Look Into My Eyes

Dogwoof

Na een readingsessie waarin hij met een suggestie is gekomen die al snel helemaal dood slaat, lijkt de New Yorkse helderziende Per Erik Borja ‘t even helemaal kwijt te zijn. ‘Twijfel je wel eens aan wat je doet?’ vraagt documentairemaakster Lana Wilson hem naderhand. ‘Vraag je je wel eens af of het echt is?’ Per Erik begint direct te glimlachen. ‘De hele tijd’, zegt hij. ‘Ik geloof nooit helemaal in de dingen die ik zeg. Als het niet lukt, vind ik mezelf waardeloos: dit is niet echt, ik ben een eikel. Dat is geen fijn gevoel.’

In Look Into My Eyes (98 min.) kijkt Wilson mee bij de gesprekken van zeven mediums uit New York. Hun cliënten – veelal midden in beeld gezet, waardoor ze recht in de camera kijken – melden zich met uiteenlopende vragen. Waar heb ik op mijn sterfbed spijt van? Hoe ziet mijn leven er over tien jaar uit? Waarom ben ik geadopteerd? Heeft mijn overleden vader een boodschap voor mij? Wat probeert mijn kat mij te vertellen? En hoe vindt mijn betovergrootvader dat ik moet omgaan met zijn verleden als slaaf?

Het zijn intieme sessies waarbij de paragnosten spreken namens overleden (groot)ouders, mensen die hen pijn hebben gedaan of huisdieren. Ieder heeft z’n eigen tone of voice. De één formuleert bedachtzaam, een ander gaat recht op z’n doel af. Ze treffen regelmatig doel: de mensen die tegenover hen hebben plaatsgenomen, voelen zich dan duidelijk gezien en reageren emotioneel. Soms reageren ze echter ronduit verbaasd op wat er van ‘andere zijde’ tot hen komt. Dan slaat de paragnost de plank volledig mis.

Wilson verdiept zich ook in de personen achter de mediums. Stuk voor stuk hebben ze een creatieve achtergrond. Ooit wilden ze acteur, kunstenaar, zanger of (scenario)schrijver worden. Soms willen ze dat nog steeds. Het zijn performers, die zich een wel heel opmerkelijke vorm van improvisatietheater eigen hebben gemaakt. Daardoor staan zij heel erg ‘open’ en lijken ze ook in staat om andermans gevoelens te ‘çhannellen’. En net als gewone stervelingen worstel(d)en ze gedurig met het bestaan.

Lana Wilson is er duidelijk niet op uit om haar hoofdpersonen te ontmaskeren of om te ontdekken wat er precies wel of niet klopt van wat ze hun clientèle vertellen. Ook zij lopen geblinddoekt de toekomst tegemoet – al lijken ze zo nu en dan even tussen de kieren door te mogen kijken. Mensen denken dat we alle antwoorden kennen en weten waarom iets gebeurt, stelt Peter Erik Borja. ‘Maar als het om ons eigen leven gaat en om dingen waar we een emotionele band mee hebben dan zijn we net zo blind.’

Dat zoeken tussen weten en niet weten, als een gids die eigenlijk de weg of eindbestemming ook niet kent, is intrigerend om te zien. Daarmee wordt Look Into My Eyes ook een film over afstemmen en contact zoeken, met de ander en jezelf. En over het accepteren van het onacceptabele en het leven met het onweetbare.

El Minuto Heroico: Yo También Dejé El Opus Dei

HBO Max

Je moet een tapijt zijn om andermans voetstappen te verzachten. Met die boodschap werden nieuwe numenairs voorbereid op wat hen te wachten stond binnen Opus Dei. Ze waren zorgvuldig uitgezocht: kwetsbare en buigzame meisjes, bij voorkeur uit grote katholieke gezinnen, die hun leven wilden geven aan God en het religieuze genootschap.

In de vierdelige docuserie El Minuto Heroico: Yo También Dejé El Opus Dei (Engelse titel: How I Left The Opus Dei, 204 min.) getuigen dertien vrouwen over hun ervaringen binnen de conservatieve katholieke organisatie die in 1928 werd opgericht door de inmiddels heilig verklaarde Spaanse priester Jozefmaria Escrivá (1902-1975). Hun herinneringen lijken exemplarisch: ze stammen uit verschillende landen (Spanje, Mexico, Engeland, Argentinië en Ierland) en omspannen ruim een halve eeuw.

De voormalige Opus Dei-leden verhalen stuk voor stuk over een sober, ingetogen en liefdeloos bestaan. De vrouwen werden verplicht om zich volledig aan God te wijden, stelselmatig als sloof en voetveeg gebruikt, financieel uitgeknepen en intussen zorgvuldig losgeweekt van hun families. Zelfkastijding was bovendien de norm. Met een slim verhulde cilicium, een soort zelfpijnigingsband voor rond het been, en een boetegesel, soms afgezet met scheermesjes, om alle zonden eruit te slaan.

Al die persoonlijke getuigenissen, aangevuld door enkele kenners van Opus Dei, stapelen wel behoorlijk en zorgen ervoor dat deze miniserie van Mònica Terribas erg praterig en stroperig wordt. Gedramatiseerde scènes met de Spaanse actrice Claudia Traisac, soms gadegeslagen en becommentarieerd door de voormalige Opus Dei-leden, geven de vertelling weliswaar lucht, maar kunnen uiteindelijk niet voorkomen dat zeker de eerste drie delen van El Minuto Heroico een behoorlijk lange zit worden.

In de afsluitende aflevering vertellen de vrouwen over wat die periode in Opus Dei, die soms meerdere decennia omvatte, heeft nagelaten in hun leven en tonen, in scènes die de andere afleveringen ook wel hadden kunnen gebruiken, hoe ze daarna toch nog iets van hun bestaan hebben proberen te maken. Intussen besteedt Terribas aandacht aan hoe de christelijke organisatie uiteindelijk toch onder vuur is komen te liggen, buiten én binnen de kerk.

Nilas Traum Im Garten Eden

Omroep Zwart

‘Tot de dood ons scheidt’ wordt in Iran, met goedkeuring van de sjiitische geestelijk leiders, soms vervangen door ‘tot het einde van onze overeenkomst’. Tijdelijke huwelijken, ofwel ‘Sigheh’, vormen voor Iraanse mannen een ideale oplossing voor als hun vrouw ziek is, een kind draagt of sowieso niet zoveel zin heeft in seks. Want anders vraag je er, stelt ayatollah Qara’ati tijdens z’n tv-praatje, bijna om dat ze een prostituee bezoeken. En op ‘normaal’ overspel staan ferme straffen.

Als er dan een kind voortvloeit uit zo’n tijdelijke verbintenis, aan strikte voorwaarden verbonden natuurlijk, dan komt dat geheel voor rekening van de moeder in kwestie – al kan de verwekker ervan zijn zoon of dochter vanaf het zevende levensjaar nog altijd opeisen. Tot die tijd wordt zo’n kind beschouwd als een bastaard en kan het, zonder officiële erkenning van de vader, geen geboortebewijs krijgen. Zodat het net als andere Iraanse kinderen naar school mag.

In die positie bevindt Nila Rahmati uit de heilige stad Mashad, een schattig meisje dat houdt van schilderen, vliegeren en het maken van filmpjes, zich al haar hele leven. En haar moeder Leyla Biouk, de hoofdpersoon van deze film van de Iraans-Duitse maakster Niloufar Taghizadeh, leeft al die tijd tussen hoop en vrees. Haar lot ligt in de handen van Nila’s vader, die gedurende de jaren nog wel vaker een tijdelijk huwelijk blijkt te hebben gesloten en weinig aanstalten maakt om z’n dochter te erkennen.

Nilas Traum Im Garten Eden (Engelse titel: Nila’s Dream In The Garden Of Eden, 97 min.) is de tamelijk rommelige weerslag van Leyla’s pogingen om officiële erkenning voor haar dochter te krijgen – en voogdijschap voor haarzelf. Taghizadeh, een voormalige klasgenoot van moeder, bivakkeert met de camera gedurende langere tijd aan haar zijde. In het openbaar moet ze meestal stiekem filmen, op andere momenten steekt ze Leyla en haar dochter ook de helpende hand toe.

En dat kunnen zij goed gebruiken in de wirwar van gebeurtenissen, procedures en emoties die op hen wacht. In een Iraanse variant op Kafka, waarin vrouwen eigenlijk altijd aan het kortste eind trekken, worden Leyla en haar kind tot het uiterste getest – en moeten ze zich ook Nila’s biologische vader nog van het lijf houden.

Aaron Rodgers: Enigma

Netflix

Kan hij niet beter met pensioen gaan? Als quarterback Aaron Rodgers in het najaar van 2023, vrijwel direct na zijn komst naar The New York Jets, ernstig geblesseerd raakt, lijkt zijn seizoen al voorbij. Tegen de tijd dat de American footballer volgens de officiële prognoses weer fit zal zijn, is hij bovendien al veertig. Tijd om de boel definitief in te pakken? Dat is echter buiten Rodgers gerekend: hij hoopt rond de Kerst weer wedstrijden in de National Football League (NFL) te kunnen spelen en wil dan ook gewoon gaan voor de Super Bowl. Hoewel hij in zijn carrière viermaal tot Most Valuable Player van de NFL werd gekozen, zou dat pas zijn tweede hoofdprijs worden.

En daarmee heeft de driedelige sportserie Aaron Rodgers: Enigma (199 min.) meteen een richtpunt: Rodgers miraculeuze terugkeer op het allerhoogste podium – of niet. Maar wordt deze productie van Gotham Chopra en Liam Hughes ook meer dan een antwoord op die elementaire vraag, gecombineerd met een carrièreoverzicht van de gevierde footballer? En heeft Rodgers, die van 2008 tot 2023 het absolute ‘Dreh & Angelpunkt’ van de Green Bay Packers was, werkelijk meer inhoud dan de gemiddelde eendimensionale ‘winner takes all’-alfaman, voor wie elke nederlaag of teleurstelling alleen maar brandstof vormt voor de volgende overwinning?

Aaron Rodgers wil zelf in elk geval méér zijn dan zomaar een American footballer. De perfectionist stamt uit een conservatief christelijk milieu, raakte gebrouilleerd met z’n familie en is sindsdien bezig aan ‘een spirituele reis’, die hem langs de progressieve christelijke leider Rob Bell, Ayahuasca-ceremonies in Costa Rica, de Dalai Lama, plantengeneeskunde, duisternis-retraite en allerlei complottheorieën heeft gebracht. Tijdens de COVID-19 pandemie weigert hij bijvoorbeeld om zich te laten vaccineren, maar suggereert in een interview dat dit wel zo is, om gewoon te kunnen blijven spelen. Als dat uitkomt, wordt Rodgers het middelpunt van een fikse controverse.

Zelf wijt hij dit aan de ‘age of outrage’ waarin beroemdheden zoals hij inmiddels leven. Chopra en Hughes geven hem in deze miniserie alle gelegenheid om zulke zienswijzen te geven. Met de camera volgen ze hun hoofdpersoon op al diens zijsporen, kritische vragen blijven ondertussen achterwege. Ook als Rodgers bijvoorbeeld een ontmoeting heeft met de bekende antivaxxer en alternatieve presidentskandidaat Robert F. Kennedy Jr., inmiddels Trumps beoogde minister van volksgezondheid. Die heeft Aaron Rodgers naar verluidt direct heeft gevraagd of hij zijn vicepresident(skandidaat) wil worden.

Met zulke extracurriculaire activiteiten krijgt dit sportportret inderdaad een extra laag, maar of die werkelijk verder gaat dan het beeld dat Rodgers, die nu eenmaal wil laten zien dat hij meer is dan een bekende footballer, zelf wil uitdragen?

Writing Hawa

Amstelfilm

Nadat de Taliban in 2001 door Amerikaanse troepen zijn verjaagd uit de Afghaanse hoofdstad Kaboel, hebben vrouwen weer min of meer hun rechtmatige plek in de Afghaanse samenleving kunnen innemen. De herinnering aan het vijfjarige schrikbewind van de moslimfundamentalisten is echter nog nauwelijks vervaagd en speelt ook direct weer op als zij in augustus 2021 opnieuw aan de macht komen in Afghanistan.

Documentairemaakster Najiba Noori vlucht dan halsoverkop naar Parijs. Ze moet alles achterlaten. Alleen een koffer met tien kilo bagage en twee harde schijven met beeldmateriaal, dat ze vanaf 2019 heeft gemaakt van haar moeder Hawa en de rest van de familie, gaan mee. Die zullen de basis vormen voor Writing Hawa (82 min.), een film waarvoor haar broer Ali na Najiba’s vertrek nog aanvullende opnames heeft gemaakt.

Hun moeder Hawa is als dertienjarig meisje uitgehuwelijkt aan Najiba’s dertig jaar oudere vader. Hij is inmiddels hulpbehoevend, begint te dementeren en komt hun huis in Kaboel nauwelijks meer uit. Dat trekt een zware wissel op zijn vrouw en gezin, maar schept tegelijk ook ruimte voor Hawa om haar eigen bestaan op te bouwen. Ze neemt zich voor om te leren lezen en schrijven en begint na te denken over een eigen bedrijfje.

De onverwachte komst van Hawa’s veertienjarige kleindochter Zahra lijkt niets minder dan een zegen. Nadat haar moeder, Hawa’s dochter Fatima, twaalf jaar eerder van haar gewelddadige man is gescheiden, heeft het meisje haar familie niet meer gezien. Na een ruzie is de tiener nu weggevlucht uit het dorp van haar vader en op zoek gegaan naar haar moeder. In Kaboel komen zowel het meisje als haar grootmoeder Hawa tot bloei.

Intussen rukken de Taliban steeds verder op. ‘Ze nemen jonge meisjes mee en dwingen hen om te trouwen’, zegt Hawa tegen haar kleindochter. ‘Dat is het ergste wat je kan overkomen.’ De conclusie is onvermijdelijk: Zahra loopt gevaar en kan niet langer blijven. De verslagen blik van het meisje als ze haar tas inpakt zegt alles. Ze moet terug naar het dorp van haar vader. Daar zijn de nieuwe machthebbers voorlopig niet te verwachten.

Via haar eigen moeder en familie brengt Najiba Noori de gevolgen van de terugkeer van de Taliban – ‘hersendode monsters’, aldus een terneergeslagen Hawa – voor de positie van Afghaanse vrouwen in beeld. Najiba’s moeder moet, via nieuwsuitzendingen van de Afghaanse televisie, aanzien hoe alle persoonlijke vooruitgang die zij – en vrouwen zoals zij – heeft geboekt weer teniet wordt gedaan. Ze voelt zich machteloos en moedeloos.

Terwijl een thematisch verwante film zoals Bread & Roses zich richt op de veelal hoogopgeleide vrouwen die openlijk in het verzet komen tegen alle beperkingen die hen worden opgelegd door de Taliban, concentreert Writing Hawa zich juist op gewone vrouwen die lijdzaam (moeten) ondergaan hoe de klok wordt teruggedraaid naar een Afghaanse variant op de Middeleeuwen. Waar geen vrouw wil leven…

God, Ik Ben Gay

KRO-NCRV

In de kerk in Bergambacht, het zwaar gelovige Zuid-Hollandse dorp waar Robbert Rodenburg opgroeide, werd er soms gebeden voor mensen die psychisch lijden, een onzichtbaar kruis met zich meedragen of worstelen met hun geaardheid. Zijn jeugdvriend Nick van Herk herinnert dat zich hij daar als kind absoluut niet bij wilde horen. Robert hoorde er wel bij. Hij was homo. En alleen Nick, die zelf ook op jongens viel, wist daarvan. Van de dominee kregen ze te horen dat mensen zoals zij nooit ‘een praktiserende relatie’ mochten aangaan. Het leidde bij Rodenburg tot ‘heel erge bewijsdrang, omdat ik toch ergens heb gevoeld dat je toch de teleurstelling bent.’

Inmiddels is de influencer, presentator en acteur, die bekendheid verwierf met de online-serie Open Kaart, Expeditie Robinson en The Passion (!), uit de kast. In God, Ik Ben Gay (51 min.) deelt Robbert Rodenburg zijn worsteling met het geloof met Linda Hakeboom. Zij doet daarbij dienst als een soort biechtmoeder, die geduldig luistert, vragen stelt en ook voorstellen doet over wat hij zou kunnen doen. Samen duiken ze in zijn getroebleerde verleden met het geloof. Rodenburg herinnert zich bijvoorbeeld hoe hij als kind al verkikkerd raakte op een judoleraar. ‘Als ik een meisje was geweest, was ik echt op hem verliefd geworden’, zou hij toen, zich van geen kwaad bewust, hebben gezegd.

Heel pijnlijk is een ontmoeting met de directeur en staffunctionaris leerlingenzorg van zijn oude middelbare school Het Driestar College. Terwijl zij hem bij binnenkomst enthousiast oude schoolfoto’s laten zien, heeft Rodenburg vooral nare herinneringen. Het derde en vierde jaar noemt hij in hun bijzijn ‘de ongelukkigste jaren van mijn leven’. In boekjes hield hij bij hoeveel dagen hij nog moest ‘doorstaan’, voordat hij weg kon. Zijn ‘homofiele gerichtheid’ was er niet geoorloofd. Daardoor voelde hij zich absoluut niet veilig op school. Het leidt tot een ongemakkelijke, maar wel respectvolle uitwisseling van standpunten, waarbij elk van de betrokkenen zich kwetsbaar durft op te stellen.

Verder spreekt Robbert Rodenburg met zijn broers en zussen, voormalige klasgenoten en een voormalige docent. Zo stevent hij af op geladen ontmoetingen met zijn eigen ouders en de dominee van de kerkgemeenschap waarbinnen hij opgroeide. Het is geen gemakkelijk proces, bekent hij met een gepijnigde blik, die wel vaker zijn gezicht bepaalt. ‘Ik heb echt een zware error. In de zin van: waarom ben ik al deze lades van teleurstelling aan het opentrekken?’ Hij vraagt zich ook af: is er een uitweg uit deze impasse? Daarvoor belandt Rodenburg in deze treffende tv-docu bij de gay-voorganger van de Oranjekerk en een theoloog, in de hoop dat hij via hen weer vrede kan sluiten met het/zijn geloof.

Theatre Of Violence

Dogwoof

Twaalf jaar geleden ging de activistische film Kony 2012 ineens ‘viral’. Een mensenrechtenorganisatie genaamd Invisible Children wilde er zo voor zorgen dat Joseph Kony, de leider van het Lord’s Resistance Army (LRA) in Oeganda, eindelijk zou worden berecht door het Internationaal Strafhof in Den Haag, dat hem al in 2005 officieel in staat van beschuldiging had gesteld.

Zover kwam het nooit. Slechts één enkele soldaat van het  Oegandese rebellenleger werd aangehouden: Dominic Ongwen. Hij was als negenjarige ontvoerd door het LRA en zou zich daarna als kindsoldaat, in de periode van 2002 tot en met 2005, schuldig hebben gemaakt aan gruwelijke oorlogsmisdaden in wat zijn advocaat Krispus Ayena het Theatre Of Violence (91 min.) noemt in Noord-Oeganda.

Het proces tegen Ongwen start in 2016 en vormt het fundament onder deze indringende film van Lukas Konopa en Emil Langballe. Methodisch lopen de aanklagers een hele waslijst aan beschuldigingen tegen de verdachte door. Tegelijkertijd realiseren alle betrokken zich dat Dominic Ongwen niet alleen de dader van afschuwelijke misdaden tegen de menselijkheid is, maar ook het slachtoffer ervan.

De vraag wat dit dan betekent voor zijn vervolging loopt als een rode draad door het proces, dat zich afspeelt tegen de achtergrond van tumultueuze presidentsverkiezingen in Oeganda, waarbij Joseph Kony’s grote tegenstander Yoweri Museveni, sinds 1986 aan de macht in het Afrikaanse land, op alle mogelijke manieren probeert om zijn opponent, de populaire Afrobeatzanger Bobi Wine, van zich af te schudden.

Die verkiezingsstrijd was al het toneel van de meeslepende documentaire Bobi Wine: The People’s President en wordt in Theatre Of Violence binnen z’n historische context geplaatst, inclusief de koloniale erfenis van landen zoals Oeganda, waar autocratische machthebbers vaak door de voormalige kolonisator aan de macht zijn geholpen. En dat schept ruimte voor messianistische tegenstanders zoals Joseph Kony.

Want Kony’s aanhangers beschouwen hem als niets minder dan een profeet. Een man met bovennatuurlijke gaven, met een eigen leger van God. ’s Mans kindsoldaten, betoogt Dominic Ongwens advocaat Krispus Ayena, werden zo volledig gehersenspoeld. Ze schikten zich naar die nieuwe werkelijkheid. Volstrekt onmenselijke handelingen behoorden vervolgens al snel tot de orde van de dag.

Joseph Koney zelf houdt zich al jaren schuil, maar als Ayena door Oeganda reist om ontlastende getuigen te zoeken, die later overigens inderdaad voor zijn cliënt zullen pleiten bij het Strafhof, stuit hij wel op een vrouw en enkele kinderen van de rebellenleider. Een man die volgens de advocaat heel aardig overkomt en in niets lijkt op het monster dat uit zoveel verhalen naar voren komt.

Zulke tegenstellingen – ook die tussen de dader en het slachtoffer in één en dezelfde getroebleerde man en de verhitte situatie in het Afrikaanse land tegenover de beheerste rechtszittingen in Den Haag – tekenen deze film, die gaandeweg steeds verder onder de huid kruipt. Terwijl tijdens het proces de meest gruwelijke details aan de orde komen, proberen de rechters voor een ordelijke rechtsgang te zorgen.

Ook zij raken echter bevangen door de enormiteit van het drama dat zich in Oeganda heeft afgetekend.

Bread & Roses

Apple TV+

Een dag na de verloving van Zahra Mohammadi met Omid trekken de Taliban de Afghaanse hoofdstad Kaboel binnen. Het is 15 augustus 2021. Tandarts Zahra realiseert zich dat dit een cruciaal moment is in haar leven. Al snel eisen de nieuwe ultraorthodoxe machthebbers dat ze haar naam en slogan (‘your smile designer’) van de buitengevel van haar kliniek verwijdert. ‘Ik hoop niet dat dit het begin is van het sluiten van mijn bedrijf’, zegt ze in de aangrijpende documentaire Bread & Roses (88 min.) van Sahra Mani, met de moed der wanhoop die haar zal blijven kenmerken.

Vrouwen horen volgens de Afghaanse moslimfundamentalisten thuis, aan het spreekwoordelijke aanrecht. Of ze dat nu willen of niet. En: goedschiks dan wel kwaadschiks. Scholen en universiteiten worden dus ook verboden terrein voor hen. En elke vorm van protest wordt met bruut geweld de kop ingedrukt. Zahra en haar dappere vriendinnen, met wie ze samenkomt in haar eigen mondkliniek, laten zich daardoor niet ontmoedi… Nee, ontmoedigend is ‘t natuurlijk wel, maar deze zelfbewuste en veelal uitstekend opgeleide vrouwen laten zich in elk geval niet zomaar de mond snoeren.

Op straat roepen zij om ‘werk, brood, opleiding’ en staan ze stuk voor stuk hun vrouwtje, op hun hoofdkwartier in Zahra’s kliniek kunnen ze onder elkaar stoom afblazen. Want thuis is de situatie soms ook helemaal veranderd. Één van hun echtgenoten heeft bijvoorbeeld tegen zijn vrouw gezegd hij niet van haar wil scheiden, maar dat ze thuis zal zitten ‘totdat haar haren net zo wit zijn als haar tanden’. Hun eigen man kan zich ook zomaar ineens openbaren als de vijand. ‘Ik heb een Talib in mijn eigen huis’, vertelt lerares Khatool wanhopig huilend. ‘Ik kan jullie laten zien hoe erg hij me heeft geslagen.’

Sahra Mani brengt de strijd van deze vrouwen van binnenuit in beeld. Tegenover hen plaatst ze de jonge vrouw Taranom, die al snel naar buurland Pakistan is gevlucht. Zij worstelt ermee dat ze nu een vluchteling is, alles heeft moeten achterlaten en haar geliefden in Afghanistan niet meer kan beschermen. Zo bestaat er geen Afghaanse vrouw die niet is getroffen door de omwenteling in hun land, dat al zo lang wordt geteisterd door religieus fundamentalisme, tribale twisten en oorlog. Daarbij hebben mannen het hoogste woord en vangen vrouwen een groot deel van de klappen op.

Met hun openlijke verzet brengen Zahra en haar medestrijdsters zichzelf willens en wetens in gevaar. Maar welk alternatief hebben ze, is de vraag na deze schrijnende film, in een wereld die hen verplicht tot een leven dat geen leven is – of mag zijn?

No Céu Da Pátria Nesse Instante

IDFA

Deze film begint met een Braziliaanse vrouw die Sandra Kogut meermaals indringend vraagt of ze misschien een linkse filmmaker is. Want: als je voor die rooien bent, haak ik af. En de documentaire eindigt met een Bolsonaro-supporter die diezelfde filmmaakster, na een stekelig vraag- en antwoordspel over vermeende fraude tijdens de presidentsverkiezingen van 2022, afgemeten toevoegt: ‘Het lijkt alsof jij in het ene Brazilië woont en ik in een totaal ander land.’

Tussendoor houdt Kogut in de documentaire No Céu Da Pátria Nesse Instante (Engelse titel: At This Moment, In The Nation’s Sky, 105 min.), vernoemd naar een zinsnede uit het Braziliaanse volkslied, haar mening zoveel mogelijk buiten de film – ook al is duidelijk met welke kant zij wordt geassocieerd. Bij die verkiezingen neemt de linkse kandidaat Lula ’t op tegen de zittende president van zeer rechtse signatuur, Jair Bolsonaro. Rood versus de landskleuren geel en groen, geclaimd door Bolsonaro’s partij.

Hun aanhangers leven – zo blijkt steeds weer in deze observerende film – in een totaal andere werkelijkheid. ‘Kunnen we Brazilië niet gewoon opsplitsen?’ vraagt een Bolsonaro-aanhanger zich dan ook hardop af als de spanningen over de uitslag oplopen. Een vraag die ook sommige gefrustreerde Amerikaanse, Britse of, ja, Nederlandse kiezers zichzelf vast wel eens hebben gesteld. Van politieke opponent is de tegenpartij verworden tot een vijand, die met alle mogelijke middelen moet worden bestreden.

Terwijl Petra Costa diezelfde Braziliaanse verkiezingen gebruikt om in haar documentaire Apocalipse Nos Trópicos (2024) het grotere verhaal van het christelijk nationalisme in Brazilië uit te diepen, daalt Kogut juist af naar de basis: de gewone aanhangers van beide zijden, campagnevrijwilligers en verkiezingsfunctionarissen. Zij staan op dit cruciale ogenblik in de moderne Braziliaanse geschiedenis met hun poten in de modder en ervaren hoe de vijandigheden tussen rood en geel-groen steeds verder escaleren.

Het heeft de documentairemaakster heel wat kruim gekost om landgenoten te vinden die in de aanloop naar de verkiezingen hun ervaringen wilden delen. Zeker de achterban van Bolsonaro staat zeer wantrouwend tegenover journalisten, die beschouwd als verspreiders van nepnieuws. Voor hen lijkt ook alles geoorloofd om te winnen. Bij religieuze Bolsonaro-supporters wordt er bijvoorbeeld gebeden als de uitslag in hun nadeel dreigt uit te vallen. ‘Ik hoop nog steeds dat het leger ’t overneemt’, zegt één van hen.

Te midden van al het strijdgewoel houdt een straatverkoper op een scorebord nauwkeurig bij van wie hij het meeste shirts en vlaggen verkoopt: Bolsonaro of Lula. Met enige goede wil zou je het een geruststellend beeld kunnen noemen: terwijl de man geen geheim maakt van zijn eigen voorkeur – van Lula moet hij niets hebben – mag dat niet in de weg staan van zijn business. Zulk pragmatisme, hoe aards ook het motief, kan Brazilië getuige deze onstuimige verkiezingsfilm wel gebruiken, zou je zeggen.

Apocalipse Nos Trópicos

IDFA

Je zou kunnen zeggen: het scenario lag klaar en was zelfs al eens getest, dus waarom zouden ze ’t in Brazilië niet ook eens uitproberen? Bijna op de dag af twee jaar na de bestorming van het Capitool door de aanhang van de Amerikaanse president Donald Trump zetten supporters van de Braziliaanse president Jair Bolsonaro de aanval in op het parlement.

De parallellen tussen Trump en Bolsonaro liggen sowieso voor het oprapen in Petra Costa’s Apocalipse Nos Trópicos (Engelse titel: Apocalypse In The Tropics, 111 min.). Ook Jair Bolsonaro is een feilbaar mens met opvallende gebreken, die nochtans volledig wordt omarmd door evangelisch rechts. En daar vindt Costa, die in The Edge Of Democracy (2019) haar eigen familiegeschiedenis al verbond met de recente politieke historie van Brazilië, haar thema: hoe evangelische christenen, inmiddels zo’n dertig procent van het totale electoraat, worden ingezet voor oerconservatieve politiek.

De verpersoonlijking van die ontwikkeling is pastor en televisiedominee Silas Malafaia van de Assembleia De Deus-beweging. Hij zet zich schrap tegen abortus, het homohuwelijk en de legalisering van drugs en vormt inmiddels een kracht om rekening mee te houden in het Zuid-Amerikaanse land. In een grijs verleden steunde hij Bolsonaro’s grote tegenstander Lula, maar die twee matchten niet. Daarna omarmde hij Jair – ja, werkelijk waar – Messias Bolsonaro, die zich als relatief onbeduidende uiterst rechtse volksvertegenwoordiger bekeerde tot het christelijk nationalisme.

Costa verbindt dit actuele politieke verhaal, middels een enigszins moeizame persoonlijke voice-over en sprekende religieuze afbeeldingen, met bespiegelingen over de extreme opvatting van het christendom door Malafaia en zijn gevolg. Omdat volgens het Bijbelboek Openbaringen een eindstrijd nodig is voor de terugkeer van Jezus op aarde – Armageddon – lijkt het behouden van de vrede geen doel voor deze geharde ‘evangelicals’. Het winnen van de verkiezingen is slechts een klein onderdeel van de heilige strijd. Zo zetten ze, totaal onverzoenlijk, koers richting de Dag des Oordeels.

De ‘messias’ Bolsonaro is een prima vehikel voor die agenda. Als ook Brazilië wordt getroffen door de wereldwijde pandemie spot hij net als zijn Amerikaanse evenknie met alle COVID-wetten. Bidden tegen Corona, dat is zijn voornaamste devies. En als er dan mensen sterven? Nou en. Iedereen gaat een keer dood. Het maakt de Braziliaanse Trump wel kwetsbaar bij de verkiezingen van 2022 als hij toch weer met die dekselse Lula, die enige tijd in de gevangenis heeft gezeten, wordt geconfronteerd als opponent. Deze verkiezingen kunnen bepalen of Brazilië een seculiere staat blijft.

Als de zege uiteindelijk naar Lula’s Arbeiderspartij gaat, tevens gevolgd in de documentaire No Céu Da Pátria Nesse Instante, reageren Bolsonaro’s supporters furieus. Apocalipse Nos Trópicos wint direct aan scherpte en drama als zij het leger vragen om in te grijpen en zelf het recht in eigen hand nemen. En al die tijd staat de mannetjesmaker Silas Malafaia aan hun zijde. Als Bolsonaro beweert dat God heeft gezegd: ga vechten en ik ben erbij, laat Petra Costa in een treffende scène zien dat de pastor hem dit heeft ingefluisterd – of op z’n minst zijn goedkeuring heeft gegeven.

Bolsonaro’s aansporing om geweld te gebruiken lijkt een kopie van de slogan waarmee Donald Trump op 6 januari 2021 zijn aanhang aanspoorde om het Capitool te attaqueren: fight like hell. Ook in Brazilië loopt ‘t volledig uit de hand, toont deze pijnlijk actuele film over het monsterverbond tussen christelijk nationalisme en autocratische leiders. En als het Trump-draaiboek ook in de toekomst wordt gevolgd, staat Jair Bolsonaro nu in de coulissen te wachten totdat hij zich opnieuw kandidaat kan stellen voor het presidentschap – en komt een theocratie in Brazilië weer een stapje dichterbij.

An American Pastoral

IDFA

Met enige goede wil is in deze documentaire een vooraankondiging van de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten te vinden. In An American Pastoral (118 min.) kijkt de Franse filmmaakster Auberi Edler in 2023 mee bij een fel bevochten verkiezing in de zogenaamde ‘Rust Belt’, de Amerikaanse staten die een jaar later bij de presidentsverkiezingen duidelijk ‘rood’, Republikeins, zullen stemmen.

Als er vijf plekken vrijkomen in het negenkoppige bestuur van de openbare school van Elizabethtown, een slaperig stadje in de Amerikaanse staat Pennsylvania, ontstaat er een pittige ideeënstrijd. Niet zozeer tussen Democraten en Republikeinen, want Etown is een door en door rode stad. De strijd gaat tussen gematigde Republikeinen, die de plekken nu bezetten, en partijgenoten die veel strenger in de leer zijn.

Als zij bij de verkiezingen aan het langste eind trekken, gaat er een straffe conservatieve wind waaien door Elizabethtown. Christelijke nationalisten willen boeken met een expliciete inhoud verbannen uit de schoolbibliotheek en gaan ongetwijfeld ook tornen aan LHBTIQ+-rechten. Tijdens politieke bijeenkomsten komen landelijke kopstukken zoals Michele Bachmann en Glenn Beck de achterban alvast flink oppoken.

Edler volgt kandidaten van beide zijden naar vergaderingen, kerken en schimmige zaaltjes. Ze treft daar een volledig verdeelde natie. Tegenover de rekkelijken – en zowaar ook enkele Democraten – staan de hardliners voor wie ‘Merica eerst en vooral een christelijk land is, waar jongens gewoon jongens zijn en meisjes meisjes, iedereen een wapen hoort te dragen en Trump ook de verkiezingen van 2020 heeft gewonnen.

Met de schooljeugd wordt verder nauwelijks gesproken. Deze ideologische oorlog speelt zich duidelijk boven hun hoofd af – al zullen zij straks wel degelijk met de consequenties ervan worden geconfronteerd. Auberi Edler mengt zich niet in het debat, maar registreert feilloos hoe dit Elizabethtown – en in het verlengde daarvan: de Verenigde Staten – volledig uiteenrukt en wellicht zelfs grondig van karakter doet veranderen.

Breath Of Fire

HBO Max

Tegen de tijd dat de titel van deze miniserie – Breath Of Fire (225 min.) – na ruim vijf minuten in beeld komt, zijn de contouren van wat de volgende vier uur nog gaan brengen al geschetst. Zoals dat tegenwoordig gaat bij Amerikaanse documentaireseries worden alle belangrijke personen, thema’s én strijdpunten alvast geteased. Zodat de rest van de productie, gebaseerd op het artikel The Second Coming Of Guru Jagat van de Amerikaanse journaliste Haley Phelan in Vanity Fair, in wezen nauwelijks meer verrassingen bevat – óók omdat elk sekteverhaal min of meer dezelfde elementen bevat.

Enter Kundalini, een vorm van yoga die op maat lijkt te zijn gesneden voor millennials, met bovendien een bijzonder mediageniek wellness-orakel, Guru Jagat. Zij is zogezegd de favoriete discipel van de Pakistaanse spiritueel leider Yogi Bhajan (1929-2004), de man die met zijn organisatie 3HO behalve een eeuwenoude oude yoga-vorm bijvoorbeeld ook een lekker winstgevend product zoals Yogi Tea in de markt zette. ’s Mans protegé Guru Jagat heet in werkelijkheid Katie Griggs. Deze ‘Kim Kardashian van de spirituele wereld’ ontwikkelt zich tot de charismatische leider van het Ra Ma Institute in Venice, Los Angeles. Ze maakt naam als een bevlogen Kundalini-leraar, succesvol podcaster en CEO van een hele stoet internationale organisaties.

Als een echte yoga-influencer omringt Guru Jagat – een naam die ze in 2012 hoogstpersoonlijk van Yogi Bhajan kreeg, ook al was die toen al gauw acht jaar dood – zich met bekendheden zoals Madonna, Demi Moore, Orlando Bloom, Alicia Keys, Russell Brand, Courtney Love en Kate Hudson. Ze verwerft tevens een groep trouwe volgelingen, steevast getooid met een tulband en in het wit gekleed. Griggs predikt een soort welvaartsreligie, gebaseerd op Bhajans leerstellingen, die op hun beurt dus zijn gebaseerd op eeuwenoude… welnee: gebaseerd op niet heel veel meer dan niets. Yogi Bhajan blijkt in feite weinig meer dan een mediagenieke bedrieger die van ordinaire geldklopperij zijn tweede natuur had gemaakt.

Als voormalige douanier moest Yogi vanwege een lastige situatie ooit zijn eigen land verlaten, betoogt deze miniserie. Hij belandde in de Verenigde Staten en verzon daar werkendeweg een eigen vorm van yoga. Dat punt maken de makers, Hayley Papas en Smiley Stevens, direct aan het begin van deel twee. Is zijn vrouwelijke discipel een soortgelijke charlatan? is dan de vervolgvraag. Daarvoor roepen ze, behalve van oud-medewerkers en volgelingen, ook de hulp in van een jeugdvriendin van Katie Griggs en van haar moeder Nansy Steinhorn-Galloway en stiefvader Rabbit Galloway. ‘Ik kan het nauwelijks over mijn lippen krijgen om haar een sekteleider te noemen’, zegt moeder Nansy. ‘Maar hoe zou ik haar anders moeten noemen?’

Onder de noemer Kundalini Katie heeft haar dochter eerst jarenlang astrologievideo’s gemaakt. Daarna wordt ze ‘ontdekt’ door Harijiwan Khalsa, een vroege volger van Yogi Bhajan. De rijzige ‘sikh’ Harijiwan – van origine overigens een Joodse Amerikaan, met de doodnormale naam Steve – ziet in Griggs de ideale ingang naar millennial-vrouwen en begint haar in te zetten als boegbeeld van de beweging. In die hoedanigheid groeit zij binnen de kortste keren uit tot een icoon van de meditatie- en wellnesswereld. Met onmogelijk gedrag achter de schermen, een categorische ontkenning van alle misstanden binnen de gemeenschap en haar openlijke omarming van QAnon en andere complottheorieën draait ze zichzelf daarna ook weer helemaal vast.

Toch is Breath Of Fire méér dan een poging om Guru Jagat – en in haar kielzog de complete Kundalini-beweging – te ontmaskeren. Waar Yogi Bhajan en Harijiwan Khalsa uiteindelijk op weinig begrip kunnen rekenen van Papas en Stevens, kijken zij, mede door de inbreng van haar openhartige moeder Nansy en stiefvader Rabbit, wel met een zekere compassie naar Katie Griggs, een gecompliceerde jonge vrouw die ’t ooit misschien niet eens zo slecht bedoelde, maar ergens onderweg een verkeerde afslag moet hebben genomen. Toen ze dat zelf in de gaten kreeg – als dat al ooit is gebeurd – was het al te laat en bleek er geen weg meer terug. Deze serie tekent dat tragische verhaal zeer adequaat op, met oog voor zowel de vrouw als het monster in haar.

Vodu

Nozem Films / AVROTROS

Met enige goede wil kun je er een klassiek held(inn)enverhaal in zien: de uitverkorene probeert de lokroep van haar lot telkenmale te weerstaan. Ze kruipt ervoor weg, probeert de signalen te negeren en begint die uiteindelijk zelfs actief te bevechten. Tevergeefs, natuurlijk. De beelden blijven komen, totdat ze er echt niet meer aan kan ontkomen en in arren moede dat lot maar omarmt.

In de sfeervolle korte docu Vodu (30 min.) van Eva van Weeghel vertelt Dzifa Kusenuh dat ze in haar dromen soms bijna wordt gedwongen om in de toekomst te kijken. Het zijn lang niet altijd fijne beelden. Zo kreeg de jonge Ghanees-Nederlandse actrice eens een unheimisch visioen over een meisje op het Amsterdamse station Sloterdijk. En daarmee liep het later, inderdaad, niet goed af.

Zulke gebeurtenissen boezemen haar angst in. Ze doen haar ook denken aan haar vader Atsu. Hij staat voortdurend in contact met hun voorouders. Dzifa besluit om samen met hem af te reizen naar Ghana. Zij wil de Vodu-cultuur die Atsu aanhangt beter leren kennen. Via dromen lijkt die ook al nadrukkelijk naar haar te lonken. Zonder dat ze er echt vat op krijgt of eraan durft toe te geven.

Wat heeft ze van haar voorouders te verwachten? Dzifa is bang dat ze niets van haar moeten hebben. En wat nu als ze die connectie wél krijgt? vraagt ze zich hardop af, in een dagboekachtige voice-over. Dat ze net als haar vader met hen gaat communiceren en dat zij dan in haar dromen gaan terugpraten? Wil ze die beerput werkelijk openmaken, op het gevaar af dat ie nooit meer dichtgaat?

Gaandeweg raakt ze in haar vaderland echter steeds meer vertrouwd met de fysieke en spirituele wereld van haar vader, waarvan zijzelf onmiskenbaar ook een onderdeel is. Van Weeghel kijkt mee tijdens dit intieme proces van het aan zichzelf twijfelende kind en de vader, die haar liefdevol aanspoort om haar lot te omarmen en te vertrouwen op zichzelf – en op hem en haar voorvaderen.

Met behulp van enkele vaste gebruiken wordt Dzifa Kusenuh klaargestoomd om de rol te aanvaarden die altijd al voor haar was weggelegd. ‘Ik heb jou vandaag geblessed, zegt Atsu plechtig tegen z’n dochter tijdens een soort doop- en reinigingsritueel. ‘Ik heb jou gecleansed vandaag. En je kan altijd bij de goden komen. Dit is wat ik je wilde geven. En het is het laatste. Jij moet zelf verder gaan.’

The Overnighters

Dogwoof

Terwijl de economische crisis van 2008 enkele jaren later nog altijd huis houdt in het Amerikaanse heartland, geniet North Dakota juist van economische voorspoed. In de dunbevolkte staat in het Noorden van het land, aan de Canadese grens, zorgt een olieveld voor enorme werkgelegenheid. Vanuit de gehele Verenigde Staten stromen dus arbeidskrachten toe. Het gaat vaak om mannen die niets meer hebben te verliezen. Ze hebben doorgaans geen nagel om aan hun kont te krabben en ook geen plek om te slapen.

In het plaatsje Williston zitten ze eigenlijk niet op zulke kerels te wachten. Ze overnachten noodgedwongen op parkeerplaatsen, in hun eigen camper of kampeerwagen, en zorgen voor een algeheel gevoel van onveiligheid. Het feit dat pastor Jay Reinke van de Concordia Lutheran Church zich hun lot aantrekt wordt hem binnen de lokale gemeenschap dan ook bepaald niet in dank afgenomen. Hij laat The Overnighters (101 min.) in en bij zijn kerk slapen, maar realiseert zich tegelijkertijd dat hij daarmee ook een risico neemt. ‘Knip je haar’, raadt hij één van de mannen aan. ‘Had Jezus kort haar?’ reageert die. Reinke: ‘Jezus had niet onze buren.’

The Williston Herald is eveneens kritisch op al die nieuwkomers. Met een continue stroom berichten over incidenten rond de vreemdelingen gooit de plaatselijke krant gedurig olie op het vuur. Een verslaggever komt in deze bezonken documentaire van Jesse Moss uit 2014 bovendien een verhaal op het spoor dat de pastor verder in het nauw brengt. De discussie over de arbeidsmigranten – uit andere delen van het door eenieder zo geliefde Amerika, in plaats van bijvoorbeeld Oost-Europa – laait er zo hoog door op dat Reinke zelfs begint te vrezen voor zijn baan. Hij dreigt ook z’n eigen gezin, een vrouw en vier kinderen die hem door dik en dun steunen, tegen zich te krijgen.

Is hij dan toch te ver gegaan en moet hij zijn eigen idealen nu even parkeren, ten faveure van andermans onderbuikgevoelens? Tegelijkertijd: was de kerk niet juist ook voor zondaars? Moss observeert hoe de idealistische pastor zich noodgedwongen herbezint en mede daardoor ook hard in botsing komt met de mannen over wie hij zich had ontfermd. En dan komt er, helemaal tot besluit van deze stemmige film over hoe de komst van (arbeids)migranten een gemeenschap kan verscheuren, nog een heel venijnig duveltje uit een doosje, dat al het voorgaande nét in een ander licht plaatst en van Jay Reinke zelf wel eens een ‘overnighter’ zou kunnen maken.

Children Of The Cult

Dartmouth Films

Twintig jaar geleden exploreerde Maroesja Perizonius in de persoonlijke documentaire Communekind (2004) haar verleden als kind binnen de Bhagwan-beweging. Met een duim op haar voorhoofd werd ze als zesjarig Nederlands meisje hoogstpersoonlijk door de grote leider Bhagwan Sri Rajneesh geïnitieerd. Samen met haar moeder Lietje zou ze in totaal zeven jaar lang deel uitmaken van diens beweging.

In de film confronteerde Maroesja Perizonius, toen in de dertig, haar moeder met de hachelijke situaties waarin zij als kind, omgedoopt tot Chandra, begin jaren tachtig terecht kwam. Ze voelde zich daarbij niet gesteund en beschermd door haar als ouder. Lietje probeerde de verwijten veelal af te weren. ‘Ik ben benieuwd naar over twintig jaar als jij misschien een koter hebt van dertien of zo’, zei ze. ‘En jij denkt daar het beste mee te doen en dat die dan daar natuurlijk ook de nadelen van meemaakt.’

Welnu, die jaren zijn inmiddels verstreken. In de tussenliggende periode leek met de serie Wild Wild Country (2018) het definitieve Bhagwan-document wel te zijn gemaakt. Anno 2024 pakt Perizonius de draad echter weer op met Children Of The Cult (75 min.). In de openingsscène leest ze direct enkele briefjes voor die zij als dertienjarig meisje ontving van volwassen ‘sannyasins’. ‘Lieve Chandra, je bent zo’n schatje en je hebt zo’n mooi lichaam’, schrijft de één. ‘Ik vind ’t geweldig om met je te slapen’, een ander.

Perizonius ontmoet in deze nieuwe film andere kinderen die zijn opgegroeid binnen de Bhagwan-beweging. Stuk voor stuk schetsen ze een leefomgeving waarin alles wordt geseksualiseerd, inclusief zijzelf. Als er in het Britse Suffolk een speciale kostschool wordt opgericht, zodat de ouders zich volledig kunnen richten op hun eigen spirituele ontwikkeling, loopt de situatie helemaal uit de hand. Jonge meisjes en jongens blijken in ‘Medina’, zonder vader of moeder in de buurt, een wel heel gemakkelijke prooi.

Ook Bhagwan zelf laat zich niet onbetuigd. Als de grote leider z’n sannyasins in 1981 richting de Verenigde Staten dirigeert, om daar een eigen stad te stichten, krijgt het misbruik een grootschaliger karakter. Rajneeshpuram wordt een plek, die menigeen voor het leven tekent. Maroesja Perizonius probeert ook in contact te komen met mannen die zich daar opdrongen aan minderjarige meisjes. Ze belt bijvoorbeeld met een sektelid, stiekem opgenomen, dat ronduit toegeeft dat hij destijds over de schreef is gegaan.

Een ander oud-lid verhaalt schuldbewust over de seksuele relatie die hij had met een tiener, maar verbaast zich erover hoe uitdagend de Bhagwan-kinderen zich toentertijd gedroegen. Als hij begint over hoe zij al op heel jonge leeftijd voorbehoedsmiddelen gebruikten, wordt het de verder daadkrachtig opererende Perizonius even te veel. Dat kent zij uit eigen ervaring. Toen ze naar Medina werd gestuurd, moest haar moeder een verklaring ondertekenen waarmee de contraceptie van haar dochter werd geregeld.

En daar zit ook de crux: de jongens en meisjes moesten zich binnen de sekte wel ontremd gedragen. Anders vielen ze uit de toon. Het seksueel misbruik dat daarop volgde heeft tientallen jaren later echter nog altijd gevolgen voor hun zelfbeeld, relaties en seksuele leven, zo toont deze ontluisterende film, die Perizonius regisseerde met Alice McShane. Zij schromen de confrontatie niet. Een notoire schuinsmarcheerder, nog altijd actief binnen de Bhagwan beweging, wordt met draaiende camera overvallen.

Maroesja Perizonius’ queeste mondt uit in een confrontatie met Bhagwans toenmalige rechterhand Ma Anand Sheela, die er wel van geweten móet hebben. Op voorhand is al duidelijk dat het bepaald niet zeker is dat zij ook haar verantwoordelijkheid zal nemen voor het verleden (dat hier nog eens in al z’n buitenissigheid wordt getoond met toch weer schokkende beelden). Voormalige leiders zoals Sheela beperken zich doorgaans tot (geveinsd?) begrip en routineuze antwoorden. Waarvan niemand wijzer wordt.

Marjoe

Cinema 5 Distributing

Als zesjarige joch, door z’n ouders binnen de Amerikaanse Pentecostal Church geïntroduceerd als ‘de jongste evangelist ter wereld’, begroette hij vreemden met een ferme handdruk en een ingestudeerd praatje: hallo, meneer Smith, mijn naam is Marjoe Gortner en ik ben van plan om de Duivel twee blauwe ogen te bezorgen.

Dat jongetje is, als deze Oscar-winnende documentaire van Howard Smith en Sarah Kernochan in 1971 wordt opgenomen, inmiddels een volwassen man. Na zijn periode als kinderprediker, waarin hij miljoenen dollars zou hebben binnengehaald voor vader en moeder Gortner, begint Marjoe (88 min.) als twintiger zelf Mammon te dienen en puur voor de knaken te preken. Geloven doet hij allang niet meer. En daarover krijgt ie gaandeweg dan toch weer wroeging.

Marjoe besluit om de filmcrew van Smith en Kernochan toegang te geven tot zijn allerlaatste ronde langs Amerikaanse kerkgemeenschappen, om zo zijn eigen bedrog – en daarmee impliciet ook dat van talloze vakbroeders – aan de kaak te stellen. Wat gebeurt er als ze erachter komen dat ze voor de gek zijn gehouden? willen de filmmakers vooraf nog weten. ‘Ik hoop dat ze inzien dat het niet nodig is om al je geloof in handen van één willekeurige persoon te leggen.’

In de kleedkamer waar ze het opnameproces bespreken laat hij alvast zien hoe gemakkelijk ’t is om de uitzinnige prediker in zichzelf naar boven te halen. ‘For seven years I was a heroin addict, pill dropper, LSD tripper,’ begint Marjoe met gedragen stem aan één van zijn vaste riedels. ‘High ridin’ and then low slidin’, bustin’ heads, and droppin’ reds. Kickin’ in doors and bangin’ whores, settin’ tires and slashin’ fires. But then I met a man who was hung up, from my hang ups…’

Marjoe is ‘een geboren prediker’, vertelt zijn vader Vernon trots. Zijn zoon behoort tot de vierde generatie christelijke leidsmannen in de familie. Hij is intussen wel duidelijk een kind van zijn tijd: net zo goed beïnvloed door Mick Jagger als door Jezus. Marjoe maakt inderdaad indruk. Hij heeft onmiskenbaar de gave van het woord, maakt van elke dienst een meeslepend theaterstuk (inclusief handoplegging, healings en mietersveel Hallelujahs) en kan bovendien bedelen als de allerbeste.

Want, zo wordt ook al snel duidelijk: Amerikaanse predikers zoals Marjoe proberen overal een cent aan te verdienen. Ongegeneerd kloppen ze hun gehoor geld uit de broek. Na een performance – want dat is ‘t, niet meer of minder – worden de dollarbiljetten sans gêne op een stapeltje gelegd en vervolgens enthousiast geteld. Preken is een businessmodel, voor zogenaamd christelijke lieden die er geen been in zien om devote oude vrouwtjes van hun laatste tientje te ontdoen.

En Marjoe Gortner, of hij dat nu wil of niet, excelleert in dat métier. De scènes waarin hij als een jonge God, samen met enkele oudere collega’s, enkele (zwarte) kerken en ‘revival tenten’ op hun grondvesten laat schudden, hebben ruim een halve eeuw later niets aan kracht ingeboet. Het is en blijft topentertainment – ook al is er dan een charlatan aan het werk (die er blijkbaar ook geen moeite mee heeft om andere prekers voor eigen parochie te kijk te zetten).

Een fascinerend schouwspel, dat is ‘t.

Cult Massacre: One Day In Jonestown

Disney+

‘Gisteravond gaf iemand me dit briefje’, zegt Don Harris, verslaggever van de Amerikaanse televisiezender NBC, terwijl hij een velletje papier overhandigt aan Jim Jones. De sekteleider kijkt er misprijzend naar. ‘Dat bedoel ik’, zegt hij uiteindelijk. ‘Hij wil zijn zoon hier achterlaten. Waarom zou hij dat doen als Jonestown zo slecht is?’ Harris laat zich echter niet afbluffen. ‘Baart het je geen zorgen dat deze man, één van de mensen in deze groep…’ Hij wordt bruusk onderbroken door Jones. ‘Mensen spelen spelletjes, vriend. Ze liegen en liegen. Wat kan ik daaraan doen?’ Ga alsjeblieft weg, bijt hij de televisiejournalist toe. ‘Wie wil gaan, kan gaan.’

Slechts zes uur later, op die fatale achttiende november 1978, zijn ruim negenhonderd volgelingen van Jones dood. De leider van de Amerikaanse Peoples Temple, enkele jaren daarvoor uitgeweken naar Guyana, heeft ook zijn eigen leven beëindigd. Op de valreep heeft hij bovendien enkele bezoekers, onder wie het congreslid Leo Ryan en Don Harris, meegenomen naar het hiernamaals. Volgens oud-sektelid Tim Carter moet dat briefje de druppel zijn geweest voor Jim Jones, een man die is weggezonken in z’n eigen paranoia. ‘Hij voelde zich verraden’, zegt Carter in Cult Massacre: One Day In Jonestown (132 min.). ‘Hij zag elk vertrek als een persoonlijk verraad.’

Documentairemaakster Marian Mohamed concentreert zich in deze driedelige docuserie vrijwel volledig op het tragische einde van de Peoples Temple, een christelijke kerkgemeenschap die ooit zeer hoopvol en tolerant begon in de Verenigde Staten. Ze kan daarbij gebruik maken van een overvloed aan unheimisch beeldmateriaal en audio-opnames uit de laatste uren van Jonestown en van de getuigenissen van enkele kerkleden en ooggetuigen, die ternauwernood aan het redeloze geweld wisten te ontsnappen. Een aardige troef is ook Jones’ zoon Stephan. Hij wil het beeld van zijn vader corrigeren: die was eerder knettergek dan de verpersoonlijking van het kwaad.

Stephan Jones verblijft ten tijde van het bloedbad overigens in Georgetown, de hoofdstad van Guyana. Hij vreest dan al met grote vreze en probeert zich te distantiëren van zijn vader. De beelden uit Jonestown en geluidsopnamen van Jones brengen diens gruweldaad indringend tot leven. Eerst de honderden mannen, vrouwen en kinderen die lamgeslagen en bedrukt voor zich uitkijken. Dan de stem van hun leider: ‘Geef je leven met waardigheid, niet met tranen en kwelling.’ En tenslotte de beelden van levenloze lichamen, het in tweeën gesneden vat met cyanide en de bekers waarmee de kerkleden, ongetwijfeld onder druk, dat gif hebben ingenomen.

De schokkende gebeurtenis die als een collectieve zelfmoord het geheugen is ingegaan blijkt in werkelijkheid toch vooral een brute massamoord. De weinige overlevenden dragen het ontzaglijke drama vanzelfsprekend voor de rest van hun bestaan met zich mee. Al kan Jonestown ook inspireren, bewijst het bijzondere verhaal van Leo Ryans medewerker Jackie Speier. Dertig jaar na zijn overlijden, in het voorjaar van 2008, wordt zij geïnstalleerd als vertegenwoordiger van Ryans district in het Amerikaanse congres. ‘Als je de dood in de ogen kunt kijken en overleeft’, zegt Speier aan het slot van deze indringende miniserie, ‘geeft het je het gevoel dat je alles kunt doen.’

A Time For Burning

Contemporary Films

We hebben jullie historie bestudeerd, begint de jonge Afro-Amerikaanse kapper Ernie Chambers, die later nog zal worden verkozen tot het parlement van de staat Nebraska, tegen pastor Bill Youngdahl van de Omaha Augustana Lutheran Church. Jullie zijn niet degenen die ‘We Shall Overcome’ zongen. Jullie breken beloften. Jullie liegen. Julie verkrachten hele landen en volkeren. Jullie geloof is niet serieus te nemen. En jullie wetten stellen ook niks voor, zo bleek onlangs weer in Alabama.

‘Wat ons betreft is jullie Jezus besmet’, vat Chambers nog even samen voor de witte pastor, die contact wilde zoeken met een nabijgelegen zwarte kerk. ‘Net als al het andere dat jullie ons proberen op te leggen.’ Youngdahl, met al z’n goede bedoelingen, druipt af. Hij deelt in grote lijnen Ernie Chambers’ analyse, maar er zit niets anders op: ze zullen de scherven moeten lijmen. Hij gaat zijn eigen, witte, Lutherse congregatie in contact brengen met de Afro-Amerikaanse gemeenschap.

Daarvoor moet de progressieve pastor echter ook in zijn eigen kerkgemeenschap nog praten als Brugman. Kan de Omaha Augustana Lutheran Church zoveel reuring wel aan? Sommige leden zitten bepaald niet te wachten op ‘geforceerde integratie’. De timing is niet goed, vinden zij. En die zal waarschijnlijk ook nooit goed worden, denkt een kritische kijker er meteen achteraan. Sommige ontwikkelingen komen nu eenmaal altijd te vroeg en moeten worden uitgesteld tot Sint Juttemis.

De observerende documentaire A Time For Burning (56 min.) van Bill Jersey en Barbara Connell speelt zich af in 1965, als de Verenigde Staten in vuur en vlam staan door de strijd van Afro-Amerikanen tegen segregatie. Zij eisen hun burgerrechten op, maar vinden bij de kerk doorgaans geen gewillig gehoor. Tot onbegrip van sommige notabelen. Zeker als het gaat om zwarte soldaten die hebben gevochten in Vietnam. Zij worden in eigen land vaak nog als tweederangs burgers behandeld.

‘Als zo’n ‘negro’ terugkeert en bij mij om een baan komt vragen’, zegt Omaha’s burgemeester Alexander V. Sorensen bijvoorbeeld tijdens een speech voor lokale kerkleiders, ‘ben ik niet de burgemeester die gaat zeggen dat hij niet gekwalificeerd is. Voor jou hebben we geen werk. En als hij met z’n gezin naar een fatsoenlijke woning wil, gaat deze burgemeester ook niet zeggen: sorry, jouw huid is zwart. Je bent voor de rest van je leven veroordeeld tot een getto.’

‘Als de kerk zich hier niet mee gaat bemoeien’, besluit Sorensen alarmistisch. ‘Dan vrees ik voor onze toekomst.’ Hij onderschat echter de weerzin binnen de christelijke gemeenschap om daadwerkelijk te integreren, laat deze klassieke direct cinema-film, in 1967 genomineerd voor een Oscar, feilloos zien. Youngdahls loffelijke initiatief zal vastlopen in een drijfzand van onwil, bureaucratie en geouwehoer. Want daarin kun je, om Jan Schaefer tamelijk bruusk te parafraseren, ook niet bidden.

Draw Me Egypt – Doaa El-Adl, A Stroke Of Freedom

NTR

Elke keer als ze een rode lijn overgaat, ontdekt ze een nieuwe. ‘Het is net een doolhof dat een labyrint vormt’, zegt de Egyptische cartooniste Doaa el-Adl in de documentaire Draw Me Egypt – Doaa El-Adl, A Stroke Of Freedom (50 min.) van regisseur Nada Riyadh, onderdeel van de Draw For Change-serie. ‘Ik wou dat er geen beperkingen bestonden en dat ik vrij was om met mijn eigen ideeën te komen. Dat wens ik elke dag dat ik aan het werk ben.’

El-Adl’s vaste redacteur Amro Sélim, met wie ze al dertien jaar samenwerkt, is van mening dat een cartoonist de grenzen van de vrijheid van meningsuiting moet oprekken. Dat is bepaald geen sinecure in een land als Egypte, waar de Moslimbroederschap nog altijd een belangrijke positie inneemt en menige collega al naar het buitenland is uitgeweken. In de wetenschap ook dat cartoonisten zoals zij, getuige de bloedige aanslag op het satirische tijdschrift Charlie Hebdo in 2015, zomaar doelwit kunnen worden van lieden die weinig respect hebben voor de vrijheid van meningsuiting.

Toen Doaa el-Adl begon te tekenen, keek ze nog, zonder dat ze het zelf echt doorhad, vanuit een traditioneel mannelijk perspectief naar de wereld. De vrouwenfiguren die uit haar tekenpen vloeiden, vertelt ze zelfkritisch, voldeden aan alle stereotypen. Gaandeweg is El-Adl zich echter steeds bewuster geworden van haar eigen positie en heeft ze zich ontwikkeld tot een geduchte tegenstander van eenieder die vrouwen wil beknotten, kleineren of beschadigen. Daarmee voegt ze een eigen perspectief toe aan het maatschappelijke debat. Dat is alleen niet zonder gevaar.

In haar messcherpe werk neemt Dooa El-Adl bijvoorbeeld genitale verminking, groepsverkrachting en de achtergestelde positie van vrouwen in het algemeen op de korrel. Daar zit bepaald niet iedereen op te wachten. Nada Riyadh heeft deze cartoons vanzelfsprekend een prominente plek gegeven in dit boeiende portret van een moedige vrouw, die van geen wijken wil weten en vanuit eigen land blijft werken. ‘Ben je bang dat er iets met je gebeurt?’ vraagt Riyadh nog aan haar protagonist. Die geeft er de voorkeur aan om die vraag niet te beantwoorden.

Trailer Draw Me Egypt – Doaa El-Adl, A Stroke Of Freedom

Meisjes Van De Goede Herder

VPRO

‘Lang, mager meisje’, leest oud-pupil Lies Vissers in haar eigen dossier. ‘Infantiel’. En: ‘probleemkind.’ Toen Lies twaalf was, overleed haar vader. Moeder kon de opvoeding alleen niet aan. En dus werd de oudere vrouw halverwege de jaren zestig als tiener naar één van de vijf Nederlandse kloosters van de Zusters van de Goede Herder-congregatie gebracht. Daar werd ze volgens eigen zeggen ‘gedepersonaliseerd’ en voor het leven beschadigd.

Joke de Smit was één van de 20.000 andere ‘gevallen meisjes’ die als tiener bij de katholieke kloosterorde werden ondergebracht. Ze kregen er werk in naaiateliers en wasserettes toebedeeld en werden flink afgeknepen door de aldaar werkzame nonnen. Joke ervoer het als een bijzonder liefdeloze omgeving, een soort jeugdgevangenis. ‘Vanaf dat moment ben ik heel rebels geworden.’ Samen met Lies, met wie ze een lekker no-nonsense duo vormt, en zeventien andere beschadigde vrouwen heeft zij nu advocaat Liesbeth Zegveld in de arm genomen om de Goede Herder voor de rechter te dagen.

Documentairemaakster Britta Hosman sluit voor de vierdelige serie Meisjes Van De Goede Herder (208 min.) drie jaar lang bij hen aan, maar laat ook de gedaagden aan het woord: de huidige directeur van de congregatie, Hubert Janssen, en de laatste nog levende en inmiddels behoorlijk fragiele Zusters. Zij geven een gezicht aan het repressieve systeem dat ook internationaal steeds meer onder vuur is komen te liggen. In Ierland bijvoorbeeld, waar wantoestanden bij de zogenaamde Magdalene Laundries voor veel ophef en aangrijpende slachtofferverhalen hebben gezorgd. 

Waar de verhalen over de Zusters van de Goede Herder – geïllustreerd met fraaie zwart-wit beelden uit een verloren tijd, die zich nochtans tot dik in de jaren negentig heeft uitgestrekt – ook vandaan komen, ze bevatten steeds dezelfde elementen: vernedering, tucht en dwangarbeid. Ook in Nederland, waar de meisjes aan het werk werden gezet voor het koninklijk huis en bedrijven als C&A en Vroom en Dreesman. De kloosterorde stak de opbrengst daarvan in eigen zak. Het is één van de onderwerpen die worden opgebracht tijdens de rechtszaak tegen de katholieke congregatie.

Met een bespiegelende voice-over, waarmee ze op z’n Schuldigs of Stuks ook in het hoofd van haar personages probeert te kruipen, kadert Hosman alle ontwikkelingen in. Ze schuwt ook confronterende vragen aan de huidige leiding van de Herder niet. Directeur Janssen stelt zich dan tot taak om de zaken nog zoveel mogelijk in een positief daglicht te plaatsen. Hij loopt daarbij alleen gedurig achter de feiten aan. Het ene verwijt is nog niet (min of meer) gecounterd of de volgende kwestie dient zich alweer aan. Anonieme graven op het Goede Herder-terrein in Almelo bijvoorbeeld.

Welk verhalen zijn daarin verdwenen en kunnen alsnog worden opgediept? In hoeverre laat een verleden dat zo gebrekkig is gedocumenteerd zich sowieso nog volledig reconstrueren en mag je daarover met hedendaagse ogen oordelen? En (hoe) kunnen misstanden met terugwerkende kracht worden gerepareerd? Is erkenning dan genoeg? Deze delicate en doortimmerde miniserie, die kritisch en toch afgewogen bericht over een nog altijd zeer gevoelige kwestie, kadert het terrein zorgvuldig in en brengt tevens nieuwe zaken aan het licht over een verleden dat pas kan afgesloten als er rekenschap over is afgelegd.