Valkenburg In De Geul

NTR

Een half jaar na de grote overstromingen in Limburg, op 14 juli 2021, gaat documentairemaker Hans Heijnen voor het eerst met de camera op pad naar zijn geboortegrond, naar wat in die fatale zomer bijna Valkenburg In De Geul (138 min.) leek. In de navolgende jaren legt hij vast hoe de bewoners van het Geuldal hun psychische, lichamelijke én financiële wonden likken na het verwoestende water.

In de eerste aflevering van de driedelige serie steekt Heijnen bijvoorbeeld z’n licht op bij Hotel Walram, dat weer wordt geopend als de materiële schade van de watersnoodramp min of meer is gerepareerd. De mentale schade is intussen nog duidelijk aanwezig bij eigenaar Georges Laheij, die zijn levenswerk bedreigd zag en zich nu genoodzaakt ziet om een stapje terug te zetten. Intussen beijvert zijn vrouw Claudia Volders zich voor een monument en legt ze contact met Groningse aardbevingsslachtoffers en kampt hun studerende zoon Da-Yves met sombere gedachten.

Heijnen legt zijn oor te luister bij diverse bewoners die een kras op hun ziel hebben opgelopen door het wassende water. De één is getraumatiseerd door de watersnoodramp zelf, een ander is uiteindelijk meer getroffen door de ramp na de ramp, het bureaucratische gevecht met allerlei (uitkerende) instanties. Heijnen bevraagt hen in hun gezamenlijke taal, het Limburgs, en appelleert ook nadrukkelijk aan hun trots op de wereld, waarvan ook hijzelf een kind is. Deze miniserie wordt daarmee tevens een soort ode aan het Limburg van zijn jeugd, compleet met tamelijk dikke muziek.

Hans Heijnen sluit daarnaast aan bij Valkenburgs burgemeester Daan Prevoo. Die spreekt bij een stille tocht over het belang van saamhorigheid, naastenliefde en solidariteit en heeft ‘t dan ook over het voorbereiden op een nieuwe toekomst. ‘Want ja, het kan weer gebeuren!’ Hij is de eerste en enige die in deze serie het woord ‘klimaatverandering’ in de mond neemt. Misschien hadden er dodelijke slachtoffers moeten vallen, denkt de burgervader soms. Dan werd de noodzaak om er écht iets aan te doen, zowel in Den Haag als in de lokale gemeenschap, misschien wat meer gevoeld.

Gaandeweg drijft Valkenburg In De Geul zo nu en dan een beetje weg van de overstroming in juli 2021 en komen er enkele typische Heijnen-types boven – die eerder zijn ‘Limburgse’ films Bokken En Geiten, Bewakers Van Bemelen en Het Kruis Van Tegelen bevolkten. Helmuth Schetters bijvoorbeeld, een verstokte vrijgezel met bindingsangst. Of zijn vader, de voormalige smid Jan. Die heeft in het geheim een oventje gemaakt, zodat hij straks in zijn eigen tuin kan worden gecremeerd. Schetters heeft alleen nog een vergunning nodig om de as daarna weg te laten wegstromen in de Geul.

Het is een typerende scène voor deze serie en Heijnens complete oeuvre. Als filmmaker schurkt hij dicht tegen zijn personages aan – veelal gewone Limburgers met een uitgesproken mening of aandoenlijk weerhaakje. Hij geeft hen vervolgens de gelegenheid om hun, doorgaans tamelijk traditionele, kijk op het leven te delen. In dialect. Met veel gemeenschapszin. En niet zonder chauvinisme. Enkele gesprekspartners verontschuldigen zich er zelfs voor dat ze hem niet in de plaatselijke taal te woord kunnen staan. Omdat ze nu eenmaal met Nederlands zijn opgevoed.

Ook zij kunnen echter getuigen van het trauma dat 14 juli 2021 heeft veroorzaakt in de gemeenschap van Valkenburg. De directe nood daarvan krijgt, naarmate dit groepsportret vordert, langzaam een plek in het collectieve geheugen, zodat er weer ruimte komt voor de toekomst. Met hoogwater, zo realiseert menigeen zich en blijkt in 2023 nog eens ten overvloede, dat wel.

Trailer Valkenburg In De Geul

You’ve Been Trumped (Too)

Journeyman Pictures

Wat wisten we pakweg vijftien jaar eigenlijk over Donald Trump? Behalve dat hij een succesvolle Amerikaanse ondernemer, bekende tv-persoonlijkheid en ideale belichaming van nouveau riche was. Van Don Jr. had sowieso nog geen mens gehoord. En dan wordt in 2011 You’ve Been Trumped (100 min.) uitgebracht en krijgt The Donald ineens de rol van schurk toebedeeld – en zoonlief die van rechterhand en dommekracht.

Deze typische David & Goliath-docu van Anthony Baxter wordt verteld vanuit het perspectief van enkele bewoners van het Schotse graafschap Aberdeenshire. Sinds enkele jaren beijvert Trump zich om daar, op het ongerepte platteland, een golfbaan met luxehotel te bouwen. En de plaatselijke bevolking moet dan maar gaan wieberen. Die leiden toch slechts een ‘slumlife’, aldus de Amerikaanse projectontwikkelaar, die speciaal met zijn Trump-privéjet is ingevlogen en voor de verzamelde pers poseert met een golfclub in de aanslag en twee doedelzakspelers in vol ornaat op de achtergrond. Hij heeft ’t in het bijzonder over ‘buurman’ Michael Forbes. De bonkige boer en visser leeft volgens Donald Trump in een zwijnenstal. ‘Disgusting!’

Bij mensen zoals Forbes, die weigert om zijn land aan Trump te verkopen en samen met zijn moeder Molly het gezicht wordt van het verzet tegen de flamboyante bullebak, worden dus gewoon plotseling het water en de elektriciteit afgesloten of melden zich lieden die de grens van hun land betwisten. En de autoriteiten kijken de andere kant op of lijken zelfs aan de zijde te staan van de Amerikaanse entrepreneur die de Schotse economie een impuls moet geven. Trump krijgt in deze activistische film intussen een Roger Smith-achtige rol toebedeeld, de General Motors-topman die documentairemaker Michael Moore in z’n debuutfilm Roger & Me tevergeefs aan de tand probeert te voelen over de ontslagronde die hij heeft doorgevoerd in zijn woonplaats Flint, Michigan.

Als Anthony Baxter in 2016 de opvolger You’ve Been Trumped Too (79 min.), die overigens ook los van zijn voorganger is te bekijken, het levenslicht laat zien, is Donald Trump al hard op weg om president van de Verenigde Staten te worden en behoort zijn golfresort Menie Estate, waarvoor een groot deel van het traditionele duinlandschap heeft moeten wijken, inmiddels tot het vaste decor van het Schotse graafschap Aberdeenshire. Van de beloofde werkgelegenheid is weinig terechtgekomen. En Molly Forbes, dik in de negentig inmiddels, heeft al jaren niet of nauwelijks stromend water meer, omdat een medewerker van de Trump-organisatie ooit ‘per ongeluk’ de leiding heeft beschadigd en sindsdien nooit meer kans heeft gezien om die te repareren. 

Baxter gaat verhaal halen aan de andere kant van de Atlantische oceaan, als de verkiezingscampagne van 2016 op gang komt en er in Michael Moore’s thuishaven Flint zowaar ook een watercrisis is ontstaan, die door de schurk van dit verhaal al even nadrukkelijk wordt genegeerd (en die het onderwerp zal worden van één van Baxters volgende films, Flint). De Britse documentairemaker confronteert gewone Amerikanen nu met wat hun beoogde leider in Schotland heeft aangericht. Die geven niet al te veel sjoege. Ze zijn druk genoeg met hun eigen sores, waarvan de duizenddingenman Trump hen zal gaan verlossen. Zelfs Michael Forbes maakt nog de oversteek, gekleed in Schotse rok, om Cleveland te bezoeken voor de Republikeinse conventie.

Dat Amerikaanse deel van Baxters tweede docu voelt enigszins gekunsteld. De verwikkelingen in Schotland waar de bewoners nog altijd met nieuwe complicaties rond dat prestigieuze golfproject worden geconfronteerd zeggen méér dan genoeg. You’ve Been Trumped (Too), een Michael Moore-achtige actiefilm zonder diens ontwapenende humor, toont nog maar eens aan dat de Donald Trump die we sinds de presidentscampagne van 2016 in de hele wereld hebben leren kennen eigenlijk een logische voortzetting is van de egocentrische patser die zich eerder als zakenman deed geleden. En allebei belijden ze vooral met de (grote) mond dat ze het beste voorhebben met de gewone Schot/Amerikaan.

After The Bite

HBO Max

Een toerist laat zich op een surfplank onbekommerd door de golven meevoeren. Een strandwacht speurt met z’n verrekijker de kustlijn af. En een onderzoeker begeeft zich naar het uiterste puntje van z’n boot, nét iets te dicht bij het wateroppervlak. Sinds Steven Spielbergs zenuwslopende filmklassieker Jaws (1975), over een moordlustige witte haai die het toeristische gebied van Cape Cod binnendringt, zijn zulke beelden van hun onschuld ontdaan. Elk ogenblik kan er een haai aanvallen. Vanuit het onderbewuste dringt de iconische muziek van John Williams zich al op. Táda – táda.Táda – táda. Táda – táda – táda – táda…

Inmiddels is de fantasie – uitgemolken in talloze, veelal tamelijk cheape speelfilms – ingehaald door de realiteit. De witte haai is terug bij de Amerikaanse stranden. In de omgeving van Cape Cod, het strijdtoneel van Jaws, wordt het gevreesde dier weer regelmatig gespot in of nabij zwemwater en heeft het ook alweer zijn eerste dodelijke slachtoffer gemaakt. Dit zorgt natuurlijk voor onrust bij de plaatselijke gemeenschap, want haaien zijn behalve gevaarlijk ook slecht voor de business. Daartegenover staan wetenschappers en dierenbeschermers, die zich al jaren sterk maken voor het weer op peil brengen van de walvissen- en zeehondenpopulatie. Dat is hen beter gelukt dan sommige lokale bewoners en vissers lief is. En de witte haai is daarvan een bijproduct.

After The Bite (85 min.) zet deze verschillende zienswijzen genuanceerd naast elkaar en vangt tevens de pracht en praal van de wondere wereld waaruit die voortkomen. Waar haaien op zee worden voorzien van een tracker, zodat ze met een ‘Sharktivity’-systeem kunnen worden gemonitord en in dat kader ook maar meteen een kekke naam – Joanie, Scarface of Candy Cane bijvoorbeeld – krijgen toebedeeld. Tegelijkertijd is er aan land haaienentertainment: tijdens uitzinnige variété-optredens wordt er volop geflirt met de gevaren van het angstaanjagende witte monster. En in de openluchtbioscoop draait, de gimmick voorbij, Jaws.

Met onbestemde beelden van de golvende zee, onderwateropnames en suggestieve muziek speelt regisseur Ivy Meeropol in deze documentaire natuurlijk in op de collectieve Jaws-angst. Die brengt ze tot een climax in een enerverende slotscène, waarbij een stervende bultrug op open zee een zeer divers publiek trekt, waaronder een hongerige haai. Uiteindelijk heeft Meeropol echter vooral oog voor het verhaal achter de mythe: van een ecosysteem dat, door menselijk toedoen, uit evenwicht is geraakt. Nu de aarde opwarmt verwelkomen Amerikaanse kustgebieden daardoor ineens heel andere diersoorten – en de bijbehorende jagers, zoals de vermaledijde witte haai, die hen weer als prooi beschouwen.

Zulke nieuwkomers brengen ook hun eigen virussen mee. Een nieuwe pandemie is daardoor zeker niet uitgesloten, meent Wendy Puryear van Tufts University. ‘Het is gemakkelijk om je te laten leiden door Jaws-achtige scenario’s en om het grotere geheel uit het oog te verliezen. Namelijk dat de gezondheid van een soort ons allemaal aangaat.’ Die onderlinge verbondenheid tussen mens en dier en de uitdagingen daarbij zijn in After The Bite vervat in oogstrelende en soms ook indringende scènes (zoals bijvoorbeeld het verkrijgen van een ‘nose swap’ bij enkele nietsvermoedende zeehonden) en tillen de film mijlenver uit boven het niveau van een après-Jaws shockdoc.

Stil Water

Bente en haar broer / EO

Ruim vijf jaar na Pilotenmasker (2017) keert documentairemaakster Simonka de Jong terug naar het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie in Utrecht, een omgeving die de vorige keer een diep ontroerende film heeft opgeleverd. Destijds volgde De Jong enkele kinderen met kanker, kleuters met ‘gemene celletjes’ in hun lichaam die noodgedwongen werden blootgesteld aan ingrijpende medische onderzoeken en behandelingen.

Stil Water (55 min.) is een soort vervolg, waarbij de focus ditmaal ligt op de directe verwanten van zo’n ziek kind: de ouders, broers en zussen. Twee jaar lang is de documentairemaakster met haar crew aangesloten bij drie Nederlandse gezinnen, die een welhaast onmenselijke uitdaging moeten aangaan en haar ondertussen toegang geven tot hun meest intieme en kwetsbare momenten. Te midden van de pijn en het verdriet vindt ze ook veerkracht, lol en – vooral – verbondenheid.

‘Ik weet nog dat ik die eerste vrijdag, toen we het net wisten, vroeg: wordt ze dan nog wel zes jaar?’ vertelt Annemieke Goudswaard, de moeder van Fien. ‘En dat ze toen zeiden: dat weten we niet!’ Vader Gijs vertelt hoe hij zijn dochter bij een ziekenhuisopname in zijn armen de trap afdroeg. ‘Toen vroeg ze: Het komt toch wel goed, pap? Toen dacht ik: volgens mij weet jij ook dat het niet goed komt.’ Hun andere kinderen willen het verdriet van hun ouders intussen liever niet zien.

Steven Voerknecht vertelt dat hij in eerste instantie ‘helemaal niks’ voelde toen hij hoorde dat zijn jongere broer Matthijs ernstig ziek was. In een gesprek met zijn andere broer Reinier en hun ouders constateren ze dat Matthijs door zijn aandoening emotioneel achterloopt. Soms is ie gewoon strontvervelend. Hoe kunnen ze daar het beste mee omgaan? Het zijn vragen die je als buitenstaander niet direct bedenkt, maar die in deze getroffen gezinnen aan de orde van de dag zijn.

Bij de familie Van Eersel uit Weesp is het de jongste van drie kinderen, de driejarige Bente, die ernstig ziek is. Ook als het meisje voor behandelingen in het ziekenhuis ligt komt papa een verhaaltje voorlezen. Via de mobiele telefoon speelt ze verstoppertje met haar oudere broers Jens en Tim. En als de kleine Bente geniet van het geladen Frozen-liedje Laat Het Los, een rechtstreekse verwijzing naar één van de ontroerendste scènes van Pilotenmasker, kijken haar ouders geraakt toe.

Stil Water belicht hoe de familieleden hun eigen weg proberen te vinden met en rond de ziekte van één van hen. Van therapeutische gesprekken, familie-opstellingen en het geloof tot een kindercoach, speltherapie en Inca-rituelen. Simonka de Jong omlijst hun ervaringen en emoties met gestileerde onderwater-sequenties, ondersteund door gefühlvolle muziek, waarmee de gevoelstoestand van de verschillende hoofdpersonen op een aangrijpende manier tot uitdrukking wordt gebracht.

Deze film wordt daardoor net zo’n stoot in de maag als Pilotenmasker. Tezamen vormen de documentaires een tweeluik dat de kwetsbaarheid van het (samen) leven héél tastbaar maakt en tegelijkertijd laat zien hoeveel incasseringsvermogen, creativiteit en warmte tijden van opperste nood kunnen losmaken.

Katrina Babies

HBO Max

De orkaan Katrina groeide in 2005 uit tot een toonbeeld van het falen van de Amerikaanse overheid, de regering Bush in het bijzonder, Toen de dijken rond New Orleans doorbraken en het woelige water de stad dreigde te overspoelen, waren de inwoners, met name de zwarte bewoners van de slechte wijken, volledig op zichzelf aangewezen. De storm zelf was een ramp, de nasleep werd dat al evenzeer. ‘George Bush doesn’t care about black people’, stelde de rapper Kanye West cynisch vast.

Regisseur Spike Lee tekende de tragedie, ontreddering en woede in 2006 genadeloos op in de epische docuserie When The Levees Broke: A Requiem In Four Acts, die niets minder dan een aanklacht tegen de liefdeloze behandeling van The Big Easy’s zwarte kinderen werd. Ruim vijftien jaar later blikt Edward Buckles Jr., die als twaalfjarige jongen de ramp in New Orleans zelf meemaakte, in Katrina Babies (81 min.) terug op de gebeurtenis die de wereld van hem en zijn familie en vrienden op z’n grondvesten deed schudden.

Hij besteedt vanzelfsprekend aandacht aan de orkaan zelf en de navolgende traumatische evacuatie, maar legt de nadruk op de periode ná de natuurramp, als (lang niet) iedereen terugkeert naar een stad die onherkenbaar is veranderd. De zwarte gemeenschap is zijn thuis kwijt, ook omdat ze door de autoriteiten doelbewust lijkt te worden versplinterd. Buckles illustreert de herinneringen van zijn vrienden met nieuwsbeelden van Katrina, privévideo’s en tot de verbeelding sprekende ‘mixed media’-animaties van Antoni Sendra. Voor deze kinderen van New Orleans is Katrina geen gebeurtenis uit het verleden, maar een integraal onderdeel van hun leven.

In Katrina Babies wordt collectief de schade opgemaakt. Zodat ze, zo benadrukt de filmmaker, nu eindelijk eens kunnen helen. Dit gaat gepaard met fraaie beelden, inkijkjes en ontboezemingen, maar leidt niet tot een heel coherente of meeslepende vertelling en levert ook geen baanbrekende inzichten op. De kracht van deze lappendeken van een film zit in de kleine dingen des levens, van gewone mensen die moeten delen met een levensveranderende gebeurtenis in hun jeugd.

Hold Your Breath: The Ice Dive

Netflix

Haar oudere zus Elina vindt dat ze het moet proberen – al is ze er bepaald niet gerust op. Johanna Nordblad zelf ziet twee grote uitdagingen: ‘Kan ik lang genoeg m’n adem inhouden en kan ik ontspannen blijven in het ijskoude water?’ De Finse ijsduikster wil in maart 2020 haar eigen wereldrecord aanscherpen. Dat staat voor vrouwen op vijftig meter. Mannen wisten al tachtig meter te overbruggen. En op die afstand heeft Johanna nu haar zinnen gezet.

Na een warme winter zal de recordpoging noodgedwongen moeten plaatsvinden op vreemd terrein, een veel noordelijkere locatie in de kop van Finland. In het Öllöri-meer te Hossa hoopt ze onder het ijs, in een rechte lijn, van het ene naar het andere gat te zwemmen. Totdat ze de grens van het menselijk kunnen heeft verlegd. Het wordt een ontzagwekkende onderneming, die Johanna ook zomaar met de dood kan bekopen. Zeker nu ze ‘een vreemd hoestje’ heeft opgelopen.

Documentairemaker Ian Derry sluit in Hold Your Breath: The Ice Dive (41 min.) aan bij de onverschrokken sportvrouw, maakt via majestueuze (drone)shots optimaal gebruik van de zeer fotogenieke locaties en zorgt intussen met gevaarlijk krakend ijs en de onguur jagende wind voor de juiste ambiance. Hij stuurt zijn cameramensen natuurlijk ook mee onder water, om van daaruit met adembenemende beelden de ambitieuze ijsduik te vereeuwigen.

Daarmee wordt deze gelikte korte documentaire precies wat ie lijkt te willen zijn: een ongegeneerde viering van het streven naar een onmogelijk einddoel. Zonder dat Derry verder echt probeert te begrijpen wat Nordblad daartoe drijft.

Simple As Water

vanaf 8-3 op HBO Max

Ze wonen al twee maanden in een benauwd koepeltentje op een soort parkeerterrein nabij de haven van Athene. Yasmin al Kadad en haar vier kinderen van negen, zeven, zes en vijf maken er het beste van. Echtgenoot Safwan verblijft al tien maanden in Duitsland. Hopelijk komen ze in aanmerking voor familiehereniging. Hij wordt alleen nog altijd niet officieel erkend als vluchteling. ‘Ik krijg hier hoofdpijn van’, zegt Yasmin moedeloos. ‘Uiteindelijk ga ik wel weer terug naar Syrië.’

De documentaire Simple As Water (99 min.) is een logisch vervolg op heftige films vanuit het hart van de Syrische burgeroorlog, zoals The Cave, For Sama en Last Men In Aleppo. Een portret van een ontheemd volk, dat door die oorlog is uitgestrooid over de wereld. Doodgewone mensen zijn noodgedwongen ‘vreemdelingen’ geworden. Regisseur Megan Mylan (Lost Boys Of Sudan) observeert hoe zij in den vreemde hun verminkte levens opnieuw vorm proberen te geven.

In het Turkse Reyhanli stuit ze bijvoorbeeld op Samra Abo Ghanooj. Haar echtgenoot werd enige tijd geleden gearresteerd. Sindsdien heeft deze moeder van vijf kinderen niets meer van hem vernomen. Zij moet intussen op het land werken om haar kroost te onderhouden en overweegt nu om die onder te brengen in een weeshuis. Oudste zoon Fayez, nog maar twaalf jaar oud, heeft tot dusver als een surrogaat-vader gefungeerd voor haar andere kinderen en ziet helemaal niets in dat plan.

Omar Sabha is in Pennsylvania beland en heeft daar de zorg voor zijn zestienjarige broer Abudi, die gewond is geraakt tijdens de oorlog, op zich genomen. Abudi moet bovendien de opleiding krijgen die hij zelf nooit heeft genoten. En misschien kan de jongen dan ook een verblijfsvergunning voor de Verenigde Staten bemachtigen. Want die lijkt voor Omar zelf, als voormalig lid van de Free Syrian Army, niet te zijn weggelegd. Hij staat officieel te boek als terrorist.

In het thuisland hopen Diaa en haar echtgenoot Hosain ondertussen tegen beter weten in nog altijd op de terugkeer van hun zoon Mohammed. Die werd in Raqqa gevangen genomen door ISIS. Terwijl ze zorgt voor Yazzan, een andere zoon met een verstandelijke beperking, probeert de Syrische vrouw de moed (der wanhoop) erin te houden. In een asielzoekerscentrum te Duitsland wacht Safwan tenslotte ongeduldig af of het Yasmin en hun kinderen lukt om zich bij hen te voegen.

Deze zorgvuldig gecaste hoofdpersonen representeren samen de verschillende aspecten van de oorlog, die zoveel Syriërs van huis en haard heeft verdreven (of, in het geval van Diaa, hun thuis heeft ontmanteld). Mylan komt in het groot opgezette en toch heel intieme Simple As Water héél dicht bij haar protagonisten, zonder dat ze zelf ook een rol voor zichzelf claimt, en schetst via hen overtuigend de ervaring van het volledig ontheemd zijn, achtervolgd door een oorlog waaraan eigenlijk niet valt te ontsnappen.

Blackfish

Een orka heeft één van de trainers gegeten! Bij de alarmcentrale komt op 24 februari 2010 een verontrustend telefoontje binnen vanuit SeaWorld in Orlando. In het Amerikaanse attractiepark is iets helemaal misgegaan. En het was geen eenmalig incident, bezweren allerlei voormalige trainers in Blackfish (83 min.). Dit was nu typisch een geval van een ongeluk dat stond te gebeuren. De vraag was alleen: wanneer?

Een kleine twintig jaar eerder is er al een incident geweest met Tilikum, de enorme orka die tot de aanval was overgegaan. Samen met twee andere ‘killer whales’ zou hij toen een trainster onder water hebben getrokken. Zij verdronk voor de ogen van een geschokt publiek. Het imago van de orka als een sociaal en intelligent dier, dat in de vrije natuur bovendien nog nooit een mens zou hebben aangevallen, bleef niettemin volledig intact.

Tijdens de groots opgezette SeaWorld-shows in Florida werd Tilikum onverminderd ingezet als topattractie. Achter de schermen was echter allang bekend dat het dier onberekenbaar en zelfs gevaarlijk kon zijn. Regisseur Gabriela Cowperthwaite laat daarover diverse oud-medewerkers aan het woord. Zij schetsen ook de achterkant van zijn gedrag: de manier waarop de dieren worden gedrilld, met ferme straffen en verplichte isolatie.

Cowperthwaite illustreert dit met angstaanjagende beelden van eerdere incidenten met andere orka’s, die door de attractieparken zorgvuldig onder de pet werden gehouden. Als contrast laat ze de supergelikte commercials van SeaWorld zelf zien, waarin de ‘killer whales’ een Disney-achtige aaibaarheid wordt toegedicht. Ideaal familievermaak. Tótdat er eentje geïrriteerd raakt. Dan wordt het Jaws in een nèt iets te klein zwembad.

Deze knap gemaakte film uit 2013 wordt daarmee zowel een enerverende real life-thriller als een overtuigend pleidooi tegen de inzet van dit soort gekooide wilde dieren voor gelikt entertainment.

Waterlijken

oliviernijs.nl

De hoofdpersoon van deze documentaire is dood. Gevonden in het water. De titel zegt het al: hij is één van de Waterlijken (55 min.), die jaarlijks worden aangetroffen in Nederland. De man heeft zijn bril nog op als hij door politieagenten uit het water wordt gevist. Hij wordt onderdeel van een moordonderzoek. Of is de hoofdpersoon misschien toch van de brug gesprongen?

De hoofdpersoon zal in deze observerende documentaire van Nelleke Koop uit 2014 nog geconfronteerd worden met talloze professionals: waterpolitieagenten, een schouwarts, technisch rechercheurs, een forensisch patholoog en obductie-assistenten die de identificatie door familieleden voorbereiden. Stuk voor stuk doen die consciëntieus hun werk. Intussen vertellen ze, buiten beeld, wat hen beroepsmatig bezighoudt en hoe ze de ervaringen van hun werk in hun vrije tijd weer kwijtspelen.

De hoofdpersoon heeft een groot gat in zijn schedel, constateert een arts, maar die twee kleine gaatjes vindt ze pas echt verdacht. Daarmee mag het Nederlands Forensisch Instituut straks aan de slag. En wie zou de man, die in deze sobere film anoniem wordt gehouden, bij leven en welzijn eigenlijk zijn geweest? Niet dat ze echt geïnteresseerd zijn in wie hij was. De hoofdpersoon moet gewoon geïdentificeerd worden.

De man is eerst en vooral een object om te onderzoeken. Vetlaag buik/borst: 40/30, wordt er op een bord genoteerd. Middenrif r/l: 4/5. En: blaasinhoud: 350 cc. De menselijke dood, gereduceerd tot een optelsom van klinische cijfertjes. Dit is nu eenmaal niet de gelegenheid om zijn persoon of leven te gedenken, maar om de oorzaak en gevolgen van zijn overlijden vast te stellen. Het blijft natuurlijk wel mensenwerk, uitgevoerd door personen van vlees en bloed.

Koop legt het werk aan de man gedetailleerd vast, zonder dat het een bloederige bedoening wordt, en geeft nauwelijks details prijs over de werkers aan de man, die desondanks behoorlijk tot leven komen. Over hemzelf (of moeten we zeggen: henzelf?) worden we verder weinig wijzer. Behalve dat deze hoofdpersoon een aansteker, bosje sleutels, een horloge en tien euro op zak had. Tastbare herinneringen aan een voortijdig afgebroken leven.

Be Water

Hij moest eerst in Hongkong een superster worden voordat hij een serieuze kans kreeg in Hollywood. Als een Oosterse variant op de actieheld zou Bruce Lee, in 1973 op slechts 32-jarige leeftijd overleden, een absolute legende worden. De grootste material arts-acteur aller tijden, de gedroomde ster van elke kung fu-film.

In Be Water (98 min.) plaatst regisseur Bao Nguyen Lee’s leven en loopbaan nadrukkelijk binnen de historie van Aziaten in de Verenigde Staten, die van oudsher een achtergestelde positie hadden, te maken kregen met allerlei stereotypen (‘stille harde werkers’) en soms openlijk werden gediscrimineerd. Ook hij zou als acteur voortdurend worden getypecast als ‘die Chinees’.

Zolang het tenminste geen hoofdrol was. Toen Bruce Lee het idee voor de serie Kung Fu aandroeg bij Warner Brothers, werd dat enthousiast ontvangen. Voor de hoofdrol werd alleen een Amerikaanse acteur gevraagd. De rol van Chinese monnik zou één van de hoogtepunten uit de carrière van David Carradine worden. En Lee, op wiens lijf de rol letterlijk geschreven was, droop ontgoocheld af.

Totdat hij via een omweg naar Hongkong dus alsnog zijn eerste echte hoofdrol in een grote Hollywood-productie bemachtigde. De première van Enter The Dragon, inmiddels een echte filmklassieker, zou hij echter nooit meemaken. Van een gewone, ambitieuze jongen, geboren in het Chinatown van San Francisco, werd hij postuum alsnog een mythe, de vleesgeworden Fist Of Fury.

Dat tragische verhaal wordt door Nguyen volledig verteld met archiefmateriaal, dat buiten beeld wordt ingekleurd door zijn broer, vrouw, dochter, vrienden, collega’s en kenners. Ondanks het feit dat de hoofdpersoon zelf slechts beperkt aan het woord komt, slaagt de filmmaker er heel behoorlijk in om door te dringen tot de man Bruce Lee, die verscholen zit achter de legende.

There’s Something In The Water

Netflix

De term is helemaal van deze tijd, maar moet nog doordringen tot het dagelijkse discours: milieuracisme. ‘De onevenredige blootstelling van inheemse, zwarte of andere gekleurde gemeenschappen aan milieulasten en vervuilende stoffen’, aldus professor Ingrid Waldron, auteur van het boek waarop de documentaire There’s Something In The Water (71 min.) is gebaseerd.

De maakster daarvan, actrice Ellen Page (Hard Candy, Juno en Inception), raakte helemaal in de ban van Waldrons bevindingen en wilde die beslist naar een groter publiek brengen. In deze activistische documentaire gaat ze terug naar haar geboortegrond in Nova Scotia, waar minderheidsgemeenschappen stelselmatig zijn (en worden) vergiftigd. Want ook in Canada bepaalt je postcode volgens Waldron nog altijd je welzijn.

Deze film levert het tastbare bewijs: de roet van de afvalverbranding in het kustplaatsje Shelburne daalde als grauwe sneeuw neer op de bevolking van een zwarte buitenwijk, vertelt de plaatselijke schrijfster Louise Delisle. Het drinkwater verwerd intussen tot een dumpplek voor gevaarlijke stoffen. De gevolgen laten zich raden: agressieve vormen van kanker, die ongenadig huishouden in de gemeenschap.

‘Niet best’, concludeert Delisle met gevoel voor understatement, nadat ze tijdens een rit naar de gevreesde stortplaats talloze malen naar een huis heeft gewezen, met de boodschap: ‘… stierf aan kanker.’ De namen rijgen zich aaneen. Hele families zijn gedecimeerd. En dan te bedenken dat ze even verderop, in het ‘witte’ stadshart van Shelburne waar plaatselijke politici geen oor hebben voor hun grieven, natuurlijk wél schoon water hebben.

Zulk onrecht drijft dit verfilmde politieke pamflet, waarin de gedreven Ellen Page verschillende plekken in Nova Scotia bezoekt en ter plaatse de milieu- en menselijke schade opneemt met lokale activisten. Zonder overigens de beslissers, vervuilers of – zo je wilt – milieuracisten daarmee te confronteren of een kans op weerwoord te geven.

De Kift: Water Wieg Me – Een Muzikale Ode Aan De Droefenis

NTR

Schrijven begint met luisteren. Het opzuigen van verhalen, er vervolgens even op kauwen en ze dan weer op geheel eigen wijze uitspugen. In teksten, in muziek. Ferry Heijne, zanger van de ‘poëtische fanfarepunkband’ De Kift, vaart letterlijk uit om persoonlijke getuigenissen van buitengewone gewone Nederlanders op te tekenen.

Met zijn boot belandt hij in De Kift: Water Wieg Me – Een Muzikale Ode Aan De Droefenis (53 min.) bijvoorbeeld bij Bas. De man rouwt om het verlies van zijn twintigjarige dochter Belle, die enkele jaren geleden tijdens een wandeling in het park werd getroffen door een blikseminslag. Heijne verwerkt diens ervaringen in een verklanking van het gedicht Melopee van Paul van Ostaijen. Over de vergankelijkheid van het bestaan.

‘Langs het hoogriet / Langs de laagwei / Schuift de kano naar zee / Schuift met de schuivende maan de kano naar zee’

In deze fraaie, gestileerde film van Sanne Rovers ontmoet Ferry Heijne verder een Iraakse schrijver die dreigde te verpieteren in een asielzoekerscentrum, een vrouw met liefdesverdriet én een woonboot en een oudere man die voelt dat zijn lichaam stilaan begint te haperen. En onvermijdelijk komt Heijne onderweg ook zichzelf tegen – en zijn vader, die bijkans bij toeval ook jarenlang deel uitmaakte van De Kift.

En als de hoofdpersonen uiteindelijk te horen krijgen wat Ferry en zijn muzikale kompanen, die her en der, als vanzelfsprekend, in het oer-Hollandse decor opduiken om hun muziek ten gehore te brengen, van hun getuigenissen hebben gemaakt, vloeien beeld en muziek helemaal samen tot een lekker melancholische lofzang op het leven.

Hoog Water: De Watersnood Van 1995

BNNVARA

In januari 1995, nu 25 jaar geleden, dreigde er een enorme watersnoodramp te ontstaan in Nederland. Het leidde tot de grootste naoorlogse evacuatie: 250.000 mensen moesten huis en haard verlaten om het wassende water te ontlopen. Die bange dagen worden opnieuw opgeroepen in Hoog Water: De Watersnood Van 1995 (200 min.). Qua opzet en speelduur kan deze vierdelige miniserie van Martin Maat en Hans Hermans bijna wedijveren met When The Levees Broke, Spike Lee’s vierdelige documentaire-epos over hoe orkaan Katrina in 2005 een ongelooflijke chaos veroorzaakte in de Amerikaanse stad New Orleans. De uitkomst is echter – typisch Nederlands, zou je bijna zeggen – minder dramatisch.

Niet dat de dreigende overstroming zonder gevolgen bleef: huwelijken ging eraan kapot, wethouders moesten ervan aftreden en kinderen werden noodgedwongen elders geboren. Op dat kleine menselijke niveau zit ook de kracht van Hoog Water: de paniek van het moment bij gewone mensen, het onbegrip dat er nog altijd geen deugdelijke dijken blijken te zijn aangelegd en de boosheid op ‘de hoge heren in Den Haag’, die het zelf natuurlijk wél droog houden – een sentiment dat op de hedendaagse Groningse woede over de gevolgen van de aardgaswinning lijkt.

Het overvloedige archiefmateriaal, waaronder bijzonder fraaie amateurbeelden, krijgt alle ruimte en wordt ingekaderd door direct betrokkenen, die het hoogwater van 1995 nog glashelder op hun netvlies hebben staan. Behalve over de bijna-ramp zelf verhalen zij ook over gemeenschapszin en saamhorigheid. Hoog Water heeft alleen wel erg veel vlees op de botten en vertelt, in elk geval in de eerste twee afleveringen over Zuid-Limburg en het Land van Maas en Waal, steeds min of meer hetzelfde verhaal: van het moeten verlaten van je thuis, de angst dat je daarmee alles kwijtraakt en later de opluchting dat een echte ramp tóch kon worden voorkomen.

De complete serie Hoog Water is hier te bekijken.

Christo: Walking On Water

Zelfrelativering siert de mens. Het is doorgaans niet de meest in het oog springende eigenschap van vooraanstaande kunstenaars. Op weg naar een potentieel meesterwerk telt elk detail. Uiteindelijk zal iedereen in dat proces dus naar hun pijpen moeten dansen – goedschiks dan wel kwaadschiks. Want het zelfverkozen doel heiligt alle middelen.

The Floating Piers moet in 2016 het werk worden waarmee een lang gekoesterde wens van Christo en zijn vrouw en vaste samenwerkingspartner Jeanne-Claude, die in 2009 overleed, eindelijk in vervulling gaat. Waar eerdere pogingen in Argentinië en Japan vastliepen in het plaatselijke bureaucratische moeras, moet het nu gebeuren bij het Italiaanse Iseomeer: gewone stervelingen krijgen de kans om over water te lopen.

De observerende camera van regisseur Andrei Paounov legt in Christo: Walking On Water (100 min.) vast hoe de temperamentvolle Bulgaars-Amerikaanse kunstenaar en z’n team, waarin zijn neef Vladimir Yavachev waar nodig als bullebak fungeert, de ene na de andere politieke, technische, en logistieke hobbel moeten nemen om het concept dat al in 1970 ontstond uit te werken. Zo nu en dan dreigt het hele project in het… ja, water te vallen en lijkt de documentaire een moderne variant op Lost In La Mancha te worden.

En als Christo’s eerste kunstproject sinds Jeanne-Claudes dood kan worden onthuld – je kunt erover twisten of de wandelaars tussen Sulzano, Monte Isola en het eilandje San Paolo werkelijk over water lopen, of gewoon over een ‘dahliageel’ watertapijt van plastic kubussen en canvas doek – levert dat vanwege de enorme publieke belangstelling weer zijn eigen problemen op, waarvoor Vladimir enkele plaatselijke notabelen en medewerkers moet uitkafferen. Hij dreigt zelfs om het imposante kunstwerk voortijdig te sluiten.

Bij het verwerkelijken van een artistieke visie past het misschien niet om compromissen te sluiten, maar is het natuurlijk ook niet de bedoeling dat willekeurige bezoekers gevaar lopen. Behalve dat ze hun hart eraan verliezen, natuurlijk. Of zich ouderwets door Christo laten –woordgrapwaarschuwing! – inpakken.