La Caída De El Mayo

Netflix

Tijdens een operatie in 2001 slaat het Mexicaanse leger een belangrijke slag in de strijd tegen het Sinaloa-kartel. In een loods vinden ze zowaar een foto van één van de leiders, Ismael ‘El Mayo’ Zambada García. Tot dan toe hadden ze er geen idee van hoe hij eruit zag. Terwijl Zambada, samen met de veel bekendere Joaquin ‘El Chapo’ Gúzman Loera, het beruchte drugskartel al sinds eind jaren tachtig bestiert. Die foto was cruciaal om hem uiteindelijk te kunnen arresteren, vertelt generaal in ruste Roberto Aquilera in La Caída De El Mayo (internationale titel: The Fall Of El Majo, 84 min.). De Amerikaanse Drugs Enforcement Agency hangt meteen de halve grensstreek vol met Wanted-posters.

Het zal desondanks nog een kleine 25 jaar duren voordat El Mayo, die in tegenstelling tot zijn kompaan het liefst volledig onder de radar blijft, daadwerkelijk kan worden ingerekend. Als het criminele kopstuk op 25 juli 2024 dan eindelijk wordt gearresteerd, het startpunt van deze driedelige serie van Darren Foster en Miguel Fernández Flores, zit El Chapo overigens al zes jaar vast. De twee hebben ondertussen allebei, bij verschillende vrouwen, een hele zwik kinderen op de wereld gezet. Die vormen samen een malicieuze samengestelde familie en vertegenwoordigen tevens de volgende generatie van het kartel. En deze erfgenamen vormen ook de zwakke plek van de Godfathers Guzmán en Zambada, die zich lang onaantastbaar lijken te wanen.

Na de aanhouding van zijn partner in crime in 2018 ontstaan er problemen tussen El Mayo en El Chapo’s kinderen, Los Chapitos, die met de handel in de pijnstiller Fentanyl mede aan de basis staan van de zogeheten ‘Opioid Crisis’ in de VS. Zij lijken nóg gewelddadiger dan hun vader. In 2019 gaan ze bijvoorbeeld over tot uitzinnig geweld tijdens een confrontatie met het Mexicaanse leger in Culiacán, die de boeken ingaat als Culiacanazo. Mayo Zambada ziet het met lede ogen aan. Een confrontatie lijkt onafwendbaar. Totdat hij in 2024, samen met El Chapo’s zoon Joaquín, naar de VS wordt gevlogen en daar wordt gearresteerd. Of heeft hij toch een deal gesloten met de Amerikanen en zichzelf overgegeven? De Mexicaanse autoriteiten tasten in het duister.

Foster en Flores ontleden de jacht op de drugsbaron met vertegenwoordigers van de Mexicaanse en Amerikaanse politie, justitie en politiek, enkele misdaadjournalisten en een paar geanonimiseerde insiders, die tegenwoordig als informant werken. Zo tekenen ze op hoe Mexico, onder invloed van de kartels, volledig gecorrumpeerd is geraakt. Een narcostaat pur sang, waar het bloed rijkelijk vloeit. De drugsoorlog heeft volgens schattingen al bijna een half miljoen levens opgeëist. In Mexico is het tegenwoordig al een privilege, stelt een journaliste cynisch, als nabestaanden een lichaam hebben om uitgeleide te doen. Van menig slachtoffer wordt simpelweg nooit meer iets vernomen.

De val van El Mayo, in het kielzog van El Chapo, betekent in dat verband eigenlijk weinig, toont deze grimmige miniserie. Hun erfgenamen zetten, na de verplichte bloedige strijd om de macht, hun werk gewoon voort. En de situatie in Mexico, zo laten Foster en Flores aan het eind zien, is nog net zo hopeloos als vóór de arrestatie van de tweekoppige leiding van het Sinaloa-kartel.

The Age Of Disclosure

Prime Video

Onder de noemer AATIP (Advanced Aerospace Threat Identification Program) heeft een speciaal team namens de Amerikaanse overheid zo’n tien jaar lang in het diepste geheim onderzoek gedaan naar zogeheten UAP’s (Unidentified Aerial/Anomalous Phenomena). Ofwel: UFO’s. En die vormen, concludeert teamlid Luis Elizondo, een serieuze bedreiging voor de veiligheid van de Verenigde Staten. Het gaat om voertuigen die zich in de lucht, door de ruimte en onder water kunnen bewegen en daarbij alle natuurkundige wetten lijken te breken. ‘Als je in mijn schoenen zou staan en zou kunnen zien wat ik en mijn collega’s hebben gezien’, stelt de voormalige medewerker van het Ministerie van Defensie. ‘Dan zou je geen enkele twijfel hebben dat deze dingen bestaan en dat ze niet zijn gemaakt door mensen.’

‘Voor de duidelijkheid’, benadrukt Elizondo nog maar eens. ‘Niet-menselijke intelligentie heeft actief ISR ondernomen. Intelligence Surveillance & Reconaissance. Van onze meest gevoelige militaire en nucleaire basis.’ Uitroepteken. Ze dreigen bovendien kernwapens te activeren, een constatering die de Amerikaanse overheid koste wat het kost geheim probeert te houden. Uitroeptekens. En dan ontdekken Luis Elizondo en zijn kompaan Jay Stratton nóg een UAP-programma. The Legacy Program is zó geheim dat zelfs de minister van Defensie, het congres en de president zelf er niets van af weten. ‘Dat gaat op z’n minst terug tot 1947, legt Elizondo uit. ‘Daarbij ging het ook om de lichamen van niet-menselijken.’ En daarmee lijkt de cirkel rond: buitenaardse wezens, vermoedelijk aangetroffen in Roswell. Ofwel: de moeder aller complottheorieën.

Vermoedelijk voelt menigeen nu de aanvechting om de documentaire The Age Of Disclosure (110 min.) af te doen als een slechte aflevering van The X-Files of te beschouwen als een mockumentary in de trant van Dark Side Of The Moon (2002) Het lastige daarbij is: Elizondo’s kritische vragen worden ondersteund door prominente functionarissen van Amerikaanse inlichtingendiensten, vooraanstaande wetenschappers en bekende politici, waaronder de huidige minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio. Deze insiders doorbreken het zwijgen, zonder overigens dat ze ook daadwerkelijk ultrageheime informatie delen. De implicatie is echter dat er achter hun alarmistische statements daadwerkelijk bewijsmateriaal van bovenmenselijke intelligentie schuilgaat. Dat kan het daglicht alleen écht nog niet verdragen en gaat bovendien ons voorstellingsvermogen te boven.

In deze onheilspellende film van Dan Farah breken 34 knappe koppen zich het hoofd over wat er in vredesnaam aan de hand zou kunnen zijn. Gaat het om buitenaards leven, tijdreizigers, nog onontdekte oeroude beschavingen of toch een supergeheim project van China of Rusland? ‘Wie het ook zijn, ze zijn hier’, zegt kwantumfysicus Hal Putnoff, wetenschappelijk adviseur van de UAP-taskforce. ‘En ze opereren hier op aarde en dat doen ze al heel lang.’ Nog niet zo lang geleden zou Putnoff zijn imago serieuze schade hebben toegebracht met zulke uitspraken, maar in deze lijvige interviewfilm, die is aangekleed met archiefbeelden en mysterieuze filmpjes van verdachte objecten, wordt hij dus in de rug gedekt door functionarissen met een lange wetenschappelijke of overheidscarrière, bronnen die niet zomaar kunnen worden weggezet als ‘wappie’ of ‘complotdenker’.

Ook binnen de Amerikaanse politiek is er inmiddels volop aandacht voor objecten, die véle malen sneller lijken dan elk door de mens ontworpen voertuig en spotten met de zwaartekracht alsof die helemaal niet bestaat. Daarbij past wel terughoudendheid, vinden de ingewijden tegelijkertijd. Want zulke baanbrekende techniek kan ook in verkeerde handen vallen. Luis Elizondo speelt zijn rol in elk geval met verve. Hij doet zijn verhaal met gevaar voor eigen leven, zegt ie met veel drama. ‘Als ik over een maand drijvend in de Potomac-rivier wordt gevonden, weet je wat er is gebeurd.’ Hij laat een stilte vallen, alsof ie hoogstpersoonlijk in zijn eigen Opération Lune uit Dark Side Of The Moon verzeild is geraakt. ‘Dat is de waarheid.’ Maar wat nu te denken van deze science (non)fiction-docu? Ruimtejurist Mike Gold weet het wel: the truth is out there, we just need to be bold enough and brave enough to face it.

Los van alle (gezonde) scepsis die zulke uitspraken oproepen en het ontbreken van feitelijk bewijs is The Age Of Disclosure ook wel erg ruim bemeten voor een film die in feite niet verder komt (en wil gaan) dan: ze bestaan, neem dat maar van ons aan.

Chilean Mine Rescue: Race Against Time

National Geographic / Disney+

‘Één van de jongeren zei: ze zullen ons niet vinden’, herinnert Alex Vega zich van de dag dat hij levend begraven wordt. ‘Wat een paar mijnwerkers in Mexico overkwam, gaat ons ook overkomen. Ik zei: ik heb nooit gehoord wat er met mijnwerkers in Mexico is gebeurd. Hij zei: er is een mijn ingestort en er waren veel mijnwerkers binnen en ze deden niks om ze te redden. Ze zetten alleen een grafsteen bij de ingang: hier liggen zoveel mensen.’ Vega ziet hun eigen grafsteen dan ook al voor zich: hier liggen 33 medewerkers van de Chileense San José-mijn, die om het leven zijn gekomen bij een mijninstorting op 5 augustus 2010.

Met de moed der wanhoop gaan plaatselijke reddingswerkers desondanks aan het werk. De ventilatieschacht waarmee hun voorman Pedro Rivero de mijnwerkers één voor één naar boven had willen halen, vanuit maar liefst 700 meter diepte, is alleen ook al ingestort. Alle hoop lijkt verloren. ‘Vergeet het maar’, zegt een expert tegen Laurence Golborne, de kersverse minister van Mijnbouw. ‘Die zijn allemaal dood.’ Waarna de politicus, door president Sebastián Piñeda direct naar de plek des onheils gestuurd, de families van de 33 mannen moet gaan bijpraten. Pas 56 uur na de ramp meldt de Chileense leider zich zelf ter plaatse. Zijn komst luidt wel de ommekeer in.

De afloop van de navolgende reddingsoperatie moge bekend zijn en volgt ook automatisch uit de opzet van Chilean Mine Rescue: Race Against Time (142 min.). In deze driedelige serie van Chloe Campbell en James Parris blikken mijnwerkers, familieleden, hulpverleners, deskundigen en bestuurders terug op de epische reddingsactie, die zich grotendeels live voor de camera afspeelt. Aan de bekende nieuwsbeelden wordt nu ook het perspectief van de mannen zelf toegevoegd. Één van hen heeft onder de grond de beschikking over een telefoon met camera. Die indringende beelden, waarin ze elkaar bijvoorbeeld moed inspreken, zijn voor het eerst te zien.

Met visualisaties van de ingewanden van de mijn, die is opgebouwd als een gigantische kurkentrekker, benadrukken Campbell en Parris verder hun benarde positie en verduidelijken ze het huzarenstukje dat hun redders leveren: van het leggen van een voedsel- en videobelverbinding tot het boren van een tunnel, zodat de mijnwerkers met de speciaal gefabriceerde capsule Fénix naar boven kunnen worden gehaald. Om de mannen ook geestelijk gezond te houden wordt de hulp van het Amerikaanse ruimteagentschap NASA ingeroepen. Zo vinden ze bijvoorbeeld een oplossing voor Ariel Ticona, die per se bij de geboorte van z’n dochter wil zijn. Dat heeft hij zijn vrouw beloofd.

Deze derde Race Against Time-productie – nadat eerder al de tsunami, die in 2004 huishield rond de Indische Oceaan, en de catastrofe, die Orkaan Katrina een jaar later veroorzaakte in de Amerikaanse stad New Orleans, overtuigend zijn opgeroepen – is intussen uitgegroeid tot een indrukwekkende miniserie over menselijke moed, inventiviteit en saamhorigheid, die in alle opzichten recht doet aan het ontzagwekkende karakter van de mijnramp, de 69 (!) dagen die de mijnwerkers doorbrengen in het binnenste van de aarde en de ingenieuze reddingsactie die ondertussen in gang wordt gezet.

De Influencer Goeroe

HBO Max

Zijn penis kan chakra’s helen. Met die belofte probeert de Italiaans-Nederlandse goeroe Bentinho Massaro naar verluidt jonge volgelingen zijn bed in te lokken. En daar schijnen sommige vrouwen nog te zijn ingetrapt ook – of ze konden gewoon niet anders. Volgens de Nederlandse journalist Ivo van Woerden, die Bentinho al vijf jaar onderzoekt en het boek In De Greep Van De Goeroe schreef, bestaan er talloze verhalen over seksueel, psychisch en financieel misbruik door De Influencer Goeroe (182 min.). Veel ervaringsverhalen blijven echter onverteld. Door schaamte, angst én zwijgcontracten.

Massaro, die alle beschuldigingen ver van zich werpt in een verklaring, heeft vanuit de Verenigde Staten een mondiale aanhang van zo’n miljoen volgers opgebouwd als spirituele influencer en bestiert retraites in de hele wereld. Hij is jong, knap en avontuurlijk, stelt filosofe Stine Jensen in deze vierdelige serie, en belichaamt in zekere zin ‘de seksificatie van de spiritualiteit’. En jonge mensen, in het bijzonder vrouwen die actief zijn op sociale media zoals Instagram, zijn daar erg gevoelig voor en vallen als een blok voor zulke narcistische en manipulatieve mannen met grootheidswaanzin.

‘Het is echt net als verliefdheid’, vertelt spiritueel podcastmaker Patrick Kicken, die Massaro in 2012 als jong ventje interviewde. ‘Maar je moet niet de postbode vereren voor de liefdesbrief die hij komt brengen. Het gaat om de liefdesbrief. En wat vaak gebeurt in deze wereld – en dus ook bij Bentinho – is dat de postbode vereerd wordt.’ Met zulke duiders, oud-klasgenoten, ex-volgers, een huidige volgeling en Carla, de moeder van een belangrijke secondant van de sekteleider, wordt Benthino’s (ver)wording met grove penseelstreken en van enige afstand geschetst.

De Influencer Goeroe zet als sekteverhaal alle vinkjes op de juiste plaats – al blijft het wel tricky om een leider de zelfdoding van een volgeling aan te wrijven. Via Bentinho Massaro komt intussen ook een wereld in het zicht, waar het verlangen naar levensgeluk, zelfontplooiing en zingeving – of de oorzaak daarvoor nu ligt in (wan)hoop, trauma of verveeldheid – het leven in het hier en nu in de weg begint te staan. Sommige volgers raken verdwaald in de top van de Piramide van Maslow, waar spirituele groei en het ultieme geluk uiteindelijk toch niet zomaar met de blik op oneindig zijn te manifesteren.

Once In A Lifetime: The Extraordinary Story Of The New York Cosmos

Miramax Films & Greenestreet Films

Pelé, Franz Beckenbauer en – een blauwe maandag – Johan Cruijff verdedigden ooit de clubkleuren van The New York Cosmos, de jetsetclub die de Verenigde Staten in de jaren zeventig definitief moest bekeren tot de populairste sport ter wereld. Tevergeefs, zoals we een halve eeuw later kunnen constateren. Ook na twee wereldkampioenschappen in de VS en de komst van ene Lionel Messi naar de Amerikaanse competitie legt ‘soccer’ het, in elk geval bij de mannen, nog altijd af tegen typisch Amerikaanse sporten zoals basketbal en American football.

Toen The Cosmos, een zieltogende club in een zieltogende competitie, in 1974 de beste voetballer van dat moment, de drievoudige wereldkampioen Pelé, wisten te verleiden om zijn Braziliaanse club Santos te verlaten, leek Amerika echter alsnog het beloofde land te worden voor de belangrijkste bijzaak van de wereld. Binnen de kortste keren verkasten talloze andere gearriveerde sterren, die op weg naar hun voetbalpensioen nog even lekker wilden cashen, naar de Verenigde Staten, om daar met veredelde amateurspelers te gaan ballen.

In de zwierige documentaire Once In A Lifetime: The Extraordinary Story Of The New York Cosmos (96 min.) uit 2006 poetsen de Britse filmmakers Paul Crowder en John Dower dit glamoureuze hoofdstuk uit de voetbalhistorie, dat begin jaren tachtig zou eindigen in onmin en financiële misère, nog eens op met enkele voormalige Cosmos-bestuurders (stuk voor stuk afkomstig uit de Amerikaanse film- en entertainment-business), enkele plaatselijke spelers en de buitenlandse vedetten Carlos Alberto, Franz Beckenbauer én Giorgio Chinaglia.

Deze eigenzinnige Italiaanse playboy, die tijdens wedstrijden geregeld het net wist te vinden, begon achter de schermen de macht naar zich toe te trekken. Tegen die tijd hadden The Cosmos al de reputatie dat ze net zo gemakkelijk scoorden in de illustere New Yorkse discoclub Studio 54 als op het voetbalveld. Soccer bleek ondertussen toch niet aantrekkelijk genoeg voor het Amerikaanse televisiepubliek. De competitie – en daarmee ook z’n voornaamste team, dat inmiddels vijfmaal landskampioen was geworden – bleek ten dode opgeschreven.

Crowder en Dower wikkelen de gestage opkomst en ondergang van de Cosmos-franchise vlot af, met acteur Matt Dillon als coole verteller en een dampende seventiessoundtrack als smeerolie. Wat rest zijn herinneringen aan de brille van Pelé in z’n nadagen, het fanatisme van de Cosmos-supporter (en voormalig minister van Buitenlandse Zaken) Henry Kissinger en die ene hippie die zich zowaar toegang had verschaft tot de kleedkamer, Mick Jagger.

Red Kite

VRT

Bij het 25-jarige ‘jubileum’ van 9/11 is er onlangs in talloze documentaires teruggeblikt op de impact van de aanslagen van 11 september 2001. In de nasleep van die terreuraanval zijn de Verenigde Staten Afghanistan binnengevallen om Osama bin Laden en zijn terreurorganisatie Al-Qaeda onschadelijk te maken. Zij worden beschermd door de Taliban, die dan aan de macht zijn in Kaboel. Die moeten dus ook wijken.

Twintig jaar later, in augustus 2021, grijpen de moslimfundamentalisten opnieuw de macht in Afghanistan, nadat de Verenigde Staten daar hun troepen hebben teruggetrokken. De beelden van de machtsovername door de Taliban en de navolgende chaos op het vliegveld, waar talloze mensen in paniek het land proberen te ontvluchten, staan nog altijd op menig netvlies gebrand. Deze schokkende gebeurtenis is inmiddels ook alweer vijf jaar geleden en vormt dus eveneens de basis voor een aantal terugblikdocu’s, waarin de val van Kaboel vanuit verschillende perspectieven wordt belicht.

In Red Kite (134 min.) wordt bijvoorbeeld de gelijknamige geheime operatie van de Belgische regering gereconstrueerd, om landgenoten en hun plaatselijke medewerkers naar Europa te halen. De driedelige serie wordt daarmee een tegenhanger van de Nederlandse docu/drama-hybride Holland Gate – De Vlucht Uit Kabul (2026) – al lijkt de Belgische evacuatie nooit tot een politiek schandaal te hebben geleid. Het idee om de mensen die geëvacueerd moeten worden op de luchthaven te identificeren via een ‘smiley’ op de palm van hun linkerhand wordt nochtans een mislukking.

Operatie Red Kite lijkt in het begin sowieso uit te lopen op een totaal fiasco. Volgens piloot Koen Matton zorgt dit ook voor veel sarcastische grapjes: ze hebben meer mensen naar ginder gebracht dan dat ze er weggevlogen hebben, zeggen ze tegen elkaar. Met gevoel voor understatement: ‘Die eerste dag was geen gloriedag.’. Oud-eerste minister Alexander de Croo bekent dat ze gevloekt hebben omdat de beoogde repatrianten het vliegveld helemaal niet bereiken. In de navolgende dagen heeft de evacuatiemissie echter meer succes en slagen de Belgen erin om diverse mensen Afghanistan uit te krijgen.

Met direct betrokkenen – van geëvacueerden en hun familieleden en collega’s tot (geanonimiseerde) special forces en andere functionarissen die een sleutelrol hebben gespeeld in de reddingsactie – brengt Red Kite tien hachelijke dagen in Kaboel in kaart. Als de Belgische operatie wordt stopgezet, vanwege onder andere de dreiging van een bomaanslag, kan niet iedereen zich daarin vinden. Ze laten mensen achter! Piloot Matton is er bijvoorbeeld woest over. ‘Ik heb me een paar keer heel kwaad gemaakt’, vertelt ie. Hij laat zich echter kalmeren ‘door mensen met meer gezond verstand’.

En daarna wordt de klok in Afghanistan weer teruggedraaid, naar de tijd dat 9/11 nog in de toekomst verscholen ligt, slechts een enkeling zich druk maakt over wat Osama bin Laden in zijn schild voert en de Taliban-ideologie met harde hand aan heel het land, de vrouwen in het bijzonder, wordt opgelegd.

Teenage Wasteland

Netflix

De houding van Gary Grossman, de hoofdredacteur van de plaatselijke krant The Times Herald Record, is exemplarisch. Hooghartig wuift hij begin jaren negentig in een live-uitzending van MHS TV, een schoolproject van de Middletown High School, elke suggestie van de hand dat er sprake zou kunnen zijn van een milieuschandaal. Eerder hebben leerlingen, die onderzoek doen naar giftig afval op de lokale stortplaats, al tevergeefs een videotape met hun bevindingen afgeleverd bij zijn krant. En ook bij bestuurders van Middletown in de Amerikaanse staat New York vangen zij bot.

De jeugdige deelnemers aan het project onderzoeksjournalistiek, begeleid door de populaire docent Elektronische Media Fred ‘Hippiefred’ Isseks, laten zich echter niet afschrikken. Ze blijven hun tanden zetten in de ernstig vervuilde bodem en het vergiftige grondwater, die een serieus gevaar voor de volksgezondheid vormen in het Amerikaanse stadje. Ruim dertig jaar later blikken de jongeren van toen, die destijds de ‘Toxic Avengers’ werden genoemd, in de documentaire Teenage Wasteland (alternatieve titel: Middletown, 110 min.) terug op deze kwestie, die hun middelbare schoolperiode heeft gekleurd.

Het filmmakende duo Jesse Moss en Amanda McBaine, dat eerder samen de documentaires Boys State (2020), The Mission (2023) en Girls State (2024) maakte, laat hen voor deze reconstructie hun eigen reportages, studio-uitzendingen en de docu’s The Wallkill Dump en Garbage, Gangsters And Greed nog eens zien en brengt hen ook bij elkaar om die periode van jeugdig idealisme te herbeleven. Als middelbare schoolleerlingen werden zij de belichaming van het begrip ‘burgerlijke moed’. Hun begeleider Isseks had hen daarvoor een heel simpele instructie gegeven: doe alsof je in een functionerende democratie leeft.

Zo stuiten ze in deze stevige film, niets minder dan een reclamespot voor de journalistiek, op enkele onvergetelijke vuilnisbeltmedewerkers, een sympathiserende natuurpatholoog en een heuse anonieme bron, hun eigen ‘Deep Throat’. Terwijl de gedreven tieners door sommige bewoners van Middletown worden weggezet als notoire complotdenkers, zet de klokkenluider ‘Mr. B.’ hen op het spoor van een gezelschap dat zich als plaatselijke Sopranos onledig houdt met ‘waste management business’: het illegaal én lucratief dumpen van afval, waarbij lokale functionarissen nog wel eens een zakcentje toegestopt krijgen.

Want in deze wereld geldt: garbage is gold.

Molly Vs. The Machines

VPRO

Zoals elke avond had hij de voordeur afgesloten. Via de smartphone van zijn puberdochter kwam de buitenwereld echter alsnog binnen. In de nacht van 20 op 21 november 2017 maakte Molly Russell een einde aan haar jonge leven. Sindsdien voert haar vader Ian, namens haar en al die andere tieners die zijn overgeleverd aan social media, strijd tegen de tech-giganten. In de laatste uren van haar leven werd Molly op Instagram, onderdeel van Meta, gebombardeerd met berichten over zelfdoding, depressie en zelfpijniging. Totdat ze daar fatale consequenties aan verbond.

In de urgente documentaire Molly Vs The Machines (uitzendtitel: Molly versus het algoritme, 83 min.), geïnspireerd op het boek The Age Of Surveillance Capitalism van Harvard-hoogleraar Shoshana Zuboff, plaatst Marc Silver de tragische casus van de Britse tiener binnen de evolutie van het internet, het ontstaan van sociale media en de doorontwikkeling daarvan tot platforms voor ‘surveillance kapitalisme’. Uit de levens van gewone burgers destilleert Big Tech voorspellingen, die worden verkocht aan de hoogste bieder. Met hun eigen gebruikers, inclusief kwetsbare kinderen, als handelswaar.

Instagram heeft mijn veertienjarige dochter helpen doden, concludeert Ian Russell, die besluit om terug te vechten tegen de algoritmes en de tech-bro’s voor de rechter daagt. Hij fungeert als hoofdpersoon voor deze ingenieuze film, waarin daarnaast nog een andere verteller, gecreëerd met behulp van AI, wordt geïntroduceerd. Die schetst de techkant van de kwestie. Trefzeker reconstrueert Silver, met acteurs in een onwerkelijk decor, bovendien de rechtszitting, waarin zij tegenover elkaar komen te staan. Molly’s familie, haar vriendinnen en hun advocaten kijken toe.

Molly’s persoonlijke geschiedenis wordt zo vastgeklikt aan het Metaverhaal, waarin we allemaal – inclusief ons dierbaarste bezit, onze kinderen – participeren in een sociaal experiment. Daarbij geeft Silver, via enkele klokkenluiders, een alarmistische boodschap af: de techreuzen zijn zich bewust van de schade die hun product kan veroorzaken, maar willen er niets aan doen. Illustratief is de reactie van Meta-baas Mark Zuckerberg na de herverkiezing van Donald Trump als president van de Verenigde Staten: het moet afgelopen zijn met censuur op onze platforms.

De vrijheid van meningsuiting staat weer voorop, heet ‘t dan. ‘In reality it’s a trade off’, stelt Zuckerberg. ‘It means we’re gonna catch less bad stuff.’ Ian Russell bekijkt ‘t met een cynische glimlach. Catch. Less. Bad. Stuff. ‘Het is nu wel duidelijk dat veiligheid deze platforms geen ene zier kan schelen’, verzucht hij. Waarna Marc Silver er nog een dwingende call to action aan toevoegt: ‘Eis je slaapkamers weer op als plekken van privacy, veiligheid en zelfbeschikking. Vergeet niet: de macht ligt in jouw handen!’

FLY – Beyond The Spectrum

Cinema Zed / Dalton

Laten we eerst een open deur intrappen: aan hun voorkomen valt op geen enkele manier af te lezen met welk predicaat ze door het leven gaan. Jules Tilborghs, Kieran Verswijvelen, Brian Fonteyn en Jason Strijp ogen als volstrekt normale jongvolwassenen – ook al zijn ze alle vier gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis. De Vlamingen zijn druk doende om hun eigen plek te vinden in de wereld.

In 2015 zaten ze nog samen op een school voor buitengewoon secundair onderwijs in Sint-Niklaas, SBSO Baken. Regisseur Steven Janssens verzorgde daar toen een filmworkshop, die blijkbaar nogal uit de hand is gelopen. Tien jaar lang werkten ze samen aan de hybride documentaire FLY – Beyond The Spectrum (73 min.). Dat is dus geen film óver neurodiverse jongeren, maar ván en mét neurodiverse jongeren.

Zij hebben hun eigen ontwikkeling, en die van hun vrienden en klasgenoten, zelf gefilmd, maar zijn ook de straat opgegaan om vox pops van gewone Belgen over autisme op te halen. Kieran heeft bovendien foto’s en de soundtrack verzorgd, terwijl Jules daarin, als JTSO, enkele persoonlijke songs zingt en produceert. Dit emancipatoire project is echt in co-creatie tot stand gekomen en geeft een straf beeld van hun levens en belevingswereld.

Ze hebben elk hun eigen uitdagingen. Kieran voelt zich een outsider en zoekt nu na een bewogen schoolperiode naar z’n plek. Jules heeft het Alice In Wonderland-syndroom, een neurologische aandoening die de waarneming verstoort, en wil in Amerika een toekomst opbouwen met z’n vriendin. Brian heeft behalve autisme ook ADHD en Gilles de la Tourette. Hij is trots op z’n baan, maar heeft medicatie nodig om die vol te houden.

Jason tenslotte onderhoudt een lastige relatie met zijn ouders en baalt ervan dat hij zijn eigen geld niet mag beheren. ‘Geen zeg over m’n eigen’, legt hij bozig uit. Jason voelt zich gevangen en wil meer vrijheid. Bij hem wordt de spanning die zij allemaal soms ervaren in hun leven, net als veel leeftijdsgenoten overigens, het meest manifest. Tegelijk toont hun film hem ook helemaal in zijn element, boksend en werkend op een vissersboot.

Want FLY – een afkorting van First Love Yourself – reikt voorbij de stereotiepe beelden die een autismespectrumstoornis nog altijd kan oproepen.  Zonder de uitdagingen in hun levens weg te poetsen, laat de film clichés links liggen en presenteert Kieran, Jules, Brian en Jason, zowel via de inhoud als de vorm, als jongvolwassenen met hun eigen kansen, talenten en doelen – en, uiteindelijk, ook het zelfvertrouwen om daar achteraan te gaan.

La Guerre, Donald Trump Et Nous

France TV

36 Dagen vóór de Russische inval in Oekraïne sloot documentairemaker Guy Lagache zich aan bij de Franse president Emmanuel Macron. Die was begin 2022 namens zijn land voorzitter van de Europese Unie geworden en moest proberen om oorlog te voorkomen. Een mission impossible, zo bleek al snel. Aan het eind van Lagaches documentaire Un Président, l’Europe Et La Guerre (2022), op dag 113 van de oorlog, brachten Macron en enkele andere regeringsleiders een bliksembezoek aan Kiev, om Oekraïne een hart onder de riem te steken.

Drie jaar later pakt de Franse filmmaker de draad weer op met Macron, die opnieuw met de trein afreist naar Oekraïne. Hij hoopt op een staakt-het-vuren in de ‘uitputtingsoorlog’. Inmiddels heeft er zich echter een nieuwe en volstrekt onberekenbare speler gemeld in het sowieso al zeer gecompliceerde internationale conflict: de Amerikaanse president Donald Trump. Die zal zijn Franse collega, zeker als ook de spanningen tussen Iran en Israël oplopen, nog voor de nodige uitdagingen stellen in Lagaches nieuwe film La Guerre, Donald Trump Et Nous (uitzendtitel: War, Donald Trump And Us, 102 min.).

Want Trump heeft wel wat met de Russische leider Vladimir Poetin, die hij steeds weer betitelt als een goede vriend en een sterke leider. Tegelijk ruziet hij in het openbaar met de Oekraïense president Volodymyr Zelensky. Ook Trumps vicepresident J.D. Vance doet al snel een fikse duit in het zakje: Europa moet zich in zijn ogen vooral druk maken over ‘de dreiging van binnenuit’, de uitsluiting van radicaal-rechts. Die rechtvaardiging kennen de Europese leiders, volgens de voormalige Amerikaanse NAVO-ambassadeur Ivo Daalder, nog van ene Adolf Hitler.

Terwijl zijn eerste Macron-documentaire een echte vlieg op de muur-film was, waarmee de achterkant van die oorlog in beeld werd gebracht, neemt Guy Lagache nu eerst de tijd om met politici, diplomaten en deskundigen uitgebreid de ontwikkelingen in en rond de oorlog te schetsen. Na een half uur duiding krijgt dit vervolg weer een meer observerend karakter en is er opnieuw een bescheiden bijrol voor Macrons naamgenoot en topadviseur Emmanuel Bonne, die ook al in Lagaches eerdere documentaire figureerde en als getuige-deskundige optrad. 

De beide Emmanuels moeten zich plooien naar zowel de kille Russische opponent Poetin als hun grillige ‘medestander’ Trump, die steeds ongegeneerd wordt opgevreeën door de nieuwe NAVO-baas Mark Rutte ‘Hij is geen verkiezingskandidaat’, legt Ivo Daalder uit, in een film die de diplomatieke kant van de oorlog tussen Oekraïne en Rusland netjes inkadert, maar minder bijzondere inkijkjes biedt dan zijn voorganger. ‘Hij kan zichzelf vernederen, terwijl Macon, Merz of Starmer dat niet kunnen doen.’ Ieder voor zich definiëren ze zichzelf via Poetin en Trump en proberen ze ondertussen die vervloekte oorlog tot stilstand te brengen.

Turning Point: Generation 9/11

Laurel Homer / Netflix

Met de Turning Point-serie heeft Brian Knappenberger in de afgelopen jaren de recente Amerikaanse historie in kaart gebracht: van de Koude Oorlog en de Vietnamoorlog tot de terroristische aanslagen van 11 september 2001. Bij die laatste dag, de meest traumatische gebeurtenis voor Amerikanen sinds Pearl Harbor en de moord op president John F. Kennedy, start ook Turning Point: Generation 9/11 (99 min.). Over de generatie die is opgegroeid met – en steeds vaker ook: zonder – de onvergetelijke beelden van hoe Al Qaeda’s vliegtuigen zich in het World Trade Center en het Pentagon boorden.

Over enkele jaren is het merendeel van de Amerikanen ná 9/11 geboren, stelt de historicus Garrett M. Graff, auteur van het boek The Only Plane In The Sky. Hij was zelf twintig ten tijde van de terroristische aanval in 2001. Terwijl hij gewone Amerikanen laat vertellen over hun herinneringen aan die traumatische dag en ook het leven daarna met hen bespreekt, vermeldt Knappenberger steeds hun leeftijd op die ene elfde september. Om het verglijden van de tijd en de hiaten die onderweg dreigen te ontstaan in het collectieve geheugen te illustreren – en aan te tonen dat 9/11 25 jaar later nog altijd doorwerkt in het hedendaagse Amerika.

Dat grote geopolitieke verhaal – de ‘war on terror’ in Irak en Afghanistan en afrekening met Al-Qaeda’s leider Osama bin Laden bijvoorbeeld – wordt in deze ferme film dus vooral vervat in persoonlijke verhalen. Laurel Homer (10 maanden) bijvoorbeeld, de dochter van LeRoy Homer, copiloot tijdens de beruchte United 93-vlucht. Zijn toestel, waarin passagiers de Al-Qaeda-kapers wisten te overmeesteren, crashte op 11 september bij Shanksville in Pennsylvania. Op sociale media wordt Laurel nog regelmatig geconfronteerd met 9/11, de uitzinnige complotten rond de aanslagen en de post-truth van het Trump-tijdperk.

Of de Amerikaanse moslima Azmat Khan (16). Na 11 september ervoer ook zij hoe haar geloofsgenoten verantwoordelijk werden gehouden voor Bin Ladens terreurdaad. Ze voelden zich buitenlanders in eigen land. Later onderzocht zij als journalist van The New York Times hoe militaire acties tegen Al-Qaeda’s erfgenaam Islamitische Staat tot een aanzienlijk aantal burgerslachtoffers onder de moslimbevolking leidden. Marinier Michael Smoak (5) was er tenslotte bij toen de Amerikanen zich in 2021 terugtrokken uit Afghanistan en zo de Taliban, die ten tijde van 11 september 2001 nog Bin Laden hadden gehuisvest, weer aan de macht lieten in Kaboel.

Via zulke zorgvuldig geselecteerde hoofdpersonen laat Knappenberger zien dat het huidige Amerika – van de operaties van ICE tot de oorlog met Iran – alleen valt te begrijpen vanuit 9/11 – ook al heeft straks niet meer elke Amerikaan automatisch de twee vliegtuigen die zich in de Twin Towers boren op z’n netvlies staan. ‘Bin Laden geloofde nooit dat hij de VS kon vernietigen’, stelt Garrett Graff, ‘maar door de Verenigde Staten aan te vallen, door in de randen van het Amerikaanse imperium te prikken, kon hij ervoor zorgen dat de VS zichzelf vernietigde.’

9/11 Reunited

Disney+

Door het lot werden ze 25 jaar geleden met elkaar verbonden. In de driedelige serie 9/11 Reunited (135 min.) ontmoeten enkele gewone Amerikanen elkaar nu weer, voor de camera van regisseur Julian Jones. Om herinneringen op te halen aan de dag waarop bijna drieduizend landgenoten de dood vonden bij terroristische aanslagen van Al-Qaeda. Of om de ander, die hun leven heeft gered op die fatale dag in New York op 11 september 2001, alsnog te bedanken.

Zij zijn elkaar sindsdien uit het oog verloren – terwijl er nog zoveel te zeggen valt. Ze zaten samen vast in een lift van één van de Twin Towers. Raakten ernstig gewond op weg naar hun baan in het in die torens gevestigde World Trade Center. Verloren daar alle anderen van hun kazerne aan ‘de brand van de eeuw’. Vingen elkaar letterlijk op, nadat ze uit het raam van een brandend Pentagon-gebouw waren gesprongen. Moesten als ambulancebroeder noodgedwongen hun enige patiënt achterlaten in een parkeergarage. Of hoorden de laatste woorden van een stervende collega.

25 Jaar later zijn ze eerst en vooral gewoon mens als ze weer oog in oog komen te staan. Dit zorgt vanzelfsprekend voor emotionele taferelen: verlegen glimlachen, herhaalde knuffels en – natuurlijk – opwellende tranen. Bij de gedachte aan hoe ze op de vijftigste verdieping van een wolkenkrabber met een ruitenwisser een gat in de muur probeerden te maken, op weg naar verlossing over de levenloze lichamen van andere slachtoffers kropen of zagen hoe anderen alvast hun BSN-nummer op hun lijf schreven (zodat ze te zijner tijd gemakkelijker geïdentificeerd konden worden).

De verhalen van zulke 9/11-overlevenden zijn vaker verteld. Veel vaker zelfs, maar de dramatische gebeurtenissen van dit sleutelmoment in de moderne Amerikaanse geschiedenis zijn zo ontzagwekkend en de acute menselijke nood op die dag nog altijd zo evident dat het blijft raken – ook al voelen die reünies, aangezet met geladen muziek, enigszins opgeprikt. 25 Jaar na dato spelen verbroedering, survivor’s guild en pure dankbaarheid voor het leven ouderwets op.

The Darkest Web

BBC

De beelden op het ‘dark web’, het onguurste hoekje van het internet, pakken iets van je af, stelt Greg Squire, een Amerikaanse speciaal agent die namens Homeland Security strijdt tegen de verspreiding van kinderporno. Maar ze geven je ook iets terug: brandstof om te gáán. Jagen op de mensen die kinderen misbruiken en de weerslag daarvan online plaatsen.

Squire deelt in The Darkest Web (84 min.) zijn eerste echte zaak: The Lucy Investigation. Onvermoeibaar blijven ze jacht maken op een man die jarenlang hetzelfde meisje misbruikt en de wanstaltige beelden daarvan deelt op duistere internetfora. Elk detail in het beeldmateriaal wordt uitgeplozen. Zonder resultaat. Totdat de agenten besluiten om de bakstenen in zijn slaapkamer te laten analyseren. Een medewerker van de Texaanse Acme Brick Company herkent de stenen direct, type Flaming Alamo, en kan zelfs het vermoedelijke afzetgebied daarvoor identificeren. Niet veel later kunnen Squire en zijn collega’s een verdachte inrekenen. Hij krijgt ruim zeventig jaar gevangenisstraf.

Met zulke verhalen zoekt Sam Piranty hetzelfde terrein op als de schokkende documentaire The Children In The Pictures (2022). Agenten van speciale units uit de Verenigde Staten, Portugal, Brazilië en Rusland worden gevolgd tijdens (undercover) operaties. Ze jagen bijvoorbeeld op Twinkle, de beheerder van de schmutzige website Babyheart. Als de Portugese agent Ricardo Vieira deze Twinkle op het spoor komt, valt hij direct zijn huis binnen en gaat op zoek naar de harde schijf van z’n computer. Die blijkt te zijn begraven in het bos. Viera documenteert ’t met z’n bodycam. Twinkle stond blijkbaar net op het punt om een weekendje weg te gaan met een ‘webvriend’ en enkele kinderen.

Behalve op hun werk richt Piranty zich in deze gestaalde documentaire ook op het effect dat dit heeft op de agenten. PTSS lijkt bijna onvermijdelijk. Zeker als je, zoals Greg Squire, zelf ook kinderen hebt. Hij moet leren leven met beelden, waaraan nooit meer valt te ontsnappen – al is het ook de vraag of hij ooit nog ander werk wil/kan doen. Want als geen ander weet Squire wat (of wie) er op het spel staat. In de slotscène wordt dit nog eens heel duidelijk tijdens een ontmoeting met een geanonimiseerde jonge vrouw: Lucy.

36 Seconds: Portrait Of A Hate Crime

Disclosure Films / Prime Video

Als familieleden van de student tandheelkunde Deah Barakat (23), zijn vrouw en studiegenote Yusor Abu-Salha (21) en haar jongere zus Razan (19) op 10 februari 2015 door de politie  van Durham County in North Carolina op de hoogte worden gebracht van de moord op hun dierbaren, twijfelen ze geen seconde over wie de dader is: die ene boze buurman, Hicks.

‘Mijn naam is Craig Hicks’, zegt die even later inderdaad, zonder omhaal van woorden, tijdens zijn eerste politieverhoor. ‘Ik heb net drie mensen neergeschoten in Chapel Hill.’ Dodelijk kalm vertelt hij vervolgens hoe ie de drie Amerikaanse moslims koelbloedig heeft geëxecuteerd in hun eigen huis. Volgens Craigs vrouw Karen hadden ze ruzie over parkeerplekken. Geen haatmisdrijf dus.

Mohammad Abu-Salha laat zich daardoor niet van de wijs brengen. De vader van Yusor en Razan, als geneeskundestudent naar de VS gekomen vanuit Jordanië, houdt tijdens de uitvaart weliswaar een verzoenende toespraak – ‘Het gaat erom dit land, dat ze liefhebben en waar ze leefden en stierven, vreedzaam te maken voor iedereen.’ – maar is ervan overtuigd dat het wel degelijk om een ‘hate crime’ gaat.

Dat is in de rechtbank alleen verdomd lastig aan te tonen. Tarek Albaba toont in 36 Seconds: Portrait Of A Hate Crime (94 min.) hoe het jaren duurt voordat Craig Hicks, een man die houdt van ‘shooter games’ en Falling Down als favoriete film heeft, wordt berecht. Intussen worden Amerikaanse moslims, ook doordat presidentskandidaat Donald Trump steeds olie op het vuur gooit, alsmaar vijandiger benaderd.

Tegelijk hangt dus ook boven de markt of het eigenlijk wel gaat om een haatmisdrijf. De video die Deah zelf heeft gemaakt van de drievoudige moord – en waarvan zijn moeder Amira wil dat die wordt getoond in de rechtbank – maakt binnen 36 seconden een einde aan elke twijfel. Eenmaal in de woning van Deah en Yusor lijkt die boze buurman bovendien met voorbedachten rade te handelen.

Deze film laat tevens zien welke ravage Hicks heeft aangericht binnen een gemeenschap, die sowieso al machteloos moet toezien hoe het aantal haatmisdrijven in de Verenigde Staten alleen maar toeneemt en ondertussen worstelt met die ene, nauwelijks te verteren vraag: zou een aanval van moslims op witte Amerikanen ook zo gemakkelijk zijn afgedaan als een uit de hand gelopen parkeerconflict?

Clash Of The Superpowers: America Vs China

BBC

Als Donald Trump, met z’n echtgenote Melania aan zijn zijde, op 8 november 2017 in Beijing arriveert voor wat de Chinezen een ‘staatsbezoek plus’ dubben, hangt er nog altijd een conflict over Amerikaanse importheffingen boven de markt. De Chinese leider Xi Jinping besluit eens goed uit te pakken. ‘Xi wilde het natuurlijk zo spectaculair mogelijk maken’, vertelt hoogleraar internationale betrekkingen Xiang Lanxin in Clash Of The Superpowers: America Vs China (119 min.). ‘Iedereen weet dat Trump van spektakel houdt. Hij houdt er misschien wel van om als een koning behandeld te worden.’

‘We hadden het met Trump over de beelden die Xi Jinping wilde oproepen’, vult Trumps toenmalige nationale veiligheidsadviseur H.R. McMaster aan. ‘Het moest lijken alsof de leider van de vrije wereld, president Trump, naar Beijing kwam om te knielen voor de keizer, Xi Jinping.’ Samen inspecteren de twee wereldleiders vervolgens een militaire parade, genieten van spectaculaire dansvoorstellingen en dineren in de zogeheten Verboden Stad. De Chinezen stellen alles in het werk om Trump te paaien en proberen hem intussen los te weken van zijn meest geïnformeerde adviseurs.

Tegelijk blijft het altijd weer afwachten of zo’n charmeoffensief daadwerkelijk vat krijgt op deze onberekenbare Amerikaanse president. Een handelsoorlog hangt permanent boven de markt, toont dit interessante tweeluik over de betrekkingen tussen de twee supermachten van Tim Stirzaker en Barry Ronan, die onder de hoede van de gezaghebbende Britse producer Norma Percy en het productiehuis Brook Lapping, weer de mannen aan de knoppen – en een enkele vrouw – van de internationale politiek en diplomatie aan het woord laten in dit stevig doortimmerde tweeluik.

In de eerste aflevering staat de gespannen relatie tussen de VS en China tijdens Trumps eerste ambtstermijn centraal, die in deel twee onder zijn opvolger Joe Biden verder onder druk komt te staan door Taiwan en COVID-19. Het is een intrigerend machtsspel, dat in Clash Of The Superpowers opnieuw wordt opgeroepen – en van nieuwe context wordt voorzien. Want alle insiders – of ‘t nu gaat om Trumps veiligheidsadviseur John Bolton, congresleider Nancy Pelosi of oud-prime minister Boris Johnson – proberen met hun bijdrage aan dit soort producties de beeldvorming te beïnvloeden.

De autocratische leiders van China begrijpen dat Trump te werk gaat als een beroepsworstelaar, stelt de Chinese hoogleraar Xiang Lanxin bijvoorbeeld. ‘In het begin komt hij woest en angstaanjagend uit de hoek’, zegt hij olijk lachend over de man die al aan zijn tweede termijn als president is begonnen. ‘Als je terugdeinst, gaat hij nog harder duwen. Als je weet dat je in staat bent om overeind te blijven, gaat hij neer.’

Alive Inside: A Story Of Music And Memory

Bond / 360

Kom eens een dagje bij me filmen, zei sociaal werker Dan Cohen ooit tegen filmmaker Michael Rossato-Bennett. Die ene dag werd drie jaar. Samen maakten ze een sprankelende reis door de menselijke geest, via ouderen met dementie en hun relatie met muziek. In 2014 verscheen de weerslag daarvan: Alive Inside: A Story Of Music And Memory (78 min.).

Het procedé oogt al snel vertrouwd: we zien een oudere Amerikaan in het verzorgingshuis Cobble Hill, die in het gat is gevallen dat ooit zijn geheugen was. Hij of zij is nauwelijks meer aanspreekbaar. Daarna toont Rossato-Bennett met foto’s en verhalen van dierbaren de persoon die nog ergens in die verstopte geest en dat broze lijf verscholen moet zitten. En als een duveltje uit een doosje tovert Cohen die vervolgens toch weer tevoorschijn. Met een heel eenvoudig instrument, dat alleen niet wordt vergoed door de zorgverzekering: een iPod met koptelefoon.

‘Er bestaat geen pil die dat kan’, stelt Dan Cohen. ‘Een medicijn kan hooguit de vonk dempen of het licht dimmen, maar kan die nooit naar buiten halen.’ En dat geldt bepaald niet alleen voor ouderen met dementie, toont Rossato-Bennett. Muziek kan ook anderen uit hun isolement halen: psychiatrische patiënten, slachtoffers van oorlogsgeweld in Congo of mensen die vanwege een lichamelijke aandoening aan een ziekenhuisbed zijn gekluisterd. Muziek is ‘the quickening art’, volgens de befaamde neuroloog Oliver Sacks (Awakenings), de kortste route naar het binnenste van de mens.

Het is een kunstvorm die de gehele mens kan raken en die ‘de film die alleen in iemands hoofd wordt afgespeeld’, ook wel geheugen genoemd, weer kan aanzetten. Via Louis Armstrong, The Andrews Sisters of Beach Boys komen beelden, geuren én danspasjes weer terug – ook al is het maar voor even. ‘Ik onderzoek de Ziekte van Alzheimer al 38 jaar’, vertelt dokter Peter Davis. ‘Maar ik heb niets beters te bieden aan mijn patiënten dan muziektherapie.’ Het aanschaffen van iPods – we schrijven begin jaren ’10 – heeft echter meer voeten in de aarde dan wie dan ook zou willen.

Gelukkig zijn er beelden van ouderen zoals Henry, een Afro-Amerikaanse man die helemaal opleeft door gospelmuziek en zo viral gaat, om de zaak vlot te trekken. Behalve een pleidooi voor muziek als ontsluiter van de menselijke ziel wordt Alive Inside, aangestuurd met Rossato-Bennetts enigszins zijige voice-over, daardoor ook een soort aanklacht tegen gezondheidszorg, die mensen reduceert tot patiënten en definieert aan de hand van hun deficiënties. Deze docu toont overtuigend dat zij eerst en vooral nog altijd mens zijn – met een onbedwingbare liefde voor muziek.

Speechless

Good Soup Productions

‘De antiracisten, de antifascisten, de antiseksisten, de anti-imperialisten en, natuurlijk, de antikapitalisten’, besluit professor Russell Rickford van Cornell University in New York zijn vlammende speech. ‘Ze blijven ons inspireren. Dus blijf je organiseren en blijf herrie trappen.’ Rickford heeft slechts acht dagen na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 – en ruim vóór Israëls verwoestende respons in Gaza – flink van zich doen spreken. De aanval van Hamas is volgens hem ‘exhilarating’ en ‘energizing’.

Op dat moment, in het tweede deel van haar lijvige documentaire Speechless (176 min.), krijgt de zoektocht van Ric Esther Bienstock naar de aanhoudende frictie rond de vrijheid van meningsuiting op Amerikaanse universiteiten een persoonlijk karakter. De filmmaakster is zelf Joods en voelt zich aangesproken door Rickfords agressieve retoriek, nadat gewone Israëlische burgers het slachtoffer zijn geworden van een bloedige aanval. Enkele maanden later steekt de Amerikaanse veteraan Aaron Bushnell zichzelf in brand, om te protesteren tegen Israëls verpletterende optreden in Gaza.

Bienstocks zoektocht is al in 2017 begonnen op het Evergreen State College in Olympia, in de Amerikaanse staat Washington, waar de jaarlijkse ‘Day Of Absence’ voor witte medewerkers een verplichtend karakter heeft gekregen. Docent evolutionaire biologie Bret Weinstein laat zich echter niet zomaar wegsturen van de campus en zet zo een snel ontsporend debat in gang. Op pijnlijke beelden is te zien hoe militante studenten het schoolhoofd George Bridges ongenadig uitkafferen, fascist noemen en beschuldigen van ‘microagressie’ – omdat de man te veel met zijn handen zou praten.

Studenten van het York College in Pennsylvania gaan deze casus vervolgens bestuderen. Met hun docent Erec Smith constateren ze dat het conflict een typisch voorbeeld is van de botsing tussen klassiek links gedachtegoed en ‘Critical Social Justice’, een manier van kijken naar de wereld die ook wel ‘woke’ wordt genoemd. Onderwerpen worden door aanhangers daarvan benaderd vanuit het uitgangspunt van ‘onderdrukker versus onderdrukte’. Niet veel later wordt Smith een ‘white supremacist’ genoemd. Door een witte persoon. Om het helemaal ingewikkeld te maken: Erec Smith is zelf zwart.

Ric Esther Bienstock onderzoekt of de academische vrijheid door zulke ontwikkelingen in gevaar komt. Op diverse plekken verdiept ze zich in hoog oplopende discussies over de onderdrukkende of juist bevrijdende werking van taal, radicale vormen van antiracisme en cancelcultuur, alvorens ze in deel twee het terrein van (vermeende) transfobie betreedt. Ze spreekt met de wetenschappers Carole Hooven, evolutionair bioloog op Harvard, en Kathleen Stock, een filosofe verbonden aan Oxford, die ernstig onder vuur kwamen te liggen en nauwelijks steun van hun collega’s of werkgever ervoeren.

Het open klimaat op universiteiten wordt daarnaast ook onder vuur genomen, laat de filmmaakster zien, door conservatieve activisten zoals Christopher Rufo, Hij verzet zich demonstratief tegen het uitgangspunt van Diversity, Equity en Inclusion (DEI) en krijgt van Florida’s gouverneur Ron DeSantis de kans om de linkse universiteit New College te hervormen. De DEI-directeur wordt direct ontslagen, het genderstudie-programma afgesloten en genderneutrale toiletten verwijderd. Rufo maakt van zijn hart bovendien geen moordkuil, ook niet in deze film, en blijft bijvoorbeeld rustig ‘misgenderen’.

En dat is een terugkerend beeld in deze urgente film, die de ontsporing van het publieke debat pregnant in beeld brengt: aan de frontlinie van de cultuuroorlog is geen enkele ruimte meer voor begrip of nuance. ‘Suck my tranny dick’, schreeuwt de activistische student Libby Harrity bijvoorbeeld tegen Rufo. Waarop die dat provocerend ‘anatomisch incorrect’ noemt en meteen een zaak start tegen Libby, die bij het spugen op de grond zijn tenen zou hebben geraakt. Het schikkingsvoorstel dat uiteindelijk op tafel komt – leave and never come back – is voor de protesterende student een bijzonder bittere pil.

Enige koudwatervrees is in zo’n giftig klimaat best te begrijpen. Voor elke persoon die Ric Esther Bienstock bereid heeft gevonden om voor haar camera plaats te nemen, zijn er dus ook talloze anderen die deze gifbeker liever aan zich voorbij lieten gaan. Zelfcensuur is nu eenmaal een onvermijdelijk bijproduct van een zich vernauwend publiek debat.

White With Fear

So Much Film / PBS

Tijdens de Amerikaanse presidentscampagne van 1968 vindt Richard Nixon de sleutel naar verkiezingswinst: maak de witte kiezer bang voor zwarte inwoners, zónder openlijk racistisch te klinken. Hij begint te spreken over ‘law & order’ en de goede verstaander weet dan wel wie/wat hij bedoelt: die vermaledijde zwarte Amerikanen. Sindsdien is datzelfde procedé nog door talloze conservatieve politici toegepast. Ze spreken over ‘welfare queens’, ‘illegal aliens’ of ‘gangbangers’, termen die volgens Ian Haney López, auteur van Dog Whistle Politics, werken als een hondenfluitje.

Het grote geheim van de Amerikaanse politiek, citeert historicus Kevin Kruse de Nixon-fluisteraar Kevin Phillips in de interessante documentaire White With Fear (84 min.), is nu eenmaal: ‘wie haat wie?’ Deze vraag krijgt nieuwe dimensies na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 als de Republikeinse president George W. Bush de oorlog verklaart aan Osama bin Ladens Al-Qaeda en er in zijn land een anti-moslim stemming ontstaat, die vervolgens door de rechtse televisiezender/woedemachine Fox News wordt uitgebouwd tot een heuse cultuuroorlog.

Na de entree van Amerika’s eerste zwarte president Barack ‘Hussein’ Obama, die dus ook nog in verband kan worden gebracht met islam, gaat de ‘witte haat-industrie’ vanaf 2008 helemaal los. ‘De strategie was om reactionaire, racistische beelden over niet-witte immigranten aan de achterban te presenteren als politieke keuzes van de elite om de hardwerkende witte man te verraden’, vertelt Katie McHugh, voormalig medewerker van de website Breitbart, die ziet hoe haar werkgever ook doelbewust wordt ingezet als werktuig van een nieuwe politieke kracht, Donald Trump.

Documentairemaker Andrew Goldberg akkert de tumultueuze historie van het exploiteren van latente onlustgevoelens bij witte Amerikanen, vervat in talloze unheimische speeches, uitspraken en campagnefilmpjes, door met insiders uit beide politieke partijen, zoals Hillary Clinton en Steve Bannon, en een aantal neutrale beschouwers. Trump – en de man die hem zijn meest extreme taal influistert: Stephen Miller – is zo bezien een logisch gevolg van ruim een halve eeuw, vanuit zowel electorale als financiële motieven, doelbewust inspelen op de onderbuik.

‘Het fascinerende aan Donald Trump is dat hij het hele spelbord heeft omgegooid’, stelt de historicus Rick Perlstein, auteur van Nixonland. ‘Van het hondenfluitje heeft hij een stoomfluit gemaakt. Dat zou hem natuurlijk nooit zijn gelukt zonder het fundament van 55 jaar Republikeins hondengefluit.’ Waarna Donald Trump daar in zijn acceptatiespeech op de Republikeinse conventie van 2016 hoogstpersoonlijk een uitroepteken achter plaatst, met een Nixonesk eufemisme: ‘We worden een land van law & order.’

638 Ways To Kill Castro

Channel 4

Op geen enkele levende man zijn zoveel aanslagen beraamd en gepleegd als op hem, betoogt de verteller van de documentaire 638 Ways To Kill Castro (74 min.) van Dollan Cannell uit 2006. Al ongeveer een halve eeuw proberen tegenstanders, de Amerikanen voorop, dan tevergeefs om Fidel Castro, de almachtige leider van Cuba, uit te schakelen. Maar hoe ze ‘t ook proberen – met een volautomatisch wapen bij klaarlichte dag, exploderende sigaren of gif in zijn schoenen (zodat zijn befaamde baard uitvalt) bijvoorbeeld – Fidel komt elke keer weer met de schrik, of gewoon helemaal zonder, vrij.

Hij zal zelfs deze veelal luchtig getoonzette film, waarin enkele samenzweerders en would be-moordenaars worden opgevoerd, nog tien jaar overleven. De man die in 2026 honderd jaar oud zou zijn geworden overlijdt pas op zijn negentigste, nu tien jaar geleden. Tot die tijd lijkt hij onsterfelijk, een man die een symbool is geworden: de vader des vaderlands of juist staatsvijand nummer 1 – afhankelijk van je gezichtspunt. Een larger than life-figuur ook, die de CIA, FBI, de Amerikaanse maffia en Cubaanse bannelingen – of een niet al te dodelijke combinatie daarvan – uitdaagt tot stoute plannen, die bijna slagen, vroegtijdig worden afgebroken of helemaal nooit ten uitvoer worden gebracht.

Waar zijn medestrijder Che Guevara in 1967 wél ten prooi valt aan een vijandelijke kogel – en vervolgens in de beeldvorming uitgroeit tot een icoon: de ultieme linkse revolutionair – is ‘The Beard’ zijn belagers steeds te slim af. De betrokkenheid van Amerikaanse inlichtingendiensten bij de talloze pogingen om hem, als buitenlands staatshoofd, te liquideren is dan allang geen (publiek) geheim meer. En sommige direct betrokkenen zijn ook maar wat trots op hun rol in soms huiveringwekkende attaques. Zij belichamen het uitgangspunt dat hun doel álle middelen rechtvaardigt – al is het misschien wel verstandig om directe betrokkenheid bij aanslagen zoveel mogelijk te verhullen.

Castro’s voormalige jeugdvriend Orlando Bosch wordt bijvoorbeeld gezien als één van de kwade geniën achter de bomaanslag op een Cubaans vliegtuig bij Barbados, waarbij in 1976 alle 73 passagiers de dood vinden. ‘In een oorlog is alles geoorloofd’, stelt Bosch, die ondertussen niet al te subtiel suggereert dat hij nog wel meer op zijn kerfstok heeft. Zijn kompaan Luis Posada Carriles, die inmiddels in een Amerikaanse gevangenis zit en die het verstandiger vindt om geen antwoord te geven op de vraag hoeveel aanslagen hij precies heeft gepleegd op Castro, vult aan: ‘Misschien ben ik niet degene om dit te zeggen, maar ik denk dat hij zich veiliger voelt zolang ik in de cel zit, denk je ook niet?’

‘We hoeven maar één keer succesvol te zijn’, constateert de geharde anti-Castro activist Enrique Encinosa met een stalen gezicht aan het einde van deze ontluisterende film. En hij wil dat ook nog best een keer herhalen. ‘We hoeven maar één keer succesvol te zijn.’ Uiteindelijk lijkt het er echter toch op dat Magere Hein zelf met de eer is gaan strijken. In de nacht van 25 november 2016 heeft Fidel Castro alsnog het tijdelijke voor het eeuwige verwisselend. De doodsoorzaak is nooit bekendgemaakt. Het kan dus ook niet volledig worden uitgesloten dat – laten we zeggen – aanslag 639 tóch succesvol is geweest.

Lenny Bruce: Swear To Tell The Truth

Whyaduck Productions

Zijn scheiding van Hot Honey Harlow maakte Lenny Bruce van Lenny Bruce, stelt zijn moeder Sally. Van tevoren zocht de Amerikaanse stand-upcomedian (1925-1966) ook al de grenzen van het betamelijke op, zowel op het podium als in zijn privéleven, maar daarna was de beer pas écht los.

Honey Bruce, hun dochter Kitty en Lenny’s moeder Sally Marr schetsen in Lenny Bruce: Swear To Tell The Truth (97 min.) een levendig beeld van de branieschopper uit New York. Hij maakte van zijn hart nooit een moordkuil, maar moest zijn mond vervolgens wel talloze malen spoelen. Als een aanstootgevend woord maar vaak genoeg wordt gebruikt, zo leek echter Bruces stellige overtuiging, wordt het onschadelijk gemaakt.

Hij verdient ‘De Bad Taste Award’ schreef een krant toen Lenny Bruce in de jaren vijftig een vaste gast werd op de Amerikaanse televisie. Toen moesten zijn problemen met de wet nog beginnen. Regisseur Robert B. Weide toont in dit postume portret uit 1998 hoe de controversiële comedian zichzelf langzaam in een hoek van de kamer schilderde en daarbij een fiks handje werd geholpen door de Amerikaanse autoriteiten.

Zij begonnen Bruce te vervolgen voor obsceen gedrag en -taalgebruik tijdens optredens en arresteerden hem ook vanwege het bezit van drugs. Al snel durfden clubeigenaren hun vingers niet meer te branden aan de komiek en dreigde zijn carrière uit te doven. Intussen ging de man, die de lusten van het leven nauwelijks kon weerstaan en ervan overtuigd was dat hij geen eerlijk proces had gekregen, naar de gallemiezen.

Hij liet een half afgemaakte zin achter op zijn typemachine, aldus verteller Robert de Niro in deze boeiende film, die met een jazzy soundtrack lekker op temperatuur is gebracht: ‘Conspiracy to interfere with the Fourth Amendment const…’ Het woord ‘constitutes’ zou hij nooit afmaken. Lenny Bruce ging ten onder aan datgene waarvoor hij had gestreden, het vrije woord, in combinatie met het gebruik van harddrugs.

Na hem zou er nooit meer een optredende artiest voor de rechter worden gedaagd vanwege obsceniteiten, constateert Weide tot besluit, alvorens hij voor de aftiteling de kraker I Fought The Law van de befaamde punkband The Clash instart. De boodschap daarvan, vervat in een zin van slechts vier woorden, is onontkoombaar: ‘And the law won.’