Big Boys Gone Bananas!*

Netflix

In 2009 maakt Fredrik Gertten Bananas!*, een documentaire over een rechtszaak waarbij Nicaraguaanse medewerkers van de multinational Dole hun werkgever aanklagen vanwege het gebruik van een verboden pesticide. Ze zouden er onvruchtbaar door zijn geworden. De rechter stelt de medewerkers van de bananenplantage uiteindelijk in het gelijk.

Wanneer Gerttens film in wereldpremière gaat tijdens het Los Angeles Film Festival komt er bij producent WG Film, een bedrijfje met zegge en schrijve vier medewerkers, echter een brief binnen van Dole’s advocaten. Als de documentaire, die volgens hen talloze onwaarheden bevatte, wordt vertoond, ondernemen ze juridische actie. De bananenfabrikant zet ook meteen het filmfestival en de sponsoren daarvan flink de duimschroeven aan.

Intussen heeft nog vrijwel niemand – ook Dole niet – de film al gezien. En als het aan Gerttens opponenten ligt, gaat dit ook nooit gebeuren. Dat laat de Zweedse documentairemaker echter niet zomaar gebeuren. Hij huurt een extra cameraploeg in, die de strijd om zijn film begint te documenteren. De weerslag daarvan verschijnt vervolgens in 2011 onder de noemer Big Boys Gone Bananas!* (86 min.). Het is een typisch David & Goliath-verhaal geworden, waarbij David steeds verder onder druk wordt gezet en meer en meer medestanders dreigt te verliezen.

Als Bananas!* alsnog in première gaat in Los Angeles, leidt dit bijvoorbeeld tot een bijzonder pijnlijk tafereel: van tevoren moet er in de zaal een disclaimer worden voorgelezen, die onder andere de volgende zinnen bevat: ‘Voordat u deze film ziet moet u weten dat aan de geloofwaardigheid ernstig wordt getwijfeld. De rechter vermeldde speciaal in haar vonnis dat de getuigen die u ziet in de Tellez-rechtszaak meineed pleegden en vals bewijs van onvruchtbaarheid hebben overlegd. Dit wordt in de film die u gaat zien niet benoemd.’

Fredrik Gertten is verzeild geraakt in een vuile oorlog, waarbij Dole bijvoorbeeld iemand bereid vindt om de documentaire in een opiniestuk te vergelijken met de nazi-propagandafilm Der Ewige Jude en daarnaast ook Gerttens naam opkoopt. Zodat argeloze googelaars een advertentie voor de bananenproducent vinden als ze op de termen ‘Fredrik’ en ‘Gertten’ zoeken. In de strijd om het eigen merk te beschermen is nu eenmaal (vrijwel) alles geoorloofd en moet ook de vrijheid van meningsuiting maar even wijken. Of zoals een beruchte PR-slogan de insteek bondig samenvat: het is gemakkelijker om met een slecht geweten om te gaan dan met een slechte reputatie.

Big Boys Gone Bananas!* wordt zo een ontluisterend en nog altijd bijzonder actueel exposé over onafhankelijke journalistiek, de PR-industrie en het gevecht om de beeldvorming.

Why Did You Kill Me?

Netflix

Op het social mediaplatform MySpace zoekt Angel contact met Jokes. ‘Hou je van me?’ wil ze van hem weten. ‘Dat weet je toch?’ antwoordt hij. ‘Zeg het dan’, probeert ze hem uit te dagen. Hij gaat overstag: ‘Ik hou van je.’ Stap voor stap werkt Angel vervolgens toe naar de belangrijkste vraag die ze nog voor hem heeft: ‘Waarom heb je me vermoord?’.

Het is een intrigerende opening voor de true crime-documentaire Why Did You Kill Me? (84 min.) van Fredrick Munk. Het vervolg mag er eveneens wezen: Belinda Lane, de moeder van het slachtoffer, reconstrueert met behulp van een maquette en speelgoedautootjes wat er op die fatale 24 februari 2006 is gebeurd met ‘Angel’, de 24-jarige Crystal Theobald.

De witte Ford Expedition van William ‘Jokes’ Sotelo heeft daarin in elk geval een prominente rol gespeeld. Maar wie heeft de fatale schoten gelost? En welke rol speelt de 5150-bende, die al enige tijd de dienst probeert uit te maken in Riverside, een voorstad van Los Angeles? Moeder Belinda gaat, met de hulp van een handig nichtje, undercover op MySpace.

Met het nodige kunst- en vliegwerk weet ze informatie te verzamelen over wat er met Crystal kan zijn gebeurd en wie daarin waarschijnlijk een rol heeft gespeeld. Intussen krijgt de kijker een inkijkje in het grimmige milieu waarbinnen het drama zich heeft afgespeeld: ‘low life America’, waar armoe, (huiselijk) geweld en verslaving een perpetuum mobile van ellende veroorzaken.

Belinda Lane is daarvan zelf een treffend voorbeeld. Ze is waarschijnlijk een stuk jonger dan haar afgetobde hoofd doet vermoeden. Een ondergebit zou ook al heel veel helpen. Uit alles spreekt dat haar leven, ook al vóór Crystals gewelddadige dood, een aaneenschakeling van malheur was. In de zaak van haar dochter komt ze zichzelf nog eens knoerthard tegen.

En tóch, ook tot haar eigen verbazing, vindt ze zowaar iets van verzoening. Daar zit uiteindelijk ook de voornaamste meerwaarde van deze degelijke true crime-productie, die voorzichtig aanschurkt tegen bijdetijdse genretoppers als Don’t F**k With Cats: Hunting An Internet Killer en Love Fraud, maar dat niveau zeker niet haalt.

Laurel Canyon: A Place In Time

In Laurel Canyon, een idyllisch deel van Los Angeles, hing magie in de lucht: de geest van de sixties waarde er rond en bracht zijn meest verlichte vertegenwoordigers mee. Ze vormden bands als The Byrds, Love, The Mamas & The Papas, Buffalo Springfield en The Doors. En de fotografen Henry Diltz en Nurit Wilde, de laissez-faire vertellers van dat historische verhaal, keken hun ogen uit en legden voor het nageslacht vast wat zij mochten zien.

Dit babyboomer-tweeluik van Alison Ellwood kijkt ook over de Love & Peace-schutting: de vallei vormde immers niet alleen een toevluchtsoord voor musicerende hippies. Ook Frank Zappa, The Monkees en Alice Cooper hielden er huis. Zodat het er niet te serieus en zoetsappig aan toe zou gaan in Laurel Canyon: A Place In Time (156 min.). En anders kwam Sadie Mae Glutz, één van de vooraanstaande leden van The Manson Family, wel even langs, met haar vriendje Bobby Beausoleil.

Niet veel later zouden deze twee betrokken raken bij de gruwelijke Tate- en LaBianca-moorden, die een rassenoorlog hadden moeten ontketenen. Ideetje van hun leider, de gesjeesde muzikant Charles Manson. Helter Skelter, juist. De oorlog in Vietnam en een volledig uit de hand gelopen concert van The Rolling Stones bij de Altamont-racebaan, waarbij de als beveiligers ingehuurde Hells Angels een zwarte concertganger doodden, zouden de geest van de vrijgevochten jaren zestig, perfect vervat in het nummer Woodstock van Joni Mitchell, vervolgens weer helemaal in de fles doen verdwijnen.

In Laurel Canyon, zo laat het tweede deel van deze verzorgde en ook wat brave documentaire zien, vond er intussen een wisseling van de wacht plaats, waarbij seventieshelden als Jackson Browne, The Flying Burrito Brothers, Bonnie Raitt, The Eagles en Linda Ronstadt het nieuwe decennium een countryfeel meegaven en zo een eigen hoofdstuk toevoegden aan de muziekgeschiedenis van dit glorieuze deel van de ‘City Of Angels’. Wat de rol van Laurel Canyon daarin was – en of de plek überhaupt echt een rol speelde – blijft daarbij een beetje ongewis.

Ellwood verweeft al die verhalen, off screen geduid door de direct betrokkenen, overigens soepeltjes met elkaar en geeft de bijbehorende muziek behoorlijk wat ruimte. Al lijkt haar selectie ook tamelijk willekeurig en zijn de meeste van die zo-maakten-wij-belangwekkende-muziek verhalen al eerder verteld. Een halve eeuw later lijkt het alsof de trip nostalgia naar de helden van Laurel Canyon nu wel vaak genoeg is gemaakt, dat déze tijdgeest even niet meer per se hoeft te worden opgeroepen. Oké, boomer?

Circus Of Books

Netflix

‘Op de vraag waar onze ouders werkten was het antwoord: in een boekwinkel’, vertelt Micah Mason. Het duurde niet lang of de jongen wist wel beter. ‘Wij hebben een boekwinkel’, luidde de instructie van zijn vader en moeder volgens broer Josh. ‘Dat vertel je mensen.’ De kinderen moesten echter naar beneden kijken als ze in diezelfde winkel waren. Want behalve een boekenzaak was de firma van hun ouders Karen en Barry ook ‘een hardcore gaypornozaak‘: Circus Of Books (86 min.) aan de Santa Monica Boulevard in West-Hollywood. Zus/dochter Rachel Mason wijdde er deze documentaire aan.

Niet dat haar vader en moeder zich schaamden voor hun business, die ook nog het maken van ‘adult entertainment’ voor mannen omvatte, maar ze wilden niet dat hun kinderen er last van zouden krijgen. Via hun winkel zou het Joodse echtpaar deelgenoot worden van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de strijd van puriteins Amerika tegen pornografie, de AIDS-epidemie van de jaren tachtig en de opkomst van het internet – en de onvermijdelijke neergang van (porno)videotheken die daarop zou volgen. Die roerige geschiedenis doen Karen en Barry Mason, samen op de bank, nuchter uit de doeken. Daarbij wordt al snel duidelijk dat zij thuis de broek aanheeft en hij over de beste glimlach van het westelijk halfrond beschikt.

Het no-nonsense koppel wordt bij het ophalen van herinneringen aan de tijd dat ze in de frontlinie stonden van de strijd tegen censuur en homodiscriminatie bijgestaan door hun kinderen, medewerkers en klanten van hun winkel én blikvangers uit de business waarin ze zich al die jaren hebben opgehouden: Hustler-uitgever Larry Flynt (altijd op zoek naar distributie voor zijn schmutzige tijdschriften), gaypornoster Jeff Stryker (met zijn eigen actiepoppetje, inclusief te verbuigen geslachtsdeel) en LGBT-activist van het eerste uur Alexei Romanoff (die net als veel andere gays een geborgen plek vond bij Circus Of Books, waar je tussen de schappen bovendien lekker kon vozen).

Toch was de homo-emancipatie ook in Huize Mason nog altijd niet volledig afgerond. Daar zit ook het persoonlijke drama van deze aardige egodocu, die tevens van dichtbij vastlegt hoe de klad er inmiddels stevig inzit bij Circus Of Books. Voor Karen en Barry is het tegenwoordig steeds afwachten of ze aan het eind van de week het personeel kunnen betalen. Hun winkel, die al sinds 1982 draait, dreigt roemloos ten onder te gaan. Voor de zekerheid ruimen ze alvast het magazijn leeg. Hele stapels gayporno, educatief materiaal voor hele generaties opgroeiende homo’s, verdwijnt in de afvalcontainer. Waar het volgens sommige Amerikanen altijd al thuishoorde. En voor die mannen was er dan een kast.

The Trials Of Gabriel Fernandez

Netflix

Volgens de allereerste melding bij het alarmnummer 911 is hij ‘uitgegleden in bad’. Terwijl de opgetrommelde hulpverleners de achtjarige jongen proberen te reanimeren, nemen ze ongewild de verdere schade op: blauwe plekken, striemen, breuken, wurgsporen, bijtwonden, ribfracturen en brandwonden. Gabriel Fernandez ziet er gruwelijk uit. Hij is een (dan nog) levend toonbeeld van kindermishandeling geworden.

Wat is er op die fatale 22e mei 2013 gebeurd in het huis van Gabriels moeder Pearl Fernandez en haar vriend Isauro Aguirre, tegen wie nu de doodstraf wordt geëist? En in hoeverre zijn de plaatselijke jeugdzorgmedewerkers medeschuldig aan de dood van het jongetje, die zij als professionals toch al maanden hadden kunnen/moeten zien aankomen? De zesdelige docuserie The Trials Of Gabriel Fernandez (328 min.) belicht de noodlottige kwestie van verschillende kanten.

Waarbij het de vraag is of de ramp die met de wijsheid van nu gemakkelijk lijkt te voorspellen ook daadwerkelijk zichtbaar was voor de directe omgeving van Gabriel en de agenten, schoolambtenaren en hulpverleners daaromheen. En houdt de hele kwestie nog verband met werkdruk bij maatschappelijk werkers (van wie er nu vier ettelijke jaren gevangenisstraf boven het hoofd hebben hangen) en het feit dat elementaire zorgtaken zijn uitbesteed aan bedrijven met een winstoogmerk?

De werkelijkheid ligt in elk geval een stuk genuanceerder dan de gemakkelijke waarheid van slechte ouders die hun kind, al dan niet met voorbedachte rade, hebben doodgemarteld. Dit is een systeemfout, betoogt filmmaker Brian Knappenberger, die de tijd neemt om alle lagen van de zaak af te pellen en te bekijken hoe het opsporen van mogelijke bedreigende situaties in de toekomst kan worden verbeterd.

Daarmee drijft deze lijvige miniserie soms wel erg ver af van dat ene gemaltraiteerde achtjarige jongetje, dat een tragische posterboy is geworden voor de gruwelijkste vormen van kindermishandeling.

Foster

HBO

Op de avond voordat haar dochter werd geboren, gebruikte Raeanne cocaïne. Dat komt haar duur te staan: baby Kris’Lyn wordt uit huis geplaatst. Samen met vader Chris moet moeder voor de rechter verschijnen. Het kind, waarvan het de vraag is of het iets heeft opgelopen door Raeannes drugsgebruik, mag bij Chris verblijven. Hij komt alleen wel onder curatele te staan. En zijn vriendin moet afkicken en krijgt een beperkte bezoekregeling.

Terwijl de prille ouders proberen op te krabbelen, ondersteund en gecontroleerd door jeugdzorg, vertellen ze in deze documentaire hun eigen levensverhaal. Dat blijkt uiteindelijk een logische aanloop naar het punt in hun leven waarop ze nu in aanvaring zijn gekomen met de wet of een beroep moeten doen op hulpverlening. En dat geldt eigenlijk voor alle hoofdpersonen van Foster (113 min.), een poignante film van Deborah Oppenheimer en Mark Jonathan Harris over het reilen en zeilen bij de jeugdzorg van Los Angeles.

Één op de acht kinderen in de Verenigde Staten komt in contact met jeugdzorg vanwege verwaarlozing of mishandeling. 400.000 Amerikaanse kinderen en jongeren verblijven in de opvang. Deze documentaire zoekt enkele van hen op in die vermaledijde hoek waar steeds weer de klappen vallen. De achttienjarige tiener Mary bijvoorbeeld, een mooi meisje waarvan je in eerste instantie zou kunnen denken dat ze alles goed voor elkaar heeft. Mary werd echter geboren als drugsbaby en verbleef al op talloze opvangplekken. ‘Waarom gaven al die families me op?’ vraagt ze zich nu af.

Of de zestienjarige Dasani, die regelmatig voor de jeugdrechter moet verschijnen vanwege problemen die hij veroorzaakt in het opvanghuis waar hij op dit moment verblijft. Terwijl de Afro-Amerikaanse jongen wordt gestimuleerd en gedwongen om zijn leven te beteren, is er nog altijd dat ene onverwerkte familietrauma. Zou erover rappen helpen? En lukt het hem uiteindelijk om zichzelf op de rit te krijgen en tegelijkertijd dat achterstallige onderhoud weg te werken?

Oppenheimer en Harris spreken en portretteren niet alleen de kids zelf, maar ook de advocaten, hulpverleners, belangenbehartigers, deskundigen en reclasseringsmedewerkers om hen heen. Mensen met het hart veelal op de goede plek, zoals de voormalige Mom USA Earcylene Beavers, die al tientallen jaren zogenaamde probleemkinderen opvangt, en de betrokken jeugdzorgmedewerker Jessica Chandler. Zij werkt tegenwoordig bij de instantie waarop ze ooit zelf als verwezen tiener was aangewezen.

Foster is een optimistische film en wil dat ook duidelijk zijn. Dat laat onverlet dat het (net als in ons eigen land overigens, getuige bijvoorbeeld de veelbesproken documentaire Alicia) gaat om bijzonder weerbarstige problematiek, die bovendien een duidelijke relatie heeft met al even hardnekkige maatschappelijke kwesties als armoede, gebroken gezinnen en onleefbare wijken. Gezamenlijk staan de jongeren en hun entourage daarom voor een enorme opdracht: hoe houd je in zo’n leefomgeving, soms tegen beter weten in, zoiets elementair menselijks als hoop levend?