The AI Doc: Or How I Became An Apocaloptimist

Netflix

Na het alarmistische eerste half uur van zijn film The AI Doc: Or How I Became An Apocaloptimist (105 min.) kunnen ze documentairemaker Daniel Roher (Navalny) opvegen. Kunstmatige intelligentie, ofwel AI, zorgt voor de ondergang van de mensheid.

De ontwikkeling van AGI (Artificial General Intelligence), de Heilige Graal van AI, zal een grotere impact hebben dan de Industriële Revolutie. Het systeem wordt slimmer dan de gehele mensheid bij elkaar (!), volstrekt superieur in het herkennen en vervolgens manipuleren van patronen. Zonder enige vorm van ethiek of moraal. Dat kan alleen verkeerd aflopen. Sommige van de vooraanstaande experts in deze zoekende, vlot en aantrekkelijk opgediende denkfilm van Roher en zijn coregisseur Charlie Tyrell gaan er zelfs vanuit dat hun eigen kinderen nooit de middelbare school zullen bereiken.

Dit toekomstperspectief voelt als een klap in het gezicht voor Roher: zijn echtgenote Caroline Lindy, die tevens dienst doet als verteller van deze docu, is zwanger van hun eerste kind. Hij snakt dus naar licht aan het einde van de tunnel. Welkom, Peter Diamandis. ‘De enige tijd die spannender is dan vandaag is morgen’, stelt deze exponent van het ‘data-gedreven optimisme’. Volgens hem is superintelligentie geen bedreiging maar een voorwaarde voor het voortbestaan van de menselijke soort, hét antwoord op grote uitdagingen zoals pandemieën, hongersnood en klimaatverandering.

De aanstaande vader Roher weet nog niet aan welke kant hij staat, bij de doemdenkers of de rasoptimisten. Want zelfs de meest hoopvol gestemde deskundigen maken zich zorgen om de ‘racedynamiek’ rond AI. Hoe kunnen ze daarvan een race naar de top, in plaats van richting de bodem maken? Roher benadert de CEO’s van de vijf belangrijkste AI-bedrijven, ‘de Oppenheimers van dit moment’. Twee van hen staan hem niet te woord over het fenomeen dat net zo bedreigend zou kunnen worden als kernwapens. Mark Zuckerberg (Meta) heeft geen behoefte om te reageren, Elon Musk (xAI) geen tijd.

Sam Altman (OpenAI), Demis Hassabis (Google Deepmind) en Dario Amodei (Anthropic) staan hem wél welwillend te woord. Roher legt hen eerst de vraag voor of het verstandig is om nu een kind op de wereld te zetten en krijgt ogenschijnlijk eerlijk antwoord. Daarna pleiten de AI-hotshots eensgezind voor internationale afstemming en onafhankelijk toezicht. Net als bij nucleaire wapens. ‘Er zijn op dit moment meer regels voor de verkoop van een broodje dan voor de bouw van een AI, die de wereld kan vernietigen’, voegt de computerwetenschapper Connor Leahy daar nog gortdroog aan toe.

Voor het indammen en afremmen van Artificial Intelligence is publieke druk nodig, betoogt Daniel Roher, nadat zijn vrouw Caroline, net moeder geworden, het oorspronkelijke einde van deze urgente en toch ook wel onrustbarende film heeft afgeschoten met de kwalificatie ‘Kumbaya-onzin’. Haar echtgenoot herpakt zich, met een onverbloemde oproep aan alle ‘Apocaloptimisten’ om in actie te komen.

Jay-Z In 8

vanaf zaterdag 19 september op MUBI

Twee mannen van middelbare leeftijd aan een tafel. Tegenover elkaar, in een immense zaal. In zwartwit ook, volledig gericht op elkaar. Een zwarte man, met dreads en een flinke muts op. En een witte, met een kalend hoofd en een volle grijswitte baard. Hiphop-superster Jay-Z en sterproducer Rick Rubin, in wat een Amerikaanse aflevering van Zomergasten of een portretterende podcast zou kunnen zijn. Van bijna zes uur, in acht bedrijven: Jay-Z In 8 (354 min.).

Gastheer Rubin, een cruciale figuur in de ontwikkeling van de Amerikaanse rock en rap, was enkele jaren geleden zelf hoofdpersoon van een docuserie, Shangri-La (2019), en ontving eerder ook al ex-Beatle Paul McCartney voor een diepgaand gesprek in McCartney 3, 2, 1 (2021). Rubin is zen. Geen man voor kritische vragen. Hij heeft zich volledig ondergedompeld in z’n gesprekspartner, neemt (blootsvoets en zo nu en dan ook in kenmerkende kleermakerszit) plaats op zijn stoel en vraagt vervolgens raak, met oprechte interesse, bijna kinderlijk enthousiasme en soms een filosofische inslag.

De geanimeerde conversatie met rapper en producer Shawn Carter, alias Jay-Z, is doorsneden met sleutelsongs uit diens lange loopbaan. De teksten daarvan, waarin hij zijn ziel binnenstebuiten keert, worden zonder poespas in beeld gebracht. Geen blingbling uit de videoclips dus, maar de pure straatpoëzie. De twee mannen luisteren aandachtig, wisselen blikken van herkenning uit en knikken en fluisterrappen zo nu en dan ook enthousiast mee. Twee mannen, jongetjes bijna, in verbinding. Knuffelend zelfs. Bloedsbroeders die voor het oog van de wereld diezelfde wereld even lijken te vergeten.

Tegen die opzet en Rubins werkwijze valt best wat in te brengen – wanneer mondt invoelen bijvoorbeeld uit in stroop om de mond smeren? hoe is bepaald wat er aan de orde komt? – maar hij creëert een veilige omgeving voor Jay-Z om diepgaand te reflecteren op zijn achtergrond, familie, imago, carrière en relatie (met Beyoncé; haar naam valt niet eenmaal). Deze omvangrijke gespreksfilm voelt echt als een samenwerking, waarbij Rubin op de aftiteling staat vermeld als regisseur en Jay-Z als executive producer, en wordt een ongegeneerde viering van Jay-Z’s taal, verhaal en muziek.

Eindeloos Gepest – Het Verhaal Van Rien

FC Twente Media / woensdag 23 september, om 21.25 uur, op NPO3

Als één lied het gevoel van verbroedering uitdrukt dat voetbal te weeg kan brengen, dan is het You’ll Never Walk Alone. Rien Kamphuis heeft het vast wel eens meegezongen in het stadion van FC Twente. Toch moet hij zich ook regelmatig zielsalleen hebben gevoeld op de tribune. In 2025 stapt Rien uit het leven. Hij is nog geen 25.

Riens kostje lijkt op het eerste oog gekocht. Hij staat op het punt om wiskundedocent te worden, wordt alom gewaardeerd als jeugdvoetbaltrainer en behoort tot een uitgebreide vriendengroep. In Eindeloos Gepest – Het Verhaal Van Rien (50 min.), een nieuwe aflevering van de Nederlandse docuserie, probeert Martijn Willemen met zijn familie en vrienden te vatten waarom ie desondanks niet meer verder wilde. Riens dood heeft hen allemaal overvallen. Terwijl hij daar, zo blijkt later, in stilte al een hele tijd over nadenkt.

De basis daarvoor – het mag geen verbazing wekken, gezien de titel van deze reeks – ligt ongetwijfeld in zijn pestverleden. Als jong kind is Rien volgens zijn moeder Ilse een ‘knuffelkont’, maar komt ook het plagen en treiteren op gang. Rien kan zich volgens haar verbaal niet zo goed verdedigen en is daardoor een gemakkelijk slachtoffer. Hij wordt uiteindelijk naar een training sociale vaardigheden gestuurd. Hadden ze daar niet beter de pesters naartoe kunnen sturen? vraagt zijn vader Gregor zich nu af.

Het gepest in zijn jonge jaren, dat even ook dreigt over te slaan naar zijn voetbalclub, raakt Rien nooit meer helemaal kwijt. Hij verbergt dat zoveel mogelijk. Zijn Twente-vrienden beschouwen hem zelfs als ‘een sfeermakertje’. In zijn dagboek, dat zijn dierbaren na z’n dood lezen, deelt hij wat er werkelijk in hem omgaat. Het is geschreven in de derde persoon, alsof hij die afstand nodig heeft om in zijn eigen ziel te kijken. Daar weet Rien ook: ik val op jongens. Hij is iets wat hij niet wil zijn, aldus zijn vader.

En dat begint op die tribune, waar zijn voetbalmaten nu een plekje voor hem vrijhouden, steeds meer te wringen, constateren familie en vrienden in deze rechttoe rechtaan docu, die is aangekleed met Riens Spotify-playlist, met daarop bijvoorbeeld Coldplay’s The Scientist: ‘Nobody said it was easy’. Rien probeert de grappen en spreekkoren over homo’s te negeren. ‘Als ik uit de kast moet komen, dan maak ik er een eind aan’, noteert hij voor zichzelf. ‘Deze gedachte is natuurlijk heel erg fout. Maar het gaf mij rust.’

Bij FC Twente hebben z’n voetbalvrinden na zijn dood een spandoek opgehangen: YNWA Rien. De spelers gaan ermee op de foto. You’ll Never Walk Alone.

Welded Together

Witfilm

Als haar halfzusje Amina, met een tutje in de mond, in slaap valt in de box, kan Katya haar blik nauwelijks losmaken van het kleine meisje. Amina is volledig aangewezen op haar als oudere zus. Hun moeder heeft zich weer eens verloren in drank. God weet waar ze is. Toen Katya’s vader overleed, was zij zelf nog maar zes. Haar moeder verdronk vervolgens haar verdriet en werd uit de ouderlijke macht gezet. En zij belandde als kind in een weeshuis, ergens in de voormalige Sovjet-republiek Belarus. 

De geschiedenis dreigt zich nu te herhalen, terwijl Katya net een eigen leven had opgebouwd als professioneel lasser. Als haar moeder, bij wie ze tegen beter weten in toch weer is ingetrokken, na een nacht aan de boemel niet komt opdagen, staat ze er helemaal alleen voor in hun schamele huurappartement in de Wit-Russische stad Brest. Kan ze Amina behoeden voor het leven dat ze zelf in haar maag gesplitst heeft gekregen? En lukt het intussen ook om de scheuren in haar eigen ziel te herstellen?

Regisseur Anastasiya Miroshnichenko vangt Katya’s gevoelsleven in lange close-ups, waarin zij, met de blik naar binnen, in het oneindige staart. Haar hele leven, ruim twintig jaar ploeteren, lijkt dan voor haar geestesoog te passeren. Tegelijkertijd noopt de realiteit van het hier en nu Katya in Welded Together (96 min.) om na te denken over hoe het verder moet. (Hoe) kan ze haar baan als lasser, de dagelijkse zorg voor haar zusje én het regelwerk om haar alcoholische moeder op het rechte pad te houden combineren?

Everything Will Be Fine, zingt de getormenteerde jonge vrouw, als ze even alles loslaat, enthousiast mee met de Oekraïense artiest Vjerka Serdjoetsjka. Het kost haar alleen moeite om die boodschap te verinnerlijken en een einde te maken aan de maalstroom van armoede en alcoholisme waarin ook zij dreigt te worden meegenomen. Niet in het minst omdat het kiezen voor zichzelf en haar liefde voor haar kleine zusje Amina ook een onmogelijke keuze veronderstelt. Trefzeker werkt Miroshnichenko daarnaartoe.

Welded Together groeit ondertussen uit tot een aangrijpend portret van een jonge vrouw, op handen gedragen door haar mannelijke collega’s en thuis veel te jong bedolven onder volwassen verantwoordelijkheden, die gevangen lijkt te zitten in typische Oostblok-tristesse.

Wilder

Getty Images / NTR

Trekkebenend loopt hij als snoepfabriekeigenaar Willy Wonka de fameuze film Willy Wonka & The Chocolate Factory (1971) in. Het is een idee van acteur Gene Wilder zelf. Als Wonka’s wandelstok zogenaamd vast komt te zitten in het asfalt, laat ie zich voorover vallen en maakt daar vervolgens een koprol van. Hij sluit af met een buiging. Zo begroet Wonka de kinderen die een bezoek brengen aan zijn snoepfabriek. Waarom hij zo z’n entree wil maken in de film, die is gebaseerd op Roald Dahls kinderboek Sjakie En De Chocoladefabriek? vraagt regisseur Mel Stuart. ‘Omdat ze vanaf dat moment nooit meer weten of ik lieg of de waarheid spreek’, antwoordt Wilder.

Het is exemplarisch voor de werkwijze van de acteur, regisseur en persoon Gene Wilder (1933-2016), die furore maakt met (komische) films zoals The Producers, Blazing Saddles en Young Frankenstein. Achter de lol zitten altijd kwetsbaarheid, melancholie en een zekere labiliteit. Om de man achter het personage te pakken te krijgen verlaat regisseur Chris Smith zich in dit postume portret op Wilders neef (en filmmaker) Jordan Walker-Pearlman, voor wie hij een soort surrogaatvader was. Hij deed eind jaren negentig ook een interview met hem, dat nu als onderlegger fungeert voor Wilder (uitzendtitel: Gene Wilder – Achter de lach, 85 min.), een docu die verder uit filmfragmenten, archiefbeelden en oude interviews bestaat.

De man die bekend zal worden als Gene Wilder komt ter wereld als Jerry Silverman. In 1961 meet hij zich die artiestennaam aan, een verwijzing naar zijn moeder Jeanne die net daarvoor is overleden. Nadat zij, als hij nog maar zeven is, een hartaanval heeft gehad, zegt de dokter al tegen de kleine Gene: zorg dat je haar nooit kwaad maakt. Dat zou het einde van haar leven kunnen betekenen. Laat haar lachen! En dat zal zijn parool worden. Hij oogt daarbij als een menselijke variant op zo’n beschadigd Japans kunstwerk waarvan de breuklijnen zijn opgevuld met goud- of zilverlak, stelt zijn neef Jordan. De barsten en littekens worden niet verborgen, maar zijn juist veredeld.

Wilder blijft desondanks een ongrijpbare figuur in deze documentaire, waarin zijn carrière – en van daaruit ook mondjesmaat zijn privéleven – wordt uitgelicht. Smith doet dit aan de hand van drie personen die hem bij de hand hebben genomen: regisseur en acteur Mel Brooks (waarnaar Wilder opkijkt als een grote broer), komiek Richard Pryor (met wie hij een zeer succesvol filmduo vormt) en Saturday Night Live-ster Gilda Radner (op wie hij smoorverliefd wordt). Met en via hen kan hij zichzelf verwerkelijken, een man die volgens eigen zeggen via het acteren de liefde probeert te krijgen die ontbreekt in zijn leven. En dat lijkt, afgaande op dit alleraardigste portret, heel behoorlijk gelukt.

Welcome To The Family: The Murder Of Dan Markel

Disney+

Hij was naar verluidt een zeer strenge rechtendocent, maakte met zijn blog Prawlsblawg bepaald niet alleen vrienden en stond een New Yorkse rabbi bij in de geruchtmakende Prodfather-zaak. Als Daniel Markel op de ochtend van 18 juni 2014 koel wordt geliquideerd op de oprit van zijn eigen huis in een nette wijk van Tallahassee, een zaak die half Amerika in z’n greep krijgt, weet de politie van Noord-Florida nog niet in welke hoek ze de dader of diens opdrachtgever moet vinden.

Twaalf jaar later maakt de titel van deze vierdelige true crime-serie op voorhand al duidelijk waar volgens regisseur Sebastian Smith het echte verhaal zit: Welcome To The Family: The Murder Of Dan Markel (169 min.). Bij Markels schoonfamilie om precies te zijn, de Adelsons, een gefortuneerde familie uit Miami in Zuid-Florida. Ten tijde van zijn dood was Markel verwikkeld in een vechtscheiding met zijn ex-vrouw Wendi Adelson, die hun twee zoontjes wilde meenemen naar het zuiden van de staat.

Die strijd om de voogdij lijkt een aannemelijk motief en is mogelijk ook de aanzet geweest voor het opzetten van een huurmoord. Daarmee zou zo’n 15.000 dollar gemoeid zijn, volgens Wendi’s nieuwe (en al snel ook alweer ex-)vriend Jeff Lacasse. Die stelt ook: de Adelson-familie is ‘ongezond verstrengeld’. Wendi’s vader Harvey, moeder Donna en broer Charlie zouden een al even ongezonde diepgewortelde ‘Dan-haat’ hebben. Alleen oudste broer Robert, het zwarte schaap van de Adelsons, blijft daarbuiten.

Smith pluist alle intriges rond de moord op die gehate zwager/schoonzoon uit met de betrokken rechercheurs, getuigen, vrienden, kennissen en, jawel, een true crime-podcaster. Bij dat complot zouden zoveel verschillende personen betrokken zijn geraakt dat hij de onderlinge verhoudingen bovendien in beeld brengt met wassen poppetjes, zonder gezichtsuitdrukking, die samen een tamelijk verknipte familie-opstelling vormen en de rechtbankverklaringen, verhoorbeelden en telefoonopnames aanvullen.

Met een even ingenieuze als twijfelachtige undercoveroperatie proberen de FBI en de politie de moordzaak, die dan al jaren aansleept, uiteindelijk vlot te trekken. Uitgangspunt daarbij is dat niet alleen degenen die de trekker overhaalden hun straf moeten uitzitten. Ook hun vermoedelijke opdrachtgevers, Dan Markels ‘monsters-in-law’, mogen de dans niet ontspringen. Vooralsnog wanen die zich echter onaantastbaar en laten ze zich ook zeker niet zomaar in de val lokken of inrekenen.

De Adelsons vormen zo, ook voor de nét iets te gretig meelevende Amerikaanse true crime-gemeenschap en kijkers van deze adequate miniserie, een prettig doelwit. Net als bijvoorbeeld de Dursts en Murdaughs, steenrijke families die eveneens betrokken raakten bij spraakmakende misdrijven, representeren zij een kaste die overal mee lijkt weg te komen en nu maar eens hardhandig tot de orde moet worden geroepen.

Billy Idol Should Be Dead

Live Nation

Zijn arrogante grijns wordt inmiddels omlijst door een oude mannengezicht. Het haar is, een kleine halve eeuw nadat hij met zijn band Generation X onderdeel werd van de eerste punkgolf, in elk geval nog altijd peroxideblond. En, ogenschijnlijk zonder al te veel moeite, krijgt hij ook die gebalde vuist nog wel stoer in de lucht.

In zijn jonge jaren was Billy Idol even onuitstaanbaar als onweerstaanbaar. Een wandelend – nee: continu poserend – rock & roll-cliché, zeker toen hij eenmaal solo en naar New York was gegaan. Samen met MTV werd Idol groot en scoorde hij in de eighties hits als White Wedding, Rebel Yell en Eyes Without A Face. Rockend, snuivend en neukend in de allerhoogste versnelling – op weg naar het totale niets.

Want uiteindelijk wordt de act Billy Idol zelfs William Broad, kind van een net middenklassegezin uit Bromley in Greater London, te veel. Halverwege de jaren tachtig begint dat ongenaakbare imago, en het bijbehorende destructieve gedrag, hem steeds meer op te breken. Hij is voortdurend ‘coked up’, neemt nogal eens een overdosis en heeft een motorongeluk. Wel met een Harley-Davidson, gelukkig.

Vandaar ongetwijfeld ook de titel van deze typische rockdoc: Billy Idol Should Be Dead (135 min.), waarin regisseur Jonas Åkerlund behalve Billy zelf ook zijn moeder Joan, zus Jane, ex Perri en kinderen Willem, Bonnie en Brant, allerlei profi’s uit de muziekbusiness en bekende collega’s zoals Miley Cyrus, Nile Rodgers, Billie Joe Armstrong, Steve Jones en Pete Townshend aan het woord laat.

Zijn lotgevallen hebben vaak een karikaturaal randje. Als hij probeert te stoppen met heroïne, vertelt Billy Idol bijvoorbeeld over zijn bijzonder hardnekkige drugsverslaving, stapt ie over naar crack. Zulke sterke verhalen zijn door Åkerlund vervat in comic-achtige animaties, die ‘s mans cartooneske karakter nog eens bevestigen en laten zien dat hij, zonder dat motorongeluk, ook carrière had kunnen maken als actieheld.

Totdat het zelfs voor hem, de Britse bloedsbroeder van onze eigen Herman Brood, te zwaar wordt om ‘Mr. Rock & Roll 24/7’ te zijn. De schuinsmarcheerder van weleer lijkt tegenwoordig zelfs eerst en vooral een echt familiemens, dat bovendien zeker niet onsympathiek overkomt. Maar of dit betekent dat hij ook een brave burgerman is geworden?

Patrice: The Movie

ABC News Studios / vrijdag 18 september, om 20.30 uur, op NPO2 Extra

Het leven lacht Patrice Jetter toe. De Afro-Amerikaanse vrouw, rond de zestig inmiddels, kan er niet over uit: ze heeft een fijne job als klaarover, kan helemaal wegdromen bij haar uitbundig aangeklede modeltreinenbaan en vormt samen met lief Garry Wickham bovendien een aandoenlijk kunstschaatsduo.

Dat leven is zo bijzonder dat ze er een film aan heeft gewijd: Patrice: The Movie (102 min.), geregisseerd door Ted Passon. Patrice heeft daarvoor tekeningen gemaakt van haar eigen leven. Ze gebruikt die als decor om haar eigen geschiedenis, met kinderen in de rol van haar ouders en andere sleutelfiguren uit haar kleurrijke bestaan, na te spelen. In een docu die laat zien dat het leven met een beperking ten volle kan worden geleefd – ook al was (en is) het lang niet altijd gemakkelijk.

Één ding zit de uitgesproken Patrice nog wel dwars. Garry en zij zijn verplicht aan het latten. Want als ze zouden trouwen raken zij hun uitkering kwijt. De twee voelen zich gestraft voor gevoelens die iedereen heeft. Ze mogen zelfs niet samen in een huis wonen. Patrice en Garry besluiten dus een soort huwelijksceremonie te organiseren, waarbij ze elkaar een ring gaan overhandigen. Die waren slechts twintig dollar per stuk, bij de Walmart. Want ze moeten wel op de centjes letten.

‘Ze kunnen de rambam krijgen’, zegt Garry strijdbaar. ‘Ze kunnen misschien tegenhouden dat we gaan trouwen of samenwonen, maar niet dat we van elkaar houden.’ Terwijl de twee zich voorbereiden op de ceremonie en de bijbehorende geldproblemen, nog eens verergerd door een kapotte rolstoelbus, proberen te tackelen, starten ze dus ook een campagne op tegen deze ‘huwelijksstraf’. Met hulp van hun autistische vriendin Elizabeth, die even gevoelig als doortastend en vindingrijk blijkt.

En daarmee heeft deze onweerstaanbare feel good-docu meteen een missie. Passon fietst er zo tegelijk, zonder dat zijn film ook maar een ogenblik topzwaar wordt, een groter thema in: de achtergestelde positie van Amerikanen met een functiebeperking. Een mensenrechtenkwestie waarvoor Patrice, Garry en hun vrienden de perfecte pleitbezorgers zijn. Hartveroverende personages, die voor een lach en een traan zorgen en van deze documentaire een héérlijke kijkervaring maken.

The Essence Of Eva

NTR

Ze is zowel de droom als de nachtmerrie van elke muzikant die het helemaal wil gaan maken. Eva Cassidy overlijdt op 2 november 1996 op slechts 33-jarige leeftijd als een grote onbekende, een getalenteerde zangeres die haar belofte nooit helemaal waar heeft kunnen maken. Haar hele carrière heeft ze genoegen moeten nemen met een kleine schare van trouwe fans. Enkele jaren na haar vroegtijdige dood breekt Cassidy echter alsnog wereldwijd door met het compilatiealbum Songbird, waarop ze eigen interpretaties brengt van klassiekers zoals Stings Fields Of Gold, de traditional Wade In The Water en de Wizard Of Oz-hit Over The Rainbow.

Ze moet zo’n zangeres zijn geweest zoals iedere muziekliefhebber wel kent: bemind in kleine kring, door de rest van de wereld over het hoofd gezien. In de documentaire The Essence Of Eva (82 min.) halen Alex Fegan en Malcolm Willis haar alsnog uit de kroegen, restaurants en kleine zaaltjes, waartoe ze bij leven en welzijn was veroordeeld. Met familieleden, vrienden en collega-muzikanten tekenen ze een vrouw en artiest op, die wars is van opsmuk en haar oren ook niet zomaar laat hangen naar wat de muziekbusiness van haar vraagt. Een platencontract bij het befaamde jazzlabel Blue Notes Records gaat daarom aan haar neus voorbij – al biedt directeur Bruce Lundvall daarvoor, nét voordat Eva het tijdige voor het eeuwige verwisselt, nog wel zijn excuses aan.

Illustratief voor Cassidy’s carrière is de totstandkoming van het door haar zelf uitgebrachte live-album Live At Blues Alley. Eerst moet er geld geleend worden om twee avonden in een club in Washington D.C. vast te kunnen leggen. Dan blijkt er een bromgeluid in de opname van de eerste avond te zitten. En de dag erop is ze zelf verkouden. Cassidy heeft dan al niet lang meer te leven. Ze wordt, begin dertig nog maar, gediagnosticeerd met kanker. Tijdens een avond in The Bayou waarop lokale muzikanten geld voor haar inzamelen, betreedt de vrouw die postuum wereldberoemd zal worden, nog eenmaal het podium. Ze zingt – werkelijk waar – de Louis Armstrong-evergreen What A Wonderful World en lijkt daarna gedoemd om vergeten te worden, net als talloze andere zangeressen die plaatselijk worden gekoesterd.

Voor Eva Cassidy zal het echter anders lopen. Via een omweg wordt ze na haar dood alsnog een ster. En misschien is dat wel precies zoals het had moeten zijn. ‘Als ze nog geleefd had, denk ik ook niet dat ze in grote zalen had opgetreden’, meent haar moeder Barbara in dit liefdevolle portret. ‘Dat had ze zwaar gevonden, denk je niet?’ Vader Hugh valt haar direct bij: ‘Ze had het nooit over succes.’

Travis Barker: Louder Than Fear

Disney+

Travis Barker heeft zijn eigen kledingmerk, rent marathons en is getrouwd met een Kardashian, Kourtney. Eerst en vooral is hij echter drummer. Barker speelt alles wat los en vast zit. Als een bezetene. Bij de punkbands Blink-182, Transplants en Box Car Racer bijvoorbeeld, zijn natuurlijke habitat. Maar ook rappers zoals Eminem, Lil Wayne en Trippie Redd voorziet hij van een drive en fundament.

Bij de start van de documentaire Travis Barker: Louder Than Fear (100 min.), in de loop van negen jaar gefilmd (2017-2026) gefilmd door Michael Dwyer en Justin Krook, krijgt ie dan ook uitgebreid lof toegezwaaid door zijn vakbroeders Stewart Copeland (The Police), Lars Ulrich (Metallica), Questlove? (The Roots), Tommy Lee (Mötley Crüe), Sheila E. (Prince) en wijlen Taylor Hawkins (Foo Fighters).

De filmmakers portretteren hem als een authentiek drumbeest, een vleesgeworden variant op de Muppets-drummer Animal (die op zijn beurt weer een pastiche van Keith Moon van The Who is). Zijn moeder Gloria, veel te jong overleden, spoorde Barker aan om drummer te worden. Op z’n vijftiende nam hij er meteen enkele goed zichtbare tatoeages bij. Zodat ie nooit kan terugvallen op een reguliere baan.

Drummen is ook zijn therapie. Voor een rottige jeugd, de aanhoudende worsteling met verslaving en dat ene vliegtuigongeluk, in september 2008, waarbij hij enkele vrienden en collega’s verloor. Zelf kwam Travis Barker in kritieke toestand in een brandwondencentrum terecht, liefst 65 procent van zijn lichaam was verbrand. Er wachtten 27 operaties op hem – en, natuurlijk, survivor’s guild.

Sindsdien weigert hij te vliegen. Als er weer een wereldtournee voor de deur staat, reist hij per boot. Per cruiseschip, waar gewoon geoefend moet worden. Die crash, verwerkt in een zeer vurige drumsolo, heeft hem als mens getekend en fungeert ook als vliegwiel voor dit portret van een maniakale muzikant, dat gaandeweg, als al zijn andere activiteiten ook nog kort moeten worden belicht, wel wat wegloopt.

Travis Barker, zoveel is dan allang duidelijk, is er een treffend voorbeeld van dat ook drummers een apart slag volk zijn. Apart slagvolk.

Novak Djokovic: The Wolf In Winter

Prime Video

Ook de gouden medaille op de Olympische Spelen van 2024 heeft de honger niet kunnen stillen. Begin 2025 maakt Novak Djokovic, de succesvolste tennisser aller tijden, zich op voor zijn 25e Grand Slam-titel. Stoppen wordt voor de ‘wolf’, het nationale dier van zijn land Servië, pas een optie als zijn lichaam écht niet meer wil – of als de jonkies hem structureel alle hoeken van de baan laten zien.

Echt populair is Djokovic nooit geworden. Hij werd beschouwd als een soort spelbreker, de man die zich ongevraagd begon te bemoeien met de verheven tweestrijd tussen de iconen Roger Federer en Rafael Nadal, het duo dat jarenlang de dienst uitmaakte in de tenniswereld. Een uitdager die zich bovendien niet wist te gedragen. Als een vulkaan kon de Serviër uitbarsten. Hij koelde die woede dan op z’n rackets.

Zijn schurkenimago heeft natuurlijk ook een plek gekregen in de documentaire Novak Djokovic: The Wolf In Winter (93 min.). Djokovic en zijn vrouw Jelena, ouders Srdan en Dijana en broers Marko en Djordje verbinden dit met zijn Servische inborst. Als alles tegenzit en iedereen tegen je lijkt te zijn, vallen Serviërs terug op ‘inat’, een soort innerlijke koppigheid waarmee ze hun eigen gelijk willen aantonen.

Regisseur Jason Hehir benadrukt daarbij ook de invloed van de Joegoslavische burgeroorlog. De kleine Novak, die als kind onbedaarlijk kon huilen als hij eens verloor, groeide op toen de NAVO bommen dropte op Servië. Demonstranten begonnen destijds met ‘target’ op hun borst rond te lopen. Hen konden ze misschien doden, was de boodschap, maar hun geest zouden ze er nooit onder krijgen.

Die rebelse houding kenmerkt ook Djokovic, getuige bijvoorbeeld een hoogopgelopen kwestie rond de Australian Open in 2022. Toen het Coronavirus in de hele wereld huishield, wilde de recordwinnaar ongevaccineerd deelnemen. ‘Ik kwam op voor mijn recht’, zegt hij er ruim vier jaar later over. ‘Voor de bescherming van mijn integriteit en wat ik denk dat het beste is voor mijn lichaam. Dat is alles.’

In Melbourne wil de routinier nu, als ‘een leeuw in de winter’ aldus journalist Howard Bryant, voor de elfde keer winnen en dus zijn 25e Grand Slam binnenhalen, het hart van de tweede helft van deze overtuigende sportdocu. Dit gaat, zoals waarschijnlijk bij alle grote kampioenen, gepaard met elementaire twijfel. ‘Hoe lang nog?’ vraagt Novak Djokovic zich af. ‘Waarom doe ik mezelf en mijn gezin dit steeds weer aan?’

De Non En De Wegwerpkinderen

WNL / vrijdag 28 augustus, om 20.25 uur, op NPO2

Het imago van Truus Kuijpers heeft zich op min of meer dezelfde manier ontwikkeld als de beeldvorming rond interlandelijke adoptie. Eerst werd de Nederlandse non beschouwd als een weldoener, die arme kindertjes uit Chili een warm thuis bezorgde in haar eigen moederland. Later volgden de vragen over hoe ze dit eigenlijk had gedaan en wat daarvan de gevolgen waren. Inmiddels is ‘zuster Gertrudis’ al net zo omstreden als de adoptievorm, waarmee ze zich haar hele leven bezig heeft gehouden. ‘Ik wilde dus gewoon helpen’, beweert ze in een interview met Hart van Nederland uit 2022, tien dagen voordat ze op 89-jarige leeftijd zal overlijden. ‘Dat moet toch kunnen?’

In datzelfde interview zegt ze ook: ‘Ik heb nooit gewerkt voor ouders die een kind zoeken. Wij hadden kinderen die ouders zochten.’ Daarover is echter fundamentele twijfel ontstaan. Tanja Kok, die ook het Hart-interview met Kuijpers deed, zoekt het verder uit in de journalistieke documentaire De Non En De Wegwerpkinderen (66 min.), die is geregisseerd door Foeke de Koe. De term ‘wegwerpkinderen’ schijnt de adoptienon overigens zelf te hebben gebruikt. Direct betrokkenen stellen nu alleen dat sommige van die kinderen op oneigenlijke manieren zijn afgenomen van hun biologische moeders of zelfs zijn ontvoerd. Kuijpers zou op bestelling kinderen hebben geleverd.

Chili was in die tijd een kinderfabriek, stelt Marisol Rodriguez, een vertegenwoordigster van Hijos y Madres del Silencio, ‘de kinderen en moeders van de stilte’. Kok spreekt met hen en gaat ook poolshoogte nemen bij het voormalige kindertehuis Las Palmas in Santiago de Chile. In totaal hebben daar meer dan 800 kinderen gezeten, waarvan er ongeveer 200 naar Nederland zijn gekomen. De verhalen van deze inmiddels volwassen Chileense Nederlanders zijn buitengewoon schrijnend. Ze voelen zich bij de neus genomen door zuster Truus. In elk geval bij de adoptie zelf – en soms ook nog tijdens de lucratieve rootsreizen die zij eind jaren negentig begon te organiseren.

‘M’n zoon is van de vuilnisbelt teruggekomen’, zegt Orfelina, de moeder van Alejandro Quezada, als zij het volwassen kind dat ze in september 1979 op veertienjarige leeftijd ter wereld heeft gebracht een half leven later voor het eerst ontmoet. Hij was gestorven, hadden ze haar wijsgemaakt – omdat zíj hem te vaak had opgepakt. En daarna was ie simpelweg afgevoerd. In werkelijkheid is ‘dat dode kindje’ bij een stel in de Achterhoek beland. Eenmaal herenigd krijgen moeder en zoon van zuster Gertrudis nog geen half uur om opnieuw kennis te maken. Tot het eind probeert de adoptienon de regie te houden over haar levenswerk, dat in deze Spoorloos 2.0 definitief wordt ontheiligd.

Het tragische verhaal van Mirjam Hunze, één van de Chileense adoptiekinderen, is overigens ook al uit de doeken gedaan in de podcast De Gestolen Kinderen. Tanja Kok maakte voor Hart van Nederland bovendien al een podcast over Truus Kuijpers: De Adoptienon.

Un Hijo Propio

Netflix

‘Ik ontmoette haar vijf maanden geleden in het ziekenhuis’, verklaart Eleonor Alejandra ‘Ale’ Marín Mendoza na haar arrestatie aan de toegesnelde pers. ‘We raakten aan de praat… zij en ik. Ze was een alleenstaande moeder. Dit was haar tweede kind van een andere vader. En ze wilde de baby niet. Ze zei dat ze een abortus wilde of het kind wilde weggeven.’

En dat komt goed van pas. Alejandra en haar echtgenoot Arturo verlangen al enige tijd naar een kind, maar dat wil maar niet lukken. De Mexicaanse vrouw, toevalligerwijs ook werkzaam in een ziekenhuis, sluit een deal met deze Mayra: na de bevalling neemt ze in stilte haar baby over. Tot die tijd zal ze alleen geloofwaardig zwanger moeten zijn, ook voor Arturo. Hij weet van niets. Ale begint zich dus vol te vreten – en werkt zich zo, vanaf haar roze wolk, flink in de nesten.

Dat is de intrigerende startpositie van Un Hijo Propio (Internationale titel: A Child Of My Own, 96 min.), de nieuwe film van de Chileense maakster Maite Alberdi die in de afgelopen jaren danig van zich deed spreken met de documentaires The Grown-UpsThe Mole Agent en The Eternal Memory. Deze film oogt in eerste instantie, wanneer die gefingeerde zwangerschap nogal zoet wordt gereconstrueerd, als een typisch dik aangezet Latijns-Amerikaans drama.

Gaandeweg geven Ana Celeste en Armando Espitia, de acteurs die van Ale en Arturo een tragikomisch koppel hebben gemaakt, in deze ‘based on a true story’-productie echter steeds vaker ruimte aan de echte personen en krijgt de film een meer traditioneel documentair karakter. Dan laat Alberdi ook de werkelijkheid achter de geacteerde scènes zien en wordt duidelijk wat de gevolgen van Ales onbezonnen actie – of is het toch een slinks misdrijf? – zijn geweest.

Het uitgangspunt van Un Hijo Propio lijkt op een andere recente Netflix-documentaire over schijnzwangerschap. Terwijl Jessica Dimmock van Maternal Instinct een typische true crime-docu heeft gemaakt, heeft Alberdi duidelijk geen rechttoe rechtaan-benadering voor ogen. Met de gesuikerde eerste helft van de film, voor een enkeling wellicht een dealbreaker, presenteert ze Ales rozige versie van de gebeurtenissen, die in de tweede helft in perspectief wordt geplaatst.

Alle puzzelstukjes vallen dan in elkaar en tonen, aan de hand van een opmerkelijke casus, de immense druk waaronder sommige vrouwen staan om moeder te worden en nageslacht te produceren. De drang om een kind te krijgen kan er zelfs toe leiden dat ze er zelf in gaan geloven dat ze in verwachting zijn. Arturo wil intussen nog altijd een biologisch kind, een zoon natuurlijk. En zijn echtgenote, ‘sadder but wiser’, zal zich met deze blauwe droom moeten verzoenen.

Fragments Of Belonging

Verde Films

Je hebt mensen nodig ‘die weten wanneer je zingt en wanneer je huilt’, zegt een familielid tegen Tatjana Božić. En dat is precies wat de Kroatische filmmaakster regelmatig mist. Ze heeft het gevoel dat zij er in Nederland, waar ze samen met haar tienerzoon Waldemar woont, niet echt bij hoort. Er lijkt een ‘onzichtbare muur’ te bestaan tussen haar en anderen. Daarover gaat Fragments Of Belonging (Tragovi Pripadanja, 81 min.), een film over haar eigen eenzaamheid als vrouw uit ‘Oost-Europa’, met hooggespannen verwachtingen, een Slavisch accent en onzalige plannen.

Tot voor kort had Božić nog nooit ergens langer dan tien jaar gewoond. Ze werd geboren in een Kroatisch dorp en verhuisde later naar de Sovjet-Unie. Daarna was ze achtereenvolgens woonachtig in Londen, Zagreb en Amsterdam. En op die laatste plek kreeg ze een kind met een Nederlander, in wie zonder al te veel moeite collega-filmmaker Rogier Kappers (en het glasorgel, uit zijn persoonlijke film Glas, Mijn Onvervulde Leven) is te herkennen. Inmiddels is Tatjana een alleenstaande moeder en verhuisd naar een buitenwijk. Komt ze hier nog weg? En zal ze er ooit écht bij horen?

Zij groeide op als onderdeel van een gemeenschap en is nu terecht gekomen in een wereld, waar het individu centraal staat. Aansluiting vinden gaat niet vanzelf. Of ze nu lid wordt van een fietsclub of de slaapkamer van haar zoon begint te verhuren als hotelkamer, in de hoop dat er zo nieuwe vrienden in huis komen. Via een familie-opstelling probeert Tatjana Božić vat te krijgen op waarom ze zoveel moeite heeft om zich ergens thuis te voelen. Hoort dit bij haar geboorteland, dat in half Europa gastarbeiders heeft afgeleverd? Of zit het opgesloten in haar eigen familieverhaal?

Niemand is in hun dorp blijven wonen. Ze zijn uitgewaaierd naar zeven verschillende landen, waar ze nu bezoek mogen verwachten van dat ene ontheemde familielid, dat maar niet ‘ingeburgerd’ raakt in haar huidige thuisland. Božić moet op haar tocht, gelardeerd met persoonlijke gesprekken en begeleid door Balkan-muziek, ook de confrontatie aangaan met de moederrol in haar leven: de omgang met haar zoon en, onlosmakelijk daarmee verbonden, de verhouding tot haar eigen moeder. In deze film probeert ze, tussen alle lachen en tranen door, de weg te vinden naar een thuis.

Zeg maar gerust: een inclusieve wereld. Waldemar heeft er zo z’n twijfels bij. ‘Het is net alsof je er stiekem van houdt om nergens bij te horen’, zegt hij. Zijn moeder wíl volgens hem gewoon een buitenstaander zijn. En zij heeft zich daar maar toe te verhouden.

Abandonados

Disney+

‘Kent u ze?’, leest Marisa Manera in 1984 op een prikbord van de sociale dienst van Barcelona, bij een foto van een aandoenlijk tweejarig meisje en twee schattige jongetjes. ‘We hebben informatie nodig over deze kinderen. Als u ze kent, neem dan contact op met Montse Martí, sociaal werker.’ De ongewenst kinderloze Marisa meldt zich direct bij Montse: samen met haar man, de leerkracht Lluís Moral, wil ze de kinderen wel in huis nemen. Ruim veertig jaar later is Marisa, zeker na het overlijden van haar echtgenoot, nog altijd hun steun en toeverlaat, hun moeder.

Elvira Moral Manera en haar oudere broertjes Ramón (6) en Richi (4) zijn op 22 april 1984 op het treinstation Estació de Francia spelend in een trein aangetroffen door een conducteur. De drie kinderen zeggen dat ze daar zijn achtergelaten door een Franse man genaamd Denis, die hen vanuit Parijs met een witte Mercedes naar Barcelona zou hebben gebracht. Van hun ouders weten de kinderen, die vooral Frans spreken, verder hoegenaamd niets. Zelfs hun voornaam kunnen ze niet reproduceren. Ze kennen ook hun eigen achternaam niet.

Een half leven later tasten de Abandonados (163 min.) nog altijd in het duister over hun eigen achtergrond. Als Elvira zelf moeder wordt, wil ze echter meer weten over haar oorsprong. Die beslissing zet een enerverende zoektocht in gang, die in deze vierdelige serie door regisseur Carlos Alonso Ojea op de voet wordt gevolgd. Ramón, Richi en Elvira worden daarbij terzijde gestaan door een groepje amateurdetectives en onderzoeksjournalist Carles Porta en zijn team. Stukje bij beetje ontdekken de drie waar – en bij wie – ze vandaan komen.

Daarvoor moeten ze, zoveel jaar na dato, nog steeds onwil wegnemen bij bronnen die hen wellicht verder kunnen helpen. Want al snel wordt duidelijk dat hun ouders zich vermoedelijk in criminele kringen bewogen, waar doorgaans kordaat wordt gehandeld en zorgvuldig wordt gezwegen. Wellicht ligt daar ook het antwoord op de vraag waarom pa en ma hun kinderen – samen en toch moederziel alleen – aan hun lot hebben overgelaten op een treinstation en nooit meer iets van zich hebben laten horen. Toch boeken de broers en zus wel degelijk vooruitgang.

Als dit buitengewone verhaal, dat Ojea stapsgewijs en met de nodige suspense onthult, zijn voorlopige ontknoping nadert, hebben ze kennis gemaakt met pak ‘m beet een beruchte crimineel die in de Modelo de Barcelona-gevangenis wordt geliquideerd, een Parijse speelgoedwinkel met een krokodil aan het plafond en de Gouddieven van Andalusië. Op zoek naar sporen uit het verleden zijn ze bovendien in de landen Frankrijk, België en Zwitserland beland. Tegelijk leren de drie Abandonados zichzelf ook beter kennen – als producten van zowel nurture als nature.

Aan het einde van hun aangrijpende queeste – althans aan het einde van deze overrompelende miniserie, die in de verte aan de ingenieuze real life-thriller Three Identical Strangers (2018) doet denken – zijn ze heel wat wijzer, maar blijft er ook nog het nodige te raden en te wensen over. Zoals één van de sleutelfiguren uit hun speurnetwerk, de forensisch arts Montse Del Rio, hen bij aanvang al heeft gewaarschuwd: dit wordt een lange afstandsrace. En de finish lijkt nog altijd niet in zicht. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

The Librarians

Dogwoof

The Cider House Rules, Fahrenheit 451 en – natuurlijk – The Handmaid’s Tale. Zomaar enkele titels van de 850 boeken die de Republikeinse volksvertegenwoordiger Matt Krause in 2021 wil laten verwijderen uit de schoolbibliotheken van de Amerikaanse staat Texas. De thema’s van de boeken die in de ban moeten worden gedaan zijn voorspelbaar: seksuele voorlichting, LHBTIQ+-onderwerpen en alles wat maar onder de term ‘woke’ kan worden geschaard.

Het vak van bibliothecaris was, kortom, nog nooit zo spannend en – werkelijk waar! – gevaarlijk als in het hedendaagse Amerika. The Librarians (86 min.) staan, ongewild, in de vuurlinie van een cultuuroorlog die door conservatieve christenen is opgestart. Binnen de kortste keren kan een verontruste ouder een officiële klacht indienen omdat zijn of haar kind is blootgesteld aan Lentekriebels-achtige pornografie. De jaarlijkse conferentie van bibliotheekmedewerkers moet zelfs beveiligd worden.

Regisseur Kim A. Snyder (Newtown / Us Kids) laat de informatie-intermediairs in deze actuele documentaire uitgebreid aan het woord, soms uit veiligheidsoverwegingen geanonimiseerd. Daarnaast spreekt ze ideologische opponenten – althans, zo zien die dat zelf – zoals Tiffany Justice en Tina Descovich van de conservatie organisatie Moms For Liberty, die ter bescherming van Amerika’s kinderen aan een kruistocht tegen vulgair, pornografisch en ander schadelijk lesmateriaal zijn begonnen.

De vrijheid van meningsuiting komt ernstig in de verdrukking door zulk modern McCarthyisme, waarbij censuur en zelfcensuur hand in hand gaan. Op zwarte lijsten, aanklachten en authentieke boekverbrandingen volgen bijna automatisch een pijnlijk stilzwijgen. Intussen krijgt volkshysterie, veelal op religieuze grondslag, alle ruimte om voort te woekeren en spinnen slinkse populistische politici zoals Ron DeSantis, de Republikeinse gouverneur van Florida, daar weer garen bij.

Met politieke benoemingen in schoolbesturen en gecoördineerde campagnes wordt een oerconservatieve ideologie opgedrongen aan kinderen en tieners. En de bibliothecaris die zich daartegen verzet loopt het risico ontslagen, aangehouden of zelfs uit de weg geruimd te worden. De conservatieve activist Bruce Friedman de zelfverklaarde ‘Michael Jordan of book banning’ spreekt bijvoorbeeld uit dat hij bibliotheken koste wat het kost wil zuiveren. En iedereen die in zijn weg staat? ‘Run over them like a dead body.’

John Irving, Ray Bradbury en Margaret Atwood hadden ‘t zo gek niet kunnen verzinnen. Bijna dan.

The Nightmare Upstairs: What Happened To Ty And Bryn?

Disney+

De ongemakkelijke ‘he said-she said’-kwestie uit The Nightmare Upstairs: What Happened To Ty And Bryn? (83 min.) krijgt in dit typisch Amerikaanse documentaire-tweeluik de vorm van een ‘she said-she said’-twistgesprek. Jessica Zahrt versus haar voormalige schoonmoeder Jolleen Larson. De één spreekt over totaal ongepast gedrag van haar ex naar hun zoon en dochter. De ander over een wraaklustige moeder die haar kinderen heeft opgezet tegen haar voormalige partner. Kindermisbruik versus oudervervreemding.

In maart 2018, zes jaar nadat ze uit elkaar zijn gegaan, heeft Jessica een contactverbod gevraagd tegen haar ex-man. Jolleens zoon Brent Larson mag hun kinderen Ty en Brynlee niet meer zien. Hij zou hen seksueel hebben misbruikt. De kwestie zal in de navolgende jaren ernstig ontsporen. Als hun inmiddels vijftienjarige zoon Ty en zijn jongere zus in 2022 op advies van een sociaal werkster naar een herenigingskamp worden gestuurd om zich te verzoenen met hun vader, waardoor ze hun moeder dan negentig dagen niet zullen zien, besluiten de tieners om hun slaapkamer te barricaderen.

Ze beginnen tegelijk te livestreamen via Twitch, met steun van hun moeder. Jessica begint zelf ook als een bezetene over de zaak te TikTokken. Het is de zoveelste keer dat de camera doelbewust wordt ingezet in deze vechtscheiding. Brent heeft de ontmoetingen die hij onder toezicht heeft met zijn kinderen ook al vastgelegd met een GoPro, om zo aan te tonen dat er helemaal niets mis is. Op één van die opnames roept Ty hem scherp tot de orde. Spontaan? Of toch ingefluisterd door zijn moeder – en haar kindertherapeut JP Lilly, een lid van de Bikers Against Child Abuse?

De documentairemakers Henry Roosevelt en Caitlin Keating zetten de verschillende lezingen van wat er is gebeurd en nu moet gebeuren recht tegenover elkaar en volgen hoe de zaak zich vervolgens door het Amerikaanse rechtssysteem beweegt. Als de strijdende partijen niet voor rede vatbaar zijn, moet de rechter bepalen wie de voogdij krijgt over de tieners en of er dan nog ruimte is voor bezoekrecht van de andere ouder. Hij tast ongetwijfeld net zo in het duister over wat er precies is gebeurd als de gemiddelde kijker van deze pijnlijke docu, maar moet er wel zijn oordeel over geven.

Welke moeder krijgt er gelijk? De vrouw die weigert om haar kinderen uit te leveren aan een man die z’n eigen grenzen niet kent? Of de vrouw die haar zoon, zelf niet in staat of bereid om voor de camera te verschijnen, wil beschermen tegen het volksgericht dat ongetwijfeld volgt op zulke beschuldigingen? Ofwel: she said-she said.

Maternal Instinct

Netflix

Hun dochter zal Clancy Gaile Griffin gaan heten. Op sociale media brengt Taylor Parker de hele wereld ervan op de hoogte dat ze zwanger is van Wade Griffin, een boerenjongen die ze kort daarvoor heeft leren kennen in de Texaanse dorpsgemeenschap New Boston. Op 9 oktober 2020 belt Taylor echter in naar de hulpdiensten. Politieagenten treffen de 27-jarige vrouw aan langs de kant van de weg. Ze heeft net in haar auto een kind gekregen. Tenminste, dat beweert ze. Medewerkers van het ziekenhuis concluderen even later echter dat deze patiënt met geen mogelijkheid kan zijn bevallen van de baby die ze bij zich draagt.

Het zéér ongemakkelijke tafereel is vastgelegd met bodycams van agenten en hulpverleners, beelden die blijkbaar tot het publieke domein zijn gaan behoren en waarmee Jessica Dimmock nu de documentaire Maternal Instinct (96 min.) opstart. Daarna gaat zij met Wade, zijn familie en een veelheid aan vrienden en kennissen terug in de tijd, om van daaruit weer toe te werken naar het unheimische moment dat Taylor hysterisch de politie te woord staat in haar auto op de vluchtstrook. Het gedrag van de jonge vrouw is dan al grondig ontleed: Taylor Parker lijkt een beroepsfantast. Ze kijkt niet op een leugentje meer of minder en fabuleert er lustig op los.

Maar, zoals dat dan gaat in Amerikaanse true crime-docu’s, de waarheid blijkt altijd nog véél vreemder – en schokkender – dan wat we hadden kunnen verzinnen. Met vaste hand stuurt Dimmock de kijker door het doolhof dat haar hoofdpersoon rondom zichzelf heeft opgetrokken. Parker stamt bijvoorbeeld uit een zéér gefortuneerde familie, heeft allerlei aandoeningen onder de leden gehad en is nu dus zwanger. Niets blijft daarbij privé en (vrijwel) alles mag in beeld worden gebracht – ook als Taylor de controle over haar verhaal verliest en wordt geconfronteerd met haar eigen daden. Het is een enerverende kijkervaring, waarna je je als buitenstaander wel een beetje vies voelt.

‘Iedereen kan worden vergeven’, zegt één van haar slachtoffers dodelijk kalm. Alleen niet door ons.’

The Murder Of Rachel Nickell

Netflix

’Alex, de man die mama vermoordde, waar was die?’ vraagt André Hanscombe aan zijn zoontje als ze de plaats delict naderen in het Londense park Wimbledon Common. Rachel Nickell is daar op 15 juli 1992 met bijna vijftig messteken om het leven gebracht. De enige getuige van de gruwelijke moord is haar tweejarige zoontje. Omdat de politie volledig in het duister tast over de ‘gemene man’ die de jonge vrouw heeft gedood, wordt Alex later mee teruggenomen naar het park, in de hoop dat hij zich details herinnert waarmee de dader kan worden geïdentificeerd. En zijn vader André moet hem daar, voor een camera die hun bezoek documenteert, bevragen over de grootste tragedie van hun leven.

Ruim dertig jaar later blikt Hanscombe, samen met anderen die destijds bij het politieonderzoek betrokken raakten, in The Murder Of Rachel Nickell (96 min.) terug op het schokkende misdrijf en de zoektocht naar de dader, die aanvankelijk maar niet op gang wil komen. Doordat de moordenaar geen vingerafdrukken of andere bruikbare sporen heeft achtergelaten op de plaats delict, weet hij heel lang uit handen van de politie te blijven. Deze geruchtmakende zaak vormt ook het uitgangspunt voor de zojuist uitgebrachte dramaserie The Witness. Voor kijkers daarvan toont deze indringende documentaire van Lucy Bowden de echte mensen achter de personages en de tragedie waarin zij verzeild raken.

Anderen zien een vaardig verteld true crime-verhaal, waarbij de filmmaakster stapsgewijs nieuwe informatie en bronnen introduceert. Zo laat ze nieuwkomers bij deze geschiedenis, die in Groot-Brittannië heel wat stof deed opwaaien, de zaak echt meebeleven. Centraal daarin staan een jonge vrouw die haar zoontje met haar eigen leven beschermt, een kind dat zich ook na haar dood aan zijn moeder blijft vastklampen en een man die daarna de weg terug naar het leven moet vinden voor zichzelf en hun zoon. Én een ‘ongeorganiseerde seriemoordenaar’, aldus de Amerikaanse FBI-profiler Robert Ressler, voor wie het misdrijf blijkbaar de apotheose is van een verwrongen fantasie. En hij is nog niet klaar.

‘De gemene man stak zijn ding in haar’ vertelt Alex een jaar na de dood van zijn moeder, tijdens een zorgvuldig voorbereid kinderverhoor, aan zijn vader André. ‘Een mes.’

Poldi

Netflix

Bij de meeste voetbaldocu’s gaat tachtig procent over de carrière van de hoofdpersoon en slechts twintig over zijn privéleven. De Duitse aanvaller Lukas Podolski, die maar liefst 130 keer uitkwam voor ‘Die Mannschaft’, zou dat in ‘zijn’ documentaire graag omdraaien. Terwijl hij op z’n veertigste bezig is aan zijn ‘vermoedelijk laatste seizoen’ als speler van de Poolse club Górnik Zabrze, maakt de zakenman Podolski bijvoorbeeld al overuren. In een sportwinkel overlegt hij met enkele medewerkers over een ‘goodbye collection’, om zijn pensionering als voetballer ook te gelde te maken. Één van de anderen stelt een LD-tuinkabouter voor. Poldi (94 min.) twijfelt. Iedereen heeft al een tuinkabouter. ‘Klopt’, antwoordt één van de anderen. ‘Maar niet eentje die op jou lijkt.’

Daarmee is de toon gezet voor een voetbalportret dat vooral geen routineuze sportdocu mag worden. Natuurlijk komt Podolski’s loopbaan, die hem langs clubs als FC Köln, Bayern München, Arsenal, Inter Milan en Galatasaray heeft geleid, aan de orde in deze film van Nicolas Berse-Gilles, Simone Schillinger en Kai Sehr, maar, ondanks de bijdrage van Duitse kopstukken zoals Joachim Löw, Oliver Kahn, Toni Kroos, Thomas Müller en Bastian Schweinsteiger, gebeurt dit met mate. De nadruk ligt meer op de man dan op de voetballer. In 1987 verkaste die als peuter met zijn hele familie, stuk voor stuk ‘positiv verrückt’ aldus Podolski, van Polen naar Duitsland. Als kind van een migrantengezin werd ‘geen woorden maar daden’ zijn levensfilosofie. Ofwel: wer schläft verliert.

Samen met zijn vrouw, zoon, ouders, zus, tantes en oma laat hij zijn achtergrond, jeugd, gezinsleven, zakelijke carrière én voetbalbestaan de revue passeren. Dat gebeurt open, nuchter en met veel humor. Als ze zijn aanbeland bij Podolski’s periode in Londen, snijden de filmmakers bijvoorbeeld een pijnpuntje aan: ‘We hebben beelden van Arsenal die we graag zouden gebruiken. Ze vragen daar [****] euro voor.’ Poldi vertrekt geen spier. ‘Dat gaat dan ten koste van je budget’, antwoordt hij grinnikend en loopt vervolgens alle leden van de filmcrew na. ‘Als iedereen [****] lapt, dan is het voor de bakker.’ Daarna verschijnt er een tekst in beeld: ‘Het geld werd niet ingezameld. Vandaar alleen een foto.’ Van Lukas Podolski, glunderend in een Arsenal-shirt. Hij heeft vermoedelijk net gescoord.

Zo nemen Berge-Gilles, Schillinger en Podolski in deze zeer vermakelijke documentaire behalve zichzelf ook consequent de dertien-in-een-dozijn sportfilm op de hak. Waarbij ze zich, helemaal aan het eind, zelfs nog bezondigen aan een kostelijk staaltje geschiedvervalsing en de hoofdpersoon Duitsland hoogstpersoonlijk naar de wereldtitel laten schieten.