Centen Van Knegsel

BNNVARA

Een ouder echtpaar, netjes naast elkaar gezet(en) op een groene bank. In hun traditionele woning in het Brabantse dorp Knegsel. Het zijn de grootouders van Marieke Widlak. Ze worden ook bevraagd door hun kleindochter. Over het liefdadigheidswerk dat ze al bijna een halve eeuw verrichten: sponsorlopen, fancy fairs, kerstbomenacties en benefietdiners, zodat Indiase kinderen kunnen leren en studeren. Een missie die ze nu graag zouden overdragen aan Marieke. Maar die twijfelt.

En dat is de basis voor haar korte documentaire Centen Van Knegsel (25 min.). Want waarom maken Jo en Marijn Widlak zich nu werkelijk sterk voor het project van hun Indiase vriend Christopher Bara? En heeft dat eigenlijk wel nut? Nadat ze een spelletje kaart heeft gewonnen in de huiskamer, geeft oma Jo een eenvoudige verklaring voor haar inzet voor dat goede doel ver van huis. ‘Als je geen goede kaarten krijgt, al ben je nog zo slim, dan kom je er toch niet uit.’ En dus is het belangrijk dat je elkaar de helpende hand toesteekt.

Bij zulke scènes ligt het er soms nét iets te dik bovenop dat Marieke haar opa en oma voor de camera in een gewone, doordeweekse situatie heeft gemanoeuvreerd, om hen daar een statement of ontboezeming te ontlokken. De film eindigt zelfs met een soort Surprise Show-moment. Dat doet een beetje afbreuk aan de relevante vragen die ze wel degelijk, via haar grootouders, aan zichzelf stelt. Is zij, als vertegenwoordiger van een generatie die ’99 procent van de tijd’ aan zichzelf denkt, misschien degene waarmee eigenlijk iets mis is?

Dat zelfonderzoek, waarbij opvallend genoeg de rol van haar eigen ouders geheel onbelicht blijft, behoort tot het sterkste deel van deze film, die uiteindelijk toch een soort eerbetoon wordt aan twee wereldverbeteraars op leeftijd. Ze lijken soms misschien niet meer helemaal van deze tijd, maar bij deze ouderwetse idealisten is dat in feite een compliment. En voor Marieke zelf lijkt intussen het bijbehorende adagio ‘verbeter de wereld, begin bij jezelf’ op te gaan.

Het Leven Is Droom

KRO-NCRV

Het heeft iets wreeds om over iemands persoonlijke verhaal te schrijven dat de thematiek – ouders die hun kind opzadelen met een onmogelijke droom – vanuit persoonlijk oogpunt weliswaar interessant is en bovendien een maatschappelijke dimensie heeft: van immigrantenfamilies die zich nergens meer echt thuis voelen.

Dat dit specifieke gezin – met een Spaanse vader en moeder die bijna een halve eeuw in Nederland hebben gesloofd om terug te kunnen keren naar hun geboortegrond en hun volwassen dochter die deze keuze kritisch bevraagt – alle ingrediënten heeft voor een indringend familieverhaal.

Dat het decor van dit egodocument van Vanesa Abajo Pérez – een Spaans huis dat volstaat met typisch Hollandse parafernalia en een verlaten woning in Rotterdam – absoluut tot de verbeelding spreekt.

Dat haar camerawerk fraai is en bovendien doordrenkt met symboliek, het geluidsdecor weer z’n eigen beelden oproept en de montage ervan een zeer precieze indruk maakt.

En desondanks te constateren dat Het Leven Is Droom (101 min.) nauwelijks raakt. Dat het construct van deze film te dominant is. De werkelijkheid niet wordt betrapt, maar in een zich traag onthullend artistiek keurslijf is gedwongen. Van slapende ouders, opgeslokt door hun eigen droom, die geen oog hebben voor hun kind.

Dat de manier waarop Vanesa haar moeder Elena en vader Ángel aanspreekt soms het karakter van een persoonlijke afrekening dreigt te krijgen. Waarbij het oudere echtpaar met alle mogelijke audiovisuele middelen wordt aangepakt en nauwelijks een kans krijgt om zich te verdedigen.

En dat gaandeweg weliswaar de volledige poëzie van de vertelling zich openbaart – in een doelbewuste vermenging van Spaans en Nederlands – en naderhand toch het gevoel blijft hangen dat we nét iets te lang naar iemands navel hebben zitten staren.

Zulke wreedheid is ons allen vergund. Zoals het anderen dan ook weer vrij staat om het daarmee hartgrondig oneens te zijn.

A Wilderness Of Error

FX

Het is een bloedbad dat nooit werd geclaimd door de beruchte Manson-familie. Slechts een half jaar na eerst de moordpartij op actrice Sharon Tate en haar gezelschap en een dag later de gewelddadige dood van het echtpaar Leno en Rosemary LaBianca vielen drie mannen en een vrouw op 17 februari 1970 de woning van arts Jeffrey MacDonald op Fort Bragg binnen. ‘Acid is great, kill all the pigs’, schreeuwden ze. MacDonalds zwangere vrouw Colette en zijn twee dochters Kimberley (5) en Kristen (2) vonden die avond de dood. Met bloed was het woord ‘pig’ op de muren gekalkt.

Uitgemaakte zaak, zou je zeggen: volgelingen van de gestoorde sekteleider Charles Manson, al dan niet daadwerkelijk door hem aangestuurd. Of was er toch iemand die er belang bij had dat de slachting zou worden toegeschreven aan een stel moordlustige blommenkinderen? De heer des huizes bijvoorbeeld. Een kapitein in het Amerikaanse leger, een Green Beret zelfs. MacDonald kwam er zelf met zeer lichte verwondingen vanaf en werd uiteindelijk buiten bewustzijn op de plaats delict aangetroffen, met een arm over het lijk van zijn echtgenote. Dat schokkende tafereel zet de vijfdelige serie A Wilderness Of Error (234 min.) in gang. Waanzinnige hippiehorror? Of toch, zoals het omstreden boek Fatal Vision van Joe McGinnis en de daarop gebaseerde tv-film in 1983 zonder terughoudendheid beweerden, een koelbloedig gecamoufleerd familiedrama?

‘Wat gebeurt er als het verhaal belangrijker wordt dan wat er echt is gebeurd?’ vraagt documentairemaker Errol Morris, die het boek schreef waarop deze miniserie van Marc Smerling is gebaseerd, zich hardop af. Hij maakte ooit de klassieke true crime-docu The Thin Blue Line (1988), waarmee een man die in de cel zat voor de moord op een politieagent werd vrijgepleit. Morris zou dat kunstje graag nog eens herhalen bij de MacDonald-moorden. Niet dat iedereen erop zit te wachten dat deze zaak (alweer) wordt heropend. ‘Elk jaar wil er weer iemand een touw om mijn benen gooien en me door de poel van bloed van onze familie sleuren’, zegt Colettes broer Bob. En geeft zich er dan toch maar weer aan over. Want net als zijn moeder Mildred en stiefvader Freddy Kassab kan hij wat er toentertijd met zijn zus is gebeurd niet laten rusten.

Achteraf bezien zou je kunnen zeggen dat zij van geboorte af aan al verdoemd was. Twee doodgeboren zusjes genaamd Colette waren haar voorgegaan. En ook nummer drie zou dus niet aan het noodlot ontsnappen. Het is maar één van de talloze naargeestige details in deze intrigerende whodunnit, waarin archiefbeelden en interviews met een aantal belangrijke spelers worden gepaard aan krachtige gedramatiseerde scènes (fraai gematcht ook met audio-opnamen van de rechtszaak), een sjieke soundtrack en enerverende verhaalwendingen. Alleen de twee voornaamste hoofdrolspelers ontbreken: dokter MacDonald die nog altijd stug blijft volhouden dat hij onschuldig is en het voormalige sixtiesmeisje Helena Stoeckley, dat destijds diverse bekentenissen heeft afgelegd en die ook weer net zo gemakkelijk heeft ingetrokken.

Daar staat tegenover dat Errol Morris, geïnterviewd via de interrotron die hij zelf ooit heeft bedacht, een soort sleutelrol krijgt toebedeeld in met name de slotaflevering van deze slimme serie, die twee volstrekt strijdige hypotheses over wat er een halve eeuw geleden op die fatale februarinacht is gebeurd met elkaar laat botsen. Waarbij het de vraag is of A Wilderness Of Errors voor de gevierde documentairemaker Morris een tweede Thin Blue Line wordt. Of toch eerder een variant op The Jinx, de zinderende true crime-serie over moordverdachte Robert Durst waarbij Marc Smerling als producer betrokken was? Smerling heeft nu een al even spraakmakende ontknoping voor ogen. Met Errol Morris, de man die zelf zoveel brisante portretten maakte, in de hoofdrol.

When You Hear The Divine Call

VPRO

‘De mens lijkt op de aarde’, zegt een nette Nederlandse vrouwenstem in de openingsscène bij beelden van het Afrikaanse platteland. ‘En keert uiteindelijk ook terug naar diezelfde aarde.’ De titel van de film verschijnt in beeld: When You Hear The Divine Call (20 min.). Donkere mannen trommelen bij een vuur. ‘We komen via hetzelfde proces op deze wereld’, constateert een Afrikaanse stem. Bliksem. Hij vervolgt: ‘Ik hoop dat je de goddelijke roeping hoort. Alle creaties in dit universum zijn gelijk voor de schepper.’

Één van die schepselen zit in het volgende shot, gewoon in Nederland overigens, met een tutje in zijn mond in een stoeltje. Het is Genson, het pasgeboren neefje van documentairemaker Festus Toll. Hij luistert naar een wiegenliedje. <Rewind> Naar beelden van Tolls oom Mike, die in 1993 aan het strand in Kenia een blowtje rookt. Hij vertrok op zijn 22e naar Europa en besloot onlangs terug te keren naar Afrika. Neef Festus reist hem nu achterna, op zoek naar wat hen als drie verschillende generaties Afrikaanse Europeanen bindt en bepaalt.

Fundamentele vragen over identiteit spelen daarbij op: wie ben ik? Waar kom ik vandaan? En (hoe) bepaalt dit waar ik naartoe ga? Dat klinkt concreter dan het in When You Hear The Divine Call wordt. Deze korte documentaire, thematisch een logisch vervolg op Tolls debuutfilm We Will Maintain, weigert ten enen male om een lineair opgebouwde zoektocht naar zoiets elementairs als ‘thuis’ te worden, maar overkomt de nietsvermoedende kijker eerder als een desoriënterende koortsdroom. Waarbij de filmmaker zijn publiek slechts beperkt houvast geeft en zelf de mogelijke antwoorden laat construeren.

American Murder: The Family Next Door

Netflix

Ze had een droomleven. Knappe echtgenoot, twee bloedjes van kinderen en een baby’tje op komst. Trots deelde de Amerikaanse dertiger Shanann Watts alle wederwaardigheden van haar persoonlijk leven op de sociale media. Van elke kleine gebeurtenis werd een foto of vlog gemaakt. De hele kennissenkring werd zo op de hoogte gehouden van haar ideale bestaan.

Toen Shanann en haar peuterdochters Bella en Celeste op 13 augustus 2018 plotseling uit hun kast van een huis in Frederick, Colorado verdwenen, kwamen daar beelden van ‘cop cams’, beveiligingscamera’s, verhoren en een rechtszitting bij. Net als chats, voicemails en appverkeer met familie en vriendinnen. Zo kwam een geheel andere Shanann in beeld. En een totaal andere Chris.

Al dat materiaal heeft nu zijn weg gevonden naar de unheimische true crime-documentaire American Murder: The Family Next Door (84 min.), die vrijwel volledig bestaat uit ‘found footage’ uit het leven van de familie Watts. Regisseur Jenny Popplewell heeft alleen zeer effectieve muziek toegevoegd en de chronologie gemanipuleerd, zodat er een heel spannende vertelling is ontstaan.

Als kijker voel je je wel een beetje een voyeur bij zoveel bijeengebracht pseudo-geluk en de doffe ellende die daarachter vandaan komt. Zeker als je bedenkt dat de zaak rond de verdwijning van Shanann en haar twee meiden ook weer tot het nodige (sociale) media-gekrakeel heeft geleid. Daarmee is dit in- en intrieste verhaal tevens een naargeestige weerspiegeling van onze exhibitionistische tijd.

Tot De Dood Ons Scheidt

KRO-NCRV

In elk leven zit minimaal één verhaal. In elk huwelijk minimaal twee. Zeker als het gezamenlijke verhaal niet meer door beide partijen wordt gedragen.

Tegenover de camera zitten twee oudere echtparen. Mat en Marga. En Gerda en Bennie. Ze gaan uit elkaar. En hun mediators, die achter diezelfde camera verscholen blijven, proberen ervoor te zorgen dat dit in (zo) goed (mogelijk) overleg gebeurt. In een serie gesprekken maken ze samen de restwaarde op. Van het gedeelde bezit en de relatie zelf.

‘Het was niet mijn idee’, zegt Bennie eerlijk. ‘Ik was niet op het idee gekomen.’ Maar Gerda miste iets en wil nu een nieuwe start maken. En dus moet er over van alles en nog wat afspraken worden gemaakt, zoals over hond Daisy. ‘Dat dier kan er niks aan doen’ meent Bennie. ‘Dat hondje heeft er niet om gevraagd.’ Moet de omgangsregeling met de hond dan ook opgenomen worden in het echtscheidingsconvenant? Dat gaat toch te ver, vinden ze. ‘Dan krijgen we zo’n dik boek.’

Bij Mat en Marga is het gezamenlijke huis een belangrijk thema in de gesprekken. Hij verhuist zonder problemen naar een appartementje. Zij wil echter blijven zitten waar ze zit en kan/wil haar bijna ex-man eigenlijk ook niet kwijt. Na een nacht vruchteloos mediteren is toch het besef gekomen dat ze hem moet loslaten. Als Marga opstaat ziet ze het woord ‘loslaten’ als het ware letterlijk voor zich. ‘Echt met van die grote letters die je in designwinkels ziet. Toen dacht ik: dit is een teken. Hier moet ik mee aan de slag, maar dat is gewoon vreselijk moeilijk.’

Uit elkaar gaan betekent ook het loslaten ook van die ene belofte: Tot De Dood Ons Scheidt (49 min.), het geloof in een gezamenlijke toekomst dat in deze gespreksfilm is vervat in enkele fotosequenties van de echtparen in (ogenschijnlijk) betere tijden. Verder heeft regisseur Niels van Koevorden z’n film beperkt tot de absolute essentie: twee mensen naast elkaar, los van elkaar. In een vast two shot, dat laat zien hoe ze altijd waren: samen. Zoals ze nu niet meer zijn. In een constante dialoog, strijd soms, over hoe ze uit datzelfde frame kunnen stappen – of hoe ze dat gedwongen moeten verlaten.

Het zijn gesprekken die onverminderd blijven boeien en raken. Juist omdat elke vorm van opsmuk ontbreekt en alle betrokkenen in lastige omstandigheden blijven zoeken naar contact en harmonie. Het is duidelijk: deze mensen zijn van goede wil, maar ook op verschillende sporen beland. Of ze dat nu wilden of niet. Waarbij in elk geval één van de betrokken partijen nog een nieuw verhaal in z’n eigen leven ziet. En de ander verplicht om er ook een punt achter te zetten.

The Trump Dynasty

A&E

Nicht Mary schreef een kritisch boek. Jongere broer Robert overleed op 71-jarige leeftijd. En Melania, Ivanka, Eric, Tiffany en Don Jr. (en diens vriendin Kimberly) spraken op de Republikeinse presidentscampagne. Niet eerder stond de familie Trump zo nadrukkelijk in de belangstelling als nu, in de nazomer van 2020. En dat allemaal door dat ene familielid: vastgoedman, mediapersoonlijkheid en president Donald. Is hij de logische optelsom van een familie die zich maar al te graag, zo lijkt het althans, wil ontwikkelen tot The Trump Dynasty (245 min.)?

Feit is dat Donald Trump een logische voortzetting lijkt van zijn grootvader Friedrich en vader Fred, twee bijzonder harde en ambitieuze mannen voor wie niets ging boven geld en naam maken. Toen het tijd werd om ruimte te maken voor Donalds generatie, maakte zijn vader daar een genadeloze competitie van. Die kostte zijn oudste zoon en beoogde opvolger Fred Jr. uiteindelijk de kop. Hij zou wegzinken in een alcoholverslaving. En zo ontstond er ruimte voor de zoon die net zo rücksichtslos was als Fred zelf en bovendien een ongelooflijk gevoel voor showbusiness had.

Enter ‘The Donald’, een man die van zichzelf en zijn achternaam een merk maakte en die maar drie dingen belangrijk lijkt te vinden in het leven: winnen, winnen en nog eens winnen. En als dat bijvoorbeeld betekende dat hij onder een valse naam (John Barron) de pers moest bellen om met bullshit een hogere plek op de Forbes-ranglijst van rijkste Amerikanen te claimen, dan deed hij dat zonder problemen, zoals is te horen in tamelijk gênant geluidsmateriaal van die gesprekken. Allemaal (p)art of the deal.

Deze zesdelige serie licht Trumps doopceel met een fijne collectie archiefmateriaal, laat geen onderwerp onbesproken (inclusief duistere zaakjes en geruchten daarover) en voert een imposante lijst sprekers op: klasgenoten, medewerkers, historici, journalisten, critici én prominente medestanders zoals Sean Hannity en Roger Stone. Het fenomeen zelf komt aan het woord via audio-opnamen van interviews die biograaf Michael D’Antonio in 2014 met hem had.

Zo ontstaat een kritisch, compleet en behoorlijk afgewogen overzicht van het leven van een man die als geen ander de Amerikaanse mediacultuur verpersoonlijkt, waarbij opvalt dat de jonge Donald een veel gematigdere indruk maakt dan de karikaturale figuur die nu in de Oval Office huist. Aan zijn kroost, waarvan het nog maar de vraag is of die in staat zal zijn om de Trump-dynastie definitief te vestigen, wordt verder geen enkele aandacht besteed. De kinderen staan volledig in de schaduw van de huidige Trump-patriarch.

Hij zou niet anders willen. Of kunnen.

América

VPRO

‘Je bent heel lief’, zegt América tegen haar kleinzoon Diego, nadat ze hem een kus op zijn voorhoofd heeft gegeven.

‘Nee, jij’, reageert hij.

Intussen heeft ze de camera van Erick Stoll en Chase Whiteside ontdekt, die het tafereel van dichtbij gade slaat. ‘Wat doet hij?’

De jongen lacht: ‘Hij filmt.’

‘Filmt hij alles wat we doen?’

‘En wat we zeggen.’

‘Waarom?’ wil de oudere vrouw weten.

‘Omdat je een ster bent.’

Daar is ze het mee eens. Bijna dan. ‘Een vallende ster.’

Nog niet zo lang geleden is de hoogbejaarde Mexicaanse vrouw América Capdevielle Levas inderdaad gevallen. Uit bed. Buren hoorden haar kermen van de pijn en belden de politie. ‘Ze leek aan haar lot overgelaten’, constateert kleinzoon Diego. Zijn vader Luis, die de oude vrouw onder zijn hoede had, werd vervolgens beschuldigd van verwaarlozing en in de cel gegooid.

Sindsdien verzorgen Diego en zijn broers Rodrigo en Bruno hun grootmoeder. Zelf heeft zij dat nog niet altijd in de gaten. ‘Deze foto is van twintig jaar geleden’, zegt Diego bijvoorbeeld tegen haar als ze samen op de bank zitten. ‘Zo lang?’ reageert de oude vrouw. Ja, beaamt haar kleinzoon. ‘We zijn al twintig jaar vrienden.’

‘Dan is je oma al heel oud nu.’

‘Hoe oud ben jij?’

‘Ik?’ vraagt ze verbaasd.

‘Jij bent mijn oma.’

‘Ik dacht…’, reageert América (73 min.) licht verward.

Diego stelt haar gerust: ‘Dat ben jij.’

Liefdevol begeleiden de drie broers Alvarez Serrano hun oma zo door haar laatste levensfase. Tussen het douchen, ontlasten en naar bed brengen door vinden ze bovendien tijd voor hun gezamenlijke passie, acrobatiek. Als een medewerker van het bureau voor senioren een controle uitvoert, ziet die dat het eigenlijk hartstikke goed gaat.

Gaandeweg slaat de idyllische sfeer in huis een beetje om. Op de achtergrond is er nog altijd de strafzaak tegen de vader van de jongens, die nu al maandenlang in de cel zit. En hoe zit het met hun eigen levens en ambities? Hoe verhouden die zich tot hun onverwachte zorgtaak? Zo krijgt deze kleine, mooie, menselijke film een venijnig kartelrandje, waardoor ie nog eens extra goed binnenkomt.

Aan Het Hart

Het hele gezin heeft zich in de woonkamer verzameld. Vader, moeder en hun twee volwassen dochters Christa en Gerda. Ze houden elkaars hand vast terwijl Christa aan de telefoon wacht op de uitslag. Twee kleinkinderen kijken toe vanaf de achtergrond. De spanning in huis is te snijden: hebben Christa en haar jongere zus net als hun moeder het PLN-gen, de veroorzaker van een erfelijke hartziekte?

De meeste dragers van dit gen zijn gesitueerd in noord-Nederland en zijn (verre) familie van elkaar. Ze stammen volgens klinisch geneticus Peter van Tintelen allemaal af van een voorouder die in de late middeleeuwen in Friesland moet hebben geleefd. De kans is zo’n vijftig procent kans dat ze de levensbedreigende aandoening daadwerkelijk hebben. Wil je dat dan weten? En welke gevolgen heeft die keuze voor het vervolg van je leven en dat van mogelijk nageslacht?

Zulke indringende vragen, die ieder voor zich moet zien te beantwoorden, staan centraal in de journalistieke documentaire Aan Het Hart (55 min.), waarin Mirjam Bartelsman de impact van de ziekte op de familie probeert te vatten. Sinds het PLN-gen in 2010 werd ontdekt, verspreidt het nieuws van de aandoening zich als een olievlek door de verschillende takken. Menigeen heeft al een brief ontvangen het Amsterdams Medisch Centrum, met de vraag of ze zich willen laten testen.

Ook in het gezin van Christa en Gerda is die vraag, getuige deze ontroerende tv-film, nog altijd bijzonder actueel nadat de beide dochters hun uitslag hebben ontvangen: ze hebben een broer en zus die nog niet zijn getest…

Rauw / Rauwer

NCRV

‘Heb je wel eens pannenkoeken gegeten?’ wil een jongetje weten van zijn vriendje, dat naast hem op de trampoline ligt.

‘Nee, nog nooit’, antwoordt de tienjarige Tom.

‘Erwtjes?’ vraagt zijn kameraadje door.

‘Nee, ook niet.’

‘En, pizza, heb je dat ooit gegeten?’

‘Nee.’ Tom moet ook bekennen dat frietjes en tosti’s onbekend terrein zijn voor hem. Hij eet namelijk Rauw (25 min.), in elk geval geen voedsel dat is gekookt of gebakken. Daarmee schijnt Tom het enige kind in Nederland te zijn. Hij leeft alleen op groente, fruit en noten. Zijn moeder Francis is van mening dat dit beter voor hem is. Dat aten ze in de prehistorie immers ook.

‘Wat denk jij als je die stukken vlees in de koekenpan ziet liggen?’, vraagt ze in de keuken aan haar zoon terwijl haar eigen moeder ‘normaal’ staat te koken voor het kerstdiner. ‘Denk je: daar ligt eten? Of denk je: daar ligt een stuk dood beest?’ Haar zoon antwoordt nuchter: ‘Nee, dan denk ik: daar ligt vlees.’ Francis Kenter vraagt nog even door: ‘En als je dat bloed eruit ziet lopen, wat denk je dan?’

En met die vraag is moeder nog lang niet klaar. Het is één van de ongemakkelijkste scènes uit de spraakmakende jeugddocu van Anneloek Sollart, die het portret van Tom en de gedreven Francis garneert met beelden van allerlei lekkernijen: pizza’s, snoepgoed en snacks. De film veroorzaakte in 2008 heel wat deining. Zou deze freak, die zichzelf als een pionier beschouwt, niet uit de ouderlijke macht moeten worden gezet?

Die commotie vormde tevens de basis voor het schurende vervolg Rauwer (55 min.) uit 2012, waarin Toms moeder zich moet verweren tegen beschuldigingen van kindermishandeling omdat de lichaamsgroei van haar zoon achterblijft. In deze film is zij ook echt de hoofdpersoon. Voor een belangrijke zitting bij de rechtbank besluit ze zelfs om te gaan vasten. Ze maakt daarbij zelf de vergelijking met Jezus en Boeddha, die zich zo ook zouden hebben voorbereid op hun taak.

Tom is dan al gereduceerd tot een bijfiguur: zowel in Sollarts vertelling als in de strijd van zijn moeder, die hem ook nog eens van school wil halen. Wat op zich een valide kwestie is – wie bepaalt hoe een kind moet worden opgevoed en welke grenzen kunnen daaraan worden gesteld? – dreigt een prestigestrijd te worden, die eigenlijk alleen ten koste van de opgroeiende puber kan gaan.

Rauwer is hier te bekijken.

Wij Moszkowicz

Hij werd geboren als stamhouder van het roemruchte geslacht Moszkowiz, is de oudste zoon van het zwarte schaap van die familie en wordt nu zelf vader van een zoon. Alle reden voor Max Moszkowicz om in 2016 zijn eigen familiegeschiedenis te onderzoeken in de even liefdevolle als schrijnende egodocumentaire Wij Moszkowicz (79 min.).

Zijn tocht begint bij zijn vader Robert, die in de openingsscène één van zijn bezittingen gaat belenen bij de Stadsbank Van Lening. Vanuit zijn luxueuze Jaguar probeert hij even later ook nieuwe kantoorruimte te vinden. Een huurachterstand noopt hem om te verkassen. Ooit was Robert de jongste advocaat van Nederland en de trots van zijn eigen vader, de vermaarde strafpleiter Max, naar wie hij zijn oudste kind heeft vernoemd. Daarna raakte hij opzichtig aan lager wal en viel hij (definitief?) in ongenade bij zijn vader en broers.

Robert Moszkowicz mag zich geen advocaat meer noemen. Hij is, net als zijn jongste broer Bram, van het tableau geschrapt. Zit er iets (zelf)destructiefs in de Moszkowicz-genen? En welke rol speelt het kampverleden van stamoudste Max Sr., die al enige jaren een teruggetrokken bestaan leidt, in de schadelijke interactie binnen zijn gezin? Max Jr. probeert hierover echt in contact te komen met zijn vader, die zich nog altijd afgewezen voelt, maar legt de vragen tevens voor aan zijn eigen (half)broers en –zussen. En: hebben zij als kind ook gezien hoe pa in hun aanwezigheid heroïne gebruikte?

Het drama ligt voor het oprapen in de familie Moszkowicz. En Max, de ultieme insider, kan het met z’n eigen camera van binnenuit optekenen en van context voorzien. Het resultaat is een pijnlijke film over een dysfunctionele familie, vol gekwetste en kwetsende zielen, die buitengewone talenten en opvallende karakterzwaktes hebben geërfd. Dat resulteert in publiek geleefde levens met bijzonder hoge pieken en al even diepe dalen. Waarbij de naam Moszkowicz een kruis lijkt te zijn geworden, dat ieder op zijn eigen manier probeert te dragen.

Wij Moszkowicz is hier te bekijken.

De Sneijder-tapes

Jeffrey (l) en Wesley (r) Sneijder / NOS

Ooit zaten er drie Sneijdertjes in de jeugdopleiding van Ajax. Wie van de drie Utrechtse broers zou slagen, lag toen nog in de toekomst verscholen. De oudste, Jeffrey, redde het uiteindelijk niet, mede door blessures. De benjamin Rodney zou wél het betaald voetbal halen, maar niet de top. Dat bleek alleen weggelegd voor Wesley Sneijder, die het zelfs schopte tot recordinternational van Oranje. Hij – en niet Jeffrey of Rodney – is ook de hoofdpersoon van een door Kees Jansma geschreven biografie, genaamd Sneijder.

In 2012 trok Kees Jongkind naar Milaan, waar de spelmaker toentertijd de sterren van de hemel speelde voor Inter. Hij had een aardige verrassing voor Sneijder: beelden uit de tijd dat hij als negenjarige jongen in de Ajax-jeugd speelde en materiaal van tien jaar later, toen hij nadrukkelijk aan de deur klopte bij het eerste elftal. Ofwel: De Sneijder-tapes (47 min.), samengesteld uit nooit eerder vertoond ruw materiaal voor een film die Rimko Haanstra en Klaas Vos maakten over de jeugdopleiding van de Amsterdamse voetbalclub (die enkele jaren eerder zeer kritisch was geportretteerd in Roel van Dalens documentaire Ajax: Daar Hoorden Zij Engelen Zingen).

‘Er is een enkele speler uit de jeugd die misschien doorbreekt naar het eerste van Ajax’, zegt vader Barry Sneijder, die zich volledig wegcijferde voor de voetbalopleiding van zijn zoons, tijdens een interview uit 1993. ‘En die enige kun je natuurlijk zijn. Maar je kunt het ook niet zijn. En dat is wat ik ze dan ook wel vertel.’ Dat wordt door Jongkind geïllustreerd met een tamelijk pijnlijke scène uit het televisieprogramma Holland Sport, waarin Jeffrey Sneijder opdraaft als ‘de grote broer van’. Hij kwam uiteindelijk bij Elinkwijk terecht, in plaats van bij Real Madrid. Ooit, in een interview met Haanstra en Vos, zaten ze nog gebroederlijk naast elkaar, als guitige jochies die een droom deelden.

Daarin zit ook de meerwaarde van deze aandoenlijke tv-docu, die de ontwikkeling van de aankomende wereldster Wesley Sneijder en zijn respons daarop in beeld brengt, maar vooral ook laat zien voor hoe weinig talenten daadwerkelijk een topsportcarrière is weggelegd. Van zijn vroegere jeugdteam heeft bijvoorbeeld alleen Johnny Heitinga, volgens Sneijder destijds de absolute nummer één van het elftal, ook de wereldtop gehaald. De rest heeft al die jaren voor niets – of gewoon voor de lol – thuis tegen een bal in een netje staan trappen, zoals de hoofdpersoon als negenjarige voor de camera demonstreert aan zijn latere zelf. Die kijkt goedkeurend toe: zo is hij geworden wie hij nu is.

De Sneijder-tapes is hier te bekijken.

The Most Dangerous Animal Of All

FX

Zou Gary Stewart meer van zichzelf begrijpen als hij wist wie zijn ouders waren? De vraag stellen is hem beantwoorden. Zijn biologische moeder Jude had de ambitieuze Amerikaanse ondernemer, die in een adoptiegezin opgroeide en zelf inmiddels aan zijn vijfde huwelijk bezig is, snel gevonden.

Of hem dat enige gemoedsrust gaf? Nee, haar antwoorden riepen alleen maar meer vraagtekens op. Iets met een ‘Ice Cream Romance’. Over een 27-jarige man die zij als veertienjarige scholier in 1962 ontmoette bij de bushalte. De ‘pedofiele’ relatie die vervolgens tussen hen ontstond. En de manier waarop zij zich vervolgens ontdeden van hem, hun ongewenste kind.

Die kerel, Earl van Best Jr., zou hij nog in leven zijn? En, helemaal onvoorstelbaar, zou die onbekende vader misschien The Most Dangerous Animal Of All (175 min.) kunnen zijn? Een man met meerdere levens op zijn geweten. Een héél beruchte seriemoordenaar, ook omdat hij zelf nadrukkelijk de media opzocht en zo zijn naam, een ingenieuze nom de plume vervat in een symbool, probeerde te vestigen.

Is Gary’s vader, kortom, het antwoord op een vraag die al een halve eeuw openstaat? In deze gestileerde en vet aangezette serie van Ross M. Dinerstein en Kief Davidson gaat hij zelf op onderzoek uit, vergezeld door de wat morsige true crime-auteur Susan Mustafa. Samen schreven ze in 2014 het boek, dat het startpunt vormde voor deze vierdelige docu.

Als de twee dieper in de kwestie duiken, lijkt elk antwoord in dezelfde richting te wijzen: ‘Van’ moet de man zijn die een kleine halve eeuw geleden San Francisco onveilig maakte en heel Amerika in zijn greep kreeg. Maar welke rol speelde Gary’s moeder Jude, die naderhand getrouwd blijkt te zijn met de leider van het bijbehorende politie-onderzoek, dan in deze legendarische cold case?

Conspiracy theory, cover-up of een ander woord met een C? Of tóch een aannemelijke hypothese? Gary Stewart twijfelt niet over het antwoord. Als buitenstaander blijft het lastig oordelen: leiden alle sporen inderdaad naar de man die hem op de wereld dumpte? Of heeft Gary selectief in het bewijsmateriaal gewinkeld, teneinde zijn eigen queeste zin en drama te geven? In de onverwacht enerverende ontknoping volgt het verrassende antwoord.

‘This is not the …… speaking.’

Saving Face

‘Ik word nooit meer zoals God me ooit heeft gemaakt, maar hopelijk wordt het nog wat beter voor mij’, zegt een Pakistaans meisje, dat haar halve gezicht achter een sluier moet verbergen.

‘Het kostte één seconde om mijn leven te ruïneren’, stelt een andere vrouw, die een oog dreigt te verliezen. Nadat de 39-jarige Zakia echtscheiding wilde aanvragen, werd ze door haar eigen man Pervez geattaqueerd. ‘Één seconde.’

‘Mijn echtgenoot gooide zuur op me’, vertelt Rukhsana bedremmeld. ‘En mijn schoonzus gooide daar benzine bij. Toen heeft mijn schoonmoeder een lucifer aangestoken en me in brand gezet.’

Het zijn gruwelijke herinneringen, waarbij het relaas van Rukhsana nog eens extra pijnlijk aandoet. Want zij woont inmiddels weer in bij diezelfde schoonfamilie. Het lukte de 25-jarige vrouw niet om zelfstandig haar kinderen te onderhouden, vertelt ze huilend. Rukhsana heeft daarom vrede moeten sluiten met de mensen die haar voor het leven hebben verminkt en woont nu ook weer op de plek waar de aanval heeft plaatsgevonden.

Yasir, haar wat sullig ogende echtgenoot, ontkent die overigens. Volgens hem heeft zijn vrouw het zichzelf aangedaan. Per ongeluk, in een hysterische bui. Kijk maar eens om je heen op de brandwondenafdeling van het ziekenhuis, zegt hij. ‘99 Procent van de vrouwen daar heeft zichzelf verbrand.’ Yasir heeft zelf overigens een opvallende brandwond op zijn rechterhand. ‘Die is van het doven van het vuur’, zegt hij hakkelend, als daar eens naar wordt gevraagd.

Bij het verhaal van de gehavende Rukhsana krijgt zelfs Mohammad Jawad het even te kwaad. In een hospitaal te Islamabad probeert de Britse plastische chirurg, van oorsprong Pakistaans, de vrouwen te helpen. Saving Face (40 min.) juist. Als in: het gezicht repareren. Maar ook: als poging van de betrokken mannen om gezichtsverlies te voorkomen of beperken. En daarvoor is in bepaalde kringen, blijkbaar, heel veel geoorloofd.

Per jaar worden in Pakistan ongeveer honderd vrouwen ongenadig toegetakeld met zulke zuuraanvallen. Deze indringende korte documentaire van Daniel Junge en Sharmeen Obaid Chinoy, in 2012 beloond met een Oscar, stelt die kwestie nadrukkelijk aan de orde en brengt tevens het verschrikkelijke leed dat de vrouwen is berokkend in beeld. En het doet bijna letterlijk pijn om dat te aanschouwen.

Saving Face kreeg overigens nog wel een naar staartje via een in de pers breed uitgemeten conflict tussen Rukhsana en filmmaakster Sharmeen Obaid Chinoy. Die laatste zou haar allerlei beloften hebben gedaan, die nooit zijn nagekomen.

69 Minutes Of 86 Days

VPRO

86 dagen in nog geen 70 minuten. De komst van een driejarig meisje en haar familie naar Europa, teruggebracht tot z’n essentie. Tenten, maaltijden, treinen. Lopen, wachten, sjouwen. Drukte, rotzooi, stress. Hulpverleners, douanebeambten, vluchtelingen. Dat vooral: vluchtelingen, vluchtelingen, vluchtelingen. In colonne lopen ze weg van hun verleden.

Waaronder dus dat ene kind: Lean Kanjo. Grote ogen, haren in een staartje en een schattig roze Frozen-rugzakje. Meestal weggekropen in papa’s armen, soms even op zichzelf de wereld ontdekkend. Via het kleine Syrische meisje brengt regisseur Egil Haskjold Larsen in 69 Minutes Of 86 Days (70 min.) de maandenlange tocht van de familie Kanjo naar een nieuw vaderland in beeld. Van de aankomst op een met reddingsvesten, rubberbootjes en wrakstukken bezaaid strand in Griekenland tot de uiteindelijke eindbestemming: familie in Zweden.

De camera blijft in beweging en volgt de nieuwkomers nauwgezet. Gesproken wordt er nauwelijks. Hun gezichten spreken echter boekdelen: deze verweesde mensen willen vooruit, ook al kunnen ze eigenlijk niet meer en worden ze ook doodmoe van alle drempels die op weg naar dat nieuwe thuis moeten worden genomen. Voor Lean lijkt de tocht vooral een groot avontuur, dat op een heel vanzelfsprekende manier van minuut tot minuut wordt beleefd.

Larsen presenteert de gezamenlijke reis van de Kanjo’s zo sec mogelijk en zet alleen met stemmige muziek accenten. Zo komt hij heel dicht bij de daadwerkelijke ervaring van ontheemden, die moesten achterlaten wie ze waren, zonder precies te weten wie ze zouden gaan worden.

Ons Eiland

KRO-NCRV

‘Mirte is eigenlijk mijn grote zus’, zegt Shanna (10). ‘Maar het voelt soms als mijn kleinere zus.’ De dertienjarige Mirte heeft het syndroom van Down. En dat begint steeds beter voelbaar te worden. Waar de twee zussen tot dusver grotendeels gelijk opgingen, begint er nu afstand te ontstaan. Shanna denkt soms aan haar toekomst, Mirte leeft volledig in het hier en nu.

Op Ons Eiland (15 min.), een idyllische plek waar ze vakantie vieren, kunnen de twee meiden nog volledig zichzelf zijn. Ze stoeien, vangen vlinders en maken een kampvuur. Filmmaakster Lennah Koster slaat de twee van dichtbij gade. De fraaie omgeving dient intussen als verbeelding van wat een onbekommerde jeugd lijkt te zijn geweest. Totdat Shanna Mirte letterlijk achter zich laat en een moment voor zichzelf wil hebben…

De interactie tussen de twee zussen vormt het hart van deze kleine coming of age-docu, die verder geen interviews of andere personages bevat. Twee meisjes, nu nog samen. Waarbij Shanna, offscreen, hardop nadenkt over wat het leven voor hen in petto heeft. Zo slaagt Koster erin om echt door te dringen tot de belevingswereld van de zussen, die met dromerige muziek bovendien van een nostalgisch tintje wordt voorzien.

Van een jeugd die nooit voorbij gaat – en straks toch voorbij zal blijken te zijn.

Vader In De Tuin

KRO-NCRV

Opa Koos woont driehoog, in een mooie ruime flat met een fijn ‘groen’ uitzicht. Binnenkort gaat hij echter even verderop wonen. Niet in een aanleunwoning of bejaardentehuis. Maar in de tuin. Bij zijn zoon Marco en diens gezin.

‘Is hij er slecht aan toe?’ wil interviewer Frans Bromet weten. ‘Nog niet’, antwoordt Marco lachend. Schoondochter Anita vult aan: ‘Hij is achtentachtig en hij is eigenlijk hartstikke goed.’ Bromet: ‘Gaat dat jullie niet heel veel tijd kosten?’ ‘Zwaaien?’ antwoordt Anita gevat. ‘Nee, dat valt wel mee, denken wij.’

Voorlopig lijkt zwaaien genoeg, maar de familie Korevaar realiseert zich terdege dat ze in werkelijkheid kiest voor een mantelzorg-constructie. In een ontspannen sfeer gaan ze een woning voor Vader In De Tuin (53 min.) aanschaffen. Die stelt zich ogenschijnlijk uiterst schappelijk op. Koos beseft tegelijkertijd: ‘Ik ben afhankelijk van iedereen.’

‘Dit is de laatste reis die ik maak’, zegt hij tijdens de daadwerkelijke verhuizing. ‘En de volgende reis, daar hoef ik me niet mee te bemoeien.’ Terwijl de nieuwe woning zijn beslag krijgt en opa Koos zich daar probeert te settelen, stelt Bromet hem zijn inmiddels welbekende impertinente vragen over verleden, heden én toekomst.

Intussen volgt hij gedurende enkele jaren hoe de man aardt in zijn steeds kleiner wordende wereld en langzaam maar zeker afscheid moet nemen van het leven dat hij ooit had. ‘Afvoeren’, noemt hij dat zelf. Hij zit gewoon te wachten. ‘Waarop zit u dan te wachten?’ vraagt Bromet naar de bekende weg. ‘Op die man met die zeis.’

Toch wordt deze tv-film geen moment topzwaar en verdient die ook weer moeiteloos het Bromet-vignet: dicht op de mens, ongepolijst en nooit sentimenteel. En Frans, zelf inmiddels ook 75 jaar oud, heeft blijkbaar nog altijd een onstilbare honger naar nieuwe verhalen en blijft dus gewoon stug doorgaan met veelfilmen. Híj gaat zelf in elk geval níet zitten wachten op die man en z’n zeis.

Oorlogskinderen

WNL

Een vingerhoedje spuug zet hen hopelijk op het spoor naar hun oorsprong. Want wie hun vader was – een Duitse soldaat of toch een bevrijder uit de Verenigde Staten, Frankrijk of Canada – dat is altijd ongewis gebleven. Adri, Marcel, Ans en Trudy zijn de zeventig inmiddels ruimschoots gepasseerd, maar zijn toch altijd Oorlogskinderen (53 min.) gebleven.

Gedefinieerd door de Tweede Wereldoorlog of het einde daarvan, de uitbundig gevierde Bevrijding. Al was dat niet altijd direct duidelijk. Voor henzelf, tenminste. Soms leek iedereen er al vanaf te weten. Iedereen, behalve zij, het product van dat ene moment van geluk of opwinding, nu alweer zo lang geleden. En dus geven ze hun erfelijk materiaal aan een heuse DNA-detective, Els Leijs uit Bussum. Via stamboomonderzoek probeert zij hun familieleden te achterhalen – en de man die hen op de wereld zette en er, soms ongewild, ook weer achterliet.

De filmmakers Eric van den Berg en Bram Endedijk doorsnijden de pogingen van de oorlogskinderen om klaarheid te krijgen over hun wortels met ingesproken getuigenissen van buitenlandse militairen, Duitse soldaten en vaderlandse meisjes over hun ervaringen tijdens de oorlog. Zo wordt het bezette Nederland, het zwart-witte decor van hun conceptie, overtuigend tot leven gewekt. De nadruk ligt echter op de persoonlijke verhalen en zoektocht van de verweesde volwassenen, die stuk voor stuk tot de verbeelding spreken.

In het geval van Adri Goedegebuure uit Middelburg, verwekt rond de Bevrijding van Walcheren, leidt het spoor bijvoorbeeld naar Frankrijk, waar directe familie wacht. Andere participanten zijn minder fortuinlijk. Hun verhalen komen mede daardoor ook wat minder uit de verf. Wat al die lotgevallen van Oorlogskinderen, stijlvol verfilmd en begeleid door gedragen vioolmuziek, echter nog eens heel duidelijk onderstrepen, is hoe belangrijk bloedbanden zijn, ook als je ‘een kind van die rotmoffen’ bent. Want familie, juist omdat je die niet zelf kunt uitkiezen, definieert toch wie je bent.

Djordy

BNNVARA

‘Ik ga tellen’, zegt de kleuter River. ‘Één-twee-drie-vier…’ Mama gaat zich ondertussen verstoppen. ‘Ik kom!’ roept het meisje en gaat op zoek. ‘Waar is mammie?’ zegt ze vrolijk. Als ze die niet kan vinden, is de lol er echter snel af. Huilen. ‘Je was bang dat ik weg was, hè?’ zegt moeder Cherrisha, nadat ze zich toch heeft laten vinden. ‘Áách, schatje!’ Snikkend valt het meisje haar in de armen. ‘Zullen we dit spelletje dan maar niet meer spelen?’

Het oogt als een onschuldig familietafereel, waarbij het kind verstoppertje spelen toch wat enger vindt dan gedacht. Totdat je de familiegeschiedenis van River hoort. Haar vader is Djordy Latumahina. Hij werd op 8 oktober 2016 geliquideerd in een Amsterdamse parkeergarage. Een ‘vergismoord’, zoals ze het zijn gaan noemen. De 31-jarige deejay en feestorganisator werd voor een ander aangezien. Zijn vriendin Cherrisha Sackman raakte zwaargewond. De toen tweejarige River bleef, min of meer, ongedeerd.

En dan gaat het leven door, omdat het dat nu eenmaal doet. Moeder en dochter kijken filmpjes van papa, gaan een eindje fietsen en eten een ijsje in de speeltuin. En Djordy’s ouders Jozef en Marlou bekijken oude foto’s en halen bij zijn vroegere school liefdevol herinneringen op aan hun zoon. Als je niet beter zou weten, zou je kunnen denken: ze hebben er inmiddels vrede mee. Die stomme persoonsverwisseling met fatale afloop heeft dan toch een plek gekregen.

Als de tv-docu Djordy (43 min.) ruim een kwartier onderweg is, volgt echter alsnog de terugkeer naar die verdomde parkeergarage. Djordy’s echtgenote kan zich de bijna absurde beelden nog zo voor de geest halen. ‘Is het een soort van prank of zo?’ En bij zijn ouders staat die fatale oktoberdag natuurlijk ook op het netvlies gebrand. ‘En dat het niet voor hem bedoeld was, dat maakt het helemaal…’, valt moeder stil. En daarna moesten ze dus toch verder, gebroken en gehavend. Omdat het leven nu eenmaal doorgaat. Moet. Ook zonder Djordy.

Regisseur Mark Schrader doorsnijdt hun getuigenissen met beelden van Djordy als deejay, laat ook diens voetbalvrienden nog aan het woord en brengt het geheel op temperatuur met een tamelijk dwingende soundtrack. Aan de daders en hun opdrachtgever(s) wordt geen woord vuilgemaakt in deze wat onevenwichtige film, die ondanks alles een optimistische ondertoon probeert te houden. Tegelijkertijd maakt Djordy ook tastbaar hoe onwerkelijk zo’n onbedoelde moord is – en hoe werkelijk de gevolgen ervan.

Circus Of Books

Netflix

‘Op de vraag waar onze ouders werkten was het antwoord: in een boekwinkel’, vertelt Micah Mason. Het duurde niet lang of de jongen wist wel beter. ‘Wij hebben een boekwinkel’, luidde de instructie van zijn vader en moeder volgens broer Josh. ‘Dat vertel je mensen.’ De kinderen moesten echter naar beneden kijken als ze in diezelfde winkel waren. Want behalve een boekenzaak was de firma van hun ouders Karen en Barry ook ‘een hardcore gaypornozaak‘: Circus Of Books (86 min.) aan de Santa Monica Boulevard in West-Hollywood. Zus/dochter Rachel Mason wijdde er deze documentaire aan.

Niet dat haar vader en moeder zich schaamden voor hun business, die ook nog het maken van ‘adult entertainment’ voor mannen omvatte, maar ze wilden niet dat hun kinderen er last van zouden krijgen. Via hun winkel zou het Joodse echtpaar deelgenoot worden van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de strijd van puriteins Amerika tegen pornografie, de AIDS-epidemie van de jaren tachtig en de opkomst van het internet – en de onvermijdelijke neergang van (porno)videotheken die daarop zou volgen. Die roerige geschiedenis doen Karen en Barry Mason, samen op de bank, nuchter uit de doeken. Daarbij wordt al snel duidelijk dat zij thuis de broek aanheeft en hij over de beste glimlach van het westelijk halfrond beschikt.

Het no-nonsense koppel wordt bij het ophalen van herinneringen aan de tijd dat ze in de frontlinie stonden van de strijd tegen censuur en homodiscriminatie bijgestaan door hun kinderen, medewerkers en klanten van hun winkel én blikvangers uit de business waarin ze zich al die jaren hebben opgehouden: Hustler-uitgever Larry Flynt (altijd op zoek naar distributie voor zijn schmutzige tijdschriften), gaypornoster Jeff Stryker (met zijn eigen actiepoppetje, inclusief te verbuigen geslachtsdeel) en LGBT-activist van het eerste uur Alexei Romanoff (die net als veel andere gays een geborgen plek vond bij Circus Of Books, waar je tussen de schappen bovendien lekker kon vozen).

Toch was de homo-emancipatie ook in Huize Mason nog altijd niet volledig afgerond. Daar zit ook het persoonlijke drama van deze aardige egodocu, die tevens van dichtbij vastlegt hoe de klad er inmiddels stevig inzit bij Circus Of Books. Voor Karen en Barry is het tegenwoordig steeds afwachten of ze aan het eind van de week het personeel kunnen betalen. Hun winkel, die al sinds 1982 draait, dreigt roemloos ten onder te gaan. Voor de zekerheid ruimen ze alvast het magazijn leeg. Hele stapels gayporno, educatief materiaal voor hele generaties opgroeiende homo’s, verdwijnt in de afvalcontainer. Waar het volgens sommige Amerikanen altijd al thuishoorde. En voor die mannen was er dan een kast.