Mysteriepakken

A5 Film / DR Sales

Al 22 jaar wordt er met kerst een pakketje bezorgd bij het oudere echtpaar Arne en Inge Sandnes in Valldal, in het uiterste noorden van Noorwegen. Er zitten geschenken in voor de gehele familie. Met een handgeschreven briefje erbij: prettig kersfeest vanuit Arendal. Wie de gulle gever is, is na al die jaren nog altijd niet duidelijk. Veel meer dan dat hij of zij de pakketjes op de post doet in Arendal, helemaal in het zuiden van Noorwegen, weet de familie niet.

Dat is dus een mooie opdracht voor de kleinkinderen Edle (9) en Brage (6). Als rechtgeaarde kinderdetectives gaan zij direct enthousiast aan het werk. Ze overleggen voortdurend met elkaar via walkie talkies, ondervragen ‘verdachten’ in de familie en vriendenkring en proberen verder bewijsmateriaal, zoals vingerafdrukken op het Mysteriepakken (internationale titel: The Mystery Package, 75 min.), veilig te stellen. Deze kerst moet het raadsel echt worden opgelost!

En hun moeder Silje Evensmo Jacobsen, die enkele jaren geleden met A New Kind Of Wilderness (2024) een fraaie en ingetogen documentaire over verlies en rouw maakte, sluit aan bij de doldwaze queeste van Edle en Brage en legt hun speelse onderzoek met zichtbaar plezier vast. Daarbij helpt ze de kinderen – en de waarheid – zo nu en dan ook wel eens een handje, in deze Linus-achtige documentaire die aanvoelt als een hartveroverende jeugdfilm.

Die pakketjes begonnen overigens te komen na een tragische gebeurtenis in de familie: de zelfdoding van hun oom Hans Petter, de oudere broer van vader Magnus. Zit daar misschien een aanknopingspunt voor de nijvere speurders? Alle familieleden, inclusief de aanhang, laten zich in elk geval graag voor hun karretje spannen in deze verrukkelijke combinatie van whodunnit en familiedocu, die op een luchtige manier een zwaar thema toegankelijk maakt.

Een ideale film, kortom, voor de winterse dagen. Een kerstdocu, zogezegd.

Heilig Schuim

VPRO / zondag 29 maart, om 22.40 uur, op NPO2

John Kavakure is een BBB, vertelt hij in de documentaire Heilig Schuim (59 min.). Een Black Belgian Brewer. Als jongeling werd hij in de jaren negentig door Belgische Jezuïeten in de kofferbak van een auto zijn geboorteland Burundi uitgesmokkeld, op de vlucht voor de burgeroorlog die daar was uitgebroken tussen Hutu’s en Tutsi’s. In België belandde de Burundees op het Institut Meurice, waar hij zich als enige zwarte – en soms ook onbegrepen of genegeerde – student verder kon bekwamen in het brouwen van bier.

John is opgegroeid met bier. In zijn jeugd leerde zijn grootmoeder hem al hoe hij met bananen en de graansoort sorghum eigen bier kon maken. Het gerstenat is sowieso alomtegenwoordig in Burundi. De economie van het Afrikaanse land draait er zelfs voor een groot deel op. En ook cultureel speelt bier een belangrijke rol. Bij belangrijke gelegenheden in het leven – van geboorten tot huwelijken – wordt gezamenlijk de fles geheven. ‘In Afrika drinken we geen bier’, zegt Kavakure enthousiast. ‘We delen het!’

Het lag dus voor de hand dat hij ooit terug zou keren naar zijn geboorteland, om er de missie van zijn oma voort te zetten. Met eigen bier: Soma Burundi. Dat bier drink je niet, zegt John als een volleerde marketeer. Dat próef je. Maar of de marktleider, Heineken-dochter Brarudi, ook zo blij was met een plaatselijke concurrent? De vraag stellen is hem beantwoorden. In 2013 vertrok Kavakure alweer uit Burundi. Hij voelde zich er niet meer veilig, vertelt hij in deze documentaire van Thomas Blom en Misha Wessel.

In de film reconstrueren zij Johns levensverhaal niet rechttoe rechtaan, maar laten ze de puzzelstukjes langzaam maar zeker in elkaar vallen. Pas tegen het einde is het totaalplaatje min of meer volledig zichtbaar – al blijft er ook dan nog wel wat te vragen en raden over. Feit is dat bier, de gezelschapsdrank die gewone Burundezen bij elkaar brengt, ook voor tweespalt heeft gezorgd in de voormalige Belgische kolonie, waar de oude koloniale verhoudingen nog altijd doorwerken in Burundi’s heden.

Als hij zich dan toch nog eens in zijn geboorteland meldt, om zijn moeder te bezoeken en een kijkje te gaan nemen bij de brouwerij die hij er heeft achtergelaten, laat John Kavakure, ondanks zijn openlijke trots, gulle lach en sterke ideeën over hoe Soma-bier moet worden gebrouwen, zijn waakzaamheid nooit helemaal varen. Hij weet dat in dit Afrikaanse land, dat hem zoveel heeft gegeven, soms ook zomaar alles weer kan worden afgenomen.

De Glazen Kerk

EO

Coby Boot is in 1959 getrouwd in de kerk van het kleine Zeeuwse dorp Kortgene. En nog geen tien jaar geleden heeft de oma van filmmaker Matthijs Vuijk er haar overleden echtgenoot uitgeleide gedaan. Nu is diezelfde kerk, negenhonderd jaar oud inmiddels, failliet.

Ruben van Zwieten, predikant en ondernemer op de Amsterdamse Zuidas, heeft het kerkgebouw opgekocht. Hij wil er een ‘huis van ontmoeting en inspiratie’ van maken. Als het aan hem ligt, wordt de bediening straks gedaan door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. En in maanden dat het minder druk is met toeristen, kunnen er groepen uit de randstad op retraite komen. ‘Het beloofde land is niet ver weg vandaag’, houdt Van Zwieten zijn achterban enthousiast voor.

Aan sommige dorpsbewoners is De Glazen Kerk (55 min.) echter niet besteed. Dat huis is hun kerk niet meer. Wordt het werkelijk meer dan ‘een snel Zuidas-project, waar jongens inzitten met geld, die uiteindelijk rendement willen maken’? Ook Coby ervaart vooral verlies, een volgende stap in het afscheid nemen van het leven zoals ze dat kende. Op de verjaardagskalender heeft zij al heel wat kruisjes moeten zetten achter de namen van mensen met wie ze altijd heeft gekerkt. ‘Overleden.’

De kerk zelf denkt er ook het zijne van. ‘Ik dacht dat ik alles had gehoord, alles had gezien’, spreekt het gebouw via teksten in beeld, ondersteund door gerommel uit het binnenste ervan, terwijl een 3D-camera alle uithoeken van de kerk scant. ‘Vijf keer ben ik overstroomd, omhelsd door de zee. Maar nu hoor ik nieuwe geluiden. Ik voel dat er langzaam iets verandert.’ Zo werkt Vuijk toe naar de slotscène waarin hij zijn oma haar vertrouwde geestelijke thuis op een geheel nieuwe manier laat beleven.

Intussen krijgt Kortgene’s kerk, tot vreugde van de initiatiefnemer en verdriet van oudere kerkgangers zoals Coby Boot, z’n nieuwe bestemming. Dit gaat niet zonder slag of stoot. Van Zwieten heeft voldoende ‘return on investment’ nodig. Om de tent draaiende te houden, moeten er ook inkomsten komen, houdt hij de bezoekers van een kerstdienst voor. Met behulp van Chat GPT heeft ie dit zelfs in een spreekwoord vervat: ‘Je kan niet én het uiterste onder de kan krijgen en de kan heel laten.’

Matthijs Vuijk zet de botsende werelden recht tegenover elkaar en maakt er ook geen geheim van waar zijn hart ligt. Bij de vrouw die ruim 65 jaar geleden in die failliete kerk, tegenwoordig ‘De Nieuwe Poort Zeeland’ genaamd en nog altijd ‘overgoten met een theologisch sausje’, in het huwelijk trad, natuurlijk.

LaLee’s Kin: The Legacy Of Cotton

Maysles Films

Slechts een dikke halve eeuw geleden hadden Afro-Amerikaanse kinderen uit de Mississippi-delta in de maanden september, oktober en november nog gewoon schoolvrij, legt Reggie Barnes uit. Dan werden ze, ook al was de slavernij toch echt al bijna een eeuw afgeschaft in de Verenigde Staten, tegen een hongerloon aan het werk gezet op katoenvelden van witte landeigenaren.

Het is illustratief voor de maalstroom van armoede, misdaad en verslaving waardoor een deel van de zwarte bevolking van het Amerikaanse zuiden aan het begin van de 21e eeuw nog altijd wordt meegezogen. De oplossing zit in beter onderwijs, is de overtuiging van Barnes. Hij heeft de opdracht gekregen om het abominabele niveau van de scholen in het district Tallahatchie County op te krikken. Anders grijpt de Amerikaanse overheid in.

De legendarische documentairemaker Albert Maysles, die samen met zijn broer David de klassiekers Salesman, Gimme Shelter en Grey Gardens maakte, heeft voor LaLee’s Kin: The Legacy Of Cotton (90 min.), in 2002 genomineerd voor een Oscar, de handen ineen geslagen met Deborah Dickson en Susan Froemke. Zij kijken samen mee hoe de gedreven Reggie Barnes met de moed der wanhoop aan het werk gaat.

Ze sluiten ook aan bij Laura Lee Wallace, een struise Afro-Amerikaanse vrouw met, zegt ze vol trots, achtendertig kleinkinderen en ook nog eens vijftien achterkleinkinderen. Laagopgeleide mensen zoals ‘LaLee’ hebben geen cent te makken. Het kost al een godsvermogen om de kinderen, met geschikte kleding en pen en papier, überhaupt naar school te krijgen. Als alleenstaande mater familias moet zij alle zeilen bijzetten.

Via de onverzettelijke LaLee en haar soms nogal dwarsliggende nageslacht toont deze landerige film, voorzien van een lekker lome blues-soundtrack, hoe Tallahatchie nog een lange weg heeft te gaan voordat er definitief een einde is gemaakt aan wat met hedendaagse ogen toch echt derdewereldtoestanden lijken – en voordat Reggie Barnes er een adequaat functionerend schooldistrict van heeft gemaakt.

Tussen Broers

Een Van De Jongens / KRO-NCRV / vanaf donderdag 9 april in de bioscoop

Tien jaar na A Family Affair (2016) vervolgt Tom Fassaert het ontrafelen van zijn eigen familiegeschiedenis met Tussen Broers (105 min.). Deze persoonlijke film begint waar de vorige eindigde: bij het overlijden van zijn 97-jarige grootmoeder Marianne (1917-2015), een voormalige mannequin die een spoor van vernieling door die familie heeft getrokken en die ‘t vanuit haar laatste woonplaats in Zuid-Afrika ook haar kleinzoon erg lastig maakte met tamelijk bizar flirt- en claimgedrag.

‘De film is voorbij’, constateert Fassaerts vader, de psycholoog Rob Fassaert, bij de start van deze nieuwe documentaire. ‘Mijn moeders leven is voorbij. We gaan weer over tot de orde van de dag.’ Dat blijkt echter een voorbarige conclusie. In dat verleden liggen nog tal van prangende vragen verscholen, die om een antwoord vragen – of op z’n minst naar het zoeken daarnaar. Want wat is er geworden van de vader van Rob en diens oudere broer René, de oom van de filmmaker, die al heel lang buiten beeld is?

Eerst concentreert Tom Fassaert zich echter op hoe zijn vader zich bekommert om zijn broer. René is volgens Rob ‘de verpersoonlijking van wat er in hun jeugd is misgegaan’. Hij zat vroeger in een besloten inrichting, maar heeft tegenwoordig een eigen woning. Die is alleen helemaal dichtgegroeid met spullen. Rob probeert hem te helpen om zijn huis op orde te krijgen. Zijn zoon observeert dat proces en kadert dit in met een intieme voice-over, waarin hij ook hun familiegeschiedenis reconstrueert.

Fassaert kan daarbij terugvallen op het beeldmateriaal dat zijn vader gedurende al die jaren maakte. Want dat filmen heeft hij niet van een vreemde. Rob heeft geen enkel detail van z’n eigen ‘doorsneegezin’ ongefilmd gelaten. Die beelden tonen volgens zijn zoon hun gezinsleven, ‘maar misschien vooral zijn onzichtbare verlangen naar iets wat hij zelf nooit gekend heeft’. Ieder op hun eigen manier, toont Tom Fassaert, houden de twee broers vast aan een verleden, dat hen voor het leven heeft getekend.

Deze intrigerende documentaire waadt zo door een ander deel van een woelige familiehistorie. Misschien niet op zo’n verrassende manier als in A Family Affair, maar net zo indringend en toch behoedzaam en subtiel. Een héél particulier en daardoor universeel en invoelbaar verhaal. En de film eindigt min of meer waar ie begon: bij wat er is geworden van die ene (groot)ouder, Richard Fassaert in dit geval, en wat die heeft achtergelaten. Is het mogelijk om de geschiedenis niet te herhalen? vraagt zijn kleinzoon Tom zich af.

Aimée & Samir

Elbe Stevens Film / NTR

Aimée de Jongh wil laten zien wat onzichtbaar is geworden, zegt ze in de korte documentaire Aimée & Samir (29 min.). Zodat we niet meer kunnen wegkijken van wat er onder onze ogen gebeurt. De Nederlandse stripauteur en illustrator, die zelf Indonesische roots heeft, doelt dan vooral op de schaduwkanten van migratie, bijvoorbeeld voor de vluchtelingen aan de grenzen van Fort Europa.

Met een beperkt aantal, tamelijk droog ingesproken voice-overs stuurt ze deze sfeervolle film van Catherine van Campen zelf aan. Die laat De Jonghs succesvolle carrière veelal links liggen en concentreert zich op de totstandkoming van haar nieuwe graphic novel Samir. Over een fictieve Syrische jongen in een Grieks vluchtelingenkamp, die de reis op zee heeft overleefd door zich vast te klampen aan een jerrycan.

Om hiervoor research te doen is de stripkunstenares afgereisd naar Lesbos. Ze gaat in gesprek met vluchtelingen die daar in een tentenkamp zijn beland en bevraagt bewoners van het Griekse eiland. Terwijl ze hen tekent – een proces dat Van Campen tegelijkertijd met animaties in beeld brengt – geeft De Jongh hen alle ruimte om te vertellen. Als bedankje ontvangen ze naderhand hun eigen portret.

Of hij hier met familie is, wil ze bijvoorbeeld weten van een tienerjongen. Alleen met mijn oma en opa, antwoordt die. Hij heeft verder geen andere familie in het kamp. ‘Ik hoop dat zij ook hierheen kunnen komen’, reageert De Jongh, die ondertussen geconcentreerd blijft doortekenen. ‘Wie?’ vraagt de jongen. ‘Je familie’, antwoordt zij. ‘Nee, die heb ik niet’, zegt de jongen bijna achteloos. ‘Ze zijn dood.’

Een plaatselijke visser vertelt dat hij tijdelijk is gestopt met zijn werk. ‘Ik haalde mensen binnen in plaats van vis’, vertelt hij. Dat wordt zichtbaar op een begraafplaats voor onbekende vluchtelingen, waar De Jongh de Afghaanse vluchteling Sohrab ontmoet. Rondom hen liggen overal vluchtelingen begraven. Vooral moslimvrouwen, legt hij uit. Want die hebben vaak niet leren zwemmen.

Met haar fraaie en treffende illustraties, die Catherine van Campen integraal onderdeel heeft gemaakt van deze film, probeert Aimée de Jongh deze werkelijkheid zichtbaar te maken. Tegelijk zit er bij haar ook ongemak over hoe zij, als een willekeurige westerse toerist, zomaar uit de wereld van vluchtelingen en eilanders kan stappen, om gewoon even van de zon en de omgeving te genieten.

Die dubbelheid weerhoudt de Nederlandse kunstenares er niet van om met potlood en schetsboek letterlijk vorm te geven aan haar idealen en overtuigingen. Met haar nieuwe album, afgeleverd bij Uitgeverij Dargaud te Brussel, geeft ze iets terug aan de mensen die haar hebben gevoed.

Rashid, The Boy From Sinjar

Clin d’oeil

Toen Islamitische Staat (IS) hem in Syrië probeerde te rekruteren, tatoeëerde zijn moeder ’Kasm’, de naam van zijn vader, op Rashids rechterbovenarm. ‘Als ze je meenemen, kun je in elk geval nooit vergeten wie je bent’, zei ze erbij. Toen strijders van IS de tatoeage zagen, dreigden ze de arm van de rossige Jezidi-jongen te amputeren. Nadat zij hem een aantal keer flink in elkaar hadden geslagen, maakten ze uiteindelijk een foto van Rashid Qasim, zijn moeder Nejad en de andere kinderen. Daarmee konden ze te koop worden aangeboden via Facebook. Zo kwam hun vader hen weer op het spoor.

Rashid, The Boy From Sinjar (80 min.) kan zich nog goed herinneren hoe het begon: op 3 augustus 2014, de laatste dag van de vastenperiode. Toen ging de genocide op zijn volk, een christelijke minderheid in Noord-Irak, van start. Rashids grootvader behoorde tot de allereerste slachtoffers. Bij de start van deze documentaire van Jasna Krajinovic is het ruim zes jaar later, 2020. De inmiddels vijftienjarige Jezidi-tiener probeert zijn leven weer op te pakken. School, bijvoorbeeld. Werken voor de kost. Of rondhangen met vrienden. Intussen is zijn jongere zusje Raishin nog steeds niet teruggekeerd. Zij is waarschijnlijk nog altijd in handen van Islamitische Staat.

Dat eerste shot van deze ingetogen documentaire hakt er overigens meteen in: achter op een wagen gezeten rijdt Rashid door Sinjar en aanschouwt de onvoorstelbare ravage die daar is aangericht. Hoe is hier nog ooit menselijk leven mogelijk? Later maakt hij, als een speelse puber, in diezelfde desolate omgeving met zijn telefoon overigens alweer foto’s met leeftijdsgenoten, waaronder enkele leuke meisjes. Het is alsof het gewone leven in de navolgende jaren, ondanks al het leed dat hen is berokkend, toch weer gewoon doorgaat. En daarbij hoort ook de vraag waar hun toekomst ligt: hier, in de ruïne, die ooit hun leven was? Of toch elders?

Van de documentaires die in de afgelopen jaren zijn gemaakt over de totale verwoesting van de Jezidi-gemeenschap – films zoals Sabaya, Daughters Of The Sun en Mediha – richt Rashid, The Boy Of Sinjar zich het minst op het verleden. Krajinovic gebruikt het schrikbewind van de IS-barbaren, en de dreiging die nog altijd van hen uitgaat, vooral om te kijken naar hoe het leven nu verder moet voor Rashid en zijn familie. En die toekomst brengt in deze ingetogen en – daardoor juist zo – aangrijpende documentaire z’n eigen hartverscheurende keuzes met zich mee. Loslaten en verder gaan? Of toch vasthouden?

Memory

Vladlena Sandu / Cinema Delicatessen

Ze wordt geboren op de Krim, in Oekraïne, maar verhuist als kind naar Grozny, de hoofdstad van Tsjetsjenië. Daar wordt Vladlena Sandu, de maakster van de prachtige persoonlijke documentaire Memory (98 min.), opgewacht door haar opa, een zwijgzame man met ‘drie vingers aan de ene hand en vier aan de andere’, die haar al snel het bloed onder de nagels vandaan haalt. Met een tik op haar hand bijvoorbeeld, als ze met links probeert te schrijven en tekenen.

Het meisje komt terecht in een roestvrijstalen wereld. Haar naam is daar in zekere zin een afspiegeling van. Vladlena, vertelt Sandu in de bezonken voice-over waarmee ze deze ravissant vormgegeven vertelling aanstuurt, is een samentrekking van Vladimir en Lenin. De stamvader van het Russische communisme wordt, in wat achteraf bezien de laatste jaren van de Sovjet-Unie blijken te zijn, in het huis van haar grootouders nog beschouwd als een godheid – al moet je in die wereld tegelijkertijd heel voorzichtig zijn met het uiten van religieuze sentimenten.

Haar nurkse opa Mikhail Alexandrovich vindt Vladlena in elk geval een belachelijke naam. ‘Alleen een junk zou zijn kind zo noemen.’ Daarmee refereert hij aan Sandu’s ouders, hun acterende dochter en de deejay, waarmee die is getrouwd. Zij hebben het meisje na hun echtscheiding naar Tsjetsjenië gestuurd. Als Vladlena’s moeder daar op bezoek komt, zuipt (groot)vader zich klem en schreeuwt: ‘Mijn huis uit, slet!’ Waarna zijn kleindochter, de regisseur van deze virtuoze trip door het verleden, alleen maar kan denken: ‘Ik háát Mikhail Alexandrovich.’

Toch is dat niet het hele verhaal: opa heeft zijn eigen geschiedenis. Terwijl Vladlena Sandu haar eigen jeugd uitdiept, die wordt getekend door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie aan het begin van de jaren negentig en de bittere oorlog die vervolgens ontstaat tussen de Russen en Tsjetsjenen, duikt ze tevens in de geschiedenis van haar gewraakte grootvader, een man die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Rode leger diende en uiteindelijk niet geheel schadevrij in een ziekenhuis in Grozny is beland. Waar een plaatselijke schone, Vladlena’s oma, op hem wachtte.

Sandu verzamelt de brokstukken van deze twee onderling verweven levensverhalen en bouwt daarmee een even gestileerde als hartveroverende narratief. Met actrices die haar vroegere zelf representeren, vrijelijk te manipuleren barbiepoppen, een levensgrote versie van King Kong en allerlei andere theatrale attributen, alsmede persoonlijke parafernalia, privévideo’s en nieuwsbeelden, creëert ze het ene na het andere onvergetelijke tafereel, dat met die onderkoelde stem en een zeer uitgesproken muziekkeuze verder wordt ingekleurd.

De verbeelding staat daarbij volledig in dienst van Sandu’s geheugen, dat met behulp van meisjes met grote ogen zoals zij zelf ooit was een archaïsche, potdichte, wrede en toch ook beeldschone wereld blootlegt. En met haar familiehistorie roept ze weer de grotere geschiedenis op van het einde van de Sovjet-Unie en de oorlog die vervolgens tien jaar woedde in Tsjetsjenië en daar bijna 450.000 dodelijke slachtoffers maakte en een half miljoen mensen op de vlucht joeg. Het is een verhaal dat de verrukte kijker achterlaat met méér indrukken dan het geheugen aankan.

Een film om nog eens te bekijken dus – en nog eens.

Grand Me

Associate Directors

De auto begint te rijden. Achter het stuur zit de Iraanse vrouw Atefeh. Naast haar op de bijrijdersstoel een meisje in een fleurige oranje blouse, haar dochter Melina. Moeder vindt dat ze beter haar best moet doen op school. ‘Dat boeit me niet’, onderbreekt Melina haar bruusk. ‘Het laat me koud wat jij wil.’ Zij wil weten waarom mama van papa is gescheiden. ‘Wat valt er nog te zeggen?’ zucht Atefeh en laat een stilte vallen. Melina neemt daarmee geen genoegen. ‘Nu heb je ineens niets meer te zeggen.’

Waarna de documentaire Grand Me (79 min.) twee jaar terug in de tijd gaat als Melina haar negende verjaardag viert, bij haar zorgzame grootouders in Isfahan. Mama Ati en Baba Ati proberen het meisje het thuis te bieden dat Melina’s vader en moeder haar blijkbaar niet willen of kunnen geven. Die scheidden toen ze zes maanden was. Daarna woonde zij zes jaar lang bij haar moeder Atefeh. Tot die hertrouwde met een man die ook al kinderen had. Melina belandde bij haar opa en oma, waar hun dochter en haar tante, de filmmaakster Atiye Zare Arandi, het samengestelde gezinnetje begon te filmen.

Samen met Bram Crols heeft zij van die beelden nu een bitterzoete vertelling gemaakt. Waarbij de warmte die Melina bij haar grootouders vindt als ze een spelletje doen, nagels lakken of lekker dollen pijnlijk contrasteert met de koude schouder die ze van haar beide ouders krijgt. ‘Ze hebben het te druk met hun eigen leven’, stelt Melina die een voogdijzaak tegen hen heeft aangespannen. Haar vader houdt ’t bij belletjes, waarbij ie ook rustig ophangt als iets hem niet zint. Moeder bezoekt haar dochter ook nog wel eens en wordt dan geconfronteerd met de vlogs die het meisje inmiddels van haar leven maakt.

De film schakelt ook regelmatig terug naar die auto, waar Melina nog steeds haar gram haalt op Atefeh. Die valt geregeld stil, wordt emotioneel of slaat terug. Intussen is het de vraag waarnaar de twee op weg zijn en wat dit heeft te maken met de toekomst van het inmiddels elfjarige meisje, dat vermalen dreigt te worden door de plannen van haar ouders en hun nieuwe partners. Het is allerminst zeker dat daarbinnen ook plek is voor haar, hun kind. Het aandoenlijke meisje blijft vooralsnog aangewezen op de liefde en zorg van Mama en Baba Ati, die zich wel voor haar kunnen en willen wegcijferen.

Bij hen mag Melina gewoon ‘Grand Me’ zijn, de allerbelangrijkste in de hele wereld. En dat gevoel hoeft elk kind, waar ook ter wereld, soms nodig, laat deze delicate film nog maar eens ten overvloede zien.

Mamy Rock

Spoa Films

Ze houdt zielsveel van haar kleinkinderen, gaat zo nu en dan eens een blokkie om én treedt in de hele wereld op als deejay. ‘She’s gonna kick some ass’. declameert zo’n typische bombastische radiostem in de openingsscène van deze docu bij clipachtige beelden van de bejaarde superster. ‘And you’re gonna love her back.’ En dat roept dan meteen de vraag op of Mamy Rock (52 min.) – ondertitel: the amazing story of a very young old person – méér is dan een geinige gimmick.

Nadat de Britse tachtiger Ruth Flowers, van origine zangeres, in de openingsscène van deze nogal gladde film telefonisch boekingen in allerlei uithoeken van de wereld heeft doorgekregen, pakt ze lekker de breipennen erbij. Het is een treffende scène, waarin haar hele verhaal zit vervat. Dezelfde vrouw zal later, met zorgvuldig gecoiffeerd haar en een grote zonnebril op, overal de dansvloer vullen met haar eigen mixture van hits en beats. Vrienden en familieleden kunnen ’t nog altijd nauwelijks geloven. ‘Het is in elk geval geen André Rieu’, constateren bevriende leeftijdsgenoten lachend.

Mamy Rocks verhaal lijkt te beginnen op het moment dat Ruth in 2003 de Parijse producer Orel Simon ontmoet. Samen met enkele bevriende insiders introduceert hij haar in de deejaywereld en zorgt met een styliste en visagiste bovendien voor een kek imago. Simon wil best vertellen over dat avontuur in deze door hemzelf geregisseerde film. Hetzelfde geldt voor de andere profi’s die bij Mamy Rock betrokken waren, zoals de archetypische oudere popjournalist Philippe Manoeuvre, compleet met verplichte zonnebril en een hip jack, die nog wel wat smeuïge oneliners over heeft.

Ruth Flowers wordt al snel een fenomeen. Ze maakt in 2010 haar debuut op een feest tijdens het filmfestival van Cannes en mag twee jaar en vele optredens later zelfs aantreden op het Britse festival Glastonbury. Net als bij veel andere optredende deejays kun je je dan afvragen: wat komt er van een tape en wat doet ze nu werkelijk zelf? Voor haar publiek lijkt het idee van een deejayende oma echter al méér dan genoeg. Ze gaan helemaal los op die übercoole granny. Zoals haar kleinzoon Franklyn ’t treffend uitdrukt: ze laat ons allemaal zien dat het leven niet ophoudt na je vijftigste. Waarvan akte.

Tegelijkertijd is het de vraag of Mamy Rock, behalve een gimmick, niet vooral ook een geslaagd marketingexperiment was, waarvan deze docu integraal onderdeel lijkt. Het idee van een bejaarde plaatjesmixer garandeert op voorhand immers al bijna een mediahype, die dan alleen nog op de juiste manier moet worden aangezwengeld. De film doet in elk geval geen serieuze poging om voorbij de mythe en bij de persoon daarachter te komen. Sommige verhalen moet je ook niet dood checken, zeggen ze dan. Die moet je vooral zo goed mogelijk uitstallen – en wellicht zelfs een héél klein beetje aandikken.

Hoewel Ruth Flowers (1931-2014) een kleine tachtig jaar heeft geleefd vóórdat ze Mamy Rock werd, is daarvan in dit postume portret dus weinig te merken. Dat dient vooral om haar op een voetstuk te plaatsen als de hipste bejaarde die de 21e eeuw tot dusver heeft gekend.

Under The Surface

Storyhouse

Onder water voelt Anne Verelst zich volledig veilig. In de wereld boven het water staat de Vlaamse dertiger alleen permanent in de overlevingsstand, toont haar neef Guido in de delicate documentaire Under The Surface (77 min.). Ze heeft beperkt zicht en kan zich soms ook maar ternauwernood staande houden in het gewone sociale verkeer.

Anne had een lastige start. Ze werd op 13 april 1989 geboren na slechts zes en een halve maand zwangerschap. Zij woog 800 gram en mocht pas na drie maanden de kraamafdeling verlaten. Al snel merkte haar moeder Marianne dat Anne anders was. Ze zat volgens haar ‘onder d’r eigen stolpke’. Autisme, luidde de officiële diagnose.

Achter die lastige start ging weer een ander pijnlijk verhaal schuil: over Anne’s oma, die na enkele miskramen het medicijn Distilbène kreeg voorgeschreven. Zodat ze gezonde kinderen zou krijgen. Aan de mogelijke bijwerkingen daarvan besteedde destijds niemand aandacht. Haar dochter Marianne, Anne’s moeder, werd zo een DES-dochter.

Pas later werd duidelijk wat de gevolgen van dit kunstmatige vrouwelijke hormoon, dat wereldwijd zo’n tien miljoen slachtoffers zou hebben gemaakt, konden zijn. Belgische DES-vrouwen vragen nog altijd om erkenning. Hun strijd blijft enigszins een Fremdkörper in deze film, die toch vooral een portret van een moeder en dochter wordt.

In ‘mermaiden’, een soort combinatie van freediven en cosplay, heeft Anne zichzelf gevonden. Zij kan ruim drie minuten, op eigen adem, onder water verblijven. ‘De Ariel van de Kempen’, kopte de Gazet van Antwerpen al eens. En met haar oogverblindende staart oogt Anne inderdaad als een zeemeermin uit een sprookjesachtige wereld.

Met prachtige onderwateropnamen maakt haar neef Guido het goddelijke gevoel dat zich dan meester van haar maakt zichtbaar. In het water voelt Anne zich duidelijk volledig veilig en geborgen – net als in de baarmoeder, ben je onwillekeurig geneigd om te denken. Of, zoals ze ‘t zelf uitdrukt: ‘Het water accepteert mij zoals ik ben.’

Guido Verelst vangt zijn nicht daarnaast, ook via vlogs die zij zelf maakt, op haar meest kwetsbare momenten. Als alles haar even te veel wordt. Tegelijkertijd laat hij haar op haar meest ontspannen zien: als ze samen met vader Jef in de auto luidkeels meezingt met Queens Bohemian Rhapsody of op de tandem zit met haar vriend Johnny.

Want in de drie jaar dat Anne Verelst is gefilmd voor dit portret is ook de liefde in haar leven gekomen. Het lijkt voor een voorzichtige ontspanning te zorgen in haar bestaan, niet in het minst bij Annes zorgelijke moeder. Die worstelt met de vragen die elke ouder met een kwetsbaar kind zich stelt: hoe moet ’t straks verder, als ik er niet meer ben?

Afgaande op Under The Surface, een fraaie en sensibele film over een jonge vrouw die haar weg zoekt en uiteindelijk ook wel lijkt te vinden, kan Marianne Annes toekomst met enig vertrouwen tegemoet zien. Want Johnny lijkt toch wel verdacht veel op, inderdaad, prins Erik. En samen leefden zij… – al is het leven natuurlijk geen sprookje.

De Restaurantmoord

KRO-NCRV

‘Op een gegeven moment weet je van: moet ik haar nog wel geloven?’ noteert de politieagent die Jane heeft verhoord. ‘Bij de verhoren van Jane wist je eigenlijk niet meer wat waar was en wat niet waar was. Uit angst kwam ze met het goede verhaal.’

Op basis van de verklaringen van deze beïnvloedbare getuige/verdachte zijn desondanks drie jonge mannen en drie jonge vrouwen, waaronder zijzelf, veroordeeld voor De Restaurantmoord (144 min.) op 4 juli 1993. Op die fatale zaterdagnacht werd oma Mok vermoord in Peacock, het Chinese restaurant dat ze had overgedaan aan haar zoon.

Deze vierdelige serie van het team van KRO-NCRV dat eerder De Villamoord en De Pompmoord doorlichtte lijkt weer een gerechtelijke dwaling op het spoor te zijn. En opnieuw heeft een bekennende verklaring daarin een sleutelrol gespeeld. Van een jonge kwetsbare vrouw, waarvan bekend was dat haar fantasie soms met haar op de loop ging.

Op basis van Jane’s bekentenis zijn dan weer anderen door de politie verhoord. ‘Die verdachten gokken maar iets, omdat ze ‘t niet weten’, stelt oud-rechercheur Dick Gosewehr, die zich heeft gespecialiseerd in justitiële dwalingen en eerder ook al meewerkte aan De Villamoord. ‘Maar ze zitten tegenover iemand die ‘t ook niet weet.’

Met waarheidsvinding heeft dit volgens Gosewehr niets te maken. En ook Geert-Jan Knoops en Joost Loevendie, de advocaten van de verdachten die bekend zijn geworden als de Zes van Breda, zijn vanzelfsprekend kritisch op de verhoormethoden. Zij worden in deze miniserie bovendien geconfronteerd met nieuwe informatie uit het strafdossier.

Regisseur Joost van Wijk beschikt ditmaal niet over gelekte beelden van de oorspronkelijke politieverhoren. Hij compenseert dit met uitgebreide reconstructies met acteurs, die zijn gebaseerd op informatie uit het dossier. Dat komt net wat minder hard binnen, maar geeft hem nóg meer ruimte om het verhaal in te kleuren met straffe muziek.

Uit zijn spitwerk komt een nieuwe teamleider bij de plaatselijke politie, bijgenaamd ‘De Slimmerik’, naar voren, die de zaak hoe dan tot klaarheid wil brengen en op voorhand al lijkt te weten waar hij de oplossing moet zoeken: bij een soort studentenhuis voor kwetsbare meisjes aan de Teteringsedijk, dat is verworden tot een ‘Marokkanenhol’.

Alle kaarten gaan op de Zes van Breda, waarvan de drie meisjes uiteindelijk tot twee jaar gevangenisstraf worden veroordeeld en de drie jongens, die zelf participeren in deze serie, tot twaalf jaar. Intussen worden andere sporen consequent genegeerd – of zelfs doelbewust verstopt in het strafdossier. Zodat niemand daarover lastige vragen stelt.

Van Wijk deelt deze bevindingen met zijn gesprekspartners, waaronder ook forensisch deskundige Martin Eversdijk en de rechtspsychologen Robert Horselenberg en Eric Rassin. Zij maken stuk voor stuk gehakt van het politieonderzoek, de tunnelvisie die daaruit spreekt en de herziening van de zaak door de Hoge Raad in 2015.

Er blijkt belangrijke informatie achtergehouden die de vijftien rechters die deze zaak behandelden en de advocaten van de veroordeelden wel hadden moeten hebben. Alle reden om – daarover lijken alle sprekers ’t wel eens – de gewelddadige dood van oma Mok nader te onderzoeken.

Zodat Van Wijk en de rest van KRO-NCRV’s onderzoeksteam wellicht weer nieuwe input krijgen voor een vervolg op deze interessante true crime-serie. Zoals het onderzoek naar die andere geruchtmakende moorden, in een Arnhemse villa en bij een pompstation in Warnsveld, ongetwijfeld ook nog open staat.

Writing Hawa

Amstelfilm

Nadat de Taliban in 2001 door Amerikaanse troepen zijn verjaagd uit de Afghaanse hoofdstad Kaboel, hebben vrouwen weer min of meer hun rechtmatige plek in de Afghaanse samenleving kunnen innemen. De herinnering aan het vijfjarige schrikbewind van de moslimfundamentalisten is echter nog nauwelijks vervaagd en speelt ook direct weer op als zij in augustus 2021 opnieuw aan de macht komen in Afghanistan.

Documentairemaakster Najiba Noori vlucht dan halsoverkop naar Parijs. Ze moet alles achterlaten. Alleen een koffer met tien kilo bagage en twee harde schijven met beeldmateriaal, dat ze vanaf 2019 heeft gemaakt van haar moeder Hawa en de rest van de familie, gaan mee. Die zullen de basis vormen voor Writing Hawa (82 min.), een film waarvoor haar broer Ali na Najiba’s vertrek nog aanvullende opnames heeft gemaakt.

Hun moeder Hawa is als dertienjarig meisje uitgehuwelijkt aan Najiba’s dertig jaar oudere vader. Hij is inmiddels hulpbehoevend, begint te dementeren en komt hun huis in Kaboel nauwelijks meer uit. Dat trekt een zware wissel op zijn vrouw en gezin, maar schept tegelijk ook ruimte voor Hawa om haar eigen bestaan op te bouwen. Ze neemt zich voor om te leren lezen en schrijven en begint na te denken over een eigen bedrijfje.

De onverwachte komst van Hawa’s veertienjarige kleindochter Zahra lijkt niets minder dan een zegen. Nadat haar moeder, Hawa’s dochter Fatima, twaalf jaar eerder van haar gewelddadige man is gescheiden, heeft het meisje haar familie niet meer gezien. Na een ruzie is de tiener nu weggevlucht uit het dorp van haar vader en op zoek gegaan naar haar moeder. In Kaboel komen zowel het meisje als haar grootmoeder Hawa tot bloei.

Intussen rukken de Taliban steeds verder op. ‘Ze nemen jonge meisjes mee en dwingen hen om te trouwen’, zegt Hawa tegen haar kleindochter. ‘Dat is het ergste wat je kan overkomen.’ De conclusie is onvermijdelijk: Zahra loopt gevaar en kan niet langer blijven. De verslagen blik van het meisje als ze haar tas inpakt zegt alles. Ze moet terug naar het dorp van haar vader. Daar zijn de nieuwe machthebbers voorlopig niet te verwachten.

Via haar eigen moeder en familie brengt Najiba Noori de gevolgen van de terugkeer van de Taliban – ‘hersendode monsters’, aldus een terneergeslagen Hawa – voor de positie van Afghaanse vrouwen in beeld. Najiba’s moeder moet, via nieuwsuitzendingen van de Afghaanse televisie, aanzien hoe alle persoonlijke vooruitgang die zij – en vrouwen zoals zij – heeft geboekt weer teniet wordt gedaan. Ze voelt zich machteloos en moedeloos.

Terwijl een thematisch verwante film zoals Bread & Roses zich richt op de veelal hoogopgeleide vrouwen die openlijk in het verzet komen tegen alle beperkingen die hen worden opgelegd door de Taliban, concentreert Writing Hawa zich juist op gewone vrouwen die lijdzaam (moeten) ondergaan hoe de klok wordt teruggedraaid naar een Afghaanse variant op de Middeleeuwen. Waar geen vrouw wil leven…

Droombeeld

NTR

Via andere Turkse vrouwen probeert de fotografe Çiğdem Yüksel haar oma te vinden. Die overleed toen zij veertien was. Zeynep, zomaar een vrouw die haar man begin jaren zeventig naar het verre Nederland volgde. Hij ging in IJmuiden werken bij Hoogovens, zij in de plaatselijke visfabriek. Als migranten deden zij daar het zwaarste werk.

Behalve voor haar kinderen en kleinkinderen is Çiğdems grootmoeder helemaal uit beeld verdwenen. Sterker: zij is eigenlijk nooit in beeld geweest. Oma Zeynep behoort tot de onzichtbare vrouwen, de echtgenotes van de eerste generaties gastarbeiders. Voor je het weet zijn ze definitief verdwenen, moet haar kleindochter hebben gedacht – of voorgoed vastgelegd in die stereotiepe beelden van gesluierde oudere moslima’s, veelal vanaf de rug vastgelegd, die nauwelijks van elkaar zijn te onderscheiden.

Çiğdem Yüksel besluit om de generatie van haar grootmoeder te vereeuwigen. Daarvoor kan ze terugvallen op Vrouwen Te Gast, een boek dat de fotografe Bertien van Manen eind jaren zeventig uitbracht. Zij portretteerde toen een aantal vrouwen van buitenlandse afkomst die in Nederland waren beland. Ruim veertig jaar later heeft Çiğdem nu geprobeerd om deze vrouwen te vinden. Zodat ze hen opnieuw kan portretteren – en zo kan vereeuwigen wie zij waren en wat ze hebben betekend.

En dat is een missie die haar oma overstijgt, blijkt in de verzorgde korte documentaire Droombeeld (31 min.) van Rosa Ruth Boesten (Master Of Light). Yüksel wil aantonen dat zij – die vrouwen, hun echtgenoten én hun nageslacht – er mogen zijn. ‘Ik ben ook heel hard bezig met dit project om maar te kunnen rechtvaardigen dat we in dit land horen’, vertelt ze. Met hun keiharde werk hebben zij volgens haar ‘bijgedragen aan de Nederlandse economie’, maar dreigen ze nu in de vergetelheid te verdwijnen.

Yüksels foto hebben een plek gekregen in de tentoonstelling Je Moest Eens Weten in Het Nederlands Fotomuseum, waar bezoekers tevens een video-installatie en tuftwerk  van haar grootmoeder kunnen zien  ‘Ik wil dat ze gaan zitten in de schoot van mijn oma’, legt Çiğdem uit, ‘wat is bekleed met patronen uit haar kleding.’ Want daar, bij de vrouw die de spil van haar familie vormde, voelde zij zich als kind zeer geborgen. En dat gevoel – van een (groot)moeder, een vrouw, een generatie – mag niet verloren gaan.

Bloedband

Anaïs Lopez

Anaïs Lopez’s oma verdween tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze moest volgens Anaïs dus wel Joods zijn. ‘Hoe kom je daarbij?’ reageert haar moeder Carla verbaasd. ‘Nee, lijkt me heel onwaarschijnlijk.’ Veel meer dan dat ze in 1946 is vertrokken, weet Carla zelf overigens ook niet. ‘Ik heb ’t gewoon weggestopt’, zegt ze over de moeder, die haar als klein kind achterliet bij haar vader. ‘Ik wilde er niets over weten.’ Dat is echter buiten haar eigen dochter gerekend. ‘Ik wil weten hoe ’t zit’, zegt Anaïs stellig in de ferme voice-over waarmee ze deze persoonlijke film aanstuurt. ‘Voordat het te laat is.’

Zo ontvouwt zich, letterlijk voor de camera, een roerige familiegeschiedenis, waarin verzonnen verhalen de waarheid nog wel eens in de weg blijken te zitten. Maar of de naakte feiten nu werkelijk zijn te verkiezen boven de romantische fantasieën die je, zeker als kind, ook kunt koesteren bij het verleden, is nog maar de vraag. Want de zoektocht van Anaïs Lopez naar de waarheid rond haar grootmoeder Willy maakt in Bloedband (30 min.) nogal wat los. Ze zou een losbol zijn geweest, die bij Duitsers op schoot zat en op een zeker moment met een nazi naar Brazilië is gevlucht.

Het spoor leidt uiteindelijk naar Frankrijk, waar oma een nieuw leven heeft opgebouwd. En er moeten DNA-tests aan te pas komen om te bepalen wie van haar kinderen nu precies bij wie hoort. Met onvoorziene ontwikkelingen, die voor de camera moeten worden ondergaan, als gevolg. ‘Mijn God, wat heb ik gedaan?’ vraagt Anaïs zich dan af in deze inventieve en fraai vormgegeven weerslag van haar enerverende zoektocht door het verleden, waarvan niemand weet waarnaar die leidt. ‘Ik heb nooit stilgestaan bij de mogelijke consequenties. En nu heb ik de familie stukgemaakt.’

Intussen komt de filmmaakster wel degelijk dichter bij de kern van de geschiedenis waarvan ze met verve het stof heeft afgeblazen: het levensverhaal van haar oma, de keuzes die zij heeft gemaakt en de gevolgen daarvan die nog meerdere generaties doorwerken. En dat begint bij de beperkte bewegingsvrijheid die een vrouw toentertijd had, in de mannenwereld van halverwege de twintigste eeuw. Willy Schram – volgens Carla, met hedendaagse ogen bekeken, een eigenzinnige, geëmancipeerde vrouw – had achteraf bezien misschien wel helemaal geen keus.

Zo bouwt Anaïs Lopez tijdens het maken van deze korte documentaire, die een mooi rond verhaal bevat, toch iets van begrip op voor die onbegrijpelijke oma – en daarmee ook voor haar eigen moeder.

The Mother Of All Lies

Vedette Film

Een verleden dat nooit is vastgelegd of waarvan de beelden zijn vernietigd – en dat dus moet voortleven in het geheugen – laat zich veertig jaar na dato niet zomaar weer op te roepen. Met The Mother Of All Lies (97 min.), dat op het filmfestival van Cannes twee prijzen in de wacht sleepte, slaagt Asmae El Moudir erin om een trauma van de buurt in Casablanca, waar ze zelf is opgegroeid, te verbeelden. Omdat er maar één foto van bestaat, zorgt ze zelf voor het ‘archiefmateriaal’.

In deze bijzonder inventieve film, waaraan ze jarenlang heeft gewerkt, neemt El Moudir enkele sleutelfiguren uit haar jeugd mee naar een atelier, waar ze samen met haar vader Mohamed een decor op Madurodam-formaat heeft ontworpen van de wijk Sebata. Die komt met zelfgemaakte straten, huizen, straatverlichting, huisraad, allerhande objecten én kleipoppetjes van de hoofdrolspelers, gecombineerd met een levendige audiotrack, weer helemaal tot bloei.

De Marokkaanse filmmaakster kijkt er rond met Mohamed, haar moeder Ouarda, de buurmannen Abdallah en Said én haar grootmoeder Zahra, een bitse vrouw die door kleindochter wordt omschreven als ‘een dictator die haar gehele omgeving onderdrukt’. Als Zahra zich bijvoorbeeld niet kan vinden in het portret dat een kunstenaar van haar heeft getekend op een glasplaat, slaat de bejaarde vrouw die rücksichtslos aan gruzelementen met haar wandelstok.

Een beetje zoals de door haar bewonderde Marokkaanse koning Hassan II in 1981 een demonstratie tegen zijn bewind, het zogenaamde ‘Broodoproer’, met bruut geweld liet neerslaan – en zoals Zahra zelf ook alle foto’s van het verleden heeft verbrand. Daarmee kan de geschiedenis natuurlijk niet worden uitgewist. Op zaterdag 20 juni 1981, een dag waarover doorgaans angstvallig wordt gezwegen, zijn in totaal zo’n zeshonderd doden gevallen, óók in hun eigen wijk.

‘Ik heb er niets van gezien’, beweert oma Zarah niettemin stellig, als haar kleindochter daar expliciet naar vraagt. ‘En ook als ik wél iets had gezien…’ Een dag later worden er allerlei deuren ingetrapt en buurtbewoners gearresteerd, waaronder de twee nu aanwezige buurmannen. In een koortsachtige scène bij een miniatuurcel reconstrueert Abdallah deze traumatische ervaring, waarbij hij ernstig is mishandeld en vervolgens in een overvolle gevangenis wordt gesmeten.

De beulen bekleden nu belangrijke posities terwijl de slachtoffers in een massagraf liggen, schreeuwt een spandoek tijdens een demonstratie om aandacht te vragen voor de slachtoffers, waarbij ook Said is te ontwaren. Deze ingenieuze film, op spaarzame momenten ingekaderd door El Moudirs bijna gefluisterde voice-over, toont op microniveau hoe de gebeurtenissen van toen nog altijd doorwerken in het leven van nu. In een kleine wereld krijgen grote emoties alle ruimte.

The Mother Of All Lies zet zo een nauwelijks gedocumenteerde misdaad tegen de menselijkheid alsnog, op onvergetelijke wijze, op ieders netvlies.

The Truth About Jim

HBO Max

‘Ik denk dat ik er klaar voor ben om het konijnenhol van Jim in te duiken’, zegt Sierra Barter aan de telefoon tegen haar moeder, terwijl ze in de auto onderweg is naar haar halftante Jaime. ‘Ik weet alleen nauwelijks waar ik moet beginnen en ik wil ook niet zomaar allerlei trauma’s en emoties oprakelen en mensen boos maken.’

De jonge actrice heeft zich echter voorgenomen om nu voor eens en altijd – en voor de camera – alle geruchten rond haar grootvader te onderzoeken. The Truth About Jim (188 min.), juist. Stiefgrootvader, welteverstaan. En die nuance zegt in wezen alles. De man wordt bij de start van deze vierdelige docuserie direct geassocieerd met de seriemoordenaarsgolf, die ruim een halve eeuw geleden door Californië trok en toen talloze slachtoffers maakte. Was de Amerikaanse middelbare schoolleraar Jim Mordecai (1941-2008), thuis een bullebak van een vent, misschien één van hen?

Sierra kan in elk geval niet uit haar eigen geheugen putten. Daar is ze simpelweg veel te jong voor. Jim was de tweede echtgenoot van haar oma Judy Williams, die op haar beurt weer zijn derde vrouw was. Mordecai had in totaal vier biologische kinderen en drie stiefkinderen, waaronder Sierra’s moeder Shannon Barter. Om de ingewikkelde familieverbanden inzichtelijk maken heeft Sierra alvast een typisch true crime-bord gemaakt, zodat te allen tijde duidelijk is wie wat van wie is. Doodsbang voor Jim waren ze overigens allemaal. Want hij kon natuurlijk ook zijn handen niet thuishouden.

True crime-veelpleger Skye Borgman (Girl In The PictureI Just Killed My Dad en Sins Of Our Mother) draait haar hand niet om voor zo’n schmutzige familiegeschiedenis, die met opvallend veel privéfilmpjes – alsof ze wisten dat die ooit nog van pas zouden komen – kan worden verteld. De documentaire doet enigszins denken aan een andere recente film, Great Photo, Lovely Life, waarin Amanda Mustard het problematische verleden van haar opa verkent. Ook hij zou zich stelselmatig hebben vergrepen aan minderjarige meisjes en moet (en kan) daar nu rekenschap over afleggen.

Dan voelt de queeste van Sierra Barter, die tevens persoonlijke motieven heeft om zich te weer te stellen tegen seksueel geweld, toch wel erg gekunsteld. Óók omdat Jim Mordecai zich natuurlijk al ruim vijftien jaar niet meer kan verdedigen. Dat wordt des te pregnanter als zijn stiefkleindochter hem concreet in verband begint te brengen met de zogenaamde Santa Rosa Hitchhiker Murders van begin jaren zeventig. Nog geen aflevering later komen zelfs de geruchtmakende Zodiac-moorden in beeld. Barter is overigens bepaald niet de eerste die The Most Dangerous Animal Of All wil claimen.

Ze legt bij nieuwe ‘ontdekkingen’ ook niet gewoon contact met de politie, maar neemt haar toevlucht tot een liftersmoorden-kenner, huurt een privédetective en gepensioneerde profiler in, laat opa’s DNA onderzoeken en legt haar bevindingen voor aan een Zodiac-deskundige (die zowaar nog wat koud water over heeft). Zoals bij de meeste true crime-producties wordt er onderweg heel wat stof opgeworpen, maar als dat is neergedaald blijft er verdacht weinig over om mee te werken. Als dat kleine beetje aan de politie is overhandigd, lijken Sierra en haar familie ineens te vinden dat hun taak erop zit.

Het proces heeft hen samen naar verluidt veel goeds gebracht, maar of de waarheid over (stief)opa Jim ook dichterbij is gekomen?

Great Photo, Lovely Life

HBO Max

Als Amanda Mustards oma overlijdt, besluit de jonge fotojournaliste, die al een tijd in het buitenland woont, om terug te keren naar Harrisburg, Pennsylvania en eindelijk eens dat familieverhaal te gaan onderzoeken waarover al decennia zorgvuldig wordt gezwegen. Amanda’s grootvader, de chiropractor William Flickinger, zou zich in de jaren zeventig aan minderjarige meisjes hebben vergrepen.

‘Het was zo vreemd…’ begint deze opa Bill aan het begin van Great Photo, Lovely Life (107 min.), terwijl hij omzichtig zoekt naar de juiste woorden. ‘Maar het leek alsof sommige van die kleine meisjes zich gewoon aanboden. Dat klinkt misschien stom, maar ze wilden dingen leren, ze waren experimenteel… Voor mij was die verleiding te groot. En ik viel ervoor.’

En natuurlijk kon de pater familias ook bij zijn eigen vlees en bloed z’n handen niet thuishouden, blijkt al snel in deze pijnlijk persoonlijke film die Amanda maakte met Rachel Beth Anderson. Hoe kun je je verzoenen met zo’n man? Lukt dat überhaupt? En zijn vrouw Salesta, Amanda’s oma, moet er al die tijd van hebben geweten. Zij is haar echtgenoot echter tot aan het graf blijven verdedigen.

Ook hun dochter en Amanda’s moeder Debi, die op haar achttiende al in een slecht huwelijk was gevlucht, wist waartoe haar vader in staat was. En tóch vertrouwde ze haar eigen dochter, Amanda’s zus Angie, toe aan de zorgen van opa en oma toen haar relatie was stuk gelopen en ze met de handen in het haar zat. Van ellende begon Angie op een gegeven moment letterlijk haar haren uit te trekken.

Nee, het is geen fraai beeld dat Amanda Mustard van haar eigen verwanten schetst. Een christelijke familie, dat wel. Dus vergiffenis van alle zonden – nou ja, bijna dan – is het uitgangspunt. Terwijl ze haar grootvader rekenschap probeert te laten afleggen, blijft ze hem dus liefdevol benaderen. Of hij wel eens zijn excuses heeft aangeboden? wil Amanda weten. Hij: ‘Dat is er niet van gekomen.’

Dat wordt dus haar eigen missie: ze besluit brieven rond te sturen naar mogelijke slachtoffers van haar opa. Om excuses te maken en namens hem boete te doen. Zo stuit ze op Bonnie Dillard. Zij was vier jaar oud toen ze de chiropractor Bill Flickinger leerde kennen… Enfin, de rest laat zich raden. Uiteindelijk besluit Amanda haar grootvader een door Bonnie ingesproken boodschap te bezorgen.

Zodat ze allebei kunnen helen. Tenminste, daarmee rechtvaardigt Amanda het tafereel tegenover opa Bill en zichzelf. De camera legt het meedogenloos vast: een broze oude man wordt geconfronteerd met hoe hij het leven van een ander – en velen met haar – heeft verwoest. Naderhand wil Amanda hem desondanks een knuffel geven. Bill verbaast zich er enigszins over: ‘Als je dat nog wil…’

In deze film wordt het tragische leven van de man, die nog altijd moeiteloos godsvruchtige woorden uit zijn mond laat rollen, verder gedocumenteerd met familiefilmpjes, die op de muren worden geprojecteerd en foto’s van kinderen, waarop de vermoedelijke slachtoffertjes met een stip over hun hoofd onherkenbaar zijn gemaakt. Want een man die op kinderen jaagt, vindt ze werkelijk overal.

Behalve dat hij zich ook heeft vergrepen aan zijn gezinsleden, heeft hij hen tevens medeplichtig gemaakt. Zij hielden hun mond, keken de andere kant op of raakten verwijderd van elkaar en krijgen de brokstukken nu nauwelijks meer aan elkaar gelijmd. Door hem, zo toont deze krachtige film, zijn ze een disfunctionele familie geworden, die ook zonder hem nog heel wat heeft uit te vechten.

Pretty Sorrow

NTR

Zit depressie in families? En is het ook genetisch bepaald? Op voorhand lijkt het geen heel opwekkende missie die fotograaf en kunstenaar Jasper Abels zichzelf heeft gesteld. Enige tijd geleden is hij vanuit Parijs teruggekeerd naar zijn geboortegrond in Twente. In een schuur bij het huis van zijn oma, waar hij zelf ook een tijdje heeft gewoond, vindt Abels foto’s van de familie van zijn moeder. Hij wil dat verleden opvrolijken – erop tekenen, borduren en kleuren – zodat mensen misschien ook een beetje kunnen lachen om al die droeve en stemmige beelden uit vervlogen tijden.

Jasper Abels heeft zelf ook wel eens de bodem van de put gezien, vertelt hij in de fraaie documentaire Pretty Sorrow (50 min.) van Klaas Hendrik Slump. En zijn broer Jorrit en zus Ilse kennen die zelfs als geen ander. Zij hebben een einde aan hun leven gemaakt. Op de één of andere manier is ‘t hun ouders daarna toch gelukt om verder te gaan. Het leven mag dan nooit meer een tien worden, vertelt vader Henk nuchter, maar soms nog wel een acht. Het is een troostrijke gedachte – al hebben de traumatische gebeurtenissen natuurlijk wel degelijk een rouwspoor door de familie getrokken.

Dat leed is onvermijdelijk ook doorgesijpeld naar Jaspers werk, dat in de afgelopen jaren al een prominente plek heeft geclaimd in modebladen als Vogue, Harpers Bazaar en Vanity Fair en inmiddels ook is doorgedrongen tot musea. En daar komt die persoonlijke thematiek, mede door de sprookjesachtige en kleurrijke aankleding ervan, in z’n volle omvang tot zijn recht. Als zijn moeder Betsy met een vriendin door een expositie van haar zoon loopt, moet ze toch een paar keer slikken. Daar ziet ze, in allerlei verschillende vormen, representaties van de kinderen die hen zo tragisch zijn ontvallen.

Deze documentaire belicht verder de persoonlijke ontwikkeling van Jasper Abels als mens en kunstenaar en laat hem natuurlijk ook aan het werk zien, in weelderige decors met ravissant uitgedoste modellen, maar komt toch steeds weer terug bij de rouwrand rond zijn leven, vervat in twee afzonderlijke uitvaarten die werkelijk alles anders hebben gemaakt. Het heeft de fotograaf dichter bij zijn ouders gebracht, waarschijnlijk omdat ze ’t zich niet kunnen permitteren om ook elkaar nog te verliezen. Zoals zijn moeder Betsy ’t pijnlijk treffend uitdrukt: ‘Op Jasper moeten we extra zuinig zijn.’

Toch is Pretty Sorrow uiteindelijk geen topzware film geworden. Want net als zijn protagonist vindt Slump ook schoonheid in dit verdriet. En dat biedt weer troost en hoop voor de toekomst.

Queendom

IDFA

Als performancekunstenaar past Gena Marvin perfect in deze tijd. De non-binaire jongeling oogt als een androgyne android. Een queer-versie van Marilyn Manson, die zich niets gelegen laat liggen aan maatschappelijke normen over hoe mannen en vrouwen eruit zien en zich behoren te gedragen. Op hakken bovendien, hóge hakken.

Daarvan moeten ze in Rusland, zo is al telkenmale aangetoond, he-le-maal niets hebben. En ook aan z’n grootouders, bij wie hij in de havenstad Magadan in het uiterste Oosten van Rusland is opgegroeid, heeft ‘Gennadiy Chebotarov’ (22) heel wat uit te leggen. Waarom gaat ie niet gewoon werken, een vrouw zoeken en een huis kopen? vraagt opa, die op zich het beste met z’n kleinkind voorheeft, zich herhaaldelijk af. Zou het leger misschien uitkomst kunnen bieden?

Gena wil weg uit haar geboorteplaats in de Goelag. Letterlijk: uit die pastorale omgeving, waar vroeger bannelingen van het Sovjet-regime naartoe werden gestuurd en waar nog altijd hard moet worden gewerkt voor een karig belegde boterham. En figuurlijk: uit het beknellende keurslijf van al wat als ‘normaal’ wordt betiteld door gewone Russen. In extravagante drag-kostuums zoekt en vindt Gena steeds weer de confrontatie met hen – en de aandacht die ze vast ook nodig heeft.

In Queendom (102 min.), de indrukwekkende film die Agniia Galdanova maakte over de geboren provocateur, kan dit bijvoorbeeld zomaar tot verwijdering uit een supermarkt of, natuurlijk, botte agressie leiden. In de observerende beelden die Galdanova’s cinematograaf Ruslan Fedotov van haar protagonist heeft geschoten is die dreiging permanent voelbaar. Elk ogenblik kan de één of andere onverlaat toeslaan – of het Russische regime bruut ingrijpen.

De hoofdpersoon lijkt dat zelf op de koop toe te nemen of zelfs als noodzakelijk kwaad te beschouwen. Gena is een entiteit geworden, die zich tijdens een demonstratie tegen de opsluiting van oppositieleider Aleksej Navalny bijvoorbeeld hult in een wel erg nauwsluitend pak van duct tape, in de kleuren van de Russische vlag. ‘Niemand, zelfs in Rusland, kan me bang maken’, zegt Gena, die van school dreigt te worden gestuurd, er zelf over. ‘Ik ben als een ridder in z’n harnas.’ 

Wat er in de persoon achter al dat uiterlijk vertoon omgaat probeert Agniia Galdanova te vatten met indringende gestileerde sequenties waarin Gena Marvin, op hoge hakken natuurlijk, haar geestestoestand, of die van haar land, uitspeelt op camera. In zulke ravissante scènes versmelten kunst en film met elkaar. In een vlammende documentaire over het verstikkende LHBTIQ+-klimaat in Rusland, een land dat door zijn leiders ondertussen ook nog een brute oorlog is ingetrokken.

En Gena heeft zowel het lef als de moed om zich daartegen, in stijl natuurlijk, te verzetten.