The Player

Cinema Delicatessen

‘Misschien is niets geheel waar en zelfs dát niet.’ Met dit citaat van Multatuli opent John Appel deze bekroonde zoektocht naar zijn vader. Naar de man zelf en mannen zoals hij. Gokkers. Waaghalzen. Oplichters. Mannen die leven met, door en voor risico.

Appel start in The Player (84 min.) bij een zwart-wit foto. Van zijn vader, bij diens luxewagen, een Mercedes. Hij pakt een brief erbij, gedateerd op dinsdagochtend 18 april 1978. De enige die zijn vader hem ooit schreef, een half jaar voor zijn dood. ‘Je vader heeft het “ei van Columbus” uitgevonden’, schrijft hij. Even later gevolgd door: ‘Natuurlijk zul je denken: dat is weer een truc van je vader, maar nee, dat is het niet. Het resultaat zal ongelovelijk succesvol zijn.’ Pas aan het einde van de film wordt duidelijk wat voor een ei John Appels vader denkt te hebben gevonden en of ‘t een gouden exemplaar is – of toch eerder een lege dop.

Om dichter bij die spannende en ook onbegrijpelijke ouder te komen, zoekt zijn zoon in deze persoonlijke film uit 2009 zielsverwanten van hem op, mannen die een deel van de ‘thrillseeker’ Appel senior representeren. Op de renbaan in Duindigt, bij de paardenraces die zijn vader ook veelvuldig bezocht in de laatste fase van zijn leven, ontmoet John bijvoorbeeld de charmante en ondoorgrondelijke bookmaker Harry Engels. ‘Er is één ding in mijn leven’, vertelt die, niet zonder trots. ‘Alles is onzeker.’ De joviale heer pronkt bovendien met een eindeloze rij foto’s van vriendinnen, die hun heil echter stuk voor stuk elders hebben gezocht.

In de Koepelgevangenis van Haarlem spreekt Appel daarnaast met Harry Hofland, een man die al een aanzienlijke periode vastzit vanwege oplichting en nu echt zijn leven wil beteren. Echt. Tegelijkertijd vertelt Hofland hoe liegen en bedriegen hem met de paplepel zijn ingegoten en inmiddels ook een soort tweede natuur zijn geworden. Als het hem lukt om ergens mee weg te komen, vindt hij dat ‘onbeschrijfelijk mooi’. In San Remo tenslotte mag de documentairemaker meekijken bij gokker Ted Stolzenbach. ‘Zodra je het Casino binnenloopt heb je geen verleden’, stelt die filosofisch. ‘Je hebt alleen nog maar een toekomst.’

Van Stolzenbach is ook de uitspraak die als een soort leidmotief voor deze documentaire geldt: een echte gokker zet zichzelf op het spel. Het is een vorm van Russische roulette, beweert hij. Die levenshouding spreekt ook uit zo’n beetje elke anekdote van John Appel over zijn vader, waarmee hij deze intrigerende film aanstuurt en richting geeft. De man móest balanceren op het slappe koord tussen spel en realiteit. De gedachte dat hij elk moment naar beneden zou kunnen vallen bleef tot het allerlaatst onweerstaanbaar. En dat was weer volstrekt onbegrijpelijk voor al wie hem liefhad.

Daniel

HBO Max

Het loopt slecht af – of in elk geval: af. Dat staat vanaf het begin vast. Voortijdig, dat ook. Op z’n zevende kreeg Daniel Northcott zijn eerste camera. Daarna filmde hij 22 jaar zijn leven en de wereld om hem heen. Het resulteerde in maar liefst 1475 uur beeldmateriaal uit 42 verschillende landen, waarvan zijn oudere zus Erin nu een film heeft gemaakt. Met die informatie wordt de collageachtige Daniel (69 min.) afgetrapt.

Het navolgende dikke uur staat in het teken van het leven dat de jonge avonturier uit Vancouver heeft geleid. Een leven dat hem naar alle uithoeken van de aarde bracht. Een leven ook dat dus inmiddels achter de rug is. Hoe en waar het is geëindigd, dat is de vraag die tot het einde van deze documentaire van Daniel en Erin Northcott wordt bewaard. Als sluitstuk van een levenslange zoektocht naar zingeving.

Halverwege is overigens al wel duidelijk waar het naartoe gaat met Daniel Northcott – en ook waarom. ‘Het wordt goed nieuws’, houdt Daniel zichzelf dan nog voor, maar de wetten van de storytelling hebben voor buitenstaanders dan allang verraden wat voor hem nog in de toekomst verscholen ligt. ‘Het komt goed, ja!’ roept hij uit als het water hem echt aan de lippen begint te staan in dit sensitieve (zelf)portret.

Intussen blijft hij onverminderd filmen, om zijn verbondenheid met de plekken en mensen die hij heeft gekend, het universum en het leven zelf te vereeuwigen. Uiteindelijk, als alles wat hij liefheeft uit zijn vingers glipt, durft Daniel kleur te bekennen over wie hij is – en wie hij, voor iedereen die hem nooit heeft gekend, ooit was. En dan is het aan zijn nabestaanden om zijn cryptische afscheidsboodschap te ontcijferen.

Met deze film over de waarde van het leven, de betekenis die symboliek daarin speelt en ook het (nood)lot, geven zij bovendien opnieuw zin aan Daniels bestaan, dat vroegtijdig, nu alweer meer dan tien jaar geleden, ten einde kwam.

Glas, Mijn Onvervulde Leven

Zelovic Film

‘Eigenlijk had Rogier een beroemde muzikant willen worden, liefst zanger’, stelt verteller Kay Mastenbroek bij een oud zwart-wit filmpje van een man in net pak die zingende glazen bespeelt, beelden die Rogier Kappers als jongetje zag en die altijd op zijn netvlies zijn blijven staan. ‘Het publiek raken, de wereld ontroeren’, gaat de stem verder. ‘Maar hij had het nooit doorgezet. Zijn vader zegt dat dat komt omdat hij altijd andere plannen heeft. Maar wat als hij ‘t nu wél zou gaan doen, muzikant op de zingende glazen?’

En daarmee is de queeste van Glas, Mijn Onvervulde Leven (90 min.) in gang gezet. Over een eeuwig jongetje in een (oudere) mannenlijf. Een typische man ook van twaalf ambachten, dertien ongelukken – al heeft ie toch echt een Gouden Kalf op de schouw staan (of ergens anders in z’n Amsterdamse woning, of het vakantiehuisje buiten de stad, dat langzaam in de veengrond zakt). En Rogier Kappers, tevens de maker van deze kostelijke docu, heeft ook twee jongens te onderhouden, van twee exen. En nog geen nieuwe vriendin, trouwens. Zijn omgeving reageert natuurlijk sceptisch: halverwege de vijftig en dan straatmuzikant worden met een eigen glasorgel, hoe verzin je ‘t?

Voor een type als Rogier werkt zo’n reactie blijkbaar als een aanmoediging. Zoals ‘t eerder ging met boten, muziekinstrumenten en die ene oorlogsfilm. Totdat de droom werd ingehaald door zoiets ontmoedigends als de realiteit. Gelukkig heeft hij nu, als alles onverhoopt toch in het honderd loopt, altijd deze film nog, waarmee het zoveelste project wordt gedocumenteerd. Want Kappers’ pogingen om het publiek te raken en de wereld te ontroeren krijgen natuurlijk met het ene na het andere obstakel te maken. Een ontmoeting met zijn idool, de Estse componist Arvo Pärt, is nog niet mislukt of een tamelijk rampzalig optreden in Dubai – en korte broek – staat alweer op het programma.

‘s Mans avonturen worden, behalve door die tragikomische voice-over in de derde persoon, voortdurend begeleid door dikke klassieke (pop)hits. Die versterken de dramatische lijn van de film en werken daarnaast, ook niet geheel onbelangrijk, regelmatig op de lachspieren. En dat geldt eveneens voor de steeds weer terugkerende chats met allerlei potentiële nieuwe vriendinnen – ook omdat op voorhand al bijna vaststaat dat het toch weer niks wordt. Zijn vader Jan, een beminnelijke oud-leraar Grieks en Latijn die het beste voor heeft met zijn oudste zoon en die ‘glasbak’, houdt intussen een oogje in het zeil en de moed erin. Zijn belletjes aan Rogier structureren de boel een beetje.

Glas, Mijn Onvervulde Leven ontwikkelt zich, ook door zijn deskundige commentaar, tot een onweerstaanbare jongensboekfilm, die heerlijk het midden houdt tussen zelfreflectie en -spot. Een onvervalst pleidooi ook om ongegeneerd te blijven dromen.

Mooi Meegenomen

KRO-NCRV

Wat is er in die twee dagen gebeurd? Als tweejarig kind werd Elif Kan, nadat haar ouders waren gescheiden, opgehaald door haar Koerdische vader. Daarna was ze enige tijd spoorloos. Zou het meisje door hem zijn meegenomen naar Turkije? vroeg moeder Jose, levend tussen hoop en vrees, zich toen af. Uiteindelijk werd Elif door iemand anders toch weer terug naar haar huis gebracht.

Sindsdien leeft Elif met de angst van haar moeder: de vrees dat ze haar dochter definitief zou kunnen verliezen. Het werd een onderwerp dat tussen hen in kwam te staan: pijnlijk, dreigend en onbespreekbaar. Bovendien raakte Elifs relatie met haar vader, die ze nog enige tijd in de weekends bleef zien, behoorlijk verstoord en begon zij te worstelen met haar eigen biculturaliteit.

Deze twee dagen, die elementaire thema’s in haar leven representeren, spelen nog altijd op bij de twintiger Elif Kan, die inmiddels presentator/redacteur is bij het crossmediale platform Spot On. Achteraf bezien is ze door het oog van de naald gekropen. Voor hetzelfde geld was Elif één van de honderden kinderen geworden, die jaarlijks worden ontvreemd door één van hun ouders.

Ze spreekt in de korte egodocu Mooi Meegenomen (30 min.) met twee van hen. Zij kwamen er allebei pas veel later achter dat ze leefden bij een vader die hen had ontvoerd – en dat ze daardoor hun moeder helemaal niet kenden. Dit had ingrijpende gevolgen voor zowel hun eigen leven als dat van verwanten. En het vergiftigde, natuurlijk, de relatie met de ouder die ze wél bij zich hadden.

Deze vaders komen helaas niet aan het woord in deze tv-film, die zich duidelijk richt op een jong publiek. Dat perspectief zou de vertelling beslist hebben verrijkt. Want waarom doet iemand zoiets? Het is een vraag die Elif nu aan zichzelf stelt. En waarom neemt hij daarvoor geen verantwoordelijkheid? Tegelijkertijd was een confrontatie voor de camera misschien ook wat te (on)gemakkelijk geweest.

Elifs vader herkent zich in elk geval niet in haar lezing van de feiten, laat hij aan het eind van de film nog wel weten via een verklaring. Daarmee komt Mooi Meegenomen wat abrupt aan z’n einde. Elif Kans zoektocht lijkt eigenlijk nog nauwelijks te zijn begonnen en heeft vooralsnog ook meer vragen dan antwoorden opgeleverd.

Mooi Meegenomen is hier te bekijken.

Ex-Moeder

Human

‘Dat ik mezelf goed moet bijhouden’, zegt Wilma mokkend tegen haar volwassen dochter, in een scène die heel treffend de aard van hun relatie laat zien. ‘Ja hoor, Nadine.’ De vijftiger gedraagt zich als een ondeugend kind. En haar dochter Nadine probeert haar, met het nodige kunst- en vliegwerk, op het juiste spoor te krijgen en houden.

Wilma Haringsma, de moeder van filmmaakster Nadine Kuipers, liep op haar zestiende weg van huis en was een jaar later zwanger van Nadine’s vader. Op haar achttiende stond ze er weer alleen voor, want toen had haar echtgenoot al helemaal genoeg van haar drugsgebruik. Nadine zelf maakte daarvan weinig mee. Ze groeide elders op, werd op haar achttiende ontdekt als fotomodel en vertrok vervolgens naar Parijs. Zes jaar lang reisde ze de wereld rond. 

Bij terugkomst start ze een opleiding aan de Filmacademie en hernieuwt het contact met de vrouw die ze 23 jaar niet of nauwelijks heeft gezien. Dat resulteert in 2007 in de eindexamenfilm Moeders Mooiste, waarvoor ze samen naar Lourdes reizen. In 2010 volgt Ex-Moeder (56 min.), een egodocu waarin Kuipers laat zien hoe het is om te mantelzorgen voor een notoire gebruiker, die eigenlijk helemaal niet wil stoppen met het roken van een ‘pijpje’.

Wilma zit inmiddels in een rolstoel. Aan het begin van de film is bovendien net haar huis afgebrand, naar het zich laat aanzien door toedoen van haar vriend en privédealer John. Als Nadine haar moeder daarna onderbrengt in een hotel, meldt ook hij zich weer, een teken dat er weer dope – en dus ellende – op komst is. En dat Nadine opnieuw de strijd met die onwillige ouder moet aangaan en de rituele rondedans met allerlei instanties kan hervatten.

Dat is een terugkerend element in deze grillige film, waarmee Kuipers dit proces en de bijbehorende wanhoop en frustratie in beeld brengt met fly on the wall-scènes, vlogs, persoonlijke bespiegelingen en animaties. Stilistisch wordt deze documentaire – waarin ze ook haar camera- en geluidsman nog eens in beeld naar een ingesproken dagboekfragment laat luisteren, zodat zij een idee krijgen van de chaos in haar hoofd – uiteindelijk een soort vergaarbak.

Joggend laat ze alles wat er is gebeurd met haar moeder indalen. Steeds vaker nemen allerlei ervaringen, stemmen en gevoelen het dan over in haar hoofd. Met rennen is de onrust niet te bezweren. Zulke sequenties moeten tastbaar maken hoe Kuipers‘ levens volledig wordt ontregeld door de verhouding tot die ontspoorde moeder, waarbij het natuurlijk de vraag blijft waarom die (opnieuw) voor de camera moet worden onderzocht en of dat werkelijk heilzaam is voor hun relatie.

Wilma weigert intussen consequent om in te zien wat haar levenskeuzes voor Nadine betekenen. ‘Ik kies gewoon voor mijn soort leven en jij voor het jouwe. Waarom dat niet samen kan gaan, dat zal mij een raadsel wezen.’ De keuze ligt dus uiteindelijk bij haar dochter: wil en kan zij verder zonder deze persoon die ongetwijfeld voor problemen zal blijven zorgen? Of blijft ze een moederfiguur zoeken in de afgeleefde vrouw die haar ooit op de wereld heeft gezet?

Ex-Moeder is hier te bekijken.

Subject

Autlook

‘Did he do it?’ schreeuwt een enorm billboard aan de overkant van de straat. Margie Ratliff schrikt ervan als ze haar auto parkeert. ‘De oude poster is terug om ons te achtervolgen’, zegt ze beduusd.

Met het bord kondigt Netflix de re-release aan van The Staircase, een true crime-serie uit 2004 over de moord op Margies moeder Kathleen. Haar vader Michael Peterson geldt daarvoor als verdachte. De oorspronkelijke documentaireserie wordt, samen met het driedelige vervolgseizoen uit 2018, in bijna tweehonderd landen opnieuw uitgebracht. Margie kijkt met gemengde gevoelens terug op haar deelname aan de serie. Alsof ze als tiener permanent onder de microscoop lag – en, ongewild, nog altijd ligt. Haar vader heeft daar veel minder moeite mee. Michael Peterson beschouwt de camera als een probaat middel om zijn verhaal te doen en zijn onschuld te bepleiten.

Ieder taxeert z’n rol in een iconische documentaireproductie op zijn eigen manier. Dat is een terugkerend element in wat gerust een Droste-docu mag worden genoemd: Subject (96 min.), een intrigerende documentaire van Jennifer Tiexiera en Camilla Hall over de hoofdpersonen van documentaires: hoe kijken zij daarop terug en wat heeft die hen gekost en opgeleverd? De één ziet vooral voordelen (zoals voormalig basketbaltalent Arthur Agee uit Hoop Dreams, die bijvoorbeeld, niet onomstreden, heeft meegedeeld in de opbrengsten van de film), een ander is met name negatief (Elaine Friedman, die er als moeder van een getroebleerd gezin zeker niet schadevrij vanaf komt in Capturing The Friedmans).

De meeste personages hebben beide kanten van de medaille leren kennen. ‘Ik was heel erg blij dat ik werd gezien’, vertelt Jesse Friedman bijvoorbeeld, die (onschuldig) in de gevangenis zat vanwege seksueel misbruik van buurtkinderen. ‘Ik was een hele lange tijd onzichtbaar geweest.’ Hij heeft ook zijn latere vrouw ontmoet door de film. Zij zag hem voor het eerst in de documentaire van Andrew Jarecki, begon daarna zijn zaak actief te ondersteunen en legde ook persoonlijk contact. Tegelijkertijd definieert Capturing The Friedmans nog altijd Friedmans leven, hoewel de film gebeurtenissen van tientallen jaren geleden behandelt en nauwelijks iets met zijn huidige bestaan van doen heeft.

Ahmed Hassan is door The Square (2013) één van dé gezichten geworden van het protest op het Egyptische Tahrirplein tijdens de Arabische Lente van 2011. Die bekendheid heeft echter verstrekkende gevolgen voor zijn persoonlijke veiligheid. Susan Reisenbichler, de moeder van The Wolfpack (2015), realiseerde zich door de film over haar getroebleerde gezin pas echt hoe mis het was bij haar thuis. Haar zoon Mukunda Angulo kreeg door de release van de docu dan weer de kans om de wereld te zien die hem jarenlang was onthouden. Hij wil filmmaker worden, maar schat de kans dat hij zich ooit aan een documentaire waagt als bijzonder klein in.

Documentaires zijn een ‘ethische jungle’, constateert regisseur Bing Liu, die in zijn persoonlijke film Minding The Gap de confrontatie met zijn moeder is aangegaan. Dat is ten koste gegaan van hun relatie. Tiexiera en Hall laten ook andere makers zoals Davis Guggenheim, Assia Boundaoui en Evgeny Afineevsky reflecteren op hoe ’t is om met échte personages te werken en hoe je daarvan nooit ‘subjecten’ mag maken. De makers van de documentaires waarvan de hoofdpersonen aan het woord komen in Subject krijgen overigens géén gelegenheid om daarop te reageren. Zij hebben hun kans al gehad bij het maken van hun film. Nu hebben hun protagonisten zelf de regie.

De rollen zijn dus omgedraaid in deze doc², waarin alle ethische aspecten van het vertellen van verhalen over echte mensen aan de orde komen. Als die verhalen eenmaal de wereld in zijn geholpen, is er in elk geval geen weg terug meer, toont de casus van The Staircase. Afgelopen jaar verscheen de dramaserie The Staircase met acteur Colin Firth als Michael Peterson. Sophie Turner – alias Sansa Stark uit Game Of Thrones – speelt daarin Margaret Ratliff. Om deze rol voor te bereiken had de Britse actrice graag willen spreken met de vrouw die ‘tientallen jaren traumatherapie’ nodig heeft gehad om het overlijden van haar moeder en de verwikkelingen daaromheen een plek te geven.

Pelosi In The House

Alexandra en Nancy Pelosi / HBO Max

‘Mam, waarom heb je dit leven gekozen?’ vraagt documentairemaakster Alexandra Pelosi bij de start van Pelosi In The House (109 min.) aan haar moeder. ‘Ik heb dit leven niet echt gekozen,’ antwoordt Nancy Pelosi, de Democratische leider in het Amerikaanse congres. ‘Het heeft mij gekozen.’

Daarvan is geen woord gelogen. Pelosi groeit op in een Democratisch gezin en krijgt politiek met de paplepel ingegoten. In 1987 wordt ze gekozen in het Huis van Afgevaardigden. Als ze twintig jaar later als eerste vrouw zelfs voorzitter wordt, verwelkomt de Republikeinse president George W. Bush (die in 2002 overigens door Alexandra werd geportretteerd in de campagnedocu Journeys With George) ‘madam speaker’ met een bijzonder gracieuze speech. In die functie zal ze een essentiële rol spelen in het door het parlement loodsen van de Affordable Care Act van de Democratische president Obama in 2010 en de verdediging daarvan in 2017 als diens Republikeinse opvolger Donald Trump de wet probeert te herroepen.

Zo staat Nancy Pelosi inmiddels ook bekend: als een begaafde politica, die het machtsspel als vrijwel geen ander in de vingers heeft. Een overlever ook, binnen een onvervalste mannenwereld die in de afgelopen decennia zienderogen is verhard. Haar dochter, getrouwd met de Nederlandse journalist Michiel Vos, probeert in deze observerende film de vrouw achter dat imago vandaan te halen, maar constateert al snel dat haar moeder een harde noot is om te kraken. Ook tegenover Alexandra blijft ze meestal in haar rol. Zelfs als die haar, nét voordat Donald Trumps State Of The Union-speech van 2020 begint, op kenmerkende jolige manier ‘je ziet er geweldig uit, schat!’ of ‘doe niets wat ik niet zou doen’ toeroept. Na die speech zal Pelosi overigens, voor het oog van de camera, met een uitgestreken gezicht Trumps speech verscheuren.

Het tumultueuze presidentschap van Trump, waarbij Nancy Pelosi zich opwerpt als diens voornaamste tegenspeler, vormt het hart van deze documentaire. Alexandra loopt met zevenmijlslaarzen door de jeugd en politieke opkomst van haar moeder, alsof die niet meer dan een aanloopje zijn geweest naar de cruciale rol die zij zal spelen als opponent van een man zonder ondergrens, voor wie alles geoorloofd is om te winnen. Met enkele privéscènes en achter de schermen-beelden van de mater familias van de Pelosi’s als politieke poppenspeler, bruggenbouwer of boevrouw werkt de documentairemaakster vervolgens toe naar de climax van deze film: 6 januari 2021, de dag waarop de Amerikaanse democratie serieus wankelt. Door Trump opgehitste bestormers van het Capitool gaan op zoek naar haar moeder en zij zelf staat met haar camera bovenop de actie.

Dit resulteert deze ‘Journeys With Nancy’ in enkele iconische scènes, waarin is te zien hoe speaker Pelosi als één van de weinigen het hoofd koel weet te houden op een dag dat het Amerikaanse politieke systeem dreigt te bezwijken onder bruut geweld. ‘Hoe kun je je ermee verzoenen dat er mensen zijn die je vanwege je werk willen vermoorden?’ wil Alexandra naderhand weten. Het is een vraag met een profetisch karakter. Als Nancy Pelosi anderhalf jaar later, op 17 november 2022, haar afscheid als leider van de Democratische congresleden aankondigt, is ze ook in haar privéleven geconfronteerd met die redeloze haat.

Een extreemrechtse complotdenker is enkele weken eerder haar huis binnengedrongen en heeft haar echtgenoot (en Alexandra’s vader) Paul Pelosi ernstig verwond. Deze schokkende aanslag komt echter alleen impliciet aan de orde in dit boeiende volgportret van een beeldbepalende Amerikaanse politica.

“Sr.”

Netflix

‘Is het ooit alsof je in één van je films leeft?’ vraagt acteur Rober Downey Jr. aan zijn vader, de experimentele filmmaker. ‘Ja’, antwoordt “Sr.” (90 min.) grinnikend. ‘Nu.’ Junior debuteerde als vijfjarige jongen in een film van zijn vader, Pound uit 1970, met de zin ‘Heb je haar op je ballen?’

Nu willen de twee samen een film maken. Of allebei. Met hetzelfde materiaal, dat wel. En dus bevat deze visie van Robert Jr. op het leven en de carrière van zijn vader stukken met de benaming ‘Sr. Cut’, scènes die uit de koker van Robert Downey Sr. komen. De documentaire werd overigens geregisseerd door Chris Smith, die eerder al eens virtuoos tussen feit en fictie laveerde in de documentaire Jim & Andy: The Great Beyond, over hoe acteur/komiek Jim Carry zichzelf tijdens de opnames voor de speelfilm Man On The Moon vol-le-dig verloor in de rol van komiek Andy Kaufman.

Deze hybride van (ego)docu en drama, grotendeels in zwart-wit, gedijt uitstekend bij de wisselwerking tussen de twee Downeys. ‘Het ziet er heerlijk narcistisch uit’, reageert pa bijvoorbeeld gevat als zoonlief speciaal voor hem een Duits volksliedje zingt. ‘Zie je hier ruimte voor in onze montage?’ Tussen alle grappen, grollen en filmfragmenten door gaan ze het gesprek aan over wat het leven hen heeft opgeleverd en gekost. Parallellen tussen de twee zijn er genoeg: voordat Robert Jr. en plein public begon te worstelen met een drugsverslaving, was Robert Sr. jarenlang verslingerd aan cocaïne en marihuana. In die tijd, ‘vijftien jaar totale waanzin’ volgens eigen zeggen, was hij ook als filmmaker nauwelijks hanteerbaar.

Bij zijn eerste speelfilm voor een grote studio, Up The Academy uit 1980, dreigde Senior zelfs ontslagen te worden vanwege zijn dwarse gedrag. De producenten wilden hem uit zijn functie ontheffen. Hij zou hoe dan ook ‘the final cut’, de eindmontage van de film, niet meer mogen doen. ‘Ik zei: Oké, dat vind ik prima’, herinnert hij zich. ‘Zolang ik maar “the final cut” van de cocaïne krijg. Dat was bijna m’n einde daar.’ Zijn zoon kan het veertig jaar later nog altijd niet geloven: ‘Het kon je werkelijk geen reet schelen, hè?’ Zijn vader glimlacht eens en antwoordt ferm: ‘Nee.’

Getuige dit bijzonder liefdevolle, soms schurende en voortdurend lollige portret is Robert Downey Sr. op de één of andere manier tóch gracieus volwassen geworden. Samen met zijn zoon bereidt hij zich met deze filmische blik in de achteruitkijkspiegel voor op zijn afscheid van het bestaan. Of zoals Juniors therapeut ‘t treffend formuleert als het einde daadwerkelijk in zicht komt: jullie maken kunst van het leven.

What’s Left? – De Puinhopen Van Links

Frenkie Media/BNNVARA

‘In tien jaar tijd is het aantal daklozen verdubbeld. We leven in de grootste wooncrisis sinds de Tweede Wereldoorlog. De GGZ, de jeugdzorg, de ouderenzorg zijn uitgekleed…’ En zo kan Johan Fretz nog wel even doorgaan. Dat doet hij trouwens ook aan het begin van dit bevlogen pleidooi voor een betere wereld – een linkse wereld dus. Want Half Nederland staat in brand. En dat is overigens óók de schuld van links.

Tenminste, die conclusie is onvermijdelijk voor de schrijver en columnist van het Parool. Of zoals sommige lezers van die krant hem volgens eigen zeggen noemen: ‘die linkse, woke deugfascist, excuusallochtoon, gutmensch, socialistische, communistische, racistische, antiracistische, vervelende rot-millennial in zijn grachtengordel-bubbel’. En dan woont hij ook nog eens ‘in een schitterend jaren dertig-koophuis’.

In het politieke pamflet What’s Left? – De Puinhopen Van Links (72 min.), gemaakt met coregisseur en sidekick Juul Op den Kamp, onderzoekt Fretz hoe en waar het mis is gegaan met de sociaaldemocratie en de voornaamste vertegenwoordiger daarvan, de Partij van de Arbeid, en hoe het neoliberalisme vervolgens de dominante ideologie heeft kunnen worden in ons land – en trouwens ook in de rest van de westerse wereld.

Over Fretz’s startpunt bij deze lekker up tempo-zoektocht kan geen misverstand ontstaan: hij komt uit een echt PvdA-nest en is nog altijd stijflinks. De idealen die boegbeeld en oud-premier Joop den Uyl namens die partij uitdroeg in de jaren zeventig en tachtig zijn volgens hem sindsdien grondig verkwanseld. En daardoor zijn de kansen die hij ooit zelf heeft gehad in het Nederland van nu allang niet meer vanzelfsprekend.

Scherp, speels en met de nodige (zelf)spot verweeft de geboren verteller zijn eigen levensloop met de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen die ons land in de afgelopen halve eeuw heeft doorgemaakt. Hij spreekt in dat kader ook met zijn eigen ouders, de ‘oude hippies’ Jan en Virginia, en legt drie voormalige PvdA-leiders/‘hoofdverdachten’ het vuur aan de schenen: Wouter Bos, Job Cohen en Diederik Samson.

In de ogen van Fretz zijn zij onderweg, terwijl ze druk bezig waren met ‘verantwoordelijkheid nemen’, de grondbeginselen van de sociaaldemocratie – de eerlijke verdeling van kennis, macht en inkomen – uit het oog verloren. En daarom leven we nu met zijn allen in een – diepe ademhaling – neoliberale hel. What’s Left wordt daarmee een demasqué van het hedendaagse Nederland, een land dat altijd nét iets te trots op zichzelf lijkt.

En dat is weer zo’n stellingname, lekker polemisch getoonzet ook, waarmee menigeen het natuurlijk grondig oneens kan zijn. Fretz’s schotschrift dwingt in elk geval tot zelfreflectie. Over wie we zijn (geworden), wie we (willen) worden en of er überhaupt wel zoiets als ‘wij’ bestaat (of moet bestaan). En welke rol links daar dan weer in moet spelen, natuurlijk.

Ethel

HBO Max

Robert Kennedy is een symbool geworden: de rechterhand van president John F. Kennedy, hoop van een nieuwe generatie én slachtoffer in een golf moordaanslagen die de jaren zestig danig zouden verpesten en ook Martin Luther King, Malcolm X en zijn oudere broer John het leven hebben gekost. Voor filmmaakster Rory Kennedy was hij echter gewoon haar vader.

En voor Ethel (93 min.) was hij Bobby, de echtgenoot met wie ze maar liefst elf kinderen op de wereld zou zetten. De man die ze op 6 juni 1968 moest afgeven. Sirhan Sirhan maakte na een campagnebijeenkomst in Californië en plein public een einde aan zijn leven – al is er bij menigeen, zoals dat gaat bij dit soort ontwrichtende gebeurtenissen, ook twijfel of hij wel de (enige) dader was.

Deze persoonlijke film uit 2012 richt zich op Robert F. Kennedy (1925-1968), de vader, het voorbeeld, de familieman. Herstel: deze persoonlijke film richt zich op Ethel Skakel Kennedy (1928-), de moeder, het voorbeeld, de familievrouw. De mater familias, die in haar eentje al die Kennedy-kinderen richting volwassenheid moest begeleiden. Ze leeft nu al meer dan een halve eeuw zónder Bobby.

Rory, die nog niet geboren was toen haar vader stierf, realiseert zich overigens direct waar de belangrijkste wegversperring naar het wezen van haar moeder zit: recht tegenover haar, vriendelijk glimlachend. Al haar broers en zussen zijn maar al te bereid om haar te woord te staan. Maar de hoofdpersoon zelf… ‘Al deze introspectie,’ verzucht haar moeder op een gegeven moment. ‘Ik haat het!’

Uiteindelijk wordt de soep niet zo heet gegeten als ie is opgediend en blijft geen onderwerp onbesproken: Bobby’s omstreden klus voor senator Joe McCarthy die een kwaadaardige heksenjacht op communisten ontketende, het vliegtuigongeluk dat Ethels ouders het leven kostte, haar aanvaringen met de wet, de rouw na de moorden op John en haar echtgenoot en het (lange) leven ná Bobby.

Samen met haar moeder, broers en zussen – en in de rug gedekt door werkelijk prachtige familiefilmpjes en treffende nieuwsreportages – boetseert Rory Kennedy een hartveroverende vertelling uit dat veelbewogen leven in de kantlijn van grote gebeurtenissen. Daarvan was Ethel overigens zo’n 99 maanden zwanger, misschien wel haar grootste prestatie en in elk geval haar meest tastbare erfenis.

Ethel wordt daarmee zowel een modern sprookje als een messcherp portret van de Verenigde Staten in de tweede helft van de twintigste eeuw, via de familie die als geen ander de Amerikaanse Droom – en de ontmanteling daarvan – belichaamde. En natuurlijk gaat deze egodocu net zoveel over de vader die Rory Kennedy nooit heeft gekend als over de moeder naar wie ze de film heeft vernoemd.

North By Current

Twee weken na Kalla’s dood trouwde zijn zus Jesse met David. ‘Ik ontmoette hem voor het eerst op de uitvaart’, vertelt filmmaker Angelo Madsen Minax in een voice-over. ‘Ze woonden net een week samen toen ze stierf.’ Hadden Kalla’s moeder en haar nieuwe geliefde, die met zijn gewelddadige verleden de schijn een beetje tegen heeft, misschien iets van doen met het overlijden van zijn tweejarige nichtje? Als Madsen in 2016 in ‘Nowhere Michigan’ arriveert, lijken ze van alle blaam gezuiverd.

‘Zal ik je nog vertellen over het andere kind dat we hebben verloren?’ vraagt Madsens vader even later aan hem. ‘We zijn er twee kwijtgeraakt: een kleinkind en een dochter’, vult zijn moeder aan. ‘We hadden een klein meisje met de naam Angela. Dat was me er eentje. En daar hebben we nooit eerder over gesproken, maar het was echt een hartendief.’ Madsen staat perplex door wat zijn ouders zeggen: Gaan jullie mijn transitie nu echt vergelijken met de dood van Kalla?’

Hij is even sprakeloos. Voor de egodocumentaire North By Current (85 min.) keert Madsen in de navolgende jaren regelmatig terug naar zijn geboortegrond, waar duidelijk heel wat oud zeer is achtergebleven. Om de gevolgen van Kalla’s dood op zijn oudere zus en haar partner, die inmiddels enkele kinderen verder zijn, op te tekenen en in het reine te komen met zijn eigen achtergrond daar, in de hoop dat zijn familie ook bereid of in staat is om in het reine te komen met hem.

Madsen heeft zijn zeer persoonlijke film een collage-achtig karakter gegeven: gesprekken met familieleden worden doorsneden met jeugdvideo’s, natuurbeelden, abstracte shots en re-enactments van situaties uit het verleden. Het geheel wordt bijeengehouden met een indie-soundtrack en ingekaderd door Madsens filosofisch bedoelde voice-over die in een permanente dialoog lijkt te zijn verwikkeld met de stem van een vroegrijp kind, ingesproken door Sigrid Harmon.

In die tegelijk zeer associatieve en ook erg geconstrueerde vorm zit zowel een rouwfilm als een coming of age-drama verscholen. Die komen alleen slechts ten dele binnen. Hoewel ruw en persoonlijk – op het voyeuristische af soms – voelt North By Current soms ook nét iets te bedacht en gekunsteld.

Dit Ben Ik Niet

Nederlands Film Festival

In eerste instantie heeft ze ‘het volste vertrouwen’ in hem. Ontspannen vertrouwt Rian haar levensverhaal toe aan haar 42-jarige zoon Joris, die speciaal voor de gelegenheid enkele weken bij haar is ingetrokken, inclusief de feestdagen. Een zus van Joris Koptod Nioky geeft dan weer direct aan dat ze helemaal geen zin heeft in het oprakelen van het verleden. Bang voor de grote emoties die loskomen. Dat kwartje valt pas later bij Rian. Als de film bijna klaar is, heeft ze spijt als haren op haar hoofd dat ze heeft besloten om mee te werken.

Dit Ben Ik Niet (102 min.), constateert Rian boos en diep teleurgesteld als ze een voorlopige montage van de egodocu te zien krijgt. Joris wil oud zeer bovenhalen, misschien zelfs rekeningen vereffenen. Deze film kan een manier zijn om weer verbinding tot stand te brengen binnen de familie, zegt hij onderweg, maar dat lijkt eerlijk gezegd toch echt niet de insteek. Als een film daarvoor überhaupt een geëigend middel zou zijn. De maker kan de camera immers als wapen inzetten en heeft later ook nog altijd de montage – scherp, associatief en humorvol, in dit geval – om de vertelling naar zich toe te trekken.

Het ogenschijnlijk bijna lukraak samengestelde gezin waarbinnen de documentairemaker opgroeide – een uitvloeisel van de woongroepen van de jaren zeventig – is nooit een veilige omgeving voor hem geworden, betoogt hij. Joris en zijn (half)broers en -zussen zijn beschadigd uit de strijd gekomen die hun jeugd gaandeweg werd. Rian, die bang is dat ze wordt geportretteerd als een ‘tokkie’, herinnert zich dat totaal anders. De vragen van haar zoon en diens conclusies ervaart ze als een koude douche. ‘Als ik jou zou opnemen, dan zou jij ook van alles zien over jezelf’, zegt ze verontwaardigd. ‘Nou, dat is wat ik nu zie.’

Joris laat zijn 71-jarige moeder naar getuigenissen van enkele van haar (stief)kinderen kijken. ‘Is er nou nooit iemand geweest – een docent, een buurman, een buurvrouw, een vriend, iemand die vaak over de vloer kwam – die zag dat het niet in orde was bij ons?’ vraagt een broer van Joris zich af. Rian vertrekt ogenschijnlijk geen spier als ze wordt gedwongen om via hen naar zichzelf te kijken. Ook letterlijk: Joris zet een laptop op het salontafeltje voor haar. Op het beeldscherm ziet ze zichzelf zitten zoals ze daar nu zit: een oudere vrouw, met een kussen op haar schoot, die participeert in wat ze zelf ‘een lelijke film’ noemt. Een documentaire die onderdeel zal worden van een hevig ontsporende familieruzie.

Haar zoon houdt de teugels intussen stevig in handen bij deze ontleding van wat hij als zijn eigen verhaal beschouwt: close-up beelden van een huishouden van Jan Steen, strak gearrangeerde gesprekken, tijdsprongen, parallel gemonteerde interviews, ontregelende geluiden en spannende muziek (waaronder een ingenieus slotduet). Als maker trekt Koptod Nioky alles uit de kast om zijn persoonlijke betoog kracht bij te zetten, maar van wie is dat verhaal eigenlijk? Van hem als kind? Van zijn moeder? Of van andere familieleden, waarvan sommigen zijn missie ondersteunen en anderen juist verafschuwen wat hij bij zijn naasten aanricht?

Als de film wordt ontdaan van zijn morele dimensies – kan dat überhaupt en is dat gewenst? – dan resteert een enerverende, zinnenprikkelende en slim gestructureerde vertelling over een kind dat zijn moeder wil laten zien wie ze volgens hem is – en dat wil dat ze ook hem nu eindelijk eens ziet. Als buitenstaander zie je daarnaast een gecompliceerde familiesituatie die, voor het oog van de wereld, verder op scherp wordt gezet.

My Gay Life

Channel 4

Het duurde tien jaar voordat Rob en Dee zwanger waren. Er kwamen IVF en een spermadonor aan te pas. En toen had het Britse stel zowaar een zoon: Billy. Die kwam al op zevenjarige leeftijd uit de kast. Moeder heeft daar geen moeite mee, maar vader kan het nauwelijks geloven. ‘Volgens mij is hij niet gay’, meent Rob. ‘Dat kun je pas beslissen als je zestien of zeventien bent.’ Billy riposteert: ‘Hij denkt dat ik het zeg om hem op de kast te jagen.’

En zo staan de pionnen op het bord voor My Gay Life (47 min.), een jeugddocu waarvoor Billy van zijn elfde tot en met zijn achttiende zijn eigen leven filmde. Een periode waarin hij ook op gezette tijden werd geïnterviewd door de filmmakers Mel Beer en Tim Froggat. Het zijn jaren waarin het de tiener in eerste instantie voor de wind lijkt te gaan. Alleen Rob ligt dwars, vinden zijn vrouw en zoon. ‘Ik kan nu volmondig beamen dat m’n vader een enorme eikel is’, vertelt Billy zonder omhaal van woorden aan zijn dagboekcamera.

Terwijl de jongen zich overgeeft aan zijn stoutste dromen, blijft de relatie met zijn vader precair. Bovendien krijgt Billy’s moeder een fikse tegenslag te verwerken. Dan wordt het filmen zelfs even stopgezet. Pas enige tijd later hervat Billy het documenteren van zijn eigen leven voor wat uiteindelijk een vlotte coming of age-docu is geworden. Die graaft niet al te diep, belicht vooral Billy’s eigen perspectief en doet daardoor Rob als bezorgde vader niet altijd evenveel recht, maar brengt wel aardig de ontwikkeling van een zoekende homoseksuele jongen in beeld.

Die verlaat zich daarbij consequent op een motto dat hij heeft ontleend aan zijn grote idool, Lady Gaga: ‘Don’t you ever let a soul in the world tell you you can’t be exactly who you are.’ Waarvan akte.

306 Hollywood

Het huis aan 306 Hollywood Avenue in Newark, New Jersey, was al verkocht. En toen bleek dat Jonathan en Elan Bogarín toch nog geen afscheid konden nemen van hun oma Annette Ontell, die daar maar liefst 67 jaar had gewoond. Ze kregen twaalf maanden respijt van hun moeder Marilyn om grootmoeders huis en spullen te bekijken, sorteren en arrangeren. De kleding die ze ontwierp en zelf ook droeg. Al wat er is overgebleven van hun jong overleden oom David. En de kunstgebitten van opa Herman, die een prachtig tableau kunnen vormen met zijn tandenborstels.

Broer en zus vergelijken de onderneming met een archeologische opgraving, waarbij ditmaal een compleet leven wordt blootgelegd en tentoongesteld. Ze hebben daarbij tevens de beschikking over gefilmde interviews die ze tussen haar 83e en haar 93e deden met oma Annette en gaan tijdens hun zoektocht naar wat er na de dood overblijft van het leven ook te rade bij een archeoloog, uitvaartverzorger, bibliothecaris, modeconservator, natuurkundige en de archivaris van een puissant rijke familie. Want welke waarde moet er worden toegekend aan de restanten van het bestaan van een heel gewone vrouw zoals hun grootmoeder?

Dat blijkt toch vooral te zitten in de blik waarmee dat erfgoed wordt bezien. Annettes jurken zijn bijvoorbeeld beeldschoon. Paste ze er op latere leeftijd nog in? Haar dochter Marilyn heeft het eens samen met haar uitgeprobeerd. Dit resulteert in een lange en aandoenlijke scène, die buitenstaanders toch een wat voyeuristisch gevoel geeft. Even later komen die jurken in deze sprankelende film opnieuw tot leven als ze de ranke lichamen van jonge brunettes omspannen. Die gaan er bovendien ‘spontaan’ van dansen in de voortuin van het huis.

Zulke plotselinge oprispingen van magisch realisme, waarbij ook de feeërieke soundtrack een hoofdrol claimt, geven 306 Hollywood (94 min.) een onmiskenbaar joyeuze feel. Die wordt nog eens versterkt door de speelse verteltrant: Jonathan en Elan doen hun verhaal via een soort permanente dialoog. ‘Er is een reden dat mensen geen huizen aanhouden waarin ze niet wonen’, concludeert Jonathan als ze bij hun ‘opgraving’ overal schimmel tegenkomen. ‘Brood van vorig jaar’, toont Elan vervolgens een bedorven boterham. Haar broer vult aan: ‘gefillte fisch uit het vorige decennium’. Waarna zijn zus ‘toiletpapier uit de vorige eeuw’ vindt.

Uiteindelijk stuiten ze op een audiocassette met de mysterieuze titel ‘The Fighting Ontells’. Alle familieleden zijn er zowaar op te horen. Ruziënd, dat wel. ‘Wacht eens even’, denkt Jonathan hardop. ‘Tien maanden lang hebben we met al die spullen geprobeerd om het verleden weer tot leven te wekken. Met het aanzetten van die tape zijn we er ineens.’ En met behulp van de enorme telescoop die toch niets staat te doen in huis en de inzet van enkele lipsynchroon opererende acteurs kunnen ze hun grootouders nog zien ook!

Al die bravoure en humor kunnen evenwel niet verhullen dat deze betoverende film, die zich direct in je systeem nestelt, in wezen gaat over rouw, weemoed en het accepteren van die twee nauwelijks te bevatten waarheden van het leven: dat elke dag maar één keer kan worden geleefd en dat iemand die eenmaal weg is, hoezeer je het ook probeert, echt nooit meer terugkomt. Alleen de herinnering blijft – en spullen die deze ongenadig kunnen kietelen.

Mijn Seks Is Stuk

VPRO

‘Ga je bij me weg als we nooit meer seks hebben?’ valt Lize Korpershoek meteen met de deur in huis in de persoonlijke documentaire Mijn Seks Is Stuk (34 min.). ‘Kan’, antwoordt haar vriend, televisiepresentator Tim Hofman. ‘Kan ook als we wel weer seks hebben.’ Hij vat de actuele stand van zaken nog even bondig samen: ‘We kunnen uit elkaar gaan.’ Zucht. ‘En we kunnen bij elkaar blijven, maar gewoon geen seks hebben.’

Zodra Lize veilig in een relatie zit, constateert ze zelf, verdwijnt haar lust als sneeuw voor de zon. En dat vindt ze toch wel ‘focking jammer’. Is haar seks definitief stuk of toch nog te repareren? Die vraag ligt ten grondslag aan de beurtelings intieme, spannende en soms ook licht gênante zoektocht die haar vervolgens bij een seksuoloog, lingeriewinkel en tantra-oefening en in gesprek met haar moeder en eerste vriendje brengt.

Tussendoor filmen Tim en Liza elkaar en bespreken ze wat er zoal mis is of gaat: tussen hen of gewoon met haar. Daarbij voel je als buitenstaander soms toch een soort voyeur. Óók omdat het jonge, aantrekkelijke én bekende mensen betreft. Die bovendien enorm mediawijs zijn. Bevragen ze elkaar werkelijk als partner – of toch (ook) als interviewer, die maar al te goed weet wat ‘het publiek’ straks wil zien en horen?

Tegelijkertijd is dat waarschijnlijk ook de reden dat dit privéverhaal, waarmee een taboe inzichtelijk en bespreekbaar wordt gemaakt, in 2019 echt resoneerde bij een groot publiek. De goedkope aandrang om te weten hoe het er bij ‘Tim & Lize’ in de slaapkamer aan toegaat, maakt bovendien al gauw plaats voor oprechte interesse: hoe haal je voor jezelf de druk van de ketel? En hoe ga je er als koppel mee om als seks voor één van de twee niet meer vanzelfsprekend is?

Deze bijdetijdse film, waarvoor Willem Timmers als coregisseur fungeerde, werpt zulke vragen op en vermijdt gelukkig al te gemakkelijke antwoorden.

Murder On Middle Beach

HBO

Het moordslachtoffer was toegedekt. Beter: de moeder van Madison Hamburg was toegedekt. Hij onderzoekt haar gewelddadige dood in 2010 in de vierdelige serie Murder On Middle Beach (268 min.). Barb werd aangetroffen in de besneeuwde achtertuin van haar eigen huis in Connecticut. In eerste instantie leek het nog een gestorven dier dat daar lag. Het was bedekt met kussens. En bloed, zo bleek later. ‘Het’ bleek echter een ‘zij’.

Wat zegt het over de dader als het slachtoffer volledig is afgeschermd? Wil hij/zij niet geconfronteerd worden met de aanblik ervan? Zeker in situaties waarin dader en slachtoffer elkaar héél goed kenden lijkt dat een bruikbare hypothese. Dit wordt ook het (impliciete) uitgangspunt van Madison Hamburgs zoektocht, die ruim zeven jaar in beslag zal nemen: was het zijn eigen vader Jeffrey? Barbs tante Jill? Haar zus Conway? Of toch Madisons eigen zus (en Barbs dochter) Ali?

Het is alsof Hamburg als zoon en documentairemaker geblinddoekt een mijnenveld in wordt gestuurd, waarbij hij onderweg soms even mag rondkijken of via één van zijn verwanten kort een blik kan werpen op een specifieke kwestie. Zo stuit hij op diverse drama’s: fraude, alcoholisme, borderline, drugsverslaving en een heus piramidespel. Het lijken stuk voor stuk uitwassen van een volledig verwrongen familiesysteem, dat nu zelfs een mensenleven heeft gekost.

Madisons ontdekkingen worden in Murder On Middle Beach als een typische true crime-thriller uitgeserveerd, met onverwachte verhaalwendingen, tijdsprongen en cliffhangers. En een privédetective en verborgen camera-acties, natuurlijk. De persoonlijke insteek – een zoon die op zoek is naar wat zijn moeder fataal is geworden – geeft deze intrigerende serie, die gaandeweg wat stoom verliest, beslist meerwaarde. Voor Madison Hamburg, zoveel is duidelijk, staat er écht wat op het spel.

Zijn eigen positie zorgt tegelijkertijd ook voor complicaties. Zeker in relatie tot zijn vader Jeffrey moet Hamburg soms wel heel nadrukkelijk laveren tussen zijn verschillende rollen als zoon, filmmaker en amateurdetective. Dan wordt hij, de waarheidszoeker en -zegger, een exemplarisch voorbeeld van wat uiteindelijk misschien wel zijn voornaamste probleem is: als je je eigen familie niet (meer) kunt vertrouwen.

Ik Rouw Van Jou

BNNVARA

Heb je haar weer met d’r dooie moeder, dacht ze soms over zichzelf. Het is inmiddels al vijf jaar geleden. En toch voelt het als de dag van gisteren. Eerst belandt Spuiten & Slikken-presentatrice Nellie Benner in Ik Rouw Van Jou (48 min.), de documentaire die ze samen met Leon Veenendaal maakte, bij een rouwtherapeut, bij wie ze een luisterend oor vindt. Daarna gaat de Nederlandse twintiger in gesprek met haar vader Gerrit-Jan. Zij vond zijn verdriet om het overlijden van haar moeder destijds bijna ondraaglijk, hij durfde intussen niet te vragen hoe het met haar ging.

Vader weet inmiddels wel beter: ‘Verdriet kun je niet ontvluchten.’ En zijn dochter besluit de daad bij het woord te voegen en het verdriet inderdaad op te gaan zoeken. Eerst bij andere jongeren, die eveneens een ouder verloren. Stuk voor stuk vonden ze een uitlaatklep voor hun rouw: schrijven, schilderen of dansen. En ook voetballen, fotograferen of zelfs kickboksen. Imad Hadar vertelt bijvoorbeeld dat hij een andere vechter is geworden door het overlijden van zijn moeder. Hij heeft er een ‘zachter hart’ van gekregen.

Daarnaast richt Nellie ook nadrukkelijk de blik naar binnen. Ze zoekt bijvoorbeeld haar toevlucht tot physical coach Markus Schnizer – ‘geen therapeut, psycholoog of healer’ – met wie ze door het verdriet heen wil gaan en brengt een bezoek aan een voormalige buurvrouw, die al meermaals contact zou hebben gehad met Benners overleden moeder. Het openen van een briefje met een persoonlijke boodschap van gene zijde resulteert vervolgens in een ietwat ongemakkelijke emotionele scène.

Op zulke momenten dreigt deze persoonlijke zoektocht, doorsneden met fraaie gestileerde sequenties en intieme gedachtestromen van de maakster over rouw en verlies, even naar de verkeerde kant over te hellen, naar nét iets te nadrukkelijk gezocht drama. In het algemeen houdt Nellie Benner in deze aansprekende film evenwel prima koers bij het bewandelen van het pad van rouw naar acceptatie en het opzoeken daarbij van haar eigen en andermans emotie.

My Dead Dad’s Porno Tapes

‘Was my father’s leftover stuff the key to who he really was?’, vraagt Charlie Tyrell zich af in de overrompelende korte egodocumentaire My Dead Dad’s Porno Tapes (14 min.). Wat vertellen die nauwelijks verborgen pornovideobanden over de man met wie ik als jongen maar niet overweg kon?

De vragen die de jonge filmmaker zichzelf stelt zijn niet meer dan een startpunt voor dit virtuoos vertelde familieverhaal, waarin de zoon des huizes met privéfilmpjes, telefonische interviews met andere gezinsleden en veelvuldig gebruik van animatie en stop-motion het systeem van zijn eigen familie blootlegt.

Is zijn vader een logisch product van z’n achtergrond? En in hoeverre geldt dat voor Charlie zelf? Het zijn vragen die we onszelf allemaal wel eens stellen en die hier op een slimme, speelse en hartveroverende manier aan de orde worden gesteld. ‘Directed by Charlie Tyrell’ bovendien, vergeet dat niet.

Bewaren – Of Hoe Te Leven


‘Je ruimt het maar op als ik dood ben.’ De 92-jarige moeder van filmmaakster Digna Sinke zegt het terloops, als een onbelangrijk bijzinnetje. Ze lijkt de spullen die haar dochter aan haar voorlegt in de documentaire Bewaren – Of Hoe Te Leven (52 min.) vooral leuk te vinden. Die roepen allerlei herinneringen op, maar al te veel waarde hecht moeder er blijkbaar niet (meer) aan.

Hoe anders ligt dat voor Digna zelf. Zij bewaart alsof haar leven ervan afhangt. En misschien is dat ook wel zo. Met al haar spullen weet ze vast te houden aan haar verleden en het bestaan in het algemeen, zo beschrijft ze in de voice-overs waarmee deze denkfilm bij elkaar wordt gehouden. Is dat bewaren nog wel van deze tijd? Is zij zélf eigenlijk nog wel van deze tijd?

Sinke stelt prangende vragen, aan andere verzamelaars, aan non-verzamelaars en aan zichzelf. Dat is spitsroeden lopen. Soms slaat de vertelster een wel erg gedragen toon aan en dreigt Bewaren een tobberige film te worden, maar dan volgt er steevast een vlotte scène die de documentaire lucht geeft. Zo geraakt ze bijvoorbeeld in gesprek met enkele minimalisten, digitale nomaden waarvan alle bezittingen in één enkele tas passen – of rondzwerven, ergens in die ongrijpbare cloud.

Een jongen laat haar zijn tattoo zien: ‘live today’. Hij lacht erbij. ‘Wat vind je ervan?’ Sinke twijfelt even. ‘Ja, waarom niet?’ Stilte, twijfel misschien. ‘Wat kun je anders doen?’ De jongen moet weer lachen. ‘Morgen leven’, klinkt het monter. Waarna de filmmaakster haar eigen dilemma op tafel legt. ‘Ik dacht meer aan leven in het verleden.’

Zo raakt de film tevens aan thema’s als ouder worden, verlies dragen en uit de tijd raken. Blijven mensen, zoals Sinke dat zo fraai formuleert in deze voor een Gouden Kalf genomineerde film, ook in de toekomst geborgenheid vinden in dingen? Of gaat de ervaring van het hier en nu dat vasthouden aan materiële dingen straks volledig vervangen? En wat raken we daar dan mee kwijt?

Doof Kind


‘Ik heb de horende wereld niet nodig’, zegt Tobias de Ronde en voegt er, half grappend, aan toe: ‘Deaf Power!’ Via zijn broer Joachim en vader Alex, die de documentaire Doof Kind (71 min.) over hem maakte, is en blijft Tobias natuurlijk wel degelijk verbonden met de wereld van de horenden. Maar of hij er ook (nog) thuis hoort? Twintiger Tobias voelt zich inmiddels helemaal op zijn plek te midden van louter doven, bijvoorbeeld op de enige dovenuniversiteit van de wereld in Washington. ‘Het is mijn cultuur, mijn identiteit.’

Die zogenaamde dovenidentiteit is een terugkerend aspect in deze persoonlijke film van Alex de Ronde, waarmee hij zowel op het IDFA in Amsterdam als op het Belgische festival Docville de publieksprijs won. In hoeverre wordt die identiteit bedreigd door de komst van implantaten? Kinderen die nu met een gebrekkig gehoor worden geboren, krijgen direct een Cochleair Implantaat (CI). Als gevolg daarvan zou de gebarentaal, waarin Tobias floreert en die hem ook is gaan definiëren, wel eens helemaal verloren kunnen gaan. Dat gaat hem zichtbaar aan het hart.

En dan te bedenken dat het voor diezelfde Tobias en zijn familie ooit een onmogelijke keuze leek: een ‘normale’ middelbare school in Amsterdam of toch die speciale dovenschool in het verre Groningen? Hij koos uiteindelijk voor het hoge Noorden en bewees daar, ook aan zichzelf, dat doofheid niet per definitie een handicap hoeft te zijn. Soms heb je er zelfs uitgesproken voordeel van, vertelt hij op de hem kenmerkende lichtvoetige wijze. Bijvoorbeeld als je geen zin hebt om de tram te betalen. Je reist als dove overigens sowieso met korting.

Die nuchtere toon is kenmerkend voor de geboren verhalenverteller Tobias en deze ontroerende film over zijn leven. Terwijl er in de familie De Ronde toch ook voldoende drama is geweest: beestjes in mama’s borst bijvoorbeeld, ooit nog ongewild onderwerp van gesprek in de talkshow van Catherine Keyl. Vader en debuterend filmmaker Alex, in het dagelijks leven directeur van het Amsterdamse filmtheater Het Ketelhuis, kiest er echter voor om deze familietragedie niet te benadrukken en simpelweg zijn onvermijdelijke plek te geven in het leven van zijn opgroeiende zoon.

In Doof Kind versnijdt hij activiteiten van en interviews (in gebarentaal) met de inmiddels volwassen Tobias, zoals een nieuwe liefde en de daarmee gepaard gaande toekomstplannen, met oude familiefilmpjes, waarmee de weg naar zijn huidige, ogenschijnlijk tamelijk zorgenvrije bestaan in beeld wordt gebracht. Intussen komen actuele dilemma’s voor Tobias aan bod. Of hij bijvoorbeeld zelf een doof of horend kind wil? Het officiële antwoord is dat het niet uitmaakt, stelt hij onomwonden. Maar: ‘een olifant wil toch ook niet liever een tijgerwelpje?’