Zo Dood Als Een Pier

Human

Over honderd jaar zijn jullie allemaal dood. En ik ook. Dat besef, van de onvermijdelijke eindigheid van het leven, is voor kinderen, zo mogelijk, nog moeilijker te bevatten, dan voor ons, door de wol geverfde volwassenen.

Sara Kolster verloor als kind haar driejarige zusje Anna en werd zo al jong met de neus op de feiten gedrukt: ooit zijn we allemaal, juist, Zo Dood Als Een Pier (60 min.). Dit thema heeft ze eerder al eens aangeraakt in de bekroonde radiodocumentaire Toen Ik 5 Was (2017) en de prachtige jeugddocu Wolkenzusje (2020), over het Limburgse meisje Kess dat zich afvraagt of en hoe ze haar overleden zusje Bo moet meenemen naar de middelbare school.

Nu volgt een vierdelige serie waarin kinderen van de 7e Montessori-school in Amsterdam vertellen over van wie ze zoal afscheid hebben moeten nemen. Van de juffen Tineke en Pleun om te beginnen – en nu is er ook nog een andere juf ongeneeslijk ziek. Van oma ook. En van enkele huisdieren. En net als in Wolkenzusje vloeien fly on the wall-documentairescènes en zwierige animaties, die de belevingswereld van de schoolkinderen verbeelden, daarbij op een wonderschone manier samen.

De kinderen krijgen hun eigen plek in de schooltuin toegewezen en worden gevolgd tijdens één complete cyclus, van het zaaien tot het oogsten. Van leven naar dood naar weer leven. ‘Je wordt geboren uit niks en je gaat weer terug naar de aarde uiteindelijk’, legt hun vlotte meester Thijs uit. ‘En dan eten beestjes en plantjes je op en je komt terug in de aarde en wordt weer deel van de natuur.’ En daar wordt ieder van ons, stelt hij samen met zijn gehoor vast, ‘wormenpoep’.

Want, nee, in het leven kun je niet, zoals in een willekeurige game, weer ‘rejoinen’ als je dood bent geweest, constateren de vriendjes Mo en Anthony. Kolster vangt zulke terloopse gesprekjes tussen de kinderen terwijl ze druk bezig zijn met, lekker vlot gemonteerde, andere dingen. Ze laat hen daarnaast ook nadenken over de dood: wat dat eigenlijk is, hoe je dood kunt gaan en wat er daarna met je gebeurt. Hoe ziet de hemel er bijvoorbeeld uit en kun je die hier, gewoon op aarde, alvast maken?

Sara Kolster vervat al die bespiegelingen in ronduit joyeuze beeldtaal. Haar aanpak kenmerkt zich sowieso door lichtvoetigheid. Met humor en, jawel, levenslust gaat ze samen met de kinderen de dood te lijf. Want het leven mag dan niet kunnen bestaan zonder de dood, zonder Moeder Natuur heeft die dekselse Magere Hein ook geen emplooi. Zo legt Zo Dood Als Een Pier voor jong en oud zowel de onverbiddelijkheid van de natuur als het troostrijke karakter ervan bloot.

Want over honderd jaar… juist. Ja, jij ook.

Zijwaarts De Klas In

NTR

Ze waren café-eigenaar, planner in een ziekenhuis, jurist, tekenjuf of data-analist. En nu overwegen ze om alsnog voor de klas te gaan staan. Want de nood is hoog: Nederland heeft een serieus lerarentekort, dat zich steeds meer doet gelden. Er zijn op dit moment zo’n 10.000 vacatures in het basisonderwijs. Alleen is niet iedereen geschikt als zij-instromer. De geïnteresseerden worden daarom direct op hun mogelijke geschiktheid beoordeeld door enkele oude rotten in het vak.

In tegenstelling tot een paar andere kandidaten is de alleenstaande moeder Kim tijdens deze ‘crash course’ geschikt bevonden voor een werkervaringstraject van drie maanden. In die periode wordt ze gecoacht door een ervaren leerkracht en komt er regelmatig een begeleider kijken. Daarna volgt een geschiktheidsonderzoek, waarbij twee externe assessoren gaan bepalen of Kim, die nog niet zo lang geleden onverwacht haar echtgenoot verloor, daadwerkelijk door mag als zij-instromer.

Michel, de andere hoofdpersoon van de boeiende documentaire Zijwaarts De Klas In (58 min.), is al enkele jaren bezig met zijn opleiding. Toch is ook hij nog druk doende om de fijne kneepjes van het vak onder de knie te krijgen. Michel loopt tegen de vijftig, is vader van drie kinderen en heeft twee horecazaken in Amsterdam, maar wil graag iets terugdoen voor de samenleving en nu eindelijk eens zijn grote droom verwezenlijken: voor de klas. En dat blijkt toch moeilijker dan gedacht.

Simonka de Jong (Pilotenmasker, A Family Quartet en Stil Water) kijkt in deze observerende film mee hoe de twee ’t er vanaf brengen. Orde houden. Contact maken. En oog hebben voor alle kinderen in de klas. Zijwaarts toont de aspirant-leraren zowel op sterke als kwetsbare momenten, luistert mee als ze feedback krijgen en is erbij wanneer de beoordeling volgt. Waarbij er met name voor Kim heel veel vanaf hangt: moet ze terug naar haar oude baan of kan ze toch verder in het onderwijs?

Hoewel Zijwaarts misschien nog wel een derde hoofdpersoon had kunnen gebruiken, om het thema verder te verdiepen en te verbreden, geven de twee protagonisten een heel aardig beeld van waar de in totaal duizend zij-instromers, die jaarlijks vanuit een andere baan of positie willen starten in het onderwijs, voor komen te staan. En ze laten zien hoe uitdagend, gecompliceerd en belangrijk dat werk is. En – als het goed gaat, tenminste – hoe leuk en bevredigend.

BS High

HBO Max

Ze hebben afscheid moeten nemen van hun droom om de National Football League te bereiken. Want een sportbeurs voor een gerenommeerde school zit er voor hen helaas niet in. En dan komt ene Roy Johnson bij de gedesillusioneerde jongeren langs en zegt dat hij toch een professionele American footballer van hen kan maken. De coach nodigt hen uit om naar Bishop Sycamore High School (voorheen Christians Of Faith Academy) in Ohio te komen. Één probleem: er is helemaal geen school.

‘Ik ben geen oplichter’, bezweert de man, die kan praten als Brugman, desondanks in BS High (93 min.). ‘Ik ben “oplichterig”.’ En daar schaamt Johnson zich helemaal niet voor, getuige zijn bijdrage aan deze schelmendocu. Vol bravoure neemt de coach, die zich spiegelt aan Hannibal Smith uit de televisieserie The A Team, plaats voor de camera van Travon Free en Martin Desmond Roe en laat zich bevragen over zijn schurkenstreken, bokkensprongen en broodjes aap. Hoe moeilijk de twee ‘t hem ook maken, hij blijft oneliners rondstrooien. ‘Ik ben de eerlijkste leugenaar die ik ken.’

Zijn verhalen verdienen dus weerwoord. Dat komt in BS High van zijn spelers en hun moeders, een footballofficial uit Ohio, enkele oud-collega’s en de journalist die ’s mans zwendel op het spoor kwam. Feit is dat Roy Johnson zijn team naar de Canton Hall Of Fame manoeuvreert, voor een wedstrijd tegen de gerenommeerde IMG Academy die live op ESPN wordt uitgezonden. Het is Johnsons meesterstuk. ‘I love it when a plan comes together’, kraait hij. De krachtmeting zelf wordt alleen een gigantisch fiasco, voor het oog van een verbijsterd publiek. Waarna Bishop Sycamore viral gaat.

Free en Roe proberen in deze gedegen film voorbij de gimmick te reiken. Geduldig reconstrueren ze de geruchtmakende affaire, die uiteindelijk vooral ten koste van Johnsons spelers lijkt te zijn gegaan. Die vertrekt echter geen spier als hij wordt geconfronteerd met leningen die hij op naam van zijn jongens, zonder hun toestemming natuurlijk, heeft afgesloten en die zij nu moeten aftikken. ‘Wettelijk heb ik niet gefraudeerd’, houdt hij staande. ‘Ik zit in een grijs gebied.’ En dan, met een nauwelijks verholen grijns op zijn gezicht: ‘Hoe noemen ze me? Loophole Leroy?’

Dat personage heeft in elk geval optimaal geprofiteerd van – of beter: geparasiteerd op – de droom van veel Amerikaanse jongeren om een dik betaalde topsporter te worden en het schimmige systeem met studieprogramma’s op scholen dat daaromheen is opgetrokken. En als we de bullshitter, gladder dan een aal in een emmer snot, op zijn woord mogen geloven in BS High, zal ’t niet bij deze ene keer blijven – en is hij zeker niet de enige die de mazen in de wet weet te vinden.

Stephen Curry: Underrated

Apple TV+

Het is basketbals eigen variant op wie niet sterk is, moet slim zijn: wie niet lang is, moet kunnen schieten. Driepunters, liefst. Het ‘draft report’ van de getalenteerde schutter Stephen Curry bevat echter ook de nodige minpunten: ‘niet explosief’, ‘weinig atletisch’ en ‘reken er niet op dat hij je team gaat runnen’. Curry lijkt veel te klein en te mager voor de grote jongens. Geen materiaal voor de topteams van de National Basketball Association (NBA), is dan de onvermijdelijke conclusie.

Stephen, zoon van de voormalige NBA-speler Del Curry, weet in 2007 ternauwernood een plek te bemachtigen op Davidson College in North Carolina, waar Bob McKillop hem onder zijn hoede neemt. De vaderlijke coach formeert uiteindelijk een succesteam rond de frêle topschutter, die de ‘Wildcats’ in 2008 naar grote hoogten zal stuwen bij het NCAA Tournament voor college basketballers. Zo maakt Stephen Curry van zichzelf tóch een gewild object voor Amerika’s topteams.

Een kleine vijftien jaar later is diezelfde Curry een gearriveerde ster bij The Golden State Warriors en houder van het NBA-driepuntersrecord. Zijn carrière zit alleen al enige tijd in het slop. Nadat de Warriors in 2015, 2017 en 2018 de nationale titel wonnen, lijken ze nu al enkele jaren dolende. Intussen loopt topschutter Curry met een onvervulde ambitie rond: omdat hij ooit voortijdig naar de NBA is vertrokken, heeft hij zijn opleiding op Davidson nooit afgerond. Dat diploma wil hij als dertiger alsnog halen.

Regisseur Peter Nicks probeert in Stephen Curry: Underrated (110 min.) niet Curry’s volledige leven en carrière te vatten, maar alterneert voortdurend tussen deze twee verhalen: de pogingen van zijn protagonist om nog een allerlaatste keer te knallen, zowel op het basketbalveld als in de schoolbanken, en zijn opkomst als veelbelovende basketballer, een kleine vijftien jaar eerder. Deze opzet, die doet denken aan de Michael Jordan-docuserie The Last Dance, biedt alle gelegenheid om parallellen tussen heden en verleden te trekken.

Die wisselwerking houdt ook de schwung in deze typisch Amerikaanse sportfilm, waarin een klassieke underdog, onder het toeziend oog van zijn ouders Dell en Sonya op de tribune, op alle mogelijke manieren boven zichzelf uitstijgt en zo de uitzondering wordt die de regel, vervat in klinische ‘draft reports’ van door de wol geverfde scouts, nog maar eens bevestigt.

Bama Rush

HBO

Alsof er iemand ruim anderhalf uur lang met zijn nagels over een krijtbord staat te krassen. Met een verkeerde instelling kan Bama Rush (96 min.), de documentaire van Rachel Fleit over het selectieproces voor studentenverenigingen bij de universiteit van Alabama in Tuscaloosa, een absolute bezoeking worden. Als je een ernstige allergie hebt voor zulke clubs en hun rituelen, bijvoorbeeld. Of de tandpastasmiles, plastic diepgang en kirlachjes van alle typisch Amerikaanse meisjes die via de ‘Rush’, een ongekende hit trouwens op TikTok, lid willen worden van een studentensociëteit simpelweg niet kunt velen. 

Je kunt natuurlijk veel beter als uitgangspunt nemen dat de jonge vrouwen in deze gelikte, fraai vormgegeven film door Amerika’s glazen plafond willen breken en daarvoor nu al de benodigde vaardigheden verkrijgen, contacten smeden en hiërarchie leren kennen. ‘Rush is een ritueel voor sociale stratificatie, zonder uitzondering’, vertelt Elizabeth Boyd, schrijver van het boek Southern Beauty: Race, Ritual, And Memory In The Modern South. ‘Stratificatie in de zin van het organiseren van mensen en groepen in lagen van macht, status en prestige. Het is een proeftuin voor competitieve vrouwelijkheid en de hedendaagse uitvoering van de zuidelijke schone.’

Fleit belicht de interne machinerie van de studentenverenigingen, snijdt thema’s als segregatie en uitsluiting aan en zoomt, via portretjes van enkele Potential New Members (PNM’s), in op het selectieproces. Zij zullen worden gescoord op punten als eerste indruk, gespreksstof, normen en waarden en academische potentie. De meiden die hun zinnen hebben gezet op een prestigieuze club zoals Zeta Tau Alpha laten daarbij niets aan het toeval over. Ze zorgen ervoor dat ze een sociëteits-CV hebben en schakelen een heuse Rush-consultant in, zodat ze bij kennismakingsgesprekjes nooit met de mond vol tanden zitten of een gigantische flater slaan.

‘Authenticiteit is mijn kernwaarde’, zegt de gemaakt lachende Makayla Miller in de verplichte videoboodschap, terwijl haar persoonlijke coach streng toekijkt. ‘Verbinding en ware zusterschap vinden lukt alleen door authentiek te zijn. Respect is ook belangrijk.’ Als je van een zekere afstand naar zulke meisjes kijkt, zie je vooral kwetsbare kids die op zoek zijn naar hun plekje in de wereld en in dat kader voor de rode loper naar de elite kiezen. Als gevolg daarvan gedragen ze zich al snel allemaal min of meer hetzelfde, zijn ook uiterlijk nauwelijks van elkaar te onderscheiden en transformeren zo – als je het onaardig wilt zeggen – van huppel…, ja, in tuthola.

Zodra uitlekt dat Rachel Fleit – die zich in deze grillige film ook een aantal persoonlijke en enigszins gezochte terzijdes permitteert – een documentaire maakt over de Bama Rush van 2022, waarin volgens de roddels bovendien gebruik zal worden gemaakt van verborgen microfoons, breekt op de sociale media een soort oproer uit. Al snel zijn er ‘F*ck Your Documentary’-shirts te koop en heeft deze instadocu dus ook zijn verplichte laatste hobbel op weg naar Bid Day, de dag waarop de aspirantleden krijsend horen of, en zo ja waar, ze zijn toegelaten – en kan elke doorgewinterde scepticus de jeuk op ongemakkelijke plekken waarschijnlijk écht niet meer verdragen.

Warrior Women

warriorwomenfilm.com

‘Hoezeer de Indiaan zich ook aanpast, er zit iets in hem wat er niet bij past, wat zich verzet’, stelt Madonna Thunder Hawk in 1975. Het verbaast haar als lid van de Lakota-stam dat de blanke Amerikanen die haar voorouders ooit met grof geweld naar de eeuwige jachtvelden probeerden te dirigeren nog altijd worden vereerd. ‘Zorg jij er niet voor dat ze zich meer indiaan voelen, waardoor ze minder goed in een open samenleving passen?’ wil een interviewer van haar weten. ‘Ja, reken maar’, reageert de vertegenwoordigster van de We Will Remember Survival School in South Dakota ferm. ‘Het voortbestaan van ons en onze manieren. Dat is belangrijk.’

Een kleine halve eeuw later zijn de inmiddels bejaarde Thunder Hawk en haar Warrior Women (64 min.) nog even strijdbaar – en is het lot van de ‘native Americans’, ondanks de permanente roep om (meer) ‘red power’, nog weinig verbeterd. De ‘indigenous people’ van de Verenigde Staten  zijn doorgaans veroordeeld tot het leven op speciaal voor hen bestemde reservaten. Een geheel eigen wereld, getuige bijvoorbeeld de puike dramaserie Reservation Dogs (2021-). Een wereld ook, blijkens de recente true crime-serie Murder In Big Horn, waar armoede, geweld en mensenhandel nogal eens vrij spel hebben. Sinds jaar en dag broeit er op die reservaten ongenoegen en verzet.

Deze documentaire van Christina D. King en Elizabeth A. Castle uit 2018 concentreert zich op de rol van vrouwen binnen de American Indian Movement (AIM). ‘In Indiaans gebied zeggen ze: nodig voor mooie woorden de mannen uit’, stelt Chase Iron Eyes, zo’n welbespraakte indiaanse man, niet voor niets tijdens een speech. ‘Maar haal voor daden de vrouwen erbij.’ Zij speelden een sleutelrol in de bezetting van Alcatraz Island eind jaren zestig (om zo meer eigen grondgebied te verkrijgen) en stonden hun vrouwtje tijdens de confrontatie bij het historisch beladen Wounded Knee in 1973, maar namen ook weer het voortouw bij protesten tegen de Dakota Access Pipeline in de afgelopen jaren.

Warrior Women is een treffend eerbetoon aan Thunder Hawk en de haren, waaronder haar eveneens erg betrokken dochter Marcella Gilbert (die zich sterk maakt voor natuurvoedsel en haar eigen Survival School, Waniyeta Iyawapi, is gestart). Aan de vrouwen die de ruggengraat vormen van een gemeenschap die nog altijd strijdt voor zijn eigen plek en cultuur in een land dat ooit toch echt van hen was. ‘We’ll sing, sing, sing out our story’, zong Redbone al in de klassieke single We Were All Wounded At Wounded Knee. ‘Till the truth is heard.’

Try Harder!

PBS

Een goede opleiding wordt door veel ouders beschouwd als hét entreebewijs tot een beter leven. En dus begint de ratrace voor hun kinderen al op een middelbare school zoals Lowell High in San Francisco. Waar de andere leerlingen in wezen concurrenten zijn, die afgetroefd moeten worden. Want dan komt jouw kind in aanmerking voor een plek op Berkeley, Harvard of Stanton. En daar wil iedereen naartoe, al wordt het steeds moeilijker om er ook daadwerkelijk binnen te komen.

Lowell heeft een grotendeels Aziatisch-Amerikaanse leerlingenpopulatie. Het is een erg competitieve omgeving. Goed is eigenlijk niet goed genoeg. Ofwel: Try Harder! (84 min.). Documentairemaker Debbie Lum volgt in deze film enkele leerlingen die hun zinnen hebben gezet op een prestigieuze school. Of, in sommige gevallen: leerlingen die van hun ouders hun zinnen hebben moeten zetten op een prestigieuze school. Want voor sommige kinderen is alleen het beste goed genoeg.

En dus is de schoolloopbaan van sommige leerlingen bezaaid met tegenslag en decepties. Teleurstellende testscores, tegenvallende adviezen en een stroom aan afwijzingen – of de milde variant daarvan: een plek op de wachtlijst. Je went eraan om je middelmatig te voelen, zegt een jongen die inmiddels weet hoe ’t is om bot te vangen tamelijk mismoedig. Voor de zekerheid schieten veel leerlingen daarom maar met hagel en melden zich bij allerlei plekken tegelijk.

Onder druk van zijn pusherige moeder heeft Alvan Cai zich bijvoorbeeld voor maar liefst 26 scholen ingeschreven. En dan loopt de ambitieuze jongen nog steeds het risico dat elke afzonderlijke universiteit hem afwijst of op de wachtlijst zet en dat hij aan het einde van een zeer intensief proces met lege handen achterblijft. Want dat is nu eenmaal de keerzijde van de Amerikaanse droom: in principe kan iedereen een topper worden, maar in werkelijkheid wordt vrijwel niemand dat.

Try Harder! graaft misschien niet zo diep in de Amerikaanse onderwijscultuur als bijvoorbeeld de serie America To Me, maar brengt wel treffend in beeld hoe dominant de prestatiedruk is. Elke schoolprestatie wordt gekwantificeerd en afgezet tegen de verrichtingen van anderen. Voor middelmaat is daarbinnen geen ruimte. Al loopt er op Lowell gelukkig ook nog gewoon een ouderwets goeie leraar rond, Richard Shapiro. Zo’n man die raakt en inspireert. En ziek wordt, dat ook.

Rondom hem wordt iedereen klaargestoomd voor een absolute winnaarsmaatschappij, die in werkelijkheid vooral uit verliezers bestaat – of op zijn minst uit mensen die zich afvragen of ‘gewoon’ eigenlijk wel goed genoeg is.

De Platoschool

BNNVARA

‘De schedelinhoud van John geleek wel eener ballon toen hij leuk op de trappen wat keet stond te trappen’! leest Thecla Gijsbertsen voor uit het boekje Hoofdmeesterlijke Straflimericks. ‘Nou schrijven, John. Zonder pardon.’ Het versje roept herinneringen op aan haar jaren op De Platoschool te Amsterdam. Wanneer je als kind stout was geweest, dichtte een leerkracht enkele regels over je. Die moest je vervolgens honderd keer overschrijven.

‘Wij zouden uitgroeien tot bijzondere mensen met een hoog bewustzijnsniveau’, omschrijft Yara Hannema het idee achter de basisschool. ‘Althans, volgens het ideaal. Want na enige tijd ging er iets goed mis.’ In 1996 kwam De Platoschool (55 min.), dertien jaar eerder opgericht door leden van de School Voor Filosofie, ernstig in opspraak toen de jeugd- en zedenpolitie onderzoek ging doen naar mishandeling van leerlingen door leerkrachten. ‘Nu ik zelf moeder ben geworden wil ik weten wat er is gebeurd met de idealen van mijn jeugd’, zegt Hannema in deze boeiende persoonlijke film, waarmee ze vat hoopt te krijgen op een verleden, waarin ze zich lang niet altijd ‘het uitverkoren kind’ voelde.

Daarvoor gaat ze in gesprek met haar eigen ouders. Na een reis naar India zochten zij voor hun kinderen een school die aansloot bij hun spirituele en filosofische gedachtegoed. Op De Platoschool stonden echter ook, zonder dat zij het echt doorhadden, orde en tucht hoog in het vaandel. Kinderen moesten bovendien allerlei extra vakken doen. ‘Daar hebben jullie nooit spijt van gehad volgens mij’, zegt Paul van Oyen, oprichter van de School Voor Filosofie. De kwaliteit van onderwijs was hoog, beaamt Hannema, maar tegen welke prijs? ‘Ik heb niet de indruk dat de leerlingen van De Platoschool rondlopen als grote mislukkelingen’, kaatst Van Oyen de bal direct terug. ‘Integendeel!’

De oud-leerlingen die de filmmaakster spreekt zijn alleen aanzienlijk minder enthousiast. Sommige ervaringen op De Platoschool dragen ze tientallen jaren later nog altijd met zich mee. Ook enkele voormalige leerkrachten zijn zelfkritisch. Annie van de Belt vindt bij nader inzien dat er toch wel erg veel aandacht was voor: je moet leren luisteren. Één van haar collega’s heeft zich later zelfs opgeworpen als klokkenluider. Met al die verschillende stemmen roept Yara Hannema nu een wereld op, waarin oosterse levensfilosofie en klassieke opvoedingsideeën een ongemakkelijk verbond sloten, waarbij gewone leerlingen zoals zij, letterlijk dan wel figuurlijk, allerlei butsen en deuken opliepen.

High School

Kanopy

Zó herkenbaar. Voor vrijwel iedereen, ook in Nederland. De lange gangen om eindeloos in te verdwalen, betweters met de gave des woords (althans, dat vinden ze zelf), de reprimandes van de conciërge of een andere ouwe ziel die het (weer) beter weet, gymles en manieren om daar onderuit te komen en dat enkele uurtje in de week, met die ene leraar of lerares die het wél begrijpt of wél weet wat er nu speelt, waarop al je vriend(inn)en, belangrijke bezigheden zoals rondhangen of keet trappen en die ene onbereikbare liefde heel even pas op de plaats maken.

In wezen is er in de dikke halve eeuw die is verstreken sinds Frederick Wiseman zijn tweede documentaire High School (74 min.), na ‘s mans schokkende debuutfilm Titicut Follies, heeft afgeleverd, relatief weinig veranderd. De gangen zijn nog steeds lang, sommige leraren oersaai en de liefde doorgaans even onbereikbaar. Hooguit was het onderwijs destijds, eind jaren zestig, nog vooral eenrichtingsverkeer, dat veelal in traditioneel klassikaal verband werd opgediend aan een vrijwel volledig wit publiek. Met tamelijk traditionele opvattingen over jongens en meisjes bovendien. Bij de typeles zit bijvoorbeeld nauwelijks een manspersoon.

Tegelijkertijd waart ook de geest van de sixties wel degelijk rond op de Northeast High School in Philadelphia. Een jeugdige lerares legt, met een elpeehoes van Simon & Garfunkel in de hand, uit wie van de twee zangers Paul Simon is en wie Art Garfunkel, waarna ze met zijn allen heel geconcentreerd naar het duo gaan luisteren. Een leraar vraagt zijn leerlingen wie van hen lid wil zijn van een gemengde club en of dat nog verandert als de helft van de leden, of meer, zwart is. En een oudere lerares leest geëmotioneerd een brief voor van een oud-leerling, een jongen zonder ouders die een thuis vond op school en inmiddels als soldaat dient in Vietnam. 

Wiseman heeft in het voorjaar van 1968 vijf weken gefilmd op de middelbare school in Pennsylvania. In zijn kenmerkende observerende stijl, in fraai zwart-wit, legt hij met dat materiaal de interne machinerie van de Amerikaanse leerfabriek vast. Zonder vaste hoofdpersonen, met scènes die de tijd krijgen. Én met betrokken/bemoeizuchtige ouders, ook toen al. ‘Het is mijn leven’, zegt een leerling, met een nogal dominante vader, tijdens een gesprek op school over haar toekomst. ‘Wat ik wil worden is belangrijker dan wat hij voor mij wil.’ Daarmee is de kous alleen niet af. Bij vertrek wil pa toch nog even kwijt dat hij zou willen dat ze ‘net zo slim als sterk’ was.

Ook dat is nog altijd zó herkenbaar: generatieconflicten waarbij ouders, leraren en kinderen stuk voor stuk het beste voor ogen hebben, maar daar totaal andere dingen onder verstaan.

High School is hier te bekijken.

Être Et Avoir

Jojo & Georges Lopez / Contact Film

Aan het begin van de 21e eeuw maakten twee films furore in de Nederlandse filmhuizen, die ongetwijfeld ons beeld van Frankrijk danig hebben beïnvloed. Eerst was er in 2001 Jean-Pierre Jeunets verbluffende speelfilm Le Fabuleux Destin d’Amelie Poulain, een speelse, kleurrijke en sprookjesachtige ode aan de romantische versie die je van het land kunt hebben.

Een jaar later volgde de al even hartveroverende documentaire Être Et Avoir (100 min.), Nicolas Philiberts verstilde portret van het Franse platteland. Aan de hand van één onderwijzer en zijn dertien kinderen, in leeftijd uiteenlopend van vier tot en met twaalf jaar, brengt hij het dorpse leven in Saint-Etienne-sur-Usson, een gemeenschap met nauwelijks tweehonderd zielen in de Auvergne, tot leven. 

Terwijl in het openingsshot van deze observerende film enkele boeren in hartje winter hun koeien in een wei proberen te krijgen, kruipen binnen enkele schildpadden door een leeg klaslokaal. Op de vloer ligt een verweesde globe. Het zijn de twee werelden waartussen de plattelandskinderen zich bewegen. Even later begint de school weer en worden ze één voor één opgehaald door een soort buurtbus.

Bij de deur worden ze opgewacht door Georges Lopez, die hen in de rest van het schooljaar geduldig, bedaard en toch vastberaden bij de hand zal nemen. Een vaderlijke meester, die Julien en Olivier hun ruzie laat bijleggen en ze ondertussen laat zien hoezeer ze elkaar kunnen kwetsen, het guitige vierjarige joch Jojo tot volle bloei brengt en zich ontfermt over de kwetsbare Nathalie, die in haar eigen wereld lijkt te leven.

Philibert legt de gebeurtenissen in de klas sec en rustig vast, doorsnijdt ze met scènes van de kinderen thuis en voegt verder alleen zo nu en dan wat muziek toe. Zo ontstaat een kalme, vertederende en zeer succesvolle film over een beschutte kindertijd in ruraal Frankrijk, die en passant het belang van goed onderwijs – en een kundige, betrokken leerkracht – nog maar eens onderstreept. 

Être Et Avoir kreeg overigens nog een vervelend staartje via een rechtszaak tussen Georges Lopez en de makers van de film. Zij zouden hem en de kinderen hebben voorgespiegeld dat het een kleine educatieve documentaire ging worden. Volgens Lopez waren zij als hoofdpersonen er niet van op de hoogte dat ze overal in de bioscoop te zien zouden zijn – en dat die film enkele miljoenen zou opbrengen.

My Old School

Dogwoof

Zijn klasgenoten kunnen het zich een kleine dertig jaar later nog goed herinneren. In 1993 kwam er een nieuwe jongen in hun klas op de Bearsden Academy, gelegen in één van de betere wijken van Glasgow. Het was een bijzondere, vroegwijze figuur, opgegroeid in Canada als zoon van een operazangeres. Toen zijn moeder overleed bij een auto-ongeluk, ging hij als zestienjarige bij zijn grootmoeder in Schotland wonen.

En nu zat Brandon Lee dus naast hen in de schoolbanken. Ze vonden dat overigens wel een opvallende naam. De zoon van karatelegende Bruce Lee heette toch ook Brandon? En was die niet net om het leven gekomen bij een schietongeluk tijdens de opnames van de film The Crow? Pas later begonnen ze er echt over na te denken: Brandons personage in The Crow stond op uit de dood. Zou hij nu aan een tweede leven zijn begonnen op – of all places – Bearsden Academy?

Brandon wil tegenwoordig best terugblikken op zijn tijd op My Old School (109 min.). Hij wil alleen niet in beeld. Daarom verschijnt acteur Alan Cumming, die ooit in de running was om de rol van Lee op zich te nemen in een uiteindelijk nooit gemaakte speelfilm, nu voor de camera om te lip syncen bij het audio-interview met de voormalige scholier. Die had van klasgenoten destijds al snel de bijnaam ‘Thirty-Something’ gekregen. Want in zekere zin leek hij veel ouder – en wijzer – dan zij.

Met zichtbaar plezier kijken ze, gezeten in een schoolbank, terug op de mysterieuze figuur die hun formatieve jaren op de middelbare school inkleurde, een periode die door regisseur Jono McLeod met cartoonachtige animaties is verbeeld. McLeod, die zelf ook op Bearsden in de klas zat bij Brandon, neemt erg veel tijd om dat ‘stranger than fiction’-verhaal op te zetten, maar knoopt in de tweede helft van de film alle losse eindjes aan elkaar en lost ook de eerder afgegeven clous netjes in.

My Own School komt dan zowel mooi rond als achter de façade van Brandon Lee, een jongen met een onverwoestbare droom: dokter worden. Een man ook met een dubbelleven dat hem uiteindelijk, voor het oog van de natie, flink zal opbreken. Dat schandaal wordt hier nog eens met verve, van binnenuit en met bijpassend beeldmateriaal, tot in detail uit de doeken gedaan. Want deze schooltijd vergeet niemand meer.

Manifesto

IDFA

Manifesto begint ogenschijnlijk luchtig, met de ochtendrituelen van een nieuwe Russische generatie. Via YouTube-filmpjes en TikToks laten ze de wereld meekijken met hoe zij aan een nieuwe dag beginnen. Zo onschuldig als deze found footage-film begint, zo naargeestig zal ie eindigen, met het voortvluchtige vijftienjarige stel Denis Muravyov  en Katya Vlasova dat, als de politie arriveert om hen in te rekenen, overweegt om er dan maar zelf een einde aan te maken.

Tussendoor heeft regisseur Angie Vinchito – en dat is ongetwijfeld een schuilnaam – een huiveringwekkend beeld geschetst van de wereld waarin Russische jongeren opgroeien. Zeker op school heerst een klimaat van tucht en intimidatie, tonen ze zelf feilloos aan met stiekem gemaakte filmpjes. Leerkrachten schreeuwen, kleineren en delen zo nodig zelfs een klap uit. Intussen wordt een ‘traditioneel’ gedachtegoed uitgedragen. ‘Een vrouw moet klaar zijn voor seks als haar echtgenoot daar zin in heeft’, zegt een oudere docente bijvoorbeeld. ‘Niet, beste dames, als wij het willen, maar als onze mannen ’t willen.’

Gaandeweg wordt Manifesto (69 min.) steeds grimmiger. Bij sommige evacuaties, waarbij het alarm de naargeestige soundtrack verzorgt, hebben scholieren geen idee of het een oefening betreft of, gewoon, echt is. Niet veel later kan daarover geen misverstand bestaan: een schutter trekt moordend door het schoolgebouw. Hij blijkt niet de enige: op het politiebureau licht menige (potentiële) dader van een ‘school shooting’, vaak vergezeld van zijn ouders, rustig de motieven voor zijn daad toe.

Ook politiek is nooit ver weg. Een meisje met uitgelopen mascara vertelt huilend hoe een docent haar, vanwege onwelgevallige politieke ideeën, wil gaan rapporteren bij de autoriteiten. Andere tieners vertellen hoe ze zijn gearresteerd na deelname aan een bijeenkomst voor oppositieleider Aleksej Navalny, die zelf ook alweer enige tijd achter slot en grendel zit, of offreren deemoedig hun excuses aan de autocratische Tsjetsjeense leider Ramzan Kadyrov, die ze blijkbaar hebben gegriefd.

Met een zorgvuldig geconstrueerd labyrint van ik-beelden bouwt ‘Vinchito’ zo een onrustbarend narratief over een natie die nieuwe generaties verminkt het leven instuurt. Met als verpersoonlijking daarvan de middelbare scholieren Denis en Katia, die bekendheid verwerven als een live streamende variant op Bonnie en Clyde en de film, in afwachting van een Quick Reaction Force van de Russische overheid, een leverstoot van een einde bezorgen.

Young Plato

Soilsiu Films

‘The Troubles’ mogen dan al enige tijd tot het verleden behoren. In de grauwe straten van Ardoyne, een arbeidersbuurt in de Noord-Ierse hoofdstad Belfast, zijn de tegenstellingen tussen loyalisten en republikeinen nog altijd overal zichtbaar. ‘End British internment of Irish republicans’, eist één van de vele kenmerkende muurschilderingen. En elders wordt een ode gebracht aan de gevallen strijders van de ‘Marrowbone Belfast Brigade’.

Het hier en nu kent dan weer zijn eigen problemen. ‘Parasite drug dealers leave our kids alone!’ schreeuwt een poster, met daarop een wel erg plastische injectiespuit. Binnen die harde omgeving probeert directeur (en Elvis-fan) Kevin McArevey van de Holy Cross Boys’ Primary School, zo’n man waarvan je stante pede gaat houden, zijn jongens met filosofielessen voor te bereiden op het leven. Hij laat hen denken. Over de wereld, de ander en zichzelf.

In Young Plato (99 min.) kijken Declan McGrath en Neasa Ní Chianáin, die eerder samen met David Rane het hartverwarmende School Life regisseerde) mee hoe hij de kinderen (en ook hun ouders) op een heel eenvoudige manier, met een filosofiebord, ideeënverzamelaar en socratische kring bijvoorbeeld, laat kennismaken met Aristoteles, Plato, en Seneca en zo aanzet tot (zelf)reflectie. Mag je ooit je woede koelen op een ander? vraagt hij bijvoorbeeld aan de jongens in schooluniform. Waarna er een genuanceerd groepsgesprek ontstaat.

McArevey confronteert hen tegelijkertijd ook met beelden van twintig jaar eerder, van heftige onlusten tussen katholieken en protestanten bij de Holly Cross Girls School. Geweld als ultieme consequentie van je niet willen of kunnen verplaatsen in de ander. Speels, met humor en recht voor zijn raap geeft McAvey zijn leerlingen, die natuurlijk af ten toe flink hun hoofd stoten, zo een plek om samen betere mensen te creëren en daarmee ook een betere wereld.

Young Plato wordt uiteindelijk een heel optimistische film, over de kracht van onderwijs. Een goede leraar kan daadwerkelijk het verschil maken. Óók – of júist – op beschadigde plekken zoals Belfast. Het zit allemaal vervat in een nieuwe muurschildering, op de plek waar ouders en kinderen elkaar voor en na school ontmoeten. Conor, één van McArevey’s jongens, is daarop afgebeeld als De Denker van Auguste Rodin, in schoolkostuum te midden van grote denkers.

‘To find yourself, think for yourself.’

Please Vote For Me

‘Wat betekent dat eigenlijk, democratie?’ vraagt Cheng Cheng. ‘Het betekent dat mensen de baas zijn over zichzelf’, antwoordt zijn stiefvader. Het achtjarige jongetje is één van de drie kinderen die zich kandidaat hebben gesteld om klassenvertegenwoordiger te worden. Hij zal het moeten opnemen tegen zijn klasgenootjes Luo Lei, het kind van twee politieagenten dat de functie nu twee jaar bekleedt, en Xu Xiaofei, de frêle dochter van een alleenstaande schoolmedewerkster.

Please Vote For Me (55 min.), dat wordt het motto voor de komende weken op de Evergreen-basisschool in de Chinese stad Wuhan. In een land waar nauwelijks ervaring is met democratie. De verkiezing is onderdeel van een experiment: hoe gedragen de kandidaten, hun vaders en moeders en de andere kinderen in de klas zich als ze het zelf voor het zeggen krijgen? Regisseur Weijun Chen legt de gebeurtenissen sec vast in deze authentieke campagnedocu uit 2007.

Geen enkele politieke truc blijft onbenut: van het zwartmaken van tegenstanders en beloven van gouden bergen tot het ronselen van stemmen en spelen van handjeklap. Ook de ouders laten zich bepaald niet onbetuigd en adviseren hun kroost om de concurrentie van onder uit de zak te geven. Als Luo Lei zijn opponent Cheng Cheng tijdens een debat bijvoorbeeld meermaals uitmaakt voor leugenaar, steekt zijn vader vanuit de coulissen goedkeurend zijn duim op.

Het is niet moeilijk om in de strijd tussen de kinderen, waarbij de emoties soms hoog oplopen, parallellen te ontdekken met het politieke discours in Nederland, waarbij slecht gedrag net zo vaak wordt beloond als afgestraft. In die zin is deze Lord Of The Flies-achtige film ook een ontluisterende ervaring: plaats willekeurige kinderen tegenover elkaar in een wedkamp en ze komen letterlijk tegenover elkaar te staan, met aan beide zijden devote medestanders.

Waarbij niemand nog een goed woord over heeft voor de ander – en elke vorm van sociale cohesie dreigt te verdwijnen.

Door De Bomen

marliessteenge.com

Als peuter stond hij erop dat zijn ouders hem de Latijnse namen van bloemen vertelden. Anders kreeg Tim van Eede een driftbui. In de kleuterklas voorzag het jongetje niet veel later toch wel een probleem met zijn juf over Pasen: zij geloofde in God, terwijl hijzelf toch echt de evolutietheorie aanhing. Rond diezelfde leeftijd begon Tim thuis ook al, eerst stiekem, in de Harry Potter-boeken te lezen.

Intussen liep hij helemaal vast op school. Zijn hoogbegaafdheid dreigde daar een handicap te worden. In groep 4 kwam Tim voor het eerst thuis te zitten. ‘Op een ochtend vroeg hij: waarom breng je mij nog naar school, want je weet toch wel dat ik daar heel ongelukkig word?’ herinnert zijn moeder Liane zich geëmotioneerd. ‘Toen was-ie echt nog heel klein en zette hij ook zijn voeten tegen de deurpost. Ik moest hem echt naar binnen sleuren.’

Inmiddels is Tim van Eede zeventien en diverse ‘bore-outs’ verder. Marlies Smeenge portretteert hem in Door De Bomen (25 min.) als hij zichzelf terug heeft gevonden door te bushcraften in de natuur. Tim gaat ook weer studeren. Aan de Mandeville Academy, volgens dagelijks leider Harry Veenendaal ‘de meest elitaire school van Nederland’. Op dit speciale internaat voor hoogbegaafden krijgen de jongeren – jongens – klassiek onderwijs, maar wordt er ook gewerkt aan hun zelfvertrouwen en bildung.

Via Tim en zijn studiegenoten zoomt Smeenge in op de naar schatting 15.000 tot 20.000 Nederlandse kinderen die, bijvoorbeeld vanwege hoogbegaafdheid, niet naar school gaan. Net als Tim gedijen zij bij een aanpak die recht doet aan hun intellect en oog heeft voor hun individuele persoonlijkheid.

Gogo

Paradiso

Ze is de oudste van haar klas. Dik in de negentig inmiddels. Priscilla Sitienei, alias Gogo, heeft nooit leren lezen of schrijven. Nu zit ze samen met zes van haar eigen achterkleinkinderen op de basisschool van het Keniaanse dorp Ndalat, waar ze al haar hele leven woont. Gogo, die hetzelfde olijfgroene schooluniform draagt als de andere leerlingen, wil haar diploma halen, maar ook een signaal afgeven: kinderen moeten leren, zo is haar vaste overtuiging.

Dat klinkt als een modern sprookje. Letterlijk: via een zeer zoete soundtrack, die niet zou misstaan in een feelgoodfilm uit Hollywood. En zo oogt Gogo (84 min.) ook. Een lieve film, met sprankelende kleuren en een positieve boodschap. Dat is ook precies wat je op de documentaire van Pascal Plisson tegen kunt hebben: de werkelijkheid wordt wel heel erg gladgestreken. Deze film wil, moet, zal inspireren! En Gogo zou, dat ook, zo een rol van Whoopi Goldberg kunnen zijn.

Als de oude vrouw buffelt om haar diploma te halen, een standje krijgt van haar lerares of tijdens een schoolreisje met haar klasgenoten giraffen, olifanten en leeuwen spot, lijkt ze in alles een lievige knuffeloma. Er is ook een andere Gogo: wanneer de bouw van een nieuwe slaapzaal bij de school niet wil vlotten, spreekt ze de bouwvakkers streng toe. Pit heeft ze echt in overvloed. En aan levenservaring natuurlijk ook geen gebrek bij Gogo, die ruim een halve eeuw als vroedvrouw werkte.

Het is alleen de vraag of Sitienei‘s zicht nog goed is om haar schoolwerk te kunnen doen. Daardoor is het nog even afwachten of de film daadwerkelijk afstevent op het eigenlijk verplichte happy end.

Bigger Than Us

Cinéart

Uit deze film spreekt onmiskenbaar hoop. De gedachte dat er zelfs in tijden van opperste wanhoop iemand is die opstaat om het tij te keren – en die daarmee zowaar nog succes kan boeken ook. Een jong iemand, vertegenwoordiger van de Greta-generatie zogezegd, die in navolging van de Zweedse klimaatstrijder Greta Thunberg weigert om de status quo te accepteren en overgaat tot actie.

De Indonesische klimaatactiviste Melati Wijsen is zo’n jonge idealist. Samen met haar zus Isabel zette ze al op twaalfjarige leeftijd de actie Bye Bye Plastic Bags op, om de troep op het strand van Bali te verminderen. Melati fungeert nu als hoofdpersoon voor Bigger Than Us (96 min.), een film van Flore Vasseur, die werd geproduceerd door de Franse actrice Marion Cotillard. Daarin zoekt ze in alle uithoeken van de aarde gelijkgestemden op, die zich eveneens op zéér jonge leeftijd begonnen te beijveren voor een betere wereld.

Op het Griekse eiland Lesbos biedt Mary Finn bijvoorbeeld hulp aan vluchtelingen, die huis en haard hebben moeten verlaten en nu in Kamp Moria terechtkomen. Memory Banda leidde als tiener de strijd tegen kindhuwelijken en ontmaagdingsrituelen (ofwel: verkrachting) in Malawi en droomt nu van een politieke carrière. En de Syrische vluchteling Mohamad Al Jounde startte in een Libanees vluchtelingenkamp zijn eigen school. Die is in zijn ogen niet alleen belangrijk voor de ontwikkeling van deze ontheemde kinderen, maar ook voor hun gevoel van eigenwaarde.

In Rio de Janeiro begon Rene Silva als elfjarig jongetje zijn eigen krant, Voz das Comunidades, waarmee hij eerlijk wil berichten over het leven in een Braziliaanse favela. Voorbij de bendes, de drugs en de wapens. De Indiaans-Amerikaanse rapper Xiuhtezcati Martinez verzet zich intussen in Colorado met alle middelen tegen het gebruik van pesticiden en fracking. En met haar organisatie YICE leert Winnie Tushabe Oegandese boeren hoe ze, met zeer beperkte middelen, hun eigen voedsel kunnen verbouwen. Zodat hun kinderen gewoon naar school kunnen.

Stuk voor stuk belichamen deze wereldverbeteraars een deel van wat gerust een linkse agenda kan worden genoemd. Het is gemakkelijk om daar cynisch over te doen: elke vorm van kritische distantie ontbreekt bijvoorbeeld in deze gelikte productie, de jongeren worden ongegeneerd op het schild gehesen. Je kunt tegelijkertijd ook denken: fijn dat er een nieuwe generatie is die zich inzet voor aloude waarden als rentmeesterschap, solidariteit en democratie.

Zo bezien is Bigger Than Us niets minder dan een film die een hart onder de riem wil steken. In een tijd waarin wanhoop, egoïsme en woede soms alomtegenwoordig lijken kan dat vast geen kwaad.

Herr Bachmann Und Seine Klasse

Elk kind heeft (hopelijk) op zijn minst één leraar of lerares die ‘m z’n leven lang bij blijft. Dieter Bachmann, een onderwijzer op leeftijd uit de Duitse industriestad Stadtallendorf, is voor menigeen zo’n leerkracht. Een onconventionele man met hart voor de kinderen in zijn klas.

Die zijn doorgaans tussen twaalf en veertien jaar oud en stuk voor stuk van buitenlandse komaf. Als kinderen van gastarbeiders moeten ze zich hun nieuwe land en taal eigen maken. Daarbij vinden ze Bachmann, en zijn geheel eigen onderwijsmethodes, altijd aan hun zijde. Hij leert hen bijvoorbeeld de Duitse taal via een onnavolgbaar verhaal over de relatie tussen een tafel en een gitaar, gaat met enkele jongens beeldhouwen of daagt een meisje tijdens een gesprek met haar vader uit om eens een liedje te zingen.

Muziek beschouwt de charismatische hoofdpersoon van Herr Bachmann Und Seine Klasse (217 min.) sowieso als een ideaal smeermiddel voor zijn leerlingen. Samen oefenen ze bijvoorbeeld de gitaarriff van Smoke On The Water, zingen Jolene of spelen het door hemzelf, tamelijk onvast, gezongen Knockin’ On Heaven’s Door. Hij creëert zo een prettig en veilig leerklimaat, waarin ruimte is voor elk kind om zich fijn te voelen, de taal te leren en zich te ontwikkelen. Onderwijs lijkt voor hem eerst en vooral te draaien om ‘bildung’: de tieners moeten kunnen worden wie ze in potentie zijn. 

Het personage Dieter Bachmann, die steevast een beanie en lekker relaxte kleding draagt, staat daarmee in een mooie documentaire-traditie van inspirerende leerkrachten. Hij oogt als een soort oudere jongere-mixture van Kiet Engels (De Kinderen Van Juf Kiet), Georges Lopez (Être Et Avoir) en de juffen Astrid Brugman en Jolanda Rietel (Klassen). Als oude rot heeft hij altijd wijze raad of bemoedigende woorden bij de hand, maar Bachmann durft soms ook stevig in te grijpen. Onder zijn bezielende (bege)leiding komen enkele leerlingen dan ook echt tot volle wasdom.

Regisseur Maria Speth observeert de leraar zowel in klassensituaties als tijdens gesprekken met individuele leerlingen. Zonder verdere toevoegingen – geen muziek dus of interviews – bouwt ze daarmee haar vertelling. Speth neemt haar tijd. Deze documentaire heeft daardoor een aanzienlijke lengte gekregen. Ruim drieënhalf uur is wel erg veel van het goede, hoewel Herr Bachmann beslist een personage is dat onder de huid kruipt en daar echt van geen wijken wil weten. En niet alleen bij de pupillen, die hij aan het einde van de film los zal moeten laten in de wijde wereld.

Pretend Student

EO

Ik studeer dus ik besta, luidt de ondertitel van deze aardige tv-docu. De hoofdpersonen houden zich bezig met geschiedenis, biomedische wetenschappen of communicatie. Voor de buitenwereld tenminste. Zelf weten ze wel beter. Deze Nederlandse jongeren zijn in werkelijkheid Pretend Student (47 min.). Het kost ze, op verzoek van regisseur Floor van der Kemp, desondanks weinig moeite om te zeggen: ik ben … en ik studeer … aan de …

Volgens Romke Biagioni, decaan bij de Universiteit Leiden, zijn het echter geen pathologische leugenaars. Ze hebben simpelweg niet durven te zeggen dat ze zijn gestopt met hun studie. Of het steeds uitgesteld. Totdat ze de juiste woorden niet meer konden vinden en gedwongen werden om hun toevlucht te nemen tot die ene vaste zin: ik ben … en ik studeer…

Het lijkt typisch gedrag van katten in het nauw. In de knoop met hun eigen verwachtingen en die van hun directe omgeving, bevangen door schaamte en verstrikt geraakt in hun eigen leugens. Zoals de inmiddels 35-jarige Léon Vlegels, die maar liefst acht jaar lang deed alsof. ‘Ik had voor mezelf een deadline gesteld’, bekent hij. ‘Een deadline dat ik het zou oplossen door er óf eerlijk over te zijn óf er helemaal mee te kappen.’

Met de jongeren zelf – waaronder een geanonimiseerde studente die de façade nog altijd wil ophouden – probeert Van der Kemp in deze op een jeugdig publiek toegesneden productie de diepere oorzaken van hun situatie te vinden. Waar komt hun gedrag vandaan en zegt dit iets over onze hedendaagse samenleving? En, het onvermijdelijke slotakkoord, hoe kun je de leugen achterlaten en een begin maken met je echte leven?

Ik Deed Aangifte Tegen De Minister Van Onderwijs

VPRO

‘Op de middelbare school kwam ik er pas achter wat een homo is’, vertelt Maarten. ‘En dat ik dat dan had.’ Interviewster Yora Rienstra kan haar oren bijna niet geloven. ‘Hád?’ De domineeszoon moet er zelf om lachen. ‘Ja, die geaardheid.’ Yora bijt door: ‘Dat klinkt alsof je een ziekte had? Voelde dat zo?’ Maarten: ‘Ik denk het wel. Mijn hele middelbare schoolperiode was ik een soort van aan het bewijzen dat ik het niet was.’

Maartens ouders vertellen dat ze het heel erg verdrietig vinden dat hun zoon zo lang met zijn seksualiteit heeft geworsteld. Tegelijkertijd vinden zij die ook niet gemakkelijk. Hun hele omgeving wijst zijn geaardheid, met de bijbel in de hand, categorisch af. En dat is precies het terrein dat Rienstra, die zelf op vrouwen valt, met de tv-docu Ik Deed Aangifte Tegen De Minister Van Onderwijs (51 min.) in kaart wil brengen. De film is een vervolg op, inderdaad, de aangifte die zij eind vorig jaar deed tegen minister Arie Slob (ChristenUnie). Hij had gezegd dat reformatorische scholen homoseksualiteit mogen afkeuren zolang ze maar zorgen voor een veilig leerklimaat. En toen kwam de stoom dus uit haar oren.

Niet alle gelovige gays zitten overigens te wachten op zo’n aangifte, van een theatermaakster uit Amsterdam nota bene. Helpt die jonge homo’s en lesbiennes in een christelijke omgeving werkelijk verder? Nadat Yora Rienstra haar oor bij hen te luister heeft gelegd, besluit ze ook in gesprek te gaan met vertegenwoordigers van religieuze scholen. Daar vindt ze uiteindelijk een gewilliger oor dan ze had verwacht, al wordt ook meteen duidelijk dat het in deze kwestie spitsroeden lopen blijft voor zowel christenhomo’s als hun gemeenschap.

Ik Deed Aangifte Tegen De Minister Van Onderwijs geeft zo ruimte aan de verschillende gezichtspunten over homo’s en religie en is daardoor uiteindelijk beduidend minder scherp – of: genuanceerder – dan de titel wellicht doet vermoeden.