My Gay Life

Channel 4

Het duurde tien jaar voordat Rob en Dee zwanger waren. Er kwamen IVF en een spermadonor aan te pas. En toen had het Britse stel zowaar een zoon: Billy. Die kwam al op zevenjarige leeftijd uit de kast. Moeder heeft daar geen moeite mee, maar vader kan het nauwelijks geloven. ‘Volgens mij is hij niet gay’, meent Rob. ‘Dat kun je pas beslissen als je zestien of zeventien bent.’ Billy riposteert: ‘Hij denkt dat ik het zeg om hem op de kast te jagen.’

En zo staan de pionnen op het bord voor My Gay Life (47 min.), een jeugddocu waarvoor Billy van zijn elfde tot en met zijn achttiende zijn eigen leven filmde. Een periode waarin hij ook op gezette tijden werd geïnterviewd door de filmmakers Mel Beer en Tim Froggat. Het zijn jaren waarin het de tiener in eerste instantie voor de wind lijkt te gaan. Alleen Rob ligt dwars, vinden zijn vrouw en zoon. ‘Ik kan nu volmondig beamen dat m’n vader een enorme eikel is’, vertelt Billy zonder omhaal van woorden aan zijn dagboekcamera.

Terwijl de jongen zich overgeeft aan zijn stoutste dromen, blijft de relatie met zijn vader precair. Bovendien krijgt Billy’s moeder een fikse tegenslag te verwerken. Dan wordt het filmen zelfs even stopgezet. Pas enige tijd later hervat Billy het documenteren van zijn eigen leven voor wat uiteindelijk een vlotte coming of age-docu is geworden. Die graaft niet al te diep, belicht vooral Billy’s eigen perspectief en doet daardoor Rob als bezorgde vader niet altijd evenveel recht, maar brengt wel aardig de ontwikkeling van een zoekende homoseksuele jongen in beeld.

Die verlaat zich daarbij consequent op een motto dat hij heeft ontleend aan zijn grote idool, Lady Gaga: ‘Don’t you ever let a soul in the world tell you you can’t be exactly who you are.’ Waarvan akte.

Sophie: A Murder In West Cork

Netflix

Bij de ruïne van een kasteel op Three Castle Head had ze een geestverschijning. Op die idyllische plek zou een mythisch personage rondwaren dat ooit bij het nabijgelegen meer had gewoond, ‘de witte dame’. De aanblik daarvan maakte Sophie Toscan du Plantier doodsbang. Ze kende de lokale legende die erbij hoorde: als je deze vrouw hebt gezien, zal je binnen een paar uur sterven.

‘Ze werd bevangen door een diepgevoelde, onverklaarbare paniek, slechts enkele uren voordat ze op brute wijze zou worden gedood’, schreef de plaatselijke journalist Ian Bailey later in een artikel over de moord op de Française, op 23 december 1996 in het dorp Schull aan de afgelegen zuidwestkust van Ierland. Sophie werd verminkt langs een weg achtergelaten, ver weg van haar zoon en echtgenoot, de vermaarde filmproducent Daniel Toscan du Plantier, in Frankrijk.

Het onderzoek naar die spraakmakende moord staat vanzelfsprekend centraal in de driedelige true crime-serie Sophie: A Murder In West Cork (164 min.), waarin regisseur John Dower de gebeurtenissen reconstrueert met nabestaanden, de lokale bevolking en vertegenwoordigers van politie en justitie. Gaandeweg komt er ook een verdachte in beeld, die ruim 25 jaar na dato nog altijd stug vasthoudt aan zijn onschuld en zich toch goedgeluimd laat filmen en interviewen.

Deze man – een even intrigerend als complex personage – is één van de troeven van deze slim opgebouwde miniserie: is hij wie hij zegt te zijn? Of toch degene die anderen in hem zien? Hij krijgt in elk geval fijn tegenspel van de toenmalige hoofdcommissaris van de Ierse Garda, Dermot Dwyer, die ‘s mans verhalen ogenschijnlijk geamuseerd probeert te weerleggen. Ook Sophie’s familie en de inwoners van Schull blijven ervan overtuigd: deze vent is zo schuldig als wat.

Dat is een intrigerend uitgangspunt voor een boeiende vertelling, die zich bovendien afspeelt binnen een aansprekend decor: het Ierse platteland, dat zich had ontwikkeld tot een thuishaven voor ‘inwaaiers’, die er stilte, veiligheid of een ander leven hoopten te vinden. Totdat het schokkende misdrijf elk gevoel van (gemoeds)rust rigoureus verstoorde, ook bij de plaatselijke bevolking. Die moet nu al een kwart eeuw met een onopgeloste moord zien te leven. En met een man die daarvan verdacht wordt.

‘Sophie’s ingewikkelde liefdesleven’, kopte journalist Ian Bailey, die vanaf het begin bij de zaak betrokken was, twee dagen na haar dood in The Star. Ze zou volgens hem zijn gedood met een stomp voorwerp en niet seksueel zijn misbruikt.

Het Leven Gaat Niet Altijd Over Tulpen

EO

Klaas Schouten, een noeste werker van tegen de zestig, heeft het mooi voor elkaar: hij is gelukkig getrouwd met Jolanda, hun tulpenkwekerij in het West-Friese Andijk floreert en zoon Simon en dochter Irene schaatsen nationaal en internationaal voor de medailles. En dan krijgt zijn echtgenote een hersenbloeding en staat zij, en daarmee ook haar directe familie, voor een lange en moeizame herstelperiode.

Regisseur Barbara Makkinga dringt in Het Leven Gaat Niet Altijd Over Tulpen (84 min.) diep door in het leven van het echtpaar Schouten en hun vier volwassen kinderen. Dat speelt zich af tegen een werkelijk prachtig decor. In de openingsscène poseert het gezin bijvoorbeeld te midden van een zee van gele tulpen voor een familiefoto. Waarna er hele fijne (drone)shots zijn te zien van de verwerking van bloemen op het uitgestrekte veld.

Het camerawerk, met veel oog voor symmetrie en detail, is één van de zegeningen van deze film, die daardoor groots aanvoelt en soms toch heel intiem wordt, bijvoorbeeld als de kinderen de dagelijkse zorg voor moeder voor hun rekening nemen of als vader Klaas van dichtbij wordt gevolgd tijdens een wedstrijd van één van zijn kinderen. Ook opvallend: de expressieve soundtrack van Vincent van Warmerdam, die wel erg de aandacht naar zich toetrekt.

Terwijl de beide zonen Simon en Klaas junior plannen maken om het bedrijf over te nemen, is het met name dochter Catherine die mantelzorger is voor hun moeder. In hoeverre vervult zij daarmee een wezenlijke taak binnen het familiebedrijf en vertegenwoordigt dit ook waarde? Het herstel van Jolanda, die is aangewezen op een rolstoel en ook geregeld in een verpleeghuis verblijft, verloopt intussen tergend langzaam. Ze is ook regelmatig somber of nukkig.

Met fragmenten uit familievideo’s toont Makkinga de vrouw die ze ooit was en de moeder die haar kinderen nog altijd in haar zien. Zo maakt ze inzichtelijk wat de familie is kwijtgeraakt. Dit drama treden ze overigens doorgaans met Hollandse nuchterheid tegemoet. Dat verdriet blijft veelal onderhuids. Het contrast is groot met hoe Klaas bijvoorbeeld reageert als hij meent dat één van zijn kinderen onrecht is aangedaan tijdens het schaatsen. Dan bliksemt het in zijn ogen.

Het Leven Gaat Niet Altijd Over Tulpen weet in, om en ver van huis de interne machinerie van de Schoutens uitstekend te vangen, al worden niet alle verschillende verhaallijntjes even zorgvuldig uitgewerkt en had enige duiding soms ook niet misstaan. De film is eerst en vooral een fraaie sfeerimpressie van een hecht gezin dat er in moeilijke tijden, zoals het nu eenmaal gewend is, gezamenlijk de schouders onder zet.

Mae West: Dirty Blonde

‘When I’m good, I’m very good’, lacht ze schalks naar de man in haar armen. ‘But when I’m bad I’m better.’ Gewiekst speelde actrice Mae West (1892-1980) haar imago van wellustige blondine in talloze speelfilms uit. Ook al leverde haar dat in 1927 zowaar een gevangenisstraf van acht dagen op, vanwege onzedelijk gedrag in een theatervoorstelling. Intussen zette ze zo echter de toon voor sterke vrouwen van later datum, die zich niet schamen voor hun sex appeal, zoals Marilyn Monroe, Madonna en Beyoncé.

In Mae West: Dirty Blonde (52 min.) – een titel die ook zomaar op een schmutzige VHS-cassette had kunnen staan – belichten Sally Rosenthal en Julia Marchesi het leven en de carrière van de flamboyante actrice, die in de jaren dertig uitgroeide tot de grootste Hollywood-ster van haar tijd. Wests sexy imago en dubbelzinnige opmerkingen maakten haar echter tot een ideaal doelwit voor moraalridders, die de mannenvreetster als een bedreiging voor de goede zeden van gewone Amerikanen beschouwden..

Deze smakelijke tv-docu, opgebouwd rond zwart-foto’s van de femme fatale met de scherpe tong en treffende scènes uit haar vele films, duikt met haar biograaf, historici, schrijvers, journalisten en een burlesque- en drag-artiest diep in het fenomeen Mae West, zonder dat de vrouw erachter heel duidelijk tevoorschijn komt. Die bleef tot op hoge leeftijd, eerst in Las Vegas en daarna gewoon weer in films, haar kunstje doen. ‘Is that a gun in your pocket’, fleemt ze bijvoorbeeld op 85-jarige leeftijd, in de film Sextette uit 1977, tegen de toenmalige hunk George Hamilton. ‘Or are you just glad to see me?’

Fresh Dressed

Zie ze staan. Die zwarte gleufhoeden. Opzichtige gouden kettingen. Lekker glanzende trainingspakken. En, natuurlijk, de blitse sneakers met de drie signatuurstrepen. Vereeuwigd in de hit My Adidas. Run-DMC, hiphoppioniers van het zuiverste water. Ze hielpen ooit vrolijk mee met het definiëren van de inmiddels immens succesvolle muziekstroming en legden via een samenwerking met Aerosmith bovendien hoogstpersoonlijk de crossover tussen rap en rock. Ze ogen net zo cool als ze klinken.

We hebben wel wat weg van pauwen, zegt collega-rapper Nas in Fresh Dressed (80 min.), een vlotte docu van Sacha Jenkins uit 2015 over de hiphopcultuur. Alles behalve de muziek zelf eigenlijk. De kleren. De blingbling. De schoenen. Hoe de lifestyle ontstond, zich ontwikkelde en groot werd. Een levenswijze die werd vermarkt via kopstukken als LL Cool J en Tupac, zijn weg naar tv vond via de comedy The Fresh Prince Of Bel-Air en niet lang daarna zijn officiële entree maakte in de modewereld.

Het complete verhaal van de hiphopstijl dus, geplaatst te midden van het straatleven, graffiti en de urban-cultuur. Opgedist door toonaangevende rappers als Kanye West, Pharrell Williams en Sean ‘Puffy’ Combs. Bijgestaan door insiders zoals Vogue-editor André Leon Talley, kledingdesigner Dapper Dan en fotograaf Jamel Shabazz. Opgeleukt met geinige animatiesequenties. En aaneengesmeed met, natuurlijk, klassieke hiphoptracks.

Het is een verhaal over cultuur en business, maar ook over identiteit. Want de oorsprong van al dat uiterlijk vertoon ligt toch echt in de achtergestelde positie van Afro-Amerikanen in de grote steden. Op straat moest je iemand lijken – ook al had je geen nagel om aan je kont te krabben. Hoe kon je jezelf anders onderscheiden, de competitie met anderen aangaan of – gewoon – iets van zelfrespect behouden?

Nu hiphop onderdeel is geworden van de mainstream, is er heel veel veranderd. En ook weer heel weinig.

RBG

Netflix

Toen deze film in 2018 werd uitgebracht, kon niemand vermoeden dat zij, juist zij, president Trump aan één van zijn grootste overwinningen zou helpen. Ruth Bader Ginsberg, het onbetwiste idool van Links Amerika, was blijkbaar toch te verslingerd geraakt aan haar eigen positie in het Amerikaanse Hooggerechtshof om op tijd plaats te maken. Ze stierf op 18 september 2020 op 87-jarige leeftijd. In het harnas, natuurlijk.

Daarmee kwam er, middenin de tumultueuze presidentsstrijd tussen Donald Trump en Joe Biden, voor de derde keer in Trumps ambtstermijn een positie vrij in het hoogste juridische orgaan van de Verenigde Staten. Die vulden hij en zijn Republikeinse medestanders maar al te graag met een jonge conservatieve vrouw. Amy Coney Barrett kan het hof voor decennia naar rechts buigen. Verworvenheden waarvoor RBG (198 min.) haar hele leven heeft gestreden zouden daardoor wel eens in gevaar kunnen komen.

In dit portret van Betsy West en Julie Cohen is te zien hoe rechter Ginsburg, die dan nog geen idee heeft van hoe ze het hof achterlaat, geniet van haar status als hoogbejaard popidool. Daarnaast blikt ze, ondersteund door verwanten, medewerkers, vrienden en collega’s, terug op haar leven. Toen ze in 1993 door een senaatscommissie onder leiding van Joe Biden werd benoemd tot lid van het Hooggerechtshof, had ze zich allang bewezen als een briljante juriste, die via een aaneenschakeling van principiële rechtszaken de positie van Amerikaanse vrouwen aanzienlijk wist te verbeteren.

Zoals ze het zelf in de jaren zeventig tijdens een klassieke rechtszaak, aan de hand van een citaat van de legendarische vrouwenactiviste Sarah Grimké uit 1837, eens kernachtig uitdrukte: ‘Ik vraag niet of u m’n seksegenoten wilt bevoordelen. Ik vraag onze broeders alleen of ze hun voeten van onze hals willen halen.’ Op basis van die strijdbare attitude en de juridische successen die ze daarmee boekte groeide ze uit tot een onbetwist idool voor vrouwen van alle leeftijden: The Notorious RBG.

Deze degelijke biografie, gelardeerd met de rechtszaken waarmee ze naam maakte, is niets minder dan een monumentje voor het fenomeen Ruth Bader Ginsburg, waarbij het de vraag is of iets meer distantie en iets minder fandom deze scherpzinnige vrouw misschien nóg meer recht hadden gedaan. Juist in de contramine, als verwoorder van het minderheidsstandpunt in het Hooggerechtshof bijvoorbeeld, was ze doorgaans op haar sterkst.