Eye Of The Storm

Montrose Pictures

‘Ik moet maar hopen dat ik goed heb gegokt’, zegt James Morrison (1932-2020) enigszins opgelaten lachend, terwijl hij in zijn atelier in het Schotse kuststadje Montrose kijkt naar de helblauwe lucht die hij heeft geschilderd. ‘s Mans zicht en gezondheid gaan zienderogen achteruit. ‘De gedachte dat ik hier aan het werk ben en niet de juiste kwast kan uitkiezen en vervolgens iets kan maken wat ertoe doet, boezemt me echt angst in.’

De tijd dat hij buiten kon werken ligt sowieso al achter de Schotse schilder. Jarenlang stond hij met zijn poten in modder als hij de wereld om hem heen vereeuwigde op zijn canvas. Ten tijde van de opnames voor het sfeervolle portret Eye Of The Storm (tv-versie: 52 min.) is Morrison, ook door de dood van zijn geliefde vrouw Dorothy, echter al enige tijd veroordeeld tot zijn eigen werkruimte. Toch probeert hij onverminderd zijn eigen hoge standaard te blijven halen.

Zijn hele leven lang zag hij de wereld – zijn eigen thuisbasis Schotland in het bijzonder – zoals niemand anders die zag. En anderen mochten met hem meekijken. Tijdens From Angus To The Arctic, een overzichtstentoonstelling in The Scottish Gallery te Edinburgh, is de weerslag daarvan te zien: expressieve werelden, waarin nauwelijks een mens is te zien. Want die is uiteindelijk irrelevant voor het landschap, aldus de hoogbejaarde kunstenaar.

Regisseur Anthony Baxter omkleedt Morrisons levenslange ‘jacht op het licht’ met beelden uit oude reportages, een weelderige soundtrack en animaties die Catriona Black maakte aan de hand van zijn reizen naar de Noordpool. Zo ontstaat het beeld van een man met een missie, die nochtans aimabel en bescheiden is gebleven. Ook nu zijn tijd er langzamerhand opzit. ‘Het kan me niet schelen of ik slecht schilder. In dit stadium ben ik al blij dat ik verf op het canvas kan aanbrengen.’

Prince Of Muck

De Productie

‘We willen evolutie’, zegt Lawrence MacEwen. ‘Geen revolutie.’ De bebaarde Schotse boer gelooft in geleidelijkheid. Als er dan toch iets moet veranderen, laat het dan langzaam gaan. Vloeiend. Bijna zonder dat je het merkt. Precies zoals het nu met hemzelf zou moeten gaan. Langzaam maar zeker verdwijnt hij uit beeld op het eiland Muck, nabij de westkust van Schotland. Waarna zoon Colin zijn werk voortzet.

Zo verloopt ‘t alleen niet voor de Prince Of Muck (77 min.). Althans, zo vóelt het niet. Zijn opvolger wil niet naar hem luisteren. Die weet het beter. Ineens lijkt die dikke halve eeuw boeren er niet meer toe te doen. Lawrence’s vrouw Jenny vindt dat hij niet zo moet somberen. Laat die jongen toch! Zoals wij ‘t deden, zo doen ze ‘t nu niet meer, houdt ze haar echtgenoot voor. En die probeert zijn onvrede voor zichzelf te houden.

De man die zich begint te realiseren dat zijn tijd er zo langzamerhand opzit is nochtans een interessant hoofdpersonage voor deze verstilde film van Cindy Jansen. Terwijl hij zich bekommert om zijn koeien, werk verricht met zijn tractor of speelt met de kleinkinderen, mijmert de eilander over het verleden. Hij laat zijn lange leven de revue passeren en kan daarbij zomaar ineens een gedicht reciteren, dat hij als kind heeft geleerd.

Sinds jaar en dag houdt Lawrence ook een dagboek bij, een gewoonte die hij heeft overgenomen van zijn vader. Via voorgelezen fragmenten daaruit, die als geraamte voor deze documentaire fungeren, laat hij in zijn ziel kijken; van de rituele passages over werk, weer en wind tot een staccato verslag van ingrijpende levensgebeurtenissen en sterfgevallen. Hij is volledig vergroeid met Muck. Zoals zijn vader ooit was en zoon nu is.

Dat gevoel van afscheid nemen en ruimte maken voor een nieuwe generatie, een proces dat onvermijdelijk gepaard gaat met weemoed en weerzin, is voortdurend op de achtergrond aanwezig in dit bitterzoete portret van het leven op een idyllisch Schots eiland, waar de zee geeft en neemt en een koppige Schot en zijn familie hun complete leven slijten.

Killing Escobar

‘Je wordt alleen gevraagd om Pablo Escobar om te leggen als je over de juiste ervaring beschikt’, zegt Peter McAleese, terwijl hij als een echte Hollywood-schurk recht in de camera kijkt. De Schotse huurling had op dat moment zijn strepen al verdiend in vuile oorlogen te Jemen, Angola en Zuid-Afrika. Hij schrok dus helemaal niet van de opdracht om ‘s werelds bekendste drugscrimineel, verantwoordelijk voor zo’n tachtig procent van de cocaïneproductie, naar de eeuwige jachtvelden te helpen. Tuurlijk! Hoeveel schuift het?

Samen met zijn contactpersoon David Tomkins, ook al zo’n principiële strijder als het gaat om goed verdienen, vertrekt McAleese in 1989 naar Colombia om kennis te maken met het Cali-kartel, dat in een bloedige burgeroorlog is verwikkeld met Escobar en z’n criminele vrinden uit Medellin. De opdracht is even simpel als gevaarlijk: Killing Escobar (93 min.). ‘Ik was best zenuwachtig de eerste keer dat ik iemand doodde’, haalt McAleese herinneringen op aan zijn ervaringen als beginnend ‘soldaat’. Over Pablo Escobar zegt hij: ‘Ik heb het nooit beschouwd als moord. Ik zag hem gewoon als een doelwit.’

McAleese en Tomkins besluiten om een eliteteam samen te stellen, dat we voor het gemak The Magnificent Twelve zullen dubben – al zou The Gang That Couldn’t Shoot Straight uiteindelijk ook een adequate benaming blijken. Regisseur David Whitney maakt van hun militair opgezette operatie een spannende actiefilm, compleet met erg vet aangezette scènes op locatie met acteurs. Hij heeft ook beeldmateriaal van de schuinsmarcheerders zelf, die zich natuurlijk eerst te goed doen aan de plaatselijke drank en vrouwen. Daarmee beginnen ze lokaal alleen wat in het oog te lopen. Dus, in de woorden van Peter McAleese: ‘time to leave town’. Met een heel wapenarsenaal, welteverstaan. Op naar Pablo’s vesting.

Voor de geblokte Schot is de actie om Escobar te liquideren een logisch vervolg op een veelbewogen leven, eerder opgetekend in de autobiografie No Mean Soldier, dat van hem een beroepskiller heeft gemaakt. Samen met Tomkins, enkele teamleden, vertegenwoordigers van de Amerikaanse Drugs Enforcement Agency en een paar kopstukken van de Cali- en Medellin-kartels kan McAleese dus meer dan genoeg sterke verhalen uit de losse pols schudden voor een onderhoudende vertelling. En aan het eind, als het water hem aan de lippen komt te staan, vraagt hij als een goede katholieke jongen uit Glasgow vergeving voor zijn zonden.

Want als puntje bij paaltje komt is die McAleese, althans volgens de tamelijk zoetsappige conclusie van deze gelikte actiedocu, toch best een geschikte peer.