The Choice 2020

PBS

Park Avenue, New York – Scranton, Pennsylvania

Lastpak – Stotteraar

Patser – Brave borst

Vastgoedman – Senator

Miljonair – Beroepspoliticus

Roy Cohn – John F. Kennedy

Art Of The Deal – Politieke deal(tje)s

Playboy – Familieman

Overspel – Auto-ongeluk

Central Park Five-laster – Plagiaatschandaal

Altijd ontkennen – Excuses aanbieden

Narcist – Mensenmens

Celebrity – Hoge heer

You’re fired – Folks, folks, folks

Provocateur – Mooiprater

Bullebak – Blunderaar

Trophy Wife – Dokter Jill

Grab ‘em by the pussy – Iets te intiem knuffelen

Lefgozer – Opa

Stem van het volk – lid van The Swamp

Richard Nixon  – Barack Obama

Roger Stone/Rudy Giuliani/Mary Trump – Val Biden/Valerie Jarrett/Jill Biden

COVID-ontkenner – Basement Biden

The Donald – Average Joe

Republikeinse president – Democratische vicepresident

Dat is The Choice 2020 (114 min.):

Trump versus Biden

Dinsdag 3 november 2020

Bully. Coward. Victim. The Story Of Roy Cohn

In de hoogtijdagen van de Koude Oorlog zouden ze Amerikaanse atoomgeheimen hebben doorgespeeld aan aartsvijand de Sovjet-Unie. Het echtpaar Julius en Ethel Rosenberg werd in 1953 ter dood gebracht. Ruim 65 jaar later portretteert hun kleindochter Ivy Meeropol de man die een sleutelrol speelde in hun veroordeling: Roy Cohn (1927-1986), een jonge advocaat die destijds aan de vooravond stond van een prachtige carrière als rechterhand van communistenjager Joe McCarthy, raadsman van de georganiseerde misdaad in New York én lichtend voorbeeld van een jonge, ambitieuze zakenman uit die stad, ene Donald Trump.

Die laatste rol, als mentor van de huidige Amerikaanse president, vormde onlangs al het uitgangspunt voor een andere film over de man die ook wel ‘de verpersoonlijking van slechtheid’ is genoemd: Where’s My Roy Cohn? (2018], een tamelijk traditionele en doeltreffende biografie van Matt Tyrnauer. De openingsscène van Bully. Coward. Victim. The Story Of Roy Cohn (98 min.) maakt direct duidelijk dat Meeropol een persoonlijkere aanpak voor ogen heeft: in oude zwart-wit beelden spreekt ze als klein meisje met haar vader Michael over de terechtstelling van diens ouders. Haar familie heeft aan den lijve ondervonden wat de gevolgen kunnen zijn van de rücksichtslose handelswijze van Cohn, die de verklaring van een belangrijke getuige tegen haar grootouders op een onoorbare manier zou hebben beïnvloed.

Tegelijkertijd probeert de documentairemaakster met bronnen als filmmaker John Waters (die Cohn, als homo die zijn hele leven in de kast bleef, regelmatig tegenkwam op een soort gayparadijs), collega-advocaat Alan Dershowitz (waarmee hij aan de geruchtmakende zaak tegen Claus von Bülow werkte), en roddelcolumniste Cindy Adams (die hij regelmatig van nieuwtjes voorzag over lieden die hij in verlegenheid wilde brengen) ook een tamelijk traditioneel portret van het ‘larger than life’-personage Roy Cohn te schetsen. Die twee verhaallijnen komen alleen niet altijd even soepel samen, waardoor de film soms een wat rommelige indruk maakt.

Via onlangs ontdekte audiocassettes van een interview dat journalist Peter Manso in 1980 met hem deed voor een Playboy-profiel komt de man met de spottende lach, boksersneus en bijzonder kille ogen zelf ook nog aan het woord, waarbij hij nooit om een scherpe oneliner verlegen lijkt te zitten. Behálve als het gaat over zijn eigen seksuele geaardheid en de dodelijke ziekte die hij uiteindelijk zou oplopen, een publiek geheim dat hem, ongewild, tot een belangrijk personage in de theatervoorstelling Angels In America zou maken. Dat verborgen leven krijgt veel aandacht in deze onevenwichtige film, die natuurlijk ook inzoomt op zijn rol als mentor van de jonge Trump, in Cohns ogen een genie met een gouden toekomst.

Van de executie van de Rosenbergs heeft Roy Cohn volgens eigen zeggen nooit ook maar een nacht wakker gelegen. Die kregen gewoon hun verdiende loon. Zelfs als hun zoon Michael Meeropol hem in een tv-programma confronteert met gerommel in de rechtszaak tegen zijn ouders geeft Cohn geen duimbreed toe en houdt vast aan zijn eigen werkelijkheid. Een modus operandi waarvan ook zijn protegé, op wie hij zonder enige twijfel trots zou zijn geweest, als president van de Verenigde Staten zijn handelsmerk heeft gemaakt. Zo leeft Roy Cohn voort: als de man die eerst het McCarthyisme en later Donald Trump (mede) mogelijk maakte.

Where’s My Roy Cohn?

Altimeter Films

Where’s My Roy Cohn? (98 min.), schijnt Donald Trump nog wel eens te roepen als er een smerig klusje opgeknapt moet worden. Roy Cohn (1927-1986) was de spreekwoordelijke bullebak, die letterlijk over lijken ging om zijn cliënt te dienen. Een soort ‘Moszkowicz from hell’, met verdacht weinig respect voor de wet. En een man die intussen consequent aan ‘the wrong side of history’ belandde.

Bij het proces dat leidde tot de ter dood veroordeling van de Amerikaanse communisten Julius en Ethel Rosenberg, bijvoorbeeld. Of als rechterhand van senator Joe McCarthy, die een heksenjacht op vermeende communisten ontkende, het zogenaamde McCarthyisme. In een consigliererol voor de New Yorkse maffia ook. Én als een soort peetvader voor de jonge Donald Trump, die Cohns parool ‘als ze jou slaan, sla ze dan tien keer zo hard terug’ sindsdien volledig heeft verinnerlijkt.

Matt Tyrnauer portretteert het larger than life-personage Cohn met familieleden, geliefden, collega’s, journalisten en ‘dirty trickster’ Roger Stone, die de kneepjes van het vak kreeg bijgebracht door de diabolische Cohn en in de afgelopen jaren zelf als klusjesman voor Donald Trump fungeerde. Zij strooien met spraakmakende verhalen en smeuïge anekdotes, die door Tyrnauer met de nodige zwier aan fraai archiefmateriaal zijn geknoopt en met bombastische muziek worden opgediend.

Where’s My Roy Cohn? stevent uiteindelijk af op een tragische climax als de (niet al te) stiekeme homoseksueel ten prooi valt aan de meest gevreesde ziekte van zijn tijd. In dat kader zal hij na zijn dood nog worden vereeuwigd in het vermaarde theaterstuk Angels In America. Dit boeiende portret toont bovendien aan hoe invloedrijk de rücksichtslose Cohn is geweest. Ruim dertig jaar na zijn dood werpt hij nog altijd een schaduw over het hedendaagse Amerika, waar zijn voormalige protegé het zowaar tot president geschopt heeft.

In Bully. Coward. Victim. The Story Of Roy Cohn schetst documentairemaker Ivy Meeropol vanuit een persoonlijk uitgangspunt een portret van de gevreesde advocaat, die er mede voor zorgde dat haar grootouders ter dood werden veroordeeld vanwege landverraad.

Afrikaanse Bruid

Gilbert en Maxy / filmfestival.nl

‘Wat ik hier doe, dat kan ik in Europa niet doen’, zegt de Belgische pensionado Gilbert Heijndels, terwijl hij in een zwembad in zijn tweede thuisland Kenia een zoen ontvangt van de donkere schone Helen. ‘Mooie zwarte meisjes, zachte huid. En ik ga je uitleggen: ik heb nooit willen neuken met zwarten. Ik ben vele keren in Afrika geweest en ik wou daar niet aan beginnen. Ik was er vies van. Die stinken. Dat was een idee wat in mijn hoofd zat. Toen heb ik het toch een keer gedaan. En ik was gebeten door de microbe, hè?’. Hij vat samen: ‘Eenmaal zwart, altijd zwart.’

De hoofdpersoon van Afrikaanse Bruid (87 min.), de nieuwe documentaire van Roy Dames en Jos Driessen, laat het zich goed smaken in het zonnige Afrika. Alleen die Helen begint steeds meer een pijn in de bips te worden. Ze is net als al die anderen, foetert de voormalige militair: eerst laten ze zich bezwangeren door een plaatselijke vent en dan mag ik voor hen en voor het kind zorgen. Gilbert is echter niet overdreven kieskeurig als het zwarte vrouwen betreft: geen handvol, maar een landvol.

Die donkere dames weten zelf overigens ook wel van wanten. ‘Zie je die witte vent daar?’ zegt een Afrikaans meisje in een strandtent tegen haar vriendin. ‘Hij heeft een eng gezicht’, constateert die. ‘Waarom kijk je naar zijn gezicht? Je moet naar zijn portemonnee kijken.’ Ze geven elkaar lachend een high five. Hoewel ook Gilbert best doorheeft dat ze echt niet alleen vallen voor zijn vriendelijke karakter, laat hij zich uiteindelijk met liefde en plezier in de luren leggen. Niets in regenachtig België kan op tegen de geneugten van vrouwelijk Afrika, dat zich bovendien spontaan online aanbiedt.

Dames en Driessen volgen de overjarige schuinsmarcheerder in de laatste drie jaar van zijn leven, zonder commentaar of kritische vragen. De ‘Kenya Kimbo’ wordt wel van zéér dichtbij geobserveerd. ‘Die gaan we neuken, hè’, zegt hij bijvoorbeeld thuis tegen een oudere Belgische vrouw, die met hem op internet alweer een nieuwe vlam zoekt. Hij kiest voor Beatrice uit Oeganda, met die ‘mooie kont’. In Afrika laat Gilbert er geen gras over groeien. Hij stelt vast dat haar ‘kuma’ nat is. En dat zijn ‘mboro’ op haar wacht. Zonder condoom, kondigt hij aan tijdens de ontmoeting met Beatrice. Hij is tenslotte geen machine. Gewoon van tevoren een HIV-test doen. En dan… ‘diggi-diggi’.

Alle grootspraak ten spijt lijkt Gilbert helemaal niet gelukkig. Hij steekt de ene sigaret met de andere aan, drinkt als een Tempelier en mijmert over een zwarte schone genaamd Maxy, waaraan hij ooit écht zijn hart verloor. De Belg voelt zich bedrogen door al die veel te dure liefjes. ‘Die zuigen een blanke leeg’, moppert hij. ‘Het zijn net beesten.’ En als hij buiten gehoorsafstand is, laten zij zich (natuurlijk) ook niet al te flatteus uit over hem. Die openheid, op het gênante af, behoort tot de pluspunten van deze lekker ongemakkelijke film, die aan het eind, als Gilberts krachten beginnen weg te vloeien, alleen wat rommelig wordt afgewikkeld.

Afrikaanse Bruid laat echter op indringende wijze zien dat Westerse uitbuiting van vrouwen uit een arm land en het slim leegtrekken van een Europese oudere man heel goed samen kunnen gaan. En niemand wordt er echt gelukkig van. Ook Gilbert niet. Of, in elk geval nooit véél langer dan een seconde of tien.

Max, Een Leven In TBS

Doxy

Als één rechterlijke maatregel voortdurend te maken heeft met pure incidentenpolitiek, dan is het TBS. Zodra een behandeling succesvol is en de voormalige patiënt weer probleemloos in de samenleving wordt opgenomen, hoor je er niets over. Elk incident, dat natuurlijk ook vaak gepaard gaat met gruwelijke delicten, leidt echter tot ophef in de media, politieke consternatie en massale verontwaardiging in de samenleving. Een systeem dat nuchter beschouwd een redelijk succes mag worden genoemd, ligt daardoor voortdurend onder het vergrootglas.

In Max, Een Leven In TBS (55 min.) vertellen Roy Dames en Jos Driessen het verhaal van Max, die in 2001 op 17-jarige leeftijd is aangehouden voor meerdere pogingen tot aanranding: het lastigvallen van een volwassen vrouw en een achtjarig jongetje. Op zulke vergrijpen staat – volgens de goedgebekte hoofdpersoon van de documentaire zelf – maximaal acht jaar gevangenisstraf. Hij zal dus hooguit vijf jaar en vier maanden vast hoeven te zitten, berekent Max, die dan al het nodige op zijn kerfstok heeft. Hij krijgt echter TBS opgelegd en wordt zo ontvanger – slachtoffer, zal hij zelf zeggen – van een behandeling met een open einde.

De navolgende jaren worden beheerst door één elementair dilemma: de ontkenningen van Max dat hij de delicten heeft gepleegd en zijn weigering om aan therapie mee te werken worden door de behandelaars geïnterpreteerd als bewijs dat hij niet mag/kan terugkeren in de samenleving, terwijl hijzelf in de vele rechtszittingen over het al dan niet verlengen van de dwangmaatregel volhoudt dat hij onschuldig is en dus niet anders kan dan dwarsliggen. Het zal hem 14 jaar van zijn leven kosten, waarvan een flink deel doorgebracht in de isoleercel. Uiteindelijk komt Max in 2015 als begin-dertiger vrij. Nog altijd even strijdbaar. En behept met een posttraumatische stressstoornis, zegt hij zelf.

Deze televisiedocumentaire is zijn verhaal. Interviewer Roy Dames doet geen poging om z’n beweringen kritisch te bevragen. Het weerwoord komt via citaten uit officiële rapporten over zijn persoonlijkheid, houding en gedrag. Het is geen gemakkelijke jongen, die Max. Hij zorgde voor allerhande problemen in de kliniek en wist zelfs een therapeute voor zijn karretje te spannen. Maar is hij daarmee ook een potentieel gevaar voor de samenleving? Ook dat kan niet voor honderd procent worden vastgesteld. In die zin is de messcherpe jongeling bijna een verpersoonlijking van het centrale dilemma van terbeschikkingstelling.

Wanneer is iemand een gevaar of juist klaar voor de samenleving? Die afweging is en blijft in eerste en laatste instantie altijd mensenwerk – en in zekere zin: giswerk. Deze film, waarin de hoofdpersoon in gesprekken en ontmoetingen met z’n vader Theo, zijn in TBS gespecialiseerde advocaat Jan-Jesse Lieftink en de gerenommeerde forensisch psychiater Hjalmar van Marle z’n relaas doet, maakt de dilemma’s van terbeschikkingstelling inzichtelijk, maar trekt geen al te gemakkelijke conclusies over schuld, onschuld en de (on)rechtvaardigheid van de aan Max opgelegde maatregel. Daarvoor is óók deze zaak, gebaseerd op delicten die op minderjarige leeftijd zouden zijn gepleegd, te gecompliceerd.

Studio 54

Zien en – vooral – worden gezien. Liza Minelli, Bianca Jagger en Andy Warhol. Farah Fawcett, Sylvester Stallone en Truman Capote. Rod Stewart, O.J. Simpson en Michael Jackson (met een gigantische afro). Als je halverwege de jaren zeventig dacht dat je iets voorstelde, dan zorgde je ervoor dat je op de gastenlijst van Studio 54 (99 min.) belandde en zette je vervolgens je allerbeste beentje voor op de dansvloer. En buiten stond het gewone volk in een eindeloze rij te wachten, op een goede bui van de portier.

Was het meer dan schaamteloos exhibitionisme? In deze documentaire, aangekleed met smakelijk archiefmateriaal en volvette discomuziek, houden voormalige betrokkenen vol dat de New Yorkse club, behalve een gecultiveerde celebrity-verering, ook een podium bood aan seksuele bevrijding, van homoseksuelen in het bijzonder. Sex was in the air, herinnert één van de betrokkenen zich met overduidelijk genoegen. Achteraf bezien was die dampende periode niet meer dan een wankele brug tussen een verleden in de kast en een bedompte toekomst, waarin het aidsvirus de swingende atmosfeer rigoureus de nek zou omdraaien.

Toen was Studio 54 echter allang ter ziele. Na slechts drie absolute tropenjaren. In die periode waren er de gebruikelijke problemen met vergunningen, drugs en justitie, waarbij de eigenaren van Studio 54 zich lieten vertegenwoordigen door de beruchte advocaat Roy Cohn, de voormalige rechterhand van de dubieuze communistenjager Joe McCarthy en mentor van een ambitieuze jonge vastgoedman, ene Donald Trump. Waren er connecties tussen de disco-eigenaren en de georganiseerde misdaad? Getuige deze onderhoudende film van Matt Tyrnauer werd er in elk geval flink belasting ontdoken. En dat zou de eigenaren duur komen te staan…

Foute Vrienden


De documentaire Foute Vrienden is hier in z’n geheel te bekijken.
 

’s Nachts schrik ik nog wel eens wakker van een schokkende scène uit Meiden Van De Keileweg, de deprimerende documentaireserie die Roy Dames eind jaren negentig maakte over enkele prostituees die tippelen in de Rotterdamse rosse buurt. Een zwaar verslaafde vrouw helpt daarin een klant in diens auto aan zijn gerief. Een onthutsend tafereel, hondsrauw vastgelegd vanaf de achterbank, dat zich nog wel eens ongevraagd aandient voor mijn geestesoog.

Zijn fascinatie voor het leven aan de zelfkant drijft de Nederlandse filmmaker al jaren voort. In zijn bekendste documentaire Foute Vrienden (87 min.) uit 2010 portretteert hij enkele leden van de hoofdstedelijke penoze. Illustere bijnamen hebben deze bloedgabbers: Verbrande Herman, Rooie Jos, Jantje van Amsterdam en Dikke Bob. Roy Dames heeft ze vanaf 1994 gevolgd en zo een wereld leren kennen waarin geldtekort, gevangenisstraf en ‘de ziekte van Gorkasjov’ aan de orde van de dag lijken.

’Door het filmen kom ik steeds dichter bij ze’, bekent Dames in één van de voice-overs waarmee hij van alle losse verhaalelementen een krachtige vertelling heeft geconstrueerd. ‘Wat eerst vooral een fascinatie was, voelt steeds meer als een vriendschap.’ Toch blijft Dames als filmer altijd een buitenstaander, zo beseft hij zelf maar al te goed. ‘Ik kon nooit echt één van hun worden’, klinkt het spijtig. ‘Want ik was het niet.’

Vanuit oprechte interesse legt hij vast hoe de mannen zich schuldig maken aan oplichting, een auto jatten of op de vlucht slaan. Als een soort filmende gluurder, die zo nu en dan ook de helpende hand toesteekt als zijn bijna-vrienden weer eens in de problemen zijn geraakt. Deze documentaire heeft een tamelijk fragmentarisch karakter. Gezien de tijdspanne die Dames in de film moet overbruggen, en het feit dat hij de mannen soms hele perioden uit het oog verliest, is dat onvermijdelijk.

Als zedenschets van de onderkant van het criminele milieu, waar kleine krabbelaars met alle mogelijke middelen het hoofd boven water proberen te houden, is Foute Vrienden echter bijzonder geslaagd. Niet voor niets werd de documentaire een onvervalste kijkhit. Intussen filmt Dames overigens gewoon door met de mannen voor een volgende episode over de stilaan met hun leeftijd en gezondheid kampende vrienden.

Roy Dames kwam de Amsterdamse gabbers in 1994 op het spoor. Toen filmde hij hen vijf maanden lang voor de documentaire Ik Ben Jantje, zes jaar later volgde Vrienden Voor Het Leven (2000). Beide films zijn op YouTube te vinden. De slimme kijker kijkt de trilogie dus in chronologische volgorde.

In 2015 blikte Dames met Jantje en Jos terug op de derde documentaire Foute Vrienden, die toen al een behoorlijke cultstatus had verworven. Dit interview is nog altijd op de 2doc-website te bekijken.
 
 

 

Roy Orbison: Love Hurts

Wikipedia

Zijn gitzwarte outfits en eeuwige zonnebril spreken dertig jaar na zijn dood bijna net zoveel tot de verbeelding als zijn hits Oh, Pretty Woman, Crying en Only The Lonely. Want daarachter gaapt bij zanger Roy Orbison altijd die onmetelijke afgrond: een diep tragische familiegeschiedenis, met eerst een fataal motorongeluk en daarna een vernietigende huisbrand.

In Roy Orbison: Love Hurts (58 min.) verhalen zijn zoons Wesley, Roy Jr. en Alexander over hun beroemde vader, die carrière maakte in de gloriejaren van de rock & roll, in de seventies een midlife-crisis en bijbehorende hartaanval overleefde en als vijftiger een prachtige punt achter zijn carrière zette als lid van de superband Traveling Wilburys, met verder Bob Dylan, George Harrison, Jeff Lynne en Tom Petty in de gelederen.

Die zoons vormen de meerwaarde van dit soepele eerbetoon. In gedachten klimmen ze waarschijnlijk nog regelmatig op Roys knie en kijken van daaruit liefdevol op naar hun vader, die altijd een inspiratiebron is gebleven. Met het Royal Philharmonic Orchestra hebben de Orbison-broers ‘s mans dramatisch getoonzette liedjes onlangs van een nieuwe aankleding voorzien, de directe aanleiding voor deze popdocu. En met behulp van de moderne techniek kunnen ze tegenwoordig zelfs het podium op met hun veel bewierookte vader.

Binnenkort dus, springlevend!, in een theater bij u in de buurt, nu alvast in volle glorie op de kijkbuis: Roy Orbison!