Sans Soleil

Hij neemt haar mee op zijn wereldreis, waarbij ie met name halt houdt in Japan en het Afrikaanse land Guinee-Bissau. En zij verhaalt daar dan weer over in Sans Soleil (100 min.). Wie zij is? Actrice Alexandra Stewart. En hij? Cameraman Sandor Krasna. Dat is een fictief personage. En zij speelt de rol van verteller in de Engelstalige versie van deze experimentele film van Chris Marker, die de teksten, het concept en de montage voor zijn rekening mee heeft genomen. Wie het nog begrijpt – ik eigenlijk niet – moet vooral doorlezen.

Deze Franse ‘documentaire’ uit 1983 is intuïtief, filosofisch, caleidoscopisch, absurd en pretentieus. Sans Soleil laat ons anders naar de wereld kijken of werkt genadeloos op de zenuwen. Of allebei. Misschien zelfs wel tegelijk. Het is op zijn minst een onconventionele film. Zo neemt ‘Sandor’ Theresa, althans haar stem, bijvoorbeeld mee naar een Japanse ‘combinatie van een museum, kapel en seksshop’, waar levensgrote fallussen worden geëxposeerd als heilige relikwieën en even verderop een naakte vrouw wordt omringd door opgezette dieren, in vechtstand of juist in opgewonden staat. En daarbij zit dan een tekst als: ‘Wie zegt dat de tijd alle wonden heelt? Het is beter om te zeggen: de tijd heelt alles, behálve wonden. Door de tijd verliest de pijn van het gescheiden zijn al z’n beperkingen.’

Wie nog niet volledig is ontmoedigd – ik wel een beetje – kan kennismaken met een soort kermisspel, waarbij de speler steeds de kop van poppetjes terug in hun bakje moet slaan. Zij staan voor de directeur van een bedrijf en de andere leidinggevenden. ‘De man die ik filmde en die met jaloersmakende energie de hiërarchie kapot sloeg bekende me dat het spel voor hem zeker niet allegorisch was’, verwoordt Theresa wat Sandor, alias Chris Marker, aan haar, tenminste in de tekst die Marker voor haar schreef, probeerde uit te leggen. ‘Hij dacht heel specifiek aan zijn meerderen. Geen wonder dat de pop die de direct leidinggevende representeert zo vaak en zo hard is geslagen dat ie buiten bedrijf is geraakt en inmiddels is vervangen door een babyzeehondje.’

Voor wie er – zoals ik dus – eigenlijk geen jota van begrijpt, dan maar even wat feitelijke informatie over Sans Soleil, dat hier en daar wordt geschaard onder de beste documentaires aller tijden. Chris Marker, wat overigens weer een pseudoniem was van Christian François Bouche-Villeneuve (1921-2012), schoot zelf documentairemateriaal voor de film, maar maakt in zijn montage ook gretig gebruik van bestaande beelden: filmfragmenten, clips uit Japanse shows en stockbeelden bijvoorbeeld. Daarmee fabriceert hij een onnavolgbaar narratief dat – ik parafraseer nu: – meer vragen oproept dan er waren (VPRO-Gids), een wereldreis representeert van een onzichtbare held die zich in zijn eigen hoofd afspeelt (Mubi) en een verhaal als een muzikale compositie vormt, met terugkerende thema’s, gespiegelde contrapunten en fuga’s (IFFR).

En daarna flapper ik met mijn oren en knik instemmend.

Werner Herzog: Radical Dreamer

Zijn cultstatus ontstijgt allang de filmmaker Werner Herzog. Hij kreeg niet voor niets zijn eigen personage in de cartoonserie The Simpsons, leende zijn uit duizenden herkenbare Engels met een Duits accent aan een bevlogen verslaggever in de animatiefilm Penguins Of Madagascar en speelde een schurkenrol in de Star Wars-film The Mandalorian. Volgens acteur Carl Weathers is Herzog een ‘soort Darth Vader’, terwijl zijn collega-regisseur Wim Wenders juist meent dat hij milder is geworden. ‘Begin jaren zeventig viel er met Werner weinig te lachen.’

Toen deed de eigengereide Duitse filmmaker duchtig van zich spreken, via compromisloze speelfilms als Aguirre: Der Zorn Gottes en Fitzcarraldo. In beide producties speelde Klaus Kinski de hoofdrol, de maniakale acteur die Herzogs gezicht en bijna ook zijn ondergang werd. Ze maakten samen in totaal vijf films, die al goed waren voor twee documentaires, Les Blanks Burden Of Dreams en Herzogs eigen Mein Liebster Feind. De twee leken soms te wedijveren wie er het verst kon gaan: Kinski met zijn redeloze woede-uitbarstingen en Herzog met zijn onstuitbare ambities, die hem zeker tijdens de opnames van Fitzcarraldo volledig boven het hoofd groeiden.

Zulke anekdotes ontbreken natuurlijk niet in het kundig gemaakte portret Werner Herzog: Radical Dreamer (103 min.), al is dat zeker geen gemakzuchtige bloemlezing van Herzogs uitspattingen en bokkensprongen geworden. Terwijl hij zijn protagonist filmt tijdens opnames, in de editruimte, bij het inspreken van voice-overs, tijdens een filmworkshop en gedurende een bezoek aan het huis van zijn jeugd in het Beierse dorp Sachrang, probeert regisseur Thomas von Steinaecker de essentie van zijn eigenlijk best aimabele hoofdpersoon te vatten. Een maker die, afwisselend in speelfilms en documentaires, ‘voorbij de waarheid’ wil komen.

Verdere duiding over wie die man is en waar hij als kunstenaar voor staat komt van zijn vroegere en huidige echtgenote Martje en Lena, broers Tilbert en Lucki Stipetic (tevens zijn producent), vaste cameramannen Thomas Mauch en Peter Zeitlinger en collega’s zoals Joshua Oppenheimer, Chloé Zhao en Volker Schlöndorff, terwijl de acteurs Nicole Kidman, Robert Pattinson en Christian Bale dan weer uit eerste hand kunnen getuigen over hoe het was om met hem te werken. Bale, die zelf ook voortdurend zijn eigen grenzen opzoekt, heeft daarbij nog een smakelijke anekdote over de opnames van een scène voor Rescue Dawn, waarvoor hij ondersteboven tegen een mierennest aanhing. ‘Tot op de dag vandaag kan ik niet meer in achtbanen zoals ik vroeger altijd deed.’

Voor een baanbrekende filmer zoals Werner Herzog is Radical Dreamer misschien een tamelijk conventioneel portret, maar de documentaire schetst zeker een boeiend, vermakelijk en handzaam overzicht van zijn leven en loopbaan en kan tevens als introductie fungeren voor deze kunstenaar die elke grens opzoekt die hij tegenkomt.

Daley Blind: Nooit Meer Stilstaan

Videoland

Voor een voetballer met zijn staat van dienst blijft het opvallend hoeveel twijfel en weerstand Daley Blind nog altijd oproept. Zeker als daarbij in ogenschouw wordt genomen hoeveel drempels hij heeft moeten nemen in zijn carrière. ‘Het is gewoon soms een hele harde wereld, waarin er heel veel mensen zijn die een mening over je hebben’, zegt hij zelf over de voetballerij. ‘En soms maakt dat je heel klein.’

Daley Blind: Nooit Meer Stilstaan (73 min.) start natuurlijk bij het moment waarop zijn loopbaan als voetballer aan een zijden draadje hing. Nadat Blind eind 2019 tijdens een wedstrijd van Ajax tegen Valencia duizelig naar de grond was gegaan, volgden er allerlei onderzoeken in het Amsterdam UMC. Daar stelde cardioloog Harald Jorstad serieuze hartproblemen vast. Na het plaatsen van enkele ICD’s, signaleringskastjes in zijn lijf, kon Blind zijn voetbalcarrière echter tóch vervolgen.

In deze tweedelige tv-documentaire van Pamela Sturhoofd zijn de voetballer, z’n vader Danny, moeder Yvon, vrouw Candy-Rae en zijn zussen Zola en Frenkie opmerkelijk open over de medische uitdagingen, die hem op de achtergrond nog altijd parten spelen. ‘Dit is heel bijzonder’, zegt zijn arts Jorstad niet zonder trots. ‘Dit is letterlijk de grenzen van veilig sporten opzoeken. Op zo’n wereldniveau voetballen, na zo’n hartziekte, daar zijn heel weinig verhalen van bekend.’

Daarnaast zoomt Sturhoofd natuurlijk in op Blinds sportloopbaan, die worden geïllustreerd met fraaie (privé)voetbalbeelden en becommentarieerd door zijn oud-trainers Erik ten Hag, Louis van Gaal, Frank de Boer en Martin Jol. Ook dan toont de hoofdpersoon zijn kwetsbare kant. Als het gaat over de periode waarin zijn vader Danny bondscoach was en hijzelf heel slecht speelde, schiet hij zelfs vol. ‘Dat heb ik mezelf heel erg kwalijk genomen.’ Omdat Daley hem in de steek liet, zou Danny zijn ontslagen.

Het zijn echter niet zijn grote successen of decepties die de voetballer Daley Blind tekenen of de toon zetten in deze tv-docu, die tegen het einde echt een beetje wegloopt en in clichés vervalt. Dat is en blijft toch – hoe navrant dat ook klinkt – dat hart. Dit speelde opnieuw op toen zijn Deense oud-medespeler Christian Eriksen in 2021 een hartaanval kreeg tijdens het EK voetbal. Sindsdien zijn ze lotgenoten en delen de twee regelmatig – óók, enigszins gekunsteld, in deze docu – met elkaar hoe het gaat.

Blind, die zich tegenwoordig als ambassadeur inzet voor de Hartstichting, zou intussen wel wat meer waardering mogen krijgen voor zijn kwaliteiten en doorzettingsvermogen. Wellicht kan dit tweeluik een bescheiden bijdrage leveren aan het verder humaniseren van de speler die gerust een sieraad voor zijn sport mag worden genoemd. Dat zou overigens ook wel eens de bedoeling kunnen zijn geweest.

Gladbeck: Das Geiseldrama

Netflix

De zaak escaleert letterlijk voor het oog van de camera. Wat op 16 augustus 1988 is begonnen als een min of meer reguliere bankoverval op een filiaal van de Deutsche Bank in Gladbeck, loopt al snel uit op een enorm mediaspektakel. De overvallers gijzelen twee bankmedewerkers. Het losgeld moet worden afgeleverd door een politieagent in minuscule zwembroek. En de pers is erbij om dat (bijna) live uit te zenden.

Met dit onwerkelijke tafereel start deze fascinerende reconstructie van een geruchtmakend gijzelingsdrama, dat in totaal 54 uur in beslag zal nemen en zich volledig en plein public voltrekt. De twee mannen slagen erin om in een vluchtauto, met het geld én de gijzelaars, naar de veel noordelijker gelegen Duitse stad Bremen te vluchten. En daar kapen ze een bus met ruim twintig passagiers.

‘We gaan eisen stellen en als ze die niet gaan inwilligen, gaan we knallen’, zegt Hans-Jürgen Rösner, één van de twee gijzelnemers, laconiek als hij voor een uitgebreid televisie-interview naar buiten komt. ‘Meen je dat echt?’ wil een verslaggever weten. ‘We zijn klaar met het leven’, antwoordt Rösner. ‘En we eindigen met…’ – hij stopt zijn doorgeladen wapen in z’n mond – ‘… dit dus.’

Rond hem heeft zich een groepje journalisten en fotografen verzameld. De sfeer is opmerkelijk ontspannen. ‘Het is net een bedrijfsuitje’, zegt reporter Christian Berg tijdens een live-uitzending op televisie. ‘Niks is afgezet.’ Daarna zal de situatie echter snel verder escaleren in de fascinerende documentaire Gladbeck: Das Geiseldrama (92 min.), die volledig is opgebouwd uit authentiek archiefmateriaal.

Regisseur Volker Heise presenteert de bizarre gebeurtenissen sec, aan de hand van de nieuwsbeelden en -foto’s die destijds van de gijzeling zijn gemaakt. Hij voegt daar alleen verduidelijkende teksten, krantenkoppen en muziek aan toe. Terugblikinterviews blijven bijvoorbeeld achterwege. Terwijl de crisis zich ogenschijnlijk live ontvouwt, wordt invoelbaar hoe machteloos de autoriteiten zich moeten hebben gevoeld.

Overgeleverd aan de grillen van Rösner (‘Ich scheiß auf mein Leben!’) en zijn weinig spraakzame maat Dieter Degowski, die uiteindelijk koers zetten richting Nederland. En nog altijd op de vingers gekeken door de media als de zaak onvermijdelijk tot een grimmige afwikkeling komt. Udo Röbel, een verslaggever van een tabloid uit Keulen, is dan zelfs vrijwillig bij de gijzelnemers ingestapt.

Chris The Swiss

Zijn ontzielde lichaam werd op 7 januari 1992 aangetroffen in het Kroatische stadje Karlovac, gesneuveld tijdens de oorlog in het voormalige Joegoslavië. Christian Würtenberg, een gewone Zwitserse jongen. Journalist. Avonturier. En, volgens sommigen, een moedig man. ‘Het was een zelfmoordmissie’, stelt zijn broer Michael. ‘Geen enkele foto, geen enkele zin, niets is het waard om je leven voor te wagen. Geen enkel verhaal is reden genoeg om te sterven.’

De nicht van Chris The Swiss (90 min.), regisseur Anja Kofmel, wil weten wat Christian dreef en reist hem ruim twintig jaar later achterna. Intussen spreekt ze met zijn plaatselijke fixer, andere oorlogsjournalisten en huurlingen. Wat ze via hen te weten komt, verwerkt Kofmel in stemmige zwartwit-animaties die de laatste levensdagen van haar neef, zijn gemoedstoestand en de Joegoslavische burgeroorlog in het algemeen verbeelden. Dat is geen vrolijk stemmend verhaal.

Anja Kofmel is vooral benieuwd naar de onverwachte afslag die Christian in zijn laatste levensfase heeft genomen. In hoeverre zet die alles op zijn kop? vraagt de Zwitserse filmmaakster zich af. Of sluit deze wending juist aan bij de activiteiten die haar neef eerder heeft ontplooid in Zuid-Afrika? De beruchte terrorist Carlos de Jakhals noemt ‘Chris The Swiss’ in elk geval een dubbelagent. Vaststaat dat hij steeds verder is afgedaald in de hel die oorlog is. Totdat de dood erop volgde.

Deze overtuigende hybride van (ego)documentaire en animatiefilm uit 2018 zet dat drama goed in de verf en verdwaalt met hem in het morele mijnenveld van de Joegoslavische burgeroorlog, waarbinnen niets hoeft te zijn wat het ooit was of nu lijkt.

The Last Male On Earth

Hij is ‘de meest begeerde vrijgezel op aarde’. Een hit op Tinder. Er zijn zelfs T-shirts van Sudan: #BornHorny. Hij heeft echter nog maar 999 dagen. De laatste mannelijke noordelijke witte neushoorn. Sudan leeft in het Keniaanse natuurreservaat Ol Pejeta en zijn dagen worden in The Last Male On Earth (70 min.) letterlijk geteld. Van duizend terug naar nul. Het persbericht ligt zelfs al klaar: ‘Sudan, leeftijd XX, stierf op XX binnen zijn omheining en werd gevonden door zijn verzorger op XX op de XX dag van XX.’

Het is een aloude filmmakerstruc, die door ‘the master of suspense’ Alfred Hitchcock de Bom Theorie werd genoemd: leg een bom onder de tafel bij een gezellig etentje en de spanning is vanaf dat moment te snijden. Alleen: die bom mag niet afgaan. Nooit, aldus Hitchcock. Die regel wordt hier met voeten getreden. Sudans lot mag bekend worden verondersteld. Op maandag 19 maart 2018 blies hij zijn allerlaatste adem uit. Wereldwijd plaatsten media een overlijdensbericht. En met Sudans dood is ook zijn soort uitgestorven. Toch?

In haar eerste lange film documenteert Floor van der Meulen zijn laatste dagen op aarde. Een imposant dier, dik in de veertig inmiddels, waaromheen een heuse industrie is opgetuigd. Ruim zes miljoen dollar gaat er jaarlijks in om, waarvan alleen al ruim één miljoen voor beveiliging. Want ook al ben je dan de allerlaatste van jouw soort, voor stropers blijf je toch eerst en vooral handelswaar. Rond Sudans woonplek is dan ook een soort militair cordon opgebouwd, met goedgetrainde en zwaarbewapende rangers.

Het dier zelf krijgt daarvan weinig mee, zo lijkt het. Zoals het ook niet reageert op de talloze toeristen die zijn kant op worden gestuurd. Ze mogen hem van alle kanten bekijken. Fotograferen. Selfies maken, natuurlijk. En krabbelen, lekker achter zijn oor. Dat schijnt-ie fijn te vinden. Zolang ze niet met te veel tegelijk komen, tenminste. Zes maximaal. Ook om de ervaring exclusief te houden, vermoedelijk. Na afloop krijgen de bezoekers wel een opdracht mee: preach the gospel. Zorg ervoor dat de hele wereld te horen krijgt over het uitsterven van deze specifieke neushoornsoort.

Met de mensen om hem heen, van zijn vaste verzorgers en bewakers tot de medewerkers van de toeristenshop en dagjesmensen, laat Van der Meulen zien dat Sudan echt niet ‘zomaar een dier’ is. Hij is op zijn oude dag niets minder dan een symbool geworden, een perfecte posterboy voor een marketingcampagne over bedreigde diersoorten. De filmmaakster paart de verwikkelingen rond Sudan daarnaast aan de inspanningen van wetenschappers om deze neushoornsoort tóch te verzekeren van een toekomst. Waarbij de vraag aan de orde komt in hoeverre Sudan zelf daarin eigenlijk wel een rol speelt.

Die dubbelheid, in meerdere opzichten, tekent Floor van der Meulen, in de rug gesteund door het fraaie camerawerk van Christian Paulussen en de puntige muziek van Juho Nurmela, uiterst trefzeker op. Aan het eind van The Last Male On Earth, als alle dagen zijn weggeteld, gaat de spreekwoordelijke bom inderdaad af. Die zadelt de kijker echter niet alleen met een gevoel van opperste frustratie op, iets wat bijvoorbeeld Hitchcock te allen tijde wilde voorkomen. Deze slimme film laat een veel genuanceerdere mengeling van boosheid, zelfkritiek, humor en weemoed achter.

Missing Allen

Samen maakten ze zeven films. In 2001 zag de Duitse documentairemaker Christian Bauer zich echter genoodzaakt om een film te maken óver zijn Amerikaanse cameraman Allen Ross. Die was ruim vijf jaar eerder, eind 1995, plotseling van de aardbodem verdwenen.

Enkele jaren daarvoor had de zoeker Allen een mysterieuze nieuwe liefde opgedaan, ene Linda Greene (of Jennifer of Genevieve of…), en was hij van zijn geliefde geboortestad Chicago naar Oklahoma verhuisd. Van daaruit stuurde hij de Duitse regisseur ansichtkaarten met tot nadenken stemmende teksten als: ‘I seized the opportunity to seek answers for questions I had not been able to ask’. Of: ‘The masters will shut you up in a pen with others. Then it will be up to you to find a house to enter.’

Na Allens vertrek uit Chicago hadden ze nog een paar keer samen gedraaid, één keer zelfs met diens echtgenote erbij. Tijdens het filmen van een documentaire over de Mississippi-rivier in New Orleans had deze Linda erg opzichtig voor Allens camera gedanst, waarna haar echtgenoot, ogenschijnlijk gegeneerd, zich snel op andere activiteiten had geconcentreerd. Die gezamenlijke draaidag bleek achteraf de laatste keer dat Christian zijn vriend zou zien. Niet lang daarna was Ross weg. Voorgoed, zo leek het.

In Missing Allen (91 min.) probeert Christian Bauer, ondersteund door Allens tweelingbroer Brad, hoogbejaarde vader Laurids en vriendenkring, klaarheid te brengen in de raadselachtige verdwijningszaak. De film is gestructureerd als een zoektocht naar de waarheid. Naar wat er precies is gebeurd met Allen, maar zeker ook naar zijn enigmatische vrouw Linda, die ooit als verpleegster werkte in een hospice, maar liefst vijfmaal eerder getrouwd blijkt te zijn geweest en een eigen religieuze beweging, The Samaritan Foundation, schijnt te leiden.

In de documentaire schakelt Bauer soepel tussen zijn eigen herinneringen aan de cameraman Allen Ross, die daarmee opnieuw tot leven komt, en nieuwe ontwikkelingen in diens zaak, die hem steeds dieper het schaduwleven van zijn vermiste vriend insturen en tegelijkertijd langs enkele schokkende gebeurtenissen in het Amerika van de jaren negentig leiden. Het is een fascinerende tocht, niet voor niets diverse malen in de prijzen gevallen, die stelselmatig weigert om een hijgerige dertien-in-een-dozijn true crime-docu te worden.

Searching For Allen van NBC’s Dateline daarentegen is een typisch Amerikaanse crimestory. De aalgladde reportage uit 2005 geeft wel extra context bij Missing Allen en belicht bovendien wat er na het afronden van Christian Bauers documentaire nog duidelijk is geworden over het lot van Allen Ross. Te bekijken na de documentaire dus.

Genesis 2.0

Een koudebestendige olifant, die wil de Amerikaanse geneticus George Church best ontwikkelen. Een geheel nieuw dier, juist. Ergens tussen olifant en mammoet. Met zijn lange witte baard heeft de wetenschapper van Harvard University ook wel wat weg van onze lieve Heer.

Semyon Grigoriev, de directeur van het mammoetmuseum in Jakoetsk zou al tevreden zijn met een gewone levende mammoet. Misschien kan zijn broer Peter daarvoor zorgen. Hij is op de Nieuw Siberische Eilanden op jacht naar slagtanden van het allang uitgestorven dier. En misschien stuit hij daarbij tevens op levende cellen van de mammoet. Semyon zegt er maar eentje nodig te hebben.

In Genesis 2.0 (113 min.) buigt een gewone sterveling, regisseur Christian Frei, zich over wetenschap die voor God speelt. Van het combineren van bestaande diersoorten – men neme bijvoorbeeld de gaap of een zorse – tot het klonen van overleden huisdieren. Zo bezien is het reanimeren van de mammoet op termijn ook geen brug te ver. Om over het reproduceren van mensen nog maar niet te spreken.

Terwijl Frei de wereldwijde ontwikkelingen in de synthetische biologie in kaart brengt, is zijn coregisseur Maxim Arbugaev met een groep jagers afgereisd naar het Siberisch poolgebied. Ze houden elkaar op de hoogte middels brieven, die tevens als structurerend element fungeren voor deze overweldigende documentaire. Tegenover de geestdrift en geldingsdrang van ‘s werelds wetenschappers staat de noeste arbeid van gewone mannen in het langzaam smeltende permafrost.

Uitgedaagd door de barbaarse omstandigheden, op hun hoede voor ijsberen en vechtend tegen het gemis van hun naasten doorkruisen ze het onherbergzame gebied, ieder voor zich op zoek naar het ivoor dat hen van een inkomen kan voorzien. Frei begeleidt hun maandenlange queeste met enkele dramatisch getoonzette dichtregels uit een plaatselijk voorouderepos. Want een mammoet, zo leert het bijgeloof, brengt ongeluk.

Tijdens hun zoektocht naar het witte goud stuiten de mannen op een vrijwel intact exemplaar van het kolossale dier, dat daar al tienduizenden jaren moet liggen. Lukt het hen om genetisch materiaal veilig te stellen? En, werpt deze onrustbarende film op: moeten we dat eigenlijk wel willen?

Ajax: Daar Hoorden Zij Engelen Zingen


In het seizoen 1999-2000 maakte Ajax zich op om een geweldig eeuwfeest te vieren. Met een kampioenswaardige selectie, traditionele tenues met zwarte kousen én een heuse documentaire. Filmmaker Roel van Dalen kreeg toestemming om het seizoen dat natuurlijk moest worden bekroond met een kampioenschap van binnenuit vast te leggen. Het zou anders lopen. En dat kwam Ajax: Daar hoorden Zij Engelen Zingen (91 min.) natuurlijk alleen maar ten goede. Want zonder drama geen interessante film.

Het seizoen begint nog hoopvol. Hoofdtrainer Jan Wouters is bij de start van het seizoen vol vertrouwen, zeker als manager Danny Blind met de Griek Nikos Machlas op de valreep een absolute topspits binnen hengelt. Al snel komt de klad er echter in bij de zelfverklaarde Godenzonen en krijgt de piepjonge Cristian Chivu, die later furore zou maken als speler van AS Roma en Inter Milaan, een sleutelrol in het zwalkende elftal toebedeeld, een rol waarvoor hij helemaal niet klaar is.

Stap voor stap wordt het eerste elftal van Ajax afgeschminkt, totdat er alleen nog frustratie en wanhoop overblijft, verpersoonlijkt door de gewonde blik van de trainer. Terwijl de aanhang ‘Wouters, rot op’ scandeert, begint hij steeds meer op een bokser te lijken die nét een uppercut te veel heeft moeten incasseren. Als Wouters na alweer een desastreuze wedstrijd alleen, en begeleid door dramatische klassieke muziek van Ernst Reijseger, de spelonken van het stadion opzoekt, staat zijn lot eigenlijk al vast. Hij rookt een laatste sigaret.

Intussen kijkt Van Dalen ook mee in de jeugdopleiding van de Amsterdamse voetbalclub, waar piepjonge versies van latere topspelers als Gregory van der Wiel, Nordin Amrabat en Jeremain Lens zijn te herkennen. Dat levert memorabele scènes op, als de jongetjes rond wedstrijden en tijdens beoordelingsgesprekjes de Ajax-mores wordt bijgebracht. ‘Want wat zeg ik altijd?’ vraagt jeugdtrainer Robin Pronk bijvoorbeeld naar de bekende weg in de kleedkamer. ‘Bij Ajax zijn we…’ ‘Heel goed’, antwoordt één van de D1-spelertjes net iets te snel. ‘Nooit tevreden’, vult de rest van de elfjarige jongetjes braaf aan. Een groot deel van hen zal nooit het eerste elftal halen.

Dat geldt al helemaal voor de spelers die zich melden bij de voetbalschool in Ghana, waar een team van Ajax naar talenten speurt. ‘There is one important restriction’, declameert hoofdscout Jan Pruijn op autoritaire toon en in bloemkool-Engels. ‘We are not wasting time and sometimes money to look to players who are not in the right age.’ Even later voegen ze de daad bij het woord en worden spelers waarvan wordt vermoed dat ze jokken over hun leeftijd letterlijk aan de kant geduwd.

Velen zijn hen op dat gebied voorgegaan en ongetwijfeld zullen er nog veel meer volgen, zo hebben de afgelopen jaren wel aangetoond. Want Ajax mag dan de populairste club van het land zijn, die een diepgewortelde liefde bij zowel spelers en trainers als bestuurders en fans losmaakt. Het is ook een geliefde, waarvan je weet dat ie je vroeger of later, met veel bombarie waarschijnlijk, aan de kant zal zetten. In deze treurmars van een documentaire zit zulke tragiek, die de belangrijkste bijzaak van de wereld nu eenmaal kan losmaken, in zo’n beetje elke scène verscholen.

Ajax is meer dan een voetbalclub. Ajax is ook een soort idee, van superieur Nederlands voetbal dat de wereld verovert. Misschien verklaart dat waarom er over mijn favoriete club, PSV, geen serieuze documentaires zijn gemaakt en ik zo nog twee andere interessante films kan opnoemen over de directe concurrent: De Superjoden Van Ajax (over de, soms lastige, relatie tussen Ajax en Joden) en Mijn Bovenburen (over meneer Schoevaart, die al tachtig jaar lid is van Ajax en naar verluidt Sjaak Swart nog heeft leren voetballen).

Intussen wacht ik natuurlijk, tegen beter weten in, op dat diepgravende psychologische portret van Willy en René van de Kerkhof, een artistieke documentaire over de lange, lange weg van Wilfred Bouma (werktitel: Fredje Op Links) of een vlieg op de muur-film over mijn favoriete voetballer van dit moment, Joshua Brenet. Hoe manifesteert deze gemaakte linksback, die zojuist kampioen is geworden, zich volgend jaar aan zijn vertrouwde rechterflank?