Trump: An American Dream

Netflix

Is er iets óver, ván of mét Donald Trump te bedenken wat we nog niet weten (en wat we dan ook nog zouden wíllen weten)? Of is onze honger om alles te vernemen over de Amerikaanse president werkelijk niet te stillen? De vierdelige documentaireserie Trump: An American Dream(221 min.) zoekt het in elk geval niet in nieuwe schandalen of pijnlijke onthullingen, maar probeert via zijn publieke leven de man achter de (zelf gecreëerde) mythe te vinden en schetst intussen een portret van het hedendaagse Amerika.

Niet op de hap-slik-weg manier, waarbij boude statements, scherpe veroordelingen of overtrokken  loftuitingen elkaar afwisselen – op zijn Trumps, zeg maar. Maar gedegen, afgewogen en genuanceerd. Daarvoor gaat de serie van Barnaby Peel terug naar de jaren zeventig. Naar de beginnende ondernemer Donald J. Trump, een jonge hond die zijn succesvolle vader Fred naar de kroon wil steken. Een cocky mannetje, dat zeker, maar bepaald niet het karikaturale personage dat veertig jaar later president van de Verenigde Staten zal worden.

Trump: An American Dream belicht met een zorgvuldige mixture van treffend archiefmateriaal en interviews met intimi, medewerkers, journalisten en opponenten achtereenvolgens zijn vastgoedcarrière in New York, de casino’s in Atlantic City die hem aan de rand van de financiële afgrond brachten, zijn celebrity-huwelijken met de bijbehorende publieke crises en de politieke carrière die hem het presidentschap bracht. Ergens onderweg heeft hij elke reserve laten varen; de ambitieuze entrepeneur transformeert voor je ogen in zowat de verpersoonlijking van reality-tv. Van snelle jongen naar boze witte man, zogezegd.

Rest de vraag: waarom? Had hij al die bravado, zelffelicitatie en blufpoker nodig, zo vraagt deze Britse docuserie zich af, om uit de schaduw van Fred Trump te kunnen springen? En welke rol speelde de rücksichtslose advocaat Roy Cohn, de voormalige rechterhand van de beruchte Amerikaanse communistenjager Joe McCarthy, in dat proces? Voor Cohn, die de jonge Donald onder zijn hoede nam, telde werkelijk maar één ding: winnen. Ten koste van alles en iedereen. Graag zelfs. En als een ander toevallig eens won, dan betekende dat indirect verlies voor jou en moest diens kop er dus af. Liefst in het openbaar.

Die eenvoudige logica lijkt Trump ook als politicus te typeren. Trump: An American Dream hamert dat er niet in. Het vierluik doet het bijvoorbeeld zonder voice-over en laat de beelden, getuigen en The Donald zelf voor zichzelf spreken. En zo kom je tot nieuwe inzichten – de gelijkenissen tussen de politieke carrières van Trump en worstelaar Jesse Venturabijvoorbeeld – en stuit je zelfs nog op nieuwe weetjes over de vleesgeworden mediahype. Dat zijn favoriete film de Orson Welles-klassieker Citizen Kane is, bijvoorbeeld. Over een tycoon die alleen en verbitterd eindigt. Waarbij Trump, de man die toch zo opzichtig zweert bij uiterlijk vertoon, vreemd genoeg constateert dat geld niet gelukkig maakt en je zelfs van de rest van de wereld kan isoleren.

Als bijsluiter voor deze uitstekende serie adviseer ik de documentaire Get Me Roger Stone van Morgan Pehme, eveneens te zien op Netflix. Deze kostelijke film over de schmutzige rechterhand van Donald Trump is zowel schokkend als grappig en geeft nog meer inzicht in het fenomeen The Donald.

20 Feet From Stardom


Ontbrak nu dat ene écht bijzondere talent waarmee ze de wereld helemaal naar hun hand hadden kunnen zetten? Of misten ze gewoon de nietsontziende ambitie, en het bijbehorende ego, om alles en iedereen aan de kant te schuiven en zelf de bovenste plek op het ereschavot te claimen? Die vragen hebben de hoofdpersonen van de Oscar-winnende documentaire 20 Feet From Stardom (91 min.) uit 2013 zichzelf ook regelmatig gesteld.

Zit er in Darlene Love, die een groot deel van Phil Spectors monsterhits inzong, werkelijk geen wereldster? Dat is nauwelijks voor te stellen. Zoals ook Lisa Fischer (The Rolling Stones/Tina Turner) en Cindy Mizelle (Bruce Springsteens E Street Band) meer dan genoeg kwaliteit en uitstraling hebben om vol in de spotlights te kunnen staan. In plaats daarvan nemen ze genoegen met een bijrol in een achtergrondkoortje. Tussen alle tweede stemmen en ‘woo-woo’- en ‘yeah-yeah’-koortjes door krijgen ze zo nu en dan een enkel momentje onverdeelde aandacht als Mick, Tina of Bruce even een stapje opzij doen.

Regisseur Morgan Neville, die enkele jaren geleden ook de Netflix-docu Keith Richards: Under The Influence afleverde, maakte een onweerstaanbare film over de vrouwen die de beste bijrollen uit de pophistorie afleverden. Met onvergetelijke vocalisten die waarschijnlijk toch zullen worden vergeten. Geen artistiek hoogstandje, deze documentaire, maar een bijzonder doeltreffende film waarin absolute toptalenten en hun opzwepende muziek (zwaar dooraderde soul, pop, rock en gospel) nu eens vol in de schijnwerpers worden gezet.

20 Feet From Stardom heeft in de afgelopen jaren navolging gekregen met films over andere bijfiguren uit de popgeschiedenis. De matige documentaire Hired Gun, te vinden op Netflix, focust zich op de beste huurkrachten van de rock & roll, zoals bijvoorbeeld Kenny Aronoff (John Mellencamp) en Justin Derrico (Pink), maar blijft een beetje in de bijbehorende clichés en sterke verhalen steken.

Dan is Rock ‘N Roll Guns For Hire: The Story Of The Sidemen, een film waarin voormalig David Bowie-gitarist Earl Slick optreedt als host, een stuk interessanter. Samen met musici die The Rolling Stones, Otis Redding, Prince, Billy Joel en Beyoncé ter zijde staan of stonden, probeert hij een karakterschets te maken van de ideale muzikale rechterhand.

No Stone Unturned


Binnen enkele seconden was het voorbij. Ray Houghton had zojuist gescoord voor Ierland en leek zijn land in de openingswedstrijd van het WK langs de Italianen te schieten. Iedereen in The Heights Bar in de kleine plattelandsgemeenschap Loughinisland was opgetogen; hoe ver zou de Ierse nationale ploeg kunnen reiken tijdens dit wereldkampioenschap voetbal? En toen, op die fatale achttiende juni in 1994, barstte het geweervuur los. Enkele ogenblikken later waren er zes plaatselijke mannen dood. Stuk voor stuk katholiek.

Sir Patrick Mayhew, de Britse staatssecretaris voor Noord-Ierland, sprak de daders na de uitvaart stevig toe: ‘je wordt gepakt en zult heel veel jaren in de cel doorbrengen.’ Na zulke ferme taal zou je een gigantische klopjacht op de twee voortvluchtige schutters verwachten. Die werd de nabestaanden ook beloofd: de politie zou letterlijk elke steen omdraaien om de daders te vinden. Bijna 25 jaar na dato maakt No Stone Unturned (110 min.) van Alex Gibney, één van Amerika’s succesvolste documentairemakers, die belofte eindelijk echt waar.

Tijdens zijn diepgravende onderzoek naar de nog altijd onopgeloste moorden belandt Gibney midden in ‘the Troubles’, de pijnlijke strijd om Noord-Ierland in de tweede helft van de twintigste eeuw. Moest dat worden opgenomen in Ierland, zoals katholieke republikeinen wilden? Of onderdeel blijven van het Verenigd Koninkrijk, wat de protestantse loyalisten voorstonden? Paramilitaire groepen zoals de IRA (Irish Republican Army) en de UVF (Ulster Volunteer Force) bestreden elkaar te vuur en te zwaard. En gewone burgers, zelfs als ze ogenschijnlijk ver van de frontlinie in Belfast woonden, werden er het slachtoffer van.

De zoektocht naar de daders van het lukrake geweld tijdens The Loughinisland Massacre, en het drijfzand waarin die vastliep, staat centraal in deze spannende documentaire. Gibney komt talloze pijnlijke en weggemoffelde feiten op het spoor, die hij met gevoel voor suspense en drama uitserveert. Die belofte aan de nabestaanden is nooit ook maar een Penny waard geweest, zo wordt glashelder. Het is moeilijk om er niet boos van te worden. No Stone Unturned blaast met verve het stof van een aloude politieke wijsheid: the cover-up is worse than the crime. Bijna dan.

Dat deze kwestie, bijna 25 jaar na dato, nog altijd veel emoties losmaakt, bleek vorig jaar enkele dagen voor aanvang van het Tribeca Film Festival, waar de documentaire in première zou gaan. Vanwege ‘outstanding legal isssues’ werd de film teruggetrokken. Die complicaties zijn inmiddels – blijkbaar – uit de weg geruimd.

Dance Or Die


‘Iedereen vecht zijn eigen oorlog’, zegt Ahmad Joudeh bij de start van Dance Or Die (54 min.), een indringende film van Roozbeh Kaboly, die al diverse reportages voor Nieuwsuur maakte over de ontheemde danser. ‘Toen ik besloot om danser te worden, begon mijn oorlog.’ Even later loopt hij door Yarmouk, het volledig kapot geschoten Palestijnse vluchtelingenkamp in de Syrische stad Damascus waar hij opgroeide. Dan weerklinkt geweervuur. ‘Ze schieten op ons’, reageert hij laconiek. ‘Maar ze kunnen me niet raken.’

Ze hebben hem ooit in zijn benen proberen te schieten, stelt Ahmad zonder omhaal van woorden. Omdat hij de plaatselijke kinderen wilde leren dansen. Als reactie heeft hij een levensmotto in zijn nek laten tatoeëren: ‘dans of sterf’. Waarna hij de daad bij het woord voegt en, te midden van de onvoorstelbare ravage die de Syrische burgeroorlog heeft aangericht, een stijlvolle kleine dansvoorstelling geeft. Pure schoonheid, te midden van totale vernietiging. Hij zal in deze film op nog meer opmerkelijke plekken dansen, zoals bijvoorbeeld in een verweesde parkeergarage.

Ahmad Joudeh woont inmiddels anderhalf jaar in Nederland, danst bij het Nationale Ballet en begint zo langzamerhand een graag geziene gast in voorstellingen en televisieprogramma’s over de hele wereld te worden. Het leven lacht hem ogenschijnlijk toe; binnen de balletwereld heeft hij zijn plek en geestverwanten gevonden. Intussen blijft hij natuurlijk gewoon ‘een danser’, zo’n beetje het ergste wat zijn traditionele vader kon bedenken. Een schande voor de familie. Homoseksueel waarschijnlijk. Het huwelijk van zijn ouders ging eraan kapot.

Vanuit Amsterdam probeert Joudeh de relatie met zijn moeder thuis te onderhouden. En dan blijkt plotseling ook zijn vader in Europa te zijn aanbeland, waar hij zijn zoon, een internationale ster inmiddels, maar al te graag wil ontmoeten. Slaagt vader erin om zich te verzoenen met zijn zoon? Dat kleine verhaal, van een kind dat geaccepteerd wil worden door zijn ouder, vormt het hart van deze fraaie film, die een grote en schokkende wereldgebeurtenis en het leven daarna terugbrengt naar de menselijke maat.

The Poetess

IDFA

‘Als een vogel opgroeit in een kooi’, stelt de Saudische dichteres Hissa Helal Remia. ‘Dan past hij zich aan de kooi aan.’ De hoofdpersoon van The Poetess (57 min.) toont nochtans aan dat zo’n vogeltje gewoon blijft zingen (of beter: declameren) zoals het gebekt is. Op tamelijk luchtige wijze belichten Stephanie Brockhaus en Andreas Wolff in deze fijne documentaire de (benarde) positie van vrouwen in de Arabische wereld en hoe die in de afgelopen eeuw is ontstaan.

Een vrouw op een podium is voor bepaalde mannen nog altijd vergelijkbaar met een zedendelict, meent Hissa Helal. In een volledig geblindeerde zwarte nikab doet ze in Abu Dhabi mee aan Million’s Poet, een soort Arabia’s Got Talent waarin poëten uit landen als Jordanië, Oman en Koeweit een miljoenenpubliek proberen te veroveren. Vrijwel alle deelnemers zijn mannelijk, want vrouwen kunnen natuurlijk niet dichten.

Met haar eloquente tirades tegen de misstanden in haar wereld oogst Hissa zowel bewondering als kritiek. ‘Je bent duidelijk opstandig’, zegt de plaatselijke Gordon tijdens zijn beoordelingspraatje, maar hij laat haar wel naar de volgende aflevering gaan. Bij ronde 3 slaat de vlam in de pan als ze zich ongeremd uitspreekt tegen oproepen tot geweld van prominente geestelijken, de zogenaamde fatwa’s.

‘Als ik de waarheid onthul’, doceert Hissa Helal Remia op gedragen toon in het gedicht dat haar voor even wereldnieuws zal maken, ‘komt er een monster tevoorschijn met barbaarse denkwijzen en handelingen.’

Recruiting For Jihad

IDFA

In Recruiting For Jihad (80 min.) vertelt Adel Khan Farooq het verhaal van Ubaydullah Hussain. Beide mannen zijn ongeveer even oud, hebben hun roots allebei in Pakistan liggen en groeiden op in Noorwegen. Toch staan ze mijlenver van elkaar: Farooq werd journalist, Hussain islamist. De één koestert de westerse democratie, de ander wil die juist omver werpen.

Via zijn contact met Hussain krijgt Farooq, die wordt ondersteund door de Noorse filmmaker Ulrik Imtiaz Rolfsen, begin 2014 toegang tot de verborgen wereld van radicale moslims in Europa, die in de dan net opgerichte Islamitische Staat een soort ideale samenleving zien. Jonge ‘gelovigen’, die daadwerkelijk bereid zijn om de wapens op te nemen in Irak of Syrië. Ze duiken op in IS-video’s, als martelaar of beul.

Intussen trekt Ubaydullah Hussain steeds meer de aandacht met extreme uitspraken na de aanslagen op Charlie Hebdo en bij de marathon van Boston en begint de Noorse politie interesse te krijgen in het ruwe beeldmateriaal dat Farooq heeft gemaakt van de goedgebekte jihad-werver en de door hem geronselde strijders, die in deze interessante volgdocu worden klaargestoomd voor de heilige strijd.

De Verloren Kinderen Van Het Kalifaat

 
Grootvader Houssein wil op zoek naar zijn dochter Meryem en haar twee kinderen. Hij weet nauwelijks waar hij moet zoeken. In Syrië, zoveel is duidelijk. Het verscheurde land waar zijn dochter, samen met Housseins ex-vrouw, enkele jaren eerder is beland. De twee vrouwen hadden zich aansloten bij IS.
 
Sinan Can, met in zijn kielzog regisseur Jochem Pinxteren, vergezelt de (groot)vader in De Verloren Kinderen Van Het Kalifaat (50 min.) naar het hart van de Islamitische Staat. Daar stierf ook Hoesseins jongste zoon Ilyas, eveneens als onderdeel van IS. Op zestienjarige leeftijd, voor een nooit verwezenlijkt ideaal; Islamitische Staat heeft inmiddels de aftocht moeten blazen en een totaal verwoest land achtergelaten.
 
In Racca, het voormalige hoofdkwartier van IS, hangt nog letterlijk de geur van de dood. Die went nooit. Even verderop, op het centrale plein, werden ten overstaan van de lokale bevolking de wekelijkse executies voltrokken. Enkele geradicaliseerde Nederlanders deden er enthousiast aan mee en gingen daarna trots op de foto met de afgehakte hoofden, meldt Can in één van de vele voice-overs waarmee hij de gesprekken en gebeurtenissen tijdens de reis van diepte en context voorziet.
 
Terwijl de twee mannen hun zoektocht vervolgen door de volledig ingestorte Islamitische Staat en spreken met plaatselijke burgers en notabelen, komt één vraag steeds terug: waarom? Wat heeft Syriëgangers zoals Housseins ex-vrouw, dochter en zoon bezield om strijder voor het Kalifaat te worden? Zo stevenen ze af op een aangrijpende ontknoping, waarbij Sinan Can het hoofd opmerkelijk koel weet te houden. Zodat de kijker vooral met prangende vragen achterblijft, in plaats van al te gemakkelijke antwoorden.
 
De complete documentaire is hier te bekijken.

Wild Wild Country

Netflix

Ooit heette het dorp in Oregon Antelope. Het lag in ‘the middle of nowhere’, in het afgelegen Noordwesten van de Verenigde Staten, en herbergde zo’n vijftig inwoners, veelal oude van dagen. Conservatieve Amerikanen, die het goed hadden met elkaar. Totdat de Bhagwan-beweging uit India in 1981 even verderop met veel bombarie een eigen stad bouwt. Niet veel later is Antelope helemaal onder de voet gelopen en omgedoopt tot Rajneeshpuram, ofwel City Of Rajneesh.

Die nieuwe stad moet het centrum worden van de wereldwijde beweging van Bhagwan Sri Rajneesh, die over de hele wereld zijn eigen communes heeft opgericht, waaronder ook in Amsterdam. Duizenden ‘sannyasins’, in die karakteristieke roze, paars en bordeauxrode kleding, prediken in naam van de enigmatische goeroe gemeenschapszin, meditatie en vrije liefde. De oorspronkelijke bewoners van Antelope zien de komst van ‘de sekte’  met lede ogen aan. Een confrontatie is onvermijdelijk.

De zesdelige serie Wild Wild Country (400 min.) van de broers Chapman Way en Maclain Way reconstrueert met enkele hoofdrolspelers, onder wie Bhagwans roestvrijstalen rechterhand Ma Anand Sheela, kopstukken van de beweging en dorpsbewoners, de clash tussen de commune en Antelopers, die zowel met wapens als in de rechtszaal wordt uitgevochten. Bhagwan zelf, ook wel Osho genaamd, houdt zich veelal afzijdig en laat Sheela, die al snel als een bordeauxrode lap op een stier werkt bij de dorpelingen, de kastanjes uit het vuur halen. Dat doet ze met overtuiging, binnen en buiten de wet.

Het verhaal van het escalerende conflict tussen de Rasjneeshees en hun directe omgeving alterneert in deze wel erg lang uitgevallen serie met het grotere verhaal van de Bhagwan-beweging, die z’n vleugels uitslaat naar Hollywood en steeds meer op een traditionele sekte begint te lijken. Dat verhaal wordt met een karrenvracht prachtig archiefmateriaal tot leven gebracht. Intussen vertoont Osho, die zelfs voor zijn meest vertrouwde medewerkers een raadsel blijft, steeds irrationeler gedrag en komt hij ook nog eens lijnrecht tegenover Sheela te staan.

Wild Wild Country doet geen serieuze poging om de onbenaderbare spirituele leider te duiden en concentreert zich ook niet op het dagelijks leven binnen de Bhagwan-gemeenschap. Deze intrigerende serie richt zich vooral op de machinaties rond, en uiteindelijk ook binnen, de beweging. De ideale samenleving, die de Rajneeshees dachten te hebben opgezet, blijkt natuurlijk net zo onvolmaakt als willekeurig welke andere maatschappijvorm waarin één enkele man – en dan ook nog het prototype Indiase goeroe, met een groot vermogen tot zelfpersiflage – ‘t volledig voor het zeggen heeft. Met alle problemen, excessen en conflicten van dien.

Maroesja Perizonius maakte in 2004 een film over haar ervaringen als Nederlands kind in de Bhagwan-beweging. In de egodocumentaire Communekind confronteert ze haar moeder met de keuzes die zij maakte en die ervoor zorgden dat Maroesja een tijd, gescheiden van haar moeder, moest leven in een kindercommune in Engeland. Ze schreef er ook een boek over, De Droom Van Mijn Moeder.

In 2025 laat Perizonius daar Children Of The Cult, een pijnlijke exercitie over seksueel geweld tegen véél te jonge meisjes binnen de Bhagwan-beweging, op volgen.

De Vijfde Bruid

de vijfde

 

In een ander leven had ze misschien barones in ‘Het Land Van Ooit’ kunnen worden. In dit leven werd Petra Timmermans vrouw nummer vijf van kunstenaar Anton Heyboer (1924-2005). Ze oogt als een volledig losgeslagen freule, die niet had misstaan in het inmiddels opgedoekte attractiepark: overdadig aangebrachte make-up, ravissante kleding in de felste kleuren en een enorme hoeveelheid opzichtige sieraden.

Rogier Timmermans heeft zijn tante vijftien jaar niet gezien als hij haar in 2001 opzoekt. Ze woont in een huisje tegenover de woning waar kluizenaar Heyboer met zijn vier andere vrouwen leeft en houdt zich daar onledig met de verkoop van zijn kunst. Ze weet nog precies wanneer het begon, vertelt ze trots tegen haar neef: 3 juni 1982. De dag waarop Petra haar lotsbestemming vond: ene Anton Heyboer.

Die ontboezeming vormt het startpunt van De Vijfde Bruid (68 min.), een fascinerende film uit 2007 waarin Timmermans, aan de hand van het levensverhaal van z’n tante, de geschiedenis van zijn eigen getroebleerde familie ontrafelt. Zijn oma speelt daarin een sleutelrol. Haar dochter Petra blijkt uiteindelijk niet meer dan ‘een inruilwagen’ voor Heyboer, die haar leven op geheel eigen wijze structuur heeft gegeven. Zíjn structuur.

De almachtige man die met strakke hand de lijnen uitzet (en intussen alom wordt aanbeden door zijn eigen harem). Waar hebben we die vaker gezien? Binnen zijn eigen kleine context beschikt Anton Heyboer, die in deze slim opgebouwde documentaire soms overkomt als een raaskallende ouwe zonderling, blijkbaar over een enorme aantrekkingskracht. Hij maakt het leven, in elk geval dat van Petra, klein en overzichtelijk en geeft het tegelijkertijd op een tamelijk verwrongen manier ook weer zin.

I Am Not Your Negro


De Black Lives Matter-beweging vormt het tastbare bewijs dat het gedachtegoed van James Baldwin dertig jaar na zijn dood nog altijd actueel is. De documentaire I Am Not Your Negro (93 min.) is voor een deel gebaseerd op Remember This House, het boek dat de auteur/activist wilde schrijven over drie iconen van de burgerrechtenbeweging die hij persoonlijk had gekend.

Zoals Medgar Evers, Malcolm X en Martin Luther King – die alle drie vóór hun veertigste verjaardag werden kaltgestellt – nooit de verkiezing van Barack Obama tot Amerikaans president zouden meemaken, zo zou de Afro-Amerikaanse intellectueel Baldwin de vervolmaking van zijn eigen manuscript door regisseur Raoul Peck nooit aanschouwen.

De Haïtiaanse filmmaker heeft Baldwins machtige woorden over de verkrampte relatie van de Verenigde Staten met zijn zwarte burgers laten inspreken door acteur Samuel L. Jackson en op virtuoze wijze aangekleed met beelden. Hij maakt daarbij natuurlijk gebruik van interviews met en speeches van de eloquente schrijver zelf en archiefmateriaal van ijkpunten uit Amerika’s (inkt)zwarte historie, maar legt ook dwarsverbanden met de positie van Afro-Amerikanen in het hedendaagse Amerika.

De film voelt daardoor uiterst actueel. Of volstrekt tijdloos – als je ‘m beschouwt als een universele vertelling over hoe meerderheden met minderheden omgaan. Peck belicht hoe beeldvorming daarin van oudsher een sleutelrol vervult. Waar Wit Amerika mocht opgroeien met helden als Johnny Weissmuller en John Wayne, kreeg Zwart Amerika rolmodellen voorgeschoteld als Oom Tom en de bloeddorstige inboorlingenstam die een blonde vamp offert aan King Kong.

I Am Not Your Negro, vorig jaar genomineerd voor een Oscar, ontrukt zo een moedige en vrijzinnige denker aan de vergetelheid en fungeert tevens als een vlijmscherp portret van Amerika, toen en nu, dat niet zozeer je hartspier beroert als wel de luiken van je brein wijd openzet. Een niet te onderschatten prestatie.

The Vietnam War

PBS

In de epische documentaireserie The Vietnam War (990 min.) vertellen Ken Burns en Lynn Novick, het definitieve verhaal van Amerika’s meest traumatische oorlog.

Ken Burns is een levende legende binnen de Amerikaanse filmwereld. Als een soort filmende evenknie van Geert Mak heeft hij de recente historie van de Verenigde Staten toegankelijk gemaakt voor een breed publiek; van grote politieke thema’s als The Civil War, de drooglegging en de Amerikaanse bijdrage aan de Tweede Wereldoorlog tot de geschiedenis van honkbal, jazz en de Amerikaanse natuurparken.

The Vietnam War is de nieuwste loot aan de boom. In tien afgewogen afleveringen van in totaal zo’n 16,5 uur (!) diepen Burns en zijn vaste partner in crime, producer/regisseur Lynn Novick, werkelijk alle aspecten van ‘Nam uit. Ze laveren daarbij duivels knap tussen het grote, geopolitieke verhaal en de ‘kleine’ menselijke verhalen van gewone Amerikanen en Vietnamezen, zowel Vietcong-strijders als handlangers van de Verenigde Staten.

Acteur Peter Coyote fungeert intussen als alwetende verteller die de kijker met zijn pregnante stem majestueus door ruim vijftien jaar dood en verderf loodst. The Vietnam War is sneller gemonteerd en moderner vormgegeven dan Burnes’ oude werk, waarbij met name de spannende soundtrack van Atticus Ross en Trent Reznor (van de industrial metalband Nine Inch Nails) echt iets toevoegt aan toch wat uitgekauwde Vietnam-evergreens als Paint It, Black, Bad Moon Rising en The “Fish” Cheer / I-Feel-Like-I’m-Fixin’-To-Die-Rag.

Het hart van The Vietnam War wordt echter als vanouds gevormd door een indrukwekkende verzameling bijzonder archiefmateriaal, gestut door krachtige, verhelderende en ontroerende getuigenissen van direct betrokkenen. Zodat die oorlog waarvan je alles wel dacht te weten toch nog onvermoede kanten blijkt te hebben.

Je kunt overigens nóg verder inzoomen op de oorlog in Vietnam. De televisiedocumentaire My Lai belicht bijvoorbeeld de oorlogsmisdaden die een groepje Amerikaanse militairen in 1969 beging bij het gelijknamige Vietnamese dorp, terwijl Last Days In Vietnam van Rory Kennedy, dat voor een Oscar werd genomineerd, zich volledig concentreert op de smadelijke aftocht van de Amerikanen en het verpletterde land dat ze achterlieten.

Schimmenspel: Poetins Onzichtbare Oorlog

schim

 

Wat is het verband tussen extreem-rechtse bomaanslagen in Gotenburg, een cyberaanval van IS op de Franse televisiezender TV5Monde en het spionageschandaal rond een medewerker van een rechtse Zweedse partij? Op de achtergrond trekt steeds dezelfde man, ongetwijfeld met sardonisch genoegen, aan de touwtjes: Vladimir Poetin.

Dat beeld is te aantrekkelijk om niet ten volle uit te nutten. Het betoog in de journalistieke documentaire Schimmenspel: Poetins Onzichtbare Oorlog (49 min.) wordt dan ook op gezette tijden onderbroken door manhaftige beelden van de grote Russische leider, liefst met ontbloot bovenlijf en ondersteund door een mysterieus muziekje. Poetin als kwade genius bij de ontwrichting van de westerse wereld.

Of de Russische president daadwerkelijk zelf bij die acties betrokken was, valt te betwijfelen. Jacco Versluis en Luuk Mulder maken wel aannemelijk dat Rusland, het hackleger Pawn Storm in het bijzonder, een rol heeft gespeeld. Samen met kopstukken uit de inlichtingenwereld, die zelden het achterste van hun tong laten zien, proberen Versluis en Mulder Ruslands modus operandi in kaart te brengen en de beweegredenen achter deze strategie te ontdekken. Hun spoor leidt uiteindelijk naar… juist: Nederland.

In de handen van een Amerikaanse documentairecrack als Alex Gibney, die met Zero Days al eens een film over het beruchte Stuxnet-virus maakte, waren Ruslands cyberaanvallen ongetwijfeld uitgemond in een enerverende spionagethriller met Hollywood-allure. Met relatief veel pratende hoofden, ‘algemene beelden’ en een voiceover van Hans Goedkoop (Andere Tijden) kiezen Versluis en Mulder voor een meer onderzoekende en analytische benadering, waardoor Schimmenspel weliswaar over de hele linie interessant blijft, maar nooit écht spannend wordt.

Take Your Pills

Netflix

Waar de zelfmedicatie van de Amerikaanse white trash, middels verwoestende heroïne- en meth-verslavingen, inmiddels voor een heuse ‘opioid crisis’ heeft gezorgd, is in de hogere echelons van de Amerikaanse samenleving het gebruik van smart drugs als Adderall, Ritalin en Concerta enorm toegenomen.

Het consumeren van deze stimulerende middelen, al dan niet officieel voorgeschreven, gaat gelijk op met het aantal diagnoses ADD en ADHD. En Amerika zou Amerika niet zijn als daaromheen niet een heuse ADHD-industrie zou zijn ontstaan, die een groeimarkt zag in deze middelen en alles in het werk stelde om de vraag ernaar te vergroten. Dat is gelukt. Inmiddels is gebruik van smart drugs min of meer algemeen geaccepteerd. Van studenten en computerprogrammeurs tot topsporters en bankiers.

Regisseur Alison Klayman maakt in Take Your Pills (87 min.) samen met gebruikers, doktoren en wetenschappers de balans op;  is er eigenlijk een wezenlijk verschil tussen Adderall, Concerta en Ritalin enerzijds en beruchte harddrugs als heroïne en cocaïne anderzijds? Behalve de beoogde doelgroep dan. Hoe verhouden deze middelen zich eigenlijk tot voorlopers als benzedrine, LSD en amfetamine? En waarom is er in de huidige westerse maatschappij zoveel behoefte aan?

‘Ik grap wel eens dat ze in mijn studententijd drugs gebruikten om te ontspannen’,  legt neuropsycholoog Anjan Chatterjee de vinger op de zere plek. ‘Nu doen ze het bij inspanning. Dat zegt wel iets over onze cultuur.’ Deze informatieve documentaire is in dat opzicht niet alleen een vlot exposé over smart drugs maar ook een staalkaart van deze tijd, waarin mensen zich soms in de vreemdste bochten moeten wringen om bij te blijven. Smartdrugs kunnen daarbij helpen, zoveel is duidelijk, maar brengen onvermijdelijk ook risico’s met zich mee.

The Other F Word


Met dat ene F-woord hadden ze nooit al te veel moeite. Fuck the world. The Police. Of gewoon: You! Arrogante smoel opzetten, middelvinger erbij en klaar was kees. Dat andere F-woord kost de ouder wordende punkers in deze kostelijke documentaire aanmerkelijk meer kruim: father.

The Other F Word (99 min.) uit 2011 is een film die de groeipijnen in beeld brengt van eeuwige pubers, die ondanks zichzelf hebben gekozen voor het vaderschap. ‘You can do any fucked up thing you want to and say “I’m punk”’, zegt Fat Mike, de zanger van de Amerikaanse pretpunkband NOFX, over zijn jonge jaren. Nu maakt hij ‘s ochtends – in een badjas met zebraprint, dat wel – een ontbijt voor zijn dochtertje. Hij moet haar nog wel een keer uitleggen wat die twee SM-meesteressen op zijn linkerbovenarm betekenen.

Hoe zijn we van rebelleren tegen onze eigen ouders in Godsnaam zelf in de ouderrol terecht gekomen? vraagt Pennywise-zanger Jim Lindberg, de hoofdpersoon van deze film van Andrea Blaugrund Nevins, zich in een contemplatieve bui af. Na twintig jaar trouwe dienst overweegt hij om de band, en het bijbehorende bestaan ‘on the road’, te verlaten ten faveure van zijn gezin en een reguliere baan. Daarmee moet hij tevens afstand nemen van de gemeenschap waarin hij als misfit opgroeide en zijn oude strijdmakkers in de steek laten. Met een eventueel vertrek draait Lindberg ook hun punkrockdroom de nek om, zo realiseert hij zich.

Binnen de punkscene is het lastig volwassen worden, ook omdat een groot deel van de mensen om je heen dat ten enenmale weigert én omdat dit natuurlijk ook niet past bij het imago van een obstinate punker. Treffend is in dat verband een scène met Red Hot Chili Peppers-bassist Flea en zijn tienerdochter. Nadat ze samen een stukje op de piano hebben gespeeld, is het vader die zijn middelvinger meent te moeten opsteken naar de camera. Zijn dochter staat er, licht gegeneerd, bij te lachen. Hoe kun je je tegen zo’n ouder afzetten?

Als de relatie ouder-kind, en de rolverwarring die daarmee gepaard kan gaan bij deze mannen, ter sprake wordt gebracht, komt The Other F Word tot de kern: veel van de geportretteerde punkers onderhouden nog altijd een bijzondere moeizame relatie met hun eigen ouders. De boosheid daarover moest – en kwam – eruit via furieuze muziek. Als ze nu worden bevraagd over hun getroebleerde jeugd blijken onverwoestbare iconen als Flea, Rancid-brulboei Lars Frederiksen en Art Alexakis (Everclear) ineens heel kwetsbare jongetjes. Met felkleurd haar, ‘fuck authority’ T-shirts en een overdaad aan tatoeages, dat wel.

Over dat andere F-woord, Fuck, werd in 2005 trouwens ook al een documentaire gemaakt. Op het web is echter nauwelijks meer iets te vinden over het (als ik ’t me goed herinner) vermakelijke F*ck.

Ladies First

Netflix

Ga toch koken, mens! Ze roepen het nog nét niet letterlijk, de Indiase mannen die in de openingsscène van Ladies First (39 min.) aan het woord komen. In hun land doet minder dan één procent van de meisjes aan sport. Die horen gewoon voor het huis en de kinderen te zorgen. Boogschutter Deepika Kumari is de uitzondering die de regel bevestigt: een vrouwelijke topsporter, de nummer één van de wereld nota bene, die een Olympische medaille ambieert.

De Spelen van Londen in 2012 liepen uit op een enorme teleurstelling voor het meisje uit het straatarme Ratum in India, waar haar moeder in een ziekenhuis werkt en vader rondrijdt in een riksja. Rondkomen lukt desondanks nauwelijks. Alle hoop is gevestigd op Deepika. In 2016 hoopt zij, een aan zichzelf twijfelende topsporter die wel wat mentale coaching kan gebruiken, bij de Olympische Spelen van Rio de Janeiro wél – woordgrap-waarschuwing! – doel te treffen.

Dat is de uitgangspositie voor deze tamelijk vlakke film van Uraaz Bahl, met een verhaal dat je vooraf al bijna kunt uittekenen: gedroomd talent moet op de lange, lange weg naar de top het ene na de andere obstakel overwinnen, maar laat zich daardoor niet uit het veld slaan. Tegen het eind resteert dan slechts één vraag: slaagt ze er ook daadwerkelijk in om die top te bereiken?

De Deal

Human

‘Als je je vingertop op de kust van Turkije zet, zit de grens bij de onderkant van je vinger.’ Op het Griekse eiland Lesbos krijgen nieuwe vrijwilligers heel praktische instructies. Met een verrekijker gaan ze straks in de gaten houden dat er geen vluchtelingen verdrinken tijdens de overtocht vanuit Turkije. Of, dat kan ook, ze gaan hen waarschuwen voor de Turkse kustwacht.

Europa heeft wel degelijk een menselijk gezicht als het gaat om de opvang van vluchtelingen vanuit oorlogsgebied, zo wil De Deal (52 min.) maar zeggen. Tegelijkertijd is er het (hardvochtige) Europese beleid, twee jaar geleden vervat in de zogenaamde Turkije-deal, die een einde moest maken aan de eindeloze stroom vluchtelingen. Maar zorgt diezelfde deal ook voor de beloofde humane behandeling van die ontheemde mensen? Als je in deze film het relaas hoort van de Syriër Ramy Quidmany, die zonder reisvergunning is gestrand op Lesbos, is twijfel zeker op zijn plaats.

Één van de architecten van de deal, de Oostenrijker Gerald Knaus van een denktank die is gericht op stabiliteit in Europa, blijft in deze genuanceerde documentaire van Els van Driel en Eefje Blankevoort (die eerder het thematisch verwante De Asielzoekmachine maakten) echter het eminente belang ervan benadrukken: het overeind houden van Het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties, dat in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog werd opgesteld. Als het rijkste continent van de wereld de Turkije-deal al niet kan opbrengen, zo redeneert Knaus, dan is dat hele VN-Vluchtelingenverdrag op sterven na dood.

De Nederlandse Europarlementariër Kati Piri (PvdA) heeft niettemin serieuze twijfels bij de gesloten overeenkomst, maakt ze duidelijk in een verhit gesprek met Knaus, die het hele werelddeel afreist om een beter asielbeleid te bepleiten. Zij vraagt zich af of Europa zijn ‘part of the deal’ eigenlijk wel nakomt. Om die stellingname te illustreren gebruiken de filmmakers (door vluchtelingen gemaakte) beelden van het kamp Moria, waar een normaal leven vrijwel onmogelijk lijkt. Psychische problemen, die kunnen resulteren in hongerstakingen en zelfmoordpogingen, zijn er aan de orde van de dag.

Cynisch bezien is dat ook precies wat bepaalde beleidsmakers willen; wantoestanden bij de opvang ontmoedigen mensen om de oversteek te maken naar Fort Europa. Daar, bij de virtuele muren van de Europese gedachte en realiteit, toont datzelfde continent echter ook zijn menselijke kant, zo laat De Deal zien: plaatselijke bewoners en vrijwilligers uit heel Europa, die vluchtelingen als mens tegemoet treden en samen met hen bijvoorbeeld een met liefde bereide maaltijd gebruiken. Zo bezien is deze ingetogen documentaire niets minder dan een pleidooi voor medemenselijkheid.

Traffic Stop


De Oscar voor beste korte documentaire ging vorig weekend naar Heaven Is A Traffic Jam On The 405, een prachtig portret van de getroebleerde Amerikaanse kunstenares Mindy Alper. Traffic Stop (30 min.) moest het ‘slechts’ met een nominatie doen. Het is nochtans een aangrijpende film over een thema dat, zeker in de Verenigde Staten, nog altijd uiterst actueel is.

Het verhaal is even eenvoudig als raak: Breaion King, een Afro-Amerikaanse vrouw van 26 uit Texas, zou te hard hebben gereden op die onthutsende vijftiende juni in 2015. Verkeersagent Bryan Richter zet direct de achtervolging in. Een camera op zijn dashboard legt vast wat er vervolgens gebeurt; hoe een mogelijke bekeuring voor te hard rijden uitloopt op een bijzonder hardhandige arrestatie.

King belandt uiteindelijk op de achterbank van een politie-auto, helemaal over de zeik. In de boeien geslagen als de eerste de beste ‘black bitch’. Gedehumaniseerd, zou je kunnen zeggen. Regisseur Kate Davismaakt weer een mens van haar in deze korte documentaire: een gedreven lerares, die ermee moet leren leven dat ze op internet voortleeft als de zoveelste zwarte Amerikaan die werd ingerekend door de politie.

Het Wraakprotocol

KRO-NCRV

‘Het was voor mij een hobby geworden om iets te zoeken of een reden te krijgen om mensen in elkaar te slaan’, bekent oorlogsveteraan Brian. Hij realiseert zich dat dat helemaal ‘fucked up’ is. ‘Heel mijn leven is oorlog geweest’, stelt Marian, de andere hoofdpersoon van de observerende documentaire Het Wraakprotocol (55 min.), even later in plat Haags. Ze is volgens eigen zeggen ‘kutjedolgedraaid’. En zo oogt ze ook: als een trillend stuk elastiek dat tot het uiterste is opgerekt en elk moment kan knappen.

Brian en Marian gaan bij therapeut Herman Veerbeek aan de slag met de woede die zich in hen heeft opgekropt en op elk ogenblik naar buiten kan golven. Ze zijn, zoals hij het zegt, ‘gegijzeld door hun eigen drang tot wraak’. Tijdens ‘Het Wraakprotocol’, een therapie gebaseerd op EMDR(Eye Movement Desensitization and Reprocessing), laat hij hen traumatische momenten herbeleven en vervolgens in gedachten de bijbehorende wraakfantasieën uitvoeren. De schurende sessies met de getormenteerde ex-soldaat en opgefokte vrouw vormen het hoofdbestanddeel van deze film van Caspar Haspels en Jos Kuijer.

‘Alsof ik een heroïnehoer was, zo heb ze me behandeld’, stelt Marian tijdens een intens gesprek over haar dochter, die haar ooit een kampbeul zou hebben genoemd. Even later kwam de ontlading: ‘Ik heb alles kort en klein geslagen in die kamer.’ Al snel komt ook Marians eigen moeder aan de beurt. Niet vreemd, want Veerbeek gaat in zijn therapie op zoek naar de wortels van de kwaadheid. Ook de PTSS van Brian, die woest terugkwam van een militaire missie in Joegoslavië, heeft z’n roots in zijn jongste jeugdjaren. Gaandeweg weet de therapeut, voor het opmerkzame oog van de camera, iets van ontspanning te weeg te brengen bij zijn gesprekspartners.

‘Zal ik altijd zo’n monster blijven?’ wil Marian op een gegeven moment weten. ‘Nee, geen monster’, meent Veerbeek, die de essentie van zijn behandeling, en deze enerverende film, probeert te vatten. ‘Je blijft altijd iemand met een 78 toeren-plaat, maar je hebt gezellige muziek en je hebt vervelende muziek. En volgens mij komt er straks alleen maar gezellige muziek uit.’ ‘Sure!’, lacht Marian met evenveel berusting als zelfspot. ‘Túúrlijk.’

Gimme Shelter


Alsof de Duivel ermee speelt… Deze klassieke popdocu uit 1970 start met de welhaast demonische klassieker Jumpin’ Jack Flash, opgenomen tijdens een Rolling Stones-concert in New York. Na een absolute killerriff van Keith Richards fleemt Mick Jagger de wereldberoemde openingszinnen in de microfoon: ‘I was born in a cossfire hurricane and I howled at my ma in the driving rain.’

Met zichtbaar plezier kijken Jagger en de andere Stones de beelden terug in de montageruimte. Meteen daarna krijgen ze een radioverslag te horen van de tragische gebeurtenis waarmee de bijbehorende tournee en de weerslag daarvan, de documentaire Gimme Shelter (91 min.) van de gebroeders Albert en David Maysles en Charlotte Zwerin zal eindigen: Altamont.

Tijdens de Stones-show op dat festival, waar ook The Flying Burrito Brothers en Jefferson Airplane optraden, zou een man sterven. Hells Angels, die waren ingehuurd om de boel te beveiligen, staken de concertganger Meredith Hunter neer. Een tragische gebeurtenis die, samen met de moorden van de Manson Family, tegenwoordig wordt gezien als een kwaadaardige afrekening met de sixties.

Je voelt de gehele film aankomen dat het uit de hand gaat lopen op de Altamont Speedway. Voor een band die uitbundig flirtte met zijn Sympathy For the Devil, zou dat eigenlijk niet als een verrassing mogen komen. Toch is Mick Jagger, in een klassiek geworden scène van Gimme Shelter, duidelijk ontdaan als hij voor het eerst de beelden van Hunters gewelddadige dood te zien krijgt.

Als je wilt zien of horen wat een geweldige rock n’ roll-band The Rolling Stones (ooit) waren, luister dan naar de klassieke rocksong waaraan deze documentaire zijn naam ontleent of kijk naar de documentaire Crossfire Huricane van Brett Morgen.

OnsBelang

AVROTROS

In de aanloop naar gemeenteraadsverkiezingen weerklinkt steevast kritiek op de nationale media en politici, die lokale verkiezingen altijd weer laten overschaduwen door landelijke thema’s. Dit jaar is het niet anders. Het blijft ook verduiveld lastig: hoe maak je plaatselijke onderwerpen toegankelijk én interessant voor mensen uit andere delen van het land? De driedelige documentaireserie OnsBelang (105 min.) van Simone Timmer en Sander ‘t Sas, die afgelopen donderdag is gestart op NPO2, waagt een serieuze poging en slaagt wonderwel.

Dat heeft alles te maken met de insteek en vorm die de filmmakers kiezen. Ze richten zich volledig op vertegenwoordigers van lokale partijen, mensen die met hun poten in de politieke modder staan, en leggen daarbij voortdurend de verbinding tussen hun persoonlijke leven en de politieke thema’s waarmee zij zich bezighouden. Zo maakt boer Wim van der Zanden van BALANS Boxtel, die voor zijn inwonende dementerende vader moet zorgen, zich bijvoorbeeld druk om het geld dat zijn gemeente besteedt aan mantelzorg. Je voelt zijn persoonlijke motivatie en betrokkenheid bij het onderwerp.

Kees Dijkstra, de no-nonsense conciërge van een middelbare school, is voor het eerst kandidaat voor de gemeenteraad en hoopt dat hij als vertegenwoordiger van de plaatselijke partij LEF! de raadsvergaderingen in Emmen wat minder saai en ambtelijk kan maken. Voor oudgediende Martin Stoelinga, het prototype man met snor, zou het wel eens de laatste keer kunnen zijn dat hij campagne gaat voeren. De lijsttrekker van Onafhankelijk Delft heeft kanker. Kunnen die verkiezingsposters over dat het met hen wel snor zit dan nog wel? Toch blijven Stoelinga en zijn mederaadslid Jolanda Gaal onvermoeibaar opkomen voor de belangen van hun achterban. ‘Ze noemen ons ook wel eens gekscherend de Tegenpartij’, zeggen ze in het platte Haags waarvan ook menig Van Kooten en de Bie-typetje zich bediende. ‘Want wij zijn vaak tegen.’

Ook landelijke thema’s sijpelen natuurlijk door naar de uithoeken van Nederland. In Naaldwijk bestaat bijvoorbeeld nog een lokale afdeling van de Lijst Pim Fortuyn en die maakt zich druk om asielzoekers. Statushouders, in vaktaal. Dat klinkt misschien rechts, maar is volgens Dave van der Meer, lijsttrekker van LPF Westland, gewoon realistisch. ‘Je mag ook best eens voor je eigen mensen kiezen.’ Trots ontvangt de bloemenhandelaar Forum Voor Democratie-kopstuk Theo Hiddema. Bij de LPR in Roermond hebben ze hun eigen landelijk bekende celebrity: voormalig VVD-wethouder Jos van Rey. Hoewel die werd veroordeeld vanwege corruptie. blijft fractievoorzitter Dré Peters, volgens eigen zeggen een echte straatvechter, echter vierkant achter hem staan. Intussen verzuren en verharden de verhoudingen in het Roermondse gemeentehuis zienderogen.

Via lokale situaties en onderwerpen maakt OnsBelang zo de balans op in Politiek Nederland, een land waar anno 2018 betrokkenheid, goede bedoelingen en idealen nog altijd voortdurend de strijd aangaan met cliëntelisme, bureaucratie en opportunisme. En hoewel de serie zich vooral richt op politici van oppositiepartijen, die soms een behoorlijk hoog beste-stuurlui-aan-wal gehalte hebben, blijven Timmer en ’t Sas weg van ironie en effectbejag. Het chic ogende drieluik doet soms zelfs een beetje denken aan Schuldig, een documentaireserie die er eveneens in slaagde om belangrijke maatschappelijke thema’s terug te brengen tot menselijke proporties.