De Wereld In Ter Apel

BNNVARA

Als er één onderwerp is waarbij feiten en fabels voortdurend door elkaar lopen, dan is ‘t wel de Nederlandse asielcrisis. Aan de journalistiek de taak om het kaf van het koren te scheiden en de feiten, en de daarbij betrokken personen, te laten spreken. Waar de miniserie Bij Ons Op Het AZC onlangs het dagelijks leven binnen het asielzoekerscentrum van Zutphen in beeld bracht en de mensen portretteerde die daar verblijven en werken, kiest De Wereld In Ter Apel (212 min.) nu een systeembenadering: hoe werkt het veelbesproken Nederlandse asielbeleid in de praktijk?

De vierdelige serie van Martin Maat en Hans Hermans, het duo dat de afgelopen jaren ook al De Boerenrepubliek en Een Porseleinen Huwelijk uitbracht, start op 21 november 2023, de avond vóór de Tweede Kamerverkiezingen, die een politieke aardverschuiving te weeg brengen. In het veelbesproken aanmeldcentrum in het Groningse dorp, ‘de enige voordeur van Nederland’ brengen 165 asielzoekers dan de nacht door op de vloer van drie wachtkamers. Het is het beschamende sluitstuk van een turbulent jaar, waarin de filmmakers hebben meegekeken in Ter Apel.

Daarna gaat de miniserie terug naar het begin van 2023, als het nog relatief rustig is in het centrum. Stapsgewijs lopen Maat en Hermans in eerste instantie de verschillende elementen van de asielprocedure door, waarbij ze getuige zijn van verhoren door de vreemdelingenpolitie, IND-gehoren en terugkeergesprekken met mensen uit landen als Syrië, Colombia, Somalië, Marokko en Iran. Na afloop delen de makers, die de gebeurtenissen via een voice-over op neutrale toon inkaderen, de uitkomst ervan. Meestal is dat een variant op: de procedure loopt, de uitkomst ervan laat nog op zich wachten.

Tegelijkertijd neemt De Wereld In Ter Apel ook elders in de wereld poolshoogte. In Raqqa bijvoorbeeld, waar het leven door de Syrische burgeroorlog nog altijd volledig ontregeld is. Bij het oerbos tussen Polen en Belarus, waar vluchtelingen, in strijd met Europees en internationaal recht, gedwongen worden teruggestuurd. Op de Middellandse Zee, ‘de dodelijkste grens ter wereld’, waar Artsen Zonder Grenzen vluchtelingen uit gammele boten proberen te redden. En in Ethiopië, waar honderdduizenden gevluchte Somaliërs ‘in de eigen regio’ worden opgevangen.

Hoewel de verwikkelingen in binnen- en buitenland soms echt met elkaar gematcht moeten worden, is de bedoeling duidelijk: de Nederlandse asielcrisis is niet los te zien van ontwikkelingen in de rest van de wereld en dus ook niet zomaar vanuit hier bij te sturen. Intussen loopt de situatie in de loop van 2023 steeds verder uit de hand. Ter Apel kampt met veel te weinig plekken en overlast gevende asielzoekers. In de rest van het land blijft er een schrijnend tekort aan opvanglocaties en is er ook weinig animo om bij te springen. En Den Haag blijft maar bakkeleien over de spreidingswet.

Daarmee krijgt deze serie, die nuchter, kalm en beschrijvend begint, gaandeweg steeds meer drama en urgentie. Als het systeem aan de basis helemaal dreigt vast te draaien. Omdat elders het vermogen of de bereidheid ontbreekt om de maatregelen te nemen die nodig zijn om deze uitdaging, die het kleine Nederland natuurlijk ontstijgt, beheersbaar te houden.

The Fog Of War

Sony Pictures Classics

Hoe is ’t toch mogelijk dat een groep vooraanstaande Amerikaanse denkers en politici jarenlang zo de mist is ingegaan in Vietnam? Wat heeft een evident intelligente man als Robert McNamara (1916-2009) bijvoorbeeld bewogen om zijn land, als de langstzittende minister van Defensie uit de geschiedenis van de Verenigde Staten, consequent dat duivelse moeras in te blijven sturen?

Hij had kunnen voortleven als de man die autofabrikant Ford eind jaren vijftig grondig moderniseerde, als president Kennedy’s topadviseur bij het bezweren van de Cubacrisis in 1962 (toen de toekomst van de wereld aan een zijden draadje hing) of als president van de Wereldbank. Robert McNamara zou alleen de geschiedenis ingaan als ‘de architect van de Vietnamoorlog’.

In The Fog Of War (107 min.), in 2003 bekroond met de Oscar voor beste documentaire, gaat Errol Morris samen met de briljante, stronteigenwijze en nog altijd strijdbare intellectueel en politicus op zoek naar een antwoord. Dat resulteert volgens de ondertitel van de film in ‘Eleven lessons from the life of Robert S. McNamara’. Die zijn door Morris uit hun interviews gedestilleerd.

Probeer je te verplaatsen in je opponent, bijvoorbeeld. Of: verhoog de efficiëntie. En: kijk altijd kritisch naar je eigen gedachtegang. Het gesprek tussen de heren, van in totaal zo’n twintig uur, heeft plaatsgevonden via de door Morris ontwikkelde ‘interrotron’. De twee mannen maken oogcontact met elkaar via een spiegel in de cameralens. Daardoor kan McNamara récht in de camera kijken.

Indringend. Fel. En een enkele keer ook geëmotioneerd. Een oudere man inmiddels. Sadder and wiser, maar nog net zo helder denkend en messcherp formulerend als in de dagen dat hij in het centrum van de macht stond. ‘Ik denk dat wij als menselijk ras meer over doden moeten nadenken’, zegt hij bijvoorbeeld. ‘Hoeveel slechtheid kunnen we ons veroorloven om goed te doen?

Via zijn gesprekspartner schetst Errol Morris de Amerikaanse historie van pak ‘m beet de Tweede Wereldoorlog via de Koude Oorlog tot de smadelijke terugtocht uit Vietnam. De nadruk ligt natuurlijk op die verdoemde oorlog, waarvan Robert McNamara, die zowel John F. Kennedy als diens opvolger Lyndon Johnson diende als minister van Defensie, het tamelijk hautaine gezicht is geworden.

Morris illustreert de bespiegelingen van de inmiddels 87-jarige oud-politicus met archiefbeelden, audio-opnamen van diens gesprekken met zijn presidenten en collega’s en een enkele visualisatie, zoals bijvoorbeeld van de beruchte Dominotheorie, op basis waarvan de Verenigde Staten ooit heeft geïntervenieerd in Vietnam. Want het Aziatische land mocht beslist niet communistisch worden.

De befaamde componist Philip Glass heeft ook deze Morris-productie weer van een urgente soundtrack voorzien, die de film continu voortstuwt. En dan ligt aan het eind alleen de beginvraag nog ongeduldig op antwoord te wachten: hoe dan? McNamara’s antwoord zit al vervat in de titel: het is de mist die nu eenmaal rondom oorlog hangt. Oorlog is te complex voor het menselijke brein.

Door die mist kun je als beslisser vaak geen hand voor ogen zien en is het dus onvermijdelijk dat je verkeerde beslissingen neemt. Tien jaar later zou de Amerikaanse filmmaker overigens nog een soort vervolg op The Fog Of War maken: The Unknown Known. Over de Amerikaanse minister van Defensie, Donald Rumsfeld, de architect van de oorlog in Irak. Ook hij raakte verdwaald in de mist.

Indië Verloren… Selling A Colonial War

Periscoop Film

Onze jongens gingen de lokale bevolking helpen. Zo probeerde de Nederlandse regering de oorlog in Indonesië, dat zich na de Tweede Wereldoorlog los wilde maken van de westerse kolonisator, tenminste jarenlang te framen. En gevechtshandelingen door Nederlandse troepen werden, in een opzichtige poging om de geschiedenis te falsificeren, verkocht als een binnenlandse aangelegenheid: ‘politionele acties’.

In Indië Verloren… Selling A Colonial War (131 min.), onlangs bekroond met de Beeld & Geluid IDFA ReFrame Award, onderzoekt In-Soo Radstake de pijnlijke geschiedenis van Nederlands Indïe, die in de jaren 1947-1949 tot een climax komt tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Het Nederlandse leger, waaronder veel dienstplichtigen, heeft zich daarbij schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden. Ruim een halve eeuw later komen daarvan echter pas de eerste beelden naar buiten. Decennialang heeft niemand, een enkele klokkenluider daargelaten, zijn vingers eraan durven te branden.

Met een bulk aan onthullend, inzichtelijk en ontluisterend beeld- en geluidsmateriaal, van commentaar voorzien door onafhankelijkheidsstrijders en Nederlandse en Indonesische veteranen en ingekaderd met behulp van Indonesische, Amerikaanse, Australische en Nederlandse historici en onderzoekers, waadt Radstake behoedzaam door het stinkende moeras dat is ontstaan rondom een ogenschijnlijk best eenvoudig conflict tussen een westerse kolonisator en een kolonie die zich na eeuwenlange overheersing eindelijk los wil maken.

De situatie wordt echter ernstig bemoeilijkt door de weerspannigheid van de Nederlandse overheid (niet gehinderd door de slaafse pers), politieke strubbelingen binnen Indonesië zelf en de gespannen internationale verhoudingen. Na de Tweede Wereldoorlog, waarin de Aziatische eilandstaat bezet is geweest door Japan, breekt vrijwel direct de Koude Oorlog uit en begint bij de Verenigde Staten en andere westerse mogendheden de zogenaamde Dominotheorie opgeld te doen. Indonesië mag dus in geen geval in communistische handen vallen.

Indië Verloren… lijkt soms bewust ruw gemonteerd en laat zien dat de deskundigen ook niet altijd alle kennis direct paraat hebben, soms even de tijd moeten nemen om iets op te zoeken of door de filmmaker nadrukkelijk worden geïnstrueerd of ingefluisterd. De functie daarvan is niet helemaal helder – of het moet bedoeld zijn als bewijs dat het hier om een gecompliceerde geschiedenis gaat, die alle betrokkenen noopt om de verschillende gebeurtenissen, denkbeelden en ontwikkelingen op kousenvoeten te doorlopen.

Ruim 75 jaar na dato blijkt de term ‘oorlogsmisdaden’, ondanks excuses van de Nederlandse regering, bijvoorbeeld nog altijd zeer gevoelig te liggen. En ook in Indonesië verkiest menigeen een eenvoudig heldenverhaal boven de diffuse en soms ook gewoon ongemakkelijke waarheid, die in deze breed opgezette, stevig doortimmerde en ook nog steeds urgente film wél de ruimte krijgt. Want wie het verleden niet kent (of wil kennen), is gedoemd om dat te herhalen.

1489

IDFA

De spanning moet ondraaglijk zijn. Terwijl de oorlog tussen Armenië en Azerbeidzjan, om Artsach (Nagorno-Karabach), in het najaar van 2020 voortduurt, 44 dagen lang, wachten de ouders van de 21-jarige student en musicus Soghomon Vardanyan op nieuws over hun zoon, die zijn dienstplicht vervult in het Armeense leger en op dag zeven van de oorlog vermist is geraakt. Met haar telefooncamera documenteert hun dochter Shoghakat hoe zij de tijd doden, in de hoop dat hun kind nog leeft.

Er gebeurt nagenoeg niets in 1489 (76 min.), de persoonlijke film die Shoghakat Vardanyan uiteindelijk van dit materiaal heeft gemaakt. Vader Kamo probeert de situatie aan het front uit te tekenen en zo zicht te krijgen op de overlevingskansen van zijn zoon. Hij ontfermt zich ook over een klein vogeltje. Moeder naait intussen verbeten kussenslopen voor de soldaten en zegt nog maar eens een weesgegroetje. En Shoghakat millimetert haar haren, zodat ze nog meer op Soghomon lijkt.

Ze vindt ook een briefje van haar vermiste broer. ‘Ik wens mezelf en mijn familie een goede gezondheid toe als ik het leger inga’, schrijft hij daarin. ‘Dat ik maar mag dienen zonder incidenten en als mens volwassen mag worden. Zodat ik een goede persoon kan worden.’ En al die tijd weet je als kijker eigenlijk al wat hen boven het hoofd hangt: dit zijn hun laatste momenten met Soghomon. Althans, met het idee van Soghomon. Straks dient het grote verdriet zich onvermijdelijk aan. 

Als dit inderdaad komt, is er eerst de behoefte om het te exploreren en daarna om alles te zien en te weten. En als willekeurige buitenstaander moet je daarin mee, of je nu wilt of niet. Aanschouwen wat niet om aan te zien is. Hoewel 1489 een rudimentaire en fragmentarische film is geworden, die tijdens het International Documentary Festival Amsterdam van 2023 nochtans is gekozen tot beste documentaire, wordt ie daardoor op de valreep toch nog een aangrijpende ervaring.

1489 – het anonieme nummer waarmee Soghomon Vardanyan kan worden geïdentificeerd – richt zich volledig op de persoonlijke beleving. Het grotere verhaal van een regionaal conflict, dat steeds opnieuw oplaait, is vervat in een lange begin- en eindtekst. En daartussen is er dus het lijden van gewone mensen zoals het Armeense gezin Vardanyan, dat leeft tussen hoop en vrees – en daardoor dreigt te worden verpulverd.

De Bezette Stad

September Film

In hoeverre is het verleden nog te herkennen in de hedendaagse wereld? En moeten we die historie kennen om onze wereld te kunnen begrijpen? In zijn epische werk De Bezette Stad (Engelse titel: Occupied City, 262 min.), gebaseerd op het boek Atlas Van Een Bezette Stad: Amsterdam 1940-1945 van zijn partner Bianca Stigter (Three Minutes – A Lengthening), laat Steve McQueen de stad zien zoals we die tijdens de Coronacrisis hebben leren kennen.

Intussen concentreert de Britse regisseur/kunstenaar zich op verhalen over (Joodse) Amsterdammers uit de Tweede Wereldoorlog bij diezelfde plekken. Terwijl de camera nauwelijks beweegt, als een stille getuige, deelt verteller Carice van Houten (internationale versie: Melanie Hyams) gedetailleerde informatie over wat er daar, op die specifieke plek in de stad of met de bewoners van een bepaalde woning, is gebeurd.

Zo wordt ook de onwerkelijkheid van al die verhalen benadrukt: in het huis waar nu een gewone familie woont, woonde ooit misschien wel een gewone Joodse familie. En dan laat het zich wel voorspellen hoe ‘t daarmee afliep: afgevoerd naar de kampen, een enkele overlevende en – opvallend vaak – zelfdoding. Omdat de wereld die nu wordt opgeroepen toen onleefbaar was geworden voor sommige Joodse inwoners.

Dat McQueen heeft gefilmd in een tijd, waarin onze wereld opnieuw wordt aangevallen door een afschrikwekkende vijand – en dealt met klimaatprotesten en Black Lives Matters-demonstraties – geeft zijn film extra lading. De parallellen tussen de COVID-19-pandemie en het inktzwarte verleden zijn sowieso niet van de lucht. Als een vliegtuigje met een anti-vaccinatie boodschap boven de stad cirkelt, lijkt er een aanval op komst op al wat ons als samenleving bindt.

En als hij zijn camera na de avondklok door een donkere en verlaten stad laat dwalen, herleeft iets van de unheimische atmosfeer die Amsterdam tijdens de oorlogsjaren in zijn greep moet hebben gehad. Met veel oog voor detail, symboliek en de bredere maatschappelijke context observeert Steve McQueen zo het dagelijks bestaan in wat gerust, vrij naar het schuldige landschap van de kunstenaar Armando, een schuldige stad genoemd mag worden..

Grote officiële aangelegenheden zoals de officiële opening van het Namenmonument voor Joodse oorlogsslachtoffers, de viering van Koningsdag en de dodenherdenking op de Dam worden gepaard aan kleine menselijke momentjes: een bruidspaar dat z’n taart aansnijdt voor een online-publiek, kleine kinderen die met een slee tegen een heuveltje op proberen te komen of een eenzame zwemmer in de Keizersgracht.

Als dit een geschiedkundig boek, dat je heel even kunt wegleggen, was gebleven – of, pak ‘m beet, een stadswandeling met bijbehorende podcast was geworden – zou dat ook hebben volstaan. Als één lineair gepresenteerde productie, waarbij overigens slim een intermissie van vijftien minuten is ingebouwd, test de film echter het uithoudingsvermogen. Want McQueen maakt ruim vier uur lang in wezen steeds hetzelfde punt.

Dat was ongetwijfeld de bedoeling, maar de film wordt daardoor, ondanks diverse fraaie scènes en sfeervolle sequenties, wel een slijtageslag. Meer een document dan een documentaire, eigenlijk, dat een deel van z’n publiek wel eens langzaam murw zou kunnen beuken. Totdat het, in het slechtste geval, ontspannen naar het moderne Amsterdam tuurt en intussen bijna achteloos de gruwelijkste details over Joodse stadsbewoners aanhoort.

De Bezette Stad vereist dus concentratie en wilskracht en betaalt zich dan pas uit.

The Lady Bird Diaries

Disney+

Terwijl een hele generatie Amerikanen een klein beetje sterft op vrijdag 22 november 1963, krijgt het leven van Claudia ‘Lady Bird’ Johnson een beslissende wending. De moord op president John F. Kennedy maakt ruimte voor haar echtgenoot. Terwijl ze nog wachten op de beëdiging zien Lyndon en zij, volgens een dagboekframent dat Lady Bird zelf heeft ingesproken op een taperecorder, op tv al hoe een commentator ‘t aankondigt: ‘Lyndon Johnson, nu president van de Verenigde Staten’. 

‘Het was alsof ik een podium op liep voor een rol die ik nooit geoefend had’, stelt zijn echtgenote. Een vriendin heeft Lady Bird aangeraden om haar periode als Amerika’s ‘first lady’ te documenteren. En die opnamen, gestart enkele dagen na de moord op JFK, vormen nu het fundament onder- de documentaire The Lady Bird Diaries (100 min.), waarmee het turbulente presidentschap van haar echtgenoot, gekenmerkt door baanbrekende sociale wetgeving (Johnsons Great Society), de strijd van de burgerrechtenbeweging en de oorlog in Vietnam, vanuit persoonlijk perspectief in kaart wordt gebracht.

Lady Bird Johnson krijgt bijvoorbeeld als geen ander mee hoe haar man, een larger than life-politicus die onverminderd tot de verbeelding blijft spreken, regelmatig gebukt gaat onder de verantwoordelijkheden van zijn job en soms zelfs in de greep raakt van wat zij ‘het zwarte beest van depressie’ noemt. Tegelijkertijd gaat ook het gewone leven door: hun dochters Lynda Bird Johnson en Luci Baines Johnson – viermaal LBJ dus in het gezin – treden allebei in het huwelijk in het Witte Huis. Werk en privé raken helemaal met elkaar versmolten als één van hun schoonzoons, de latere Democratische senator Chuck Robb, naar Vietnam vertrekt.

Regisseur Dawn Porter (Bobby Kennedy For President / The Way I See It) verrijkt Lady Birds dagboekfragmenten met privébeelden en -foto’s, nieuwsreportages, interviews, geluidsopnames van gesprekken van/met haar echtgenoot en elementaire animaties. Zo ontstaat een interessant ooggetuigenverslag van iemand die op de eerste rij mocht zitten bij het Amerikaanse presidentschap, aan de zijde van de machtigste man van de wereld, en vanuit die positie de kleine gebeurtenissen en grote ontwikkelingen van de jaren zestig laat herleven.

20 Days In Mariupol

Dogwoof

In eerste instantie worden zij, als medewerkers van de pers, opzichtig gemeden. Lijkenpikkers zijn ze, ‘prostituees’ zelfs volgens een briesende man op straat. Later, als de ernst van de situatie is ingedaald, willen de inwoners van Marioepol vaak maar al te graag worden gefilmd door de Oekraïense Associated Press-journalist Mstyslav Chernov en zijn team. Zodat familieleden misschien kunnen zien dat ze nog in leven zijn. Om plunderaars te ontmoedigen. En – vooral – om de wereld deelgenoot te maken van wat Rusland sinds 24 februari 2022 aanricht in hun leven.

Chernov verblijft 20 Days In Mariupol (94 min.). Twintig verpletterende dagen, waarin hij zich met zijn camera midden in het strijdgewoel bevindt. Beter: tussen gewone mensen die worden aangevallen, in een stad die volledig kapot wordt geschoten. Zoals eerder gebeurde met de Syrische steden Aleppo en Damascus, vereeuwigd in de onvergetelijke documentaires For Sama en The Cave, waaraan deze bijzonder indringende film regelmatig doet denken. Over een barbaarse oorlog die wordt uitgevochten over de rug van gewone burgers – kinderen in het bijzonder.

‘Blijf filmen!’ roept een arts woedend, terwijl achter hem een kleuter van vier wordt gereanimeerd. ‘Poetin moet de ogen van dit kind zien.’ Mstyslav Chernov kijkt enkele dagen mee in een ziekenhuis, waar het optimisme dat nodig is om iemand van de dood te redden gepaard gaat met een gevoel van opperste wanhoop. Naar licht is het vaak tevergeefs zoeken. Een zojuist bevallen vrouw verliest bijvoorbeeld haar voet. Behoudt ze wel haar leven en kind? Met de moed der wanhoop proberen medewerkers van de kraamafdeling leven in het pasgeboren baby’tje te krijgen.

‘Oorlog is net een röntgenfoto’, heeft een arts tegen de filmmaker gezegd. ‘Het laat het binnenste van een mens zien. Goede mensen worden beter, slechte slechter.’ Chernov deelt zijn eigen ervaringen via een ingetogen voice-over, waarmee hij woorden geeft aan zijn eigen emoties en de dramatische gebeurtenissen in de stad tevens in hun context plaatst. Het kost hem intussen steeds meer moeite om zijn beelden naar de redactie te krijgen. Want de Russen doen er alles aan om communicatie met de buitenwereld onmogelijk te maken.

Als Mstyslav Chernov Marioepol weer verlaat, na de nauwelijks drie weken die deze onontkoombare oorlogsdocu behelst, is de stad verworden tot een gigantische ruïne, die niet zou misstaan in een dystopische actiefilm. In de rauwe realiteit van de 21e eeuw, vastgelegd met imposante droneshots, is er alleen geen onverschrokken Hollywood-held die met vanzelfsprekend machtsvertoon de opmars van een schurk en zijn trawanten tot staan brengt. Zodat het goede kan overwinnen. De camera van de AP-journalist vindt vooral paniek, verdriet en opperste verslagenheid.

Als Marioepol na 26 dagen onder de Russische druk bezwijkt, zijn er zeker 25.000 doden te betreuren en kijkt de wereld, ondanks het moedige werk van journalisten zoals Mstyslav Chernov, nog altijd weerloos toe.

In The Rearview

Piotr Grawender / IDFA

Achter hen ligt het land waar ze hun hele leven hebben doorgebracht – en dat verscheurd wordt door oorlog. Voor hen ligt een onbestemde toekomst, vaak in een vreemd land. En naast hen zitten onbekenden, die ze desondanks direct herkennen. Lotgenoten. Jong en oud. Met een huisdier op schoot of een baby in de buik. Complete gezinnen. Of juist heel incompleet. Zonder opa en oma, een geliefd huisdier, manlief in het leger of de dierbare die omkwam in de strijd.

Maciek Hamela, de Poolse chauffeur van het busje en tevens de maker van deze observerende film, zet koers richting de Poolse grens. Over eindeloze wegen, langs militaire controleposten en toch maar niet door een mijnenveld. In The Rearview (84 min.) ziet hij Oekraïne, een onafhankelijke staat die wordt aangevallen door z’n buurland. Daar gaan de gesprekken in de auto natuurlijk ook over – al is niet iedereen in voor een praatje. Één meisje is zelfs helemaal gestopt met praten.

Deze Oekraïners worden geëvacueerd en hebben alles, waaronder een groot deel van zichzelf, moeten achterlaten. En de autoradio houdt hen op de hoogte van wat de Russen nu weer hebben aangericht in hun land. Hamela toont hen zoals hij ze via de achteruitkijkspiegel kan zien zitten: bepakt en bezakt of juist met alleen de kleren aan hun lijf. Kerngezond of ernstig gewond. Voor zich uitstarend of gebiologeerd turend naar het schermpje van hun telefoon.

De wereld – of wat daarvan over is – trekt aan hen voorbij: vernietigde steden, autokerkhoven, verwoeste wegen en kapotgeschoten tanks. Totdat ze dat vervloekte land, voorlopig tenminste, achter zich kunnen laten. Elk tafereel herbergt de sporen van bruut geweld, zonder dat het geweld zelf ooit het evacuatiebusje of deze documentaire bereikt. Ook grote emoties blijven doorgaans achterwege, het verdriet en de ontzetting houden zich schuil tussen de regels.

Juist door z’n eenvoud en soberheid – mensen zittend en pratend in een busje, slechts een enkele keer begeleid door subtiele muziek – maakt In The Rearview indruk. Dit is ook oorlog: vijftien miljoen mensen, ruim een derde van de bevolking, die hun huis hebben moeten verlaten, op weg naar een onzekere toekomst. Net als hun land.

Dearest Fiona

Bantam

Bij elke creatieve uiting moet de som uiteindelijk meer zijn dan de delen. 1 + 1 = 3, zogezegd. Wat te maken dan van Dearest Fiona (100 min.)?

Verhaallijn A van deze archieffilm behelst beelden van het dagelijks leven in Nederland van pak ‘m 1890 tot 1920. De gelauwerde audiovisueel kunstenaar Fiona Tan, geboren in Indonesië, diepte ze op in het archief van Eye Filmmuseum. Meisjes in klederdracht. Mannen aan het werk op het land of in het water. Een molen, natuurlijk. Impressies van een land waar keihard moet worden gewerkt, zoveel is duidelijk. Ook – of juist – als de industrialisatie inzet. Het is een allang verdwenen wereld. In grofkorrelig zwart-wit. Groen-wit. Bruin-wit. Of overduidelijk ingekleurd. Stom, dat zeker. Zonder geluid. Of beter: pas later van geluid, foley, voorzien door de filmmaakster.

De B-lijn bestaat uit een serie brieven die Tan, als student aan de Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam, in de periode 1988 – 1990 heeft ontvangen van haar vader uit Australië, het land waar ze zelf ook is opgegroeid. Ze hebben dertig jaar in de kast gelegen en zijn nu ingesproken door acteur Ian Henderson. ‘Liefste Fiona’, begint haar vader, die in 2016 is overleden, elke brief en meandert vervolgens losjes door wat hem zoal bezighoudt: wederwaardigheden van thuis, de huisdieren Heidi en Bunting, verwikkelingen op het werk en alles wat hem opvalt in de (inter)nationale politiek. Hij eindigt meestal met zoiets als ‘Keep well and tot ziens. Kisses from pop.’

En dan volgt alweer de volgende ingesproken brief van Fiona Tans vader. Ze zijn geschreven in een turbulente fase van de wereldgeschiedenis, toen de Koude Oorlog bijvoorbeeld naar z’n einde liep, en nu ogenschijnlijk lukraak geplaatst bij scènes van rietstekers, glasblazers, harmonieleden, veehouders of mannen en vrouwen aan de lopende band. Argeloze kijkers zoeken vast naar de meerwaarde van deze combinaties van beeld en tekst en tasten dan in het duister. Is er überhaupt een link? Of moet je de klik vooral in je hoofd maken bij deze vermenging van grote en kleine geschiedenis, van een wereld die voortdurend in beweging is en Tans familie, waar ook altijd wel wat gebeurt?

Soms lijken micro- en macroniveau daadwerkelijk samen te komen. Als Fiona blijkbaar een ansichtkaart met daarop de Amsterdamse gracht waar ze woont naar huis heeft gestuurd, reageert ‘pop’ direct: ‘De grachten zijn uiteraard innig verbonden met de Nederlandse geschiedenis en in grote mate ook met Indonesië’, schrijft de man, die als schooljongetje in Nederlands Indië over de kolonisator in het verre Europa moest leren. ‘Vanuit veel van deze handelshuizen werden de schepen naar Indonesië gestuurd, naar specerijeilanden om specerijen te kopen die in Europa met veel winst werden verkocht.’ Zo’n observatie krijgt echter nauwelijks een vervolg.

Fiona Tan legt de druk met deze stream of consciousness-achtige film nadrukkelijk bij haar publiek: dat zal er – de allereerste vertedering, fascinatie of nieuwsgierigheid voorbij – zelf betekenis aan moeten geven. Anders blijft 1 + 1 gewoon 2.

The Pigeon Tunnel

Apple TV+

Als filmmaker deinst Errol Morris er nooit voor terug om sterke en gecompliceerde persoonlijkheden te portretteren. Of ‘t nu gaat om de omstreden Amerikaanse oorlogsministers Robert McNamara en Donald Rumsfeld, een extreemrechtse stokebrand zoals Steve Bannon of Fred A. Leuchter, de man die beroepsmatig executieapparatuur ontwerpt en in een ‘rapport’ ook de Holocaust nog even ontkent. Het resulteert steeds weer in messcherpe, gelaagde documentaires.

De hoofdpersoon van het intrigerende portret The Pigeon Tunnel (92 min.) – de Brit David Cornwell, alias spionage- en thrillerauteur John le Carré (1931-2020) – is er dus eens goed voor gaan zitten en heeft zichzelf op scherp gezet. Voor een gesprek op niveau tussen twee heren – een ingenieus schaakspel, een enkele keer zelfs een genadeloos steekspel – dat wordt vereeuwigd met talloze camera’s. Zodat Morris ‘t op onnavolgbare wijze kan framen. Letterlijk en figuurlijk.

Hij kleurt de conversatie bovendien in met een dwingende soundtrack en lardeert die met een slimme combinatie van gedramatiseerde gebeurtenissen uit Le Carré’s leven en fragmenten uit verfilmingen van bestsellers zoals The Spy Who Came In From The Cold, Tinker Tailor Soldier Spy en Smiley’s People. Totdat er een geheel eigen wereld is ontstaan, vol verraderlijke valkuilen, dubbele bodems en gelogen waarheden, waarin het weer heerlijk verdwalen is. Ook voor de interviewer.

‘Misschien is dit wel degelijk een verhoor, misschien houd ik mezelf voor de gek’, zegt Errol Morris onderweg (quasi-)vertwijfeld tegen de meester van de spionageroman, die hij, met diens instemming, een ‘verfijnde poëet van zelfhaat’ noemt en een vorm van de waarheid probeert te ontfutselen. De gedistingeerde oudere heer voor zijn camera riposteert echter in stijl: ‘Ik kan me niet voorstellen dat je bij een verhoor of interview voor een deel ook niet op zoek bent naar jezelf.’

En door… verder The Pigeon Tunnel in, een titel die is ontleend aan John le Carré’s autobiografie en meteen als metafoor fungeert voor het leven als een eindeloze gang naar die fractie van een seconde waarop je kop eraf gaat. Naar het moment nu, om precies te zijn, waarop de auteur privédetectives inhuurde om zijn eigen vader, de beroepsoplichter Ronnie Cornwell, te laten onderzoeken. De man die hem als jongetje, voorgoed, binnenleidde in een wereld van dubbelspel, dekmantels en ‘dupes’.

Met zijn kenmerkende humor, scherpzinnigheid en bravoure bouwt Morris zo een getrapte vertelling op over de schrijver die, net als de geheimagenten die hij tijdens zijn jaren bij de Britse inlichtingendiensten MI5 en MI6 leerde kennen, verslaafd is geraakt aan verraad. Cornwell/Le Carré durft Morris desondanks recht in de ogen aan te kijken als hij uiteindelijk, ook aan zichzelf, lijkt te bekennen dat hij leeft door te schrijven. Ik ben een kunstenaar, klinkt ’t bijna verontschuldigend.

The White Helmets

Netflix

Na vijf jaar oorlog, stelt de begintekst van The White Helmets (40 min.), zijn er ruim 400.000 Syriërs gedood. Meer dan een miljoen mensen hebben hun huis moeten ontvluchten. Inmiddels is de film van Orlando von Einsiedel, die begin 2017 de Oscar voor beste korte documentaire won, alweer enkele jaren oud. Het aantal slachtoffers is gestaag opgelopen – en loopt nog altijd op – maar de ogen van de wereld zijn al enige tijd gericht op pak ‘m beet Oekraïne, Iran en Israël.

Vanaf een afstandje is het misschien gemakkelijk om immuun te worden voor de voortdurende luchtaanvallen door het regime van dictator Assad en zijn nietsontziende Russische handlangers, de gigantische ravage die zij veroorzaken in gewone woonwijken van Syrische steden zoals Aleppo en de doden en gewonden die daar dan achterblijven. Oog in oog met een jongetje dat bij het levenloze lichaam van zijn vader wanhopig ‘Alstjeblieft papa, laat me niet achter’ staat te roepen, wordt onverschilligheid echter volstrekt onmogelijk.

Het zijn taferelen waarmee de bijna drieduizend vrijwilligers van de Syrian Civil Defense, ofwel de Witte Helmen, vrijwel dagelijks worden geconfronteerd. Zodra er een calamiteit is, snellen zij toe. Vanuit het motto: één leven redden is de mensheid redden. Bouwvakker Khalid Farah bijvoorbeeld. Of smid Abu Omar. En kleermaker Mohammed Farah. Die vocht nog even mee bij de oppositie, maar besloot toen toch maar om zich bij de Witte Helmen aan te sluiten. ‘Humanitair werk is beter dan gewapend zijn’, zegt hij daarover. ‘Een ziel redden is beter dan er een nemen.’

Recht op camera doen deze drie hulpverleners hun verhaal. Tussendoor plaatst Von Einsiedel hectische beelden van reddingsacties. Van hoe ze bijvoorbeeld na zestien uur ‘wonderbaby’ Mahmoud onder het puin vandaan halen. Een onuitwisbare scène. Ook door de blik in de ogen van de man die het kleine kindje in zijn armen houdt. Met zijn muziekkeuze, die wel erg nadrukkelijk wil dicteren wat je als kijker moet voelen, legt de filmmaker ’t er soms nét iets te dik bovenop, maar dit laat onverlet dat The White Helmets aanvoelt als een mokerslag.

Orlando von Einsiedel volgt de mannen tevens op training naar Turkije, waar ze leren hoe ze het meest effectief vuur kunnen blussen en luisterapparatuur moeten inzetten om te ontdekken of er nog iemand in leven is na alweer een gerichte aanval op de burgerbevolking, of op hen, de hulpverleners die direct toesnellen. Zelfs in den vreemde, onder elkaar, komen ze nooit helemaal los van die oorlog. Dan leven ze met de permanente twijfel of thuis iedereen nog gewoon in leven is. En als het noodlot dan toch toeslaat, fungeren ze als een broederschap.

Via deze nobele en moedige mannen, de levenskeuzes die zij maken en de manier waarop ze die naar elkaar en de wereld uitdragen nestelt deze korte documentaire zich – net als die andere onontkoombare film over de Witte Helmen, Feras Fayyads Last Men In Aleppo – moeiteloos in het collectieve geheugen. Als een krachtig eerbetoon aan heldenmoed en medemenselijkheid.

Camp Courage

Netflix

Samen met haar oma is Milana vanuit hun tijdelijke woonplaats Bratislava in Slowakije overgekomen naar het Oostenrijkse Piesendorf. Tijdens een zomerkamp gaat het tienjarige meisje een week lang samen met andere kinderen proberen om een Alpentop te beklimmen. Ook oma Olga moet eraan geloven tijdens Camp Courage (33 min.).

Milana mist een deel van haar linkerbeen. Ze raakte ‘t kwijt in haar woonplaats Marioepol. Op 24 januari 2015, de dag die ze ‘Zwarte Zaterdag’ zijn gaan noemen. Toen ze ook haar moeder verloor. Het Oekraïense meisje was erbij toen zij stierf bij een explosie op haar werk en werd zelf later onder het puin gevonden. ‘Ik zei altijd: Milana, wanneer je weer naar buiten mag zal ik je de helderste ster laten zien’, herinnert oma zich geëmotioneerd. ‘En daar woont je moeder.’

Olga en haar puberende kleindochter gaan in de zomer van 2022, een half jaar nadat ze vanwege de Russische inval hun moederland hebben moeten ontvluchten, enerverende dagen tegemoet in het bergachtige Oostenrijk. Vrijwilligers van de Mountain Seed Foundation, waarvan oprichter en Irak-veteraan Nathan Schmidt zo weer zijn eigen issues heeft, begeleiden Milana bij het overwinnen van zichzelf en het verleggen van haar grenzen, zowel fysiek als sociaal.

Intussen heeft ook oma steun nodig. ‘Jij bent de veilige persoon met wie ze zich dit conflict kan hebben’, houdt een vrijwilliger haar voor, als Olga merkt dat ze Milana soms moeilijk kan bereiken. En regisseur Max Lowe, die eerder de zeer persoonlijke klimfilm Torn maakte, vereeuwigt dit kleine familieverhaaltje, dat natuurlijk een veel grotere kwestie weerspiegelt, in een fijne korte documentaire. Over losmaken, loslaten en ook loskomen. Ieder voor zich en toch samen.

5 Seasons Of Revolution

Docmakers

Ze wist altijd al dat haar land Syrië in wezen een politiestaat was. Toch wordt dat idee voor Lina, een jonge vrouw uit de betere buurten van hoofdstad Damascus en de maker en hoofdpersoon van 5 Seasons Of Revolution (95 min.), pas echt concreet als haar goede vriend Malaz bij een controlepost wordt aangehouden. Er is een grap over president Assad op zijn telefoon ontdekt. Samen met haar vrienden Bassel, Susu en Rima blijft Lina vervolgens de hele nacht op: ze veranderen Malaz’s wachtwoorden, verwijderen allerlei berichten van zijn apparaten en seinen z’n directe omgeving in.

Lina neemt zelf ook maatregelen. Ze begint haar leven op te delen in losse compartimenten. Als videojournalist opereert ze voortaan onder de naam ‘Maya’. Bij activisten gaat ze zichzelf ‘Maiss’ noemen. Collega-filmmakers leren haar kennen als ‘Layla’. En in de verwoeste stad Aleppo wordt ze later ook nog ‘Lama’. Het is pure noodzaak. ‘Zo kon Lina apolitiek blijven’, vertelt ze in een voice-over, waarmee deze persoonlijke film over de sleuteljaren van de Syrische burgeroorlog (2011-2015) wordt aangestuurd. ‘Het was alleen zaak om ze niet door elkaar te halen.’

Met een klein groepje getrouwen documenteert ‘Lina’ – haar achternaam blijft onbenoemd – de dramatische ontwikkelingen die haar land en hun jonge levens in de greep krijgen. De één begint zich in stilte bezig te houden met protest, een ander roept publiekelijk op tot ‘Stop het moorden’. Ook de vraag of ze zelf de wapens moeten gaan opnemen komt aan de orde. Want, zo constateert de filmmaakster somber: ‘good guys don’t win wars’. De individuele keuzes die ze maken stellen zo hun onderlinge loyaliteit op de proef. En ze lopen gevaar. Niet iedereen zal ‘t er levend vanaf brengen.

Hun persoonlijke levensverhalen, door Lina geïllustreerd met foto’s, verborgen camera-beelden en clandestiene interviews, (waarbij de participanten vaak onherkenbaar zijn gemaakt) zetten in 5 Seasons Of Revolution de oorlog, die door de ontwikkelingen in pak ‘m beet Oekraïne en Iran z’n momentum kwijt lijkt te zijn, weer vol in de aandacht. Niet zo ‘in your face’ als de klassieke Syrië-docu’s For Sama en The Cave, maar met wat meer oog voor de grotere maatschappelijke ontwikkelingen en de gevolgen daarvan voor een nieuwe generatie weldenkende Syriërs, waarvan een deel noodgedwongen zijn heil elders, soms ook in Nederland, is gaan zoeken.

Heart Of Invictus

Netflix

Niet de beste atleten worden geselecteerd voor de Invictus Games in Den Haag, een groots opgezet sportevenement voor gewonde oorlogsveteranen, maar wie er zelf het meeste behoefte aan heeft. Stuk voor stuk hebben de deelnemers, in totaal ruim vijfhonderd sporters uit zeventien landen, psychische en/of lichamelijke klachten overgehouden aan hun tijd in het leger en kunnen ze maar moeilijk aarden in de ‘burgermaatschappij’.

Terwijl de atleten zich in de vijfdelige serie Heart Of Invictus (261 min.) voorbereiden op de Games, die door het Coronavirus pas in het voorjaar van 2022 kunnen plaatsvinden, dreigt er oorlog in Oekraïne. Boogschutter Yuliia ‘Taira’ Paievska, een stoere militaire paramedicus, ziet haar deelname in gevaar komen. Net als haar teamgenoten moet zij de belangen van haar land afwegen tegen haar eigen welzijn. Die keuze is echter snel gemaakt, met dramatische gevolgen.

Regisseur Orlando von Einsiedel (The White HelmetsVirunga & Convergence: Courage In A Crisis) verweeft het tragische relaas van de Oekraïense boogschutter met persoonlijke portretten van sporters uit Groot-Brittannië, Denemarken, Canada, Zuid-Korea en de Verenigde Staten. Het gaat om gebroken mensen die, via deelname aan het jaarlijkse toernooi, weer heel willen worden. Dit gaat onvermijdelijk gepaard met de crises, doorbraken en zeges die ook een docuserie nodig heeft.

De promo voor de Invictus Games ligt er intussen nét iets te dik bovenop. De verschillende wedstrijdonderdelen krijgen, zeker in de tweede helft van de serie, wel erg veel ruimte. Net als de activiteiten van initiatiefnemer Prins Harry. Hij diende een korte periode als militair in Afghanistan en kwam daarvan beschadigd terug. Heart Of Invictus lijkt vooral een verlengstuk van de persoonlijke missie die daaruit voortkwam: deze Games.

Dit laat onverlet dat de worsteling van fragiele mensen die hun beperkingen achter zich proberen te laten – of in elk geval hanteerbaar willen maken – ook hier weer voor aangrijpende taferelen zorgt. De sociaal ongemakkelijke Brit bijvoorbeeld, die als rugby-aanvoerder ineens boven zichzelf uitstijgt. Of een Canadese veteraan die eindelijk durft te bekennen dat hij nog altijd stevig drinkt. En de stoere Deense soldaat die naar zijn kinderen weer een liefdevolle vader kan zijn.

Via de Invictus Games, althans dat wil deze serie ons doen geloven, hebben ze de stap richting zichzelf en de toekomst definitief kunnen zetten.

The Man Who Played With Fire

Discovery+

De Zweedse oud-diplomaat Jan Stocklassa, de hoofdpersoon van The Man Who Played With Fire (182 min.) en schrijver van het boek waarop deze vierdelige serie is gebaseerd, heeft zonder enige twijfel het zogenaamde Palme-virus. Zoals er in de Verenigde Staten een verbond van mannen is ontstaan die onvermoeibaar de moord op president John F. Kennedy in 1963 blijven onderzoeken, zijn amateurdetectives in Zweden al ruim dertig jaar in de ban van de moord op de progressieve premier Olof Palme op vrijdagavond 28 februari 1986. Zij bijten zich vast in wie Palme, na een bezoek aan de bioscoop in Stockholm, van achteren met een .357-Magnum revolver doodschoot – en wie daarvoor wellicht de opdracht heeft gegeven.

Stocklassa heeft daarbij een uitgesproken troef in handen gekregen: het archief van de vermaarde onderzoeksjournalist Stieg Larsson (1954-2004). Larsson, die internationale bekendheid verwierf als auteur van de Millennium-misdaadserie, was eveneens behept met het virus en heeft zich tien jaar lang vastgebeten in de Palme-moord. Zit het antwoord op de vraag wat er precies is gebeurd misschien verscholen in Larssons monnikenwerk? Was het de spreekwoordelijke ‘lone killer’? Of toch een samenzwering? En moest de oorsprong daarvan dan worden gezocht bij de Amerikaanse inlichtingendienst CIA? Of juist bij de Russische tegenhanger daarvan, de KGB?

Deze miniserie van Matt Rudge situeert de moord op Olof Palme, die aan beide uitersten van het politieke spectrum intens werd gehaat, aldus in het hart van de Koude Oorlog, terwijl de zaak ook verband zou kunnen houden met het Zuid-Afrikaanse Apartheidsregime (waarvan Palme een uitgesproken en invloedrijke tegenstander was). Jan Stocklassa fungeert als (soms net iets te) geroutineerde gids tijdens een tocht door de donkerste spelonken van de internationale politiek, waar spionnen, moordmakelaars en Zweedse extremisten elkaar zomaar kunnen hebben gevonden in een complot om Olof Palme te liquideren. Althans, als er inderdaad vuur is waar Stocklassa rook denkt te hebben waargenomen.

Rudge maakt gebruik van (verborgen camera)beelden van Stocklassa’s ontmoetingen met verdachten, kleedt diens zoektocht aan met stemmige reconstructiebeelden, een sinistere soundtrack en de verplichte cliffhangers en laat alle verwikkelingen bovendien inkaderen door bronnen zoals Palmes zoon Joakim, ’s mans stafchef Ulf Dahlsten, de Britse Labour-leider Neil Kinnock, een zoon van CIA-directeur William Colby en de Zuid-Afrikaanse anti-Apartheidsactivist Allan Boesak. Dit maakt al bij al een gedegen indruk, al is voor een buitenstaander nauwelijks vast te stellen welke informatie is ingekleurd, aangezet of simpelweg weggelaten.

De conclusies die Stocklassa uiteindelijk trekt in deze straffe geopolitieke thriller worden zeker niet door iedereen gedeeld en komen in elk geval niet overeen met de officiële lezing van de Zweedse justitie. Tijdens een omstreden persconferentie wees die op 10 juni 2020 ineens een inmiddels overleden verdachte aan en sloot vervolgens meteen ook het politieonderzoek officieel af. De maatschappelijke discussie over wie er waarom z’n ‘Palme-haat’ heeft omgezet in een brute wandaad – die enkele jaren geleden ook al zijn weg vond naar de Nederlandse documentaire Palme, Pappa En Ik – zal daardoor echter niet verstommen. Want tegen het Palme-virus is uiteindelijk maar één remedie: onomstotelijk bewijs wie er de trekker heeft overgehaald (en wie daarvoor eventueel de opdracht of het bevel heeft gegeven).

En zelfs dan…

Trailer The Man Who Played With Fire

Tanja – Dagboek Van Een Guerrillera 

Cinema Delicatessen

Of ze zichzelf als een terrorist ziet? ‘Natuurlijk niet’, stelt Tanja Nijmeijer ferm.

De wereld leerde haar ruim vijftien jaar geleden kennen onder de naam ‘Eileen’, een jonge Nederlandse vrouw die actief was geworden binnen de Colombiaanse revolutionaire beweging FARC. Tegen haar wil werden dagboeken van de knappe ‘guerrillera’ toen gepubliceerd door de krant El Tiempo. De Overijsselse studente werd daarmee een westers gezicht bij de strijd tegen het ‘staatsterrorisme’ van de regering in Colombia. Dat sprak tot de verbeelding. Tanja kreeg een welhaast mythische status: een vrouwelijke variant op Che Guevara, uit Denekamp nog wel.

Ten tijde van Leo de Boers documentaire Dichter Bij Tanja (2010) was Nijmeijer al zo’n twee jaar vermist. Het gerucht ging dat ze tegen haar wil werd vastgehouden door de FARC of zelfs al zou zijn overleden. Dertien jaar later, als Tanja – Dagboek Van Een Guerrillera (86 min.) wordt uitgebracht, zijn de grootste raadselen rond de radicale Nederlandse strijdster allang opgelost. Ze was betrokken bij het vredesakkoord dat in 2016 met de Colombiaanse regering werd gesloten, trad veelvuldig op in de media en bracht een boek uit: Van Guerrilla Naar Vredesproces (2021).

Wat heeft deze film van de gelauwerde Duitse maker Marcel Mettelsiefen (Watani – My HomelandAfghanistan: The Wounded Land en In Her Hands) daaraan toe te voegen? Behalve de hoofdpersoon zelf die – beurtelings in het Engels, Spaans en Nederlands – terugblikt op haar betrokkenheid bij de FARC. Bijzonder beeldmateriaal bijvoorbeeld. Vanuit het hart van de beweging, die destijds ook met cocaïnehandel en ontvoeringen in verband werd gebracht. Daarop is te zien hoe Nijmeijer tolkt bij drie ontvoerde Amerikanen, die ruim vijf jaar werden vastgehouden.

‘Ik weet niet hoor Jans, waar dit project naartoe gaat’, schreef Tanja toentertijd aan haar vriendin Janneke Stuulen, met wie ze al die jaren bleef corresponderen. ‘Hoe zal het dan zijn als we de macht hebben? De vrouwen van de commandanten in een Ferrari Testarossa, met siliconentieten en kaviaar?’ Marcel Mettelsiefen gebruikt de briefwisseling tussen de twee vrouwen als structurerend element voor zijn film, waarin aan de hand van de lotgevallen van die ene Nederlandse strijdster tevens het grotere verhaal van de bloedige burgeroorlog in Colombia wordt verteld.

Via gesprekken met Nijmeijers hartsvriendin Janneke, voormalige FARC-commandanten en de Colombiaanse journaliste Jineth Bedoya (die Tanja’s dagboeken destijds naar buiten bracht) en fragmenten uit die veelbesproken persoonlijke geschriften krijgt Mettelsiefen stilaan echt vat op de revolutionair Tanja en de persoon daarachter. Al maakt hij ’t haar in interviews ook niet al te moeilijk. Hele kritische vragen lijken achterwege te zijn gebleven. De documentairemaker biedt kijkers zo de ruimte om hun eigen conclusies te trekken over de keuzes van zijn protagonist.

Intussen vangt deze intrigerende, zwaar doorwrochte film zowel de praktijk als de psychologie van een revolutionaire beweging. Het moet prettig hebben gevoeld om onderdeel te zijn van een gedeeld groter ideaal – ook al heeft dat verzet tegen het Colombiaanse regime uiteindelijk bitter weinig opgeleverd. ‘Het wapens opnemen werkt niet’, constateert Tanja Nijmeijer met de wijsheid van nu. ‘Heeft niet gewerkt. Dat is nu inmiddels wel een keer bewezen.’ Ze moet haar betrokkenheid bij die strijd alleen nog altijd bekopen met een plek op Interpols lijst van gezochte personen.

Terrorist of niet.

Het Beest Van Amsterdam

Doxy

Hij is geen schim meer van de imposante man die hij ooit moet zijn geweest. Alzheimer, vasculaire dementie en Parkinson doen hun ontregelende werk bij Jon Bluming (1933-2018) als regisseur Vuk Janic hem begint te filmen voor wat uiteindelijk een postuum portret is geworden. Hij was het die judo, karate, thaiboksen en worstelen ooit in Europa introduceerde. Een free fighter pur sang. Een meester in mixed martial arts. Een Nederlandse samoerai.

Janic probeert Het Beest Van Amsterdam (54 min.) dat nog ergens in dat versleten, broze lijf verscholen zit te vangen met een tekst die hij, op basis van interviews met Bluming en diens autobiografie Van Straatschoffie Tot 10e Dan (1999), met medewerking van Arthur van den Boogaard heeft geschreven. Die woorden zijn vervolgens, als een gekooide leeuw, ingesproken door Matteo van der Grijn en voorzien van stemmige zwart-witte animatie.

‘Onverslaanbaar zijn, dat wilde ik’, zegt die bijvoorbeeld. Of, over hoe hij terugkwam uit de oorlog in Korea: ‘Dood, ik ben wel klaar met je. Een losgeslagen straatschoffie werd ik.’ En over wat hij meenam van zijn traumatische ervaringen als zeventienjarige frontsoldaat. ‘Hij of ik. Altijd weer: hij of ik.’ Dat zou een leidmotief voor de rest van zijn bestaan worden. Zoals die vervloekte oorlog in Korea hem ook voor het leven tekende. ‘Angstig, altijd angstig, om dood te gaan’

Vechtsport was voor Jon Bluming uiteindelijk toch meer gevecht dan sport, vertellen mensen uit zijn directe omgeving zoals Jan de Bruin (voorzitter en kancho IBK Kyokushin Karate), viervoudig wereldkampioen K-1 Sem Schilt en Blumings protegé Chris Dolman, driemaal wereldkampioen sambo en veertig keer nationaal kampioen worstelen, judo of sambo. Jon Bluming was ‘keihard en liefdevol’, zegt één van de sprekers treffend op zijn uitvaart.

Die wordt door Vuk Janic gebruikt als startpunt voor deze wat weerbarstige film, waarin de breekbare oude man die zich slechts een enkele keer nog in zijn ziel laat kijken (‘Je vraagt je soms weleens af waarom je al die jaren gestudeerd hebt op vechten. Nou ja, ’t is niet anders.’) en het gevaarlijke beest dat via de geschriften van diezelfde man tot de wereld spreekt soms wat lastig samenkomen. Alsof het gaat om twee verschillende mensen, twee verschillende stemmen.

Maar misschien is dat gewoon wat het leven doet met tot de verbeelding sprekende vechters zoals Jon Bluming. Indachtig dat oude gezegde: old warriors never die, they simply fade away.

Television Event

VPRO

Geen bloed. En geen verbrande lijken. De censoren van de Amerikaanse commerciële zender ABC lijken onverbiddelijk. Het is duidelijk dat zij geen idee hebben van wat de makers van die nieuwe ‘Saturday Night Movie’ proberen te bewerkstelligen. De filmcrew laat zich er in elk geval niet door weerhouden. Regisseur Nick Meyer en z’n team willen Amerika confronteren met de gevaren van een kernoorlog. Hun speelfilm The Day After wordt in 1983 een ongekend Television Event (86 min.) – en een prachtige metafoor voor de collectieve angst voor nucleaire verwoesting van de aarde.

‘In de jaren tachtig hadden Amerika en Rusland genoeg kernwapens om iedere man, vrouw en kind op aarde 54 keer te doden’, stelt Meyer, die even daarvoor nog een Star Trek-film heeft afgeleverd. ‘54 keer!’ Alle reden dus om het land wakker te schudden met een onvervalste ‘what if’-film. Alleen dreigt de licht ontvlambare filmmaker zelf een obstakel te worden. Tijdens het productieproces blijkt steeds weer dat waar Nick Meyer komt, ook ruzie komt. ABC Motion Pictures-onderdirecteur Stu Samuels ontwikkelt een serieuze vorm van ‘Nick-moeheid’ en overweegt om hem van de film af te halen.

Rondom die clashende ego’s ontwikkelt zich een discussie over of die film over gewone Amerikanen voor, tijdens en na een kernaanval er überhaupt moet komen. Is het meer dan ordinaire bangmakerij? Spelen ze grote vijand Rusland ermee in de kaart? De nieuw aangetreden regering van de ‘cowboy’ Ronald Reagan komt in elk geval met dwingende inhoudelijke suggesties. Blijkbaar is het idee van een film over een kernoorlog nog enger dan een echte kernoorlog. Intussen laait de Koude Oorlog, mede door Reagans retoriek over de Sovjet-Unie als ‘evil empire’, begin jaren tachtig ouderwets op. 

Via het voorbeeld van de controversiële kernoorlogsfilm belicht deze hele smakelijke reconstructie van Jeff Daniels intussen treffend de angst voor nucleaire destructie die als een grauwsluier over de jaren tachtig hangt (en die nu, gezien bijvoorbeeld de ontwikkelingen in Oekraïne, opnieuw uiterst actueel is). Totdat de regering Reagan toch maar toenadering zoekt tot de aartsvijand, om de ontspoorde wapenwedloop een halt toe te roepen – al is het de vraag of The Day After daarbij inderdaad zo’n prominente rol heeft gespeeld als Television Event, op toch wel typisch Amerikaanse wijze suggereert.

Putin’s Shadow War

VPRO

De ontwikkelingen aan het front in Oekraïne zijn voor de hele wereld zichtbaar. Daarachter wordt echter nog een andere oorlog gevoerd. Met spionnen, saboteurs, geheimagenten, trollen en buitenlandse actoren. Een select gezelschap van Scandinavische onderzoeksjournalisten probeert in Putin’s Shadow War (oorspronkelijke titel: Skyggekrigen, 157 min.) de vinger te krijgen achter Ruslands inspanningen om het westen in het geniep te peilen, destabiliseren en attaqueren.

Zo stuiten ze in deze collageachtige driedelige serie van Boris Bertram op Russische marineschepen die zich stiekem bezighouden met onderwatersurveillance. De Admiral Vladimirsky probeert bijvoorbeeld de energie-infrastructuur van enkele Europese landen, waaronder windmolenparken op zee, in kaart te brengen. Zodat die, als de situatie erom vraagt in de ogen van de Russische president Vladimir Poetin, vermoedelijk direct buiten werking kunnen worden gesteld.

Andere leden van het team onderzoeken Russische diplomaten die in het westen spioneren. ‘Spionage is de belangrijkste bijdrage aan de wereldvrede’, heeft voormalig Poetin-adviseur Sergei Markov daarvoor een wel heel opmerkelijke verklaring. ‘Veel oorlogen ontstaan omdat regeringen informatie missen over andere, hen niet vriendelijk gezinde landen en het gevaar daarvan dan overschatten.’ Een geïnformeerd land is minder bang. ‘Er is een Russisch gezegde: angst heeft grote ogen.’

Verder is er een rechtszaak rond industriële spionage bij Volvo en Scania. Yevgeny Umerenko, een Russische geheimagent met een diplomatieke status, zou een Zweedse medewerker met financiële problemen hebben geworven om informatie over de zelfrijdende auto  te stelen. ‘Het is onze inschatting dat deze informatie kan worden ingezet voor militaire doeleinden’, zegt Daniel Stenling, hoofd van de afdeling contraspionage van de Zweedse geheime dienst daarover.

En dan is er, natuurlijk, de sabotage van de Nord Stream-gasleidingen in het najaar van 2022. ‘Oh, fuck’, verzucht journalist Niels Fastrup tijdens een gespannen meeting, als ze via het Deense ministerie van Defensie beelden van ‘een vulkaan op zee’ krijgen toegespeeld. ‘Dit ziet er echt uit als oorlog.’ Er lijkt sprake van onderwaterexplosies. ‘Zoiets als dit is er nog nooit gebeurd in de tijd dat ik leef’, reageert Fastrup ontzet. Het is een geladen moment, dat de ernst van de situatie onderstreept.

Zo kijkt deze miniserie over de schouder mee als het team van journalisten onderzoek doet, (geanonimiseerde) bronnen uit de schimmige wereld van de internationale spionage bevraagt of zelf ter plaatse poolshoogte gaat nemen – en dan bijvoorbeeld tegenover Russische scheepslui met een doorgeladen wapen komt te staan. Daarbij begeven ze zich op onbekend terrein, met hulp van bronnen en organisaties met eigen belangen, zoals het Dossier Center van Poetins vijand Mikhail Khodorkovsky.

Het is oorlogsverslaggeving 2.0. Van een strategische strijd die veelal buiten het blikveld van de wereld en, soms letterlijk, in het duister wordt uitgevochten. Of vanuit ambassades, in trollenfabrieken en op al dan niet door Rusland georganiseerde nepdemonstraties. Waarbij niets is wat het lijkt. En elke keuze – identiteit en gezichten van Russische geheimagenten openbaren of niet bijvoorbeeld? – ook weer een rol kan spelen in de spionageoorlog tussen Rusland en z’n opponenten.

Putin’s Shadow War is hier te bekijken.

Inside Russia: Traitors & Heroes

VPRO

Hoe kun je in het hedendaagse Rusland zeggen wat er gezegd moet worden, zonder dat je erdoor in de problemen komt? De jonge bevlogen Oeljana heeft een aardige manier gevonden: ze spreekt zich uit door in het openbaar voor te lezen uit het werk van bekende schrijvers. Via hun teksten kan ze gewoon zeggen wat ze op haar lever heeft. ‘Niemand stopt mij in de gevangenis als ik een vers met het woord ‘oorlog’ lees’, declameert ze bijvoorbeeld. Intussen dient haar broer Vanja in het Russische leger, dat met brute kracht Oekraïne is binnengestormd. Samen met haar vader, die de invasie beschouwt als niets minder dan een gevecht tegen het fascisme, houdt Oeljana haar hart vast: is voor Vanja een heldenbestaan weggelegd? Of wacht hem toch een heldendood?

Jonge Russen hebben in wezen geen keuze. Ze participeren in de strijd of kunnen zelf tot staatsvijand worden verklaard. ‘Ieder volk, en zeker het Russische volk, ziet het verschil tussen ware patriotten en verraders en spuugt die verraders gewoon uit als een vliegje in je mond’, heeft president Vladimir Poetin tenslotte gezegd. Aan deze uitspraak ontleent deze urgente documentaire van Anastasia Popova en Paul Mitchell zijn naam: Inside Russia: Traitors & Heroes (75 min.), een film over hoe een nieuwe generatie Russen manieren zoekt om toch kritiek te uiten op het regime. Het kunstcollectief PSLCh laat met spuitbussen en stickers bijvoorbeeld cryptische boodschappen achter in de openbare ruimte. Dat blijft niet zonder gevolgen. Lid Ljonja wordt opgepakt en moet daarna verplicht een psychiatrische test ondergaan. ‘We weten allemaal dat dit een zelfmoordmissie is’, zegt hij na zijn ontslag uit het ‘gekkenhuis’ tegen zijn partners in crime. Ook zij zijn immers niet meer dan vliegjes in Poetins mond.

Nina Beljaeva, gemeenteraadslid in Voronezj maakt zich ondertussen kwaad over de steun van de Russisch-orthodoxe kerk voor de inval in Oekraïne. Ze spreekt zich daarover ferm uit in de raad. Dat wordt haar bijzonder kwalijk genomen door enkele collega’s. Uiteindelijk komt de jonge vrouw voor een elementaire keuze te staan: emigratie of de gevangenis. Volgens de zogenaamde desinformatiewet is het sowieso verboden om de invasie van Oekraïne een oorlog te noemen of ertegen te protesteren. Dit wordt nog eens pijnlijk duidelijk als er een mobilisatie wordt afgekondigd. Jonge Russische mannen kunnen voortaan zomaar gerekruteerd worden voor Poetins oorlog. Menigeen zoekt daarom ijlings zijn heil in het buitenland. Deserteurs zijn dat, volgens de mannen die op de Russische Staats-TV het vuur dagelijks oppoken. Ze verdienen niets minder dan de doodstraf.

‘Wat is er gebeurd met de vrijheid van meningsuiting?’ vragen de YouTubers Alla en Misha intussen op straat aan willekeurige inwoners van Moskou. ‘Ik ben te jong om die vraag te beantwoorden’, stelt een jongen, die liever geen vliegje in Poetins mond wordt. Zijn vriend is wél bereid om antwoord te geven. ‘De vrijheid van meningsuiting is verdwenen’, zegt hij en stelt dan meteen een wedervraag: ‘Mag ik gevoelige onderwerpen noemen?’ Interviewster Alla maant hem tot voorzichtigheid: ‘Ja. Maar houd je aan de wet. We zijn bezorgd om de mensen die we interviewen.’ Want dat is de realiteit in het Rusland van nu: instemmen of kop houden. De jongen besluit om toch gewoon antwoord te geven: ‘Om me voorzichtig uit te drukken: de mensen zijn gewoon bang. Maar dat is logisch. Dus vrijheid heb je thuis, met vrienden. Maar niet in het openbaar.’

Via enkele vertegenwoordigers van een nieuwe Russische generatie, die heel behoedzaam de vrijheid van meningsuiting verkennen, schetst Inside Russia: Traitors & Heroes zo een bang land, dat in de greep is geraakt van boze krachten. En iedereen die de officiële waarheid niet slikt kan daarmee op een zeer naargeestige wijze worden geconfronteerd. Als een vliegje dat zomaar kan worden uitgespuugd door de almachtige leider.