36 Seconds: Portrait Of A Hate Crime

Disclosure Films / Prime Video

Als familieleden van de student tandheelkunde Deah Barakat (23), zijn vrouw en studiegenote Yusor Abu-Salha (21) en haar jongere zus Razan (19) op 10 februari 2015 door de politie  van Durham County in North Carolina op de hoogte worden gebracht van de moord op hun dierbaren, twijfelen ze geen seconde over wie de dader is: die ene boze buurman, Hicks.

‘Mijn naam is Craig Hicks’, zegt die even later inderdaad, zonder omhaal van woorden, tijdens zijn eerste politieverhoor. ‘Ik heb net drie mensen neergeschoten in Chapel Hill.’ Dodelijk kalm vertelt hij vervolgens hoe ie de drie Amerikaanse moslims koelbloedig heeft geëxecuteerd in hun eigen huis. Volgens Craigs vrouw Karen hadden ze ruzie over parkeerplekken. Geen haatmisdrijf dus.

Mohammad Abu-Salha laat zich daardoor niet van de wijs brengen. De vader van Yusor en Razan, als geneeskundestudent naar de VS gekomen vanuit Jordanië, houdt tijdens de uitvaart weliswaar een verzoenende toespraak – ‘Het gaat erom dit land, dat ze liefhebben en waar ze leefden en stierven, vreedzaam te maken voor iedereen.’ – maar is ervan overtuigd dat het wel degelijk om een ‘hate crime’ gaat.

Dat is in de rechtbank alleen verdomd lastig aan te tonen. Tarek Albaba toont in 36 Seconds: Portrait Of A Hate Crime (94 min.) hoe het jaren duurt voordat Craig Hicks, een man die houdt van ‘shooter games’ en Falling Down als favoriete film heeft, wordt berecht. Intussen worden Amerikaanse moslims, ook doordat presidentskandidaat Donald Trump steeds olie op het vuur gooit, alsmaar vijandiger benaderd.

Tegelijk hangt dus ook boven de markt of het eigenlijk wel gaat om een haatmisdrijf. De video die Deah zelf heeft gemaakt van de drievoudige moord – en waarvan zijn moeder Amira wil dat die wordt getoond in de rechtbank – maakt binnen 36 seconden een einde aan elke twijfel. Eenmaal in de woning van Deah en Yusor lijkt die boze buurman bovendien met voorbedachten rade te handelen.

Deze film laat tevens zien welke ravage Hicks heeft aangericht binnen een gemeenschap, die sowieso al machteloos moet toezien hoe het aantal haatmisdrijven in de Verenigde Staten alleen maar toeneemt en ondertussen worstelt met die ene, nauwelijks te verteren vraag: zou een aanval van moslims op witte Amerikanen ook zo gemakkelijk zijn afgedaan als een uit de hand gelopen parkeerconflict?

Clash Of The Superpowers: America Vs China

BBC

Als Donald Trump, met z’n echtgenote Melania aan zijn zijde, op 8 november 2017 in Beijing arriveert voor wat de Chinezen een ‘staatsbezoek plus’ dubben, hangt er nog altijd een conflict over Amerikaanse importheffingen boven de markt. De Chinese leider Xi Jinping besluit eens goed uit te pakken. ‘Xi wilde het natuurlijk zo spectaculair mogelijk maken’, vertelt hoogleraar internationale betrekkingen Xiang Lanxin in Clash Of The Superpowers: America Vs China (119 min.). ‘Iedereen weet dat Trump van spektakel houdt. Hij houdt er misschien wel van om als een koning behandeld te worden.’

‘We hadden het met Trump over de beelden die Xi Jinping wilde oproepen’, vult Trumps toenmalige nationale veiligheidsadviseur H.R. McMaster aan. ‘Het moest lijken alsof de leider van de vrije wereld, president Trump, naar Beijing kwam om te knielen voor de keizer, Xi Jinping.’ Samen inspecteren de twee wereldleiders vervolgens een militaire parade, genieten van spectaculaire dansvoorstellingen en dineren in de zogeheten Verboden Stad. De Chinezen stellen alles in het werk om Trump te paaien en proberen hem intussen los te weken van zijn meest geïnformeerde adviseurs.

Tegelijk blijft het altijd weer afwachten of zo’n charmeoffensief daadwerkelijk vat krijgt op deze onberekenbare Amerikaanse president. Een handelsoorlog hangt permanent boven de markt, toont dit interessante tweeluik over de betrekkingen tussen de twee supermachten van Tim Stirzaker en Barry Ronan, die onder de hoede van de gezaghebbende Britse producer Norma Percy en het productiehuis Brook Lapping, weer de mannen aan de knoppen – en een enkele vrouw – van de internationale politiek en diplomatie aan het woord laten in dit stevig doortimmerde tweeluik.

In de eerste aflevering staat de gespannen relatie tussen de VS en China tijdens Trumps eerste ambtstermijn centraal, die in deel twee onder zijn opvolger Joe Biden verder onder druk komt te staan door Taiwan en COVID-19. Het is een intrigerend machtsspel, dat in Clash Of The Superpowers opnieuw wordt opgeroepen – en van nieuwe context wordt voorzien. Want alle insiders – of ‘t nu gaat om Trumps veiligheidsadviseur John Bolton, congresleider Nancy Pelosi of oud-prime minister Boris Johnson – proberen met hun bijdrage aan dit soort producties de beeldvorming te beïnvloeden.

De autocratische leiders van China begrijpen dat Trump te werk gaat als een beroepsworstelaar, stelt de Chinese hoogleraar Xiang Lanxin bijvoorbeeld. ‘In het begin komt hij woest en angstaanjagend uit de hoek’, zegt hij olijk lachend over de man die al aan zijn tweede termijn als president is begonnen. ‘Als je terugdeinst, gaat hij nog harder duwen. Als je weet dat je in staat bent om overeind te blijven, gaat hij neer.’

Alive Inside: A Story Of Music And Memory

Bond / 360

Kom eens een dagje bij me filmen, zei sociaal werker Dan Cohen ooit tegen filmmaker Michael Rossato-Bennett. Die ene dag werd drie jaar. Samen maakten ze een sprankelende reis door de menselijke geest, via ouderen met dementie en hun relatie met muziek. In 2014 verscheen de weerslag daarvan: Alive Inside: A Story Of Music And Memory (78 min.).

Het procedé oogt al snel vertrouwd: we zien een oudere Amerikaan in het verzorgingshuis Cobble Hill, die in het gat is gevallen dat ooit zijn geheugen was. Hij of zij is nauwelijks meer aanspreekbaar. Daarna toont Rossato-Bennett met foto’s en verhalen van dierbaren de persoon die nog ergens in die verstopte geest en dat broze lijf verscholen moet zitten. En als een duveltje uit een doosje tovert Cohen die vervolgens toch weer tevoorschijn. Met een heel eenvoudig instrument, dat alleen niet wordt vergoed door de zorgverzekering: een iPod met koptelefoon.

‘Er bestaat geen pil die dat kan’, stelt Dan Cohen. ‘Een medicijn kan hooguit de vonk dempen of het licht dimmen, maar kan die nooit naar buiten halen.’ En dat geldt bepaald niet alleen voor ouderen met dementie, toont Rossato-Bennett. Muziek kan ook anderen uit hun isolement halen: psychiatrische patiënten, slachtoffers van oorlogsgeweld in Congo of mensen die vanwege een lichamelijke aandoening aan een ziekenhuisbed zijn gekluisterd. Muziek is ‘the quickening art’, volgens de befaamde neuroloog Oliver Sacks (Awakenings), de kortste route naar het binnenste van de mens.

Het is een kunstvorm die de gehele mens kan raken en die ‘de film die alleen in iemands hoofd wordt afgespeeld’, ook wel geheugen genoemd, weer kan aanzetten. Via Louis Armstrong, The Andrews Sisters of Beach Boys komen beelden, geuren én danspasjes weer terug – ook al is het maar voor even. ‘Ik onderzoek de Ziekte van Alzheimer al 38 jaar’, vertelt dokter Peter Davis. ‘Maar ik heb niets beters te bieden aan mijn patiënten dan muziektherapie.’ Het aanschaffen van iPods – we schrijven begin jaren ’10 – heeft echter meer voeten in de aarde dan wie dan ook zou willen.

Gelukkig zijn er beelden van ouderen zoals Henry, een Afro-Amerikaanse man die helemaal opleeft door gospelmuziek en zo viral gaat, om de zaak vlot te trekken. Behalve een pleidooi voor muziek als ontsluiter van de menselijke ziel wordt Alive Inside, aangestuurd met Rossato-Bennetts enigszins zijige voice-over, daardoor ook een soort aanklacht tegen gezondheidszorg, die mensen reduceert tot patiënten en definieert aan de hand van hun deficiënties. Deze docu toont overtuigend dat zij eerst en vooral nog altijd mens zijn – met een onbedwingbare liefde voor muziek.

Speechless

Good Soup Productions

‘De antiracisten, de antifascisten, de antiseksisten, de anti-imperialisten en, natuurlijk, de antikapitalisten’, besluit professor Russell Rickford van Cornell University in New York zijn vlammende speech. ‘Ze blijven ons inspireren. Dus blijf je organiseren en blijf herrie trappen.’ Rickford heeft slechts acht dagen na de aanslagen van Hamas op 7 oktober 2023 – en ruim vóór Israëls verwoestende respons in Gaza – flink van zich doen spreken. De aanval van Hamas is volgens hem ‘exhilarating’ en ‘energizing’.

Op dat moment, in het tweede deel van haar lijvige documentaire Speechless (176 min.), krijgt de zoektocht van Ric Esther Bienstock naar de aanhoudende frictie rond de vrijheid van meningsuiting op Amerikaanse universiteiten een persoonlijk karakter. De filmmaakster is zelf Joods en voelt zich aangesproken door Rickfords agressieve retoriek, nadat gewone Israëlische burgers het slachtoffer zijn geworden van een bloedige aanval. Enkele maanden later steekt de Amerikaanse veteraan Aaron Bushnell zichzelf in brand, om te protesteren tegen Israëls verpletterende optreden in Gaza.

Bienstocks zoektocht is al in 2017 begonnen op het Evergreen State College in Olympia, in de Amerikaanse staat Washington, waar de jaarlijkse ‘Day Of Absence’ voor witte medewerkers een verplichtend karakter heeft gekregen. Docent evolutionaire biologie Bret Weinstein laat zich echter niet zomaar wegsturen van de campus en zet zo een snel ontsporend debat in gang. Op pijnlijke beelden is te zien hoe militante studenten het schoolhoofd George Bridges ongenadig uitkafferen, fascist noemen en beschuldigen van ‘microagressie’ – omdat de man te veel met zijn handen zou praten.

Studenten van het York College in Pennsylvania gaan deze casus vervolgens bestuderen. Met hun docent Erec Smith constateren ze dat het conflict een typisch voorbeeld is van de botsing tussen klassiek links gedachtegoed en ‘Critical Social Justice’, een manier van kijken naar de wereld die ook wel ‘woke’ wordt genoemd. Onderwerpen worden door aanhangers daarvan benaderd vanuit het uitgangspunt van ‘onderdrukker versus onderdrukte’. Niet veel later wordt Smith een ‘white supremacist’ genoemd. Door een witte persoon. Om het helemaal ingewikkeld te maken: Erec Smith is zelf zwart.

Ric Esther Bienstock onderzoekt of de academische vrijheid door zulke ontwikkelingen in gevaar komt. Op diverse plekken verdiept ze zich in hoog oplopende discussies over de onderdrukkende of juist bevrijdende werking van taal, radicale vormen van antiracisme en cancelcultuur, alvorens ze in deel twee het terrein van (vermeende) transfobie betreedt. Ze spreekt met de wetenschappers Carole Hooven, evolutionair bioloog op Harvard, en Kathleen Stock, een filosofe verbonden aan Oxford, die ernstig onder vuur kwamen te liggen en nauwelijks steun van hun collega’s of werkgever ervoeren.

Het open klimaat op universiteiten wordt daarnaast ook onder vuur genomen, laat de filmmaakster zien, door conservatieve activisten zoals Christopher Rufo, Hij verzet zich demonstratief tegen het uitgangspunt van Diversity, Equity en Inclusion (DEI) en krijgt van Florida’s gouverneur Ron DeSantis de kans om de linkse universiteit New College te hervormen. De DEI-directeur wordt direct ontslagen, het genderstudie-programma afgesloten en genderneutrale toiletten verwijderd. Rufo maakt van zijn hart bovendien geen moordkuil, ook niet in deze film, en blijft bijvoorbeeld rustig ‘misgenderen’.

En dat is een terugkerend beeld in deze urgente film, die de ontsporing van het publieke debat pregnant in beeld brengt: aan de frontlinie van de cultuuroorlog is geen enkele ruimte meer voor begrip of nuance. ‘Suck my tranny dick’, schreeuwt de activistische student Libby Harrity bijvoorbeeld tegen Rufo. Waarop die dat provocerend ‘anatomisch incorrect’ noemt en meteen een zaak start tegen Libby, die bij het spugen op de grond zijn tenen zou hebben geraakt. Het schikkingsvoorstel dat uiteindelijk op tafel komt – leave and never come back – is voor de protesterende student een bijzonder bittere pil.

Enige koudwatervrees is in zo’n giftig klimaat best te begrijpen. Voor elke persoon die Ric Esther Bienstock bereid heeft gevonden om voor haar camera plaats te nemen, zijn er dus ook talloze anderen die deze gifbeker liever aan zich voorbij lieten gaan. Zelfcensuur is nu eenmaal een onvermijdelijk bijproduct van een zich vernauwend publiek debat.

White With Fear

So Much Film / PBS

Tijdens de Amerikaanse presidentscampagne van 1968 vindt Richard Nixon de sleutel naar verkiezingswinst: maak de witte kiezer bang voor zwarte inwoners, zónder openlijk racistisch te klinken. Hij begint te spreken over ‘law & order’ en de goede verstaander weet dan wel wie/wat hij bedoelt: die vermaledijde zwarte Amerikanen. Sindsdien is datzelfde procedé nog door talloze conservatieve politici toegepast. Ze spreken over ‘welfare queens’, ‘illegal aliens’ of ‘gangbangers’, termen die volgens Ian Haney López, auteur van Dog Whistle Politics, werken als een hondenfluitje.

Het grote geheim van de Amerikaanse politiek, citeert historicus Kevin Kruse de Nixon-fluisteraar Kevin Phillips in de interessante documentaire White With Fear (84 min.), is nu eenmaal: ‘wie haat wie?’ Deze vraag krijgt nieuwe dimensies na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 als de Republikeinse president George W. Bush de oorlog verklaart aan Osama bin Ladens Al-Qaeda en er in zijn land een anti-moslim stemming ontstaat, die vervolgens door de rechtse televisiezender/woedemachine Fox News wordt uitgebouwd tot een heuse cultuuroorlog.

Na de entree van Amerika’s eerste zwarte president Barack ‘Hussein’ Obama, die dus ook nog in verband kan worden gebracht met islam, gaat de ‘witte haat-industrie’ vanaf 2008 helemaal los. ‘De strategie was om reactionaire, racistische beelden over niet-witte immigranten aan de achterban te presenteren als politieke keuzes van de elite om de hardwerkende witte man te verraden’, vertelt Katie McHugh, voormalig medewerker van de website Breitbart, die ziet hoe haar werkgever ook doelbewust wordt ingezet als werktuig van een nieuwe politieke kracht, Donald Trump.

Documentairemaker Andrew Goldberg akkert de tumultueuze historie van het exploiteren van latente onlustgevoelens bij witte Amerikanen, vervat in talloze unheimische speeches, uitspraken en campagnefilmpjes, door met insiders uit beide politieke partijen, zoals Hillary Clinton en Steve Bannon, en een aantal neutrale beschouwers. Trump – en de man die hem zijn meest extreme taal influistert: Stephen Miller – is zo bezien een logisch gevolg van ruim een halve eeuw, vanuit zowel electorale als financiële motieven, doelbewust inspelen op de onderbuik.

‘Het fascinerende aan Donald Trump is dat hij het hele spelbord heeft omgegooid’, stelt de historicus Rick Perlstein, auteur van Nixonland. ‘Van het hondenfluitje heeft hij een stoomfluit gemaakt. Dat zou hem natuurlijk nooit zijn gelukt zonder het fundament van 55 jaar Republikeins hondengefluit.’ Waarna Donald Trump daar in zijn acceptatiespeech op de Republikeinse conventie van 2016 hoogstpersoonlijk een uitroepteken achter plaatst, met een Nixonesk eufemisme: ‘We worden een land van law & order.’

638 Ways To Kill Castro

Channel 4

Op geen enkele levende man zijn zoveel aanslagen beraamd en gepleegd als op hem, betoogt de verteller van de documentaire 638 Ways To Kill Castro (74 min.) van Dollan Cannell uit 2006. Al ongeveer een halve eeuw proberen tegenstanders, de Amerikanen voorop, dan tevergeefs om Fidel Castro, de almachtige leider van Cuba, uit te schakelen. Maar hoe ze ‘t ook proberen – met een volautomatisch wapen bij klaarlichte dag, exploderende sigaren of gif in zijn schoenen (zodat zijn befaamde baard uitvalt) bijvoorbeeld – Fidel komt elke keer weer met de schrik, of gewoon helemaal zonder, vrij.

Hij zal zelfs deze veelal luchtig getoonzette film, waarin enkele samenzweerders en would be-moordenaars worden opgevoerd, nog tien jaar overleven. De man die in 2026 honderd jaar oud zou zijn geworden overlijdt pas op zijn negentigste, nu tien jaar geleden. Tot die tijd lijkt hij onsterfelijk, een man die een symbool is geworden: de vader des vaderlands of juist staatsvijand nummer 1 – afhankelijk van je gezichtspunt. Een larger than life-figuur ook, die de CIA, FBI, de Amerikaanse maffia en Cubaanse bannelingen – of een niet al te dodelijke combinatie daarvan – uitdaagt tot stoute plannen, die bijna slagen, vroegtijdig worden afgebroken of helemaal nooit ten uitvoer worden gebracht.

Waar zijn medestrijder Che Guevara in 1967 wél ten prooi valt aan een vijandelijke kogel – en vervolgens in de beeldvorming uitgroeit tot een icoon: de ultieme linkse revolutionair – is ‘The Beard’ zijn belagers steeds te slim af. De betrokkenheid van Amerikaanse inlichtingendiensten bij de talloze pogingen om hem, als buitenlands staatshoofd, te liquideren is dan allang geen (publiek) geheim meer. En sommige direct betrokkenen zijn ook maar wat trots op hun rol in soms huiveringwekkende attaques. Zij belichamen het uitgangspunt dat hun doel álle middelen rechtvaardigt – al is het misschien wel verstandig om directe betrokkenheid bij aanslagen zoveel mogelijk te verhullen.

Castro’s voormalige jeugdvriend Orlando Bosch wordt bijvoorbeeld gezien als één van de kwade geniën achter de bomaanslag op een Cubaans vliegtuig bij Barbados, waarbij in 1976 alle 73 passagiers de dood vinden. ‘In een oorlog is alles geoorloofd’, stelt Bosch, die ondertussen niet al te subtiel suggereert dat hij nog wel meer op zijn kerfstok heeft. Zijn kompaan Luis Posada Carriles, die inmiddels in een Amerikaanse gevangenis zit en die het verstandiger vindt om geen antwoord te geven op de vraag hoeveel aanslagen hij precies heeft gepleegd op Castro, vult aan: ‘Misschien ben ik niet degene om dit te zeggen, maar ik denk dat hij zich veiliger voelt zolang ik in de cel zit, denk je ook niet?’

‘We hoeven maar één keer succesvol te zijn’, constateert de geharde anti-Castro activist Enrique Encinosa met een stalen gezicht aan het einde van deze ontluisterende film. En hij wil dat ook nog best een keer herhalen. ‘We hoeven maar één keer succesvol te zijn.’ Uiteindelijk lijkt het er echter toch op dat Magere Hein zelf met de eer is gaan strijken. In de nacht van 25 november 2016 heeft Fidel Castro alsnog het tijdelijke voor het eeuwige verwisselend. De doodsoorzaak is nooit bekendgemaakt. Het kan dus ook niet volledig worden uitgesloten dat – laten we zeggen – aanslag 639 tóch succesvol is geweest.

Lenny Bruce: Swear To Tell The Truth

Whyaduck Productions

Zijn scheiding van Hot Honey Harlow maakte Lenny Bruce van Lenny Bruce, stelt zijn moeder Sally. Van tevoren zocht de Amerikaanse stand-upcomedian (1925-1966) ook al de grenzen van het betamelijke op, zowel op het podium als in zijn privéleven, maar daarna was de beer pas écht los.

Honey Bruce, hun dochter Kitty en Lenny’s moeder Sally Marr schetsen in Lenny Bruce: Swear To Tell The Truth (97 min.) een levendig beeld van de branieschopper uit New York. Hij maakte van zijn hart nooit een moordkuil, maar moest zijn mond vervolgens wel talloze malen spoelen. Als een aanstootgevend woord maar vaak genoeg wordt gebruikt, zo leek echter Bruces stellige overtuiging, wordt het onschadelijk gemaakt.

Hij verdient ‘De Bad Taste Award’ schreef een krant toen Lenny Bruce in de jaren vijftig een vaste gast werd op de Amerikaanse televisie. Toen moesten zijn problemen met de wet nog beginnen. Regisseur Robert B. Weide toont in dit postume portret uit 1998 hoe de controversiële comedian zichzelf langzaam in een hoek van de kamer schilderde en daarbij een fiks handje werd geholpen door de Amerikaanse autoriteiten.

Zij begonnen Bruce te vervolgen voor obsceen gedrag en -taalgebruik tijdens optredens en arresteerden hem ook vanwege het bezit van drugs. Al snel durfden clubeigenaren hun vingers niet meer te branden aan de komiek en dreigde zijn carrière uit te doven. Intussen ging de man, die de lusten van het leven nauwelijks kon weerstaan en ervan overtuigd was dat hij geen eerlijk proces had gekregen, naar de gallemiezen.

Hij liet een half afgemaakte zin achter op zijn typemachine, aldus verteller Robert de Niro in deze boeiende film, die met een jazzy soundtrack lekker op temperatuur is gebracht: ‘Conspiracy to interfere with the Fourth Amendment const…’ Het woord ‘constitutes’ zou hij nooit afmaken. Lenny Bruce ging ten onder aan datgene waarvoor hij had gestreden, het vrije woord, in combinatie met het gebruik van harddrugs.

Na hem zou er nooit meer een optredende artiest voor de rechter worden gedaagd vanwege obsceniteiten, constateert Weide tot besluit, alvorens hij voor de aftiteling de kraker I Fought The Law van de befaamde punkband The Clash instart. De boodschap daarvan, vervat in een zin van slechts vier woorden, is onontkoombaar: ‘And the law won.’

Norges Vei Tilbake

Netflix

Een hele generatie Noren is opgegroeid zonder eindtoernooi. Beter: met toernooien zonder het Noorse voetbalelftal. Sinds het Europees Kampioenschap van 2000 krijgt Noorwegen steeds de deksel op de neus tijdens de kwalificatie. De ene deceptie volgt op de andere.

Als de voetbalbond in 2020 oud-international Ståle Solbakken aanstelt als bondscoach, is er echter nieuwe hoop. Het Scandinavische elftal heeft met aanvoerder en spelverdeler Martin Ødegaard (Arsenal) en spits Erling Haaland (Manchester City) inmiddels internationale sterren in de gelederen. Toch gaat het in de kwalificatieronden voor het WK van 2022 en het EK van 2024 wéér mis. Solbakken dreigt de zak te krijgen. Hij krijgt echter nog één allerlaatste kans, om zich te plaatsen voor het wereldkampioenschap in de Verenigde Staten, Mexico en Canada van 2026.

En ditmaal slaagt de fanatieke coach wél in zijn missie. In het tweeluik Norges Vei Tilbake (internationale titel: Norway: The Dark Horse, 120 min.) reconstrueert Emil Trier de Noorse wederopstanding: hoe een elftal, dat in 2023 nog gebroken uit een verloren beslissingswedstrijd tegen Schotland is gekomen, zich weer opricht en via zeges op Italië, Moldavië, Estland en Israël een ideale uitgangspositie verwerft om het WK te bereiken. De climax daarvan, de allesbeslissende laatste wedstrijd tegen groepsfavoriet Italië, is alleen vreemd genoeg al aan het begin van de tweede aflevering geposteerd.

Als die horde is genomen – en, net als de vorige wedstrijden, met de gebruikelijke bombast en het nodige drama is uitgeserveerd – volgt de voorbereiding van het Noorse elftal op het wereldkampioenschap zelf, inclusief een oefenwedstrijd tegen het Nederlands elftal. Deze productie dreigt dan als een nachtkaars uit te gaan. Wat rest is alleen nog een kwestie die vermoedelijk vooral in Noorwegen zelf de gemoederen verhit: welke spelers halen de definitieve WK-selectie wel/niet? Is er bijvoorbeeld een plek voor Jens Petter Hauge, de sterspeler van de Champions League-revelatie Bodø/Glimt?

Net als de rest van het land verneemt de flankaanvaller het nieuws via een live-uitzending op televisie, waarin de namen van de geselecteerde spelers nog altijd omfloerst bekend worden gemaakt. Zodat het toch nog even spannend wordt.

Tetra: Acreditar De Novo

Netflix

Achter elke afzonderlijke naam hoort een uitroepteken. Carlos Alberto Parreira! (de coach die het Braziliaanse voetbalelftal in de aanloop naar het WK van 1994 door lastige tijden loodst). Dunga! (zijn onverwoestbare aanvoerder die daar de beslissende strafschop voor zijn rekening neemt). Branco! (de man die met z’n verwoestende linkerbeen dan al hoogstpersoonlijk het Nederlands elftal uit het toernooi heeft geknald). Bebeto! (de ene helft van het beste Braziliaanse spitsenduo sinds Pelé en Garrincha, die tijdens het toernooi vader wordt en al wiegend z’n doelpunten viert). En Romário! (Bebeto’s ongrijpbare aanvalsmaatje en de goaltjesdief onder de goaltjesdieven). In de Verenigde Staten maken ze hun land, na 24 lange jaren, met een zege op Italië eindelijk weer wereldkampioen.

Vrijwel de gehele Seleçao draaft ruim dertig jaar na dato ook op voor de terugblik Tetra: Acreditar De Novo (86 min.), inclusief ook Márcio Santos!, Jorginho!, Raí!, Mauro Silva!, Zinho!, Paulo Sérgio!, Viola!, Aldair! én reservekeeper Gilmar Rinaldi! Hij maakte in ‘94 achter de schermen maar liefst acht uur beeldmateriaal, dat nu als basis dient voor deze documentaire van Luis Ara. Alleen Rinaldi’s concurrent Taffarel! (de doelman die in de finale als overwinnaar uit de penaltyserie kwam) schittert ditmaal door afwezigheid. Zijn voormalige teamgenoten halen verrukt en geëmotioneerd herinneringen op aan een enerverend toernooi, dat even daarvoor extra lading heeft gekregen door het overlijden van hun teamgenoot Dener en de Braziliaanse Formule 1-legende Ayrton Senna.

Uit Rinaldi’s beelden komen smakelijke anekdotes voort, bijvoorbeeld over die ene motivatiespeech in de kleedkamer, nét voor aanvang van de WK-finale, waarin de spelers worden aangespoord om als Japanse Kawasaki-piloten voor de overwinning te gaan. Tot grote hilariteit van zijn medespelers corrigeert spits Romário de spreker direct: hij bedoelt kamikazepiloten! Zo wordt de spanning voor de belangrijkste wedstrijd van hun leven even doorbroken. Ook voormalige tegenstanders van Brazilië (de Zweed Patrik Andersson, de Amerikaan Tab Ramos, de Nederlanders Aron Winter en Ronald de Boer en de Italianen Gianluca Pagliuca, Demetrio Albertini, Alberico Evani) blikken in deze vermakelijke sportdocu terug op het toernooi dat voor hén uitloopt op een teleurstelling.

Inmiddels is het opnieuw 24 jaar geleden dat het Braziliaanse elftal wereldkampioen is geworden, tijdens het WK van 2002 in Zuid-Korea en Japan, en snakt ‘s werelds succesvolste voetballand naar een nieuwe titel – al zou het natuurlijk ook wel aardig zijn als Virgil van Dijk!, Frenkie de Jong! en Memphis Depay! over een jaar of dertig op een soortgelijke manier mogen terugkijken op hun avontuur in de Verenigde Staten, Canada en Mexico in 2026.

The Battle Over Citizen Kane

PBS

In The Battle Over Citizen Kane (110 min.) wordt een verpletterende botsing gereconstrueerd. Tussen twee gi-gan-ti-sche ego’s, welteverstaan. Tussen Orson Welles (1915-1985), de maker van de baanbrekende film Citizen Kane (1941), en William Randolph Hearst (1863-1951), de mediamagnaat op wiens leven die film is gebaseerd. Twee mannen met wie altijd wat loos is. Ze zijn allebei mateloos, roekeloos en grenzeloos en lijken waarschijnlijk ook meer op elkaar dan ze zichzelf realiseren.

Deze documentaire van Thomas Lennon en Michael Epstein uit 1996, die destijds werd genomineerd voor een Oscar, zet de levens van deze twee mastodonten tegenover elkaar. De rijkeluiszoon Hearst bouwt een eigen krantenimperium op, probeert tevergeefs burgemeester, gouverneur en president te worden en groeit desondanks uit tot één van de rijkste en machtigste mannen van de Verenigde Staten. Welles wordt intussen beschouwd als een absoluut wonderkind, maakt als jongeling furore in het New Yorkse theater en jaagt half Amerika in 1938 de stuipen op het lijf met het nét iets te realistische hoorspel War Of The Worlds over een acute aanval van buitenaardse wezens.

Als Orson Welles op 24-jarige leeftijd zijn eerste film gaat maken, kiest hij de meedogenloze mediatycoon als zijn doelwit. Die is wel wat kritiek gewend en trekt zich daar doorgaans weinig van aan. Welles maakt echter één cruciale fout: hij richt zijn peilen ook op Hearsts maîtresse, de 35 jaar jongere actrice Marion Davies. Het jeugdige genie bestaat het zelfs om zijn koosnaampje voor haar edele delen, ‘rosebud’, belachelijk te maken. Als dat nieuws uitlekt, stelt de grondlegger van de Amerikaanse riooljournalistiek alles in het werk om Welles film te laten vernietigen en de maker daarvan helemaal kapot te maken – een kwestie die ook nog zal worden opgeroepen in de speelfilm RKO 281 (1999).

The Battle Over Citizen Kane, in goede banen geleid door een lekker vileine verteller (schrijver Richard Ben Cramer), verhaalt over hoe die epische ruzie hen allebei ten gronde richt. William Randolph Hearst besmet er zijn eigen reputatie mee, terwijl Orson Welles al snel ‘Amerika’s jongste has been’ wordt gedubd en er nooit meer helemaal bovenop zal komen. En het gekke is, betogen Lennon en Epstein in deze gesmeerd lopende film, in de fictieve hoofdpersoon van de gewraakte film, Charles Foster Kane, zijn ze allebei te herkennen. ‘Orson maakte een autobiografische film’, stelt Robert Wise zelfs, die Citizen Kane monteerde. ‘Maar hij realiseerde zich dat helemaal niet.’

U.S. Against The World: Four Years With The Men’s National Soccer Team

HBO Max

Sinds het wereldkampioenschap voetbal van 2026 acht jaar geleden is toegewezen aan de Verenigde Staten, Canada en Mexico, is het doel van het Amerikaanse team duidelijk: de wereldcup pakken in eigen land. Ofwel: U.S. Against The World: Four Years With The Men’s National Soccer Team (302 min.), een beetje zoals het ook al een tijdje buiten het voetbalstadion gaat. En president Donald Trump is natuurlijk ook de eerste die de overwinning zal claimen als het daadwerkelijk zover komt.

Halverwege het project, bij het WK van 2022 in Qatar, komt Team USA in elk geval niet verder dan de achtste finale, waarin niemand minder/meer dan het Nederlands elftal van Louis van Gaal te sterk blijkt. Dat toernooi wordt afgewikkeld in de eerste aflevering van deze gelikte vijfdelige serie van Rand Getlin en Janina Pelayo. In de navolgende jaren en afleveringen neemt de zelfverklaarde ‘Golden Generation’ nog aan diverse andere, altijd weer héél belangrijke toernooien deel en dreigt hun missie serieuze averij op te lopen.

Als de Amerikanen in 2024 bijvoorbeeld deelnemen aan de Copa América, eveneens in eigen land, komt bondscoach Gregg Berhalter door tegenvallende resultaten onder enorme druk te staan. Want ook in Amerika ziet de scheidsrechter het soms helemaal verkeerd en staan er stuurlui aan de wal die het écht beter weten. Een leiderschapswissel blijkt onvermijdelijk. De no-nonsense trainer wordt opgevolgd door de Argentijnse toptrainer Mauricio Pochettino. Maar of de resultaten daarvan beter worden?

Getlin en Pelayo maken van elke afzonderlijke match (Uruguay! Panama! Guatemala!) een enerverende samenvatting en laten tussendoor miniportretjes van enkele spelers en hun gezinnen zien. Veteraan Tim Ream bijvoorbeeld, die na bijna tien jaar in de Britse Premier League, hoopt dat hij toch weer mee mag naar het WK. Linksback Antonee Robinson, die daaraan, vanwege een aanhoudende blessure, inmiddels flink twijfelt. En alle spelers die, door geboorteplek of familiebanden, eigenlijk ‘toevallig’ Amerikaan zijn.

De Nederlandse Amerikaan Sergino Dest en de Duitse Amerikaan Malik Tillman worden er nog uitgelicht in de slotaflevering van deze vermakelijke miniserie. Dit geldt helaas niet voor die andere PSV’er, de Mexicaanse Amerikaan Ricardo Pepi. Zij zijn stuk voor stuk onderdeel van een sportploeg, met een opmerkelijk emotionele coach, die gedurende de jaren heel wat teleurstellingen moet slikken om uiteindelijk uit te kunnen komen bij het beoogde einddoel: die wereldtitel in eigen land.

Daarvoor lijkt dan wel een klein wonder nodig.

Deze bespreking is na elke aflevering bijgewerkt.

Stonewall Uprising

PBS

In de zomer van 1969 komen de jaren zestig alsnog op gang voor Amerikaanse homo’s, lesbiennes en drags, die hun eigen strijd om burgerrechten beginnen te voeren.

Homoseksualiteit wordt dan nog beschouwd als een psychische aandoening, die desnoods onder dwang moet worden behandeld. Met elektroshocks bijvoorbeeld, al zijn ook een lobotomie of castratie niet uitgesloten. ‘Twee-derde van de Amerikanen kijkt naar homoseksuelen met walging, ongemak of angst’, vat de befaamde journalist Chris Wallace het sentiment in zijn land samen in de televisiereportage The Homosexuals uit 1967. Praktiserende homoseksuelen moeten volgens hen vervolgd worden.

Het is dus niet vreemd dat deze Amerikanen doorgaans ondergronds proberen te blijven. ‘Het idee van uit de kast komen was belachelijk’, herinnert de schrijver Eric Marcus zich in deze documentaire van het echtpaar Kate Davis en David Heilbroner uit 2010. ‘Uit bestond helemaal niet. Iedereen bleef in de kast.’ Durfals en activisten, of gays die simpelweg niets te verliezen hebben, ontmoeten elkaar op clandestiene plekken. Die worden alleen met de regelmaat van de klok geconfronteerd met invallen van de politie.

De politieactie bij de New Yorkse homobar The Stonewall Inn op 28 juni 1969 is er echter nét één te veel en veroorzaakt een heftige tegenreactie, de zogeheten Stonewall Uprising (81 min.). Dit cruciale moment in de geschiedenis van de Amerikaanse LHBTIQ+-beweging wordt in deze film opgeroepen met direct betrokkenen, zowel bezoekers van The Stonewall als agenten van de NYPD. Ook de latere burgemeester Ed Koch, over wie wordt gefluisterd dat hij zelf wel eens gay zou kunnen zijn, blikt terug.

Davis en Heilbroner vullen het bestaande beeldmateriaal van de opstand aan met gedramatiseerde scènes. Zo verschijnt de dag waarop de groep die altijd in de hoek zit waar de klappen vallen terugslaat, weer helder op het netvlies. Vanachter die tumultueuze junidagen, die ook aan de basis staan van Gay Pride, komt een wereld tevoorschijn, die met hedendaagse ogen bekeken ronduit schokkend is. Waarin uiting geven aan wie je bent of wilt zijn illegaal is en zomaar kan leiden tot arrestatie.

The A List: 15 Stories From Asian And Pacific Diasporas

HBO Max

Kan deze opzet werkelijk méér worden dan een opsomming van op zichzelf best interessante levensverhalen, samengevat in grofweg een minuut of zes? Of tellen de individuele getuigenissen in de interviewfilm The A List: 15 Stories From Asian And Pacific Diasporas (84 min.) daadwerkelijk bij elkaar op?

Regisseur Eugene Yi zet vijftien miniportretjes van bekende Aziatische Amerikanen achter elkaar en probeert zo de dilemma’s van hun leven in een witte wereld te schetsen. Actrice Sandra Oh vierde grote successen met Grey’s Anatomy, een televisieserie met een opvallend diverse cast, en bijt het spits af. Daarna volgt een brede waaier aan biculturele bronnen, variërend van de Pulitzer Prize-winnende fotograaf Manny Crisostomo en zwarte gaten-onderzoeker Nergis Mavalvala tot Basement Bhangra-DJ Rekha en de Democratische politicus Tammy Duckworth.

De bekende Chinees-Amerikaanse journalist Connie Chung probeerde bijvoorbeeld te overleven in de televisiewereld door het gedrag van de witte mannen om haar heen te kopiëren. De Pakistaanse stand-upcomedian Kumail Nanjiani moest zich na de aanslagen van 11 september 2001 gedurig verweren tegen associaties met Osama Bin Laden en voelt zich nog altijd geen volbloed Amerikaan. En Kathy Masaoka maakte zich sterk voor herstelbetalingen aan Japanse Amerikanen die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden afgevoerd naar interneringskampen.

Alle sprekers hebben zo hun eigen ervaringen met het leven tussen twee werelden. Recht in de cameralens kijkend delen ze hun verhalen, die door Yi op elkaar worden gestapeld en die uiteindelijk samen een soort totaal-narratief vormen over de Aziatische gemeenschap van de Verenigde Staten. Door de gekozen opzet houdt The A List echter toch echt iets vluchtigs, als ware het een verzameling YouTube-portretjes van rolmodellen die gerust elke zes minuten even op pauze kan worden gezet.

Melania

Prime Video / Amazon MGM

Vóór deze Melania (2026) was er al een andere Melania (2022). Vóór Melania Trump was er natuurlijk ook Melania Knauss. Vóór de Amerikaanse presidentsvrouw een Sloveens topmodel. En vóór dit pompeuze portret van Brett Ratner dus al een ongeautoriseerde film uit haar geboorteland van Jurij Gruden.

Die eerste Melania-film probeert de vrouw te vangen, die de lange weg heeft afgelegd van een arbeidersgezin in de Balkan naar het Witte Huis in Washington. Gruden moet daarbij nogal wat hindernissen nemen: zijn hoofdpersoon blijft buiten bereik en mensen die dichtbij haar staan, als die er al zijn in Slovenië, krijgt hij ook niet te pakken. Hij moet ‘t doen met een jeugdvriendin, haar advocaat, meneer pastoor en diverse fotografen, waaronder de Fransman Philip Plisson, die totaal verrast is als hem duidelijk wordt dat hij talloze keren een jongere versie van de First Lady voor zijn camera heeft gehad.

Hoe anders zijn de werkomstandigheden voor Ratner. Hij krijgt zogezegd ongefilterd toegang tot Melania, haar liefdevolle man Donald, vader Viktor en de gehele hofhouding van de Trumps. Twintig dagen lang mag hij, ogenschijnlijk als een vlieg op de muur, bij haar aansluiten, in de aanloop naar de tweede inauguratie van haar echtgenoot in 2025. Melania is zelfs bereid gevonden om de film zelf te produceren en als verteller te fungeren. Met vaste hand en afgemeten stem kadert ze haar eigen dagelijkse bezigheden in. Een sterke, betrokken, creatieve, strenge en sociaal voelende vrouw.

Althans… voor iedereen die meegaat in Melania’s narratief. Want elke scène die Brett Ratner zomaar lijkt te registreren is natuurlijk zorgvuldig geregisseerd. Haar leven oogt als een continue choreografie van statige plekken, fotogenieke activiteiten en knipmessende medewerkers, waarbij niets aan het toeval is overgelaten. Of zou Donald haar echt informeren over hoeveel kiesmannen hij heeft gewonnen, terwijl de verkiezingsuitslag dan al zeker twee maanden bekend is? En zou zij werkelijk de omschrijving ‘vredestichter en vereniger’ aan zijn inauguratiespeech hebben toegevoegd om alvast een voorschot te nemen op z’n nalatenschap?

Bij Trump valt natuurlijk niets uit te sluiten. Zoals bij zijn vrouw niets op toeval lijkt te berusten. Elke blik, elk lachje, elke knuffel oogt professioneel. Deze vrouw weet hoe ’t is om bekeken te worden. Ratner legt ’t allemaal ademloos vast en geeft het geheel nog een extra plastic randje met een wezenloze soundtrack, bestaande uit aalgladde eightieshits en klassieke klassiekers. Met zijn film maakt hij van haar, nádat ze dus ooit een gewoon Sloveens arbeidersmeisje was dat begon te dromen over een carrière als supermodel, nu een soort ultieme combinatie van Imelda Marcos, Anna Wintour en Carmela Soprano.

Waarna ie tot besluit, onder de noemer ‘Melania Trump is reinventing the role of America’s First Lady’, nog braaf al haar gigantische prestaties in het eerste jaar van de navolgende ambtstermijn opsomt.

Red Army

Sony Pictures Classics

Sport is oorlog voor de Sovjets. Tijdens ijshockeywedstrijden wordt dus de Red Army (84 min.) ingezet. Het nationale team van de Sovjet-Unie moet de suprematie van het communistische ideaal uitdragen en regelmatig een tik aan het vrije westen uitdelen in de Koude Oorlog.

In de jaren tachtig is vooral eerherstel nodig. Bij de Olympische Spelen van Lake Placid is ‘Het Rode Leger’ onverwacht verslagen door de Verenigde Staten, een overwinning die de Amerikaanse geschiedenis zal ingaan als ‘the miracle on ice’ en die onlangs nog is gereconstrueerd in de documentaire Miracle: The Boys Of ‘80 (2026). In de Sovjet Unie wordt de pijnlijke nederlaag beschouwd als niets minder dan een vernedering.

Aan het vernieuwde Sovjet-team, opgebouwd rond hockeyers die samen ‘De Russische Vijf’ worden genoemd, de taak om wraak te nemen. Dat moet gebeuren onder leiding van de bikkelharde coach Viktor Tikhonov, een man die intens wordt gehaat door zijn eigen team. ‘Als ik ooit een harttransplantatie nodig heb, wil ik het hart van Tikhonov’, zou één van zijn spelers ooit hebben gezegd. ‘Want hij heeft het nog nooit gebruikt.’

Dat wordt in deze boeiende film van Gabe Polsky uit 2014 nog eens benadrukt, als de hoofdpersoon daarvan, Tikhonovs sterspeler Slava Fetisov, in de Amerikaanse National Hockey League wil gaan spelen. Fetisov weigert om het leeuwendeel van zijn salaris af te staan aan de staat, roept daarmee heel wat ellende over zich af en krijgt dan van zijn coach en sommige teamgenoten zeker niet de rugdekking waarop hij hoopt.

Polsky omlijst alle verwikkelingen op, naast en boven het ijs met een zwierige Russische soundtrack, houdt het tempo er flink in en beschikt met de soms lekker dwarse Fetisov over een fijn centraal personage. Hij belichaamt de ontwikkeling die zijn land in die laatste jaren van de Koude Oorlog doormaakt. Na de ontmanteling van de Sovjet-Unie zal ook hij bovendien een opmerkelijke remonte maken in Vladimir Poetins Rusland.

Red Army wordt daarmee méér dan zomaar een sportfilm, over een superteam dat de ene prijs op de andere stapelt. De documentaire dringt door tot het wezen van de Sovjet-Unie, waar de staat almachtig is en gewone burgers volstrekt ondergeschikt zijn, en laat ook zien hoe dat maatschappijmodel steeds verder onder druk komt te staan en daaronder bezwijkt. Waarna het aloude patriotisme al snel toch weer opgeld doet.

#Skyking

Disney+

The sky’s no limit, staat er achter op het T-shirt van de man die op 10 augustus 2018 door de beveiligingspoortjes van vliegveld Sea-Tac in Seattle gaat. Niet veel later is hij doorgedrongen tot de cockpit van een Dash 8. Hij laat het Q400-vliegtuig van Alaska Airlines opstijgen en negeert pogingen van de luchtverkeersleiding om in contact met hem te komen. Bij het FAA Washington Operations Center gaan ondertussen alle alarmbellen af. Is het toestel gekaapt? En wat volgt er nu? Een (zelfmoord)aanslag?

‘Ik heb iets slechts en egoïstisch gedaan’, bekent ‘Horizon Guy 449’ even later, als hij zich toch bij de luchtverkeersleiding meldt. ‘Maar het is niet erg. Ik ga naar Rainier.’ Op de grond kunnen ze nauwelijks geloven wat ze zojuist te horen hebben gekregen. ‘449, wil je zeggen dat je het vliegtuig hebt gekaapt?’ vraagt iemand ontzet. ‘Ja, ik ben bang van wel’, beaamt de onbekende man laconiek, om er enkele ogenblikken later al even luchtig aan toe te voegen: ‘Heb je enig idee of Dash 8 Q400 een barrel roll kan maken?’

De potentiële brokkenpiloot wordt al snel geïdentificeerd als Richard Russell, een 28-jarige grondmedewerker van het vliegveld, met de bijnaam ‘Beebo’. Hij heeft nog nooit gevlogen. In #Skyking (90 min.) probeert Patricia E. Gillespie met Russells familie, vrienden en collega’s te begrijpen wat hun geliefde zoon, broer of vriend heeft bewogen. Via een koptelefoon krijgen zij bovendien voor het eerst zijn contacten met de luchtverkeersleiding te horen. Zo wordt zijn opzienbarende ‘vlucht’ gereconstrueerd.

‘Ik wilde gewoon een vluchtje maken’, vertelt Beebo, die klinkt als een toffe peer-variant op het Michael Douglas-personage in de speelfilm Falling Down, een gewone man die niet meer tegen het leven kan en dan een stap zet die eigenlijk alleen verkeerd kan aflopen. ‘Dus je bent in je eentje?’ vraagt de telefonist die Russell veilig naar de grond moet loodsen. ‘Ja’, antwoordt Beebo, die weet dat hij anderen in gevaar brengt met zijn doldrieste actie, hoorbaar schuldbewust. ‘Ik wilde niemand anders kwaad doen.’

Op de gezichten van zijn meeluisterende verwanten valt intussen af te lezen hoe zij zijn reis beleven. Ze leren hem opnieuw kennen. Wat ze horen roept ook talloze herinneringen op aan de man die zich met ‘zijn’ vliegtuig nu opmaakt voor een barrel roll, een levensgevaarlijke kurkentrekker-beweging. Gillespie vindt knap de middenweg tussen die twee verhaallijnen: de enerverende solovlucht zelf en het leven daarachter, van een desperate man die zichzelf wil bevrijden van zijn eigen beperkingen.

Aan het eind belicht zij ook nog het verhaal dat er naderhand is gemaakt van Beebo’s vlucht. Want die zal worden gekaapt door zowel uiterst links als rechts en door hen worden omgevormd tot een spectaculair broodjeaapverhaal, dat perfect past in hun eigen politieke agenda – en dat voor zijn familie en vrienden de man die zij nog altijd hoog hebben zitten juist bezoedelt. Deze indringende film brengt de #Skyking weer terug tot menselijke proporties en benadrukt tegelijk hoe onwaarschijnlijk zijn missie was:

Dramatisch, aangrijpend en totaal (on)begrijpelijk.

Dolly Parton: America Reunited

Arte

Natuurlijk begint dit portret van Dolly Parton met haar grootste hit. Over Jolene, de haaibaai die haar vent probeerde te stelen. Tevergeefs, natuurlijk. De Amerikaanse zangeres, songschrijver en actrice blijkt steeds weer onweerstaanbaar. Niet alleen overigens door haar ‘royale rondingen’, aldus de verteller van Dolly Parton: America Reunited (52 min.). Ook door de tamelijk overdadige manier waarop de inmiddels tachtigjarige ster zich opmaakt en kleedt. Ofwel Dollyfashion, ‘een overdreven versie van vrouwelijkheid’.

Daarachter gaat een vrije, sterke en ambitieuze vrouw schuil. Ferm stippelt ze haar eigen carrière uit, die hier met louter archiefbeelden en -interviews wordt gereconstrueerd door Nicolas Maupied. Als meisje uit de Appalachen debuteert ze halverwege de jaren zestig in Nashville met de single Dumb Blonde, maar blijkt natuurlijk allesbehalve een dom blondje. Zestig jaar later is zij ‘s werelds countryhoofdstad allang ontgroeid. Dolly – achternaam overbodig – is een begrip geworden. De ‘wise old woman’ van de Amerikaanse entertainmentindustrie.

Daarvoor moet ze zich eerst nog wel losmaken van haar vaste muzikale partner Porter Wagoner. Dolly’s afscheid resulteert in nóg een ongenadige wereldhit: I Will Always Love You. Tweemaal zelfs. Als we de aalgladde versie van Whitney Houston meerekenen. Parton heeft zich dan ook al ontworsteld aan de conservatieve countrywereld. Geheel op eigen kracht groeit ze uit tot een pop- en filmster, ontwikkelt zich tot de peetmoeder van de Amerikaanse LHBTIQ+-scene en begint in Tennessee zowaar haar eigen themapark, Dollywood.

Deze televisiedocu zet al die ontwikkelingen, waarbij ze achter de schermen allerlei persoonlijke tegenslagen moet verstouwen en in het openbaar haar sociale hart laat zien, netjes achter elkaar, voegt daar kleurrijke animaties aan toe en laat de sterke vrouw in kwestie, via oude televisie-interviews, tussendoor ook nog reageren. Als Whitney Houston met die cover van Dolly’s ultieme liefdesverklaring ook haar kas flink heeft gespekt, reageert ze bijvoorbeeld met kenmerkende zelfspot. ‘Het kost veel geld om er zo goedkoop uit te zien.’

Zo maakt Dolly Parton zichzelf definitief onweerstaanbaar en blijft ze meteen eeuwig jong. Want intussen is ook Jolene, haar meesterzet als songschrijver, opgepakt door nieuwe generaties

Trailer Dolly Parton: America Reunited

Chess Mates

Netflix

‘Ik had het gevoel dat ik niet tegen een mens speelde’, zegt Magnus Carlsen, de beste schaker van de wereld, als hij terugblikt op zijn tweekamp met Hans Niemann tijdens de strijd om de prestigieuze Sinquefield Cup in St. Louis in 2022. De gedoodverfde Noorse favoriet is daar van het bord gespeeld door een negentienjarige uitdager, die door elke kenner véél lager wordt aangeslagen en tóch heer en meester bleek in de tweekamp. Dat riekt naar vals spel. Heeft Niemann zich stiekem laten influisteren door een schaakcomputer?

‘Het is duidelijk dat Hans niet te vertrouwen was’, stelt Carlsens vader en manager Henrik onomwonden in de boeiende documentaire Chess Mates (75 min.) van Thomas Tancred (Last Stop Larrimah), één van de betere afleveringen van Netflix’s sportdocuserie Untold. ‘Hij was een potentiële bedreiging voor de schaakwereld.’ Zijn zoon Magnus laat het er niet bij zitten. Hij verlaat het toernooi en maakt zijn New Yorkse opponent, via een slinkse omweg, publiekelijk zwart. Hans Niemann zou tijdens de wedstrijd in het geheim signalen hebben gekregen via, werkelijk waar, ‘anale kralen’.

De jonge grootmeester die de zwarte Piet krijgt toegeschoven is zich zelf van geen kwaad bewust. Volgens Niemann is Carlsen gewoon een slechte verliezer. Hij heeft de schijn wel tegen: toen hij tijdens de Coronacrisis als jonge hond, met veel bravoure en theater, furore begon te maken op het toonaangevende online-platform chess.com, werd de schaakinfluencer al eens betrapt op vuil spel. Nu de kampioen een banvloek over hem heeft uitgesproken, wordt Niemann daarom direct in de ban gedaan. Maar betekent dit ook dat hij op een oneerlijke manier heeft gewonnen van Carlsen?

Tancred zet de twee rivalen, de meester die gewend is om te winnen en de ‘angry young man’ die diens heerschappij zonder enige vorm van respect aanvecht, nog eens recht tegenover elkaar in deze enerverende film. Hoeveel minachting of achterdocht ze ook koesteren, de twee lijken veroordeeld tot elkaar. In een man-tot-man gevecht, online of juist ‘over the board’, over wie er de beste schaker in de wereld is. Waarbij veel, zo niet alles, geoorloofd lijkt om te winnen. Op het bord of in de publieke opinie.

Love, Ted Bundy

Oxygen

Hij werkte als vrijwilliger voor een zelfmoordpreventiehulplijn, publiceerde over hoe seksueel geweld kan worden voorkomen en was actief binnen een misdaadcommissie van de Amerikaanse stad Seattle. Edna Cowell Martin vond haar knappe neef Ted een moordkerel. Ze adoreerde hem als een oudere broer. De twee waren samen opgegroeid en belandden daarna allebei op de Seattle University. En toen begonnen er in 1974 in hoog tempo jonge vrouwen te verdwijnen in de staat Washington, meisjes die zomaar vriendinnen hadden kunnen zijn van Edna. De gedachte dat Ted in de buurt woonde gaf haar toch wel enig gevoel van veiligheid.

Bijna een halve eeuw heeft de Amerikaanse vrouw gezwegen over deze neef, de man die tegenwoordig als ‘de popster onder de seriemoordenaars’ te boek staat. In 1986 nam Edna weer contact op met Ted Bundy, die toen al lang en breed in een dodencel zat te wachten op zijn executie. Ze hadden in de voorgaande tien jaar geen contact met elkaar gehad. Zijn nicht had besloten om Ted te schrijven, in de hoop hem informatie over zijn (nog onbekende) slachtoffers te kunnen ontfutselen. De neef, die z’n hele leven dus een complete vreemde voor haar was gebleven, beantwoordde haar brieven. Hij ondertekende die alsof er niets aan de hand was: Love, Ted Bundy (85 min.).

Edna Cowell Martin wil haar briefwisseling met die beruchte neef nog altijd alleen met handschoenen aanraken. Ze heeft haar schroom om over hem te vertellen inmiddels wel laten varen. Ze was bepaald niet de enige die zich door Ted in de luren had laten leggen. Haar latere echtgenoot Don vond het een ‘goeie gast’, vertelt hij aan documentairemaker Christopher Cassel, die hun herinneringen omkleedt met een mixture van archiefmateriaal en erg gelikte reconstructies. De twee kunnen een uniek persoonlijk perspectief toevoegen aan wat er al bekend is over de diabolische killer – al tasten ook zij nog altijd, letterlijk, in het duister over wat er écht in hem omging.

Edna kan zich met terugwerkende kracht nog wel een paar momenten herinneren, waarin zijn ogen letterlijk zwart werden en haar geliefde neef even een totaal andere man leek. Het monster dat zich in eigen kring altijd verscholen had gehouden, zou later diepe schaamte veroorzaken bij alle mensen die hem ooit tot hun familie of vriendenkring hadden gerekend. Anna, het enige kind van Edna en Don, ontdekte zelfs pas later dat haar moeder verwant was aan Ted Bundy, de seriemoordenaar over wie we bijna veertig jaar na zijn dood, getuige ook Edna’s boek Dark Tide en deze degelijke true crime-docu die daarop is gebaseerd, nog altijd niet zijn uitgepraat.

The Truth And Tragedy Of Moriah Wilson

Netflix

Ze heeft haar leven in sneltreinvaart geleefd. Alsof ze altijd al wist dat haar tijd beperkt zou zijn… Althans, dat is het gevoel dat moeder Karen, vader Eric en broer Matt hebben overgehouden aan het veel te korte bestaan van Anna Moriah Wilson (1996-2022). Van start tot finish zijn de Amerikaanse wielrenster uiteindelijk nog geen 26 jaar vergund geweest. Het leven van de jonge Amerikaanse vrouw, die voorbestemd leek voor een topsportcarrière als gravelbiker, is op 11 mei 2022 bruut beëindigd in Austin, een stad in de zuidelijke staat Texas.

Moriah Wilson verblijft dan voor de Gravel Locos-wedstrijd bij een vriendin die ze thuis in Vermont, helemaal in het noordoosten van de Verenigde Staten, heeft leren kennen. Caitlin Cash zal haar daar ook levenloos en zwaar bebloed aantreffen. Verder kent ‘Mo’ maar één andere persoon in Austin: Colin Strickland, een succesvolle gravelbiker met wie ze al een tijdje aan het daten is. Hij is sinds enige tijd weer vrijgezel – al woont zijn ex Kaitlin Armstrong nog wel in hetzelfde huis – en zal de laatste persoon worden die haar in levende lijve heeft gezien.

In The Truth And Tragedy Of Moriah Wilson (97 min.) belicht Marina Zenovich kort Wilsons wielercarrière, waarna ze zich vooral richt op het misdrijf en de nasleep daarvan, die via interviews met direct betrokkenen en beelden van bodycams van politiemensen, verhoren en beveiligingscamera’s zorgvuldig in kaart worden gebracht. Deze docu moet ‘t niet zozeer hebben van z’n true crime-gehalte – relatief weinig spanning & sensatie! – maar focust zich op de menselijke tol en de nauwelijks te bevatten rol daarbinnen van pure pech.

Vanachter de kille moord komen bovendien enkele indringende vragen tevoorschijn: kun je altijd de gevolgen van je eigen daden overzien? Wanneer ken je iemand echt? En (hoe) kun je betekenis geven aan het verlies van het dierbaarste wat je hebt?