Mae West: Dirty Blonde

‘When I’m good, I’m very good’, lacht ze schalks naar de man in haar armen. ‘But when I’m bad I’m better.’ Gewiekst speelde actrice Mae West (1892-1980) haar imago van wellustige blondine in talloze speelfilms uit. Ook al leverde haar dat in 1927 zowaar een gevangenisstraf van acht dagen op, vanwege onzedelijk gedrag in een theatervoorstelling. Intussen zette ze zo echter de toon voor sterke vrouwen van later datum, die zich niet schamen voor hun sex appeal, zoals Marilyn Monroe, Madonna en Beyoncé.

In Mae West: Dirty Blonde (52 min.) – een titel die ook zomaar op een schmutzige VHS-cassette had kunnen staan – belichten Sally Rosenthal en Julia Marchesi het leven en de carrière van de flamboyante actrice, die in de jaren dertig uitgroeide tot de grootste Hollywood-ster van haar tijd. Wests sexy imago en dubbelzinnige opmerkingen maakten haar echter tot een ideaal doelwit voor moraalridders, die de mannenvreetster als een bedreiging voor de goede zeden van gewone Amerikanen beschouwden..

Deze smakelijke tv-docu, opgebouwd rond zwart-foto’s van de femme fatale met de scherpe tong en treffende scènes uit haar vele films, duikt met haar biograaf, historici, schrijvers, journalisten en een burlesque- en drag-artiest diep in het fenomeen Mae West, zonder dat de vrouw erachter heel duidelijk tevoorschijn komt. Die bleef tot op hoge leeftijd, eerst in Las Vegas en daarna gewoon weer in films, haar kunstje doen. ‘Is that a gun in your pocket’, fleemt ze bijvoorbeeld op 85-jarige leeftijd, in de film Sextette uit 1977, tegen de toenmalige hunk George Hamilton. ‘Or are you just glad to see me?’

Dirty Money – Season 2

Netflix

In de eerste reeks exploreerde de documentaireserie Dirty Money, geproduceerd door het bedrijf van de gerenommeerde filmmaker Alex Gibney, de wereld van het smerige geld, met afleveringen over onder andere de sjoemelsoftware van Volkswagen, stuitend gemanipuleer met medicijnprijzen en de Amerikaanse evenknie van Dirk Scheringa, een linkmiegel met zijn eigen autoraceteam.

Dit zesdelige tweede seizoen van Dirty Money (349 min.) waaiert wederom breed uit; van het witwassen van criminele opbrengsten met goud (en de gevolgen daarvan voor gewone gouddelvers in Peru) en de nietsontziende haaienmentaliteit bij de Amerikaanse bank Wells Fargo tot Maleisisch gemeenschapsgeld waarmee The Wolf Of Wall Street is gefinancierd (ook al onderwerp van de fijne docu The Kleptocrats) en grootschalige grond- en watervervuiling in Texas door een plasticfabrikant uit Taiwan, die zich nergens wat van aantrekt. Daarbij gaat het er soms stevig aan toe. ‘Wanneer je bang begint te worden weet je dat je de juiste weg bent ingeslagen’, meent Diane Wilson bijvoorbeeld, die actie voert tegen de vervuiler Formosa.

Niet alle afleveringen zijn even sterk: de bewijsvoering in deel 5 voor misbruik van voogdijschap bij (gefortuneerde) ouderen is bijvoorbeeld niet altijd even overtuigend. De bejaarden zouden niet meer voor zichzelf kunnen zorgen en worden vervolgens helemaal leeggeplukt door gewiekste bewindvoerders en hun entourage. Één van de slechts twee opgevoerde ouderen komt zelf echter helemaal niet aan het woord. Alleen zijn veel jongere vrouw en haar belangenbehartigers. Dat maakt wat wantrouwig.

Over het algemeen wordt er in deze ambitieuze serie echter stevige (onderzoeks)journalistiek bedreven, waarmee tegels worden gelicht in maatschappelijk relevante dossiers. Óók rond Bekende Amerikanen. In de eerste Dirty Money-serie was bijvoorbeeld een aflevering gewijd aan de dubieuze deals van de Amerikaanse president Donald Trump, ditmaal komt zijn schoonzoon Jared Kushner aan de beurt in een ontluisterende episode genaamd ‘Slumlord Millionaire’. Diens schandelijke praktijken als huisjesmelker en onroerend goed-man (die er zowaar een bedrijf met de naam 666, het duivelsgetal, op nahoudt) vormen de basis voor de sterkste aflevering, geregisseerd door Daniel DiMauro en Morgan Pehme, van deze tweede afdaling in de beerput van het grote geld.

Wu-Tang Clan: Of Mics And Men

Don’t grow old gracefully’, voegde Pete Townshend The Rolling Stones ooit toe bij hun introductie in The Rock And Roll Hall Of Fame. ‘It wouldn’t suit you.’ En als dat voor één hedendaagse act ook zou moeten gelden, dan is het voor The Wu-Tang Clan. En zie daar: 25 jaar na dato opereren de New Yorkse hiphoppers nog altijd als een hechte eenheid, die tegelijkertijd elk moment kan ontsporen.

Individueel zouden deze jongens uit een achterbuurt in Staten Island, die vrijwel allemaal opgroeiden in een vaderloos gezin en daarna in de welig tierende drugswereld belandden, stuk voor stuk uitgroeien tot absolute wereldsterren: RZA, Method Man, Ghostface Killah, GZA, Masta Killa, Raekwon, Cappadonna, Inspectah Deck, U-Love en de onverbeterlijke brokkenpiloot Ol’ Dirty Bastard (die in 2004 overleed aan een fatale combinatie van cocaïne en pijnstillers). En dat zette, natuurlijk, druk op het collectief. In de vierdelige documentaireserie Wu-Tang Clan: Of Mics And Men (232 min.) van Sacha Jenkins wordt dat niet onder het tapijt geveegd. Geld en onderlinge wedijver hebben heel veel verpest.

Een pijnlijk voorbeeld daarvan is de relatie van Wu-Tangs onbetwiste spil Robert ‘RZA’ Diggs met zijn oudere broer Mitchell ‘Divine’ Diggs, die jarenlang de zakelijke belangen van de groep behartigde. Divine moest met lede ogen aanzien hoe er in Wu-Tang Clan-verband enorme sommen geld werden verkwist en kon/kan al helemaal niet begrijpen dat zijn broer anderen ruimte gaf om elders een solocarrière op te starten (en zo het bedrijf tientallen miljoenen lichter maakte). Voor RZA is het echter nog altijd simpel: een ‘brother’, zo niet zijn eigen broer, is belangrijker dan de knaken. Divine, die sindsdien duidelijk goed heeft geboerd, blijkt nog altijd niet on speaking terms met de rest van de groep, maar doet wel degelijk zijn zegje in de serie.

En ook sommige anderen hebben nog een rekening te vereffenen met elkaar. Neem dat gerust letterlijk. Treffend zijn bijvoorbeeld de verwikkelingen rond het album Once Upon Time In Shaolin (2015), waaraan de Tilburgse (!) reserve-Wu-Tanger Cilvaringz en diens beschermheer RZA zes jaar lang in stilte, stiekem dus, werkten. Diverse clanleden hadden naderhand het gevoel dat ze erin waren geluisd. Toen ze op verzoek een stukje inrapten, was er helemaal geen sprake van een officiële Wu-Tang Clan-langspeler, waarvan bovendien maar één (lees: 1) exemplaar op de markt zou worden gebracht. Toen het ding op een veiling voor twee miljoen dollar werd gekocht door ‘de meest gehate man van Amerika’, waren de rapen gaar.

Dergelijke strubbelingen geven de met veel interviews, archiefmateriaal en muziek opgetekende bandhistorie kleur, maar eigenlijk is de menselijke noot, als de hiphop-pet zogezegd even wordt afgezet, nog veel interessanter. Als Masta Killa en zijn vader bijvoorbeeld vertellen dat ze familie zijn van Marvin Gaye. Of als Method Man en U-God tijdens hun bezoek aan een voormalig bijbaantje, in het restaurant bij het Amerikaanse vrijheidsbeeld, weer even de tieners Clifford Smith en Lamont Hawkins worden. ‘Ik droom soms dat ik hier nog werk’, zegt Clifford (alias Method Man) tegen ‘meneer Hill, zijn voormalige leidinggevende. ‘Dit was echt de beste baan die ik ooit heb gehad.’ Waarna hij een veger en blik vraagt en nog eenmaal het restaurant rondgaat.

Al met al zijn de wildebrassen, getuige dit bijzonder aardige groeps- en zelfportret, toch nog behoorlijk gracieus opgegroeid. Als artiest, als lid van de Wu-Tang-familie én als vader van hun eigen kinderen. En die zogenaamde ‘volwassenheid’ staat ze niet eens slecht.

Dirty John: The Dirty Truth

Eerst was er de succesvolle Dirty John-podcast van Los Angeles Times-journalist Christopher Goffard. Toen verscheen de gelijknamige Netflix-miniserie met Eric Bana als de charmante psychopaat John Meehan en Connie Britton in de rol van binnenhuisarchitecte Debra Newell, die volledig in diens macht belandt. En nu levert datzelfde platform een bijsluiter in documentairevorm: Dirty John: The Dirty Truth (86 min.).

De echte Debra Newell en haar dochters worden daarin vergezeld door diverse andere vrouwen, die hun ervaringen delen met de kwaadaardige charmeur, die een spoor van gedupeerde en ernstig beschadigde vrouwen heeft achtergelaten. Achter de aantrekkelijke arts met de tandpastasmile bleek een duistere figuur met een serieuze drugsverslaving, hele verzameling contactverboden en gewelddadige inslag schuil te gaan.

Hoewel de hoofdpersoon in principe alles heeft om uit te groeien tot een gelaagd documentaire-personage, wordt hij in deze televisiedocu van Sara Mast nooit meer dan een standaard Hollywood-slechterik. Hetzelfde geldt voor Dirty John: The Dirty Truth zelf: dertien-in-een-dozijn true crime. Een rechttoe rechtaan ‘good woman loves bad man’-tragedie, met veel interviewquotes, ‘spannende’ beelden en donkere muziekjes, die geen moment écht enerverend wil worden.