem, als blikvanger werpen ze zich op als glorieuze vertolkers van andermans werk (Suzie Q, I Put A Spell On You, The Midnight Special en I Heard It Through The Grapevine) en schrijven ze zelf songs die weer door anderen zullen worden geïnterpreteerd (Proud Mary, Fortunate Son en Have You Ever Seen The Rain?). CCR wordt een beeldbepalende band die, hoewel tegenwoordig enigszins in de vergetelheid geraakt, glorieert op het snijvlak van de jaren zestig en zeventig, de tijd van Vietnam, Woodstock en… radiorock.

Smeaton laat in deze docu vooral de bal het werk doen en vertrouwt erop dat Creedence Clearwater Revivals oorspronkelijke concertmateriaal, aangevuld met tamelijk obligate interviewtjes van tijdens de Europese tournee van 1970, de magie van weleer oproept. En dat werkt, inderdaad, héél aardig.

Breaking Up With The Joneses

Ursula Macfarlane

Negen jaar waren ze getrouwd. En nu zijn Lynne en Stephen Jones uit elkaar. Als filmmaakster Ursula Macfarlane in 2005 begint te filmen voor Breaking Up With The Joneses (75 min.), leven ze al zes maanden apart. Hij in het Zuid-Engelse Kent en zij met hun twee zoons Oliver (4) en Harvey (6) aan de andere kant van het Verenigd Koninkrijk, in haar geboortestad Edinburgh te Schotland. Lynne en Stephen hebben zich voorgenomen om er geen vechtscheiding van te maken.

Een hoog opgelopen, al dan niet door alcohol ingegeven, conflict van Lynne en haar moeder zet alle goede bedoelingen echter al snel bij het grofvuil. En daarmee verdwijnt ook zo’n beetje het enige waar ze het nog over eens zijn – dat ze hun kinderen koste wat het kost buiten hun conflict willen houden – naar de achtergrond. ‘Waarom kunnen deze mensen niet meer praten met elkaar?’ vraagt Macfarlane zich af, terwijl ze acht maanden lang aan beide zijden van de loopgravenoorlog meekijkt en probeert om geen partij te kiezen. Intussen hoopt ze ook te ontdekken waar het fout is gegaan tussen Lynne en Stephen, die ooit van elkaar moeten hebben gehouden.

Breaking Up With The Joneses (2006) legt akelig precies vast hoe en waar de ouders van Oliver en Harvey botsen met de gekwetste geliefden Lynne en Stephen. Ursula Macfarlane, die zelf pijnlijke herinneringen heeft aan hoe haar ouders van elkaar scheidden, schrikt er zelfs van hoe een ogenschijnlijk normaal ex-koppel, dat van plan was om in goede harmonie uit elkaar te gaan, gaandeweg verzeild raakt in niets minder dan ‘psychologische oorlogsvoering’. Wat ooit liefde moet zijn geweest is dan allang een schrijnende vorm van haat geworden, waarbij alle betrokkenen, de kinderen natuurlijk voorop, uiteindelijk verliezen.

A Radical Life

Discovery+

‘Ik wilde dat mijn kinderen de besten en slimsten zouden zijn’, zegt Tania Joya vol overtuiging en recht in de camera aan het begin van de aan haar gewijde documentaire A Radical Life (84 min.). ‘Ik laat domkoppen niet de wereld overnemen.’ Dit wordt gezegd door een vrouw die getrouwd is geweest met de hoogste Amerikaan binnen de terreurgroep Islamitische Staat (IS): John Georgelas, een tot de islam bekeerde jongeling uit een welgesteld gezin in Texas. Tijdens de huwelijksvoltrekking stapte hij bewust op haar voet. Om te laten zien wie er de baas was.

In deze gedegen, soms wat vet aangezette documentaire van Ricki Stern blikt Tania gedetailleerd terug op een veelbewogen leven dat haar naar het hart van het kalifaat in Irak en Syrië zal leiden. Ze groeit op in Londen als jongste van een gezin met Bengaalse wortels, wil als kind vooral dansen en is jarenlang fan van Boys 2 Men en Madonna. De ommekeer komt ook voor haar met de aanslagen van 11 september 2001. Die wordt door sommige mensen in haar directe omgeving met gejuich ontvangen en bezorgt de grote man van de terreurbeweging al-Qaeda, Osama bin Laden, de status van ‘Robin Hood van de moslimgemeenschap’.

Als de Amerikaanse president George W. Bush vervolgens begint te spreken over een ‘kruistocht’ tegen de terroristen, is dat voor Tania reden om voortaan een nikab te gaan dragen (en om dat, met een dramatisch gebaar, te onderstrepen trekt ze tijdens het centrale interview voor deze film daadwerkelijk een zwarte sluier over haar gezicht). Haar radicalisering is vanaf dat moment een feit, wil ze maar zeggen. De stap is meteen bedoeld als middelvinger naar de extreemrechtse British National Party en skinheads die haar en andere leden van de Aziatische gemeenschap van het Verenigd Koninkrijk jarenlang hebben belaagd.

Via de website Muslim Matrimony gaat Tania Joya op zoek naar een vrome echtgenoot. Zo stuit ze op een negentienjarige Amerikaan, die zich voorstelt als Yahya al-Bahrumi. Hij zal van haar, een jong onvolwassen meisje op zoek naar ‘Aladdin’-achtige romantiek en avontuur, een Britse zuster van de bekende Nederlandse IS-bruid Laura H. maken. Daarbij is het de vraag – en die wordt aan het eind zowel aan Tania als aan (terrorisme)deskundigen voorgelegd – wat haar als (ongelukkige) echtgenote van een overtuigde jihadist valt aan te rekenen en of zij medeverantwoordelijk is voor de wandaden van IS. En moet zij de kans krijgen om zich te rehabiliteren?

Getuige A Radical Life’s enigszins zijige einde is Ricki Sterns antwoord helder: ja, vrouwen zoals de inmiddels geheel verAmerikaanste Tania Joya hebben een belangrijke signaalfunctie. Zij kunnen voorkomen dat andere verdwaasde jongeren het pad richting radicalisme nemen.

Catching A Killer: A Diary from The Grave

Channel 4

Als de gepensioneerde Britse schooldirectrice Ann Moore-Martin uit het kleine plaatsje Maids Moreton in mei 2017 onder verdachte omstandigheden komt te overlijden, besluit de plaatselijke politie om ook een sterfgeval van twee jaar eerder te onderzoeken: de dood van haar buurman, de leraar Engels Peter Farquhar. Die leek destijds te zijn gestorven aan een alcoholvergiftiging.

De twee sterfgevallen hebben één ding met elkaar gemeen: de overledenen hadden allebei een innige vriendschap opgebouwd met Ben Field, een 26-jarige jongeman die in opleiding is om Anglicaans priester te worden. En hij is door hen allebei opgenomen in hun testament. Hoofdrechercheur Mark Glover voelt aan z’n water dat er iets niet klopt. Dit zou wel eens een dubbele moord kunnen zijn.

In Catching A Killer: A Diary from The Grave (82 min.) sluiten Jezza Neumann en Jess Stevenson aan bij het politieonderzoek dat vervolgens op gang komt. Ze kijken mee als het rechercheteam van Thames Valley stuit op Peters dagboek en besluit om zijn lichaam op te graven. Daar zit ook meteen de kracht van deze misdaaddocu: de zaak wordt niet achteraf gereconstrueerd maar ontwikkelt zich echt voor de camera.

De filmmakers lijken toegang te hebben gekregen tot alle belangrijke ontwikkelingen in de zaak, leggen die als de spreekwoordelijke vlieg op de muur vast en presenteren de gebeurtenissen vervolgens zonder al te veel poespas. Via uitgebreide interviews met agenten, verwanten en getuigen worden bovendien Fields doopceel gelicht en de beschuldigingen tegen hem gedetailleerd in kaart gebracht. 

Het resultaat is een interessant inkijkje bij een moordonderzoek, dat uiteindelijk enkele jaren in beslag zal nemen. Glover en zijn teamleden moeten over een heel lange adem beschikken om de schuldigen in de kraag te kunnen vatten.

Elizabeth: A Portrait In Part(s)

The Searchers

Je kunt er de charme van de monarchie in zien. Of de complete gekte. Elizabeth: A Portrait In Part(s) (85 min.) portretteert op geheel eigen wijze de Britse koningin die inmiddels zeventig jaar op de troon zit. Niet in de vorm van een chronologisch verteld levensverhaal, verantwoord profiel met allerlei hoogwaardigheidsbekleders of psychologisch portret waarbij intimi uit de school klappen. Nee, dit is een typische archieffilm, waarin regisseur Roger Michell (Notting Hill) intuïtief langs alle uithoeken van Queen Elizabeth’s lange periode als staatshoofd zwerft.

De vertelling is onderverdeeld in thematisch gegroepeerde hoofdstukken, met titels als Ma’am, In The Saddle en A Ticklish Sort Of Job, en belicht zo associatief de koningin zelf, haar ambt en wat zij zoal in het Verenigd Koninkrijk heeft losgemaakt. Één hoofdstuk is bijvoorbeeld gewijd aan haar huwelijk, waarbij ze afwisselend is te zien als jonge verliefde vrouw en als helft van een hoogbejaard koppel. De toon is beurtelings gedragen, luchtig en (voorzichtig) spottend. Ook door de uitgesproken en soms ook lekker tegendraadse muziekkeuze: van Madness’ Our House tot de David Bowie-cover Heroes van Moby featuring Mindy Jones bijvoorbeeld.

Met een aansprekende collage van nieuwsreportages, achter de schermen-beelden, fragmenten uit films, series en televisieprogramma’s zoals Star Trek, Peppa Pig en natuurlijk The Crown en prominente figuranten als The Beatles, Lady Di en David Attenborough keert Michell de rituelen, het uiterlijk vertoon en de verplichtingen van het Britse koningshuis en de vrouw die daar al sinds mensenheugenis het gezicht van is binnenstebuiten. Een ‘modern sprookje’ dat zich afspeelt op het snijvlak van traditie, protocol en idioterie. Zoals het een Koningshuis betaamt.